CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 - Ruimtelijke onderbouwing Zwembad Van Tuyll Sportpark inclusief 10 bijlagen

Raadsvergadering 12 juli 2021, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Ontwerpverklaring van geen bedenkingen bouw zwembad Van Tuyllpark27.978 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Rho adviseurs voor leefruimte

20191161

35

Uit de NIMB-tool blijkt dat de verkeerstoename niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het projectgebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2019 (http://www.nsl-monitoring.nl/viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Verlengde Australiëweg. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden uit de Wet milieubeheer liggen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedragen 23,6 µg/m³ voor NO2, 18,3 µg/m³ voor PM10, 10,8 µg/m³ vor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedraagt 7. Deze waarden liggen ruimschoots onder de grenswaarden. Hierdoor is ter plaatse van het projectgebied sprake van een aanvaardbaar leefklimaat. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling in het projectgebied. Ter plaatse van het projectgebied is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

5.5

Externe veiligheid

Normstelling en beleid Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk:  bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid;  vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt.

Rho adviseurs voor leefruimte

20191161

36

Onderzoek

Figuur 5.1 Uitsnede professionele risicokaart met projectgebied paars omkaderd Overeenkomstig de professionele risicokaart waarin relevante risicobronnen getoond worden, zijn er in de directe omgeving van het projectgebied geen risicovolle inrichtingen te vinden (figuur 5.1). Ook vindt er geen transport van gevaarlijke stoffen plaats via het spoor of het water. Ten zuiden van het projectgebied bevindt zich de A12 op een afstand van circa 1 kilometer. Over de A12, tussen afslag 7 (Zoetermeer) en afslag 9 (Zevenhuizen) vindt verhoer van stoffen behorende tot categorie LT2 plaats (traject Z124). Hiervoor geldt een invloedsgebied van 880 m. Het projectgebied ligt niet in dit invloedsgebied. Over de Australiëweg ter hoogte van het projectgebied vindt geen transport gevaarlijke stoffen plaats, omdat dit wegvak niet hoort tot de kortst mogelijke route vanaf de snelweg naar LPG-tankstations of propaantanks in Zoetermeer. Ten westen van het projectgebied de buisleiding W-539-03 met een diameter van 8 inch en een werkdruk van 40 bar waar methaan doorheen wordt vervoerd. Dit geeft een invloedsgebied van 95 meter. De afstand tot het projectgebied bedraagt circa 413 meter en valt daarmee niet in het invloedsgebied. Daarnaast bevindt zich ten oosten van het projectgebied een buisleiding waar CO2 wordt vervoerd. Dit heeft een invloedsgebied van 450 meter.

Het projectgebied bevindt zich op een afstand van circa 600 meter en valt niet in het invloedsgebied. Deze leiding is voor de aanleg van het station Lansingerland diep onder de grond gelegd. Er is dan ook geen sprake meer van een relevant invloedsgebied. Het invloedsgebied overschrijdt de zakelijk rechtstrook van 4 meter niet. Aan de Oostweg 99 bevindt zich een LPG-tankstation. Het projectgebied bevindt zich op een afstand van circa 290 meter. Het invloedsgebied bedraagt 150 meter. Het projectgebied bevindt zich niet in het invloedsgebied. Het groepsrisico hoeft niet inzichtelijk te worden gemaakt. Voor het zwembad zelf geldt dat gewerkt gaat worden met zoutelektrolyse, wat geen opslag van chloor meer vraagt. Dit maakt dat het zwembad zelf niet gezien hoeft te worden als een gevaarlijke inrichting.

Rho adviseurs voor leefruimte

20191161

37

Over de Oostweg ter hoogte van het projectgebied vindt transport van gevaarlijke stoffen (GF3) plaats ter bevoorrading van het LPG-tankstation aan de Oostweg. De vergunde jaarlijkse doorzet LPG bedraagt 1.000 m3. Het projectgebied ligt binnen het invloedsgebied (355 m) van deze transportroute. Tevens ligt het projectgebied ligt deels binnen de 200 m contour van de transportroute. Dit betekent dat een verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is. Aangezien het projectgebied voor het grootste deel buiten deze contour ligt (de bebouwing ligt geheel buiten de 200 m contour) en de relatief lage vervoersfrequentie LPG blijft het groepsrisico ook in de beoogde situatie kleiner dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Een (uitgebreide) verantwoording van het groepsrisico is dan ook niet noodzakelijk. Wel is hieronder een beknopte verantwoording van het risico gegeven. Beknopte verantwoording van het groepsrisico Conform artikel 7 en 8 Bevt dient onafhankelijk van de hoogte van het groepsrisico aandacht worden besteed aan de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid van een calamiteit indien het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied. Tevens dient de Veiligheidsregio Haaglanden om aanvullend advies te worden gevraagd.

Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Zowel voor de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. Het plangebied is goed bereikbaar voor hulpdiensten vanaf de Oostweg. Via het gedegen wegennetwerk kan ook van de bron af gevlucht worden. Gevlucht kan worden via de Van der Hagenstraat. Zelfredzaamheid De aanwezige personen binnen het projectgebied zijn hoofdzakelijk zelfredzaam. De ontwikkeling voorziet niet in functies die specifiek bedoeld zijn voor verminderd zelfredzame personen. Aanwezige kinderen, ouderen en gehandicapten worden wel beschouwd als verminderd zelfredzame personen. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de ouders/verzorgers de verminderd zelfredzame personen kunnen begeleiden. Conclusie Het projectgebied ligt het invloedsgebied van de Oostweg en deels binnen de 200 m contour van deze weg. Vanwege de afstand tot de weg en de beperkte toename aan personendichtheid binnen 200 m is er volstaan met een beknopte verantwoording van het groepsrisico. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

5.6

Kabels en leidingen

Afwegingskader Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd:  gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen;  aardgas met een diameter groter of gelijk aan 18 inch;  defensiebrandstoffen;  warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch.

Rho adviseurs voor leefruimte

20191161

38

Onderzoek en conclusie In de paragraaf externe veiligheid is reeds ingegaan op de in de omgeving aanwezige risicorelevante leiding. Aan de westzijde van het projectgebied is een riolering gelegen. Hier dient met de beoogde ontwikkeling rekening mee te worden gehouden. Ter plaatse van de dubbelbestemming 'Leiding - riool' gelden namelijk beperkingen. Verder zijn er geen planologisch relevante kabels of leidingen in en nabij het plangebied gelegen. Er wordt geconcludeerd dat het aspect kabels en leidingen de uitvoering van het plan niet in de weg staat.

5.7

Water

Inleiding Op grond van de Wet ruimtelijke ordening en op basis van jurisprudentie dient de uitvoerbaarheid van een ruimtelijk plan te worden aangetoond en dient in het plan te worden onderbouwd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk zijn de sectorale aspecten beschreven die voor dit plan relevant zijn. De resultaten en conclusies van eventuele onderzoeken zijn per aspect opgenomen in de betreffende paragraaf. Waterbeheer en watertoets Het plangebied ligt binnen het beheergebied van Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap nader wordt behandeld.

