CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Rapport Van der Feltz advocaten

Raadsvergadering 21 februari 2022, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsmemo Reactie van het college op het Van der Feltz rapport d.d. 24-01-2022, afdoening toezegging 49922.000 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RAPPORT Aan

:

College van burgemeester en wethouders van Zoetermeer

Van

:

M.A.J. West en W.J. Bosma, advocaten

Datum

:

24 januari 2022

Referentie

:

20217425 Gemeente Zoetermeer / NTA-onderzoek

I.

Onderzoek en verantwoording

1.

Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer (hierna: het ''college'') hebben wij onderzoek verricht naar de zogenoemde 'krachtenveldanalyse van de islamitische infrastructuur in Zoetermeer' zoals uitgevoerd door het particuliere, commerciële bureau Nuance door Training & Advies (hierna: het ''NTA-onderzoek''). Directe aanleiding voor dat verzoek is geweest mediaberichtgeving van 15 oktober 2021 over het NTA-onderzoek waarin wordt gesproken over in opdracht van gemeenten verricht 'undercover-onderzoek' door NTA in het kader van onderzoek door gemeenten naar radicalisering binnen de islamitische gemeenschap.1

2.

Het doel van ons onderzoek is tweeledig: enerzijds bestaat de behoefte bij het college naar het verkrijgen van inzicht in de relevante feiten en omstandigheden, en anderzijds bestaat de wens tot het aan de hand van die feiten en omstandigheden verkrijgen van een juridische duiding van opdrachtverlening van de gemeente tot en het laten uitvoeren van het NTA-onderzoek. Daartoe dient dit rapport, waarbij door ons als onderzoeksmethode is gehanteerd bestudering van door de gemeente beschikbaar gestelde documentatie alsmede het afleggen van interviews met betrokkenen van destijds.

3.

Het onderzoek hebben wij verricht in de periode december 2021 tot en met januari 2022 op basis van de als bijlage bij dit rapport gevoegde onderzoeksopzet van 17 november 2021. De onderzoeksopzet is vooraf besproken en afgestemd met - zijdens de gemeente - de gemeentesecretaris, de Manager Juridische aangelegenheden & Bestuursondersteuning en een senior jurist. Voorts is de onderzoeksopzet vooraf besproken en afgestemd met vertegenwoordigers van de besturen van het InterLevensbeschouwelijk Overleg Zoetermeer en de moskeeën El Qibla, Anwar-eAshrafia en HDV-Oranje. De vertegenwoordiger van het bestuur van het Islamitisch centrum Zoetermeer zou aan voornoemde drie andere moskeebesturen hebben aangegeven niet bij de besprekingen over de onderzoeksopzet aanwezig te willen zijn.

DMS01-941078539-492

Dit hebben wij niet kunnen verifiëren. Tot vaststelling van de onderzoeksopzet en tot

1 Zie https://www.nrc.nl/nieuws/2021/10/15/undercover-naar-de-moskee-hoe-gemeenten-al-jaren-een-

bedrijf-inhuren-om-heimelijk-islamitische-organisaties-te-onderzoeken-a4061964.

1 / 44

het door ons te verrichten onafhankelijke onderzoek is op 23 november 2021 besloten door het college.2 4.

Omdat door het college is verzocht een feitenonderzoek te verrichten, hebben wij als onderzoeksmethode gehanteerd zowel bestudering van door de gemeente aan ons beschikbaar gestelde documentatie alsmede het afleggen van interviews met verschillende betrokkenen. In december 2020 hebben wij een zevental interviews afgelegd, aan de hand van een lijst met 32 vragen. Die vragenlijst hebben wij opgesteld op basis van de onder punt I van bijgevoegde onderzoeksopzet beschreven onderzoeksvragen. We hebben zowel betrokkenen van de gemeente als NTA, dus 'beide kanten' geïnterviewd voor een evenwichtig beeld en om hoor- en wederhoor toe te passen. Mede tegen deze achtergronden en omdat NTA in het rapport aangeeft gebruik te hebben gemaakt van een antropologische methode zonder daarvan een verantwoording te geven, is voorts prof. dr. P.J. Pels benaderd en gevraagd in het algemeen zijn visie te geven over methodologie bij onderzoeken naar netwerken binnen samenlevingen. Hij is hoogleraar culturele antropologie en sociologie van Afrika bij de Universiteit Leiden. Gelet op de door ons toegepaste onderzoeksmethode moeten wij een kanttekening plaatsen ten aanzien van de mate en juistheid van de aan ons verstrekte informatie.

Enerzijds kunnen wij wat de ontvangen documentatie betreft geenszins garanderen dat daarmee alle van belang zijnde documentatie is verstrekt, en anderzijds wat betreft de afgelegde interviews kunnen wij evenmin garanderen dat die informatie volledig en juist is. Reeds in laatstgenoemd verband omdat informatie gegeven tijdens de interviews is gebaseerd op de herinneringen van betrokkenen. Tegen deze achtergronden is dit rapport tot stand gekomen op basis van bevindingen naar aanleiding van de ontvangen documentatie en de informatie verkregen via de interviews, alsmede na het maken van een vergelijking daartussen.

5.

Dit rapport bestaat uit de volgende hoofdstukken: 

Hoofdstuk II: Op basis van de afgelegde interviews en de ontvangen documentatie wordt in het tweede hoofdstuk een beschrijving van de feiten en omstandigheden gegeven die zouden hebben geleid tot het NTA-onderzoek.

Hoofdstuk III: In dit derde hoofdstuk wordt een beschouwing over methodologie voor onderzoek naar gemeenschappen gegeven, opgesteld naar aanleiding van een gesprek over methodologie met prof. dr. P.J. Pels, hoogleraar culturele antropologie en sociologie van Afrika bij de Universiteit Leiden.

Hoofdstuk IV: In dit vierde hoofdstuk wordt de vraag beantwoord of opdrachtverlening door de gemeente tot en het laten uitvoeren van het NTAonderzoek op de manier waarop dat heeft plaatsgevonden, gegeven de feiten en omstandigheden zoals beschreven in hoofdstuk II, volgens ons (on)rechtmatig is geweest.

2 Zie besluitenlijst '211123 Besluitenlijst collegevergadering 23 november 2021' d.d. 2 december 2021.

2 / 44

Hoofdstuk V: In het vijfde hoofdstuk van dit rapport wordt de vraag beantwoord hoe de gemeente Zoetermeer op basis van de huidige regelgeving, zowel bezien vanuit de AVG als de Wob, heeft om te gaan met de beschikbare informatie betreffende het NTA-onderzoek.

Hoofdstuk VI: In het zesde tevens laatste hoofdstuk sluiten wij ons rapport af met enkele concluderende en beschouwende opmerkingen. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan het onderwerp methodologie gegeven de beschouwing uit hoofdstuk III van dit rapport.

II.

Feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het NTA-onderzoek

6.

Ten behoeve van het feitenonderzoek hebben wij een zevental interviews afgelegd, aan de hand van een vooraf opgestelde vragenlijst die gebaseerd is op de in bijgevoegde onderzoeksopzet beschreven onderzoeksvragen.

7.

Het gaat om interviews met (voormalig) ambtenaren van de gemeente Zoetermeer die destijds in meer of mindere mate betrokken waren bij opdrachtverlening aan NTA dan wel werkzaamheden uitvoerden die verband hielden met de openbare orde en veiligheid. Ook is met de toenmalige burgemeester gesproken. Daarnaast is een interview afgelegd met een vertegenwoordiger van NTA.3

8.

Hierna worden alle geïnterviewden behoudens de burgemeester steeds tezamen aangeduid als "betrokkenen". Als het alleen gaat om (een aantal) betrokkenen van de gemeente, wordt dat op die manier aangegeven. En indien alleen op de betrokkenheid van NTA wordt gedoeld, wordt in dat verband gesproken over "NTA". Als het (ook) gaat om de burgemeester, dan zal dat steeds separaat als zodanig worden aangegeven. Per onderzoeksvraag worden hierna op basis van de hiervoor omschreven aanduidingen, de uitkomsten van de afgelegde interviews met betrokkenen besproken. Daarmee worden de feiten en omstandigheden geschetst die blijkens de interviews hebben geleid tot het NTA-onderzoek. Daar waar relevant wordt de van de gemeente ontvangen documentatie door ons aangehaald en besproken.

a.

