CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Eindrapportage Onderzoek Ondernemersfonds Zuidplas A21.001429

Gemeenteraad 5 oktober 2021, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Ondernemersfonds Gemeente Zuidplas16.938 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Voorwoord Voor u ligt een voorstel om te komen tot een Ondernemersfonds Zuidplas. Dit voorstel is ontwikkeld door een stuurgroep bestaande uit drie verenigingen: de VION, OVM en de OKZM. Later in het proces heeft LTO Noord afdeling Midden Zuid-Holland zich bij de stuurgroep aangesloten. Het ondernemersfonds is een beproefd instrument om het organiserend vermogen van ondernemers te versterken. Op ruim veertig plekken in het land wordt naar tevredenheid gewerkt met een fonds. In de regio Midden-Holland zijn er al fondsen actief in Gouda (sinds 2009), Bodegraven-Reeuwijk (2014) en Waddinxveen (2016). Het stelt de ondernemers daar in staat om een basisniveau aan collectieve voorzieningen te organiseren. Bovendien geeft het ze de ruimte om een actieve bijdrage te leveren aan de recent vastgestelde Economische Visie van Midden-Holland. Georganiseerd zijn is stilaan een basisvoorwaarde geworden in het werken aan gezond vestigingsklimaat voor bedrijven. En dat begint bij een solide financiële structuur waar alle bedrijven naar rato aan meebetalen. Dat is bijvoorbeeld zichtbaar bij de uitleg van nieuwe werkterreinen. Geen nieuw terrein wordt meer ontwikkeld zonder de vestiging van een collectief met verplichte deelname, meestal een VvE zoals ook op ons eigen Gouwe Park. Voor bestaande situaties kan het niet-vrijblijvende aspect alleen binnen een ondernemersfonds worden georganiseerd.

Op provinciaal niveau wordt er dan ook geijverd om de organisatiegraad op lokaal niveau te versterken en waar mogelijk ondernemersfondsen in te richten. We constateren dat Zuidplas achter loopt. Het ontbreekt aan een solide basis om actief te werken aan het versterken van de lokale economie. Op de werkterreinen ontbreek het aan een basisniveau aan beveiliging en parkmanagement. De dorpskernen en winkelcentra zitten permanent verlegen om middelen ter verfraaiing en promotie. De verenigingen hebben te weinig slagkracht om actief een bijdrage te leveren op de grote thema’s als bereikbaarheid, duurzaamheid, energietransitie, het technisch tekort, aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt, cybersecurity en ruimtelijke ontwikkelingen (het vijfde dorp!). De Economische Agenda van Midden-Holland blijft een ver-van-mijn-bed-show zolang het ons ontbreekt aan de middelen om hier concrete investeringen aan te verbinden. Vanaf medio maart heeft de stuurgroep in heel Zuidplas gesprekken gevoerd met ondernemers over het initiatief om te komen tot een ondernemersfonds.

De leden van de verenigingen zijn uitgebreid geïnformeerd, er is een goed aangekondigde digitale informatiebijeenkomst gehouden op woensdag 19 mei, met bijzondere stakeholders (Gouwe Park, non-profit, bedrijventerreinen, winkelcentra) zijn aanvullende gesprekken gevoerd en daarnaast hebben er tientallen individuele gesprekken plaatsgevonden met ondernemers. Iedere ondernemer in Zuidplas heeft zich in het gesprek over het fonds kunnen mengen. In deze notitie treft u - naast het inhoudelijke voorstel tevens een reflectie aan op het resultaat van deze gespreksronde. Bij de beoordeling of een Ondernemersfonds kan werken in Zuidplas heeft de stuurgroep naar het volgende gekeken. 

Is er voldoende aanleiding om met een fonds te starten? Met andere woorden, biedt het fonds de mogelijkheid om onze ambities te verzilveren en biedt het oplossingen voor de problemen die we ervaren?

2

 

Kan het fonds worden ingericht naar lokale maat? Oftewel, kunnen we aansluiten bij de context in Zuidplas en de bestaande structuren? En kunnen we bijzondere posities in het fonds (agrarisch, gouwe park, oude dorp) goed borgen in het fonds? Zijn er genoeg bestedingsplannen? En kan er voldoende creativiteit worden aangeboord om meer tot stand te brengen dan enkel een potje voor basisvoorzieningen? Is er voldoende uitvoeringskracht om van het fonds een succes te maken? We kijken in dit geval naar de ‘voorlopers’, de ondernemers die straks met het fonds willen en kunnen werken. Zijn er genoeg mensen die opstaan, zichzelf gaan organiseren en plannen gaan ontwikkelen? Krijgen we het vertrouwen van de ondernemers om van het fonds een succes te maken? We kijken in dit geval naar alle ondernemers en binnengekomen reacties. Zonder twijfel zitten daar ook negatieve reacties bij, zoals bij iedere businesscase dat het geval is. Belangrijk is dat het negatieve niet de overhand krijgt, bij teveel tegenwerking bij ondernemers gaat het fonds een te moeilijke start tegemoet.

De drie verenigingen in de stuurgroep oordelen dat de algehele balans bij deze punten positief uitslaat. Er is voldoende vertrouwen dat het fonds gaat werken in Zuidplas. Het LTO bestuur begrijpt die keuze en ziet de meerwaarde van een sterke organisatiegraad van ondernemers. Zij tekenen daar wel bij aan dat de agrarische sector niet perse zit te wachten op een fonds. De sector heeft zich reeds goed georganiseerd en beschikt al over diverse ‘potjes’ waarmee collectieve zaken worden gefinancierd. De LTO wil de ambities van de drie verenigingen in Zuidplas echter niet blokkeren. En het bestuur is voornemens het fonds actief te gaan gebruiken indien het er komt. De stuurgroep acht daarmee dit voorstel rijp voor politieke besluitvorming. De vraag aan de gemeenteraad is om nog dit jaar een politiek besluit te nemen over dit initiatief. Bij een positief besluit kan het Ondernemersfonds Zuidplas per 1 januari 2022 van start gaan.

2 augustus 2021

Leden van de Stuurgroep Robin Dijkgraaf Martin Gibbon Rob Reijm Rutger Elgersma Arie van Tienhoven Marjolein van Atten Mariëlle Franken Arjan den Ouden Hans van Geest

VION OKZM OVM OKZM VION VION VION VION LTO Noord

Ondersteund door

Maaike Kuipers Rob Manders Aart van Bochove Jeroen Bos

3

Gemeente Zuidplas Blaauwberg Blaauwberg Blaauwberg

Inhoudsopgave

1. Aanleiding 2. Een ondernemersfonds in het kort 3. Wat gebeurt er met het geld uit een ondernemersfonds? 4. Waarom gebruik maken van de ozb? 5. Omvang van het fonds 6. Hoe een fonds kan worden ingericht 7. Zuidplasbreed investeren 8. …en gebieds- en sectorgericht investeren 9. Hoe gaat het werken vanuit de individuele ondernemer 10. Bijzondere posities a. Non-profit b. Grote bedrijven c. Stand-alone bedrijven d. Zzp’ers e. De gemeente 11. Organisatie en governance a. Stichtingsbestuur b. Adviesraad c. Secretariaat / fondsmanagement d. Bestaande verenigingen en de FOZ 12. De rol van de gemeente en het politieke afwegingskader 13. Enkele praktische kwesties 14. Reacties in Zuidplas a. Algemene reacties b. Andere – specifieke – reacties

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3

Trekkingsrechten detail Participatietraject Brief aan VvE Gouwe Park d.d. 12 april 2021

4

1. Aanleiding Zuidplas is een samengestelde gemeente. Zuidplas is in 2010 ontstaan uit een samenvoeging van drie oudere gemeenten, waarvan er één – Zevenhuizen-Moerkapelle – zelf ook al een samenstelling was. Met 44.000 inwoners, met een op groei ingerichte gemeentelijke organisatie en met een flinke hoeveelheid van een in de zuidelijke Randstad schaars kapitaalgoed – ruimte - is Zuidplas een interessante speler geworden. Maar de dorpsstructuur leeft nog sterk. Het gaat om Zevenhuizen, Moerkapelle, Moordrecht en Nieuwerkerk aan de IJssel. Die structuur leeft nog zo sterk, dat de groeiambitie wordt samengevat met ‘het vijfde dorp’. Het bedrijfsleven in Zuidplas is eveneens langs de lijn van de dorpen georganiseerd, met de verenigingen VION, OKZM en OVM. De drie hebben in het verleden in een federatie samengewerkt, met name om de belangenbehartiging goed te kunnen aanpakken. Maar daar is te weinig massa voor gebleken. De ontwikkelingen in het gebied zijn intussen verder gegaan. Een paar signaleringen:       

Het nieuwe terrein Gouwe Park is als regionaal bedrijventerrein snel tot ontwikkeling gekomen, en de plannen voor uitbreiding zijn al in de maak Er speelt van alles in het glastuinbouwareaal De dorpseconomieën – met name de retail – hebben behoefte aan een goed gestructureerde en vooruit te plannen promotie Op de bedrijventerreinen is vraag naar praktische zaken als parkmanagement en beveiliging, maar er gaan ook grote thema’s als verduurzaming en energie spelen ‘Het vijfde dorp’ gaat diep ingrijpen in de sociale en economische structuur van het gebied Zuidplas schaakt mee op de regionale tafel van Midden-Holland en heeft verder veel en wezenlijke contacten met Rotterdam en Zoetermeer Bodemdaling en bouwen in slappe bodem zijn stevige uitdagingen, maar ook kansen voor het binden van nieuwe activiteit en nieuwe kennis aan het gebied.

