Bijlage 1 - Goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving ’s-Gravenweg 224 Nwk - A26.000251
Tekst van het document
Omgevingsvergunning 'S-Gravenweg 224b, Nieuwerkerk Aan Den IJssel Ontwerp
's-Gravenweg 224b, Nieuwerkerk aan den IJssel
omgevingsvergunning 's-Gravenweg 224b, Nieuwerker k aan den IJssel
Inhoudsopgave
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving
5
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerend omgevingsplan 1.4 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties 1.5 Leeswijzer
6 6 6 7 8 8
Hoofdstuk2 Bestaande situatie 2.1 Ruimtelijke en functionele structuur plangebied en directe omgeving
9 9
Hoofdstuk3 Planbeschrijving 3.1 Nieuwe situatie 3.2 Verkeer en parkeren
12 12 15
Hoofdstuk4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid
17 17 19 24
Hoofdstuk5 Water 5.1 Inleiding 5.2 Beleidskader Rijk en provincie 5.3 Beleid hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 5.4 Waterhuishouding
29 29 29 30 31
Hoofdstuk6 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Flora en fauna
33 33 45 49
Hoofdstuk7 Adviesrecht raad en participatie 7.1 Adviesrecht raad 7.2 Verplichte participatie 7.3 Participatie omgeving 7.4 Bestuurlijk vooroverleg
53 53 53 53 53
Hoofdstuk8 Financiële haalbaarheid 8.1 Kostenverhaal 8.2 Nadeelcompensatie
54 54 54
Hoofdstuk9 Belangenafweging en conclusie 9.1 Toetsing initiatief aan evenwichtige toedeling van functies aan locaties 9.2 Beoordeling aanvraag omgevingsvergunning 9.3 Conclusie
55 55 55 55
Bijlagen goede onderbouwing fysieke leefomgeving Bijlage 1
Akoestischonderzoek omgevingslawaai
Bijlage 2
Verkennend bodemonderzoek
2
Inhoudsopgave (ontwerp)
omgevingsvergunning 's-Gravenweg 224b, Nieuwerker k aan den IJssel
Bijlage 3
Onderzoek archeologie
Bijlage 4
Ecologisch onderzoek
Bijlage 5
Geanonimiseerde brief voor omwonenden
Inhoudsopgave (ontwerp)
3
omgevingsvergunning 's-Gravenweg 224b, Nieuwerker k aan den IJssel
4
(ontwerp)
omgevingsvergunning 's-Gravenweg 224b, Nieuwerker k aan den IJssel
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving (ontwerp)
5
omgevingsvergunning 's-Gravenweg 224b, Nieuwerker k aan den IJssel
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Op het perceel 's-Gravenweg 224b in Nieuwerkerk aan den IJssel staat een verouderde woonboerderij. De nieuwe eigenaar heeft het voornemen de bestaande bebouwing te slopen om hiervoor in de plaats een kleinschalige intramurale woonzorgvoorziening te realiseren voor maximaal acht verstandelijk gehandicapten met bijbehorende voorzieningen. De aanvraag is in strijd met de regels van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan (bestemmingsplan 's-Gravenweg 2013), omdat het gebouw gedeeltelijk buiten het bouwvlak is gesitueerd en de maximale voorgeschreven inhoudsmaat door het plan wordt overschreden. Voorts is het gebruik niet in overeenstemming met de functie wonen. Er zijn vanuit oogpunt van de fysieke leefomgeving geen beletselen om een functiewijziging mogelijk te maken, omdat een kleinschalige maatschappelijke voorziening passend is in een bebouwingslint, waarbij de voorzijde van het gebouw de uitstraling van een woonboerderij krijgt. Ten behoeve hiervan is een goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving opgesteld als onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning, waarin wordt aangetoond dat de vervolgfunctie naar een maatschappelijke voorziening vanuit een evenwichtige toedeling van functies aan locaties inpasbaar is.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt aan de 's-Gravenweg 224b in Nieuwerkerk aan den IJssel. Aan weerszijden van het plangebied staan vrijstaande woningen. Aan de westzijde ligt de Schielandweg (N219). Aan de overzijde van de 's-Gravenweg ligt de Hitlandselaan met een doorzicht naar het recreatiegebied. Verder staan hier vrijstaande woningen. Een situatieschets van het plangebied en omgeving is opgenomen in figuur 1.
Figuur 1: Situatietekening plangebied en omgeving. Plangebied rood omkaderd.
6
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving (ontwerp)
omgevingsvergunning 's-Gravenweg 224b, Nieuwerker k aan den IJssel
1.3
Vigerend omgevingsplan
Het omgevingsplan vervangt het geldende bestemmingsplan uit de Wet ruimtelijke ordening. Onder de Omgevingswet moet iedere gemeente één omgevingsplan voor haar hele grondgebied vaststellen. Gemeenten krijgen een overgangsperiode om hun omgevingsplan om te vormen naar een volwaardig omgevingsplan. Deze periode loopt tot 1 januari 2032. Het tijdelijke deel van het omgevingsplan ontstaat direct na de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dit wordt het ‘omgevingsplan van rechtswege’ of ‘tijdelijk deel’ genoemd. Feitelijk gaat het om dezelfde bestemmingsplannen die dan één omgevingsplan vormen. Voor het plangebied geldt het omgevingsplan van rechtswege. Bestemmingsplan
Raadsbesluit
Uitspraak ABRvS
“'s-Gravenweg 2013"
11 juni 2013
n.v.t.
"Parapluherziening Archeologie"
6 maart 2018
n.v.t.
"Parapluherziening Parkeren"
24 april 2018
n.v.t.
Het plangebied ligt in het bestemmingsplan 's-Gravenweg 2013, waarin het plangebied is bestemd voor 'Wonen' met de dubbelbestemming 'Waarde -Archeologie 4'. Binnen het bouwvlak is een vrijstaande woning toegestaan. In het bestemmingsplan is in artikel 26.2 een wijzigingsbevoegdheid opgenomen, waarin burgemeester en wethouders onder voorwaarden bevoegd zijn de bestemmingen te wijzigen in 'Tuin' en 'Wonen – 1' ten behoeve van een herindeling van het perceel. Het planvoornemen is in strijd met het bestemmingsplan, omdat een maatschappelijke voorziening niet is toegestaan. In de 'Parapluherziening Archeologie' heeft het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde -Archeologie 2' gekregen.
Figuur 2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 's-Gravenweg 2013. Plangebied blauw omkaderd.
