Bijlage 9 - Nota van wijzigingen RSZ en OER
Tekst van het document
Nota van Wijzigingen Totaal overzicht van alle tekstuele en digitale wijzigingen Ruimtelijke Strategie Zoetermeer en OER Bijlage 9
Afdeling Stedelijke Ontwikkeling Gemeente Zoetermeer Augustus 2025
Inhoud 1.
Inleiding ..............................................................................................................3
2.
Tekstvoorstellen wijzigingen Ruimtelijke Strategie Zoetermeer ..............................4
3.
Tekstvoorstellen wijziging OER ...........................................................................18
4.
Overzicht wijzigingen DSO vlakken .....................................................................42
1. Inleiding In het document Nota van Wijzigingen Ruimtelijke Strategie Zoetermeer (RSZ) staat een overzicht van de wijzigingen die worden doorgevoerd in de verschillende documenten voor de RSZ. De tekstvoorstellen voor deze wijzigingen zijn in voorliggend document opgenomen. Per document, waar de wijzigingen op betrekking hebben, is de wijziging in het rood aangegeven. De wijzigingen die zijn doorgevoerd zijn naar aanleiding van ontvangen zienswijzen, advies Commissie MER op het Omgevingseffectrapport (OER), en ambtshalve wijzigingen.
2. Tekstvoorstellen wijzigingen Ruimtelijke Strategie Zoetermeer In de navolgende tekstblokken zijn de wijzigingen opgenomen die zijn doorgevoerd in de Ruimtelijke Strategie Zoetermeer. Leeswijzer Met wijzigingen bijhouden is te zien: • •
Welke teksten zijn verwijderd Welke teksten zijn toegevoegd
Waar (…) staat, betekent dit dat er tekst in de paragraaf staat die niet gewijzigd is. In het kader van het doel van het voorliggende document (inzichtelijke maken van de wijzigingen) is voor deze methode gekozen om te voorkomen dat het een te groot document wordt.
Voorwoord Er ontbrak nog een voorwoord. Die is nu toegevoegd aan de definitieve versie RSZ. Leeswijzer (…) Omgevingseffectrapport (OER) In Hoofdstuk 8 wordt ingegaan op het Omgevingseffectrapport (OER) en de wijze waarop de uitkomsten van het OER zijn meegenomen bij het opstellen van de RSZ. biedt inzicht op welke wijze de OER invloed heeft gehad op de RSZ. Van strategie naar realisatie Ook wordt er in dit In hoofdstuk 9 wordt een doorkijk gegeven naar de tenslotte gaat over de uitvoering van de RSZ. Er wordt een korte In dit korte hoofdstuk wordt toegelichting gegeven op de welke enkele onderwerpen die relevant zijn om uitvoering te geven aan de RSZ en die na vaststelling van de RSZ in de eerste helft van 2025 nader zullen worden uitgewerkt in een uitvoeringsagenda. Begrippenlijst Tot slot worden in het laatste hoofdstuk 9 de veelvoorkomende begrippen nader uitgelegd.
Paragraaf 1.5 Omgevingseffectrapport (OER) De paragraaf is verwijderd en opgenomen in een nieuw toegevoegde pararagraaf in hoofdstuk 8 Paragraaf 1.5 Omgevingseffectrapportage (OER) Voor het opstellen van de RSZ is gebruik gemaakt van een Omgevingseffectrapportage (OER). Hierin zijn de (milieu)effecten in beeld gebracht van de ontwikkelingen en ambities die in de RSZ zijn beschreven. De uitkomsten van het OER hebben mede richting gegeven aan de strategische keuzes in de RSZ. Het OER wordt tegelijk met de ontwerp RSZ aangeboden voor bestuurlijke besluitvorming en ter inzage gelegd voor het publiek. Het OER is als separate bijlage aan de RSZ toegevoegd en te vinden op de website van de gemeente Zoetermeer Ruimtelijke strategie Zoetermeer (RSZ) | Gemeente Zoetermeer. Paragraaf 1.6 Hoe is de RSZ tot stand gekomen. Door het schrappen van paragraaf 1.5 is deze paragraaf hernummerd tot 1.5
Paragraaf 3.4 Cultuurhistorisch waardevolle elementen in Zoetermeer De Cultuurhistorische waardenkaart is aangevuld met een nieuwe laag met daarin weergegeven de ‘beeldbepalende panden’. In de legenda van de kaart is ‘beeldbepalende panden’ toegevoegd als legenda eenheid onder ‘Pre ’45 karakteristieke gebieden’. Oude kaart:
Nieuwe kaart:
Paragraaf 4.1 en 4.2.10 Ruimtelijke visiekaart Het visie-kaartbeeld en het perspectief van de Ruimtelijke Visie Zoetermeer 2040: Stad in de Buurt is aangepast. Ontwerp RSZ
Wijziging t.o.v. Ontwerp RSZ
Toelichting Het woongebied ten westen van het Floriadepark in Rokkeveen (o.a. Limbahout/Mahoniehout) was abusievelijk ingetekend als groen, onderdeel van het park. Dit is gewijzigd in geel, een suburbane woonbuurt. Idem.
Paragraaf 4.2.2 We bouwen binnen de bestaande stad en concentreren stedelijkheid (…) Dit gaan we doen:
Binnen de stad concentreren we stedelijkheid in het centrum van de stad, rondom de hoofdwegen. Hier maken we gebruik van de bestaande infrastructuur en concentreren woningen en voorzieningen. Het draagt bij aan meer levendigheid en ‘reuring’. Het palet van Zoetermeerse wijken en buurten wordt verrijkt met nieuwe hoogstedelijke milieus met bijbehorende dynamiek (binnenstad, Entree en Van Doornenplantsoen/noordrand Palenstein). De stad biedt hiermee de voordelen van het stedelijk leven, zoals nabijheid van horeca, stedelijke culturele voorzieningen en evenementen voor diverse doelgroepen. Dergelijke levendigheid kan door sommigen worden ervaren als overlast. Maar om een aantrekkelijke stad te zijn voor diverse doelgroepen is het belangrijk dat er iets te beleven valt. In de binnenstad wonen is een bewuste keuze, mensen wonen hier vanwege de nabijheid van voorzieningen en bedrijvigheid, niet in eerste instantie voor hun rust. Uiteraard hanteren we daarbij wel duidelijke regels op het gebied van goed ondernemerschap en veiligheid. Paragraaf 4.2.3 We versterken de ruimtelijke identiteit van New Town Zoetermeer (…) De hoofdwegen transformeren geleidelijk tot uitnodigende (stads)straten, waarbij de stad zich meer presenteert, te beginnen met de Afrikaweg.
Ook de Europaweg en in een later stadium de Australiëweg, kunnen elk op hun eigen wijze, rekening houdend met bestaande waardevolle structuren en groen, getransformeerd worden tot meer uitnodigende leefomgevingen.
Paragraaf 4.2.7 We zorgen voor een klimaatbestendige en natuurinclusieve stad (…) Bij herinrichting van de openbare ruimte en het vernieuwen van wegen gaan we meer vergroenen. Vooral in hoogstedelijk gebied zal dit op een aantal plaatsen ten koste gaan van parkeerruimte. Tevens zorgen we ervoor dat we water langer vast kunnen houden of opslaan, of juist versneld kunnen afvoeren bij wateroverlast. In dit kader is het belangrijk om ook meer natuurinclusief te bouwen meer als uitgangspunt mee te nemen. Dus niet met de nadruk op het ‘stapelen van stenen’ maar integreren wonen en natuur. Ook daken en gevels horen hierbij waardoor er een netwerk van groen-blauwe verbindingen ontstaat en de biodiversiteit versterkt wordt. Dat laatste kan door bij ontwikkelingen meer rekening te houden met de leefomgeving van bepaalde dier- en plantensoorten. Paragraaf 4.2.8 We voeren regie op de energietransitie en ondergrond (...) We zetten in op energiebesparingen en energiesystemen die passen bij de omstandigheden per gebied. 5.1 Leefmilieus van Zoetermeer De kaart van de Leefmilieus is gewijzigd: Ontwerp RSZ
Wijziging t.o.v. Ontwerp RSZ
Toelichting Het bestaande, hoger gelegen veenkussen (groen) rondom de Dorpsstraat (inclusief Wilhelminapark) is gewijzigd in Groen Leefmilieu. Abusievelijk was het noordelijke deel opgenomen in leefmilieu Stedelijk en het zuidelijk deel deels in Leefmilieu Historisch
en deels in Suburbaan leefmilieu. Gelet op de kenmerken van deze groenzone en het functioneren als verbindend groenelement in de oorspronkelijke groenblauwe structuur van de stad is dit hersteld. Hiermee sluit het groene leefmilieu ook beter aan bij de visiekaart RSZ waar de verbinding van groen tot binnenstedelijk ringpark ter plaatse is aangeduid. Paragraaf 5.1 5.2 Hoogstedelijk leefmilieu (…) Gebieden Binnenstad (concentratie van reuring), Entree (incl. zuidzijde A12), Van Doornenplantsoen/Noordrand Palenstein.