Europa:  Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal:  Nationaal Waterplan (NW)  Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW)  Waterwet Provinciaal:  Provinciaal Waterplan  Provinciale Structuurvisie  Verordening Ruimte Hoogheemraadschapsbeleid Het beleid van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (verder HHSK) is vastgelegd in het waterbeheerplan 2016-2021 'Met mensen en water', Keur van het HHSK, peilbesluiten en de leggers. Het waterbeheerplan bevat de hoofdlijnen van het beleid voor de taken van het waterschap met betrekking tot de waterveiligheid, het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer, het beheer van afvalwaterketen en emissies, en het wegenbeheer in de Krimpenerwaard. Met het nieuwe Waterbeheerplan staat het HHSK voor een doelmatig en duurzaam waterbeheer, in directe verbinding met de omgeving. Per 1 januari 2016 is de geactualiseerde Keur in werking getreden. De Keur geeft met verboden aan welke activiteiten in de buurt van water en waterkeringen niet zijn toegestaan. Daarnaast geeft de Keur met geboden aan welke onderhoudsverplichtingen eigenaren en gebruikers van wateren en waterkeringen hebben.

Rho adviseurs voor leefruimte

20191161

39

Huidige situatie Het plangebied is gelegen aan de Van der Hagenstraat in de Van Tuyll Sportpark te Zoetermeer. Het betreft een oud voetbalveld en ligt naast de Silverdome. Het plangebied heeft een terreinoppervlak van 33.380 m2. Bodem en grondwater Het plangebied maakt geen deel uit van een waterwingebied of een grondwaterbeschermingsgebied. Vanwege de ligging in de bebouwde kom is het plangebied niet gekarteerd op de Bodemkaart van Nederland. In de omgeving bestaat de grond vooral uit zavel met homogeen profiel en lichte klei met homogeen profiel. Met betrekking tot grondwater is in ten noorden van het plangebied sprake van grondwater Vb. Dit betekent dat de hoogste gemiddelde grondwaterstand (GHG) schommelt tussen 25 en 40 centimeter onder maaiveld. De gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) ligt op 120 centimeter onder maaiveld. Het maaiveld ligt op circa 4,13 meter -NAP. Waterkwantiteit Conform de Legger van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard wordt het plangebied in het westen begrensd door een watergang behorende tot de categorie 'overig water'. De beschermingszone van een overig watergang betreft 1 meter, voor een hoofd watergang is dit 5 meter.

Binnen deze beschermingszones gelden conform de Keur van Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard beperkingen voor bouwen en aanleggen ter bescherming van en om onderhoud aan de watergang mogelijk te houden.

Figuur 5.2 Uitsnede Legger Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard Watersysteemkwaliteit en ecologie Binnen het plangebied of in de nabije omgeving liggen geen oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water. Er bevinden zich ook geen natte ecologische verbindingszone zoals opgenomen in het (provinciale) Natuurnetwerk Nederland binnen of in de nabijheid van het plangebied.

Rho adviseurs voor leefruimte

20191161

40

Veiligheid en waterkeringen Het plangebied bevindt zich niet in de kernzone van een waterkering. Afvalwaterketen en riolering Het plangebied ligt momenteel braak en is niet aangesloten op het rioolstelsel. Toekomstige situatie Het plan is om een zwembad te realiseren. Het nieuwe zwembad bestaat uit een recreatiebad met glijbaan, een instructiebad, een wedstrijdbad, een peuterbad en horeca. Tevens wordt een ligweide aangelegd met een waterspeelplaats. Het zwembad zal een bruto vloeroppervlak van ongeveer 6.000 m2 beslaan. Bodem en grondwater De voorgenomen ontwikkeling heeft geen gevolgen voor bodem en grondwater. Waterkwantiteit Om de kans op wateroverlast te verkleinen is het van belang om ervoor te zorgen dat het watersysteem optimaal functioneert en goed wordt onderhouden. Het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard stelt als eis dat 5% van de toename in verharding gecompenseerd dient te worden mits deze toename meer dan 500 m2 bedraagt. Met de realisatie van het zwembad zal de toename van verharding circa 22.000 m2 bedragen en boven de grens van 500 m2 vallen. Er zal voor circa 1.100 m2 gecompenseerd moeten worden. In de woonwijk Oosterheem is meer water gerealiseerd dan nodig was. Het surplus is opgenomen op een bergingsrekeningcourant. De benodigde watercompensatie wordt daarom in mindering wordt gebracht van deze bergingsrekeningcourant.

Het aanleggen van extra water is dan niet nodig. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Veiligheid en waterkeringen De in deze ruimtelijke onderbouwing mogelijk gemaakte ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op de waterveiligheid in de omgeving. Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden:  hemelwater vasthouden voor benutting,  (in-) filtratie van afstromend hemelwater,  afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater,  afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI. Waterbeheer Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het waterschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de "Keur". Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen in acht dient te worden genomen.

Dit betekent dat binnen de beschermingszone van 1 en 5 meter niet zonder vergunning van het waterschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast, de aan- of

Rho adviseurs voor leefruimte

20191161

41

afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Voor de onderhavige ontwikkeling is dan ook een ontheffing noodzakelijk. Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de "Keur". Het onderhoud en de toestand van de (hoofd)watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd. Conclusie De beoogde ontwikkeling is getoetst aan het aspect water. Hieruit blijkt dat er circa 1100 m2 gecompenseerd moet worden, omdat de toename van verharding boven de grenswaarde van 500 m2 valt. Echter de aanleg van extra water is niet nodig, omdat deze watercompensatie verdisconteerd wordt met het surplus aan water in de woonwijk Oosterheem. Daarnaast grenzen aan het plangebied watergangen in de categorie 'overig' en 'hoofd' met een beschermingszone van respectievelijk 1 en 5 meter. Om hierin werkzaamheden te mogen uitvoeren, zal er een vergunning bij het Hoogheemraadschap aangevraagd moeten worden. Hierdoor kunnen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse uitgesloten worden.

5.8

Natuurwaarden

Toetsingskader Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming Bescherming van natuurgebieden wordt gewaarborgd door de Wet natuurbescherming en de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro). Natura 2000-gebieden worden beschermd door de Wnb en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) wordt beschermd door de Wro. Natura-2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een ruimtelijk plan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling of voortoets de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.

Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden:  alternatieve oplossingen zijn niet voor handen;  het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en  de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden.

Rho adviseurs voor leefruimte

20191161

42

Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen:  soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn;  soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn;  overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb.

De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Bij de voorbereiding van de ruimtelijke onderbouwing moet worden onderzocht of de Wet natuurbescherming de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning of ontheffing ingevolge de wet zal kunnen worden verkregen. Uitwerking Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland In de provincie Zuid-Holland wordt vrijstelling verleend voor het weiden van vee en voor het op of in de bodem brengen van meststoffen.

In het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied, bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw, bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of natuurbeheer, of bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied worden vrijstellingen verleend ten aanzien van de soorten genoemd in bijlage 6 bij de verordening. Het betreft aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, hermelijn, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat. Onderzoek Gebiedsbescherming en soortenbescherming Het plangebied is geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied Meijndel & Berkheide ligt op circa 14 kilometer. Het plangebied maakt ook geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland/Natuurnetwerk Zuid-Holland. Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNN bevindt zich op een afstand van circa 4 kilometer (figuur 5.3).