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving (ontwerp)
7
omgevingsvergunning 's-Gravenweg 224b, Nieuwerker k aan den IJssel
1.4
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
Op grond van artikel 5.1 (omgevingsvergunningplichtige activiteiten) van de Omgevingswet is het verboden zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten. Om medewerking te kunnen verlenen aan het verzoek voor een maatschappelijke voorziening dient op grond van artikel 8.0a, lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit algemeen) te worden aangetoond dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Verder dient het plan te worden getoetst aan de instructieregels van het Rijk en de provincie. In verband hiermede is een ruimtelijke onderbouwing noodzakelijk als onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning. Hierin moet worden aangetoond dat het initiatief niet in strijd is met de fysieke leefomgeving. In de voorliggende notitie wordt aangegeven wat de invloed is van dit plan op haar omgeving. Daarnaast wordt ook ingegaan op de relevante milieuaspecten, de uitvoerbaarheid en de juridisch-planologische consequenties. Eveneens wordt ingegaan op de resultaten van de omgevingsdialoog. Op deze wijze wordt de haalbaarheid van deze planontwikkeling aangetoond.
1.5
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie. In Hoofdstuk 3 is een planbeschrijving van de nieuwe toestand opgenomen. In Hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor deze aanvraag omgevingsvergunning relevante rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In Hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de waterparagraaf. Hoofdstuk 6 omvat de aspecten fysieke leefomgeving en milieu. In Hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de participatie. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de financiële haalbaarheid. De belangenafweging en eindconclusie is opgenomen in Hoofdstuk 9.
8
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving (ontwerp)
omgevingsvergunning 's-Gravenweg 224b, Nieuwerker k aan den IJssel
Hoofdstuk 2 2.1
Bestaande situatie
Ruimtelijke en functionele structuur plangebied en directe omgeving
Historische ontwikkeling De 's-Gravenweg is gelegen in het Zuid-Hollands veenweidegebied. Rivieren in het gebied zetten vroeger het veenland regelmatig onder water. Het tracé van de 's-Gravenweg was de enige verkeersverbinding tussen Kralingen en Gouda. Na de Groenendijk werd het gebied tussen de 's-Gravenweg en de Groenendijk ontgonnen. Het verkavelingspatroon met lange, smalle kavels is hierdoor ontstaan. Na verloop van tijd begon door de verbeterde afwatering de veengrond in te klinken. In natte perioden ontstonden daardoor drassige gronden die niet geschikt waren voor bebouwing. Verdere bebouwing vond daarom plaats op een hoge natuurlijk veenrug: de huidige Kerklaan. Huidige ruimtelijke en functionele structuur Door de slechte kwaliteit van de ondergrond aan de zijde van het Hitlandgebied werd historisch gezien de bebouwing voor het overgrote deel gerealiseerd aan de westzijde van de weg. De oostzijde bleef tot ver in deze eeuw vrij van bebouwing. Deze asymmetrische opbouw is één van de belangrijkste karakteristieken van de 's-Gravenweg. Tegenwoordig is deze opbouw minder duidelijk aanwezig, omdat er veel nieuwbouw is gerealiseerd aan de oostzijde van de weg, met name in het gebied tussen de Kerklaan/Kortenoord/Groenendijk.
De kavelstructuur wordt gevormd door lange, smalle kavels, begrensd door sloten en karakteristieke erfbeplanting met veelal bebouwing parallel aan de kavelrichting, op enige afstand van de weg. In het gedeelte tussen de Hitlandselaan en Kortenoord is sprake van een gesloten lintbebouwing met een 'kernvorming' bij de Kerklaan, waar diverse niet-woonfuncties zijn gevestigd. Aan de 's-Gravenweg overheerst de woonfunctie, variërend van grote, luxe villa's tot kleine arbeidershuisjes. Van oorsprong was een groot aantal agrarische bedrijven aan de 's-Gravenweg gevestigd. Ten gevolge van schaalvergroting en efficiencyverbetering zijn deze nagenoeg allemaal verdwenen. Daarvoor in de plaats is een aantal burgerwoningen gekomen met in een aantal gevallen een combinatie met kleinschalige bedrijvigheid. Nieuwe naastgelegen woning op nr. 224.
Naastgelegen woningen op nrs. 226 en 228.
Tegenover gelegen woning op nummer 85.
Tegenover gelegen Hitlandselaan.
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving (ontwerp)
9
omgevingsvergunning 's-Gravenweg 224b, Nieuwerker k aan den IJssel
Bestaande situatie plangebied Het perceel staat kadastraal bekend als gemeente Nieuwerkerk aan den IJssel, sectie E, nummer 93, groot 2.045 m². De huidige woonboerderij staat midden op de woonkavel. Achter het woongedeelte bevindt zich de voormalige stal, welke thans in gebruik is als schuur/hobbyruimte. Vanuit de voormalige stal is er tevens toegang tot de aangebouwde garage voor 2 tot 4 auto's welke ook vanuit de achtertuin en het terras bereikbaar is. De voorzijde van het perceel is in gebruik als gazon. In figuur 3 is een luchtfoto opgenomen van de bestaande situatie.
Figuur 3: Luchtfoto bestaande toestand plangebied omgeving.
10
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving (ontwerp)
omgevingsvergunning 's-Gravenweg 224b, Nieuwerker k aan den IJssel
Woonboerderij vanaf de 's-Gravenweg.
Achterzijde van de woonboerderij.
Grindpad naast de woonboerderij.
Voortuin vanaf de 's-Gravenweg.
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving (ontwerp)
11
omgevingsvergunning 's-Gravenweg 224b, Nieuwerker k aan den IJssel
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving
Nieuwe situatie
Het planvoornemen betreft het oprichten van een kleinschalige intramurale zorgvoorziening voor acht verstandelijk gehandicapten. Vier van de cliënten hebben deels begeleiding nodig en vier hebben volledige zorg en begeleiding nodig bij alle dagdagelijkse handelingen. Voor de cliënten zijn 24 uur per dag professionele zorgverleners aanwezig voor begeleiding en verzorging. Het gebouw wordt naar voren gezet in lijn met de voorgevels van de omliggende kavels. In figuur 4 is de verkavelingstekening opgenomen van de nieuwe situatie.
Figuur 4: Situatietekening nieuw. Het nieuwe gebouw is opgebouwd uit een voorhuis en een volume dat daar omheen ligt. Qua architectuur wordt zoveel mogelijk aangesloten op de bestaande omgeving. Elementen van de te slopen woonboerderij zoals een makelaar, windveer, luiken, kozijnverdeling, rollaag boven kozijnen, plint en een gebouwnaam komen terug in het nieuw te bouwen zorggebouw. De nieuwbouw krijgt aan de voorzijde van de begane grond een gemeenschappelijke woonkamer met aansluitend een snoezelbadkamer, snoezelruimte/muziek, wasruimte en opslag/ bijkeuken. Hierachter komen acht zelfstandige kamers voor de bewoners van de voorziening. Enigszins terugliggend van de woonkamer wordt een klein overdekt zwembad met kleedruimte gerealiseerd. Op de verdieping komt een kantoor/vergaderruimte met twee slaapkamers voor verpleegkundigen Het voorste deel van het gebouw krijgt een goothoogte van 3,2 meter en een nokhoogte van 8,0 meter. De hoofd-oriëntatie is op de weg is gericht. De hierachter gelegen acht woonverblijven voor de verstandelijk gehandicapten krijgen een bouwhoogte van 3,2 meter. Op het dak worden zonnepanelen geplaatst. Stijl en materiaalkeuze van het gebouw wordt afgestemd op de omgeving.
