Bijlage 1 Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2023 A23.000375
Tekst van het document
Ook kunnen woningcorporaties en verhuurders bij specifieke wooncomplexen een verzoek doen aan het college om voorrang te mogen geven aan specifieke woningzoekenden met economische of maatschappelijke binding aan de gemeente. Bijvoorbeeld: - starters; - starters uit Zuidplas - doorstromers; - doorstromers uit Zuidplas; - doorstromers uit Zuidplas die een sociale huurwoning achterlaten; - bepaalde leeftijdsgroepen. Artikel 16. Rangorde woningzoekenden In deze bepaling is in aansluiting op de voorrangsregels van deze verordening een rangorde voor toewijzing van woonruimte gegeven voor de gevallen waarin er meer dan een gegadigde is voor een bepaalde woonruimte. Artikel 17. Passend huisvesten van bijzondere doelgroepen De woningen worden door directe bemiddeling toegewezen buiten het toewijzingssysteem van de Huisvestingsverordening om. Lid 1: De vijf regiogemeenten hebben in een regionaal convenant afspraken gemaakt over het aantal woningen in de gehele regio dat voor specifieke groepen beschikbaar wordt gesteld. Deze groepen zijn onder meer bewoners die uitstromen uit instellingen voor maatschappelijke opvang, tijdelijke verblijf en beschermd wonen en ex-gedetineerden. Deze regeling is bedoeld om de uitstroom uit instellingen te bevorderen vanuit een maatschappelijk belang van doorstroom en het voorkomen van dakloosheid.
Het regionale totaal wordt volgens een vaste verdeelsleutel verdeeld over de gemeenten. Het aantal woningen dat in lid 1 wordt bedoeld komt overeen met het aantal woningen per gemeente dat volgt uit dit convenant. Lid 2: De gemeente krijgt van het Rijk jaarlijks een taakstelling opgelegd met de wettelijke plicht daaraan te voldoen. Indien de gemeente niet voldoet aan de taakstelling kan de provincie ingrijpen. Overigens houden vergunninghouders een plaats in een opvanginstelling bezet die gefinancierd wordt met overheidsgeld. Sneller huisvesten is ook een algemeen belang. Urgentietoekenning aan vergunninghouders die voor de eerste keer een woning zoeken, is geen 37 Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2023
A23.000375
wettelijke verplichting meer maar zij moeten wel binnen 10 weken na de voordracht door het COA door de gemeente gehuisvest zijn. Om dit te waarborgen zijn de vergunninghouders opgenomen als bijzondere doelgroep. Dat betekent dat zij eenmalig door bemiddeling door de woningcorporaties een woning krijgen aangeboden. Lid 3: In de praktijk kunnen onvoorziene situaties ontstaan, waarvoor direct en acuut een oplossing gevonden moet worden. Voor dit soort gevallen houdt het tweede lid een aantal woningen vrij, die buiten alle regels en criteria, kunnen worden toegewezen. Gekozen is voor ‘vrije’ toewijzing van maximaal 5% van de leegkomende woningen per woningcorporatie. Woningzoekenden die vallen in lid 1 t/m 3 van dit artikel komen niet in aanmerking voor een urgentieregeling op grond van artikel 9.
HOOFDSTUK 5 WOONWAGENSTANDPLAATSEN Artikel 18a: Aanwijzing woonwagenstandplaatsen Sturing op toewijzing van schaarse woonwagenstandplaatsen in Zuidplas achten wij noodzakelijk en geschikt: In oktober 2020 heeft de gemeente een behoefteonderzoek uitgevoerd onder woonwagenbewoners in Nieuwerkerk aan de IJssel, Moordrecht en de spijtoptanten opgenomen in het register van standplaatszoekenden, zie het rapport “Een woonbehoefteonderzoek onder de woonwagenbewoners van de gemeente Zuidplas” (W. Timmer, 2020). Uit dit onderzoek blijkt dat er meer vraag is dan aanbod, wat de schaarste aantoont. Daarnaast blijkt uit het re gister van standplaatszoekenden dat het aantal belangstellenden voor woonwagenstandplaatsen de afgelopen jaren is toegenomen. Het stellen van toewijzingsregels voor woonwagenstand plaatsen is noodzakelijk om deze beschikbaar te houden voor de standplaatszoekenden die vanwege hun culturele identiteit een andere woonbehoefte hebben. Zie ook de toelichting onder artikel 21 van deze verordening. Net als bij sociale huurwoningen lost het toewijzen van woonwagenstandplaatsen het probleem van schaarste niet op. Zuidplas gaat de schaarste opheffen door de komende jaren extra woonwagenstandplaatsen te realiseren, conform de uitkomsten van het behoefteonderzoek.
