Bijlage 1 Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 – Toelichting, versie 29 maart 2024 A24.000166
Tekst van het document
De overstromingsdiepten komen voort uit een overstromingsrisico analyse die is uitgevoerd door HKV als onderdeel van het MER traject (Overstromingsscenario’s Zuidplas 5e dorp, juni 2022). De genoemde vloerpeilen blijven droog bij een doorbraak van het regionale dijklichaam en falen van de stormvloedkeringen en genoemde zeespiegelstijging tot twee weken na de doorbraak. De verwachting is dat een bres in de kering eerder gedicht zal worden.
Sweco | Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Datum29-03-2024
Versie Vastgesteld 96/120
inwoners. Deze woningen hebben een dakraam om verticaal te kunnen evacueren, daarnaast worden er in het dorp publieksruimtes beschikbaar gesteld, op voldoende hoogte waar men kan schuilen in geval van overstromingen met benodigde voorzieningen (zogenoemde shelter). In de volgende fase wordt bij de Veiligheidsregio advies ingewonnen of op deze manier de waterveiligheid en de zelfredzaamheid voldoende is geborgd bij een overstroming vanuit de Hollandse IJssel als onderdeel van de meerlaagse veiligheid. 19. Door het vasthouden en bergen van water en het hanteren van een flexibel waterpeil zal het gebied minder afhankelijk zijn van de aanvoer van water. De precieze periode is afhankelijk van inrichting en gebruik van het gebied en met een volle waterbuffer aan begin van de droge periode. De wateraanvoerbehoefte wordt hiermee aanzienlijk gereduceerd. De waterpeilen kunnen nog afwijken van hierboven voorgestelde fluctuaties en principes. Dit heeft geen invloed op het bestemmingsplan. De gevolgen van droogte op bebouwd gebied worden zo min mogelijk afgewenteld op omliggende gebieden. 20. Bij de bestaande woonlinten wordt op kavelniveau nader onderzoek uitgevoerd om het nieuwe waterpeil mogelijk te maken. Daar waar dit niet mogelijk is zal gezocht worden naar een alternatieve maatwerkoplossing, zoveel mogelijk in collectief of in uiterst geval op kavelniveau.
De waterhuishoudkundige situatie voor bestaande kavels zal tenminste gelijk blijven of verbeteren. 21. Door het opzetten van het waterpeil in het woongebied is het mogelijk dat er minimale verandering in de kwelsituatie optreedt in de Groene Waterparel. Uitgangspunt is dat geen verslechtering van de waterkwaliteit optreedt in de Groene Waterparel. Door in het plangebied maatregelen te nemen voor het verbeteren van de waterkwaliteit en het vasthouden van water zal, bij gelijk functioneren van het watersysteem, er minder vaak water via de 4e tocht langs de Groene Waterparel worden gevoerd. In bovenstaande maatregelen zit mogelijk één wijziging ten opzichte van het Voorkeursalternatief zoals dat is onderzocht in het MER. Het betreft het waterpeil van het Energielandschap en de 4e tocht. In het Voorkeursalternatief was het waterpeil in het Energielandschap gelijk aan het waterpeil in de Watertuinen en Kreekrugdorp. In het waterstructuurplan is voor het Energielandschap, afhankelijk van de te kiezen afwateringsvariant, mogelijk een ander – iets lager – waterpeil voorgesteld. Dit waterpeil valt binnen de bandbreedte van het alternatievenonderzoek dat in het MER is uitgevoerd. Het meenemen van dit waterpeil in het Voorkeursalternatief zou in het MER niet tot andere (nieuwe) effecten hebben geleid.
Om die reden is er voor gekozen om deze mogelijke wijziging op te nemen in de waterparagraaf (toelichting van dit bestemmingsplan), maar niet te verwerken in het MER.
Sweco | Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Datum29-03-2024
Versie Vastgesteld 97/120
4.10 Natuur Kader Ontwikkelingen kunnen effect hebben op beschermde natuurwaarden. Dit betreft potentiële effecten op beschermde soorten, maar ook effecten op beschermde natuurgebieden zijn mogelijk. Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. De Wet natuurbescherming bevat alle regels voor de bescherming van zowel soorten als natuurgebieden. In het kader van de Wet natuurbescherming is het noodzakelijk om inzicht te hebben in de mogelijke effecten van het project op de beschermde natuurwaarden. Soortenbescherming De bescherming van in het wild voorkomende planten- en diersoorten is vastgelegd in de Wet natuurbescherming. De Europese Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn zijn voor Nederland geïmplementeerd in deze wet. Op grond van de Wet natuurbescherming gelden diverse verbodsbepalingen, zoals het doden van specifiek aangewezen vogel- en vleermuissoorten. Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een netwerk van Europese natuurgebieden. Deze gebieden zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen. In Nederland zijn deze richtlijnen geïmplementeerd in de Wet natuurbescherming. Nederland heeft ruim 160 Natura 2000-gebieden, waaronder het IJsselmeer en de Waddenzee. Per gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen vastgelegd voor de soorten waarvoor het gebied een belangrijke functie heeft.
