Bijlage 1 Gebundelde reacties gemeenteraadsladen adviesraden A23.000235
Tekst van het document
• De term ‘kwalitatief’ wordt in dit document multi-interpretabel gebruikt: de ene keer ‘kwalitatief’ tegenover ‘kwantitatief’ en een andere keer als een aanduiding van de kwaliteit van het zorgaanbod (er staat dan ‘een kwalitatief aanbod’, er zou moeten staan ‘een kwalitatief goed aanbod’). • Een tip is om vakjargon en Engelse termen waar mogelijk te vermijden dan wel toe te lichten bv. ‘open house contract’ en ‘matched care’.
Mocht het bovenstaande om een mondelinge toelichting vragen dan is de Adviesraad graag bereid met u hierover van gedachten te wisselen en met u in gesprek te gaan. Contact met de adviesraad verloopt via ambtelijk secretaris Annelies Scheepens (adviesraadsociaaldomein@krimpenerwaard.nl).
Wij zien uw reactie met belangstelling tegemoet. Met vriendelijke groet, Namens de Adviesraad Sociaal Domein Krimpenerwaard,
Lucie Boonekamp Voorzitter Adviesraad Sociaal Domein Krimpenerwaard 06 - 21557359
7
27 December 2022 Geachte College van B&W en gemeenteraad van Bodegraven-Reeuwijk,
Hieronder treft u het door de Gemeente gevraagd advies op het Consultatiedocument Strategische kaders Inkoop 2025, Jeugd & WMO Regio Midden-Holland d.d. 03-11-22. U vroeg de Adviesraad Sociaal Domein: ‘Wat vindt u van het consultatiedocument en welke boodschap geeft u mee voor de verdere uitwerking?’.
In de korte periode die ons beschikbaar stond heeft de Adviesraad een korte rondvraag gehouden onder een aantal individuele zorggebruikers in de Gemeente. Mede omdat hun ervaringen het Consultatiedocument overstegen beperken wij ons in dit advies dan ook niet tot dit document, maar lopen al vast vooruit op het nog op te stellen Inkoopplan. Dit advies is besproken en vastgesteld in onze ASD-vergadering van 19 december, en voorbereid door een werkgroep. Wij vertrouwen er op dat ons advies wordt meegenomen bij uw bespreking van en de besluitvorming over de strategische kaders voor de Inkoop 2025, en betrokken worden bij de volgende fasen in dit proces.
Met vriendelijke groet, namens de ASD, Marlou Min, voorzitter ASD Bodegraven-Reeuwijk
Pagina 1 van 5
Algemeen Het doel klinkt eenvoudig: zorg en ondersteuning inkopen van voldoende kwantiteit en kwaliteit, voor inwoners die daar aanspraak op maken, tegen aanvaardbare kosten en zonder al te veel administratieve lasten voor zorgaanbieders. Maar dit roept meteen vragen en dilemma’s op: wie bepaalt wat kwaliteit is, wanneer is bijvoorbeeld ‘goed, goed genoeg’, wat is daarbij de eigen professionele verantwoordelijkheid van de aanbieders? En kunnen gebruikers daar zelf ook iets over zeggen? Op grond waarvan beoordelen inkopers en contractmanagers de kwaliteit en de rechtmatigheid van wat wordt geleverd? Hoeveel tijd zijn zorgaanbieders kwijt aan registreren en verantwoording afleggen? Het Consultatiedocument gaat wat de Adviesraad betreft slechts beperkt in op deze vragen en dilemma’s. Het bevat per hoofdstuk een veelheid aan uitgangspunten waarmee men het nauwelijks oneens zal of kan zijn. Tussen de uitgangspunten onderling wordt geen afweging gemaakt, terwijl daar de crux zit: de onderlinge prioritering en de uitwerking in de vervolgfasen van het proces zullen namelijk duidelijk maken wat precies de effecten zijn. Dat maakt dit Consultatiedocument in de ogen van de Adviesraad nogal ‘hoog over’. Niettemin geven we hieronder een aantal adviezen en aandachtspunten met, waar mogelijk, een verwijzing naar de tekst in het Consultatiedocument.
