CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

AANG. Bijlage 3 Herstelbesluit Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 – Regels A25.004584

Gemeenteraad 4 februari 2026, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Herstelbesluit Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 218.959 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:

Middengebied Zuidplaspolder 2 Pagina 27 van 63

a. b. c. d. e. f. g.

de hoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel bedraagt maximaal 1 meter; de hoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevel bedraagt maximaal 2 meter; de hoogte van vlaggenmasten bedraagt maximaal 6 meter; de hoogte van reclamezuilen bedraagt maximaal 2,5 meter; de hoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 9 meter; de hoogte van kunstwerken bedraagt maximaal 5 meter; de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 5 meter.

5.3

Specifieke gebruiksregels

5.3.1

Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. een geluidszoneringsplichtig bedrijf; b. wonen in vrijstaande bijgebouwen; c. een verkooppunt voor motorbrandstoffen met verkoop van LPG; d. seksinrichtingen; e. zelfstandige kantoren; f. onderkomens; g. horeca; h. het opslaan of de verkoop van vuurwerk; i. het opslaan of bergen van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; j. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1

Afwijking Staat van Bedrijfsactiviteiten

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.1, ten behoeve van: a. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten, die zijn opgenomen in een hogere categorie dan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 5.1, indien deze gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 5.1 , niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen als Bijlage 2 bij deze regels wordt genoemd; indien deze activiteiten niet specifiek in die staat genoemd zijn maar naar aard en invloed wel gelijk te stellen zijn aan de hiervoor genoemde categorieën, zijn deze ook toegestaan; Bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf dienen de volgende milieubelastingcomponenten mede in de beoordeling te worden betrokken: geluid, geurproductie, stofuitworp, gevaar, de verontreiniging van lucht en bodem en het al dan niet continue karakter van het bedrijf en verkeersaantrekkende werking.

Middengebied Zuidplaspolder 2 Pagina 28 van 63

5.5

Wijzigingsbevoegdheid

5.5.1

Wijzigingsbevoegdheid m.b.t. aanduidingen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de aanduidingen als bedoeld in 5.1 te verwijderen, waarna de bedrijfsmatige activiteiten die staan vermeld in de categorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen als Bijlage 2 bij deze regels maximaal toelaatbaar zijn (indien deze activiteiten niet specifiek in die staat genoemd zijn maar naar aard en invloed wel gelijk te stellen zijn aan de hiervoor genoemde categorieën, zijn deze ook toegestaan). Een en ander met dien verstande dat de betreffende activiteit, als bedoeld in 5.1 beëindigd is en er geen redenen zijn om aan te nemen dat de activiteit op korte termijn wordt voortgezet.

Middengebied Zuidplaspolder 2 Pagina 29 van 63

Artikel 6 6.1

Gemengd

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bestaande bedrijfs- en of burgerwoningen, 1. met de bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen, (open) erven, brandgangen, in- en uitritten; 2. in combinatie met de uitoefening van aan huis gebonden beroepsmatige activiteiten door de hoofdbewoner(s) van het hoofdgebouw met de bijbehorende bouwwerken tot maximaal 70m2; b. behoud, herstel en ontwikkeling van de waardevolle structuur van de lintzone (lint- en/of laanstructuur) c. bestaande bedrijven c.q. het uitoefenen van bestaande bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat het bedrijf/de bedrijfsactiviteit behoort tot de milieucategorie 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten als opgenomen in Bijlage 2; d. bestaande woon-werk combinaties, waarbij het bedrijf/ de bedrijfsactiviteit behoort tot de milieucategorie 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten als opgenomen in Bijlage 2; e. wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verkeersfunctie; ter plaatse van de aanduiding 'verkeer'; f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - rijksmonument': het behoud en de bescherming van de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden; g. tuinen; h. parkeervoorzieningen; i. fiets- en voetpaden; j. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; k. groenvoorzieningen; l. kunstwerken; m.

voorzieningen van algemeen nut; met uitsluiting van zonnevelden; n. bouwwerken, werken en werkzaamheden, infiltratievoorzieningen, kleinschalige infrastructurele voorzieningen en overige voorzieningen, waaronder begrepen ecologische voorzieningen, die wat betreft aard en afmetingen passen bij en ten dienste staan aan de bestemming; 6.2

Bouwregels

6.2.1

Algemeen

Voor het bouwen gelden de hierna opgenomen bepalingen onder 6.2.2 tot en met 6.2.4 tenzij de bestaande legale situatie op het tijdstip van inwerkingtreding ter van het plan afwijkend is. In dat geval is de bestaande legale situatie, met daarbij behorende maximale maatvoeringen, van toepassing. 6.2.2

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het bouwvlak mag voor maximaal 80% worden bebouwd: c. de goot- en bouwhoogte van bedrijfswoningen bedragen niet meer dan de bestaande gooten bouwhoogte; d. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal 10 meter; e. de goothoogte van een woning bedraagt maximaal 7 meter; f. de bouwhoogte van overkappingen bedraagt maximaal 3 meter; g. het aantal woningen binnen het bestemmingsvlak mag niet meer bedragen dan het aantal woningen dat aanwezig is op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan; h. de inhoud van een woning bedraagt, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken en exclusief vrijstaande bijbehorende bouwwerken en overkappingen, maximaal 750 m³; i. de voorgevel van een hoofdgebouw dient te worden gebouwd in dan wel maximaal 1 meter uit de naar de weg gekeerde bouwgrens;

