Bijlage 1 Integraal Huisvestingsplan Onderwijs Zuidplas 2023-2027 Z23.000934
Tekst van het document
Bouwkundige staat: De basis voor de beoordeling van de bouwkundige staat is de economische en technische levensduur van een schoolgebouw. Het gekozen uitgangspunt is dat een schoolgebouw gemiddeld een economische en technische levensduur heeft van 40 jaar. Rond het 40ᵉ levensjaar van een schoolgebouw ontstaat er een natuurlijk moment waarop bouwkundige elementen vervangen moeten worden. Er wordt ook rekening gehouden met eventuele levensduurverlengende renovaties van 20 of 40 jaar. Daarnaast wordt de status van de bouwkundige elementen beoordeeld en wordt gekeken naar de gemiddelde uitgaven voor onderhoud in relatie tot de voormalige materiële instandhoudingsvergoeding.
3.
Veiligheid: de basis voor de beoordeling van de veiligheid van een schoolgebouw is de gebruiksvergunning van de brandweer. Daarmee wordt voldaan aan de voorschriften over het beperken van de kans op brand, het beperken van de gevolgen van brand en het vluchten uit een gebouw bij brand.
Het kan voorkomen dat er veiligheidsproblemen zijn in een gebouw welke niet direct in strijd zijn met de gebruiksvergunning en andere wettelijke eisen. In dat geval worden deze benoemd en wordt de score eventueel aangepast. 4.
Binnenmilieu: de basis voor de beoordeling van het binnenmilieu van een schoolgebouw is de mogelijkheid om lesruimten voldoende te kunnen ventileren. Er wordt bij de aanwezigheid van een gebalanceerde installatie of mechanisch ventilatiesysteem gekeken naar welke Frisse Scholen Klasse gerealiseerd is. In 2012 en 2015 zijn de eisen in het Bouwbesluit voor
Pagina 20 van 50
nieuwbouw zodanig verzwaard, dat bij nieuwbouw voor het binnenmilieu minimaal klasse B gerealiseerd moet worden. Zonder een gebalanceerde installatie of mechanisch ventilatiesysteem kan een schoolgebouw niet voldoen aan de huidige eisen en normen uit het Bouwbesluit. Dan resteren slechts natuurlijke ventilatiemogelijkheden. Daarbij wordt in de beoordeling een onderscheid gemaakt in de hoogte van de natuurlijke ventilatiemogelijkheden. 5.
Exploitatie & Duurzaamheid: de basis voor de beoordeling van de exploitatie van een schoolgebouw het verbruik van gas- en elektra ten opzichte van de voormalige mi-vergoeding.
6.
Onderwijskundige functionaliteit: de basis voor de beoordeling van de onderwijskundige functionaliteit van een schoolgebouw is het aan te passen bruto vloeroppervlak (bvo) om het gebouw weer volledig aan te laten sluiten bij het onderwijskundige wensen van de school. Dit wordt als volgt geïnventariseerd:
Er wordt gevraagd naar de onderwijskundige visie en het concept van de school. Deze wordt uitgebreid toegelicht. In gesprek met de directie wordt geduid welke lesruimten eventueel ontbreken om het onderwijsconcept te faciliteren. Vervolgens wordt stilgestaan bij het eventueel ontbreken van aanvullende ruimten zoals gemeenschappelijke ruimten (aula), praktijkruimten (in het VO), stafruimten, bergruimten en ruimten voor passend onderwijs (mindervalide toiletten en rolstoeltoegankelijkheid).
Referentie: 1559605-0062.0.1.
Pagina 21 van 50
5.4. Scenario’s De scenario’s geven per kern aan wat de status van de school locaties is en welke scenario’s hiervoor voorzien zijn. De status per schoollocatie is op basis van een aantal gegevens samengevat in een kaart per kern.
5.4.1 Toelichting kaarten De kaarten maken per kern scenario’s inzichtelijk die in samenspraak met de schoolbesturen tot stand zijn gekomen. Hieronder volgt een toelichting over hoe de kaarten en labels gelezen moeten worden: • De labels in de kaarten geven een toelichting op het betreffende schoolgebouw. • De kleur van de stip op de kaart correspondeert met het schoolbestuur. • Onder de schoolnaam staat de quickscanscore weergegeven met de kleur van de vervangingstermijn. In het geval van meerdere bouwdelen, zijn er ook meerdere quickscanscores. • Het label geeft de leerlingenprognose voor 2023, 2027 en 2037 weer. • Het label geeft de bijbehorende ruimtebehoefte, bestaande m² bvo en ruimtetekorten/-overschotten weer. Overschotten worden hierbij in het groen weergegeven en tekorten in het rood.
Referentie: 1559605-0062.0.1.
Vervangingstermijn 0-5 jaar 5-10 jaar 10-20 jaar >20 jaar
Pagina 22 van 50
5.4.2 Zevenhuizen 0 tot 5 jaar CBS de Eendragt: het gewenste scenario is uitbreiding voor het toekomstige ruimtetekort. Er wordt uitgegaan van een uitbreiding van 373m2. Dit is gebaseerd op de piek van het ruimtetekort in 2029. In een haalbaarheidsstudie dient de exacte omvang van de uitbreiding nader onderzocht te worden. IKC Koningskwartier: het gewenste scenario is uitbreiding voor het toekomstige ruimtetekort. Er wordt uitgegaan van een uitbreiding van 202m2. Dit is gebaseerd op de piek van het ruimtetekort in 2027. In een haalbaarheidsstudie dient de exacte omvang van de uitbreiding nader onderzocht te worden. OBS ’t Reigerbos: voor de beide locaties zijn geen opgaven voorzien in de periode 0 tot 20 jaar.
Referentie: 1559605-0062.0.1.
Pagina 23 van 50
5.4.3 Kern Oud Verlaat 0 tot 5 jaar CBS de Nessevliet: het gewenste scenario is nieuwbouw of renovatie voor de oude bouwdelen uit 1913/1950/1985 binnen 0 tot 5 jaar en voor het semi permanente bouwdeel uit 2015 binnen 5 tot 10 jaar (slechts twee lokalen). Gelet op de beperkte omvang en het tijdelijke karakter van het semi permanente gedeelte wordt de opgave als één geheel opgenomen voor de periode 0 tot 5 jaar. Het op de kaart weergeven ruimtetekort wordt door het schoolbestuur niet ervaren omdat het aantal lokalen passend is. Er mist wel een speellokaal. Op het moment van nieuwbouw of renovatie wil het schoolbestuur streven naar een omvang van 220 leerlingen zodat de school een volume heeft wat aansluit op de in de bouwstenen (par. 3.4.) geformuleerde omvang. In een haalbaarheidsstudie dient nader onderzocht te worden wat de daadwerkelijke omvang van de school kan worden en op welke locatie de school gehuisvest wordt. Door het schoolbestuur is aangegeven dat de inpasbaarheid van een mogelijk nieuw gebouw op de huidige locatie lastig is, mede gelet op een conciërge woning die niet in eigendom is van het schoolbestuur of de gemeente. Een eerste gedacht is om de nieuwbouw van de school te combineren met dorpshuis de Vierkap.
Referentie: 1559605-0062.0.1.
Pagina 24 van 50
5.4.4 Kern Moordrecht 0 tot 5 jaar RKBS Sint Jozef / PCB Meester Lalleman: het gewenste scenario is uitbreiding voor het toekomstige ruimtetekort. Er wordt uitgegaan van een uitbreiding van 311m2. Dit is gebaseerd op de piek van het ruimtetekort in 2028. In een haalbaarheidsstudie dient de exacte omvang van de uitbreiding nader onderzocht te worden. OBS Ixieje: het gewenste scenario is nieuwbouw of renovatie voor het gebouw uit 1998 in de periode 5 tot 10 jaar. Dit is een relatief korte termijn gezien de leeftijd van dit gebouw. Uit de quickscan is gebleken dat het schoolbestuur relatief hoge kosten heeft voor onderhoud en dat het gebouw een onlogische structuur en vorm van klaslokalen heeft. Dit beperkt de onderwijskundige mogelijkheden. Er wordt uitgegaan van een omvang van 191 leerlingen, dit is de huidige teldatum van 2022. In een haalbaarheidsstudie dient de exacte omvang nader onderzocht te worden.
Referentie: 1559605-0062.0.1.
Pagina 25 van 50
5.4.5 Kern Moerkapelle Lopende projecten vanuit vorige IHP OBS Keijzerschool en CBS Rehoboth: er vindt uitbreiding plaats voor het huidige en toekomstige ruimtetekort in een nieuw gebouw. De gemeente en de schoolbesturen werken aan een plan voor vier tijdelijke lokalen voor de korte termijn en tien permanente lokalen voor de lange termijn (in totaal 1000m2 BVO extra per 2024 met de aanname dat dit per school 500m2 betreft).
Referentie: 1559605-0062.0.1.
Pagina 26 van 50
5.4.6 Kern Nieuwerkerk aan den Ijssel, primair Onderwijs
Referentie: 1559605-0062.0.1.
