CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Nota Omgevingskwaliteit Zuidplas A23.000147

Gemeenteraad 6 juni 2023, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Nota Omgevingskwaliteit Zuidplas (NOZ)23.670 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

NOTA OMGEVINGSKWALITEIT GEMEENTE ZUIDPLAS februari 2023

1

Colofon Nota Omgevingskwaliteit Zuidplas A23.000147 Versie: februari 2023 Opdrachtgever: gemeente Zuidplas Opsteller: Dorp, Stad en Land in samenwerking met SCHOUT rv&b Fotografie, kaartmateriaal en illustraties: Gemeente Zuidplas, fotograaf Michel Plaat, SCHOUT rv&b en Atelier des Hollants, tenzij anders vermeld.

2

Voorwoord Beste Lezer, Voor u ligt de Nota Omgevingskwaliteit Zuidplas. Deze nota vervangt de huidige Welstandsnota Zuidplas 2015. Omgevingskwaliteit is een nieuwe term voor velen, ook voor mij als nieuwe wethouder. Hieronder leg ik u graag uit wat deze nota precies inhoudt en hoe belangrijk deze is voor u. De term ‘omgevingskwaliteit’ is een heel breed begrip geïntroduceerd door de Omgevingswet. Het gaat in de nieuwe situatie niet alleen meer om het uiterlijk van gebouwen zoals bij de voormalige Welstandsnota. Het gaat om veel meer zaken die de dagelijkse leefomgeving beïnvloeden zoals bijvoorbeeld de bestrating, het groen, de historische bebouwing en ook hoe een gebouw eruitziet. In deze nota kijken we dus met een bredere blik naar de omgevingskwaliteit van Zuidplas als onderdeel van een van de pijlers van de omgevingsvisie, ‘Aantrekkelijk Zuidplas’.

Een belangrijke doelstelling van de Omgevingswet is het bundelen van wetten en het zo volledig mogelijk kijken naar de omgevingskwaliteit. De aanstaande invoering van deze wet is dan ook de aanleiding geweest om het huidige ruimtelijk kwaliteitsbeleid in de vorm van de welstandsnota tegen het licht te houden en klaar te maken voor de invoering van de Omgevingswet. De nota die u straks gaat lezen, is helemaal klaar voor de invoering van de Omgevingswet met daarbinnen op verschillende schaalniveaus aandacht voor omgevingskwaliteit. We streven naar balans tussen herkomstwaarde (onze geschiedenis), belevingswaarde (een mooie en aangename omgeving), gebruikswaarde (een bruikbare en functionele omgeving) en toekomstwaarde (duurzaamheid) van onze fysieke leefomgeving zodat de gemeente Zuidplas aantrekkelijk blijft.

Wethouder Frans Klovert Portefeuillehouder Omgevingswet

3

Gebruik deze knop om terug te gaan naar de inhoudsopgave

Inhoud Voorwoord ................................................................................................. 3 Inhoud ........................................................................................................ 4 Samenvatting ............................................................................................. 5 Leeswijzer ................................................................................................... 7 1. Inleiding ......................................................................................... 9 1.1. Wat is omgevingskwaliteit? ........................................................ 9 1.2. Waarom een nota omgevingskwaliteit? ..................................... 9 1.3. Welke ambities hebben we? ..................................................... 10 1.4. Wie gaat over omgevingskwaliteit? .......................................... 11 1.5. Participatie ................................................................................ 12 1.6. Juridische status ........................................................................ 13 2. Ruimtelijke analyse ....................................................................... 14 2.1. Landschap en cultuurhistorie .................................................... 14 2.2. Sterke dorpsidentiteiten ........................................................... 18 2.3.

Stedenbouwkundige ontwikkelingen ........................................ 21 2.4. Kernkwaliteiten Zuidplas ........................................................... 23

3. Gebiedsgericht kwaliteitsbeleid ................................................... 28 3.1. Ruimtelijke samenhang ............................................................. 28 3.2. Vier regieniveaus ....................................................................... 31 3.3. Samenhang regieniveaus met adviesprocessen ....................... 34 3.4. Grotere (her)ontwikkelingen..................................................... 36 4. ‘Gouden regels’ voor een goede omgevingskwaliteit ..................... 38 5. Beoordelingskader uiterlijk van bouwwerken ................................ 41 5.1. Kleine (ver)bouwplannen .......................................................... 42 5.2. Grote (ver)bouwplannen ........................................................... 51 6. Beoordelingskader voor cultureel erfgoed ..................................... 54 6.1. Ingrepen aan monumenten ...................................................... 54 6.2. Ingrepen in de omgeving van een monument .......................... 60 6.3. Ingrepen in het rijksbeschermd dorpsgezicht Moordrecht ...... 61 7. Excessenregeling .......................................................................... 63 Bijlage 1: overzichtskaarten ..................................................................... 65 Bijlage 2: uitwerkingen gebieden, structuren en objecten ......................

66 Bijlage 3: overzicht van beeldkwaliteitsplannen ...................................... 86

Klik op een hoofdstuk of paragraaf om verder te lezen.

4

Samenvatting De Nota Omgevingskwaliteit Zuidplas vormt de basis van ons ruimtelijk kwaliteitsbeleid en geeft duidelijkheid over hoe we in Zuidplas met de kwaliteit van (nieuwe) ruimtelijke initiatieven omgaan. Een goede omgevingskwaliteit is een kans en van belang voor ons allemaal. Het gaat om een aangename woonomgeving, om de aantrekkelijkheid voor recreatie en om de economische voordelen voor een duurzaam vestigingsklimaat voor ondernemers. Het streven naar een goede omgevingskwaliteit is naast gezondheid en veiligheid één van de drie maatschappelijke doelstellingen van de nieuwe Omgevingswet. Goede omgevingskwaliteit is ook één van de doelen van de omgevingsvisie Zuidplas. De voorliggende nota vormt een uitwerking van de ambities zoals gesteld in deze omgevingsvisie en bouwt voort op bestaand kwaliteitsbeleid. Omgevingskwaliteit gaat over de identiteit en kwaliteiten van een plek en hoe wij dit ervaren. Deze nota richt zich op de samenhang van ruimtelijk visuele onderdelen van cultureel erfgoed, landschap, stedenbouw en met name het uiterlijk van bouwwerken, voorheen welstandsaspecten in Zuidplas (hoofdstuk 1). We willen de historie en de beleving van Zuidplas herkenbaar houden. Tegelijk willen we ook ruimte bieden voor dynamiek, voor benutten en ontwikkelen. Dit veroorzaakt verandering in een gebied, waarbij er nieuwe kwaliteiten kunnen ontstaan.

5

Deze nota kan daar op verschillende manieren aan bijdragen: -

als bron van informatie en inspiratie;

-

voor de begeleiding van een initiatief om initiatiefnemers te stimuleren;

-

als beoordelingskader bij vergunningplichtige activiteiten en voor handhaving, bijvoorbeeld bij excessen.

Dit doen wij gebiedsgericht afgestemd op de specifieke kwaliteiten van een gebied. Elk gebied verdient specifieke aandacht op de punten waarop de gemeente haar identiteit als gemeente wil versterken. Er is onderscheid gemaakt in gebieden, structuren en objecten (hoofdstuk 2). Ze vormen samen de ruimtelijke indeling van Zuidplas. Voorbeelden zijn de historische dorpskernen, de ringvaart met dijken en molens en kerken die als markante gebouwen vanuit de wijde omgeving zichtbaar zijn. De kenmerken van een plek en de omvang van een initiatief bepalen hoe actief de rol van de gemeente is in het planproces. Als het bijvoorbeeld gaat om de historische kernen of bij monumenten is de rol van de gemeente meer sturend. Bij ontwikkelingen in bestaande woongebieden of op een bedrijventerrein ligt de verantwoordelijkheid meer bij de initiatiefnemer en is de rol van de gemeente terughoudend.

In deze Nota Omgevingskwaliteit Zuidplas is dit uitgewerkt en ingedeeld in vier verschillende regieniveaus. Een regieniveau bestaat uit een set aan instrumenten met betrekking tot de regelgeving en het proces (adviseren en participatie). Welk regieniveau ingezet wordt bij ontwikkelingen en initiatieven is afhankelijk van de aanwezige karakteristieken en kwaliteit. Ook de dynamiek in het gebruik, de mate van openbaar gebruik en veranderingen bepalen welk regieniveau ingezet wordt. De vier verschillende regieniveaus: -

6

Minimale regie: De verantwoordelijkheid voor een goede omgevingskwaliteit ligt in eerste instantie bij de initiatiefnemer.