Onderzoeksvraag 1a: aanleiding NTA-onderzoek

9.

Een aantal vragen tijdens de afgelegde interviews is erop gericht geweest inzicht te verkrijgen in de concrete aanleiding voor het NTA-onderzoek. Daarbij hebben we in het bijzonder aandacht besteed aan de vraag waarom in die tijd tot het onderzoek door NTA is besloten vanuit de gemeente. Dit mede gelet op de bestaande

3 Voor zover wij hebben kunnen nagaan is NTA geen particulier recherchebureau als bedoeld in de Wet

particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus ('Wpbr'). Althans, NTA staat niet op de lijst van vergunninghouders in de zin van de Wpbr zoals te raadplegen via https://justis.nl/producten/particulierebeveiliging-en-recherche.

3 / 44

samenwerking tussen de gemeente en de verschillende moskeebesturen over onder andere het tegengaan van radicalisering. 10.

Een aantal betrokkenen van de gemeente hebben in voornoemd verband eerst het volgende toegelicht over hoe de gemeente Zoetermeer (hierna: ''de gemeente'') er destijds qua organisatie uitzag als het gaat om de uitvoering van taken die verband hielden met de openbare orde en veiligheid.

11.

De afdeling Veiligheid, Vergunningen en Handhaving (hierna: ''afdeling VVA'') binnen de gemeente bestond destijds uit twee teams: enerzijds het team vergunningen, toezicht en handhaving en anderzijds het team openbare orde en veiligheid. De afdeling VVA kende een afdelingsmanager. Binnen het team openbare orde en veiligheid waren naast een teammanager, een informatieanalist, casus regisseurs een aantal netwerkregisseurs actief op een tweetal actuele thema's/clusters. Het cluster 'jeugd' waarbij de netwerkregisseurs met name de verschillende jeugdgroepen in de gemeente in kaart brachten. Binnen het cluster 'radicalisering' hadden de netwerkregisseurs vooral tot taak om door middel van het bouwen en het in stand houden van een actief netwerk binnen - voor een belangrijk deel - de islamitische gemeenschap, mogelijke risico's verband houdende met radicalisering in beeld te brengen en om radicalisering samen met de gemeenschap tegen te gaan. Deze netwerkregisseurs waren in dienst van de gemeente. Een beleidsadviseur van de gemeente had een coördinerende rol als het gaat om de werkzaamheden van de netwerkregisseurs. Deze beleidsadviseur was naast de inhoudelijke coördinatie en aansturing van de medewerkers binnen het cluster, verantwoordelijk voor de bestuurlijke afstemming met en besluitvorming door de burgemeester.

De bestuurlijke verantwoordelijkheid voor taken met betrekking tot de openbare orde lag (ook) destijds bij de burgemeester.

12.

Vervolgens zijn betrokkenen gevraagd toe te lichten welke zorgen in 2017 of zoveel eerder concreet speelden binnen de gemeente over de islamitische gemeenschap binnen Nederland, en in het bijzonder in Zoetermeer. Wij ontvingen gelijkluidende reacties. Die reacties laten zich als volgt samenvatten.

13.

Er vonden in die periode wereldwijd en met name in de westerse wereld aan religie gerelateerde aanslagen met een terroristisch oogmerk plaats, en de kans op aanslagen in Nederland was reëel. Binnen Nederland betrof 2017 volgens betrokkenen bovendien een periode waarin de invloed van salafistische stromingen groeide en een periode waarin het thema van uitreizende en terugkerende geradicaliseerde jongeren actueel was. In 2017 bestond binnen de gemeente een sterke focus op de aanpak van radicalisering, welke aanpak reeds in 2012 was ingezet. Daar kwam bij dat de gemeente Zoetermeer een relatief groot aantal uitreizigers naar met name Syrië kende. Onduidelijk was evenwel wat maakte dat juist in de gemeente het aantal uitreizigers hoger was dan in de rest van Nederland. De indruk bestond al enige tijd binnen de gemeente dat binnen de islamitische gemeenschap van de gemeente door

4 / 44

een of meerdere personen actief jongeren werden gemobiliseerd om uit te reizen. Gelet op voornoemde omstandigheden bestonden er binnen de gemeente (ook) in 2017 zorgen en onrust vanwege de reële kans op een aanslag binnen de gemeentegrenzen. Aldus waren er zorgen en onrust op het gebied van de handhaving van de openbare orde en in het bijzonder ten aanzien van het effectief kunnen blijven tegengaan van (verdergaande) radicalisering binnen een deel van islamitische gemeenschap in de gemeente. 14.

Vervolgens zijn betrokkenen gevraagd toe te lichten wat de concrete aanleiding is geweest voor de gemeente voor de offerte-uitvraag en de opdrachtverlening aan NTA. Volgens betrokkenen kan opdrachtverlening aan NTA niet los worden gezien van hetgeen is omschreven onder randnummer 13 van dit rapport. Bezien vanuit die bredere context ging het volgens betrokkenen om zorgen van verdere radicalisering binnen de gemeente en dus van radicalisering richting extremisme. In dit verband is door een aantal betrokkenen van de gemeente aangegeven dat de gemeente wilde weten welke krachtenvelden binnen de islamitische gemeenschap actief waren en welke elementen bij radicalisering een rol speelden, en daarmee hoe door de gemeente het beste kon worden ingezet op het tegengaan van verdere radicalisering. Hoewel goede contacten werden onderhouden met de islamitische gemeenschap waaronder de verschillende moskeeën, bestond de angst dat ''niet alles werd gezien'' als het gaat om radicaliserende leden, en dan vooral jongeren, binnen de netwerken van die gemeenschap. Opdrachtverlening aan NTA had tot doel om te laten onderzoeken of inderdaad niet alles werd gezien door de gemeente, waartoe behoort het verkrijgen van kennis over de plekken van samenkomst binnen de regio van de leden van de islamitische gemeenschap uit de gemeente.

Daarmee beoogde de gemeente blijkens een aantal betrokkenen van de gemeente, verdere beleidsmatige invulling te geven aan het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme van het Rijk uit 2014 waarin de thema's risicoreductie, uitreisinterventies en het tegengaan van radicalisering centraal staan.4 Dus, een onderzoek gericht op preventie en signalering van en interventie bij radicalisering door de gemeente.

15.

Over de samenwerking tussen de gemeente en de verschillende moskeebesturen in 2017 gaven een aantal betrokkenen van de gemeente aan dat de indruk bestond dat die samenwerking en dus de verstandhouding goed was. Met name de netwerkregisseurs speelden wat de samenwerking en verstandhouding betreft een belangrijke rol. Zij bezochten de verschillende moskeeën regelmatig en spraken daardoor geregeld met leden van de islamitische gemeenschap binnen de gemeente. Bij navraag werd door hen aangegeven dat de samenwerking ook vanuit preventief oogpunt was gericht op het voorkomen van radicalisering, extremisme en uitreizen, een en ander op basis van wederzijds vertrouwen.

4 Zie https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2014/08/30/actieprogramma-integrale-aanpak-

jihadisme.

5 / 44

16.

Een aantal betrokkenen van de gemeente gaf tijdens de interviews aan dat de samenwerking tussen de gemeente en de verschillende moskeebesturen op zichzelf bezien geen rol heeft gespeeld bij de opdrachtverlening aan NTA. Bij navraag werd hierover verder toegelicht dat de eerder in het rapport besproken zorgen binnen de gemeente dat mogelijk niet alles werd gezien als het gaat om radicaliserende leden binnen de netwerken van die gemeenschap, niet zozeer gericht was op de verschillende moskeeën. Op de moskeeën zelf zagen de zorgen van de gemeente aldus niet, wel op wat de gemeente buiten de moskeeën mogelijk ook informatie zou missen. Het onderzoek uit te voeren door NTA zoals de gemeente dat voor ogen had was dan ook niet gericht op een onderzoek specifiek naar de moskeeën of moskeebesturen, maar naar de infrastructuur van de islamitische gemeenschap binnen de gemeente waarbinnen de moskeeën logischerwijs wel een centrale plek innemen. Aan deze nuance over opdrachtverlening aan NTA werd door een aantal betrokkenen van de gemeente veel belang gehecht, welke nuance zou ontbreken in de verschenen mediaberichtgeving over het NTA-onderzoek.

b.

