Bijlage 1 F 741 Conceptbegroting 2025 – 2028 van de Regio Midden-Holland E24.002032
Tekst van het document
• Wij willen biodiversiteit herstel in de regio stimuleren. • Wij willen circulariteit in de regio stimuleren. Potentiële opgavegerichte doelstellingen: • Wij willen kennis en best-practices uitwisselen over duurzame ontwikkelingen waar elke gemeente mee te maken heeft zoals de warmtetransitie, klimaatadaptatie en het Schone luchtakkoord. Pagina 25 van 39
Programmabegroting 2025 - 2028 Regio Midden-Holland
• Wij willen bedrijven ondersteunen in hun wettelijke en bovenwettelijke verduurzamingsopgave, met name op het gebied van energiebesparing. • Wij willen inzicht hebben in de mogelijkheden om verduurzaming te financieren. Wat gaan we ervoor doen? • Wij gaan werkbezoeken organiseren om zo kennis te bundelen en uit te wisselen tussen overheid, bedrijven en inwoners. • Wij gaan kennis en ervaringen delen over biodiversiteit en een netwerk opbouwen. • Wij gaan aan de hand van een kansenkaart en monitoring de vergroening van de openbare ruimte stimuleren en verbindingen maken tussen groen in de regio (aanvullend aan bestaande activiteiten zoals de Groenalliantie Midden-Holland en het Programma Veenweiden Gouwe Wiericke). • Wij gaan kennis en ervaringen delen over circulariteit. • Wij willen, samen met de bestuurlijke tafel economie, circulariteit stimuleren voor inwoners, bedrijven en gemeenten aanvullend op de activiteiten van Groene Hart Werkt!. • Wij gaan de bestaande netwerken rondom circulariteit, gevormd door onder andere ODMH, de Platforms Duurzaam Ondernemen, de provincie en Groene Hart Werkt! ondersteunen en stimuleren. Potentiële activiteiten: • Wij blijven actief op de hoogte van relevante ontwikkelingen van duurzaamheidsonderwerpen die niet onder de speerpunten vallen zoals in de warmtetransitie en klimaatadaptatie en mobiliteit.
• Wij sluiten aan bij of adviseren op de mogelijkheden voor verduurzaming van projecten en ontwikkelingen bij de andere bestuurlijke tafels in Midden-Holland waar mogelijk, om de verduurzaming van de regio in alle bestuurlijke domeinen te borgen. • Wij onderzoeken mogelijkheden voor financiering van verduurzaming bij de regio, gemeenten, bedrijven en inwoners. Wat gaat het kosten? Voor korte onderzoeksopdrachten, het opstarten van een project of een lobby traject stellen de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas voor deze bestuurlijke tafel een programmabudget van € 55.000,- beschikbaar. Alphen aan de Rijn zal per activiteit bepalen of ze deelneemt en dus ook financieel bijdraagt.
3.1.5 Cultuur Het beleidsterrein Cultuur heeft in iedere gemeente een andere invulling. Het regionaal Bestuurlijk platform Cultuur is gericht op een samenhangende regionale aanpak en beleidsmatige afstemming, door gemeenten met elkaar van gedachten te laten wisselen over kunst en cultuur onderwerpen en het lopende subsidieprogramma Cultuureducatie met Kwaliteit. Wat willen we bereiken? • Wij willen cultuureducatie bevorderen en op de agenda houden binnen het primair onderwijs, de culturele instellingen en de gemeenten. • Via het landelijke meerjarige subsidieprogramma Cultuureducatie met Kwaliteit werken wij met elkaar aan het stimuleren, verbreden en verankeren van cultuuronderwijs op basisscholen. Met als doel om kinderen te laten profiteren van kwalitatief goed cultuuronderwijs waarin ze plezier Pagina 26 van 39
Programmabegroting 2025 - 2028 Regio Midden-Holland
hebben, talenten ontdekken en belangrijke vaardigheden opdoen. De speerpunten zijn bepaald in het gezamenlijke regionale projectplan behorend bij de subsidieregeling Cultuureducatie met Kwaliteit 2025-2028. • Wij richten ons op de verbinding tussen de vijf gemeenten onder andere. via een culturele belevingsroute Midden-Holland en de gezamenlijk uit te werken focuspunten Jongeren & Cultuur en Immaterieel Erfgoed. • Wij willen zorgen voor meer samenhang en afstemming tussen de beleidsgebieden Cultuur en Erfgoed. Wat gaan we ervoor doen? • Betreffende het programma Cultuureducatie met Kwaliteit: • Wij zorgen dat de scholen en culturele instellingen van de deelnemende gemeenten kunnen meedoen aan het subsidieprogramma in de periode 2025-2028. Wij doen dit aan de hand van de uitvoering van het gezamenlijke projectplan. • Wij zien toe op het maximaal inzetten van het beschikbare subsidiebedrag. • Wij zien toe op voldoende aandacht voor de lokale culturele identiteit in de regionale planvorming. • Wij zorgen voor het coördineren van de afhandeling van de gemeentelijke verplichtingen ten aanzien van deelname aan de subsidieregeling en ondersteunen in de verantwoording naar Rijkscultuurfonds het Fonds voor Cultuurparticipatie.
• Wij stimuleren de verbinding tussen de gemeenten, scholen en culturele instellingen en het samenwerken met de penvoerder, de lokale coördinatoren en Cultuureducatie Met Kwaliteitcoaches. • Wij vertalen landelijke en provinciale ontwikkelingen op het gebied van cultuur naar regionale behoeften en mogelijkheden. • Wij onderhouden en coördineren bestuurlijke en ambtelijke contacten binnen de gemeenten in Midden-Holland en behartigen hun belangen in het voornoemde werk. • Wij zorgen voor informatievoorziening voor deelname aan eventuele nieuwe relevante subsidieregelingen wanneer deze zich aandienen en stimuleren de regionale samenwerking hierin. • Wij zorgen dat de gezamenlijk gerealiseerde culturele belevingsroute in de vijf gemeenten onder de aandacht blijft. • Wij faciliteren de begeleiding van het proces van het focuspunt Jongeren & Cultuur. • Wij faciliteren de begeleiding van de uitwerking van het speerpunt Immaterieel Erfgoed. • Wij stimuleren ambtelijke en bestuurlijke samenwerking op het gebied van Cultuur en Erfgoed middels gezamenlijke bijeenkomsten; het uitwisselen van kennis en ervaring en het verkennen van een eventuele aanpak op regionale onderwerpen. Wat gaat het kosten? De activiteiten betreffende de subsidieregeling Cultuureducatie met Kwaliteit 2025-2028 worden mogelijk gemaakt separaat van de begroting van de regio.
Voor korte onderzoeksopdrachten, het opstarten van een project of een lobby traject is voor deze bestuurlijke tafel een programmabudget van € 10.000,- beschikbaar.
Pagina 27 van 39
Programmabegroting 2025 - 2028 Regio Midden-Holland
3.2
Wat gaat het voor Regio Midden-Holland in totaal kosten?
Het begrotingstotaal van Regio Midden-Holland inclusief de projecten bedraagt in 2025 € 2.193.186,- . Het begrotingstotaal bestaat naast de in bovengenoemde programmabudgetten uit diverse directe kosten, te denken valt onder ander aan budgetten op het gebied van: • Personeelskosten op het gebied van bereikbaarheid, duurzame groei en economisch vitaal • Inhuur extra uren secretaris; • Dienstverlening op het gebied van o.a. ICT, financiën, HRM en archief; • Algemene kosten (zoals communicatie, representatie, bijeenkomsten, conferenties); • Strategische overkoepelende lobby activiteiten; • Kosten extra formatie uitvoering plannen programma’s • Inhuur accountants; De inwonerbijdrage voor het gefaciliteerde programma voor de regio komt in totaal uit op een bedrag van € 1.367.186,- hetgeen neerkomt op een bedrag van € 5,49 per inwoner. Ten opzichte van de programmabegroting 2024 is de bijdrage toegenomen, de reden hiervoor is de capaciteitsuitbreiding, de toename van de inwonersaantallen en dat de bijdrage per inwoner met 4,18% geïndexeerd is. De begroting 2025 is mede met bovengenoemde bijdragen sluitend.