Pagina 27 van 50
Lopende projecten vanuit vorige IHP RKBS de Wingerd loc. Kroonkruid, CBS Gideon, loc. Kroonkruid en OBS Prins Willem Alexander, loc. Goudmos: er dient nieuwbouw gerealiseerd te worden voor de scholen. De gemeente en de schoolbesturen werken aan een plan voor de definitiefase van dit project. OBS Prins Willem Alexander, loc. Donge en CBS Gideon, loc. Esse: er dient uitbreiding plaats te vinden voor het huidige en toekomstige ruimtetekort. De gemeente en de schoolbesturen werken aan een plan voor de realisatie van 1.009m2 in en om het bestaande gebouw. In dit plan wordt de kinderopvang elders gehuisvest. RKBS de Wingerd, loc. Van Beethovenlaan: het op de kaart weergegeven ruimtetekort wordt in de huidige situatie opgelost doordat de school drie lokalen in medegebruik heeft. 0 tot 5 jaar De Loofboom: het gewenste scenario is nieuwbouw of renovatie voor het gebouw uit 1978/1988 en enkele stafruimten uit 2006. Gezien de verwevenheid van de bouwdelen wordt de opgave als één geheel opgenomen voor de periode 0 tot 5 jaar. Er wordt uitgegaan van een omvang van 118 leerlingen, dit is de huidige teldatum van 2022. In een haalbaarheidsstudie dient de exacte omvang nader onderzocht te worden. OBS de Terp: het gewenste scenario is nieuwbouw of renovatie voor het gebouwdeel uit 1949/1959 in de periode 0 tot 5 jaar en voor het gebouwdeel uit 1998 in de periode 5 tot 10 jaar.
Gezien de verwevenheid van de bouwdelen wordt de opgave als één geheel opgenomen voor de periode 0 tot 5 jaar. Er wordt uitgegaan van een omvang van 181 leerlingen, dit is de huidige teldatum van 2022. In een haalbaarheidsstudie dient de exacte omvang nader onderzocht te worden.
215 leerlingen, dit is de huidige teldatum van 2022. Daarbij wordt een verdeling gehanteerd van 60% in de periode 0 tot 5 jaar en 40% in de periode 5 tot 10 jaar. In een haalbaarheidsstudie dient de exacte verdeling en de mogelijkheid om de opgave integraal aan te pakken in bijvoorbeeld de periode 5 tot 10 of 10 tot 20 jaar nader onderzocht te worden. Integrale opgave De Loofboom, OBS de Terp en ABBS Montessori: gezien de vergelijkbare vervangingstermijn van de schoolgebouwen en de relatief beperkte afstand tot elkaar in Nieuwerkerk aan den Ijssel is met de schoolbesturen gesproken over een mogelijke clustering van twee of drie van de scholen. De schoolbesturen hebben aangegeven hier open voor te staan en dit nader te willen verkennen in een haalbaarheidsstudie. PCPONWK geeft wel aan dat zij in basis de voorkeur geeft aan solitaire huisvesting. Daarnaast hebben de schoolbesturen aangegeven dat een clustering van twee scholen uit ervaring meer voor de hand ligt dan een clustering van drie scholen. Dit onderzoek dient tijdig te worden opgestart. Opvang nieuwkomers / CBS Elim: in de huidige situatie worden door de school twee groepen nieuwkomers (in totaal 33 leerlingen) opgevangen. Naar verwachting zal in de gemeente Zuidplas de behoefte aan deze opvang toenemen naar ca. 7 groepen (in totaal ca. 110 leerlingen).
De gemeente en schoolbesturen zijn in overleg over de mogelijkheid om capaciteit te creëren Leerlingen Speciaal Basisonderwijs: de gemeente Zuidplas zet in op inclusief onderwijs. Momenteel (teldatum 2022) zijn er 91 leerlingen in de gemeente Zuidplas die elders gebruik maken van het speciaal basisonderwijs (SBO). De gemeente wil samen met de schoolbesturen bij nieuwbouw/renovatie opgaven ook ruimte creëren voor thuisnabij onderwijs voor het SBO. Er wordt uitgegaan van mogelijke huisvesting voor deze 91 leerlingen bij de nieuwbouw/renovatie opgaven in Nieuwerkerk aan den Ijssel.
ABBS Montessori: het gewenste scenario is nieuwbouw of renovatie voor het gebouwdeel uit 1966/1991 in de periode 0 tot 5 jaar en voor het gebouwdeel uit 2002 binnen 10 tot 20 jaar. Gelet op de omvang van het gebouwdeel uit 2002 wordt deze opgave gefaseerd over deze twee termijnen. Er wordt uitgegaan van een omvang van
Referentie: 1559605-0062.0.1.
Pagina 28 van 50
5.4.7 5e dorp De realisatie van het Vijfde Dorp is een grote opgave en zal naar verwachting ca. 8.000 woningen omvatten. Dit betekent eveneens een grote opgave voor het onderwijs en voor de onderwijshuisvesting. Het proces om te komen tot een actualisatie van het IHP is ingezet om een perspectief te schetsen van de benodigde onderwijshuisvesting voor het vijfde dorp. Er is een analyse gemaakt van de verwachte benodigde omvang van de scholen. Dit heeft in nauwe afstemming met de prognosemaker Postmus Advies plaatsgevonden. Daarbij is uitgebreid gekeken naar het mogelijk te verwachten aantal kinderen per woning. Hiervoor is zowel gekeken naar de richtlijnen voor de prognosesystematiek (de zogeheten referentielijn ter bepaling van het aantal kinderen per woning) alsmede naar de daadwerkelijke aantallen kinderen in overige nieuwbouwwijken en dorpen van de afgelopen jaren. Daarbij is gekeken naar de ontwikkeling van nieuwbouwwijken in Barendrecht, Assen, Utrecht, Ede, Oosterhout, Gouda, Zuidplas, Weert en Rotterdam. Jaar Richtlijn
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 0,3 0,3 0,4 0,4 0,4 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,4 0,4 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3
Barendrecht Assen Utrecht Ede Oosterhout Gouda Zuidplas Weert Rotterdam Gemiddelde
0,1 0,0 0,4 0,4 0,4 0,4 0,4 0,5 0,4 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,4 0,4 0,4 0,4 0,4 0,4 0,4 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,4 0,2 0,2 0,2 0,4 0,4 0,3 0,3 0,4 0,5 0,5 0,5 0,6 0,6 0,7 0,2 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3 0,4 0,4 0,5 0,5 0,6 0,6 0,6 0,4 0,6 0,6 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,3 0,2 0,3 0,3 0,3 0,4 0,4 0,5 0,6 0,6 0,2 0,3 0,3 0,4 0,4 0,5 0,5 0,6 0,7 0,7 0,8 0,3 0,2 0,2 0,2 0,2 0,3 0,3 0,4 0,4 0,4 0,4 0,4 0,4 0,4 0,3 0,5 0,5 0,5 0,6 0,6 0,6 0,7 0,7 0,8 0,8 0,8 0,8 0,7 0,3 0,3 0,4 0,4 0,4 0,4 0,4 0,5 0,5 0,5 0,6 0,5 0,6 0,6 0,5 0,5 0,5 0,4 0,4 0,4
Gezien de omvang van het Vijfde Dorp en de te verwachten mix van woningbouw wordt er in dit IHP van uit gegaan dat er sprake zal zijn van een gemiddelde referentielijn: een pieksituatie van 0,6 kind per woning en op de lange termijn een verwachte eindsituatie van 0,3 kind per woning. Deze eindsituatie is lager dan de gemiddelde referentielijn zoals hierboven weergegeven, maar op de lange termijn
Referentie: 1559605-0062.0.1.
stabiliseert vrijwel elke wijk naar dit landelijk gemiddelde (aangegeven door Postmus Advies). Dit houdt in dat er bij 8.000 woningen 4.800 leerlingen zijn in de pieksituatie (0,6 kind per woning) en 2.400 (0,3 kind per woning) leerlingen in de eindsituatie. Met de gemeente en de schoolbesturen is afgesproken dat, in aansluiting op de bouwstenen, gerekend wordt met een omvang van 220 leerlingen per school. Dit zijn bij het leerlingenaantal van 2.400 11 scholen in de eindsituatie. Deze 11 scholen zijn in de piek situatie dus mogelijk 440 leerlingen groot. Ondanks dat deze piek zich naar alle waarschijnlijkheid niet in één keer voor zou doen, gezien het gefaseerd realiseren van de woningen, wordt in dit IHP voorzichtigheidshalve wel rekening gehouden met dit volume. Er is een fasering aangebracht in de realisatie van de scholen. Er bestaat een beperkt risico op 0,8 kind per woning, dit beeld is ontstaan in twee nieuwbouwwijken (Zuidplas; Koningskwartier en Rotterdam; Zestienhoven). Dit zou leiden tot een piek van 6.400 kinderen. De gemeente en schoolbesturen hebben afgesproken de referentielijn te blijven monitoren en indien nodig de in dit IHP voorgestelde omvang bij te stellen. De monitoring dient plaats te vinden aan de hand van actuele gegevens ten aanzien van de samenstelling van de woningvoorraad en de demografische gegevens.