Activiteiten in Natura 2000-gebieden zijn alleen toegestaan als significant negatieve effecten op de gestelde instandhoudingsdoelstellingen zijn uitgesloten, of als een afweging heeft plaatsgevonden over alternatieven, dwingende redenen van groot openbaar belang en de inzet van compenserende maatregelen. In de passende beoordeling worden de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen bepaald. Daarbij dient ook een eventuele externe werking van een initiatief op nabijgelegen Natura 2000-gebieden te worden bepaald. De Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn bieden een juridisch kader dat verzekert dat menselijke activiteiten worden ondernomen op een wijze die de integriteit van Natura 2000gebieden niet negatief beïnvloeden. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland. Wanneer (kleine) natuurgebieden en de daarin voorkomende soorten geïsoleerd komen te liggen, bijvoorbeeld door bebouwing en infrastructuur, bestaat het risico dat soorten niet kunnen overleven en het natuurgebied zijn waarde verliest. Door het aaneenschakelen van natuurgebieden wordt een bijdrage geleverd aan het voorkomen van deze achteruitgang van natuur en biodiversiteit (veelheid van soorten).
Provincies wijzen de NNN-gebieden aan en deze worden op hun beurt vastgelegd in ruimtelijke plannen van de gemeenten. De ecologische hoofdstructuur is planologisch beschermd met het 'nee, tenzij'-principe. Nieuwe ontwikkelingen zijn niet toegestaan als deze het gebied aantasten, tenzij er geen alternatieven zijn en de ontwikkeling van groot openbaar belang is. Schadelijke effecten op de natuur dienen te worden gecompenseerd.
Sweco | Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Datum29-03-2024
Versie Vastgesteld 98/120
Betekenis voor het bestemmingsplan: Om inzicht te krijgen in de effecten van het plan op de natuur heeft er een ecologisch onderzoek plaatsgevonden. Hieruit kwamen de volgende conclusies: Soortenbescherming Op basis van bronnenonderzoek en een habitatgeschiktheidsbeoordeling is het plangebied potentieel geschikt voor de volgende beschermde soorten: huismus, gierzwaluw, steenuil, ransuil, buizerd, sperwer, diverse soorten vleermuizen (o.a. gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, watervleermuis en meervleermuis), waterspitsmuis, ringslang en platte schijfhoren. Verder zijn er verschillende (deels Rode Lijst) vogelsoorten in het plangebied aanwezig, zoals weidevogels als grutto, kievit, tureluur en slobeend. Door het plan kunnen leefgebieden van diersoorten of groeiplaatsen van (beschermde of Rode Lijst) plantensoorten verdwijnen. Door het voorgenomen plan worden (mogelijk) vaste verblijfplaatsen van vogels en vleermuizen vernietigd of verstoord. Ook wordt (mogelijk) leefgebied van vogels en vleermuizen vernietigd of verstoord. Hierbij valt te denken aan vernietiging of aantasting van foerageergebied van vogels en vleermuizen en vliegroutes van vleermuizen, maar ook leefgebied van zoogdieren, amfibieën, reptielen en ongewervelden. Verder wordt (mogelijk) leefgebied van de waterspitsmuis, ringslang en platte schijfhoren vernietigd.
Binnen het plangebied komen diverse Rode Lijstsoorten voor, zoals in beperkte mate weidevogels. Toenemende verstoring door geluid en licht van het plan – zoals infrastructuur, bedrijven en woningen – maken de reeds (zeer) beperkt geschikte gronden voor weidevogels nog minder geschikt of zorgen ervoor dat deze in zijn geheel verdwijnen. Om het verdwijnen van de zeer beperkt geschikte grond voor weidevogels te compenseren, kan worden ingezet op het voor weidevogels geschikter maken van weidegronden die gelegen zijn in het plangebied of in de directe omgeving van het plangebied. Dit kan door het nemen van enkele maatregelen zoals het (fors) verhogen van de grondwaterstand en minder intensieve landbouw. Met deze maatregelen wordt tevens invulling gegeven aan een toekomstbestendige landbouw. Binnen het ruim 1.000 ha grote plangebied wordt 390 ha bebouwd (waarvan 325 ha het Vijfde Dorp is en 47 ha netto bedrijventerrein), een bos gerealiseerd en wordt in de Groene Schakel natuur gerealiseerd. Dit levert in verschillende gebieden kansen op voor bestaande en nieuwe soorten. (Beschermde) soorten die hierdoor in het plangebied kunnen voorkomen zijn o.a. boommarter, vos, otter, ringslang en diverse soorten vogels zoals blauwborst en roerdomp.