Pagina 28 van 39
Programmabegroting 2025 - 2028 Regio Midden-Holland
4
Paragrafen
Artikel 26 van het BBV schrijft voor dat het volgende zevental paragrafen wordt opgenomen in de programmabegroting.
4.1
Lokale heffingen
De paragraaf betreffende de lokale heffingen is voor het Regio Midden-Holland niet van toepassing. De inwonerbijdragen die de deelnemende gemeenten betalen, kan als algemeen dekkingsmiddel beschouwd worden.
4.2
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing dient te omvatten: • Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover Regio Midden-Holland beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken; • Een inventarisatie van de risico's, waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Hierbij dient bijvoorbeeld te worden gedacht aan risico’s in het kader van organisatieontwikkelingen, rechtmatigheid, garantieverplichtingen en het voldoen aan formele voorschriften met betrekking tot de uitvoering van regelingen door Regio Midden-Holland; • Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s en de realisatie daarvan. Weerstandsvermogen: Bij het weerstandsvermogen gaat het om de mate waarin Regio Midden-Holland in staat is middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit betekent dat het beleid veranderd moet worden. Een buffer is daarom wenselijk. Bij het weerstandsvermogen gaat het dus om de robuustheid van de begroting. In de regeling voor Regio Midden-Holland is bepaald dat de kosten, die niet uit andere inkomsten kunnen worden gedekt, ten laste van de deelnemende gemeente komen.
Dat impliceert dat de financiële gevolgen van risico’s, die niet binnen de begroting van Regio Midden-Holland kunnen worden opgevangen, uiteindelijk ten laste van de vijf deelnemende gemeenten zullen worden gebracht. Deze bepaling zou tot de opvatting kunnen leiden, dat het voor Regio Midden-Holland niet nodig is om over weerstandscapaciteit te beschikken. Daartegen staan de volgende argumenten: • Regio Midden-Holland is zelfstandig rechtspersoon met eigen bevoegdheden en verantwoordelijkheden. • Het is onwerkbaar voor Regio Midden-Holland (en voor de gemeenten) als Regio Midden-Holland zich voor iedere tegenvaller tot de gemeenten moet wenden, met het verzoek om een (incidentele of structurele) verhoging van de bijdrage. Het is kortom uit financieel, bestuurlijk en organisatorisch oogpunt van belang en gewenst dat Regio Midden-Holland de beschikking heeft over een weerstandsvermogen van voldoende omvang. In dit licht is al eerder in het Algemeen Bestuur de afspraak gemaakt dat Regio Midden-Holland dient te beschikken over een algemene reserve met een omvang van € 100.000,-.
Pagina 29 van 39
Programmabegroting 2025 - 2028 Regio Midden-Holland
De werkelijk beschikbare weerstandscapaciteit: Wanneer een risico zich voordoet, welke niet kan worden opgevangen in de reguliere exploitatie, zal in eerste instantie een beroep gedaan worden op de weerstandscapaciteit. Tot de aanwezige weerstandscapaciteit kunnen worden gerekend (in volgorde van aanspreken bij het voordoen van een risico): • Algemene reserve • Verhoging inwonerbijdrage • Verzilveren eventuele stille reserves In de navolgende tabel is een overzicht van de reserves opgenomen die tot de weerstandscapaciteit worden gerekend. Bij de bepaling van de omvang van de aanwezige weerstandscapaciteit worden de onbenutte capaciteit en stille reserves in eerste instantie niet meegerekend. De hoogte van de weerstandscapaciteit op basis van de geprognosticeerde stand per 1 januari 2025 is als volgt: Vrij aanwendbare reserves behorend tot weerstandscapaciteit Algemene reserve Totaal weerstandscapaciteit
Bedrag in € 100.000 100.000
De gekwantificeerde risico’s dienen op de weerstandscapaciteit in mindering te worden gebracht. Hoewel de risico’s in de risicoparagraaf niet zijn gekwantificeerd, lijkt dat deel van de weerstandscapaciteit dat gevormd wordt door de algemene reserves, vooralsnog niet toereikend te zijn. Bij het optreden van negatieve gevolgen van risico’s zullen aanvullende maatregelen genomen moeten worden. De risico’s: De risico’s en onzekerheden waarmee Regio Midden-Holland wordt geconfronteerd, kunnen van invloed zijn op de financiële positie. Zowel positief als negatief. Op dit moment worden de volgende risico’s onderkend: Financiële dekking kosten Regio Midden-Holland De dekking van door het algemeen bestuur vastgestelde uitgangspunten is enerzijds gebaseerd op een gemiddelde inwonersbijdrage van € 5,49 per inwoner. Anderzijds op overige bijdragen die voortkomen uit het door de Regio Midden-Holland beschikbaar stellen van een secretaris “project Slappe Bodem” en de verwachte kortlopende rentebaten (financieringsfunctie). De toekomst zal bepalen of de hiervoor genoemde inwonersbijdrage en overige bijdragen voldoende is om de gewenste activiteiten door Regio Midden-Holland te kunnen laten uitvoeren. Bij een tekort aan middelen bestaat het risico dat de inwonersbijdrage in de toekomst verhoogd dient te worden.
Projecten Bij projecten van bijvoorbeeld provincie en ministerie is vaak sprake van cofinanciering. Bij de start van projecten, waar bestuurlijk al toe is besloten, blijkt de financiering nog niet altijd volledig gegarandeerd. Daarnaast is het niet altijd zeker dat de aangekondigde of toegezegde betalingen werkelijk worden voldaan. Bijvoorbeeld omdat in latere fasen allerlei voorwaarden en eisen worden
Pagina 30 van 39
Programmabegroting 2025 - 2028 Regio Midden-Holland
gesteld. Daardoor bestaat het risico dat dergelijke projecten uiteindelijk met een negatief saldo moeten worden afgesloten. Beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s en de realisatie daarvan: Dit beleid is in het kader van het BBV opnieuw geformuleerd. Belangrijke delen van dit beleid zijn beschreven in de nota reserves en voorzieningen waarvan is bepaald dat deze eens per 4 jaar moet worden geactualiseerd. In oktober 2023 is een geactualiseerde nota in het Algemeen Bestuur vastgesteld. Kengetallen Op grond van een ministeriële regeling moeten de volgende financiële kengetallen weergegeven worden. Begroting jaar 2017 Kengetallen:
netto schuldquote netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen solvabiliteitsrisico structurele exploitatieruimte grondexploitatie belastingcapaciteit
Verloop van de kengetallen Verslag 2023
-57,4% -57,4% 51,9% 5,3% n.v.t. n.v.t.
Begroting jaar 2017 Kengetallen:
netto schuldquote netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen solvabiliteitsrisico structurele exploitatieruimte grondexploitatie belastingcapaciteit
Begroting 2024 Begroting 2025
-56,5% -56,5% 38,5% 0,0% n.v.t. n.v.t.
-27,0% -27,0% 37,7% 0,0% n.v.t. n.v.t.
Verloop van de kengetallen Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028
-27,0% -27,0% 36,3% 0,0% n.v.t. n.v.t.
-28,1% -28,1% 35,7% 0,0% n.v.t. n.v.t.
-28,1% -28,1% 35,7% 0,0% n.v.t. n.v.t.
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie van in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De netto schuldquote is voor de begroting berekend op basis van de in de Staatscourant, nummer 20619 (jaargang 2015), voorgeschreven richtlijn. In deze richtlijn staat beschreven dat voor de raming van de begrote cijfers gebruikt gemaakt dient te worden van het gemiddelde van de drie laatst beschikbare jaarrekeningen. Omdat Regio Midden-Holland vanaf de jaarrekening 2015 geen vaste schulden op de balans heeft staan, is het kengetal “netto schuldquote” negatief. Het corrigeren voor alle verstrekte leningen wijzigt de netto schuldquote niet. De Regio MiddenHolland verstrekt immers geen leningen. Solvabiliteit gaat over de vraag of een organisatie in staat is om aan alle financiële verplichtingen te voldoen. De begrote solvabiliteitsratio 2024 – 2028 schommelt tussen 35,7% en op 38,5%. Regio Midden-Holland is in staat aan haar financiële verplichtingen te voldoen.
Pagina 31 van 39
Programmabegroting 2025 - 2028 Regio Midden-Holland
De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een organisatie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Uit de resultaten blijkt dat de structurele baten en lasten van de Regio Midden-Holland gelijk zijn, hetgeen een financieel gezonde situatie weergeeft. De kengetallen voor de grondexploitatie en de belastingcapaciteit zijn niet van toepassing op de Regio Midden-Holland.
