CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - Ruimtelijke onderbouwing met bijlagen d.d. 5 januari 2021

Raadsvergadering 15 maart 2021, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Afgeven ontwerpverklaring van geen bedenkingen Willem Dreeslaan15.135 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Visie biodiversiteit en Groenkaart Zoetermeer (2013) De gemeente heeft de ambitie om de biodiversiteit en de waardering van de inwoners hiervoor op peil te houden en waar mogelijk te vergroten. Dat moet gebeuren binnen de financiële mogelijkheden van de gemeente. In de Visie wordt gekozen voor een benadering gericht op samenwerking, inspiratie en communicatie, binnen de huidige budgetten. Hierdoor ontstaat er een tweesporen benadering. Spoor 1 richt zich op wat de gemeente zelf kan en wil doen voor de biologische diversiteit. Het gaat dan vooral om het op peil houden van de biodiversiteit en het benutten van kansen waar deze zich voordoen, bijvoorbeeld bij ruimtelijke ontwikkelingen, beheer en (her)inrichting van het openbaar gebied. Spoor 2 richt zich op participatie en samenwerking met inwoners, ondernemers en anderen die betrokken zijn bij de biodiversiteit in Zoetermeer. Doel hierbij is het vergroten van de biodiversiteit ook op terreinen die in particulier eigendom en/of beheer zijn en het op peil houden van de waardering (de trots) van inwoners en ondernemers voor deze biodiversiteit. De Groenkaart zet in op een duurzame, samenhangende recreatieve en ecologische groenstructuur voor de stad, die is verbonden met het regionale netwerk. Dit gebeurt door: 1. gerichte kwaliteitsimpulsen voor de parken; 2. het versterken van de samenhang van de groene ruimte; 3.

het verbeteren van de bereikbaarheid en vindbaarheid van de parken; 4. het verhogen van de biodiversiteit.

Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021

31

Om de diversiteit van de groene ruimte te behouden, maar vooral ook te versterken zijn spelregels opgesteld. Deze spelregels zijn bedoeld om af te wegen of een ontwikkeling in het openbaar groen, die strijdig is met de bestemming, wenselijk is of niet. Er is gekozen voor een kwalitatieve benadering volgens de categorieën 'behouden', 'compenseren', 'groen ontwikkelen' en 'inpassen', om het meest waardevolle groen te beschermen en wenselijke ontwikkelingen in het openbaar groen te benutten om de kwaliteit van dat groen te verbeteren. Verder zijn de groene kwaliteiten beschreven en is per wijk en per park een beschrijving van het openbaar groen opgenomen. De Visie Biodiversiteit heeft een relatie met twee andere beleidsdocumenten, de Groenkaart en het Bomenbeleid 2020-2024. Samen vormen deze documenten de 'groentrilogie' van Zoetermeer. De groene kaart is tevens opgenomen in de Stadsvisie. 6.2

Onderzoek

Toets Wet natuurbescherming Soortenbescherming De kans bestaat dat in het projectgebied beschermde planten en/of diersoorten voorkomen. Het bebouwen van de bestaande groene ruimte leidt mogelijk tot aantasting van beschermde soorten. Door Bureau Stadsnatuur is een verkennend natuurwaardenonderzoek uitgevoerd. Hierin is aandacht besteed aan de potentie van het gebied voor beschermde soorten, het mogelijk voorkomen van deze soorten op de projectlocatie en eventueel benodigd vervolgonderzoek en/of maatregelen ten aanzien van beschermde, waardevolle flora en fauna. Het onderzoek is opgenomen als bijlage 5 bij deze onderbouwing. Het onderzoek is uitgevoerd voor meerdere onderzoeksgebieden. Deze worden ruimtelijk onderscheiden in drie eenheden, te weten: (1) vier percelen aan de zogenoemde T-strook; (2) een perceel ten westen van de Martin Luther Kinglaan en (3) een perceel ten westen van de Willem Dreeslaan. Voorliggend projectgebied omvat het derde en laatste deel. De relevante conclusies zijn hieronder toegelicht.

