Bijlage 1 F 325 - Programmabegroting 2022 - 2025 ODMH E21.001636
Tekst van het document
Het tweede hoofddoel betreft een nieuw systeem van kwaliteitsborging bij bouwactiviteiten. Kort samengevat houdt dit in dat de bouwbesluittoets bij gevolgklasse 1 bouwwerken niet meer door de gemeente wordt uitgevoerd, maar door een gecertificeerde partij. Gevolgklasse 1 zijn kleinere bouwwerken, zoals schuren, aanbouw aan een woning, maar ook één (of meerdere) gehele woning(en). Bij oplevering van een bouwwerk geeft de kwaliteitsborger een verklaring af waarin staat dat het bouwwerk voldoet aan de voorschriften van het Bouwbesluit. Alle overige toetsing en toezicht blijven wel bij de gemeente. Het rijk evalueert de wet na drie jaar en bepaalt dan of ook andere gevolgklassen onder deze wet kunnen vallen. Consequenties Consequentie van het wegvallen van de toetsing op het bouwbesluit, is dat gemeenten voor dit deel van de toetsing geen leges kunnen innen en de Wkb voor gemeenten ook financiële gevolgen heeft. De ODMH bereidt zich voor op de ontwikkelingen door een impactanalyse en het uitvoeren van proefprojecten. In 2020 vond ook een landelijk onderzoek met meerdere omgevingsdiensten plaats. Uit het landelijke onderzoek en de impactanalyse van de ODMH uit 2020, blijken dat de Wkb bij BWT impact heeft op vergunningverlening en toezicht. De ODMH anticipeert waar mogelijk al op afname van de werkzaamheden.
Voor de bouwwerken zal de ODMH wel de vergunningaanvragen voor welstand en strijdigheid met het omgevingsplan blijven toetsen. In deze programmabegroting houden we in de meerjarenbegroting indicatief rekening met de Wkb. Ook blijft de gemeente bevoegd voor de handhaving. Kwaliteit uitvoering VTH taken Vanuit de huidige Wabo (dan wel vanuit de Omgevingswet na invoering daarvan) en de vastgestelde kwaliteitsverordening hebben het college van B & W, respectievelijk Gedeputeerde Staten, jaarlijks de Programmabegroting 2022 - 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
24 van 42
verplichting over de kwaliteit van de uitvoering van de VTH taken te rapporteren aan de gemeenteraad, respectievelijk Provinciale Staten. De kwaliteitscriteria 2.2, zowel voor de kritieke massa als voor de processen, zijn de basis voor de uitvoering van de taken door de ODMH. De kwaliteitscriteria 2.2 zijn een door de samenwerkende overheden ontwikkelde standaard voor de uitvoering van de taken. Jaarlijks rapporteren we hierover aan de opdrachtgevers. Voor de VTH-taken (Vergunning, Toezicht en Handhaving) op het gebied van bouw- en woningtoezicht voldoet de ODMH aan de landelijke kwaliteitscriteria. Door het samenvoegen van de BWT formatie uit Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Waddinxveen en Zuidplas is sprake van een bundeling van kennis en kunde en wordt goede dienstverlening gerealiseerd.
4.3
Wat mag het kosten?
Het begrotingstotaal van het programma bouw- en woningtoezicht bedraagt € 3.949.971. De complete begroting voor het jaar 2022 ziet er als volgt uit: Programmabegroting 2022
Bouw- en Woningtoezicht
Baten Contractuele bijdragen Overige bijdragen Projectbaten Onttrekking reserves
-5.379.971 -30.000 -44.250 0
Totaal Baten
-5.454.221
Lasten Personeelskosten Apparaatskosten Directe productkosten Projectlasten Financieringslasten Dotatie reserves
3.757.183 137.638 10.900 44.250 0 0
Totaal lasten
3.949.971
Saldo baten en lasten
-1.504.250
Voor de gemeentelijke bijdragen voor het programma bouw- en woningtoezicht wordt verwezen naar bijlage 1.
Programmabegroting 2022 - 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
25 van 42
5
Overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien
5.1
Overhead
Als gevolg van het vernieuwde BBV wordt de overhead met ingang van begrotingsjaar 2018 apart gepresenteerd. De inhoudelijke programma’s milieu en bouw- en woningtoezicht bevatten geen kosten en opbrengsten van overhead meer. In het vernieuwde BBV wordt overhead gedefinieerd als ‘Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces’. Overhead bestaat in elk geval uit: 1. Leidinggevenden primair proces (hiërarchisch). Projectleiding valt hier buiten. Het betreft alle hiërarchische leidinggevenden in het primair proces. Zij hebben een personele verantwoordelijkheid waaronder het voeren van functioneringsgesprekken. Niet: projectleiding en coördinatoren. 2. Financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie. Het betreft functies als controllers, financieel adviseurs en specialisten, planning & control, financiële verantwoording, administratieve organisatie, risicomanagement, (EDP) auditing, interne kwaliteitszorg, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie; 3. Human Resource (HR). Het betreft salarisadministratie, HRM-advies, organisatie- en formatieadvies, OR-ondersteuning, mobiliteitscentrum, coaching, leren en ontwikkelen, bedrijfsmaatschappelijk werk, ARBO, recruitment, arbeidsvoorwaarden, HR-control.
