CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Rapportage programma's en projecten 1e helft 2025

Commissie Samenleving 27 oktober 2025, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Rapportage programma’s en projecten 1e helft 2025 (deel Sociaal Domein)27.772 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Voor deze projecten geldt dat deze minder last ervaren van de gewijzigde omstandigheden omdat contractering en verkoop van de woningen al heeft plaatsgevonden. Stoplichten van deze projecten zijn hierdoor veelal gefixeerd. De effecten op de woningmarkt worden ook zichtbaar in de woningbouwmonitor. Dit jaar zullen er minder woningen gerealiseerd worden dan de ambitie van 700 woningen. Uit de woningbouwmonitor blijkt dat in 2025 een aantal van 509 woningen worden opgeleverd. Ook voor 2026 zal de productie achter blijven ten opzichte van de doelstellingen. Om de productie op te schroeven wordt gewerkt aan de uitbreiding van de plancapaciteit en wordt in een aantal projecten gewerkt met de methodiek parralel plannen. Op deze manier kunnen planprocedures sneller worden afgerond alvorens realisatie kan plaats vinden.

31

6.

Ruimtelijk fysiek domein (vervolg)

Ondanks de marktomstandigheden zijn er het laatste half jaar wederom belangrijke stappen gezet in de projectenportefeuille. En ook in de komende periode volgen belangrijke stappen voor onze projecten en programma’s. Met het binnenhalen van de Woningbouwimpuls (Wbi) subsidie van €14.900.949,- exclusief BTW en de mobiliteit subsidie van € 22.300.000, exclusief BTW, wordt het tekort op de publieke businesscase van het Programma Binnenstad verkleind en komt de realisatie van meer woningen in de Binnenstad dichterbij. De mobiliteitsstrategie Binnenstad 2040 is door de raad vastgesteld. Daarnaast zijn er inmiddels meerdere bouwprojecten in uitvoering waaronder Cadenza 2, Englandlaan 140 en 270, Delfsewallen en het Centraal Park. Woningbouwproject Lux 70 is inmiddels afgerond en de aanbesteding Markt 10 gaat starten. Na het raadsbesluit voor hernieuwde kaders voor Edisonpark is de ontwikkelcombinatie begonnen met het uitwerken van deelplan 1. Parralel hieraan is de gemeente begonnen met de voorbereidingen voor het bouwrijp maken. In de Entree zijn in het afgelopen half jaar belangrijke stappen gezet om tot realisatie te komen. Er is een start gemaakt met de opbouw van Terra Nova. Ook zijn de documenten voor het Omgevingsprogramma Entree door de gemeenteraad bekrachtigd. Ook zijn meerdere anterieure overeenkomsten afgesloten met de grondeigenaren.

Met deze kaderstellende documenten kan vaart worden gemaakt met de realisatie van Entree. In Meerzicht is het ontwikkelperspectief onder de werktitel ‘Meer voor Meerzicht’ door de raad aangenomen. In het ontwikkelperspectief is een alomvattende meerjarenaanpak gepresenteerd met daarin onderscheid tussen de korte en lange termijn doelstellingen. Daarnaast is met het aannemen van het ontwikkelperspectief ook de cofinanciering van het Volkshuisvestingsfond gegarandeerd, waardoor er werk kan worden gemaakt van het verduurzamen van flats in de Bossenbuurt. Daarnaast is het planuitwerkingskader Hart van Meerzicht door de raad bekrachtigd en zijn er afspraken gemaakt met de eigenaar voor de uitwerking van het plan. Deze afspraken zijn verankerd in een anterieure overeenkomst.

Nieuwe wijkindeling

Per 1 januari 2025 wordt de nieuwe wijkindeling in Zoetermeer gehanteerd. Zoetermeer kent vijftien wijken, waarvan twaalf woonwijken en daarnaast bedrijventerreinen, buitengebied en de A12-zone. De nieuwe wijkindeling wordt gehanteerd in het hoofdstuk projecten ruimtelijk fysiek domein.

32

6.

Ruimtelijk fysiek domein (vervolg)

Soorten projecten

Zoals gezegd geeft deze rapportage een overzicht van de stand van zaken van de ruimtelijke fysieke projecten van de gemeente Zoetermeer. Voor het verwezenlijken van haar doelstellingen voor de fysieke leefomgeving, waaronder volkshuisvesting, lokale economie, natuur en groen, infrastructuur en maatschappelijke voorzieningen, maakt de gemeente gebruik van het middel ‘grondbeleid’. Grondbeleid, en ook de projecten die in dit kader worden gestart, zijn dus geen doel op zich, maar een middel, volgend op deze doelstellingen voor de fysieke leefomgeving. In de Omgevingsvisie Zoetermeer 2040, omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan legt de gemeente haar beleid voor de fysieke leefomgeving vast, met vragen als: “Welke verdere verstedelijking staat de gemeente in de komende jaren voor? Welke voorzieningen moeten daartoe worden aangelegd? Welke ruimte krijgt de natuur in de gemeente?” Zie ook de herziene ‘Handreiking grondbeleid voor raadsleden’. Via projecten wordt uitvoering gegeven aan het beleid. De gemeente Zoetermeer kent de volgende soorten projecten. 1. Project faciliterend grondbeleid Bij faciliterende projecten is de bouwkavel in het bezit van een private partij (ontwikkelaar, particulier, etc.) en wordt deze door die partij ontwikkeld.

De gemeente treedt enkel (vooral) op als overheid die de plannen van private partijen faciliteert als daarvoor een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk is. Voor de wijziging van het omgevingsplan moet de gemeente vaak allerlei kosten maken, zoals onderzoek, de aanleg van (gebiedsoverstijgende)voorzieningen en dergelijke. Deze kosten moeten op grond van de Omgevingswet op de derden, die daarvan profijt hebben, worden verhaald. Achtergrond van het verplichte karakter van dit kostenverhaal (de moet bepaling) is de wetgeving rondom Staatssteun. 2. Project actief grondbeleid Binnen actief grondbeleid vallen de grondexploitaties, waarbij onderscheid wordt gemaakt in de projecten in voorbereiding naar grondexploitatie en projecten met een lopende grondexploitatie. Projecten in voorbereiding naar grondexploitatie bevinden zich in de haalbaarheidsfase en worden mogelijk in de toekomst projecten met een grondexploitatie. Veelal is voor deze projecten (in voorbereiding) door de gemeenteraad een budget beschikbaar gesteld. Projecten met een lopende grondexploitatie starten pas na vaststelling van die grondexploitatie door de gemeenteraad (inclusief de scope, uitgangspunten, doorlooptijd en financiële consequentie). De gemeente heeft de te ontwikkelen grond in eigen bezit (of verwerft deze) en voert de regie over alle fasen van de grondexploitatie.

Eventuele winst, maar ook het risico, liggen bij een grondexploitatie volledig bij de gemeente. Voor de werkzaamheden binnen de grondexploitatie handelt de gemeente vanuit haar privaatrechtelijke rol en wordt zij fiscaal aangemerkt als onderneming. 3. Investeringsproject Bij de investeringsprojecten is er sprake van investeringen in (her-)ontwikkeling van vastgoed, investeringen in de openbare buitenruimte en/of vervangingsinvesteringen in vastgoed en de openbare ruimte, door de gemeente vanuit haar publieke rol.

Gewijzigde stoplichten ruimtelijk fysiek

Achteruit 8.1.7 Entree, West 8: Abdissenbos 1 t/m 15, van groen naar geel Het afgelopen half jaar hebben gesprekken plaatsgevonden met diverse stakeholders en de verschillende grondeigenaren binnen dit deelgebied. Deze gesprekken duren langer dan verwacht. De komende periode worden de gesprekken geïntensiveerd en wordt er toegewerkt naar concrete afspraken. Dit is nodig om de haalbaarheidsfase succesvol af te ronden. De verwachting is dat de haalbaarheidsfase afgerond kan worden in Q4 2025. 8.2.3 Binnenstad, Deelgebied 1, Denemarkenlaan eo., van groen naar geel Het stoplicht voor dit project is gewijzigd van groen naar geel. Deze wijziging weerspiegelt dat er sprake is van vertraging in de planning en een lichte overschrijding van de geraamde 33

6.