-

Basisregie: De regie vanuit de gemeente is gericht op behouden of versterken van de basiskwaliteit om verrommeling te voorkomen.

-

Maatwerkregie: De regie is gericht op zorgvuldige inpassing waarbij maatwerk centraal staat. Dat betekent dat meer zorg besteed wordt aan behoud of versterken van de aanwezige kwaliteit.

-

Eigen regie: Grotere ontwikkelingen of veranderingen die de bestaande karakteristiek of het gebruik heel erg veranderen vragen om een eigen regie met nieuwe instrumenten zoals een beeldkwaliteitsplan of kwaliteitsteam.

Om te kunnen sturen op kwaliteit zijn er acht basisregels opgenomen, de zogenaamde ‘Gouden regels’ voor een goede omgevingskwaliteit (hoofdstuk 4). Deze basisregels gelden altijd en voor iedereen, uiteraard in verhouding tot de omvang van de ingreep en uitwerking. Voor het uiterlijk van bouwwerken (hoofdstuk 5) en cultureel erfgoed (hoofdstuk 6) zijn uitwerkingen opgenomen in de vorm van beoordelingskaders. Dit zijn de kaders waar initiatiefnemers rekening mee moeten houden. Het college van burgemeester en wethouders gebruikt deze ook bij haar afweging om wel of geen vergunning te verlenen. Voor grote of bijzondere ontwikkelingen of voor bepaalde thema’s zoals reclame-uitingen of de inrichting van de openbare ruimte kunnen deeluitwerkingen of beeldkwaliteitsplannen worden opgesteld als aanvulling op deze nota.

Leeswijzer De nota bestaat uit een inhoudelijk deel met het gebiedsgerichte beleid en een deel met de beoordelingskaders voor ruimtelijke ontwikkelingen zoals bouwplannen en ingrepen bij monumenten. Met het schema op de volgende pagina kunt u het juiste beoordelingskader vinden. Hoofdstuk 1 heeft betrekking op de aanleiding, het doel en uitleg over deze nota. Hoofdstuk 2 vormt een analyse van de gehele ruimtelijke omgeving van Zuidplas, inclusief in de belangrijkste kernkwaliteiten. Hoofdstuk 3 is de basis voor een gebiedsgericht beleid met een ruimtelijk indeling en de daaraan gekoppelde regieniveaus waarmee de rol en inzet vanuit de gemeente wordt bepaald. Hoofdstuk 4 bevat de ‘gouden regels’ voor een goede omgevingskwaliteit. Deze basisprincipes gelden altijd en voor iedereen, uiteraard in verhouding tot de omvang van de ingreep. Hoofdstuk 5 omvat het beoordelingskader voor het uiterlijk van bouwwerken (voorheen welstandscriteria). Hoofdstuk 6 omvat het beoordelingskader voor de (omgeving van) monumenten en het rijksbeschermd dorpsgezicht Moordrecht. Hoofdstuk 7 heeft betrekking op handhaving bij excessen.

7

Uitkijktoren in de Eendragtspolder

Is er sprake van een grote nieuwe (her)ontwikkeling, een ontwikkeling dat de bestaande ruimtelijke structuur en/of karakteristiek doorbreekt?

ja

Voor ontwikkel- of herstructureringsplannen die de bestaande structuur doorbreken of duidelijk afwijken van de omgeving kan een aanvullend beoordelingskader zoals een beeldkwaliteitsplan nodig zijn.

Lees verder in

Voor het rijksbeschermd dorpsgezicht Moordrecht en (de omgeving van) monumenten zijn specifieke beoordelingskaders van toepassing.

Lees verder in

Voor deze veel voorkomende kleine (ver)bouwplannen zijn beoordelingskaders opgenomen waarmee snel duidelijk wordt wanneer het uiterlijk van uw bouwplan in ieder geval voldoet.

Lees verder in

Een groter (ver)bouwplan wordt beoordeeld aan de hand van de beoordelingskaders voor grote bouwplannen in relatie tot de kwaliteiten van het gebied.

Lees verder in

paragraaf 3.4

nee Is er sprake van een beschermd dorpsgezicht, een beschermd monument of vindt het bouwplan plaats nabij een beschermd monument?

ja

hoofdstuk 6

nee Is er sprake van een klein bouwplan, zoals bijgebouwen, erfafscheidingen, dakkapellen, dakopbouwen, zonnepanelen en -collectoren, gevelwijzigingen, rolluiken en technische installaties (bijvoorbeeld airco, warmtepomp etc.)?

ja

paragraaf 5.1

nee Is er sprake van nieuwbouw of grootschalige renovatieplannen, niet zijnde een groot (her)ontwikkelingsplan? Bijvoorbeeld de bouw van een woning, een klein woonblok of een bedrijfspand?

ja

Klik om gelijk verder te lezen

8

paragraaf 5.2

1. Inleiding Iedereen wil prettig wonen, winkelen, werken of wandelen. We willen onze leefomgeving kunnen gebruiken en het is van belang dat het geheel duurzaam, gezond en veilig is. Daarnaast willen we er ook van kunnen genieten. Een aantrekkelijke, goed verzorgde omgeving verhoogt de recreatieve en economische waarde en versterkt het vestigings- en woonklimaat.

1.2. Waarom een nota omgevingskwaliteit?

1.1. Wat is omgevingskwaliteit?

Het hoofddoel van deze nota is dan ook het behouden en stimuleren van een goede omgevingskwaliteit ten behoeve van de identiteit van een plek of gebied. Deze nota kan daarbij op verschillende manieren bijdragen:

Met de Omgevingswet is een nieuwe term geïntroduceerd; ‘omgevingskwaliteit’. Net als een veilige en gezonde leefomgeving is ook het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit een maatschappelijke doelstelling van de Omgevingswet. Het is een plicht van ons allemaal om zorg te dragen voor een goede omgevingskwaliteit. Omgevingskwaliteit gaat over het belang van onderwerpen als cultureel erfgoed, architectuur, stedenbouw, landschap en natuur. Omgevingskwaliteit gaat dus over de identiteit en kwaliteiten van een plek en hoe wij dit ervaren, waarbij ook culturele en sociale factoren van invloed kunnen zijn. Deze nota richt zich op het de ruimtelijk visuele onderdelen van cultureel erfgoed, landschap, stedenbouw en met name op het uiterlijk van bouwwerken, voorheen welstandsaspecten. Voor de openbare ruimte is het DIOR (Duurzame Inrichting Openbare Ruimte) leidend.

9

Wij willen graag een waardevolle en aantrekkelijke omgeving creëren waar mensen graag willen wonen, ondernemers zich willen vestigen en bezoekers kunnen genieten. Wat van waarde is willen we bewaren en nieuwe ontwikkelingen moeten in beginsel passen bij de identiteit en uitstraling van onze gemeente.

-

als bron van informatie en inspiratie voor initiatiefnemers, belanghebbenden en de gemeente;

-

voor de begeleiding van een initiatief waarbij de gemeente de nota als uitgangspunt neemt en initiatiefnemers stimuleert om de kwaliteitsdoelen na te streven;

-

als beoordelingskader bij vergunningplichtige activiteiten en voor handhaving bij bestaande situaties (excessen).

Met deze Nota Omgevingskwaliteit zijn wij ervan overtuigd dat de kwaliteit op een goede manier wordt meegewogen bij ruimtelijke ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Deze nota vervangt de Welstandsnota Zuidplas 2015.