Er is gewoon heel veel te doen. Dat heeft de besturen van de drie verenigingen gebracht tot de hernieuwde vraag naar versterking van de ondernemerspositie. Er is een stevige ambitie om de krachten gemeentebreed te bundelen. Maar zonder een verenigingsfusie: de drie verenigingen draaien als vrijwilligers organisaties en met inzet van contributiegelden heel behoorlijk en worden lokaal gewaardeerd vanwege hun ontmoetings- en netwerkfunctie. Het gemeentebrede moment gaat echt om professionalisering van de gezamenlijke belangenbehartiging en om financiering van gezamenlijke investeringen. Dat heeft de drie gebracht tot de wens om de mogelijkheid te onderzoeken voor een Ondernemersfonds Zuidplas. Zuidplas zou zich voegen bij de 45 reeds langer bestaande fondsen. De formule van een ondernemersfonds is na de start in 2005 in Leiden goed ‘geprototypt’. Er zijn duidelijke ‘do’s and dont’s’ en over het algemeen doen de fondsen waar ze voor zijn: stem geven aan de ondernemersbelangen, versterking van het vermogen van ondernemers om zelf de ontwikkeling van hun omgeving te sturen, kwaliteit en stabiliteit verbeteren van het vestigingsmilieu en hele concrete knelpunten oplossen. 5

2. Een ondernemersfonds in het kort Het inzicht is gegroeid dat samenwerking en zelforganisatie van ondernemers cruciaal zijn in het weerbaar maken van een lokale economie. En daar is het inzicht bij gekomen dat die zelforganisatie niet alleen op basis van vrijwilligheid mogelijk is; er is een structurele voorziening nodig, die het mogelijk maakt om echt plannen te maken en niet afhankelijk te blijven van goedwillende enkelingen. Een ondernemersfonds bestaat op basis van een met de gemeente af te spreken verhoging van de ozb voor niet-woningen. De opbrengst van die verhoging wordt 1 op 1 beschikbaar gesteld aan het fonds. In een gemeentebreed fonds:   

  

 

…doet de hele categorie niet-woningen – zowel commerciële bedrijven als ‘not for profit’ ondernemingen mee door een extra opbrengst van de ozb …krijgen de ondernemers de extra opbrengst integraal terug, in de vorm van een subsidie aan het Ondernemersfonds Zuidplas, dat als stichting met een eigen bestuur optreedt …krijgen gebieden of sectoren de beschikking over hun eigen ‘inleg’ in het fonds, mits ze beschikken over een democratisch georiënteerde samenwerkingsvorm (meestal een vereniging) ...is de inleg beschikbaar in de vorm van een trekkingsrecht op een centrale kas. De systematiek van trekkingsrechten zorgt ervoor dat aan de ene kant gebieden en sectoren zelf besluiten over de bestedingen, maar dat aan de andere kant er wel een centraal punt is waar de informatie over de bestedingen samenkomt en waar voor een gezamenlijke verantwoording en administratieve afhandeling gezorgd kan worden ...spant het bestuur van het fonds zich in om ook in de witte vlekken in het gebied een bundeling tot stand te brengen van ondernemers die het trekkingsrecht kunnen uitoefenen ...maken de ondernemers afspraken over een ‘Zuidplasbreed’ stuk in dat fonds …worden afspraken gemaakt met de gemeente over ‘non-interventie’ (de gemeente bemoeit zich niet met de bestedingen uit het fonds, tenzij daartoe uitgenodigd, bijvoorbeeld in het geval van noodzakelijke cofinanciering) en ‘non-substitutie’ (de

gemeente schuift geen overheidstaken op het fonds af) …zijn de overheadkosten beperkt, in de praktijk circa 3 tot 6 % van de totale fondsomvang (o.a. administratie, accountantskosten, weerstandsreserve, etc.) …kan gespaard worden over jaargrenzen heen, er is geen bestedingsdwang.

Natuurlijk zijn al deze regels weer in de tijd veranderlijk. Dat principe van non-substitutie, bijvoorbeeld, moet in het begin stevig gemarkeerd worden. Maar na verloop van tijd zijn gemeente en verenigingen aan hun rol gewend en zal eerder sprake zijn van samenwerking en cofinanciering. Het voorstel is om te streven naar een fonds voor een experimenteerperiode van drie jaar. Een ondernemersfonds wordt doorgaans geïnitieerd door een innovatieve en creatieve minderheid onder de ondernemers. Na die drie jaar moet er een brede acceptatie bestaan.

6

3. Wat gebeurt er met geld uit een ondernemersfonds? De bestedingen vanuit een Ondernemersfonds zijn als aangegeven in principe geheel vrij. De praktijk laat een ontwikkeling zien in het bestedingspatroon vanuit ondernemersfondsen. De eerste jaren worden veelal gebruikt om de ‘acute noden’ op te lossen: voorzieningen en activiteiten die op de plank liggen maar voorheen niet of slechts gedeeltelijk konden worden opgepakt: goede sfeerverlichting en aankleding van winkelgebieden, KVO, parkmanagement op bedrijventerreinen, publieksevenementen. Na enige jaren komen er nieuwe bestedingen in zicht. De basis is dan op orde en er kan worden toegewerkt naar meer lange termijnplannen en eigen visieontwikkeling: een jaarlijks terugkerende winterfair met ijsbaan, kortingsacties en arrangementen, leegstandsbestrijding, collectieve inkoop(korting), glasvezelaanleg, sectorale acties voor personeelswerving. Weer een generatie verder gaan fondsen investeren in digitale winkelstraten, zelfbeheer en winkelstraatmanagement, klimaat- en energiemaatregelen, infrastructuur, onderzoek en grote projecten. Deze drie generaties bestedingen zijn gebaseerd op het bestedingspatroon van de ruim veertig al langer bestaande fondsen. De ‘derde generatie’ bestedingen hebben een grote symbolische waarde.

Ondernemers die vanuit een visie opereren en zelf hun belangenbehartiging betalen en organiseren, de gemeente tegenspel geven, zelf plannen maken voor verduurzaming, voor technisch onderwijs: dat betekent veel voor het zelfvetrouw van het lokale bedrijfsleven en voor het vermogen om zelf de agenda te bepalen. We moeten deze generaties niet gevolgtijdelijk zien. De opdracht voor een vereniging is niet om na verloop van tijd alleen nog derde generatie bestedingen te doen. de opdracht aan het fonds is om een flinke diversiteit aan bestedingen te hebben. de ondernemers zijn net zo divers als de rest van de samenleving en dat mag zichtbaar zijn in het uitgavepatroon. Het onderscheid in bestedingen is vooral bedoeld om de verbeeldingskracht los te maken: alles kan betaald worden uit het fonds, zolang de ondernemers het er maar over eens zijn. Dat kan gaan van direct zichtbare zaken als de Sinterklaasintocht tot lange termijn strategieën over duurzaamheid. In onderstaand overzicht van een aantal voorbeelden maken we onderscheid naar een aantal gangbare gebieden/sectoren die actief zijn binnen een Ondernemersfonds.

