CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

GEWIJZIGD Bijlage 2 - Ruimtelijke Strategie Zoetermeer 2040 (publieksvriendelijke versie-pdf-boekje)

Raadsvergadering 28 oktober 2025, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Ruimtelijke Strategie Zoetermeer 204024.454 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Nieuwe energie-oplossingen vragen veel extra ruimte in de ondergrond. Door toenemende drukte in de ondergrond nemen de risico’s toe dat de ondergrondse infrastructuur een belemmering gaat vormen voor bovengrondse ontwikkelingen. Daarom gaan we als gemeente de regie voeren over de ondergrond en de kwaliteit van bodem en buitenruimte. We werken hierbij samen met partners aan methoden en technieken om slimmer om te gaan met de schaarse ruimte.

38

4. Ruimtelijke visie Zoetermeer 2040

4.2.9 Ruimtelijke strategische keuzes 9. We stimuleren bewegen en ontmoeten

We kiezen ervoor om fysieke en sociale opgaven met elkaar te verbinden. Dat betekent dat we bij de ontwikkeling in de stad goed kijken hoe we ook sociale opgaven kunnen realiseren. We bevorderen gezondheid en sociale cohesie door routes en plekken te realiseren die uitnodigen tot bewegen en ontmoeten. Inwoners worden meer betrokken bij hun directe woonomgeving omdat we ruimte bieden voor eigen initiatief. Fysieke maatregelen die we nemen moeten een positief effect hebben op de gezondheid van onze inwoners. We hebben daarbij oog voor (sociale) veiligheid en toegankelijkheid. Iedereen, jong en oud, moet mee kunnen doen. Dit gaan we doen: We zorgen voor aantrekkelijke routes, door de wijken heen, die verleiden tot bewegen. Zo is er altijd een ommetje in de buurt en zijn de belangrijkste plekken via fijne voet- en fietspaden makkelijk bereikbaar. Bewegen is niet alleen fysiek gezond, maar geeft ook kans om verbinding aan te gaan met de omgeving. Voorzieningen, zowel in gebouwen als in de openbare ruimte, zijn de belangrijkste ontmoetingsplekken in de stad. Daarom zorgen we voor aantrekkelijke, zichtbare en veilige voorzieningen. Op het gebied van toegankelijkheid hanteren we de hoogste normen. Deze zullen worden opgenomen in de richtlijnen voor bouwkwaliteit en openbare ruimte (zie ook hoofdstuk 8, uitvoeringsagenda).

We richten de openbare ruimte rond voorzieningen in om ontmoeting te stimuleren, hieronder vallen ook speelplekken voor kinderen en jongerenontmoetingsplekken. Herstel van de sociaaleconomische balans vraagt niet alleen om woningen maar vooral ook om ruimtes die de sociale verbanden in de wijken versterken. We stimuleren eigenaarschap en betrokkenheid bij de leefomgeving door inwoners een actieve rol te geven bij de (her)inrichting en gebruik van hun wijk of buurt. Hierdoor dragen fysieke projecten bij aan de versterking van bestaande gemeenschappen en draagvlak voor vernieuwing.

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer - Stad in de Buurt

39

4.2.10 Ruimtelijke strategische keuzes 10. We zorgen voor een bereikbare, gezonde en veilige stad

Zoetermeer beschikt over een goed mobiliteitsnetwerk. De bereikbaarheid van woningen, werk en voorzieningen is over het algemeen goed en maakt ook dat Zoetermeer een aantrekkelijk vestigingsklimaat biedt. Tegelijkertijd is er veel werk aan de winkel om een transitie te realiseren naar schoner en stiller vervoer. Dit gaan we doen: De ruimte voor mobiliteit koesteren we maar gaan we, waar mogelijk, herverdelen: lopen, fietsen en OV krijgen samen met groen en ontmoeting meer ruimte. De vrij liggende bus-infrastructuur voor OV blijft behouden. We verbeteren het OV-netwerk in en om de stad door in te zetten op behoud van stadslijnen en HOV, o.a. richting Leiden (Bus Rapid Transport LeiZo), Alphen aan den Rijn, Delft en Rotterdam (rail ZoRo). We zetten in op het behouden en versterken van de Krakeling (RandstadRail lijn 3), onder meer door het bieden van ruimte voor extra woningen en voorzieningen rondom RandstadRail haltes. Hierdoor wordt de vervoerswaarde van de lijn vergroot. Om het gebruik van openbaar vervoer verder te stimuleren verbeteren we de aantrekkelijkheid van routes naar en de directe omgeving van stations- en haltes en de de (stallings-)faciliteiten voor fietsers.

Samen met het toevoegen van functies (wonen, werken, voorzieningen) zorgen deze maatregelen ervoor dat de aantrekkelijkheid, sociale veiligheid, toegankelijkheid en vindbaarheid van het OV sterk wordt verbeterd. We formuleren nieuwe kwaliteitseisen en verbeteren op basis hiervan de infrastructuur voor fietsers en voetgangers. De kwaliteitseisen gaan naast veiligheid en toegankelijkheid ook over aantrekkelijkheid. We maken toegankelijke en (sociaal) veilige routes die lopen en fietsen stimuleren en de herkenbaarheid versterken. We lossen knelpunten in het fietsnetwerk op (onder andere in Entree, binnenstad, de A12-zone en wijkwinkelcentrum Buytenwegh) en zorgen dat de fietsvoorzieningen, zoals stallingen, op orde zijn. We sturen erop dat het aantal autobewegingen tot 2040 niet verder toeneemt, door goede alternatieven te bieden waardoor de auto-afhankelijkheid vermindert. Op knooppunten in de stad, die aansluiten op regionale verbindingen, bieden we nieuwe mobiliteitsoplossingen aan als deelmobiliteit en maatwerkvervoer. De hoofdstructuur voor de auto blijft behouden en de bereikbaarheid gegarandeerd. We behouden de huidige maximumsnelheden op de hoofdwegen. Waar nodig of wenselijk, kan sprake zijn van snelheidsverlaging op de (delen van de) hoofdwegen naar 50 km/u, als de doorstroming niet verslechtert en dit ruimtelijke ontwikkelingen, zoals woningbouw, mogelijk maakt.

We doen dit stapsgewijs, zoals eerst met de Afrikaweg en Entree, waardoor de snelheden aansluiten bij de ontwikkelingen rond de hoofdwegenstructuur. Dit draagt bij aan verkeersveiligheid, luchtkwaliteit en een betere doorstroming van het verkeer. Bovendien ontstaat er door lagere snelheden meer ruimte om woon- en werkfuncties dichter op de hoofdwegen te ontwikkelen. Daarbij blijft een goede verkeerscirculatie gegarandeerd. In de wijken blijft de maximumsnelheid ongewijzigd en kan snelheidsverlaging naar maximaal 30km/u aan de orde zijn als het gaat om specifieke delen en de weginrichting ook daadwerkelijk wordt aangepast (eventueel in combinatie met andere ruimtelijke plannen). Om zodoende ook hier te werken aan een gezondere en veiligere leefomgeving en om ‘sluipverkeer’ tegen te gaan. We gaan met stakeholders in gesprek om de snelheid op de A12 te verlagen naar 80km/u. We gaan werken met mobiliteitsnormen waarvan de parkeernorm een onderdeel is. Bij een mobiliteitsnorm kijken we veel breder naar alle mogelijkheden van vervoer in de buurt. Indien er sprake is van een hoge mobiliteitsnorm, bijvoorbeeld omdat een woning dicht in de buurt van het OV ligt, kan volstaan worden met een lagere parkeernorm (zie voorbeeld Entree). Voor het aanpassen van de parkeernormen dienen de leefmilieus als uitgangspunt (zie hoofdstuk 5).

40

4. Ruimtelijke visie Zoetermeer 2040

IN BEWERKING

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer - Stad in de Buurt

41

5. Leefmilieus van Zoetermeer In hoofdstuk 4 zijn de ruimtelijke strategische keuzes voor de stad als geheel beschreven. Als we de keuzes op de stad toepassen zien we dat verschillende gebieden een verschillende uitwerking vragen. Deze gebieden zijn te omschrijven als leefmilieus. Elk leefmilieu heeft een eigen identiteit, dynamiek en uitstraling. Binnen het hoogstedelijk milieu passen bijvoorbeeld andere bebouwingsdichtheden en hoogtes dan binnen het suburbane milieu. En bij een wijkcentrum leefmilieu horen andere voorzieningen dan bij een groen leefmilieu.