1.3. Welke ambities hebben we? In de omgevingsvisie Zuidplas 2040 omschrijven we het unieke karakter van Zuidplas en staan de ambities voor de lange termijn, tot 2040. Dat doen we aan de hand van vier thema's: Duurzaam Zuidplas, Aantrekkelijk Zuidplas, Ondernemend Zuidplas en Gezond Zuidplas. Met de omgevingsvisie geven we richting aan toekomstige ontwikkelingen die plaatsvinden in een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Waarbij we rekening houden met een goede omgevingskwaliteit voor inwoners. We willen de dorpse kwaliteiten, de historie en de beleving van een gebied herkenbaar houden, zodat het gebied zich blijft onderscheiden van andere gebieden. Tegelijk willen we ook ruimte bieden voor dynamiek, het benutten en ontwikkelen van ons grondgebied. Dit veroorzaakt verandering in een gebied, waarbij er nieuwe kwaliteiten kunnen ontstaan. Daarbij streven we altijd naar balans tussen de herkomstwaarde, de belevingswaarde, de gebruikswaarde en de toekomstwaarde van de fysieke leefomgeving. Dit wordt verder toegelicht en uitgewerkt in ‘Ruimte met karakter’ (P. Dauvellier en Y. Alkema, Atelier Rijksbouwmeester, 2008). Dat betekent ook dat rekening wordt gehouden met maatschappelijke opgaven zoals de energietransitie, de klimaatadaptatie en de woningbouwopgave.

Dit vraagt om goede ideeën, ontwerpen en samenwerking, mensen die de opgave en de omgeving met ‘ontwerpkracht’ benaderen en creativiteit en kennis combineren met een analyse van maatschappelijke vraagstukken én met ideeën en wensen van belanghebbenden. Publieke en private partijen hebben een gedeelde zorg en plicht voor goede omgevingskwaliteit. Want daarmee behouden en versterken we de aantrekkelijkheid van ons woon-, werk- en leefklimaat.

10

We zien kansen voor omgevingskwaliteit als er geïnvesteerd wordt in de omgeving. De omgevingskwaliteit neemt toe als: - een ruimtelijke verandering aansluit bij de kenmerken van het gebied en de ruimtelijke samenhang vergroot; - een verandering een bijdrage levert aan het gemeenschappelijke belang en de vastgestelde ambities voor dat gebied; - een balans tussen de herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde wordt bereikt; - tijdig ontwerpers zijn ingeschakeld en het toevoegen van kwaliteit centraal staat in het ontwerpproces; - als bewoners en andere betrokkenen zo vroeg mogelijk worden betrokken bij, wat zij in hun omgeving als kwaliteit ervaren. Zie ook Kader Participatie 2021 dat door gemeente Zuidplas is opgesteld.

1.4. Wie gaat over omgevingskwaliteit? Er is niks beters dan kwaliteit die ontstaat vanuit de omgeving zelf. Ontwikkelingen met een brede betrokkenheid leveren bijna altijd een meerwaarde aan omgevingskwaliteit. Maar niet in alle gevallen is er voldoende aandacht voor kwaliteit. Als gemeente nemen we de verantwoordelijkheid om, waar nodig, de regie te voeren over het publieke belang van omgevingskwaliteit. De regie zal zwaarder zijn naarmate de ingreep en de specifieke kwaliteiten van het gebied daarom vragen. Bij de beoordeling van ruimtelijke ontwikkelingen verschuiven we van verbieden (‘nee, tenzij …’) naar mogelijkheden bieden (‘ja, mits ….’). Op basis van ervaringen is namelijk gebleken dat het bieden van ruimte en het aangaan van de dialoog tot betere resultaten leidt. Daarbij is meer mogelijk als u als initiatiefnemer in een vroeg stadium het gesprek met de gemeente aangaat. Een goed plan is immers niet altijd te vatten in regels, maar zal eerder tot stand komen door het gesprek aan te gaan.

Onafhankelijke advisering adviescommissie Om een goede afweging te maken over omgevingskwaliteit vraagt de gemeente voor sommige situaties advies aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (voorheen welstands- en erfgoedcommissie). Deze commissie wordt door de gemeenteraad ingesteld en bestaat uit meerdere deskundigen. In de Verordening Fysieke Leefomgeving en het toekomstige omgevingsplan wordt bepaald wanneer het college van burgemeester en wethouders advies vraagt aan de commissie. De commissie baseert haar advies op deze nota. Na het in werking treden van de Omgevingswet zal de commissie haar advies ook baseren op de omgevingsvisie en het omgevingsplan.

Ambtelijke advisering De ambtelijke toetser van een plan beoordeelt de vergunningaanvraag aan geldende regels van het huidige bestemmingsplan of het toekomstige omgevingsplan, verordeningen en eventueel beleidsnota’s en adviseren het college over de vergunningverlening.

De rol van de commissie is om oplossingsgericht en inspirerend te zijn. Daarbij is meer mogelijk als er sprake is van een goed ontwerp. Er ligt dus ook een verantwoordelijkheid bij u als initiatiefnemer. U bent er zelf het meeste bij gebaat dat een ingreep als totaal een geheel vormt en past in de directe omgeving. Deze nota kan daarbij helpen.

Voor kleine, niet ingrijpende aanvragen kan de ambtelijke toetser een oordeel geven over aspecten van omgevingskwaliteit, bijvoorbeeld over het uiterlijk van bouwwerken (zie ook paragraaf 5.1. Kleine bouwplannen).

11

De ambtelijke adviseurs (erfgoed, stedenbouw, landschap, et cetera) begeleiden de complexe initiatieven. Zij adviseren de initiatiefnemers over de beleidsvoornemens en mogelijke aanpassingen in het ontwerp.

1.5. Participatie De gemeente vindt het belangrijk om samen met de inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties het nieuwe beleid vorm te geven. Daarom zijn een enquête onder alle bewoners en ondernemers gehouden en hebben meerdere interviews plaatsgevonden. In 2021 is een enquête gehouden onder de inwoners en ondernemers in Zuidplas. De vragen hadden betrekking op het huidige welstandsbeleid (Welstandsnota Zuidplas 2015) en het nieuwe beleid voor de kwaliteitszorg van de leefomgeving. De vragenlijst bevatte vragen over het oude en toekomstige beleid en over de rolverdeling tussen de gemeente, bewoners en initiatiefnemers. De belangrijkste conclusie uit de resultaten is dat onder de 285 respondenten een brede steun bestaat voor kwaliteitszorg, met name ten behoeve van het behoud van de waardevolle gebieden en de inrichting van de openbare ruimte en groen. Het grootste deel (73%) vindt tet toezicht op omgevingskwaliteit altijd en overal belangrijk. Wanneer men werd gevraagd welke gebieden meer aandacht mogen krijgen dan lopen de historische dorpskernen voorop. Gebieden waar omgevingskwaliteit minder belangrijk wordt geacht zijn de bedrijventerreinen, nieuwe woonwijken en sportparken.

12

Naast de enquête onder alle inwoners hebben ook gerichte interviews plaatsgevonden met belanghebbenden en betrokken organisaties. In alle gesprekken is grote bereidheid getoond om mee te denken over de omgevingskwaliteit in Zuidplas. De gesprekspartners hebben een concept van de nieuwe Nota Omgevingskwaliteit ingezien. De belangrijkste uitkomsten uit de gesprekken zijn grote betrokkenheid bij de kwaliteit van de omgeving, bereidheid om mee te denken en kennis te delen, en de wens om via participatie betrokken te worden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Daarbij kwam naar voren dat aanvullende criteria wenselijk zijn voor ingrepen in het rijksbeschermd dorpsgezicht Moordrecht. Ook voor de andere historische kernen, linten en landschap is de wens om de lat hoog te leggen. Op het gebied van erfgoed is een meer integrale benadering gevraagd, zowel planologisch als procesmatig met meer aandacht voor duurzaamheid. Veel respondenten en geïnterviewden vinden kwaliteit belangrijk, maar er is ook behoefte aan een zichtbare overheid, duidelijkheid en betrokkenheid van bewoners bij nieuwe plannen en bij het opstellen van beleid en regels. Hiervoor heeft de gemeente een Kader Participatie 2021 opgesteld. Daarin staat de visie van de gemeente op (digitale) participatie met inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen.

1.6. Juridische status Deze nota vormt een beleidsregel als bedoeld in 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en specifiek voor het uiterlijk van bouwwerken conform artikel 4.19 van de Omgevingswet (Ow). De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om open beoordelingsregels in het omgevingsplan op te nemen, die nadere interpretatie en afweging vragen in het licht van een concrete activiteit. Open beoordelingsregels kunnen uitgewerkt worden in een beleidsregel (art. 1:3 lid 4 Awb). Voor het uiterlijk van bouwwerken is dat zelfs verplicht (art. 4.19 Ow). De beoordelingskaders in deze nota worden gebruikt bij de advisering en beoordeling van bouwactiviteiten en voor activiteiten met betrekking tot monumenten. In de periode dat de Omgevingswet nog niet in werking is getreden en deze nota wel, geldt hij als welstandsnota in de zin van artikel 12a van de Woningwet en als uitwerking van de Verordening fysieke leefomgeving Zuidplas met betrekking tot cultureel erfgoed. De beoordelingskaders gelden in die periode als welstandscriteria en criteria voor (de omgeving van) monumenten en het rijksbeschermd dorpsgezicht Moordrecht. De wettelijke grond is dat beleidsregels niet rechtstreeks bindend zijn voor inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties, maar wel voor de gemeente zelf.