4.3
Onderhoud kapitaalgoederen
In deze paragraaf dient inzicht te worden gegeven in de realisatie van het beleid ten aanzien van het onderhoud van kapitaalgoederen en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties ten opzichte van de begroting. Het gaat hierbij tevens om het verlangde onderhoudsniveau, de (lange termijn) onderhoudsplanning voor alle belangrijke activa en het voorzieningsbeleid terzake. Sinds de in 2015 overgedragen kapitaalgoederen aan de Omgevingsdienst Midden-Holland heeft Regio Midden-Holland geen kapitaalgoederen in bezit en is de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen voor Regio Midden-Holland niet van toepassing.
4.4
Financiering
In deze paragraaf dient de realisatie van de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille te worden opgenomen. In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 6 juli 2016 is een herzien Treasurystatuut vastgesteld. In dit statuut wordt de beleidsmatige infrastructuur van de treasuryfunctie vastgelegd in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten. Het statuut maakt een objectieve en transparante verantwoording vooraf en achteraf mogelijk. Jaarlijks wordt zowel in de begroting als in de jaarrekening een treasuryparagraaf opgenomen. In deze paragraaf worden de specifieke beleidsvoornemens respectievelijk de uitvoering van het beleid op het gebied van de treasury vastgelegd. In het kort wordt de huidige situatie weergegeven met betrekking tot een aantal aandachtspunten:
Pagina 32 van 39
Programmabegroting 2025 - 2028 Regio Midden-Holland
Financieringspositie De financieringspositie wordt als volgt weergegeven (bedragen x € 1.000): Begroting 2024 0 0 0
Begroting 2025 0 0 0
Langlopende schulden Eigen vermogen Voorzieningen Totaal financiering
0 301 0 301
0 423 0 423
Financieringsoverschot
301
423
Toename financieringsoverschot
122
Boekwaarde vaste activa Overige verbonden partijen Totaal vaste activa Deze boekwaarde wordt gefinancierd met:
Voor 2024 was nog een financieringsoverschot geraamd van € 301.000. Voor 2025 neemt het financieringsoverschot toe naar € 423.000,-. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. Volgens de wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO) bedraagt de kasgeldlimiet 8,2 % van het totaal van (bruto) begroting ad € 2.193.186,- oftewel € 179.841,De confrontatie van de kasgeldlimiet aan de netto vlottende schuld vindt per kwartaal plaats. Renterisicobeheer Aangezien Regio Midden-Holland geen langlopende financiering heeft, is er geen renterisico en is de toetsing overbodig. Geldstromenbeheer De kosten van het geldstromenbeheer is beperkt doordat gebruik wordt gemaakt van het “pakket geïntegreerde dienstverlening“ van de BNG Bank. Het betalingsverkeer is zoveel mogelijk uitgevoerd door de BNG. Medio december 2013 heeft de overheid het schatkistbankieren voor o.a. de gemeenschappelijke regelingen verplicht gesteld en is er een bankrekening door het Ministerie van Financiën beschikbaar gesteld. Op basis van de begroting heeft Regio Midden-Holland een drempel van € 1.000.000,- en is wettelijk verplicht om het banksaldo dat dit bedrag overstijgt dagelijks naar de schatkistbankierenrekening af te romen.
Vanwege het feit dat de BNG Bank voor het saldo boven de € 500.000,- rentekosten in rekening brengt, heeft Regio Midden-Holland ervoor gekozen dagelijkse het saldo dat de € 500.000,- overstijgt naar de schatkistbankierenrekening af te romen. Zolang het saldo op de schatkistbankierenrekening toereikend is kan het saldo van de BNG bankrekening aangevuld worden om geplande transacties uit te voeren. Pagina 33 van 39
Programmabegroting 2025 - 2028 Regio Midden-Holland
Financiering Regio Midden-Holland heeft geen financiering.
4.5
Bedrijfsvoering
Regio Midden-Holland heeft zijn bedrijfsvoering met betrekking tot de financiën en het beheer digitale omgeving ondergebracht bij de Omgevingsdienst Midden-Holland. De afdeling financiën zal het beheer van de financiële administratie en de P&C cyclus in 2025 voor de Regio Midden-Holland uitvoeren. Het restant van de bedrijfsvoering zoals huisvesting en facilitaire zaken is ondergebracht bij de deelnemende gemeenten die verbonden zijn aan de gemeenschappelijke regeling Regio MiddenHolland. De paragraaf bedrijfsvoering dient inzicht te geven in de stand van zaken en de realisatie van de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. Hierbij gaat het om de volgende onderwerpen: Financieel beheer en Administratieve organisatie: Bij de vaststelling van de Financiële Verordening artikel 212 Gemeentewet en Controle verordening artikel 213 Gemeentewet is bepaald wanneer afzonderlijke nota’s moeten worden geactualiseerd: reserves en voorzieningen iedere 4 jaar; tarieven op verzoek van Algemeen Bestuur; weerstandsvermogen en risicomanagement iedere 4 jaar; onderhoud kapitaalgoederen en gebouwen iedere 4 jaar; bedrijfsvoering iedere 4 jaar. Huisvesting en overige facilitaire onderwerpen: De huisvesting van Regio Midden-Holland wordt gefaciliteerd door de deelnemende gemeenten die verbonden zijn aan de gemeenschappelijke regeling Regio Midden-Holland.
De dienstverlening op het gebied van financiën en beheer digitale omgeving is ondergebracht bij de Omgevingsdienst MiddenHolland.
4.6
Openbaarheid
Op 1 mei 2023 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. Deze wet verplicht bestuursorganen om op termijn verschillende categorieën documenten uit eigen beweging openbaar te maken (actieve openbaarmakingsplicht). In de jaarlijkse verantwoording moet verslag worden gedaan van de uitvoering van de Woo. Regio Midden-Holland is aangesloten op Overheid.nl. Er is gestart met het openbaar maken van een aantal van de informatiecategorieën die (in de toekomst) openbaar gemaakt moeten worden, te weten de bereikbaarheidsgegevens, informatie over de organisatie en werkwijze. Regio Midden-Holland bereidt zich op dit moment voor op de openbaarmaking van andere informatie categorieën zoals de agenda en vergaderstukken van het algemeen bestuur welke momenteel op het openbare deel van onze website worden gepubliceerd.
Pagina 34 van 39
Programmabegroting 2025 - 2028 Regio Midden-Holland
4.7
Rechtmatigheid
Met ingang van verslagjaar 2023 legt het dagelijks bestuur zelfstandig verantwoording af in de jaarrekening over de naleving van de financiële rechtmatigheid. De rechtmatigheidsverantwoording heeft betrekking op drie criteria: begrotingscriterium, voorwaardencriterium en het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium. In navolging van het controleprotocol worden verbijzonderde interne controles (VIC) uitgevoerd, waarbij we in nauwe samenspraak met de accountant de omvang van de steekproeven en de uit te voeren controles bepalen. Met onze interne controles hanteren we de goedkeurings- en rapporteringstoleranties, zoals vastgelegd in het Controleprotocol. Voor 2025 gelden de volgende percentages. Rapporteringstolerantie Verantwoordingsgrens Fouten in de jaarrekening (% lasten) 3% Onduidelijkheden in de controle (% lasten) 3% Op basis van de programmabegroting zal de verantwoordingsgrens € 65.796,- bedragen. De werkelijke verantwoordingsgrens wordt bepaald door de werkelijk gerealiseerde lasten in 2025.
4.8
Verbonden partijen
Regio Midden-Holland heeft geen verbonden partijen (een privaat- dan wel publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeenschappelijke regeling een bestuurlijk én een financieel belang heeft).
4.9
Grondbeleid
De verplichte paragraaf Grondbeleid is niet van toepassing voor Regio Midden-Holland.
Pagina 35 van 39
Programmabegroting 2025 - 2028 Regio Midden-Holland
5
Vaststelling Begroting van Baten en Lasten 2025 – 2028
Het Algemeen Bestuur van Regio Midden-Holland, gezien het voorstel van het Dagelijks bestuur van 3 april 2024, gezien de toezending van de ontwerpbegroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, twaalf weken voor vaststelling in het Algemeen Bestuur, BESLUIT: De programmabegroting van baten en lasten voor de jaren 2025 – 2028 vast te stellen. Aldus besloten in de openbare vergadering van het Algemeen Bestuur op 3 juli 2024.