42

Verhalen van de stad Joost van den Toorn - De Aardappelmannetjes Op de plek waar Zoetermeer uit de grond gerezen is, was vroeger een groot aardappelveld. Dat inspireerde de Amsterdamse kunstenaar Joost van den Toorn om voor de kunstopdracht bij stationsplein Centrum West een figuur op te trekken uit enorme keien: keien die doen denken aan aardappels. Deze keien haalde hij uit een Scandinavische steengroeve en liet ze ter plaatse op maat zagen, zodat ze stevig op elkaar konden worden gezet. De keien van de Aardappelmannetjes dragen de energie van de ijstijd nog met zich mee. De omgeving van Centrum-West waarin de aardappelmannetjes tegenwoordig staan is hoog dynamisch en stedelijk. een mooi contrast met de aardappelvelden van vroeger.

Meerpolder met zicht op de Binnenstad (foto: Peter Byzdra)

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer - Stad in de Buurt

43

5.1 Leefmilieus van Zoetermeer In 2040 zijn in Zoetermeer de volgende leefmilieus te onderscheiden: 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7

Hoogstedelijk leefmilieu Stedelijk leefmilieu Wijkcentrum leefmilieu Suburbaan leefmilieu Historisch leefmilieu Werk leefmilieu Groen leefmilieu

In dit hoofdstuk worden de leefmilieus nader beschreven. Per leefmilieu wordt een algemene omschrijving geven en wordt toegelicht hoe de verschillende opgaven een plek krijgen in dit specifieke gebied.

44

5. Leefmilieus van Zoetermeer

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer - Stad in de Buurt

45

5.2 Hoogstedelijk leefmilieu Locaties

Kenmerken Wonen

Stedelijke doelgroepen, zoals gezinnen, jongeren, starters, yuppen en actieve senioren. Dit vraagt extra aandacht voor kwalitatieve buitenruimtes en collectieve voorzieningen zoals gezamenlijke woonkamers en daktuinen en ruimte voor optoppen, splitsen en verkameren.

Economie

De functiemenging is hoog met wonen, werken (kantoren), voorzieningen, winkels, cultuur en horeca en te typeren als gemengd zakendistrict en metropolitane omgeving.

Mobiliteit

De voetganger staat centraal in de hoogstedelijke leefmilieus. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van duurzame (alternatieve) mobiliteit zoals fietsen, OV en deelvervoer. Het eigen autobezit is laag en wordt sterk ontmoedigd. Het noodzakelijk parkeren gebeurt in (ondergrondse) parkeergarages. De openbare ruimte is zo veel mogelijk vrij van autoverkeer en geparkeerde voertuigen. Zo ontstaat een hoge verblijfskwaliteit en zijn de gebieden aantrekkelijk voor voetgangers en fietsers.

Voorzieningen

Dit gebied biedt naast basisvoorzieningen ook meer stedelijke voorzieningen die bijdragen aan de levendigheid, zoals sport- en culturele voorzieningen (sportscholen, theaters, bioscopen, musea), een ruim retail aanbod en horecagelegenheden. Er zijn hogere geluidsnormen en langere openingstijden, met 24/7 dynamiek.

Groen-blauw

Het groen en blauw wordt op stedelijk niveau versterkt, met verbindingen naar omliggende wijken door singels en stadsstraten, zoals de ‘Groene Kraag’ rondom Entree en Centraal Park in de binnenstad. Kenmerkend is het 3D-groen, waarbij alles benut wordt (gevels, daken, maaiveld) om een prettig leefklimaat te creëren. Kleine parkjes en groene hoven binnen de stedelijke bouwblokken bieden rustige, toegankelijke plekken voor ontmoeting. De openbare ruimte is hoogwaardig en berekend op intensief gebruik door grote aantallen inwoners en bezoekers.

Energie

Collectieve warmteoplossingen zijn de norm, met opwekking van energie op daken en gevels waar dit goed kan worden ingepast.

Sociaal & Gezond

Dit leefmilieu is van belang voor de gehele stad, met toegankelijke openbare ruimte, maatschappelijke voorzieningen en ontmoetingsplekken.

Bouwhoogte

15-30 meter als basishoogte, hoogteaccenten tot 70 meter. Incidenteel hoger is mogelijk (mits goed ingepast).

Functiemengingsindex

55-70 (typering gemengd zakendistrict en metropolitaan wonen). Een sterk gemengd gebied met verhoudingsgewijs meer banen (55% of meer) dan woningen (45%).

Binnenstad Noordrand Palenstein

Entree

N Omschrijving Het hoogstedelijke leefmilieu kenmerkt zich door een sterke mix van woningen, naast basisvoorzieningen ook meer stedelijke voorzieningen zoals theaters, bioscopen, winkels, horeca, ateliers, werkruimten, parken en pleinen. De dynamiek is voelbaar in levendige en attractieve plinten. Het gebied heeft een grote aantrekkingskracht op bezoekers uit zowel Zoetermeer als daarbuiten. De bebouwing heeft een hoge dichtheid en hogere bouwhoogten, wat hoge eisen stelt aan de inrichting van de buitenruimte (openbaar en privaat). De openbare ruimte wordt intensief gebruikt en biedt plaats voor grotere aantallen bezoekers en evenementen. Gebieden Binnenstad (concentratie van reuring), Entree (incl. zuidzijde A12), Van Doornenplantsoen/Noordrand Palenstein.

46

5. Leefmilieus van Zoetermeer

Impressie (indicatief) Ruimte voor ontspanning in de openbare ruimte

Ruimte voor reuring

Eur opa

we

g

Ruimte voor energie op daken

Vergroenen in 3D, Kleine parkjes in bouwblokken

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer - Stad in de Buurt

47

5.3 Stedelijk leefmilieu Locaties

Kenmerken

Palenstein

Wonen

Een mix van gestapelde en grondgebonden bebouwing. De diversiteit in deze stadswijken is groot en voor verschillende doelgroepen met een actieve levensstijl. Er zijn stadswoningen, woon-werkwoningen en compacte laagbouw en enkele hoogbouw-accenten, met name wijkentrees.

Economie

Er is ruimte voor stedelijke dynamiek, met ruimte voor werken (met name langs ontsluitingswegen), stadsverzorgende economie en bedrijf-aan-huis en ambachten.

Mobiliteit

Fietsers en voetgangers staan centraal, met goede hoofdroutes. De auto zal slechts beperkt het gebied in komen. Eigen autobezit wordt ontmoedigd. Er wordt ingezet op ruimte-efficiënte oplossingen zoals deelmobiliteit en gebouwd parkeren.

Voorzieningen

Er zijn naast basisvoorzieningen ook stedelijke voorzieningen aanwezig zoals sporthallen en middelbare scholen en grotere zorgvoorzieningen die wijkoverstijgend functioneren.

Groen-blauw

Groen wordt intensief gebruikt en is verbonden met grotere groengebieden rondom de stad. Wijkparken, weteringen en linten spelen een belangrijke rol in het verbinden van de stad met het buitengebied. Ze bieden verkoeling en bevorderen biodiversiteit. Parken bieden aantrekkelijke ruimte voor ontspanning, bewegen en ontmoeten en waterberging.

Energie

In hoogbouwgebieden worden veelal collectieve warmteoplossingen toegepast.

Sociaal & Gezond

Het groene en sociale netwerk draagt bij aan gezondheid en welzijn, met voorzieningen die de leefbaarheid versterken, zowel op wijk- als op stadsniveau.

Bouwhoogte

10-30 meter als basis hoogte, hoogteaccenten tot 40 meter en incidenteel 60 (bij wijk-entrees). Extra bouwhoogte moet passen in de omgeving, met als streefwaarde voor nieuwbouw een bouwhoogte van maximaal twee keer de overwegende hoogte in de buurt.

Functiemengingsindex

40-50 (typering van gemengde stadswijk). Een gemengd gebied met verhoudingsgewijs een gelijkwaardige verdeling tussen het aandeel banen (40-50%) en woningen (50-60%).

Hoornerhage

Driemanspolder Paltelaan

omgeving station Zoetermeer-Oost

N Omschrijving Het stedelijk leefmilieu bevindt zich in het centrale deel van de stad, tegen hoogstedelijk leefmilieus aan en dichtbij openbaar vervoer. Het is hier drukker dan in de suburbane gebieden, maar rustiger dan in het hoogstedelijke gebied. Het biedt naast basisvoorzieningen ook stedelijke voorzieningen zoals sport- en onderwijsfaciliteiten en heeft een dynamisch karakter, met een hogere dichtheid bij nieuwe ontwikkelingen. Binnen het stedelijk leefmilieu ligt ook een aantal laagbouwbuurten. Het is niet de bedoeling om deze buurten om te vormen naar hoogbouwgebieden. Gebieden Driemanspolder, Dr. J.W. Paltelaan, omgeving station Zoetermeer-Oost, Palenstein en Hoornerhage.