1.Behoud het goede en voer gericht verbeteringen door (p.4-5, Consultatiedocument) Uit de drie verkenningen naar de ervaringen met Jeugdzorg en Wmo in de afgelopen jaren zijn “gemeenten, aanbieders, cliënten en samenwerkingspartners relatief tevreden”, is “de relatie tussen zorgaanbieders en gemeenten overwegend goed” en zijn “administratielasten relatief laag”.
De Adviesraad is uiteraard voorstander om dat wat goed gaat, te behouden. Tegelijkertijd valt op dat in het overzicht van wat goed gaat, betrekkelijk weinig staat over de inhoudelijke kwaliteit van zorg en ondersteuning. Wel wordt vastgesteld dat hierop meer gestuurd moet gaan worden. “Contractmanagers sturen aan de hand van contractafspraken op kwaliteit, effectiviteit en veiligheid bij zorgaanbieders” staat op pagina 5. De vraag is hoe geëquipeerd contractmanagers hiervoor zijn en op basis van welke informatie die sturing kan plaatsvinden. Maak meer dan tot nu toe gebruik van informatie van cliënten zelf die tijdens en na afloop van zorg- en ondersteuningstrajecten via bijvoorbeeld peilingen en evaluatiegesprekken wordt opgehaald en geef onafhankelijke cliëntondersteuners (OCO) en zorgaanbieders hierin een rol. Breng de onafhankelijke cliëntondersteuner nadrukkelijker dan tot nu toe onder de aandacht bij cliënten, verwijzers, aanbieders en medewerkers van de gemeente. Uit onze korte rondvraag onder zorggebruikers in de Gemeente blijkt dat het zorgaanbod bij de gebruikers niet altijd bekend is. Draag zorg voor een duidelijke weergave van het zorgaanbod voor de inwoners van de gemeente, in de vorm van zorgmakelaar en/of een heldere Sociale routekaart, waarin zorgvragers wegwijs worden gemaakt in het zorglandschap. Tip: benoem in de documentatie van de gemeente bijv.
de nationalehulpgids.nl
Pagina 2 van 5
Verder blijkt uit deze rondvraag dat niet altijd duidelijk is of een aanvraag van een zorgvoorziening ontvangen en (bij welke instantie) in behandeling genomen is. Er is bij zorgvragers behoefte aan monitoring van de status en tussentijdse evaluatie, van de aanvraag van een zorgvoorziening. Stuur zorgvragers die een aanvraag van een zorgvoorziening doen, een bevestiging van ontvangst en informeer de aanvrager over de status van de aanvraag en een tussentijdse evaluatie van het aanvraagproces. Een cliëntgeoriënteerde benadering, met daarbij een empathische bejegening van de door de cliënten bij de 1e contactambtenaar aangedragen problematiek, wordt door de cliënten als voorwaarde gezien, om tot een goede oplossing te komen. Train de 1e contactambtenaren in een voldoende cliëntgeoriënteerde en empathische bejegening, waarbij met de cliënt meegedacht wordt, ook indien de problematiek niet direct op te lossen is. Maak procedure afspraken met zorgaanbieder over het ontwikkelen van parameters en het monitoren van dienstverlening, zodat wachtlijsten voorkomen worden.
2. Terugbrengen van het aantal aanbieders (p.5) Onder de kop Uitdagingen voor de komende jaren (p.5) wordt voorgesteld om het aantal aanbieders van 230 (!) te gaan terugbrengen ten behoeve van de “overzichtelijkheid van het zorglandschap en de aard van de sturing van het contractmanagement”. Contracteer bij de selectie van aanbieders in ieder geval voldoende gerenommeerde en betrouwbare aanbieders die een aantoonbaar goed personeelsbeleid hebben en die, indien nodig, in staat zijn om op te schalen. Daag hierbij de aanbieder uit innovatieve en duurzame concepten te bedenken die uitnodigen tot “Social Return On Investment” oplossingen, die tegelijkertijd een oplossing bieden voor de krapte op de arbeidsmarkt in de zorg (bijv. door statushouders te introduceren in zorgbanen). Het terugbrengen van het aantal aanbieders kan effect hebben op de keuzevrijheid van cliënten en op de continuïteit van zorg en ondersteuning. Het risico bestaat dan namelijk dat (zeer) gespecialiseerde zorg niet langer gecontracteerd wordt, uit de regio verdwijnt en letterlijk onbereikbaar wordt voor cliënten. Kijk bij de selectie van aanbieders niet alleen naar het aantal cliënten dat van een bepaalde aanbieder gebruik maakt. 3.