Ten aanzien van de totale opgave is het noodzakelijk om nader te onderzoeken hoe wordt omgegaan met het verschil tussen permanente huisvesting (voor de stabiele situatie) en tijdelijke huisvesting (voor de piek). De gemeente wenst alternatieve vormen te onderzoeken om te voorkomen dat kapitaalvernietiging plaatsvindt, bijvoorbeeld door permanent te bouwen en dit om te bouwen naar schoolwoningen of door te werken met circulaire, demontabele en verplaatsbare gebouwdelen. Voor dit IHP wordt voorzichtigheidshalve rekening gehouden met de kosten voor permanente huisvesting voor het piekvolume. Na onderzoek dienen de financiële consequenties herijkt te worden.
Pagina 29 van 50
In dit IHP zijn op basis van bovenstaande analyse en uitgangspunten de volgende scenario’s gehanteerd: 0 tot 5 jaar Scholen termijn 1: er wordt rekening gehouden met het realiseren van 1 cluster van 2 scholen in de eerste termijn en de eerste school van het tweede cluster. In totaal dus 3 scholen. Dit is gebaseerd op een realisatie van 2.000 woningen in de periode 0 tot 5 jaar (ca. 1.320 leerlingen in een pieksituatie, en 660 leerlingen in een stabiele situatie). 5 tot 10 jaar Scholen termijn 2: er wordt rekening gehouden met het realiseren van de tweede school voor het tweede cluster en een nieuwe cluster van twee scholen. In totaal dus 3 scholen. Dit is gebaseerd op een realisatie van 2.000 woningen in de periode 5 tot 10 jaar (ca. 1.320 leerlingen in een pieksituatie, en 660 leerlingen in een stabiele situatie). 10 tot 20 jaar Scholen termijn 3: er wordt rekening gehouden met het realiseren van de overige vijf scholen. Dit is gebaseerd op een realisatie van 4.000 woningen in de periode 10 tot 20 jaar (ca. 2.200 leerlingen in de pieksituatie en 1100 leerlingen in een stabiele situatie). Opmerking: bovenstaande berekeningen en scenario’s zijn uitgevoerd op basis van leerlingenaantallen voor het regulier basisonderwijs. Een deel van de leerlingen zal ook gebruikmaken van het SBO en SO. De landelijke percentages zijn respectievelijk 2,5% en 2%.
Gelet op deze beperkte aantallen zijn deze niet apart berekend. In het uitvoeringsprogramma voor het Vijfde Dorp zullen gemeente en schoolbesturen nader afspraken maken over hoe om wordt gegaan met deze doelgroepen.
Referentie: 1559605-0062.0.1.
Pagina 30 van 50
5.4.8 Kern Nieuwerkerk aan den Ijssel, Voortgezet Onderwijs, exclusief eindonderwijs 0 tot 5 jaar Comenius: het gewenste scenario is uitbreiding voor het oplossen van het ruimtetekort. Er wordt uitgegaan van een uitbreiding van 841m2. Dit is gebaseerd op de piek van het ruimtetekort in 2025. In een haalbaarheidsstudie dient de exacte omvang van de uitbreiding nader onderzocht te worden. Thorbecke: het gewenste scenario is nieuwbouw of renovatie voor het oude bouwdeel uit 1968. Dit is ca. 60% van het aantal m2. Het andere bouwdeel van het Thorbecke uit 2004 komt pas over 10 tot 20 jaar in aanmerking voor nieuwbouw. In een haalbaarheidsstudie dient nader onderzocht te worden of het mogelijk is om de opgave integraal aan te pakken in bijvoorbeeld de periode 5 tot 10 of 10 tot 20 jaar. Dit zal mede afhangen van de gekozen richting van het VO ten aanzien van het scenario omtrent het aanbieden van het eindonderwijs (zie onder). Het schoolbestuur geeft aan dat in tegenstelling tot wat de prognose aangeeft de leerlingenpopulatie stabiel zal blijven de komende jaren. Dit blijkt deels uit de aanmeldingen voor het volgend schooljaar. De prognose is weergegeven tot en met 2027 aangezien de situatie omtrent de huisvesting van de VO scholen wezenlijk zal veranderen door het voornemen om eindonderwijs in de gemeente aan te bieden (zie onderstaande alinea’s).
5 tot 10 jaar Eindonderwijs: Met de VO besturen is uitvoerig gesproken over de mogelijkheden tot het aanbieden van eindonderwijs in de gemeente Zuidplas (zie ook par. 3.5.). In Zuidplas wonen 2.696 VO leerlingen (teldatum 2022), maar slechts 383 leerlingen (14%) gaan in de gemeente Zuidplas naar school. Leerlingen gaan naar diverse scholen in Rotterdam, Gouda, Capelle aan den IJssel, Lansingerland en Zoetermeer. De VO leerling uit Zuidplas heeft daarbij veel keuzemogelijkheden.
Referentie: 1559605-0062.0.1.
Pagina 31 van 50
De VO schoolbesturen hebben in gezamenlijkheid afgesproken dat het aanbieden van eindonderwijs in Zuidplas geen leegstand dient te creëren bij andere scholen. Scholen in de omgeving hebben hun aanbod inmiddels afgestemd op de toestroom vanuit Zuidplas. Het creëren van een overschot aan ruimte in Zuidplas zou direct leiden tot leegstand bij andere scholen, die met hun bedrijfsvoering (deels) afhankelijk zijn van deze leerlingen. De VO schoolbesturen willen daarom de potentie van het eindonderwijs in Zuidplas daarom uitsluitend baseren op de autonome groei van de gemeente Zuidplas zelf. Immers: het opvangen van deze groei zou niet leiden tot leegstand bij andere scholen, maar juist een tekort aan capaciteit elders voorkomen. Hoeveel van deze groei uiteindelijk daadwerkelijk naar de VO scholen in Zuidplas zou gaan in geval van eindonderwijs is afhankelijk van een aantal factoren: 1.
2.
3.
Het onderwijsaanbod: in de huidige situatie bieden de VO scholen de niveaus HAVO/VWO tot en met leerjaar drie aan en VMBO-TL tot en met het vierde leerjaar. Het eindonderwijs kan zich richten op het aanbieden van HAVO/VWO tot en het examenjaar. Er dient nog nader overwogen te worden of het aanbieden van leerjaren voor VMBO B/K (basis en kader) ook tot de mogelijkheden behoort. De locatie: in de huidige situatie zijn beide scholen gevestigd in Nieuwerkerk aan den IJssel waardoor het voedingsgebied van de scholen binnen Zuidplas vooral bestaat uit leerlingen uit de kernen Nieuwerkerk (318 leerlingen) en Zevenhuizen (46 leerlingen). Het kiezen van een locatie elders in de gemeente zal invloed hebben op het voedingsgebied van de scholen. Denkbare locaties zijn wat betreft de schoolbesturen Nieuwerkerk aan den IJssel of het Vijfde Dorp.
groei van de leerlingenpopulatie zal kiezen voor dit nieuwe aanbod. Dit is uiteraard wel het streven. Gelet op de bovenstaande drie factoren dient er in dit IHP, vooruitlopend op onderzoeken en haalbaarheidsstudies, een keuze gemaakt te worden over de wijze van berekenen van de omvang van het eindonderwijs. Er is beoogd om een indicatieve inschatting te maken van dit potentieel. In overleg met de VO besturen is ervoor gekozen om uit te gaan van van een toekomstig voedingsgebied van de scholen bestaande uit Nieuwerkerk aan den IJssel, Zevenhuizen en het Vijfde Dorp. In het Vijfde Dorp en Zevenhuizen is volgens de huidige prognoses sprake van een substantiele groei van het aantal leerlingen. Er wordt nog geen keuze gemaakt in het exacte onderwijsaanbod waardoor er inzichtelijk wordt gemaakt wat de consequenties zijn van eindonderwijs HAVO/VWO en van volledig VMBO. Voor het bepalen van de omvang van de groei van het Vijfde Dorp is vervolgens een prognose opgesteld door Postmus Advies. Ook voor Zevenhuizen is een dergelijke prognose gemaakt, waarbij HEVO vervolgens de groei vanaf 2023 heeft gescheiden van het bestaand aantal VO leerlingen.
Het optellen van het potentieel van de groei van het Vijfde Dorp en de groei van Zevenhuizen leidt tot een mogelijke omvang van 2.245 leerlingen in de pieksituatie (de piek voor Zevenhuizen ligt in 2028 en voor het Vijfde Dorp in 2045) en 1.249 leerlingen in de stabiele situatie (eindsituatie omstreeks 2050). Er is in de financiële vertaling rekening gehouden met de stabiele situatie omdat uiteindelijk de omvang ook afhankelijk zal zijn van het daadwerkelijke belangstellingspercentage voor deze voorzieningen en omdat de piek niet gelijktijdig plaatsvindt.