12
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving (ontwerp)
omgevingsvergunning 's-Gravenweg 224b, Nieuwerker k aan den IJssel
Bouwvolume Het bouwvolume van de oude opstallen vanaf maaiveld gemeten is 1.928 m³. Het nieuw te bouwen gebouw heeft vanaf maaiveld een bouwvolume van 1.863 m³. Het nieuwe bouwvolume boven maaiveld is dus (1.928 – 1.863) = 65 m³ kleiner dan het oorspronkelijke bouwvolume boven maaiveld. Enkele aanzichttekeningen van de nieuwbouw zijn opgenomen in figuur 5. Een artist impresssion is weergegeven in figuur 6. Een vogelvluchtfoto van de nieuwe toestand is opgenomen in figuur 7.
Figuur 5: Aanzichttekeningen nieuwe situatie (indicatief).
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving (ontwerp)
13
omgevingsvergunning 's-Gravenweg 224b, Nieuwerker k aan den IJssel
Figuur 6: Artist impression nieuwbouw.
Figuur 7: Vogelvluchttekening (indicatief).
14
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving (ontwerp)
omgevingsvergunning 's-Gravenweg 224b, Nieuwerker k aan den IJssel
3.2
Verkeer en parkeren
3.2.1
Verkeer
De 's-Gravenweg begint in de wijk Kralingen van Rotterdam en loopt, via de gemeente Capelle aan den IJssel, door tot de aantakking op de Groenendijk bij Kortenoord in Nieuwerkerk aan den IJssel. In noordelijke richting is via de Kerklaan het centrum van Nieuwerkerk bereikbaar. Achter het plangebied ligt de Provincialeweg N219 (richting Rotterdam en A20). Op de 's-Gravenweg is de maximumsnelheid 60 km/uur. Het zorggebouw wordt ontsloten op een inmiddels aangelegde brug. Op het voor- en achtererf is voldoende gelegenheid voor stalling van voertuigen.
De 's-Gravenweg.
Bestaande uitrit vanaf de 's-Gravenweg.
Verkeersgeneratie De bestaande woning verdwijnt. In de plaats hiervan komt een zorggebouw voor acht verstandelijk gehandicapten. Dit brengt de volgende verkeersgeneratie met zich mee. Tabel 3.1: Verkeersgeneratie zorg. Omschrijving
rest bebouwde kom/ matig stedelijk
verpleegtehuis
2,0 per zorgunit*
Aantal eenheden
Totaal nieuw
8
Verkeersgeneratie 16,0
16
* Gegevens op basis van ervaringsgegevens en aannames. De toename vindt verspreid over de dag plaats. Deze is verkeerskundig dermate laag dat mag worden verondersteld dat het verkeer opgaat in het reguliere verkeersbeeld en niet leidt tot (nieuwe) knelpunten op gebied van verkeersafwikkeling. Cliënten kunnen onder persoonlijke begeleiding gebruik maken van 3-wielers, zodat er geen kans is op overlast. 3.2.2
Parkeren
Op 5 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders de 'Nota Parkeernormen 2019' vastgesteld. De gemeente Zuidplas wil de toenemende vraag naar parkeergelegenheid op zodanige wijze faciliteren dat de kwaliteit van de openbare ruimte behouden blijft en de bereikbaarheid van de dorpen kan worden gewaarborgd. In de Nota Parkeernormen 2019 wordt gesproken over een parkeerplaats voor auto's betreft het een ruimte conform de 'NEN 2443:2013 Parkeren en stallen van personenauto's op terreinen en in garages', publicatie Nederland Normalisatie-instituut, van maart 2013 en CROW-publicatie ASVV 2012 (nieuwe
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving (ontwerp)
15
omgevingsvergunning 's-Gravenweg 224b, Nieuwerker k aan den IJssel
versie ASVV2021) parkeerplaatsen in de openbare ruimte (langs straten e.d.). Een langsparkeervak heeft een breedte 2,00 (m) bij lengte 6,00 (m). Een gestoken(haaks) parkeervak heeft een breedte 2,50 (m) bij lengte 5,00 (m) met een rijbaan van 5,50 á 6,00 (m). De functiewijziging naar een zorgvoorziening voor acht cliënten leidt tot een parkeerbehoefte van 6 autoparkeerplaatsen (gebaseerd op CROW-norm 0,7/wooneenheid). Het plan voorziet met 8 gerealiseerde parkeerplaatsen op eigen terrein ruimschoots in deze toegenomen behoefte. Er is geen fietsparkeereis, maar de voorgestelde adequate fietsparkeervoorziening, inclusief faciliteiten voor driewielfietsen, is verkeerskundig en maatschappelijk zeer positief. De toename in verkeersgeneratie is gering en past binnen de bestaande infrastructuur. Het verkeersaspect is hiermee afdoende geborgd. In het plangebied worden in totaal 9 parkeerplaatsen aangelegd, zoals aangeduid in figuur 8, zodat de parkeerbehoefte kan worden opgevangen in het plangebied. De aanleg van voldoende parkeerplaatsen voor de zorgvoorziening wordt door middel van het opnemen van voorwaarden in de omgevingsvergunning geborgd.
Figuur 8: Terreininrichting met parkeerplaatsenplan. Conclusie De verkeersbewegingen van de vervolgfunctie naar een zorgvoorziening kunnen worden opgevangen binnen de bestaande infrastructuur, omdat de maximum capaciteit ter hoogte van het plangebied nog voldoende ruimte heeft. De parkeerbehoefte kan op eigen terrein worden opgevangen in het plangebied.
16
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving (ontwerp)
omgevingsvergunning 's-Gravenweg 224b, Nieuwerker k aan den IJssel
Hoofdstuk 4
Beleidskader
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (2020)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld. De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de op 1 januari 2024 in werking getreden Omgevingswet. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving.
Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio's Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’. Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het Rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2.
Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot het bouwplan In de uitwerking van prioriteit 4 'Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. Eén van de beleidskeuzes is als volgt: "Unieke landschappelijke kwaliteiten worden versterkt en beschermd. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving (ontwerp)
17
omgevingsvergunning 's-Gravenweg 224b, Nieuwerker k aan den IJssel
landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschapsinclusief." Onder unieke landschappen wordt onder andere het Groene Hart benoemd. Naast de beleidskeuze, is ook het volgende nationaal belang opgenomen: "behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang". Het Rijk is medeverantwoordelijk voor het beschermen van waardevol landschap, zoals het Groene Hart, de Waddenzee en de Veluwe. De opgave bij dit nationale belang is om cultureel erfgoed en (inter)nationale unieke landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten te ontwikkelen, te behouden, te versterken en te benutten bij gebiedsontwikkeling en transformatie. De ontwikkeling voorziet in een vervolgfunctie van een woning naar een kleinschalige intramurale zorgvoorziening. Deze vervolgfunctie is passend in het bebouwingslint, waarbij de landschappelijke en cultuurhistorische waarden niet worden aangetast. Vanuit een evenwichtige toedeling van functies is deze functie een passende vervolgfunctie op deze locatie in een bestaand bebouwingslint. 4.1.2
Nationale belangen
De regels van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn per 1 januari 2024 vervangen door het Besluit activiteiten leefomgeving (afgekort Bal) en Besluit kwaliteit leefomgeving (afgekort Bkl). Dit wijzigingsbesluit voorziet erin dat de nieuwe regels met de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden gecontinueerd in het Bkl en het Omgevingsbesluit. Het Bkl bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Nationale Omgevingsvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Door de (thans 14) nationale belangen vooraf in omgevingsplannen te borgen, wordt met het Bal en Bkl bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. De rijksbelangen zijn bij dit plan niet in het geding. Er is geen strijd met de instructiegels van het Rijk. 4.1.3
Besluit kwaliteit leefomgeving
Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 5.129g Bkl) Nieuwe ontwikkelingen dienen te voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt op grond van lid 2 met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: a. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b. als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. Voor de toepassing van het tweede lid, onder b, wordt tot het stedelijk gebied niet gerekend een stedelijke ontwikkeling waarvoor: a. op grond van het omgevingsplan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist; en b. nog geen toepassing is gegeven aan het tweede lid.
In lid 4 is bepaald dat als een omgevingsplan voorziet in de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en de beoordeling van de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, die beoordeling alleen tot doel heeft na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
18
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving (ontwerp)
omgevingsvergunning 's-Gravenweg 224b, Nieuwerker k aan den IJssel
Dit betekent dat in de toelichting van een omgevingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede fysieke leefomgeving door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Bkl. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de ladder, zoals deze vanaf 1 januari 2024 geldt. Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking Wanneer een plan buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd moet worden aangetoond waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor deze nieuwe ontwikkeling. Dit vloeit voort uit onder andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. Deze aanvraag omgevingsvergunning maakt een kleinschalige zorgvoorziening mogelijk voor acht verstandelijk gehandicapten. Het gebouw heeft een oppervlakte van afgerond 450 m².
Het begrip 'stedelijke ontwikkeling', zoals opgenomen in de definitie in het Bkl is niet nader gedefinieerd. Het moet echter gaan om een ontwikkeling in de fysieke leefomgeving van enige omvang. Er is sprake van een behoefte. De invulling van het plangebied voldoet aan de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte naar voldoende zorgvoorzieningen, in casu een kleinschalige voorziening voor acht verstandelijk gehandicapten 4.1.4
Conclusie Rijksbeleid
Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Bkl. Voldaan wordt aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Er is geen strijd met de instructieregels van het Rijk. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen voor deze planontwikkeling.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1
Omgevingsvisie Zuid-Holland
Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 18 februari 2025 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. Bij het maken van ruimtelijke keuzes wil de provincie meer gaan prioriteren op gezondheid, kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving. De provincie onderzoekt hoe er kan worden gestuurd op brede welvaart, inclusief welzijn en welbevinden. Dit betekent dat water en bodem nog meer sturend worden gehanteerd als randvoorwaarde voor een veilige, toekomstbestendige ontwikkeling van Zuid-Holland. En dit betekent dat er een toekomstbestendige economie wordt nagestreefd met een betere leefomgevingskwaliteit en gezondheid. Daarbij wordt voorrang gegeven aan een duurzame, digitale en inclusieve economie, met borging van maatschappelijke meerwaarde. Een duurzame economie richt zich op circulariteit, energietransitie en natuurinclusiviteit.
Een inclusieve economie houdt rekening met het klein-, middenen grootbedrijf, in alle regio's en voor werkgevers en -nemers. Zo wordt ook het belang bewaakt om inwoners een eigen inkomen te laten verdienen, ook op de lange termijn. Dit betekent bovendien dat ruimte beter zal worden beschermd om provinciale ambities, wettelijke verplichtingen en doelen te realiseren.
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving (ontwerp)
19
omgevingsvergunning 's-Gravenweg 224b, Nieuwerker k aan den IJssel
De nieuwe koers zal in samenspraak met medeoverheden en andere stakeholders, zowel thematisch als gebiedsgericht, nog nader worden uitgewerkt. Het is de bedoeling om de resultaten daarvan stapsgewijs in het Omgevingsbeleid van de provincie te verankeren door de ambities, beleidsdoelen en beleidskeuzes hierop aan te passen. De ambities, beleidsdoelen en beleidskeuzes zijn: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Samenwerken aan Zuid-Holland Bereikbaar Zuid-Holland Schone energie voor iedereen Een welvarend Zuid-Holland Naar vitale balans water, natuur en landbouw Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland Gezond en veilig Zuid-Holland.
In het Omgevingsprogramma Zuid-Holland zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Omgevingskwaliteit Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit. Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. De Kwaliteitskaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland. Bij elk gebiedskenmerk zijn richtpunten geformuleerd, waar rekening mee moet worden gehouden.
De Kwaliteitskaart met de bijbehorende richtpunten zijn een middel om vroeg in het planvormingsproces een integrale afweging te maken die de ruimtelijke kwaliteit ten goede komt. De kaart is opgebouwd uit vier lagen: laag van de ondergrond laag van de natuur- en cultuurlandschappen laag van de stedelijke occupatie laag van de cultuurhistorie Alle lagen hebben een relatie met elkaar. De laag van de ondergrond gaat over de bodem en de natuurlijke landschapsvormende processen. De laag van de cultuur- en natuurlandschappen behandelt de laag van het zichtbare landschap. Deze laag wordt gevormd door eeuwenlang grondgebruik door de mens. De laag van de stedelijke occupatie bestaat uit het stedelijk weefsel van wonen, werken, voorzieningen en de onderlinge netwerken. Tot slot gaat de laag van de cultuurhistorie over de herkenbaarheid van de geschiedenis van Zuid-Holland. Kwaliteitskaart In de laag van de ondergrond (eerste laag) maakt het plangebied onderdeel uit van een 'Rivierklei en veen' in een rivierdeltacomplex. De komgronden en oeverwalgebieden van het rivierengebied in Zuid-Holland zijn opgebouwd uit rivierklei en liggen vooral in het oosten van de provincie. Ze zijn vermengd met de veenondergrond. De oeverwallen vormen plaatselijk hogere/drogere delen binnen het veengebied. Dit is terug te zien in het landschap.