Visie op het op het ondersteuningsaanbod vanuit de Jeugdwet en Wmo (p.10-14) In het Consultatiedocument (p.10 en verder) wordt zwaar ingezet op een stevige sociale basis om gebruik van maatwerkvoorzieningen te voorkomen, een begrip waar op zichzelf niemand tegen zal zijn, maar dat ook nog behoorlijk vaag is. Het gaat op de eerste plaats om (ogenschijnlijk) eenvoudige zaken als elkaar kunnen ontmoeten, buiten spelen, ouders en jongerenwerkers op straat, ‘thee drinken’ waarbij ook professionals kunnen aansluiten die zaken die mis dreigen te gaan, kunnen signaleren (denk bv. aan het maken van contact met hangjeugd die kwetsbaar is voor drugs en criminaliteit). Pagina 3 van 5
Daarnaast gaat het om elkaar ontmoeten in georganiseerd verband zoals binnen verenigingen en clubs. En als derde schil eromheen gaat het om vrij toegankelijke voorzieningen variërend van eerstelijnsvoorzieningen, Stichting Welzijn tot een steunpunt voor vrijwilligers en mantelzorgers, etc. De inzet van de gemeente bij elk van de drie schillen is cruciaal. Het Consultatiedocument benadrukt sterk het belang van de lokale toegang: “De lokale toegang speelt een cruciale rol in het vormgeven van eerder genoemde uitgangspunten. Zo wordt van hen verwacht uitvoering te geven aan begrippen als normaliseren, positieve gezondheid, maar ook afbakenen van het wettelijk kader. Aandacht wordt gevraagd voor het grote belang van deskundigheid bij de ‘voordeur’ bij de gemeente zelf en bij voorzieningen, zodat de juiste hulp zo snel mogelijk op de juiste plaats komt. Creëer stevige lokale teams “met goed opgeleide professionals, met de juiste expertise, ruimte en mandaat en voldoende tijd om te leren en reflecteren”. Neem de aan de lokale toegang gerelateerde eisen op als verplichte eisen in de kadernota. In de ogen van de Adviesraad wordt zelfredzaamheid vaak overschat. In de praktijk blijkt het vaak niet mee te vallen om bij mensen die sociaal niet vaardig zijn, een goede sociale basis te leggen. Sommige mensen vinden geen aansluiting, simpelweg omdat ze de sociale vaardigheden missen.
Dat is ook moeilijk op te lossen met cursussen e.d. omdat er inzicht mist en niet iedereen in alle facetten leerbaar is. Juist kwetsbare mensen verdienen een goede toeleiding naar de ingekochte zorg. (Helpen) Creëren van laagdrempelige ontmoetingsplekken in elke kern, het activeren en ondersteunen van burger-, wijk- en buurtinitiatieven het faciliteren van het verenigingsleven tot voortzetting van initiatieven zoals de Wijk-Ggd-er en het uitdagen van instituties (de derde schil) om meer ‘de boer op te gaan’ naar inwoners toe.
Zorgvragers beschouwen de continuïteit in de beschikbaarheid van hulpmiddelen van groot belang. Indien een hulpmiddel voor onderhoud of reparatie opgehaald wordt, dient op verzoek een vervangend hulpmiddel beschikbaar gesteld te worden. Stel op verzoek vervangende hulpmiddelen beschikbaar, indien het hulpmiddel ivm onderhoud of reparatie opgehaald wordt. Cliënten zijn gebaat bij een passende oplossing van hun hulpvraag. Nu constateren we geregeld dat de geboden oplossing te ruimhartig is, onvoldoende aansluit bij de hulpvraag of volledig ontbreekt. Bied een passende oplossing bij de hulpvraag van de cliënt. Monitor na verstrekking van een hulpmiddel in welke mate het hulpmiddel aansluit bij de (initiële) behoefte en of de behoefte wellicht is gewijzigd. Voor het contracteren van dit zorgaanbod, adviseert de Adviesraad, de Gemeente tijdens de inkoopprocedure de aanbieder uit te dagen een innovatief en duurzaam concept te bedenken, waarbij de aanbieder de door- en uitstroom tijdig laat plaatsvinden. Dit om zo, het onnodig gebruik van de open-einde regeling te ontmoedigen.