48

5. Leefmilieus van Zoetermeer

Impressie (indicatief)

Ruimte voor ontmoeting in de openbare ruimte

Van

Verdichten van het gebied met meer ruimte voor voorzieningen

der

Hag

ens

tra

at

Verdichten met compacte laagbouw en enkele hoogbouwaccenten Auto’s in parkeergebouwen aan de rand van het gebied

Energie op daken

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer - Stad in de Buurt

49

5.4 Wijkcentrum leefmilieu Locaties

Kenmerken

De Leyens

Buytenwegh

Wonen

Overwegend gestapelde bebouwing, wonen boven winkels. Woningen zijn geschikt voor senioren, jongeren en starters. Optoppen, aanbouwen en uitplinten zijn mogelijk.

Economie

Wijkeconomie, dagelijkse voorzieningen, kleinschalige horeca, supermarkt en kleinschalige flexibele werkruimtes.

Mobiliteit

De wijkcentra zijn via goede (gezonde) routes voor voetgangers en fietsers met de wijk en de rest van de stad verbonden. In de wijkwinkelcentra zijn aantrekkelijke OV-haltes en fietsenstallingen. Autobezit is lager dan in de suburbane leefmilieus en deelmobiliteit wordt gefaciliteerd. Parkeren wordt gereguleerd en geconcentreerd nabij de winkels.

Voorzieningen

Maatschappelijke voorzieningen voor ontmoeting en ontplooiing, en elk wijkcentrum biedt ruimte voor evenementen en levendigheid.

Groen-blauw

Elk wijkcentrum heeft een plein met groen. Vergroening van de buitenruimte en ook daken en gevels worden daarvoor ingezet. Aantrekkelijke en koele fiets- en wandelroutes verbinden het wijkcentrum met de woonbuurten. Om structuur van wijkgroen en van buurtgroen te versterken wordt de openbare ruimte versterkt met groen, parkeerplaatsen worden omgevormd tot groenere zones met bomen voor verkoeling.

Energie

Voor sterk geconcentreerde bebouwing (waaronder hoogbouw) wordt een collectieve WKO gebruikt en er worden zonnepanelen op daken geplaatst.

Sociaal & Gezond

Het wijkcentrum is dé ontmoetingsplek voor de wijk en heeft een plein waar meerdere doelgroepen op verschillende momenten van de dag iets kunnen doen. De openbare ruimte is uitnodigend, toegankelijk en sociaal veilig, inclusief randstadrailhalte.

Bouwhoogte

Overwegend gestapelde bebouwing, tussen de 15-30 meter hoog (afhankelijk van de omgeving, ca. 1,5 keer de overwegende bouwhoogte van de omgeving) en tot een maximum van 45 meter. Geen solitaire hoogbouw, maar onderdeel van een ensemble dat afloopt naar de omliggende wijk. Optoppen, aanbouwen en uitplinten zijn mogelijk. Bij grootschalige sloop-nieuwbouw is maatwerk mogelijk.

Functiemengingsindex

35-40 (typering van woon-werkgebieden). Een woon-werkgebied met verhoudingsgewijs minder banen (35-40%) en meer woningen (60-65%).

Noordhove

Seghwaert

Oosterheem

Meerzicht Dorp

Rokkeveen

N Omschrijving Een wijkcentrum leefmilieu kenmerkt zich door de centrale ligging in de wijk (hart van de wijk), dicht bij dagelijkse voorzieningen zoals supermarkten, buurtverenigingen en de huisarts. Er is ruimte om samen te komen, buurt evenementen te organiseren of een kop koffie te drinken. Dit gebied is ook geschikt voor werken, bijvoorbeeld in winkels, horeca of flexibele werkplekken. Gebieden Wijkwinkelcentra.

50

5. Leefmilieus van Zoetermeer

Impressie (indicatief)

Ruimte voor energie op daken Verdichten van het gebied met meer ruimte voor wonen

Muzieklaan

Parkeren omvormen tot groenere zones

Iedere wijk een plein voor ontmoeten en wijkevenementen

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer - Stad in de Buurt

51

5.5 Suburbaan leefmilieu Locaties

Kenmerken Wonen

Overwegend laagbouw en grondgebonden bebouwing. Rustig wonen in een groene omgeving, met nadruk op woningbouw, geschikt voor gezinnen. Kleinschalige inbreidingen, zoals nieuwbouw, optoppen, aanbouwen of uitplinten zijn mogelijk en met name gericht op doorstroming.

Economie

Werken aan huis en zzp’ers en waar mogelijk in plinten kleinschalige werkgelegenheid.

Mobiliteit

Fijnmazig netwerk van routes, gericht op bestemmingsverkeer en passende inrichting met woonerven en woonstraten. Het wijkcentrum, de binnenstad en wijkparken zijn goed bereikbaar via gezonde routes voor voetgangers en fietsers. Parkeren gebeurt voornamelijk op eigen terrein of in de buurt op straat. De fiets heeft voorrang.

Voorzieningen

Basisscholen, kinderopvang, zorg en maatschappelijke voorzieningen zijn in de buurt.

Groen-blauw

Omschrijving Het is rustig en ontspannen wonen in het suburbane leefmilieu, dichtbij een wijk- of stadspark. Het is gemakkelijk om te wandelen of te sporten in het groen om de hoek en aantrekkelijke fietsroutes verbinden dit gebied snel met het wijkcentrum, de binnenstad en de groengebieden aan de rand van de stad.

Groen om de hoek is belangrijk. Woonstraten worden vergroend voor wateropvang en het tegengaan van hitte. Wijkparken zijn goed bereikbaar voor fietsers en voetgangers, en er wordt gewerkt aan betere verbindingen met groenstructuren. Er worden veilige, groene routes ontwikkeld tussen wijken, met plekken voor ontmoeten, spelen en sporten.

Energie

Individuele warmteoplossingen per woning, zoals isoleren, hybride warmtepompen en zonnepanelen op daken. Er wordt ruimte gegeven aan collectieve buurtinitiatieven (bijvoorbeeld buurtbatterijen).

Gebieden Dorp, Meerzicht, Buytenwegh, De Leyens, Seghwaert, Rokkeveen, Noordhove, Oosterheem.

Sociaal & Gezond

De woonstraten, plekken en parkjes voor de deur en om de hoek zijn hier de plekken voor actief bewegen en ontmoeting. Dit wordt gestimuleerd door inwoners ruimte te geven om activiteiten te organiseren en hun woonomgeving te gebruiken.

Bouwhoogte

<15 meter als typering voor grondgebonden woningen, uitgezonderd bestaande gebieden met hogere bebouwing. Op hoeken en zichtlocaties (bijvoorbeeld wijkontsluitingswegen of bestaande hoogbouw) zijn maximaal twee extra bouwlagen (+6m) toegestaan op bestaande woningen. Incidenteel is hier ruimte voor compacte gestapelde bouw.

Functiemengingsindex

<35 (typering van rustige woonwijk). Een woongebied met verhoudingsgewijs een relatief laag aandeel van banen (<35%) en veel woningen (>65%).

Noordhove De Leyens Buytenwegh

Oosterheem

Seghwaert Meerzicht

Dorp

Rokkeveen

N

52

5. Leefmilieus van Zoetermeer

Impressie (indicatief)

Aantrekkelijke fietsroutes door de wijk

Kleinschalige inbreiding met wonen

+

+

Vissendreef

30 50 30

OV

50

Ruimte voor ontmoeting in de openbare ruimte

OV

Ruimte voor ontmoeting in de openbare ruimte

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer - Stad in de Buurt

53

5.6 Historisch leefmilieu Locaties

Kenmerken Wonen

Luw wonen in het dorp en langs de linten. Gemoedelijk wonen in de Dorpsstraat, met beeldbepalende en monumentale bebouwing. Geclusterde woonvormen in schuurachtige concepten en luxere woonmilieus met vrijstaande en/of tweeonder-een-kapwoningen voor doorstromende gezinnen en senioren.

Economie

Beperkte functiemenging. Wonen en detailhandel in de Dorpsstraat, wonen en werken (ambachtelijk of agrarisch) op eigen terrein langs de linten. Bijzondere horeca, culturele of recreatieve functies, zoals stadsboerderijen, wijktuinen en maneges.

Mobiliteit

Fietsers en voetgangers hebben voorrang in de historische gebieden, die tevens belangrijke fietsroutes zijn om de stad uit te komen. De auto is vooral te gast, met parkeerplaatsen op eigen terrein of gereguleerd op straat rond de dorpskern.

Voorzieningen

De linten profiteren van voorzieningen in de aangrenzende wijken. Scholen, kinderopvang, zorg en maatschappelijke voorzieningen zijn dichtbij, met soms horecaondernemingen.

