Bijlage 1 F 741 Conceptbegroting 2025 – 2028 van de Regio Midden-Holland E24.002032
Tekst van het document
Aansturing en HR-verantwoordelijkheid liggen bij de individuele gemeenten; inhoudelijke aansturing kan ook bij de regiosecretaris liggen (zoals nu het geval). De modaliteit waarin gemeenten medewerkers ter beschikking stellen aan de regio is vrij invulbaar: via (budgetneutraal) uitlenen, een detacheringsovereenkomst of garant staan voor uitbetaling.
20
2. RAPPORTAGE
3.1 Twee varianten voor samenwerking in Midden-Holland Er bestaan binnen de regio Midden-Holland (ambtelijk en bestuurlijk) verschillende beelden over de voor- en nadelen van de twee vormen van samenwerking. Hieronder geven we geaggregeerd weer welke beelden we tegenkwamen in onze gesprekken met het DB, de tafelvoorzitters en regiosecretaris, de strategen van de vijf gemeenten en twee van de gemeentesecretarissen. Aspecten
Programmabureau
Extra regionale capaciteit vanuit de vijf gemeenten
Vorm
+ Capaciteit voor regionale inzet staat structureel vast, is ‘dedicated’ (niet gedeeld met gemeentelijke organisaties) en kan programma-overstijgend ingezet worden. ‒ Risico dat gemeenten teveel op afstand komen te staan van de inhoudelijke samenwerking, zoals volgens sommigen bij de ‘zware GR’ van vroeger het geval was.
+ Gemeenten krijgen meer capaciteit en ‘handen’ voor de uitvoering van regionale ambities en opgaven. De regio profiteert van de lokale inbedding als regionale inzet ook lokale (raads)besluiten vraagt. ‒ Integraal en programma-overstijgend denken in de regio wordt belemmerd, er ontstaat het risico op verkokering van regionale programma’s en capaciteit wordt eerder ingezet op lokale prioriteiten.
Governance
+ Het DB komt beter in positie voor een (vak)inhoudelijke sturingsrol, legt verantwoording af voor resultaten van de samenwerking in Midden-Holland én kan toezien op integraal samenwerken. ‒ De bestuurlijke tafels krijgen minder ruimte om tussentijds (buiten de jaarplancyclus) te sturen op actuele kansen voor de regio als die verbreding van één van programma’s vragen.
+ Door het samenvoegen van DB en RSO kunnen knelpunten worden opgelost die ontstaan nu het DB en het RSO ad-hoc sturen op de personele capaciteit voor regionale prioriteiten. ‒ Als het DB besluit tot verbreding van het huidige programma op het niveau van activiteiten, dan staan gemeenten primair aan de lat om ad hoc extra of andersoortige capaciteit in te regelen voor de regionale uitvoering. Er zal vaker sprake zijn van inhuur of ‘lappen’ met incidentele middelen
HRM
+ De hiërarchische en inhoudelijke aansturing voor medewerkers van de regio-organisatie is helderder dan nu. ‒ Werving van stevige (strategische) medewerkers – zowel met generiek als specialistisch profiel - buiten de gemeentelijke formaties is op de huidige arbeidsmarkt een kluif.
+ De capaciteit voor de regio kan ook breder voor lokale doelen worden ingezet: in feite krijgen de gemeenten er (goede) strategisch beleidsmedewerkers bij – die ook op interne dossiers kunnen meekijken. ‒ Er is geen uniforme aansturingsvorm en er blijft een loyaliteitsconflict voor individuele medewerkers tussen ‘de regio’ en ‘de gemeente’ bij het verdelen van uren over werkzaamheden. De regiosecretaris heeft zicht op functioneren, maar geen bevoegdheid om daar direct op te handelen.
Intern vertrouwelijk
21
2. RAPPORTAGE
3.2 Analyse soortgelijke regionale samenwerkingen Bij de doorontwikkeling van de regionale samenwerking van Midden-Holland kan geleerd worden van de inrichting van soortgelijke regionale samenwerkingen elders in het land. Onderstaand hebben wij vijf soortgelijke regionale samenwerkingen geanalyseerd en beschreven. Deze analyse is uitgevoerd op hoofdlijnen, om een beeld te geven van de verschillende wijzen waarop soortgelijke samenwerkingen georganiseerd zijn. Regio Noordoost-Brabant (RNOB)
De Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen
Regio FoodValley
Regio Stedendriehoek
Regio Rivierenland / Fruit Delta
450.000
660.000
801.000
350.000
447.573
225.000
11
11 + 2 waterschappen
18
8
8
8
Groene verstedelijking, vitaal landelijk gebied, regionale economie, mobiliteit, gebiedsontwikkeling, energiesysteem
Wonen, gebiedsagenda, economie (incl. arbeidsmigranten) klimaat en duurzaamheid, onderwijs en arbeidsmarkt, mobiliteit
5 (detachering) + mensen vanuit gemeenten (+- 42)
9 (team ‘programma’s en projecten’ Fruitdelta)
Naam regio(bureau)
Regio Midden-Holland
Regio Hart van Brabant
Aantal inwoners regio
241.000 5
Aantal deelnemende gemeenten
Thema's regiobureau
Landbouw en Vitaal platteland, Mobiliteit en bereikbaarheid, Economie, onderwijs en Voeding voor een gezond leven, economie en arbeidsmarkt, arbeidsmarkt, ruimte en wonen, Duurzame leefomgeving, Energietransitie, Human capital, Sociaal, fysiek en economisch domein. duurzaamheid klimaat en energie, Innovatie en circulaire economie, verkeer en vervoer, sociaal vestigingsklimaat en bereikbaarheid leefbaarheid natuur en cultuur, Economie en vervoer, Wonen en domein, duurzaamheid, cultuur woningbouw en leefomgeving landschap
Aantal medewerkers
1 (regiosecretaris) (maar ook circa 7 medewerkers, vanuit de gemeenten)
14
12
11
15
Leden DB (functies)
Burgemeesters (5)
Burgemeesters (3)
Burgemeesters (2); Wethouders (4); Dijkgraaf (1); Regiomanager (1); Gemeentesecretaris (1)
Burgemeesters (3)
Burgemeester (2); Wethouder (2)
Leden AB (functies)
Burgemeesters (5); Wethouders (5)
Burgemeesters (11)
Burgemeesters (11); Dijkgraven (2); Burgemeesters (6); Wethouders Burgemeesters (17); Wethouders (1) Regiomanager (1) (3)
In deze regio wordt het AB de Regioraad genoemd.