Pagina 4 van 5
Daag de aanbieder uit innovatieve en duurzame concepten te bedenken, waarbij door- en uitstroom tijdig plaatsvindt. Verder adviseert de Adviesraad, procedureafspraken rondom ontwikkelen parameters en monitoring met de aanbieder te maken, die de continuïteit van het zorgaanbod waarborgen en die wachtlijsten voorkomen. Maak procedure afspraken met de aanbieder over het ontwikkelen van parameters en het monitoren van dienstverlening, zodat wachtlijsten voorkomen worden. 4. Visie op inkoop (p. 23 t/m p. 25) De beoordeling van kwaliteit en rechtmatigheid “Contractmanagers sturen aan de hand van contractafspraken op kwaliteit, effectiviteit en veiligheid bij zorgaanbieders” staat op pagina 5. Bij de uitgangspunten op p.23 komt dit terug waarbij nadrukkelijk wordt aangegeven dat sprake moet zijn van “zakelijk partnerschap; stevig op de inhoud, zacht op de relatie“. Trek contractmanagers aan met ervaring in het veld van Jeugdzorg en Wmo en investeer structureel in hun kennisniveau.
Benoemen en monitoren van doelen en resultaten. De nieuwe inkoopkaders en de inkoopdocumenten die op basis daarvan worden opgesteld, beogen op een effectievere en efficiëntere manier passende zorg en ondersteuning vanuit Jeugdzorg en Wmo in te kopen. Benoem in een volgende fase concreter de doelen en de te behalen resultaten, alsmede de wijze waarop gemonitord gaat worden in hoeverre de doelen worden behaald. Vanuit het Integraal Zorgakkoord wordt aangestuurd op bezuinigingen in de Jeugdzorg. Hierbij zou de bestaande levering van basisjeugdzorg opnieuw kritisch beschouwd kunnen worden. Is de huidige governance nog passend bij de taakstelling behorend bij de basisjeugdzorg? Onderzoek alternatieve besturingsmodellen waarop betaalbare basisjeugdzorg ingericht kan worden, waarbij de balans wordt gezocht tussen zelfredzaamheid en passende ondersteuning, zonder dat hier kwalitatieve concessies moeten worden gedaan. Dit naar voorbeeld van Gemeentelijke regio Kaag en Braassem, waarin de aanbieders tegen een taakstellend budget en binnen een speciaal hiervoor opgerichte Stichting, de Basisjeugdzorg faciliteren. Met het onderbrengen van de Basisjeugdzorg in een Stichting met een taakstellend budget, wordt de samenwerking tussen de aanbieders in de Stichting maximaal gefaciliteerd. 5.