Paragraaf 5.2 5.3 Stedelijk leefmilieu Omschrijving Het stedelijk leefmilieu bevindt zich in het centrale deel van de stad, tegen hoogstedelijk leefmilieus aan en dichtbij openbaar vervoer. Het is hier drukker dan in de suburbane gebieden, maar rustiger dan in het hoogstedelijke gebied. Het biedt naast basisvoorzieningen ook stedelijke voorzieningen zoals sport- en onderwijsfaciliteiten en heeft een dynamisch karakter, met een hogere dichtheid bij nieuwe ontwikkelingen. Binnen het stedelijk leefmilieu ligt ook een aantal laagbouwbuurten. Het is niet de bedoeling om deze buurten om te vormen naar hoogbouwgebieden. De kaart van het Stedelijk leefmilieu is gewijzigd: Ontwerp RSZ
Wijziging t.o.v. Ontwerp RSZ
Toelichting Het noordelijk deel van het de groenzone rondom de Dorpsstraat is gewijzigd. Dit was abusievelijk opgenomen in het leefmilieu Stedelijk. Gelet op de kenmerken van deze groenzone en het functioneren als verbinden groenelement in de groenblauwe structuur van de stad is dit hersteld en gewijzigd in Groen leefmilieu.
Tekst gebieden is in overeenkomst gebracht met wat getekend is op kaart. (...) Gebieden: Driemanspolder, Dr. J.W. Paltelaan, omgeving station Zoetermeer-Oost, Palenstein en Hoornerhage
Paragraaf 5.4 5.5 Suburbaan leefmilieu De kaart van het Suburbaan leefmilieu is gewijzigd: Ontwerp RSZ
Wijziging t.o.v. Ontwerp RSZ
Toelichting Het zuidelijk deel van de groenzone rondom de Dorpsstraat lag deels in Leefmilieu Historisch en deels in Suburbaan leefmilieu. Gelet op de kenmerken van de groenzone en het functioneren als verbinden groenelement in de groenblauwe structuur van de stad is dit hersteld en gewijzigd in Groen leefmilieu.
Paragraaf 5.5 5.6 Historisch leefmilieu De kaart van het Historisch leefmilieu is gewijzigd: Ontwerp RSZ
Wijziging t.o.v. Ontwerp RSZ
Toelichting Het Wilhelminapark is gewijzigd in Groen Leefmilieu. Het park is onderdeel van de groenzone rondom de Dorpsstraat en is een verbindend groenelement in de groenblauwe structuur van de stad, maar was abusievelijk opgenomen in het Historisch leefmilieu.
Tekst gebieden is in overeenkomst gebracht met wat getekend is op kaart. (...) Gebieden: Historische linten Voorweg, Zegwaartseweg, Roeleveenseweg, Rokkeveenseweg, Meerpolderdijk, en Dorpsstraat, Vlamingstraat, Den Hoorn, Schinkelweg, Bleiswijkseweg, Berkelseweg en de Stationsstraat, Broekweg en de Slootweg
Paragraaf 5.6 5.7 Werk leefmilieu Op kaart is tekst gewijzigd en aangevuld. Lansingerhage gewijzigd en Rokkeveen-Oost toegevoegd ter verduidelijking.
Paragraaf 5.7 5.8 Groen leefmilieu Gebieden Delftse Wwallenwetering, Leidse Wwallenwetering, Buurtvaart, Wilhelminapark, Westerpark, Binnenpark, Park Seghwaert, Burgemeester Van Tuyllpark, Heempark, Burgemeester Hoekstrapark, de Nieuwe Driemanspolder, Buytenpark, Meerpolder, het Noordelijk plassengebied, Balijbos en de natuurkerngebieden
De kaart van het Groen leefmilieu is gewijzigd: Ontwerp RSZ
Wijziging t.o.v. Ontwerp RSZ
Toelichting Het bestaande, hoger gelegen veenkussen (groen) rondom de Dorpsstraat (inclusief Wilhelminapark) is gewijzigd in Groen Leefmilieu. Abusievelijk was het noordelijke deel opgenomen in leefmilieu Stedelijk en het zuidelijk deel deels in Leefmilieu Historisch en deels in Suburbaan leefmilieu. Gelet op de kenmerken van deze groenzone en het functioneren als verbindend groenelement in de oorspronkelijke groenblauwe structuur van de stad is dit hersteld. Hiermee sluit het groene leefmilieu ook beter aan bij de visiekaart RSZ waar de verbinding van groen tot binnenstedelijk ringpark ter plaatse is aangeduid.
Paragraaf 6.2.2: Strategie 2040 (...) De 7 strategieën zijn: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Meer en beter groen inzetten tegen hittestress en voor biodiversiteit Infiltratiekansen benutten Realisatie tijdelijke wateropvang als meervoudig grondgebruik Bevorderen groen- en watervriendelijke privéterreinen Toekomstbestendig (ver)bouwen als standaard Natuurwaarden van buitengebied voor de stad behouden en activeren Versterken oppervlaktewaterstelsel en waterkwaliteit voor waterberging, leefomgeving en biodiversiteit
Paragraaf 6.5.2 Strategie 2040: transitie naar duurzame mobiliteit (…) De strategische keuzes met betrekking tot mobiliteit kunnen als volgt worden samengevat: •
De H-structuur blijft behouden met de huidige maximumsnelheden, en kan onder voorwaarden verlaagd wordent naar een maximumsnelheid van 50km per uur (GOW50), waarbij de alternatieve verkeerscirculatie voor de H-structuur wordt onderzocht.
Paragraaf 6.6.2.1 We laten voorzieningen meegroeien langs gezonde routes en ontmoetingsplekken We zorgen ervoor dat basisvoorzieningen voor iedereen snel en eenvoudig bereikbaar zijn, wandelend of per fiets (‘alles in de buurt’). Dit doen we door ze te positioneren langs gezonde routes en bij ontmoetingsplekken. Bij de groei van de stad is het essentieel dat het voorzieningenniveau meegroeit.
Zoetermeer kan haar woonaantrekkelijkheid alleen verbeteren als het goede voorzieningen heeft voor huidige en toekomstige doelgroepen. Het programma Woningbouw als Aanjager heeft oOp basis van een doelgroepenanalyse is in kaart gebracht welk type woningen waar in de stad zouden passen. In aansluiting daaropHiervoor werken we met een ‘normenkader’ voor voorzieningen. Zo sturen we op voldoende aanbod, spreiding en nabijheid van voorzieningen. We zoeken meer ruimte voor cultuur, evenementen, sport en ontmoeting. Op een aantal plekken is er uitbreiding nodig van de wijkgezondheidscentra. In afstemming met de sector zoeken we daarvoor naar uitbreiding van bestaande locaties of het clusteren met andere functies op nieuwe locaties. Paragraaf 6.7 Energie De kaart van het thema Energie is gewijzigd: Ontwerp RSZ
Wijziging t.o.v. Ontwerp RSZ
Toelichting Legenda stippellijn “Studiegebied ondergronds warmtetransport” is komen te vervallen. Ten onrechte werd hiermee de indruk gewekt dat dit tracé in studie is.
In het kaartbeeld Energie is de legenda gewijzigd: • Bodemenergiesystemen Potentie voor collectieve warmteoplossingen • Studiegebied ondergronds warmtetransport = vervallen Paragraaf 6.7.1 Opgaven voor 2040 • Transitie realiseren naar duurzame energie opwek. • Alle woningen energiezuinig en goed geventileerd. • BGebouwde omgeving aardgasvrij in 2040. • Eigen elektriciteit zo veel mogelijk opwekken. Opwekdoel 159MW in 2030 (huidige opwek in 2024 is 79MW). • Ruimte reserveren voor warmte reserveren collectieve warmtelevering (warmte samenwerking Oostland/Noukoop). • Ruimte maken voor toenemende capaciteitsvraag Stedin. • Ondergrondse infrastructuur mee laten groeien met bovengrondse ontwikkelingen (zie ook 6.8). • Voorkomen van energie armoede.