Winkelcentra / dorpskernen / bezoekerseconomie

Eerste generatie

Tweede generatie

Derde generatie

   

 

Sinterklaasintocht Sfeerverlichting Promotie / folders Braderieën, voorjaarsmarkten Keurmerk Veilig Ondernemen Collectieve presentie op internet

Grote evenementen: winterfair, ijsbaan, meerdaagse markten Evenementenkalender afgestemd met omgeving ‘Dorpspas’ met kortingsacties Leegstandsbestrijding

 

7

  

Kennis & kunde bijeenkomsten voor winkeliers (o.a. internetmarketing) Eigen retail-visie inclusief zicht op gewenste branchering Pilots ‘zelfbeheer’ Digitale winkelstraat Actieve regiomarketing

Bezoekerspakketten met horeca, cultuur ontwikkelen

 

Glasvezel Collectieve energie inkoop Collectiviteitskorting organiseren (verzekeringen, bhv cursussen, etc.) Zelfregie over groenbeheer Leegstandsbestrijding

  

Bedrijventerreinen en kantorenparken

 

Parkmanagement (schoon, heel veilig) Camerabewaking en surveillance Extra maaien, strooien KVO inclusief schouwrondes

 

Duurzaamheid / klimaatneutraliteit o Zonne-energie o Koude-warmte opslag o Benutten restwarmte en – stoffen  Cofinanciering infrastructuur oplossingen  Contra-expertise bij ruimtelijke plannen 

  Agrarisch

Publieksactiviteiten (Kom in de Kas, e.d.) Extra maaien/snoeien weg- en slootkanten

Lokale belangenbehartiging Glasvezel, collectieve waterzuivering Netwerkevenementen, bedrijfsbezoeken

 

  

Cultuur en sportevenementen Rolstoel-, dementievriendelijke gemeente projecten

Cultuur en sportevenementen als onderdeel van algemene evenementen Kunst in bedrijvengebieden Bedrijfsbezoeken Organisatie techniekdagen / dag van de zorg Collectieve inkoop cursussen (bhv, sociale hygiëne)

  

Non-profit

Business-to-business (solitair en verspreid)

 Netwerkbijeenkomsten met relevante sprekers  Culinaire festivals voor personeel en klanten (in eigen kern)

 

Business-event kalender Gezamenlijke inkoop (verzekering, energiescans, ict en webdiensten)

 

8

Aantrekken onderzoeksgeld in greenport verband Collectieve waterzuivering, leveren restwarmte Cofinanciering infrastructuur oplossingen

Cultuurmakelaar: verbindingen tussen cultuur en bedrijfsleven leggen Collectieve werving personeel in tekortsectoren (techniek, zorg, onderwijs) Gezondheid projecten op werkvloer (met lokale bedrijfsleven) Kennis en kunde bijeenkomsten (bootcamps, masterclasses) Glasvezel (oa buitengebied) Poolen stages / leerwerkplekken

En ondanks het uitblijven van evenementen in 2020 zijn de bestedingen in de bestaande fondsen niet stil gevallen. Een overzicht. Winkelcentra / toeristische sector Online portals en bezorgdiensten Groningen, Helmond, Westerveld

Gemeentebreed / bedrijventerreinen / non-profit Online inspiratiesessies, workshops en kennisdeling Groningen, Hilversum

Cadeaubonnen / verraskaarten Alblasserdam, Helmond

Collectieve inkoop van seo-diensten, fotograaf, vertaler videomontage Westerveld

Buy local acties Sudwest Fryslan, Laarbeek

Particuliere corona (snel)testservice Helmond

Blauwe / rode loper Delft, Utrecht

Kennisopbouw, ondernemerscourant Groningen

Coronaproof winkelomgeving (stickers, zuilen, looproutes, handgel, stewards) Utrecht, Assen, Heerlen

Online buurtactiviteiten Helmond

Social media campagnes Terschelling (zomer)campagnes voor binnenlandse bezoekers Leiden

Voor Zuidplas komt uit het traject voor de in het voorjaar van 2021 op te leveren economische visie een aantal doelprojecten voor een ondernemersfonds naar voren. Nuttige en nodige eerste generatie bestedingen zijn:   

extra aankleding openbare ruimte (met name groen) in de winkelgebieden in de kernen feestverlichting en december-aankleding in de winkelgebieden in de kernen parkmanagement (schoon, heel en veilig) op de bestaande bedrijventerreinen; geldt eigenlijk in meer of mindere mate voor alle terreinen behalve Gouwe Park.

Er zijn ook al tweede en derde generatiebestedingen zichtbaar:    

kennisdag over duurzaamheid (praktische toepassingen van en voor bedrijven) leegstandsbestrijding in winkelgebieden onderwijsprojecten in de techniek (met bijvoorbeeld de Campus Gouda) een actieve inventarisatie gericht op wat Zuidplasse bedrijfsleven kan betekenen in het 5e dorp.

Een ondernemersfonds laat zichzelf om de zoveel jaar evalueren. Die evaluaties zijn goede momenten om te kijken naar het ontwikkelingspatroon in de bestedingen. Het is in beginsel niet goed als dat patroon statisch is. Je wilt weliswaar vanuit ene fonds concrete voorzieningen financieren, maar je wilt er ook de economische dynamiek mee ondersteunen. De economie verandert, de bestedingen uit het fonds zullen dat ook doen. 9

4. Waarom gebruik maken van de ozb Het gesprek over fondsvorming wordt al enige tijd gevoerd in ons land. De ondernemersfondsen zijn op de kaart gekomen vanuit de overtuiging dat het investeren in de omgeving niet meer op alleen vrijblijvende basis kan plaatsvinden. Op basis van enkel vrijwilligheid komt de last onevenredig veel te liggen bij een actieve minderheid van ondernemers. In een fonds betalen alle partijen mee aan collectieve zaken. In het land circuleren drie modaliteiten. 1. Het gemeentebrede Ondernemersfonds op basis van de ozb. Ondernemerszelfbestuur met gemeente op afstand. Volledige bestedingsvrijheid, model aan te passen naar lokale omstandigheden en ambities. Leiden was in 2005 de eerste plek met een Ondernemersfonds. Intussen zijn het er ruim veertig verspreid over het land, van groot (Utrecht) tot klein (Schiermonnikoog). 2. Fondsen op basis van Reclamebelasting. In kielzog van ozb-fondsen in opkomst gekomen als gebiedsfonds met name in centrumgebieden. Betalers zijn de gebruikers van reclamevoerende panden. Door beperkt aantal contribuanten is de gemiddelde bijdrage hoog. Juridisch bewerkelijker en minder stabiel dan Ondernemersfondsen – die eenvoudig meeliften met bestaande ozb-heffing. 3. Bedrijveninvesteringszones (BIZ). In reactie op ozb-ondernemersfonds tot stand gekomen Rijksregeling.

Geschikt voor reeds georganiseerde gebieden met ambities begrensd in de tijd (max. 5 jaar), in bestedingen (verlengde gemeentelijke taken, vooral schoon, heel en veilig) en mate van regievoering (meerjarenbegroting goed te keuren door gemeenteraad). De procedure van tot stand komst is door het Rijk vastgelegd, een eigenstandige lokale afweging is niet noodzakelijk. Bij de keuze van de modaliteit gaat het in feite om twee vragen: 

De vraag naar de ambitie. Als de ambitie is om in een beperkt gebied voor een beperkte tijd een van te voren bepaald doel te realiseren, dan is een BIZ het meest aangewezen instrument en kan een reclamefonds ook in aanmerking komen. Als de ambitie is om de hele gemeente een economische ‘boost’ te geven en voor langere tijd dynamiek mogelijk te maken, dan is het gemeentebrede fonds de aangewezen variant en kan een reclamefonds onder bepaalde voorwaarden ook werken.

De vraag naar de regeldichtheid. Als ondernemers en gemeente hechten aan een duidelijk regelklimaat met veel toezicht en veel controle, dan is een BIZ de aangewezen weg. Wanneer de gemeente vertrouwen verkiest boven actieve controle, en de ondernemers een optimale inrichtingsvrijheid willen, dan kom je uit bij een gemeentebreed fonds of – onder bepaalde voorwaarden – bij een reclamefonds.

