Bijlage 1 A 2344 1 RES 1.0 Z21.001002
Tekst van het document
Regionale Energie Strategie 1. Midden-Holland
V
Voorwoord Geachte lezer, De Regionale Energie Strategie 1.0 voor de regio Midden-Holland die voor u ligt, is het resultaat van een half jaar regionaal samenwerken tegen de achtergrond van de corona pandemie. Ondanks de extra uitdagingen die dat in het werkproces met zich mee heeft gebracht is de RES 1.0 een betekenisvolle stap richting de regionale invulling van de opgave, om bij te dragen aan de verduurzaming van Nederland en het gestelde doel om in 2030 in totaal 35 TWh duurzame energie op te wekken. Verwezenlijking van onze regionale doelen vraagt nog veel participatie met inwoners en verschillende maatschappelijke partners en doelgroepen in de regio. Participatie waarmee de afgelopen periode een regionale start is gemaakt en waarvan de resultaten in deze rapportage worden toegelicht. Om te komen tot invulling van de regionale opgave voor opwek van duurzame elektriciteit is een ruimtelijke verkenning gemaakt. De vertaling ervan in een weergave op de kaart geeft aan waar gezocht kan worden naar inpassing van zon- en windoplossingen op land om het in de concept-RES geformuleerde regionaal bod in 2030 te realiseren. Deze vertaling heeft geresulteerd in een bestuurlijk voorstel. De verduurzaming van de regionale warmte, en in het bijzonder de uitwisseling van vraag en aanbod, kent zowel een lokale als regionale uitwerking.
Elke gemeente stelt dit jaar een Transitie Visie Warmte (TVW) vast. In deze TVW staat onder andere welk deel van de warmtevraag de gemeente zelf in kan vullen. Mogelijk is daarbij transport van warmte over de gemeentegrenzen heen nodig en is een Regionale Structuur Warmte (RSW) gewenst. De samenloop van de RSW met TVW’s wordt in komende RES periode verder uitgewerkt. De komende twee jaar staat in het teken van de verdere uitwerking en realisatie van de plannen die in deze RES 1.0 staan beschreven. Daarvoor zal wederom veel participatie gezocht worden. Ook lokale en regionale maatschappelijke partners zijn hiervoor nodig. Zij hebben hun bijdragen in een intentieverklaring bij deze RES 1.0 benoemd. Door middel van doorlopende participatie worden de plannen ook verder uitgewerkt met inbreng door inwoners. Het realiseren van lokaal eigendom is daarbij een vitaal uitgangspunt. De realisatie van de plannen zal niet vanzelf gaan en kent de nodige afhankelijkheden die de regio niet allemaal zelf in de hand heeft. Afstemming met aangrenzende RES regio’s, de provincie Zuid-Holland en het Rijk is daarvoor van belang. Maar nu eerst: het momentum behouden en de RES 1.0 een mooi vervolg geven. Namens de Stuurgroep van de Regionale Energie Strategie Midden-Holland,
Hilde Niezen Teun Bokhoven Bestuurlijk trekker RES Midden-Holland Voorzitter stuurgroep RES Midden-Holland Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland
2
RES 1.0 Midden-Holland in het kort
1
Participatie
Na de vaststelling van de concept-RES in september 2020 is - ondanks de beperkingen als gevolg van het Covid-19 virus - een participatietraject ingezet. Inwoners, ondernemers, vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties en volksvertegenwoordigers konden via digitale enquêtes (die meer dan 1250 keer zijn ingevuld) en lokale en regionale bijeenkomsten (waaraan meer dan 250 Midden-Hollanders hebben deelgenomen) meepraten over verschillende manieren om in Midden-Holland hernieuwbare elektriciteit op te wekken. De opbrengsten zijn als maatschappelijke adviezen meegewogen en meegenomen in de voorliggende RES 1.0. De communicatie en participatie houdt hiermee niet op. Integendeel, want in de uitwerking van zoekgebieden naar concrete locaties voor duurzame opwek zal het gesprek met belanghebbenden regionaal en lokaal actief worden vervolgd. Lokaal eigendom is daarbij een vitaal uitgangspunt.
2
Elektriciteit
De ambitie van de regio Midden-Holland is het opwekken van o,435 TWh aan hernieuwbare elektriciteit in 2030. Middels een afwegingskader is onderzocht en vervolgens bepaald waar en hoe die ambitie in de regio het best gerealiseerd kan worden. Mede op basis van de denkrichtingen uit de concept-RES is een verdiepende ruimtelijke analyse uitgevoerd, waarbij o.a. gekeken is naar de gebiedsspecifieke kenmerken van Midden-Holland waaronder het landschap. Er zijn zogeheten testbeelden opgesteld, die maatschappelijk en bestuurlijk zijn getoetst. Tevens is de impact op het elektriciteitsnetwerk en daarmee de haalbaarheid en betaalbaarheid van regionale oplossingen in beeld gebracht. Geconcludeerd is dat voor grootschalige windprojecten in de regio momenteel onvoldoende draagvlak bestaat en dat de ambitie voor duurzame opwek daardoor volledig met zonnepanelen gerealiseerd moet worden. Hiervoor zijn in de RES zoekgebieden geduid: op daken, langs wegen en in woningbouw- of agrarische gebieden. Met realisatie van voldoende zonne-projecten in deze zoekgebieden kan de regionale ambitie van 0,435 TWh in 2030 worden behaald. Pas wanneer blijkt dat de realisatie achterblijft of tussentijds lokale initiatieven ontstaan waarvoor draagvlak is, zal gekeken worden naar de reserve-zoekgebieden voor windenergie langs snelwegen.
3
Warmte
Het thema warmte in de RES heeft een belangrijke samenhang met de lokale Transitie Visies Warmte (TVW’s). In de TVW’s bepaalt elke gemeente welke buurten en wijken op welk moment overstappen op een alternatieve warmtebron en welke warmtebron dit zal zijn. In de RES 1.0 is het overzicht van warmtebronnen in de regio, de besparingsopgaven en warmtevraag bijgewerkt. Het aantal warmtebronnen in de regio is beperkt en onvoldoende om in de volledige regionale warmtevraag te voorzien. In de RES 1.0 is aan de hand van vier scenario’s uitgewerkt hoe, afhankelijk van de beschikbare hoeveelheid warmte van buiten de regio, de toekomstige warmtevoorziening eruit zou zien. Deze scenario’s geven de uithoeken van het speelveld voor warmte-opties weer en laten zien dat import van (rest)warmte van buiten Midden-Holland noodzakelijk is om een extra elektriciteitsvraag -met bijkomende kosten voor aanpassing van het energienet - voor warmte te kunnen beperken. Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland
3
RES 1.0 Midden-Holland in het kort
4
Innovatie
De RES Midden-Holland richt zich op bewezen en beschikbare technieken voor duurzame opwek: zon of windenergie. Maar kijkt ook vooruit naar de periode na 2030: welke (andere) bronnen of technieken kunnen dan een bijdrage gaan leveren aan de verdere verduurzaming van de regio. Biogas en waterkracht bieden kansen voor Midden-Holland maar grootschalige inzet is niet te verwachten. Midden-Holland is geen aangewezen gebied voor kernenergie en de regio kan dus geen bijdrage leveren aan de verdere technische ontwikkeling. Opslag is één van de vereisten voor een stabiel en betrouwbare energievoorziening. Het is interessant om in samenwerking met netbeheerder en producent hiervoor proeftuinen in de regio te verkennen. Groen waterstof zal pas op termijn voldoende beschikbaar komen en dan eerst voor de industrie en zwaar weg- en scheepvaarttransport. Niettemin zijn pilots van landelijke waterstofprojecten voor de gebouwde omgeving interessant voor Midden-Holland. Naast innovatie is ook het sluiten van grondstofketens (circulaire economie) van belang voor de regionale energietransitie.