Flora Er zijn geen wettelijk strikt beschermde plantensoorten aangetroffen, ondanks dat het veldbezoek in een periode plaatsvond met een betrekkelijk hoge trefkans voor wat betreft diverse strikt beschermde plantensoorten. De intensieve maairegimes op alle locaties en de voedselrijke uitgangssituatie van de bodem, maken de situatie ongeschikt voor eventueel in de regio voorkomende strikt beschermde plantensoorten, waarvan de meeste doorgaans in schralere en/of nattere milieus worden aangetroffen. De kans op vestiging van relevante soorten in het kader van de Wnb op korte termijn is onder de huidige omstandigheden voor alle kavels uitgesloten.

Amfibieën Alle percelen liggen binnen de reikwijdte van een populatie Rugstreeppad Epidalea calamita. Geschikt leefgebied is echter alleen op het kavel aan de Martin Luther Kinglaan gevonden: op de oever van de watergang die de noordelijke begrenzing vormt, was op 9 mei 2019 een volwassen Rugstreeppad aanwezig. Het leefgebied onder de huidige condities beperkt zich vrijwel zeker tot de betreffende watergang en oevers; maar uitbreiding richting het bouwkavel is aannemelijk wanneer hier graafwerkzaamheden plaatsvinden, waardoor een geschikt leefmilieu ontstaat. Het vestigingsrisico voor de andere kavels wordt als laag ingeschat; ze liggen geïsoleerd, omsloten door bebouwing en infrastructuur en relatief ver van nog resterende plaatsen waar de Rugstreeppad recent nog is aangetroffen. Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021

32

Overige soorten amfibieën met een wettelijk strikt beschermde status zijn op basis van hun arealen en ecologische eisen niet te verwachten.

Vogels Op geen enkel kavel zijn broedverdachte vogels waargenomen. Zowel de geringe oppervlakte, het gebrek aan dekking, als kwetsbaarheid voor predatie, zullen hierin meespelen. Bovendien is op alle kavels bij herhaling betreding door bewoners met loslopende honden geconstateerd, waardoor er regelmatig sprake is van verstoring. Dit zal de vestiging van vogels verhinderen. Buiten de kavels aan de Willem Dreeslaan en de Martin Luther Kinglaan is langs de slootranden sprake van broedende exemplaren van Fuut Podiceps cristatus, Meerkoet Fulica atra en Wilde eend Anas platyrhynchos. Zo lang de oevermilieus van de watergangen in de periode april tot en met augustus ongemoeid blijven, zullen vogels hier geen last hebben van werkzaamheden in de aangrenzende bouwkavels. In de periferie van het kavel aan de Willem Dreeslaan ligt een bosje; hierin zijn wel broedende vogels te verwachten. Het moet worden ontzien in de periode april tot en met augustus.

Zoogdieren Er worden geen beschermde vaste verblijfplaatsen van zoogdieren verwacht. Het water- en oevermilieu van de watergang aan de Martin Luther Kinglaan is ongeschikt voor Waterspitsmuis Neomys fodiens. Overige beschermde grondgebonden zoogdieren komen in principe niet met een populatie voor in Zoetermeer. Wat vleermuizen betreft onderscheiden de bekeken kavels zich niet in bijzonder opzicht van de omgeving; hoewel ‘groen’, is overal sprake van korte vegetatie en/of gazons en ontbreken grote bomen met kronen die een onderscheidend leefgebied kunnen vormen voor vleermuizen; er is overal gebrek aan beschutting en potentiële rustplaatsen ontbreken.

Conclusie quick scan natuurwaarden Op basis van de condities aangetroffen tijdens de quick scan is geen aanvullende ontheffing van de Wnb noodzakelijk om tot ingebruikname van de bouwkavels op de drie locaties over te gaan. Aanvullend onderzoek is bovendien niet nodig omdat de functionaliteit voor beschermde soorten voldoende inzichtelijk is. Voor de omgang met Rugstreeppad bestaat reeds een ontheffing (kenmerk: ODH-201800010716) die op de afbouw van Oosterheem, inclusief de in de notitie besproken kavels, van toepassing is. Door middel van negen aanbevelingen wordt nader ingegaan op de omgang met deze soort ingegaan, in lijn met de bepalingen in de genoemde ontheffing.