Paragraaf 6.7.2.2 Warmte Op de kaart van thema Energie zijn gebieden aangeduid waar duurzame collectieve warmteoplossingen potentie hebben. Voor de opwekking van warmte kiest Zoetermeer in het centrum van de stad voor collectieve oplossingen. Dat kunnen lokale oplossingen zijn, zoals bodemenergiesystemen of een regionale oplossing (aard- of restwarmte) in het kader van de Warmte Samenwerking Oostland (WSO). Tot investeringen in een dergelijk netwerk wordt pas besloten op het moment dat de haalbaarheid en betaalbaarheid van zo’n regionaal netwerk goed onderbouwd kunnen worden. Buiten het centrumgebied kiest Zoetermeer voor individuele oplossingen in de vorm van warmtepompen. In de overige gebieden zijn individuele warmtoplossingen (met warmtepomp) het meest kansrijk, met uitzondering van verspreid liggende locaties met hoogbouw, waar ook kleinschalige collectieve warmteoplossingen mogelijk zijn. Per gebiedsontwikkeling worden afwegingen en afspraken over warmte oplossingen gemaakt met inwoners en ontwikkelaars. Wij kiezen bij de energietransitie voor intensieve samenwerking en maatwerk.
De keuze voor een warmteoplossing in een wijk of buurt maakt de gemeente na intensieve afstemming met belanghebbenden. Paragraaf 6.7.2.3 Elektra Om invulling te geven aan de afspraken zoals deze in de Regionale Energie Strategie (RES) zijn gemaakt reserveert Zoetermeer voor schone opwek ruimte voor een tweetal zonneparken aan de Roeleveenseweg en het voormalig baggerdepot in Oosterheem. Belangrijk is daarnaast dat daken en gevels optimaal benut worden voor de opwek van zonne-energie. Zoetermeer kiest niet voor opwek via extra windmolens. Ten aanzien van grote systeembatterijen voor balancering van het netwerk staan we op het standpunt dat deze een plek moeten krijgen waar elektriciteit van wind op zee aanlandt. Ook zal gewerkt worden aan beleid hoe om te gaan met buurtbatterijen in het kader van het toekomstig energiesysteem van Zoetermeer. Vanwege de huidige netcongestie hebben oplossingen die het stroomnet zo weinig mogelijk belasten de voorkeur.
Paragraaf 6.8.1 Opgaven voor 2040 (…) De ruimte moet worden gedeeld door verschillende functies, zoals kabels en leidingen, riolering, en duurzame energie-infrastructuur (zoals WKO-systemen), drinkwaterinfrastructuur en bestaand groen. Op korte termijn kunnen dergelijke ontwikkelingen leiden tot ruimte-conflicten en verstoringen. Bij de verdichting van de binnenstad wordt steeds meer duidelijk dat boven- en ondergrondse ontwikkelingen goed op elkaar afgestemd moeten worden. Het uitgangspunt is ook duurzaam behoud van de groenstructuren. De grote opgave met betrekking tot dit thema is dus om te zorgen dat de ondergrondse infrastructuur tijdig meegroeit met bovengrondse ontwikkelingen en dat tijdig ruimte wordt gereserveerd voor (toekomstige) toepassingen.
Kaartbeeld Ondergrond bij paragraaf 6.8.1 De kaart van het thema ondergrond is gewijzigd: Ontwerp RSZ
Wijziging t.o.v. Ontwerp RSZ
Toelichting Legenda stippellijn “Studiegebied ondergronds warmtetransport” is komen te vervallen. Ten onrechte werd hiermee de indruk gewekt dat dit tracé in studie is.
In het kaartbeeld Ondergrond zijn legenda namen gewijzigd: • • •
Transportwaterleiding (bestemming) Drinkwatertransportleiding. Rivierwaterleiding Rivierwatertransportleiding. Toekomstige warmtenetten Potentie voor collectieve warmteoplossingen
Er is een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 8) toegevoegd over het Omgevingseffectrapport (OER). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het OER en de wijze waarop de uitkomsten van het OER zijn meegenomen bij het opstellen van de RSZ
8.
Het Omgevingseffectrapport (OER)
8.1 Een bredere blik dan alleen een milieueffectenrapport In de Ruimtelijke Strategie Zoetermeer (RSZ) worden keuzes vastgelegd die van invloed zijn op de ontwikkeling van de stad op het gebied van onder meer wonen, werken, mobiliteit en groenvoorzieningen. Voor beleid en ontwikkelingen met een mogelijk grote impact op de ‘fysieke leefomgeving’ is het verplicht een milieueffectrapport (MER) op te stellen. Dit geldt ook voor de Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 (bestaande uit de Visie Zoetermeer 2040 en de Ruimtelijke Strategie Zoetermeer). Vanwege het integrale karakter van de Omgevingsvisie Zoetermeer is ervoor gekozen om het MER breder te trekken en ook de sociale en economische effecten in beeld te brengen. Dit wordt ook wel een Omgevingseffectrapport (OER) genoemd. In het OER zijn naast de effecten rondom de gebruikelijke milieu- en waardenaspecten (zoals bijvoorbeeld natuur, water, geluid en luchtkwaliteit) ook de effecten op andere thema’s beoordeeld. Denk aan klimaatadaptatie, werkgelegenheid, vestigingsklimaat, gezondheid, veiligheid, leefbaarheid en de sociaaleconomische kracht van de stad. Formeel (juridisch) is dit OER een plan-MER en heeft het dezelfde procedure gevolgd. Daarmee voldoen we aan de wettelijke eisen om de milieubeginselen te betrekken bij het opstellen van de omgevingsvisie (artikel 3.3 Omgevingswet).
Het doel van het OER is echter niet alleen om te voldoen aan wettelijke vereisten, maar (vooral) ook om het milieu- en omgevingsbelang volwaardig mee te wegen in de besluitvorming over de RSZ. Het OER-proces is doorlopen na de ontwikkeling van de Visie Zoetermeer 2040 (Omgevingsvisie deel A), welke het kader op hoofdlijnen vormt voor de RSZ (Omgevingsvisie deel B) van Zoetermeer. Tijdens het OER-proces zijn inzichten geleverd over de effecten van keuzes voor de fysieke leefomgeving en reflecties gegeven op tussendocumenten, zoals de Leefomgevingsfoto, de onderzoeksalternatieven en de eindconcepten hiervan. Het OER is in wisselwerking met de RSZ opgesteld. Dit heeft ervoor gezorgd dat het milieubelang een rol heeft gespeeld bij beslissingen binnen de RSZ, dat we deze beslissingen nog beter hebben kunnen onderbouwen en dat aspecten van de leefomgeving vroegtijdig en volwaardig zijn meegewogen in het proces. Hieronder volgt een samenvatting van het ontwikkelproces en de hoofdlijnen van het OER. Het complete OER staat op de gemeentelijke website en is op te vragen bij de gemeente.
8.2 Onderzoeksactiviteiten OER Het proces is gestart met de opstelling van een NRD, waarin de kaders en reikwijdte van de OER zijn vastgesteld. Dit document kan gezien worden als het ‘plan van aanpak’ voor het OER. Vervolgens is de Leefomgevingsfoto opgesteld, waarin de huidige staat van de fysieke leefomgeving van Zoetermeer is geanalyseerd en wat de te verwachten stand van zaken is in 2050 bij voortzetting van het huidige beleid. Dit is voor verschillende aspecten rondom milieuthema’s en sociaaleconomische thema’s gedaan. De Leefomgevingsfoto laat op veel aspecten een positieve ontwikkeling zien en dat voor natuur, gezondheidsbevordering, verkeer & vervoer en wonen & (basis)voorzieningen de opgaven het grootst zijn. Daarna zijn drie onderzoeksalternatieven (groeiscenario’s) opgesteld, waarin denkbeeldige aanpassingen in de ruimtelijke ontwikkeling zijn getoetst. Het doel van deze analyse is om verschillende groeiscenario’s en ruimtelijke ingrepen te onderzoeken en te onderzoeken wat de betekenis hiervan is op de eerder gekozen aspecten uit de Leefomgevingsfoto. Deze toetsing heeft inzicht gegeven in de mogelijke gevolgen van ruimtelijke ontwikkelingen op de leefomgeving van Zoetermeer. Dit is in de MER-systematiek een beproefde methode om bij wijze van vingeroefening de ‘hoeken van het speelveld’ te belichten.