Middengebied Zuidplaspolder 2 Pagina 30 van 63

j. k.

de afstand tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt minimaal 3 meter; het maximaal gezamenlijke oppervlakte aan bedrijfsgebouwen bedraagt 300 m2 dan wel 10% meer dan het bestaande oppervlak ten tijde van de ter visie legging van het ontwerp van het plan; l. de bedrijfsgebouwen moeten worden gebouwd op minimaal 3 meter achter de (verlengde) voorgevel(rooilijn) van de woning op het betreffende bouwperceel; m. de onderlinge afstand tussen bedrijfsgebouwen en de afstand tussen bedrijfsgebouw en woning dient minimaal 2,5 meter te bedragen. 6.2.3

Bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij bedrijfswoning

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen gelden de volgende bepalingen: a. de bouwwerken mogen uitsluitend in het bouwvlak worden gebouwd; b. met inachtneming van het bepaalde in sub a dienen de bijbehorende bouwwerken gebouwd te worden op tenminste 3 meter afstand achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw; c. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 meter; d. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 5,5 meter; e. de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken en overkappingen bedraagt maximaal 70 m² per woning. 6.2.4

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen bouwwerken zijnde vóór de voorgevel en tot 3 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 1 meter; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vanaf 3 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 2 meter; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde vanaf 3 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 3 meter. 6.3

Specifieke gebruiksregels

6.3.1

Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend: a. permanente of tijdelijke bewoning, voor zover het vrijstaande bijbehorende bouwwerken betreft; b. het gebruik van delen van de woning en bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte; c. uitoefening van handel (inclusief detailhandel), nijverheid en dienstverlening (zoals kantoren, horeca, administratieve en publieksgerichte dienstverlening), een beroepsmatige activiteit in een woning daaronder niet begrepen; d. een risicovolle inrichting, inclusief propaantanks; e. verkooppunten voor motorbrandstoffen; f. (permanente) buitenopslag van goederen en materialen voor de voorgevellijn en tot 3 meter erachter; g. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; h. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; i. seksinrichtingen; j. opslag en verkoop van vuurwerk; 6.4

Afwijken van de gebruiksregels

a. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.1 onder b en c en bedrijven toestaan, met uitsluiting van detailhandel, die niet zijn vermeld in de Staat van Bedrijfsactiviteiten;

Middengebied Zuidplaspolder 2 Pagina 31 van 63

b. De omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt alleen verleend als: 1. de bedrijven wat betreft milieuhinder vergelijkbaar zijn met bedrijven in milieucategorie 1 of 2; 2. vooraf advies is ingewonnen bij de Omgevingsdienst Midden-Holland; en 3. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:  het stedenbouwkundig beeld;  de woonsituatie;  de verkeersveiligheid;  de parkeergelegenheid;  de milieusituatie;  de groenstructuur; en  de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Middengebied Zuidplaspolder 2 Pagina 32 van 63

Artikel 7 7.1

Horeca

Bestemmingsomschrijving

De op de plankaart voor Horeca aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. horeca categorie 3 conform Bijlage 1; b. ter plaatse van de aanduiding "seksinrichting": een bedrijfsmatige besloten ontmoetingsgelegenheid met horeca, categorie 3, een en ander met uitzondering van prostitutie of daarmee gelijk te stellen contactbemiddeling, uitoefening van niet strikt gebonden detailhandel en de beoefening van kansspelen conform de Wet op de kansspelen; c. ter plaatse van de aanduiding "seksinrichting" tevens logiesruimtes tot een maximum van 162 m2; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - rijksmonument': het behoud en de bescherming van de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden; met de daarbij behorende: e. voet- en fietspaden; f. groenvoorzieningen; g. parkeervoorzieningen; h. kunstwerken; i. waterlopen en waterpartijen. 7.2

Bouwregels

Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 7.2.1 Gebouwen a. Gebouwen zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan; 7.2.2 Bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen b. per bouwvlak is ten hoogste 1 bedrijfswoning toegestaan; c. de inhoud van de bedrijfswoning mag inclusief aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen ten hoogste 750 m³ bedragen; d. de goot- en bouwhoogte van de bedrijfswoning mogen ten hoogste respectievelijk 4,5 m en 8 m bedragen; e. de goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen mogen ten hoogste respectievelijk 6 m en 8 m bedragen; 7.2.3 aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning f. de gezamenlijke oppervlakte aan aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen per bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 50 m²; g. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan de hoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw + 25 cm tot een maximum van 4 meter; h. de goot- en bouwhoogte van bijgebouwen mogen ten hoogste respectievelijk 3 m en 5,5 meter bedragen; 7.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde i. de hoogte van erfafscheidingen mag binnen het bouwvlak en voor de voorgevel ten hoogste 1 meter bedragen; j.

de hoogte van erfafscheidingen mag achter de voorgevel en buiten het bouwvlak ten hoogste 2 meter bedragen; k. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4,5 meter.

Middengebied Zuidplaspolder 2 Pagina 33 van 63

Artikel 8 8.1

Natuur

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de aanleg en (verdere) ontwikkeling van een ecologische verbindingszone met natuurwaarden alsmede het behoud, de bescherming en het herstel ervan; b. agrarisch medegebruik voor zover dit ten dienste staat van het beheer van de betreffende natuurgebieden; c. (boom)beplanting en overige groenvoorzieningen, bermen, bermsloten en greppels; d. watergangen en waterpartijen met natuurvriendelijke oevers, plas- en draszones en poelen, dammen en/of duikers; e. ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting' de aanleg en instandhouding van een ontsluitingsweg op eigen terrein; f.

fiets- en voetpaden.