Onderzoeksvraag 1b: opdrachtverlening ten behoeve van het NTA onderzoek

17.

Een aantal vragen tijdens de afgelegde interviews is erop gericht geweest zicht te krijgen op de wijze van opdrachtverlening door de gemeente aan NTA, tegen welke kosten en hoe die kosten zijn gefinancierd.

18.

Zoals toegelicht door een aantal betrokkenen van de gemeente in dit verband, vond opdrachtverlening in de regel als volgt plaats binnen de gemeente. Veelal begon het bij een bestuurlijke intentie om iets te doen, bijvoorbeeld een activiteit in de stad. Vervolgens kwam het initiatief ter afhandeling bij de ambtelijke organisatie terecht. De budgetverantwoordelijkheid lag bij het betrokken afdelingshoofd, en de inhoudelijke voorbereiding alsook bestuurlijke afstemming vond plaats door vak- of beleidsadviseurs. Bij bestuurlijke instemming en indien passend binnen een daarvoor beschikbaar gesteld budget, werd doorgaans een akkoord voor het initiatief gegeven door het betrokken afdelingshoofd. De bestuurlijke verantwoordelijkheid lag steeds (en ligt) gelet op het bepaalde in artikel 172 Gemeentewet als het gaat om taken verband houdende met de handhaving van de openbare orde, in beginsel bij de burgemeester.

19.

Specifiek wat de opdrachtverlening aan NTA door de gemeente in 2017 betreft is uit de terugkoppeling van een aantal betrokkenen van de gemeente gebleken dat daaraan niet zozeer een bestuurlijke intentie van de burgemeester voorafging, als wel de wens binnen de ambtelijk organisatie van de medewerkers die zich bezighielden met het tegengaan van radicalisering. Het gaat om de wens om te laten onderzoeken door een bureau of er in dat verband zogenoemde ''blinde vlekken'' zouden bestaan. Het gaat om de zorgen binnen die ambtelijke organisatie zoals beschreven onder randnummers 13 en 14 van dit rapport.

6 / 44

20.

Volgens een aantal betrokkenen van de gemeente en ook NTA zou een eerdere offerte uitvraag van de gemeente in 2016 aan NTA voor het uitvoeren van een netwerkanalyse, niet tot opdrachtverlening hebben geleid wegens het ontbreken van financiële middelen daarvoor. Een netwerkanalyse hield hier in een onderzoek naar de islamitische infrastructuur in de gemeente en daarmee naar de krachtenvelden van de onderlinge relaties binnen die infrastructuur, met het oog op het in kaart brengen van processen rondom radicalisering.

21.

Een aantal betrokkenen van de gemeente heeft aangegeven dat nadien in 2017 in overleg tussen de gemeenten Den Haag, Delft en Zoetermeer en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (hierna: ''NCTV'') afspraken zijn gemaakt over de besteding van door de NCTV beschikbaar gestelde versterkingsgelden. Het gaat om de inzet van die versterkingsgelden door de gemeenten Delft en Zoetermeer ten behoeve van een netwerkanalyse. De gemeente Den Haag zou, zo was het plan destijds, met eigen middelen een dergelijke analyse laten uitvoeren, welke zou worden aangevuld met de regionale componenten uit de netwerkanalyses opgesteld in opdracht van de gemeenten Delft en Zoetermeer. Een en ander met als doel om een regionaal beeld van de islamitische infrastructuur te verkrijgen als basis voor het doorontwikkelen van de aanpak tegen radicalisering. Het zou hierbij gaan om netwerkanalyses op het niveau van organisaties en locaties, niet op het niveau van personen.

22.

NTA was als organisatie reeds bekend binnen de gemeente want had eerder coaching en trainingen gegeven. Ook de NCTV was bekend met en zou eerder opdrachten hebben verleend aan NTA. Of dit zo is, hebben wij niet kunnen vaststellen. NTA is, ook naar eigen zeggen, een specialist op het gebied van onderzoek naar extremisme, elke vorm daarvan. Opdrachtverlening aan NTA vond door de gemeente plaats bij (gerectificeerde) opdrachtbrief van 11 december 2017, naar aanleiding van een offerte van NTA van 8 oktober 2017. Voor het NTA-onderzoek zou de gemeente blijkens die opdrachtbrief EUR € 48.307,07 inclusief btw hebben moeten betalen aan NTA. Dat (die) betaling heeft plaatsgevonden, hebben wij niet kunnen verifiëren. Bekostiging van het NTA-onderzoek zou hebben plaatsgevonden op basis van aan de gemeente Den Haag door de NCTV beschikbaar gestelde versterkingsgelden. Het hiervoor aangehaalde bedrag zou door de gemeente Zoetermeer zijn doorbelast - dus separaat zijn gefactureerd - aan de gemeente Den Haag. De door ons ontvangen documentatie wijzen erop dat het NTA-onderzoek op deze wijze is gefinancierd. Dit hebben we niet kunnen verifiëren omdat niet de daarvoor benodigde (financiële) documentatie is aangeleverd.

23.

Aan de opdrachtverlening door de gemeente aan NTA ligt, zo is toegelicht door een aantal betrokkenen van de gemeente en ook door NTA, een concrete onderzoeksopdracht vanuit de ambtelijke organisatie van de gemeente ten grondslag. Die onderzoeksopdracht zou alleen mondeling uitgebreid zijn besproken met NTA en

7 / 44

neerkomen op het verzoek om de islamitische infrastructuur in de gemeente in kaart te brengen, waartoe ook behoort het verkrijgen van inzicht in de krachtenvelden van de onderlinge relaties binnen die infrastructuur, opdat de processen rondom radicalisering in beeld konden worden gebracht. De opdracht wordt kort beschreven in de offerte van NTA van 8 oktober 2017. De gedachte was ook, zo omschreef een aantal betrokkenen van de gemeente en ook NTA, dat mede op basis van die kennis de samenwerking tussen de gemeente en de verschillende moskeeën kon worden verbeterd. Die kennis kon namelijk mogelijk bepaalde kwetsbaarheden wegnemen waardoor de weerbaarheid van de samenwerking zou worden vergroot. Er bestond voorts de sterke wens, zo volgt uit de interviews, dat het NTA-onderzoek duidelijk zou maken wat de plekken van samenkomst in de regio zijn van leden van de islamitische gemeenschap uit de gemeente. Dit met het oog op het kunnen vormen van een regionaal beeld van de islamitische infrastructuur samen met Delft en Den Haag zoals beschreven onder randnummer 21 van dit rapport. Dit met als doel het doorontwikkelen van de aanpak tegen radicalisering in de regio. c.

Onderzoeksvraag 1c: wat is onderzocht door NTA, waartoe heeft het onderzoek geleid en wie waren van het onderzoek binnen de gemeente op de hoogte

24.

Een aantal vragen tijdens de afgelegde interviews is erop gericht geweest te achterhalen wat volgens betrokkenen is onderzocht door NTA, waartoe het onderzoek heeft geleid qua rapportages en welke personen binnen de gemeente bekend waren met opdrachtverlening aan NTA alsmede met de onderzoeksresultaten.

25.

Uit de reacties van een aantal betrokkenen van de gemeente en ook NTA, volgt dat NTA het onderzoek heeft verricht op basis van de onder randnummer 23 besproken onderzoeksopdracht van de gemeente. Het gaat om het uitvoeren van een krachtenveldanalyse van de islamitische infrastructuur zoals vaker door NTA zou zijn uitgevoerd, maar dan binnen en in opdracht van andere gemeenten. Het maken van een dergelijke analyse zou aldus behoren tot de kernexpertise van NTA.

26.

Binnen de gemeente waren de medewerkers van het cluster radicalisering bekend met en (in meer of mindere mate) betrokken bij opdrachtverlening aan NTA. Ook was de burgemeester daarvan in ieder geval via een beleidsadviseur op de hoogte gebracht, onder meer op basis van een vertrouwelijk memo. Ook het afdelingshoofd en de teammanager waren met de opdrachtverlening en het proces daartoe bekend. Dit volgde niet alleen uit de interviews met de betrokkenen van de gemeente en de burgemeester, dit is ook af te leiden uit de documentatie die we van de gemeente hebben ontvangen.