8.3 Handvatten, uitspraken en aanbeveling voor de Ruimtelijke Strategie Op basis van de verschillende onderzoeksactiviteiten zijn in het OER-traject richtinggevende uitspraken, aandachtspunten en aanbevelingen meegegeven voor de RSZ. Meerdere keren zijn conceptversies van de RSZ aan de hand daarvan beoordeeld. Dit heeft ertoe geleid dat de RSZ op onderdelen aangescherpt of aangepast is of aanvullende maatregelen zijn voorgesteld om effecten op de leefomgeving te verbeteren. De analyse van de onderzoeksalternatieven en mogelijke ingrepen laten in ieder geval zien dat de stad voldoende draagvlak heeft om de programmatische groei voor alle drie de onderzoeksalternatieven op te vangen, zonder extreme knelpunten. Tegelijkertijd laat de analyse zien dat hoe groter het groeiprogramma, hoe groter de economische spin-off, maar ook hoe groter de effecten op de leefbaarheid. Het heeft daarmee een aantal belangrijke punten over de kwaliteit van de stad opgeroepen. Zo kan te veel verdichting ten koste gaan van groen en het karakter van Zoetermeer als New Town. En kan een te grote groei van de stad in combinatie met een forse verkeersgeneratie leiden tot meer hinder en druk op een gezonde leefomgeving. De uitkomsten van het OER hebben mede richting gegeven aan de (strategische) keuzen in de RSZ, zoals: • • • • • • • • •
• •
Concentreren van verstedelijking in het centrum van de stad en langs de hoofdwegen, waardoor omliggende wijken ruime en rustige karakter behouden; In de wijken kleinschalige projecten die bijdragen aan het herstel van de balans in de wijk; Behouden en benutten van de ‘groen wiggen’ om de stad koel te houden en de natuur de ruimte te geven; In stand houden bestaande groen ruimtes in de stad om te zorgen voor verbinding tussen het groen, water en biodiversiteit; Vergroten van de toegankelijkheid en gebruikswaarde van parken en het realiseren van gezonde routes en plekken in de stad die het aantrekkelijk maken om te ontmoeten en te bewegen; Toevoegen functies rondom OV-haltes, verbeteren van omgeving OV haltes en de routes ernaar toe om het gebruik van openbaar vervoer verder te stimuleren; Waar mogelijk herverdelen van de ruimte voor mobiliteit: lopen, fietsen en OV krijgen samen met groen en ontmoeting meer ruimte. Waar nodig of wenselijk, kan onder voorwaarden sprake zijn van snelheidsverlaging op de (delen van de) hoofdwegen en in de wijken; Beter benutten van werklocaties, faciliteren van werken in de wijk en transformeren van monofunctionele kantorenlocaties tot gemengde woon-werkmilieus en ruimte voor functiemenging op Hoornerhage.
Water, bodem en biodiversiteit sturend maken bij de bouwopgave door klimaatadaptief te bouwen; Binnen gebieden met een hoge dichtheid sturen op collectieve warmteoplossingen en systemen.
Voor sommige uitspraken, aandachtspunten en aanbevelingen uit het OER geldt dat deze niet verwerkt of uitgewerkt zijn in de RSZ, omdat deze verdere invulling en uitwerking krijgen in omgevingsprogramma’s en gebiedsontwikkelingen die volgen op de RSZ. Dit geldt bijvoorbeeld voor functiemenging en aanpassing van milieucategorieën op bedrijventerreinen, het werken met ‘mobiliteitsnormen’ en het realiseren van toegankelijke, gezonde en kwalitatief hoogwaardige groene ruimtes.
8.4 Voortoets Passende beoordeling Omdat keuzen en uitspraken in de RSZ mogelijk negatieve effecten kunnen hebben op Natura 2000gebieden, is als onderdeel van het OER een zogenoemde Voortoets Passende beoordeling opgesteld. Uit de Voortoets blijkt dat geen van de voornemens die in de RSZ zijn ogenomen leidt tot een belangrijk effect op Natura 2000-gebieden. Op voorhand kunnen alle storingsfactoren – behalve verzuring en vermesting door stikstofdepositie – redelijkerwijs uitgesloten worden. Voor stikstof geldt dat het risico op negatieve effecten ook zeer beperkt is. Indicatieve berekeningen die een beeld geven van het risico op negatieve effecten tonen aan dat de kans op negatieve effecten bij woning- en utiliteitsbouw beperkt zijn.
Voor de realisatiefase zijn de risico’s op negatieve effecten vooral afhankelijk van de fasering en de te kiezen bouwmethoden. De realisatiefase is niet overduidelijk uitvoerbaar zonder negatieve stikstofeffecten. Op dit moment geeft dit echter geen aanleiding tot het passend beoordelen van de RSZ of tot het aanpassen van het stedelijk programma in de RSZ. Hier hoort wel de kanttekening bij dat individuele projecten alsnog tot belangrijke effecten kunnen leiden op Natura 2000-gebieden. Dat is niet zeker gesteld met de indicatieve berekening. Dit betekent dat bij individuele projecten alsnog inzichtelijk gemaakt moet worden of de projecten kunnen leiden tot belangrijke effecten op Natura 2000-gebieden. Specifiek wanneer verdere uitwerking van plannen ten opzichte van de RSZ leiden tot wezenlijk andere verkeersbewegingen, een fors groter programma of effecten door de bouwfase. De conclusies van deze Voortoets zijn opgenomen in het OER dat opgesteld is bij de RSZ en is daarnaast als bijlage bij het OER gevoegd.
8.5 Advies commissie mer Als onderdeel van de inspraakperiode is de ontwerp RSZ en het bijbehorende OER voor advies aan de Commissie mer gestuurd. Op 26 juni 2025 heeft de Commissie mer haar toetsadvies uitgebracht. Voorafgaand hieraan is op 23 juni 2025 het conceptadvies met de Commissie mer besproken. De Commissie heeft veel waardering voor hoe de gemeente de kwaliteit van de leefomgeving in Zoetermeer wil verbeteren en de trend van negatieve maatschappelijke ontwikkelingen wil ombuigen. De interdisciplinaire manier van werken heeft geleid tot het daadwerkelijk bij elkaar brengen van veel perspectieven. Dit weerspiegelt volgens de Commissie op een goede manier de geest en intentie van de Omgevingswet. De Commissie waardeert ook de rol die het OER daarbij heeft gespeeld. Het OER heeft bij het ontwikkelen van de RSZ steeds de consequenties van verschillende mogelijke ingrepen voor ontwikkelingen in de leefomgeving aan de beleidsmakers voorgehouden. Er ligt daardoor duidelijk op tafel welke ambities in het gedrang kunnen komen, bijvoorbeeld omdat ze tegenstrijdig zijn of omdat uiteindelijk het bouwprogramma bepalend is. Maar de Commissie benoemt in haar advies ook dat er nog belangrijke informatie ontbreekt en de onderzoeksalternatieven niet altijd goed te volgen zijn.
In relatie hiermee geeft ze aan dat onzekerheden en bandbreedtes niet verwerkt zijn in de effecttabel wat een juiste eindbeoordeling bemoeilijkt. De Commissie benadrukt in haar advies dat het aanvullen van die informatie essentieel is om het belang van de leefomgeving volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit over de RSZ. Als gevolg van het advies van de Commissie mer is het OER verbeterd. De samenvatting is uitgebreid, onzekerheden en bandbreedtes zijn benoemd, de onderzoeksalternatieven zijn beter beschreven en van kaartjes voorzien en aangegeven is welke bouwsteen op welke wijze doorgewerkt heeft in het voorkeursalternatief. Daarnaast is een aparte bijlage toegevoegd aan de RSZ waarin een verantwoording is opgenomen van hoe we in de RSZ met de specifieke aanbevelingen vanuit het OER omgegaan zijn. Ook doet de Commissie een aantal aanbevelingen voor de verdere besluitvorming. Deze zijn bedoeld om de kwaliteit van de besluitvorming, nu en in de toekomst, te verbeteren. Deels zijn dit aandachtspunten voor het vervolgtraject, waarvoor geen aanpassingen nodig zijn van het OER of RSZ voor besluitvorming.
Hoofdstuk 8 9 Uitvoeringsagenda Van strategie naar realisatie (…) In de periode tot de zomer van 2025 zal de RSZ worden aangevuld met een uitvoeringsagenda. Na de vaststelling van de RSZ volgt een uitvoeringsagenda. Deze uitvoeringsagenda zal beschrijven wat er nodig is om de RSZ succesvol uit te voeren. In de uitvoeringsagenda zullen in ieder geval de volgende onderwerpen worden beschreven:
(…) De uitvoeringsagenda zal in de eerste helft van 2025 volgt na vaststelling van de RSZ en is een bevoegdheid van het colleget.er besluitvorming worden voorgelegd aan college en raad. (...) Op 2 juni 2025 heeft de Gemeenteraad besloten om de ambities van het Initiatiefvoorstel Voorweg Centrum – Knooppunt van Wonen, Reizen en Cultuur vast te stellen en het college de opdracht te geven om met de hoogste prioriteit de haalbaarheidsfase op te starten. Het initiatiefvoorstel is vooralsnog niet opgenomen in de RSZ. In deze volgende stap van de haalbaarheidsfase zal blijken welke opgaven en ambities uit de RSZ op welke wijze te combineren zijn met de ambities van het Initiatiefvoorstel. Als de haalbaarheidsfase afgerond is, wordt duidelijk op welke onderdelen dit aanpassing vraagt van de RSZ danwel het Initiatiefvoorstel.