De secretaris,
De voorzitter,
mr. drs. H.E. Postema
mr. drs. P. Verhoeve
Pagina 36 van 39
Programmabegroting 2025 - 2028 Regio Midden-Holland
Bijlagen
Pagina 37 van 39
Programmabegroting 2025 - 2028 Regio Midden-Holland
Bijlage 1: Inwonersbijdrage
Gemeente
Aantal inwoners per
Bijdrage 2025
Bijdrage 2025 5,5 FTE extra
Totaal Regio Midden-Holland
1-1-2023 CBS €
bijdrage per inwoner
Bodegraven-Reeuwijk Gouda Krimpenerwaard Waddinxveen Zuidplas Totalen
36.308 75.316 57.700 32.601 46.981 248.906
€ € € € € €
2,03
73.760 153.005 117.218 66.229 95.442 505.655
€
€ € € € € €
3,46
125.672 260.689 199.715 112.841 162.614 861.531
€
€ € € € € €
5,49
199.432 413.694 316.933 179.070 258.056 1.367.186
Pagina 38 van 39
Bijlage 2: Overzicht taakvelden
Taakveld
Omschrijving
0.1 Bestuur 0.4 Overhead 0.5 Treasury Totaal taakvelden
Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten Regio Midden-Holland € 1.842.445,47 € -1.842.445,47 € 1.842.445,47 € -1.842.445,47 € 1.842.445,47 € -1.842.445,47 € 1.842.445,47 € -1.842.445,47 Overhead € 325.740,43 € -325.740,43 € 325.740,43 € -325.740,43 € 325.740,43 € -325.740,43 € 325.740,43 € -325.740,43 Treasury € 25.000,00 € -25.000,00 € 25.000,00 € -25.000,00 € 25.000,00 € -25.000,00 € 25.000,00 € -25.000,00 € 2.193.185,90 € -2.193.185,90 € 2.193.185,90 € -2.193.185,90 € 2.193.185,90 € -2.193.185,90 € 2.193.185,90 € -2.193.185,90 Programma
Versterken & verstevigen regionale samenwerking in Midden-Holland Advies: Inhoud en organisatie samenwerking Midden-Holland
28 MAART 2024
Intern vertrouwelijk
Adviezen voor Midden-Holland Versterken & verstevigen regionale
samenwerking
Intern vertrouwelijk
1. ONS ADVIES OVER INHOUDELIJKE VERSTERKING
Onderbouwd programmatisch samenwerken in Midden-Holland Basis van dit advies •
Focus regionale samenwerking en kies voor direct resultaat, met programmatisch werken voor onderbouwde versterking
•
Drie ambities met opgaven: bereikbaarheid, economische vitaliteit, duurzame groei
•
Ingroeimodel programmatisch werken in Midden-Holland, met directe realisatie van concrete kansen (‘quick wins’)
Met dit advies door: versterken en verstevigen in 2025 •
Dit biedt basis voor besluitvorming over versterking voor 2025 (en voor ontwikkelperspectief)
•
Met prioritering en uitvoering op genoemde quick wins voor tastbare resultaten* op regionale schaal *Wel: concrete bijdrage aan publieke waarde voor inwoners van Midden-Holland - Niet: procesresultaten als alleen afstemming of subsidies
•
Tafelsecretarissen volmaken programmatische aanpak in 2024 – voortbouwend op uitwerking Verhaal en dit advies
Richting 2027 •
Gefaseerd groeien naar volwaardige programmatische aanpak, ambitieniveau groeit bij resultaten en vertrouwen
•
Geleidelijke uitbreiding monitoring en evaluatie, herijk alleen bij geslaagde uitvoering en niet bij elke (subsidie)kans
Intern vertrouwelijk
3
1. ONS ADVIES OVER INHOUDELIJKE VERSTERKING
Perspectief op samenwerking richting 2027 Kies voor onderbouwde regionale samenwerking en een licht programmabureau als ontwikkelperspectief Ons advies is om in te zetten op een regionaal programmabureau dat regionale inzet coördineert en werkt aan concrete
resultaten voor de drie centrale opgaven van Midden-Holland. Kies voor een relatief lichte bezetting en een ingroeimodel, waarbij versterking stap voor stap wordt uitgewerkt en waarbij het ambitieniveau aansluit op behaalde resultaten. ‘Ingroeien’ geldt ook voor aanpassingen van governance en organisatie. Vier adviezen voor de uitwerking van dit ingroei-pad:
•
Geen ruimte voor grijstinten. Bekrachtig als DB formeel de richting: tastbare resultaten en een licht programmabureau. Als het dit jaar niet gebeurt, accepteer dan de status quo.
•
(Behoefte) opgaven zijn leidend voor eventuele doorontwikkeling programmabureau. Wel leren we elders dat een bandbreedte van 8-15 fte werkt. Afhankelijk van de mate waarin Midden-Holland in ‘27 op gezamenlijke uitvoering wil inzetten, past een grootte meer aan de onder- of bovenkant van deze bandbreedte.
•
Aanpassingen van governance en organisatie vragen aandacht vanaf 2026-2027. Dit gaat om aanpassing van bestuurlijk opdrachtgeverschap (o.a. invulling DB), rol gemeentesecretarissen, doorontwikkeling tafels en regiosecretaris.
•
Ga nu in gesprek over gedeelde ‘samenwerkingswaarden’, maar wacht daar niet op. Creëer in de komende jaren ook ruimte om te oefenen met spelregels (in DB, bestuurlijke tafels, RSO én ambtelijk) en voor gezamenlijke reflectie en verbetering.
Intern vertrouwelijk
4
1. ONS ADVIES OVER INHOUDELIJKE VERSTERKING
Versterking en versteviging in 2025 Duidelijk kiezen voor 2025 Inzetten op versterken en verstevigen van de samenwerking op regionale schaal, om aan directe resultaten en quick wins te werken, vraagt volgens ons om versterking van de uitvoeringscapaciteit. Ons advies voor 2025 is om nu te kiezen voor deze versterking, met een capaciteitsuitbreiding van 5,5 fte (grotendeels in lijn met het voorstel van de regio). Voor de organisatie van deze versterking zijn onze belangrijkste adviezen voor 2025: •
Start met besluitvorming in het DB over het voorstel tot versterking. Ons advies: versterk structureel, met versterkingen en regiosecretaris per 2025 in dienst bij de GR.
•
Werk aan een gedeeld beeld van samenwerkingswaarden door ervaringen op te doen met programmatisch werken
én door hier het gesprek over te (blijven) voeren. •
Regio- en tafelsecretarissen volmaken het ‘programmatisch werken’, inclusief jaarplannen. Bespreek dit in september met het AB en RSO als onofficieel startschot van Programma Midden-Holland.
•
Voer nu geen aanpassingen door in de governancestructuur, inhoudelijke sturing gebeurt in 2025 vanuit de tafels, oefen wel met de verdeling van verantwoordelijkheden die past bij programmasturing.
•
Voer in 2025 geen wijzigingen door m.b.t. de tafels of tafelsecretarissen (behoud zo verbinding met de gemeenten!)
•
Zorg vanaf 2025 voor één locatie waar de regionale medewerkers van het Programma Midden-Holland elkaar kunnen ontmoeten
Intern vertrouwelijk
5
Rapportage Versterken & verstevigen regionale
samenwerking
Intern vertrouwelijk
2. RAPPORTAGE
Inhoudsopgave 1 Introductie
Aanleiding en onderzoeksvragen, huidige samenwerking, aanloop naar dit advies
2 Onderbouwd programmatisch
samenwerken in Midden-Holland Successen en knelpunten huidige inzet, analyse kansen programmatisch werken, advies
3 Perspectief op samenwerking richting 2027
Twee varianten samenwerking, soortgelijke samenwerkingen, governance/organisatie richting 2027, advies
4 Versterking en versteviging in 2025
Voorstel regio, onze reflectie, analyse en adviezen organisatie 2025, advies voor 2025
Intern vertrouwelijk
7
1. Introductie In dit hoofdstuk gaan wij in op de aanleiding en onderzoeksvragen (1.1), de huidige regionale samenwerking in Midden-Holland (1.2) en de aanloop naar dit advies (1.3).