Het belangstellingspercentage: in de huidige situatie is het belangstellingspercentage van de VO scholen in Zuidplas zoals aangegeven relatief laag (14%). Dit heeft uiteraard te maken met het feit dat er in de huidige situatie geen eindonderwijs wordt aangeboden. Tegelijkertijd zal ook het aanbieden van eindonderwijs niet automatisch betekenen dat de volledige
Referentie: 1559605-0062.0.1.
Pagina 32 van 50
5.5. Scholenstichting Sinds 1 juni 2021 is het wetsvoorstel ‘Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen’ aangenomen. Hierdoor is de procedure omtrent het stichten van nieuwe scholen veranderd. Dit is een relevante ontwikkeling voor iedere gemeente, maar zeker voor de gemeente Zuidplas waar door de realisatie van het Vijfde Dorp het stichten van scholen een zeer actueel onderwerp is. Voorgaande systematiek Voor de aanname van dit wetsvoorstel was het ‘richtingbegrip’ bepalend voor het kunnen aantonen van de belangstelling voor een nieuwe school. Met het ‘richtingbegrip’ wordt de denominatie van een school bedoeld; bijvoorbeeld protestants-christelijk, rooms-katholiek, openbaar etc. Op basis van de bestaande belangstelling voor een richting werd een prognose opgesteld voor een bepaald voedingsgebied. Indien het schoolbestuur kon aantonen dat de stichtingsnorm in de desbetreffende gemeente gehaald werd nam de gemeente de school op in het zogeheten ‘Plan van Scholen’. Dit Plan van Scholen werd uiteindelijk door de gemeenteraad vastgesteld en ter goedkeuring aangeboden aan de minister. Nieuwe systematiek In het nieuwe voorstel is het ‘richtingbegrip’ losgelaten. Reden hiervoor is dat de oude systematiek weinig ruimte bood aan nieuwe initiatieven die niet waren gebaseerd op een huidige denominatie. Zodoende is ingezet op ‘Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen’.
In de nieuwe systematiek wordt op basis van ouderverklaringen bepaald hoeveel ouders behoefte hebben aan een nieuwe school. Daarnaast vindt een kwaliteitstoets plaats. Belangrijk verschil met de voorgaande systematiek is dat de rol van de gemeente in de nieuwe systematiek is beperkt tot het schrijven van een informerende zienswijze over eventuele bedenkingen bij de deugdelijkheid van een nieuw initiatief. De regie over de hoeveelheid nieuwe scholen ligt nu volledig het ministerie van OCW. Gevolgen voor onderwijs en onderwijshuisvesting De beperkte rol voor de gemeente leidt tot een spanningsveld op het gebied van onderwijs en onderwijshuisvesting. De gemeente is bij goedkeuring van een nieuw initiatief door de gemeente verplicht om nieuwe scholen in huisvesting te voorzien. Dit kan leiden tot diverse nieuwe scholen die concurreren met het bestaande aanbod. Een mogelijke consequentie in de bestaande kernen is dat het huisvesten van nieuwe
Referentie: 1559605-0062.0.1.
initiatieven leidt tot leegstand bij andere scholen. Een mogelijke consequentie voor het Vijfde Dorp is dat er teveel initiatiefnemers zijn en er teveel (kleine) scholen gesticht worden, wat niet aansluit bij de in dit IHP geformuleerde visie op de omvang van scholen en schoolgebouwen. Alle huidige schoolbesturen PO in de gemeente geven aan hun verantwoordelijkheid te willen nemen om een school te stichten in het Vijfde Dorp. De huidige schoolbesturen in het VO zijn voornemens om in een onderlinge samenwerking het eindonderwijs op een nader te bepalen locatie in de gemeente Zuidplas aan te gaan bieden. De gemeente en de schoolbesturen gaan gezamenlijk in het uitvoeringsprogramma voor het Vijfde Dorp onderzoeken hoe wordt omgegaan met het stichten en starten van scholen of dislocaties in het Vijfde Dorp.
5.6. Bewegingsonderwijs Bestaande Huisvesting In 2021 is er een onderzoek uitgevoerd naar de binnensportaccommodaties in de gemeente Zuidplas (bijlage IV). Daarbij is op basis van de toenmalige prognose een analyse gemaakt van de onder- en overcapaciteit in de gymzalen in de gemeente. Dit is ook bezien in relatie tot het verenigingsgebruik van de zalen. Geconstateerd is dat de meeste sportaccommodaties over voldoende capaciteit beschikken. Er zijn alleen knelpunten voorzien in Nieuwerkerk (Gymzaal van Beethovenlaan) en Zevenhuizen Zevenhuizen (Gymzaal Nederveenlaan). Aangegeven is dat dit kan worden opgelost door een eventuele herverdeling van gymnastiekonderwijs over de accommodaties. In dit IHP is echter aanvullende groei geconstateerd in de leerlingenprognoses. In overleg met de gemeente en schoolbesturen is afgesproken dat de knelpunten ten aanzien van de gymnastiekbehoefte nader wordt geanalyseerd in het uitvoeringsprogramma. Er zal worden nagegaan of herverdeling inderdaad tot de mogelijkheden behoort. Vijfde Dorp Voor het Vijfde Dorp is een inschatting gemaakt van het aantal benodigde gymzalen. Bij een school van 440 leerlingen zijn er 13 groepen van 6 tot 12 (bij een gelijke verdeling tussen onder- en bovenbouw). Bij een gymnastiekbehoefte van 1,5 tot 2
Pagina 33 van 50
klokuur per groep is er 19,5 - 26 uur gymnastiekbehoefte per school. Gymzalen in het PO zijn 26 uur per week beschikbaar (dit in verband met lestijden). Per school dient er dus ca. één gymzaal beschikbaar te zijn. Er wordt daarom in onderstaande financiële vertaling uitgegaan van één gymzaal per school. Het gehanteerde bedrag is gebaseerd op het normbedrag van de VNG voor een standaard gymzaal (oefenvloer 252m2). Voor het Vijfde Dorp kan nader worden verkend hoe invulling wordt gegeven op dorpsniveau aan de binnensportaccommodaties. Bijvoorbeeld de realisatie van sporthallen of complexen.
5.7. Kinderopvang In par. 3.9 is omschreven dat voorfinanciering van ruimten voor kinderopvang door de gemeente tot de mogelijkheden behoort bij nieuwbouw/renovatie. Deze investering wordt middels een kostendekkend huurtarief aan kinderopvangorganisaties terugverdiend. Voorfinanciering legt uiteraard wel beslag op de financieringscapaciteit van de gemeente. Er is bij nieuwbouw/renovatie van schoolgebouwen in het PO rekening gehouden met één kinderopvanggroep per school. Dit wordt in de haalbaarheidsstudies nader onderzocht en afgestemd op de lopende inventarisatie door de gemeente. Er is voor het Vijfde Dorp uitgegaan van vier groepen kinderopvang per 440 leerlingen. Dit is een deelnamepercentage van 30% in de leeftijden 0 tot 4 jaar.
Referentie: 1559605-0062.0.1.
Pagina 34 van 50
6. Financiële vertaling In dit hoofdstuk worden de visie op onderwijshuisvesting en de scenario’s samengebracht en voorzien van een financiële vertaling. Eerst worden de kwaliteitsuitgangspunten vertaald in een kwaliteitsambitie, op basis waarvan kengetallen voor investeringskosten kunnen worden berekend. Ook wordt toegelicht hoe de investeringskosten uit dit IHP in deze fase moeten worden geïnterpreteerd. Er wordt ingegaan op de manier waarop de gemeente en schoolbesturen aankijken tegen het principe Total Cost of Ownership en tot slot worden de scenario’s uit hoofdstuk 5 omgezet in een financiële vertaling, in de vorm van een investeringskostenoverzicht.
6.1. Kwaliteitsambitie Voor de bepaling van het kwaliteitsniveau staat voorop dat schoolgebouwen worden gerealiseerd die klaar zijn voor de toekomst en die bijdragen aan het welzijn en een gezonde leeromgeving voor kinderen. In de visie op onderwijshuisvesting, onder het thema kwaliteit, is uiteengezet wat de gemeente Zuidplas en de schoolbesturen verstaan onder toekomstgerichte schoolgebouwen van goede kwaliteit. Dit zijn de kwaliteitsuitgangspunten. Ten behoeve van de financiële onderbouwing worden deze vertaald in een kwaliteitsambitie. De totale kwaliteitsambitie gaat verder dan de wettelijke ondergrens. De kwaliteitsambitie komt ten goede aan de geformuleerde visie en de integrale definitie van duurzaamheid: energieneutrale, gezonde, exploitabele en toekomstbestendige schoolgebouwen. Schoolgebouwen waarin verschillende onderwijsvisies een plek kunnen krijgen, die aanpasbaar zijn naar de toekomst en waar een comfortabele ontwikkelomgeving verzekerd is. Voor deze aanvullende kwaliteitsambitie is een onderverdeling gemaakt in de wettelijke ondergrens, en de gewenste kwaliteit door de gemeente en de schoolbesturen.
Referentie: 1559605-0062.0.1.
