CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Eindrapportage Onderzoek Ondernemersfonds Zuidplas A21.001429

Gemeenteraad 5 oktober 2021, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Ondernemersfonds Gemeente Zuidplas16.938 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Belangrijk is wel dat de gemeente de eigen afwezigheid compenseert met een ander commitment: het steeds uitdragen van het belang van het fonds, voortdurend samenwerking zoeken met de verenigingen en de eigen uitgaven voor de economie goed afstemmen met de initiatieven en bestedingen van de ondernemers. De enige partijen die in Leiden nog last hebben van de gemeentelijke non-participatie, zijn de gemeentelijke bedrijven en panden die veel belang hebben bij samenwerking met ondernemers: de gemeentewerf en reiniging, sportaccommodaties, museum en stadsgehoorzaal, het basisonderwijs. Soms wordt daar een afzonderlijke oplossing voor gezocht, zoals een aangepaste contributie voor een vereniging.

De stuurgroep heeft een nadrukkelijke voorkeur voor het wel meedoen van de gemeente. Het wordt opgevat als een belangrijk vertrouwenssignaal aan ondernemend Zuidplas, en daarmee wordt bovendien voorkomen dat de gemeente als enige ‘freerider’ overblijft. Natuurlijk mag de gemeente tegenprestaties verlangen van het fonds: de gemeente zal een aanzienlijke financiële bijdrage leveren, volgens de eigen opgave gaat het om 41.000 euro. In goed overleg kan het fonds

23

op een wijze actief zijn waarin de gemeente gaat meedoen en zich thuis zal voelen, zonder verwarring met de publiekrechtelijke pet.

11.Organisatie en governance

Het inrichten van de organisatie van een fonds is een lokale zaak waar ondernemers zelf over gaan. Er is geen blauwdruk. Op basis van de leading practices elders in het land en de reacties van de regiegroep komen we tot een eerste voorstel voor Zuidplas, met drie onderdelen: een stichtingsbestuur, een adviesraad en een secretariaat. Vervolgens gaan we kort in op de positie van de bestaande verenigingen en de FOZ.

11a. Stichtingsbestuur Het fonds krijgt de vorm van een stichting met een eigen bestuur. Het wordt een onafhankelijke rechtspersoon met een compact Dagelijks Bestuur. De taken van het bestuur zijn drieledig:

1. Eindverantwoordelijkheid dragen voor een ordelijke gang van zaken, inclusief toezicht op de rechtmatigheid van de bestedingen, inclusief een tijdige rapportage en verantwoording naar de gemeente.

2. Ondernemend Zuidplas stimuleren zich te organiseren - in gebieden waar dat nog niet gebeurd is - en gebruik te maken van de mogelijkheden van het fonds. Een verbindende rol vervullen in het verkrijgen van samenhang en samenwerking tussen de gebieden.

3. De communicatie over het fonds met en tussen de ondernemers en met de gemeente bevorderen. Het bestuur houdt kort gezegd het overzicht over alles wat er zich binnen het fonds afspeelt. Daarbij onthoudt zij zich van inhoudelijke beïnvloeding van de bestedingsvoorstellen. Het is aan de trekkingsgerechtigden om met plannen te komen. Het fondsbestuur kan wel ondernemers op ideeën brengen en planvorming stimuleren. De eindbeslissing over de besteding ligt echter bij de trekkingsgerechtigden. We hebben het in eerste instantie over een oprichtingsbestuur. De personen in dat bestuur moeten bereid en in staat zijn om te pionieren in een opbouwfase. Het gaat uiteindelijk om een ‘startup’ in samenwerking. Het ligt voor de hand dat de drie grote verenigingen en LTO ieder een geschikt bestuurslid naar voren schuiven om zitting te nemen in het bestuur. Bijvoorbeeld aangevuld met een onafhankelijk voorzitter. Het dagelijks bestuur kan aangevuld worden met een algemeen bestuur. Dat zouden bijvoorbeeld vertegenwoordigers van Gouwe Park, LTO, non-profit en een retail-vertegenwoordiger kunnen zijn. 24

Maar de inbreng van de verschillende trekkingsgebieden en vertegenwoordigers kan ook via een adviesraad worden georganiseerd (zie punt 2). Om de governance in een lichte structuur te houden, heeft dat de voorkeur. De afzonderlijke trekkingsgebieden hebben tenslotte toch al zeggenschap over hun eigen bestedingen, dat hoeft niet nog eens in de samenstelling van de governance te worden bekrachtigd (dat werkt eerder bureaucratie in de hand). En voor het overleg over de gezamenlijke, Zuidplas-brede agenda en bestedingen is een adviesraad een krachtig instrument. Het gaat overigens om een vrijwilligersbestuur, de landelijke norm is dat bestuursleden hun werkzaamheden om niet verrichten. We zien een pioniersfase van drie jaar voor ons. Daarin moet het fonds goed van de kant kunnen komen. Na drie jaar is een evaluatie aan de orde. Onderdeel van die evaluatie is ook de doorontwikkeling van de organisatie en governance.

11b. Adviesraad In de meeste ondernemersfondsen functioneert een ‘adviesraad’, waarin de gebruikers van het fonds verzameld zijn. Concreet: vertegenwoordigers van de besturen van de verenigingen en van andere allianties die gebruik maken van hun trekkingsrecht. De adviesraad heeft weinig bevoegdheden. Dat zou meer regels vergen dan past in de cultuur van het fonds. Het uitgangspunt is wel dat het bestuur van het fonds terdege rekening houdt met de gevoelens en de opinies zoals geuit in de adviesraad. De adviesraad heeft één echte bevoegdheid, maar dat is direct een belangrijke. Het kan het voltallige bestuur van het fonds ontslaan bij aantoonbaar disfunctioneren. Op deze wijze wordt voorkomen dat het fonds al te veel bij de ondernemers ‘wegloopt’. Er zijn geen praktijkvoorbeelden bekend van actieve toepassing van deze bevoegdheid bij andere fondsen. Onder normale omstandigheden is het niet nodig, laten we er vanuit gaan dat het in Zuidplas ook niet zo ver zal komen. De adviesraad heeft drie taken:   

‘Terugpraten’ tegen het bestuur van het fonds, bespreken van jaarrekening en verslag, hoofdlijnen van beleid. ‘Marktplein’ voor de verenigingen, ‘roadshow’ van goede plannen en bestedingen en wat de verenigingen maar met elkaar willen delen, platform voor inspiratie. Eventueel: goedkeuren van de plannen voor Zuidplasbreed

De bijeenkomsten van de Adviesraad zijn openbaar. Ook externe partners van het ondernemersfonds, zoals leden van de gemeenteraad en het College van B&W, zijn welkom. Eventuele stemmingen (bijvoorbeeld over Zuidplasbrede plannen) zijn beperkt tot de gemachtigde woordvoerders namens de trekkingsgerechtigden.