8.2

Bouwregels

8.2.1

Algemeen

Op de in lid 8.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 8.2.2

Gebouwen

Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan. 8.2.3

Andere bouwwerken

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan: 1. 2 meter voor terreinafscheidingen; 2. 3 meter voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 8.3

Gebruiksregels

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend: a. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. het opslaan, opgeslagen houden, en storten of lozen van mest en/of andere landbouwproducten; d. het plaatsen van onderkomens of geplaatst houden van onderkomens; e. het plaatsen van reclameobjecten (zuilen en/of borden). 8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden 8.4.1

Verbod

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Natuur' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen, verharden of halfverharden van wegen of paden; b. het verwijderen van houtopstanden; c. het ophogen, egaliseren, diepploegen en diepwoelen van de bodem;

Middengebied Zuidplaspolder 2 Pagina 34 van 63

d. het aanbrengen van ondergrondse en bovengrondse transport-, energie,- of communicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e. het graven, dempen of afdammen van sloten, het aanleggen van drainage, het aanbrengen van kades of het verwijderen ervan dan wel andere activiteiten die (mede) ten doel hebben het veranderen van de waterhuishouding. 8.4.2

Uitzondering

Het verbod als bedoeld in 8.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; b. die het normale beheer en onderhoud ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen; of c. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 8.4.3

Toelaatbaarheid

Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in lid 8.4.1 kan worden verleend als: a. de werken of werkzaamheden of de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen de landschappelijke en de natuurlijke waarden niet onevenredig aantasten of kunnen aantasten; en b. vooraf schriftelijk advies is gevraagd bij een ecologisch deskundige.

Middengebied Zuidplaspolder 2 Pagina 35 van 63

Artikel 9 9.1

Tuin

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen; b. toegangspaden en in- en uitritten; c. parkeervoorzieningen; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. kunstwerken. 9.2

Bouwregels

9.2.1

Algemeen

Op of in de gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten dienste van de bestemming. 9.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 1 meter; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 2 meter.

Middengebied Zuidplaspolder 2 Pagina 36 van 63

Artikel 10 10.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verkeersfunctie; b. (ondergrondse) afvalinzamelpunten; met de daarbij behorende: c. geluidwerende voorzieningen; d. ongebouwde parkeervoorzieningen; e. voet- en fietspaden; f. groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting; g. natuur en ecologische voorzieningen; h. watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen; i. voorzieningen van openbaar nut; j. straatmeubilair; k. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; l. kunstwerken. 10.2

Bouwregels

10.2.1 Algemeen Op of in de gronden mogen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten dienste van de bestemming. 10.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van een gebouw voor een voorziening van openbaar nut bedraagt maximaal 3 meter; b. het oppervlak van een gebouw voor een voorziening van openbaar nut bedraagt maximaal 25 m² per gebouw; c. de bouwhoogte van overige gebouwen bedraagt maximaal 3 meter; d. de oppervlakte van overige gebouwen bedraagt maximaal 10 m2. 10.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 12 meter; b. de hoogte van straatmeubilair bedraagt maximaal 3 meter; c. de hoogte van verkeerstekens bedraagt maximaal 7 meter; d. de hoogte van kunstwerken bedraagt maximaal 5 meter; e. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 6 meter. 10.3

Specifieke gebruiksregels

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.

Middengebied Zuidplaspolder 2 Pagina 37 van 63

Artikel 11 11.1

Water

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen en waterpartijen; b. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waterafvoer en waterberging; c. bermen en groenvoorzieningen; d. extensief recreatief medegebruik; e. kunstwerken. 11.2

Bouwregels

11.2.1 Algemeen Op of in de gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten dienste van de bestemming. 11.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van kunstwerken (waaronder bruggen) bedraagt maximaal 10 meter; b. de hoogte van scheepvaartverkeertekens bedraagt maximaal 7 meter; c. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 2 meter. 11.3

Specifieke gebruiksregels

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;

Middengebied Zuidplaspolder 2 Pagina 38 van 63

Artikel 12 12.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, al dan niet in combinatie met het uitoefenen van een aan-huis-verbonden beroep tot maximaal 70 m2; b. uitsluitend voor een erf behorende bij een woning, ter plaatse van de aanduiding 'erf'; c. uitsluitend voor een kantoor, ter plaatse van de aanduiding 'kantoor'; d. tevens voor het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten die vermeld staan in categorie 1 en/of 2 van de als bijlage 2 opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten ter plaatste van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2'; indien deze activiteiten niet specifiek in die staat genoemd zijn maar naar aard en invloed wel gelijk te stellen zijn aan de hiervoor genoemde categorieën, zijn deze ook toegestaan; e. ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting' de aanleg en instandhouding van een ontsluitingsweg op eigen terrein; f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - rijksmonument': het behoud en de bescherming van de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden; met de daarbij behorende: g. tuinen; h. parkeervoorzieningen; i. wegen, fiets- en voetpaden; j. speelvoorzieningen; k. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; l. kunstwerken. 12.2