5
Realisatie
Met het vaststellen van RES 1.0 breekt de volgende fase aan: de realisatiefase. De RES 1.0 is het vertrekpunt voor een brede regionale beweging naar gedeeld eigenaarschap voor energietransitie in Midden-Holland door bewoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden. Eerste stap hierbij is besparing van energie: wat je niet verbruikt hoef je immers ook niet op te wekken. De gemeenten zullen op basis van de RES 1.o elk hun eigen besparingsopgave kwantificeren. De waterschappen hebben (ook als sector) als doel in 2025 geheel energieneutraal te zijn. Het uitbouwen van de regionale samenwerking op het gebied van duurzame elektriciteit is essentieel en wordt vormgegeven langs een aantal prioriteiten: 1) een integrale (verdere) uitwerking van de zoekgebieden, 2) afstemming ontwikkeling netcapaciteit, 3) gezamenlijk ontwikkelen van beleid en uitvoeringskaders en 4) gezamenlijke acties voor het opstarten én stimuleren van initiatieven voor het stimuleren van zon op dak. Voor warmte is de opgave is duidelijk: in 2050 moeten huizen en gebouwen goed geïsoleerd zijn en voorzien van duurzame energie. In Midden-Holland zijn realisatie en omvang van bovenlokale warmteoplossingen in grote mate afhankelijk van de vraag of (rest)warmte van buiten de regio kan worden gebruikt om het warmtetekort in de regio op te vangen. Na de RES 1.0.
stopt het gesprek met de belanghebbenden niet, integendeel. Voor de RES 2.0 wordt de reeds betrokken groep betrokken gehouden, maar moet ook een meer diverse doelgroep aangesproken en betrokken worden. Het participatietraject voor de RES 1.0 heeft leerpunten en wensen opgeleverd om dit richting de RES 2.0 te bereiken. De energietransitie slaagt alleen als alle inwoners, bedrijven, instellingen, gemeenten en andere organisaties mee gaan doen. Communicatie - over ‘hoe’ de regio uitvoering geeft aan de RES maar ook ‘waarom’ dit wordt gedaan en participatie is van groot belang voor de acceptatie, ruimtelijke inpassing en daarmee de realisatie van hernieuwbare energieprojecten. Omwonenden, bedrijven, verenigingen worden betrokken bij de volgende fase van de energietransitie. De ambitie is 50% lokaal eigendom en medezeggenschap van de hernieuwbare energie-opwek in de regio. De gemeenten in de regio Midden-Holland stellen hiervoor een beleidskader “Lokaal eigendom” op.
Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland
4
Inhoudsopgave Voorwoord2 RES 1.0 Midden-Holland in het kort
3
1.
Participatie
7
1.1.
Maatschappelijke participatie in de RES
8
1.2.
Stappen in het participatieproces
9
1.3.
Goede communicatie als onderdeel van participatie
10
1.4.
Samen werken aan de energietransitie
11
4.
Innovatie
33
4.1
Afbakening technieken binnen de RES
33
4.2
Belang van innovatie
33
4.3
Onderwerpen innovatieagenda
34
4.4
Vervolgstappen na RES 1.0 (richting RES 2.0)
36
5.
Realisatie
37
5.1.
Randvoorwaarden
37
5.2.
Routekaart
40
5.3.
Uitvoering energiebesparing
40
5.4.
Uitvoering hernieuwbare elektriciteit
40
5.5.
Uitvoering warmtetransitie
43
5.6.
Uitvoering innovatieagenda
45
5.7.
Uitvoering communicatie en participatie
45
2.
Elektriciteit
12
2.1.
Ambitie en afwegingskader
12
2.2.
Ruimtegebruik
13
2.3
Systeemefficiëntie
15
2.4.
Voorstel zoekgebieden
17
3.
Warmte
25
5.8.
Uitvoering lokaal eigendom
46
3.1
Actualisatie lokale bronnen
26
5.9.
Organisatie regionaal proces 2021-2023 (RES 2.0)
47
3.2
Actualisatie Besparing en Warmtevraag
27
3.3
Scenario’s voor een regionale warmtestructuur
28
3.4
Conclusies
32
Bijlagen49
Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland
5
1. Participatie • • • • •
IN DIT HOOFDSTUK
Via participatie is de concept-RES gegroeid van de eerste denkrichtingen tot een RES 1.0 met een bestuurlijk voorstel. Inwoners, vertegenwoordigers van maatschappelijke partijen en ondernemers hebben in drie stappen mee kunnen denken en praten over het voorstel. Op iedere inhoudelijke slag heeft toetsing bij de samenleving, besturen en volksvertegenwoordigers plaatsgevonden, voordat verder is gewerkt. Het participatieproces is gericht geweest op kwalitatieve raadpleging. De participatie houdt na de RES 1.0 niet op. Leerpunten uit het proces vormen de basis voor de communicatie en participatie richting de RES 2.0.
De energietransitie heeft de komende jaren grote invloed op het leven van alle Nederlanders. Deze invloed is op ruimtelijk, financieel en sociaal vlak merkbaar. Zonnepanelen in een veldopstelling en windturbines op land (verder: zon en wind op land) brengen zichtbare veranderingen in de fysieke leefomgeving met zich mee. Daarom is het van belang dat inwoners betrokken zijn bij de energietransitie en zich vertegenwoordigd voelen in de besluitvorming hierover. Bovendien beschikken zij over kennis van de regio die de kwaliteit van de RES kan vergroten. De participatie tijdens het opstellen van de concept-RES verliep via de volksvertegenwoordiging en de verschillende maatschappelijke organisaties vertegenwoordigd in de stuurgroep en de werkgroepen. De concretisering van de concept-RES naar een voorstel in de RES 1.0 was een geschikt en belangrijk moment om ook inwoners en ondernemers uit de regio mee te nemen. Maatschappelijke inbreng is een belangrijk onderdeel van de keuzes die gemaakt zijn om te komen tot het voorstel van de RES 1.0. De inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers hebben in drie stappen mee kunnen denken en praten. De conclusies van deze participatie worden beschreven in hoofdstuk 2. De participatie heeft op regionaal niveau enkel plaatsgevonden voor wat betreft duurzame opwek van elektriciteit.
Voor warmte heeft elke gemeente afgelopen periode lokaal de participatie ingevuld en niet als onderdeel van het RES-proces. Daarom wordt voor warmte de participatie in dit hoofdstuk verder niet beschreven. Werken aan de RES ten tijde van Covid-19 Vanwege Covid-19 heeft de slag van concept-RES naar RES 1.0 volledig digitaal plaatsgevonden. Dat geldt voor de participatiesessies en alle interne en externe overleggen met besturen en procespartners.
Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland
1
7
1.1.
Maatschappelijke participatie in de RES
De overstap naar een samenleving zonder gebruik van fossiele brandstoffen brengt grote veranderingen met zich mee. Het vraagt om veranderingen in energiesystemen en -technologie, economie, de manier waarop de leefomgeving is ingericht en in het gedrag van mensen. De energietransitie is daardoor niet alleen een technische maar vooral een maatschappelijke opgave. Daarom vormt participatie met inwoners, ondernemers, vertegenwoordigers van maatschappelijke partijen, bestuurders en volksvertegenwoordigers een belangrijke pijler onder de RES. De RES 1.0 is een stap in een langer proces.
Naar RES 1.0 Midden-Holland Oktober 2020
December 2020
Maart 2021
Juli 2021
Stuurgroep; gemeenten, provincie Testbeelden en zoekgebieden
Bouwstenen
Bestuurlijk voorstel
Besluiten over RES 1.0
Raden, staten AB
Prioritering bouwstenen
Beoordelen testbeelden
Inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen
INFORMEREN EN OPHALEN
TOETSING
BESLUITVORMING
Enquête
Kansentafels
Digitale bijeenkomst
Figuur 1.1 - Processchema participatie RES Midden-Holland
Voor de participatie is de RES 1.0 dus ook pas het begin en met het opleveren van de rapportage stopt het gesprek niet. Voor de RES 2.0 wil de regio de verschillende groepen uit de samenleving betrokken houden, maar daarnaast ook een meer verschillende doelgroepen aanspreken en betrekken. De leerpunten van afgelopen periode vormen daarmee de basis voor een aantal wensen voor de communicatie en participatie richting de RES 2.0. Het gesprek met de samenleving bij de totstandkoming van de RES 1.0 is ingestoken vanuit ‘meeweten’ en ‘meedenken’. ‘Meeweten’ door middel van communicatie over de RES en ‘meedenken’ door middel van een adviserende rol tijdens het proces. Het proces om te komen tot de RES 1.0 was het bij elkaar brengen van maatschappelijke participatie, bestuurlijke en politieke gesprekken en ruimtelijke studies.
Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland
8
In de volgende paragraaf wordt beschreven hoe de RES 1.0 is gegroeid van de eerste denkrichtingen uit de concept-RES tot een voorstel in de RES 1.0. Iedere inhoudelijke slag werd getoetst door de samenleving, besturen en volksvertegenwoordigers, voordat verder werd gewerkt. De resultaten van deze stappen zijn onderdeel van de verschillende beelden in hoofdstuk 2 en zijn uitgebreid toegelicht in de bijlage van dit hoofdstuk. Richting de RES 2.0 en daarna wordt de participatie en communicatie steeds nadrukkelijker en concreter uitgewerkt. Uiteindelijk werkt de regio toe naar de fase waarin alle partijen zijn gehoord, gezamenlijk weloverwogen beslissingen zijn gemaakt en een schone, energieneutrale leefomgeving is ontstaan.
1.2. Stappen in het participatieproces 1.2.1. Ruimtelijke analyse en bouwstenen In de concept-RES heeft de regio denkrichtingen met typen locaties voor zon en wind gepresenteerd. In de eerste stap richting de RES 1.0 zijn de typen locaties uitgewerkt door deze specifieker te maken voor de regio Midden-Holland. Door middel van een ruimtelijke analyse van de regio is een concrete set ruimtelijke bouwstenen uitgewerkt. De ruimtelijke bouwstenen omvatten de energiebron (wind of zon), het type locatie in de regio en waar relevant een specifieke dubbelfunctie. Zoals bijvoorbeeld zonnepanelen op waterbassins bij kassen, kleine windturbines op boerenerven of zon in combinatie met natuurontwikkeling in landbouwgebieden met een opgave. Die bouwstenen zijn met een ruimtelijke analyse verder uitgewerkt. Daarnaast zijn regionale koppelkansen bepaald en de ruimtelijke beperkingen verder uitgewerkt. Denk bijvoorbeeld aan potentiële transitiegebieden en wettelijk verplichte afstanden tot gevoelige locaties, zoals natuurgebieden, woongebieden en wegen. 1.2.2. Informeren en ophalen Parallel aan het verdiepen van de bouwstenen is de regio begonnen met het informeren van inwoners en ondernemers over de RES in Midden-Holland. Met de lancering van de RES MiddenHolland website en via diverse communicatiemiddelen werden inwoners geïnformeerd en uitgenodigd om deel te nemen aan het participatieproces.
In de eerste digitale enquête is opgehaald hoe inwoners denken over duurzame energie en hoe belangrijk zij het vinden om zelf mee te praten over de keuzes die gemaakt
Figuur 1.2 - Stappen in het participatieproces
Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland
9
moeten worden. De bouwstenen uit het ruimtelijk onderzoek zijn via een tweede enquête die gelijktijdig open stond, voorgelegd aan inwoners en ondernemers om op te halen welke bouwstenen op het meeste draagvlak kunnen rekenen en welke combinaties van bouwstenen interessant geacht worden. Hieronder vielen ook mogelijkheden om financieel te participeren en systeemefficiëntie (zie ook bijlage 2 voor een nader beeld van de uitkomsten). 1.2.3. Verdieping Aanvullend zijn in november en december vijf maatschappelijke kansentafels georganiseerd. Deze tafels waren online bijeenkomsten voor inwoners en ondernemers per gemeente. Daarnaast is een regionale kansentafel voor de maatschappelijke partijen en bestuurders georganiseerd. Tijdens de gesprekken aan deze tafels zijn verschillende bouwstenen (of manieren) voorgelegd over hoe de regio om kan gaan met zonne- en windenergie. In het gesprek werd door deelnemers ingebracht welke geschikte locaties zij zien, waar rekening mee gehouden moet worden en wat prioriteit moet krijgen. Aansluitend werden (nogmaals) sessies georganiseerd met bestuurders en volksvertegenwoordigers van de verschillende betrokken overheden om de resultaten te delen. De bouwstenen zijn aan de hand van de inbreng verder aangescherpt en geprioriteerd.
1.2.5. Toetsen De vier testbeelden zijn in een derde enquête aan inwoners en ondernemers voorgelegd (zie bijlage 2 voor een beeld van de uitkomsten). Naast deze enquête is een webinar voor inwoners en ondernemers georganiseerd. Het doel van het webinar was om meer uitleg te geven over het doel van de RES, de opgestelde testbeelden en de enquête. Daarnaast gaven netbeheerder Stedin, de samenwerkende Duurzaamheidsplatformen MiddenHolland (DPMH) en de Natuur en Milieufederatie presentaties om vanuit verschillende invalshoeken beter zicht op de inhoud van de testbeelden te krijgen. Participatie RES in cijfers • •
1.500 inwoners uit de regio hebben hun mening gedeeld via het invullen van drie enquêtes.
•
200 inwoners hebben zich aangemeld voor de regionale nieuwsbrief en gemeenten zien een toename voor hun eigen duurzaamheidsnieuwsbrieven. •
1.2.4. Testbeelden De resultaten uit de eerdere stappen zijn gebruikt om verschillende mogelijkheden voor de opwek van hernieuwbare elektriciteit te verkennen. Om recht te doen aan de diversiteit van de resultaten en om de discussie verder te ondersteunen, zijn vier zogenoemde testbeelden gemaakt (zie voor de uitwerking daarvan hoofdstuk 2 - Elektriciteit). Aan de hand van een aantal keuzeprincipes zoals spreiding of concentratie van de opwekmogelijkheden, vult elk testbeeld op een geheel eigen manier de regionale ambitie van 0,435TWh in.
Circa 250 inwoners of maatschappelijke partijen zijn betrokken in zes kansentafels.
•
Een regionaal webinar voor betrokkenen met 200 inwoners en ondernemers. In de stuurgroep zijn 5 gemeenten, 3 waterschappen, 1 provincie en een grote groep maatschappelijke organisaties vertegenwoordigd. • Via informatiepakketten en drie regionale bijeenkomsten hebben volksvertegenwoordigers (gemeenten, provincie en waterschappen) mee kunnen denken over de RES.
Kader 1.3 - Participatie RES-proces in cijfers
Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland
Parallel aan de maatschappelijke participatie werd hetzelfde gesprek gevoerd met bestuurders en volksvertegenwoordigers van de verschillende betrokken overheden. Naast deze toetsing, is ook een technische beoordeling op de testbeelden verricht en is door de netbeheerders voor ieder testbeeld de impact op het elektriciteitsnet bepaald. 1.2.6. Samenbrengen De resultaten van het participatieproces zijn gebruikt om tot een bestuurlijk voorstel voor de RES 1.0 te komen, dit voorstel wordt in het hoofdstuk elektriciteit verder behandeld.
1.3. Goede communicatie als onderdeel van participatie De schaal en complexiteit van de RES maakt het geen eenvoudig onderwerp om de gehele samenleving bij te betrekken. De bijkomende uitdaging van participeren ten tijde van Covid-19 zorgde er bovendien voor dat goede communicatie extra belangrijk was. Bij aanvang van het RES 1.0 proces is daarom een communicatieplan opgesteld met als centraal middel de RES Midden-Holland website. Het doel van het communicatieplan, dat ook na de RES 1.0 doorloopt, is mensen bekend te maken met de RES en ze te betrekken bij de totstandkoming. De communicatie en participatie is zowel gericht op mensen met veel voorkennis van de RES als doelgroepen die net zijn aangehaakt. De communicatie richt zich op de (individuele) inwoners met de regio als afzender. Via de website en nieuwsbrieven worden geïnteresseerden op de hoogte gehouden van participatiemomenten, de uitkomsten en het laatste nieuws. Ook is het mogelijk om degene die ingeschreven zijn in de vervolgstappen weer te informeren en raadplegen. Van alle participatiemomenten is een terugkoppeling gegeven en alle uitkomsten zijn duidelijk op de website vindbaar. Via de website is het ook altijd mogelijk om vragen te stellen.