11c. Secretariaat De ervaring in andere ondernemersfondsen is dat omstreeks 6% van het fonds nodig is voor beheerskosten. Die 6% kan vragen oproepen. En terecht. Het fonds is er niet voor zichzelf, maar

25

staat in dienst van de ondernemersverenigingen. Daar hoort een sobere bedrijfsvoering bij. Toch zijn er redenen om geld uit te trekken voor een professioneel beheer:   

Het gaat om publiek geld, waar verantwoording over moet worden afgelegd. Rekening, verantwoording en accountantsverklaring moeten kloppen. De ervaring is dat een fonds groter dan € 200.000 niet meer met alleen vrijwilligers te beheren valt. De risico’s worden dan te groot. Er moet een goed administratief aanbod worden gedaan aan de verenigingen, ze moeten ‘ontzorgd’ worden door de beheerslast bij het fonds te leggen. De beheerskosten moeten door de verenigingen ervaren worden als de prijs voor goede dienstverlening. Daar hoort zeker ook de zorg bij dat over alle daarvoor in aanmerking komende uitgaven uit het fonds de btw teruggevorderd wordt. Zeker in de opbouwfase van het fonds is capaciteit nodig om zaken te organiseren en verenigingen te helpen.

Er is dus een fondssecretaris of –manager nodig, die de administratie verricht (dan wel een bureau aanstuurt om dat te doen), aanvragen afwikkelt, het bestuur ondersteunt en vraagbaak en ondersteuner is voor de verenigingen. Wat er met de geraamde 6% gebeurt, wordt tot in detail zichtbaar gemaakt in de jaarrekening en voorgelegd aan de Adviesraad. Die kan zich uitspreken over de hoogte van het bedrag en de gewenste ‘deliverables’.

11d. Bestaande verenigingen en de FOZ De bestaande verenigingen vervullen een cruciale rol in dit hele verhaal. Het besluit over de gewenste bestedingen zal hier plaats vinden. Dat betekent dat ondernemers na de komst van het fonds des te meer reden hebben om zich bij de vereniging aan te sluiten. Daar kun je meepraten over de ambities en de bestedingen. Heel praktisch ziet die aansturing er als volgt uit. 

   

De drie grote ondernemersverenigingen (VION, OVM, OKZM) aangevuld met LTO, Gouwe Park en non-profit vertegenwoordiger besluiten gezamenlijk over de bestedingen vanuit Zuidplasbreed, al dan niet met accorderende rol voor de adviesraad. De drie verenigingen gaan tevens over de werkbudgetten van de bedrijventerreinen, met uitzondering van Gouwe Park dat een eigen beheersstichting heeft. Lto is de beoogde partij om regie te nemen over het land- en tuinbouw trekkingsrecht. De retail-verenigingen in de kernen krijgen ieder de beschikking over hun eigen inleg. De non-profit wordt gestimuleerd zich te organiseren evenals het buitengebied.

Binnen het fonds worden de partijen uitgenodigd om gezamenlijk op te trekken waar mogelijk, ook buiten de trekkingsrechten structuur om. Denk aan een samenwerking tussen retail en cultuur (nonprofit) of de inkoop van energiescans voor alle bedrijven in Zuidplas. Over de samenwerking tussen de drie verenigingen nog het volgende. De komst van ondernemersfonds is mede gericht op het realiseren van meer gezamenlijke slagkracht. Dat is eerder gepoogd met het oprichten van de FOZ, de koepelvereniging voor de

26

ondernemersverenigingen in Zuidplas. Dat is tot toe geen succes gebleken. Toch blijft het idee van een fusie tussen de verenigingen van tijd tot tijd opkomen. Het lijkt logisch de discussie over de komst van een fonds en de fusie van verenigingen met elkaar te verbinden. Maar dat maakt het complex. We pleiten ervoor dat op dit moment niet te doen. Het fonds heeft baat bij een ‘lean and mean’ governance. Bovendien hebben de verenigingen ook op lokaal niveau een functie en herkenbaarheid. Maar voor de langere termijn blijft de vraag naar al dan niet fusie of een sterke koepel relevant natuurlijk. We stellen het volgende voor. De Adviesraad voor het ondernemersfonds kan dienen als ‘opbouwfase’ voor een nieuwe collectiviteit. Dan kan de komst van een ondernemersfonds gebruikt worden om gezamenlijk slagkracht op te bouwen en naar een nieuwe Ondernemerskoepel Zuidplas toe te groeien. Bij de evaluatie van het fonds, over drie jaar, is dan ook de stap naar een nieuwe collectieve vereniging aan de orde. Tenslotte is er nog een ander punt voor de verenigingen: de huidige contributie. In veel andere gemeenten met een fonds blijven de verenigingen met toegang tot een trekkingsrecht wel contributie heffen – contributie betalen is een soort wilsverklaring om er bij te horen en gehoord te willen worden – maar dan met een symbolische hoogte, bijvoorbeeld € 25 of € 50.

De contributies worden tot op heden mede bepaald doordat de verenigingen activiteiten moeten financieren waar ook niet-verenigingsleden van profiteren. Wanneer met de komst van het fonds iedereen meebetaalt, kan dat deel van de contributie wellicht vervallen. Maar dat is aan de betreffende verenigingen zelf. Een bijzondere positie is weggelegd voor het Oude Dorp in Nieuwerkerk waar reeds een BIZ actief is. Alle gebruikers van bedrijfspanden in het afgebakende gebied betalen jaarlijks 200 tot 300 euro aan collectieve zaken. Met de komst van een Ondernemersfonds gaan ook de vastgoedeigenaren in het gebied meedoen. In overleg met de daar actieve vereniging kan worden bepaald of de inkomsten uit het fonds worden bezien als een ‘bonus’ waar snel bestedingsdoelen bij te vinden zijn, of dat er een vorm van verrekening plaats dient te vinden. Dat daar goede oplossingen voor zijn te bedenken is bekend van diverse praktijkvoorbeelden elders in het land.

12.

De rol van de gemeente en het politieke afwegingskader

We werpen een blik vooruit op de gemeentelijke positie in de besluitvorming over een ondernemersfonds. Eerst: hoe zit het principieel in elkaar? Formeel komt het hierop neer: 

Het ondernemersfonds krijgt een subsidie uit de algemene middelen van de gemeente. Het gaat om een ‘subsidie’: dat is de enige manier waarop een gemeente geld kan overdragen. Maar het is wel een subsidie met minimale inhoudelijke voorwaarden; in de praktijk hebben de ondernemers zo goed als volledige vrijheid in de besteding van de subsidie. In ruil voor die vrijheid, stemmen zij in met een verhoging van de algemene middelen van de gemeente, zodat de beleidsruimte van de gemeente door de uitgave aan het fonds niet 27

 

beperkt wordt. De verruiming van de algemene middelen vindt plaats door een hogere opbrengst van de ozb in de categorie niet-woningen. De wet staat de gemeente niet toe om binnen een en dezelfde gemeente meerdere tarieven te hanteren. De verhoging van de ozb geldt dus voor de gehele categorie niet-woningen. Het staat de gemeente vrij om een ondernemersfonds te beginnen. Er gelden geen voorschriften voor de inrichting van het fonds of voor het draagvlak onder het fonds. Het is een subsidierelatie als elke andere: doorslaggevend is of een meerderheid van de raad er mee in stemt. Aan de inzet van de ozb als middel ter verruiming van de algemene middelen zat tot aan de coronacrisis wel een politieke grens: kabinet en VNG hadden een macronorm afgesproken dat de lokale lasten globaal de prijsindexering en het begrotingsaccres volgen. Maar juist voor en ozb-verhoging vanwege een ondernemersfonds is en uitzondering gemaakt: de gemeenteraad is volkomen vrij.