27.

NTA heeft in augustus 2018 een vertrouwelijk rapport uitgebracht aan het cluster radicalisering naar aanleiding van het verrichte onderzoek. NTA heeft in juni 2018 aan dat cluster een presentatie gegeven over het rapport. Van het rapport zijn twee versies beschikbaar. Op een eerste versie is, zo blijkt ook uit ontvangen documentatie,

8 / 44

gereageerd door een aantal medewerkers binnen het cluster. Dit vooral ter correctie van een aantal feitelijke onjuistheden, zo werd door een aantal betrokkenen van de gemeente tijdens de interviews toegelicht. Naar aanleiding van die opmerkingen heeft NTA een tweede versie van het rapport beschikbaar gesteld aan het cluster. 28.

Door een aantal betrokkenen van de gemeente en ook door de burgemeester is aangegeven dat de burgemeester het rapport niet zou hebben ontvangen, en daar evenmin op enig moment naar zou hebben gevraagd. Vanuit het cluster zou grote aarzeling hebben bestaan om de burgemeester op de hoogte te stellen van het door NTA uitgebrachte rapport. De belangrijkste reden voor die aarzeling zou verband houden met het initiële bezwaar van de burgemeester voor een onderzoek door NTA. Daarbij speelde ook een rol het door de betrokken medewerkers van het cluster radicalisering destijds gedeelde standpunt dat het rapport van NTA nauwelijks nieuwe inzichten bood. Het aanvankelijke bezwaar van de burgemeester hield voorafgaand aan het uitgevoerde onderzoek niet zozeer verband met de wijze van onderzoek, maar zou voortkomen uit zijn sterke terughoudendheid als het gaat om het uitgeven van overheidsgelden. Daarbij speelde toen een belangrijke rol dat de burgemeester een noodzaak voor een onderzoek uit te voeren door een externe partij in eerste, tweede en derde instantie (etc.) niet onderschreef. Hij wilde niet bijdragen aan de 'radicaliseringsaanpak industrie' die hij in die tijd dacht te zien ontstaan.

Uiteindelijk heeft de burgemeester toch een bestuurlijk akkoord gegeven voor het NTAonderzoek, vanwege de meermaals geuite ambtelijke wens daartoe vanuit het cluster en mede tegen de destijds ook door hem onderschreven achtergronden zoals omschreven onder randnummers 13 en 14 van dit rapport.

29.

Uit de gevoerde gesprekken volgt voorts dat met de betrokkenen van de gemeente vooraf niet concreet met NTA zou zijn besproken welke organisaties door NTA zouden worden onderzocht, en met wie precies zou worden gesproken door NTA. Gelet op de onderzoeksopdracht en de daarover met NTA gevoerde gesprekken was wel bekend bij de betrokkenen van de gemeente dat de verschillende moskeeën en hun bezoekers logischerwijs een rol zouden gaan spelen in het onderzoek. Welke rol en wie precies, zou evenwel niet bekend zijn geweest.

30.

Ook mede tegen deze achtergrond zou een aantal betrokkenen van de gemeente de ethische aspecten hebben besproken die verband hielden met het NTA-onderzoek. In dat kader zou ook zijn gesproken over het risico dat de relatie met de moskeebesturen en de leden van de verschillende lokale gemeenschappen beschadigd zou kunnen raken als zou uitkomen dat NTA onderzoek aan het verrichten was of zou hebben verricht binnen de islamitische gemeenschap in de gemeente. Omdat het onderzoek uit te voeren door NTA zoals de gemeente dat voor ogen had, uitdrukkelijk niet gericht was op een onderzoek specifiek naar de moskeeën of moskeebesturen en evenmin naar personen, maar naar de infrastructuur van de islamitische gemeenschap binnen de gemeente waarvan de moskeeën 'slechts' onderdeel uitmaken, werd

9 / 44

voornoemd risico door hen geaccepteerd. Daarbij speelde een rol dat niet de verwachting bestond noch beoogd werd dat publiekelijk bekend zou worden dat NTA onderzoek zou gaan verrichten of zou hebben verricht binnen de islamitische gemeenschap van de gemeente. 31.

Een juridische beoordeling van de wijze waarop het NTA-onderzoek zou worden uitgevoerd zou volgens een aantal betrokkenen van de gemeente mede tegen die achtergronden destijds niet zijn gemaakt door of in opdracht van de gemeente.

32.

Uit de met betrokkenen gevoerde gesprekken is niet gebleken dat het college of de gemeenteraad is geïnformeerd over de opdrachtverlening aan NTA. Evenmin over het uiteindelijk door NTA uitgebrachte rapport.

33.

Omdat het rapport van NTA volgens een aantal betrokkenen van de gemeente voor het cluster radicalisering nauwelijks nieuwe inzichten bood, is daaraan intern geen opvolging gegeven. Het rapport bevestigde dat het team openbare orde en veiligheid en dan in het bijzonder het cluster radicalisering een en ander goed in beeld had en dat in dat verband waardevolle contacten werden onderhouden binnen de islamitische gemeenschap.

d.

Onderzoeksvraag 1d: wijze van onderzoek door NTA en de onderzoeksperiode

34.

Een aantal vragen tijdens de afgelegde interviews is erop gericht geweest inzicht te verkrijgen in de wijze waarop NTA onderzoek heeft gedaan, dus over de methodiek alsmede het antwoord op de vraag wat de onderzoeksperiode is geweest. Specifiek aan dit onderwerp is tijdens de afgelegde interviews veel aandacht besteed. Dit in het bijzonder gelet op de mediaberichtgeving waarin gesproken wordt over 'undercoveronderzoek' en welke mediaberichtgeving als gezegd de aanleiding is geweest voor de opdracht tot het uitbrengen van onderhavig rapport over het NTA-onderzoek.

35.

Het NTA-onderzoek is volgens betrokkenen uitgevoerd direct na opdrachtverlening, dus in de periode eind 2017 tot begin 2018. Een exacte periode hebben betrokkenen niet kunnen noemen. In de (gerectificeerde) opdrachtbrief van 11 december 2017 wordt het eerste kwartaal van 2018 genoemd als het moment waarop de werkzaamheden van NTA hebben moeten starten, en het derde kwartaal van 2018 als het moment voor oplevering van het eindresultaat door NTA.

36.

De terugkoppeling van een aantal betrokkenen van de gemeente die in meer of mindere mate kennis hadden over de wijze van onderzoek door NTA, laat zich als volgt omschrijven.

37.

Door een aantal betrokkenen van de gemeente werd aangegeven dat de moskeeën/moskeebesturen in de gemeente, niet vooraf en evenmin achteraf zijn ingelicht over het NTA-onderzoek. Pas toen in 2021 bekend werd dat de NRC over het NTA-onderzoek zoals verricht in onder de gemeente Zoetermeer zou gaan schrijven, is

10 / 44

vanuit de gemeente daarover contact gelegd met de verschillende moskeebesturen voordat het artikel werd gepubliceerd. 38.

Wat de wijze van het onderzoek betreft, wordt het volgende opgemerkt. Binnen het cluster radicalisering zou bekend zijn geweest dat NTA door middel van 'participerende observaties' onderzoek zou gaan verrichten. Deze onderzoeksmethode zou volgens een aantal betrokkenen van de gemeente (alsook NTA) inhouden dat vooraf niet kenbaar zou worden gemaakt door NTA (noch door de gemeente) dat onderzoek zou worden uitgevoerd, en evenmin achteraf. Verder zou deze onderzoeksmethode inhouden dat NTA aan activiteiten binnen de islamitische gemeenschap in de gemeente zou meedoen maar niet actief zou sturen, niets zelf zou organiseren en tijdens activiteiten evenmin zou doorvragen. Anders gesteld, NTA zou volgens hen ''meedoen en kijken wat er gebeurt''.

39.