Rho adviseurs voor leefruimte

20191161

43

Figuur 5.3 Ligging plangebied (rode cirkel) t.o.v. beschermde natuurgebieden (bron: Provincie Zuid-Holland Vanwege de afstand zijn directe effecten zoals areaalverlies, versnippering, verandering van de waterhuishouding en verstoring op voorhand uitgesloten. In het kader van de te doorlopen ruimtelijke procedure dient het plan te worden getoetst aan de eisen uit de Wet natuurbescherming, waarbij onder andere de mogelijke gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 een rol spelen. Er zijn berekeningen uitgevoerd om de mogelijke gevolgen van de ontwikkeling voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen, daarbij is zowel de gebruiksfase (na oplevering van het zwembad) als de aanlegfase beschouwd, zie bijlage 5 en 6. Gebruiksfase Bij het uitvoeren van depositieberekeningen worden verkeerseffecten meegenomen tot deze opgaan in 'het heersende verkeersbeeld'. Dit is het geval op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Hierbij weegt ook mee hoe de verhouding is tussen de hoeveelheid verkeer dat door de voorgenomen ontwikkeling wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer. In de berekening is uit gegaan van een gebruiksfase in het jaar 2022.

De verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling bedraagt circa 344 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag. Het wegverkeer gaat ter hoogte van de Oostweg op in het heersende verkeersbeeld. Aanlegfase Naast de gebruiksfase dient bij de toetsing aan de Wet natuurbescherming ook de aanlegfase te worden betrokken. Transportbewegingen ten behoeve van de aan en afvoer van materiaal en de inzet van werktuigen binnen het gebied leiden tot emissies en kunnen daarmee ook van invloed zijn op de stikstofdepositie binnen Natura 2000. Er zijn nog geen concrete gegevens bekend voor deze fase. Daarom is een worstcase scenario doorgerekend op basis van gegevens van een soortgelijk project elders in Nederland.

Rho adviseurs voor leefruimte

20191161

44

Zo is in de berekening uitgegaan van een aanleg in het jaar 2021. Indien het een jaar later plaatsvindt is dit gunstiger, omdat men er vanuit gaat dat door technische vooruitgang machines steeds minder uitstoot van schadelijke stoffen veroorzaken. Voor de berekening zijn de machines ingevoerd als stage IIIB 130 - 300 KW Bouwjaar 2011 met een gemiddeld verbruik van 25 liter/uur. Ook wordt er vanuit gegaan dat de machines 100% van de tijd in gebruik zijn. Naar verwachting wordt moderner materiaal ingezet, met een lager verbruik wat weer minder uitstoot genereert. Ook zullen de machines niet de gehele tijd in gebruik zijn. Er wordt in de berekening uitgegaan van een aanlegfase van een jaar.

Materieel Verreiker Mobiele kraan Shovel Asfaltmachine Tandemwals 2x Graafmachine Heistelling 2x Betonpomp Tractor (2x)

Draaiuren 240 uur 160 uur 120 uur 32 uur 32 uur (2x 120) 240 uur 40 uur (2x 160) 320 uur 120 uur x 2 = 240 uur

Verbruik (L) 6000 L 4000 L 3000 L 800 L 800 L 6000 L 1000 L 8000 L 6000 L Totaal: 35600 L

Op basis van de resultaten van uitgevoerde Aerius-berekeningen wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling van de niet zal leiden tot een depositietoename op verzuringsgevoelige habitats binnen Natura 2000. De berekende depositie bedraagt zowel in de gebruiksfase als de aanlegfase 0,00 mol/ha/jaar. Significante negatieve effecten kunnen worden uitgesloten. Er is geen vergunning op grond van de Wet natuurbescherming vereist. Soortenbescherming In 2018 heeft een inventarisatie plaatsgevonden van natuurwaarden voor een groter gebied, waarvan het plangebied onderdeel uitmaakt, zie ook bijlage 7. Inventarisatie In het Van Tuyll Sportpark is een beschermd nest van Buizerd aangetroffen. De bosschage waarin de nestboom zich bevindt ligt ingeklemd tussen de Australiëweg en de atletiekbaan, wordt niet betreden door mensen en is onderdeel van het beschermde deel van het functionele leefgebied. Het plangebied reikt niet tot aan dit beschermde deel. In 2018 zijn geen overige nesten met een jaarronde bescherming in het gebied aangetroffen. Wel is aanvullend vleermuisonderzoek noodzakelijk. Aanvullend ecologisch onderzoek Dit vleermuisonderzoek heeft in het najaar van 2018 en het voorjaar van 2019 plaatsgevonden, zie ook bijlage 8. Het onderzochte gebied vormt een tijdelijk of meer permanent leefgebied voor zeker acht soorten vleermuizen.

Echter in de zone waar het plangebied in gelegen is, zijn geen beschermde functionaliteiten van vleermuizen aangetroffen. Eventuele kap van bomen kan hier zonder dat essentieel leefgebied van vleermuizen in het geding is.

Rho adviseurs voor leefruimte

20191161

45

Natuurinclusief bouwen Binnen het ontwerp is op meerdere manieren rekening gehouden met natuurinclusief bouwen. Er worden vogelnest- en vleermuiskasten geïntegreerd in de gevel. Tevens worden de daken deels ingericht als extensieve groene daken. Daarnaast worden er rondom het zwembad diverse soorten bomen en vaste planten gerealiseerd. Dit is uitgewerkt in een beplantingsplan (zie bijlage 9). Een nadere uitwerking van het onderdeel natuurinclusief bouwen vindt plaats in het verdere ontwerp van het bouwplan. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot negatieve effecten op beschermde natuurgebieden of beschermde soorten. Het aspect ecologie vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoering van het project.

5.9

Duurzaamheid

Beleid Op 7 december 2016 is de energieagenda gepubliceerd door minister Kamp. De agenda schetst het beleid na 2023 dat moet leiden tot een vrijwel CO2-neutrale economie in Nederland in 2050. De agenda beschrijft de overgang naar een gasvrij maatschappij. Door de toenemende onzekerheid over het aardgas, de effecten van aardgaswinning in Groningen, de toenemende afhankelijkheid van geïmporteerd aardgas en de klimaatdiscussie kiezen projectontwikkelaars, overheden en netbeheerders vaker voor wijken zonder gasleidingen. Nederland wil in 2050 volledig duurzaam zijn en heeft ook de klimaatakkoorden (Parijs) getekend. Een van de maatregelen om volledig duurzaam te worden en te stoppen met aardgas. Alternatieven kunnen zijn: volledig elektrisch met een warmtepomp, blokverwarming of wijkverwarming uit duurzame bronnen. Toetsing In het raadsvoorstel in 2018 is aangegeven dat het uitgangspunt is om een zeer duurzaam en energiezuinig zwembad te realiseren, waarbij gestreefd wordt om de nieuwste technieken op het gebied van duurzaamheid in relatie tot zwembaden te gebruiken (onder andere techniek op gebied van waterbehandeling, energieopwekking en CO2-neutraliteit). Dit geldt ook voor de nieuw te realiseren sporthal. Vanaf 2021 dienen alle nieuwe utiliteitsgebouwen BENG (Bijna Energie Neutraal Gebouw). De BENG-eisen vervangen de EPC-eisen.