10
1.4. Samen werken aan de energietransitie Bij succesvolle uitkomsten van participatie wordt vaak gedacht aan grote hoeveelheden deelnemers, weinig bezwaar op voorgestelde plannen en veel nieuw ingebrachte ideeën. Veel deelnemers betekent echter niet meteen goede resultaten, terwijl nieuwe ideeën vanuit een kleine groep niet direct representatief zijn voor de gehele samenleving. Daarnaast kan een individuele inwoner een ander beeld hebben van succes dan bestuurders dat hebben. Ondanks alle voorbereidingen is deelname aan activiteiten bedoeld voor participatie minder geweest dan gewenst. Niet in de laatste plaats door de maatregelen als gevolg van het Covid-19 virus. Voor de participatie is dit rapport pas het begin en na de RES 1.0 stopt het gesprek niet. Voor de RES 2.0 en daarna zal een grotere en meer diverse doelgroep worden aangesproken. Om recht te doen aan de schaal en complexiteit van hetgeen de RES moet
bereiken, samen met de samenleving, is het participatieproces gericht op kwalitatieve raadpleging. De schaal van de regio met alle verschillende gemeenten en dorpskernen, is namelijk te klein om raadpleging met voldoende aantallen in een representatieve groep te doen. In het participatieproces zijn drie verschillende groepen betrokken. 1.4.1. Inwoners en ondernemers De deelnemende inwoners en ondernemers zorgden voor een grote diversiteit aan ideeën en meningen, met zowel voor- als tegenstanders van vormen van (duurzame) energie. Het doel van participatie is gericht op het ophalen van input voor betere besluitvorming, kennis van anderen benutten, weten wat er speelt onder de bevolking en waar mogelijk de acceptatie voor de RES vergroten. Tegengestelde meningen horen daar in het proces bij. Deelnemers zijn gehoord, hun input is meegenomen
in de afwegingen en van alle enquêtes en bijeenkomsten heeft terugkoppeling plaatsgevonden. 1.4.2. Maatschappelijke partijen De regio heeft ook een brede vertegenwoordiging uit de maatschappelijke partijen betrokken in het proces. In een maandelijkse stuurgroep werden deze partijen geïnformeerd over de stand van zaken, werd het gesprek met de bestuurders gevoerd en adviezen besproken. De volgende organisaties zijn op deze manier betrokken: zorgpartners, onderwijsinstellingen, Techniek NL, woningcorporaties, energiecoöperaties, DPMH, LTO, Natuur en Milieu Federatie, netbeheerders en JongRES. 1.4.3. Volksvertegenwoordigers Bestuurders en volksvertegenwoordigers van de vijf gemeenten, drie waterschappen en de provincie zijn zoals in de stappen in 1.2 beschreven ook nadrukkelijk betrokken in het proces.
11
2
2. Elektriciteit • • • • • •
2.1.
IN DIT HOOFDSTUK Om 0,435 TWh aan hernieuwbare opwek van elektriciteit met zon of wind in de regio te realiseren, is een voorstel voor zoekgebieden gemaakt. Daarvoor is een afwegingskader met vier criteria gebruikt: ruimtegebruik, netimpact, draagvlak en opbrengst. Er is een ruimtelijke analyse gemaakt en ‘testbeelden’ met visualisaties en kaarten. Deze zijn middels een participatietraject maatschappelijk en politiek getoetst. De netbeheerders hebben de impact van de testbeelden op het elektriciteitsnet geanalyseerd Door realisatie van voldoende projecten voor zonne-energie binnen de zoekgebieden in Midden-Holland, kan het regionale doel voor 2030 worden bereikt.
Ambitie en afwegingskader
Voor Nederland is als doel bepaald dat alle 30 RES-regio’s in 2030 samen 35 TWh per jaar aan hernieuwbare elektriciteit opwekken. Het gaat dan om opwek die grootschalig, weersafhankelijk en op land plaatsvindt. In de concept-RES voor Midden-Holland (september 2020) is de ambitie geformuleerd om 0,435 TWh (1.567 TJ) aan hernieuwbare elektriciteit, opgewekt met wind- of zonne-energie, te realiseren. Dit is 1,24% van de landelijke opgave van 35 TWh. Deze 1,24% is gebaseerd op de huidige elektriciteitsvraag van de regio ten opzichte van de landelijke elektriciteitsvraag. Bodegraven-Reeuwijk
0,064 TWh
Gouda
0,108 TWh
Krimpenerwaard
0,087 TWh
Waddinxveen
0,079 TWh
Zuidplas
0,096 TWh
Totaal
0,435 TWh
Tabel 2.1 - Rekenkundige onderverdeling op basis van huidige elektriciteitsvraag gemeenten
De tabel toont hoe de ambitie van 0,435 TWh er op gemeentelijk niveau uit zou zien, als deze rekenkundig evenredig verdeeld zou worden op basis van de elektriciteitsvraag per gemeente. Dit is echter niet als uitgangspunt genomen. De RES wordt steeds vanuit regionale samenwerking benaderd mede omdat genoemde verdeling voorbij gaat aan de verschillen in (on)mogelijkheden voor opwek in de praktijk en in de regio als geheel. Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland
12
Om te bepalen hoe en waar in de regio Midden-Holland het best hernieuwbare opwek door zon- en windprojecten gerealiseerd kan worden, is het volgende afwegingskader gebruikt: a. Ruimtegebruik: er is een ruimtelijke analyse uitgevoerd en er zijn vier ruimtelijke testbeelden met bijhorende visualisaties en kaarten opgesteld (zie 2.2). b. Systeemefficiëntie: een analyse van de impact van de vier testbeelden op het elektriciteitsnet is door de netbeheerders uitgevoerd (zie 2.3). c. Maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak: de ruimtelijke analyse en testbeelden zijn middels een participatietraject maatschappelijk en politiek getoetst (zie hoofdstuk 1). d. Opbrengst: op basis van een integrale afweging tussen a., b. en c. is een voorstel voor zoekgebieden voor zonne- en windprojecten in Midden-Holland opgesteld, waarmee de kwantitatieve regionale ambitie van 0,435 TWh kan worden behaald (zie 2.4).
2.2. Ruimtegebruik 2.2.1
Denkrichtingen concept-RES
In de concept-RES zijn mogelijke oplossingen voor de regionale ambitie gepresenteerd in de vorm van denkrichtingen. Deze kenden dezelfde ‘BASIS’ met elektriciteitsopwekking op locaties, die het best aansluiten bij de globaal opgestelde rangschikking van type locaties. Dit zijn zon op kleine en grote daken, zon op parkeerplaatsen en geluidschermen, kleine windturbines op boerenerf en het opwaarderen van bestaande windlocaties. Deze basis sluit ook goed aan bij het geldende overheidsbeleid. Echter, met enkel de opwekking uit deze ‘BASIS’ wordt richting 2030 de ambitie van de regio niet gehaald.
Met drie verschillende denkrichtingen is in de concept-RES daarom gezocht naar mogelijke aanvullingen: • •
•
Bij de denkrichting ‘BASIS PLUS’ is ‘wind langs infrastructuur’ toegevoegd. In de denkrichting ‘CONCENTRATIE’ worden grote delen van de regio ruimtelijk ontzien door de inzet van één of meer energielandschappen, wat grootschalige opweklocaties voor wind- en/of zonne-energie zijn. Voor de denkrichting ‘SPREIDING’ geldt juist een lokaal uitgangspunt, waarbij initiatieven vanuit de samenleving en verspreid over de hele regio worden gerealiseerd.
2.2.2
Ruimtelijke analyse
Mede op basis van de denkrichtingen uit de concept-RES, is een verdiepende ruimtelijke analyse uitgevoerd om uiteindelijk te kunnen komen tot zoekgebieden. In de analyse wordt uitgebreid ingegaan op de ontstaansgeschiedenis van het landschap, de beschrijving van het landschap, de verschillende landschapstypen van Midden-Holland (het rivierenlandschap, het veenweidelandschap, het droogmakerijlandschap), het bebouwd gebied en de infrastructuurzones. De “Ruimtelijke analyse van de regio Midden-Holland” is opgenomen in bijlage 3. 2.2.3
Ruimtelijke vertaling naar testbeelden
3. Combineren van opgaven: de inventarisatie van koppelkansen van de energietransitie met andere regionale opgaven zoals voor natuur en recreatie, bodemdaling en transitie van de landbouw. 4. Vraag en aanbod zo dicht mogelijk bij elkaar: de analyse van afstanden van en op te stellen vermogen in zoekgebieden, ten opzichte van aansluitmogelijkheden op het elektriciteitsnetwerk via (onder)stations. 5. Ruimtelijke restricties: inventarisatie van ruimtelijke restricties voor opwek van duurzame elektriciteit met behulp van windturbines en zonnepanelen. Deze uitwerking hiervan is opgenomen in “Weging ruimtelijke kwaliteit en vertaling in testbeelden” in bijlage 4. Op basis van bovenstaande weging van de ruimtelijke kwaliteit, de daarin onderscheiden regionale ‘bouwstenen’ (typen locaties) en de uitkomsten van de eerste participatieronde (enquête en kansentafels) zijn twee keuzeprincipes bepaald: 1. De keuze tussen concentratie of spreiding van de energieproductie in de regio. 2. De keuze tussen zoekgebieden waarbij de huidige elektriciteitsinfrastructuur leidend is of zoekgebieden waarin andere opgaven gekoppeld kunnen worden aan energieoplossingen.