Participatie adviesraad in het vervolgtraject De Adviesraden van Midden-Holland zetten vraagtekens bij de wijze en mate van participatie van de raden tijdens de verschillende fasen van het ontwikkel- en besluitvormingstraject. Het lijkt erop dat slechts aan de voorkant van het traject namelijk bij de voorbereiding van de kaderstelling een formele adviesvraag uitgaat aan de Adviesraden. Betrek de Adviesraad ook in de volgende fasen van dit proces om tot goede inkoop Jeugd en Wmo te komen. Pagina 5 van 5
Aan:
Gemeente Gouda Wethouder mw. A. van Popering-Kalkman
Gouda, 16 december 2022 Geachte mevrouw van Popering,
Per brief van 8 november 2022 heeft het College van B&W aan de Goudse Adviesraad Sociaal Domein (GASD) advies gevraagd over de uitgangspunten van de op te stellen Nota Inkoop Jeugd en WMO. Zoals met uw ambtenaren is besproken, menen wij bij nader inzien dat een advies in deze fase van het totstandkomingsproces van de Nota Inkoop minder passend is. De uitgangspunten zijn heel abstract geformuleerd en er is nauwelijks iets tegenin te brengen, hooguit iets om aan te vullen. Daarom geven wij er de voorkeur aan om te adviseren over de volgende fase van de Nota, namelijk het Kaderdocument. Dat is een beleidsdocument dat ter besluitvorming aan de gemeenteraad wordt voorgelegd en het is geëigender dat de GASD daarover adviseert. Uiteraard zijn wij graag bereid u hierbij onze kanttekeningen bij de uitgangspunten te doen toekomen. 1- De GASD kan de in de Nota vermelde uitgangspunten geheel delen. 2- De hulpvragende burger als startpunt nemen en vervolgens kijken hoe de regels toegepast kunnen worden om de noden van de burger te lenigen, vindt de GASD de juiste volgorde. 3- Uit de periodiek gehouden cliënttevredenheidsonderzoeken blijkt elke keer weer dat een substantieel deel van de cliënten zich onvoldoende of niet geholpen voelt.
Komt dat wellicht doordat de geboden ondersteuning niet de juiste en/of van onvoldoende kwaliteit is? Een nader onderzoek hiernaar zou gevolgen kunnen hebben voor de inkoop. 4- Voorkomen moet worden dat de maatwerkvoorzieningen vooral ingezet worden voor de lichtere vormen van zorg, terwijl de inwoners die de hulp het hardst nodig
hebben in de knel komen, aldus de Nota. De GASD onderstreept dit en verwacht dat ook de inkoopafspraken daarop afgestemd worden. Wij geven de gemeente in dit verband graag mee dat het in Gouda heel uitgebreide informele zorgnetwerk – en in het bijzonder de mantelzorgers – vaak heel goed weten wat de cliënt nodig heeft. Zij kunnen met die kennis behulpzaam zijn bij het maken van moeilijke keuzes bij schaarse beschikbaarheid. Kan dit aan de te contracteren zorgpartners worden meegegeven/opgelegd? 5- De inbreng van ervaringsdeskundigheid wordt een enkele keer genoemd. Kan die inzet eerder en vaker plaatsvinden? Juist de combinatie van beroepsprofessionaliteit en ervaringsdeskundigheid is heel compleet en krachtig. 6- De GASD heeft vraagtekens bij de bewaking van de kwaliteit van de zorg. Terecht wordt benadrukt dat kwaliteit (en beschikbaarheid) op nummer 1 staat maar de vraag is of dat voldoende bewaakt kan worden door middel van contractmanagement. Want toezicht en handhaving staan nog in de kinderschoenen. 7- Voor wat betreft de kwaliteit van de zorg wordt de lat hoog gelegd. De GASD is benieuwd naar het realiteitsgehalte hiervan en wacht af wat we daarover in de Kaderdocument zullen aantreffen. Wij stellen uw reactie op de bovengenoemde punten op prijs.
En graag zien wij begin 2023 het Kaderdocument tegemoet.
Met een vriendelijke groet,
Ton de Korte voorzitter Goudse Adviesraad Sociaal Domein
Advies 36: Advies bij het consultatiedocument inkoop, jeugd en WMO 2025 Betreft: Advies bij het consultatiedocument inkoop, jeugd en WMO 2025 Datum: 28-12-2021
1 Procedure Het college van Burgemeester en wethouders heeft de PAR om advies gevraagd over een consultatiedocument inkoop, jeugd en Wmo 2025. Dit document is een eerste stap op weg naar inkoopcontracten die op 1 januari 2025 in moeten gaan. In deze reactie geeft de PAR haar visie op het consultatiedocument. De PAR heeft meegedaan met de informatiebijeenkomst op 15 november, heeft ambtelijke achtergrondinformatie gekregen en heeft de behandeling van dit document in de gemeenteraad van Waddinxveen gevolgd. Daarbij is ook kennisgenomen van de inbreng van de Adviesraden van de gemeenten Zuidplas en Krimpenerwaard. Voor de PAR is de hele gang van zaken afwijkend van wat in de verordening is aangegeven. Raadsbehandeling van dit stuk heeft plaats gevonden zonder inbreng van de PAR en de reactie van het college op het advies. Voor een consultatieronde is dat geen enkel bezwaar. Er zijn volgens planning bijeenkomsten van aanbieders en maatschappelijke partners georganiseerd, tevens bestaat er de mogelijkheid tot internetconsultatie. Dit biedt een schat aan informatie voor besluitvorming. •
Advies 1. Wij adviseren alle reacties te bundelen en in een participatiedocument aan alle geraadpleegde organisaties beschikbaar te stellen.