In de laag van de cultuur- en natuurlandschappen ligt het plangebied ten westen van een veen(weide) landschap. Het perceel zelf heeft geen aanduiding. Op de laag van de stedelijke occupatie maakt het plangebied onderdeel uit steden en dorpen in de dorpsrand (figuur 9). Elk dorp ontwikkelt zijn eigen identiteit en bouwt voort op haar karakteristieke structuur en ligging aan en in het landschap. Het dorp is deel van het omringende landschap, doordat
20
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving (ontwerp)
omgevingsvergunning 's-Gravenweg 224b, Nieuwerker k aan den IJssel
onderliggende patronen herkenbaar zijn in de structuur van het dorp. Als richtpunt wordt onder andere aangehouden dat ontwikkelingen bijdragen aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. De stads- en dorpsrand is de zone op de grens van bebouwd gebied en landschap. Het is het deel van stad of dorp met potentie voor een hoogwaardig en geliefd woonmilieu, door o.a. de nabijheid van voorzieningen. De relatie tussen bebouwd gebied en landschap is afhankelijk van de karakteristieken van de bebouwingsrand en die van het aangrenzende landschap. Op de laag van de Cultuurhistorie ligt de planlocatie ten westen van recreatiegebied Hitland (figuur 9). Toetsing aan kwaliteitskaarten Dit bouwplan maakt een vervolgfunctie mogelijk naar een kleinschalige intramurale zorgvoorziening in een bestaand bebouwingslint. Sprake is van een passende vervolgfunctie in bestaand stedelijk gebied aan de stads- en dorpsrand. De bebouwing is passend in het polderlint. Het lint blijft het lint, waarbij door de ontwikkeling de huidige korrel en profiel behouden blijft. Bij de herinrichting van het perceel is de historische agrarische context leidend voor de architectuur van de bebouwing en de erfinrichting van de zorgvoorziening. Het erf krijgt een groene uitstraling. Dit plan geeft een duurzame kwaliteitsverbetering van dit bebouwingslint aan de 's-Gravenweg.
De belevingswaarde van het gebied wordt per saldo verbeterd. Deze herontwikkeling tast de richtpunten niet aan.
Figuur 9: Kwaliteitskaart; links uitsnede 'Laag van stedelijke occupatie' en rechts uitsnede 'Laag van de Cultuurhistorie'. Plangebied zwart omkaderd. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. De kleinschalige zorgvoorziening is in overeenstemming met de opgaven wonen, ruimte en verstedelijking. De richtpunten zijn niet in het geding. Voldaan wordt aan de provinciale belangen met betrekking tot functie en gebruik. Eer is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het plan is niet in strijd met de provinciale Omgevingsvisie. 4.2.2
Zuid-Hollandse Omgevingsverordening
Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 15 december 2021 de 'Zuid-Hollandse Omgevingsverordening' vastgesteld. De geconsolideerde versie is op 18 februari 2025 in werking getreden. In de verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ladder voor duurzame verstedelijking De in de Omgevingswet opgenomen Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 7.45 van de Omgevingsverordening. Op grond van dit artikel dient een omgevingsplan dat een nieuwe
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving (ontwerp)
21
omgevingsvergunning 's-Gravenweg 224b, Nieuwerker k aan den IJssel
stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt in te gaan op de motivering in op de toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Toetsing aan Ladder voor duurzame verstedelijking Deze aanvraag omgevingsvergunning maakt een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte kleiner dan 500 m² mogelijk, te weten 450 m². Deze ontwikkeling wordt niet aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling (uitspraak ABRvS van 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724). Gesteld kan worden dat de gebruiksmogelijkheden te kleinschalig zijn om onder het regime van artikel 5.129g van het Bkl te vallen, waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen. Ruimtelijke kwaliteit De regels voor ruimtelijke kwaliteit zijn vastgelegd in paragraaf 7.3.7. Deze paragraaf is van toepassing op nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Op grond van artikel 7.43c van de Omgevingsverordening (randvoorwaarden soorten ruimtelijke ontwikkeling) kan een omgevingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: 1. Een omgevingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van het soort inpassen als deze rekening houdt met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, zodanig dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2.
Een omgevingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van het soort aanpassen mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. 3. Een omgevingsplan kan alleen voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van de soort transformeren als de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Op de Kwaliteitskaart maakt het plangebied onderdeel uit van bestaand dorpsgebied in de dorpsrand. Het plangebied ligt ten westen van recreatiegebied Hitland. De landschappelijke kenmerken van het gebied worden niet aangetast, omdat de vervangende nieuwbouw de uitstraling van een woonboerderij krijgt. Gelet op de situatie ter plaatse is deze functiewijziging qua aard en schaal passend te beschouwen. De richtpunten zijn niet in het geding. Hier is sprake van 'inpassing', zodat aanvullende maatregelen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor dit plan.
De bruikbaarheid, duurzaamheid én belevingswaarde van het bebouwingslint blijven ondanks deze planaanpassing intact. Risico'svan klimaatverandering In paragraaf 7.3.6a (Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen) zijn in artikel 7.41a regels opgenomen over risico's van klimaatverandering. Hierin is vastgelegd dat in een omgevingsplan rekening dient te worden gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag, b. overstroming, c. hitte en d. droogte, alsmede de effecten van de bovengenoemde risico van bodemdaling. Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's. In paragraaf 5.4 (duurzaamheid) wordt nader ingegaan op welke wijze met risico's van klimaatverandering is omgegaan. Conclusie Dit plan maakt de ontwikkeling van kleinschalige zorgvoorziening mogelijk voor acht verstandelijk gehandicapten. De ruimtelijke- en beeldkwaliteit wordt opgewaardeerd met deze nieuwbouw. De provinciale belangen zijn niet in het geding. Er is geen strijd met de instructieregels van de provincie. Voldaan wordt aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
Resumerend kan worden geconcludeerd dat: het plan in overeenstemming is met artikel 7.45 van de Omgevingsverordening (ladder); het plan in overeenstemming is met artikel 7.43c, lid 1 (inpassen) van de Omgevingsverordening
22
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving (ontwerp)
omgevingsvergunning 's-Gravenweg 224b, Nieuwerker k aan den IJssel
(ruimtelijke kwaliteit). Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen. 4.2.3
Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas
De provincie Zuid-Holland heeft voor Bentwoud, Rottemeren en Zuidplas een gebiedsprofiel opgesteld. Een gebiedsprofiel omvat een beschrijving van karakteristieken (wat is er), ontwikkeling (wat speelt er), kwaliteiten (wat is waardevol) en ambitie (wat willen we) van het landschap van het betreffende gebied. Het gebiedsprofiel is in samenwerking met gemeenten en andere overheden en gebiedspartners opgesteld als gezamenlijke basis voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied. Gedeputeerde Staten stellen het gebiedsprofiel vast als bevestiging van dit gezamenlijke vertrekpunt en tegelijk als uitgangspunt voor provinciale plannen. Dit gebiedsprofiel is op 16 december 2014 vastgesteld. Het gebiedsprofiel is een handreiking om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren om zo de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te versterken. Het gebiedsprofiel bevat een schat aan informatie die gebruikt kan worden om te bepalen met welke kwaliteiten het wenselijk is rekening te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het gebiedsprofiel is de basis voor het plannen met kwaliteit. Elke ontwikkeling vraagt uiteindelijk om maatwerk. Veenlint De ‘s-Gravenweg is een belangrijke ontginningsas van waaruit het achterliggende veengebied werd ontgonnen. Het lint loopt door de polder Esse, Gansdorp en Blaardorp en verder door richting het westen.