Groen-blauw

Het behoud en de versterking van groen-blauwe structuren zijn essentieel voor verkoeling en biodiversiteit. Deze structuren verbinden met de hoofdgroenstructuur (H-structuur) om een robuust groen-blauw netwerk te creëren. Het groene karakter en de historische uitstraling gekoppeld aan het water zijn bepalend voor de kwaliteit van het gebied.

Energie

Individuele woningen en agrarische bedrijven benutten de grote daken van schuren voor energieopwekking.

Sociaal & Gezond

De linten zijn inspirerende en rustgevende omgevingen die de reuring van de stad met de natuur om haar heen verbinden. Door de herkenbaarheid van gebouwen en verbindingen voelen inwoners zich thuis en wandelen en fietsen ze er graag. Langs deze routes liggen verschillende ontmoetingsfuncties die passen binnen het historisch karakter.

Bouwhoogte

Overwegend laagbouw met 1-2 bouwlagen en een kap.

Functiemengingsindex

Maatwerk. Het historische leefmilieu kent een grote diversiteit, afwisseling in werk en/of wonen.

Meerpolderdijk

Voorweg Roeleveenseweg

Dorpsstraat Vlamingstraat

Zegwaartseweg

Den Hoorn/Schinkelweg Stationsstraat

Bleiswijkseweg Rokkeveenseweg

Berkelseweg

N

Omschrijving Het historisch leefmilieu weerspiegelt de vroegere geschiedenis van Zoetermeer, met herkenbare stadlandverbindingen en karakteristieke panden waar gewoond en gewerkt kan worden. Dit kan variëren van een bakker in de Dorpsstraat tot een agrarisch bedrijf langs een lint. Kenmerkend is de afwisseling tussen bebouwing en open ruimte, evenals de variatie in functies zoals recreatie, ambachtelijke bedrijvigheid en dierenweides. De bebouwing bestaat meestal uit één laag met een kap. Fietsen is hier de belangrijkste vervoerswijze (met de auto als gast), en parkeren gebeurt vaak op eigen terrein. Gebieden Historische linten Voorweg, Zegwaartseweg, Roeleveenseweg, Rokkeveenseweg, Meerpolderdijk, Dorpsstraat, Vlamingsstraat, Den Hoorn, Schinkelweg, Bleiswijksewerg en de Stationsstraat.

54

5. Leefmilieus van Zoetermeer

Impressie (indicatief)

Prioriteit voor fiets en langzaam verkeer

Autoluwe gebieden

Ruimte voor reuring

Ruimte voor ontmoeting in de openbare ruimte

Ruimte voor ontspanning in de openbare ruimte

raat

sst Dorp

Prioriteit voor langzaamverkeer en goede fietsroutes

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer - Stad in de Buurt

55

5.7 Werk leefmilieu Locaties

Kenmerken Wonen

Wonen is in principe niet toegestaan vanwege de aanwezigheid van bedrijven met een hoge milieucategorie en het belang van behoud van werkgebieden.

Economie

Lage mate van functiemenging, geschikt voor monofunctionele bedrijvigheid en aanwezigheid van hogere milieucategorieën (die elders niet mengbaar zijn).

Mobiliteit

Werkmilieus zijn goed verbonden met andere stadsdelen via aantrekkelijke fietsroutes. Logistieke bereikbaarheid (vrachtverkeer) is gegarandeerd en er zijn logistieke hubs voor overslag naar (duurzame) stadsdistributie.

Voorzieningen

Stedelijke voorzieningen op bedrijventerreinen die bijdragen aan bedrijvigheid en ook goed mengbaar zijn, horen hier niet thuis, maar elders in de stad (andere leefmilieus).

Groen-blauw

Groen draagt bij aan aantrekkelijke werkomgeving. Straatprofielen zijn vergroend met meer bomen voor verkoeling en biodiversiteit en meer ruimte voor fietsers en voetgangers. Koele (doorgaande) fietsroutes en groene looproutes(‘ommetjes’) en beweegroutes voor werknemers (bijvoorbeeld in de pauze, in de schaduw) vergroten de aantrekkelijkheid van aanwezige werkgevers. Groene daken en groengevels, mogelijk gecombineerd met zonnepanelen, worden toegepast voor extra verkoeling, natuurinclusiviteit en ecologie.

Energie

Daken van bedrijfshallen worden maximaal benut voor energieopwekking.

Sociaal & Gezond

Op plekken waar routes voor langzaam verkeer dit leefmilieu kruisen zijn groene plekken aanwezig voor verkoeling en ontspanning.

Bouwhoogte

15 meter en incidenteel 25 meter.

Functiemengingsindex

>90 (typering werkgebied). Een typisch werkgebied met verhoudingsgewijs vooral werkgelegenheid (>90%) en nauwelijks wonen (<10%).

Zoeterhage

Rokkehage Oosterhage Rokkeveen Oost

Dutch Innovation Park

Lansinghage

N

Omschrijving Werkmilieus zijn gebieden waar voornamelijk gewerkt wordt, zoals bedrijventerreinen (huidige kantoorlocaties worden naar de toekomst doorontwikkeld naar gebieden met functiemenging en vallen zodoende in een ander milieu). Deze terreinen bevatten vaak loodsen, distributiehallen en industrie met een hogere milieucategorie, die meer ruimte en afstand tot woongebieden vereist. Gebieden Lansinghage, Rokkeveen-Oost, Rokkehage, Zoeterhage, Oosterhage, Dutch Innovation Park.

56

5. Leefmilieus van Zoetermeer

Impressie (indicatief)

Auto’s in parkeergebouwen aan de rand van het gebied

Ble

isw

ijks

ew

eg

Verdichten van het gebied met meer ruimte voor werken

Ontspannen groene plekken Ruimte voor energie op daken

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer - Stad in de Buurt

57

5.8 Groen leefmilieu Locaties

Kenmerken

Noordelijk plassengebied

Zoetermeerse Meerpolder

Wonen

Wonen is in principe niet toegestaan in de groengebieden. Incidenteel is woningbouw mogelijk aan de rand van het park, bij transformatie/ herontwikkeling van een bestaande (andere) functie.

Economie

Beperkte economische voorzieningen (horeca) ter ondersteuning van de recreatiefunctie.

Mobiliteit

Fietsers en voetgangers hebben voorrang in de groengebieden. Autoparkeren is ondergeschikt aan groenbeleving en wordt zoveel mogelijk aan de rand van het gebied opgevangen en landschappelijk ingepast.

Voorzieningen

Het groen biedt ruimte voor sport- en recreatieve voorzieningen en (kleinschalige) evenementen die ontspanning, ontmoeting, sport en spel stimuleren.

Groen-blauw

De groengebieden worden versterkt en verder uitgebouwd. Het behouden en versterken van koelte, ruimte voor waterberging en het bevorderen van biodiversiteit zijn belangrijke doelen. Het gebruik en de programmering van het groen draagt bij aan de leefkwaliteit van de stad.

Energie

Incidenteel ruimte geven aan benodigde energie-infrastructuur.

Sociaal & Gezond

Groengebieden zijn belangrijke bestemmingen in fiets-, wandel- en sportnetwerken. De routes van de wijken naar het groen zijn helder en aantrekkelijk. (Sport)verenigingen zijn actief in deze gebieden en de openbare ruimte nodigt uit tot ontmoeten, bewegen en ontspannen.

Bouwhoogte

Maatwerk

Functiemengingsindex

Niet van toepassing. Een groengebied heeft weinig werkgelegenheid en ook weinig woningen.

Buytenpark Nieuwe Driemanspolder Binnenpark Westerpark

Buurtvaart

Delftse Wallenwetering

Balijbos

Leidse Wallenwetering Heempark

Wilhelminapark

Burg. Vernedepark

Van Tuylpark

Burg. Hoekstrapark

N Omschrijving Het groen is essentieel voor het behouden van koelte, klimaatadaptatie en biodiversiteit. De groengebieden zijn ecologisch waardevol met een grote recreatieve betekenis, terwijl anderen nadrukkelijker dienen voor sport en vermaak. Gebieden Delftse Wallenwetering, Leidse Wallenwetering, Buurtvaart, Wilhelminapark, Westerpark, Binnenpark, Burgemeester Van Tuyllpark, Heempark, Burgemeester Hoekstrapark, de Nieuwe Driemanspolder, Buytenpark, Meerpolder, het Noordelijk plassengebied, Balijbos en de natuurkerngebieden.