De ruimtelijke analyse is verder uitgewerkt in een weging van de ruimtelijke kwaliteit in Midden-Holland in relatie tot de regionale energietransitie. Voor deze weging zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
Deze twee keuzeprincipes kunnen, zoals in figuur 2.1 is gedaan, schematisch weergegeven worden met twee assen en vier hoekpunten. In de hoekpunten zijn vervolgens ruimtelijke testbeelden ontworpen.
1. Aansluiten bij gebiedsspecifieke kenmerken: de analyse van (de ruimtelijke kwaliteit van) landschap, infrastructuurzones en bebouwd gebied in Midden-Holland. 2. Zuinig en zoveel mogelijk meervoudig ruimtegebruik: bouwstenen voor opwek van duurzame energie en vertaling naar zuinig en meervoudig ruimtegebruik.
De testbeelden zijn nadrukkelijk geen “scenario’s” waarvan er één gekozen moet worden, maar dienen als belangrijk hulpmiddel om tot een afgewogen voorstel te komen (zie 2.4).
Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland
Alle testbeelden zijn zo ontworpen dat ze minimaal 0,435 TWh aan hernieuwbare elektriciteit met zon en/of wind kunnen opwekken. 13
Bij de testbeelden is rekening gehouden met ruimtelijk restricties voor de productie van duurzame elektriciteit met behulp van windturbines en zonnepanelen, zoals wettelijke normen voor veiligheid en hinder en ‘zachtere’ restricties uit beleid voor
een zorgvuldige omgang met andere waarden zoals die van het bestaande landschap en natuurgebieden. Ook is rekening gehouden met toekomstige bouwplannen. In alle vier de testbeelden zijn de bouwstenen ‘zon op grote daken’1 en ‘zon
boven parkeerplaatsen’ meegenomen. De testbeelden leggen soms wel nadruk op een bepaald type dak of parkeerplaats. In alle testbeelden is lokaal eigendom van energieprojecten mogelijk.
spreiding Zon op waterbassins in kassengebied
Middelgrote windturbines bij bedrijventerrein
Zon op grote daken bedrijventerreinen
Energieke bedrijventerreinen energie = leidend Zon in de snelwegzone en knoop
Klein zonneveld bij het erf
Zon op grote daken op het erf
Energieke boeren en burgers energie gekoppeld aan andere opgaven Waterberging
Zon op geluidsschermen
Kleine windturbine bij het erf
Zon in stads- en dorpsranden
Energiepark in landbouwgebied met een opgave
Grootschalige wind langs infra
Energiewegen
concentratie
Energieparken
Figuur 2.1 Keuzeprincipes met vier testbeelden als hoekpunten 1
Gedefinieerd door het NPRES als: Grote daken zijn daken met een opstelling met een vermogen groter dan 15 kWp. Hiervoor zijn ongeveer 50 PV-panelen nodig, wat ongeveer gelijk staat aan een dakoppervlak van 285 m2.
Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland
14
Op basis van de keuzeprincipes zijn vier testbeelden opgesteld, zoals in figuur 2.1. ook in schetsen is weergegeven. De testbeelden zijn: 1. Energieke bedrijventerreinen, waarbij energieopwek zo veel mogelijk geconcentreerd plaatsvindt en zo veel mogelijk nabij huidige energie-infrastructuur in het bijzonder op en bij bedrijventerreinen. 2. Energiewegen, waarbij energieopwek zo veel mogelijk geconcentreerd plaatsvindt en zo veel mogelijk nabij huidige energieinfrastructuur in het bijzonder langs aanwezige infrastructuur. 3. Energieke boeren en burgers, waarbij energieopwek meer verspreid over de regio plaatsvindt vanuit lokale initiatieven vanuit energiecoöperaties, bedrijven en/of agrariërs. 4. Energieparken, waarbij energieopwek meer verspreid over de regio plaatsvindt met gebiedsgerichte oplossingen en de opwek gekoppeld is aan opgaven als bodemdaling en transitie van de landbouw. De vier testbeelden zijn kwalitatief getoetst bij inwoners, maatschappelijke organisaties, volksvertegenwoordigers, bestuurders en ambtenaren. Zie ook hoofdstuk 1 en bijlage 2. In bijlage 4 zijn per testbeeld achtereenvolgens opgenomen: • • •
Een beschrijving van het testbeeld. Een visualisatie van het testbeeld op ooghoogte. Een kaart met bijbehorende potentiële zoekgebieden in de regio van het testbeeld
2.3
Systeemefficiëntie
2.3.1
De elektriciteits- en gasnetten zijn door de energietransitie ook in Midden-Holland ingrijpend aan het veranderen. Om alle ontwikkelingen als gevolg van de energietransitie te faciliteren en betaalbaar te houden, is het noodzakelijk om naar het totale energiesysteem te kijken. Naast ruimtegebruik en draagvlak is systeemefficiëntie daarbij een belangrijke factor om voor uiteindelijke keuzen in de RES in de afwegingen mee te nemen. Door een efficiënter systeem, wordt de gemiddelde benutting van het net verbeterd en wordt de betaalbaarheid van de energietransitie groter.
Energieke Bedrijventerreinen Nieuw te 2 bouwen stations Uit te breiden 2 stations / verbindingen Kosten - miljoen 85 - 112 euro 5.200 - 8.200 Extra ruimte m2
Impactanalyse
Op basis van de aangeleverde gegevens over de vier testbeelden, hebben de netbeheerders Stedin en Liander voor de regio MiddenHolland een impactanalyse uitgevoerd. De volledige impactanalyse is terug te vinden in bijlage 5. Uit deze impactanalyse zijn behoorlijke verschillen zichtbaar tussen de testbeelden wat betreft nieuw te bouwen en uit te breiden stations, benodigde investeringen van de netbeheerders en benodigde ruimte in de boven- en ondergrond. In tabel 2.2 staat een samenvatting van de analyse met daarbij de minimale en maximale netimpact per testbeeld en een verdeling tussen benodigde investeringen per station en in de lagere netvlakken.
Energiewegen
Energieparken
Energieke Boeren en Burgers
3
3
3
3
4
3
93 - 119
106 – 134
126 - 164
6.700 - 9.700
8.700 – 11.700
7.200 - 10.400
Tabel 2.2 Samenvatting impactanalyse per testbeeld
Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland
15
Vanuit netperspectief hebben de netbeheerders een voorkeursvolgorde wat betreft de vier testbeelden:
Bij het testbeeld Energieke Boeren en Burgers is de netimpact het hoogste aangezien dit testbeeld vrijwel geen additioneel vermogen wind omvat, het aandeel zon op dak erg hoog is en verspreid over de gehele regio plaatsvindt waardoor de impact op lagere netvlakken groot is. Dit testbeeld wordt dan ook het minst haalbaar geacht. De benodigde doorlooptijd voor de netuitbreidingen is aangegeven in de impactanalyse zoals deze in bijlage 5 opgenomen is. In de uitgevoerde netimpactanalyse voor Midden-Holland is geen rekening gehouden met de ambities van naastgelegen RES regio’s. 2.3.2
Haalbaarheid
De haalbaarheid van de testbeelden vanuit het perspectief van het elektriciteitsnetwerk wordt in belangrijke mate bepaald door de impact op lagere netvlakken. Zon op dak levert in drie van de vier
140
58
120 80
55
50
51
-m in
-m in
40
55
43
30
60 20
75
63
35
50
77
69
71
-m ax
51
-m ax
100
106
lagere netvlakken
m ax Bu rg er s-
Bo
er en
en
rg ie pa rk en En e
rg ie we ge n En e
Be dr ijv en te rr ein en
-m ax
m in Bu rg er sen
er en Bo
En e
rg ie pa rk en
0 rg ie we ge n
De netimpact van Energieparken is groter aangezien dit testbeeld vrijwel geen additioneel vermogen wind bevat. De impact is lager dan Energieke Boeren en Burgers vanwege de clustering van de opweklocaties.
160
-m in
De netimpact van de testbeelden Energieke Bedrijventerreinen en Energiewegen is het laagste aangezien deze beelden het grootste aandeel wind bevatten en de opwek geclusterd plaatsvindt. Vanuit netperspectief heeft het testbeeld Energiewegen de voorkeur boven Energieke Bedrijventerreinen gezien het lager aan te sluiten vermogen en de kleinere impact op lagere netvlakken.