Burgemeesters (4), wethouders (1)
€1,95 per inwoner
€2,18 tot €4,51 per inwoner
€4,00 per inwoner (vast bedrag)
€8.55 per inwoner (vast bedrag)
€10,38 per inwoner (vast bedrag)
€3,79 per inwoner (gemiddeld)
€ 10,75 per inwoner (Regio Rivierenland), waarvan €2 per inwoner tbv Regionaal Stimuleringsfonds
Gemeenschappelijke regeling
Gemeenschappelijke regeling
Convenant
Gemeenschappelijke regeling
Gemeenschappelijke regeling
Gemeenschappelijke regeling
Gemeenschappelijke regeling
Financiële bijdragen van deelnemende gemeenten
Uitkomsten
Juridische vorm
✓ Samenwerking vindt meestal plaats op de thema’s economie (en arbeidsmarkt), ruimtelijk domein, mobiliteit of bereikbaarheid en duurzaamheid of energietransitie ✓ Het DB van deze samenwerkingen bestaat meestal uit een selectie
van burgemeesters of burgemeesters en wethouders ✓ Het AB bestaat meestal uit (een groot deel van) de burgemeesters van de deelnemende gemeenten – en een aantal wethouders
Burgemeesters (6); Wethouders Burgemeester (1), wethouder (1), (2) Regiomanager (secretaris)
✓ De financiële bijdragen van deelnemende gemeenten ligt meestal tussen de €2 en €9 per inwoner ✓ Het aantal ‘medewerkers’ per samenwerking laat zich niet goed vergelijken bij deze analyse, door de verschillende modaliteiten van samenwerkingen ✓ In vier gevallen dragen de gemeenten een vast bedrag per inwoner bij, tweemaal is dit verschillend ✓ De meeste soortgelijke samenwerkingen zijn op basis van een gemeenschappelijke regeling. Enkele zijn op basis van een convenant.
Nb. Uit het landelijke vergelijkende onderzoek naar 10 ‘bestuurlijk regionale ecosystemen’ (BRE, Berenschot i.s.m. de RUG en minBZK) uitvoert weten we dat brede welvaartsontwikkelingen positiever zijn in regio’s waar een ‘kartrekker’ (regiobureau, provincie, of centrumgemeente) aanwezig is.
2. RAPPORTAGE
3.3 Bevindingen: passende governance voor programmasturing Wat is extra nodig bij keuze voor een programmabureau? Wat is in ieder geval nodig? Coördinatie van uitvoering door ‘opgavemanagers’. Om resultaten te koppelen aan ambities, Duidelijke aansturing door het DB van ‘het programma’ als geheel. Overkoepelend
maar ook om regie te houden op de opgave(n) en eventueel besluitvorming voor te bereiden op
bestuurlijk opdrachtgeverschap voor de drie programma’s waar Midden-Holland aan werkt
verbreding van het programma. Hierbij zijn opgavemanagers ambtelijk opdrachtgever voor de
mist nu. Dit vraagt betere positionering van het DB. In geval van programmasturing gaat het
programma-uitvoering. Ons advies is om hier drie van de huidige tafelsecretarissen voor te
DB over de opgaven en doelen, en toetst het of de voorgestelde projecten van de bestuurlijke
vragen. Vanaf 2025 kunnen alle tafelsecretarissen oefenen met de rolvervulling die past bij
tafels hier op aansluiten. Ons advies is, richting 2027, over te gaan tot een uitbreiding van
‘opgavemanagement’
het DB met vakinhoudelijke tafelvoorzitters, zo komt het DB beter in positie om te sturen op het programma van de regio.