58

5. Leefmilieus van Zoetermeer

Impressie (indicatief) Ruimte voor ontmoeten, bewegen en ontspannen

Fietser heeft de overhand

Ruimte voor waterberging en biodiversiteit

Evenementen in de stadsparken

slo

rd aa Zw eg

ew

ot s Wonen aan de randen

Ruimte voor energie op daken

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer - Stad in de Buurt

59

5.9 Leidraad voor hoogbouw In de hiervoor beschreven leefmilieus worden verschillende uitspraken gedaan over de bouwhoogtes. De bestaande omgeving en ligging in de stad bepaalt in welke mate bouwhoogtes kunnen afwijken van de veel voorkomende bouwhoogtes. Het karakter en sfeer van een leefmilieu bepaalt mede de inpassingsmogelijkheden van eventuele hoogbouw. Hoogbouw is een van de mogelijkheden om efficiënt om te gaan met de beperkte ruimte. Hoogbouw is geen doel op zich, maar een vorm van verdichting die moet passen in de omgeving. Daar waar de ruimte schaars is, het aanbod van voorzieningen en openbaar vervoer nabij is en waar hoogbouw ruimtelijk bijdraagt aan het accentueren van specifieke plekken in de stad, is hoogbouw mogelijk. Op basis van de leefmilieus vormen de Binnenstad en Entree, met de stationsomgeving Zoetermeer de meest verstedelijkte gebieden in de stad, waar hogere bebouwing logisch en wenselijk is. Ze vormen belangrijke ruimtelijke plekken die benadrukt kunnen worden met hoogbouw. Ook de wijkwinkelcentra vormen, op een andere schaal en met een andere bouwhoogte, belangrijke plekken voor concentratie in de wijk. Dicht bij voorzieningen en vaak ook openbaar vervoer is de ruimte beperkt en kan een hogere bouwhoogte voorkomen dan in de rest van de wijk.

Uitwerking van hoogbouw Voor de uitwerking van specifieke regels waar hoogbouw aan moet voldoen, wordt in hoofdstuk 9 ‘Van strategie naar realisatie’ voorgesteld om concrete regels op te stellen ten aanzien van ‘ruimtelijke beleid voor de gebouwde omgeving’, waarin dit meegenomen kan worden. In algemene zin zijn de volgende aspecten bij hoogbouw van belang: Inpassing in de omgeving, op basis van het betreffende leefmilieu. Hoogbouw is, door zijn hoogte, vanaf een grote afstand zichtbaar. Juist daarom is het van belang veel aandacht te besteden aan het gevelontwerp en vorm van de gebouwen en aan het beeld dat ze in wisselwerking met elkaar opleveren (het silhouet van de stad en een geleidelijke opbouw). Hoogbouw vraagt om een extra zorgvuldige vormgeving van materialisatie, kleur, detaillering en gebouwvorm, dat zorgt voor een aantrekkelijk beeld op het schaalniveau van de stad, de buurt en het gebouw. Een hoogbouweffectrapportage, waarbij de effecten ten aanzien van wind, bezonning en privacy inzichtelijk worden gemaakt;

In de bestaande suburbane wijken is beperkte hoogbouw al aanwezig (bijv. galerijflats in Meerzicht of de torens in Palenstein die de entree tot de wijk benadrukken). Hier gaan terughoudend om met hoogbouw en wordt de bouwhoogte gerelateerd aan de meest voorkomende bouwhoogtes in de omgeving.

4. Kroon

3. Toren

5. Ontmoeting 2. Stedelijke laag 1. Plint

60

5. Leefmilieus van Zoetermeer

Ruimtelijke opbouw, met aandacht voor: 1. Plint. Een hoge, uitnodigende en levendige plint (eerste of de eerste twee bouwlagen) met aandacht voor de relatie tussen maaiveld en gebouw. 2. Stedelijke laag. De onderste lagen (de eerste 6 bouwlagen, inclusief plint) vormen de stedelijke laag en bieden ‘ogen’ op straat, de menselijke maat, en zijn bepalend hoe het gebouw ervaren wordt. Hoogbouw is daarbij overwegend onderdeel van een stedelijk bouwblok. Solitaire vrijstaande torens komen slechts zelden voor. 3. Toren. Het feitelijke (midden)deel dat de hoogte in gaat. De vormgeving en verhouding van dit deel bepaalt het uitzicht en doorzicht tussen torens. De vorm en positie van de torens op de stedelijke laag dient zorgvuldig afgestemd te worden op de omgeving. Torens hebben een setback ten opzichte van het blok waar ze op staan (voorkomen van windhinder). Torens worden alzijdig ontworpen met aan alle zijden een aantrekkelijk gevelbeeld. 4. Kroon. De hoogbouw heeft een zorgvuldige beëindiging, een zorgvuldig ontworpen bovenkant. Een verbijzondering die zich onderscheidt van het middendeel van de toren en zich uitstrekt over meerdere verdiepingen. Daarbij verdienen de bovenste verdiepingen inclusief de daklijn aandacht. Technische zaken, zoals het bewassingssysteem en installaties, worden mee-ontworpen, om te zorgen voor een aantrekkelijk beeld. 5. Ontmoeting.

Juist in hoogbouw dient ook aandacht te zijn voor ontmoeting om te zorgen voor minder anonimiteit. De centrale hal, de wijze waarop men van parkeergarage tot voordeur komt, gemeenschappelijke ruimtes en/of voorzieningen, plekken waar je je buren kunt tegen komen, zijn belangrijk om te zorgen voor levendigheid. 6. Comfort. Er dient rekening gehouden te worden met specifieke wensen en voorzieningen voor toekomstige bewoners waarbij toegankelijkheid, bezoekbaarheid, drempelloos en bereikbaarheid van bijvoorbeeld stalling van scootmobielen e.d. praktisch goed geregeld zijn.

Maximale Bouwhoogtes per leefmilieu Hoogstedelijk

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer - Stad in de Buurt

Max. 70m(+)

Stedelijk

Max. 2x omgeving (tot 60m)

Wijkcentrum

Max. 1,5x omgeving (tot 45m)

Suburbaan

Max. 15m(+)

Historisch

Maatwerk

Werk

Max. 15m(+)

Groen

Maatwerk

61

6. Onderliggende beleidsthema’s De ruimtelijke strategie schetst een integraal beeld van de toekomst van Zoetermeer. Dit beeld is opgebouwd uit verschillende onderliggende beleidsthema’s zoals wonen, economie, groen en voorzieningen. Deze opgaven zijn in hoofdstuk 4 vertaald naar 10 integrale strategische keuzes. In dit hoofdstuk worden de verschillende beleidsthema’s als aparte onderwerpen beschreven. Hierdoor is eenvoudig terug te vinden wat de thematische opgaven en keuzes zijn die ten grondslag liggen aan de integrale uitwerking van hoofdstuk 4. Per thema worden de opgaven beschreven (vooral gebaseerd op de Visie Zoetermeer 2040) en de strategische keuzes die voor dit betreffende thema van belang zijn.

62

Noord-Aa strand (foto Gerke vd Hoef)

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer - Stad in de Buurt

63

6.1 Sociale en gezonde stad 6.1.1 Opgaven voor 2040

6.1.2 Strategie 2040

•

Fysieke ingrepen kunnen bijdragen aan een gezonde en sociale leefomgeving. Beter toegankelijk en bruikbaar groen, aantrekkelijke ruimte voor ontmoeten en het verminderen van de auto afhankelijkheid zijn enkele voorbeelden. Om fysieke en sociale doelen meer met elkaar te verbinden is het van belang dat er goed wordt samengewerkt tussen het fysieke en het sociale domein. Zo kunnen sociale doelen een plek krijgen bij de doorontwikkeling van de leefomgeving.

• • • • •

Het verbeteren van de gezondheid van inwoners, waar deze achterblijft op landelijk en regionaal gemiddelde. Stimuleren van meer lichaamsbeweging en meer sociale cohesie waardoor overgewicht en eenzaamheid verminderen. Stimuleren en faciliteren van inwoner initiatieven om sociale cohesie te versterken. Stimuleren van schone en stille mobiliteit. Verbeteren van de veiligheid en toegankelijkheid van de buitenruimte. Realiseren van een aantrekkelijke buitenruimte die dient als ‘het podium voor het stedelijk leven’.

Zoetermeer werkt eraan om de omgeving zo in te richten dat deze gezond gedrag stimuleert en inwoners beschermt tegen negatieve gezondheidseffecten. We noemen dit gezondheidsbevordering en gezondheidsbescherming in de leefomgeving. Gezondheidsbevordering van de leefomgeving realiseren we door de leefomgeving zo in te richten dat deze uitnodigt tot bewegen, ontmoeten, spelen en sporten. En we zorgen voor een inspirerende omgeving met zowel plek voor ontspanning en groen als voor cultuur, kunst en interactie. Hiervoor gaan we met inwoners in gesprek over wat zij nodig hebben om gezond gebruik te maken van de leefomgeving en het samen maken van fijne plekken. De mensen in de buurt weten het beste waar behoefte is en hoe bewegen, sporten, spelen en ontmoeten het beste gestimuleerd kunnen worden. Daarom nodigen we inwoners uit om gebruikswaarde toe te voegen in de openbare ruimte. Zo versterken we eigenaarschap en willen we sociale cohesie vergroten. Gezondheidsbescherming realiseren we door de leefomgeving zo in te richten dat geluidsoverlast en uitstoot van schadelijke stoffen beperkt worden. Daarnaast werken we aan een gezonde voedsel- en middelenomgeving, waarin we rookvrije zones uitbreiden en gezonde voedselaanbieders stimuleren.