180
En e
Energiewegen Energieke Bedrijventerreinen Energieparken Energieke Boeren en Burgers
Be dr ijv en te rr ein en
1. 2. 3. 4.
Totale netimpact (miljoen euro)
stations
Figuur 2.2 Totale netimpact voor de vier testbeelden (in euro)
testbeelden het grootste aandeel in opgesteld vermogen en leidt tot een groot aantal knelpunten op lagere netvlakken. Hoewel de doorlooptijd van individuele projecten op deze netvlakken beperkt is (1 tot 3 jaar) kan de doorlooptijd door het grote volume in de regio sterk oplopen. Daarnaast zorgen werkzaamheden op deze netvlakken voor grote impact op de omgeving, aangezien het grote aantallen kilometers kabel betreft verspreid over de gehele regio. De inschatting is dat de individuele knelpunt op stations niveau voor 2030 opgelost kunnen worden, mits planen besluitvorming tijdig plaatsvinden en hierbij rekening wordt gehouden met de benodigde fysieke ruimte voor netinfrastructuur. Echter, voor de optelsom van alle knelpunten kan de haalbaarheid (alles vóór 2030), maakbaarheid (arbeid) en betaalbaarheid (€) een issue worden. In deze fase van het RES proces is dat nog niet uit te sluiten. Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland
2.3.3
Betaalbaarheid
Inwoners betalen via hun energienota netbeheerkosten aan de netbeheerder. Dit zijn jaarlijkse kosten voor de meterkast, de aansluiting en het transport van energie. Om de duurzaam opgewekte energie te kunnen transporteren, zal de netbeheerder investeringen moeten doen. De investeringen ten behoeve van de energietransitie worden op deze manier doorberekend aan de inwoners. Iedereen betaalt dus mee aan de investeringen de netbeheerders. De regio Midden-Holland heeft voor een viertal scenario’s de netimpact laten bepalen. Deze analyse laat zien welke keuzes hogere en minder hoge investeringen veroorzaken. De keuzes van de regio zullen, naast de haalbaarheid, uiteindelijk invloed hebben op de energienota van de inwoners. De netbeheerder brengt volgens de door de Rijksoverheid bepaalde stappen, haar kosten in 16
Belang van systeem efficiën ti e De elektriciteits- en gasnetten zijn door de energietransitie ingrijpend aan het veranderen. Om alle ontwikkelingen als gevolg v an de energietransitie te faciliteren en betaalbaar te houden, is het noodzakelijk om naar het totale energiesysteem te kijken. Door de systeem efficiën t i e te verbeteren, wordt de gemiddelde benutting van het net verbeterd, en wordt de betaalbaarheid van de energietransitie vergroot. Er zijn verschillende factoren waarmee bijgedragen kan worden aan systeem efficiëntie. Voor meer informatie zie ook de factsheet systeem efficiën t i e van Netbeheer Nederland*.
rekening. Het bepalen van deze kosten is complexe, maar levert een tarief op dat voor alle klanten van de netbeheerder gelijk is. Het verschil tussen 85 en 164 miljoen euro betekent een indicatieve verhoging van 2 tot 20 euro per aansluiting per jaar, additioneel op de transportkosten. Op dit moment worden investeringen evenredig verdeeld over alle aansluitingen, wat leidt tot een verhoging van 2 euro. Indien het verschil van de keuzes in de regio Midden-Holland alleen worden toegerekend aan (uitsluitend) de inwoners van Midden-Holland leiden duurdere keuzes tot een stijging van 20 euro. Een stijging van de transportkosten door andersoortige investeringen en keuzes in andere regio’s is dan niet meegenomen. 2.3.4 Aanbevelingen systeem efficiëntie Door de systeem efficiëntie te verbeteren, wordt de gemiddelde benutting van het net verbeterd, en wordt de betaalbaarheid van de energietransitie vergroot. Er zijn verschillende factoren waarmee bijgedragen kan worden aan systeemefficiëntie.
2.4. Voorstel zoekgebieden 2.4.1
Integrale bestuurlijke afweging
Voor het identificeren van concrete zoekgebieden in de regio Midden-Holland voor het tijdvak tot 2030, is een centraal afwegingskader met vier criteria gehanteerd: ruimtegebruik, systeemefficiëntie, maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak en opbrengst. Op basis van de maatschappelijke toetsing en politieke consultatie van de ruimtelijke analyse, de bouwstenen en de testbeelden en de hierop uitgevoerde impactanalyse, wordt door de regionale stuurgroep RES Midden-Holland in gezamenlijkheid geconstateerd dat:
Zon/wind verhouding 50-50 voor opwek
Veel verbetering mogelijk
Om de capaciteit van de stations en verbindingen goed te benutt en, is een 50 -50 verhouding tussen zon/wind in opgesteld vermogen ideaal. Het aandeel wind is in alle scenario’s beperkt en varieert tussen 2% en 18%. Hoe groter het aandeel wind in de RES1.0, des te haalbaarder en betaalbaarder deze zal zijn.
Benutting van het bestaande net
Verbetering mogelijk
Door de opgave RES 1.0 worden sommige stations zwaar belast door opwek, terwijl er op andere stati ons nog volop capaciteit beschikbaar is. De grafieken in hoofdstuk neti mpact geven aan op welke stati on nog ruimte beschikbaar is. Door de opweklocaties te verschuiven kan beter gebruik gemaakt worden van de beschikbare capaciteit en kan het aantal knelpunten verminderd worden.
Clustering van opwek
Verbetering mogelijk
Het clusteren van opwek geeft voordelen als eff i ciëntere benu tt i ng, lagere maatschappelijke kosten. Zon op dak levert in drie van de vier scenario’s het grootste aandeel in opgesteld vermogen en leidt tot een groot aantal knelpunten op lagere netvlakken. Daarnaast is er de mogelijkheid om meerdere zonneparken te clusteren en aan te sluiten op TS station Gouda IJsseldijk om hiermee het aantal knelpunten te verminderen.
Vraag en aanbod lokaal matchen
Verbetering mogelijk
Om het transport van energie te beperken is het slim om energie op te wekken dichtbij de locatie waar het gebruikt gaat worden, of daar waar er veel wordt opgewekt nieuwe afname te plaatsen. Bij diverse stations is veel meer opwek voorzien dan vraag, wat leidt tot knelpunten op deze stations.
Overig: Cable pooling, curtailment, etc.
Verbetering mogelijk
Er zijn meerdere manieren om het energiesysteem beter de benutten. We nodigen de regio nadrukkelijk uit om in de komende jaren samen intensief te zoeken, samen met marktpartijen, naar de lokale inpassing van innovati e - en flexoplossingen om de netimpact van de energietransitie te beperken. Denk bijvoorbeeld aan het koppelen van opwek en verbruik, toepassing van cable pooling wind/zon en opslag.