Begrippenlijst 3-30-300-regel: deze regel gaat over de aanwezigheid van groen in de bebouwde omgeving en stelt dat elke woning zicht moet hebben op 3 bomen, 30% bedekt moet zijn in schaduw van bomen en zich maximaal 300 meter van de dichtstbijzijnde groenvoorziening. Functiemengingsindex (fmi): Fmi: functiemengingsindex, deze index zegt iets over de mate waarin functies als wonen en werken zijn gemengd in een gebied en varieert tussen 0 (alleen wonen) en 100 (alleen werken). Bij een waarde van 50 zijn er evenveel woningen als banen. Functies: activiteiten die in de gebouwde omgeving plaatsvinden, bijvoorbeeld wonen, werken, recreatie, et cetera. Groene wiggen: groene verbindingen tussen de stad en het buitengebied; belangrijk voor biodiversiteit maar ook om verkoeling van buiten de stad in te laten komen. Hoogbouw: de bebouwing die substantieel hoger is dan de overwegende bouwhoogte van de directe omgeving. We spreken in een groot deel van de stad van hoogbouw bij gebouwen die hoger zijn dan 30 meter. HOV: hoogwaardig openbaar vervoer. H-structuur: de hoofdwegen Amerikaweg, Afrikaweg, Aziëweg, Australiëweg en Europaweg die in Zoetermeer zijn aangelegd bij het bouwen van de groeikernwijken. Vanuit de lucht gezien vormen deze wegen de letter H, vandaar de naam H-structuur.
Fmi: functiemengingsindex, deze index zegt iets over de mate waarin functies als wonen en werken zijn gemengd in een gebied en varieert tussen 0 (alleen wonen) en 100 (alleen werken). Bij een waarde van 50 zijn er evenveel woningen als banen. Functies: activiteiten die in de gebouwde omgeving plaatsvinden, bijvoorbeeld wonen, werken, recreatie, et cetera. Hoogbouw: de bebouwing die substantieel hoger is dan de overwegende bouwhoogte van de directe omgeving. We spreken in een groot deel van de stad van hoogbouw bij gebouwen die hoger zijn dan 30 meter. (…) Stedelijke voorzieningen: Voorzieningen in de stad die niet op wijkniveau functioneren, maar die door bewoners van de hele stad gebruikt (kunnen) worden. Voorbeelden hiervan zijn sporthallen en zwembaden, maar bijvoorbeeld ook SnowWorld, de Boerderij of de SilverDome kunnen tot dit soort voorzieningen gerekend worden.
Suburbaan: vaak gebruikt voor wijken waar men rustiger kan wonen. Voorzieningen: Functies die voorzien in een basisbehoefte en ondersteunend zijn voor het prettig functioneren van een stad. Daarbij wordt onderscheidt gemaakt tussen verschillende soorten voorzieningen. Stedelijke voorzieningen die bijdragen aan de levendigheid, zoals sport- en culturele voorzieningen (sportscholen, theaters, bioscopen, musea), een ruim retail aanbod en horecagelegenheden. Daartoe horen ook stedelijke voorzieningen zoals sporthallen en middelbare scholen en grotere zorgvoorzieningen die wijkoverstijgend functioneren. Maatschappelijke voorzieningen voor ontmoeting en ontplooiing (incl. wijkevenementen) in de wijk en onder dagelijkse voorzieningen worden basisscholen, kinderopvang, zorg en maatschappelijke voorzieningen in de buurt verstaan.
3. Tekstvoorstellen wijziging OER Naar aanleiding van het toetsadvies van de Commissie mer is het OER op onderdelen aangepast. Leeswijzer Met wijzigingen bijhouden is te zien: • •
Welke teksten zijn verwijderd Welke teksten zijn toegevoegd
Waar (…) staat, betekent dit dat er tekst in de paragraaf staat die niet gewijzigd is. In het kader van het doel van het voorliggende document (inzichtelijke maken van de wijzigingen) is voor deze methode gekozen om te voorkomen dat het een te groot document wordt. Omgevingseffectrapport Zoetermeer: Managementsamenvatting en Procesbeschrijving (…) Inhoud van de alternatievenvergelijking De kern van het OER is het vergelijken van alternatieven. Elk onderzocht alternatief omvat een reeks maatregelen die gericht zijn op specifieke doelen. Alternatief 1, "Ontspannen stad", richt zich op het creëren van een stad met veel parken, lanen en boulevards, waarbij een fijnmazig groennetwerk centraal staat. Dit alternatief omvat extra verdichting rond wijkcentra en stadsranden, werken binnen de wijkcentra, gedeeltelijke transformatie van bedrijventerreinen, en spreiding van stedelijke voorzieningen. Het Dutch Innovation Park wordt oostwaarts uitgebreid en er komt een westelijke aansluiting op de A12. Alternatief 2, "Verbonden stad", legt de nadruk op het versterken van de groene hoofdstructuur en verdichting langs de H-structuur, met een centrale rol voor het IC-station Zoetermeer. Wonen en werken worden geconcentreerd in de Binnenstad en Entree, bedrijventerreinen worden gemengd, en het Dutch Innovation Park breidt westwaarts uit. Een opvallende ingreep is de overkluizing van de A12.
Alternatief 3, "Innovatieve stad", focust op sterke verdichting in een groter centrum-stedelijk gebied, met concentratie van wonen en werken rond het IC-station Lansingerland. Bedrijventerreinen worden geïntensiveerd zonder menging van functies, maar met innovatie-hubs verspreid door de stad. De economie wordt zichtbaar langs de A12, en mobiliteitshubs beperken verkeer in het centrum ten gunste van klimaatadaptatie. Basisvoorzieningen liggen bij het IC-station aan de rand van de regio. Op basis van de effectbeschrijving van de drie alternatieven op de onderdelen van het beoordelingskader is onderstaande samenvattende beoordelingstabel gemaakt. Omdat de alternatieven groeiscenario’s bevatten, is ook een tegengestelde hoofdconclusie uit de tabel af te leiden: hoe groter het groeiprogramma, hoe groter de economische spin-off, maar ook hoe groter de effecten op de leefbaarheid. Qua programmatische uitgangspunten heeft de stad voor alle drie de alternatieven voldoende draagkracht. Het is mogelijk om, zonder extreme knelpunten, 27.500 woningen in de stad te realiseren. Dit roept wel een belangrijk punt over de kwaliteit van de stad op, namelijk: 1. Een te grote groei van de stad levert een zodanig forse verkeersgeneratie (zowel auto als fiets), dat niet alle infrastructuur voldoet. Zéker niet wanneer in combinatie met forse groei voor afwaardering van wegen gekozen wordt.
Deze beperking leidt tot de conclusie dat de groenambitie van de gemeente niet volwaardig combineerbaar is met een gemaximeerd woningbouwaantal. 2. Het karakter van Zoetermeer als New Town komt onder druk te staan. Bij sterke verdichting in het centrum kan dit ten koste gaan van het karakter van het gebied rondom de Dorpsstraat. Bij verdichting in de wijken kan dit het typerende beeld van de New Town schaden. Verdichting past vanuit ruimtelijke kwaliteit het beste in het entreegebied en in de zone langs de A12. 3. Woningbouw in de A12-zone roept wel direct vragen op over een gezonde leefomgeving. Grootschalige verdichting in een stad die in de huidige situatie in belangrijke mate auto-
afhankelijk is, zónder intercitystation, kan tot nog meer autoverkeer leiden en dus meer hinder voor bestaande en nieuwe woningen. 4. Woningbouw dient, gelet op het mobiliteitsprofiel en ruimtelijk karakter, gezocht te worden in de zones langs de H-structuur. Grootschalige woningbouw elders (dus ook uitleg) heeft grote gevolgen voor het verkeer en daaraan gekoppelde hinder. 5. Programmatisch is groen een groot aandachtspunt. In de alternatieven is geen programmatisch uitgangspunt gekozen voor groen (en ook geen kwalitatief uitgangspunt), maar dit gaat wel cruciaal worden voor de kwaliteit van de stad. In de huidige situatie is sprake van relatief (gerelateerd aan andere steden) veel groen. Verdichting zonder keuzes of resultaatsverplichtingen aan groen is een belangrijk risico. Te veel verdichting gaat ten koste van groen. 6. In één van de alternatieven is overkluizing onderzocht. Dit zou veel problemen oplossen en kansen bieden voor grootschalige verdichting. Ditzelfde geldt voor de kansen van een intercitystation. In de managementsamenvatting is onderstaande tabel toegevoegd met de beoordeling van de drie onderzoeksalternatieven.