Bouwregels

12.2.1 Algemeen Op of in de gronden mogen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten dienste van de bestemming. 12.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het aantal woningen bedraagt ten hoogste het aantal zoals aangeduid ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; splitsing van een bouwperceel ten behoeve van nieuwbouw van een tweede woning is niet toegestaan; c. de inhoud van de woning bedraagt, inclusief aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen en exclusief vrijstaande bijgebouwen en overkappingen, maximaal 750 m³; d. in afwijking van het hiervoor bepaalde geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – afwijkende maatvoering’ de inhoud van de woning méér mag bedragen dan 750 m³ tot maximaal de inhoud van de bestaande woning; e. de voorgevel van een hoofdgebouw dient te worden gebouwd in dan wel maximaal 1 meter uit de: 1. naar de weg gekeerde voorgevelrooilijn; 2. de afstand tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt: f. bij vrijstaande woningen minimaal 2 meter aan beide zijden; g. bij halfvrijstaande woningen minimaal 2 meter aan één zijde; h. de goot- en bouwhoogte van bedrijfswoningen bedragen niet meer dan de bestaande gooten bouwhoogte; i.

de goothoogte van de woning bedraagt maximaal 7 meter; j. de bouwhoogte van de woning bedraagt maximaal 10 meter; k. de goothoogte ter plaatste van de aanduiding 'kantoor' bedraagt maximaal 4,5 meter; l. de bouwhoogte ter plaatste van de aanduiding 'kantoor' bedraagt maximaal 6 meter. 12.2.3 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen

Middengebied Zuidplaspolder 2 Pagina 39 van 63

Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende bepalingen: a. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, waarbij recreatief gebruik is uitgesloten; b. de goothoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 3,50 meter; c. de bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 5,50 meter; d. de goothoogte van aan- en uitbouwen bedraagt niet meer dan de hoogte van de eerste volledige bouwlaag van het hoofdgebouw, vermeerderd met 0,3 meter en de bouwhoogte maximaal 5 meter; e. de bouwhoogte van een overkapping bedraagt maximaal 3 meter; f. de gezamenlijke oppervlakte aan aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt maximaal 70 m² per woning; g. aanvullend op het bepaalde onder f. mogen de gronden ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' tevens worden bebouwd met aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen. 12.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen bouwwerken zijnde vóór de voorgevellijn van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 1 meter; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 2 meter; c.

de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw bedraagt maximaal bedraagt maximaal 3 meter. 12.2.5 Voor bewoning bedoelde bijbehorende bouwwerken uitgesloten Ter plaatse van de gronden met de aanduiding 'bijgebouwen uitgesloten' zijn de gronden niet aan te merken als achtererfgebied, zoals bedoeld in artikel 22.27 van het (tijdelijk) omgevingsplan gemeente Zuidplas. Voor bewoning gebruikte bouwwerken zijn hier uitgesloten. 12.3

Specifieke gebruiksregels

12.3.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken als bedoeld in artikel 12.1 wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het wonen in vrijstaande en bijgebouwen; b. horeca; c. seksinrichtingen; d. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; e. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond. f. het opslaan of verkopen van vuurwerk. 12.3.2 Voorwaardelijke verplichting Het gebruik van de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘Kantoor’ is uitsluitend toegestaan onder de voorwaarde dat de bebouwing ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding ‘bijgebouwen te verwijderen’ binnen de bestemming ‘Agrarisch met Waarden’ is gesloopt. 12.4

Afwijken van de gebruiksregels

12.4.1 Afwijking aan huis verbonden bedrijven

Middengebied Zuidplaspolder 2 Pagina 40 van 63

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 12.1, sub a, teneinde de uitoefening van aan-huis-verbonden bedrijven in het hoofdgebouw en aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogelijk te maken, met dien verstande dat: a. uitsluitend afgeweken wordt van het bestemmingsplan voor het uitoefenen van bedrijvigheid, die valt in milieucategorie 1 of 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen als Bijlage 2 bij deze regels; indien deze activiteiten niet specifiek in die staat genoemd zijn maar naar aard en invloed wel gelijk te stellen zijn aan de hiervoor genoemde categorieën, zijn deze ook toegestaan; b. de bedrijfsactiviteit de parkeerdruk op de openbare ruimten niet nadelig beïnvloedt; c. er geen detailhandel plaatsvindt; d. maximaal 40% van het grondvloeroppervlak van het hoofdgebouw en de daarbij behorende bijgebouwen ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten in gebruik mag zijn, zulks met een maximum van 70 m²; e. de uitoefening van een aan-huis-verbonden bedrijf gebeurt door de hoofdbewoner; f. een seksinrichting niet toegestaan is. 12.4.2 Afwijking bed & breakfast Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 12.1 teneinde een bed & breakfast toe te staan, met dien verstande dat: a. de woonfunctie als hoofdfunctie gehandhaafd dient te blijven; b.

de woning door de hoofdgebruiker dient te worden bewoond; c. de bed & breakfast binnen de ter plaatse, op grond van de bouwregelgeving, toegestane bebouwing (hoofdgebouw met de daarbij behorende bijgebouwen, aan- en uitbouwen) gerealiseerd dient te worden; d. de voorziening door de bouwkundige opzet, indeling en maatvoering niet mag (kunnen) functioneren als een zelfstandige woning; e. het parkeren op eigen terrein dient plaats te vinden, waarbij als parkeernorm geldt 1 parkeerplaats per kamer, tenzij blijkt dat het parkeren binnen het openbaar gebied niet leidt tot een onevenredige hinder voor de woonomgeving; f. de bed & breakfast geen onevenredige afbreuk mag veroorzaken aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; g. permanente bewoning van de bed & breakfast door personen, anders dan de bewoner(s) van het hoofdgebouw, niet is toegestaan. 12.4.3 Afwijking eenheid huishouden Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 12.1 teneinde maximaal twee huishoudens toe te staan.