Een jaarplancyclus met heldere verantwoordelijkheidsverdeling. Besluitvorming in een programmabureau vraagt een ‘zwaardere’ governance dan nu het geval is, om gemeentelijke
En een kloppende verhouding tussen het AB en DB richting 2027
inzet te borgen en verantwoording af te leggen. Hieronder doen we een voorzet voor een
In het AB zitten nu het DB en de tafelvoorzitters. Voor toekomstige sturing op de
jaarlijkse jaarplancyclus (op
samenwerking is volgens ons een DB nodig waarin een selectie van de burgemeesters en
basis van de vastgestelde doelen),
tafelvoorzitters uit het AB vertegenwoordigd zijn – om te sturen op het programma waarin
die ook (met een minder verplichtend
lobby en inhoudelijke resultaten samenkomen. Let wel: leden van het DB mogen niet een
karakter) kan worden toegepast als
meerderheid uitmaken van het AB volgens de Wet gemeenschappelijke regelingen (dus het
niet wordt gekozen voor
DB moet ‘niet meer dan de helft’ zijn). Wij adviseren daarom om richting 2027 over te gaan
een programmabureau.
op een DB bestaande uit 2 burgemeesters en 3 wethouders (betrokken bij de centrale opgaven). Hierbij is afvaardiging van elke gemeente mogelijk.
Bestuurlijke tafels matchen met de
Opgavemanagers bereiden jaarplannen voor (op basis van programma) Op niveau resultaten-activiteiten
Bestuurlijke tafels en opgavemanagers monitoren en evalueren
Bestuurlijke tafels stemmen jaarplannen af
Reflectie op aansluiting doelen-resultaten-activiteiten
Sturen op niveau resultaten-doelen
Optimaal gebruik van de regiogriffier/aansluiting bij gemeenteraden. Als de regio op
drie opgaven.
regionaal niveau inzet gaat coördineren, is goede aansluiting bij gemeenteraden essentieel.
Ons advies is om toe
In vergelijking met de andere 9 regio’s uit het BRE-onderzoek organiseert Midden-Holland al
te werken naar drie bestuurlijke
veel raadsbetrokkenheid bij de regio. Het accent moet volgens ons liggen op het periodiek
tafels, die aansluiten op de
terugkoppelen van resultaten en op aandachtspunten ophalen voor de doorontwikkeling van
opgaven van Midden-Holland. Dit
het programma - in raadsconferenties en met een jaarlijkse ronde langs de raden door een
vergemakkelijkt resultaatsturing,
bestuurlijk boegbeeld of een adviescommissie.
maar hoeft niet ineens.
Toets op niveau doelen
DB stelt jaarplannen vast
Capaciteit op niveau activiteiten
RSO deelt projectcapaciteit toe aan jaarplannen
23
2. RAPPORTAGE
3.4 Bevindingen: organisatieversterkingen die passen bij programmasturing Wat is in ieder geval nodig? Overige aandachtspunt bij eventuele Waarborgen gemeentelijke inzet door een stevigere rol van het RSO De jaarplanningscyclus op pagina 23 helpt om de benodigde uitvoeringscapaciteit van gemeenten (op het niveau van activiteiten of projectleiders) op voorhand te doordenken, vast te leggen, af te stemmen in de bestuurlijke tafels én
organisatorische versterking in de vorm van een Programmabureau
af te stemmen met het RSO. Dat biedt geen garanties op gemeentelijke inzet (zo getuige de jaarplan-cyclus uit 2023), maar geeft wél structuur. Bovendien wordt het RSO een ‘voorportaal’ voor het DB – waarbij advies over
In deze modaliteit kan op termijn ook de
capaciteitsknelpunten en voorgestelde oplossingen een belangrijke rol gaan spelen bij de keuze voor uitvoering van
uitvoeringskracht in termen van financiële
activiteit(en) uit het jaarplan.
slagkracht versterkt worden. De oprichting van een Regionaal Investeringsfonds (referentiekader:
Regiosecretaris stuurt op programma, haalbaarheid en integraliteit van (jaarlijkse) programma-inzet
Holland-Rijnland) of ROM (referentiekader:
Een versteviging van de regio vraagt een stevigere inzet van de regiosecretaris (als ‘secretaris-directeur’) of een
Drechtsteden) waarin gemeenten in feite
kwartiermaker om de inhoudelijke- en organisatieversterkingen in een helder proces te zetten. Deze ‘trekker’ moet
(co)financiering sparen of investeren ten behoeve
volgens ons in dienst van de GR worden genomen. Midden-Holland heeft daarnaast – bestuurlijk en dankzij de
van regionale projecten – in uitvoering met Rijk,
regionale scope – een stevig signaleringsvermogen voor nieuwe kansen op subsidie en lobby. Programmasturing
Provincie of Triple Helix – kan daarbij behulpzaam
vraagt om scherp beoordelingsvermogen van de mate waarin die kansen passen bij de beoogde resultaten, doelen en
zijn. Dit kan op termijn verkend worden voor
uiteindelijk ambities. Maar ook van mogelijke ‘koppelkansen’, of resultaten die meerdere doelen én meer dan één van
verdere versterking van de samenwerking, maar
de drie ambities dienen. De taken uit de oorspronkelijke Governancenotitie 2015 op het gebied van het stimuleren
komt nu volgens ons (veel) te vroeg. Een passende
van ‘samenhang tussen de domeinen’ en ‘gewenste lobby en netwerkactiviteiten’ verdienen daarmee aandacht. Dit
opzet vraagt daarnaast veel uitwerktijd, want hangt
past bij de rol van de regiosecretaris of kwartiermaker, die deze inzet (ook) kan toetsen op haalbaarheid m.b.t.
samen met vragen rondom o.a. (extern)
uitvoerende capaciteit, voordat de jaarplannen ter afstemming worden voorgelegd aan het RSO.
fondsenbeheer, de staatssteuntoets en fiscale aangelegenheden.