Ruimtelijk fysiek domein (vervolg)

kosten in de haalbaarheidsfase. Belangrijk om hierbij op te merken is dat deze afwijkingen voortkomen uit een bewuste keuze om in dit stadium zorgvuldigheid boven snelheid te stellen. Het project kent een hoge mate van complexiteit, onder meer vanwege de integratie van een IKC en de ontwikkeling van een parkeergarage, waarvoor zowel bovengrondse als ondergrondse varianten werden onderzocht. De haalbaarheidsfase duurt hierdoor langer dan oorspronkelijk voorzien, en deze verlenging heeft geleid tot een lichte overschrijding van de plankosten. Dit komt met name door de extra tijd en inzet die nodig zijn voor technische onderzoeken, stedenbouwkundige uitwerking en het opstellen van scenario’s voor ondergrondse parkeeroplossingen. 9.1.2 Molenstraat - Jan Hoornstraat - Cornelis van Eerdenstraat - 5 Mei-straat - John Mc Cormickstraat -Van Brakelstraat, van groen naar geel - Stedin moet nog een klein stuk gasleiding vervangen, dit wordt in overleg uitgevoerd. - Er is een nieuwe planning opgesteld door de civiele aannemer, uitvoering gereed september 2026 (dit was april 2026). - Vertraging komt vooral door het kabel&leiding bedrijf, maar ook deels door de gevolgen van het bezoek door de arbeidsinspectie. - De arbeidsinspectie is op dinsdag 11 maart 2025 op het werk geweest, een inspectie in het kader van “fysieke belasting stratenmakers”.

Hier zijn op diverse vlakken overtredingen geconstateerd. De gemeente Zoetermeer heeft een brief ontvangen met alle bevindingen. 9.5.3 Poppodium Boerderij, nieuwbouw locatie Amerikaweg, van groen naar geel De status van het project is betreft het stoplicht van groen naar geel gegaan, omdat er een aantal risico’s in het project zijn opgetreden waardoor de strakke planning te optimistisch bleek, waaronder netcongestie. 9.11.4 Nieuwe Driemanspolder horeca, van groen naar geel De status van het project is veranderd. Er is sprake van een geel licht. Dit heeft voornamelijk te maken met netcongestie. De beoogde horeca in de Nieuwe Driemanspolder kan hoogstwaarschijnlijk geen grootverbruik aansluiting krijgen op het stroomnet. De beperkte capaciteit zal waarschijnlijk voor andere prioriteiten worden gebruikt. Een horeca zonder grootverbruik is lastig. Er zullen aanpassingen nodig zijn om het mogelijk te maken. Bijvoorbeeld een eigen stroomvoorziening of het realiseren van een horeca buiten het stroomnetwerk. De impact op het project hiervan is groot. De aanpassingen kosten meer geld. Daarmee wordt het risico dat er geen geschikte ondernemer gevonden kan worden ook groter. Gecombineerd is er dus sprake van een geel licht als status.

9.12.3 Oosterhage/ Businesspark, van groen naar geel Het stoplicht is op geel gezet: vanwege de aanhoudende netcongestie is de uitgifte van bedrijfskavels voorlopig opgeschort. Op dit moment loopt een onderzoek naar de gevolgen hiervan en wordt bekeken welke vervolgstappen nodig zijn. Lopende projecten en WRM gaan gewoon door. Vooruit 8.1.2 Entree, Middengebied, uitwerking SOR, van rood naar geel De projectopdracht gaat herzien worden om aan te sluiten op het medio juli 2025 vast te stellen omgevingsprogramma inclusief de bijbehorende gebiedsbusinesscase. 8.1.4 Entree, Middengebied, UP Oost 1 t/m Oost 8: Breevast ,van geel naar groen Met het sluiten van de nieuwe anterieure overeenkomst met de eigenaar van Oost 1 t/m Oost 8 zijn het programma en de financiën geborgd. Daarnaast is het Omgevingsprogramma Entree ter besluitvorming aangeboden aan het college en de gemeenteraad. 34

6.

Ruimtelijk fysiek domein (vervolg)

8.1.5 Entree, Middengebied, UP West 1 t/m West 4: Hillborgh, Veldboom, van Omme & de Groot, van geel naar groen Met het sluiten van de nieuwe anterieure overeenkomsten met de eigenaren van West 1, 2 en 4 is een groot deel van het programma en de financiën van West 1 tot en met 4 geborgd. Daarnaast is het Omgevingsprogramma Entree ter besluitvorming aangeboden aan het college en de gemeenteraad. 9.1.3 Burgemeester Vernèdepark en omgeving Dr. J.W. Paltelaan, omgevingsprogramma, van geel naar groen De status van het project is gewijzigd naar groen. Het omgevingsprogramma en de uitvoeringsagenda worden naar verwachting voor het zomerreces 2025 vastgesteld door het college, waarmee het project wordt afgerond. In 2025 is de uiteindelijke verwachte overschrijding van de kosten van €57.000. Eerder is via het raadsvoorstel ‘Instemming ontwerp omgevingsprogramma’ van 2 juni 2025 gemeld dat er in 2025 een overschrijding zou plaatsvinden van circa €40.000. Door het verwerken van ingediende moties en amendementen op het omgevingsprogramma is deze overschrijding nog iets opgelopen. Deze overschrijding zal ten laste van het jaarrekeningresultaat van 2025 worden gebracht. 9.4.1 Bijdorplaan/ Van Leeuwenhoeklaan, van geel naar groen De bouw is later begonnen dan gepland door enkele bezwaren op de omgevingsvergunning.

Inmiddels is de bouw gestart, en heeft het project Soeterdael aan de Bijdorplaan groen licht gekregen. De bouw van de appartementencomplexen is gestart en verloopt volgens planning. 9.7.2 Nieuwbouw dubbelstroomsschool Seghwaert, van geel naar groen Het stoplicht is van geel naar groen gewijzigd omdat: - Het risico van tijdelijke huisvesting is weggevallen door de uitfasering van kindcentrum de Touwladder. - Het programma is bekend. - Het budget is toegekend voor de gymzaal. - In de vorige rapportage liepen we achter op de planning, op dit moment lopen we weer op schema met een herziene planning. 9.10.6 Hofwegenstraat Vrije Kavels Sara Lydia Hoeve, van geel naar groen Volgens aangepaste planning is er verbetering op aspect tijd, zijn de risico’s beheersbaar en de ramingen vallen binnen de GREX Oosterheem. Hierdoor is de projectstatus van geel naar groen gewijzigd. 9.11.1 SnowWorld, van geel naar groen De reden dat het stoplicht van geel naar groen wordt gezet heeft met de volgende punten te maken: - Het college van B&W heeft besloten om het PUK ter besluitvorming voor te leggen aan de gemeenteraad. - Er is overeenstemming bereikt over een anterieure overeenkomst (AOK) met de initiatiefnemer. - De geplande tijdsplanning is behaald. - De risico’s zijn in kaart gebracht en worden als beheersbaar beschouwd.

- De benodigde middelen zijn tijdig gereserveerd en vallen binnen de financiële kaders. 9.12.4 Zilverstraat, Van der Valk, van geel naar groen Bouw is gestart, hiermee zijn de grootste risico’s vervallen. De start bouw wordt op 9 juli gevierd. 35

6.

Ruimtelijk fysiek domein (vervolg)

9.12.5 Kwadrant B&F/ Edisonpark, van rood naar groen De status is naar groen gegaan. De kosten voor de Edisonboog zijn in de grondexploitatie verwerkt en de wijzigingen zijn verwerkt in het MPG 2025.

Overzicht stoplichten ruimtelijk fysiek

36

6.

Ruimtelijk fysiek domein (vervolg)

37

6.

Ruimtelijk fysiek domein (vervolg)

38

6.

Ruimtelijk fysiek domein (vervolg)

39

6.

Ruimtelijk fysiek domein (vervolg)

Netcongestie

Op 5 december 2024 kondigde TenneT netcongestie af voor grote delen van de Provincie Zuid-Holland. De maximale capaciteit van het stroomnet is bijna bereikt. TenneT verwacht in de periode 2032-2035 de benodigde verzwaringen van het net te hebben gerealiseerd. Tot die tijd zijn nieuwe grootverbruikaansluitingen, of de vergroting van bestaande grootverbruikaansluitingen, niet beschikbaar. Aanvragen hiervoor komen op een wachtlijst bij lokale netbeheerder Stedin. Kleinverbruikaansluitingen zijn wel beschikbaar. De raad is hierover op 5 december 2024. geïnformeerd. Een Impactanalyse en Actieplan zijn toegezegd en zijn eind juni 2025 door het college vastgesteld en gedeeld met de raad. Maatschappelijk prioriteren Als een project past binnen het wettelijke maatschappelijk prioriteringskader kan deze hoger op de wachtlijst van Stedin komen. Denk hierbij aan projecten op het gebied van het oplossen van netcongestie, veiligheid (o.a. noodhulp, politie, defensie) en basisvoorzieningen (o.a. scholen). Voor een aanvraag maatschappelijk prioriteren is het nodig dat een Omgevingsvergunning Bouw is verkregen en een bestuursverklaring wordt ingevuld. Eind 2025 wordt duidelijk of het lopende congestieonderzoek van TenneT leidt tot extra ruimte die verdeeld kan worden over de geprioriteerde wachtlijst. Dit wettelijke kader wordt per 2026 aangepast.