Middengebied Zuidplaspolder 2 Pagina 41 van 63

Artikel 13 13.1

Leiding - Gas

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, aanvullend op de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van ondergrondse hoge druk gastransportleidingen (inclusief voorzieningen) met de daarbij behorende belemmeringenstrook. 13.2

Regels vanwege samenvallende bestemmingen

Waar een basisbestemming samenvalt met een dubbelbestemming, geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming. De bepalingen met betrekking tot de basisbestemming zijn uitsluitend van toepassing/toelaatbaar voor zover deze niet strijdig zijn met het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming en het voor zover zulks, gehoord de beheerder van de gasleiding, verenigbaar is met het belang van de gasleiding. 13.3

Bouwregels

In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald, geldt dat op of in de in lid 13.1 bedoelde gronden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming 'Leiding - Gas' mogen worden gebouwd. Overige gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn niet toegestaan uit oogpunt van externe veiligheid en energieleveringszekerheid. 13.4

Afwijken van de bouwregels

a. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 13.3 en toestaan dat wordt gebouwd overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en), als: 1. de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad; 2. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant; en 3. de bebouwing geen kwetsbare objecten betreft. b. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 13.3 en toestaan dat wordt gebouwd overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en), als: 1. de leiding ter plaatse niet langer in gebruik is. 13.5

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het opslaan van goederen, met uitzondering het opslaan van goederen ten behoeve van inspectie en onderhoud van de gastransportleiding; b. het wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen, indien daardoor een kwetsbaar object wordt toegelaten. 13.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 13.6.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding - Gas' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; b. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair;

Middengebied Zuidplaspolder 2 Pagina 42 van 63

d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren. 13.6.2 Uitzondering Het verbod als bedoeld in lid 13.6.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden: a. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; b. die het normale beheer en onderhoud ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen; c. zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten; of d. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 13.6.3 Voorwaarden en advies De werken of werkzaamheden als bedoeld in 13.6.1 zijn slechts toelaatbaar, mits: a. door de werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct of indirect te verwachten gevolgen geen afbreuk zal worden gedaan aan een doelmatig en veilig functioneren van de leiding; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder. 13.7

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen in die zin, dat de bestemming 'Leiding - Gas' geheel of gedeeltelijk van de verbeelding wordt verwijderd, als: a. ter plaatse geen leiding meer in gebruik is.

Middengebied Zuidplaspolder 2 Pagina 43 van 63

Artikel 14 14.1

Leiding - Water

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn – bij wijze van dubbelbestemming - naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, tevens bestemd voor de aanleg, het herstel en de instandhouding van een ondergrondse rivierwaterleiding ten behoeve van het transport van rivierwater. 14.2

Regels vanwege samenvallende bestemmingen

Waar een basisbestemming samenvalt met een dubbelbestemming, zoals aangegeven, geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming. De bepalingen met betrekking tot de basisbestemming zijn uitsluitend van toepassing voor zover deze niet strijdig zijn met het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming. 14.3

Bouwregels

Op de tot 'Leiding - Water' bestemde gronden mag niet worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, welke noodzakelijk zijn voor het beheer en onderhoud van de leidingen met een maximale hoogte van 3 meter. 14.4

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in lid 14.3 en toestaan dat in de andere bestemming bouwwerken worden gebouwd, mits: a. door de bouwwerken geen onevenredige afbreuk zal worden gedaan aan een doelmatig en veilig functioneren van de leiding; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder. 14.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 14.5.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding - Water' zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van wegen, paden, banen en andere oppervlakteverhardingen; b. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; c. het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en/of bomen; d. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; e. het aanleggen van andere kabels en leidingen anders dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, watergangen, vijvers en andere wateren; g.

het aanleggen van geluidswallen; h. het opslaan van zaken (waaronder mede begrepen afvalstoffen). 14.5.2 Uitzondering Het verbod als bedoeld in lid 14.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten;

Middengebied Zuidplaspolder 2 Pagina 44 van 63

d. of die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. e. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een afwijking is toegestaan, zoals bedoeld in lid 14.4. 14.5.3 Voorwaarden en advies De werken of werkzaamheden als bedoeld in 14.5.1 zijn slechts toelaatbaar, mits: a. door de werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct of indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige afbreuk zal worden gedaan aan een doelmatig en veilig functioneren van de leiding; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder. 14.6

Wijzigingsbevoegdheid

14.6.1 Wijziging Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), de gronden met de dubbelbestemming 'Leiding - Water' te wijzigen door het bestemmingsvlak met de dubbelbestemming 'Leiding - Water' aan te passen, toe te voegen of te verwijderen met inachtneming van het bepaalde in lid 14.6.2. 14.6.2 Voorwaarden De wijzigingsbevoegdheid kan alleen worden toegepast: a. voor verwijdering: als de leiding definitief is verwijderd; b. voor aanpassing: als de leiding niet is verwijderd, mits: c. geen onevenredige afbreuk zal worden gedaan aan een doelmatig en veilig functioneren van de leiding; d. na voorafgaand advies van de betreffende leidingbeheerder; e. voor het toevoegen van nieuwe leidingen; f. na voorafgaand advies van de betreffende leidingbeheerder.