Intern vertrouwelijk
24
2. RAPPORTAGE
4.4 Advies: kies ‘ingroeipad’ richting programmabureau Kies voor onderbouwde regionale samenwerking een licht programmabureau als ontwikkelperspectief Wij adviseren om in te zetten op een regionaal programmabureau dat regionale inzet coördineert en op het niveau van de drie opgaven stuurt op tastbare resultaten voor inwoners. Als volgende stap in de netwerksamenwerking. Dit ligt gevoelig i.v.m. ervaringen met de eerdere ISMH-samenwerking. Kies voor een relatief lichte bezetting en een ingroeimodel, waarbij versterkingen stap voor stap wordt uitgewerkt en waarbij ambitieniveau aansluit bij behaalde resultaten. ‘Ingroeien’ geldt ook voor aanpassingen van governance en organisatie. Vier adviezen voor de uitwerking van dit ingroei-pad: •
Geen ruimte voor grijstinten. Bekrachtig als DB formeel de richting: tastbare resultaten en een licht programmabureau. Dit is nodig voor tastbare resultaten en versterking die de gemeenten wensen, is mogelijk met huidige GR (zwaarste juridische vorm samenwerking), past bij oorspronkelijke sturingsmodel voor programmasturing. Als het dit jaar niet gebeurt, accepteer dan de status quo.
•
(Behoeften) opgaven zijn leidend voor eventuele doorontwikkeling programmabureau. Organisatie is een afgeleide van de inhoudelijke
opgaven, waarbij eventuele groei moet volgen op resultaten. Wel zien wij een bandbreedte vanuit BRE-onderzoek en de analyse van vergelijkbare bureaus: van circa 8-15 fte (regiosecretaris, programma-/projectleiders, strategie/lobby, communicatie, etc.). Afhankelijk van de mate waarin MiddenHolland op gezamenlijke uitvoering wil inzetten, ligt een grootte meer aan de onder- of bovenkant van deze bandbreedte volgens ons voor de hand. •
Governance en organisatie doorontwikkelen (2026-2027), nu geen acute prioriteit. Een programmabureau vraagt duidelijk bestuurlijk opdrachtgeverschap (ook met invulling van het DB), aansluiting bij de raden, heldere rol en betrokkenheid van gemeentesecretarissen en de bestuurlijke tafels; en een stevigere inzet van de regiosecretaris en invoering van de jaarcyclus. Ons advies is om met lichte versterking eerst te
oefenen in rolopvatting én vervulling van (bestuurlijk) opdrachtgever en (ambtelijk) opdrachtnemer in 2025. Daarna kunnen wijzigingen op basis van ervaring worden doorgevoerd. •
Ga het gesprek aan over gedeelde ‘samenwerkingswaarden’. Start in 2024 de schurende gesprekken voor gezamenlijke taal over samenwerkingswaarden, maar creëer in de jaren daarna voldoende ruimte om te oefenen met spelregels (in DB, bestuurlijke tafels, RSO en ambtelijk) en stel de organisatie in staat om te reflecteren en verbeteringen aan te dragen.
Intern vertrouwelijk
25
4. Versterking en versteviging in 2025 In dit hoofdstuk beschrijven we welke versterking en versteviging volgens ons nodig is in 2025. Daarvoor starten we met de beschrijving van het voorstel van de Regio hiervoor (4.1), daarop volgt onze reflectie op dit voorstel (4.2) en een analyse met adviezen voor de organisatie van de versterkingen die volgens ons
wenselijk zijn voor 2025 (4.3). We sluiten af met de hoofdpunten voor ons advies voor versterking in 2025 (4.4).
Intern vertrouwelijk
2. RAPPORTAGE
4.1 Voorstel regio voor versterking en versteviging Brief aan de gemeenteraden over capaciteit Midden-Holland Op 5 september 2023 heeft de regio Midden-Holland een brief naar de gemeenteraden van de gemeenten toegestuurd. Daarin stond dat op 29 maart door het Algemeen Bestuur (AB), de tafelvoorzitters en de regionale secretarissen gesproken is over de uitvoerende capaciteit van de regionale samenwerking, waarbij is geconstateerd dat er onvoldoende capaciteit beschikbaar is om de regionale projecten uit te voeren. Vervolgens is op 5 juli door de tafelvoorzitters en het AB besloten dat deze regionale projecten van dusdanige belang zijn dat de gezamenlijke wens is dat deze projecten tot uitvoering komen. Financiering en zienswijzen op het voorstel • Voor 2023 is daarop vanuit de lopende begroting van Regio Midden-Holland gestart met
de voorgestelde aanvullende capaciteiten; gedekt vanuit de reserves (na besluit van DB en AB). Een voorstel voor een incidentele begrotingswijziging voor 2024 zou vervolgens uiterlijk 2023 aan de gemeenten voorgesteld worden om de slagkracht van de regio te verstevigen (met aanpassing van de inwonersbijdrage) . • De daarop volgende zienswijzen van de gemeenten lieten veel draagvlak voor de versterking en versteviging van Midden-Holland zien, maar ook vragen rondom de
bijdrage (financieel of met menskracht; structureel of incidenteel); het ambitieniveau en de fasering van de versterking; vrijblijvendheid en gelijkwaardigheid in de samenwerking; en meer beeld bij de beoogde maatschappelijke meerwaarde. • In de komende pagina’s geven wij adviezen over hoe deze versterking te organiseren.