Wettelijke Ondergrens • Bouwbesluit 2021. • Marsh eisen: verzekeringseisen voor scholen. Gewenste Kwaliteit Gemeente & Schoolbesturen (willekeurige volgorde) (Wensen boven het bouwbesluit) • Frisse scholen: Optimale prijs-kwaliteit verhouding voor onderdelen zoals ventilatiecapaciteit, lichtinval, akoestiek en temperatuur. Dit betreft in wezen de impact op gezondheid door het gebouw (zie tabel op de volgende pagina). • Duurzaam bouwen (circulair): investeringen om het schoolgebouw meer circulair te realiseren, bijvoorbeeld door inzet van groenbeton en gedeeltelijk houten constructies. • Flexibel gebouw: flexibiliteit door niet-dragende wanden zodat er bijvoorbeeld functiewijziging plaats kan vinden (tussentijds of bij einde gebruik door school). • Energieneutraal (ENG): de stap van een BENG (bijna energie neutraal) naar een ENG (energieneutraal) gebouw. • Exploitatiegericht bouwen: toepassen van onderhoudsarme vloer- en wandafwerking en onderhoudsarme kozijnen om hoge exploitatiekosten te voorkomen. • Werkplekken in verkeersruimten: een betere Frisse Scholen ventilatie-klasse in gangzones zodat deze ook voor onderwijs gebruikt kunnen worden.
• Vergroten zichtlijnen en verplaatsbare panelenwand: Ook is er extra transparantie en zijn er verplaatsbare panelenwanden voor interne flexibiliteit, met name gericht op het faciliteren van onderwijsconcepten waarbij ook buiten het klaslokaal les wordt gegeven. Er is nog geen rekening gehouden met esthetische kwaliteit. Er wordt uitgegaan van een sober en doelmatige esthetische kwaliteit. Dit wordt nader onderzocht in de haalbaarheidsstudies. Indien er esthetische eisen worden gesteld door stedenbouwkundige eisen vanuit de gemeente zijn deze kosten voor rekening en risico van de gemeente.
Pagina 35 van 50
6.2. Investeringsbedragen 6.2.1 Nieuwbouw De bepaling van de kwaliteitsambitie leidt tot indicatieve investeringsbedragen per m² brutovloeroppervlakte (bvo). Met behulp van de kostenconfiguratoren van HEVO zijn de geldende investeringsniveaus per vierkante meter bepaald (bijlage III). Deze investeringsniveaus sluiten aan bij de in paragraaf 6.2. omschreven kwaliteitsambitie. Opmerking: de indicatieve investeringsbedragen zijn gebaseerd op de realisatie van permanente schoolgebouwen. De gemeente Zuidplas doet onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om gebruik te maken van circulaire, demontabele schoolgebouwen. Dergelijke concepten kennen mogelijk andere investeringskosten. Bovendien kan er mogelijk anders om worden gegaan met restwaarde en afschrijvingstermijnen. Advies is om de investeringskosten, kapitaalslasten en de kwaliteit te vergelijken met de in dit IHP opgenomen uitgangspunten.
Referentie: 1559605-0062.0.1.
Pagina 36 van 50
Indicatieve investeringsbedragen nieuwbouw PO
Indicatieve investeringsbedragen nieuwbouw VO
Onderdeel
Primair Onderwijs Aantal leerlingen
Uitgangspunten bouwlagen Norm bvo
2.666 33 2.700
278 361 134 134 103 46 28 121 1.200 38% 4.380
240 293 134 109 100 43 28 39 980 36% 3.680
Frisse Scholen kwaliteitsadvies Duurzaam bouwen (circulair) Flexibel gebouw Aanvullende kosten ENG Exploitatiegericht bouwen Werkplekken in verkeersruimtes Vergroten zichtlijnen Verplaatsbaarheid panelenwand Gewenste Kwalitet in % op wettelijke ondergrens Subtotaal
200
300
400
1 703
Bouwbesluit (BENG) Marsh eisen Wettelijke Ondergrens
€ € €
Frisse Scholen kwaliteitsadvies Duurzaam bouwen (circulair) Flexibel gebouw Aanvullende kosten ENG Exploitatiegericht bouwen Werkplekken in verkeersruimtes Vergroten zichtlijnen Verplaatsbaarheid panelenwand Gewenste Kwalitet in % op wettelijke ondergrens Totale Kosten
€ € € € € € € € €
Referentie: 1559605-0062.0.1.
1 2 1206 1709 Kosten per vierkante meter 3.152 € 3.000 € 2.708 € 33 € 33 € 33 € 3.180 € 3.030 € 2.740 €
Voortgezet Onderwijs vmbo/havo/ Aantal leerlingen vmbo havo/vwo vwo Uitgangspunten bouwlagen 2 3 3 Norm bvo 5000 8000 13000 Kosten per vierkante meter Bouwbesluit (BENG) € 2.539 € 2.338 € 2.306 Marsh eisen € 33 € 33 € 33 Wettelijke Ondergrens € 2.570 € 2.370 € 2.340
100
Onderdeel
€
€ € € € € € € € € €
265 340 134 133 98 44 28 70 1.100 36% 4.130
€ € € € € € € € € €
246 298 134 111 103 44 28 49 1.010 37% 3.750
€ € € € € € € € € €
2 2212
€ € € € € € € € € €
226 277 132 102 104 43 27 17 930 36% 3.500
€ € € € € € € € € €
213 254 132 96 104 42 27 11 870 37% 3.240
€ € € € € € € € € €
208 250 132 97 102 42 27 6 870 37% 3.210
Pagina 37 van 50
6.2.2 Renovatie (Vernieuwbouw)
a. b.
Het streven is om ook bij renovatie (voor levensduurverlenging 40 jaar) de gewenste nieuwbouwkwaliteit zoveel als mogelijk te realiseren (volwaardig alternatief). Er wordt daarom ook wel gesproken over ‘vernieuwbouw’. Voorafgaand aan de start van een projecten zal een uitgebreid onderzoek moeten plaatsvinden naar de technische haalbaarheid van vernieuwbouw versus nieuwbouw. In sommige gevallen is vernieuwbouw goedkoper dan nieuwbouw omdat veel delen van het gebouw hergebruikt kunnen worden. Het komt echter ook regelmatig voor dat de investeringskosten nagenoeg gelijk zijn of zelfs hoger in het geval van vernieuwbouw. Veiligheidshalve wordt daarom in de investeringsplannen voor alle projecten (nieuwbouw en vernieuwbouw) uitgegaan van de kostenkengetallen voor nieuwbouw.
Per opgave komen er immers nog diverse kosten bij, dit kan sterk verschillen. De kosten waarmee rekening moet worden gehouden zijn onder andere kosten voor tijdelijke huisvesting, grondkosten, locatiegebonden kosten, kosten voor bouwrijp maken, sloopkosten en asbestsanering, interne kosten voor gemeente/schoolbestuur bijvoorbeeld voor adviezen of projectbegeleiding, kosten voor organisatorische ondersteuning, , en verhuiskosten. Ook financieringskosten zoals rentekostenzijn niet opgenomen. Deze kosten kunnen hoog oplopen, zeker als tijdelijke huisvesting benodigd is. Dit is de reden dat voor de nieuwbouw/renovatie van bestaande huisvesting een hoger opslagpercentage is gehanteerd. Per opgave worden deze na het IHP nader gespecificeerd en onderbouwd in de haalbaarheidsstudie. Let wel; niet al deze kosten kunnen worden gekapitaliseerd, een deel van deze kosten worden direct genomen.
6.3. Uitgangspunten financiële vertaling onderwijs De overzichten op de volgende pagina’s tonen de investeringskosten. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1.
2.
3.
De kostenconfigurator uit 2023 is gehanteerd en is inclusief btw, prijspeil 1 jan 2023. In de periode 2022-2023 is een extreme prijsstijging ontstaan van ca. 18%, dit is in de kostenconfigurator verwerkt. Jaarlijkse indexatie op basis van BDBindex als basis voor de financiële vertaling van dit IHP is noodzakelijk. Het prijsniveau is gebaseerd op de regio Zuidplas. Risico’s ten aanzien van de bouwkosten zijn ook te vinden in de algemene prijsontwikkeling van bouwprojecten in Nederland en de regio Zuidplas In de investeringskosten zijn ook bijkomende kosten opgenomen. Daarbij is rekening gehouden met de volgende kosten: honoraria (voor ontwerpteamleden (architect, installatieadviseur, constructeur, bouwfysicus en projectmanager), niet voor interne projectleider gemeente), aansluitkosten, heffingen, verzekeringen, beperkte risicoverrekening en onvoorzien. De bijkomende kosten zijn gebaseerd op een eenvoudig gebouw met een compacte gebouwvorm en een daarbij passende voorbereidings- en uitvoeringsplanning. Aanvullende kosten die locatiegebonden zijn, of anderszins niet vallen onder de bouwkosten en bijkomende kosten voor de realisatie van een schoolgebouw, zijn als volgt opgenomen:
Referentie: 1559605-0062.0.1.
25% voor nieuwbouw/renovatie van bestaande huisvesting 15% voor uitbreidingen en voor nieuwbouw van het Vijfde Dorp en Eindonderwijs
4.