In Zuidplas is ondubbelzinnig de ambitie uitgesproken een gemeentebreed fonds te realiseren, modaliteit 1. Dat heeft direct te maken met de ambitie van de verenigingen: een impuls bieden aan vestigingsklimaat voor ondernemers in de hele gemeente. De BIZ is daar niet bruikbaar voor, want te gebiedsgericht, te regelvast, te weinig flexibiliteit. De Reclamebelasting valt ook af: geen participatie van eigenaren, te bewerkelijk bij de inning (hoge kosten, veel bewaar mogelijk). 10

In gesprek met de raad is een ‘4e modaliteit’ genoemd, een Vereniging van Eigenaren. Zo’n vveconstructie functioneert in Zuidplas op het bedrijventerrein Gouwe Park. Via een verplichting in de koopakte zijn alle pandeigenaren automatisch lid van de vereniging. Naar rato van het aantal m2 grondoppervlak betalen de eigenaren mee aan het collectieve parkmanagement en de beveiliging van het terrein. In winkelcentra bestaan weer andere varianten van verplicht meebetalen aan het collectief, maar dan zijn het veelal de gebruikers die via de huur periodiek een afdracht doen aan de promotiepot. Beide varianten zijn echter alleen toepasbaar in nieuw gevestigde situaties: bij de bouw van een winkelcentrum of de uitgifte van nieuwe terreinen. Het biedt geen oplossing voor reeds bestaande situaties, een dergelijke verplichting kan niet achteraf worden afgedwongen en het eigendom is bovendien versnipperd over enkele duizenden eigenaren. Nog los van het feit dat het ook hier gaat om ‘gebiedsoplossingen’ en er geen sprake is van de gewenste gemeentebrede impuls. Tot slot nog een bijkomend voordeel van het gemeentebrede fonds. Anders dan bij een BIZ of Reclamebelasting zijn er geen bijkomende inningskosten. De andere twee regelingen vergen een aparte verordening met eigen aanslagbiljetten waartegen bezwaar en beroep kan worden aangetekend.

De inningskosten kunnen oplopen tot ruim 20% van de totale fondsomvang. Het gemeentebrede fonds kent geen inningskosten en lift automatisch mee met de ozb-heffing, aanpassing van het tarief is voldoende. Bezwaar kan bovendien slechts worden aangetekend tegen de waardering van het pand, niet tegen de tariefstelling.

5. Omvang van het fonds Eén van de eerste vragen is die over de omvang van het fonds. Dat is een stevige overweging, omdat het fonds uiteindelijk betaald wordt uit een belastingverhoging. Het is een kwestie van balans: aan de ene kant moet de draaglast per bedrijf overzichtelijk blijven. De financiering van het fonds is in de regel een miniem onderdeel van de kostenstructuur van een bedrijf, maar zuinigheid blijft geboden. Aan de andere kant moet er wel sprake zijn van een substantiële opbrengst om echt slagkracht te ontwikkelen. De omvang van het fonds hangt ook samen met de ambitie. In een rustige omgeving waar gezocht wordt naar een goede financiële grondslag voor een basisvoorziening als parkmanagement, kan aan een lager bedrag gedacht worden dan in een omgeving waar veel staat te gebeuren. Bij een hoge ambitie hoort een bijpassend tariefstelling. In de praktijk werken startende ondernemersfondsen met een bijdrage tussen de € 50 en € 70 per € 100.000 woz-waarde. Met een enkele uitschieter naar boven, zoals het eiland Terschelling waar de bijdrage € 90 per € 100.000 woz-waarde bedraagt. In alle gevallen wordt de last verdeeld onder de eigenaar van het pand en de gebruiker volgens de reguliere ozb-verdeelsleutel. In Zuidplas is die verhouding 55% eigenaar en 45% gebruiker. De ambities zijn hoog en daar past een stevige investering bij.

In eerste instantie was een trapsgewijs opgebouwd tarief voorzien uitmondend in een bijdrage van 70 euro per 100.000 wozwaarde in jaar 3. Na de gespreksronde die in ondernemend Zuidplas is gevoerd hebben we aanleiding gezien om dat naar beneden bij te stellen. We hebben gemerkt dat een bijdrage van 50 euro per 100.000 woz-waarde op een positievere respons kan rekenen. .

11

Wat betekent die 50 euro voor de individuele ondernemer? We geven in onderste tabel drie rekenvoorbeelden. Een winkelpand van 3 ton, een sportvereniging met een clubgebouw van 5 ton en een grote bedrijvenloods van 8 ton.

Winkelpand van 300.000 Sportclubgebouw van 500.000 Bedrijvenloods van 8 ton

Gebruiker € 67,50 € 112,50 € 180

Eigenaar € 82,50 € 137,50 € 220

Gebruiker + Eigenaar € 150 € 250 € 400

Ter verduidelijking: een huurder van een winkelpand 300.000 betaalt jaarlijks dus € 67,50 aan het fonds. Een vastgoedondernemer die een winkelpand van 3 ton verhuurt betaalt jaarlijks € 82,50. Indien een ondernemer zowel gebruiker als eigenaar is van het pand komt het totaal bedrag neer op 150 euro. Voor de meeste ondernemers ontstijgt de bijdrage aan het fonds niet de gangbare tarieven van verenigingen en businessclubs. Voor de reeds aangesloten leden betekent het fonds vaak zelfs een effectieve verlaging van de investeringsdruk. De lasten worden over meer schouders verdeeld. En de verenigingen kunnen naar gelang de wens van hun leden de contributietarieven naar een symbolisch bedrag verlagen nu iedereen via het fonds meebetaalt aan collectieve activiteiten. Ten overvloede geven we in de volgende matrix nog eens de gemiddelde bijdrage per pand weer. De bedragen zijn gebaseerd op de bekende woz-waardes medio 2021.1

Bedrijfspand op Gouwe Park (excl. kleine units in verzamelgebouw) Bedrijfspand op overige bedrijventerreinen (excl. kleine units) Winkels en horeca Sport clubgebouwen Tuinbouwbedrijf e.a. agrarische panden (excl. van ozb-vrijgestelde glasopstanden en cultuurgrond) Kantoren

Gemiddelde wozwaarde

Gemiddelde bijdrage gebruiker

Gemiddelde bijdrage eigenaar

Gemiddelde bijdrage gebruiker + eigenaar

€ 764.000

€ 172

€ 210

€ 382

€ 484.000

€ 109

€ 133

€ 242

€ 368.000 € 395.000

€ 83 € 89

€ 101 € 109

€ 184 € 198

€ 259.000

€ 59

€ 71

€ 130

€ 265.000

€ 60

€ 73

€ 133

6. Hoe een fonds kan worden ingericht

Bijna alle fondsen werken met een structuur van trekkingsrechten. In dat systeem kan in theorie ieder winkelcentrum, bedrijventerrein en/of sector beschikken over haar eigen inleg. Dat leidt in sommige gevallen tot grote fijnmazigheid. Leeuwarden heeft 29 trekkingsrechten. De stad Utrecht doet het zelfs met 76 trekkingsgebieden. Van groot, industriegebied Lage Weide met ruim € 350.000 op jaarbasis, tot klein, winkelstrips met een paar duizend euro per jaar. Leeuwarden 1 Actualisatie ten opzichte van eerder circulerende startnotitie aan de hand van gemeentelijke informatie uit woz-bestand

12

functioneert goed, mede dankzij de bijzondere status van Culturele Hoofdstad van Europa in 2018. De stad en het georganiseerde bedrijfsleven staan nog steeds in de dynamiek van dat evenement. Utrecht functioneert ook goed, mede dankzij het enorme aantal zzp-ers dat in deze stad woont en werkt. Hoewel die zelfstandigen vaak geen vastgoed benutten en dus niet aan het fonds meebetalen, leveren ze voortdurend kader aan voor het runnen van de verenigingen. De grote fijnmazigheid is elders langzaam een sta in de weg aan het worden. Geld wordt opgepot in gebieden die niet goed tot planvorming komen. Tegelijkertijd ontbreekt het aan slagkracht en organisatievermogen om grote thema’s beet te pakken: gezamenlijke lobby, duurzaamheid, innovatie, digitalisering, arbeidsmarkt, bereikbaarheid, verblijfsklimaat, regiomarketing. Er zijn ook fondsen die het anders doen. Helmond doet het met drie trekkingsgebieden: centrum, bedrijventerreinen en wijkwinkelcentra (inclusief non-profit). Terschelling gebruikt 100% van het budget voor eilandbrede marketing. Groningen werkt met vier gebieden, een sectoralliantie (de kennisinstellingen) en met een flink stuk stadsbreed (25%), voor cultuur, ict, start-ups en politieke belangenbehartiging.