Tabel 2.3 - Factoren van invloed op systeemefficiëntie
* https://www.netbeheernederland.nl/_upload/Files/Factsheet_Systeemeff i cient i e_185.pdf
1. inwoners, maatschappelijke organisaties, volksvertegenwoordigers en netbeheerders geen duidelijke voorkeur uitspreken voor één van de opgestelde ruimtelijke testbeelden; 2. inwoners, maatschappelijke organisaties en volksvertegenwoordigers in de regio liever opwek van elektriciteit met zon dan met wind gerealiseerd zien; 3. momenteel het regionaal en provinciaal politiek draagvlak zeer beperkt is voor opwek van elektriciteit middels grote windturbines in Midden-Holland; 4. inwoners, maatschappelijke organisaties en volksvertegenwoordigers liever daken, bedrijventerreinen en wegen benutten voor opwek van elektriciteit dan landbouwgrond of natuur- en recreatiegebieden;
Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland
5. daarmee een voorkeur bestaat voor onderdelen uit met name de testbeelden ‘Energieke bedrijventerreinen’ en ‘Energiewegen’; 6. deze onderdelen ook systeemefficiënter zijn als het gaat om benodigde investeringen in het elektriciteitsnet en benodigde ruimte boven en onder de grond (zie 2.3). 2.4.2 Voorstel zoekgebieden voor opwek elektriciteit MiddenHolland Voorgaande afwegingen leiden tot het volgende kaartbeeld met verschillende soorten zoekgebieden voor zon en wind in MiddenHolland:
17
Legenda
Bestaande windturbines
N11
Bodegraven-Reeuwijk
ZOEKGEBIEDEN MIDDEN-HOLLAND voor hernieuwbare opwek elektriciteit 2030 Zon op grote daken 0,068 TWh* 0,122 TWh*
- 15% van 3040 grote daken - 30% van 2668 bedrijfsdaken
Zon boven parkeerplaatsen 0,025 TWh*
- top 20 grootste parkeerplaatsen
Waddinxveen
A12
Zon op waterbassins bij glastuinbouw 0,020 TWh*
- 80% van het wateroppervlak
Gouda
Zon op geluidsschermen 0,002 TWh*
(11km x 2m)
Zon langs infrastructuur - Restruimtes A12, A20, N11 en N207 80% van 205ha - Langs N210 50% van 25,7ha - 50% van 9,8ha in de Gouweknoop
Zuidplas
A20
Krimpenerwaard
0,148 TWh* 0,012 TWh* 0,004 TWh*
Zon en kleinschalig wind (15 kWp) op boerenerven
n.n.t.b.**
Zon in transitiegebieden
n.n.t.b.**
Zon in agrarische gebieden
n.n.t.b.**
Wind langs infrastructuur
n.n.t.b.**
(reserve-zoekgebieden)
* maximale potentie elektriciteitsproductie N210
** op te stellen vermogen nader te bepalen o.b.v. ruimtelijke inpassing en draagvlak
Regiogrens Gemeentegrenzen Gebouwde omgeving Water
0
2
4
6
8
10 KM
Figuur 2.3 Voorstel zoekgebieden voor zonne- en windenergie in Midden-Holland
18
De in het voorstel opgenomen zoekgebieden hebben elk hun eigen opwekpotentie, onderbouwing en aandachtspunten. Deze worden hieronder verder uitgewerkt.
ZOEKGEBIEDEN
Indicatie potentie
Onderbouwing
Zon op grote daken bedrijven
0,122 TWh
Berekend met 30% van de 2.668 grote bedrijfs- en staldaken. Dit is in lijn met de ambitie van 35% van duurzaamheidsplatformen in samenwerking met energiecoöperaties in Midden-Holland.
Zon op grote daken (niet zijnde bedrijfsdaken)
0,068 TWh
Berekend met 15% van de 3.040 grote daken (niet zijnde bedrijfsdaken).
Zon boven parkeerplaatsen
0,025 TWh
20 grootste parkeerplaatsen in de regio, berekend met 60% van het totale oppervlakte in verband met wegen en inrichting.
Zon op waterbassins
0,020 TWh
Locaties gebaseerd op recente luchtfoto’s. Er is gerekend met 80% in verband met installaties en waterbedekking.
Indicatie bijdrage aan regionale ambitie
0,235 TWh
Aandachtspunten bij deze zoekgebieden: • • • •
•
Breed maatschappelijk draagvlak. Relatief snel op te nemen in omgevingsbeleid (of reeds mogelijk). Geen dwingende juridische instrumenten: realisatie is afhankelijk van individuele eigenaren. Vraagt inzet en samenwerking tussen bedrijven en met gemeenten: overheden kunnen helpen met (financiële) impulsen en randvoorwaarden o.a. voor een positieve businesscase.
• •
Innovatie is gewenst ter verlaging van de kosten van zonnepanelen op daken die constructief minder geschikt zijn. Over het algemeen is er meer netcapaciteit beschikbaar op bedrijventerreinen en in glastuinbouwgebieden waardoor dit minder snel een beperkende factor is. Het toevoegen van energieproductie aan bestaande gebruiksfuncties van bedrijfsdaken, staldaken, parkeerplaatsen en waterbassins biedt kansen voor meervoudig en daarmee zuinig ruimtegebruik.
Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland
19
ZOEKGEBIEDEN
Indicatie potentie
Zon op geluidsschermen 0 - 0,002 TWh Zon in restruimtes A12, A20, 0 - 0,148 TWh N11 en N207 Zon langs N210 0 - 0,012 TWh Zon in Gouweknoop
0 - 0,004 TWh
Indicatie maximale bijdrage aan regionale ambitie
0,166 TWh
Onderbouwing Panelen op alle bestaande geluidsschermen. Voor zon langs wegen is uitgegaan van 80% van 205 ha. Voor zon langs de N210 is een invulling van 50% gehanteerd van 25,7 ha. 50% vanwege obstakels zoals watergangen en pompgebouwen. Er is gerekend met 50% van de totale oppervlakte binnen de knoop.
Aandachtspunten bij deze zoekgebieden: • • • •
Voldoende maatschappelijk draagvlak. Medewerking van en onderzoek door Provincie en Rijk (I&W, RWS, Prorail) is nodig. Projecten langs de rijkswegen A12, A20 en N11 dienen te worden aangemeld voor het zogeheten OERprogramma (Opwekking van energie op Rijksvastgoed). Mogelijk lange(re) doorlooptijden.
• •
• •
Onderzoek en participatie is nodig om locaties op te kunnen nemen in omgevingsbeleid. Bij uitwerking inpassing zon langs N210 behoefte ruimtelijke kwaliteit en veiligheid aandacht. Mogelijke conflicten treden op met beschermde natuurgebieden (NNN), weidevogelgebieden en waterwinning. Langgerekte stroken zonnepanelen zorgt voor uitdagingen bij aansluiting op het net. Voor de potentiële opbrengst geldt vanwege de onzekerheid van onderzoek, participatie en omgevingsbeleid en realisatiegraad een bandbreedte met een geraamd maximum.
Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland
20
ZOEKGEBIEDEN
Indicatie potentie
Onderbouwing
Zon en kleine windturbines bij boerenerven
Nog nader te bepalen
Zon in transitiegebieden
Nog nader te bepalen
Zon in agrarische gebieden
Nog nader te bepalen
Zon in dorps- en stadsranden
Nog nader te bepalen
De kaart toont de linten van agrarische erven in de gemeente Krimpenerwaard. Het gebied rondom de Vlist is niet meegenomen vanwege de cultuurhistorische waarde. Voor Bodegraven-Reeuwijk zijn vergelijkbare zoekgebieden nog nader aan te wijzen. Het gaat om zonnepanelen op het bouwvlak van boerenerven en kleine windturbines (15 KWp). Dit zijn zoekgebieden in Zuidplas die de komende tijd gaan veranderen door de ontwikkeling van woningbouw in combinatie met recreatieen natuurontwikkeling, verduurzaming en energieopwek. Dit zijn zoekgebieden in Bodegraven-Reeuwijk en Krimpenerwaard. In deze gebieden is meervoudig ruimtegebruik mogelijk door ook extensief duurzame zonne-energie te produceren. In Bodegraven-Reeuwijk gaat het daarbij om veenweidegebieden waarbij zon-energie benut kan worden voor de verduurzaming van de melkveehouderij (zon op kleine of dalingsgevoelige veenweiden) en een duurzame sierteelt (zon in combinatie met waterberging). In Krimpenerwaard gaat om zoekgebieden voor zonnevelden in agrarisch gebied, aan de (westelijke) rand van het Groene Hart en dichtbij elektriciteitsstations. Door lokale energiecoöperaties en gemeenten wordt gezocht naar kansen voor zon in dorps- en stadsranden. Er staan geen locaties op de kaart, omdat nog niet specifiek onderzocht is welke locaties beschikbaar en wenselijk zijn.
Dit kan door gemeenten verder uitgewerkt worden in omgevingsbeleid, eventueel in samenwerking met de lokale energiecoöperaties.
Aandachtspunten bij deze zoekgebieden: • • •
• • •
Concretisering van de zoekgebieden dient nog plaats te vinden. Onderzoek en participatie is nodig om locaties op te kunnen nemen in omgevingsbeleid. In relatie tot zon en kleine windturbines bij boerenerven in het Groene Hart: – Het meer gefragmenteerd invullen van individuele boerenerven en het eventueel vergroten van agrarische erven om meer ruimte te bieden voor energieopwekking, kan leiden tot versnippering en verrommeling van het platteland. – Veel van de erven liggen in weidevogelgebieden. – Zon op erven is in potentie een aanvullend verdienmodel voor agrariërs. – Vraag en aanbod van elektriciteit is een aandachtspunt, omdat het energienet in deze gebieden vaak weinig tot geen ruimte over heeft. Lokale opslag en conversie kunnen hier in de toekomst mogelijk een oplossing voor bieden. Kenmerkende landschappen zoals bebouwingslinten lopen door gemeentegrenzen heen. Ontwikkelingen in die zones vragen om een vergelijkbare aanpak in verschillende gemeenten en daarmee dus regionale afstemming. Meervoudig ruimtegebruik en koppelkansen zijn nog nader te duiden. Het op te stellen vermogen is afhankelijk van nadere invulling van de zoekgebieden.
Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland
21
RESERVE ZOEKGEBIEDEN
Indicatie potentie Onderbouwing
Wind langs infrastructuur N11 en A12
0,197 TWh
Binnen de getekende ‘rode’ reserve-zoekgebieden zijn in potentie elf windturbines mogelijk (rekening houdend met wettelijke restricties in onderlinge afstand). Keuze voor het aantal en type turbines is bepalend voor de potentie. Bij 11 grote turbines van 5,6 MW is een maximale energieproductie van 0,197 TWh mogelijk.
Indicatie bijdrage aan regionale ambitie
n.v.t. zoekgebieden worden aangemerkt als reserve. Aandachtspunten bij deze reserve-zoekgebieden: • • • • • • • •
Momenteel bestaat er voor grootschalige windprojecten in Midden-Holland onvoldoende politiek draagvlak. De ‘rode’ zoekgebieden worden in deze RES 1.0. daarom aangemerkt als reserve-zoekgebieden. De overheden gaan hier in de huidige bestuursperiode niet actief mee aan de slag, tenzij het bod met opwek middels zon in de andere zoekgebieden niet haalbaar is. Hiervoor wordt een tijdpad en een systematiek opgesteld om de voortgang in de regio te volgen. Wanneer in de reserve zoekgebieden voor wind tussentijds wel lokale initiatieven ontstaan waarvoor draagvlak is in de samenleving en bij de betrokken besturen, dan kan ook eerder wind gerealiseerd worden in deze gebieden. Medewerking van en onderzoek door Provincie en Rijk (I&W, RWS, Prorail) is nodig bij eventueel vervolg. Vanwege de nabijheid van woonwijk Triangel in Waddinxveen en beperking van de mogelijkheden van windturbines aan dat deel van de snelweg, zijn de zoekgebieden opgeknipt. Dat maakt het uitdagend om herkenbare lijnopstellingen in het landschap te realiseren. De bestaande lijnopstelling bij Distripark A12 is mogelijk te verlengen in westelijke of oostelijke richting, maar de ruimte hiervoor is zeer beperkt. Het nu niet meenemen van zoekgebieden voor windturbines heeft invloed op de verhouding zon-wind en - een nog te kwantificeren - impact op het elektriciteitsnet (zie 2.4.3).
Regionale Energie Strategie 1.0 Midden-Holland
22
2.4.3
Systeem-efficiëntie voorstel zoekgebieden
De netbeheerders hebben onvoldoende tijd gehad om een kwantitatieve impactanalyse uit te voeren op bovenstaand voorstel van zoekgebieden voor opwek elektriciteit MiddenHolland. Tevens ontbreken nog de daarvoor benodigde concrete gegevens van ruimtelijke duiding van een aantal deelgebieden en het daarbinnen op te stellen vermogen. Hierdoor zijn nog niet alle consequenties van het voorstel qua netimpact in beeld en moeten de omstandigheden en condities, waaronder de verhouding zon-wind, de komende tijd verder worden uitgewerkt. Temeer daar dit kan leiden tot aanzienlijke verschillen in maatschappelijke kosten en ruimtebeslag. Daartoe is het in het vervolg van het RES proces nodig om gezamenlijk met de netbeheerder op basis van de zon-wind-verhouding, de exacte locaties, het bijbehorend vermogen en de beschikbare netcapaciteit gedetailleerder de kostenimplicaties, het ruimtebeslag en eventuele knelpunten in beeld te brengen. Er wordt voorgesteld hiervoor een regionaal Programmeringsoverleg te organiseren. Zie hiervoor ook hoofdstuk 5 Realisatie. Aan de hand van de netimpactanalyse op de testbeelden geven de netbeheerders wel al de volgende handvatten en aanbevelingen mee met betrekking tot de hierboven voorgestelde zoekgebieden: 1. De benodigde investeringen van de netbeheerders voor het RES 1.0 voorstel variëren tussen 85 en 164 miljoen. 2.
De betaalbaarheid en maakbaarheid van de RES 1.0 is in grote mate afhankelijk van de verdeling tussen zon en wind en de keuze van opweklocaties. Een bod met zeer weinig wind en spreiding van opwek over de regio maken de RES 1.0 veel duurder en zorgt voor veel grotere uitdagingen qua
maakbaarheid voor de netbeheerders, dan de inzet van wind en clustering van opwek in de buurt van de energievraag. Zie ook hetgeen hier onder 5.1.5 aan randvoorwaarden over is opgenomen. Een 50/50 verhouding van vermogen van zon en wind is optimaal en zou de benodigde investeringen mogelijk verder kunnen verlagen. 3. De haalbaarheid van de ambitie is uitdagend voor de netbeheerders, met name als opwek middels zon en windturbines op boerenerven grootschalig wordt ingezet. De spreiding over de hele regio, maakt (graaf)werkzaamheden in deze noodzakelijk met veel overlast tot gevolg. 4. Houd ook rekening met een veel groter ruimtebeslag van de opweklocaties voor zon op land in relatie tot wind op land. Wat betreft zon op dak, betekent een grotere ambitie ook een grotere opgave voor de betreffende partijen om dit te realiseren. 5. Door opweklocaties te kiezen in de buurt van stations met beschikbare capaciteit kunnen de benodigde investeringen verder gereduceerd worden. 6. Clustering van opweklocaties leidt eveneens tot lagere benodigde investeringen. Een grote spreiding van met name kleinere opweklocaties over de regio zorgt ervoor dat de netbeheerders het net over grotere afstanden moeten versterken. Dit heeft niet alleen impact op de uitvoeringscapaciteit, maar veroorzaakt veel overlast tijdens uitvoering en ruimtebeslag van de benodigde kabels. 7.
Hogere investeringen van de netbeheerders betekenen uiteindelijk een hogere energierekening van de burgers. Investeringen van de netbeheerders worden gesocialiseerd over alle aangeslotenen in het verzorgingsgebied van de netbeheerder. Keuzes van de regio hebben dus ook impact op de energierekening.
23
2.4.5 Opbrengst en haalbaarheid 2030 In het beschreven voorstel voor zoekgebieden zijn de perspectieven van ruimtegebruik, systeem-efficiëntie en draagvlak bestuurlijk gewogen. De opgenomen bestaande en pijplijnprojecten (0,097 TWh) plus de bovengenoemde zoekgebieden voor opwek middels zon (0,235 + 0,166 TWh) leiden tot een mogelijke opbrengst van maximaal 0,498 TWh per jaar. De nog nader te bepalen opbrengsten van de zoekgebieden “Zon en kleine windturbines bij boerenerven”, “Zon in transitiegebieden”, “Zon in agrarische gebieden”, “Zon in dorpsen stadsranden” en de reserve-zoekgebieden voor “Wind langs infrastructuur”, zijn hier nog niet in meegenomen.
De RES 1.0 heeft technisch gezien derhalve een iets grotere potentie dan de ambitie van 0,435 TWh die de regio heeft uitgesproken. De beperkte “overprogrammering” is naar verwachting nodig, omdat bouwstenen en zoekgebieden kunnen afvallen in de uitwerking naar specifieke locaties. Vanwege diverse onzekerheden in de verschillende gebieden is een onderverdeling van het aandeel per gemeente in het regionale voorstel op dit moment niet betrouwbaar te geven. De verdeling per gemeente zoals beschreven aan het begin van dit hoofdstuk blijft echter uitgangspunt voor een redelijke en eerlijke verdeling over de regio Midden-Holland.
Om de doelstelling voor 2030 te halen moeten zoekgebieden en de daarbinnen gelegen locaties nader onderzocht worden, verder besproken worden met de omgeving en zijn initiatiefnemers nodig. Ondanks de sterke voorkeur om eerst zoveel mogelijk zon op dak te realiseren, vallen de condities en (extra) inspanningen die van alle betrokken partijen nodig zijn, niet te onderschatten. In hoofdstuk 5 “Realisatie” wordt hier nader op ingegaan. Bij dit alles moet in ogenschouw worden genomen dat MiddenHolland zich ook na 2030 nog zeer fors moet inspannen om een evenredige regionale bijdrage te leveren aan het doel van het nationale klimaatakkoord: CO2-reductie.