Normaal gesproken wijkt het college van burgemeester en wethouders niet af van de gestelde beleidsregels. Inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties weten dan waar ze aan toe zijn (rechtszekerheid). In bijzondere situaties mag het college afwijken (inherente afwijkingsbevoegdheid). Dat is bepaald in artikel 4:84 Awb.

13

Afwijken van beleidsregels Er kan van een bijzondere situatie sprake zijn als de gestelde beleidsregels ontoereikend zijn voor situaties die we nu niet kunnen voorzien. Bijvoorbeeld als er sprake is van een uitzonderlijke hoogwaardige kwaliteit. Ook wanneer een ingreep voldoet aan de gestelde beleidsregels, maar de kwaliteit zo onder de maat blijft dat het op den duur zijn omgeving negatief zal beïnvloeden, kan afgeweken worden. In deze gevallen kan het college van burgemeester en wethouders, na schriftelijk en gemotiveerd advies van de commissie, afwijken van de beleidsregels. Afwijken van het advies Het college van burgemeester en wethouders volgt in zijn oordeel in principe het advies van de commissie. Het college kan afwijken van het advies op inhoudelijke gronden of om andere redenen, bijvoorbeeld van economisch of maatschappelijk belang. Indien het college afwijkt van het advies, wordt dit in de beslissing op de aanvraag van de vergunning gemotiveerd. De commissie wordt hiervan op de hoogte gesteld.

2. Ruimtelijke analyse De identiteit van Zuidplas wordt in hoge mate bepaald door de typerende dorpskernen en landschappen. Deze compacte ruimtelijke analyse dient als onderbouwing voor zowel de gebiedsindeling en de regieniveaus alsook voor de uitwerking van gebiedsgerichte kwaliteitsdoelen.

2.1. Landschap en cultuurhistorie Landschapsontwikkeling Oorspronkelijk lag in grote delen van West- en Noord-Nederland een uitgestrekt en dichtbegroeid veenmoeras waardoor kreken liepen. Vanaf het begin van de jaartelling werden het gebied geleidelijk in cultuur gebracht. In die tijd woonden de mensen op de hoger gelegen zand- en kleiruggen langs rivierstromen de Hollandsche IJssel en de Rotte. Naarmate de bevolking groeide, werd het moerasbos verder gekapt en het veen ontwaterd. Met de komst van molens in de 15e eeuw werd het droogleggen verbeterd, maar ook het inklinken versneld. In de 16e eeuw was akkerbouw niet meer mogelijk en werd geleidelijk overgestapt op veeteelt en weidegronden. In de 16e eeuw werden de natte polders uitgeveend voor de turfhandel. De tegenvallende veeteelt en de grote vraag naar turf door de groeiende steden waren hiervoor de aanleiding. Het uitvenen leidde tot grote waterplassen met een enorme diepte, die de omliggende landen bij storm ernstig bedreigde.

14

Om deze reden start men opnieuw met het inpolderen van de veenplassen. In de droogmakerijen ontstonden nieuwe akkerlanden, die dus op de bodem van de voormalige veenplas kwamen te liggen. Door het droogleggen van de veenplassen ontstonden onder andere Polder de Wilde Veenen (ook wel Polder de Honderd Morgen genoemd), Tweemanspolder en de Eendragtspolder. De molengang aan de Rottekade herinnert daar nog aan, net als de zuidelijker gelegen buurtschap Oud Verlaat. De Zuidplas, één van de grotere en diepste veenplassen van Zuid-Holland, ging een bedreiging vormen voor de omliggende steden en dorpen. Aan de rand van deze plas lagen vijf dorpen: Moordrecht, Nieuwerkerk aan den IJssel, Zevenhuizen, Moerkapelle en Waddinxveen. In de 19e eeuw werd de Zuidplas middels stoombemaling en meerdere molens drooggemaakt en ingepolderd. De polder kreeg een strak patroon met wegen en tochten. De Middelweg/Bredeweg (de middenas van het polderpatroon) verbond de kerktorens van Moerkapelle en Moordrecht. De vijf dorpen rondom de Zuidplaspolder werden direct met elkaar verbonden door de Ringvaart. Na de inpoldering van de Zuidplas werd ook de Prins Alexanderpolder gerealiseerd. De dorpen rondom de Zuidplaspolder zijn sindsdien gegroeid, met name vanaf de tweede helft van de vorige eeuw.

Door deze verstedelijking en door transformatie in de landbouw zijn de dorpen minder sterk verbonden geraakt met het omliggende land, al verschilt dat per dorp.

In de loop van de tijd zijn wegen en spoorwegen door het gebied aangelegd, waaraan nieuwe ontwikkelingen hebben plaatsgevonden. De grote landschappelijke structuren van de polders raakten hierdoor versnipperd. Langs de Hollandsche IJssel ligt nog een intact stukje veengebied dat niet op grote schaal werd afgegraven, omdat de kwaliteit van het veen te laag was en omdat veenafgraving dicht achter de dijk niet werd toegestaan door Schieland. Lange tijd overstroomde het Hitlandgebied regelmatig vanuit de Hollandsche IJssel, waardoor kleiafzettingen plaatsvonden. Dit soort overstromingen vonden plaats voor het gereed komen van de Schielands Hoge Zeedijk. Twee wielen (waterplassen) in Hitland Noord herinneren nog aan doorbraken in de dijk. Dit overgebleven veengebied met karakteristieke slagenlandschap is nog steeds een bijzonder deel van de zone aan de Hollandsche IJssel. Het onderscheid tussen de oude veenontginningen en de droogmakerijen is duidelijk te zien in het verkavelingspatroon en het hoogteverschil. Op de hoogte- en reliëfkaart is het hoogteverschil tussen het Hitlandgebied en Zuidplaspolder goed te zien.

Hoogtekaart en reliëf (AHN 2021) Hoogste punt (ca. 5 m. boven NAP)

Laagste punt (6,76 m. onder NAP)

15

Cultureel erfgoed Zuidplas is rijk aan cultureel erfgoed. De historische bebouwing in de dorpskernen, de watertoren van de tapijtenfabriek, de steenovens, de molens, de boerderijen en de inrichting van het landschap vertellen ons het verhaal van het ontstaan van de gemeente en hoe onze voorouders hier hebben geleefd. In Zuidplas bevinden zich 59 Rijksmonumenten, 43 gemeentelijke monumenten en 60 beeldbepalende panden. De Dorpsstraat en omgeving in Moordrecht is aangewezen als rijksbeschermd dorpsgezicht. Zie de gemeentelijke website voor een overzicht van monumenten en beeldbepalende panden in Zuidplas. In de Verordening fysieke leefomgeving Zuidplas wordt beschreven hoe de aanwijzing en instandhouding van gemeentelijke monumenten en hoe de vergunningverlening rondom gemeentelijke en rijksmonumenten en het rijksbeschermde dorpsgezicht zijn geregeld. In 2021 heeft de gemeenteraad de Erfgoedvisie Zuidplas 2021-2026 ‘Verbindend Erfgoed’ vastgesteld. Deze erfgoedvisie richt zich op lopende en toekomstige erfgoedvraagstukken en vormt een basis om zorgvuldig, duurzaam en toekomstgericht met ons erfgoed om te gaan. Deze nota omgevingskwaliteit bouwt voort op de erfgoedvisie.

Eendrachtsmolen, Zevenhuizen

16

Landschap en cultuurhistorie Veenlandschap met voormalig overstromingslandschap langs de Hollandsche IJssel Droogmakerijenlandschap (onderscheid akker/weide) Kreekrug Dijk Bos Historische dorpskern (waaronder het rijksbeschermd dorpsgezicht Moordrecht) Kerk Rijksmonumentale molen Overige rijksmonumenten* Abraham Kroesgemaal Wiel langs de Hollandsche IJssel Eendenkooi * Zie gemeentelijke website voor een overzicht van alle monumenten en beeldbepalende panden in Zuidplas.