De oude boerderijen en statige herenhuizen herinneren nog aan het verleden van de weg als belangrijke verbinding tussen Rotterdam en Gouda. Van oudsher lag de bebouwing aan de westzijde van de weg, de oostzijde was grotendeels onbebouwd. Deze asymmetrische profielopbouw is een belangrijke ruimtelijke karakteristiek, hoewel de bebouwing aan de oostzijde inmiddels sterk is toegenomen. Vooral in het begin van de 20e eeuw is de bebouwing op grote delen dusdanig verdicht dat er sprake is van een besloten (straat) ruimte. De huizen staan evenwijdig aan de percelen, met doorzichten tussen de woningen door richting de open polder. De N219 loopt parallel aan het lint en kruist deze ter hoogte van de golfbaan. Deze golfbaan beperkt met een afwijkende schaal en beplantingsrichting de herkenbaarheid van het landschap. Ambities zijn onder andere het behoud van het kleinschalige en afwisselende karakter van het lint met een grote verscheidenheid aan bebouwing. Het lint dient altijd te worden beschouwd als onderdeel van een grotere structuur. Gevraagd wordt in te zetten op het behoud van de herkenbaarheid van de lange lijn van het lint. Transformaties in het lint sluiten aan bij de bestaande maat, schaal, uitstraling en functie van het lint. De percelering, positie en oriëntatie van de oorspronkelijke bebouwing zijn maatgevend bij nieuwbouw.
Toetsing planontwikkeling aan Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas Het oprichten van kleinschalige intramurale zorgvoorziening voldoet aan het provinciale belang met betrekking tot Ruimtelijke kwaliteit zoals is vastgelegd in artikel 7.43c van de Omgevingsverordening Zuid-Holland. De ruimtelijke- en beeldkwaliteit worden ten opzichte van de huidige planologische situatie niet aangetast. De zorgvoorziening sluit aan bij de bestaande maat, schaal, uitstraling en functie van het lint waarbij rekening is gehouden met de positie en oriëntatie van de oorspronkelijke bebouwing in het lint. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een strategie van 'behoud, herstel en ontwikkeling': behoud van de lintstructuur, zonder daarmee 'het gebied op slot te zetten' (ontwikkeling). Conclusie Geconcludeerd kan worden dat deze planontwikkeling voor het oprichten van een kleinschalige zorgvoorziening voldoet aan het provinciale belang met betrekking tot Ruimtelijke kwaliteit zoals is vastgelegd in artikel 7.43c van de Omgevingsverordening Zuid-Holland.
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving (ontwerp)
23
omgevingsvergunning 's-Gravenweg 224b, Nieuwerker k aan den IJssel
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Omgevingsvisie Zuidplas
De gemeenteraad van Zuidplas heeft op 1 juli 2021 de Omgevingsvisie vastgesteld. In de omgevingsvisie omschrijft de gemeente het unieke karakter van gemeente Zuidplas. In de visie staan de ambities voor de lange termijn, tot 2040. Met de omgevingsvisie geeft de gemeente richting aan toekomstige ontwikkelingen die plaatsvinden in een veilige en gezonde fysieke leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit voor inwoners. De fysieke leefomgeving gaat over bijna alles buiten, dus: gebouwen, bodem, water, natuur, lucht, maar ook wegen en duurzame opwek van energie. De visie is gebaseerd op de volgende ambities. Aantrekkelijk Zuidplas De gemeente zet vooral in op het bouwen van inbreidingslocaties binnen de dorpen wanneer de geplande uitbreidingen aan de dorpen zijn gerealiseerd. Daarnaast zet zij in op aanpassingen van de bestaande woningvoorraad. Als zij dorpen in Zuidplas wil uitbreiden kan dat, maar alleen als een bijdrage wordt geleverd aan hogere doelen. Het erfgoed wil de gemeente beter zichtbaar en beleefbaar maken. Het cultureel leven wordt in stand gehouden en versterkt waar mogelijk. Er wordt ingezet op een beter en aantrekkelijk openbaar vervoer, een goede bereikbaarheid met de auto en een aantrekkelijk wandel- en fietsnetwerk binnen de gemeente en regio. Duurzaam Zuidplas Nieuwe ontwikkelingen wil de gemeente zoveel als mogelijk energieneutraal.
Ook voor bestaande gebouwen zet zij hier op in, hoewel dit niet overal haalbaar zal zijn. Naast de energiedoelstellingen werkt de gemeente aan een klimaatbestendige omgeving. Klimaatadaptatie, onder andere het tegengaan van hittestress, verdroging en wateroverlast, heeft daarbij nadrukkelijk aandacht. Ondernemend Zuidplas De gemeente wil in 2040 een aantrekkelijke gemeente zijn voor ondernemers en ervoor zorgen dat er voldoende eigen werkgelegenheid is. Een gemeente met een aantrekkelijk vestigingsklimaat en belangrijke speler in de regio. Zij gaat kijken waar bedrijven het beste gevestigd kunnen worden. Voor bedrijven met een hogere milieubelasting is de gemeente terughoudend en kijkt zij vooral naar de brede meerwaarde van een dergelijk bedrijf. Lichte vormen van bedrijvigheid, die gecombineerd kunnen worden met wonen, dragen juist bij aan levendigheid en diversiteit. Een toekomstige transformatie van het Nijverheidscentrum in Zevenhuizen ziet de gemeente als een belangrijke kans. Zij ziet mogelijkheden voor versteviging van de landbouw gecombineerd met lichte recreatie. De keuze daarbij is concentratie, waarbij plaats wordt geboden aan innovatieve en toekomstbestendige glastuinbouw. De dorpen beschikken over diverse winkelgebieden met dagelijkse voorzieningen.