Er is formeel dus geen relatie tussen de ozb en het fonds. Materieel is dat anders. Materieel bestaat het fonds op basis van een ‘herenakkoord’ tussen de initiatiefnemers en de gemeente. Het ondernemersfonds is formeel dus een ‘gewone’ gesubsidieerde partij. Zoals elke gesubsidieerde partij, moet een fonds zich aan regels van ‘accountability’ houden: er moeten tijdig een begroting en een verantwoording worden overlegd. En er moet een inhoudelijk en publiek doel gediend zijn met de subsidie. Maar het volstaat op dat laatste punt al met in de gemeentebegroting op te nemen dat het fonds dient voor de economische ontwikkeling van de gemeente. Het college kan, met andere woorden, de raad voorstellen om een fonds mogelijk te maken en de raad kan dat voorstel toetsen zoals elk politiek voorstel getoetst wordt: is er een publiek belang mee gemoeid? Is het voorstel goed doordacht? Is er geld voor? Is er over gecommuniceerd? Is er kritiek en zo ja, hoe is daar mee omgegaan? Allemaal ‘gewone’ afwegingen bij een ‘gewoon’ voorstel. Sommige fondsen komen langs deze route op de kaart. Het meest recente voorbeeld is de stad Heerlen. De politieke analyse daar was dat het organiserend vermogen van het bedrijfsleven te kort schoot en dat het economisch beleid van de gemeente daardoor te weinig counterparts had, hoeveel de gemeente er zelf ook in investeerde.

Daarom is op voorspraak van het college besloten om een ozb-meeropbrengst van een miljoen te realiseren, op te bouwen in drie jaar. Pas na de besluitvorming werd gezocht naar ondernemers (en adviseurs) om de zaak te trekken. Die werden vervolgens ook gevonden en een half jaar later is het fonds vrij geruisloos aan het werk gegaan. Het kan zelfs nog simpeler. Het oudste fonds van het land (en naamgever van het “Leids model’) – Leiden dus – kwam in de laatste raadsvergadering van 2004 op de kaart door een amendement op het tarievenbesluit van het college. Een getal (het bijgestelde tarief) en een toelichting van twee regels waren voldoende om de start van het fonds in 2005 mogelijk te maken. Nu zijn veel gemeenteraden op een ander been gezet door de BIZ-wet. De BIZ-wet regelt een financiële positie voor ondernemers op een afgebakend terrein voor een afgebakende periode en met een afgebakend doel. de wet schrijft een schriftelijke stemming onder de belastingplichtigen voor. In vel gemeenteraden heeft de gedachte post gevat dat de politieke rol beperkt is tot toezicht houden op de procedure en op het ‘koppies tellen’. Dat bepaalt dat in gemeenteraden vaak alleen vanuit het oogpunt van draagvlak naar een fonds gekeken wordt.

28

Maar bij een ondernemersfonds gaat dat anders. Bij een fonds is niet de vraag aan de orde of er een wettelijk draagvlak onder ondernemers is, maar of de gemeenteraad zelf de gedachte aan een vorm van ondernemerszelfbestuur wil steunen. Het aanspreken van de raad op deze verantwoordelijkheid is dus een van de doelen van het onderzoek. Er kan en moet natuurlijk wel degelijk naar draagvlak gekeken worden. Maar de ‘gewoonheid’ van een voorstel voor invoering van een ondernemersfonds bepaalt dat draagvlak onderdeel is van een brede afweging, zoals bij elk belangrijk voorstel met financiële consequenties aan de orde is. College en raad dienen een voorstel te toetsen aan algemene beginselen van goed bestuur, zoals:       

 

Is het duidelijk op welk probleem het voorstel een antwoord is? Heeft dat probleem ook een publiek karakter? Rechtvaardigt het publieke karakter van het probleem dat de gemeente er beleid op gaat voeren? Is in algemene zin aannemelijk dat het belang van inwoners en bedrijven in Zuidplas met het voorstel gediend is? Is het initiatief betrouwbaar in de zin dat er goede mensen en organisaties achter staan en dat er een goede uitvoeringspraktijk tot stand kan komen? Zijn er voorbeelden van elders en zijn daar leereffecten van benut? Zijn de financiële gevolgen van het voorstel hanteerbaar en is er dekking? Zijn er anderszins risico’s voor de gemeente? Is er kritiek op en weerstand tegen het voorstel onder betrokken bedrijven en inwoners van Zuidplas? Is er voldoende mogelijkheid geweest voor informatie-uitwisseling en voor gesprek over die kritiek? Hoe ziet de balans van argumenten pro en argumenten contra er uit? Zijn er mogelijkheden voor een flexibele uitvoering om recht te doen aan veranderende omstandigheden?

Het gaat dus niet om ‘koppen tellen’, zoals bij de vorming van een BIZ. Het gaat om een raadsoordeel over de kwaliteit van de plannen. Nog los van de initiatieven die ondernemers op deze manier willen organiseren om het ondernemersklimaat te verbeteren, zijn er nog andere argumenten om tot een steviger ondernemersorganisatie in de vorm van een ondernemersfonds te komen: 

Het blijft niet automatisch goed gaan met Zuidplas. De economische trekkracht zit in de steden en het niet-stedelijk gebied lijdt onder een permanente braindrain van jonge en ondernemende mensen. Weliswaar heeft Zuidplas een fraai woonklimaat voor stedelingen die rustig willen wonen, maar Zuidplas wil meer zijn dan alleen een woongebied. Er is een robuuste economie nodig om de gemeenschap te dragen. Zuidplas heeft 674 banen (vanaf 12 uur per week) per 1.000 volwassen inwoners (zie economische visie). Dat is een stuk minder dan het landelijk gemiddelde van 792. De economisch basis is daarmee smal. Zuidplas staat de komende twintig jaar voor een bijzondere opgave. Zuidplas behoort tot de handvol gemeenten die nog een echte ontwikkeltaak hebben. Geen behoud, beheer of langzame afbouw. En ook niet het aanpassen van iets wat al bestaat. Maar het bouwen aan een nieuwe samenleving. En in de dichtbevolkte Randstad heeft Zuidplas er ook de ruimte voor. We staan voor het bouwen aan een nieuwe samenleving, een nieuw Randstedelijk woon- en 29

werkmilieu te scheppen. We staan, met andere woorden, voor een ‘architectonische’ taak. Om die ambities te verzilveren heeft de gemeente goed georganiseerde counterparts nodig, zeker aan de kant van ondernemers. Participatie is een sleutelwoord in de politiek. Participatie is iets anders dan inspraak of betrokkenheid bij overheidsbeleid. Het is ook iets anders dan taken overnemen omdat de overheid overbelast is. Participatie is een het daadwerkelijk dragen van verantwoordelijkheid. Talloze gemeenten zijn op zoek naar ‘good practices’ en kundige partners. Zo gaat de Omgevingswet een heel andere rolverdeling mogelijk maken tussen de overheid en de gebruikers van de ruimte. En de Omgevingswet is nog maar het begin. In dat licht is een ondernemersfonds een nieuw stuk ‘civil society’: een niet aan de overheid gebonden organisatie waar mensen werk en verantwoordelijkheden kunnen oppakken. Het hoort bij de sociale infrastructuur van een gemeente.