17

2.2. Sterke dorpsidentiteiten De dorpen in Zuidplas zijn met elkaar verbonden via de ringvaart van Zuidplaspolder, maar hebben ieder een eigen oorsprong en identiteit. Dit is af te lezen aan landschappelijke structuren en verschillende rijkdommen aan erfgoed. Moordrecht Moordrecht is een oude dorpskern, die zijn ontstaan te danken heeft aan de grote ontginning van de wildernis aan het einde van de elfde, begin twaalfde eeuw. De veenmoerassen werden destijds ontgonnen om geschikt te maken voor bewoning en agrarische activiteiten, maar door het dalen van de bodem kwamen deze agrarische activiteiten in het nauw. De natte landerijen werden omgezet in veenwinningsgebied. De ligging aan de Hollandsche IJssel heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van het dorp. Op de dijk liep een weg, waarover Moordrecht lange tijd tol mocht heffen. Aan de oevers ontwikkelden zich allerlei aan de scheepvaart gerelateerde ambachten en handel. De klei op de uiterwaarden werd gebruikt voor het bakken van IJsselsteentjes. Een industrie die in Moordrecht tot 1920 heeft plaatsgevonden en die vanwege de kenmerkende gele steentjes bij heeft gedragen aan de identiteit van vele dorpen in de regio.

18

De dorpskern van Moordrecht is door het Rijk gewaardeerd met een status als rijksbeschermd dorpsgezicht. Het dorp heeft bovendien 24 rijksmonumenten, 9 gemeentelijke monumenten en 15 beeldbepalende panden. De KVT-toren en de kerk staan als opvallende bakens langs de Hollandsche IJssel. Hoewel grote delen van het voormalig Moordrechts grondgebied voor de turfwinning zijn afgegraven, is er tussen de Hollandsche IJsseldijk en de ringvaart nog een stukje van het oorspronkelijke ontginningspatroon herkenbaar. Nieuwerkerk aan den IJssel Nieuwerkerk aan den IJssel dankt haar naam aan de aanwezigheid van een kerk bij de stichting van het dorp. Al snel na de ontginningen kreeg ook Nieuwerkerk aan den IJssel het zwaar door de bodemdaling. Vervoer van turf vond plaats vanaf Kortenoord, maar werd via Gouda verhandeld. Nieuwerkerk aan den IJssel had een belangrijke tweede buurtschap aan de Middeleeuwse ’s-Gravenweg, de weg tussen Gouda en Kralingen. De baksteenindustrie was in Nieuwerkerk aan den IJssel een van de belangrijkste industrieën. Al vanaf de 15e eeuw zijn er steenbakkerijen langs de Hollandsche IJssel te vinden. Het gebruik van de kenmerkende ijsselsteentjes heeft bijgedragen aan de identiteit van de gehele regio.

De diversiteit van het erfgoed in Nieuwerkerk aan den IJssel komt tot uiting in de 14 rijksmonumenten, 12 gemeentelijke monumenten en 18 beeldbepalende panden. Langs de Kerklaan staan kleine villa’s uit de eerste forensenperiode. Het kenmerkende droogmakerijenlandschap met daarin de eerste nieuwe boerderijen en een eendenkooi geven nog steeds inzicht aan een nieuwe start in de droogmakerij. Ook de duidelijke kenmerken van een rivierenlandschap met wielen langs de IJsseldijk en de restanten van steenovens zijn duidelijk aanwezig binnen de grenzen van dit dorp. Moerkapelle Het dorp Moerkapelle wordt voor het eerst op de kaart gezien in 1542, als een ingetekende kerktoren met de aanduiding Op Moer erbij geschreven, een verwijzing naar de turfwinning. Nadat het volledig uitgeveende gebied werd drooggemalen in de 17e eeuw, ontstond een diepgelegen landschap met zeer vruchtbare kleigrond, die uitermate geschikt was voor agrarische activiteiten. In deze periode werden de eerste boerderijen door de rijke grondbezitters in de drooggemaakte polder gebouwd. Moerkapelle werd een rijke agrarische gemeente met weilanden (veeteelt) en akkers. Naast de ontwikkeling van de veenafgraving en de droogmaking heeft ook de (smokkel)handel een belangrijke rol gespeeld in de historie van Moerkapelle. De haven in de ringvaart is door een verbreding nog te herkennen.

De inmiddels verdwenen Donderdam werd gebruikt als sluiproute voor kleine schepen om de dure en drukke grachten van Gouda te omzeilen. In het dorp en het omringende gebied liggen 4 beschermde rijksmonumenten, 7 gemeentelijke monumenten en 6 beeldbepalende panden.

19

Zevenhuizen Het dorp begon als zeven huizen ter hoogte van het Korenmolengat, maar werd aan het begin van de 14e eeuw om economische redenen verplaatst naar de huidige locatie. Inwoners werden door rondtrekkende legers beroofd en hun huizen in brand gestoken. Het dorp verarmde en kromp. Waarschijnlijk speelde in de 14e en 15e eeuw ook de turfwinning een belangrijke rol bij de armoede van de Zevenhuizers. Al het land was inmiddels zo’n beetje verdwenen in de veenplassen. Na het droogmalen van de veenplassen, ontstonden zeer vruchtbare kleigronden en werd Zevenhuizen een agrarische gemeente. Er is een punt waarin Zevenhuizen zich echt onderscheidt van de andere dorpen in Zuidplas. Hier zijn namelijk de resten gevonden van dieren uit de laatste IJstijd. Ook zijn er binnen dit dorp jacht- en viskampementen uit de periode rond 4300 voor Christus gevonden. Onomstotelijk bewijs dat het gebied al voor Grote Ontginning in de 11e eeuw bewoond werd. Zevenhuizen heeft met zijn historische dorpskern waarin nog enkele fraaie gebouwen liggen en de grote dorpskerk het historische karakter weten te behouden. De ligging aan het recreatiegebied De Rottemeren benadrukt het landelijke karakter. De vele boerderijen in en om de dorpskern, de molenviergang en de Zevenhuizens Verlaat zijn duidelijke identiteitsdragers binnen het gebied.

Zevenhuizen en Oud Verlaat kennen 17 rijksmonumenten, 15 gemeentelijke monumenten en 23 beeldbepalende panden.

Dorpskerk, Nieuwerkerk

20

2.3. Stedenbouwkundige ontwikkelingen Zuidplas ligt op een strategische plek in de Randstad, op forens-afstand van Rotterdam, Den Haag en Utrecht en in een relatief open landschap. Het Rottemerengebied en Hitland maken deel uit van het Nationaal Landschap Groene Hart, de rest van de gemeente valt er buiten, waardoor de gemeente kan bijdragen aan de verstedelijkingsopgaven van de Randstad. De aanwezigheid van de autosnelwegen A12 en A20, de provinciale wegen N219, N453, N456 en N457, drie spoorlijnen (Gouda - Rotterdam, Gouda - Den Haag en Gouda - Leiden) zorgt voor een goede bereikbaarheid. Alleen voor Moerkapelle en Moordrecht geldt dit in mindere mate. De goede bereikbaarheid en het nog relatief open landschap maakt Zuidplas een aantrekkelijk vestigingsgebied voor mensen die elders in de randstad werken. Andersom trekt Zuidplas juist veel recreanten aan. Inwoners uit omliggende steden komen hier voor vrijetijdsbesteding de gemeente bezoeken, zoals het recreëren in het open agrarisch landschap of de groen- en recreatiegebieden als het Rottemerengebied, Hitland en de Hollandsche IJssel.

21

Versnippering en verrommeling van het landschap ligt wel op de loer. Sinds het einde van de 20ste eeuw is het landschap sterk veranderend; de vraag naar ruimte voor bedrijven, glastuinbouw en wonen is toegenomen. Dorpen worden uitgebreid in de polder, in het noorden en westen van de polder heeft de glastuinbouw zich ontwikkeld en rond de Gouweknoop zijn bedrijventerreinen ontstaan. Ook de oorspronkelijk agrarische linten verkleuren en raken steeds verder verdicht. Met toekomstige maatschappelijke opgaven als bodemdaling, verzilting, energietransitie en de continuerende verstedelijking in gedachten kunnen we ook in de toekomst veranderingen verwachten in het landschap. Deze opgaven bieden kansen om de versnippering en verrommeling tegen te gaan en de kernkwaliteiten van het landschap te versterken. De ontwikkeling van bijvoorbeeld het Middengebied ziet toe op een evenwichtige ontwikkeling van een nieuw dorp en een daar omheen liggend kwalitatief hoogwaardig landschap.