Intern vertrouwelijk
27
2. RAPPORTAGE
4.1 Voorstel regio voor versterking en versteviging Voorstel regio voor versterking (09-2023) en stand van zaken (03-2024) Onderstaand staat het voorstel voor capaciteitsuitbreiding van de regio uit de genoemde brief, inclusief de huidige stand van zaken op deze onderdelen. De gewenste capaciteitsuitbreiding voor 2024 is eind maart 2024 op veel onderdelen (nog) niet gerealiseerd. De werkzaamheden van het afgelopen jaar om de samenwerking te versterken hebben daarmee tot op heden weinig geresulteerd in versterking – noch in directe publieke waarde voor inwoners. Het DB wil nu een duidelijke keuze over deze versterking maken en deze keuze doorvoeren in de begroting voor 2025. Bestuurlijke tafels
2023 resterend, fte (voorstel regio 09-2023)
2024, fte (voorstel regio 09-2023)
Stand van zaken (03-2024)
Economie Onderwijs Arbeidsmarkt
N.v.t.
Innovatieagenda: • 1 fte programmamanager/communicatie • 1 fte projectleider
Innovatieagenda • Nog niet gerealiseerd • Nog niet gerealiseerd
Ruimte en wonen
Realisatieagenda • 0,5 fte uitvoering afspraken (wet regie volkshuisvesting) (provincie dekt 75%)
Realisatieagenda • 1 fte projectleider afspraken (wet regie volkshuisvesting)
Realisatieagenda • Nog niet gerealiseerd (deels budget provincie voor versnellingstafel)
Duurzame opvang asielzoekers • 0,5 fte regionaal coördinator regionale regietafel duurzame opvang (provincie dekt 90%)
Duurzame opvang asielzoekers • 1 fte regionaal coördinator regionale regietafel duurzame opvang (provincie dekt 90%)
Duurzame opvang asielzoekers • 0,5 fte gerealiseerd met inhuur, blijkt voldoende
Verkeer en vervoer
Projectleiding • 1 fte
Projectleiding • 2 fte
Projectleiding • 1 fte voor duurzame mobiliteit gerealiseerd via detachering ODMH (t/m 12-2024, intentie voortzetting)
Lobby en strategie
Lobby/strategie • 0,5 fte
Lobby/stratege • 1 fte
Lobby/stratege • Nog niet gerealiseerd
Totaal
2,5 fte
7 fte
1,5 fte gerealiseerd
Intern vertrouwelijk
28
2. RAPPORTAGE
4.2 Onze reflectie op voorstel regio voor 2025 Ambitie en opgave
Voorstel Midden-Holland voor 2024
Reflectie Berenschot richting 2025
Economisch vitaal. Behoud van kennis en werkgelegenheid door gepaste uitbreiding van bedrijven, een sterkere samenwerking in de triple helix en inzetten op innovatieve sectoren. De stijging van het BRP in de regio Midden-Holland op of boven het Nederlands gemiddelde trekken. Tekort aan ruimte (100ha) voor sterke maakindustrie en innovatieve MKB-bedrijven oplossen.
1 fte programmamanager/ communicatie innovatieagenda
(+/-) Nu de MKB-deal zich in de evaluatiefase bevindt is het zaak om directe uitvoeringstekorten met terugwerkende kracht op te lossen. Dat gebeurt naar verwachting grotendeels in 2024. In 2024-2025 is het daarnaast tijd voor herbezinning op de innovatieagenda, waarbij we adviseren om in te zetten op een ‘quick win’ die de innovatieagenda en de ruimtelijk-economische ambities van de regio bijeen te brengen – het scheppen van ruimte voor (groeiende) sterke sectoren door uitvoering van de regionale bedrijventerreinenstrategie. Dat vraagt in 2025 nog altijd programmamanagement, maar minder dan ten tijde van de MKB-deal. Advies om te halveren tot 0,5 fte.
1 fte projectleider innovatieagenda
(+) Inzet is een zekere mitigatie voor het niet-tijdig afronden/uitvoeren van MKB-deal projecten, maar kan tegelijkertijd worden ingezet om de bedrijventerreinenstrategie uit te voeren ten dienste van de innovatie-agenda, bijvoorbeeld door aan te sturen op lokale bestemmingsplannen in een regionale lijn. Sluit daarmee direct aan bij centrale opgave in de regio en leidt daadwerkelijk tot directe publieke waarde voor inwoners. Advies om hier 1 fte voor aan te trekken.
Duurzame groei. Een vitale en duurzame regio, waar ruimte is voor innovatie, met een goed functionerende woningmarkt en ontwikkelingsgerichte ruimtelijke ordening met aandacht voor klimaat(adaptatie), biodiversiteit, de energietransitie en het water- en bodemsysteem. De (extreme) groei van het aantal huishoudens in Midden-Holland moet worden opgevangen.
1 fte projectleider realisatieagenda afspraken (wet regie volkshuisvesting)
(+) Inzet stelt in staat om te ‘oefenen’ met projecten uit de realisatieagenda (die passen bij klimaatadaptief bouwen, i.r.t. impulsregeling ruimtelijke adaptatie) en sluit direct aan bij de centrale opgave in de regio. De duurzame groei en coördinatie van gemeenten bij deze onderwerpen, is misschien wel dé kernopgave voor Midden-Holland, net als inzet voor versnelling van de woningbouw. Advies om hier inderdaad 1 fte op aan te trekken.