13. Enkele praktische kwesties Tenslotte nog vier losse maar voor de praktijk relevante opmerkingen: 

Het Ministerie van Financiën heeft ondernemersfondsen btw-plichtig verklaard. Dat betekent dat ze de 21% btw betaald over diensten, in de vooraftrek kunnen terugbrengen. Er zit een ‘los eind’ aan deze afspraak, in de zin dat de inspecteur van de belastingen zelf kan beoordelen hoe te handelen met btw-belaste bestedingen vanuit dat deel van het ozb-areaal dat zelf niet btwplichtig is (onderwijs, cultuur, zorg, sport). Deze op zich gunstige btw-positie is niet goed bekend bij fiscaal adviseurs. Mocht Ondernemersfonds Zuidplas uit de startblokken komen, dan is hier goede afstemming voor nodig. Elk fonds is volkomen zelfstandig. Maar er is wel een vereniging Landelijk Platform Ondernemersfondsen, waar ‘good practices’ worden uitgewisseld. Voor Zuidplas is na de realisatie van het fonds aanmelding bij dit platform een goede overweging. Kennis over hoe het elders gaat, is zeer inspirerend voor het besturen ter plekke. In het verleden is het voorgekomen dat sitenamen van beginnende fondsen onrechtmatig geclaimd werden, om die later te gelde te kunnen maken. Om dat te voorkomen, heeft Blaauwberg www.ondernemersfondszuidplas.nl geclaimd. Blaauwberg zal die site kostenloos overdragen, zodra er een passende rechtspersoon is. De standaard in het land is dat bestuurders van fondsen en verenigingen die werken met geld uit het fonds, hun werk pro deo doen.

Er wordt in hoge mate gehecht aan ‘lekenbestuur’. Er gaat geen fondsgeld naar bestuursvergoedingen, afgezien van de gebaren van goede wil (etentje, cadeautje). De professionalisering zit dus niet in het aantrekken van bezoldigde bestuurders, maar in het financieren van goede ondersteunende capaciteit. Dat maakt het besturen van de verenigingen op zich al veel aantrekkelijker.

30

14.

Reacties in Zuidplas

14a. Algemene respons De initiatiefnemers hebben in de afgelopen maanden verschillende reacties uit ondernemend Zuidplas mogen ontvangen. Daaronder steunbetuigingen van mkb-bedrijven, winkeliers, horecauitbaters, grote bedrijven en non-profit instellingen die in het fonds een kans zien om de samenwerking te versterken. We noemen een aantal punten die door diverse gesprekspartners naar voren zijn gebracht als reden om het fonds te steunen. 

Iedereen betaalt mee aan het collectief en aan zaken die iedereen aangaat zoals veiligheid, promotie, uitstraling van de omgeving, sfeer in de dorpen. Er zijn geen ‘freeriders’ meer, ondernemers die niet meebetalen maar wel profiteren van de inspanningen van de georganiseerden. De woz-waarde van de panden is een goede grondslag voor een zo eerlijk mogelijke verdeling van de lasten. Van grote bedrijven met grote panden mag een grotere investering worden verwacht dan van winkeliers met een klein pand of huurders van een kleine kantorenunit in een verzamelgebouw. Met het fonds worden we in staat gesteld om de link te leggen tussen de bedrijven en nonprofitorganisaties. Sport, cultuur, zorg en onderwijs zijn vitale onderdelen van de dorpseconomie. Gezamenlijk optrekken en plannen realiseren komt het leefklimaat in de dorpen ten goede. Praktische voorzieningen kunnen met een fonds gerealiseerd worden: camerabewaking, surveillance, extra groenbeheer, parkmanagement, sfeerverlichting, promotieactiviteiten, evenementen.

Er wachten grote uitdagingen voor Zuidplas rondom de ontwikkeling van het vijfde dorp, verduurzaming van de bedrijfspanden, aanpakken van het technisch tekort, verbeteren van de bereikbaarheid, investeren in ‘last mile’ oplossingen, circulair maken van de afvalstromen Het fonds stelt de bedrijven in staat een betere gesprekspartner te zijn ten opzichte van gemeente en andere partijen. Door zelf te investeren, initiatieven te ontplooien en samen met de gemeente op te trekken.

De stuurgroep heeft daarnaast kritische reacties ontvangen. 

Het aanvankelijke investeringsbedrag in het fonds was voorzien op 40 euro per 100.000 woz-waarde in jaar 1, 50 euro in jaar 2 en 70 euro vanaf jaar 3. Het eindbedrag van € 70 stuitte op weerstand van met name een aantal grote bedrijven en de VvE Gouwe Park. Het zou teveel afwijken van de reguliere contributiebijdragen. Omwille van deze kritiek is het voorstel aangepast naar één vast tarief van € 50 euro per 100.000 woz-waarde per jaar. Daarnaast zijn er vanuit diverse kanten vraagtekens gezet bij inhoud en omvang van het Zuidplasbrede aandeel in het fonds. We hebben in hoofdstuk 7 daar duidelijker inhoud aangegeven en daarnaast de afdracht uit de trekkingsgebieden bijgesteld van 30 naar 25%. De vraag is gesteld waarom de ozb als heffingsgrondslag is gekozen, dat is verwerkt in hoofdstuk 4. 31

Diverse vragen zijn uitgegaan naar hoe het praktisch gaat werken, waar ondernemers en non-profitinstellingen zich kunnen melden met hun plannen. Dit is verwerkt in hoofdstuk 8 en 9.

De drie verenigingen (VION, OKZM, OVM) spreken namens enkele honderden bedrijven in Zuidplas. En de stuurgroep heeft een uitgebreide gespreksronde georganiseerd met als ankerpunt een digitale sessie in mei waarin kennis en praktijkervaringen uit andere fondsen is gedeeld, en waar in ‘break-out’ rooms gediscussieerd is over de wenselijkheid van een fonds. De bijeenkomst is goed aangekondigd via diverse kanalen. Al met al hebben de drie verenigen enkele tientallen bedrijven actief gesproken over dit initiatief. Nog een aantal honderden zijn diverse malen schriftelijk geïnformeerd maar hebben zich niet in de discussie gemengd. Met enkele grote bedrijven zijn individuele gesprekken gevoerd gezien de substantiële bijdragen van hen aan het fonds. We merken dat veel twijfel over het fonds kan worden weggenomen door een goede mondelinge toelichting. De primaire reactie is dat het fonds een kostenverhoging betekent, na gesprek wordt het veel meer begrepen als een gezamenlijke investering die zichzelf terugbetaalt. We vervolgen dit hoofdstuk met het uitlichten van enkele specifieke partijen in Zuidplas. 14b.Andere – specifieke – reacties

LTO De LTO heeft op andere plekken in het land ervaring opgedaan met ondernemersfond-sen. Vanuit Aalsmeer-De Kwakel krijgen de bestuurders van de lokale afdeling positieve reacties over de meerwaarde van het fonds voor de (glas)tuinbouw. De tuinders daar gebruiken het fonds voor een aantal grotere projecten, zoals de aanleg van glasvezel in het buitengebied en mogelijk voor een bijdrage aan een onderzoek naar de realisatie van een CO2 leiding naar het kassengebied. Daarnaast worden er publieks- en educatie-activiteiten als ‘Kom in de kas’ mee gefinancierd. In Pijnacker-Nootdorp, ook een fonds met een groot tuinbouwareaal, wordt het fonds gebruikt voor de aanleg van glasvezel in het buitengebied. De agrarische sector heeft een sterke coöperatieve historie, is relatief goed georganiseerd en beschikt al over diverse ‘potjes’ voor de financiering van collectieve initiatieven. De noodzaak van een ondernemersfonds, zoals die door de andere verenigingen in Zuidplas wordt beleefd, is er hierdoor veel minder. Het fonds zou een additioneel budget zijn waarmee gewerkt zou gaan worden. Hoewel de LTO geen voorstander is van het fonds en de bijdrage aan de gemeentebrede pot te hoog vindt, wil zij geen blokkade opwerpen als de andere sectoren/ondernemersverenigingen achter het fonds staan. Zij begrijpen dat alle ondernemers mee zullen doen en er geen uitzonderingen mogelijk zijn.