Middengebied Zuidplaspolder 2 Pagina 45 van 63

Artikel 15 15.1

Waarde - Archeologie 3

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar andere voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 15.2

Bouwregels

Ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: a. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. een bouwwerk met een oppervlakte van niet meer dan 1.000 m2; c. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden niet dieper dan 3 meter en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. 15.3

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 15.2 en toestaan dat wordt gebouwd overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en), als: a. de aanvrager aan de hand van archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; c. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd, waaruit blijkt dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet worden geschaad, of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de afwijking regels te verbinden die gericht zijn op: 1. het treffen van maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen; 3. begeleiding van de bouwactiviteiten door een archeologisch deskundige; d. op basis van een archeologische onderbouwing van het bevoegd gezag geconcludeerd kan worden dat de archeologische waarden niet onevenredig worden geschaad.

15.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 15.4.1 Verbod Het is verboden om zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden op of in gronden ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 3 meter beneden maaiveld, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen; c. het verlagen of verhogen van het waterpeil;

Middengebied Zuidplaspolder 2 Pagina 46 van 63

d. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; of e. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructie, installaties of apparatuur.

15.4.2 Uitzondering Het verbod als bedoeld in lid 15.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; b. een oppervlakte beslaan van niet meer dan 1.000 m2; c. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; d. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.

15.4.3 Voorwaarden verlening omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in lid 15.4.1 kan worden verleend als: a. de aanvrager aan de hand van archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. de aanvrager een archeologisch rapport heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; c. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd, waaruit blijkt dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet worden geschaad, of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de afwijking regels te verbinden die gericht zijn op: 1. het treffen van maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen; 3. begeleiding van de bouwactiviteiten door een archeologisch deskundige; d. op basis van een archeologische onderbouwing van het bevoegd gezag geconcludeerd kan worden dat de archeologische waarden niet onevenredig worden geschaad. 15.5

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen in die zin, dat de bestemming 'Waarde - Archeologie 3' geheel of gedeeltelijk van de verbeelding wordt verwijderd, als: a. uit archeologisch onderzoek is gebleken, dat ter plaatse géén archeologische waarden aanwezig zijn en de gronden daarom géén bescherming behoeven; b. de archeologische waarden in voldoende mate zijn opgegraven en/of gedocumenteerd.

Middengebied Zuidplaspolder 2 Pagina 47 van 63

Artikel 16 16.1

Waarde - Natuur

Bestemmingsomschrijving

De voor Waarde - Natuur aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van landschaps- en natuurwaarden. 16.2

Bouwregels

Voor het bouwen op de gronden als bedoeld in lid 1 gelden de volgende regels: a. op en in de gronden mag niet worden gebouwd; b. ter plaatse van de dubbelbestemming ‘Waarde – Natuur’ mogen, voor zover er sprake is van een achtererfgebied, geen bijbehorende bouwwerken, waaronder mantelzorgwoningen, aan- uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen worden gerealiseerd;. c. het bouwen volgens de andere bestemmingen mag uitsluitend geschieden als dit de toekomstige realisatie en functionaliteit van de ecologische verbindingszone niet beperkt en nadat advies is ingewonnen van een door de provincie Zuid-Holland aan te wijzen ter zake deskundige over de aanwezige en te behouden landschaps- en natuurwaarden.

Middengebied Zuidplaspolder 2 Pagina 48 van 63

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 17 17.1

Algemene aanduidingsregels

Vrijwaringszone - weg

17.1.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden met de aanduiding 'vrijwaringszone - weg', in afwijking van het bepaalde bij de onderliggende bestemmingen, de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: 1. het bouwen van bouwwerken waarvoor een omgevingsvergunning is vereist conform 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo); 2. het inrichten of gebruiken van de gronden als stortplaats voor afvalstoffen; 3. het inrichten of gebruiken van de gronden als bergingsgebied zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet. 17.1.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in lid 17.1.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden: 1. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 2. die het normale beheer en onderhoud treffen; of 3. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 17.1.3 Afwijken Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning voor een termijn van maximaal vijf jaar afwijken van het bepaalde in lid 17.1.1 en werken en werkzaamheden toestaan overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en), als: 1. de noodzaak voor de betreffende werken en/of werkzaamheden is aangetoond; 2. de betreffende werken en/of werkzaamheden de belangen van het wegverkeer niet onevenredig schaden; en 3. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betreffende wegbeheerder.

Middengebied Zuidplaspolder 2 Pagina 49 van 63

Artikel 18

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Middengebied Zuidplaspolder 2 Pagina 50 van 63

Artikel 19 19.1

Algemene bouwregels

Toegestane overschrijding

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, stoeptreden, dorpels, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, antennes, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, dakgoten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van aanduidingsgrenzen, bouwgrenzen dan wel bestemmingsgrenzen niet meer dan 1.50 meter bedraagt. 19.2

Toelaten bouwwerken met afwijkende maten

a. In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet en/of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. b. In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet en/of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als ten minste toelaatbaar worden aangehouden. c. In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in sub 1 en 2 van dit lid uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats. 19.3

Parkeren en laden & lossen

a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en/of het wijzigen van de functie van gebouwen en/of gronden wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw en/of gronden in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van auto's in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Hierbij gelden de parkeernormen, zoals vastgelegd in de op 5 november 2019 vastgestelde 'Nota Parkeernormen 2019'. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, dient getoetst te worden aan diens rechtsopvolger. b. Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Hierbij wordt uitgegaan van de ASVV 2012 van het CROW. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, dient getoetst te worden aan diens rechtsopvolger. c.