De tabel met de beoordeling van de Ruimtelijke Strategie wijzigt, zie hieronder: de bovenste tabel is oud en de onderste tabel is nieuw. In de nieuwe tabel zijn de mate van onzekerheid en de verklaring van de mate van onzekerheid toegevoegd. Oude tabel:
Nieuw tabel:
Thema
Verkeer en vervoer
Gezond Milieu
Veiligheid
Gezondheid
Beschouwde aspecten
Beoordeling Ruimtelijke Strategie
Mate van onzekerheid
Verklaring mate van onzekerheid
Autoverkeer
0
Middel
Vanwege fasering van projecten kunnen effecten eerder of later optreden
Openbaar vervoer
+
Groot
Vanwege afhankelijkheid van investeringen in OV door andere overheden
Langzaam verkeer
+
Klein
Gemeente heeft grote invloed op inrichting fietsverbindingen
Luchtkwaliteit
0/+
Klein
De autonome ontwikkeling is zeer bepalend voor de trend, het effect is relatief klein
Geluid
0/+
Middel
De mate van geluidhinder is in sterke mate afhankelijk van de wijze waarop woningen gebouwd worden
Geur
0
Klein
Geen relevante effecten of risico’s daarop
Lichthinder
0
Klein
Geen relevante effecten of risico’s daarop
Omgevingsveiligheid
0/-
Klein
De in het OER onderscheiden veiligheidsrisico’s zijn naar verwachting goed mitigeerbaar
Verkeersveiligheid
+
Middel
Mate van veiligheid is sterk afhankelijk van fasering van de maatregelen voor snelheidsverlaging
Hoogwaterveiligheid
0
Middel
Vanwege afhankelijkheid van de wijze waarop andere overheden omgaan met veiligheidsrisico’s voor hoog water
Klein
De RSZ heeft als uitgangspunt vastgelegd dat ruimte voor sport en groen meegroeien. Nadere uitwerking moet nog plaatsvinden via een omgevingsprogramma
Sporten en bewegen Gezonde openbare ruimte
Klimaatadaptatie Hittestress
Natuur
+
Klein
0/+
Middel
Beleidsmatig zijn de strategieën die in de RSZ genoemd worden niet geborgd of concreet uitgewerkt. Dit heeft als risico dat het hier veronderstelde positieve effect niet ingeboekt kan worden als dit beleid niet nader geconcretiseerd wordt.
Wateroverlast
0/-
Middel
Ontwikkelingen kunnen leiden tot vermindering van de overcapaciteit in het bergingssysteem van de stad. De RSZ borgt niet dat deze ruimte opgebruikt wordt.
Droogtestress
0/+
Middel
Beleidsmatig zijn de strategieën die in de RSZ genoemd worden niet geborgd of concreet uitgewerkt. Dit heeft als risico dat het hier veronderstelde positieve effect niet ingeboekt kan worden als dit beleid niet nader geconcretiseerd wordt.
Natuurgebieden
-
Klein
De beschreven risico’s (stikstof, druk door groei van inwoners) op beschermde natuur treedt waarschijnlijk op.
Biodiversiteit
0/+
Middel
Groene woonomgeving
0/+
Middel
De focus op stedelijke groei en economische intensivering brengt het risico met zich mee dat de biodiversiteit in de gemeente meer onder druk komt te staan, ondanks de uitgesproken positieve intenties
0
Klein
Geen relevante effecten of risico’s daarop
0
Klein
Geen relevante effecten of risico’s daarop
0
Klein
Geen relevante effecten of risico’s daarop
Bodem, water en Bodemkwaliteit ondergrond Oppervlaktewater Grondwater
Gebruik ondergrond
-
Groot
De RSZ biedt geen kader voor het gebruik van de ondergrond. Binnen de bandbreedte van de RSZ kan dus een veelheid aan effecten optreden
Archeologie
0
Klein
Wet en regelgeving borgt dat geen verslechtering optreedt
Cultureel erfgoed
0/-
Middel
De waarde van Zoetermeer als New Town is niet expliciet juridisch geborgd, en kan in ontwikkeling dus ondersneeuwen. Beleidsmatig heeft dit wel toenemende aandacht: dit blijkt ook uit het programma voor het Entreegebied
Stedelijk landschappelijke waarden
0
Middel
De nieuwe landschappelijke kwaliteit is in belangrijke mate afhankelijk van de wijze waarop Zoetermeer zich ontwikkeld. Dat is in deze fase nog in belangrijke mate onzeker.
Woningvoorraad
+
Middel
De kwantitatieve bandbreedte is redelijk bekend. Daarin zit tevens een overprogrammering. Mate van onzekerheid vloeit voort uit de mate waarin gewenste diversiteit gerealiseerd wordt. Dit wordt echter geborgd in het ontwerp Volkshuisvestingprogramma..
Voorzieningenniveau
0/+
Klein
Dit is een opgave waar de gemeente zelfstandig op stuurt in omgevingsprogramma’s en wijkgerichte aanpekken
Leefbaarheid
0/+
Klein
Sociaaleconomische kracht van de stad
0/+
Klein
De effectscore is licht positief door verdichting in wijken waar de leefbaarheid minder scoort. Hoewel afhankelijk van de wijze waarop de ‘nieuwe’ wijken ingericht worden, is de kans op een positief effect groot.
Economie en Werkgelegenheid en werkgelegenheid werkloosheid
+
Groot
Dit aspect is in belangrijke mate afhankelijk van economische conjunctuur en daardoor per definitie onzeker
Vestigingsklimaat
0/+
Groot
Dit aspect hangt nauw samen met het punt hierboven
Werklocaties
0/+
Klein
De ruimte voor bedrijvigheid is beleidsmatig geborgd
Energieverbruik
0
Groot
Op basis van de RSZ zou verondersteld kunnen worden dat het energieverbruik daalt, maar dit positieve effect kan vanwege onzekerheid nog niet ingeboekt worden
Hernieuwbare energieopwekking
0
Groot
In de RSZ worden maatregelen nog vrijblijvend genoemd. Dit aspect wordt nog nader uitgewerkt in een programma
CO₂-emissies
0/+
Middel/groot
Beoordeling hangt sterk samen met de mobiliteitstransitie, en is daardoor sterk afhankelijk van de onzekerheden die onder ‘verkeer en vervoer’ benoemd zijn
Circulariteit
0/-
Groot
Binnen de bandbreedte van de RSZ kan de mate van circulariteit zich nog in alle richtingen ontwikkelen
Historisch kapitaal
Wonen en voorzieningen
Energie en grondstoffen
Belangrijkste conclusies (...) Wijzigingen in de laatste alinea: MER vervangen door OER.
Dit vraag om monitoring van zowel de RSZ als geheel (met als onderzoeksvraag of de stad zich ontwikkelt in de in het OMER bij de RSZ veronderstelde richting) als monitoring in de gebiedsontwikkelingen op de doelstellingen uit de RSZ. Alleen dan kan geborgd worden dat de situatie zich ontwikkeld als in dit OMER RSZ verondersteld. (...) Uit het MER voor het Entreegebied1 blijkt bijvoorbeeld dat de ambities uit de RSZ niet autonoom gevolgd worden.
Voetnoot 1 1 In Zoetermeer wordt, parallel met de RSZ, gewerkt aan onder meer het Entreegebied. Ook in dat
vervolgproject is een mer-procedure doorlopen. De positie van dat MER is een uitwerking op dit OER. Dat wil zeggen: resultaten in die mer-onderzoeken kunnen door een concretisering van uitgangspunten, detaillering van onderzoeksresultaten of hanteren van een kleinere scope afwijken van de in dit OER (vanuit worstcaseperspectief) gepresenteerde risico’s. In het MER Entreegebied worden de risico’s uit dit OER uitdrukkelijk geadresseerd. Hoewel het MER opgesteld is bij een ontwerpbestemmingsplan dat geen status meer heeft, heeft het MER bij de RSZ op onderdelen wel gebruik gemaakt van de destijds opgestelde effectbeschrijvingen. Dit is gedaan om de doorwerking vanuit de RSZ naar gebiedsontwikkelingen te kunnen illustreren. Gelijktijdig met de RSZ worden de programmatische uitgangspunten in het Entreegebied aangepast en wordt een MER opgesteld. De effectbeoordeling van dat MER kan afwijken van het oude MER.