Voor de aanwezige beschermde soorten zal een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming (Omgevingsvergunning onder de Omgevingswet) aangevraagd moeten worden. De verwachting is dat de ontheffing zal worden verleend, maar dat rekening moet worden gehouden met mitigerende en compenserende maatregelen. Mitigerende maatregelen zullen bestaan uit o.a. werken buiten de gevoelige periode van een soort en het leefgebied voorafgaand aan de werkzaamheden ongeschikt maken. Compenserende maatregelen die genomen moeten worden zijn soortafhankelijk, maar te denken valt aan het realiseren van permanente alternatieve verblijfplaatsen in de vorm van kasten voor bijvoorbeeld huismus, gierzwaluw en vleermuizen, maar ook
Sweco | Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Datum29-03-2024
Versie Vastgesteld 99/120
aan het realiseren van geschikt leefgebied voor de soorten waarvan het leefgebied wordt aangetast. Verder geldt dat buiten het broedseizoen (ca. half maart tot half augustus) moet worden gestart en dat met alle soorten rekening moet worden gehouden vanuit de altijd geldende zorgplicht. Als voor het broedseizoen werkzaamheden worden gestart en de werkzaamheden continue plaatsvinden, is de kans gering dat een vogel tot broeden komt in de directe omgeving van de werkzaamheden waarmee verstoring van een broedende vogel wordt voorkomen. Als dit niet mogelijk is, moet een broedvogelcontrole ter plaatse van het werkgebied worden uitgevoerd door een ecologisch deskundige. Natura 2000-gebieden In het plangebied ligt geen Natura 2000-gebied. Er treedt daardoor geen aantasting van Natura 2000-gebied op. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op 7,5 kilometer van het plangebied. Gezien deze grote afstand kunnen indirecte effecten alleen optreden als gevolg van stikstofdepositie. Om te bepalen of er een effect optreedt als gevolg van stikstofdepositie is een AERIUS-berekening uitgevoerd (Deelrapport Stikstofdepositie, Sweco). Uit deze berekening komt naar voren dat er als gevolg van het plan sprake is van een afname aan stikstofdepositie in vergelijking met de referentiesituatie. Deze afname is het gevolg van het zogenoemde ‘intern salderen’.
Dit houdt in dat de toename aan stikstofdepositie als gevolg van de toename aan verkeersbewegingen gesaldeerd mag worden met de afname aan stikstofdepositie als gevolg van het wegvallen van het agrarische gebruik in het plangebied. In het deelrapport wordt uitgebreid toegelicht wat de toenames en afnames zijn en hoe dit per saldo tot een afname van stikstofdepositie zal leiden. Stikstof is daarmee geen belemmering voor dit project. Natuurnetwerk Nederland In het plangebied is de zogenaamde Ecologische Verbindingszone (hierna: EVZ) te vinden. Deze EVZ is momenteel nog niet gerealiseerd. Uitgangspunt is echter dat deze autonoom wel wordt gerealiseerd. Ook maakt deze onderdeel uit van NNN. Deze zone is vrijgehouden van bebouwing (het ligt buiten het Vijfde Dorp) en bedoeld voor inrichting als groene/recreatieve zone. Daarom zal er geen aantasting optreden. Door de zone zal een nieuwe ontsluitingsroute worden aangelegd, de bestaande Zuidelijke Dwarsweg zal in gebruik blijven als fietsroute/weg voor lokaal verkeer, bestaande infrastructuur (linten) blijven behouden. Effecten als gevolg van barrièrewerking kunnen daardoor optreden. Deze effecten zijn goed te mitigeren door aanleg van fauna- en of amfibieëntunnels onder de infrastructuur.
Deze ecopassages zijn ook mogelijk gemaakt binnen de regels van dit bestemmingsplan en moet verplicht worden toegepast waar de weg de EVZ doorkruist. Hoewel de weg dus leidt tot een afname van deze EVZ, is dit niet significant, omdat de instandhouding en ontwikkeling van wezenlijke waarden niet in de weg staat (zie artikel 6.9e van de provinciale verordening). Dus ook de functionaliteit van de EVZ zal niet dusdanig worden aangetast dat doelsoorten geen gebruik meer zullen maken van de EVZ. Door middel van ecopassages worden er daarnaast voldoende mitigerende maatregelen genomen. De doelsoorten die gebruik moeten gaan maken van de EVZ zijn: waterspitsmuis, dwergmuis, hermelijn, wezel, otter, ringslang, rugstreeppad, heikikker, groene glazenmaker, vroege glazenmaker, zilveren maan, oranjetipje, argusvlinder, moerassprinkhaan, kleine modderkruiper, snoek, kroeskarper, vetje, zeelt, paling, platte schijfhoren en zeggekorfslak. Een aantal van deze soorten is redelijk kritisch wat betreft verstoring. Omdat de EVZ buiten het Vijfde Dorp ligt, leidt alleen de kruisende
Sweco | Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 Datum29-03-2024
Versie Vastgesteld 100/120