Het is exclusief opleidingen, welke door HR gegeven worden en gericht zijn op de directe uitvoeringspraktijk. 4. Inkoop (inclusief aanbesteding en contractmanagement). 5. Interne en externe communicatie m.u.v. klantcommunicatie (KCC). Het gaat om zowel interne als externe communicatie. Niet: projectcommunicatie en medewerkers die bij een projectbureau werken. 6. Juridische zaken. Het betreft juridische medewerkers die op de bedrijfsvoering afdeling werken of belast zijn met een bedrijfsvoeringstaak op een afdeling. Niet: afhandeling van bezwaar- en beroepschriften. Niet: juristen die primaire taken verrichten (bijvoorbeeld vergunningverlening). 7. Bestuurszaken en bestuursondersteuning. Het betreft bestuursadviseurs en bestuursondersteuner, zijnde de ambtelijke ondersteuning en beleidsadvisering van de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders. Niet: raadsgriffie (behoort tot facilitering bestuursorganen, taakveld 0.1). 8. Informatievoorziening en automatisering (ICT). Het betreft medewerkers informatisering en automatisering, systeem-en netwerkbeheer, werkplekondersteuning, helpdesk, ontwikkeling ICT projectmanagement, technisch applicatiebeheer en functioneel applicatiebeheer dat door bedrijfsvoering medewerkers wordt gedaan (het is exclusief functioneel beheer ten behoeve van primaire proces systemen). 9. Facilitaire zaken en Huisvesting.
Het is inclusief receptie, beveiliging en catering en gebouwenbeheerders. 10. DIV. Het betreft medewerkers die kaders stellen en richtlijnen ontwikkelen, zich bezighouden met expertise-ontwikkeling, adviseren bij procesinrichting en –aansluitingen op e-depot, DMS inrichten en beheren, zich bezighouden met postregistratie en e-depot, archiefonderzoeken en coördineren (niet zijnde leidinggevende), fysieke en digitale documenten verwerken, vernietigen en overbrengen en fysiek en digitaal archief opbouwen en beheren. Programmabegroting 2022 - 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
26 van 42
11.
Managementondersteuning primair proces. Het betreft secretariaten, office management en management assistentie in het primair proces.
Bovenstaande indeling kan terug gebracht worden tot de volgende uitgangspunten als men naar de gehele organisatie kijkt. Directe kosten zoveel mogelijk direct toerekenen aan de betreffende taakvelden. Ondersteunende taken zijn niet direct dienstbaar aan de externe klant of het externe product en behoren derhalve tot de overhead. Wanneer deze ondersteunende taken worden uitbesteed, behoren de uitbestedingskosten bedrijfsvoering tot de overhead (bijvoorbeeld uitbesteding salarisadministratie). Sturende taken vervuld door hiërarchisch leidinggevenden behoren tot de overhead. De bijbehorende loonkosten behoren ondeelbaar tot de overhead. De positionering van een functie binnen de organisatie heeft geen invloed op de beoordeling of er sprake is van overhead. Specifiek voor de ODMH kunnen de volgende conclusies getrokken worden: De afdeling Bedrijfsvoering wordt toegerekend aan de overhead met uitzondering van het cluster Functioneel Applicatiebeheer, welke de systemen van het primair proces in beheer heeft. De huisvestingslasten zijn overhead met uitzondering van de kosten die gemaakt worden voor de Zwanebloem. Alle loonkosten van MT-leden en teamleiders van de afdelingen milieu en BWT behoren tot de overhead. Alle loonkosten van de bedrijfskundige en communicatiemedewerkers behoren tot de overhead.
De juristen op het gebied van milieu en BWT behoren tot het primair proces. Juristen op het gebied van P&O behoren tot de overhead. Beleidsadvisering op het gebied van milieu en BWT behoort tot het primair proces.
5.2
Vennootschapsbelasting
5.3
Onvoorzien
5.4
Wat mag het kosten?
Per 1 januari 2016 is de Wet Modernisering Vennootschapsbelastingplicht Overheidsondernemingen in werking getreden. Ondersteund door een fiscalist van Deloitte heeft de ODMH onderzocht welke gevolgen deze wet heeft voor de dienst. Geconcludeerd is dat de ODMH aangemerkt wordt als ondernemer in de zin van de wet voor een beperkt aantal van haar aanvullende taken. Niet voor de primaire taken voor milieu en BWT. Omdat op deze aanvullende taken geen winst behaald wordt, is de ODMH volledig vrijgesteld van aangifte én van de administratieve rompslomp die daarbij komt kijken. Om ook in de toekomst gevrijwaard te blijven van aangifte, moet de ODMH deze en eventuele nieuwe taken blijven monitoren.
De ODMH heeft net als voorgaande jaren geen post onvoorzien opgenomen in haar begroting.