Dit zou ook volgens een aantal betrokkenen van de gemeente (alsook NTA) een gebruikelijke wijze van onderzoek door NTA zijn en bovendien ook nodig zijn, namelijk om zuivere onderzoeksresultaten te kunnen krijgen. Als binnen de islamitische gemeenschap van de gemeente destijds bekend zou worden dat NTA bezig was met het onderzoek, dan zou het risico bestaan dat geen of alleen (sociaal) wenselijke antwoorden zouden worden gegeven. En dan zou niet die informatie verkregen worden door NTA waarop de onderzoeksopdracht van de gemeente nu juist gericht was. NTA zou deze onderzoeksmethode hebben gepresenteerd aan een aantal betrokkenen van de gemeente. Uit ontvangen mailcorrespondentie uit die periode blijkt dat het cluster radicalisering achter die onderzoekswijze stond.

40.

De onderzoeksmethode zou volgens een aantal betrokkenen van de gemeente voorafgaand aan opdrachtverlening zijn besproken met de burgemeester. Ook zou de burgemeester hierover door middel van een vertrouwelijk memo zijn geïnformeerd. De burgemeester bleek bij navraag hierover tijdens het interview zich niet te herinneren dat is gesproken over de wijze van onderzoek, en de term participerende observaties zei hem tijdens het interview niets. De wijze van onderzoek zou volgens hem geen discussieonderwerp zijn geweest. De burgemeester zou destijds hebben aangenomen dat het onderzoek één was zoals alle andere onderzoeken, niets afwijkends dus. Vanuit het cluster radicalisering zou volgens de voormalig burgemeester ook nooit enige twijfel zijn geuit over de wijze van het onderzoek. Het zou gaan om een betrouwbaar bureau dat bekend was bij de NCTV en reeds vergelijkbare onderzoeken had verricht voor andere gemeenten.

41.

In een door ons ingezien memo van 13 juli 2017 gericht aan de burgemeester met het onderwerp 'Regionale netwerkanalyse' valt over de onderzoeksmethode het volgende te lezen: -

''Een in andere gemeenten beproefde methode om een krachtenveldanalyse te maken van gemeenschappen, is het doen van participerende observaties.''

11 / 44

-

''Deze methode komt uit de antropologie. Onderzoekers die zijdelings deel uitmaken van de gemeenschappen, participeren in de gemeenschap en observeren wat er gebeurt. Om onderzoeksresultaten niet te beïnvloeden, kan niet worden aangegeven dat er een onderzoek wordt uitgevoerd. Wel participeren onderzoekers met hun eigen identiteit, het is dus geen undercover-operatie. De onderzoekers nemen deel aan reguliere bijeenkomsten en leggen op die manier verdere contacten, waardoor ze steeds meer inzicht krijgen in het krachtenveld binnen de gemeente en de relaties met de regio.''

-

''De onderzoekers zullen het beeld dat door de gemeente Zoetermeer is opgesteld als uitgangspunt gebruiken. De informatieanalist draait in het desktop-deel van het onderzoek mee. Na afloop van het onderzoek is het van belang dat het onderzoek zelf en de uitkomsten vertrouwelijk behandeld worden.''

-

''Het onderzoek zal worden uitgevoerd door NTA, (…).''

-

''Voor de gemeente Zoetermeer levert het onderzoek een beeld op de van de dynamiek binnen de lokale gemeenschappen, de krachten die daarin een rol spelen en de relaties met (boven)regionale gemeenschappen en locaties.''

42.

Het memo waaruit wordt geciteerd, is blijkens een beschikbaar gestelde mailwisseling die dag besproken en per mail gedeeld met de burgemeester. Als reactie op die mail en dus mede naar aanleiding van de bespreking over het laten uitvoeren van een onderzoek door NTA, heeft de burgemeester op 14 juli 2017 per mail een akkoord gegeven.

43.

Tijdens de gevoerde interviews heeft een aantal betrokkenen van de gemeente aangegeven dat zij na opdrachtverlening aan NTA geen zicht hebben gehad op het door NTA uitgevoerde veldwerk ten behoeve van het NTA-onderzoek. Dat was volgens NTA nodig ten behoeve van bronbescherming, zo gaven zij aan. Bekend is alleen blijkens twee facturen uit 2018 dat NTA 164 uur aan veldwerk heeft gedeclareerd. Waaraan die tijd concreet is besteed door NTA, zou niet bekend zijn geworden.

44.

Eén van de betrokkenen van de gemeente zou een veldwerker van NTA desalniettemin hebben gesproken. Deze veldwerker van NTA zou hebben aangegeven dat tijdens de participerende observaties (toch) niet de eigen naam zou worden gebruikt. Of dit klopt, en zo ja, waar en op welk moment dat contact plaatsvond, hebben we niet kunnen vaststellen. Volgens deze betrokkene van de gemeente was dit wel een moment waarop binnen het cluster radicalisering werd afgevraagd of het gebruik van een andere naam door de veldwerkers van NTA tijdens de participerende observaties, wel is toegestaan. Omdat NTA vergelijkbare onderzoeken in andere gemeenten had uitgevoerd, zou door het cluster radicalisering uiteindelijk zijn aangenomen dat dit goed zat en is er geen verdere actie ondernomen.

45.

Tijdens het interview met NTA, is de door NTA toegepaste onderzoeksmethode als volgt toegelicht.

12 / 44

46.

Benadrukt werd eerst door NTA dat de term 'undercover-onderzoek' of een term van die strekking in de mediaberichtgeving alsook in een aantal vragen van het interview, suggestief is, en dat dat niet de wijze is waarop NTA onderzoek verricht. NTA past antropologische methoden toe, zo ook in de gemeente, aldus NTA.

47.

Tijdens intakegesprekken met de gemeente – dus voorafgaand aan opdrachtverlening – zou door NTA zijn vastgesteld dat bij de gemeente de behoefte bestond om de infrastructuur binnen de islamitische gemeenschap in de gemeente in beeld te krijgen, dit om de processen rondom radicalisering helder te krijgen. Als methode hanteert NTA voor dat soort onderzoeken zo bleek bij navraag, zogenoemde 'informed onderzoeken' en 'non-informed onderzoeken'. Vanuit de behoeftevraag van de gemeente is in samenspraak met de gemeente gekozen voor non-informed onderzoek door NTA, omdat anders de beoogde onderzoeksresultaten niet bereikt konden worden.

48.

Non-informed onderzoek houdt volgens NTA in dat het onderzoek niet publiekelijk wordt aangekondigd, om te voorkomen dat een onvolledig beeld wordt verkregen tijdens het onderzoek. Respondenten worden bij non-informed onderzoek wél geïnformeerd over de vraag met wie van NTA wordt gesproken, waarom zij in gesprek gaan met NTA en wie de opdrachtgever van NTA is. Daarbij wordt door NTA aan de respondenten een anonimiteitsgarantie verstrekt. Dit houdt in, zo werd toegelicht, dat NTA garandeert dat de identiteit van de respondenten door NTA niet bekend worden gemaakt aan derden buiten NTA.

49.

Het onderzoek van NTA is volgens NTA gericht geweest op krachtvelden, om discrepanties vast te stellen tussen formele en informele krachtvelden binnen de islamitische gemeenschap in de gemeente. Het onderzoek is volgens NTA dus niet gericht geweest op personen of op bepaalde entiteiten zoals moskeebesturen.

50.

Ten behoeve van het onderzoek is door NTA, zo werd aangegeven, eerst een nulmeting verricht. Een nulmeting wordt verricht op basis van openbaar toegankelijke informatie en gesprekken met professionals. Welke professionals zijn gesproken, is ons niet duidelijk geworden. Vervolgens vond door NTA verificatie plaats naar volledigheid en juistheid. Deze verificatie vond zoals gebruikelijk plaats door middel van veldonderzoek. Daarbij werd door NTA gebruik gemaakt van de methode van 'observerende participatie' of 'participerende observaties'. Deze termen werden door elkaar gebruikt.

51.

Participerende observaties houden volgens NTA niet in dat onderzoek naar personen wordt verricht, maar dat wel onderzoek plaatsvindt naar het krachtenveld binnen de infrastructuur. Aan de hand van interactie en dus gesprekken met respondenten binnen die infrastructuur worden volgens NTA observaties gedaan. Dit betekent volgens NTA dus niet dat personen feitelijk ter plaatse worden geobserveerd vanaf de zijlijn. Het zou gaan om gesprekken en de conclusies die uit gesprekken met

13 / 44

respondenten kunnen worden getrokken door NTA. De gesprekken vinden plaats in een vertrouwelijke setting, waarbij de respondenten er vooraf over zouden zijn geïnformeerd dat NTA in opdracht van de gemeente onderzoek doet, en waarnaar. 52.