Met het stellen van toewijzingsregels wordt beoogd schaarste van woonwagenstandplaatsen zo eerlijk en rechtvaardig mogelijk te verdelen. Artikel 18b: Register en bekendmaking Lid 1: Om te waarborgen dat alle gegadigden voor een standplaats weten dat er een standplaats beschikbaar komt, wordt een register bijgehouden van standplaatszoekenden. Opname in het register geeft geen recht op een standplaats, het zorgt er alleen voor dat de gemeente zodra een standplaats verhuurd kan worden, de standplaatszoekende hierover informeert. Om de opname enigszins actueel te houden blijft de opname in het register 5 jaar geldig. Lid 2: Vanwege de mogelijke mandatering van de verhuringen van standplaatsen door de woningcorporaties, zie artikel 24, is in dit artikel reeds sprake van het regionale woningzoekendensysteem dat in gebruik is bij de woningcorporaties. Artikel 19: Aanvraag huisvestingsvergunning standplaats Lid 1: De gemeente verhuurt de woonwagenstandplaatsen in de gemeente Zuidplas. Omdat de gemeente geen toegang heeft tot WoningNet, het woningzoekendensysteem van de woningcorporaties, zet de gemeente leegkomende, te verhuren standplaatsen op de gemeentelijke website. In dit artikel wordt rekening gehouden met een mogelijke overdracht 38 Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2023
A23.000375
van de woonwagencentra aan de woningcorporaties, zie artikel 24. In lijn met werkwijze van de woningcorporaties wordt een verklaring omtrent het betalingsgedrag van de huur gevraagd. Artikel 20: Toelating In dit artikel staan de voorwaarden vermeld waaraan huishoudens moeten voldoen om in aanmerking te komen voor een standplaats.
Artikel 21: Volgordebepaling Hierbij wordt aansluiting gezocht bij het in 2018 door de rijksoverheid opgestelde Beleidskader gemeentelijk woonwagen – en standplaatsenbeleid. Hierin staat een visie op het standplaatsenbeleid dat in lijn is met het mensenrechtelijk kader voor de culturele identiteit van Roma, Sinti en woonwagenbewoners. Bij schaarste aan standplaatsen dient voorrang te worden gegeven aan woonwagenbewoners, die vanwege hun culturele eigenheid een andere woonbehoefte hebben dan andere woningzoekenden. Hierbij wordt het “afstammingsbeginsel” gehanteerd (traditionele doelgroep): woningzoekende woonwagenbewoners die nu reeds in een woonwagen wonen, dan wel door omstandigheden in een stenen woning wonen maar de behoefte hebben in een woonwagen te wonen (spijtoptanten). Om op een eenvoudige en pragmatische wijze de afstamming aan te tonen kan gebruik worden gemaakt van het criterium “woonadres” van de aanvrager, van de ouders of grootouders. In die gevallen waarin, om welke reden dan ook, dit criterium niet kan worden toegepast, kan de woningzoekende in de gelegenheid worden gesteld om op andere wijze de afstamming van woonwagenbewoners aan te tonen. Dit artikel geeft een overzicht van de rangorde volgens welke volgorde standplaatszoekenden voor een door het college of de woningcorporaties aangeboden standplaats in aanmerking komen. Artikel 22.
Vervallenverklaring huisvestingsvergunning voor een woonwagenstandplaats Dit artikel moet voorkomen dat er wel een huisvestingsvergunning voor een standplaats wordt afgegeven maar deze niet of pas na langere tijd in gebruik wordt genomen. Dan zou een volgende op de ranglijst van artikel 21 voor de standplaats in aanmerking moeten komen. Omdat de werkzaamheden voor de bouw van een woonwagen enige tijd in beslag kan nemen is het voldoende als de bouw van de werkzaamheden daadwerkelijk gestart is. Artikel 23. Verlenen en intrekken huisvestingsvergunning voor een standplaats Het is niet de toegestaan dat inwonenden bij het vertrek van de huurder in de woonwagen achter blijven. Het is de vergunninghouder na vertrek uit de woonwagen ook niet toegestaan anderen toestemming te verlenen intrek te nemen in de woonwagen. Het college kan de huisvestingsvergunning intrekken als de vergunninghouder handelt in strijd met dit artikel. Artikel 24. Mandatering In het in 2018 door de rijksoverheid opgestelde Beleidskader gemeentelijk woonwagen – en standplaatsenbeleid is het uitgangspunt geformuleerd dat de woonwagenbewoners behoren tot de doelgroep van de woningcorporaties. Het ontwikkelen, verhuren en exploiteren van woonwagenlocaties, standplaatsen en woonwagens behoort daarmee tot de kerntaak van de woningcorporaties.