Omdat het niet mogelijk is om een aanvraag voor een grootverbruikaansluiting onder maatschappelijk prioriteren in te dienen en gelijktijdig ook een aanvraag in te dienen voor een kleinverbruikaansluiting (zie oplossingen hieronder), kan er een bouwplanningsrisico ontstaan. Projectleiders van projecten die voldoen aan de kaders voor maatschappelijk prioriteren maken zelfstandig een afweging of zij, gelet op de mogelijke bouwplanningsrisico’s, een aanvraag willen indienen voor maatschappelijk prioriteren of niet. Impactanalyse netcongestie Netcongestie heeft gevolgen voor de hele stad. Het raakt onze ambities, onze eigen projecten en de ontwikkelingen van onze partners in de stad. Om hier een beeld van te krijgen, is een impactanalyse opgesteld. De analyse geeft inzicht waar de pijnpunten zitten en wat de gevolgen daarvan zijn. Een belangrijke kanttekening bij deze impactanalyse is dat de problematiek rond netcongestie continu in ontwikkeling is. Ook inzichten van netbeheerders en Rijksoverheid kunnen wijzigen. Dit betekent dat er in deze analyse informatie kan ontbreken waar we nu nog geen zicht op hebben. Het is bijvoorbeeld niet geheel duidelijk welke bedrijven allemaal geraakt worden. De impactanalyse geeft dus een algemeen beeld.

Gradaties van impact netcongestie en oplossingen De impactanalyse laat vier categorieën van de zwaarte van de netcongestieproblematiek zien: - Categorie onbekend: impact is nog onbekend en zal nader onderzocht moeten worden. - Categorie 1 (geen impact): dit zijn projecten die (voorlopig) niet geraakt worden door netcongestie en genoeg hebben aan een kleinverbruikaansluiting. Het betreft de ontwikkeling van eengezinswoningen, kleinschalige projecten en kleinschalige plintinvulling zoals kappers en kledingzaken, of projecten waar het contract al voor getekend is. - Categorie 2 (matige impact): dit zijn projecten met meergezinswoningen die (voorlopig) niet geraakt worden door netcongestie. Grootverbruikaansluitingen ten behoeve van collectieve voorzieningen zoals warmte- en koude en liften ten behoeve van meergezinswoningen blijven op basis van maatwerk vanuit Stedin mogelijk. Voor deze projecten geldt dat deze tijdig in beeld bij Stedin moeten worden gebracht. - Categorie 3 (grote impact): dit zijn gebiedsontwikkelingen met woningen en voorzieningen. De voorzieningen die een grootverbruikaansluiting nodig hebben worden geraakt door netcongestie. Onder deze categorie vallen ook projecten die passen binnen de mogelijkheden van het wettelijke maatschappelijk prioriteringskader.

- Categorie 4 (zeer grote impact): dit zijn projecten die naar verwachting een grootverbruikaansluiting nodig hebben en waarvoor geen wettelijke basis is voor maatschappelijk prioriteren. Voor oplossingsrichtingen zie categorie 3. In de rapportages wordt, indien van toepassing, per project weergeven in welke categorie zij vallen, dit is te zien aan het batterij-icoon inclusief bijbehorend categorie-cijfer:

?

1

2 40

3

4

6.

Ruimtelijk fysiek domein (vervolg)

Alleen projecten in deze rapportage programma’s en projecten die geraakt worden door netcongestie rapporteren dit in de risicoparagraaf met duiding van de zwaarte van de impact (dus alleen categorieën 2, 3 of 4). De volgende technische mogelijkheden zijn er om projecten toch te kunnen realiseren in combinatie met de grootst mogelijke beschikbare kleinverbruikaansluiting (3 * 80 Ampère): - het toepassen van bodemenergie; - het plaatsen van een batterijopslagsysteem; - het plaatsen van een aggregaat; - en het realiseren van een aardgasaansluiting. Prioritering netcongestie Veel van de genoemde technische maatregelen zijn niet gebudgetteerd en kunnen leiden tot eenmalige en structurele meerkosten die niet binnen de financiële mogelijkheden van het project opgelost kunnen worden. Vanaf de zomer van 2025 wordt voor alle projecten en gebieden een inschatting van deze kosten gemaakt. Aan de hand van deze inschatting, de uitgangspunten van de Omgevingsvisie en een afweging van maatschappelijke belangen, prioriteert het college de projecten voor de inzet van aanvullende personele inzet en budget. Na deze prioritering door het college kunnen deze meerkosten, waar die voor rekening van de gemeente zijn, van de geprioriteerde projecten samen met een dekkingsvoorstel in het najaar van 2025 ter besluitvorming aan de gemeenteraad worden voorgelegd.

Initiatieven

Tijdens de raadsvergadering op 18 december 2023 is toegezegd de lijst van initiatieven op te nemen in de rapportage programma’s en projecten. Zoals uitgelegd in paragraaf 2.2.1 (fasering) maken wij een onderscheid tussen initiatieven en projecten. Onderstaande lijst met initiatieven zijn ontstaan uit interne opgaves (bijvoorbeeld huisvesting scholen of eigen grondgebied) en externe opgaves (een ontwikkelaar die de gemeente benadert). De initiatieffase wordt afgesloten met een vastgestelde projectopdracht door het college. Het initiatief is dan officieel een project. Alle projecten vindt u terug in deze rapportage (zie ook hoofdstuk 10 met alle nieuwe projecten die voor het eerst in deze rapportage zijn opgenomen). Aan de volgende initiatieven wordt op dit moment gewerkt door een projectteam: - Binnenpark verplaatsing openbare tennisbaan. - Aanpak Optoppen – Aanplakken – Uitplinten Zoetermeer. - Bijdorplaan 12. - Metropolitane fietsroute Zoetermeer. - Overdracht schoolpleinen. - Oostweg 2, Miss Etam. - Voorweg Noord. - Voorweg, dijkversterking en reconstructie.

Leeswijzer projecten

Per gebied wordt de stand van zaken van de projecten, die geografisch binnen dat gebied vallen, weergeven. Elke rapportage heeft dezelfde opzet: eerst wordt de naam van het project genoemd en in welke projectfase het project zich bevindt. Vervolgens wordt een korte omschrijving van het project gegeven, gevolgd door de stand van zaken tot 30 juni 2025. Daarna wordt aangegeven wat we willen bereiken in het komende half jaar. Ten slotte wordt de financiële stand van zaken tot 30 juni 2025 beschreven, de stand van zaken met betrekking tot communicatie en participatie en worden de grootste risico’s van het project en de daarbij behorende beheersmaatregel benoemd. 41

7.

Woningbouwmonitor

42

7.

Woningbouwmonitor (vervolg)

7.1 Rapportage voortgang woningbouwprogramma

Hierbij presenteren wij de halfjaarlijkse analyse van de woningbouwmonitor (peildatum 8 juli 2025). Deze editie kijkt terug op de eerste helft van 2025 en vooruit naar de woningbouwplanning tot 2040. Het Woningbouwprogramma 2017 vormt hierbij nog steeds het vertrekpunt. In het najaar van 2025 wordt het nieuwe Volkshuisvestingsprogramma vastgesteld, waarna de monitoring van de woningbouw plaatsvindt op basis van het nieuwe beleid en doelstellingen.

7.2 Opzet woningbouwmonitor

De woningbouwmonitor biedt inzicht in geplande en gerealiseerde woningen, onderverdeeld naar prijssegment, woningtype (meer- of eengezinswoning) en projectfase en hoe dit aansluit op het woonbeleid. Het geeft een actueel overzicht van de voortgang van de woningbouw. Voor projecten die ontwikkeld worden onder gemeentelijke projectleiding zijn woningtype, prijssegment en ontwikkelfase bekend. Voor de projecten die niet onder gemeenteleiding worden ontwikkeld, is die informatie niet altijd volledig beschikbaar.