Een mogelijk inspirerend voorbeeld voor Zuidplas is de Drentse gemeente Westerveld, ook al een samengestelde gemeente met vier grotere en een aantal kleinere dorpen. Bij de oprichting van het fonds in Westerveld is overwogen om het fonds in vijf tot zes gebieden op te knippen. Maar daar is bewust niet voor gekozen. Er werd vastgesteld dat de Gemeente Westerveld ook bijna twintig jaar na de herindeling nog steeds gedragen wordt door de dorpenstructuur. De komst van het fonds is een verlate kans om daar eindelijk iets aan te doen. De ambitie was om de oude structuur te doorbreken en een gemeentebrede solidariteit te ontwikkelen. Zestig tot tachtig procent van het fondsbudget zou gemeentebreed worden ingezet. De in 2016 ‘slapende’ Koepel van ondernemersverenigingen is nieuw leven ingeblazen. De zes verenigingen stemmen hun plannen en investeringsbeslissingen gezamenlijk af in deze Koepel. De bestedingen kunnen betrekking hebben op alle kernen, maar ook zeer lokaal zijn. Het belangrijkste kenmerk is dat plannen gezamenlijk worden besproken en waar mogelijk worden uitgebreid wanneer ook andere kernen er ‘brood in zien’. Die samenwerking werpt zijn vruchten af. Het leidt tot schaalvoordelen, onderling begrip tussen de kernen en een goede balans tussen lokale en bovenlokale acties. Bovenal heeft het fonds met deze keuze veel energie en enthousiasme weten aan te boren.

De veelzijdigheid en hoeveelheid projecten die uit het fonds voorkomen maakt indruk. Achter elk project staan weer mensen, activiteiten en netwerken. Geen geringe prestatie voor een in omvang toch bescheiden fonds (circa € 300.000 op jaarbasis).

7. Zuidplasbreed investeren

We streven gezien deze ervaringen naar een substantieel Zuidplasbreed aandeel in het fonds. Met dat Zuidplasbrede budget willen we de ondernemersorganisatie professionaliseren door te investeren in een actieve fonds/programmamanager. Naar voorbeeld van onder andere Gouda waar met fondsgeld een eigen programmamanager is aangesteld.2 Deze investering werkt als een 2 Jan Willem van der Wolf voor ondernemersvereniging Gouda Onderneemt

13

aanjager om plannen te ontwikkelen, de belangenarticulatie van ondernemers snel en goed te organiseren en om samen met de gemeente werk te maken van de economische agenda. Een goed voorbeeld van de effecten die het in Gouda teweeg heeft gebracht is de casus Goudse Campus. De komst van een ‘oliemannetje’ voor de bedrijven is medebepalend geweest voor de successen die nu worden geboekt. Zeker, de grootste investering komt van publieke zijde. De overheden hebben met de onderwijsinstellingen veel geïnvesteerd om een technische kennis hotspot te ontwikkelen met doorlopende leerlijnen. Flankerende acties vanuit het bedrijfsleven zijn echter noodzakelijk om er een succes van te maken. Dat betekent: articuleren van kennisvragen uit de praktijk, aanbieden van stages en leerwerkplekken, bedrijfsbezoeken organiseren, mee ontwikkelen van leermodules, vaktechnici uit het bedrijfsleven voor de klas zetten. Dat moet georganiseerd worden, en het is zo omvangrijk dat het niet van vrijwilligersbesturen mag worden verwacht. In Gouda wordt het professioneel georganiseerd met fondsgeld. De bedrijven plukken er zelf weer de vruchten van. Zo is mede dankzij de inzet van de Goudse ondernemers de ICT Praktijkacademie gestart om het ict-tekort in de regio te dichten: een geaccrediteerde hbo opleiding waarbij de studenten vier dagen werken en één dag naar school gaan.

De bedrijven bekostigen het schoolgeld en stagevergoeding. Dat zegt genoeg over het belang van het bedrijfsleven bij deze ontwikkeling. Het ‘oliemannetje’ in Zuidplas zal met voorrang de volgende thema’s oppakken – mede afgeleid uit de Economische Agenda Zuidplas en de regiovisie voor Midden-Holland: 

Bedrijfsnetwerk opbouw bij de ontwikkelingen rondom de Goudse Campus, en het bieden van stages en leerwerkplekken aan studenten. Naast de ICT Praktijkacademie gaat het dan ook over het regionale speerpunt ‘bodemdaling’. Binnen de Campus Gouda is het Vijfde Dorp aangewezen als derde testlocatie (na de Goudse binnenstad en de Polder Bloemendaal in Waddinxveen). Doel is lokale kennis en innovatie in te zetten om een best practice te ontwikkelen rondom bouwen met moeilijke bodemomstandigheden.

Articulatie van ondernemersbelangen bij de ontwikkeling van het Vijfde Dorp. In het proces naar de bouw toe – afwikkeling bereikbaarheid, mobiliteit, ruimtelijke planning – maar ook ten aanzien van het inbouwen van werkfuncties: startersruimte, flexplekken en ambachtsruimtes, experimenteerruimte, woonwerkcombinaties en multifunctionaliteit.

Articulatie van ondernemersbelangen bij andere grote ontwikkelingen zoals de mogelijke uitbreiding van het Gouwe Park, de consequenties van de omgevingsvisie en de regionale energiestrategie, mobiliteit en bereikbaarheid. Een belangrijk punt in Zuidplas is de beperkte ov-bereikbaarheid van met name de bedrijventerreinen. En dat terwijl steeds meer gebruikers van de terreinen (staigiaires!) op deze vervoersoptie zijn aangewezen. Er zijn goede voorbeelden waar ondernemers met fondsgeld investeren in shuttlebusjes tijdens ochtend- en einde middag-uren. Een andere mogelijkheid is te investeren in collectieve e-bikes te gebruiken tussen station en de terreinen.

Functiemenging bespoedigen in de dorpen; eenzijdig ontwikkeld gebied met modernistische uitbreidingswijken, komt vijfde dorp nog bij. Stedenbouwkundig is functiemenging helemaal terug. Werk, ontmoeting en ontplooingsmogelijkheden dichtbij 14

de woonfunctie. Levendige woonwijken. Haagse Binckhorst, hele simpele norm bij iedere woning één arbeidsplaats erbij. 

Investeren in toekomstige personeelsvoorziening Ongeremd door de crisis blijft de druk op de personeelsvoorziening van veel bedrijven hoog. Met name in de technische sector is het talent schaars. Dat wordt nadrukkelijk bij de technische bedrijven op het Gouwe Park gevoeld. De instroom in techniekonderwijs is nog te beperkt en bovendien is de aansluiting met het bedrijfsleven nog voor verbetering vatbaar. In onze regio Midden-Holland gaat daarom geïnvesteerd worden in diverse projecten die zowel de instroom moeten verhogen als de aansluiting met het lokale bedrijfsleven versterken. We denken onder meer aan: o Technische banenmarkt organiseren in samenwerking met onderwijsinstellingen o Stage- en leerbanenoverzicht creëren, toegankelijk voor studenten/scholieren en bedrijven o Organiseren gastlessen, bedrijfsbezoeken, docentstages o Scholieren in campagnes wijzen op technisch profiel regio en carrièremogelijkheden o Praktijkopdrachten uitwerken met participatie diverse lokale bedrijven o Start P&O netwerken inclusief collectieve aanbesteding taallessen, bhv-trainingen, etc. o conform de Economische Visie van Zuidplas met de gemeente nagaan of een starterscentrum in de techniek een kansrijke businesscase is. Gekoppeld aan de ROC’s in de regio en de Campus Gouda.

Kennisontwikkeling op het thema duurzaamheid en circulaire economie. In Waddinxveen worden hier al duidelijke stappen in gezet via het Duurzaamheidsplatform, een commissie van de ondernemersvereniging. Er kan gedacht worden aan het organiseren van kennissessies, masterclasses maar ook het doen van gezamenlijk onderzoek naar bijvoorbeeld gebruik van restwarmte of inzet van aardwarmte. Vooral in de combinatie van glastuinbouw – die al over enige capaciteit beschikt – en de bedrijven op de terreinen liggen kansen om businesscases uit te werken.

Onderzoek naar mogelijkheden van gezamenlijke inkoop van bijvoorbeeld glasvezel of het actuele thema cybersecurity. Concreet gaan er nu al geluiden op voor de ontwikkeling van glasvezel in het buitengebied. We kijken met een schuin oog naar Pijnacker-Nootdorp waar de ondernemers met hulp van het fonds de komst van een modern glasvezelnetwerk hebben weten te bewerkstelligen.