Volgens NTA is de wijze van onderzoek alleen mondeling gedetailleerd besproken met de gemeente. Een verantwoording van de methodologie en vermelding van bronnen ontbreken in het door NTA uitgebrachte rapport.

53.

Bij het onderzoek voor de gemeente zouden volgens NTA twee veldwerkers actief zijn geweest.

54.

Door middel van 'snowball sampling', zo werd toegelicht, wordt door NTA getracht (verdere) toegang tot de infrastructuur te krijgen. Het onderzoek bij een respondent wordt tegen die achtergrond altijd beëindigd met de vraag naar de introductie van nieuwe personen en dus nieuwe respondenten. Hierdoor kan NTA verdere toegang tot de infrastructuur verkrijgen. En op deze manier wordt door NTA toegang verkregen tot zogenoemde 'sleutelrespondenten' binnen de gemeenschap. Dit zijn personen binnen de gemeenschap met een bepaalde formele rol, een rol die niet per se naar buiten toe kenbaar hoeft te zijn. Een sleutelrespondent hoeft dus niet ook moskeebestuurder te zijn. Op de vraag hoeveel (sleutel)respondenten betrokken waren in Zoetermeer, heeft NTA aangegeven dat vanuit dataretentie binnen één jaar na het afronden van het onderzoek de onderliggende data is verwijderd. Daardoor zijn er volgens NTA thans geen exacte aantallen meer bekend. Het zullen volgens NTA tenminste 25 respondenten zijn geweest, maar niet meer dan 45. In het NTA rapport wordt aangegeven dat gesprekken zouden zijn gevoerd "met sleutelfiguren, waarnemers en moskeegangers in Zoetermeer".

55.

Bij het onderzoek voor de gemeente hebben volgens NTA meerdere sleutelrespondenten uit de islamitische gemeenschap van Zoetermeer medewerking verleend aan en dus gesproken met NTA. Ook deze respondenten zouden ervan op de hoogte zijn geweest dat onderzoek werd verricht door NTA, en dat het onderzoek in opdracht van de gemeente plaatsvond. Aan hen is een anonimiteitsgarantie verstrekt door NTA. Dit houdt als gezegd in dat NTA nooit zal prijsgeven wie de (sleutel)respondenten zijn. NTA heeft tijdens het interview tegen die achtergrond niets gezegd over wie de (sleutel)respondenten waren in de gemeente.

56.

Het veldwerk door NTA is steeds gestart op het moment dat de veldwerker van NTA de gemeente binnenkomt. Het veldwerk houdt dus niet één-op-één verband met een eventueel bezoek van een veldwerker aan een moskee of andere besloten plaats. En als werd gesproken met een moskeebezoeker, betekent dat niet ook zonder meer dat zo'n gesprek in de moskee plaatsvond, aldus NTA.

57.

Daarnaast betekent veldonderzoek volgens NTA niet ook dat NTA fysiek toegang dient te krijgen tot bepaalde (besloten) plaatsen. Het gaat vooral om de gesprekken met

14 / 44

(sleutel)respondenten. Dit zijn als gezegd leden van de islamitische samenleving en veelal ook moskeebezoekers. Deze gesprekken kunnen overal plaatsvinden. Gelet daarop is het volgens NTA ook onmogelijk dat de (sleutel)respondenten er niet van op de hoogte waren dat zij in een onderzoek van NTA betrokken waren. Blijkens de door NTA afgegeven en ook door de (sleutel)respondenten gevraagde anonimiteitsverklaring, hebben zij hun betrokkenheid bij het NTA onderzoek niet met derden willen delen. Dat zouden zij volgens NTA nog altijd niet willen doen, uit angst voor de eventuele gevolgen daarvan. Tijdens het NTA-onderzoek waren de respondenten bereid om openheid van zaken te geven op basis van vertrouwelijkheid, omdat zij hebben willen laten zien dat het binnen hun lokale gemeenschap goed gaat als het gaat om het tegengaan van radicalisering en het voorkomen van extremisme. Op basis van de afgelegde interviews kan niet met zekerheid worden vastgesteld of aan de (sleutel)respondenten een (concept)uitwerking van hun bijdrage c.q. antwoorden is voorgelegd door NTA. Er bestaan sterke indicaties dat dit niet is gebeurd. 58.

De veldwerkers van NTA zouden volgens NTA ook altijd hun eigen naam in het onderzoek hebben gebruikt. Dit kon ook niet anders volgens NTA, niet alleen wettelijk bezien maar ook praktisch niet omdat het om een kleine gemeenschap zou gaan.

59.

Op dit punt, dus over de wijze waarop de veldwerkers van NTA zich hebben gepresenteerd tijdens hun onderzoek, hebben wij gelet op het vorige randnummer 58 en het beschrevene onder randnummer 44, tegenstrijdige verklaringen ontvangen tijdens de interviews. Door ons is niet vast te stellen welke verklaring (on)juist is.

60.

Een veldwerker zou nooit op eigen initiatief, zonder (sleutel)respondent aan de betreffende moskeeën een bezoek hebben gebracht, aldus NTA. De veldwerkers van NTA hebben alle vier de moskeegemeenschappen/organisaties binnen de gemeente gesproken volgens NTA, en zij hebben aan drie van vier moskeeën met (sleutel)respondenten één of meerdere bezoeken gebracht. Aan de Anwar-e-Ashrafia moskee zou door NTA geen bezoek zijn gebracht. Een en ander hebben wij niet kunnen verifiëren.

61.

En, zo gaf NTA aan, als een moskee werd bezocht was dat vaak op een moment waarop er weinig andere moskeebezoekers aanwezig waren en op een plek waar überhaupt niet veel andere moskeebezoekers kwamen. Denk aan een bestuursruimte of een leslokaal. In die setting, dus als een veldwerkers van NTA met een (sleutel)respondent en dus met een bekende van de betreffende moskee in de moskee was, zou het niet gebruikelijk zijn (geweest) dat aan de veldwerker werd gevraagd ''wie ben jij''. Er werd veelal alleen gegroet, aldus NTA.

62.

Gelet op deze uitleg door NTA over de toegepaste onderzoeksmethode in de gemeente, stellen wij vast dat de methode van participerende observaties (mede) inhield dat andere personen dan respondenten zoals moskeebezoekers, feitelijk

15 / 44

geobserveerd konden worden en dus deel van het NTA-onderzoek konden uitmaken, en daarvan ook onderdeel hebben uitgemaakt zowel op openbare als besloten plaatsen. Dit evenwel zonder dat deze andere personen – toch – daarvan op de hoogte waren of zonder uitdrukkelijke navraag door henzelf bij de veldwerker of de (sleutel)respondent konden zijn. Zie hierover uitgebreider hierna, in het bijzonder onder randnummers 75 en 85. 63.

Voorts zijn door de veldwerkers van NTA openbare activiteiten gevolgd. Lezingen, predikers en preken zijn te vinden respectievelijk te volgen via internet. Fysieke aanwezigheid in een moskee zou daarvoor niet per se nodig zijn, aldus NTA.

e.

Onderzoeksvraag 1e: betrokkenheid andere (overheids)organisaties

64.

Een aantal vragen tijdens de afgelegde interviews is erop gericht geweest duidelijkheid te verkrijgen over de eventuele betrokkenheid van andere (overheids)organisaties bij het NTA-onderzoek in de gemeente, zoals de NCTV.

65.

Volgens betrokkenen zijn de (overheids)organisaties zoals omschreven onder randnummers 20 t/m 22 van dit rapport betrokken geweest, zoals daar is beschreven.

f.

Onderzoeksvraag 1f: wijze waarop informatie is bewaard door de gemeente en met welke organisaties die informatie is gedeeld

66.

Ook zijn betrokkenen gevraagd naar hun kennis over de wijze waarop informatie verband houdende met het NTA-onderzoek is bewaard c.q. verzameld binnen de gemeente, en met welke externe organisaties het onderzoek (niet) is gedeeld.

67.