7.3 Doorkijk geplande nieuwbouw

In het Woningbouwprogramma (2017) en de Versnellingsagenda (2018) is de jaarlijkse doelstelling vastgesteld op het bouwen van 700 nieuwe woningen. Hieronder volgt een overzicht van de planning voor de komende jaren. Eén van de belangrijkste doelen is het toevoegen van 10.000 tot 16.000 woningen tot 2040. Deze woningen worden ook meegenomen in de monitor. Woningbouwplanning 2025–2040 Voor de periode 2025–2031 zijn 7.033 woningen gepland (gemiddeld 1.000 per jaar). Dit is 130% van de beoogde doelstelling wat in lijn ligt met landelijke normen, hierbij wordt dus rekening gehouden met circa 30% planuitstel.

Afbeelding 1: aantal woningen gepland van 2025 t/m 2031

Tussen 2032–2038 zijn er 4.551 woningen gepland (gemiddeld 650 per jaar). Dit ligt nog onder de beoogde doelstelling maar dit aantal wordt de komende jaren aangevuld met nieuwe woningbouwprojecten. Voor de periode 2025-2038 staan in totaal 11.584 woningen in de monitor in de lopende projecten. De doorkijk naar 2040 laat een totale planvoorraad van ruim 11.354 woningen zien. Waarmee we binnen de bandbreedte van 10.000 tot 16.000 woningen zitten.

Afbeelding 2: aantal woningen gepland van 2032 t/m 2038

43

7. Woningbouwmonitor (vervolg) 7.4 Realisatie 2025

In 2025 zijn tot het peilmoment 258 woningen opgeleverd onder projectleiding van de gemeente en via de reguliere vergunningprocedure. De Luxemburglaan 2-10 is begin dit jaar volledig opgeleverd waarmee 134 woningen zijn toegevoegd aan de woningvoorraad. Daarnaast zijn er 92 woningen aan de Aletta Jacobslaan opgeleverd. Verder zijn er 4 woningen van het project Sara Lydia hoeve opgeleverd. Via de reguliere vergunningprocedure zijn 28 woningen opgeleverd. Dit zijn woningen die niet projectmatig door de gemeente worden begeleid. Onze verwachting om voor 2025, 509 woningen op te leveren is onveranderd ten opzichte van de vorige rapportage. De projecten Ruimtebaan, Engelandlaan 140, Croesinkplein Vlek D, het restant van Sara Lydia hoeve en de eindfase van de Aletta Jacobslaan liggen op schema om dit aantal te halen.

7.5 Prijssegmenten en woningtypen

Van de geplande nieuwbouw is 92% appartement, passend bij de toename van kleine huishoudens en de hoogstedelijke bouwlocaties in Entree en de Binnenstad. De doelstellingen in de Versnellingsagenda 2018 is 27% sociale/goedkope huur, 25% middenhuur en 48% koop/ dure huur. In onderstaand overzicht is te zien dat sociale en middenhuur wat achterblijven bij de doelstelling. In 2026 wordt de monitoring aangepast aan de nieuwe doelstellingen van het Volkshuisvestingsprogramma.

Afbeelding 3: woningen gepland en gerealiseerd vs. doelstelling.

44

7.

Woningbouwmonitor (vervolg)

In afbeelding 4 is te zien hoe het woningbouwprogramma de afgelopen jaren en de komende periode cijfermatig over de verschillende prijssegmenten verdeeld was. Van 2019 t/m 2024 zijn er 2.645 woningen opgeleverd (440 per jaar). Ook wordt er een doorkijk gemaakt naar 2040 waarbij er ruim 11.354 woningen in de totale planvoorraad zitten.

Afbeelding 4: categorie woning: gepland en opgeleverd (per jaar in cijfers).

7.6 Projectfasen

In afbeelding 5 is te zien in welke fasen de bouwprojecten zich bevinden, uitgedrukt in aantallen woningen en verdeeld over de jaren. De fasen lopen van initiatief via haalbaarheid en uitwerking naar uitvoering. Hoe verder een project in de fasering zit, hoe zekerder het is dat de woningen worden gerealiseerd.

Afbeelding 5: Fasering projecten per jaar.

45

7.

Woningbouwmonitor (vervolg)

7.7 Samenvatting

Woningbouwplanning 2025–2040 Voor de periode 2025–2031 zijn 7.033 woningen gepland (gemiddeld 1.000 per jaar). Dit is 130% van de beoogde doelstelling, waarbij rekening wordt gehouden met circa 30% planuitstel. Tussen 2032–2038 zijn er 4.551 woningen gepland (gemiddeld 650 per jaar). In totaal gaat het om 11.584 woningen tot 2038 in lopende projecten. Er komen aanvullingen op deze planning zodra nieuwe projecten formeel van start gaan. De doorkijk naar 2040 laat een totale planvoorraad van ruim 11.354 woningen zien. Realisatie 2025 Tot juli 2025 zijn 258 woningen opgeleverd. De verwachting blijft dat eind 2025 het geplande aantal van 509 woningen gehaald wordt. Prijssegmenten en woningtypen Van de geplande nieuwbouw is 92% appartement, passend bij de toename van kleine huishoudens en de hoogstedelijke bouwlocaties. De geplande sociale en middenhuur blijft wat achter bij de doelstellingen in de Versnellingsagenda. In 2026 wordt de monitoring aangepast aan de nieuwe doelstellingen van het Volkshuisvestingsprogramma.

7.8 Conclusie

De woningbouwmonitor laat zien dat er duidelijke voortgang is geboekt in de uitvoering van het Woningbouwprogramma. Positief is dat de planvoorraad tot en met 2031 met gemiddeld 1000 woningen per jaar 30% boven de gestelde doelstelling van 700 woningen ligt. Dit biedt voldoende buffer om vertraging of uitval van projecten op te vangen. Ook ligt de realisatie in 2025 op koers: met 258 opgeleverde woningen tot nu toe en meerdere projecten in uitvoering blijft de verwachte jaarproductie van 509 woningen haalbaar. Daarnaast geeft de monitor goed inzicht in de verdeling van prijssegmenten en woningtypen, en sluit de bouw van meergezinswoningen aan bij de veranderende woningvraag in de stad. Tegelijkertijd zijn er enkele aandachtspunten. Zo blijft de huidige verdeling over prijssegmenten (met name sociale en middenhuur) achter bij de vastgestelde doelstellingen. Ook is de informatievoorziening bij projecten die niet onder gemeentelijke regie vallen beperkt, wat de monitoring bemoeilijkt. Om de voortgang in de woningbouw te borgen blijven we inzetten op de doorloop van projecten van haalbaarheid naar uitvoering door actief te blijven inzetten op projectversnelling, samenwerking met marktpartijen en door optimaal gebruik te maken van de woningbouwlocaties.

Tot slot blijft het belangrijk om de planvoorraad voor de periode na 2031 actief aan te vullen om ook op langere termijn voldoende aanbod te garanderen.

46

8.

Programma’s ruimtelijk fysiek domein

47

8.1

Programma Entree

48

8.1 Programma Entree Amibitie/ doelstelling

Het doel van de gebiedsontwikkeling Entree is het realiseren van een levendige, duurzame en gezonde stadswijk die kwaliteit en aantrekkelijkheid toevoegt aan Zoetermeer. Entree wordt gerealiseerd met een gevarieerd programma van wonen, voorzieningen en kleinschalige bedrijvigheid. Een goede aansluiting op de OV-knoop rond de A12 en het centrum en goede mobiliteit- en parkeeroplossingen zijn daarbij belangrijke voorwaarden, evenals een kwalitatief goede buitenruimte die gezond leven bevordert. De ontwikkeling van het Entreegebied met ten minste 6.250 tot 7.250 woningen moet een belangrijke bijdrage leveren aan de gemeentelijke woningbouwambitie.

Programma Entree

De gebiedsontwikkeling van Entree is vormgegeven als programma en wordt uitgevoerd door een gebiedsteam. Het gebiedsteam wordt aangestuurd door een gebiedsmanager, die ook de rol van gedelegeerd ambtelijk opdrachtgever invult. Het programma bestaat uit een aantal werkpakketten, waarin de verschillende werkzaamheden op gebiedsniveau zijn ondergebracht en uit meerdere projecten die gericht zijn op de uiteindelijke realisatie van nieuwe woningen en voorzieningen in de verschillende deelgebieden en de aanleg en vernieuwing van de infrastructuur en openbare ruimte. De stand van zaken van deze projecten wordt in afzonderlijke voortgangsrapportages, per project, toegelicht.