Paragraaf 1.3 Omgang met zienswijzen en advies van de Commissie mer op de NRD
Paragraaf 3.2 Nadere detaillering van het beoordelingskader (...) Tabel 3.1 Historische kapitaal Stedelijk lLandschappelijke waarden
Een duurzaam en met de stad verbonden landschap van hoge kwaliteit
Behoud en ontwikkeling van kernkwaliteiten (niet)-stedelijk landschap
Paragraaf 5.2.2 Huidige situatie (…) Stikstofdioxide Verhoogde concentraties stikstofdioxiden veroorzaken gezondheidsschade. Het wordt voornamelijk uitgestoten door verkeer in industrie. Uit onderstaande figuur volgt dat vooral rondom de H-structuur en langs de A12 de hoge concentraties bestaan. De WHO-advieswaarde (10 μg/m3) wordt in de hele gemeente overschreden. Er is een nieuw figuur toegevoegd: Figuur 5.10: weergave concentraties NO2 binnen de gemeente Zoetermeer (Atlas Leefomgeving, 2024)
Figuur 5.10: weergave concentraties NO2 binnen de gemeente Zoetermeer (Atlas Leefomgeving, 2024)
Paragraaf 5.8.1 Inleiding, beleid en beoordelingskader (...) Tabel Beoordelingskader Historisch kapitaal Stedelijk lLandschappelijke waarden
Een duurzaam en met de stad verbonden landschap van hoge kwaliteit
Behoud en ontwikkeling van kernkwaliteiten (niet)-stedelijk landschap
Paragraaf 5.8.2 Huidige situatie (...) (stedelijk) Llandschappelijke waarden
Paragraaf 5.10.2 Huidige situatie (...) Werklocaties (...) De bestaande werklocaties in de stad zijn weergegeven in onderstaande figuur. Er is een nieuw figuur toegevoegd: Figuur 5.42
Figuur 5.42: Ligging van de bedrijventerreinen in de stad. Paragraaf 6.1 Beschrijving onderzoeksalternatieven (…) De bouwsteen ‘gezonde stad’ is hier in deze fase geen expliciet onderdeel van, maar het aspect gezondheid speelt in de verschillende bouwstenen wel een nadrukkelijke rol. Zo zitten er in de alternatieven onderzoeksrichtingen ten aanzien van groen en blauw waarin gezondheid centraal staat (versus een kleinere ambitie in andere alternatieven). Daarnaast is gezondheid nadrukkelijk een gevolg van de te maken keuzes. omdat deze geen ruimtelijke input is voor de onderzoeksalternatieven, maar een gevolg van te maken keuzes. Deze bouwsteen is daardoor wel (nadrukkelijk) onderdeel van het beoordelingskader. De bouwstenen ze thema’s worden in de vorm van een matrix (met in de regels de thema’s en in de kolommen de onderzoeksalternatieven) weergegeven. De opzet van deze matrix is hieronder weergegeven, en deze opzet wordt tijdens het OER-proces nader ingevuld. (...) De drie onderzoeksalternatieven krijgen elk een andere invulling van de verschillende onderwerpen. Een belangrijk onderscheidend aspect is de verstedelijkingsopgave. Alternatief 3Onderzoeksalternatief 3 verkent de mogelijkheden van een model waarin regionale groei geaccommodeerd wordt in Zoetermeer, waar alternatief 1onderzoeksalternatief 1 meer uitgaat van het opvangen van lokale vraag.
De voor de onderzoeksalternatieven gelden volgende onderscheidende aspecten als basis voor het (kwantitatieve) milieuonderzoek: 1. Ieder alternatief heeft een eigen groeiscenario tot, waarbij alternatief 1onderzoeksalternatief 1 uitgaat 12.350 te bouwen woningen, zoals opgenomen in de huidige woningbouwprogrammering, alternatief 2onderzoeksalternatief 2 een doorgroei met ca. 16.000 nieuwe woningen verkent en alternatief 3onderzoeksalternatief 3 daar een sterk groeiscenario van 27.5000 woningen onderzoekt.
2. Op gelijke wijze varieert de onderzoeksalternatieven voor het aantal toe te voegen utiliteitsbouw en 3 voorzieningen. Dit loopt uiteen van de ondergrens van de behoefte4 in alternatief 1onderzoeksalternatief 1 (111.250m2), alternatief 2onderzoeksalternatief 2 (138.400 m2) tot de bovengrens (305.938m2) in alternatief 3onderzoeksalternatief 3. De overige, meer kwalitatieve verschillen, zijn hieronder weergegeven en worden in paragraaf 65.2 nader geduid. Paragraaf 6.2 De drie onderzoeksalternatieven nader beschouwd Voetnoot 5: De kaarten zijn in hogere resolutie als bijlage bij het MER toegevoegd.
Paragraaf 6.2.1 OnderzoeksAalternatief 1: “Ontspannen stad” (…) In dit alternatief is er een duidelijke focus op klimaatadaptatie en het wonen langs de stadsranden. De binnenstad blijft compact, met verdere concentratie rond de wijkcentra en de spreiding van overige voorzieningen. Een opvallende keuze in deze variant is het ontbreken van een IC-station. Daarnaast wordt een westelijke aansluiting op de A12 voorgesteld om de bereikbaarheid te verbeteren. De ruimtelijke opzet van alternatief 1onderzoeksalternatief 1 is gericht op het bieden van nabij groen- en waterelementen, en het versterken van de koppeling tussen stedelijke en natuurlijke omgevingen. Uitgangspunten voor deze stedenbouwkundige opzet zijn:
Een beperkte groeiopgave (12.350 woningen); Inzet op een fijnmazig groennetwerk Extra verdichting in wijkcentra en randen Werken in de wijkcentra Westelijke ontsluiting A12 Een compact centrum Dutch Innovation Park oostwaarts uitbreiden Spreiding stedelijke voorzieningen Bedrijventerreinen deels transformeren.
Er zijn 2 nieuwe figuren toegevoegd: • •
Figuur 3: schematische weergave van onderzoeksalternatief 1 Figuur 4: Programmatische uitgangspunten voor onderzoeksalternatief 1
Figuur 3: Schematische weergave van onderzoeksalternatief 1 Uitgangspunten voor het kwantitatieve onderzoek De programmatische uitgangspunten voor dit onderzoeksalternatief zijn weergegeven in onderstaande figuur.
Figuur 4: Programmatische uitgangspunten voor onderzoeksalternatief 1 Paragraaf 6.2.2 OnderzoeksAalternatief 2: “Verbonden stad” (…) Daarnaast beperkt alternatief 2 de snelheid op hoofdwegen om de verkeersveiligheid te verbeteren en wordt regionale economische afstemming nagestreefd. De stad wordt getransformeerd naar een middelgrote stad in de regio, met stadsboulevards langs de hoofdwegen en een centrale stedelijke zone.
Basisvoorzieningen worden dichtbij het centraal gelegen IC-station gesitueerd, wat de toegankelijkheid van voorzieningen voor de inwoners vergroot. Dit alternatief combineert ambitie op het gebied van groei met de behoefte aan een verbonden en samenhangende stedelijke omgeving. Uitgangspunten voor dit onderzoeksalternatief zijn:
Woningbouwopgave van 16.000 woningen Versterken van de groene hoofdstructuur Verdichting rondom de H-structuur Concentratie wonen-werken IC-station Zoetermeer A12 overkluizen Dutch Innovation Park westwaarts uitbreiden Concentratie van voorzieningen in Entree en Binnenstad Menging bedrijventerreinen
Er zijn 2 nieuwe figuren toegevoegd: • •
Figuur 5: schematische weergave van onderzoeksalternatief 2 Figuur 6: Programmatische uitgangspunten voor onderzoeksalternatief 2
Figuur 5: Schematische weergave van onderzoeksalternatief 2
Uitgangspunten voor het kwantitatieve onderzoek De programmatische uitgangspunten voor dit onderzoeksalternatief zijn weergegeven in onderstaande figuur.