Stikstofdepositie In het kader van de ontwikkeling is door KuiperCompagnons een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd. De rapportage is opgenomen als bijlage 7 bij deze onderbouwing. In het onderzoek is beoordeeld of de aanleg- en de gebruiksfase van de bouw en het gebruik van de 49 nieuwe woningen en 151 m2 commerciële ruimte in het plan Willem Dreeslaan in Zoetermeer leidt tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000gebieden. Uit dit onderzoek wordt geconcludeerd dat met zekerheid kan worden gesteld dat geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden door de aanleg en het gebruik van de 49 woningen en 151 m2 commerciële ruimte in het plan Willem Dreeslaan. Dit Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021

33

betekent dat significant negatieve effecten op de instandhouding van die gebieden kunnen worden uitgesloten en dat de Wet natuurbescherming niet leidt tot belemmeringen voor de ontwikkelingen in dit plan.

Overige aspecten Voor de overige aspecten als geluid en lichthinder kan worden gesteld dat gezien de afstand, schaal en omvang van de ontwikkeling geen negatieve effecten op natuurgebieden worden verwacht.

Toets gemeentelijk beleidskader Binnen de wijk Oosterheem komt de rugstreeppad voor. Het vestigingsrisico van het plangebied wordt laag ingeschat, omdat de locatie geïsoleerd ligt, omsloten door bebouwing en infrastructuur en relatief ver ligt van nog resterende plaatsen waar de rugstreeppad recent is aangetroffen. Graaf- en bouwrijpwerkzaamheden kunnen deze situatie veranderen. Daarom worden tijdens dergelijke werkzaamheden voorzorgsmaatregelen getroffen, conform het Ecologisch werkprotocol Rugstreeppad 2017. Door middel van schermen wordt voorkomen dat de soort het plangebied kan betreden. Het plangebied is aangewezen als Laag-dynamisch stadsgroen in de Groenkaart van Zoetermeer (afbeelding 6.1). De Groenkaart zet in op een duurzame, samenhangende recreatieve en ecologische groenstructuur voor de stad, die is verbonden met het regionale netwerk. Dit gebeurt onder meer door het versterken van de samenhang van de groene ruimte en het verhogen van de biodiversiteit.

Afbeelding 6.1: Groenkaart Zoetermeer, de ligging van het plangebied is zwart omcirkeld

De mate van ontwikkeling wordt bepaald door de dynamiek. Een groot deel van het groen in de categorie ‘stadsgroen’ is laagdynamisch. Dat wil zeggen dat het bij ontwikkelingen vooral om kleinere Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021

34

voorzieningen gaat, zoals recreatieve functies, een (groene) speelplek, of een horecavoorziening, die passen binnen het specifieke gebied. Eventueel is groencompensatie afdwingbaar bij ontwikkelingen in afwijking van het bestemmingsplan die ten koste gaan van de groenfunctie en/of de groenbeleving. Groencompensatie gaat in dit geval in eerste instantie om investeren in een goede openbare ruimte met sterke verbindingen en meer geconcentreerd groen met een hogere kwaliteit. Dit wordt meegenomen in de betreffende grondexploitatie en/ of een anterieure overeenkomst op basis van een stedenbouwkundig plan of gebiedsvisie. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een beplantingsplan opgesteld, tevens opgenomen als bijlage 9 bij deze onderbouwing. Hierin is het ontwerp van de buitenruimte inclusief beoogde beplanting weergegeven. Hierin is rekening gehouden met gebiedseigen soorten beplanting en een hoge diversiteit aan soorten gras, bloemen, bomen en struiken. Deze diversiteit aan beplanting zorgt voor een grotere biodiversiteit, wat de kwaliteit van het groen op de locatie versterkt. De watergang aan de noordzijde van het plangebied betreft een groene corridor die in het plan versterkt kan worden. De maatregelen die hiervoor genomen worden zijn het planten van een heg tussen het voetpad en het parkeerterrein.