Overigens moet de indruk worden vermeden dat belangenbehartiging om achterkamerwerk zou gaan. Dit gemeentebrede stuk moet het brandpunt worden van het politiek-economische gesprek door en voor ondernemers. Daar horen periodieke bijeenkomsten bij over het overheidsbeleid, kennis & kunde bijeenkomsten, onderhoud via een website, enzovoort. Om deze inhoudelijke ambities te kunnen verzilveren zou een investering van 2 ton per jaar het beste passen. Gezien de discussie in Zuidplas, en onder meer het gesprek met Gouwe Park (zie even verderop in dit rapport) hebben de initiatiefnemers besloten het bedrag te beperken tot een kwart van de totale fondsopbrengst. Daaruit bekostigen we de fulltime fondsmanager/secretaris , we voorzien in een beperkt budget voor regiozaken (o.a. Ondenemersprijs, netwerkevents), scheppen 15

ruimte voor inhuur externe capaciteit (o.a. ruimtelijke ordening, bereikbaarheid) en dragen zorg voor algemene terugkerende kosten (accountant, administratie, weerstandsreserve). Een belangrijk deel van het budget zal worden ingezet als ‘prikkelgeld’ om meer investeringen naar Zuidplas toe te halen. ‘Met geld, geld maken.’ We zien namelijk dat om een beroep te doen op (semi-) publieke investeringsfondsen een vorm van lokale, particuliere cofinanciering een noodzakelijke randvoorwaarde is. Diverse financieringsregelingen bij de Provincie maar bijvoorbeeld ook van de Economic Board Zuid-Holland verlangen een vorm van particuliere cofinanciering. Met behulp van het Zuidplasbrede budget in het Ondernemersfonds kunnen we de financiering van de grond krijgen en belangrijke investeringen naar Zuidplas halen.

8. …en gebieds- en sectorgericht investeren We willen in het fonds daarnaast recht doen aan specifieke gebieds- en sectorbelangen. We komen daartoe tot een hoofdindeling naar zes trekkingsrechten: de bedrijventerreinen, het Gouwe Park, de de non-profit, de retail met bedrijven in de dorpskernen, de land- en tuinbouw en het overige buitengebied. In bijlage 1 bij deze notitie maken we de opbrengsten binnen die trekkingsrechten tot op locatieniveau inzichtelijk. De zes genoemde trekkingsrechten investeren 25% van de eigen fondsinleg in het eerder genoemde Zuidplasbrede budget.3 Daarbij worden zzp’ers zonder zakelijk vastgoed uitgenodigd financieel mee te participeren in het fonds. De additionele opbrengst van de zzp’ers zal in eerste instantie worden aangewend voor het Zuidplasbreed deel. Zzp’ers kunnen voorstellen indienen ten behoeve van het collectief om dit budget in te zetten. Na drie jaar zal worden bezien of deze werkwijze naar ieders tevredenheid functioneert. De verdeling van de trekkingsrechten ziet er dan als volgt uit, volledigheidshalve geven we onderin de tabel het budget Zuidplas breed weer en de totale fondsopbrengsten. Opbrengsten per trekkingsrecht bij € 50 per € 100.000 woz-waarde (afgeronde getallen) en investering van 25% in Zuidplasbrede budget

Bedrijventerreinen Zuidplas Gouwe Park Non-profit Retail en dorpseconomie Buitengebied (excl. landbouw) Land- en tuinbouw Zuidplasbreed (incl. algemene kosten) Totale fondsomvang

Opbrengst bij € 50 per 100.000 woz-waarde na aftrek 25% Zuidplasbreed € 88.000 € 67.000 € 58.000 € 49.000 € 33.000 € 31.000 € 111.500 (=25% trekkingsrechten) € 446.000

Over de zes trekkingsrechten nog het volgende.

3 LTO plaatst hier de kanttekening bij dat zij liever 10 tot 15% Zuidplasbreed beleggen. Het gesprek over de meest

effectieve besteding van het fondsgeld zal binnen de stuurgroep gevoerd blijven worden.

16

Het voorstel is dat de bedrijventerreinen zoveel mogelijk gezamenlijk optrekken vanuit het oogpunt van schaalvoordelen. Basisvoorzieningen als beveiliging en parkmanagement kunnen centraal tegen een gunstig tarief worden ingekocht, met medeneming van specifieke omstandigheden per terrein. De landelijke praktijk wijst uit dat gezamenlijke aanbesteding zowel de kosten (minimaal) als de kwaliteit (maximaal) ten goede komt. Zo werken in de fondssteden Utrecht en Helmond alle bedrijventerreinen samen: groot en klein. Zelfs voor zeer omvangrijke werkgebieden als het Utrechtse Lage Weide (ca 450.000 aan jaarbudget) blijkt dat rendabel. En ook voor grotere investeringen in de kwaliteit van de terreinen loont het om de samenwerking op te zoeken. Denk aan onderzoek voor gebruik van restwarmte, geothermie, verfraaiing van de openbare ruimte, klimaatadaptatie, shuttle bussen, etc. De aansturing van het trekkingsrecht vindt in gezamenlijkheid plaats. De drie verenigingen (VION, OVM, OV-ZM) voeren tot nader orde de regie over het budget en betrekken daar woordvoerders van de terreinen bij. De besteding per bedrijventerrein zal over de jaren worden gemonitord en zal zoveel mogelijk verband houden met de opbrengsten per terrein als uitgedrukt in bijlage 1.

Gouwe Park heeft een uitzonderingspositie bedongen in het fonds en houdt het terreinbudget geheel in eigen beheer. We gaan wel uit van een bijdrage aan het Zuidplasbrede aandeel in het fonds.

De keuze is om de non-profit een eigen aandeel in het fonds te laten beheren. De ambitie is wel om het budget zoveel mogelijk aan te laten sluiten op de initiatieven van ondernemers. We komen verderop in deze notitie nog uitgebreid te spreken over de positie van non-profit in het fonds.

Een logisch ankerpunt voor de bedrijvigheid in de kernen zijn de winkeliersverenigingen. De retail brengt weliswaar slechts een deel van de kernbudgetten op maar is de meest aangewezen partij om levendigheid en sfeer te realiseren in de kernen. Daar hoort wel bij dat ook niet-leden en niet-winkeliers in staat worden gesteld mee te praten over de bestedingen. De bestedingsdoelen van deze gebieden zullen praktisch-promotioneel van aard zijn. De retail in de dorpscentra blijven in zekere zin elkaars concurrenten. Vanuit dat oogpunt is het logisch dat ieder dorp over een eigen trekkingsrecht beschikt – zie dus bijlage 1 voor het volledige overzicht.

De landbouw is in dit voorstel als sector met een afzonderlijk trekkingsrecht opgenomen. In contacten met LTO is onderstreept dat Zuidplas te maken krijgt met schaalvergroting en concentratie; dat er inspanningen nodig zijn om arbeidsmigranten aan de streek te binden; dat gezamenlijke investeringen in energietechnologie en verduurzaming nodig zijn. En wellicht is het ook zaak te investeren in marketing, promotie en publiekscontacten. Daarmee is ook gezegd dat LTO een voor de hand liggende partij is om het trekkingsrecht uit te oefenen. Daarbij zou wel de afspraak gemaakt kunnen worden dat LTO zorgt voor

17

periodiek contact met niet-leden, zodat zij ook in de gelegenheid zijn om informatie te winnen en voorkeuren aan te geven. 

Het buitengebied beschikt (nog) niet over een gezamenlijke woordvoering. Uit andere fondsen weten we echter dat er – steeds meer - goede inhoudelijke bestedingen te vinden zijn, waaronder collectieve aanbesteding van glasvezel maar bijvoorbeeld ook zaken als beveiliging of investeringen in energiemaatregelen. Ook hier ligt het primaat voorlopig bij de drie verenigingen waar ook diverse ondernemers actief in het buitengebied bij zijn aangesloten.

De trekkingsgerechtigden voeren gezamenlijk de regie over het Zuidplasbrede budget. In de praktijk betekent dit de huidige stuurgroep (de drie verenigingen en lto) aangevuld met een vertegenwoordiger van het Gouwe Park en de non-profit.

Nog twee kanttekeningen bij deze aanpak. Ten eerste: het geschetste beeld is een combinatie van vertrouwd (drie verenigingen in positie brengen) met innovatief (gezamenlijk optrekken en gemeentebrede pooling van budget). Dat vergt bestuurlijk pionierschap. Gunfactor, breed kijken, kennis opbouwen... dat zijn de eerste jaren belangrijke kwaliteiten. Daar staat de ‘Westerveldfactor’ tegenover: je kunt er een enorme dynamiek mee los maken. Ten tweede: er is tijd voor een rustige opbouw. Nieuwe fondsen hebben in de regel enige rijd nodig om op stoom te komen. Er is vanaf 1 januari 2022 geld voor acute zaken en het is vanaf dat moment ook aantrekkelijk om goede plannen voor de langere termijn te maken.