Het begrotingstotaal van de overhead bedraagt € 6.952.032. De complete begroting voor het jaar 2022 ziet er als volgt uit:
Programmabegroting 2022 - 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
27 van 42
Programmabegroting 2022
Overhead
Baten Contractuele bijdragen Overige bijdragen Projectbaten Onttrekking reserves
0 -490.799 0 -54.043
Totaal Baten
-544.842
Lasten Personeelskosten Apparaatskosten Directe productkosten Projectlasten Financieringslasten Dotatie reserves
4.610.044 2.238.166 0 0 103.823 0
Totaal lasten
6.952.032
Saldo baten en lasten
6.407.190
Programmabegroting 2022 - 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
28 van 42
6
Paragrafen
Artikel 26 van het BBV schrijft de volgende paragrafen voor.
6.1
Lokale heffingen
6.2
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
De paragraaf betreffende de lokale heffingen is voor het ODMH niet van toepassing.
De paragraaf weerstandsvermogen dient te omvatten: a. Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover het ODMH beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken; b. Een inventarisatie van de risico's, waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Hierbij dient bijvoorbeeld te worden gedacht aan risico’s in het kader van organisatieontwikkelingen, rechtmatigheid, garantieverplichtingen, voldoen aan formele voorschriften met betrekking tot de uitvoering van regelingen door het ODMH; c. Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s en de realisatie daarvan. Weerstandsvermogen Bij het weerstandsvermogen gaat het om de mate waarin de ODMH in staat is middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit betekent dat het beleid veranderd moet worden. Een buffer is daarom wenselijk. Bij het weerstandsvermogen gaat het dus om de robuustheid van de begroting. In de regeling voor de ODMH is bepaald dat de kosten, die niet uit andere inkomsten kunnen worden gedekt, ten laste van de deelnemende organisaties komen. Dat impliceert dat de financiële gevolgen van risico’s, die niet binnen de begroting van de ODMH kunnen worden opgevangen, uiteindelijk ten laste van de deelnemende organisaties zullen worden gebracht.
Deze bepaling zou tot de opvatting kunnen leiden, dat het voor de ODMH niet nodig is om over weerstandscapaciteit te beschikken. Daartegen staan de volgende argumenten: De ODMH is zelfstandig rechtspersoon met eigen bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Het is onwerkbaar voor de ODMH (en voor de provincie en gemeenten) als de ODMH zich voor iedere tegenvaller tot hen moet wenden, met het verzoek om een (incidentele of structurele) verhoging van de bijdrage. Weerstandscapaciteit Wanneer een risico zich voordoet, welke niet kan worden opgevangen in de reguliere exploitatie, zal in eerste instantie een beroep gedaan worden op de weerstandscapaciteit. Tot de aanwezige weerstandscapaciteit kunnen worden gerekend (in volgorde van aanspreken bij het voordoen van een risico): 1. Algemene reserve 2. Verhoging jaarlijkse bijdrage 3. Verzilveren eventuele stille reserves De hoogte van de weerstandscapaciteit op basis van de geprognosticeerde standen is als volgt: Algemene reserve: € 1.402.500 (geprognosticeerde stand per begin 2021)
Programmabegroting 2022 - 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
29 van 42
De omvang van het weerstandsvermogen van de ODMH is gerelateerd aan de risico’s die de organisatie loopt. Deze risico’s zijn begin 2021 opnieuw in kaart gebracht en ook financieel vertaald. Om aan te sluiten bij algemeen aanvaarde grondslagen is hierbij gebruik gemaakt van NARIS, de methodiek van het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NAR). De uitkomsten van de initiële risicoanalyse volgens deze methode zijn meegenomen in de Nota Weerstandsvermogen & Risicomanagement 2018. Bij de actualisatie van begin 2021 is extra aandacht besteed aan de mogelijke gevolgen en risico’s van de coronapandemie. Hoewel in 2020 de impact van het virus op de productie en op de financiën van de ODMH beperkt is gebleven, heeft het virus wel grote invloed gehad op de bedrijfsvoering. Vóór de pandemie werd voornamelijk in of vanuit het Midden-Hollandhuis gewerkt. Na de uitbraak was thuiswerken plotseling het nieuwe normaal. Ook waren bezoeken aan bedrijven niet continu mogelijk. Hoewel het einde van de pandemie als gevolg van de vaccinaties nadert, is nog niet te voorspellen, wanneer dit einde precies zal zijn. Tot die tijd gedraagt het virus zich nog grillig en loopt de ODMH risico’s in zijn bedrijfsvoering. De uitgevoerde actualisatie van de risico-inventarisatie leidt daarom tot een groter totaal aan risico’s dan in voorgaande jaren.