Deze centra wil de gemeente sterk houden, waarbij wordt ingezet op versterking van het draagvlak door een levendige mix aan functies. Gezond Zuidplas De gemeente wil in 2040 een sociale en vitale gemeente zijn. Een gemeente met een gezonde en veilige leefomgeving én met aandacht voor de gezondheid van haar inwoners. Dit in de brede zin van het begrip positieve gezondheid, waarbij zowel lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en dagelijks functioneren meetellen. Ontmoeten is daarbij één van de essentiële behoeften. De inrichting en toegankelijkheid van de openbare ruimte, maar ook die van gebouwen vindt de gemeente daarbij van belang. Daarbij zet zij in op het verbeteren en uitbreiden van het fiets-, wandel- en vaarnetwerk in de dorpen en het buitengebied. Gezond en verantwoord voedsel draagt ook bij aan die gezondheid. Dorpsranden en dorpsentree Het is van belang dat de gemeente zuinig is op de kenmerkende (groene) randen van haar dorpen, waarbij het buitengebied dienst doet als een natuurlijke buffer tussen de dorpen en omliggende steden. Bij nieuwe ruimtelijke initiatieven zorgt de gemeente ervoor dat die bufferfunctie behouden blijft. Specifiek voor de Groene Zoom geldt dat zij deze zone wil ontwikkelen als groene buffer en als verbinding tussen de recreatiegebieden Hitland en Rottemeren. Dit betreft een verdere versterking van
24
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving (ontwerp)
omgevingsvergunning 's-Gravenweg 224b, Nieuwerker k aan den IJssel
groen en recreatie om zo te voorkomen dat Nieuwerkerk aan den IJssel en Capelle aan den IJssel ‘aan elkaar groeien’. In breder verband kan dit aspect nader aan de orde komen in de vorm van een Visie op de dorpsranden. De entree van een dorp is het visitekaartje, maar ook de plek waar je ‘thuis komt’. Extra aandacht is nodig om er voor te zorgen dat sprake is en blijft van een aantrekkelijke entree afgestemd op het karakter en de identiteit van het dorp. Van visie naar uitvoering De visie op de gemeente Zuidplas is uitgewerkt in een visie per dorp. Zij heeft daarin aangegeven hoe een aantrekkelijk, duurzaam, ondernemend en gezond Zuidplas eruitziet voor ieder dorp. De omgevingsvisie van de gemeente geeft de hoofdlijnen van de gewenste ontwikkeling van de gezonde en veilige leefomgeving weer. De volgende stap is de uitvoering. De ontwikkeling van de leefomgeving werkt de gemeente in meerdere instrumenten uit. De omgevingsvisie geeft per thema, voor heel Zuidplas en per deelgebied en per dorp ambities, opgaven, kansen en te maken keuzes weer. Deze hoofdlijnen vormen de basis voor de uitvoering. Dorpsvisie:Nieuwerkerk aan den IJssel in 2040 Via het Ringvaartpark, vanuit het oosten, komen we in de Zuidplaspolder terecht.
Dat is een aantrekkelijk gevarieerd gebied, waar de polderstructuur nog duidelijk herkenbaar is, maar waar ook een gemengd stedelijk gebied is ontstaan nabij de aansluiting op de verbrede A20. De versnipperde glastuinbouw en bedrijvigheid is opgeheven en elders geconcentreerd. Dat bood ruimte voor kleinschalige woonvormen, recreatie, landschappelijke kwaliteit en agrarische activiteiten die op een slimme manier omgaan met bodemdaling, kwel en verzilting. Bovendien vormt dit een fraaie en passende entree tot Nieuwerkerk aan den IJssel. Het Restveengebied is een aantrekkelijk energielandschap geworden, waar de oplossingen voor duurzame energie slim gecombineerd zijn met het versterken van de landschappelijke kwaliteiten. Op visiekaart van de dorpsvisie ligt het plangebied in een woongebied aan lintbebouwing. Toetsing planinitiatief aan Omgevingsvisie Op de Visiekaart ligt het plangebied in een 'dorp met eigen identiteit en voorzieningen. Geen grootschalige uitbreiding'. De ruimtelijke en landschappelijke kwaliteiten worden opgewaardeerd. De vormgeving van het zorggebouw is passend in het bebouwingslint. Het zorggebouw wordt duurzaam gebouwd. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de gemeente. Deze visie heeft een hoog abstractieniveau, waar ontwikkelingen op perceelsniveau niet zijn beschreven.
Gesteld kan worden dat deze vervolgfunctie in overeenstemming is met de uitgangspunten van de Omgevingsvisie Zuidplas. 4.3.2
Nota omgevingskwaliteit
De gemeenteraad van de gemeente Zuidplas heeft op 6 juni 2023 de Nota Omgevingskwaliteit Zuidplas vastgesteld. Deze nota vervangt de huidige Welstandsnota Zuidplas 2015. De term ‘omgevingskwaliteit’ is een heel breed begrip geïntroduceerd door de Omgevingswet. Het gaat in de nieuwe situatie niet alleen meer om het uiterlijk van gebouwen zoals bij de voormalige Welstandsnota. Het gaat om veel meer zaken die de dagelijkse leefomgeving beïnvloeden zoals bijvoorbeeld de bestrating, het groen, de historische bebouwing en ook hoe een gebouw eruitziet. In deze nota kijkt de gemeente met een bredere blik naar de omgevingskwaliteit van Zuidplas als onderdeel van een van de pijlers van de omgevingsvisie, ‘Aantrekkelijk Zuidplas’. Een belangrijke doelstelling van de Omgevingswet is het bundelen van wetten en het zo volledig mogelijk kijken naar de omgevingskwaliteit. De invoering van deze wet per 1 januari 2024 is de aanleiding geweest om het huidige ruimtelijk kwaliteitsbeleid in de vorm van de welstandsnota tegen het licht te houden en klaar te maken voor de invoering van de Omgevingswet. In de Nota omgevingskwaliteit heeft het plangebied de functie 'Buurtschap' aan een landelijk bebouwingslint met regieniveau 3 (maatwerk). De regie is gericht op zorgvuldige inpassing waarbij
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving (ontwerp)
25
omgevingsvergunning 's-Gravenweg 224b, Nieuwerker k aan den IJssel
maatwerk centraal staat. Dat betekent dat meer zorg besteed wordt aan behoud of versterken van de aanwezige kwaliteit. De 's-Gravenweg is aangemerkt als een historisch bebouwingslint. Het karakter van een bebouwingslint is gerelateerd aan de landschappelijke drager waarlangs of waarop deze zich bevindt en in welke landschappelijke eenheid deze ligt. De 's Gravenweg in Hitland vormt een oudere ontginningsas in het veenlandschap en kenmerkt zich als een smalle polderweg met aan beide zijden sloten, geflankeerd door wilgen. Voor het historische lint staat zorgvuldige inpassing en maatwerk centraal met extra aandacht voor omgevingskwaliteit, zoals de stedenbouwkundige, cultuurhistorische of landschappelijke waarden. Nieuwe eigentijdse invullingen zijn mogelijk binnen de aangegeven gebiedskwaliteiten en kaders. Voor deze situatie wordt vooraf altijd advies gevraagd aan de gemeentelijke adviescommissie. De commissie baseert haar advies op basis van beoordelingskaders zoals opgenomen in deze nota of aanvullende beeldkwaliteitsplannen en dergelijke. Conclusie Het bouwplan wordt door de commissie Ruimtelijke kwaliteit getoetst aan de Nota omgevingskwaliteit. Bij uitwerking van het plan wordt rekening gehouden met de voor het gebied vastgestelde omgevingskwaliteiten. 4.3.3
Duurzaamheid
Duurzaam bouwen is gericht op het beperken van de negatieve milieuaspecten in alle fasen van het bouwproces en het vergroten van de ecologische kwaliteiten van het leefgebied. Concreet betekent dit het terugdringen van verspilling van grondstoffen, het verlengen van de levensduur, een flexibeler gebruik van gebouwen en het bevorderen van hergebruik van bouwmaterialen. Bij duurzaam bouwen wordt o.a. aandacht besteed aan waterhuishoudingsaspecten (bijvoorbeeld afkoppeling hemelwaterafvoer), stedenbouwkundige structuur (bijvoorbeeld oriëntatie van gebouwen op de zon) en bouwkundige maatregelen (isolatie, zonnecollectoren, materiaalgebruik). Dit bouwplan maakt het oprichten van een kleinschalige zorgvoorziening mogelijk. Er zal zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van duurzame bouwmaterialen. Voldaan wordt aan de eisen van de BENG. Geen gebruik wordt gemaakt van uitloogbare bouwmetalen. Op het platte dak van de achterbouw worden zonnecollectoren geplaatst. Overige nader te onderzoeken maatregelen zijn onder andere: opvang en recyclen van regenwater. Klimaatadaptatie/ risico's van klimaatverandering Het klimaat in Nederland verandert. Het KNMI verwacht hogere temperaturen, nattere winters, hevigere regenbuien en kans op drogere zomers. Dit heeft gevolgen voor de stedelijke omgeving, bijvoorbeeld door meer wateroverlast, grondwaterproblemen en hittestress.