Intern vertrouwelijk
2. RAPPORTAGE
1.1 Aanleiding en onderzoeksvragen In Midden-Holland werken Bodegraven-Reeuwijk, Krimpenerwaard, Gouda, Waddinxveen en Zuidplas samen in een netwerksamenwerking. De regio werkt aan regionale opgaven. Deze zijn vastgesteld in de Strategische agenda regio Midden-Holland (2019). Op deze thema's kiezen gemeenten voor gezamenlijke voorbereiding van bestuurlijke besluitvorming. De samenwerking wordt vanuit de Gemeenschappelijke Regeling Midden-Holland gecoördineerd. De regio kent verbindende opgaven die om regionale slagkracht vragen. Het lukt de regio nu goed om hierover af te stemmen, maar minder goed om concrete resultaten en effecten voor inwoners te realiseren. De deelnemende gemeenten zien dat ‘Midden-Holland’ op een kantelpunt staat en zien veel kansen voor versteviging en versterking van de regionale samenwerking. Het dagelijks bestuur van Midden-Holland wil graag een volgende stap zetten in de samenwerking, om samen aan concrete resultaten voor de regio te werken. De gemeenten hebben in 2023 in beeld gebracht op welke onderwerpen en activiteiten samenwerking van meerwaarde is voor de burgers van
Midden-Holland. In vervolg daarop is aan Berenschot gevraagd om te adviseren over de inhoud en organisatie van de regionale samenwerking en om te onderzoeken hoe de samenwerking in de regio zich verder kan ontwikkelen. Dit advies richt zich op de kansen voor regionale samenwerking richting 2027, met een scherp advies voor versteviging in 2025. In dit advies komen daarom de volgende onderzoeksvragen aan bod: • Welke kansen zijn er voor versteviging en versterking van de regionale samenwerking in Midden-Holland, richting 2027?
• Op welke thema’s en activiteiten liggen kansen voor opgavegerichte en programmatische samenwerking in Midden-Holland, in 2025? • Wat betekent dit voor de organisatie van de samenwerking in 2025? Zowel qua expertise/capaciteit als qua governance en organisatiestructuur? Onderzoeksactiviteiten voor dit traject waren: 1) documentstudie; 2) gesprekken met de tafelsecretarissen; 3) vergelijkende analyse met soortgelijke regionale samenwerkingen in Nederland; 4) spiegelsessie strategen van deelnemende gemeenten; 5) eindanalyse en rapportage Intern vertrouwelijk
9
2. RAPPORTAGE
1.2 Huidige regionale samenwerking in Midden-Holland In Midden-Holland wordt al tientallen jaren samengewerkt. Sinds 2015 gebeurt dit binnen de GR
De bestuurlijke tafels van Midden-Holland
Midden-Holland. In de Notitie Governance 2015 is uitgewerkt hoe de ‘netwerksamenwerking’
•
en arbeidsmarkt, 2) ruimte en wonen, 3) verkeer en vervoer, 4) duurzaamheid, 5) sociaal domein.
tussen de vijf gemeenten vorm krijgt. •
•
De netwerkvorm diende primair ter versterking van belangenbehartiging en lobby ‘naar
De bestuurlijke overleggen/tafels bestaan uit de wethouders van de deelnemende gemeenten die vanwege hun portefeuille betrokken zijn bij de vijf tafels. Elke tafel kent een voorzitter.
Uitgangspunten voor de netwerksamenwerking in 2015 •
Aan vijf inhoudelijke tafels wordt strategisch samengewerkt. De tafels richten zich op 1) economie, onderwijs
•
Aan de hand van strategische agenda’s wordt gestuurd op inhoud en resultaten van de samenwerking binnen
buiten’ op zes thema’s. De invoering van programmasturing wordt genoemd, maar niet
een programma. De bestuurlijke tafels besluiten daartoe welke onderwerpen voor besluitvorming aan
uitgewerkt.
gemeenten worden aangeboden en over passende lobby/belangenbehartiging.
De werkwijze gaat uit van een grotere betrokkenheid van de vijf gemeenten, de raden en
•
externe partners. Midden-Holland mocht niet meer ‘op afstand’ komen te staan.
Regionaal ambtelijk secretarissen ondersteunen elke tafel. In de praktijk wordt besluitvorming ook voorbereid door lokale medewerkers. Per tafel is er een werkbudget beschikbaar.
•
Bestuurlijke drukte moest worden voorkomen. Het netwerk zelf kent geen formeel bestuur en de sturing van de GR is daarom in lijn gebracht met die van de netwerkorganisatie.
De ambtelijke capaciteit voor Regio Midden-Holland
•
De gemeenschappelijke regeling wordt alleen ingezet indien deze een meerwaarde heeft voor
•
De regiosecretaris is – naast ambtelijk boegbeeld van de regio - secretaris van het Regionaal Platform én het
de samenwerking tussen de vijf gemeenten (‘meer de hulpconstructie voor gemeenten zoals
bestuur van de GR. Hij is in dienst van de GR (maar wordt voor 18 van de 22 uur gefaciliteerd door de
oorspronkelijk bedoeld in de WGR’).
gemeente Gouda), wordt aangestuurd door het AB en is linking pin naar het RSO. Zijn verantwoordelijkheden betreffen:
De aansturing van Midden-Holland
•
voorbereidingen van vergaderingen (incl. AB/DB);
•
Het Dagelijks bestuur (GR) bestaat uit de burgemeesters van de vijf gemeenten. Het DB
•
de financiën t.a.v. de GR Midden-Holland;
vergadert vijf keer per jaar.
•
het aanbrengen van inhoudelijke samenhang tussen de domeinen dankzij periodieke overleggen met de
•
bestuurlijk trekkers;
Het Algemeen bestuur (GR) bestaat uit twee collegeleden van elke gemeente. In de praktijk zijn dit de burgemeesters en de voorzitters van de bestuurlijke tafels (wethouders).
•
Het AB vergadert vier keer per jaar. Aansluitend op het AB wordt in het
•
•
•
het voeren van coördinatie t.a.v. de griffiers/klankbordgroep om betrokkenheid van raden bij de regio te
faciliteren
tafelvoorzittersoverleg/Regionaal Platform door de burgemeesters en tafelvoorzitters vergaderd.
het bepalen (of: wijzigen) van de inzet van ambtelijke ondersteuning met passende werkopdracht(en);
•
De tafelsecretarissen van de vijf* tafels zijn in dienst van de gemeenten (of uitgeleend door de
Het Regionaal Platform Midden-Holland bestaat uit vijf wethouders, een van elk van de
Omgevingsdienst Midden-Holland). Elke tafelsecretaris heeft een ander aantal uren voor de regionale
bestuurlijke tafels, en de vijf burgemeesters van de aangesloten gemeenten, zo mogelijk
inzetbaarheid, die ‘onafhankelijk van de gemeente’ dient te zijn. Tafelsecretarissen krijgen inhoudelijke sturing
aangevuld met bestuurders van gemeenten Alphen aan den Rijn en Woerden.
van de regiosecretaris, maar de HR-verantwoordelijkheid blijft bij de uitlenende gemeenten.
Het Regionaal secretarissenoverleg (RSO) bestaat uit de gemeentesecretarissen van de
* in deze analyse laten wij de tafel Sociaal domein in overleg buiten beschouwing
vijf gemeenten en de regiosecretaris. Het RSO geeft opdracht voor regionale inzet van medewerkers van de 5 gemeenten en draagt verantwoordelijkheid voor alle personele
De ondersteunende diensten op het gebied van financiën en ICT worden geleverd door de Omgevingsdienst
facetten van deze vorm van netwerksamenwerking.
Midden-Holland op basis van een dienstverleningsovereenkomst. De inwonerbijdrage vormt de belangrijkste grondslag voor de activiteiten van de Regio Midden-Holland, gaat om 1,95 euro per inwoner.