Door een aantal betrokkenen van de gemeente is aangegeven dat met gegevens rondom het thema radicalisering, bijzonder zorgvuldig werd (en wordt) omgegaan. Voorts werd aangegeven dat het rapport van NTA intern is opgeslagen op een harde schijf. Het gaat om een digitale locatie die alleen geraadpleegd kan worden door een zeer beperkt aantal mensen binnen het cluster radicalisering. De digitale rechten tot de betreffende locatie worden toegekend en beheerd door de afdeling Informatie & Automatisering van de gemeente. Bij wisseling van medewerkers worden die machtigingen zo nodig aangepast. Daar zou men scherp op zijn.

68.

Verder gaven een aantal betrokkenen van de gemeente aan dat hoewel initieel de gedachte bestond om het rapport van NTA te delen met de gemeenten Delft en Den Haag gelet op de achtergronden zoals beschreven onder randnummer 21 van dit rapport, het rapport uiteindelijk niet extern zou zijn gedeeld door de gemeente. Dit zou zo zijn afgesproken met NTA. In de ontvangen stukken hebben wij gelezen dat tussen de gemeente en NTA op enig moment is verkend om het NTA rapport te delen met "de veiligheidspartners". Welke organisaties daarmee worden bedoeld, is niet duidelijk. Er is niet vastgesteld of tot het delen van het NTA rapport met een of meerdere andere organisaties uiteindelijk concreet is besloten.

16 / 44

69.

Op enig moment is binnen de gemeente bekend geworden dat de NCTV de beschikking heeft gekregen over het rapport van het NTA-onderzoek over de gemeente. Door in ieder geval één betrokkene van de gemeente zou erop zijn aangestuurd om intern digitaal onderzoek te laten plaatsvinden om na te gaan of het rapport vanuit de gemeente is gedeeld met de NCTV. Uit ontvangen mailwisseling van december 2021 volgt dat door de afdeling Informatie & Automatisering van de gemeente, uitgebreid archiveringsonderzoek is gedaan in dit verband. Er zouden geen e-mailberichten zijn gevonden die erop wijzen dat het onderzoek van NTA vanuit de gemeente is gedeeld met externen.

70.

Op de vraag aan NTA of het rapport door NTA aan de NCTV is gedeeld, werd aangegeven dat vanwege de overgang naar een ander ICT-systeem de e-mails van voor 2019 niet meer beschikbaar zouden zijn. In algemene zin kan volgens NTA gesteld worden dat vanuit de gemeente of NTA een peer-review kan worden uitgevoerd ter kwaliteitscontrole. Dit gebeurt met individuele deskundigen, niet met organisaties. Na afloop van de peer-review dient het rapport verwijderd te worden, aldus NTA. Dit zou door NTA tijdens de intake met de gemeente besproken zijn als één van de kwaliteitswaarborgen. Op basis van deze toelichting kan niet worden vastgesteld of het rapport met de NCTV is gedeeld. We merken in dit verband op dat in de offerte van NTA van 8 oktober 2017 wordt beschreven dat aan het uit te brengen rapport door NTA-rapport de classificatie 'geheim' zou worden toegekend door NTA, inhoudende dat het rapport alleen met de directe opdrachtgever zou worden gedeeld. Die classificatie is met hoofdletters vermeld op het voorblad van het NTA rapport.

g.

Onderzoeksvraag 1g: rol gemeentesecretaris en het gemeentebestuur bij NTAonderzoek

71.

Tot slot is tijdens de interviews nog eens expliciet gevraagd naar de eventuele rol van de gemeentesecretaris en het gemeentebestuur bij (opdrachtverlening ten behoeve van) het NTA-onderzoek.

72.

Volgens betrokkenen was de gemeentesecretaris niet betrokken. Wat de rol van de burgemeester betreft wordt verwezen naar randnummers 26 t/m 28 van dit rapport. Ten aanzien van die rol van de burgemeester wordt hier nog opgemerkt dat hij tijdens het interview aangaf, zou hij geweten hebben dat het onderzoek door NTA zou inhouden dat al dan niet deels op - in zijn woorden - heimelijke wijze onderzoek zou worden gedaan, hij daarvan had gevonden dat niet de gemeente maar de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (hierna: ''AIVD'') daarvoor verantwoordelijk en bevoegd zou zijn. De gemeente heeft, zo gaf de burgemeester aan, niet de kennis om dergelijke onderzoeken kritisch te beoordelen of te begeleiden. Daar zijn landelijke diensten voor.

17 / 44

73.

Het college en de raad hebben volgens betrokkenen bij het NTA-onderzoek geen rol of daarover wetenschap gehad. Deze organen zijn over een of ander aangaande het NTA-onderzoek door de burgemeester of vanuit de ambtelijke organisatie niet op de hoogte gesteld. Verwezen wordt hiervoor naar randnummers 32 en 33 van dit rapport.

III.

Intermezzo; beschouwing over methodologie

74.

In het rapport van NTA ontbreekt zoals hiervoor al vermeld, een verantwoording van de methodologie. Daarin wordt alleen vermeld dat naast diverse interviews en observaties, gebruik is gemaakt van open bronnen. En omdat veel informatie verzameld zou zijn door middel van participerende observaties, is daarvan in het rapport vanwege de privacywetgeving geen weergave van gegeven, aldus NTA. Wat de methode van participerende observaties inhoudt, is niet beschreven in het rapport van NTA.

75.

Op basis van de terugkoppeling van zowel een aantal betrokkenen van de gemeente als van NTA bij onderzoeksvraag 1d, kan worden geconcludeerd dat betrokkenen ervan op de hoogte waren dan wel hadden moeten zijn geweest dat de methode van participerende observaties mede inhield dat personen onderdeel van het onderzoek konden worden zonder dat zij daarvan op de hoogte waren of konden zijn. Althans, zij konden dat pas zijn als zij zelf actief navraag zouden doen bij de voor hen onbekende veldwerker(s) van NTA maar voor hen naar alle waarschijnlijkheid bekende (sleutel)respondenten. Binnen de sociaal vertrouwelijke setting van een moskee is het doen van navraag in die situatie niet waarschijnlijk te achten.

76.

Mede tegen deze achtergronden en omdat NTA in het rapport aangeeft gebruik te hebben gemaakt van een antropologische methode zonder daarvan een verantwoording te geven, is prof. dr. P.J. Pels (hierna: ''Pels'') benaderd en gevraagd in het algemeen zijn visie te geven over methodologie bij onderzoeken naar netwerken binnen samenlevingen. Pels is binnen de Universiteit Leiden hoogleraar culturele antropologie en sociologie van Afrika. Pels heeft in zijn carrière in meerdere capaciteiten bijgedragen aan de internationale discussie in zijn vakgebied over onderzoeks-ethiek. Het gaat onder andere om door Pels geleverde bijdragen aan discussies over ethische codes, mede door Pels verricht onderzoek naar wetenschapsfraude en mede door hem opgestelde protocollen voor datamanagement en verhouding van onderzoekers tot privacywetgeving.

77.

Als eerste werd door Pels stilgestaan bij de relevantie van de locatie waar onderzoek plaatsvindt. Het duiden van de onderzoekslocatie is volgens hem van essentieel belang bij onderzoek binnen samenlevingen, dus bij etnografisch onderzoek. Dit omdat de locatie sterk van invloed is op de ethische vragen c.q. aspecten die daarbij kunnen spelen. Het gaat bij het duiden van de locatie vooral om twee dimensies: enerzijds of het gaat om een besloten plaats dan wel een publieke ruimte, en

18 / 44

anderzijds de rol van de overheid als (de opdrachtgever van de) onderzoeker binnen die plaats. Die rol te bepalen aan de hand van de mate waarin het gaat om een politiek en maatschappelijk beladen c.q. gevoelige kwestie. 78.