9. Hoe gaat het werken vanuit de individuele ondernemer?

Hoe gaat het fonds nu werken bezien vanuit een individuele ondernemer? Er zijn een paar uitgangspunten:   

Voor het fonds telt iedereen die ozb niet-woningen betaalt, als ondernemer die toegang heeft tot de infrastructuur van het fonds Het fonds zorgt voor ‘vindbaarheid’: hoe is ondernemend Zuidplas georganiseerd, waar kan een individuele ondernemer heen met zijn vraag of initiatief? De ondernemer moet zich vervolgens melden als lid van de vereniging die bij hem past. In die vereniging wordt het gesprek gevoerd over plannen en bestedingen. Een vereniging is een democratische en controleerbare organisatievorm. Dat is belangrijk, want het fonds werkt officieel met publiek geld en dat moet langs democratische weg bestemd worden. De contributie voor de vereniging hoeft geen hindernis te zijn. Per vereniging zal het huidige contributie beleid worden heroverwogen. De daarbij geinde contributies zullen na komst van het fonds zeer beperkt zijn en voornamelijk worden aangewend voor enkele netwerk events t.b.v. deze verenigingen. 18

Na vaststelling van de activiteit neemt het fonds de financiering en verrekening op zich.

10.

Bijzondere posities

In een gemeentebreed fonds zit iedereen in dezelfde boot. In het overgrote deel van de veertig gemeenten die al met zo’n fonds werken, blijkt dat goed uit te pakken. Na verloop van tijd is 100% van het gebied georganiseerd en overal vinden activiteiten plaats. En de gelijke positie van elk ondernemerscollectief, vergemakkelijkt de onderlinge uitwisseling en alliantievorming. Dat neemt niet weg dat zich bijzondere posities voor zullen doen waar afzonderlijk aandacht voor nodig is. In deze paragraaf benoemen we er vier, vanuit de landelijke ervaring: non-profit, grote bedrijven, ‘stand alone’ bedrijven en zzp’ers.

10a. Non-profit De ozb voor niet-woningen wordt ook opgebracht door ondernemingen zonder winstoogmerk: onderwijs, zorg, cultuur en sport. Vooral van gemeentezijde wordt vaak gevraagd hoe dat zit: nonprofit organisaties in de rol van ‘bedrijfsleven’. In de praktijk blijken de niet-commerciële partijen vaak voorlopers te zijn als het aankomt op samenwerking in een ondernemersfonds. Onderwijs, zorg-, sport-, cultuur- en buurtorganisaties zijn voor hun eigen bedrijfsvoering vaak al actief op zoek naar contacten met het lokale bedrijfsleven. Ten eerste omdat zij eveneens baat hebben bij een schone, aantrekkelijke, bereikbare en veilige omgeving. Daarnaast zijn er nog meer specifieke motivaties. Scholen willen afspraken maken over stagebeleid en bedrijfsbezoeken. Sportclubs en cultuurorganisaties zoeken naar sponsordeals en aanbod van combinatiepakketten (b.v. avondje uit, met eten). Zorginstellingen zijn weer gebaat bij promotieactiviteiten (‘dag van de zorg’) en dienstverlening aan cliënten (boodschappenservice, bankjes van zorgplek naar centrum, etc.). Het gaat vaak om heel zichtbare activiteiten, zoals onderstaande voorbeelden: 1. Het Technolab in Leiden organiseert workshops voor kinderen die het enthousiasme voor de techniek en exacte vakken vergroot. Aanwijzingen zijn dat op jonge leeftijd investeren in goed en aansprekend techniekonderwijs de instroom flink kan verhogen.

Gezien de grote tekorten in de technische sector wordt de investering breed gedragen door het Leidse bedrijfsleven. Het initiatief heeft navolging gekregen in Súdwest Fryslân, ook daar mede met dank aan het aanwezige fonds. 2. In Zwijndrecht wordt met fondsgeld een beurs voor maatschappelijke instellingen, bedrijven en vrijwilligers georganiseerd waarbij vraag en aanbod worden gematcht. Met gesloten beurzen wordt kennis en capaciteit onderling gedeeld. De beurs functioneert als vliegwiel voor de samenwerking tussen bedrijven en non-profitorganisaties, en non-profitorganisaties onderling. 3. Het Helmondse ORO, een intramurale instelling voor verstandelijk beperkte mensen, organiseert samen met lokale wijkwinkeliers een jaarlijkse kerstmarkt voor de eigen cliënten, met leerlingen van het stedelijke mbo die via een stage optreden als gastheer 19

4. In Utrecht worden diverse muziekfestivals e.a. culturele optredens met lokale (amateur)gezelschappen en/of studenten, georganiseerd in samenspraak met horeca en omliggende bedrijven, ook (gratis) klassieke concerten voor cliënten van zorginstellingen vinden er plaats 5. Vervoeraanbod met vrijwillige chauffeurs voor minder valide personen. Onder meer de buurtmobiel in Utrecht en de Seniorenbus in Lisse. Het Ondernemersfonds is veelal één van de financiers. 6. In o.a. Lisse worden sportevenementen voor basisschoolleerlingen georganiseerd, in samenwerking met lokale sportclubs 7. Het fonds in Westerveld investeert in verschoonfaciliteiten voor volwassen personen met lichamelijke en/of verstandelijke beperking die niet zindelijk zijn op recreatieve plekken, om een dagje uit voor hen toegankelijker te maken. 8. Organiseren bezorgservices met lokaal aanbod aan verswaar en non-food waren – aanvullend op boodschappenservices. Initiatief van winkelcentra in combinatie met zorgcentra. Onder andere in Culemborg en Utrecht. Meer abstract, maar minstens zo belangrijk, is het investeren in organiserend vermogen: 

Sportverenigingen in Pijnacker-Nootdorp hebben zich na (en door) de komst van een fonds georganiseerd in een collectieve Sportraad; de Sportraad organiseert collectieve zaken (zoals ‘sportdagen’ en gezamenlijke energie-inkoop), en is actieve gesprekspartner van de gemeente o.a. bij het opstellen van de lokale sportnota. In Assen hebben zorginstellingen (van ziekenhuis tot tandartspraktijk) zich georganiseerd in ‘Zorgstad Assen’, de branche organiseert symposia om lokale netwerkvorming te versterken, heeft het zorgaanbod digitaal ontsloten en faciliteert patiëntvoorlichtingsbijeenkomsten. In Groningen hebben universiteit, hogeschool en academisch ziekenhuis zich verenigd om met geld uit het ondernemersfonds de ‘triple helix’ organisatie te runnen, voor het intensiveren van de kenniseconomie.

De crux van dit soort voorbeelden is dat overal oplossingen voor zijn, die recht doen aan zowel de belangen van individuele non-profit ondernemingen als aan de samenhang in de lokale economie. De landelijke praktijk leert dat non-profit organisaties op drie manieren participeren in een fonds. 

Met een eigen sectoraandeel, de eigen inleg minus algemene kosten en investeringen in gemeentebrede activiteiten. Dat is onder andere het geval in Leiden (onderwijs en sport), Gouda (zorg en onderwijs) en Enkhuizen (cultureel maatschappelijk gecombineerd). Leidt tot specifieke activiteiten ten behoeve van de sector (sportdagen, maatschappelijke beursvloer, stagemarkt en dergelijke).

In de gebieden samen met de bedrijven. De non-profitorganisaties zijn op gebiedsniveau actief in de planvorming. Enerzijds vanuit het idee dat ook zij belangen hebben bij een goed verzorgde, nette omgeving. Zo doen veel sportclubs graag mee aan collectieve beveiligingspakketten om de kosten te drukken en de veiligheid voor jeugdleden in de avonduren te vergroten. Zoals ook extra strooien in de wintermaanden een uitkomst biedt 20

voor zorg- en onderwijsinstellingen. Daarnaast voegen zij maatschappelijke buurtactiviteiten toe aan de mix van bestedingen op gebiedsniveau: kunstmarkten, sfeeractiviteiten in de zorgcentra, bezorgservices, et cetera. Aansprekende voorbeelden zijn te vinden in Utrecht, Leeuwarden en Helmond. 

Een aantal fondsen pionieren met een nadrukkelijke participatie van non-profit op gemeentebreed niveau. De inleg van de non-profit wordt in dat geval toegevoegd aan het budget voor gemeentebrede activiteiten. Vergt vertrouwen, genoeg contactmomenten en bestuurlijke creativiteit. Goede praktijkvoorbeelden zijn het Drentse Westerveld en het Limburgse Heerlen. Niet helemaal toevallig gebieden met een stevige opgave. Moeilijke omstandigheden trekken ook weer creatieve personen en stevige bestuurders aan.