BENG gaat uit van drie voorwaarden waaraan voldaan moet worden:  BENG-eis 1: De energiebehoefte, ook genoemd de schilindicator, van het gebouw. Dat is de energie die nodig is om het gebouw te verwarmen of te koelen.  BENG-eis 2: Het primaire fossiele energiegebruik van een gebouw, dat wil zeggen, de fossiele energie die installaties gebruiken om de temperatuur te regelen en voor warm tapwater. In de utiliteit nog aangevuld met energie voor bevochtiging en verlichting. Zelf opgewekte duurzame energie mag hiervan worden afgetrokken.  BENG-eis 3: Het aandeel duurzame energie (bijvoorbeeld zonnepanelen, warmtepomp of biomassaketel) ten opzichte van het totale energiegebruik.

Rho adviseurs voor leefruimte

20191161

46

5.10

Vormvrije mer-beoordeling

Beleid In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen:  de kenmerken van de projecten;  de plaats van de projecten;  de kenmerken van de potentiële effecten. Toetsing en conclusie In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee onder de drempelwaarden. Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'. Deze beoordelingsnotitie is opgenomen in bijlage 10.

Rho adviseurs voor leefruimte

20191161

47

Hoofdstuk 6

6.1

Uitvoerbaarheid

Financiële uitvoerbaarheid

Er is geen sprake van een aangewezen bouwplan zoals bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Het opstellen van een exploitatieplan is niet nodig. De benodigde grond is in eigendom van de gemeente. De raad van de gemeente Zoetermeer heeft eerder al besloten krediet beschikbaar te stellen voor de planrealisatie. De beoogde ontwikkeling wordt hiermee financieel uitvoerbaar bevonden.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Samenspraak Als eerste uitwerking voor samenspraak met de inwoners, is in maart en april van 2019 een panelonderzoek onder de inwoners uitgevoerd over het nieuw te realiseren zwembad. In totaal hebben 2036 respondenten van de 3662 inwoners een volledige vragenlijst ingevuld ( 55,6%). Begin juni 2019 is een samenspraakbijeenkomst georganiseerd voor alle gebruikers van het doelgroepenbad en wedstrijdbad in de huidige zwembaden. In de loop van het proces heeft participatie uiteraard een plek en zullen bijeenkomsten met stakeholders worden georganiseerd. Omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan De beoogde ontwikkeling kan niet worden vergund op basis van het vigerende bestemmingsplan. Op grond van artikel 2.12 Wabo kan door middel van een omgevingsvergunning afgeweken worden van het geldende bestemmingsplan. Een belangrijke voorwaarde om te mogen afwijken is dat er wordt aangetoond dat de beoogde ontwikkeling niet in strijd is met de beginselen van een goede ruimtelijke ordening. Deze ruimtelijke onderbouwing toont aan dat de beoogde ontwikkeling voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening:  de ontwikkeling sluit aan bij de geldende beleidskaders (H2);  de ontwikkeling wordt op een passende wijze ingepast (H3 en H4);  de ontwikkeling is uitvoerbaar gelet op de onderzoeken naar de verschillende omgevingsaspecten (H5).

Rho adviseurs voor leefruimte

20191161

48

Rho adviseurs voor leefruimte

20191161

Bijlagen

Bijlage 1 Behoefteonderzoek recreatief zwemmen

Rho adviseurs voor leefruimte

20191161

Rapport

Marktonderzoek recreatieve zwemvoorziening Gemeente Zoetermeer

Datum 8 december 2017 Referentie 1742FB In opdracht van Gemeente Zoetermeer

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding

3

1.1

Situatieschets

3

1.2

Onderzoeksopdracht

3

1.3

Opbouw rapportage

4

Hoofdstuk 2 Huidige situatie

5

2.1

De zwemvoorzieningen in Zoetermeer

5

2.2

Het verzorgingsgebied en regionaal voorzieningenaanbod

11

2.3

Gemeentelijk beleid

12

Hoofdstuk 3 Trends en ontwikkelingen

14

3.1

Demografische ontwikkelingen

14

3.2

Maatschappelijke trends en ontwikkelingen

15

3.3

Zwembadtrends

15

Hoofdstuk 4 De recreatieve zwemvoorziening

17

4.1

Beoordeling recreatief zwemmen

17

4.2

Beoordeling instructie- en verenigingszwemmen

18

4.3

Visie op een (recreatieve) zwemvoorziening

18

4.4

De scenario’s

21

4.5

Uitbreiding De Veur

24

4.6

Nieuwbouw met sluiting ‘De Driesprong’

28

Hoofdstuk 5 Conclusies

34

5.1

Beoordelingsmatrix

34

5.2

Conclusies en aanbevelingen

34

Bijlage 1

Zwemvoorzieningen in de regio

i

Bijlage 2

Bezetting zwembaden

ii

Bijlage 3

Schetsontwerpen renovatie De Veur

vi

Gemeente Zoetermeer – Marktonderzoek recreatieve zwemvoorziening Drijver en Partners

2

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Situatieschets In de gemeente Zoetermeer zijn er drie zwembaden: De Veur, De Driesprong en ‘t Keerpunt. De twee binnenbaden, De Veur en de Driesprong, zijn in eigendom van de gemeente en qua zwemvoorziening vooral functioneel van aard. Het derde zwembad ’t Keerpunt’ is in 2013 in twee delen verkocht: het recreatieve binnenbad aan een particuliere (wellness)onderneming en het 25-meter bad aan een zwemschool. Gegeven de huidige configuratie van de zwembaden is er in beperkte mate buitenzwemwater in Zoetermeer en is er geen of slechts in beperkte mate gelegenheid om recreatief te zwemmen (binnen en buiten). De vraag naar een recreatieve zwemvoorziening neemt toe, zowel indoor als outdoor. De centrale probleemstelling en daarmee het onderzoeksvraagstuk is of het haalbaar is om in de gemeente Zoetermeer een nieuwe recreatieve zwemvoorziening te realiseren met binnen- en/of buitenwater. Is er daadwerkelijk behoefte aan een dergelijke voorziening en zo ja, hoe dient deze er dan uit te zien, wat is er voor nodig en binnen welke randvoorwaarden kan dit gerealiseerd worden? Het college heeft zich tot nu toe op het standpunt gesteld dat een (subtropische) recreatieve zwemvoorziening alleen haalbaar lijkt indien dat gepaard gaat met een substantiële gemeentelijke bijdrage of in combinatie met commerciële kostendragers.