Het voorgaande, indachtig het onderzoek dat blijkens de daarover verschenen mediaberichtgeving door NTA heeft plaatsgevonden binnen gemeenten5, zou volgens Pels tot het volgende uitgangspunt leiden: Bij gebedshuizen zoals kerken en moskeeën gaat het feitelijk om semi-besloten ruimtes. Onbeperkte toegang wordt pas verkregen bij bepaalde kwalificaties van de persoon alsook rol van die persoon binnen de betreffende religieuze groep (eerste dimensie). En in het geval van moskeeën gaat het daarnaast om semi-besloten plaatsen waar een religieuze minderheidsgroep zich in vertrouwen begeeft zodat toegang tot moskeeën door de overheid reeds om die reden politiek beladen is (tweede dimensie). Gelet op deze twee dimensies dient een onderzoeker (ook en) zeker indien in opdracht van een gemeente onderzoek wordt gedaan, vanuit antropologisch perspectief extra moeite betrachten opdat zijn identiteit en rol als onderzoeker (waartoe behoort, het doel van het onderzoek en de opdrachtgever) voor elke deelnemer van het onderzoek op die semi-besloten plaats bij de start van het onderzoek bekend kan worden en uiteindelijk ook wordt.

79.

Openheid en daarmee verantwoording van de onderzoeker over zijn rol en de te onderzoeken probleemstelling neemt in importantie toe naar mate de politieke en maatschappelijke gevoeligheid van het onderzoek(sonderwerp) groter is. Die verantwoording heeft als essentieel te gelden volgens Pels voor de rechtvaardiging van de kennis en informatie die tijdens het onderzoek wordt vergaard.

80.

Of en op welke wijze je als onderzoeker in een gemeenschap wordt toegelaten en dus welke kennis en informatie je kan vergaren, is volgens Pels sterk afhankelijk van de autoriteit van (om in de termen van NTA te spreken) de (sleutel)respondenten. Bij het toepassen van de methode van participerend observeren nemen deze (sleutel)respondenten een centrale rol in. Een belangrijke kanttekening die Pels in dit verband plaatst is dat de methode van participerend observeren op zichzelf bezien zeker niet inhoudt dat de kennis over het onderzoek en het doel per definitie alleen bij de onderzoeker en de (sleutel)respondenten mag berusten. De tegenovergestelde situatie is volgens hem (wel) het start- en uitgangspunt: (sleutel)respondenten zijn als zogenoemde ''gate-keepers'' essentieel voor de onderzoeker om 'aan de poort' toegang te kunnen verkrijgen tot de gehele onderzoeksgroep, op basis van openheid en transparantie.

81.

De (sleutel)respondenten dienen als het ware als vertrouwensschakel tussen de onderzoeker en de te onderzoeken groep. Die schakel en de introductie van de

5 Zie in het bijzonder https://www.nrc.nl/nieuws/2021/10/19/stop-met-argwaan-tegen-

moslimgemeenschappen-a4062324 waarin uitvoerig over de onderzoeksmethode wordt gesproken.

19 / 44

onderzoeker door de (sleutel)respondenten binnen de groep, vormt de legitimatie van het (politiek beladen) onderzoek en daarmee van de onderzoeker. Tevens legitimeert die schakel de plek die de onderzoeker op basis van openheid verkrijgt in het krachtenveld waarbinnen de onderzoeker zich zal begeven om onderzoek te kunnen verrichten. 82.

Indien geen of niet volledige openheid wordt geboden door de onderzoeker ligt aan de basis van het onderzoek door een gemeente ter preventie van radicalisering, wantrouwen over de groep waarbinnen die radicalisering zou kunnen plaatsvinden. Reeds om die reden kan een methode waarbij slechts (sleutel)respondenten van het onderzoek en het doel afweten, niet leiden tot de door de onderzoeker beoogde inzichten over de netwerken binnen de betreffende groep.

83.

Resumerend: een (deels) onaangekondigd en (gedeeltelijk) niet-openbaar onderzoek, dus onderzoek zonder dat alle deelnemers kennis hebben van het onderzoek(sdoel), staat volgens Pels haaks op het antropologische uitgangspunt van openheid en transparantie (ook) als het gaat om onderzoeken naar netwerken binnen samenleving. Een (deels) onaangekondigd en (gedeeltelijk) niet-openbaar onderzoek is alleen dan aanvaardbaar als daarvoor een zogenoemd 'overriding concern' bestaat. Een essentieel aspect ook in de antropologie bij het vaststellen of een dergelijk overstijgend belang speelt, is eerst de vaststelling of voor het op die onderzoekswijze beogen te beschermen van dat belang, een juridische grondslag bestaat.

IV.

Beoordeling rechtmatigheid laten uitvoeren NTA-onderzoek

84.

In dit hoofdstuk volgt onze beoordeling van (de opdracht tot) het laten uitvoeren van de rechtmatigheid van het NTA-onderzoek, aan de hand van een zevental onderzoeksvragen zoals omschreven onder punt 2 van bijgevoegde onderzoeksopzet. Van belang om op te merken is dat het hierbij primair gaat om een beoordeling van de opdrachtverlening en de rol van de gemeente daarin, bezien in samenhang met de wijze waarop het onderzoek is uitgevoerd door NTA. Voor deze beoordeling wordt geput uit de feiten en omstandigheden zoals verkregen naar aanleiding van de afgelegde interviews, alsook gebaseerd op de van de gemeente ontvangen documentatie. NB. We benadrukken dat het dus niet gaat om en ook geen oordeel wordt gegeven over de rechtmatigheid van de handelwijze van NTA bij het verrichten van het onderzoek als zodanig. Niet alleen ziet de onderzoeksopdracht daar niet op, bovendien beschikken wij niet over voldoende informatie om daarover een sluitend oordeel te kunnen geven. Het feitenonderzoek heeft zich dus specifiek gericht op de rol van de gemeente in het kader van het onderzoek van NTA.

85.

Als vertrekpunt voor deze beoordeling hebben wij een kernconclusie geformuleerd welke is gebaseerd op de uitkomsten van de afgelegde interviews en ontvangen

20 / 44

stukken zoals besproken in hoofdstuk II van dit rapport. Die kernconclusie luidt als volgt: De toegepaste methode van participerend observeren door NTA als vorm van 'noninformed onderzoek' heeft ingehouden dat aan de hand van interactie en dus gesprekken met (sleutel)respondenten binnen die infrastructuur observaties zijn gedaan door NTA, zowel op openbare als op besloten plaatsen waar anderen dan (sleutel)respondenten zich hebben begeven. Hoewel wij niet hebben kunnen vaststellen dat er sprake is geweest van 'undercover-activiteiten', is in het bijzonder als het gaat om aan moskeeën afgelegde bezoeken door veldwerkers van NTA tezamen met (sleutel)respondenten, een vooraf voorzienbare situatie ontstaan waarin vanwege de toegepaste onderzoeksmethode (is geaccepteerd dat) andere moskeebezoekers zijn geobserveerd door NTA, zonder dat die personen zich daarvan bewust waren of konden zijn als zij niet zelf actief navraag zouden doen. Dat ook navraag zou worden gedaan door die derden binnen de vertrouwelijke setting van een moskee alwaar de (sleutel)respondenten wel en de veldwerkers niet bekend waren, is volgens ons niet waarschijnlijk te achten.

Hoewel niet kan worden vastgesteld tot in hoeverre de betrokkenen van de gemeente hiervan op de hoogte waren, was bij de betrokkenen van de gemeente wel vooraf bekend en ook de bedoeling dat het NTAonderzoek niet vooraf (en evenmin achteraf) bekend zou worden. Ook was bij de betrokkenen van de gemeente genoegzaam bekend dat de moskeeën en daarmee de moskeebesturen en -bezoekers, een belangrijke schakel vormen binnen de islamitische infrastructuur in Zoetermeer en zij daardoor een belangrijke rol zouden (kunnen) gaan spelen bij het onderzoek door NTA. Gelet daarop en in acht genomen de kennis vooraf van de betrokkenen van de gemeente en de burgemeester over de methode participerend observeren is daarmee door hen geaccepteerd dat personen onderdeel van de door NTA verrichte observaties zouden kunnen worden (en ook zijn geweest) die daarvan niet op de hoogte konden zijn zonder zelf actief navraag te doen, en op basis van welke observaties persoonsgegevens zouden (kunnen) worden verwerkt. Dat de netwerkanalyse volgens de betrokkenen van de gemeente en volgens NTA plaatsvond op het niveau van organisaties en locaties en niet op het niveau van personen, kunnen wij tot op zekere hoogte wel volgen, maar dat doet aan het voorgaande niet af.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=1e505077-a39e-420e-baef-9946397c7a2e