Stedenbouw en functies Historische dorpskern en bebouwingslinten Woonwijken Bedrijventerrein Glastuinbouw Buitengebied Recreatie- en natuurlandschap (Rottemeren, Hollandsche IJssel – Hitland, Groene Zoom, Groenblauwe zone en Groene Waterparel)

Bos Snelweg Spoorlijn met station Kerk Molen Overige rijksmonumenten Zie gemeentelijke website voor een overzicht van alle monumenten en beeldbepalende panden in Zuidplas.

22

2.4. Kernkwaliteiten Zuidplas

23

Ligging binnen de Randstad en het Groene Hart Zuidplas ligt op een strategische plek in de Randstad. Het Rottemerengebied en Hitland maken deel uit van het Nationaal Landschap Groene Hart. Infrastructuur zorgt voor een goede bereikbaarheid van de kernen en relatie met omliggende steden. Tevens bieden de snelwegen mooie doorzichten naar het landschap.

Landschappelijke verscheidenheid Zuidplas bestaat uit twee verschillende landschapstypen; het veenlandschap en het droogmakerijenlandschap. Het veenlandschap heeft een kenmerkend patroon van lange smalle ‘slagen’ en een drassige bodem. De droogmakerijen met kleibodem hebben een rechtlijnige opzet van linten en tochten. Daar doorheen kronkelen hoger gelegen kreekruggen als subtiele landschappelijke structuren.

> > >

> > >

Wonen in relatief open landschap, dorpsranden. Recreatief uitloopgebied met landschappelijke parels. Goede bereikbaarheid, beleving vanaf de snelweg.

Contrast veenlandschap en droogmakerijen. Elke droogmakerij heeft een eigen karakteristiek. Water speelt een belangrijke rol in het landschap.

Roeibaan, Eendragtspolder

24

25

Landschappelijke en cultuurhistorische dragers Dijken, linten, (veen)rivieren en tochten vormen belangrijke landschappelijke en cultuurhistorische dragers. Bakens zoals molens en kerken zijn vaak gekoppeld aan deze landschappelijke lijnen en samen maken ze het verhaal van Zuidplas zichtbaar en beleefbaar. Zo zijn molens en gemalen herkenningspunten van het droogmakerijenlandschap, de kerken zijn herkenningspunten van de dorpen langs de Zuidplas en wielen en zellingen herinneren aan het overstromingslandschap langs de Hollandsche IJssel.

Sterke dorpsidentiteiten De dorpen in Zuidplas zijn met elkaar verbonden via de ringvaart van Zuidplaspolder, maar hebben ieder een eigen oorsprong, identiteit en ontwikkeling. Behalve de dorpen liggen er ook een paar unieke buurtschappen in Zuidplas met een eigen bijzondere geschiedenis. Met het Vijfde Dorp in de Zuidplaspolder wordt een nieuw dorp gecreëerd met een eigen dorpse karakteristieken met het bestaande verkavelingspatroon van de droogmakerij en de kreekrug als belangrijke dragers.

> > > >

> > > >

Historische rivier- en polderdijken (incl. molens, gemalen en kerken). Veenrivieren (incl. zellingen en wielen). Polderlinten en tochten (nog herkenbare polderstructuren). Kreekrug (geologische structuur, subtiele hoogteverschillen).

Verbonden dorpen door ringvaart Zuidplas. Elk dorp een andere oorsprong en identiteit. Unieke buurtschappen. Sociale dorpse verbondenheid met bijbehorend voorzieningenniveau.

Bebouwingslinten Het karakter van een bebouwingslint is gerelateerd aan de landschappelijke drager waarlangs of waarop deze zich bevindt en in welke landschappelijke eenheid deze ligt. Linten in de droogmakerijen hebben vaak een agrarisch en functioneel karakter. De erven liggen evenwijdig aan de verkaveling en dus ook haaks op de ontginningsassen en infrastructuur van het gebied. De erven hebben een duidelijk onderscheid tussen representatief voorerf en bedrijfsmatig achtererf.

Bedrijvigheid in landschappelijk raamwerk Binnen de structuur van de polder is een groot deel van de Zuidplaspolder verdicht met bedrijvigheid. Bedrijventerreinen zijn geconcentreerd in de ‘oksels’ van infrastructuur. De glastuinbouw heeft zich in grofweg twee gebieden geconcentreerd, waarbij de polderstructuur behouden is gebleven. Polderlinten, maar ook de tochten en de verkavelingsrichting is nog goed herkenbaar.

Tussen polderlinten onderling bestaan ook verschillen. Zo heeft de hoofdas van de Zuidplaspolder (Bredeweg/Middelweg) een breder profiel dan andere polderlinten. De ’s Gravenweg in Hitland vormt een oudere ontginningsas in het veenlandschap en kenmerkt zich als een smalle polderweg met aan beide zijden sloten, geflankeerd door wilgen.

Middelweg Breed profiel met vrijliggend fietspad, wegbeplanting en langs beide zijden sloten

> >

26

Tweede Tochtweg Smalle polderweg met langs één zijde een brede tocht en langs de andere zijde een smallere sloot

‘s Gravenweg Smalle polderweg met sloten langs beide zijden en geflankeerd door wilgen

Onderscheid dichtbebouwde dorpslinten en open landelijke linten. Representatieve agrarische erven.

> >

Glastuinbouw binnen polderstructuur. Logistiek (bedrijventerreinen) in snelweg ‘oksels’.

De Jonge Veenen, Moerkapelle

27

3. Gebiedsgericht kwaliteitsbeleid Elk gebied heeft zijn eigen geschiedenis, gebruikers, uitstraling en ontwikkeling en daarmee ook een eigen omgevingskwaliteit. Het is daarom belangrijk te streven naar een gebiedsgerichte aanpak, afgestemd op de kwaliteiten van het gebied. Elk gebied verdient specifieke aandacht op de punten waarop de gemeente haar identiteit als gemeente wil versterken.

3.1. Ruimtelijke samenhang De ruimtelijke analyse in hoofdstuk 2 vormt de basis voor een ruimtelijke indeling van Zuidplas. Er is onderscheid gemaakt in gebieden, structuren en objecten. Ze vormen tezamen de ruimtelijke samenhang van Zuidplas. In bijlage 1 is de ruimtelijke indeling gedetailleerd op kaart weergegeven. Gebieden Elk onderdeel verdient specifieke aandacht op de punten waarop de gemeente haar identiteit als gemeente wil versterken. De voorgestelde indeling zijn gebaseerd op de aanwezige cultuurhistorische, landschappelijke en ruimtelijk-functionele karakteristieken en het bestaande beleid zoals de omgevingsvisie.

28

Dorpen en buurtschappen - Historische dorpskernen (met centrumvoorzieningen) -

Dorpslinten

-

Buurtschappen

-

Winkelcentra

-

Woongebieden (onderscheid per bouwperiode/typologie)

-

Sportvoorzieningen

Werkgebieden - Bedrijventerreinen -

Glastuinbouwgebieden

Landschappen - Hollandsche IJsselzone -

Rottemerengebied

-

Moderne droogmakerijen

Structuren De verschillende gebieden worden doorsneden door lijnen zoals infrastructuur, waterlopen en dijken. De structuren vormen ruimtelijke dragers van het landschap. In sommige gevallen zijn langs deze structuren bebouwingslinten ontstaan waarmee ze bepalend zijn voor de ontstaansgeschiedenis en ruimtelijke structuur van de dorpen. Landschappelijke dragers - Ringvaart met dijken -

Rivier- en polderdijken (inclusief De Rotte en Hollandsche IJssel)

-

Landelijke bebouwingslinten

-

Tochten

Objecten De ruimtelijke kwaliteit van Zuidplas wordt mede bepaald door de aanwezigheid van typische en markante gebouwen. Deze gebouwen zijn deels beschermd als monument. Ze vormen vaak identiteitsbepalende bakens in het landschap en geven betekenis aan plekken in de dorpskernen. Kerktorens en molens vormen letterlijk door hun hoogte herkenningspunten. Vaak markeren ze bijzondere plekken met een belangrijke historische oorsprong en daarmee betekenis. Ook de beschermde monumenten zijn bepalend voor de omgeving waar ze liggen. Door hun eigenheid in ligging, functie en/of monumentale waarde kunnen objecten een eigen regieniveau krijgen ten opzicht van het omliggende gebied.