1 fte regionaal coördinator regionale regietafel duurzame opvang
(+) Inzet sluit direct aan bij de centrale opgave, stelt in staat om te ‘oefenen’ met deze verdeelopgave voor een gezamenlijk doelgroepenbeleid (als quick win voor ’27) én de regio heeft een geschikte (ingehuurde) projectleider gevonden voor 2024. Ons advies is om hierop voort te bouwen met 0,5 fte. Dit is gelijk aan de huidige inzet in 2024 (al is dit lager dan de eerder voorgestelde 1 fte) en vraagt geen uitbreiding.
Bereikbaarheid. Bereikbaarheid groeit op een duurzame manier, zodat Midden-Holland aantrekkelijk blijft als vestigingslocatie voor bedrijven. Stevige investeringen in mobiliteitsknooppunten in combinatie met een uitgekiend verstedelijkingsbeleid.
1 fte projectleider voor duurzame mobiliteit
(+) Inzet sluit direct aan bij de centrale opgave en de regio, er zijn concrete projecten benoemd waar alle gemeenten baat bij hebben, en er is een geschikte (gedetacheerde) projectleider voor 2024. Ons advies is om voort te bouwen, met 1 fte.
1 fte projectleider voor Regionaal mobiliteitsprogramma (RMP)
(+/-) De regio wil met een projectleider inzetten op de uitvoering van RMP-projecten. Grofweg richt het RMP zich op de thema’s duurzame mobiliteit, verkeersveiligheid en infrastructurele ingrepen. Op deze thema’s zijn er relevante en regionale projecten die aandacht vragen, tegelijkertijd is er de wens van gemeenten om gefaseerd te groeien volgend op concrete resultaten. Wij zien de mogelijkheid om op dit onderdeel (meer) te prioriteren. Ons advies is om in 2025 met 0,5 fte te versterken.
Programmamanagement en lobby. Geen nadere beschrijving.
1 fte voor lobby en strategie
(+) Gezamenlijk coördineren lobby mobiliteitsprojecten en duurzame groei wordt breed gewenst. Bovendien stelt een generieke lobby-functie de regio in staat om zorgvuldiger af te wegen welke subsidiekansen wel en niet bij het programma passen. Coördinatie van de huidige lobbyactiviteiten helpt ook bij de samenwerking en gedeelde waarden hiervoor: wanneer besluiten we om niet als Midden-Holland een lokaal belang te behartigen? De voorgestelde versteviging van de regionale samenwerking in combinatie met de focus op opgaven waar Rijkskeuzes een grote rol in spelen (mobiliteit, woningen) vragen inzet op deze lobby. Advies om hier 1 fte op in te zetten in 2025.
Totaal
7 fte
Ons advies -op basis van de opgaven in Midden-Holland- is om de regionale samenwerking in Midden-Holland in 2025 te versterken met 5,5 fte.
29
2. RAPPORTAGE
4.2 Onze reflectie op voorstel regio voor 2025 Ons advies is om in 2025 in te zetten op versterking en versteviging van de regionale samenwerking met 5,5 fte
Structuur voor de versterkende inzet op opgaven in 2025
Deze versterking sluit aan bij de inhoudelijke opgaven waarop Midden-Holland de komende jaren regionaal wil samenwerken en houdt tegelijkertijd rekening met de wens van
Regio Midden-Holland
gemeenten om gefaseerd te groeien – en op directe publieke waardencreatie in te zetten. Ons advies voor de inzet hierop kan door de regiosecretaris en tafelsecretarissen nader gespecificeerd worden bij de uitwerking van de programmatische werkwijze van MiddenHolland, in het restant van 2024. Wij adviseren de voorziene extra inzet op de RES-
Lobby en strategie (1 fte)
organisatie in Midden-Holland buiten deze versterking te houden, omdat (1) de RESorganisatie al werkt aan programma-uitvoering, terwijl de regio Midden-Holland haar
programmastructuur nu aan het ontwikkelen is en (2) de beoogde functieprofielen voor de
Opgave bereikbaarheid
Opgave duurzame groei
Opgave economisch vitaal
regio Midden-Holland strategischer en generieker van aard zijn dan die voor de RESorganisatie (specialistisch, uitvoerend). Afhankelijk van de uitwerking van de drie centrale opgaven door de regio in 2024 kan dit in 2025 heroverwogen worden.