We beperken gezondheidsoverlast en onveiligheid die wordt veroorzaakt door gemotoriseerd verkeer en we vergroten sociale veiligheid in de buitenruimte door goede verlichting en voldoende levendigheid langs belangrijke routes. Door groen en water goed in te zetten en ruimte te geven beschermen we inwoners tegen klimaatoverlast (water, droogte en hitte).

64

6. Beleidsthema’s

6.1.2.1. Gezonde routes en ontmoetingsplekken We bouwen aan een netwerk van gezonde routes door de wijken en de stad heen om de belangrijkste ontmoetingsplekken met elkaar te verbinden. De routes zijn sociaal veilig, toegankelijk, aantrekkelijk, groen en geven zo veel mogelijk voorrang aan gezonde mobiliteit boven gemotoriseerd verkeer. Het netwerk is geschikt om ommetjes te maken, elkaar tegen te komen en bevat voldoende plekken om te rusten of een praatje te maken. Zo verleiden we tot gezonde mobiliteit, bewegen en sporten in de stad en op weg naar bestemmingen. Anders dan de bestaande hoofdfietsroutes, die voornamelijk langs de hoofdwegen voeren, gaan de gezonde routes juist door de wijken heen. Elk wijkwinkelcentrum heeft in minstens vier richtingen een verbinding: richting binnenstad, richting de naastgelegen wijken (meestal 2) en richting het buitengebied. Zo ontstaat een ring van routes door de wijken heen. Ook rond de binnenstad en om de stad heen, door het buitengebied werken we aan een ring van gezonde routes. Er is een aantal prioritaire routes aangewezen om het netwerk te realiseren, andere delen zullen vooral bij herinrichting worden aangepast. De ontmoetingsplekken zijn de voornaamste bestemmingen in de stad. De centra van wijken, de binnenstad, maar ook andere voorzieningen zoals onderwijs, zorg, cultuur, sport en groen.

We streven ernaar deze bestemmingen waar mogelijk te clusteren zodat grotere ontmoetingsplekken voor de buurt, wijk of stad ontstaan. Ontmoetingsplekken liggen zoveel mogelijk op kruispunten van gezonde routes, maar ook andere voorzieningen worden zoveel mogelijk via gezonde routes ontsloten. We geven gezonde mobiliteit voorrang bij ontmoetingsplekken. Ook belangrijk voor goede ontmoetingsplekken is dat elke wijk een goed plein heeft, met een eigen identiteit, waar voor meerdere doelgroepen iets te doen is en waar wijkevenementen georganiseerd kunnen worden. Bij het clusteren van voorzieningen zorgen we dat voorzieningen die elkaar versterken dicht bij elkaar komen, zoals seniorenwoningen, zorg en OV. Voorzieningen die elkaar negatief beïnvloeden worden zoveel mogelijk van elkaar gescheiden zoals onderwijs en fastfood.

Wieteke: “Ik droom van een stad waar iedereen elkaar gedag zegt en bereid is een praatje te maken. Bankjes en ontmoetingsruimtes onderweg zijn essentieel om dit mogelijk te maken.”

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer - Stad in de Buurt

65

6.2 Groen, blauw en biodiversiteit 6.2.1 Opgaven voor 2040

6.2.2. Strategie 2040

Als gevolg van klimaatverandering en verlies aan biodiversiteit staat Zoetermeer voor grote opgaven om de stad te vergroenen en een gezonder leefmilieu te maken voor mens en dier. Het Rijk heeft de opdracht gegeven water en bodem sturend te maken (kamerbrief november 2022). Dit betekent dat we aanpassingen moeten doen in de manier waarop we omgaan met bouwprocessen en onze openbare ruimte.

In het rapport Water Bodem Biodiversiteit worden 7 verschillende strategieën uitgewerkt die in gelijke mate urgent en belangrijk zijn. De maatregelen moeten in samenhang toegepast worden, zodat langjarig gebouwd wordt aan een robuust, natuurlijk en aaneengesloten groen-blauw netwerk. De vervangingsperiode in de openbare ruimte is lang en alle vervanging moet bijdragen aan de opgaven. Het is een kwestie van lange adem om het benodigde grotere natuurlijke systeem voor elkaar te krijgen (ook na 2040).

Om de opgaven in beeld te brengen is het rapport Water Bodem Biodiversiteit opgesteld. Uit dit onderzoek is gebleken dat de belangrijkste opgaven voor de stad zijn gelegen in het voorkomen van wateroverlast en droogte en hitte. Tevens is het bevorderen van natuur en biodiversiteit een opgave.

6.2.1.1 Goed leefklimaat voor nu en later Wateroverlast treedt nu al op en wordt in de toekomst erger; er is meer nodig dan technische oplossingen. Dit vraagt om ingrijpende maatregelen in de buitenruimte. Vasthouden, vertraagd afvoeren naar open water en het realiseren van tijdelijke buffers. Droogte vraagt om meer groene oppervlakte, zodat er minder opwarming plaatsvindt en er water vastgehouden kan worden. Wateropslag en buffers zijn nodig om op termijn in voldoende zoet water te kunnen voorzien. Hitte vraagt om meer groene oppervlaktes voor koeling en om meer schaduw door bomen. Dit draagt ook bij aan het bevorderen van de biodiversiteit. Inzet op deze opgaven is nodig om de leefomgeving gezond te houden. Daarnaast zorgt het toevoegen van meer groen en water in de buitenruimte voor meer diversiteit, belevingswaarde en kwaliteit. Daarbij gaat het zowel om gebieden met gebruikswaarde voor de inwoners als rustige natuurgebieden waar ruimte is voor planten en dieren.

De 7 strategieën zijn: 1. Meer en beter groen inzetten tegen hittestress en voor biodiversiteit 2. Infiltratiekansen benutten 3. Realisatie tijdelijke wateropvang als meervoudig grondgebruik 4. Bevorderen groen- en watervriendelijke privéterreinen 5. Toekomstbestendig (ver)bouwen als standaard 6. Natuurwaarden van buitengebied voor de stad behouden en activeren 7. Versterken oppervlaktewaterstelsel en waterkwaliteit voor waterberging, leefomgeving en biodiversiteit

6.2.2.1 Werken aan een robuust groen-blauw netwerk Voor het realiseren van een robuust groen-blauw netwerk is het volgende nodig: •

•

•

66

Bestaande open verbindingen met het omliggend landschap (de ‘groene wiggen’) die de stad in lopen onbebouwd laten om de stad koel te houden en natuur ruimte te geven. Focus ligt op Voorweg/Amerikaweg (Nieuwe Driemanspolder naar binnenstad), Binnenpark (Meerpolder naar binnenstad) en Van Tuyllpark / Van der Hagenstraat (van de Rotte naar het park rondom de Dorpsstraat). Toevoegen en versterken van binnenstedelijke parken en de verbindingen; Van Tuyllpark, park rond Buurtvaart oude dorp, Vernedepark Delftsewallen (met verbinding over de A12), park rondom Entree. Verbeteren en verbinden van de Zoetermeerse wijk- en stadsparken met de omliggende buurten. Deze parken worden nog meer de groene oases van Zoetermeer met veel gevarieerde ruimte voor bewegen, beleven

6. Beleidsthema’s

•

•

en ontmoeten. Focus Meerzicht (Bossenpark), Buytenwegh/De Leyens (Binnenpark) en Seghwaert (park Seghwaert, park De Wijdse Weide). Toegangen tot regionale parken en de onderlinge verbinding verbeteren. Focus op verbinding Meerpolder/ Buytenpark, Lange Land/Broekwegkade als schakels in Ringpark rond de stad en ecologische verbindingen van regionaal park Buytenhout onder A12 en Zoetermeerse Rijweg. Vergroenen van gebieden met acute hittestress (Oosterheem, Rokkeveen, werkgebieden en Stadshart).