Infrastructuur - Snelwegen en verbindingswegen

Bakens - Molens en molenbiotopen

-

-

Kerktorens

-

Watertoren Moordrecht

Spoorlijn met station

Overige monumenten en beeldbepalende panden - Rijksmonumenten

29

-

Gemeentelijke monumenten

-

Beeldbepalende panden

Ruimtelijke indeling Zuidplas (voor een gedetailleerde overzichtskaart zie bijlage 1) Gebieden Historische dorpskernen en -linten Buurtschappen Winkelcentrum Woongebieden Sportvoorzieningen Bedrijventerreinen Glastuinbouw Hollandsche IJsselzone Rottemerengebied Moderne droogmakerijen Structuren Ringvaart met dijken Rivier- en polderdijken (incl. De Rotte en Hollandsche IJssel) Tochten Landelijke bebouwingslinten Snelwegen en verbindingswegen Spoorlijn met station Objecten Molens en molenbiotopen Kerktorens Rijksmonumenten Alleen de rijksmonumenten staan op de kaart. Zie gemeentelijke website voor een overzicht van alle monumenten en beeldbepalende panden in Zuidplas.

30

3.2. Vier regieniveaus Uitwerking gebieden, structuren en objecten In bijlage 2 zijn uitwerkingen opgenomen van de verschillende gebieden, structuren en objecten. Deze uitwerkingen bestaan per onderdeel uit een beschrijving en de kernkwaliteiten. De uitwerkingen kunnen voor initiatiefnemers een uitgangspunt vormen voor nieuwe ontwikkelingen. Daarnaast worden de uitwerkingen ook gebruikt bij de beoordeling van concrete initiatieven. Ze vormen ook input voor de gebiedspaspoorten die dienen als basis voor het omgevingsplan. Deze gebiedspaspoorten worden in co-creatie opgesteld met omwonenden en andere belanghebbenden binnen de kaders van reeds vastgesteld beleid. Het gebiedspaspoort omschrijft hoe we de bestaande waarden in het gebied kunnen beschermen terwijl er tegelijkertijd ruimte is en blijft voor nieuwe ontwikkelingen. Het paspoort is een inspiratiebron voor mensen die in het gebied een initiatief willen ontwikkelen. Na vaststelling zijn ook deze gebiedspaspoorten onderdeel van het beoordelingskader om sturing te geven aan de gewenste omgevingskwaliteit bij de advisering over concrete initiatieven.

Regie bestaat uit een set aan instrumenten met betrekking tot regels en proces (advisering en participatie). De mate aan regie wordt bepaald door aanwezige kwaliteit maar ook de mate van dynamiek in gebruik, openbaarheid en fysieke veranderingen. In een gebied met een uniforme groep gebruikers en eigenaren, zoals een woonwijk uit de jaren ‘80, kan de verantwoordelijkheid meer bij de initiatiefnemer en bewoners zelf komen te liggen. In centrumgebieden of het buitengebied is de dynamiek en gebruikersgroep groter en meer divers. Voor deze gebieden wordt meer regie verwacht vanuit de gemeente met specifieke regels en waar nodig een gebiedsaanpak waarbij participatie met de stakeholders centraal staat. Zie bijlage 1 met een overzichtskaart van de regieniveaus. Niveau 1: Minimale regie De verantwoordelijkheid voor een goede omgevingskwaliteit ligt in eerste instantie bij de initiatiefnemer. Dat betekent dat de gemeente alleen ingrijpt als er sprake is van een exces, oftewel als er sprake is van een ernstige ontsiering van de omgeving. Het is daarom belangrijk dat de initiatiefnemer zich vooraf goed laat informeren en voldoet aan de gestelde kwaliteitsdoelen, gebiedskarakteristieken en eventuele participatieplicht om zo een exces te voorkomen. Vrijblijvende advisering door gemeente is op verzoek altijd mogelijk. Voor de volgende onderdelen is het minimale regieniveau van toepassing: -

31

woongebieden; sportvoorzieningen; bedrijventerreinen (m.u.v. Oostpolderweg, De Vijf Boeken en Parallelweg Zuid 215).

Dit regieniveau is vergelijkbaar met de welstandsvrije gebieden uit de welstandsnota van 2015. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in deze gebieden is vooraf geen gemeentelijke kwaliteitsbeoordeling nodig ten aanzien van het uiterlijk van bouwwerken. Er wordt dus vooraf ook geen advies gevraagd aan de gemeentelijke adviescommissie. Wel zal er ambtelijk gekeken worden naar de andere aspecten ten aanzien van omgevingskwaliteit, zoals stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing. Niveau 2: Basisregie De regie is gericht op behouden of versterken van de basiskwaliteit om verrommeling te voorkomen. Bij veranderingen of ontwikkelingen is de regie er op gericht dat een ingreep moet ‘passen’ in de omgeving. Het is dus van belang dat een ontwerp past bij de bestaande gebiedskwaliteiten. Voor de volgende onderdelen is het basis regieniveau van toepassing: -

winkelcentra; bedrijventerrein Oostpolderweg (Moordrecht), De Vijf Boeken (Nieuwerkerk aan den IJssel), beiden gelegen in Hollandsche IJsselzone; bedrijventerrein Parallelweg Zuid 215 (Van Vliet Trucks); glastuinbouwgebieden; moderne droogmakerijen (Zuidplaspolder inclusief bebouwingslinten en tochten).

In deze situaties wordt vooraf beoordeeld of het voldoet aan beoordelingskaders zoals opgenomen in deze nota of aanvullende beeldkwaliteitsplannen.

32

Dit kan in deze gebieden vaak met meer gestandaardiseerde regels en eenvoudige procedures. Daarbij kan voor grotere ontwikkelingen advies worden gevraagd aan de gemeentelijke adviescommissie. Niveau 3: Maatwerk regie Voor het beschermde erfgoed, de historische dorpskern en -linten en de karakteristieke onderdelen van het buitengebied staan zorgvuldige inpassing en maatwerk centraal met extra aandacht voor omgevingskwaliteit, zoals de stedenbouwkundige, cultuurhistorische of landschappelijke waarden. Nieuwe eigentijdse invullingen zijn mogelijk binnen de aangegeven gebiedskwaliteiten en kaders. Voor de volgende onderdelen is het maatwerk regieniveau van toepassing: -

rijksbeschermd dorpsgezicht Moordrecht; historische dorpskernen en dorpslinten; ringvaart met dijken; rivier- en polderdijken; Hollandsche IJsselzone (inclusief. zellingen en buurtschap VerHitland en andere bebouwingslinten); Rottemerengebied (inclusief buurtschap Oud Verlaat en andere bebouwingslinten); molens, kerken en alle overige beschermde monumenten (inclusief directe omgeving) en beeldbepalende panden.

Voor deze situaties wordt vooraf altijd advies gevraagd aan de gemeentelijke adviescommissie. De commissie baseert haar advies op basis van beoordelingskaders zoals opgenomen in deze nota of aanvullende beeldkwaliteitsplannen en dergelijke.

Niveau 4: Eigen regie Ontwikkelingen of transformaties die de bestaande karakteristiek of het gebruik drastisch veranderen vragen om een eigen aanpak gericht op veranderen en toevoegen van nieuwe kwaliteiten. De dynamiek is zeer groot, de gebruikers en eigenaren heel divers en de onderlinge verhoudingen soms complex door botsende belangen. Het opstellen van kaders en regels heeft pas zin als de ambities in samenspraak met alle stakeholders zijn gedefinieerd. Vervolgens kunnen instrumenten worden ingezet die gericht zijn op de specifieke ontwikkeling, zoals beeldkwaliteitsplannen en het inzetten van een supervisor of een kwaliteitsteam. Een eigen regie is alleen van toepassing als het plangebied door de gemeenteraad als zodanig wordt aangewezen. Besluit tot aanwijzing kan gelijktijdig plaatsvinden met het vaststellen van een masterplan of beeldkwaliteitsplan voor een ontwikkelgebied. Nadat een ontwikkeling is afgerond of als er geen sprake meer is van een ‘eigen regie’ kan het college besluiten om dit regieniveau in te trekken. Het college moet dan gemotiveerd aangeven welk ander regieniveau van toepassing is voor het betreffende gebied. Het (jaarlijkse) evaluatiemoment van het beleid kan gebruikt worden om over benodigde aanpassingen in de Nota Omgevingskwaliteit Zuidplas te laten besluiten. Op dit moment is sprake van meerdere ontwikkelgebieden met een eigen regieniveau.