Voor de investeringskosten voor vervangingsopgaven is uitgegaan van nieuwbouw conform de investeringskosten van de kwaliteitsambitie. In de haalbaarheidsstudies zal de afweging tussen (ver)nieuwbouw en renovatie plaatsvinden en worden de daadwerkelijke investeringskosten in beeld gebracht.
5.
Voor de investeringskosten voor de uitbreidingsopgaven is uitgegaan van de wettelijke ondergrens. Per project wordt in haalbaarheidsstudies nader onderzocht wat de daadwerkelijke investeringskosten zijn om de uitbreidingen aan te laten sluiten op het kwaliteitsniveau van de bestaande bebouwing en/of de gewenste kwaliteit op het gebied van Frisse Scholen kan worden toegevoegd.
6.
Er is voor de ruimtebehoefte bij de doorrekening van de investeringskosten uitgegaan van de geprognosticeerde leerlingenaantallen uit de prognose van Postmus. Het jaar op basis waarvan de ruimtebehoefte (en dus de financiën) is berekend is scenarioafhankelijk en aangeven in hoofdstuk 5. De prognoses worden jaarlijks geactualiseerd. In de haalbaarheidsonderzoeken, voorafgaand aan het afgeven van een voorbereidingskrediet, wordt het leerlingenaantal nogmaals herijkt op basis van de meest recente prognoses.
Pagina 38 van 50
7.
Binnen de financiële vertaling zijn de verwachte indicatieve investeringskosten per periode van 5 jaar opgenomen (0-5 jaar, 5-10 jaar, 10-20 jaar). Voor de projecten in de eerste termijn is naast de bijkomende kosten ook een financiële vertaling gemaakt van een aantal overige kosten: a.
b.
c.
d.
e.
8.
Kosten SBO: voor de eerste termijn is rekening gehouden met de realisatie van onderwijsruimte voor SBO leerlingen in Nieuwerkerk aan den IJssel (zie par. 5.4.6). Kosten voor bewegingsonderwijs: voor de eerste termijn is tevens inzichtelijk gemaakt welke kosten worden verwacht voor de realisatie van gymzalen. Kosten voorfinanciering kinderopvang: voor de eerste termijn is inzichtelijk gemaakt welk beslag voorfinanciering van kinderopvang legt op de gemeentelijke financieringscapaciteit. Kosten voor uitvoeringsprogramma en haalbaarheidsstudies: voor de eerste termijn worden twee uitvoeringsprogramma opgesteld (één voor bestaande huisvesting, één voor het vijfde dorp), daarvoor is een indicatief budget van € 30.000,00 inclusief btw opgenomen. Voor het uitvoeren van haalbaarheidsonderzoeken is voor de eerste termijn een indicatief budget van € 30.000,00 inclusief btw per onderzoek opgenomen. Kosten voor eerste inrichting: voor de eerste termijn is voor de uitbreidingen en de eerste drie scholen in het vijfde dorp rekening gehouden met eerste inrichting.
Het streven is om projecten op te starten en indien mogelijk te realiseren in de termijn waarin de projecten zijn genoemd. Indien er op projectniveau vertraging ontstaat in een of meerdere projecten, blijft het mogelijk om andere projecten parallel op te pakken.
Referentie: 1559605-0062.0.1.
Pagina 39 van 50
6.4. Overzicht investeringskosten Bestaande huisvesting Fasering
Scenario's Bestaande Huisvesting
Omvang
0-5 jaar (Uitbreiding) 2024-2026 Zevenhuizen: Uitbreiding CBS De Eendragt 2024-2026 Zevenhuizen: Uitbreiding Koningskwartier 2024-2026 Moordrecht: Uitbreiding RKBS Sint Jozef / PCB Meester Lalleman 2024-2026 Nieuwerkerk: Uitbreiding Comenius Subtotaal Investeringskosten Subtotaal Bijkomende kosten
m2 bvo
Fasering 0-5 jaar (Nieuwbouw/Renovatie) 2024-2028 Oud Verlaat: Nieuwbouw/Renovatie CBS De Nessevliet 2024-2028 Nieuwerkerk: Nieuwbouw/Renovatie De Loofboom 2024-2028 Nieuwerkerk: Nieuwbouw/Renovatie De Terp 2024-2028 Nieuwerkerk: Nieuwbouw/Renovatie Montessori (oude deel) 2024-2028 Nieuwerkerk: Nieuwbouw/Renovatie Thorbecke (oude deel) Subtotaal Investeringskosten Subtotaal Bijkomende kosten
m2 bvo
373 € 202 € 311 € 841 €
1.307 € 794 € 1.110 € 769 € 1.771 €
5-10 jaar (Nieuwbouw/Renovatie) Nieuwerkerk: Nieuwbouw/Renovatie Montessori (nieuwe deel) Moordrecht: Nieuwbouw/Renovatie OBS Ixieje Subtotaal Investeringskosten Subtotaal Bijkomende kosten
m2 bvo
10-20 jaar (Nieuwbouw/Renovatie) Nieuwerkerk: Nieuwbouw/Renovatie Thorbecke (oude deel) Subtotaal Bijkomende kosten
m2 bvo
Eindtotaal Investeringskosten Bestaande Huisvesting Eindtotaal Bijkomende kosten Bestaande Huisvesting
Referentie: 1559605-0062.0.1.
Invest. Kosten
513 € 1.161 €
1.180 €
per m2 bvo 3.180 3.180 3.180 3.180
Invest. Kosten
Wettelijke Ondergrens totaal € 1.186.000 € 642.000 € 990.000 € 2.674.000 € 5.492.000
Gewenste Kwaliteit totaal
Aanname volume
€ € € € € €
totaal 1.186.000 642.000 990.000 2.674.000 5.492.000 823.800
€ € € € € € €
totaal 5.396.000 3.476.000 4.864.000 3.368.000 6.197.000 23.301.000 5.825.250
€ € € € € €
per m2 bvo 4.380 € 4.380 € € €
totaal 2.245.000 5.084.000 7.329.000 1.832.250
€ € €
totaal 1.630.000 3.691.000 5.321.000
€ € €
per m2 bvo 3.500 € €
totaal 4.131.000 1.032.750
€ €
totaal 3.034.000 758.500
€ €
totaal 1.098.000 Uitgaande van m2 van de nieuwbouw (ca. 40%) 274.500 Uitgaande van opslag 25%
€ €
40.253.000 9.514.050
€
30.855.000
€
9.398.000
per m2 bvo 4.130 4.380 4.380 4.380 3.500
Uitgaande van tekort in de piek in 2029 Uitgaande van tekort in de piek in 2027 Uitgaande van tekort in de piek in 2028 Uitgaande van tekort in de piek in 2025 Uitgaande van opslag 15%
totaal 3.959.000 2.523.000 3.531.000 2.445.000 4.550.000 17.008.000
€ € € € € €
totaal 1.437.000 952.000 1.333.000 923.000 1.647.000 6.292.000
Uitgaande van 220 leerlingen Uitgaande van 118 leerlingen Uitgaande van 181 leerlingen Uitgaande van m2 van de oudbouw (ca. 60%). Uitgaande van m2 van de oudbouw (ca. 60%) Uitgaande van opslag 25%
totaal 615.000 Uitgaande van m2 van de nieuwbouw (ca. 40%). 1.393.000 Uitgaande van 191 leerlingen 2.008.000 Uitgaande van opslag 25%
Pagina 40 van 50
Vijfde Dorp & Eindonderwijs Fasering
Scenario's Vijfde Dorp & Eindonderwijs VO
Omvang
0-5 jaar (Nieuwbouw) 2024-2028 5e dorp: Nieuwbouw 3 scholen Subtotaal Bijkomende kosten
m2 bvo
5-10 jaar (Nieuwbouw) 5e dorp: Nieuwbouw 3 scholen Nieuwe locatie VO Subtotaal Investeringskosten Subtotaal Bijkomende kosten
m2 bvo
10-20 jaar (Nieuwbouw) 5e dorp: Nieuwbouw 5 scholen Subtotaal Bijkomende kosten Eindtotaal Investeringskosten Vijfde Dorp & Eindonderwijs VO Eindtotaal Bijkomende kosten Vijfde Dorp & Eindonderwijs VO
Referentie: 1559605-0062.0.1.