Ook het gewenste weerstandsvermogen is daarom groter dan in de jaren hiervoor. Wel mogen we aannemen dat dit tijdelijke verhogingen zijn en dat we langzaamaan weer naar de oude situatie toegroeien, wanneer het virus onder controle is. De uitgevoerde risico-inventarisatie inclusief kwantificering is een logische basis voor het bepalen van het gewenste weerstandsvermogen. De in NARIS uitgevoerde risicosimulatie levert de volgende tabel met de bij de zekerheidspercentages behorende bedragen voor het benodigde weerstandsvermogen op: Zekerheidspercentage 10% 25% 50% 75% 80% 90% 95% 99%
Bedrag € 550.691 € 760.600 € 1.049.171 € 1.412.026 € 1.516.250 € 1.804.895 € 2.074.387 € 2.636.894
Uitgaande van het door het NAR geadviseerde zekerheidspercentage van 90% wordt het gewenste weerstandvermogen op basis van deze risico-inventarisatie bepaald op € 1.804.895. Conform de wens van het algemeen bestuur om het weerstandsvermogen van de ODMH te compartimenteren in een BWT- en een milieudeel, wordt het weerstandsvermogen in 2 delen gesplitst. Voor deze splitsing wordt de verhouding in risico’s tussen BWT en milieu als verdeelsleutel gehanteerd: 13% voor BWT en 31% voor milieu. Ook de overheadrisico’s van in totaal 56% worden in die verhouding verdeeld. Het gewenste gecompartimenteerde weerstandvermogen ziet er dan als volgt uit: Gewenst weerstandvermogen: Aandeel BWT € 533.264 Aandeel milieu € 1.271.631 Totaal € 1.804.895
Programmabegroting 2022 - 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
30 van 42
Het streefsaldo van het weerstandsvermogen bedraagt dus € 1.804.895. De aanwezige weerstandscapaciteit bedraagt op 1 januari 2022 naar verwachting € 1.402.500. Geconcludeerd kan worden dat de berekende aanwezige weerstandscapaciteit 77,7% van het gewenste weerstandvermogen bedraagt. Ondanks het gecompartimenteerde weerstandsvermogen behoudt de ODMH één algemene reserve. Deze wordt dus niet feitelijk gesplitst, maar slechts gelabeld conform de risico-inventarisatie. Kengetallen Op grond van een ministeriële regeling moeten met ingang van de programmabegroting 2017 de volgende financiële kengetallen weergegeven worden. Kengetallen: netto schuldquote netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen solvabiliteitsratio structurele exploitatieruimte grondexploitatie belastingcapaciteit
Kengetallen: netto schuldquote netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen solvabiliteitsratio structurele exploitatieruimte grondexploitatie belastingcapaciteit
Verloop van de kengetallen Verslag 2020 17,7% 17,7% 22,1% -2,2% n.v.t. n.v.t.
Begroting 2021 14,7% 14,7% 20,0% -0,6% n.v.t. n.v.t.
Begroting 2022 14,1% 14,1% 20,8% 1,6% n.v.t. n.v.t.
Verloop van de kengetallen Begroting 2023 13,3% 13,3% 20,2% -0,1% n.v.t. n.v.t.
Begroting 2024 12,1% 12,1% 20,0% -0,1% n.v.t. n.v.t.
Begroting 2025 11,1% 11,1% 19,8% -0,2% n.v.t. n.v.t.
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Normaliter ligt de netto schuldquote tussen 0% en 90%. Pas bij 100% wordt de kritische norm bereikt. De ODMH voldoet dus ruim aan de norm. Het corrigeren voor alle verstrekte leningen wijzigt de netto schuldquote niet. De ODMH verstrekt immers geen leningen. Solvabiliteit gaat over de vraag of een organisatie in staat is om aan alle financiële verplichtingen te voldoen. Het solvabilileitsratio schommelt tussen 19,8% en 20,2% als gevolg van het afnemen van de omvang van de bestemmingsreserves. De ODMH is in staat aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een organisatie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Uit de resultaten blijkt dat de structurele baten en lasten van de ODMH nagenoeg gelijk zijn, hetgeen een financieel gezonde situatie weergeeft. De kengetallen voor de grondexploitatie en de belastingcapaciteit zijn niet van toepassing op de ODMH.
Programmabegroting 2022 - 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
31 van 42
6.3
Onderhoud kapitaalgoederen
In deze paragraaf dient inzicht te worden gegeven in de realisatie van het beleid ten aanzien van het onderhoud van kapitaalgoederen en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties ten opzichte van de begroting. Het gaat hierbij tevens om het verlangde onderhoudsniveau, de (lange termijn) onderhoudsplanning voor alle belangrijke activa en het voorzieningenbeleid ter zake. Begin 2015 heeft de ODMH het Midden-Hollandhuis overgenomen van het ISMH. Deze voorziening is bedoeld om de lasten van het grote onderhoud aan het Midden-Hollandhuis gelijkmatig te verspreiden over de begrotingsjaren. In 2020 is het meerjaren onderhoudsplan van het Midden-Hollandhuis geactualiseerd. In vervolg daarop wordt in 2021 een klimaat- en energieplan voorbereid. De uitvoering daarvan wordt verwacht in 2022.
6.4
Financiering
In deze paragraaf dient de realisatie van de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille te worden opgenomen. In de vergadering van het algemeen bestuur van de ODMH van 14 maart 2019 is het actuele Treasurystatuut vastgesteld. In dit statuut wordt de beleidsmatige infrastructuur van de treasuryfunctie vastgelegd in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten. Het statuut maakt een objectieve en transparante verantwoording vooraf en achteraf mogelijk. Jaarlijks wordt zowel in de begroting als in de jaarrekening een treasuryparagraaf opgenomen. In deze paragraaf worden de specifieke beleidsvoornemens respectievelijk de uitvoering van het beleid op het gebied van de treasury vastgelegd. In het kort wordt de huidige situatie weergegeven met betrekking tot een aantal aandachtspunten: Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. Volgens de wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO) bedraagt de kasgeldlimiet 8,2% van het totaal van de (primitieve) begroting van ruim € 21,3 miljoen, ofwel ruim € 1,75 miljoen. De confrontatie van de kasgeldlimiet aan de netto vlottende schuld vindt per kwartaal plaats.