Naast het marktonderzoek dient dus ook antwoord te worden gegeven op vragen als: welke verschillende beheer- en exploitatiemogelijkheden zijn er, wat is het best passende model voor de gemeente en in welke mate bestaat er bij marktpartijen en/of binnen de lokale samenleving, bereidheid om in de realisatie en exploitatie van de zwemvoorziening een rol in te vervullen. Op basis van het onderzoek en de uitwerking daarvan in concrete planvorming, kan de gemeente Zoetermeer een afgewogen besluit nemen over een recreatieve zwemvoorziening

1.2 Onderzoeksopdracht Op basis van de situatieschets is de opdracht als volgt worden geformuleerd: “Onderzoek of de realisatie van een nieuwe recreatieve zwemvoorziening haalbaar én betaalbaar is. Zo ja, welke (recreatieve) functies dient het zwembad te hebben en hoe ziet de configuratie er idealiter uit. Geef hierbij inzicht in de mogelijke exploitatiemodellen en in de bereidheid vanuit marktpartijen en/of vanuit de lokale samenleving hierin te participeren. Houdt daarbij rekening met de volgende uitwerkingsfacetten: •

Lokale, regionale en landelijke trends en ontwikkelingen

•

Best practices uit de markt inzake realisatie, beheer en exploitatie

•

Multifunctionaliteit: welke varianten zijn er mogelijk en welke synergie en schaalvoordelen zijn er te realiseren uit oogpunt van (commerciële)kostendragers

•

Met welke kosten dient rekening te worden gehouden, zowel ten aanzien van investeringen als ten aanzien van exploitatie en beheer.

•

Benoem de randvoorwaarden die moeten worden ingevuld om de realisatie van een recreatieve zwemvoorziening mogelijk te maken.

Gemeente Zoetermeer – Marktonderzoek recreatieve zwemvoorziening Drijver en Partners

3

1.3 Opbouw rapportage

De rapportage is als volgt opgebouwd: •

hoofdstuk 2 beschrijft en analyseert de huidige situatie: o

van de zwemvoorzieningen in Zoetermeer;

o

analyse verzorgingsgebied en het aanbod van zwemvoorzieningen in de regio;

o

het gemeentelijk beleid en subsidiering van (zwem)accommodaties;

•

in hoofdstuk 3 worden de algemene en lokale trends en ontwikkelingen beschreven alsmede de

•

hoofdstuk 4 beschrijft de uitkomsten van de inventarisatie en het marktonderzoek en wordt richting

demografische gegevens van Zoetermeer geanalyseerd; gegeven aan de haalbaarheid van een nieuwe (recreatieve) zwemvoorziening aan de hand van twee scenario’s: o

uitbreiding van De Veur inclusief renovatie de Driesprong

o

vervangende nieuwbouw van De Driesprong

Per scenario wordt ingegaan op het beheer en exploitatie van het zwembad en de exploitatiebegroting vormgegeven; •

het rapport wordt in hoofdstuk 5 afgerond met conclusies en aanbevelingen en worden de onderzoeksvragen samenvattend beantwoord.

De bijlagen bevatten: 1. Zwemvoorzieningen in de regio 2. Bezetting 3. Schetsontwerpen uitbreiding De Veur

Gemeente Zoetermeer – Marktonderzoek recreatieve zwemvoorziening Drijver en Partners

4

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

2.1 De zwemvoorzieningen in Zoetermeer Zoetermeer beschikt over drie zwembaden: De Veur, de Driesprong en ’t Keerpunt. Naast de (on)overdekte baden is er in het Noorden van Zoetermeer een natuurplas waar in de zomermaanden gerecreëerd kan worden. In deze paragraaf worden de zwembaden beschreven aan de hand van de ligging en configuratie van de voorzieningen, de wijze van beheer en exploitatie, en het bezoek en gebruik. De zwembaden zijn als volgt gesitueerd:

Naast de drie grotere zwembaden kent Zoetermeer ook kleinere, particuliere zwembaden zoals Mulder Sport met een instructiebad van 11x6 meter. Dit bad wordt louter gebruikt voor instructiezwemmen en fitness en heeft geen recreatieve zwemfunctie.

Gemeente Zoetermeer – Marktonderzoek recreatieve zwemvoorziening Drijver en Partners

5

2.1.1 Zwembad ’t Keerpunt Het 25-meterbad van zwembad Keerpunt is in 2013 verkocht aan een zwemschool die hier zwemlessen aanbiedt. Ten behoeve van het verenigingszwemmen huurt de gemeente Zoetermeer wekelijks uren bij dit zwembad. De huurovereenkomst heeft een looptijd heeft van twintig (20) jaren, ingaande op 1 september 2013 en eindigend op 31 augustus 2033. De Gemeente heeft voor de eerste vijf jaar, gerekend vanaf 1 september 2015 tot en met 31 augustus 2020, de garantie afgegeven voor de inhuur van duizend (1.000) zwemuren per jaar. Na 2020 is er geen verplichting meer. Het recreatiegedeelte van zwembad Het Keerpunt is in 2013 verkocht aan Sweet Lake Wellness, onderdeel van een wellnessorganisatie die (conform de website) een drietal vestigingen in Nederland heeft. Bij de verkoop is afgesproken dat het buitenbad ieder jaar acht weken – waarvan 6 weken in de zomervakantie – aaneengesloten geopend is voor de Zoetermeerse inwoners. Door de wisselende en weersafhankelijke openstellingstijden was de belangstelling conform de berichtgeving beperkt. De gemeente Zoetermeer heeft het Keerpunt verkocht aan Sweet Lake Wellness onder het voornemen dat de koper het zwembad zal transformeren tot wellnesscentrum. De start van de bouw staat gepland in 2018. Conform de planvorming worden de huidige buitenzwembaden daarbij allen verwijderd en vervangen door andere baden.

Zwemmen in de buitenlucht blijft echter mogelijk. In de zomermaanden (ca. 8 weken) worden de buitenbaden ook opengesteld voor recreanten die bijvoorbeeld niet voor de sauna komen. Bezoekers krijgen hier drie verschillende zwembaden voor terug. Een groot bad, een peuterbad en een kleuterbad. De initiatiefnemer willen na het afhandelen van de bouwvergunningstukken en de aanvraag van de omgevingsvergunning starten met de herbouw. Als alles volgens plan verloopt moet het wellnesscomplex over 3,5 jaar klaar zijn.

2.1.2 Zwembad de Driesprong Faciliteiten •

25-meterbad van 25x10 meter (3-4 banen) + doelgroepen bad van 6x10 meter

Het 25-meterbassin en doelgroepenbad is L-vorming. In totaal beschikt de Driesprong over 378m2 water. Er zijn geen recreatieve voorzieningen of speelelementen. Het betreft een functioneel zwembad met name geschikt voor verenigingsgebruik en doelgroep- en instructiezwemmen. (Het oude recreatiebad is nu fitness geworden). Naast het zwembaddeel beschikt sportcentrum de Driesprong over een sportzaal (beheer en exploitatie door de gemeente) en een fitnesscentrum, inclusief een kleine horecaruimte, geëxploiteerd door Fitpoint BV. Bezoek en gebruik Voor recreatief zwemmen is het bad beschikbaar voor het zogenaamd ‘banenzwemmen’. Circa 9,75 uur per week, louter op weekdagen. In de weekenden is er geen gelegenheid tot recreatief zwemmen, ook niet voor het banenzwemmen. In de zomerperiode is er een aangepast rooster waarbij het zwembad nog 3 uur per week geopend is voor banenzwemmen. De zomervakantie wordt benut voor groot onderhoud waarbij het zwembad gedurende drie weken gesloten is. Het zwembad is qua faciliteiten niet echt geschikt en geëquipeerd voor recreatief zwemmen (gezinnen en kinderen). Het rooster laat een vrij volledige bezetting zien. Op weekdagen is het bad doorlopend bezet van 06.30 uur/ 09.00 uur tot 22.00 uur ’s avonds. In de weekenden is dit tot 18.00 uur.