10b. Grote bedrijven De meeste ondernemers die al lid zijn van een ondernemersvereniging zullen na de komst van een ondernemersfonds financieel eerder minder dan meer gaan bijdragen (afhankelijk van wat de verenigingen met hun contributie doen). Voor echt grote bedrijven kan dat anders liggen. En om meer redenen zijn de grote stakeholders voor een ondernemersfonds van belang. Het gaat niet alleen om het gegeven dat zij in absolute bedragen toch een behoorlijke som aan het fonds bijdragen. Het gaat er ook om dat grote bedrijven en instellingen belangrijk zijn in hun omgeving. Hun belangen en ambities moeten in het ondernemersfonds goed tot articulatie komen. In Zuidplas hebben we het niet over een DSM of universiteit. Stakeholders van die omvang herbergt de gemeente niet. Maar dan nog zijn er altijd grotere, beeldbepalende bedrijven. Die zijn zich vaak van hun (maatschappelijke) rol bewust en ze hebben ook een navenant belang bij een goed georganiseerde omgeving. Het actief opzoeken van grote bedrijven en het betrekken van hun ambities en hun kijk op hun omgeving levert elders vaak een goede dynamiek op, die in bestaande ondernemersverenigingen vaak nog niet naar boven komen. 10c. ‘Stand alone’ bedrijven Voor geclusterde bedrijven – bedrijventerreinen, retailgebieden, landbouw – is het niet moeilijk om gezamenlijke directe belangen aan te wijzen.

Bij ‘stand alone’ bedrijven – bedrijven zonder directe omgevingsbelangen - is dat lastiger. Het kan gaan om een adviesbureau gevestigd in een winkelgebied, een zorgpost in een woonwijk, een handelsbedrijf in het buitengebied, of wat ook. Dit zijn situaties die vaak de vraag ‘what is in it for me’ oproepen: waarom moet ik als individuele ondernemer bijdragen aan collectieve belangen? Dat is een legitieme vraag, maar het is ook een beetje een dooddoener. Want het antwoord hangt af van wat de vragensteller zelf wil. Als hij of zij nooit ergens aan mee wil doen, is dat onderdeel van het (free rider) probleem. En als een ondernemer wel in collectief verband actief is, dan zal hij of zij de vraag niet stellen. Maar toch. Er zijn in de discussie over een ondernemersfonds steeds twee aspecten:

21

1. Gezond eigenbelang, oftewel what’s in it for me. Hoezeer het per ondernemer op te brengen bedrag ook is (voor de meeste ondernemers gaat het om kleine bedragen, bovendien wellicht straks in mindering te brengen op eventuele contributiebedragen), om ondernemers achter het idee te krijgen, moeten ze natuurlijk wel het idee hebben dat het een verbetering betekent voor hun ondernemersklimaat. 2. Het gezamenlijk gevoel dat dit goed is voor de ontwikkeling voor het hele vestigingsmilieu. In veel gevallen komt de motivatie achter het fonds voort uit zorgen over de economische en demografische ontwikkeling van de stad. Je hebt, zo leert de ervaring, allebei nodig. Een praktisch voorbeeld van elders in het land is de positie van een metaalwerkplaats in een dorp dat grotendeels leeft van het toerisme. Het was duidelijk dat het budget vanuit het ondernemersfonds grotendeels aan het toerisme besteed zou worden: marketing, beveiliging, voorzieningen. Het metaalbedrijf was zoekend, tot dat in de discussie door winkeliers, garagebedrijf en dokterspost werd opgemerkt dat ze alleen konden overleven dankzij de toeristische druk in het zomerseizoen. Zonder die druk zou de omgeving helemaal stil vallen, ook die van het metaalbedrijf.

Als je bereid bent iets abstracter te kijken, kun je infrastructuur, onderwijs, sociaal beleid, politieke stabiliteit en tal van andere zaken als een verlengd bedrijfsbelang zien. Alleen een instrumentele discussie over eigenbelang is onvoldoende basis voor een goede start van het fonds. Er moet een gezamenlijke urgentie zijn, dat het nodig is een volgende stap te zetten in de ontwikkeling van het organiserend vermogen. En er moet enige solidariteit zijn, een gunfactor. 10d. ZZP’ers In het fonds telt iedereen die ozb voor niet-woningen betaalt, als ondernemer. En alle ondernemers moeten de mogelijkheid hebben om mee te praten. Wat betekent dat voor zelfstandigen? Zelfstandigen vormen een groeiende macht in het lokale bedrijfsleven. Ze vertegenwoordigen al een behoorlijk deel van de werkende bevolking. Voor zover ze zakelijk vastgoed gebruiken, is dat voor het fonds geen enkel probleem: ze doen gewoon mee. Zelfs wanneer ze zelf geen aanslag ontvangen omdat de verhuurder de ozb in de huur verrekent – zoals in sommige bedrijfsverzamelgebouwen het geval is – horen ze er bij. Een discussiepunt is de positie van zelfstandigen die vanuit huis werken. De grondtoon in de meeste langer bestaande fondsen is dat zzp-ers welkom zijn in de verenigingen.

Zelfstandigen steken vaak veel tijd in netwerkvorming, zijn even vaak beschikbaar voor werk en klussen in verenigingsverband en hebben door hun flexibiliteit en werk-prive-balans veel mogelijkheden om iets bij te dragen. Het ‘sociale kapitaal’ dat ze meebrengen, weegt op tegen de afwezigheid van een financiële bijdrage. Maar potentieel kan het om grote aantallen gaan. Het is denkbaar dat ondernemersverenigingen in meerderheid uit zelfstandigen bestaan, terwijl het budget door een beperkt aantal grotere bedrijven wordt opgebracht. Om scheve ogen te vermijden, is hert een optie om van hen een nominale bijdrage te vragen, bijvoorbeeld 50 of 70 euro per jaar.

22

Iets anders is de vraag of je het fonds ook gaat gebruiken om afzonderlijke activiteiten voor zzp-ers te verrichten, bijvoorbeeld kennis & kundebijeenkomsten. Dat is zeker de moeite waard: de zelfstandigen zijn er belangrijk genoeg voor. De vraag is alleen of je dat moet doen vanuit een eigen trekkingsrecht voor zzpers of vanuit het b2b-budget. Een definitief antwoord is niet te geven, maar voorlopig zou de voorkeur uit kunnen gaan naar de tweede optie. Dat schept mogelijkheden om de dynamiek van deze vorm van ondernemerschap goed uit te rollen.

10e. De gemeente De gemeente betaalt ook ozb en zou dus kwalificeren als ondernemer die kan meedoen aan het ondernemersfonds. de gemeente is zelfs een grote ondernemer: tot de gemeentelijke eigendommen behoren ook faciliteiten voor sport en onderwijs. Maar de gemeente kan zich als enige ondernemer aan het fonds onttrekken, simpelweg door eenzijdig de eigen bijdrage via de ozb af te trekken van de subsidie aan het fonds. De vraag is wat wenselijk is. Er zijn twee benaderingen: 

De gemeente moet het goede voorbeeld geven, steun laten zien voor het ondernemersinitiatief en gewoon meedoen. Dat gebeurt in veel gemeenten, waaronder het al genoemde Westerveld en ook bij het grote fonds in Utrecht. Zeker de sectoren en bedrijven waarvan de ozb via de gemeente loopt – zoals het basisonderwijs en delen van de sport – zijn vorstander van gemeentelijke participatie: als de gemeente niet meedoet, missen ze de kans om deel te nemen aan de netwerken van ondernemers. Maar er is een complicatie. De gemeente is niet alleen vastgoedeigenaar, maar ook publieke partij. Als de vastgoedchef van de gemeente in het fonds gaat meepraten over gebiedsbelangen, is dat prima. Maar als de gemeenteraad zich met de uitgaven wil bemoeien, is dat een uitholling van het beginsel van non-interventie. De gemeente doet niet mee. Negatief gezegd betoont de gemeente zich daarmee de laatste ‘freerider’, positief gezegd respecteert de gemeente daarmee het noninterventiebeginsel. In Leiden doet de gemeente niet mee en in de afgelopen 15 jaar is het op enkele momenten inderdaad opportuun gebleken dat de politiek niets te zeggen had in het fonds.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10529009/1