In de Woonvisie 2019 - 2025 is opgenomen dat de gemeente zich inzet de woonwagencentra over te dragen aan de woningcorporaties. Dit artikel is opgenomen vooruitlopend op een mogelijke overdracht aan de woningcorporaties.
39 Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2023
A23.000375
HOOFDSTUK 6 WIJZIGINGEN IN DE WONINGVOORRAAD Artikel 25. Werkingsgebied Op grond van de wet is het toegestaan om sturing te geven in de woonruimteverdeling. In Zuidplas is er voor gekozen om voor alle zelfstandige woonruimten, koop- en huurwoningen, in de gemeente op basis van de uitkomsten van het schaarste onderzoek “Schaarste in Zuidplas” (RIGO Research en Advies, 2022), een vergunning te verplichten voor omzetting, onttrekking, samenvoeging, woningvorming of kadastraal splitsing. Schaarste aan zelfstandige woonruimten in Zuidplas Uit het schaarste onderzoek “’Schaarste in Zuidplas” (RIGO Research en Advies, 2022) blijkt dat er in het hele huur- en koopsegment schaarste te zien is. Er zijn overal te korten, maar voornamelijk bij koopwoningen tot € 475.000. Een analyse van het actuele koopaanbod laat zien dat voor middeninkomens geen tot weinig woningen betaalbaar zijn. Ook laat een ruwe inschatting zien dat zelfs het grootste deel van het koopaanbod buiten het bereik voor hoge middeninkomens ligt. In de koopsector komt de schaarste tot uiting doordat er veel meer huishoudens naar een koopwoning in Zuidplas willen verhuizen dan er aanbod is. Dit geldt voor koopwoningen van alle soorten en maten.
De schaarste aan koopwoningen is ook terug te zien in de stijgende transactieprijzen van koopwoningen, waardoor steeds meer woningen verschuiven van het middensegment naar het hogere en topsegment. Het belang van het behoud van schaarse woonruimten staat centraal bij de vergunningplicht voor wijzigingen in de woningvoorraad, daarnaast wenst de gemeente leefbaarheid te bevorderen en daarom leefbaarheid mee te laten wegen bij vergunningverlening. Zie voor de noodzaak, geschiktheid en proportionaliteit van de inzet van de vergunningplicht bij wijzigingen in de woningvoorraad de toelichting van artikel 26. Artikel 26. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte Lid 1: Deze bepaling is een uitwerking van artikel 21 van de wet. Met de vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet worden vier soorten wijzigingen in de woningvoorraad gereguleerd, te weten: 1. Onttrekking: ‘anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar geheel of gedeeltelijk aan de bestemming tot bewoning te onttrekken’. Onder het onttrekken aan de bestemming tot bewoning wordt verstaan het slopen of het gebruiken voor een ander doel dan permanente bewoning door een huishouden. 2. Samenvoeging: ‘anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar geheel of gedeeltelijk met andere woonruimte samen te voegen’. 3.
Omzetting: ‘van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te zetten’. 4. Woningvorming: ‘te verbouwen tot twee of meer woonruimten’. In het eerste lid is bepaald op welke woonruimten het vergunningvereiste van toepassing is. Deze aanwijzing – gedaan met het oog op het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad – is in overeenstemming met wat noodzakelijk en geschikt wordt geacht voor het bestrijden van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan goedkope woonruimte (zie artikel 2, eerste lid, van de wet). Bij de vergunningverlening wordt het belang van de aanvrager afgewogen tegen het belang van bescherming van de woningvoorraad en het belang van de leefbaarheid in de omgeving van het betreffende pand. Afhankelijk van de belangenafweging wordt de vergunning geweigerd of (onder voorwaarden) verleend. Deze genoemde vergunningen kunnen gezamenlijk worden aangemerkt als de voorraadvergunningen. De inzet van de volgende instrumenten achten wij noodzakelijk, geschikt en proportioneel: 40 Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2023 A23.000375
Noodzakelijk
Vergunningplicht woningonttrekkingen: Onder het onttrekken aan de bestemming tot bewoning wordt verstaan het slopen of het gebruiken voor een ander doel dan permanente bewoning door een huishouden. Een vergunning is niet nodig wanneer de onttrokken woonruimte gedeeltelijk als kantoor- of praktijkruimte wordt gebruikt door degene die zelf als hoofdbewoner in de woonruimte blijft wonen. Met het verbod op het onttrekken van woonruimte zonder vergunning wordt voorkomen dat bestaande woonruimte wordt onttrokken aan de woningvoorraad en wordt omgezet naar een nietwoonfunctie, zonder dat aandacht is voor het belang van de woonruimtevoorraad. Vanwege de schaarste aan woonruimte in Zuidplas is het belangrijk voorwaarden te stellen aan het onttrekken van woonruimte aan de woningvoorraad terwijl die zo hard nodig is om huisvesting te bieden aan mensen die woonruimte zoeken in Zuidplas.