Het bepaalde is niet van toepassing indien ten tijde voorafgaand aan de vaststelling van deze parapluherziening in afwijking van de op 5 november 2019 vastgestelde 'Nota Parkeernormen 2019' reeds andere parkeernormen zijn afgesproken, zoals blijkend uit een raadsbesluit, collegebesluit of contractuele overeenkomst tussen gemeente en ontwikkelende partij. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, dient getoetst te worden aan diens rechtsopvolger. d. Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken: 1. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; 2. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte wordt voorzien.

Middengebied Zuidplaspolder 2 Pagina 51 van 63

19.4

Ondergrondse bouwwerken

19.4.1 Algemeen Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende bepalingen: a. bestaande ondergrondse bouwwerken zijn toegestaan; b. in aanvulling van het bepaalde onder a, zijn nieuwe afvalinzamelpunten en randvoorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding en afvalwaterinzameling toegestaan, waaronder begrepen een kwelscherm en een vacuümstation; c. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 meter onder peil, met dien verstande dat een randvoorziening ten behoeve van de waterhuishouding en afvalwaterinzameling tot maximaal 6 meter onder peil gebouwd mag worden; d. bij het berekenen van de bebouwingspercentages, of van het in deze regels maximaal te bebouwen oppervlak, wordt de oppervlakte van ondergrondse gebouwen mede in aanmerking genomen voor zover deze buiten de buitenwerkse gevelvlakken van een bovengronds gebouw gelegen zijn. 19.4.2 Afwijking Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 19.4.1, voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 meter onder peil onder de voorwaarde dat: a. de waterhuishouding niet wordt verstoord; b. positief advies is ontvangen van de waterbeheerder; c. geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden. 19.5

Beoordelingskader externe veiligheid

1. voor het bouwen van een beperkt kwetsbaar object, kwetsbaar object en/of zeer kwetsbaar gebouw geldt het volgende beoordelingskader: a. ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - zeer kwetsbaar gebouw' is een zeer kwetsbaar gebouw niet toegestaan; b. ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - zeer kwetsbaar gebouw' wordt een vergunningaanvraag voor een beperkt kwetsbaar object en/of een kwetsbaar object voor advies voorgelegd aan de veiligheidsregio en kunnen burgemeester en wethouders ter verhoging van de zelfredzaamheid van personen in gebouwen en ter verhoging van de bestrijdbaarheid nadere eisen stellen ten aanzien van:  de situering van gebouwen;  de inrichting van terreinen;  het ontwerp van gebouwplattegronden of de indeling van gebouwen; en/of  de plaats, de afmeting en de inrichting van vluchtroutes en nooduitgangen. 19.6 Beoordelingskader geur Voor het in gebruik nemen van gronden of gebouwen voor een functie genoemd in artikel 3.1, artikel 4.1, artikel 5.1 en artikel 12.1 geldt het volgende beoordelingskader: a. een geurgevoelig object is alleen toegestaan buiten de 2 OU/m3 geurcontour van de veehouderij aan de Bierhoogtweg 19b, Bierhoogtweg 19c, Tweede Tochtweg 115 en Tweede Tochtweg 117.

Middengebied Zuidplaspolder 2 Pagina 52 van 63

Artikel 20 20.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

20.1.1 Strijdig gebruik Het is verboden de gronden en bouwwerken in het plangebied te gebruiken en/of te doen en/of te laten gebruiken en/of in gebruik te geven: a. op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, zoals die nader is aangeduid in de bestemmingsomschrijving; b. ten behoeve van nieuwvestiging of uitbreiding van intensieve veehouderij als hoofd- of neventak van een agrarisch bedrijf buiten de functienaanduiding 'intensieve veehouderij'; c. ten behoeve van nieuwvestiging of uitbreiding van een geitenhouderij als hoofd- of neventak van een agrarisch bedrijf; d. ten behoeve van een flitsbezorgdienst waar -al dan niet ondergeschikt- detailhandel of opslag/distributie is toegestaan ten behoeve van een flitsbezorgdienst en/of het gebruik van een pand ten behoeve van een dark store. 20.1.2 Afwijken strijdig gebruik Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in lid 20.1.1 onder d voor het toestaan van een dark store, ter plaatse van de bestemming 'Bedrijf', voor zover wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. ten aanzien van de ontsluiting: 1. de verkeersontsluiting ter plaatse toereikend is om op een veilige wijze en zonder overlast voor andere weggebruikers de dark store te bevoorraden; 2.

de verkeersontsluiting ter plaatse toereikend is om op een veilige wijze en zonder overlast voor andere weggebruikers het verwachte aantal bezorgbewegingen per (elektrische (bak-))fiets of elektrische scooter te laten plaatsvinden; 3. de locatie sluit goed aan op hoofd- of randwegen voor bevoorrading door grote voertuigen en anders aan wijkstraten; 4. de locatie sluit goed aan op een regionale fietsroute of hoofdfietsroute of een stedelijke fietsroute in verband met bezorging; b. ten aanzien van de ligging in de omgeving: 1. de bestemming van het beoogde pand en naastgelegen panden enkel publieksgerichte functies toelaten op de begane grond; en/of; 2. e openbare ruimte primair is ingericht op winkelen, verblijven en/of ontmoeten; 3. de locatie ligt in ieder geval op enige afstand van (bedrijfs-) woningen (minimaal 30 meter); bij een kortere afstand worden aanvullende geluidsmaatregelen getroffen ter voorkoming van hinder; 4. de locatie vindt een bestemming voor bedrijven uit milieucategorie 2, 3.1 of 3.2 of voldoet aan de algemeen gebruikelijke randvoorwaarden hiervoor; 5. de locatie en het toekomstig gebruik voor een dark store voldoen aan de milieuvoorwaarden zoals opgenomen in het Activiteitenbesluit, met name ten aanzien van het laden en lossen; c. ten aanzien van de inrichting, het gebouw en het gebruik van de locatie: 1.