10
2. RAPPORTAGE
1.3 De aanloop naar dit advies De regio heeft de afgelopen jaren een aantal stappen gezet in het
De regionale samenwerking in Midden-Holland heeft op basis hiervan
scherpen en verbeteren van de regionale samenwerking op de
een voorstel voor versterking opgesteld:
schaal van Midden-Holland: • In maart 2023 is de benodigde versterking van uitvoeringscapaciteit voor • In 2021 heeft de regio in een positionerings- en lobbytraject prioritaire issues geïdentificeerd op de thema’s 1) groeigebied, 2) bereikbaarheid,
en 3) economische vitaliteit. • In 2022 en 2023 is door Berenschot in een onderzoek naar het
uitvoering van de jaarplannen geïnventariseerd: 5,5 fte projectleiders/programmamanagers; 0,5 fte strategieontwikkeling en regionale lobby.
• Dit voorstel is besproken door het AB en het RSO. Uitkomst was het volgen van het voorstel (met alternatieve bijdrage van Bodegraven-Reeuwijk).
‘bestuurlijk regionaal ecosysteem’ de bestuurlijke, economische en
Daartoe werd in 2023 de voorgestelde aanvullende capaciteit vergroot met
maatschappelijke samenwerking in de regio onderzocht.
de reserves binnen de begroting; voor 2024 is voorgenomen over te gaan
• In 2023 heeft Midden-Holland het ‘Verhaal van Midden-Holland’
tot een begrotingswijziging van de inwonersbijdrage. Voor 2025 wordt de
opgesteld. Dit verhaal beschrijft waarom de gemeenten samenwerken
aanvullende capaciteit zo opgenomen in de programmabegroting 2025-
in Midden-Holland, wat de inhoudelijke basis voor deze samenwerking
2028 van Regio Midden-Holland. Dit voorstel is in september 2023 per brief
is en wat gezamenlijke opgaven voor de samenwerking zijn. Ook gaat
gedeeld met de colleges van burgemeester en wethouders van de
het Verhaal in op de verhouding van de regio Midden-Holland tot
deelnemende gemeenten.
andere samenwerkingsverbanden. • Per inhoudelijke tafel is –op verzoek van het DB en RSO- in maart
• Zienswijzen van de gemeenten laten draagvlak zien voor de versterking en versteviging van de samenwerking. Maar ook vragen rondom de bijdrage
2023 een jaarplan opgesteld, voor 2023 met doorkijk naar 2024. Het
(financieel of met menskracht; structureel of incidenteel); het
jaarplan beschrijft welke regionale activiteiten vanuit de
ambitieniveau en de fasering van de versterking; vrijblijvendheid en
netwerksamenwerking plaatsvinden en hoeveel ambtelijke capaciteit
gelijkwaardigheid in de samenwerking; en meer beeld bij de beoogde
en inzet de uitvoering hiervan van de individuele gemeenten in
maatschappelijke meerwaarde.
Midden-Holland vraagt.
• Voorliggend advies gaat, in navolging hierop, in op hoe deze versterking van de regionale samenwerking te organiseren.
Intern vertrouwelijk
11
2. Onderbouwd programmatisch samenwerken in Midden-Holland In dit hoofdstuk gaan wij in op hoe inhoudelijke versteviging en versterking van regionale samenwerking in Midden-Holland er uit kan zien. Daarvoor analyseren wij successen en knelpunten van huidige regio-inzet (2.1), analyseren wij kansen en quick wins voor programmatisch werken in Midden-Holland (2.2) en geven wij ons advies voor inhoudelijke versterking van de samenwerking (2.3).
Intern vertrouwelijk
2. RAPPORTAGE
2.1 Analyse: Successen en knelpunten van de huidige regio-inzet Voor versterking van onderbouwde samenwerking in Midden-Holland kijken we allereerst naar huidige ervaringen met de samenwerking: •
Er wordt al lang samengewerkt op het schaalniveau van Midden-Holland. Vanuit de Strategische Agenda Midden-Holland uit 2019 en het traject voor verbeterde positionering van de regio Midden-Holland zijn er de afgelopen jaren resultaten geboekt. Hieronder sommen we ‘successen’ op van de regio – het zijn geen resultaten die alleen de inwoners van één van de vijf gemeenten dienen, maar de inwoners van de gehele regio.
•
Tegelijkertijd constateert de regio dat uitvoeringskracht achterblijft. We zien – vanuit de inhoudelijke focus van de samenwerking – een aantal knelpunten die de effectieve uitvoering van gezamenlijke ambities belemmeren.
Successen van de samenwerking op de schaal van MH •
•
Realisatie van het Kenniscentrum Bodemdaling en Funderingen – de
Knelpunten in de inhoudelijke scope van de samenwerking •
Het schaalniveau van Midden-Holland wordt vooral gebruikt voor
Regio Midden-Holland levert (praktische) expertise op het thema
afstemming, visievorming en belangenbehartiging (of: inzetten op lobby- of
bodemdaling die landelijk onder de aandacht staat.
subsidiekansen). Daarin schuilt een zeker opportunisme: met elke lokale
Ontwikkeling van de Campus Gouda om de verbinding tussen onderwijs en
wens en nieuwe subsidiepot verschuiven de doelen van de samenwerking.
arbeidsmarkt te verstevigen – in eerste instantie voor de gemeente Gouda, maar de regionale uitstraling verbetert.
•
Er is een stapeling van thema’s ontstaan waarop de regio samenwerkt: de
•
Regionale bedrijventerreinenstrategie (eerste in Zuid-Holland!)
thema’s van de bestuurlijke tafels, de thema’s van verschillende visies en
•
Procesresultaat: succesvolle lobby uit zich in het binnenhalen van
agenda’s die binnen de tafels worden ontwikkeld, de thema’s van projecten
Provinciale en Rijkssubsidies met diverse doelstellingen:
waarvoor subsidie wordt aangetrokken. Al die thema’s passen niet logisch in
-
Regionaal Verkeer- en vervoersplan (PZH, Rijk en regio), inclusief
of bij elkaar.
subsidies voor gedragsverandering inzake verkeersveiligheid -
MKB-deal
-
Regionale Realisatieagenda Wonen (Woondeal met PZH)
-
Subsidieregeling Cultuureducatie met Kwaliteit (Rijk)
Intern vertrouwelijk
•
Er missen resultaatformuleringen voor de korte termijn. Wat ziet de regio als gezamenlijke resultaten voor ál haar inwoners?
13
2. RAPPORTAGE
2.2 Analyse: kansen voor programmatisch werken Onderbouwd programmatisch samenwerken in Midden-Holland Uit onderzoeken en het voortraject blijkt er breed draagvlak om de samenwerking te verstevigen en versterken. De regio wil zo expliciet gaan inzetten op het creëren van directe publieke waarde voor inwoners. Dat vraagt een programmatische samenwerking, waarbij gemeenschappelijke inzet wordt beredeneerd en geprioriteerd vanuit opgaven. Om opgavegericht te werken
dient telkens de vertaalslag gemaakt te worden tussen opgave, doelen en ambities, naar concrete resultaten en activiteiten: welke concrete stappen moet Midden-Holland zetten om de hoofdopgaven te realiseren? In Midden-Holland wordt al langer op een programmatische wijze naar opgaven gekeken: • •
De notitie Governance uit 2015 gaat uit van vijf programma’s op vijf domeinen. In de strategische agenda uit 2019 zijn vier opgaven geformuleerd, namelijk: Op weg naar 2050: regio Midden-Holland energieneutraal; Bereikbare woon- en werklocaties; Toekomstbestendige economie door verbinding onderwijs en arbeidsmarkt; Voldoende en passende woningen.
•
De bestuurlijke tafels werken vaak aan de hand van een regionale visie of gemeenschappelijke agenda, waarin opgaven worden benoemd.
•
Onlangs is het Verhaal van Midden-Holland opgesteld door de regio (2024). Hierin staan drie centrale regionale opgaven opnieuw beschreven: 1) Bereikbaar Midden-Holland, 2) Duurzame groei, 3) Economisch vitaal. Deze drie thema’s nemen wij als uitgangspunt.
Duurzaamheid en cultuur zijn onderdeel van de verschillende opgaven – ambities raken duurzame groei, voorzieningen economie, mobiliteit en aanpalende thema’s. Op duurzaamheid wordt zowel binnen de ‘RES-organisatie Midden-Holland’ als in de huidige bestuurlijke tafel Duurzaamheid samengewerkt. Ons advies is om te kiezen binnen welk van de drie hoofdopgaven de duurzaamheidsambities van de bestuurlijke tafel Duurzaamheid het beste gerealiseerd kunnen worden. We doen hiertoe een voorstel. De integratie van de (huidige en voorziene) regionale inzet op cultuur in een programmastructuur gebouwd op de drie hoofdopgaven vraagt nadere uitwerking. We geven éen mogelijke manier als voorbeeld: culturele activiteiten als integraal onderdeel van de versterking van de regionale economie.