Vergunningplicht omzetten voor kamerbewoning: Met een vergunning voor het omzetten van woonruimte voor kamerbewoning kunnen criteria worden gesteld aan de omzetting. Kamerbewoning is een wijze van gebruik van woningen waar met name onder arbeidsmigranten behoefte aan is. Er is op dit moment sprake van een zodanige schaarste aan woonruimte dat de marktwerking eigenaar-verhuurders ertoe verleidt hun huurwoningen kamergewijs te verhuren, in plaats van die voor bewoning door gezinnen ter beschikking te houden. Een te grote mate van omzetting van zelfstandige woonruimte naar onzelfstandige kamerbewoning heeft tot gevolg dat de woningen die geschikt zijn voor bewoning door een gezin nog schaarser worden. Er geldt geen vergunningplicht wanneer de woning wordt omgezet in twee onzelfstandige woonruimten (kamers) om woning delen mogelijk te houden (zie de toelichting onder lid 2) en in geval van bewoning door een woongroep.
Vergunningplicht woningvorming: Bij woningvorming gaat het om een eigenaar die een bestaande woning feitelijk opdeelt in meer woonruimten, die afzonderlijk in de huurmarkt worden gezet zonder dat het gebouw wordt gesplitst in appartementsrechten. Om te kunnen spreken van woningvorming hoeven niet alle noodzakelijke voorzieningen in de woonruimte aanwezig te zijn. Er is in ieder geval sprake van woningvorming wanneer er een keuken in de woonruimte aanwezig is. Daarbij kunnen ook één of meer andere wezenlijke voorzieningen aanwezig zijn, zoals badkamer en/of toilet. Deze woonruimten worden ook wel luxe kamers of (woon)studio’s genoemd. Door de vergunningplicht voor woningvorming kan voorkomen worden dat grotere woningen zonder meer worden verbouwd tot (te) kleine woningen en daarmee niet meer bewoonbaar zijn door gezinnen. Gezinnen zijn een belangrijke doelgroep van het woonbeleid van de gemeente, zoals dat is vastgelegd in de Woonvisie. Zonder deze vergunningplicht zou elke woning verbouwd kunnen worden tot meerdere woningen met als enige ondergrens de minimale eisen uit het Bouwbesluit. In een woningmarkt met schaarste, zoals nu het geval is, zou de marktwerking tot gevolg kunnen hebben dat er te veel grote woningen zouden verdwijnen en verbouwd zouden worden tot meerdere kleine woningen, te klein voor gezinnen.
Samenvoegvergunning: Deze vergunning is nodig wanneer iemand anders dan de eigenaar in de samengevoegde woning gaat wonen of de samengevoegde woningruimte gaat gebruiken als kantoor of praktijk. Een vergunningplicht is niet nodig wanneer de samengevoegde woonruimte door de eigenaar wordt bewoond of gedeeltelijk wordt gebruikt als kantoor- of praktijkruimte. Met deze vergunningplicht wordt voorkomen dat schaarse (huur)woningen voor starters en doorstromers verloren gaan.
Splitsingsvergunning; Met de splitsingsvergunning kan vooral grip worden gehouden op de verhouding koop- versus huurwoningen. In Zuidplas is het alleen met een vergunning toegestaan om het recht van eigendom op een gebouw met daarin woonruimte, zoals bijvoorbeeld huurwoningen kadastraal te splitsen in appartementsrechten. Na splitsing
41 Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2023
A23.000375
kunnen de appartementsrechten individueel worden verkocht. De splitsingsvergunning wordt alleen verleend als het gebouw zich voor wat betreft de staat van onderhoud of indeling niet tegen splitsing verzet. Geschikt Met de vergunningplicht wordt een afweging gemaakt tussen het belang van het behoud van de schaarse woningvoorraad en het belang van de vergunningaanvrager. In een bestemmingsplan of omgevingsplan kunnen regels worden opgenomen om wijzigingen in de woningvoorraad tegen te gaan. Echter het behoud van schaarse woonruimte is geen aspect dat in een bestemmings- of omgevingsplan kan worden geregeld. Doel van de vergunningplicht is dat het college kan beoordelen of wijzigingen in de woningvoorraad niet leiden tot aantasting van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de straat. Hoewel de leefbaarheid geen grondslag vormt voor sturing, kan deze wel worden meegewogen in de vergunningverlening waarmee wijzigingen van de woningvoorraad mogelijk kunnen zijn zonder een (al te grote) impact op het geordend woon- en leefmilieu. Als het wetsvoorstel´wijzingen van de Huisvestingswet 2014 op basis van de evaluatie van de herziene huisvestingswet 2014´van kracht is, wordt leefbaarheid wel een grondslag om te mogen sturen op wijzingen in de woningvoorraad.