Belangrijk is wel dat de positie van de agrarische sector goed geborgd is in het fonds. Dat betekent een eigen trekkingsrecht en mederegie vanuit de LTO over de besteding van de gemeentebrede pot.

32

VvE Gouwe Park Het Gouwe Park beschikt over een Vereniging van Eigenaren. De vereniging stelt zich ten doel om het terrein te beheren. Bij de gronduitgifte verplichten pandbezitters zich aan deelname aan de VvE. De bijdrage wordt vastgesteld aan de hand van het grondoppervlak. Jaarlijks wordt er een begroting vastgesteld door de leden, in het afgelopen jaar bedroeg deze € 60.000. De vereniging voorziet in een basispakket aan voorzieningen zoals camerabeveiliging, onderhoud van de schuifpoort bij de entree van het terrein, bewegwijzering, en algehele kwaliteitsbewaking van het onderhoud. De leden worden op de hoogte gehouden van ontwikkelingen in de omgeving (o.a. wegwerkzaamheden). Kort na aanvang van de planvorming heeft de stuurgroep contact opgenomen met de VvE. Er heeft in maart een oriënterend gesprek plaatsgevonden met het bestuur, met verzending van een uitgebreide contourennotitie. Op vraag van het vve-bestuur is in navolging een aanvullende brief gestuurd met betekenisvolle bestedingsopties voor Gouwe Park (zie bijlage bij dit rapport). Het bestuur heeft deelgenomen aan de online bijeenkomst op 19 mei, heeft op eigen initiatief bestuurders van het fonds in Gouda uitgenodigd, er heeft in juni nogmaals een gesprek plaatsgevonden, en de initiatiefgroep heeft een presentatie gegeven op de ALV van 13 juli. De stuurgroep heeft het vve-bestuur het volgende voorgesteld t.a.v.

de positie van de VvE in het fonds. 1. Het Gouwe Park krijgt de beschikking over een trekkingsrecht ter hoogte van de eigen inleg in het fonds minus de bijdrage aan het gemeentebrede budget 2. De VvE is de beheerder van het trekkingsrecht, de bestedingen vanuit het fonds worden naar eigen inzicht op het terrein vastgesteld 3. De VvE wordt uitgenodigd om mede te regie te voeren over het gemeentebrede budget, samen met de drie verenigingen en LTO 4. Het staat de VvE vrij om haar geldende contributietarieven aan te passen naar gelang de ambities op het terrein Voorafgaande aan de ALV heeft het bestuur van de VvE per brief een voorlopig negatief standpunt ingenomen. Dit standpunt is recent bevestigd door het bestuur. Zij brengen de punten in onderste matrix naar voren, we voorzien deze van een reactie vanuit de initiatiefgroep. Standpunt VvE De VvE is te laat betrokken in het proces

Er wordt teveel naar een doel toe geredeneerd, er is weinig oog voor de kritische houding van het Gouwe Park Het fonds betekent voor Gouwe Park een afname van flexibiliteit

Reactie initiatiefgroep We herkennen ons niet in deze kritiek. De VvE is één van de partijen die zeer vroeg in het traject is betrokken. In de zomer van 2020 is het bestuur geïnformeerd over dit onderzoek. En de eerste contourennotitie is eind februari al met de VvE gedeeld. Zie bijlage 2 voor een volledig overzicht van contactmomenten. Ook dit herkennen we niet. Er is ruimschoots aandacht besteed aan de bijzondere positie van het Gouwe Park. Getuige ook de brief d.d. 12 april gericht aan het VvE bestuur. Op voorhand is voorzien in een afzonderlijke positie van de VvE in het fonds met een eigen trekkingsrecht. Dit klopt feitelijk niet. We hebben in alle gesprekken benadrukt dat de VvE te allen tijde de baas is over haar eigen terreinbudget. Zij bepalen

33

en autonomie over terreinbestedingen Nadrukkelijk wordt gevraagd de ruimte te nemen om de input van Gouwe Park mee te nemen in dit voorstel De introductie van een fonds zou de ondernemers op Gouwe Park onevenredig hard treffen t.o.v. andere ondernemers

de bestedingen en eventuele reserve vorming. Er is geen enkele sprake van bemoeienis van het fonds met de terreinbestedingen. Dit voorstel is afgerond enkele weken na de alv, het definitieve standpunt is meegenomen.

Het tarief van 50 euro per 100.000 woz-waarde geldt voor alle bedrijven in Zuidplas. Voordeel voor Gouwe Park is dat de vve-tarieven volledig kunnen worden aangepast aan de fondsbijdrage waardoor voor de meeste bedrijven het kostenneutraal uitpakt of zelfs leidt tot een lagere investeringslast.

Naar aanleiding van de kritiek van het Gouwe Park heeft de initiatiefgroep besloten. 

Het getrapte tarief opgebouwd naar 70 euro per 100.000 woz-waarde in jaar 3 te vervangen met een lager tarief van 50 euro per 100.000 woz-waarde over alle jaargangen. Dat is een compromis met de partijen die al plannen maakten op basis van een hoger ambitieniveau.

De Zuidplasbrede investering per trekkingsrecht in het fonds te verlagen van 30 naar 25%, om meer opbrengsten direct ten goede te laten komen aan het terrein. Ook dit is een compromis en leidt onvermijdelijk tot bijstelling van de Zuidplasbrede ambities.

Non-profit De ingekomen signalen wijzen op belangstelling voor het fonds vanuit de non-profit. Een positief signaal is afgegeven door de drie grootste zorgbedrijven: Cedrah met het woonzorgcentrum Beth San in Moerkapelle, De Zellingen met het zorgcentrum Meander in Nieuwerkerk en Sanare een aanbieder van thuiszorg en exploitant van zorgvilla Vivere in Moordrecht. Een fonds stelt hen in staat nadrukkelijker samen te werken met ondernemers en de directe omgeving. Het idee-fixe van het zorgcentrum als geïsoleerd eiland willen zij doorbreken en de komst van een fonds helpt daarbij. Zij laten zich graag inspireren door de voorbeelden uit andere fondsen. In gesprek zijn al een aantal ideeën geopperd. 