Belangrijkste ontwikkelingen in 1e half jaar 2025 en vooruitblik 2e halfjaar 2025

De belangrijkste ontwikkelingen in het 1e halfjaar van 2025 en een vooruitblik naar het tweede halfjaar van 2025 zijn per werkpakket hieronder weergegeven. Omgevingsprogramma & MER (vanaf 1-1-2024) In juni 2023 is geconstateerd dat het ontwerpbestemmingsplan voor Entree Midden op een aantal wezenlijke onderdelen gewijzigd en aangevuld diende te worden. De noodzakelijke wijzigingen konden niet afgerond worden voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. De gemeente werkt nog aan de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Dit betekent dat voor Entree ingezet wordt op twee sporen: het opstellen van een omgevingsprogramma voor het plangebied Entree en het vervolgens plotsgewijs verlenen van vergunningen. Het omgevingsprogramma is gericht op de kwaliteiten én aandachtspunten van het gehele plangebied. Hierdoor is de ontwikkeling conform de integrale visie op het gebied ook bij een langere ontwikkeltermijn geborgd. De verschillende plots van de grondeigenaren worden gefaseerd in overeenstemming met het omgevingsprogramma vergund. Om te komen tot het omgevingsprogramma is in februari 2025 het ontwerp omgevingsprogramma en het ontwerp PlanMER ter inzage gelegd. In deze stukken is ook het raadsvoorstel herprogrammering van juli 2024 verwerkt.

In het Omgevingsprogramma en het PlanMER zijn onder andere de belangrijke milieuthema’s verkeer, geluid en luchtkwaliteit opgenomen. Vanuit de omwonenden worden deze thema’s veelal aangehaald in zienswijzen en gesprekken. Ook de zienswijzen die eerder zijn ingediend op het ontwerp-bestemmingsplan en de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (1e stap in de procedure om te komen tot een PlanMER) zijn als bijlage bij deze stukken ter inzage gelegd. Tijdens de terinzagelegging zijn 25 zienswijzen, waarvan één buiten de termijn, ingediend. Na afloop van de terinzagelegging zijn adviezen ontvangen van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit over de ontwikkelvisie en het beeldkwaliteitsplan. Tot slot is ook een advies van de Commissie mer ontvangen op het PlanMER. De ontvangen zienswijzen zijn beantwoord in een nota van beantwoording. Ook voor de adviezen van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en de Commissie mer is dit het geval. Daar waar relevant zijn de zienswijzen en de adviezen verwerkt in de definitieve stukken. De definitieve stukken, verwerkt in een raadsvoorstel met bijlagen, zijn 27 mei behandeld in het college. Dit raadsvoorstel voorziet in de vaststelling door de gemeenteraad van de kaderstellende beleidsdocumenten ten behoeve van het omgevingsprogramma. Dit gaat om de 49

8.1

Programma Entree (vervolg)

ontwikkelvisie, beeldkwaliteitsplan, geluidskader Entree en de Nota Parkeernormen en uitvoeringsregels. In het raadsvoorstel is ook een besluitpunt opgenomen voor de instemming van de gemeenteraad met het Omgevingsprogramma, omdat het college het bevoegd gezag is voor het omgevingswetinstrument programma. Behandeling van dit raadsvoorstel is beoogd op 14 juli. De definitieve vaststelling door het college van het Omgevingsprogramma is voorzien op 15 juli. Na de vaststelling van het omgevingsprogramma kan gestart worden met de plotsgewijze vergunningverlening.

Communicatie & Gebiedsmarketing

Om de veranderingen binnen het Entreegebied, en daarmee nieuwe woonmogelijkheden voor Zoetermeerders en investeringsmogelijkheden voor investeerders, bekend te maken, wordt het Entreegebied gepromoot. Dit gebeurt via communicatie en gebiedsmarketing. Het gemeentelijke gebiedsteam neemt hierin de regie en werkt nauw samen met de grondeigenaren. Het programma Entree communiceerde het afgelopen half jaar voornamelijk via website, Stadsnieuws, social media en nieuwsbrief Entree. Dit ging voornamelijk over de terinzagelegging van en de besluitvorming over de documenten van het omgevingsprogramma, ontwikkelvisie en beeldkwaliteitsplan. In maart was er een bijeenkomst waar ieder hierover vragen kon stellen. Ook werden Club Entree activiteiten en de beweegroute Rondje Gezond gepromoot. In de tweede helft van 2025 gaan we door met informeren over de (naar verwachting) vastgestelde documenten en gaan we in gesprek met de eigenaren over de positionering van Entree en de participatie over hun bouwplannen. Naast de communicatie via de gebruikelijke Entreekanalen blijven we ook in contact met de omwonenden via de klankbordgroep en de buurtvertegenwoordigers.

Exploitatie & eigenaren

Exploitatie en businesscase De businesscase voor Entree Zoetermeer is herzien in het kader van het opstellen van het omgevingsprogramma. Deze herziene businesscase wordt op 14 juli 2025 ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. Daarmee worden de nieuwe financiële kaders voor Entree Zoetermeer formeel vastgesteld. Deze kaders sluiten aan op de nieuwe ruimtelijke uitgangspunten die zijn opgenomen in het omgevingsprogramma. Met het vaststellen van de herziene businesscase zijn de benodigde budgetten om de verdere ontwikkeling van Entree te realiseren formeel geborgd. De businesscase wordt vanaf nu jaarlijks geactualiseerd, waarbij de volgende herziening is voorzien voor het tweede kwartaal van 2026. Op dit moment worden geen inhoudelijke wijzigingen voorzien ten opzichte van de op 14 juli 2025 vast te stellen businesscase. Eigenaren en AOK’s In het tweede kwartaal zijn nieuw anterieure overeenkomsten (AOK’s II) gesloten met Breevast (Oost 1-8), Hillborgh (West 1&4) en van Omme & de Groot (West 2). Deze nieuwe AOK’s sluiten aan bij de gebiedsontwikkeling van Entree onder de Omgevingswet en borgen een groot deel van de ontwikkeling van Entree doordat de voorwaarden zijn vastgelegd waarbinnen de (woon)programmering, het kostenverhaal, de samenwerking tussen partijen en de grondtransacties plaatsvinden.

Via diverse werkgroepen en het eigenarenoverleg wordt in goede samenwerking structureel gewerkt aan het invulling geven aan de nieuwe contractuele afspraken, zowel op inhoud, proces en structuur. In november 2024 is ook het addendum I met De Raad Bouw ondertekend. Doordat het addendum I later is gesloten, wordt een nieuwe anterieure overeenkomst met deze partij later in 2025 verwacht. 50

8.1 Programma Entree (vervolg) Met grondeigenaar Veldboom is de AOK van rechtswege verlopen. En daarnaast is op de locatie West 6 en 7 nooit een overeenkomst tot stand gekomen. Als gevolg van het niet overeenkomen van deze addenda, wordt het kostenverhaal op een andere wijze geborgd in het omgevingsprogramma. Daarnaast voelen grondeigenaren mogelijk niet meer de noodzaak om over te gaan tot ontwikkeling wanneer er geen financiële consequenties verbonden zijn aan een afwachtende houding. Daarom heeft de gemeente op diverse kadastrale percelen in 2024 voorkeursrecht gevestigd om op die manier meer grip te krijgen en speculatie van grond en panden tegen te gaan. Voorkeursrecht is gevestigd op West 3, 6 en 7 en eerder al op West 8. Waardecreatie Het doel van waardecreatie is dat er nu al gestart wordt met het zichtbaar en aantrekkelijk maken van de meerwaarde van Entree als nieuw stedelijk gebied voor huidige én toekomstige bewoners. De focus van de placemaking ligt nog steeds op het inzetten van tijdelijke programmering en gebruik van de buitenruimte voor wat betreft bijvoorbeeld evenementen. In de ideale situatie kunnen tijdelijke initiatieven meegroeien in het gebied en een definitieve plek krijgen in Entree. Een voorbeeld van zo’n initiatief is de realisatie in 2023 van de beweegroute Rondje Gezond met sporthubs in Entree, Driemanspolder en Meerzicht.

Er loopt momenteel een succesvol gratis beweegprogramma met buurtbewoners en STERK Sports Het programma, “Rondje Gezond,” is bedoeld om mensen met beweegarmoede uit hun flats te halen, hen te stimuleren tot fysieke activiteit én sociale interactie. We richten ons specifiek op de hoogbouw van Vidomes in de Waterbuurt van Meerzicht, maar bewoners uit de laagbouw doen ook enthousiast mee. Het beweegprogramma krijgt een vervolg. In Club Entree worden regelmatig maatschappelijk relevante bijeenkomsten georganiseerd, bijvoorbeeld door het Interlevensbeschouwelijk overleg Zoetermeer (ILOZ), Theaterhart, JongSenioren Zoetermeer en Greg & Baud Productions.