Dit verhoogt de beleving vanaf zowel het voetpad (beperkt zicht op de geparkeerde auto’s) als vanaf het parkeerterrein (natuurlijker beeld). De toegepaste straatverlichting is gericht op de nieuw te realiseren appartementengebouw en het bijbehorende parkeerterrein. Door het toepassen van gerichte verlichting kan de uitstraling naar de groene corridor voorkomen worden. Aan de andere zijde van het plangebied, tussen de groene invulling aan de zuidkant van het appartementsgebouw en het voet- en fietspad parallel aan de Willem Dreeslaan, wordt een groene heg geplaatst. Hiermee krijgt het plangebied ook vanaf de weg een eenduidig, groen en aantrekkelijk beeld. Op het parkeerterrein zullen tussen de diverse parkeerkoffers heesters worden ingeplant om enerzijds de waterberging te verhogen en anderzijds de (groene) beleving op het terrein positief te beïnvloeden. Dit zorgt bovendien voor een grotere variëteit aan beplanting. De onderhoudsstrook rondom het appartementengebouw wordt voorzien van grasbetontegels om het grasveld aan de voor- en zijkant niet onnodig te verharden. De gevel is voorzien van open stootvoegen zodat dieren hier desgewenst kunnen invliegen. Aan het pand zullen een aantal vleermuiskasten bevestigd worden zodat ten opzichte van de huidige situatie een toename van het aantal verblijfsplaatsen plaatsvindt. Dit gebeurt op de dakopbouw op de bovenste verdieping.

De open stootvoegen zijn aan alle zijden van het pand voorzien. Dit betekent dat iedere windrichting is voorzien. Dit komt ook ten goede aan de eventuele verstoring van straatlantaarns. Het aantal open stootvoegen is conform opgave van constructeur: naar verwachting 1 per 3 m2 gevel. Achter de open stootvoegen bevindt zich een luchtspouw van 40 mm. Nadere principedetails zijn opgenomen in de bouwaanvraag. De binnenzijde is voldoende ruw (achterzijde metselwerk) om te kunnen bekruipen door eventuele vleermuizen. 6.3

Conclusie

De aanbevelingen uit de quick scan natuurwaarden worden in acht genomen. Het plan is in lijn met het groenbeleid van de gemeente Zoetermeer en draagt bij aan biodiversiteit op de planlocatie. Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021

35

7.

Milieuaspecten

7.1 M.e.r.-beoordeling Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage of te wel m.e.r. ontwikkeld. De m.e.r.-beoordeling is een instrument met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. Voor ontwikkelingsprojecten die voorkomen in de D-lijst horende bij het besluit m.e.r. en de drempelwaarde niet overschrijden, zoals kleinschalige uitbreidingen van bestaande functies, dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden opgesteld. De voorgenomen ontwikkeling staat niet direct genoemd in de bijlage van het Besluit Milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Het dichtst in de buurt komt de beschrijving in de eerste kolom van onderdeel D onder 11.2 in de bijlage van het Besluit m.e.r.: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. In de tweede kolom staan de drempelwaarden genoemd voor deze activiteit, hierbij gaat het erom of de activiteit betrekking heeft op één van de volgende genoemde punten: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3.

een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De drempelwaarde van 2.000 woningen wordt met dit planvoornemen bij lange na niet gehaald. Dat neemt niet weg dat in dat geval een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden aan de hand van drie criteria zoals genoemd in bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r. (2011/92/EU): ▪ Kenmerken van het project; ▪ Plaats van het project; ▪ Kenmerken van het potentiële effect. Dit kan niet meer uitsluitend in de vorm van een paragraaf in de toelichting van het plan. Door de initiatiefnemer moet (vanwege een wijziging van het Besluit m.e.r.) een ‘aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling’ worden opgesteld. Dit geldt voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst die onder de drempelwaardes vallen. Om inzicht te geven in de effecten van de ontwikkeling, betreffende de bouw van een appartementenblok met circa 49 appartementen en 151 m2 commerciële ruimte, is een separate aanmeldnotitie opgesteld. Deze aanmeldnotitie wordt momenteel opgesteld en zal worden opgenomen in bijlage 3. In het kader van de voorliggende ontwikkeling zijn in voorgaande hoofdstukken en verderop in dit hoofdstuk diverse (milieu)aspecten zorgvuldig afgewogen. Per aspect is bepaald of de ontwikkeling gevolgen heeft voor de verschillende (milieu)aspecten.