Opgavemanager
Opgavemanager
Opgavemanager
Tafelsecretaris Bereikbaarheid
Tafelsecretaris Ruimte en wonen (1)
Tafelsecretaris Economie Onderwijs Arbeidsmarkt
projectleider voor duurzame mobiliteit (1 fte)
projectleider realisatieagenda (1 fte)
programmamanager/ communicatie innovatieagenda (0,5 fte)
projectleider RMP (0,5 fte)
regionaal coördinator regionale regietafel duurzame opvang (0,5 fte)
projectleider innovatieagenda (1 fte)
Het ‘managen van de opgaven’ in 2025
Deze versterkingen kunnen gericht inzetten op het werken aan de concrete en centrale opgaven van Midden-Holland. De voortgang vraagt coördinatie, waarbij koppelkansen aan de bestuurlijke tafels geïdentificeerd moeten worden. Wij adviseren om drie van de tafelsecretarissen hiertoe als ‘opgavemanager’ te laten optreden – waarbij zij de voortgang van het programmatisch werken monitoren. Dit is onderdeel van de ontwikkeling richting volwaardig programmatisch werken in Midden-Holland. Bij ‘economisch vitaal’ kan deze taak
ook deels liggen bij de programmamanager, gezien de capaciteit van de tafelsecretaris. 30
2. RAPPORTAGE
4.3 Analyse en adviezen versterking organisatie 2025 Ons advies is om in 2025 in te zetten op versterking en versteviging van de regionale samenwerking met 5,5 fte. Dit vraagt een acties en besluiten richting 2025. Onderstaand staan de keuzes m.b.t. besluitvorming over versterking en samenwerkingswaarden opgenomen. Actie Ons advies Besluitvorming gemeenten en gesprek over waarden (in 2024 voor 2025)
Besluitvorming en gesprek over waarden (Q2 2024) Besluitvorming DB over voorstel tot versterking April ’24
• •
•
Voer het gesprek met elkaar over (samenwerkings-) waarden Mei ’24
Intern vertrouwelijk
•
•
Besluit over omvang versteviging en versterking – Ons advies: versterk (op basis van deze en eerdere inhoudelijke analyses) de regionale samenwerking met 5,5 fte voor 2025. Besluit over dienstverband van versterkingen – Ons advies: kies voor een programmabureau - kies dan waar mogelijk voor het aannemen van deze versterkingen bij de GR (als rechtspersoon). Dit verstevigt de samenwerking en zorgt ervoor dat er de komende jaren duurzaam aan concrete resultaten gebouwd kan worden, waarbij juist het netwerk van medewerkers bij de verschillende gemeenten belangrijk is en moet groeien. Zonder dat medewerkers tijdelijk en (veel!) duurder zijn (inhuur) of een deel van hun tijd voor één van de gemeenten werken en er sprake is van onduidelijke aansturing en fiscale uitdagingen (detachering, in dienst bij gemeenten). Besluit over de wijze van financiering – Ons advies: kies met structurele financiering voor een versteviging van de samenwerking. Dit biedt perspectief om de komende jaren samen te werken aan regionale opgaven, betreft goed werkgeverschap en maakt vacatures kansrijker voor gewilde functieprofielen. Daar komt bij dat de provincie ook voor circa 1 fte vergoedt via diverse regelingen. Verhoog de inwonerbijdrage hiertoe. Maak met Bodegraven-Reeuwijk de afspraak dat in plaats van een financiële bijdrage één projectleider wordt geleverd.
Uit de gesprekken en documenten blijkt veel draagvlak voor de inhoud en de resultaten van de samenwerking in MiddenHolland. Tegelijkertijd is er -zeker bij versterking van de samenwerking- behoefte om te spreken over de ‘waarden’ van de samenwerking. Dit wordt door gesprekspartners ook wel aangeduid als de organisatie- of samenwerkingscultuur (of “clubgevoel”). Verschillende deelnemers aan de samenwerking (individuen, gemeenten, maar bijvoorbeeld ook DB-leden t.o.v. gemeentesecretarissen) hebben verschillende opvattingen over waar de samenwerking op het niveau van Midden-Holland ‘voor is’. Volgens ons helpt de uitwerking van een programmatische aanpak – en de samenwerking die hierop volgt – bij het komen tot een gezamenlijke gerichtheid op deze samenwerking. Wij adviseren om hier het gesprek met elkaar over te voeren. Dat vraagt een lange adem, want gaat over vertrouwen in elkaar én de resultaten van de regio. Wij adviseren daarom om tijdens de regiodag van mei ’24 een start te maken met het ontwikkelen van gezamenlijke taal en een gedeeld perspectief. Concrete gespreksonderwerpen daarvoor zijn: 1) wat is voor ons gezamenlijkheid (regionaal versus eigenbelang); en 2) wat is voor ons gelijkwaardigheid (delen van successen en het bijdragen in verschillende vormen).
Wij adviseren de uitkomst hiervan te betrekken bij de verdere uitwerking van programmatisch werken door Regio Midden-Holland (zie volgende pagina). 31
2. RAPPORTAGE
4.3 Analyse en adviezen versterking organisatie 2025 Ons advies is om in 2025 in te zetten op versterking en versteviging van de regionale samenwerking met 5,5 fte. Dit vraagt een acties en besluiten richting 2025. Onderstaand staan de acties voor het uitwerken van de programmatische aanpak en m.b.t. de organisatie in 2025 beschreven. Actie
Ons advies
Uitwerking en communicatie van ‘programmatisch werken in Midden-Holland’ (Q2/Q3/Q4 2024) •
• •
Uitwerking programmatisch werken door regio- en tafelsecretarissen Bespreking en vaststelling met DB/tafelvz./RSO Betrekken gemeenteraden
•
• •
Mei t/m december ’24
Het Verhaal van Midden-Holland en voorliggend advies bieden een basis voor ‘programmatisch werken’ in Midden-Holland. Ons advies is om de regiosecretaris en tafelsecretarissen deze werkwijze aan te laten scherpen – in eerste instantie om de door ons gevonden ‘quick wins’ te wegen en stutten met activiteiten, en om daaruit per tafel in beeld te brengen welke ambtelijke inzet van de individuele gemeente hiervoor (ongeveer) nodig gaat zijn in 2025. Dit moet onderdeel worden van de jaarplannen van de tafels en vraagt afstemming met de tafelvoorzitters en het RSO. Het borgen van de capaciteit bij de individuele gemeenten is essentieel voor het komen tot succesvolle uitvoering, dit vraagt ook het eerste jaar nauwe monitoring, in lijn met de jaarplancyclus uit H3.3. Wij adviseren daarnaast om deze uitwerking, inclusief de geselecteerde projecten, in september ’24 te bespreken in een overleg met de het AB en het RSO. Dit geldt dan als onofficieel startschot van Programma Midden-Holland, waar de Regio vervolgens per 2025 mee start. Wij adviseren om, zodra het programma vastgesteld is, de regiosecretaris, kwartiermaker of één van de burgemeesters als boegbeeld van de regio een ‘rondje langs de raden’ te laten maken, waarin de ambities, opgaven, doelen en quick wins toegelicht worden; en waarin besproken wordt hoe de raden hier in 2025 bij betrokken worden.