Geldstromenbeheer De kosten van het geldstromenbeheer hebben wij beperkt door gebruik te maken van het “pakket geïntegreerde dienstverlening“ van de Bank voor Nederlandse Gemeenten (BNG). Het betalingsverkeer is zoveel mogelijk uitgevoerd door de BNG. Vanaf december 2013 heeft de overheid het schatkistbankieren voor o.a. de gemeenschappelijke regelingen verplicht gesteld. Het nadeel van deze verplichting is dat er nauwelijks nog rendement behaald kan worden op (tijdelijk) overtollige middelen. De ODMH heeft bezit geen aandelen en financiële derivaten. Renterisicobeheer Bij het aantrekken van langlopende financiering stelt de wet Fido een norm waaraan het renterisico van de langlopende opgenomen leningen als geheel moet voldoen. Deze norm wordt aangeduid als de renterisiconorm en bedraagt 20% van het begrotingstotaal. De aflossingen en renteherzieningen
Programmabegroting 2022 - 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
32 van 42
van de bestaande leningenportefeuille mogen jaarlijks deze norm niet overschrijden. De renterisiconorm bedraagt 20% van het begrotingstotaal van € 21,3 miljoen ofwel € 4,3 miljoen. De toetsing van het renterisico aan de norm laat zien dat de ODMH binnen de norm blijft. De berekening van deze toetsing is als volgt: Renterisico's Renteherzieningen 2022 Aflossingen 2022 Renterisico 2022
104 104
Berekening renterisiconorm Begrotingstotaal 2022 Percentage conform regeling Renterisiconorm 2022
21.345 20% 4.269
Toetsing renterisco aan norm Renterisico Renterisiconorm Onderschrijding
104 4.269 4.165
Bedragen x € 1.000,-
Financiering Tegelijk met het pand heeft de ODMH de bijbehorende geldlening van het ISMH overgenomen. Op 1 januari 2022 bedraagt deze geldlening € 2.767.060. De lening is annuïtair en het rentepercentage bedraagt sinds 1 juli 2013 3,62% met een rentevastperiode van 10 jaar. Omdat de ODMH de jaarprogramma’s elk kwartaal vooruit in rekening brengt, is verdere financiering van de exploitatielasten niet noodzakelijk. Renteschema Het vernieuwde BBV stimuleert een eenduidige handelwijze met betrekking tot rente (harmonisering) en het eenduidig inzichtelijk maken van de wijze waarop de overheden met rente zijn omgegaan (transparantie). Daarbij is het uitgangspunt dat zoveel mogelijk wordt uitgegaan van de (verwachte) werkelijke rentelasten. De ODMH betaalt alleen rente over haar geldlening voor het pand en rekent deze toe aan het taakveld 0.5 Treasury. Het renteresultaat is nihil. In onderstaand schema is de toerekening aan het pand omschreven als projectfinanciering.
Programmabegroting 2022 - 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
33 van 42
Renteschema
Bedrag
Externe lasten over de korte en lange financiering Externe baten Saldo rentelasten en rentebaten Aan projectfinanciering toe te rekenen rente Aan taakvelden toe te rekenen externe rente Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) Renteresultaat op het taakveld Treasury
103.823 0 103.823 103.823 0 0 0 103.823 0 0
6.5
Bedrijfsvoering
De afdeling Bedrijfsvoering levert diensten aan de overige afdelingen van de ODMH. Ook worden diensten aan de RDOG, Regio Midden-Holland en Omgevingsdienst NL geleverd. Dit gebeurt op basis van dienstverleningsovereenkomsten met genoemde organisaties. De afdeling Bedrijfsvoering ondersteunt de uitvoering van het programma. Het welslagen van het programma is mede afhankelijk van de doelmatigheid, transparantie en kwaliteit van de bedrijfsvoering. De externe dienstverlening is gebaat bij een goede interne bedrijfsvoering. De paragraaf bedrijfsvoering dient inzicht te geven in de stand van zaken en de realisatie van de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. Hierbij gaat het om de volgende onderwerpen: Human Resource (HR): Tot de reguliere taken van HR behoren onder andere het HR-beleid, werving en selectie, advisering en de personeels- en salarisadministratie. De ODMH streeft ernaar een inclusieve overheidsorganisatie te zijn met waar mogelijk participatiebanen. Ook voeren wij een actief stagebeleid en loopt in de periode 2021-2022 ons tweede traineeshiptraject. Externe inhuur De ODMH beperkt de inzet van externe inhuur zoveel mogelijk. Jaarlijks bepalen wij de benodigde flexibele schil. Hierbij houden wij rekening met ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op onze personele behoefte.