Uit de afweging is gebleken dat de effecten niet van dien aard zijn dat een m.e.r.-beoordeling aan de orde is. Op grond van het voorgaande zijn belangrijke nadelige milieueffecten uitgesloten, waardoor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling of MER niet zinvol wordt geacht.

Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021

36

7.2

Bedrijven en milieuzonering

7.2.1 Kader Met voorliggend plan wordt de ontwikkeling van een appartementengebouw mogelijk gemaakt. In de omgeving van het projectgebied zijn diverse bedrijfsactiviteiten aanwezig. Om te kunnen beoordelen of ter plaatse van de ontwikkeling sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en te beoordelen of bestaande bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd, is aangesloten bij de VNGpublicatie “Bedrijven en milieuzonering”. Deze geeft per milieucategorie een “veilige” afstand voor de verschillende milieuaspecten, de zogenaamde richtafstand. Wanneer de richtafstand gerespecteerd wordt, kan verdere toetsing achterwege blijven en is de ontwikkeling mogelijk. In de VNG-publicatie wordt onderscheid gemaakt tussen de omgevingstypen “rustige woonwijk / rustig buitengebied” en “gemengd gebied”. 7.2.2 Onderzoek De projectlocatie is gelegen tussen een woonwijk en een bedrijventerrein, aan een doorgaande weg die behoort tot de hoofdinfrastructuur van Zoetermeer en direct naast de stadsverwarmingscentrale. Hierdoor is hier sprake van gemengd gebied, met een matige tot sterke functiemenging. De richtafstanden uit bijlage 1 van de VNG-publicatie kunnen daarom met één afstandsstap verlaagd worden zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat van een milieugevoelig object.

De onderstaande tabel geeft de aanwezige bedrijven in de directe omgeving weer met de daarbij behorende richtafstand.

1 2 3 4 5 6

Bedrijf

Categorie

Richtafstand ‘gemengd gebied’

WKC Eneco, Willem Dreeslaan 401 Cleanlease, Stephensonstraat 40 Businesscenter, Stephensonstraat 45 Etam Groep Retail B.V. Braakliggend terrein Stephensonstraat/Oostweg Kantoren aan de Willem Dreeslaan nummers 430, 432, 434 en 436 (bestemming ‘Gemengd -1’)

3.2 3.1 3.2 2 3.1 2

50 m 30 m 50 m 10 m 30 m 10 m

Tabel 1: Bedrijven en milieuzonering in de omgeving van de projectlocatie

De feitelijke afstanden van de genoemde bedrijven ten opzichte van de projectlocatie zijn weergegeven in afbeelding 7.1. Vervolgens worden de afzonderlijke bedrijven beschouwd.

Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021

37

Afbeelding 7.1: Afstanden tot omliggende bedrijven geprojecteerd op het vigerende bestemmingsplan en het inrichtingsplan

WKC Eneco De feitelijke afstand van de warmtekrachtcentrale tot de nieuwe bebouwing bedraagt circa 40 meter. Uit afbeelding 7.1 blijkt dat de beoogde ontwikkeling binnen de richtafstand is gelegen. Daarom is nader onderzoek uitgevoerd met betrekking tot de voor de WKC relevante aspecten geur en geluid.