Gemeente Zoetermeer – Marktonderzoek recreatieve zwemvoorziening Drijver en Partners

6

Conform het openstellingsrooster 2015/2016 is op weekbasis het zwembad gemiddeld 75,75 uur bezet: Verhuur en gebruik

Driesprong Activiteit

Totaal uren banenzwemmen doelgroepen Specificatie gebruik instructie in uren per week verhuur schoolzwemmen verenigingen

Wedstrijdbad 4 banen 75,75 9,75 7,75 9,00 39,50 9,75

Beheer en exploitatie Sinds augustus 2015 is stichting Swim en Smile verantwoordelijk voor de exploitatie van zowel zwembad De Veur als zwembad De Driesprong. De stichting is een samenwerkingsverband tussen de Zoetermeerse zwemverenigingen (WVZ en ZVZ) en het Zweminstituut, een commerciële zwemschool. De gemeente Zoetermeer is eigenaar van beide zwembaden en verantwoordelijk voor het technisch beheer en onderhoud. Voor de activiteiten en verhuur van zwemwater is een huurovereenkomst afgesloten met stichting Swim en Smile. De overeenkomst is aangegaan voor een periode van tweemaal vijf jaar.

2.1.3 Zwembad de Veur Faciliteiten •

wedstrijdbad: 25-meterbad van 25x15 meter (6 banen) met beweegbare bodem

•

instructiebad: 15x8 meter

In totaal beschikt de Veur over 495 m2 zwemwater. Qua (recreatieve) faciliteiten heeft het zwembad een glijbaan bij het instructiebad en een duikplank bij het wedstrijdbad. Evenals de Driesprong is de Veur een functioneel zwembad, specifiek voor verenigingsgebruik en voor instructie- en doelgroepzwemmen. Naast het zwembaddeel beschikt sportcentrum de Veur over een ruime sporthal met drie zaaldelen (beheer en exploitatie door de gemeente) en café De Veur geëxploiteerd door een lokale horecaondernemer. Bezoek en gebruik Voor recreatief zwemmen is het bad alleen beschikbaar voor het zogenaamd ‘banenzwemmen’. Circa 15 uur per week, louter op weekdagen. Evenals in de Driesprong is er op woensdagmiddagen of in de weekenden geen gelegenheid tot recreatief zwemmen, ook niet voor het banenzwemmen. Conform de website van Swim en Smile (exploitant van De Veur) is er in de zomervakantie speciale openstelling voor recreatief zwemmen. Met de recreatieve faciliteiten als de glijbaan is de Veur iets beter geoutilleerd t.b.v. het recreatief zwemmen dan de Driesprong. Echter er zijn, buiten het banenzwemmen, geen openstellingsuren voor recreatiezwemmen (bijv. voor gezinnen en kinderen). Zwemvereniging WVZ biedt de gelegenheid om op recreatieve basis deel te nemen aan het trimzwemmen. Het rooster laat een vrij volledige bezetting zien.

Op weekdagen is het bad doorlopend bezet van 05.30 uur/ 07.00 uur tot 22.30 uur ’s avonds. In de weekenden is dit tot 18.00 of 21.00 uur. Bezoekcijfers: Actuele bezoekcijfers zijn niet bekend. De huidige exploitant Swim en Smile is sinds augustus 2015 actief en heeft nog geen jaarcijfers beschikbaar. Ook de eventuele effecten van de recreatieve openstelling in de zomerperiode zijn niet bekend.

Gemeente Zoetermeer – Marktonderzoek recreatieve zwemvoorziening Drijver en Partners

7

Aan de hand van de openstellingroosters 2015/2016 is op weekbasis het zwembad gemiddeld 146,50 uur bezet, conform onderstaande specificatie: Verhuur en gebruik Activiteit Totaal uren banenzwemmen doelgroepen Specificatie gebruik instructie in uren per week verhuur Schoolzwemmen verenigingen

De Veur Wedstrijdbad Doelgroepenbad 6 banen 100,00 46,50 10,75 9,00 5,50 15,00 17,25 14,50 11,00 11,00 39,75 12,75

Beheer en exploitatie Zie zwembad de Driesprong.

2.1.4 Zoetermeerse plas De Noord Aa Zoetermeer is centraal gelegen in het Groene Hart en in het polderrijke gebied is veel natuurwater gelegen. In de Zoetermeerse plas De Noord Aa kan in de periode 1 mei tot 1 oktober gezwommen worden. De recreatieplas is een officieel aangewezen zwemlocatie in Zuid-Holland. De waterkwaliteit wordt ook periodiek gecontroleerd door de provincie. De Zoetermeerse Plas grenst aan het noorden van Zoetermeer en is begin jaren '70 aangelegd. Het is een recreatieplas die ontstaan is door zandwinning voor de Zoetermeerse wijken en bestaat uit een zwemstrand en een speelvijver. Het Zwemstrand is een circa 400 meter lang strand aan de diepe Zoetermeerse Plas. De gemiddelde breedte van het strand varieert van 7 tot 40 meter (gemiddeld 22 meter breed). Het oostelijke deel van het Zwemstrand is bestemd voor naaktrecreatie. Het strand aan de speelvijver heeft een lengte van 160 meter en een breedte die varieert van 7 tot 30 meter. De vijver zelf is 160x50 meter ofwel 8.000 m2. Zowel het zwemstrand als de speelvijver zijn voorzien van een toilettengebouw. Aan de Noordkant van het zwemstrand is een restaurant aanwezig. Er zijn geen speeltoestellen op het strand of in het water. Er is geen permanent toezicht. In de zomerperiode wordt er in het weekeinde toezicht gehouden door de Zoetermeerse reddingsbrigade. Beide stranden zijn openbaar toegankelijk.

Er hoeft geen entree te worden betaald. Bezoekcijfers zijn derhalve niet beschikbaar. Op basis van de oppervlakte zwemwater en het lig/speelstrand (ca. 8.800 m2) ligt de capaciteit op ca. 1.800 bezoekers/zwemmers voor het zwemstrand en ca. 700 bezoekers/zwemmers voor de speelvijver. Er is belangstelling getoond voor de realisatie van een waterattratiepark (vergelijkbaar met het Aquapretpark in de Vlietlanden te Leidschendam-Voorburg). Het risico op blauwalg verkleint de komst van een dergelijke voorziening echter. Bij natuurwater is het risico op blauwalg groot. Ook bij recreatieplas De Noord Aa. Vrijwel iedere zomerperiode is er een uitbraak van blauwalg waardoor er niet gezwommen mag worden. De hoogheemraad is voortdurend bezig met experimenten om de blauwalg terug te dringen. De plas is een stuk schoner en zal door toekomstige maatregelen nog schoner worden maar geheel blauwalg vrij zal het niet worden.