de verkoopvloeroppervlakte van een flitsbezorgdienst mag maximaal 300 m² per vestiging bedragen; 2. inpandige stallings- en wachtruimte voor vervoersmiddelen en bezorgers is aanwezig en wordt als zodanig gebruikt; stallingsruimte is ook buiten toegestaan maar wel op het eigen perceel; 3. het parkeren van alle transportmiddelen voor het bezorgen is inpandig of op eigen terrein; 4. het laden en lossen van aangevoerde producten heeft inpandig of op eigen terrein plaats; 5. het in- en uitladen voor het bezorgen heeft inpandig of op eigen terrein plaats; 6. er wordt inpandig voorzien in een kantine waar het personeel kan lunchen/rusten; 7. het pand heeft een zichtbare interactie met de directe omgeving en heeft dus niet een overwegend gesloten uiterlijk in de vorm van overwegend dichtgeplakte ramen zonder een zichtrelatie met straat en zonder interactie met publiek, aansluitend op de omgeving;

Middengebied Zuidplaspolder 2 Pagina 53 van 63

8. de locatie wordt zodanig gebruikt dat de woonomgeving hiervan geen hinder ondervindt; 9. er worden geen mogelijkheden geboden voor afhalen door particulieren; 10. voor de bezorging worden (elektrische) (bak-)fiets of elektrische scooter ingezet; 11. voldaan wordt aan de Gedragscode Sector Snelle Boodschappen Bezorging (10 oktober 2022); dit blijkt uit een jaarlijkse periodieke monitoring die aan de gemeente en omgeving beschikbaar wordt gesteld; 12. er wordt voldaan aan het huidige parkeerbeleid conform de op 5 november 2019 vastgestelde “Nota Parkeernormen 2019” of diens rechtsopvolger; d. aanvullende bepalingen in het besluit tot afwijking: 1. voor zover nodig worden in het besluit voor afwijking aanvullende bepalingen opgenomen gericht op een zorgvuldige afstemming van het gebruik op de omgeving, zoals geluidsnormen; 2. nadere voorwaarden kunnen ook worden opgenomen voor de bedrijfsvoering in relatie tot een betere inpassing van het gebruik in de omgeving, zoals elementen uit de gedragscode. Artikel 20.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 20.2.1 Verbod Het is verboden op of in de in artikelen 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11 en 12 bedoelde gronden zonder omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a.

het wijzigen van het maaiveldniveau door afgraven of ophogen voor zover deze werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden bestaan uit een verhoging of verlaging van het maaiveldniveau met meer dan 0,40 meter over een oppervlakte van meer dan 500 m². 20.2.2 Uitzonderingen Het verbod is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: a. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; b. het normale onderhoud of beheer betreffen; c. onderdeel zijn van de integrale ophoging woningbouwontwikkeling Cortelande; 20.2.3 Omgevingsvergunning De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 20.2.1 kan slechts worden verleend indien door de betreffende werken en/of werkzaamheden geen afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig en veilig functioneren van het watersysteem.

Middengebied Zuidplaspolder 2 Pagina 54 van 63

Artikel 21

Algemene afwijkingsregels

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van: a. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; met een maximum van 2 ha, met dien verstande dat deze afwijkingsregel niet kan worden gebruikt voor het vergroten van een agrarisch bouwperceel tot meer dan 2 hectare; b. de bestemmingsregels voor het bouwen met een geringe mate van afwijking van de plaats en richting van de bouwgrenzen met maximaal 3 meter, indien dit noodzakelijk is in verband met afwijkingen of onnauwkeurigheden ten opzichte van de feitelijke situatie of in die gevallen waar een rationele verkaveling van de gronden een geringe afwijking vergt; c. de bestemmingsregels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot niet meer dan 10 meter; d. de bestemmingsregels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 50 meter; e.

de bestemmingsregels en toestaan dat bij een (bedrijfs)woning een bed & breakfast wordt gerealiseerd, mits de hoofdbewoner minimaal 50% van de woning in gebruik houdt voor wonen; mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de verkeersveiligheid, de verkeerssituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Middengebied Zuidplaspolder 2 Pagina 55 van 63

Artikel 22 22.1

Algemene wijzigingsregels

Algemeen

a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), ten aanzien van het aanbrengen van wijzigingen in de plaats, richting en/of afmetingen van bestemmingsgrenzen ten behoeve van de praktische uitvoering van het plan met dien verstande dat de afwijking ten hoogste 3 meter mag bedragen, mits het wijzigingen betreft waarbij geen belangen van derden worden geschaad, dan wel ter correctie van afwijkingen of onnauwkeurigheden op de verbeelding; b. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), de Staat van Bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen als bijlage 2 bij deze regels te wijzigen, ten behoeve van het toevoegen en schrappen van soorten bedrijven en het veranderen van de categorie-indeling van bedrijven, indien technologische ontwikkelingen of vernieuwde inzichten ten aanzien van de milieugevolgen van soorten bedrijven hiertoe aanleiding geven; waarbij detailhandel is uitgesloten; c.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16483899/1