Geur Door Buro Blauw is een geuronderzoek uitgevoerd (zie voorts paragraaf 7.4 en de onderzoeksrapportage in bijlage 1). Voor het aspect geur kan worden gesteld dat wordt ruim wordt voldaan aan de afstandsrichtlijn voor Geur welke door de VNG wordt gehanteerd in de handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’. Uit dit onderzoek blijkt voorts dat in het worst-case scenario (minimale verdunningsfactor en emissie-eisen van de gasgestookte WKC) geurhinder door NO2 emissies kan worden uitgesloten. Ook treedt door CxHy emissie bij aardgasverbranding geen geuremissie op. Tot slot is tevens geen visuele hinder door zichtbare rooksgascondensatie bij de gevel van de appartementen te verwachten. De Omgevingsdienst Haaglanden heeft ingestemd met het rapport (brief met datum 17 september 2019, kenmerk ODH-2019-00106396), en in mei 2020 is tevens een beschouwing gedaan van de waarneembaarheid van de rookgaspluim ten gevolge van de naastgelegen WKC Oosterheem, waarin eenzelfde conclusie wordt getrokken.

Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021

38

Geluid Om dit milieuaspect inzichtelijk te maken is door Peutz een akoestisch onderzoek opgesteld (zie bijlage 2). Uit dit onderzoek volgt dat maatregelen noodzakelijk zijn, namelijk de toepassing van dove gevels en het voorzien in geluidafschermende voorzieningen (afsluitbare buitenruimten en geluidboxen). Deze maatregelen zijn in het ontwerp opgenomen. Hiermee is geen sprake meer van een overschrijding van de geluidgrenswaarde en is derhalve geen sprake van een beperking van bedrijfsactiviteiten van de WKC.

Cleanlease Het perceel van Cleanlease is bestemd als “Bedrijventerrein” en heeft de specifieke aanduiding “bedrijf tot en met categorie 3.1”. De richtafstand voor milieucategorie 3.1 bedraagt 30 meter in “gemengd gebied”. De afstand van de grens van het bedrijfsperceel tot de meest nabijgelegen gevels van de woningen die met dit plan worden mogelijk gemaakt bedraagt circa 40 meter. Dit betekent dat de richtafstand van 30 meter ruimschoots gerespecteerd wordt. Nu de richtafstand ruimschoots gerespecteerd wordt, is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en wordt Cleanlease niet in haar bedrijfsvoering belemmerd.

Businesscenter Stephensonstraat Ten westen van het projectgebied, aan de Stephensonstraat 45, is een businesscenter gelegen. De panden vallen onder de aanduiding bedrijf tot en met categorie 3.2. De afstand van de grens van het bedrijfsperceel tot de meest nabijgelegen gevels van de woningen die met dit plan worden mogelijk gemaakt bedraagt circa 67 meter. Dit betekent dat de richtafstand van 50 meter ruimschoots gerespecteerd wordt. Hierdoor is redelijkerwijs sprake van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woningen.

Etam Groep Retail Aan de overzijde van de rotonde bevinden zich diverse kantoren van de Etam Groep Retail. Op deze locatie zijn bedrijven met milieucategorie 2 toegestaan. Met een afstand van meer dan 100 meter voldoet de locatie ruim aan de richtafstand van 10 meter.

Braakliggend terrein Stephensonstraat/Oostweg Het perceel aan de Stephensonstraat/Oostweg is bestemd als “Bedrijventerrein” en heeft de specifieke aanduiding “bedrijf tot en met categorie 3.1”. De richtafstand voor milieucategorie 3.1 bedraagt 30 meter in “gemengd gebied”. De afstand van de grens van het bedrijfsperceel tot de meest nabijgelegen gevels van de woningen die met dit plan worden mogelijk gemaakt bedraagt circa 40 meter. Dit betekent dat de richtafstand van 30 meter ruimschoots gerespecteerd wordt.