Gemeente Zoetermeer – Marktonderzoek recreatieve zwemvoorziening Drijver en Partners

8

2.1.5 Bezoekcijfers van de zwembaden Er zijn geen actuele bezoekcijfers (2016) van de zwembaden beschikbaar. Het Keerpunt is gesloten en De Veur en De Driesprong worden in hoofdzaak gebruikt door de zwemverenigingen en door het Zweminstituut ten behoeve van zwemlessen en doelgroepactiviteiten. Conform de in 2015 opgestelde begroting worden voor het banenzwemmen, feitelijk de enige recreatieve zwemmogelijkheid, circa 26.000 bezoekers per jaar voor beide baden verwacht. Kijkend naar de historische cijfers (2010) blijkt dat het Keerpunt met 126.000 recreatieve bezoekers, overduidelijk het recreatiebad van Zoetermeer was:

Keerpunt

Bezoek 2010 De Veur Dri es prong

Tota a l

Recrea ti ef zwemmen Doel groepen en a cti vi tei ten Ins tructi ezwemmen

125.995 22.945 21.493

8.435 9.961 20.638

10.073 4.989 14.938

144.503 37.895 57.069

Subtota a l bezoek Vereni gi ngen School zwemmen Tota a l bezoek

170.433 31.735 20.005 222.173

39.034 68.300 34.982 142.316

30.000 59.939 21.629 111.568

239.467 159.974 76.616 476.057

Inclusief verenigingen en schoolzwemmen bezochten 476.057 bezoekers een van de drie baden. In 2014, het jaar waarin het Keerpunt gesloten was, waren dit er nog 267.861:

Keerpunt Recrea ti ef zwemmen (ba nenzwemmen) Doel groepen en a cti vi tei ten Ins tructi ezwemmen Subtota a l bezoek Vereni gi ngen School zwemmen Tota a l bezoek

48.571 48.571

Bezoek 2014 De Veur Dri es prong

Tota a l

14.595 27.780 17.867

13.417 5.835 10.489

28.012 33.615 28.356

60.242 97.142 4.503 161.887

29.741 24.285 3.377 57.403

89.983 169.998 7.880 267.861

Door de sluiting van het Keerpunt is het bezoek aan De Veur en aan De Driesprong van 69.000 bezoekers gestegen naar 89.500 bezoekers (exclusief verenigingen en schoolzwemmen). Dit betreft dan vooral zwembad De Veur. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de bezoekers van het Keerpunt vooral hun weg wisten te vinden naar de Veur. Vanuit de bezoekcijfers kan het animocijfer worden berekend en worden vergeleken met landelijke kengetallen. Het animocijfer geeft aan wat de gemiddelde bezoekfrequentie is per inwoner: Ani moci jfer 2010 2014

Inwoners Zwemba dbezoek 121.528 476.057 123.589 267.861

Ani mo 3,92 2,17

Het animocijfer is in vier jaar tijd gedaald met ruim 40%. Het landelijk gemiddeld animocijfer is 4,3. In Zoetermeer ligt het animo sinds 2014 beduidend lager.

Gemeente Zoetermeer – Marktonderzoek recreatieve zwemvoorziening Drijver en Partners

9

Kijkend naar het recreatief zwemmen ligt het landelijk animocijfer tussen 1,0 en 1,5. De bandbreedte is aangehouden omdat het voorzieningenaanbod – en de onderhoudsstaat ervan - de aanwezige recreatieve speelelementen en bovenal de verhouding binnen- en buitenwater, sterk van invloed is op de recreatieve bezoekcijfers. In Zoetermeer lag het animocijfer in 2010 op 1,19 en is in 2014 gedaald naar 0,23: Ani moci jfer 2010 2014

Inwoners Recrea ti efbezoek 121.528 144.503 123.589 28.012

Ani mo 1,19 0,23

In 2010 lag het animocijfer ruim binnen de landelijke bandbreedte. De daling van het animocijfer bevestigt het causaal verband tussen het voorzieningenaanbod en het bezoek. Tot slot kan worden gekeken naar het aanbod van zwemwater. In 2010 beschikte Zoetermeer over in totaal 1.830 m2 zwemwater.

m2 zwemwa ter i n 2010 m2 zwemwa ter i n 2014

Keerpunt 1025

De Veur 495 495

Dri es prong 310 310

Totaa l 1830 805

In 2010 was het bezoek per m2 zwemwater 260 bezoekers. Het landelijk gemiddelde ligt rond 255 bezoekers per vierkante meter zwemwater. Vanaf 300 bezoekers per vierkante meter wordt van een ‘vol’ zwembad gesproken. Sinds de sluiting van Keerpunt beschikt Zoetermeer nog over 805 m2 zwemwater. Het bezoek per m2 zwemwater is sindsdien 410 bezoekers. Dit ligt ruim boven de definitie van een ‘vol’ zwembad.

2.1.6 Conclusies bezoekcijfers Samenvattend kan worden geconcludeerd dat de bezoek en animocijfers in Zoetermeer sterk gedaald zijn sinds de sluiting van het Keerpunt. Het beschikbare zwemwater is afgenomen van 1.830 m2 zwemwater naar 805 m2. Hierbij dient te worden aangetekend dat het Keerpunt nog beperkt geopend is voor verenigingszwemmen en voor instructiezwemmen. Bij De Veur en De Driesprong is met een gemiddeld bezoek van 410 bezoekers per m2 zwemwater sprake van zeer goed bezette zwembaden. Dit blijkt ook uit de bezettingsroosters van beide baden. Vrijwel elk uur wordt benut en is er geen of slechts beperkt ruimte voor recreatieve openstelling. Zeker niet op primetime uren. Daarmee is gezien de huidige bezoek- en gebruikscijfers, sprake van een capaciteitstekort aan zwemwater. Op basis van het huidige gebruik en in perspectief van de landelijke kengetallen en benchmarkcijfer zou Zoetermeer over 1.100 tot 1.300 m2 zwemwater kunnen of moeten beschikken. Buiten de optie om een nieuwe voorziening te realiseren behoort uitbreiding van een van de huidige zwembaden met 400 m2 tot 600 m2 recreatiewater tot de mogelijkheden. Uiteraard spelen meerdere factoren een rol bij de bepaling van zwemwatercapaciteit. Dit wordt in de volgende paragrafen verkend.

Gemeente Zoetermeer – Marktonderzoek recreatieve zwemvoorziening Drijver en Partners

10

2.2 Het verzorgingsgebied en regionaal voorzieningenaanbod Binnen een straal van 20 autominuten en 20 autokilometers van Zoetermeer is een flink aantal zwemvoorzieningen gelegen (zie bijlage 2). Het gaat om o.a. zes (subtropische)combibaden met veel recreatieve voorzieningen, zeven binnenbaden (deels van beperkte omvang), buitenbaden, en recreatiegebieden met een natuurbad. De grote meerderheid van deze zwemgelegenheden ligt binnen 20 kilometer van Zoetermeer en is met de auto binnen 20 minuten bereikbaar. De dichtstbijzijnde combibaden met veel recreatieve faciliteiten zijn zwembad De Windas in Bergschenhoek, zwembad de Viergang in Pijnacker en zwembad De Sniep in Waddinxveen. Naast de binnen- en buitenbaden is er ook volop natuurwater in de omgeving: •

Natuurplas De Bleiswijkse Zoom;

•

Bad- en surfstrand Vlietland in Voorschoten/Zoeterwoude dorp;

•

Grote Plas de Delftse Hout;

•

Dobbeplas in Nootdorp.