De flexibele schil is nodig om schommelingen in de personele behoefte op te kunnen opvangen met zo min mogelijk gevolgen voor ons personeel in vaste dienst. Schommelingen worden veroorzaakt door onder andere de conjunctuur en veranderingen in wetgeving zoals de Omgevingswet, Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en de overdracht van provinciale bodemtaken naar gemeenten onder de Omgevingswet. Financieel beheer en Administratieve organisatie: Bij de vaststelling van de Financiële Verordening artikel 212 Gemeentewet en Controle verordening artikel 213 Gemeentewet is bepaald wanneer afzonderlijke nota’s moeten worden geactualiseerd: - reserves en voorzieningen iedere 4 jaar; - tarieven op verzoek van algemeen bestuur; - weerstandsvermogen en risicomanagement iedere 4 jaar; - onderhoud kapitaalgoederen en gebouwen iedere 4 jaar; - bedrijfsvoering iedere 4 jaar.
Programmabegroting 2022 - 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
34 van 42
Facilitaire zaken: Tot de facilitaire taken behoren inkoop, receptie- en reprowerkzaamheden. Ook zorgt dit cluster voor het beheer van het pand aan de Thorbeckelaan 5, het Midden-Hollandhuis. Duurzaam inkopen De ODMH streeft naar duurzame keuzes. Naast kwaliteit en doelmatigheid, is duurzaamheid een belangrijk uitgangspunt in ons inkoopproces. Op dit moment speelt onder andere de verduurzaming van ons kantoorpand. Informatisering en automatisering Wettelijke voorschriften maken het in toenemende mate noodzakelijk om efficiënt en met hoge kwaliteit te werken. Steeds meer informatie dient toegankelijk te zijn voor burgers, bedrijven en organisaties. Deze ontwikkelingen vereisen moderne ICT-apparatuur en hoge beschikbaarheid. Er wordt daarom gewerkt aan en geïnvesteerd in digitalisering van werkprocessen. Digitalisering Digitalisering is prominent aanwezig bij de ODMH. De kansen die digitalisering biedt, gebruiken wij om onze dienstverlening doorlopend te verbeteren. De ODMH heeft een actieve rol in de Altijd Actuele Digitale Vergunning (AADV). Daarnaast spelen onder andere de vervanging van de Wet openbaarheid bestuur (Wob) door de Wet open overheid (Woo) en de uitbouw van het Digitaal Stelsel Omgevingswet landelijke voorziening (DSO-LV). Digitale informatievoorziening: De afdeling DIV zorgt binnen de ODMH voor de (digitale) informatievoorziening.
6.6
Verbonden partijen
6.7
Grondbeleid
De ODMH heeft geen verbonden partijen (een privaat- dan wel publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeenschappelijke regeling een bestuurlijk én een financieel belang heeft). De relatie tussen de ODMH en de deelnemende provincie en gemeenten valt niet onder deze noemer.
De verplichte paragraaf Grondbeleid is niet van toepassing voor de ODMH.
Programmabegroting 2022 - 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
35 van 42
7
Vaststelling begroting van baten en lasten 2022 - 2025
Het algemeen bestuur van de omgevingsdienst Midden-Holland, gezien het voorstel van het dagelijks bestuur van 17 juni 2021, gezien de toezending van de ontwerpbegroting aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan Provinciale Staten van de Provincie Zuid-Holland, acht weken voor de vaststelling in het algemeen bestuur, BESLUIT: De programmabegroting van baten en lasten voor de jaren 2022 – 2025 vast te stellen.
Aldus besloten in de openbare vergadering van het algemeen bestuur op 24 juni 2021.
De secretaris,
De voorzitter,
………………
………………
Programmabegroting 2022 - 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
36 van 42
Bijlagen
Programmabegroting 2022 - 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
37 van 42
Bijlage 1: Bijdragen 2022 Organisatie
Milieu Regulier jaarprogramma Overdracht bodemtaken Overige gevolgen invoering Ow Label C Handhaven CO2-norm mobiliteit EPBDIII Materieel budget Korting publicatiekosten Tijdelijke extra inzet sanering EPRTR Veiligheidsonderzoek waterbodems Zwemportaal Incidentele bijdragen Totaal milieu Bouw- en woningtoezicht Regulier jaarprogramma Asbesttaken Afname a.g.v. invoering Wkb BRIKS-advisering Incidentele bijdragen Totaal bouw- en woningtoezicht Totaal Organisatie
Milieu Regulier jaarprogramma Overdracht bodemtaken Overige gevolgen invoering Ow Label C Handhaven CO2-norm mobiliteit EPBDIII Materieel budget Korting publicatiekosten Tijdelijke extra inzet sanering EPRTR Veiligheidsonderzoek waterbodems Zwemportaal Incidentele bijdragen Totaal milieu Bouw- en woningtoezicht Regulier jaarprogramma Asbesttaken Afname a.g.v. invoering Wkb BRIKS-advisering Incidentele bijdragen Totaal bouw- en woningtoezicht Totaal
Alphen aan den Rijn
Bodegraven Reeuwijk
Gouda
Krimpenerwaard
Uren
Bijdrage
Uren
Bijdrage
Uren
Bijdrage
Uren
Bijdrage
32.596 1.617 PM 136 PM PM n.v.t.