Activiteiten die de zorgcentra verbinden met de buurt- en wijkeconomie, door dorpsactiviteiten naar binnen te halen (braderieën, markten, kunstuitingen, schoolactiviteiten, feestdagevenementen, etc.) Organiseren van aansprekend aanbod aan maatschappelijke doe-activiteiten voor teambuilding en andere groepsuitjes; bijvoorbeeld graffiti verwijderen, wandelingen met ouderen maken. Dagbestedingsactiviteiten ontwikkelen samen met bedrijven, werkbezoeken laten afleggen, lezingen organiseren om mensen meer bij de maatschappij te betrekken.

De drie organisaties willen betrokken blijven bij dit initiatief en meedenken in de gewenste organisatie van het non-profitaandeel. Er is nog geen uitgesproken voorkeur ten aanzien van de 34

manier waarop de sector wil participeren in het fonds (met een eigen sectordeel, gezamenlijke met de andere non-profit sectoren, in de gebieden, of gemeentebreed). De instellingen willen de opbouwperiode van het fonds (het eerste jaar / anderhalf jaar) gebruiken om dat verder uit te kristalliseren. Er is voldoende vertrouwen om met deze algemene afspraak het fonds te starten per 1 januari 2022.

35

Bijlage 1

Trekkingsrechten detail

Trekkingsrecht € 88.000 € 20.500 € 13.500 € 15.000 € 11.500 € 10.500 € 17.000 € 67.000 € 58.000 € 49.000 € 14.000 € 3.000 € 4.500 € 6.000 € 11.000 € 4.500 € 5.500 € 33.000 € 29.000 € 4.000 € 31.000 € 111.500

Bedrijventerreinen Zuidplas  waarvan de Hooge Veenen (Nieuwerkerk)  waarvan nijverheidscentrum Moerkapelle  waarvan Hoofdweg (Nieuwerkerk)  waarvan nijverheidscentrum Zevenhuizen  waarvan Het Ambacht (Moordrecht)  waarvan Kortenoord + de Vijf Boeken + ’s Gravenweg Gouwe Park Non-profit Retail en dorpseconomie  waarvan Reigerhof Nieuwerkerk  waarvan Oude Dorp Nieuwerkerk  waarvan Dorrestein Nieuwerkerk  waarvan overig Nieuwerkerk  waarvan Zevenhuizen  waarvan Moordrecht  waarvan Moerkapelle Buitengebied  waarvan Zuidplaspolder/Middengebied  waarvan recreatiegebieden Rottemeren/Hitland Land- en tuinbouw Zuidplasbreed (25% van bovenstaande trekkingsrechten)

€ 446.000

ONDERNEMERSFONDS TOTAAL * trekkingsrechten gebieden minus 25% Zuidplasbreed, bedragen afgerond

Bijlage 2

Participatietraject

In onderste matrix geven we de belangrijkste momenten van communicatie weer die we in dit traject hebben ondernomen. We beperken ons tot de groepsbijeenkomsten en informatieberichten, daarnaast zijn er vele individuele gesprekken gevoerd met diverse (grote) bedrijven.

Datum 25 juni 2020

9 juli 2020

1 februari 2021

Bijeenkomst / gestuurde documentatie Onderzoek professionalisering ondernemersverenigingen: startsessie (digitaal), fonds als één van de opties Onderzoek professionalisering: vergaande samenwerking als topic, incl. optie ondernemersfonds (digitaal) Informatienota aan gemeenteraad

36

Participanten / aangeschreven Besturen alle verenigingen

Besturen van alle verenigingen

Gemeenteraad

Februari 2021 Februari - mei Maart-April 2021

Maart 2021 11 maart 2021 16 maart 2021 April 2021 April 2021 April 2021 April-Mei April-Mei April-Mei Mei 2021

19 mei 2021

Juni 2021 Juli 2021

Bijlage 3

Flyer Ondernemersfonds verstuurd naar grote stakeholders: Gouwe Park en LTO Berichten in lokale media over onderzoek ondernemersfonds Gesprekken met besturen en eerste contourennotitie verstuurd naar Gouwe Park (maart) en LTO (april) Flyer verstuurd aan grote zorgorganisaties Economische meet-up (digitaal): update Ondernemersfonds Informatieavond gemeenteraad Gesprek met bestuurders grote zorginstellingen Brief met aanvullende inhoud tbv bestuur VvE Gouwe Park – bijlage 3 Eerste aankondiging informatieavond Ondernemersfonds Zuidplas op 19 mei Thorbecke VO geïnformeerd en gesprek Cultuur: SCNZ en SBKZ gesproken, Cultuurplatform geïnformeerd Gesprekken met bestuursleden Winkelcentrum Reigerhof en Oude Dorp Drie reminders met aankondiging informatieavond: introductievideo’s met hoe, wat en waarom van een ondernemersfonds Informatieavond Ondernemersfonds Zuidplas (digitaal): compilatie video https://vimeo.com/557933280/21b1da8afb Vervolgafspraak met Gouwe Park – uitwerking eigen trekkingsrecht Ledenvergadering VvE Gouwe Park, presentatie

Brief aan VvE Gouwe Park d.d. 12 april 2021

Aan het bestuur van de VvE Gouwe Park Geachte bestuursleden,

37

LTO en Gouwe Park diversen LTO en Gouwe Park

Zorgorganisaties Besturen van alle verenigingen Gemeenteraad Zorginstellingen VvE Gouwe Park ca. 1.800 aangeschreven ondernemers Thorbecke VO Cultuurorganisaties Reigerhof, Oude Dorp ca. 1.800 aangeschreven ondernemers

ca. 1.800 aangeschreven ondernemers VvE Gouwe Park VvE Gouwe Park

We hebben u eerder geïnformeerd over het voorstel om te komen tot een gemeentebreed Ondernemersfonds in Zuidplas. We hebben als drie koepelverenigingen (VION, OVM, OV-ZM) het initiatief daartoe genomen om het organiserend vermogen van bedrijven in Zuidplas te versterken. Met een Ondernemersfonds willen we een impuls geven aan het vestigingsklimaat voor bedrijven in Zuidplas. Op donderdag 18 maart jl. hebben we met een delegatie van uw bestuur gesproken over dit voorstel. Per email hebben we de contourennotitie doen toekomen met informatie over aanleiding, doel en inhoud van een Ondernemersfonds. In het gesprek heeft u begrip getoond voor de ambitie van de verenigingen. Als VvE-bestuur weet u wat de meerwaarde is van een stabiele financieringspositie om collectieve zaken mee te bekostigen. De positionering van Gouwe Park in een toekomstig Ondernemersfonds roept nog wel de nodige vragen bij u op, mede gezien de reeds gevestigde (goedlopende) vve-constructie.

Inhoud van deze brief U heeft ons gevraagd in een compacte brief te reflecteren op de praktische voordelen van een fonds voor de ondernemers gevestigd op het terrein Gouwe Park. Bij voorkeur door met vijf concrete voorbeelden te komen van zinvolle bestedingen in het fonds. We gaan dat doen in deze brief, waarbij we er natuurlijk bewust van zijn dat dit geen eindige lijst is. We leiden dat punt kort in. We geven daarna de vijf voorbeelden. We vervolgen met een overweging over de positie van Gouwe Park in het fonds. En sluiten af met een verwijzing naar regionale ontwikkelingen.