Naast de zwemvoorzieningen kunnen inwoners en bezoekers van de regio voor een dagje uit ook voor andersoortige recreatieve voorzieningen kiezen.

2.2.1 Conclusies regionaal aanbod Uit de analyse van het verzorgingsgebied blijkt dat er in de directe omgeving van Zoetermeer volop aanbod is van recreatieve zwemvoorzieningen. Vrijwel iedere grotere plaats binnen de omliggende gemeenten heeft een recreatieve zwemvoorziening. Op berijdbare afstand zijn zes grootschalige zwembaden aanwezig met binnen en buiten zwemfaciliteiten. Daarnaast beschikt de waterrijke regio over verschillende natuurbaden en recreatieplassen.

Gemeente Zoetermeer – Marktonderzoek recreatieve zwemvoorziening Drijver en Partners

11

Daarbij moet worden aangetekend dat het een regio betreft met een behoorlijke bevolkingsdichtheid. Het aantal inwoners per (buur)gemeente is: Gemeente

Inwoners 2017

Zoetermeer La ns i ngerla nd Pi jnacker-Nootdorp Leids chendam-Voorburg Voors choten Zoeterwoude Al phen a/d Rijn Zui dpla s Waddinxveen Den Haag Gouda Totaa l

zwemvoorzi eni ng

124.700 2 functi onele binnenbaden 60.500 1 s ubtropis ch combibad 52.900 1 s ubtropis ch binnenbad 74.669 2 bi nnenba d / recrea ti ebad 25.400 1 weds tijd / recreatiebad 8.400 1 openl uchtbad en 1 particul ier bi nnenba d 109.100 2 grote zwemba den (1 recrea ti ebad en 1 weds trijdbad (875 m2) 41.600 3 zwemba den (1 combi bad, 1 weds trijdbad en 1 ins tructiebad) 26.900 1 s ubtropis ch combibad 520.000 6 zwemba den 71.900 1 combi bad 1.116.069 21 zwembaden

Gemeente Zoetermeer is met 124.700 inwoners de grootste gemeente t.o.v. de direct omliggende gemeenten, maar heeft naar verhouding de minste zwemfaciliteiten. Er zijn weliswaar twee baden maar deze zijn qua oppervlak zwemwater en qua nevenfaciliteiten kleiner dan bijvoorbeeld de zwembaden in Lansingerland of Pijnacker-Nootdorp. Den Haag beschikt over zes grote zwembaden waaronder het nieuwe 50-meter wedstrijdbad Het Hofbad in Ypenburg.

2.3 Gemeentelijk beleid Het vigerend, voor dit onderzoek relevant, gemeentelijk beleid kan o.a. worden afgeleid uit de sportagenda Zoetermeer 2017

2.3.1 De sportagenda (2017) Met de sportagenda wil Zoetermeer de stevige basis die gerealiseerd is vanuit de sportnota Sport en Bewegen (2009-2016) de komende jaren nog beter benutten en verder uitbouwen. De basis voor de sportagenda wordt gevormd door de visie op sport. Daaruit zijn de uitgangspunten verwoord, die worden vertaald naar de thema’s die centraal staan in het sportbeleid: Zoetermeerders zijn actief, Accommodaties op orde, Vitale sportverenigingen, Sport in de maatschappij en Trots op de sport in Zoetermeer. De algemene uitgangspunten binnen de sportagenda zijn: •

het optimaal benutten van de maatschappelijke waarde van sport;

•

het is belangrijk dat zoveel mogelijk inwoners van Zoetermeer regelmatig aan sport doen;

•

daarvoor is het ook belangrijk dat het sportaanbod in Zoetermeer zo toegankelijk en laagdrempelig mogelijk is: voldoende, kwalitatief goede voorzieningen (accommodaties) en vitale sportaanbieders;

•

transparant zijn over wat er gebeurd en onze keuzes daarin duidelijk onderbouwen;

•

streven naar een financieel model waarin budgetten flexibel kunnen worden ingezet: de inhoud is leidend en waar mogelijk worden geldstromen ontschot

Gemeente Zoetermeer – Marktonderzoek recreatieve zwemvoorziening Drijver en Partners

12

Uit een klanttevredenheidsonderzoek uit 2016 blijkt dat over het algemeen de sportaccommodaties met een ruime voldoende worden gewaardeerd. De zwembaden vormen in die positieve waardering echter een uitzondering. Dit heeft met name te maken met de afname van de beschikbaarheid van het recreatief zwemwater, als gevolg van de verkoop van Aquapark Keerpunt. Voor de gemeente brengt een recreatief zwembad (te) hoge kosten met zich mee. Wel is de zwemvaardigheid onder kinderen voor de gemeente van wezenlijk belang. Voor leerlingen van speciaal onderwijs wordt daarom schoolzwemmen aangeboden en er is een zwemvergoedingsregeling voor alle Zoetermeerse kinderen van 6 jaar (op basis van kalenderjaar) voor het behalen van hun zwemdiploma A. Via Swim & Smile blijft de gemeente voorzien in zwemaanbod in De Veur en De Driesprong voor alle inwoners. Dit aanbod is gericht op drie activiteiten: het aanbieden van instructiezwemmen, het verzorgen van een afwisselend aanbod aan doelgroepzwemmen en het verhuren van zwemwater aan verenigingen.

2.3.2 Conclusies gemeentelijk beleid De gemeente Zoetermeer profileert zich als sportstad, vooral door het vele aanbod. Een van de doelstellingen is de sportparticipatie in de volle breedte te vergroten. Dit wordt onder meer gerealiseerd door sportstimuleringen sportontwikkelingsprojecten en het bevorderen van vitale sportverenigingen. De sportaccommodaties zijn het fysieke fundament van het gemeentelijk sportbeleid. Voor de benodigde capaciteit is het gebruik door de verenigingen en door het onderwijs leidend. Dit geldt ook voor de zwembaden. Het ontbreken van een recreatieve zwemvoorziening wordt vanuit de bevolking als een gemis ervaren. De waardering voor de zwembaden uit een Omnibus enquête in 2015, scoort dan ook laag. Gemeente Zoetermeer is nagenoeg de enige 100.000+ gemeente in Nederland zonder recreatieve zwemvoorziening. Aan het realiseren en in stand houden van een (subtropisch)recreatiebad, hangt een stevig prijskaartje. Dit is ook de reden dat het Keerpunt in 2013 is verkocht. Nu de wens voor een recreatieve zwemvoorziening opnieuw op de agenda staat, betekent dat de haalbaarheid hiervan nauw samenhangt met de kostprijs. De behoefte bestaat. De uitdaging is om te verkennen welke kostprijs verlagende constructies kunnen worden bedacht. Bijvoorbeeld door toevoeging van commerciële kostendragers of het slim gebruik maken van bestaande voorzieningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=a6b1a636-a1e6-4e2e-afd2-735a1d69b1a4