3.106.399 154.100 PM 12.973 PM PM 5.000
14.251 960 PM 53 PM PM
1.358.120 91.488 PM 5.010 PM PM
15.344 636 PM 83 PM PM
1.462.283 60.611 PM 7.934 PM PM
19.316 1.143 PM 73 PM PM
1.840.815 108.928 PM 6.932 PM PM
n.t.b. 34.349
n.t.b. 3.278.472
n.t.b. 15.264
n.t.b. 1.454.618
n.t.b. 16.063
n.t.b. 1.530.828
n.t.b. 20.532
n.t.b. 1.956.674
985
93.871
17.365
1.654.885
17.332
1.651.740
960-
91.488-
958-
91.297-
750
71.475
985 35.334
93.871 3.372.343
n.t.b. 16.405 31.669
n.t.b. 1.563.397 3.018.014
n.t.b. 16.374 32.437
n.t.b. 1.560.442 3.091.270
750 21.282
71.475 2.028.149
Provincie Zuid-Holland Uren
Bijdrage
33.291 -4.764 PM
3.172.632 454.009PM
n.v.t. n.v.t. 4.764 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.t.b. 33.291
25.000 30.000454.009 2.347 55.000 60.000 n.t.b. 3.284.979
n.v.t.
50.000
33.291
50.000 3.334.979
Waddinxveen Uren 8.801 431 PM 34 PM PM
Bijdrage 838.735 41.074 PM 3.251 PM PM
Zuidplas
Totaal
Uren
Bijdrage
Uren
Bijdrage
14.915 863 PM 83 PM PM
1.421.400 82.244 PM 7.934 PM PM
138.514 886 PM 462 PM PM
n.t.b. 9.266
n.t.b. 883.060
n.t.b. 15.861
n.t.b. 1.511.577
n.t.b. 144.626
13.200.384 84.436 PM 44.032 PM PM 30.000 30.000454.009 2.347 55.000 60.000 n.t.b. 13.900.208
7.998
762.209
15.224
1.450.847
442-
42.123-
841-
80.147-
n.t.b. 7.556 16.822
n.t.b. 720.087 1.603.147
n.t.b. 14.383 30.244
n.t.b. 1.370.700 2.882.277
57.919 1.735 3.201n.v.t. n.t.b. 56.453 201.079
5.519.681 165.346 305.05550.000 n.t.b. 5.429.971 19.330.179
4.764
Index 2022: 1,34% Uurtarief 2022: € 95,30
Toelichting overdracht bodemtaken Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet, naar verwachting op 1 januari 2022, zal het bevoegd gezag voor een substantieel deel van de huidige provinciale bodemtaken naar de gemeenten omgezet worden. Dit betekent voor de provincie een verlaging van het aantal uren en voor de gemeenten een verhoging van het aantal uren. Vanuit het Ministerie komt er naar verwachting budget Programmabegroting 2022 - 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
38 van 42
beschikbaar voor de gemeenten om deze nieuwe taken uit te voeren. Daarnaast is het mogelijk om leges te heffen voor een klein gedeelte van deze nieuwe bodemtaken. Toelichting overige gevolgen invoering Omgevingswet Naast bovenstaande wijziging van de bodemtaken zal de Omgevingswet tot meer wijzigingen in het productenpakket van de ODMH leiden. De ODMH streeft ernaar deze wijzigingen budgettair neutraal uit te voeren. Toelichting label C Voor het toezicht en de handhaving op energielabel C voor kantoren, wordt met ingang van 2020 extra geld uitgekeerd via het gemeentefonds. In 2021 is dat voor alle gemeenten tezamen € 1,8 miljoen, oplopend naar € 2,8 miljoen in 2024. Het exacte bedrag voor 2022 is nog niet bekend. De in de tabel vermelde bijdragen zijn gebaseerd op de hiervoor vermelde bedragen en zijn dus nog onder voorbehoud. Na de bekendmaking van het definitieve bedrag zullen de bedragen aangepast worden via een begrotingswijziging. Toelichting Handhaving CO2 norm werkgebonden personenmobiliteit Dit gaat in als de Omgevingswet ook ingaat, vooralsnog in 2022. Dit is van toepassing op werkgevers met > 100 werknemers. De handhaving zal na 2022 plaats gaan vinden, maar eerst moet er voorlichting gegeven worden en moet eigen personeel opgeleid worden. Er komt geld beschikbaar, mogelijk via het gemeentefonds. Nu wordt uitgegaan van € 100 per bedrijf voor alleen de handhaving.
Omdat dit nog niet zeker is, is voorlopig een PM-post opgenomen. Toelichting EPBDIII Voor het toezicht en de handhaving op de EPBDIII regelgeving, wordt in 2021 besloten of hiervoor wederom geld beschikbaar wordt gesteld via het gemeentefonds. Deze taak valt onder de BWTwetgeving en zal door de komst van de Omgevingswet onder milieu gaan vallen. Het is nog niet bekend of d gemeenten Krimpenerwaard en Alphen aan den Rijn deze taken zelf gaan uitvoeren. In 2020 en 2021 is voor alle gemeenten tezamen € 1,8 miljoen beschikbaar gesteld. Omdat de hoogte voor 2022 nog niet bekend is, wordt uitgegaan van een PM-post. Toelichting tijdelijke extra inzet sanering In goed overleg heeft de Provincie Zuid-Holland de toezegging gedaan om incidenteel extra geld beschikbaar te stellen om de financiële onzekerheid ten gevolge van de invoering van de Omgevingswet weg te nemen. De omvang van deze bijdrage is maximaal de omvang van de afname van de bodemtaken per 2022. Toelichting reguliere jaarprogramma's BWT Het jaarprogramma van de gemeente Bodegraven Reeuwijk is gebaseerd op het vastgestelde jaarprogramma 2021. De overige drie jaarprogramma's zijn gebaseerd op de basisniveaus van de betreffende gemeenten. Toelichting asbesttaken De asbesttaken maken onderdeel uit van de BWT-taken. Voor de 4 BWT-gemeenten zijn deze taken opgenomen in het jaarprogramma voor BWT.