2 Het kaderdocument Het document is van een hoog abstractieniveau, doelstellingen worden soms heel algemeen geformuleerd, er zijn weinig concrete maatregelen benoemd om de doelstellingen te bereiken. In het verzoek aan de PAR voor advies wordt gesteld “De lokale toegang blijft behouden, maar we zorgen voor een betere aansluiting tussen de werkwijze van de lokale toegang en de regionaal ingekochte producten”. Hoe dit zijn beslag krijgt komt nog niet naar voren uit het kaderdocument. Het is van groot belang een participatietraject te verbinden aan enerzijds de uitwerking van de strategische kaders voor de lokale toegang en anderzijds aan de uitwerking van de strategische kaders voor de regionale afspraken met de zorgaanbieders. Voor het eerste deel gelden de participatie regels van Waddinxveen en voor het tweede deel wellicht minder intensief als rond het consultatiedocument, waar wel ieder de gelegenheid geven wordt te reageren op de uitwerking. •
Advies 2. Bouw in de procedure een nieuw participatietraject in. Leg het kaderdocument opnieuw voor advies voor aan de adviesraden.
3 Lokaal versus regionaal De decentralisatie van 2015 had onder meer tot doel hulpverlening dichter bij de burger te brengen. Het rijk hevelde vele zaken op het sociaal domein over naar gemeenten. Oogmerk was dat de hulpverlening dan beter zou kunnen worden georganiseerd. Het rijk voerde budgetkortingen uit vanuit de veronderstelling dat het dan allemaal goedkoper kan. De begroting van de gemeenten groeiden fors. Zo ook in Waddinxveen. Daar waar nodig werd vanuit de begroting extra geld beschikbaar gesteld. De uitvoering werd in alle gemeenten anders. Zo ook in Midden-Holland. Iedere gemeente doet het weer een beetje anders. Voor een goed begrip is inzicht in de lokale verschillen wenselijk. PAR Waddinxveen
Pagina 1 van 3
28-12-2022
Advies 36: Advies bij het consultatiedocument inkoop, jeugd en WMO 2025 •
Advies 3. Breng in beeld waar de verschillen tussen gemeenten zitten in de uitvoering. Dat maakt duidelijk welke specifieke eisen er zijn aan het inkoopproces en aan de levering van diensten.
De strategische kaders geven een beschrijving op hoofdlijnen van enerzijds het gewenste gedrag van de actoren en anderzijds de interactie tussen deze actoren zoals afgebeeld in de volgende figuur 1.
Burgersamenleving
Strategische kaders inkoop 2025
Gemeente als toegangspoort maatwerkvoorziening
Leverancier producten en diensten
Figuur 1: De actoren in de samenleving en de reikwijdte van de strategische kaders inkoop
De strategische kaders inkoop 2025 vormen een geheel, dat wil zeggen het succes van de resultaten van de inkoop zeker vanaf 2025 worden bepaald door de implementatie van de strategische kaders die betrekking hebben op de toegang. Dit leidt tot het volgende advies: •
Advies 4. Maak duidelijk wat het betekent voor het succes van de inkoopproces als de strategische kaders met betrekking tot de uitvoering van de Wmo en de Jeugdwet (de lokale toegang) verschillend worden uitgewerkt of niet volledig worden geïmplementeerd. Met andere woorden wat betekent het dat “De lokale toegang blijft behouden, maar we zorgen voor een betere aansluiting tussen de werkwijze van de lokale toegang en de regionaal ingekochte producten”.