Financieel (wordt pas geactualiseerd als de boeken gesloten zijn)

De businesscase voor Entree Zoetermeer is herzien in het kader van het opstellen van het omgevingsprogramma. Deze herziene businesscase wordt naar verwachting op 14 juli 2025 vastgesteld door de gemeenteraad. In de businesscase wordt ingegaan op de huidige financiële stand van Entree. Voor 2025 is er totaal begroot aan plankosten en uitvoeringskosten €3.965.172. Hiervan zijn €3.23 miljoen aan plankosten. Totaal is er €1,4 miljoen gerealiseerd aan plankosten in het eerste halfjaar.

Risico’s

De belangrijkste risico’s gerelateerd aan de werkpakketten zijn: Risico: omgevingsprogramma wordt niet volgens planning vastgesteld. Gevolg: het programma loopt vertraging op, waardoor er later BOPA’s (vergunningen) aangevraagd kunnen worden en de ontwikkelaars later kunnen gaan ontwikkelen. Beheersmaatregel: vaker overleg over de stand van zaken omtrent de planning, zodat er tijdig bijgeschakeld kan worden als dit nodig is. Risico: kosten van het programma lopen steeds verder op. Gevolg: er is geen sluitende businesscase meer. Beheersmaatregel: onderzoeken van besparingsmogelijkheden, verder onderzoeken naar subsidie mogelijkheden en het zorgvuldig beheersen van de uitgaven.

51

8.1

Programma Entree (vervolg)

Risico: grote afhankelijkheid van externe capaciteit. Gevolg: vertraging omdat externe capaciteit maar maximaal 2 jaar ingehuurd mag worden en extra kosten omdat de capaciteit niet intern opgevangen kan worden. Beheersmaatregel: tijdig vervanging zoeken voor externe capaciteit, bij voorkeur intern. Onderzoeken naar mogelijkheden om meer continuïteit te waarborgen (bijvoorbeeld via raamovereenkomsten). Risico: vertraging door netcongestie. Gevolg: hogere kosten door vertraging en noodzakelijk onderzoek. Beheersmaatregel: onderzoek uitvoeren naar de consequenties en mogelijke alternatieven, sturen op energiebewust ontwerpen.

52

8.1.1 Entree, Oost 7: Terra Nova

GROEN

Projectplanning Startdatum: 01-02-2006 Fase: Uitvoeringsfase

2025

Q3

Q4

Q1

2026

Q2

Q3

Projectomschrijving Q4

Project Terra Nova, een transformatie van een voormalig kantoorgebouw naar woningen, ging in 2006 van start. Na diverse haalbaarheidsstudies werd in 2021 overeenkomst bereikt over het transformatieplan. Dit plan bestaat uit de transformatie van het kantorencomplex naar 400 woningen verdeeld in (middeldure) huur, en koop. Het casco van het gebouw blijft staan, de gevel wordt op enkele plaatsen wat opgedikt en wordt in zijn totaliteit vervangen voor een nieuwe gevel.

Terugblik afgelopen 6 maanden 2

- De ontwikkelaar is nog in gesprek met een belegger over de aankoop van een deel van de woningen (gebouwdeel B en C). Op verzoek van de beoogde belegger heeft de ontwikkelaar een omgevingsvergunning (BOPA) aangevraagd voor de wijziging van 8 woningen. Deze vergunning is inmiddels verleend. - De ontwikkelaar is voornemens om de woningen in gebouwdeel A in verkoop te brengen. - De uitbetaling van de SBI-subsidie (Startbouw Impuls) van €4,9 miljoen aan de ontwikkelaar vindt na oplevering plaats.

Vooruitblik komende 6 maanden

- Een feestelijk moment te laten plaats vinden, waarbij ook bekend kan worden gemaakt welke belegger de woningen heeft gekocht. - Nadere afstemming van Voorlopig ontwerp openbare ruimte Entree op ontwerp Terra Nova.

Financiële stand van zaken

In de overeenkomst met de ontwikkelaar GROK 2021 zijn afspraken gemaakt over de exploitatiebijdrage van de ontwikkelaar aan de gemeente, waaruit gemaakte en nog te maken plankosten gemeente worden verhaald. Dit is onderdeel van de businesscase Entree. Gebleken is dat de afgesproken exploitatiebijdrage niet toereikend is om de nu ontstane vertraging te dekken. Hierover zijn afspraken gemaakt met de ontwikkelaar.

Communicatie

De communicatie over de gebiedsontwikkeling verloopt vanuit het programma breed. Voor Terra Nova zal in het komende halfjaar de verkoop- (en later ook de verhuur-) communicatie worden opgestart.

Risico’s

Risico: er ontstaan problemen met de aansluiting van gebouw op de openbare ruimte. Gevolg: veel aanpassingen, mogelijk te late oplevering. Beheersmaatregel: er wordt regelmatig overleg gevoerd om aansluitingen goed te bespreken en met elkaar in de gaten te houden.

53

8.1.2 Entree, Middengebied, uitwerken SOR

GEEL

Projectplanning Startdatum: 01-09-2021 Fase: Uitvoeringsfase

2025

Q3

Q4

Q1

2026

Q2

Q3

Aanbesteding VO Start uitwerking VO door externe partij

Projectomschrijving

Dit project heeft betrekking op de ontwikkeling en realisatie van de openbare ruimte en betreft het opstellen van een schetsontwerp en voorlopig ontwerp voor die openbare ruimte. Q4

Terugblik afgelopen 6 maanden

- Het schetsontwerp voor de openbare ruimte maakt onderdeel uit van het omgevingsprogramma Entree en heeft vanaf februari 2025 ter inzage gelegen. Deze terinzagelegging heeft niet geleid tot aanpassingen van het ontwerp. - Voor de aanbesteding van het omvangrijke project voor de inrichting van de openbare ruimte Entree is extern advies ingewonnen. Op basis van deze zogenoemde aanbestedingsstrategie is besloten om het schetsontwerp voor de openbare ruimte verder uit te werken tot een voorlopig ontwerp voor de openbare ruimte. - Daarnaast is gewerkt aan het versterken van het projectteam openbare ruimte Entree met aanvullende kennis en ervaring op het gebied van ecologie, verkeer, kabels en leidingen, en fasering. - Tot slot is een begin gemaakt met de voorbereiding van de aanbesteding van een adviesopdracht voor een ingenieursbureau, met als doel het schetsontwerp voor de openbare ruimte uit te werken tot een voorlopig ontwerp voor de openbare ruimte.

Vooruitblik komende 6 maanden

Er is gestart met de voorbereiding van een Europese aanbesteding voor de selectie van een ingenieursbureau dat het voorlopig ontwerp voor de openbare ruimte zal uitwerken. Die aanbesteding start Q4 2025. Daarnaast worden de voorbereidende ecologische activiteiten voortgezet, zoals het aanvragen van benodigde ecologische ontheffingen. Voor het onderdeel kabels en leidingen (K&L) gaat een adviesbureau een plan maken voor de K&L in gebied Entree inclusief de bijbehorende ontwerpen en afspraken met de betrokken nutsbedrijven. Samen met de gebouweigenaren wordt het proces opgestart om de inrichting van de openbare ruimte af te stemmen op de ontwikkeling van de bouwplannen. Dit betreft onder andere de civieltechnische werkvoorbereiding met betrekking tot groen, water en kabels en leidingen.

Financiële stand van zaken

Tegelijk met het omgevingsprogramma Entree is medio juli 2025 een herziene gebiedsbusinesscase (BuCa) Entree aangeboden aan de raad. Voor de kosten is daarbij uitgegaan van de SSK-kostenraming behorende bij het schetsontwerp van de openbare ruimte. De kosten voor de openbare ruimte maken onderdeel uit van de BuCa, die jaarlijks wordt geactualiseerd en waarover jaarlijks wordt gerapporteerd.

Communicatie

Communicatie over het onderdeel openbare ruimte binnen Entree maakt onderdeel uit van de overkoepelende communicatie van het programma Entree, via onder andere de website, informatiebijeenkomsten en overige communicatiemiddelen. Voor de openbare ruimte worden in het komende halfjaar geen specifieke communicatiemomenten verwacht.