Ter inleiding: onvoorziene dynamiek De praktijk leert dat ondernemersfondsen een dynamiek oproepen waarbinnen een bijna oneindige diversiteit aan plannen worden gerealiseerd. Een belangrijk deel van die plannen is bij aanvang nog niet te voorzien. We maakten in ons gesprek al melding van twee voorbeelden: 1. glastuinders in Pijnacker-Nootdorp die via een met fondsgeld betaalde lobby de aanleg van een weg konden bespoedigen en de tracékeuze in hun voordeel konden beïnvloeden. 2. de bedrijven in Leeuwarden die met 1 miljoen prikkelgeld 75 miljoen investeringsgeld wisten te mobiliseren voor de ‘Culturele Hoofdstad’ status in 2018. En zo zijn er meer voorbeelden van onvoorziene dynamiek bekend. Nog een zeer actueel voorbeeld: de Helmondse parkmanagementorganisatie heeft geïnvesteerd in een corona-sneltestservice voor alle bedrijven. Tegen de tijd dat Zuidplas aan een fonds begint is dat hopelijk niet meer nodig, maar toch het tekent de onvoorspelbaarheid van goede plannen. En laat tegelijkertijd zien dat een fonds ondernemers in staat stelt snel en adequaat te anticiperen op veranderende omstandigheden. En toch, we zijn het erover eens dat het goed is om vooraf al na te denken over zinvolle investeringsopties. Al is het maar om enig gevoel te krijgen bij de praktijk van een fonds. We gaan vijf bestedingsopties uitwerken die wij voor de bedrijven in Gouwe Park zinvol achten.

Met daarbij het besef dat dit slechts een ‘schot voor de boeg’ is aangezien we slechts beperkt zicht 38

hebben op de behoeften op Gouwe Park. Het is wel een goed startpunt voor een gesprek over de positionering van Gouwe Park in een Ondernemersfonds. 1

Investeren in (toekomstige) personeelsvoorziening

Ongeremd door de crisis blijft de druk op de personeelsvoorziening van veel bedrijven hoog. Met name in de technische sector is het talent schaars. De instroom in techniekonderwijs is nog te beperkt en bovendien is de aansluiting met het bedrijfsleven nog voor verbetering vatbaar. In onze regio Midden-Holland gaat daarom geïnvesteerd worden in diverse projecten die zowel de instroom moeten verhogen als de aansluiting met het lokale bedrijfsleven versterken. Een en ander staat nog in de kinderschoenen maar dit punt staat bovenaan de regionale prioriteitenlijst. Aan de hand van voorbeelden elders uit het land zijn er legio bestedingen denkbaar: • • • • • •

2

Technische banenmarkt organiseren in samenwerking met onderwijsinstellingen Stage- en leerbanenoverzicht creëren, toegankelijk voor studenten/scholieren en bedrijven Organiseren gastlessen, bedrijfsbezoeken, docentstages Scholieren in campagnes wijzen op technisch profiel regio en carrièremogelijkheden Praktijkopdrachten uitwerken met participatie diverse lokale bedrijven Start P&O netwerken inclusief collectieve aanbesteding taallessen, bhv-trainingen, etc.

Mobiliteit en bereikbaarheid

Een Ondernemersfonds biedt een stabiele financiële grondslag om - naast regulier onderhoud -ook lange termijn investeringen te plegen. Op terreinen gaat het dan naast camerabewaking – al geregeld op Gouwe Park – over zaken rondom mobiliteit en bereikbaarheid. Een belangrijk punt is veelal de beperkte ov-bereikbaarheid van terreinen. Om die te vergroten investeren diverse terreinen – al dan niet in kader van parkmanagement – in bijvoorbeeld shuttle bussen tussen het terrein en dichtstbijzijnde ov-knooppunt. En/of door te investeren in (elektrische) deelfietsen voor het afleggen van de ‘last mile’. Voor het aantrekken van jong talent, vaak zonder auto, kan zo’n praktische investering net het verschil maken. Een groot terrein wat veel investeert in mobiliteitsprojecten is het industrieterrein Lage Weide in Utrecht. Op dat terrein zijn veel grote industriële / logistieke bedrijven te vinden waarbij de bereikbaarheid van het terrein een zeer prominent aandachtspunt is. Op hun website is veel informatie te vinden over waar zij zich zoal mee bezig houden: https://lageweide.nl/bereikbaarheid/. Tot slot herinneren we aan het mondeling toegelichte voorbeeld van Leiden. Waar ondernemers met een eigen investering de komst van een infrastructurele oplossing naar voren hebben gehaald. De westelijke ontsluiting van de stad Leiden was jarenlang een bekende ‘bottleneck’ in het verkeer.

Een oplossing was pas voorzien in 2025. De bedrijven op het Bio Science Park, gelegen aan de westkant, zijn met een incentive van 100.000 ‘aan tafel’ gekomen. Zij hebben met deze investering de publieke partijen (Provincie, Rijk) weten te overtuigen van het belang van een snelle oplossing. De plannen zijn jaren naar voren gehaald in de investeringsschema’s. Inmiddels ligt er een ongelijkvloerse kruising die de filedruk aanzienlijk heeft doen afnemen. De ‘tuinders’ in Pijnacker 39

hebben onlangs eenzelfde actie met succes ondernomen. Daar betrof het een tracéverlegging van een voorziene infrastructurele investering tussen een bedrijventerrein en de provinciale weg. De wijziging komt ten bate aan de ondernemers gevestigd in het oostelijk buitengebied van Pijnacker. 3

Duurzaamheid

Heel veel terreinen oriënteren zich op het thema duurzaamheid. Zonder twijfel gaat er steeds meer wetgeving op de bedrijven afkomen. En om dat voor te zijn kan het lucratief zijn nu al te investeren in energie- of circulaire projecten. Zonder volledig te zijn noemen we twee grote projecten die op de Helmondse bedrijventerreinen met fondsgeld op gang zijn gekomen: •

•

4

Investeren in een duurzaam energienetwerk, te weten een warmtenetwerk functionerend aan de hand van twee warmte-koudeopslag punten met aantakkingen naar alle bedrijven. Een businesscase is met fondsgeld gefinancierd en door de bedrijven als rendabel bezien. De realisatie van deze grotere operatie staat in de planning. De Stichting Bedrijventerreinen Helmond heeft daarnaast in samenwerking met de TU Eindhoven de software InduSym ontwikkeld. Bedrijven kunnen met deze software hun grondstoffen en restmateriaal invoeren in een database. Een algoritme doorzoekt vervolgens in de database naar overeenkomsten met andere bedrijven en laat zien waar een symbiotische uitwisseling van materialen kan worden gerealiseerd. Hiermee helpen zij bedrijven bij het vinden van een nuttige bestemming voor hun reststromen of een goedkopere bron van grondstoffen.

Kwaliteit vestigingsklimaat

Met een fonds beschikken de bedrijven niet enkel over meer financiële armslag, het organiserend vermogen in de hele gemeente krijgt een boost. Het wordt de moeite waard om plannen te maken die over de grenzen van het eigen terrein of centrum heen werken. Een groots voorbeeld daarvan komt uit Leeuwarden.Het fonds is er hoofdsponsor geworden van het programma ‘Culturele Hoofdstad 2018’. Er is een miljoen geïnvesteerd – vier jaar achtereen een investering van 250.000, een kwart van het totale fonds. Het signaal van het lokale mkb heeft een keten aan mede-investeerders weten aan te trekken. Het ‘ene miljoen’ aan prikkelgeld van private zijde heeft ruim 74 miljoen publieke en private investeringen op gang weten te brengen. Het jaar heeft de stad een enorme impuls gegeven op economisch, toeristisch, cultureel en marketingtechnisch vlak. Het gaat niet enkel om ‘feesten en partijen’. Een betere organisatiegraad maakt het eenvoudiger om gezamenlijk op te trekken naar derde partijen, waaronder vaak bij voorrang de gemeente. Bijvoorbeeld als het gaat om vergunningenbeleid, of in het geval van Zuidplas het gesprek over huisvesting van logistieke bedrijvigheid en het effect daarvan op o.a. infrastructuur.