Invest. Kosten
Invest. Kosten
Wettelijke Ondergrens totaal € 19.547.000 € 2.932.050
Gewenste Aanname volume Kwaliteit totaal € 7.095.000 Uitgaande van de piek, 3 x 440 leerlingen € 1.064.250 Uitgaande van opslag 15%
per m2 bvo 3.680 € €
totaal 26.642.000 3.996.300
per m2 bvo 3.680 € 3.240 € € €
totaal 26.642.000 30.217.000 56.859.000 8.528.850
€ € €
totaal 19.547.000 22.103.000 41.650.000
€ € €
totaal 7.095.000 Uitgaande van de piek, 3 x 440 leerlingen 8.114.000 Uitgaande van de stabiele situatie, 1249 leerlingen 15.209.000 Uitgaande van opslag 15%
m2 bvo per m2 bvo 12.066 € 3.680 € €
totaal 44.403.000 6.660.450
€
totaal 32.578.000
€
totaal 11.825.000 Uitgaande van de piek, 5 x 440 leerlingen Uitgaande van opslag 15%
93.775.000
€
34.129.000
7.240 €
7.240 € 9.326 €
€ €
127.904.000 € 19.185.600
Pagina 41 van 50
6.5. Aanvullende kosten eerste inrichting 0 tot 5 jaar Bestaande Huisvesting Bestaande Huisvesting 0-5 jaar (Uitbreiding) 2024-2028 Oud Verlaat: Nieuwbouw/Renovatie CBS De Nessevliet 2024-2026 Zevenhuizen: Uitbreiding CBS De Eendragt 2024-2026 Zevenhuizen: Uitbreiding Koningskwartier 2024-2026 Moordrecht: Uitbreiding RKBS Sint Jozef / PCB Meester Lalleman 2024-2026 Nieuwerkerk: Uitbreiding Comenius Eindtotaal kosten
Omvang m2 bvo
Fasering
Vaste voet eerste 250m2 552 € 373 € 202 € 311 € 841 € -
€ € € € €
Variabel per m2 bvo 170 170 171 171 201
€ € € € € €
Kosten totaal 94.000 63.000 35.000 53.000 169.000 414.000
€
Kosten totaal 1.256.000
Vijfde Dorp Vijfde Dorp 0-5 jaar (Nieuwbouw) 2024-2028 5e dorp: Nieuwbouw 3 scholen
Omvang Vaste voet m2 bvo eerste 250m2 7.240 € 48.785
Fasering
Variabel per m2 bvo € 171
6.6. Aanvullende kosten UVP & HBO’s 0 tot 5 jaar Fasering Algemeen 2023 Uitvoeringsprogramma Bestaande Huisvesting 2023 Uitvoeringsprogramma Vijfde Dorp
2024 2024 2024 2024
Scenario's Bestaande Huisvesting 0-5 jaar (Uitbreiding) Zevenhuizen: Uitbreiding CBS De Eendragt Zevenhuizen: Uitbreiding Koningskwartier Moordrecht: Uitbreiding RKBS Sint Jozef / PCB Meester Lalleman Nieuwerkerk: Uitbreiding Comenius
Fasering 2024 2024 2024 2024 2024
0-5 jaar (Nieuwbouw/Renovatie) Oud Verlaat: Nieuwbouw/Renovatie CBS De Nessevliet Nieuwerkerk: Nieuwbouw/Renovatie De Loofboom Nieuwerkerk: Nieuwbouw/Renovatie De Terp Nieuwerkerk: Nieuwbouw/Renovatie Montessori (oude deel) Nieuwerkerk: Nieuwbouw/Renovatie Thorbecke (oude deel)
Fasering
Fasering 2024
€ €
Kosten 30.000 30.000 Kosten
€ € € €
30.000 30.000 30.000 30.000
€
Kosten 30.000
€
60.000
€
30.000
Scenario's Vijfde Dorp 0-5 jaar (Nieuwbouw) 5e dorp: Nieuwbouw 3 scholen
€
30.000
Eindtotaal kosten
€
330.000
Referentie: 1559605-0062.0.1.
Kosten
Pagina 42 van 50
6.7. Aanvullende kosten bewegingsonderwijs 0 tot 5 jaar Vijfde dorp Fasering Bewegingsonderwijs 2024-2028 3 gymzalen 3 scholen Vijfde Dorp
Invest. Kosten per zaal € 1.484.000
Aantal zalen 3
Invest. Kosten totaal € 4.452.000
Invest. Kosten
Invest. Kosten
6.8. Aanvullende kosten Speciaal Basisonderwijs Bestaande Huisvesting Fasering Scenario SBO leerlingen
Omvang m2 bvo
n.t.b.
Nieuwerkerk: SBO Leerlingen
669 €
per m2 bvo 4.380 €
totaal 2.930.000
Wettelijke Ondergrens totaal € 2.127.000
Gewenste Aanname volume Kwaliteit totaal € 803.000 Uitgaande van 91 SBO leerlingen
6.9. Voorfinanciering Kinderopvang Bestaande Huisvesting Scenario's Bestaande Huisvesting 0-5 jaar (Uitbreiding) 2024-2028 Oud Verlaat: Nieuwbouw/Renovatie CBS De Nessevliet 2024-2028 Nieuwerkerk: Nieuwbouw/Renovatie De Loofboom 2024-2028 Nieuwerkerk: Nieuwbouw/Renovatie De Terp 2024-2028 Nieuwerkerk: Nieuwbouw/Renovatie Montessori (oude deel) Subtotaal Investeringskosten Fasering
Omvang m2 bvo
Invest. Kosten per m2 bvo 120 € 4.130 120 € 4.380 120 € 4.380 120 € 4.380
Invest. Kosten totaal € 495.600 € 526.000 € 526.000 € 526.000 € 2.073.600
Aanname volume Uitgaande 1 groep kinderopvang Uitgaande 1 groep kinderopvang Uitgaande 1 groep kinderopvang Uitgaande 1 groep kinderopvang
Vijfde Dorp Scenario's Bestaande Huisvesting 0-5 jaar (Uitbreiding) 2024-2028 12 groepen Kinderopvang voor drie scholen Fasering
Referentie: 1559605-0062.0.1.
Omvang Invest. Kosten Invest. Kosten Aanname volume m2 bvo per m2 bvo totaal 1.440 € 3.680 € 5.299.000 Uitgaande 12 groepen kinderopvang
Pagina 43 van 50
6.10. De interpretatie van investeringskosten uit dit IHP In dit IHP zijn de kwaliteitsuitgangspunten bepaald. Deze zijn in samenspraak tussen gemeente en schoolbesturen vastgesteld. De gemeente en schoolbesturen maken zich hard voor deze kwaliteitsuitgangspunten. De kwaliteitsuitgangspunten zijn de basis geweest voor de investeringskosten. Deze investeringskosten zijn gepresenteerd in de vorm van kengetallen en zijn indicatief. Het doel van het investeringskostenoverzicht in paragraaf 6.4 is om de gemeente en de schoolbesturen inzicht te geven in de financiële omvang van de opgave en hen te helpen bij de voorbereiding van deze opgave. Na afronding van het IHP worden voor de individuele projecten, op het moment dat deze actueel worden, haalbaarheidsonderzoeken uitgevoerd. In deze haalbaarheidsstudies worden de investeringskosten opnieuw berekend, nu op basis van projectspecifieke kengetallen. In deze fase wordt immers duidelijk voor hoeveel leerlingen en hoeveel vierkante meters daadwerkelijk gebouwd wordt, op welke locatie, in hoeveel bouwlagen etc. Na het haalbaarheidsonderzoek zijn naast de kwaliteitsuitgangspunten uit het IHP ook de herberekende investeringskosten het uitgangspunt. Op basis hiervan wordt het krediet aangevraagd bij de gemeenteraad. Vervolgens kan het project daadwerkelijk starten met de definitiefase en daarna de ontwerpfase.
Op basis van een Programma van Eisen of een Voorontwerp kan een eerste investeringskostenraming op elementniveau worden gemaakt. Het kan voorkomen dat op basis van deze investeringskostenraming het budget ontoereikend blijkt te zijn. In dit geval is het mogelijk om het benodigd budget te herijken en terug te gaan naar de gemeenteraad. Dit kan alleen wanneer duidelijk onderbouwd kan worden dat het budget uit de haalbaarheidsstudies ontoereikend is om de kwaliteitsuitgangspunten te realiseren.
6.11. Total Cost of Ownership De gemeente Zuidplas en de schoolbesturen vinden de duurzaamheid, gezondheid, onderwijskwaliteit en flexibiliteit van onderwijshuisvesting belangrijk. Dit leidt tot een aanvullende gewenste kwaliteitsambitie zoals gepresenteerd in par. 6.1. De gemeente is verantwoordelijk voor de financiering van wettelijke ondergrens. De gemeente en de schoolbesturen hebben de intentie uitgesproken om gezamenlijk de gewenste kwaliteitsambitie te realiseren. Daarbij streven de schoolbesturen ernaar om binnen
Referentie: 1559605-0062.0.1.
hun financiële en wettelijke mogelijkheden een bijdrage te leveren aan de bovenwettelijke ambities (gewenste kwaliteit) volgens de principes van Total Cost of Ownership. Voor het leveren van een bijdrage maken schoolbesturen gebruik van de vergoeding die zij ontvangen van het rijk. Een deel van de kwaliteitsambitie kan bijvoorbeeld gefinancierd worden vanuit een mogelijk exploitatievoordeel (op energiekosten of bijv. kozijnen of afwerkingen die langer meegaan) gedurende een deel van de levensduur van het gebouw. Aanvullend onderzoek in de haalbaarheidsonderzoeken zal nodig zijn om aan te tonen of en hoe groot het exploitatievoordeel is (in de dan geldende context). Het is mogelijk dat de bijdrage per m² bvo bij aanvang van de investering in één keer wordt ingebracht alsook dat het bedrag kan worden teruggestort vanuit de exploitatie. De schoolbesturen geven aan dat zij voorzichtig zijn in het toezeggen van bijdragen aan Total Cost of Ownership. Daarvoor zijn de volgende argumenten benoemd: • De aanzienlijke tekorten op onderhoud en exploitatie. • De onzekerheid over het overheidsbeleid ten aanzien van de vergoeding. • De positieve effecten van één nieuw gebouw zijn benodigd voor de negatieve exploitatie van de gehele portefeuille. • De hoogte van de onderhoudskosten voor ENG gebouwen zijn nog onvoldoende gebenchmarkt.