Bij herinrichting van openbare ruimte zetten we in op: •

•

• •

Het realiseren van een fijnmazig groen netwerk door de hele stad langs wandel- en fietspaden (gezonde routes) met bomen, groen, water, biodiversiteit en (tijdelijke) waterberging. In hoogstedelijk gebied kan deze ambitie ten koste gaan van parkeerruimte. Het verbinden van snippergroen en buurtgroen in grotere vlakken; op deze plekken kunnen bomen toegevoegd worden die sterk bijdragen aan verkoeling. Tevens ontstaat meer ruimte voor spelen en ontmoeten. Er wordt ingezet op het ‘groen om de hoek’ en met speciale aandacht voor het vergroenen van schoolpleinen. Woonstraten en woonerven vergroenen voor verblijven, ontmoeten, spelen en bewegen. Indelingen van de wegen samen met groen en water ontwikkelen voor o.a. de H-structuur (als nieuwe groen-blauwe lijnen in de stad) en ook voor andere wegindelingen in de stad. Dit wordt mogelijk gemaakt door wijziging van de verkeerssnelheden.

Suzanne: “Het mag avontuurlijker, verrassender, en minder eenvormig. Ik ben zelf erg fan van het Seghwaertpark, met zijn kronkelende paadjes en doorkijkjes waar je niet meteen ziet wat er achter de volgende boom schuilt.”

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer - Stad in de Buurt

67

6.3 Wonen 6.3.1 Opgaven voor 2040

6.3.2. Strategie 2040

Programma woningbouw als aanjager Het programma Woningbouw als Aanjager heeft tot doel om door middel van woningbouw niet alleen bij te dragen aan het oplossen van het woningtekort maar vooral ook om de woonaantrekkelijkheid van Zoetermeer te vergroten en de sociaaleconomische balans te herstellen. Dit bereiken we door:

Het programma Woningbouw als Aanjager vormt dé aanjager voor stadsvernieuwing. Vanuit het programma is het afgelopen jaar een zorgvuldige analyse van de Zoetermeerse woningvoorraad gemaakt. Uit deze analyse blijkt dat elk gebied zijn eigen dynamiek heeft qua inwoners en gebouwen. In sommige gebieden is de woningvoorraad eenzijdig. Ook missen we op stadsniveau (woningen voor) bepaalde doelgroepen: senioren, jongeren en stedelijke huishoudens.

• •

•

• •

•

•

Het realiseren van 10.000 tot 16.000 woningen (raadsbesluit 2017; tot 2024 zijn ca 1800 woningen gebouwd). De diversiteit en kwaliteit van het woningaanbod in wijken te vergroten. Zoetermeer mist in een aantal wijken/ buurten doelgroepen met een hoger inkomen. Door aan de bovenkant van de markt woningen toe te voegen in wat duurdere prijsklassen kunnen Zoetermeerders doorstromen op de woningmarkt (roltrap verlengen). Het aanbod van woningen te vergroten, voor alle doelgroepen (roltrap verbreden). Zoetermeer mist met name jongere doelgroepen met een middelbaar/hoger opleidingsniveau. Voldoende geschikte (zorg) woningen voor senioren realiseren (woonzorgvisie ca. 5800 woningen, waarvan 4000 nieuwbouw en 1800 in bestaande bouw). Te grote concentraties van sociale huurwoningen in dezelfde wijk of buurt te voorkomen door een goede spreiding van woningtypen en prijscategorieën over de stad. Realiseren van een goede variëteit aan woningtypen en prijscategorieën (op stadsniveau): • 30% sociale huur • 30% betaalbare koop en middenhuur • 40% dure koop en huur Werken aan de wijken van de toekomst, te beginnen met Meerzicht, Buytenwegh en Seghwaert.

Bovenstaande opgaven zijn in lijn met de regionale woondeal die Zoetermeer heeft onderschreven en wordt nader uitgewerkt in het Volkshuisvestingsprogramma (Omgevingsprogramma Wonen).

68

6.3.2.1 Nieuwe doelgroepen in hoogstedelijke leefmilieus Het woningprogramma neemt bepaalde doelgroepen als uitgangspunt voor het te ontwikkelen programma. Om meer levendigheid en reuring in de binnenstad te krijgen is het belangrijk dat ook jongeren daar een plek vinden. Door te bouwen voor de juiste doelgroepen kunnen nieuwe ontwikkelgebieden bijdragen aan doorstroming op de woningmarkt. De komende decennia transformeert Zoetermeer het sterkst rond de hoofwegenstructuur in de binnenstad en Entree. Daarmee breidt de stad het palet van wijken en buurten uit met nieuwe stedelijke woonmilieus. Het is belangrijk voor Zoetermeer om daarmee nieuwe doelgroepen te trekken die bijdragen aan de vitaliteit van de stad, bij voorkeur door gemengde woon–werk milieus. Dit leidt tot meer levendigheid en gevoel van veiligheid op betreffende locaties. 6.3.2.2 Woonaantrekkelijkheid van bestaande wijken vergroten Om de woonaantrekkelijkheid te verbeteren is het belangrijk om naast grote ontwikkelingen in het centrum ook te investeren in de wijken. Tot 2040 zullen vooral de wijkcentra rond de OV-knooppunten van Meerzicht, Buytenwegh en Seghwaert vernieuwd worden. Na 2040 zijn andere wijken aan de beurt. Samen met corporaties vernieuwen we het vastgoed en de woonomgeving, door woningen toe te voegen maar ook middels het optoppen, aanplakken en uitplinten van de bestaande voorraad.

Naast de OV-knooppunten zoeken we gericht naar te (her)ontwikkelen locaties om op buurtniveau specifiek woningprogramma toe te voegen met aandacht voor sociale netwerken, ontmoetingsvoorzieningen en

6. Beleidsthema’s

kleinschalig werken in de wijk. Het verduurzamen van woningen vormt een belangrijke bouwsteen van de wijkvernieuwing, evenals het opwaarderen van het voorzieningenniveau, dat met de komst van nieuwe bewoners ook meer draagvlak moet gaan krijgen. Uiteraard is alleen woningen bouwen niet genoeg, maar werken we ook aan sociaal-maatschappelijke opgaven. 6.3.2.3 Samenwerking met strategische partners Het is van belang dat de gemeente intensief samenwerkt met woningcorporaties, zorg- en welzijnspartijen, ontwikkelaars en beleggers om de ambitieuze opgaven te realiseren. Sinds enige jaren vindt deze samenwerking plaats binnen de Permanente Marktdialoog Zoetermeer (PMZ). De PMZ is ook nauw betrokken bij de ontwikkelingen rond de RSZ. De RSZ, en met name de daarop afgestemde volkshuisvestingsprogramma zullen belangrijke documenten zijn om de samenwerking met strategische marktpartijen in de komende jaren verder te intensiveren. 6.3.2.4 Bijzondere en vernieuwende woonvormen Door net als in het verleden ruimte te geven aan vernieuwende architectuur en experimentele woonvormen versterken we de identiteit van Zoetermeer. Op een aantal zichtlocaties in de stad bouwen we markante gebouwen met beeldbepalende waarde, passend bij de kwaliteit van de New Town en passend bij de doelgroepen die we willen aantrekken en/of behouden voor de stad.

Tobias: “Er zou meer energie gestoken mogen worden in het verbinden van de wijken. Dit creëert een samenleving waarin mensen niet alleen naast elkaar wonen, maar ook met elkaar leven.”

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer - Stad in de Buurt

69

6.4 Economie 6.4.1 Opgaven voor 2040

6.4.2 Strategie 2040

•

Zoetermeer streeft naar een gezonde woon–werk balans waarin het aantal arbeidsplaatsen meegroeit met het aantal woningen. Dat is belangrijk voor de economische ontwikkeling van de stad maar ook om vervoersbewegingen in de toekomst te beperken. Net als woningen vragen werkplekken ruimte. Vooral bedrijven in een hogere milieu categorie vragen veel ruimte omdat zij niet kunnen worden gecombineerd met woningen in de directe nabijheid. We zien een verschuiving in de behoefte aan ruimte voor werk. Minder behoefte aan kantoren en meer behoefte aan flexibele bedrijfsruimtes die voor verschillende bedrijfsfuncties kunnen worden ingezet.

• • •

• • • • •

Gezonde woon-werkbalans behouden (1 woning = 1 arbeidsplaats/fte). Ruimte programmeren voor brede werkgelegenheid. Mengen waar het kan, scheiden waar het moet. Vernieuwen, verdichten en verduurzamen van bedrijventerreinen en weren/uitfaseren van gebiedsvreemde functies (voorbeeld: sportschool op bedrijventerrein). Versterken van het ondernemersklimaat voor onze kernsectoren. Wijkwinkelcentra vernieuwen en gedeeltelijk transformeren. Ruimte voor wijkeconomie programmeren. Verduurzamen kantorenvoorraad en doorontwikkelen kantorenlocaties naar gemengde zakendistricten. Versterken van het ondernemersklimaat voor start-ups en scale-ups.