Programmatisch werken in de praktijk De inzet van de regio Midden-Holland wordt nu nog niet gestructureerd beredeneerd of geprioriteerd vanuit de maatschappelijke opgaven van de regio. Dat was oorspronkelijk wel de bedoeling van de netwerksamenwerking. Er is bovendien hard gewerkt aan het bepalen en afstemmen van de gezamenlijke opgaven van de regio, hiervoor bestaat nu breed draagvlak. De wens voor versterking en versteviging van de samenwerking moet daarom samengaan met een analyse van de mogelijkheden voor programmatisch werken aan opgaven in Midden-Holland, op regionale schaal. De komende pagina’s gaan in op de aanknopingspunten die wij hiervoor zien, voor de regio Midden-Holland. De komende pagina’s gaan in op de aanknopingspunten die wij hiervoor zien, voor de regio Midden-Holland. Daarbij houden wij de opgaven aan die in het verhaal onlangs zijn benoemd. We brengen een prioritering aan in de doelstellingen. Voor elk thema adviseren we een concrete ‘quick win’: een resultaat waarmee Midden-Holland in onze visie in de periode 2025-2027 een grote bijdrage levert aan het realiseren van de gezamenlijke ambities, om inwoners te laten zien dat er wordt gewerkt aan het realiseren van de ambities.
Bij elke ‘quick win’ noemen we één concrete activiteit om in 2025 te realiseren, als eerste bijdrage aan het behalen van het gewenste resultaat
14
2. RAPPORTAGE
2.2.1 Programmatisch werken aan Bereikbaar MiddenHolland De inzet op bereikbaarheid vraagt volgens ons meer focus.
Ambitie: Bereikbaarheid groeit op een duurzame manier, zodat MiddenHolland aantrekkelijk blijft als vestigingslocatie voor bedrijven
Programmatische uitwerking van ambities t/m projecten helpt daarbij. Wij adviseren m.b.t. de versterking: •
Advies 1: richt niet op activiteiten m.b.t. gedragsverandering en verkeersveiligheid (uit Jaarplan). -
Past niet bij de actuele opgave om te
Opgave: Stevige investeringen in mobiliteitsknooppunten in combinatie met een evenwichtig verstedelijkingsbeleid Doel: Het stimuleren van OV-gebruik en ketenmobiliteit van en naar grote(re) steden.
investeren in mobiliteitsknooppunten
-
Is gebaseerd op succesvolle uitvoering uit het verleden – huidige inzet hierop niet intensiveren
•
Advies 2: snoei fondsenwervingsactiviteiten terug. Richt op activiteiten die bijdragen aan de opgaven. Als
daar subsidies bij passen zijn die welkom, anders niet op inzetten.
Doel: De economische bereikbaarheid voor goederen garanderen langs kwaliteitsnetwerken
Doel: Afmaken kwaliteitsnetwerk veilige fietsroutes.
Reflectie Berenschot - Quick win 2027: Er is gestart met minstens 2 van de 4 versterkingsopties voor de autobereikbaarheid van de regio: • gefaseerde aanleg Bodegravenboog • Kortetermijnaanpak Algeracorridor • Verbreding A20 (via MIRT) • Haalbaarheidsonderzoek HOV-station Gouweknoop/Zuidplas Reflectie Berenschot - Activiteit 2025: De regio werkt op dit moment aan twee projecten op het schaalniveau van de hele regio die zijn in te passen in de vier versterkingsopties: deelmobiliteit (vanwege de combinatie met Beter Bereikbaar Gouwe) en het kwaliteitsnetwerk veilige fietsroutes. Wij adviseren verdere uitwerking van de opgaven-bomen en quick wins door
Intern vertrouwelijk
de regio in 2024
15
2. RAPPORTAGE
2.2.2 Programmatisch werken aan Duurzame groei Duurzame groei is een kernopgave voor Midden-Holland.
versterking:
Ambitie: Een vitale en duurzame regio, waar ruimte is voor innovatie, met een goed functionerende woningmarkt en ontwikkelingsgerichte ruimtelijke ordening met aandacht voor klimaat(adaptatie), biodiversiteit, de energietransitie en het water- en bodemsysteem
•
Opgave: Versnellen van de woningbouwopgave ter versterking van een toekomstbestendige woon-/leefomgeving bij groei aantal huishoudens
Woningbouw is een prioriteit van de regio, waar coördinatie op nodig is en blijft. Wij adviseren verder m.b.t. de
Advies 1: Specificeer de scope van de nieuwe tafel Duurzaamheid zodat de inzet op biodiversiteit,
klimaatadaptatie en circulariteit direct wordt doorgevoerd in de ruimtelijke ontwikkelingen (woningbouw) in de regio. Dat vormt direct uitvoering van een deel van de Regionale Realisatieagenda. •
Advies 2: Laat in 2025 zien dat de regio Midden-
Holland erin slaagt om de lasten van duurzame opvang van vluchtelingen/statushouders goed en evenredig te verdelen. -
Coördinatie op dit thema is een (actuele) vorm van gezamenlijk doelgroepenbeleid.
-
Een Regionale Woonzorgvisie is een (ambitieuze)
kans, maar geen quick win op het niveau van de regio. We verwachten dat doelgroepenbeleid een lokale aangelegenheid blijft.
Doel: Aanbod op de woningmarkt sluit aan bij verschillende doelgroepen én nationale woningbouwopgave
Doel: Verantwoord bouwen met bodemdaling en klimaatadaptatie Integraal samenwerken aan verduurzaming
Overige doelen: - Inzet op NOVI Groene Hart - Realisatie van agenda’s Verstedelijking en Mobiliteit
Reflectie Berenschot - Quick wins 2027: • ‘Duurzaam/klimaatadaptief bouwen’ volgens Midden-Hollandse principes is toegepast in alle nieuwbouwprojecten in de regio – als uitvoeringsmaatregel van de Regionale Realisatieagenda. • Voor de langdurige/duurzame opvang van asielzoekers kent Midden-Holland een eerlijke verdeelsleutel die snel en effectief wordt toegapast. Reflectie Berenschot - Activiteit 2025: • Selecteer een ‘voorbeeldproject’ voor klimaatadaptief bouwen in de Regionale Realisatieagenda – idealiter in meer dan één gemeente. Bijv. koppeling nieuwbouw met netwerk energieopwek/afname. • Start met ontwikkelen en toepassen van een eerlijke verdeelsleutel voor asielopvang
16
2. RAPPORTAGE
2.2.3 Programmatisch werken aan Economische vitaliteit •
Advies 1: Materialiseer de kans om binnen PZH voorop te lopen met de herontwikkeling van bedrijventerreinen (volgens de regionale
bedrijventerreinenstrategie) -
Binnen de innovatieagenda is er – in de afrondende fase van de MKB-deal en naast de urgente afrondingsactiviteiten in 2024 – ruimte om te herbezinnen op nieuwe projecten met/binnen de triple helix.
-
Opgave: Tekort aan ruimte (100ha) voor sterke maakindustrie en innovatieve MKB-bedrijven oplossen
Opgave: De stijging van het BRP in de regio Midden-Holland op of boven het Nederlands gemiddelde trekken
Doelen ruimtelijk-economische visie • Opstellen of actualiseren van regionale RO-visies; • Strategische positionering / uitdragen van de kracht van MH
Doelen innovatie • Inzet op sectoren: bodemdaling, Campus Gouda, Hightech vakmanschap (=uitvoering innovatieagenda);
Midden-Holland kan zich in die dialoog met de triple helix een ‘krachtige regionale overheid’ tonen door letterlijk ruimte te maken voor de sterke maakindustrie. De koppeling tussen de ruimtelijk-economische visie en innovatiedoelstellingen ligt in het oplossen van het ruimtetekort.
-
Ambitie: Behoud van kennis en werkgelegenheid door gepaste uitbreiding van bedrijven, een sterkere samenwerking in de triple helix en inzetten op innovatieve sectoren.