Het is al wel duidelijk dat onderhoudskosten in een ENG gebouw hoger zijn dan in een BENG gebouw, vanwege de installaties. Of er sprake is van een bijdrage vanuit de schoolbesturen wordt nader bepaald bij de totstandkoming van de haalbaarheidsstudies. Gemeenten en schoolbesturen zijn overeengekomen de kansen voor TCO op projectniveau nader te willen onderzoeken en vast te willen leggen. Mocht TCO in de haalbaarheidsstudies niet haalbaar blijken zullen gemeente en schoolbesturen zich gezamenlijk beraden over de eventuele consequenties ten aanzien van de mogelijkheid tot het realiseren van de gewenste kwaliteit.
Pagina 44 van 50
7. Vervolg IHP Bij de uitvoering van het IHP dient rekening gehouden te worden met een aantal processtappen en uitgangspunten.
7.1. Opstellen uitvoeringsprogramma’s en haalbaarheidsstudies Na vaststelling van het IHP starten gemeente en schoolbesturen in Q3 2023 (streven afronding in Q3/Q4 2023) met het opstellen van de uitvoeringsprogramma’s. Deze bestaan uit drie hoofdonderdelen: 1. Programmering: er wordt een programmering gemaakt voor de volgordelijkheid van projecten. Denk aan beschikbare locaties, tijdelijke huisvesting en het bundelen van projecten op onderdelen zoals haalbaarheidsstudies, Programma’s van Eisen, techniek en/of aanbestedingen. 2. Procesafspraken programmaniveau: het inrichten van een organisatie voor de realisatie van het uitvoeringsprogramma (1e termijn). Hierin worden onder andere de voortgang van de realisatie van projecten besproken, maar wordt ook geëvalueerd en kennis gedeeld. 3. Procesafspraken projectniveau: het ontwikkelen van een uniforme wijze waarop gemeente en schoolbesturen samenwerken in de realisatie van projecten. Er worden gezamenlijke keuzes gemaakt over de mate van regie en autonomie van beide partijen, van initiatief- tot realisatiefase. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het inbouwen van toets- en instemmingsmomenten voor de gemeente op het moment dat het schoolbestuur bouwheer is.
Wanneer de uitvoeringsprogramma’s zijn vastgesteld kan worden gestart met de initiatieffase van projecten door haalbaarheidsonderzoeken uit te voeren (streven start haalbaarheidsstudies in Q1 2024). In de haalbaarheidsonderzoeken worden projecten geconcretiseerd en geactualiseerd. Dit is de fase voordat een project wordt opgestart. In een haalbaarheidsonderzoek worden allereerst alle mogelijke randvoorwaarden geïnventariseerd. Bijvoorbeeld: ruimtelijk, juridisch, bouwkundig, financieel, bestuurlijk,
Referentie: 1559605-0062.0.1.
onderwijskundig etc. Vervolgens worden de mogelijke scenario’s voor een bepaald project binnen deze randvoorwaarden onderzocht. Zo kan er worden gekeken naar de realisatie van een school op een aantal verschillende locaties, dient er bijvoorbeeld een afweging gemaakt te worden tussen nieuwbouw of renovatie en/of vindt er een onderzoek plaats naar de mogelijke clustering van scholen. De scenario’s worden vervolgens beoordeeld, vaak aan de hand van een multicriteria analyse. De multicriteria analyse geeft aan welk scenario het beste aansluit bij de gestelde randvoorwaarden. Daarbij wordt in de haalbaarheidsstudies ook aandacht besteed aan participatie op het gebied van onderwijshuisvesting. De recente praktijk van onderwijshuisvesting heeft uitgewezen dat participatie een belangrijk thema is in de voorbereiding van projecten. De discussie rond de tijdelijke locatiekeuze voor basisscholen in de wijk Zuidplas in Nieuwerkerk is een sprekend voorbeeld daarvan. De raad van de gemeente Zuidplas heeft Participatiekader vastgesteld. Daarmee bereidt de gemeente zich onder meer voor op de verplichtingen die de in 2024 in te voeren Omgevingswet zal stellen aan ruimtelijke initiatieven waaronder ook die op het vlak van onderwijs.
Om hier recht te doen aan dit participatiekader wil de gemeente de nodige inspanningen plegen om bewoners en andere partijen in de dorpen te betrekken bij de voorbereiding van projecten. Hiervoor wordt ruimte gemaakt, en budget uitgetrokken in de haalbaarheidsfase waarmee elk project start. De haalbaarheidsonderzoeken hebben verder als doel om: 1. De definitieve leerlingenaantallen per project te bepalen op basis van de meest recente prognose. 2. Het budget inzichtelijk te krijgen met daarin de bekende investeringskosten en geïnventariseerde risico’s inclusief een raming van locatiegebonden en projectspecifieke kosten. 3. De TCO-benadering te concretiseren. 4. Aandacht te besteden aan gebiedsontwikkeling en vergroening van de buitenruimten. 5. De verantwoordelijkheid voor het bouwheerschap te bepalen.
Pagina 45 van 50
6.
Een goed uitgangspunt te bieden om een Programma van Eisen op te starten.
7.2. Risicoparagraaf Dit IHP is opgesteld onder de wet- en regelgeving zoals deze geldt op het moment van opstellen daarvan. Echter, wet- en regelgeving is onderhavig aan voortschrijdend inzicht; zo ook de wetgeving met betrekking tot het huisvestingsstelsel voor het funderend onderwijs in Nederland. Bij (substantiële) wijzigingen van bijvoorbeeld het genoemde stelsel, de Algemene Uitkeringen van het gemeentefonds, de wijze van bepalen van normbedragen, wijzigingen ten aanzien van Bouwbesluit, bouwkosten, energieakkoorden of enig andere substantiële ontwikkeling, kan het nodig zijn om dit IHP (op onderdelen) aan te passen aan de dan geldende realiteit en mogelijkheden.
7.3. Richting geven aan duurzaamheid en binnenklimaat Door vaststelling van het IHP krijgen schoolbesturen zicht op de vervangingstermijnen van hun gebouwen. Dit stelt schoolbesturen in staat om vanuit hun verantwoordelijkheid voor onderhoud en exploitatie te investeren in duurzaamheid en het binnenklimaat. Daarbij kan met name worden ingezet op duurzaamheidsmaatregelen waarbij de terugverdientijden de vervangingstermijn niet overschrijden. Zo gaan investeringen in duurzaamheid niet ten koste van middelen voor onderwijs. Ook kunnen schoolbesturen het binnenklimaat verbeteren, daarbij kan ook gebruik worden gemaakt van de (huidige en/of toekomstige) SUVIS-regelingen. De tussentijdse verduurzaming en verbetering van schoolgebouwen is daarmee een verantwoordelijkheid van de schoolbesturen, dit kan worden verwerkt in de meerjarenonderhoudsplanning van de gebouwen. De gemeente is bereid om hierin mee te denken en eventueel een rol te spelen in planvorming en voorfinanciering voor de hoofdprojecten. Voor onderzoek en aanpassing van het binnenmilieu heeft de gemeente formeel geen zorgplicht.
Referentie: 1559605-0062.0.1.
Pagina 46 van 50
Bijlage I: wettelijke en beleidskaders Dit hoofdstuk gaat in op de beleidskaders die gelden voor het IHP: de wettelijke taak van gemeente en schoolbesturen op het gebied van onderwijshuisvesting en relevante ontwikkelingen. Zorgplicht Gemeenten hebben op het gebied van onderwijshuisvesting de zogeheten zorgplicht. De onderwijswetgeving stelt dat een gemeente dient te voorzien in voldoende en adequate huisvesting voor het primair onderwijs (PO), (voortgezet) speciaal onderwijs ((V)SO) en voortgezet onderwijs (VO). De voorzieningen in de huisvesting waarvoor de gemeente verantwoordelijk is zijn vastgelegd in de wetgeving. Daarbij gaat het onder andere om (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding en herstel van constructiefouten. Het onderhoud (binnen- en buitenkant) en de exploitatie van schoolgebouwen is de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. Renovatie is (vooralsnog) niet wettelijk geregeld. Hetzelfde geldt voor vernieuwbouw. Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs De uitvoering van de zorgplicht wordt geregeld via een juridisch instrument, de verordening. Op grond van de Gemeentewet (artikel 149), de Wet op het primair onderwijs (artikel 102), de Wet op de expertisecentra (artikel 100) en de Wet op het voortgezet onderwijs (artikel 76) is de gemeenteraad verplicht bij verordening een regeling vast te stellen.