Programmabegroting 2022 - 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
39 van 42
Toelichting afname a.g.v. invoering Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Op 1 januari 2022 treedt naar verwachting de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking. De omvang van de taken voor de jaarprogramma's zal daardoor afnemen. Voor de effecten van de invoering op de jaarprogramma's is door de ODMH, op basis van diverse onderzoeksrapporten, een impactanalyse gemaakt. De uitkomsten daarvan zijn in de programmabegroting verwerkt.
Programmabegroting 2022 - 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
40 van 42
Bijlage 2: Provinciale bijdragen 2020 - 2022
Werkplan
Begroot
Structurele bijdragen (uren) - Afname bodemtaken m.i.v. 2022 - Materieel budget - Creditering publicatiekosten Subtotaal
2020 Realisatie
2021 Begroot
2022 Begroot
3.026.455 (33.291) 25.000 30.0003.021.455
3.026.455 (33.291) 12.725 30.0003.009.180
3.130.656 (33.291) 25.000 30.0003.125.656
3.172.602 (33.291) 454.00925.000 30.0002.713.593
Variabele bijdragen - Werkplan Spoed en Nazorg - Tijdelijke extra inzet sanering - Financiële bijdrage BRIKS-advisering gemeenten - E-PRTR - Extra inzet Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) - Veiligheidsonderzoek waterbodems - Actualisatieprogramma vergunningen Subtotaal
761.000 50.000 2.319 51.910 55.000 920.229
367.926 26.670 2.319 14.296 53.274 464.485
631.000 50.000 2.347 27.000 55.000 22.570 787.917
n.t.b. 454.009 50.000 2.347 25.637 55.000 586.993
Aanvullende bijdragen - Projectondersteuning Planstudie N207 zuid - Zwemwaterportaal - Opstarten regionaal energieloket - Digitale dienstverlening - Juridische belemmeringen voor circulaire initiatieven - Plan van aanpak Inventarisatie energieloketten bedrijven - Ontwikkeling werkwijzen en netwerkvorming nieuwe energie - Pilot vervoersmanagement - Werkzaamheden voor het Netwerk Nieuwe Energie Z-H - Monitoring bij bedrijven - Erfgoed in gebiedsgenese Midden-Holland - Dashboard Luchtkwaliteit Z-H overbruggingsperiode Subtotaal
20.455 60.000 117.959 24.274 9.091 10.886 7.605 13.636 27.273 31.500 322.679
20.455 20.909 45.458 24.274 9.091 10.886 5.500 3.841 27.273 167.687
21.159 60.000 70.000 31.500 6.000 188.659
n.t.b. 60.000 60.000
4.264.363
3.641.352
4.102.232
3.360.586
Totale provinciale bijdrage voor het werkplan
Programmabegroting 2022 - 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
41 van 42
Bijlage 3: Begroting op taakvelden
Taakveld
Omschrijving
0.1 Bestuur 0.4 Overhead 0.5 Treasury 0.10 Mutaties reserves 0.11 Resultaat van rekening van baten en lasten 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken 7.2 Riolering 7.4 Milieubeheer 8.3 Wonen en bouwen Totaal taakvelden
Taakveld
Omschrijving
0.1 Bestuur 0.4 Overhead 0.5 Treasury 0.10 Mutaties reserves 0.11 Resultaat van rekening van baten en lasten 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken 7.2 Riolering 7.4 Milieubeheer 8.3 Wonen en bouwen Totaal taakvelden
Jaarrekening 2020 Lasten Baten 24 7.325 -468 118 9 -807 152 199 -304 524 -786 8.979 -13.164 4.719 -6.520 22.050 -22.050
Begroting 2021 Lasten Baten 24 6.309 -478 111 9 -105 333 -354 711 -879 9.213 -13.490 4.147 -5.552 20.858 -20.858
Begroting 2022 Lasten Baten 24 6.824 -491 104 10 -123 426 -364 910 -904 9.232 -14.143 3.950 -5.454 21.479 -21.479
Begroting 2023 Lasten Baten 24 6.893 -497 96 10 -77 545 -374 1.165 -929 8.543 -13.854 3.929 -5.474 21.205 -21.205
Begroting 2024 Lasten Baten 24 6.983 -504 89 10 -77 698 -385 1.491 -955 8.210 -14.020 3.930 -5.493 21.434 -21.434
Begroting 2025 Lasten Baten 24 7.074 -511 81 10 -102 893 -395 1.909 -982 7.770 -14.189 3.696 -5.279 21.457 -21.457
Alle bedragen x € 1.000
Programmabegroting 2022 - 2025, Omgevingsdienst Midden-Holland
42 van 42