Om voldoende ruimte voor werk te scheppen richten wij ons op de volgende maatregelen: •

•

•

• •

•

•

70

6. Beleidsthema’s

Beter benutten (intensivering, verdichting) van bedrijventerreinen Lansinghage, Rokkeveen-Oost, Rokkehage, Zoeterhage en Oosterhage voor bedrijven met hoge milieucategorieën die daar horen. Elders in de stad ruimte bieden aan bedrijven die mengbaar zijn met andere functies, bijvoorbeeld in de plinten van gebiedsontwikkelingen zoals Entree en binnenstad. Waar mogelijk realiseren van gemengde woon–werk milieus. Dit leidt tot meer levendigheid en gevoel van veiligheid op betreffende locaties. Het geeft de stad meer levendigheid. Bedrijventerrein Hoornerhage geleidelijk transformeren tot gemengd woon-werkgebied (met behoud van de ruimte voor werkgelegenheid) als ‘schakel’ tussen het Van Tuyllpark en de rest van de stad. De kantoorlocaties rondom stations transformeren naar meer gemengde woon-werk locaties. Kantorenvoorraad verduurzamen en versterken en onttrekken van incourante delen uit de kantorenvoorraad ten behoeve van de stedelijke opgaven, waaronder wonen. Om de wijkeconomie te stimuleren en ruimte daarvoor te creëren worden de wijkwinkelcentra in Meerzicht, Buytenwegh en Seghwaert opgeknapt. Waar mogelijk wordt ruimte gerealiseerd voor kleinere bedrijfsruimtes en flexwerkplekken. Ook elders in de wijken, waar passend, worden mogelijkheden benut voor het toevoegen van werk (=maatwerk).

Als stad van toegepaste innovatie wordt het Dutch Innovation Park verder ontwikkeld als regionale ITCampus, met daarbij aandacht voor start-ups en scaleups.

Sebastiaan: “Zoetermeer is een stad waar nog veel mogelijk is. Je kunt hier dingen opzetten zonder dat iedereen meteen zegt: Ho, wat ben jij aan het doen?”

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer - Stad in de Buurt

71

6.5 Mobiliteit 6.5.1. Opgaven voor 2040 De belangrijkste uitdaging voor mobiliteit in Zoetermeer is om de groeiende stad bereikbaar en toegankelijk te houden. Hierbij rekening houdend met een sterk groeiende regio. Dit stelt ons voor de uitdaging om het toenemende aantal verplaatsingen op te vangen met duurzame, stille en ruimte-efficiënte mobiliteit. Dit vertaalt zich in de volgende vijf deelopgaven: • •

•

• •

72

Fiets- en voetgangersnetwerken uitbreiden en toekomstbestendig en veilig maken, door het verbeteren van de kwaliteit en het geven van meer ruimte. Zorgen voor een logische, samenhangende en herkenbare infrastructuur van alle mobiliteitsnetwerken met een focus op verkeersveiligheid, sociale veiligheid en leefbaarheid (gezonde routes). Verandering in voertuigkeuze. De groeiende mobiliteitsvraag opvangen door lopen, fietsen, deelmobiliteit en ov. Het OV moet concurrerend worden met de auto op prijs en reistijd en het aandeel deelvervoer moet worden vergroot. Strategische locaties voor deelmobiliteit, ketenmobiliteit en maatwerkvervoer aanwijzen om het OV-gebruik te versterken en de bereikbaarheid te verbeteren. In balans brengen van parkeren en verkeersintensiteiten in de openbare ruimte met de gebiedsopgaven en doelgroepen.

6.5.2. Strategie 2040: transitie naar duurzame mobiliteit

De strategische keuzes met betrekking tot mobiliteit kunnen als volgt worden samengevat:

Deze strategie bevat ruimtelijke keuzes voor duurzame mobiliteit. De nadruk ligt op het versterken van OV-, voetgangersen fietsnetwerken en bijbehorende voorzieningen. Dit is noodzakelijk om de verwachte groei van autoverkeer te stabiliseren en de stad voor iedereen bereikbaar en toegankelijk te houden. Want zowel in Zoetermeer als in de regio groeit het aantal inwoners en arbeidsplaatsen flink. Mobiliteit is een cruciaal onderdeel van stedelijke ontwikkeling. Zoetermeer, als onderdeel van de zuidelijke Randstad en de metropoolregio Rotterdam- Den Haag, hoort optimaal verbonden te zijn met steden in de buurt als Den Haag, Rotterdam, Alphen aan den Rijn, Gouda, Leiden en Delft. Zoetermeer wil dat het OV naar alle plaatsen in de regio gaat concurreren met de auto op reistijd en prijs. Binnen Zoetermeer is het belangrijk dat voorzieningen eenvoudig bereikbaar zijn en werkgelegenheid goed ontsloten is. Ook met de auto blijft Zoetermeer alzijdig bereikbaar. Voor de H-structuur is de inzet de huidige maximumsnelheden te behouden en onder voorwaarden de snelheid te verlagen naar maximum van 50km/u, als daarmee de doorstroming niet verslechtert en dit ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maakt. Dit sluit aan bij de landelijke norm binnen de bebouwde kom en verbetert de verkeersveiligheid en capaciteit van de wegen.

Zoetermeer stimuleert een “modal shift”, waarbij reizigers vaker kiezen voor lopen, fietsen of OV. Het gevoel van sociale veiligheid verbeteren is een belangrijk nieuw aandachtspunt. Ook wil Zoetermeer onderzoeken of parkeernormen omgezet kunnen worden naar mobiliteitsnormen. Om op die manier mobiliteitsoplossingen beter aan te laten sluiten op de behoeften en eigenschappen van verschillende gebieden en inwoners. Deelmobiliteit en maatwerkvervoer worden gezien als innovatieve oplossingen. Door goede locaties bij haltes en stations kan het gebruik hiervan toenemen. Zo wordt het voor inwoners en bezoekers makkelijker om met deelmobiliteit te reizen via hubs.

•

6. Beleidsthema’s

•

•

•

•

• •

De H-structuur blijft behouden met de huidige maximumsnelheden en kan onder voorwaarden verlaagd worden naar een maximumsnelheid van 50km per uur (GOW50), waarbij de alternatieve verkeerscirculatie voor de H-structuur wordt onderzocht. We definiëren nieuwe kwaliteitseisen om het fiets- en voetgangersnetwerk uit te breiden en aantrekkelijker te maken. Hiermee wordt gezorgd voor toegankelijke en veilige routes die lopen en fietsen stimuleren. Er zijn specifieke locaties aangewezen waar verbeteringen worden doorgevoerd. De bestaande ruimte met een verkeersfunctie in Zoetermeer blijft behouden, maar waar mogelijk verdelen we deze anders tussen de vervoerswijzen waardoor lopen, fietsen en OV meer ruimte krijgen. De meest recente richtlijnen voor weginrichting en verkeersveiligheid worden toegepast. We geven prioriteit aan het verbeteren van de beleving van sociale veiligheid bij aanleg, renovatie en herinrichting van haltes, stations en de routes er naartoe. De aantrekkelijkheid, toegankelijkheid en vindbaarheid van haltes en stations worden verbeterd. De vrije infrastructuur voor openbaar vervoer in Zoetermeer blijft behouden. Voor LeiZo en ZoRo wordt ruimte gereserveerd voor HOV-bus of lightrail. We zetten in op behoud van de Krakeling.

Innovatieve mobiliteitsoplossingen zoals deelmobiliteit, autonoom vervoer en maatwerkvervoer komen op logische locaties om het gebruik ervan te stimuleren. We werken toe naar mobiliteitsnormen (in plaats van parkeernormen). Mobiliteit staat hierin centraal, dat hoeft niet persé per auto te zijn als er goede alternatieven zijn.

Sam: “Vooral ’s avonds zou er meer veiligheid moeten zijn. Ik voel me niet veilig als ik ’s avonds naar huis loop of in de tram zit”

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer - Stad in de Buurt

73

6.6 Voorzieningen 6.6.1. Opgaven voor 2040

6.6.2. Strategie 2040

•

6.6.2.1 We laten voorzieningen meegroeien langs gezonde routes en ontmoetingsplekken We zorgen ervoor dat basisvoorzieningen voor iedereen snel en eenvoudig bereikbaar zijn, wandelend of per fiets (‘alles in de buurt’). Dit doen we door ze te positioneren langs gezonde routes en bij ontmoetingsplekken. Bij de groei van de stad is het essentieel dat het voorzieningenniveau meegroeit. Zoetermeer kan haar woonaantrekkelijkheid alleen verbeteren als het goede voorzieningen heeft voor huidige en toekomstige doelgroepen. Op basis van een doelgroepenanalyse is in kaart gebracht welk type woningen waar in de stad zouden passen. In aansluiting daarop werken we met een ‘normenkader’ voor voorzieningen. Zo sturen we op voldoende aanbod, spreiding en nabijheid van voorzieningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=20090a1c-bcf3-4405-8e22-aa470e4471cb