Proportioneel Als duurdere (en minder schaarse) woonruimte vanwege schaarste aan goedkope woonruimte worden verkamerd voor bijvoorbeeld huisvesting van arbeidsmigranten of opgesplitst in kleine studio’s voor starters, dan kan ingrijpen in dat duurdere prijssegment juist wenselijk zijn met het oog op het leefmilieu. Daarom is een vergunningplicht voor wijzigingen in de woonruimtevoorraad nodig in de gehele woningvoorraad. De gemeente biedt bij het omzetten van zelfstandige woonruimten naar kamerverhuur ruimte om woningdelen mogelijk te maken door de vergunningplicht vanaf 3 kamerbewoners in te stellen (zie ook de toelichting onder artikel 26 lid 2). Bij duurdere woonruimte (boven de € 475.000) worden aanvragen voor wijzigingen in de woningvoorraad in principe verleend, tenzij (aantoonbare) leefbaarheidsaspecten zich hiertegen verzetten. Het wetsvoorstel voor wijziging van de huisvestingswet maakt het straks mogelijk om een vergunningplicht enkel op leefbaarheid in te stellen. De gemeente zet in op toevoegen van nieuwe woningen op basis van de Woonvisie om de schaarste aan woningen tegen te gaan.
Door eisen te stellen aan de aandelen van nieuwbouw sociale- en middeldure huurwoningen en betaalbare koopwoningen zoals is vastgelegd in de Woonvisie en/of in de middenhuur- of doelgroepenverordening van de gemeente, legt de gemeente beperkingen op aan ontwikkelaars van nieuwe woningbouwlocaties. Dan past het niet dat andere onroerend-goed-eigenaren deze schaarse woonruimte zonder beperkingen uit de bestaande woningvoorraad kunnen halen. Lid 2: De omzettingsvergunning is nodig wanneer iemand een woning kamergewijs wil verhuren en kan gezien worden als kamerverhuurvergunning. De Huisvestingswet bepaalt dat een woonruimte wordt bewoond door één huishouden. Een huishouden kan zijn een eenpersoonshuishouden of een meerpersoonshuishouden, zoals een gezin. Als een woning wordt bewoond door meerdere personen, die samen geen huishouden vormen, is er sprake van omzetting naar meerdere onzelfstandige woonruimten. Hiervoor is conform de Huisvestingswet een omzettingsvergunning nodig. Voor omzetting van een zelfstandige woning naar drie of meer onzelfstandige woonruimten (kamers) c.q. bewoning door drie of meer huishoudens geldt in Zuidplas een verplichte omzettingsvergunning. Er geldt bijvoorbeeld geen vergunningplicht voor bewoning van een zelfstandige woonruimte door twee vrienden. Zo wordt bewoning door twee personen niet anders behandeld dan een stel.
Er geldt ook geen vergunningplichtplicht als een éénpersoonshuishouden of een meerpersoonshuishouden gaat inwonen bij een ander één- of meer persoonshuishouden. en 42 Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2023
A23.000375
eigenaar-verhuurder die bijvoorbeeld zelf in de woning woont, telt mee als één onzelfstandige woonruimte. Er mag maximaal één ander huishouden inwonen om een de druk op de leefbaarheid van de woonomgeving te voorkomen. Woongroepen worden gezien als één duurzaam gemeenschappelijk huishouden en zijn daarmee vrijgesteld van een vergunningplicht. Met de vrijheidsstelling van de vergunningplicht wilt Zuidplas het mogelijk maken dat bewoners anderen een helpende hand kunnen bieden. Temeer ook omdat de leefbaarheidseffecten door de vrijstelling beperkt zijn. Voor de toepassing van het vergunningvereiste is het niet van belang wie de zelfstandige woonruimte feitelijk in onzelfstandige woonruimte heeft omgezet. Of het de eigenaar, de hoofdhuurder of de kamerbewoners zijn: in alle gevallen is een omzettingsvergunning nodig. Lid 3: Zuidplas heeft ervoor gekozen om woningcorporaties vrijstelling te geven voor een omzettingsvergunning voor zelfstandige woonruimte als de gemeente daar nadrukkelijk om ver zoekt, zodat woningcorporaties specifieke doelgroepen makkelijker kunnen huisvesten. Bijvoorbeeld om kamerverhuur in een eengezinswoning mogelijk te maken voor (alleenstaande) vergunninghouders om de taakstelling te kunnen voldoen of om (dakloze) jongeren makkelijker een kamer te bieden die moeten uitstromen uit een instelling. Artikel 27.