Landelijk zijn deze problemen geadresseerd in de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie. Overheden kunnen hierbij gebruik maken van het stappenplan “weten, willen en werken” om het proces naar een klimaatbestendige inrichting vorm te kunnen geven. De gevolgen van de risico's van klimaatverandering zijn beoordeeld voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte; d. droogte en e. bodemdaling. Hierbij is gebruik gemaakt van de klimaateffectatlas. Wateroverlast door overvloedige neerslag In onderstaande tabel zijn de relevante parameters van de klimaateffectatlas in beschouwing genomen. Onderdeel
Oordeel en conclusie
Waterdiepte bij hevige bui – 70 mm / 2 uur (1:100 jaar)
Lokaal maximaal tot 15 cm. Oplosbaar, dus geen belemmering.
Waterdiepte bij hevige bui – 140 mm / 2 uur Lokaal maximaal tot 5 cm. Oplosbaar, dus geen (1:100 jaar) belemmering. Uit de analyse blijkt dat er voor de bestaande situatie en scenario 2050 (Hoog) geen risico is voor de
26
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving (ontwerp)
omgevingsvergunning 's-Gravenweg 224b, Nieuwerker k aan den IJssel
ontwikkeling ten aanzien van het aspect ‘wateroverlast’. Ter voorkoming van wateroverlast zal het vloerpeil van de bebouwing komen te liggen op een hoogte van 1,20 meter boven zowel het door het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard gehanteerde zomerpeil als toekomstige peil in het peilgebied binnen het plangebied. Overstroming In onderstaande tabel zijn de relevante parameters van de klimaateffectatlas in beschouwing genomen. Onderdeel
Oordeel en conclusie
Plaatsgebonden overstromingskans norm 2050 – 20 cm
Zeer kleine kans (1/3.000-1/30.000 per jaar)
Plaatsgebonden overstromingskans huidige situatie – 20 cm
Kleine kans (1/300-1/3.000 per jaar)
Maximale overstromingsdiepte kaart middelgrote kans
< 0,5 meter
Uit de analyse blijkt dat er voor de bestaande situatie een zeer beperkt risico is voor de ontwikkeling ten aanzien van het aspect ‘overstroming’. Bij een doorbraak van een waterkering kan in dit gebied een waterschijf komen te staan met een hoogte van < 0,5 m. Bij de bouw en inrichting van het zorggebouw zijn maatregelen nodig. Om het overstromingsrisico in te perken wordt een vloerhoogte van <NAP-2,27 meter aangehouden. Dit is vergelijkbaar met het maaiveldniveau van woningen in de omgeving. Hitte Hittestress is een term die aangeeft dat een sterk verhoogde gevoelstemperatuur optreedt, die onaangenaam en zelfs schadelijk kan zijn voor mens en dier. De aanwezigheid van veel verhard oppervlak verhoogt de gevoelstemperatuur en daarmee de hittestress, terwijl de aanwezigheid van schaduw en groen deze verlaagt. Door aanplant van bomen kan verkoeling worden geboden. In onderstaande tabel zijn de relevante parameters van de klimaateffectatlas in beschouwing genomen. Onderdeel
Oordeel en conclusie
Hittestress door warme nachten 2050
Speelt nu niet; toekomstige toestand afhankelijk van keuzes bij inrichting en beheer.
Ligging in stedelijk hitte-eiland
Ligging binnen de invloedssfeer van woonwijken en industriegebieden van de stad. Nu 1,0 graden Celsius warmer dan het open buitengebied. Dit kan oplopen afhankelijk van de herinrichting van de omgeving.
Uit de analyse blijkt dat er voor de bestaande situatie geen risico is voor de ontwikkeling ten aanzien van het aspect ‘hitte’. Het plangebied ligt in een bebouwingslint. Belangrijk is om het gebouw warmtewerend te ontwerpen en bouwen. Er is voor nu geen of weinig effect op bestaande omgeving te verwachten, want het project is dermate klein dat er geen significant verschil zal zijn op het bestaande stedelijk hitte-eiland. Droogte In onderstaande tabel zijn de relevante parameters van de klimaateffectatlas in beschouwing genomen. Onderdeel
Oordeel en conclusie
Risico droogtestress
Laag (jaarlijkse opbrengstderving < 10% bij gras.
Risico Verschilzetting 2050
Matig; de ondergrond laat een relevante verschilzetting zien tussen opgehoogde en onbelaste gebieden.
Goede onderbouwing fysieke leefomgeving (ontwerp)
27
omgevingsvergunning 's-Gravenweg 224b, Nieuwerker k aan den IJssel
De bestaande functie is weinig droogtegevoelig. In de nieuwe beoogde ontwikkeling kan ophogen er toe leiden dat in extreme omstandigheden het grondwater niet meer beschikbaar is voor beplanting. Door droogtemaatregelen te nemen zoals infiltratie van hemelwater in de bodem kunnen risico’s beperkt worden. Bij uitwerking van het plan is infiltratie van hemelwater in de bodem mogelijk, omdat de tuin niet volledig is verhard. Bodemdaling In onderstaande tabel zijn de relevante parameters van de klimaateffectatlas van de provincie Zuid-Holland in beschouwing genomen. Onderdeel