Met een sterke verbinding dient actie op herontwikkeling van bedrijventerreinen versterkt ook de lobby richting PZH op de innovatieagenda
•
Advies 2: Pluk de vruchten van de gezamenlijke inzet op cultuur/recreatie,
percipieer bezoekers en dagrecreanten als dragers van economische vitaliteit. -
De toekenning ‘stedelijke cultuurregio’ en verbeterde toegankelijkheid van het cultuurpalet (voor jongeren én buiten de regio) zijn economisch kansrijker dan de nauwe inzet op cultuureducatie.
De huidige en voorziene inzet van de tafel Cultuur past in onze optiek goed bij
de ambitie op economische vitaliteit, maar kan ook als dwarsdoorsnijdend thema in de programmastructuur worden ondergebracht. Nadere uitwerking van die optie (en weging tegen ons advies) verdient aandacht bij de omslag naar programmatisch werken.
Reflectie Berenschot - Quick wins 2027: • De innovatieagenda is gediend met de eerste start van de herontwikkeling van bedrijventerreinen cf. de bedrijventerreinenstrategie • De toegankelijkheid van (im)materieel erfgoed in MH is verbeterd voor jongeren binnen de regio. De regio trekt meer bezoekers van buiten. Reflectie Berenschot - Activiteit 2025: • Lokale ontwikkeling van de eerste bestemmingsplannen voor bedrijventerreinen • Culturele belevingsroute Midden-Holland krijgt een voorbeeldfunctie in de innovatieagenda als ‘regionaal innovatieproject’.
17
2. RAPPORTAGE
2.5 Ons advies: focus op direct resultaat Onze analyse laat zien dat versterking en versteviging van de samenwerking in Midden-Holland vraagt om focus en een programmatische aanpak, en in elk geval niet om verbreding van de huidige inhoudelijke scope. Toewerken naar een programmastructuur die zijn basis vindt in de
drie ambities (en bijbehorende opgaven) van huidige uitwerking van het Verhaal van Midden-Holland vraagt eerder versmalling en slim integreren. We zien een ingroeimodel voor programmatisch werken in Midden-Holland om de concrete kansen (‘quick wins’) op elk van de drie thema’s ook daadwerkelijk te realiseren Voor 2025:
Tot aan 2027:
• Werk de programmatische aanpak voor de inzet op drie opgaven verder uit, met de betrokken tafelsecretarissen. Bouw hierbij voort op de gedane werkzaamheden, de analyse in deze rapportage en de uitwerking van het verhaal van Midden-Holland. Ga hier op door en wijzig niet (opnieuw) de scope.
• Werk - door elk jaar een beperkt aantal quick wins te realiseren - toe naar een volwaardige programmatische aanpak. Zo faseer je de versterking en kan het ambitieniveau groeien naar gelang er tastbare resultaten uit de samenwerking volgen.
• Start vanaf 2025 met het prioriteren van de uitvoering van ca. 3 ‘quick wins’: tastbare resultaten (niet: procesresultaten als subsidies) op regionale schaal (niet: voor individuele gemeenten) die op korte termijn uit de samenwerking volgen, en een concrete bijdrage leveren aan de publieke waarde voor inwoners van Midden-Holland. • Agendeer de voortgang van activiteiten die bijdragen aan het realiseren van de quick wins in de bestuurlijke tafels. Breng tafelvoorzitters zo in positie om te sturen op deze resultaten.
• Laat het vertrouwen van de deelnemende gemeenten meegroeien met het behalen van resultaten. Werk bij succes geleidelijk aan draagvlak voor investering in de verbreding van programmaresultaten. • Breid ook monitoring en evaluatie geleidelijk uit. Eerst op het niveau van activiteiten, dan ook op het behalen van resultaten. Faciliteer vervolgens een gesprek over hoe het geheel van resultaten in de periode van 2025-2027 heeft bijgedragen aan het behalen van elk van de drie ambities, en hoe ver Midden-Holland is met het realiseren van de opgaven. Herijk alleen bij geslaagde uitvoering, niet bij elke nieuwe (subsidie)kans. 18
3. Perspectief op samenwerking richting 2027 In dit hoofdstuk beschrijven wij het perspectief voor de ontwikkeling
van de regionale samenwerking in Midden Holland richting 2027. Daarvoor schetsen wij twee vormen voor samenwerking in MiddenHolland (3.1), analyseren we soortgelijke regionale samenwerkingen (3.2), gaan we in op bijkomende aandachtspunten voor governance en organisatie richting 2027 (3.3) en geven we tot slot ons advies voor programmatisch samenwerken richting 2027 (3.4).
Intern vertrouwelijk
2. RAPPORTAGE
3.1 Twee varianten voor samenwerking in Midden-Holland Voor programmatische organisatorische versterking van de regio Midden-Holland zien we twee vormen of scenario’s voor 2027, die we nader uitwerken: 1. Een programmabureau met ambtelijke capaciteit ten behoeve van de regio Midden-Holland. De netwerkorganisatie wordt versterkt. 2. Versterking van de regionale capaciteit bij/vanuit alle vijf gemeenten in Midden-Holland. De netwerksamenwerking uit Governancenotitie 2015 wordt opgeplust. → Ons advies is om vanaf 2025 te kiezen voor een programmabureau in Midden-Holland. Vanaf pagina 23 beschrijven wij de bevindingen en gevolgen hiervan. Aspecten
Ons advies: Programmabureau
Vorm
• •
Governance
•
•
•
HRM
•
Andere uitgewerkte optie t.b.v. analyse Extra regionale capaciteit bij/vanuit de vijf gemeenten
Dienstverbanden en (incidentele) inhuur medewerkers ‘onder de GR’: dedicated medewerkers die werken voor het programmabureau. Daarvoor gaat de inwonersbijdrage aan de GR omhoog of wordt in eerste instantie incidenteel geld gebruikt. Als een naar rato-verdeling van kosten onmogelijk is, kunnen gemeenten bijdragen in natura, bijvoorbeeld door één van de benodigde fte en/of kantoorruimte ter beschikking te stellen.
•
Een programmabureau vraagt meer inhoudelijke aansturing en verbinding tussen opgaven en inzet (t.o.v. huidige situatie). Dit vraagt een grotere rol van het DB als bestuurlijk opdrachtgever, bijvoorbeeld m.b.t. goedkeuren verbreding inhoudelijke scope en tussentijdse herijking. En van het AB, voor bijsturing van het programma op basis van jaarlijkse resultaten. Dit vraagt volgens ons (op termijn) ook aanpassing van het DB (aanvulling met selectie tafelvoorzitters, zie pagina 23). De bestuurlijke tafels houden de huidige rol voor strategische afstemming van gemeentelijk beleid. De tafels sturen aanvullend op het niveau van programmaresultaten. Bij volwaardig programmatisch werken moeten de tafels volgens ons op termijn in het programma geïntegreerd worden. Het RSO richt zich op de borging van de projectuitvoeringscapaciteit voor specifieke projecten. Scherpe afspraken en een stevigere positie van het RSO vinden we hiervoor nodig. Deze rol moet groeien naarmate ‘programmatisch werken’ in Midden-Holland groeit, met: a) een Jaarplancyclus waarmee het programmabureau via de bestuurlijke tafels jaarlijks capaciteit afstemt met het RSO op het niveau van activiteiten per opgave; en b) op termijn een ‘pool van projectmanagers’ (uit individuele gemeenten i.c.m. inhuurkrachten) om in te zetten voor concrete projecten.
•
Aansturing en HR-verantwoordelijkheid ligt volledig bij de regiosecretaris. Ons advies is dat gemeenten die een personele in plaats van een financiële bijdrage doen, dit doen via een detacheringsovereenkomst, om deze aansturing mogelijk te maken.
•
•
• •
•
Alle dienstverbanden en (incidentele) inhuur ten behoeve van de versterking van de netwerksamenwerking komen ten laste van de vijf gemeenten of de Omgevingsdienst Midden-Holland. De inwonersbijdrage aan de GR blijft gelijk. De gemeenten nemen zelf de benodigde medewerkers aan of huren deze in.
Ook in dit geval wordt het DB bestuurlijk opdrachtgever van de programmatische samenwerking. Voor de bestuurlijke tafels geldt dezelfde insteek als bij een ‘programmabureau’. Voor het RSO geldt verder dezelfde insteek als bij een ‘programmabureau’.