Aanvraag vergunning Op grond van artikel 23 van de wet kan slechts een aanvraag tot vergunning worden gedaan door de eigenaar van de woonruimte respectievelijk het gebouw. Onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming van een pand heeft gevolgen voor de eigendom van de betrokken woonruimten en gebouwen. Daarom kan alleen de eigenaar van het desbetreffende pand een vergunning aanvragen. Artikel 28. Voorwaarden en voorschriften Deze bepaling is een uitwerking van artikel 24 van de wet, waarin is bepaald dat het college voorwaarden en voorschriften kunnen verbinden aan een vergunning zoals bedoeld in artikel 21 van de wet. Bij de voorwaarden en voorschriften als bedoeld onder c en d kan gedacht worden aan: Geordend leefmilieu a. de gebruiksoppervlakte van de onzelfstandige woonruimten gemiddeld is minimaal 12 m 2 per bewoner; b. het pand en de onzelfstandige woonruimten voldoen aan de bouwtechnische- en brandveiligheidseisen van het geldende Bouwbesluit; c. de woonruimten voldoen aan de luchtgeluidisolatienormen van het geldende Bouwbesluit; d. het pand verkeert in goede staat van onderhoud en wordt in goede staat van onderhoud gehouden; e.
in het kader van veiligheid en overlast wordt door de verhuurder en huurder in ieder geval voldaan aan de volgende huis- en leefregels: - afvoer en opslag van grofvuil vindt zodanig plaats dat geen overlast voor de buurt ontstaat; - fietsen, motorvoertuigen of andere vervoersmiddelen worden alleen neergezet op die plaatsen die blijkens aanwijzing hiervoor zijn bestemd; - de huurder is verplicht om gemeenschappelijke ruimten en de daarvan al dan niet deel uitmakende vluchtwegen vrij te houden van voorwerpen; - de huurder onthoudt zich van gedragingen die naar gangbare maatstaven overlast veroorzaken aan andere huurders in het complex of aan derden in de nabije omgeving; - de huurder is verantwoordelijk en aansprakelijk voor de gedragingen van degenen die zich met zijn goedvinden in het gehuurde bevinden; - in de woonruimte zijn alarmnummers op een duidelijk zichtbare plaats aangegeven;
43 Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2023
A23.000375
f. er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, zoals opgenomen in, de door het bevoegd gezag vastgestelde, beleidsregels met betrekking tot parkeren, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de vergunningaanvraag; g. er geen sprake is van structurele overlast, die aantoonbaar is op grond van meldingen/ klachten bij de politie of de gemeente Zuidplas. Artikel 29. Weigeringsgronden Deze bepaling is een uitwerking van artikel 24 van de wet. De gemeenteraad dient in de huisvestingsverordening de weigeringsgronden vast te leggen ten aanzien van het verlenen van de vergunning voor onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming. Op grond van artikel 25 van de Huisvestingswet 2014 kan de vergunning voorts worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Artikel 30. Vergunning voor kadastrale splitsing Voor het in appartementsrechten splitsen van een gebouw dat behoort tot het werkingsgebied genoemd in artikel 25 van deze verordening is een vergunning van het college nodig. Dit is een uitwerking van artikel 22 van de wet. Voor het in appartementsrechten splitsen van een gebouw bevattende woonruimte dat behoort tot een in het eerste lid aangewezen categorie is een ver gunning van burgemeester en wethouders nodig.