Figuur 6: Programmatische uitgangspunten voor onderzoeksalternatief 2
Paragraaf 6.2.3 OnderzoeksAalternatief 3: “Innovatieve stad” (…) Een andere belangrijke ruimtelijke ingreep in alternatief 3 is het beperken van mobiliteit in het centrum door de introductie van mobiliteitshubs, wat klimaatadaptatie bevordert door wateropgaven aan te pakken. Basisvoorzieningen worden dichtbij het IC-station aan de rand van de regio gesitueerd, wat zorgt voor een betere toegankelijkheid van voorzieningen. Verder is er een sterke menging van functies in het vergrote centrumgebied, waarbij werklocaties niet gemengd worden om specifieke zones voor werk en wonen te creëren. Uitgangspunten van dit onderzoeksalternatief zijn:
Bouw van 27.500 woningen Sterke verdichting in een groter centrumstedelijk gebied Concentratie wonen-werken in centrumzone Regionale verbondenheid door IC-station Lansingerland Economie zichtbaar langs A12 Innovatie-hubs door heel de stad Concentratie van stedelijke voorzieningen Geen menging op bedrijventerreinen, maar intensiveren
Er zijn 2 nieuwe figuren toegevoegd: • •
Figuur 7: schematische weergave van onderzoeksalternatief 3 Figuur 8: Programmatische uitgangspunten voor onderzoeksalternatief 3
Figuur 7: Schematische weergave van onderzoeksalternatief 3 Uitgangspunten voor het kwantitatieve onderzoek De programmatische uitgangspunten voor dit onderzoeksalternatief zijn weergegeven in onderstaande figuur.
Figuur 8: Programmatische uitgangspunten van onderzoeksalternatief 3
Paragraaf 6.3.1.1 Autoverkeer Onder figuur 6.1 is een tekstuele toevoeging gedaan. Figuur 6.1: te verwachten verkeersintensiteiten, verschil tussen alternatief 1onderzoeksalternatief 1 en de referentiesituatie. Hoe breder de lijn, hoe groter de verwachte toename. De grote toename aan de
westzijde wordt verklaard door de aanwezigheid van de nieuwe ontsluiting, waar de relatieve toename erg groot is. Dit leidt niet tot een knelpuntsituatie.
Paragraaf 6.3.4.2 Gezonde openbare ruimte (…) Hoewel het alternatief veelbelovend is, zijn er enkele mogelijke nadelen voor de gezonde openbare ruimte. De verdichting van wijkcentra en de transformatie van werkgebieden naar woongebieden kunnen de druk op beschikbare openbare ruimte verhogen. In sommige gevallen kan deze druk leiden tot verminderde ruimte voor groene elementen of een grotere belasting van bestaande parken en pleinen, wat de kwaliteit en toegankelijkheid van deze voorzieningen kan beïnvloeden. Anderzijds kan transformatie kansen bieden voor vergroening. Dit speelt bijvoorbeeld in het behoorlijk versteende wijkwinkelcentrum Meerzicht. Bovendien kan de focus op beperkte groei en kleinschalige inbreiding mogelijk leiden tot een ongelijke spreiding van groene voorzieningen. In delen van de stad (in dit alternatief: Entree en Binnenstad) waar de groei en verdichting het grootst zijn, kan het moeilijk zijn om voldoende ruimte te reserveren voor nieuwe groene ruimtes zonder bestaande structuren te verdringen. Dit kan leiden tot situaties waarin sommige wijken minder toegang hebben tot de beloofde groene en gezonde openbare ruimtes, wat een ongelijkmatige verdeling van de voordelen kan veroorzaken. Gelet op het voorgaande wordt dit alternatief beoordeeld met positief (+).
Paragraaf 6.3.11.4 Circulariteit (…) Alternatief 2 De gemeente Zoetermeer maakt stappen richting circulariteit door innovatie en milieuvriendelijke oplossingen te integreren in de stedelijke ontwikkeling. Zo wordt langs de H-structuur ruimte gecreëerd voor projecten die bijdragen aan klimaatopgaven, zoals waterbeheer en het tegengaan van hittestress een zorgvuldige materiaalkeuze en herbruikbaarheid van materialen, wat bijdraagt aan de circulaire economie. Daarnaast wordt de inzet van zonne-energie en warmte-koudeopslag (WKO)systemen op bedrijventerreinen gestimuleerd, wat de uitwisseling van energie tussen woningen en bedrijven bevordert. (…) Paragraaf 6.4 Aanbevelingen voor de Ruimtelijke Strategie De belangrijkste aanbevelingen voor de Ruimtelijke Strategie zijn: • Maak de concept Ruimtelijke Strategie concreet. De onderzoeksalternatieven zijn (hoewel door zeer concrete programmatische uitgangspunten zeer behulpzaam) in kwalitatieve zin vrij abstract. Maak de Ruimtelijke Strategie concreet met een kaart: dit helpt om ook de ‘zachte belangen’ als groen en biodiversiteit volwaardig te adresseren. • De ambitie voor woningbouw kan hoog zijn, maar beperk het aantal te bouwen woningen tot waar je een leefbare stad kunt garanderen.
Er kan geen sluitend kantelpunt aangewezen worden waarop de leefbaarheid in het gedrang komt, maar op basis van de effectbeoordeling van alternatief 3 ontstaan er bij veel woningen (in elk geval meer dan 25.000) in combinatie met beperkte flankerende kwaliteitsmaatregelen knelpunten in de leefbaarheid. Vanuit milieuperspectief wordt aanbevolen om het aantal te bouwen woningen te beperken. Op basis van het milieueffectrapport dient dat met de huidige layout van de stad beperkt te worden tot 16.000 woningen. Kantelpunten voor het accommoderen van meer woningen zijn: 1. De komst van een intercitystation (opgenomen in onderzoeksalternatieven 2 en 3) 2. Overkluizing van de A12 (opgenomen in onderzoeksalternatief 2)
•
• •
•
3. Een ander kantelpunt dat leidt tot een significant andere modal split (hubs of anderszins onvoorzien op dit moment) Gelet op bovenstaande kantelpunten bieden de effectscores voor alternatief 2 en 3 geen basis om 27.5000 woningen te accommoderen met de garantie dat de leefbaarheid in stand gehouden wordt, zonder dat hierbij de omvangrijke kwaliteitsmaatregelen genomen worden. Om die reden wordt aanbevolen om de kwaliteitsmaatregelen in bijvoorbeeld het mobiliteitssysteem te koppelen aan de programmatische woningbouwopgave. Zoneer bedrijvigheid tot de bestaande bedrijventerreinen om significante hinder voor de groeiopgave te voorkomen. Respecteer de bestaande grenzen van de stad. Nieuwe uitleglocaties zijn vanuit het mobiliteitssysteem waarschijnlijk problematisch. Kies in plaats daarvan voor (forse) verdichting rondom de H-structuur. De A12-zone is vanuit milieu- en veiligheidsperspectief eveneens problematisch. Kwantificeer de groenambitie als volwaardige tegenhanger van verstedelijking (of integraal onderdeel van). Dit is een belangrijke randvoorwaarde voor een kwalitatief goed leefklimaat. Ruimte voor bodem en water kent dezelfde aanbeveling.
Paragraaf 7.1 Beschrijving van het voorkeursalternatief (…) Om te borgen dat het voorkeursalternatief vergelijkbaar is met de drie onderzochte alternatieven, is de matrix uit hoofdstuk 6 aangevuld met een beeld van het voorkeursalternatief, en is aangegeven welke bouwsteen op welke wijze doorgewerkt heeft in het voorkeursalternatief. De argumentatie hiervoor is opgenomen in de RSZ. In deze paragraaf is onderstaande matrix toegevoegd:
Stedelijke structuur
Waar legt de gemeente het accent in stedelijke opbouw? (bijvoorbeeld concentratie, uitdijen etc.)
Basislaag (alle onderzoeksaltern atieven)
Alternatief 1
Alternatief 2
Alternatief 3
Voorkeursalternatief
Zoetermeer zet in op grootschalige woningbouw met de ontwikkeling de Entree en woningbouw in de binnenstad. Daarnaast worden verdicht rond OVknooppunten en in bestaande wijken, om de toegankelijkheid te vergroten. De hoeveelheid woningen wordt per alternatief nader geconcretiseerd.
Zoetermeer groeit beperkt door
Zoetermeer groeit door
Zoetermeer groeit door
Concentratie in compact centrum-stedelijkgebied
Concentratie in compacter centrumstedelijk gebied
Forse groeiambitie Zoetermeer als bod naar de regio
Acupunctuur, kleinschalige inbreiding en stadsranden zijn plekken waar onderscheidende woonvormen in het groen worden toegevoegd Beperkte schuifruimte in de stad, transformatie van werkgebied naar woongebied.
Sterke concentratie in groter centrumH-structuur stedelijk zorgt voor schuifruimte gebied en balans op Het centrumstadsniveau stedelijkgebied zorgt voor Focus op schuifruimte innovatieve onderscheiden en balans op stadsniveau. de woonmilieus Focus op langs de Htoevoegen structuur nieuwe centrumstedelijke woonmilieus