Organisatie van de regionale samenwerking per 2025 (als besloten wordt tot de geadviseerde versterking) •
Wij adviseren om met de ontwikkeling van een volwaardig programmabureau op termijn de governancestructuur van Midden-Holland aan te passen in 2026-2027 (zie ook H3.3). Maar op basis van de voorgestelde versterking voor 2025 (met een overzichtelijk aantal concrete projecten) en de verhouding tot de bestaande bestuurlijke tafels, adviseren wij om voor 2025 geen governancewijzigingen door te voeren. Dit betekent dat de inhoudelijke aansturing voor de projecten bij de bestuurlijke tafels ligt. Zoals beschreven in H3.4 zien we voldoende mogelijkheden om de werkwijze van programmasturing en –besluitvorming te ‘oefenen’ zonder een formele governancewijziging. Wij adviseren bijvoorbeeld om de opgavetrekkers met de projectleiders twee of driemaal aan te laten schuiven bij de AB-overleggen in 2025, voor ‘spiegelsessies’ waarin voortgang en resultaten gedeeld worden.
Rol en samenwerking regio-/tafelsecretarissen en de ‘versterkingen’ in 2025
•
In 2025
•
De rol en inzet van de regiosecretaris verandert door de versterking van de samenwerking en met de aansturing van de nieuwe medewerkers; ook is er aandacht nodig voor de ‘bedrijfsvoering’ en (kosten)efficiëntie van de samenwerking. Ook vraagt het beoordelen van de ‘haalbaarheid’ van programma-resultaten en integraal sturen op dat resultaat (zie H3.3) naar verwachting meer tijd van de regiosecretaris of een kwartiermaker. Ons advies is om de ‘trekker’ per 2025 (volledig) in dienst van de GR te laten treden. De rol van de tafelsecretarissen in 2025 blijft grotendeels hetzelfde, al zullen drie van hen ook werkzaamheden als ‘opgavemanager’ oppakken en betrokken zijn bij de uitwerking van het programmatisch werken en de jaarplannen. Ons advies is dan ook om de tafelsecretarissen in 2025 in dienst van de gemeenten te laten blijven, maar dit in 2025 afhankelijk van de ontwikkeling van de samenwerking te heroverwogen. De groei van het aantal medewerkers vraagt volgens ons om één vaste locatie waar de medewerkers van de Regio Midden-Holland per 2025 zitten (hoeft niet in Gouda!). Daarnaast vraagt het Programmabureau een gezamenlijke overlegstructuur.
Governance GR MiddenHolland in 2025 In 2025
•
Intern vertrouwelijk
32
2. RAPPORTAGE
4.4 Hoofdpunten advies voor versterking in 2025 Directe resultaten halen voor inwoners vraagt inzet op regionale schaal. Wij zien concrete regionale kansen en de wens om te versterken en verstevigen. De regio heeft breed en diep uitgewerkt hoe deze versterking er uit moet zien. Ons advies laat zich samenvatten als: kies nu voor 2025 expliciet voor deze versterking. Wij adviseren op basis van onze analyse een capaciteitsuitbreiding van 5,5 fte voor directe publieke waardecreatie voor inwoners. Dit maakt het mogelijk om echt aan een aantal concrete projecten en quick wins te gaan werken (die in dit rapport staan). Groter is niet nodig, kleiner is te weinig. Voor de organisatie van deze versterking zijn onze belangrijkste adviezen voor 2025: •
Start met besluitvorming in het DB over het voorstel tot versterking. Ons advies: versterk structureel, met versterkingen en regiosecretaris per 2025 in dienst bij de GR.
•
Werk aan een gedeeld beeld van samenwerkingswaarden door ervaringen op te doen met programmatisch werken én door hier het gesprek over te (blijven) voeren.
•
Regio- en tafelsecretarissen volmaken het ‘programmatisch werken’, inclusief jaarplannen. Bespreek dit in september met het AB en RSO als onofficieel startschot van Programma Midden-Holland.
•
Voer nu geen aanpassingen door in de governancestructuur, inhoudelijke sturing gebeurt in 2025 vanuit de tafels (behoud zo
verbinding met de gemeenten!), oefen wel met de verdeling van verantwoordelijkheden die past bij programmasturing. •
Voer in 2025 geen wijzigingen door m.b.t. de tafels of tafelsecretarissen, organiseer wel één locatie en overlegstructuur.
•
Zorg vanaf 2025 voor één locatie waar de regionale medewerkers van het Programma Midden-Holland elkaar kunnen ontmoeten
Intern vertrouwelijk
33