4 Beleid van de gemeente Waddinxveen Als het gaat om de uitvoering van de jeugdwet en de Wmo vormen de volgende documenten de basis voor het beleid: • • • •
Het beleidskader sociaal domein 2019 – 2023: Waddinxveen samenredzaam. Verordening Sociaal Domein gemeente Waddinxveen 2020 Nadere regels Wmo en Jeugd Waddinxveen 2020. Samen scherp aan de wind: Een helder perspectief op regionale samenwerking jeugd en Wmo in Midden-Holland 2021 – 2024.
Met de vaststelling door de gemeenteraad van Waddinxveen van “De strategische kaders inkoop 2025” komt er nog een document bij dat rechtstreeks invloed heeft op vigerende beleid en met name de uitvoering van de Wmo en Jeugdwet in Waddinxveen. De PAR Waddinxveen
Pagina 2 van 3
28-12-2022
Advies 36: Advies bij het consultatiedocument inkoop, jeugd en WMO 2025 uitgangspunten in beleid en de uitvoering van de Wmo en Jeugdwet in Waddinxveen lijken hiermee bepaald te worden vanuit de regionale samenwerking. Gezien het voorgaande leidt dit tot de volgende adviezen: •
Advies 5a. Maak duidelijk of het vaststellen van de strategische kaders uit het consultatiedocument ook gelden als de strategische kaders voor de uitvoering van de Wmo en Jeugdwet in Waddinxveen.
•
Advies 5b. Maak duidelijk welke betekenis de inhoud van de strategische kaders hebben voor het beleid en de uitvoering van de Wmo en de Jeugdwet in Waddinxveen. Maak duidelijk welke invulling Waddinxveen geeft of gaat geven aan onder andere de strategische kaders “goed, is goed genoeg”, stevige sociale en pedagogische basis, de uitgangspunten van de positieve gezondheid, het versterken van het gewone leven (normaliseren), de sociale cohesie in de wijk en de goede triage aan de voorkant, waarbij het uitgangspunt ‘matched care’ is.
•
Advies 5c. Maak duidelijk of het vaststellen van de strategisch kaders leidt tot een revisie van het vigerende beleid zoals verwoord in het Beleidskader sociaal domein. Dit geldt eveneens Lokaal gezondheidsbeleid 2020 - 2023 Waddinxveen gelet op het feit dat de strategische kaders ook betrekking hebben op de invulling van de positieve gezondheid.
5 Inkoopplan Nadat de strategische kaders inkoop 2025 zijn vastgesteld door de raden van de betrokken de betroken gemeentes wordt het inkoopplan uitgewerkt. Dit omvat in elk geval het verder uitwerken van de segmenten gespecificeerd in hoofdstuk 5 en de visie op inkoop beschreven in hoofdstuk 6. De uitwerking van de uitgangspunten bij elk van de segmenten zijn behoorlijk globaal en getuigen van een hoog ambitie niveau. Dit geldt ook voor de uitgangspunten van toepassing voor het inkoopplan. Dit maakt dat een echt oordeel over de uitwerking van de segmenten en het inkoopplan niet mogelijk is. Een duidelijk verhaal de betekenis van het inkoopplan voor de inwoners zou de basis moeten zijn om een advies te kunnen geven over het plan. Dit leidt tot het volgende advies: •
Advies 6a. Betrek de adviesraden op enigerlei wijze bij de uitwerking van het inkoopplan. Dit kan op velerlei manieren en hoeft het proces van het tot stand brengen van het inkoopplan niet te vertragen.
•
Advies 6b. Maak, gelet op het voorgaande advies, afspraken met de adviesraden over de wijze waarop hun inbreng een plek kan krijgen in het uitwerken van het inkoopplan.
6 Tot Slot Vanzelfsprekend zijn wij als Participatie Adviesraad graag bereid met u in gesprek te gaan om dit advies nader toe te lichten. Hoogachtend, Aad van Holsteijn, Voorzitter PAR www.par-waddinxveen.nl PAR Waddinxveen
Pagina 3 van 3
28-12-2022