5

Visievorming en kennis en kunde

40

Tot slot zien we dat in veel fondsen wordt geïnvesteerd in visievorming en kennisontwikkeling. De beter georganiseerde gebieden nemen de koppositie in omdat de basisinfra reeds georganiseerd is. Een voorbeeld uit Utrecht. De bedrijven (eigenaren en huurders) op het kantorenpark Rijnsweerd hebben in samenspraak met de gemeente een toekomstambitie geformuleerd voor het gebied. De visie voorziet in een transformatie van het monofunctionele park naar een modern, gemengd werken woongebied. Een omgeving met meer verblijfskwaliteit, met daghoreca en groen, met ruimte voor start-ups, energie neutrale gebouwen en met betere verbindingen (ov, fiets, te voet) naar de omgeving. De visie is een belangrijke bouwsteen voor het nieuw op te stellen Omgevingsvisie. Een ruimtelijk kader dat meer ruimte zal bieden aan nieuwe ontwikkelingen, en het aanzien van het park flink zal veranderen. Nu worden er meer gebiedsvisies vastgesteld in gemeentelijk Nederland. Uniek is dat de ondernemers in dit geval zelf aan het roer staan en de gemeente in de bijrijdersstoel. Het kan nog praktischer. Terreinen die al zekere tijd een vorm van professioneel parkmanagement hebben kunnen in veel gevallen de regie over het terreinbeheer naar zich toe trekken. Het gemeentelijk onderhoudsbudget wordt dan overgedragen aan de parkmanagementorganisatie omdat zij effectiever en beter met het budget kunnen omgaan.

Positie VvE in Ondernemersfonds

Dan nog een opmerking over de positie van de VvE in een toekomstig Ondernemersfonds. Veel fondsen zijn georganiseerd langs de lijn van trekkingsrechten: ieder gebied/sector krijgt de beschikking over haar eigen inleg. Het geld wordt om administratieve redenen (verantwoording, efficiency, btw-verrekening) in één centrale kas beheerd door het fondsbestuur. Daarnaast werken de meeste fondsen tegenwoordig met een ‘gemeentebreed’ budget. Van circa 20% stadsbreed in Leiden en Groningen, tot 80% gemeentebreed in Westerveld (en zelfs 100% op Terschelling). Vanuit dit budget worden tal van gebiedsoverstijgende belangen gefinancierd. In Zuidplas opteren we voor een zo licht mogelijke structuur met zoveel mogelijk kernoverstijgende samenwerking. Voor veel bedrijventerreinen in onze gemeente is het wel zo efficiënt om samen op te trekken bij de aanbesteding van – bijvoorbeeld - beveiliging en parkmanagement. Gouwe Park neemt een bijzondere positie in door haar omvang, het aanwezige organiserend vermogen en de solitaire ligging. We stellen daarom voor dat het terrein een eigen trekkingsrecht krijgt. De ondernemers op het terrein kunnen vrijelijk beoordelen waar dit budget aan besteed dient te worden. Daarnaast vragen we om een vast percentage – denk aan 20% - te investeren in de gemeentebrede pot.

Vanuit dit budget kunnen we overkoepelende zaken financieren zoals onder meer geschetst in de 5 voornoemde punten. Gouwe Park krijgt uiteraard medezeggenschap over de bestedingen vanuit dit budget – samen met in ieder geval de drie ondergetekende verenigingen en LTO als vertegenwoordiger van de tuinbouw. Nog twee opmerkingen.  De VvE is gezien takenpakket en trackrecord een logische contractpartner voor het fonds. Enige punt van aandacht is de positie van de gebruikers van de panden. In een fonds betalen ook de gebruikers van zakelijk onroerend goed automatisch mee. Voor de eigenaren kan 41

dat een prettige bijkomstigheid zijn, er zijn meer schouders waarover de lasten verdeeld worden. De bijbehorende spelregel is dat iedere betalende ondernemer moet kunnen meepraten over de bestedingen. We zijn aanspreekbaar op de vraag hoe we dat op een zo eenvoudig mogelijke wijze kunnen organiseren.  De VvE gaat zelf over de hoogte van haar investeringsniveau. Het fondsbedrag kan als een aanvulling worden beschouwd op de huidige begroting, of kan aanleiding geven om de vvebijdrage bij te stellen. Indien gewenst kan de VvE zelfs overgaan tot een – gedeeltelijke – retributie van de individuele fondsbijdragen. Het toekomstig fondsbestuur zal zich niet mengen in deze terrein-aangelegenheden. Overigens werken veel terreinen met een al gevestigde organisatie (vve of biz) op deze wijze prima samen binnen een ondernemersfonds.

Slot Recent heeft het triple helix overleg van Midden-Holland een gezamenlijke economische visie vastgesteld. De triple helix is het platform van het bedrijfsleven uit de vijf gemeenten, plus VNONCW, de vijf gemeenten en de kennisinstellingen (met name het MBO). In die visie wordt vastgesteld dat de onderhandelingspositie van het gebied niet goed is: investeringen van overheden gaan vaak aan ons voorbij, omdat we niet goed genoeg georganiseerd zijn. Bovendien zijn we vooral een regio van het midden- en kleinbedrijf. Dat is aan de ene kant een bonus – een enorme veelzijdigheid, een Holland in het klein – maar het is aan de andere kant ook een belemmering om gezien te worden tussen het ‘geweld’ van de kennissteden om ons heen. We hebben een opgave voor ons om jonge mensen aan het gebied te binden (er is feitelijk sprake van een gestage braindrain), de presentie van het onderwijs (vooral het technisch onderwijs) uit te bouwen, investeringen naar ons toe te trekken (niet alleen in infrastructuur, maar ook in research) en zorgen dat interessante proposities op het gebied van duurzaamheid en bodemdaling niet ‘weglopen’ uit onze regionale economie. De discussie over de economische agenda heeft ons als verenigingen de ogen geopend voor het belang van zelf als regionaal bedrijfsleven de regie nemen en de regio sterk en zichtbaar te maken in de Randstad.

Uiteindelijk is dat een kwestie van marktschepping. We willen dat doen samen met de collega’s uit Gouda en de andere gemeenten, maar we hebben ook leiders nodig, bedrijven en bedrijvenclusters die gewicht in de schaal leggen en met gezag tot het openbaar bestuur kunnen spreken. We zien het Gouwe Park als grootste en best geoutilleerde bedrijventerrein in onze regio zeker zo’n leiderschapsrol vervullen. Dat zal creativiteit vergen, maar daar willen we graag gezamenlijk aan gaan werken.

Met vriendelijke groet, namens OVM, OKZM en VION, Robin Dijkgraaf, voorzitter VION.

42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10529009/1