54

8.1.2

Entree, Middengebied, uitwerken SOR (vervolg)

Risico’s

Risico: kosten openbare ruimte vallen hoger uit dan geraamd. Gevolg: negatieve impact op de gebiedsbusinesscase (BuCa). Beheersmaatregel: in de BuCa is rekening gehouden met de kosten voor de openbare ruimte en financiële bijdragen van de eigenaren op basis van de recent afgesloten AOK’s. De financiële effecten van producten en werkzaamheden worden structureel inzichtelijk gemaakt, zodat we de kostenaspecten van de openbare ruimte continu kunnen bewaken. Monitoring van zowel meevallers als tegenvallers. De kosten voor de openbare ruimte maken onderdeel uit van de BuCa, die jaarlijks wordt geactualiseerd en waarover jaarlijks wordt gerapporteerd. Risico: uitwerking naar voorlopig ontwerp door gemeente loopt uit. Gevolg: hogere kosten en vertraging in de oplevering van woningbouwprojecten door grondeigenaren, doordat de openbare ruimte niet tijdig gereed is. Beheersmaatregel: op basis van input van alle betrokken stakeholders wordt een integrale planning opgesteld en bewaakt. De afhankelijkheden tussen gemeentelijke werkzaamheden en andere activiteiten worden expliciet meegenomen. Risico: onvoldoende bezetting van de projectorganisatie of wisseling van sleutelfiguren. Gevolg: kennisverlies, vertraging in het project, opstartkosten voor nieuwe medewerkers en herstelkosten bij gemaakte fouten.

Beheersmaatregel: opstellen van een capaciteitsplanning voor het komende jaar en de jaren erna, samen met het projectteam. Tussentijdse wijzigingen tijdig signaleren en zorgen voor tijdige vervanging met overdracht tussen vertrekkende en nieuwe medewerkers. Daarnaast wordt ingezet op goede archivering en documentatie om snelle inwerktrajecten te ondersteunen.

55

8.1.3

GEEL

Entree, Stationsgebied

Projectplanning Startdatum: 16-11-2021 Fase: Haalbaarheidsfase

2025

Q3

Q4

Q1

2026

Q2

Q3

Variantenstudie OV-knoop Vergadering BO-MIRT Vergadering BO-MIRT 3

Projectomschrijving

Realisatie van een opgewaardeerd station Zoetermeer met goede, aantrekkelijke en logische aansluitingen op de omgeving. Voor het gehele station wordt een structuurontwerp opgesteld. Q4

Nadere toelichting: Het project Stationsgebied Zoetermeer omvat de realisatie van een toekomstbestendige OV-knoop op de locatie van Station Zoetermeer. De OV-knoop heeft als doel om de verschillende openbaar vervoer middelen (bus, tram, trein) aantrekkelijk en toegankelijk te maken, waarbij logische aansluiting op de bestaande en toekomstige omgeving wordt gerealiseerd. Hierbij ligt een zwaartepunt bij het toegankelijk en bereikbaar maken van de OV-knoop voor zowel voetgangers, als fietsers als gebruikers van deelmobiliteitsoplossingen. Voor het Stationsgebied is een visie vastgesteld die heeft geleidt tot een variantenstudie. Op basis van de ontwikkelde inzichten wordt een voorkeursvariant uitgewerkt in de vorm van een integraal basisontwerp.

Terugblik afgelopen 6 maanden

Vanwege wijzigingen in de context van het project is het noodzakelijk gebleken om tot een herziening te komen van het stedenbouwkundig plan, dat afwijkt in zijn uitgangspunten van het besluit dat door de raad in 2021 is genomen. Om tot besluitvorming te komen is een raadsvoorstel voorbereid. De veranderingen in de context zien toe op de Nelson Mandelabrug, het busplatform en een fiets-voetgangersviaduct tussen Entreegebied en Rokkeveen.

Vooruitblik komende 6 maanden

Veranderingen in de context van het project leiden tot het aanbieden van een raadsvoorstel in Q3 2025. Hierin worden nieuwe uitgangspunten vastgelegd, de haalbaarheidsfase wordt verlengd en voorbereidingskrediet wordt aangevraagd voor het initiëren van additionele onderzoeken. Dit leidt tot een aanpassing van de projectopdracht. Het doorvoeren van deze nieuwe uitgangspunten maakt dat ook de mijlpalen hierop aan worden gepast: > Q1-2026 Vaststelling integraal basisontwerp. > Q4-2026 Vaststelling businesscase (incl. integraal schetsontwerp).

Financiële stand van zaken

Voor de verlenging van de haalbaarheidfase wordt additioneel voorbereidingsbudget aangevraagd bij de raad.

Communicatie

Het voornemen is de participatie een vervolg te geven door de omgeving te betrekken bij de uitwerking van het integraal basisontwerp. In Q4-2025 zal aan het college een participatievoorstel worden voorgelegd waarin het beoogde participatietraject wordt beschreven.

56

8.1.3 Entree, Stationsgebied (vervolg) Risico’s

Risico: onvoldoende afstemming over de raakvlakken tussen de opgaven in het stationsgebied, de openbare ruimte en de belangen van directe stakeholders. Gevolg: verminderde kwaliteit van het integraal stedenbouwkundig basisontwerp en in het verlengde daarvan het civieltechnische schetsontwerp. Beheersmaatregel: inrichten van gericht planning-, risico- en issuemanagement om raakvlakken actief te beheersen en deze via de projectstructuur te verbinden aan de deelopgaven binnen het stationsgebied. Risico: onvoldoende draagvlak bij primaire (OV-)stakeholders, waardoor benodigde middelen voor de realisatie van de voorkeursvariant mogelijk niet beschikbaar komen. Gevolg: de voorkeursvariant blijkt onuitvoerbaar, waardoor de beoogde ambitie voor de ontwikkeling van de OV-knoop niet wordt gerealiseerd. Beheersmaatregel: vastleggen van het commitment van stakeholders ten aanzien van het gewenste ambitieniveau.

57

8.1.4 Entree, Middengebied, UP Oost 1 t/m Oost 8: Breevast

GROEN

Projectplanning Startdatum: 01-02-2022 Fase: Haalbaarheidsfase

2025

Q3

Q4

Q1

2026

Q2

Q3

Opstarten planuitwerking Oost 5 BOPA aanvraag Oost 5

3

Projectomschrijving Q4

De werkzaamheden die worden uitgevoerd leiden niet tot de oplevering van een uitwerkingsplan maar tot kaders die opgenomen zijn in de ontwikkelvisie. Op dit moment bevindt het project zich in de haalbaarheidsfase. De werkzaamheden die voor diverse deelgebieden zijn uitgevoerd, hebben geleid tot een Omgevingsprogramma Entree welke ter besluitvorming is aangeboden bij het college en de gemeenteraad. Na de bestuurlijke besluitvorming, gaan de kavels aan de oostzijde per kavel gefaseerd over naar planbegeleiding, waarbij gestart wordt met Oost 5.

Terugblik afgelopen 6 maanden

Het ontwerp omgevingsprogramma Entree is ter besluitvorming aangeboden bij het college en de gemeenteraad. Na het vaststellen van het ontwerp omgevingsprogramma Entree zal per kavel een planuitwerking opgestart worden door de eigenaren. In juni 2025 is met de eigenaar van Oost 1 t/m Oost 8 een nieuwe anterieure overeenkomst gesloten en ondertekend. De nieuwe overeenkomsten sluiten aan bij de herprogrammering Entree, ontwikkelvisie, schetsontwerp openbare ruimte en beeldkwaliteitsplan als onderdeel van het Ontwerp Omgevingsprogramma Entree. De contractuele afspraken zijn verwerkt in de businesscase, welke ook ter besluitvorming aan de gemeenteraad is aangeboden.

Vooruitblik komende 6 maanden

- Het opstarten van de planuitwerking voor Oost 5, na bestuurlijke besluitvorming over het omgevingsprogramma Entree en de businesscase.

Financiële stand van zaken

De financiële afspraken met de grondeigenaar van Oost 1 t/m Oost 8 zijn verwerkt in de herziene businesscase. Deze wordt naar verwachting in Q3 vastgesteld door de gemeenteraad.

Communicatie

De communicatie over de gebiedsontwikkeling verloopt vanuit het programma breed. Voor de planuitwerking van Oost 1 t/m Oost 8 is de eigenaar verantwoordelijk voor het participatietraject.