Deze aanwijzing is in overeenstemming met wat noodzakelijk en geschikt wordt geacht voor het bestrijden van onevenwichtige en onrecht vaardige effecten van schaarste aan goedkope woonruimte (zie artikel 2, eerste lid, van de wet). Hiermee wordt greep gehouden op de hoeveelheid goedkope woonruimte in de vorm van appartementen. Het in appartementsrechten splitsen van een appartementencomplex is nood zakelijk om de appartementen afzonderlijk te kunnen verkopen. De verkoop van die appartementen kan ongewenst zijn in het licht van het behoud van de woonruimtevoorraad. Artikel 31. Aanvraag vergunning voor kadastrale splitsing Op grond van artikel 23 van de wet kan slechts een aanvraag tot vergunning worden gedaan door de eigenaar van de woonruimte respectievelijk het gebouw. De kadastrale splitsing van een pand heeft gevolgen voor de eigendom van de betrokken woonruimten en gebouwen. Daarom kan alleen de eigenaar van het desbetreffende pand een vergunning aanvragen. Artikel 32. Voorwaarden en voorschriften kadastrale splitsing Deze bepaling is een uitwerking van artikel 24 van de wet, waarin is bepaald dat de burgemeester en wethouders voorwaarden en voorschriften kunnen verbinden aan een vergunning zoals bedoeld in artikel 21 van deze verordening. Bij de voorwaarden en voorschriften als bedoeld onder c en d kan gedacht worden aan: Geordend leefmilieu a.
de gebruiksoppervlakte van de zelfstandige woonruimten is gemiddeld minimaal 12 m 2 per bewoner; b. het pand en de zelfstandige woonruimten voldoen aan de bouwtechnische- en brandveiligheidseisen van het geldende Bouwbesluit; c. de woonruimten voldoen aan de luchtgeluidisolatienormen van het geldende Bouwbesluit; d. het pand verkeert in goede staat van onderhoud en wordt in goede staat van onderhoud gehouden; e. in het kader van veiligheid en overlast wordt door de verhuurder en huurder in ieder geval voldaan aan de volgende huis- en leefregels: - afvoer en opslag van grofvuil vindt zodanig plaats dat geen overlast voor de buurt ontstaat; - fietsen, motorvoertuigen of andere vervoersmiddelen worden alleen neergezet op die plaatsen die blijkens aanwijzing hiervoor zijn bestemd; 44 Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2023
A23.000375
-
de bewoner is verplicht om gemeenschappelijke ruimten en de daarvan al dan niet deel uitmakende vluchtwegen vrij te houden van voorwerpen; - de bewoner onthoudt zich van gedragingen die naar gangbare maatstaven overlast veroorzaken aan andere bewoners in het complex of aan derden in de nabije omgeving; - de bewoner is verantwoordelijk en aansprakelijk voor de gedragingen van degenen die zich met zijn goedvinden in het gehuurde bevinden; - in de woonruimte zijn alarmnummers op een duidelijk zichtbare plaats aangegeven; f. er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, zoals opgenomen in, de door het bevoegd gezag vastgestelde, beleidsregels met betrekking tot parkeren, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de vergunningaanvraag; g. er geen sprake is van structurele overlast, die aantoonbaar is op grond van meldingen/klachten bij de politie of de gemeente Zuidplas.
Artikel 33. Weigeringsgronden Deze bepaling is een uitwerking van artikel 24 van de wet, waarin is bepaald dat de gemeenteraad regels stelt omtrent de gronden die tot weigering van een vergunning kunnen leiden. De gemeenteraad dient de afweging te maken in welke gevallen het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad zwaarder moet wegen dan het belang van de eigenaar voor het verkrijgen van een vergunning tot splitsing. Bij de afweging kan de onderhoudstoestand van de betreffende woonruimte worden meegenomen. Op grond van artikel 25 van de Huisvestingswet 2014 kan de vergunning voorts worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Artikel 34. Intrekking vergunning Op basis van artikel 26 van de wet kan het college overgaan tot het intrekken van de verleende vergunning. Een vergunning kan worden ingetrokken op basis van (één van) de volgende gronden: a. de vergunninghouder is niet binnen één jaar nadat de vergunning onherroepelijk is geworden, overgegaan tot onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming; b. de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegeven waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; c.