Zie daarvoor de overzichtskaart in bijlage 1 en bijlage 3 met een overzicht van de beeldkwaliteitsplannen.

33

Randen en overgangsgebieden Kwaliteiten ontmoeten elkaar waar gebieden elkaar overlappen, doorkruisen en aan elkaar grenzen. Zo zijn dorpen verbonden met het buitengebied, heeft weidsheid ook horizonnen en betekenisvolle bakens nodig en wordt een woonwijk anders aanschouwd dan een bedrijventerreinen. Een baken is een herkenningspunt zoals de kerktorens van de dorpen, het kan ervoor zorgen dat mensen zich beter kunnen oriënteren in het gebied.

Waar kwaliteiten elkaar ontmoeten kan het ‘schuren’, maar dat kan juist een nieuwe of versterkte kwaliteit opleveren. Daar waar de contrasten het grootst zijn ontstaat namelijk dynamiek en discussie. Een goede voedingsbodem voor kwaliteit, mits de juiste regie en deskundigheid aanwezig is. Dat betekent dat hogere eisen gesteld kunnen worden aan de uitstraling van ontwikkelingen op plekken waar gebieden elkaar overlappen en aan elkaar grenzen, zoals dorpsranden en bebouwingslinten. Het hoogste regieniveau is dan van toepassing en er zal altijd sprake zijn van een ontwerpopgave waarbij zorgvuldig wordt gekeken naar de verschillende kwaliteiten, perspectieven en koppelkansen. Uitgangspunt is dat het ‘hoogste’ regieniveau leidend is.

3.3. Samenhang regieniveaus met adviesprocessen De vier verschillende regieniveaus hebben gevolgen voor de advisering bij concrete initiatieven en vergunningaanvragen. Daarbij is onderscheid te maken in verschillende vormen van advisering. Beleidsgerichte advisering - Welke kaders stellen we? Deze adviezen gaan over het ruimtelijk beleid voor de fysieke leefomgeving inclusief monumenten en erfgoed. Deze advisering heeft geen vast omschreven vorm en kan gevraagd of ongevraagd gegeven worden. Beleidsgerichte advisering wordt vooral gedaan door ambtenaren maar kan ook worden gegeven door de gemeentelijk adviescommissie, een supervisor of kwaliteitsteam, bijvoorbeeld bij het maken van een beeldkwaliteitsplan.

34

Ontwerpgericht advies - Hoe kan een initiatief bijdragen? Tussen het schetsontwerp en het uiteindelijke ontwerp zorgt deze advisering voor het verbeteren van het ontwerp van initiatieven die veelal een grote impact hebben. Ontwerpgerichte advisering is onderdeel van een informeel ontwerpproces waarin ontwerpers samen schetsen en overleggen. Ontwerpgerichte adviezen zijn vooral van belang bij gebieden met een maatwerk regie of een eigen regie en kunnen gegeven worden door de ambtelijk adviseurs, de gemeentelijke adviescommissie, de supervisor en/of het kwaliteitsteam.

Opgavegericht advies - Wat kan een initiatief bijdragen? Opgavegerichte advisering vindt plaats bij de start van een initiatief of project. De advisering gaat vooral over de bijdrage van het initiatief aan de omgeving. Het gaat dan om een open gesprek met de initiatiefnemer en/of betrokkenen uit de samenleving. Door het advies vooraan in het proces mee te geven kan een initiatief verrijkt worden met kwaliteitsambities van gemeente en omwonenden.

Beoordelingsgericht advies - Past het initiatief binnen de regels? De beoordelingsgerichte advisering richt zich op (vooroverleg over) een vergunningaanvraag. Het is gebaseerd op de basisregels in deze Nota Omgevingskwaliteit Zuidplas, het beeldkwaliteitsplan en eventuele adviezen die tijdens eventuele voorgaande adviesfasen zijn gemaakt. De beoordeling heeft de functie van check en vangnet. De beoordelingsgerichte advisering vindt plaats in gebieden met een basis, maatwerk en eigen regie. Niet in gebieden met een minimale regie.

Deze vorm van advisering vindt in principe alleen plaats in gebieden met een eigen regie en kan gegeven worden door de ambtelijk adviseurs, de supervisor, het kwaliteitsteam en/of de gemeentelijke adviescommissie.

Beoordelingsgerichte adviezen kunnen gegeven worden door (een gemandateerde van) de gemeentelijke adviescommissie en de ambtelijke adviseurs en plantoetsers.

Samenhang tussen de vier regieniveaus en de adviesprocessen

Minimale regie

Basis regie

Maatwerk regie

Eigen regie -

-

35

Beeldkwaliteitsplan en adviesprocessen (laten) opstellen en vaststellen door gemeenteraad. Beleidsgericht advies (bijv. input beeldkwaliteitsplan).

-

Opgavegericht en ontwerpgericht advies tijdens ontwikkeltraject.

-

Beoordelingsgericht advies bij vergunningaanvraag.

route 1: vergunningvrij

route 2: kleine ingreep passend in bestemmingsplan/omgevingsplan of kruimelgeval

-

Achteraf beoordelingsgericht advies mogelijk bij exces.

-

Ambtelijk advies.

-

Achteraf beoordelingsgericht advies mogelijk bij exces (bij zorgplicht in omgevingsplan).

Achteraf beoordelingsgericht advies mogelijk bij exces.

-

Ambtelijk advies.

-

Beoordelingsgericht advies gemeentelijke adviescommissie (in beginsel door gemandateerde).

Achteraf beoordelingsgericht advies mogelijk bij exces.

-

Ambtelijk advies.

-

Ontwerpgericht en/of beoordelingsgericht advies gemeentelijke adviescommissie.

Achteraf beoordelingsgericht advies mogelijk bij exces.

-

Ambtelijk advies.

-

Beleidsgericht advies (input bkp) kan door supervisor, kwaliteitsteam en/of gemeentelijke adviescommissie.

-

Opgavegericht en/of ontwerpgericht advies kan door supervisor, kwaliteitsteam en/of gemeentelijke adviescommissie.

-

Beoordelingsgericht advies gemeentelijke adviescommissie (in beginsel door gemandateerde). Na opgave- en ontwerpgerichte advisering is het beoordelingsgerichte advies over de vergunningaanvraag door de adviescommissie meestal niet anders dan het eerdere advies en is dus te zien als formele eindcontrole.

-

-

-

route 3: complexe ingreep niet passend in bestemmingsplan/omgevingsplan

3.4. Grotere (her)ontwikkelingen Deze nota bevat geen beoordelingskaders voor (her)ontwikkelingsprojecten die de bestaande ruimtelijke structuur en karakteristiek doorbreken, zoals herstructurering- en nieuwbouwgebieden. Er is sprake van een grote (her)ontwikkeling als: -

een ontwikkeling de bestaande fysieke structuur en karakteristiek doorbreekt;

-

een ontwikkeling niet gericht is op één gebouw, maar van invloed is op een heel gebied;

-

er sprake is van een nieuw stedenbouwkundig plan, waarbij veelal een bestemmingsplan of omgevingsplan nodig is of sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

In deze gevallen is sprake van een zodanige schaalvergroting of contrast met de omgeving dat deze onvoldoende zijn in te passen binnen de bestaande structuur. Hiervan mag van de ontwerper of aanvrager een grotere inspanning worden verwacht om de kwaliteit van het gebied te helpen opbouwen. Bij incidentele/individuele bouwplannen die vooral objectgericht (gericht op één gebouw of bouwwerk) zijn en toch afwijken van de bestaande karakteristiek volstaan de criteria voor het uiterlijk van grote bouwplannen in relatie tot de gebiedskwaliteiten en -ambities (paragraaf 5.2). Voor een grotere (her)ontwikkeling is vaak een ‘eigen regie’ (zie paragraaf 3.2. Vier regieniveaus) van toepassing. Het opstellen van kaders en regels heeft pas zin als de ambities in samenspraak met alle stakeholders zijn gedefinieerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12759313/1