Risico’s

Risico: het opstellen van het definitieve ontwerp van de openbare ruimte loopt niet synchroon met het opstellen van de planuitwerking. Gevolg: hierdoor ontstaan er aansluitproblemen waardoor beide ontwerpen achteraf aangepast/ geoptimaliseerd moeten worden, met alle gevolgen voor tijd en geld. Beheersmaatregel: organiseren van regelmatig afstemmingsoverleg tussen beide projectteams waar raakvlakken worden besproken en zo nodig consensus over aan te houden uitgangspunten. Risico: door de afgegeven netcongestie kan (een deel van) het beoogde programma niet aangesloten worden. Gevolg: de grondeigenaar start niet met de realisatie omdat een deel van het programma niet in aanmerking komt voor de grootverbruik aansluiting. Beheersmaatregel: tijdig vanuit het programma Entree in gesprek gaan met de grondeigenaren, netbeheerders en gezamenlijk een oplossing uitwerken. 58

8.1.5

GROEN

Entree, Middengebied, UP West 1 t/m West 4: Hillborgh, Veldboom, van Omme & de Groot

Projectplanning

2024-06 Raadsbesluit

Startdatum: 24-01-2022 Fase: Haalbaarheidsfase

2025

Q3

Q4

Q1

2026

Q2

Q3

Opstarten planuitwerking West 1 Uitvoeren acties n.a.v. vestigen voorkeursrecht West 3 3

Vooruitblik komende 6 maanden

Projectomschrijving Q4

De werkzaamheden die zijn uitgevoerd ten behoeve van het uitwerkingsplan hebben geleid tot kaders die opgenomen zijn in de ontwikkelvisie. Op dit moment bevindt het project zich in de haalbaarheidsfase. De werkzaamheden die voor diverse deelgebieden zijn uitgevoerd, hebben geleid tot een omgevingsprogramma Entree welke ter besluitvorming is aangeboden bij het college en de gemeenteraad. Na de bestuurlijke besluitvorming, gaat dit deelgebied over naar planbegeleiding.

Terugblik afgelopen 6 maanden

- Het ontwerp omgevingsprogramma Entree en de herziene gebiedsbusinesscase (BuCa) zijn ter besluitvorming aangeboden bij het college en de gemeenteraad. Na het vaststellen van het ontwerp omgevingsprogramma Entree en BuCa zal per kavel een planuitwerking opgestart worden door de eigenaren. - In juni 2025 zijn met de eigenaren van West 1, 2 en 4 nieuwe anterieure overeenkomsten gesloten en ondertekend. De nieuwe overeenkomsten sluiten aan bij de herprogrammering Entree, ontwikkelvisie, schetsontwerp openbare ruimte en beeldkwaliteitsplan als onderdeel van het ontwerp omgevingsprogramma Entree. De contractuele afspraken zijn verwerkt in de herziening van de businesscase, welke ook ter besluitvorming aan de gemeenteraad is aangeboden. - Met de eigenaar van West 3 (Bredewater 22) zijn nog geen verdere gesprekken gevoerd naar aanleiding van het gevestigde voorkeursrecht door de gemeenteraad.

- Het opstarten van de planuitwerking voor West 1, na bestuurlijke besluitvorming over het omgevingsprogramma Entree; - Vervolg geven aan het vestigen van het voorkeursrecht voor West 3.

Financiële stand van zaken

De financiële afspraken met de grondeigenaren van West 1, 2 en 4 zijn verwerkt in de herziene businesscase. Deze wordt naar verwachting in Q3 vastgesteld door de gemeenteraad.

Communicatie

De communicatie over de gebiedsontwikkeling verloopt vanuit het programma breed. Voor de planuitwerking van West 1 is de eigenaar verantwoordelijk voor het participatietraject.

Risico’s

Risico: de eigenaar van West 3 biedt het kavel niet te koop aan bij de gemeente en is niet van plan om zelf te ontwikkelen. Gevolg: de ontwikkeling van West 3 komt voorlopig niet tot stand waardoor de exploitatiebijdrage vooralsnog komt te vervallen voor dit kavel. Beheersmaatregel: gesprek plannen met de eigenaar om te komen tot nieuwe afspraken of mogelijk een aankoop van het kavel door de gemeente. Door het gevestigde voorkeursrecht houdt de gemeente grip op deze locatie. Risico: door de afgegeven netcongestie kan (een deel van) het beoogde programma niet aangesloten worden. Gevolg: de grondeigenaren starten niet met de realisatie omdat een deel van het programma niet in aanmerking komt voor de grootverbruik aansluiting. Beheersmaatregel: tijdig vanuit het programma Entree in gesprek gaan met de grondeigenaren, netbeheerders en gezamenlijk een oplossing uitwerken. 59

8.1.6 Entree, Middengebied, UP Station 1 t/m Station 3: Entreepoort

GEEL

Projectplanning Startdatum: 05-07-2022 Fase: Haalbaarheidsfase

2025

Q3

Q4

Q1

2026

Q2

Q3

Entreepoort 1: projectopdracht tbv haalbaarheidsfase Verdere afstemming met de eigenaar van Station 2C en 3 3

Projectomschrijving Q4

De werkzaamheden die zijn uitgevoerd ten behoeve van het uitwerkingsplan, hebben geleid tot kaders die opgenomen zijn in de ontwikkelvisie. Op dit moment bevindt het project zich in de haalbaarheidsfase. De werkzaamheden die voor diverse deelgebieden zijn uitgevoerd, hebben geleid tot een Omgevingsprogramma Entree welke ter besluitvorming is aangeboden bij het college en de gemeenteraad. Na de bestuurlijke besluitvorming, gaat dit deelgebied over naar planbegeleiding.

Terugblik afgelopen 6 maanden

Het ontwerp omgevingsprogramma Entree en de herziene gebiedsbusinesscase (BuCa) zijn ter besluitvorming aangeboden bij het college en de gemeenteraad. Na het vaststellen van het ontwerp omgevingsprogramma Entree en BuCa zal per kavel een planuitwerking opgestart worden door de eigenaren. In november is het Addendum I op de anterieure overeenkomst ondertekend door de eigenaar (De Raad Bouw) en de gemeente. Dit betekent dat er een doorstart wordt gemaakt voor de planontwikkeling van station 2C en 3. Partijen nemen hiervoor tot uiterlijk Q3 2025 de tijd. Op basis van de nieuwe overeen te komen kaders kunnen nieuwe contractuele afspraken worden gemaakt die aansluiten bij de herprogrammering Entree, ontwikkelvisie, schetsontwerp openbare ruimte en beeldkwaliteitsplan als onderdeel van het ontwerp omgevingsprogramma Entree. De eerste sessies hiervoor hebben inmiddels plaatsgevonden. De contractuele afspraken worden vervolgens verwerkt in de herziening van de businesscase.

Voor Station 1 liggen de gesprekken met het mboRijnland momenteel stil. Het mboRijnland is bezig met het uitvoeren van een strategisch onderzoek. Na afronding hiervan worden, naar verwachting in Q3/ Q4 2025, de gesprekken hervat om te komen tot een projectopdracht voor de haalbaarheidsfase.

Vooruitblik komende 6 maanden

- Verdere afstemming met de eigenaar van Station 2C en 3 om te komen tot nieuwe kaders en contractuele afspraken voor deze percelen, op basis van de ontwikkelvisie en het beeldkwaliteitsplan Entree; - Uitwerken projectopdracht haalbaarheidsfase Station 1 en vervolgens ter besluitvorming voorleggen aan het MT Zoetermeer en het college van B&W.

Financiële stand van zaken

Er is door de langere doorlooptijd en het herdefiniëren van de ontwikkelkaders (extra studie en onderzoek) een overschrijding van het eerder geraamde projectbudget. Dit is verwerkt in de herziene businesscase, die naar verwachting in Q3 door de gemeenteraad wordt vastgesteld.

Communicatie

Er vinden gesprekken plaats met de huidige eigenaar van Station 2c en 3 om te komen tot nieuwe anterieure afspraken. Verder verloopt de overige communicatie over de gebiedsontwikkeling via de communicatielijnen vanuit het programma breed.

60

8.1.6 Entree, Middengebied, UP Station 1 t/m Station 3: Entreepoort (vervolg) Risico’s en kansen

Risico: station 2c en 3 komen niet tijdig tot ontwikkeling waardoor verdere vertraging optreedt doordat er geen overeenstemming wordt bereikt voor de nieuwe (stedenbouwkundige) kaders en financiële uitgangspunten met de eigenaar. Gevolg: geen ondertekening van een nieuwe anterieure overeenkomst waardoor er geen gezamenlijk planproces meer met de eigenaar is. Beheersmaatregel: de komende maanden extra overleg voeren met de eigenaar om te komen tot een haalbaar plan voor alle partijen. Kans: ontwikkeling van station 1 in combinatie met het mboRijnland. Gevolg: vanuit de strategische grondpositie van de gemeente te komen tot een ontwikkeling van dit perceel en groot deel van het maatschappelijke programma voor Entree. Beheersmaatregel: uitwerken en vaststellen projectopdracht haalbaarheidsfase en daarna opstarten haalbaarheidsfase.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=8ced48eb-bd1a-444f-bac6-4207717121e2