de aan de vergunning verbonden voorwaarden en voorschriften worden niet nageleefd; d. het gebruik van de vergunning leidt tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woonen leefmilieu van de woonruimte dan wel de omgeving van de woonruimte waar de vergunning voor verleend is. Het college gaat niet tot intrekking van de vergunning over, voordat de vergunninghouder per brief is gewaarschuwd, dat zij de vergunning zullen intrekken, indien niet binnen een te bepalen datum zodanige maatregelen en/of voorzieningen zijn getroffen dat een geordend woon- en leefmilieu van de woonruimte dan wel omgeving van de woonruimte is hersteld. HOOFDSTUK 7 GERESERVEERD De artikelen 35 t/m 37 zijn gereserveerd. HOOFDSTUK 8 GERESERVEERD De artikelen 38 t/m 43 zijn gereserveerd. HOOFDSTUK 9 SLOTBEPALINGEN Artikel 44. Experimenten Nieuwe inzichten of nieuwe technische mogelijkheden kunnen ertoe leiden dat er andere systemen van woningtoewijzing worden ontwikkeld dan waarop deze huisvestingsverordening is 45 Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2023
A23.000375
gebaseerd. Dit artikel maakt het mogelijk te experimenteren met dergelijke systemen zonder bij voorbaat de hele verordening te hoeven aanpassen. Ook kan geëxperimenteerd worden met regels waarvan de gevolgen niet geheel voorspelbaar zijn, waarna (bij gebleken succes) een dergelijke regel via aanpassing van de verordening formeel kan worden ingevoerd. Artikel 45. Hardheidsclausule Dit artikel maakt afwijking in specifieke situaties mogelijk en behoeft geen verdere toelichting. Artikel 46. Bestuurlijke boete Deze bepaling is een uitwerking van artikel 35 van de wet, waarin is bepaald dat de gemeenteraad in de huisvestingsverordening kan bepalen dat een bestuurlijke boete kan worden opgelegd ter zake van de overtreding van de verboden bedoeld in de artikelen 8, 21 of 22, 23 van de wet of van het handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel 26 van de wet. Naast het bepalen dat de bestuurlijke boete kan worden opgelegd, bepaalt de raad in de verordening ook de hoogte van de boete die voor verschillende overtredingen kan worden opgelegd. Het college is bevoegd tot het daadwerkelijk opleggen van een bestuurlijke boete. In de verordening zijn bestuurlijke boetes opgenomen voor overtreding van artikel 8, 21 en 22 van de wet of voor handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel 24 van de wet. Artikel 8 van de wet luidt: 1.
Het is verboden om woonruimte die is aangewezen krachtens artikel 7 voor bewoning in gebruik te nemen zonder vergunning van het college. 2. Het is verboden om woonruimte die is aangewezen krachtens artikel 7 voor bewoning in gebruik te geven aan een persoon die niet beschikt over een huisvestingsvergunning. Artikel 21 en 22 van de wet zijn de basis voor artikel 26 en 30 van deze verordening. Overtredingen van artikelen 26 en 30 van de verordening betekenen een overtreding van artikel 21 of 22 van de wet. Artikel 24 van de wet luidt: De gemeenteraad stelt in de huisvestingsverordening regels omtrent de gronden die tot weigering van een vergunning als bedoeld in artikel 21 of 22 kunnen leiden en de voorwaarden en voorschriften die het college kan verbinden aan een vergunning als bedoeld in die artikelen. De wet geeft alleen bestuursrechtelijke handhavingsmogelijkheden. Het gewone strafrecht geldt daarnaast bij overtreding van de bepalingen in het Wetboek van Strafrecht (bijvoorbeeld in geval van valsheid in geschrifte of bedreiging). Artikel 47. Overgangsbepaling In het eerste lid van dit artikel worden eigenaren van panden/woningen verplicht gesteld om binnen een redelijke termijn na inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag voor een vergunning op grond van artikel 26 of 30 van deze verordening in te dienen. Er is hier gekozen voor een termijn van zes maanden.
De aanvraag van de vergunning dient ook om de bestaande situatie te legaliseren. Wel dient er aan de vereisten van de artikelen 27 tot en met 33 van deze verordening te worden voldaan. Om te voorkomen dat reeds verleende urgentieverklaringen opnieuw zouden moeten aangevraagd, is bepaald dat de verklaringen verleend onder de ingetrokken verordening, geldig blijven onder de nieuwe verordening. Artikel 48. Intrekking oude verordening 46 Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2023
A23.000375
De Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2019 heeft een geldigheidsduur van vier jaar. Die verordening wordt vervangen door deze verordening. Bij vervanging van een regeling door een nieuwe wordt de oude regeling uitdrukkelijk ingetrokken. Het uitdrukkelijk intrekken van de oude regeling betekent dat er geen misverstand kan bestaan over de vraag of het de bedoeling is de oude en de nieuwe naast elkaar te laten voortbestaan of de oude te vervangen door de nieuwe. Artikel 49. Inwerkingtreding en geldigheidsduur De maximale geldigheidsduur van de verordening is geregeld in artikel 4 van de wet. Voor de duidelijkheid is deze geldigheidsduur ook in de verordening zelf vastgelegd.
47 Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2023
A23.000375