Kantoren aan de overzijde van de Willem Dreeslaan De kantoren aan de Willem Dreeslaan 430, 432, 434 en 436 zijn in het bestemmingsplan aangewezen als gemengde bestemming. Op grond van deze bestemming is maximaal milieucategorie 2 toegestaan, met een bijbehorende richtafstand van 10 meter. De afstand van de grens van het bedrijfsperceel tot de meest nabijgelegen gevels van de woningen die met dit plan worden mogelijk gemaakt bedraagt circa 44 meter. Dit betekent dat de richtafstand van 10 meter ruimschoots gerespecteerd wordt. 7.2.3 Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021

39

7.3

Geluid

7.3.1 Kader Op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) is er langs wegen een zone waarbinnen akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd. De Wgh verlangt inzicht in de akoestische effecten bij de realisatie van nieuwe geluidsgevoelige objecten, zoals woningen. Middels deze ruimtelijke onderbouwing wordt een geluidsgevoelig object mogelijk gemaakt. Er vindt een geluidsbelasting plaats op de gevel van het appartementengebouw. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is gekeken naar de optredende geluidsniveaus ten gevolge van wegverkeerslawaai. 7.3.2 Onderzoek Door Peutz is een akoestisch onderzoek uitgevoerd in het kader van een bestemmingswijziging voor realisatie van de gewenste woonbestemmingen. De rapportage is opgenomen als bijlage 2 bij deze ruimtelijke onderbouwing. Doel van het onderzoek is het bepalen van de optredende geluidniveaus ten gevolge van het wegverkeer op de diverse gevels van het appartementengebouw en deze te toetsen aan wettelijke geluidgrenswaarden en het hogere waardenbeleid van de gemeente Zoetermeer, alsmede deze te beoordelen in het kader van het akoestische woon- en leefklimaat.

Conclusie onderzoeksresultaten

Uit het onderzoek blijkt dat de berekende geluidbelasting ten gevolge van de WKC, zonder maatregelen, op delen van het geplande appartementengebouw meer dan de grenswaarde uit het Activiteitenbesluit milieubeheer van 50 dB(A)-etmaalwaarde bedraagt. In het ontwerp zijn maatregelen opgenomen, namelijk de toepassing van dove gevels en het voorzien in geluidafschermende voorzieningen (afsluitbare buitenruimten en geluidboxen). Hiermee is geen sprake meer van een overschrijding van de geluidgrenswaarde en is derhalve geen sprake van een beperking van bedrijfsactiviteiten van de WKC. Teneinde de woningen te kunnen realiseren zijn de volgende hogere waarden noodzakelijk: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Willem Dreeslaan: 56 dB (19 woningen), 51 dB (6 woningen) en 50 dB (1 woning); Stephensonstraat: 56 dB (6 woningen), 55 dB (7 woningen), 53 dB (4 woningen), 51 dB (1 woning), 50 dB (1 woning) en 49 dB (1 woning); Tobias Asserlaan: 50 dB (9 woningen) en 49 dB (6 woningen); Oostweg: 50 dB (2 woningen) en 49 dB (2 woningen).

In het ontwerp zal voor de woningen waarvan de geluidbelasting vanwege een weg meer dan 53 dB bedraagt middels voorzieningen een geluidluwe buitenruimte in de vorm van een loggia worden gerealiseerd. Uitsluitend voor de woningen aan de zuidoostzijde zal een geluidluwe buitenruimte worden gerealiseerd middels een uitkragende (afsluitbare) buitenruimte. Deze (afsluitbare) buitenruimte is echter wel standaard voorzien van een kleine opening, waardoor zonder de buitenruimte te openen, sprake is van buitenluchtcondities in de buitenruimte. Hiermee wordt voldaan aan de eisen uit het hogere waardenbeleid van de gemeente Zoetermeer. Geconcludeerd wordt dat er vanuit akoestisch oogpunt geen belemmeringen zijn voor het realiseren van het geplande appartementengebouw aan de Willem Dreeslaan te Zoetermeer. 7.3.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat er vanuit akoestisch oogpunt geen belemmeringen zijn voor het realiseren van het geplande appartementengebouw aan de Willem Dreeslaan te Zoetermeer.

Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021

40

7.4

Luchtkwaliteit en geurhinder

7.4.1 Kader Het onderzoek naar luchtkwaliteit wordt uitgevoerd op grond van hoofdstuk 5, titel 5.2 ‘Luchtkwaliteitseisen’ van de Wet milieubeheer. De titel 5.2 ‘Luchtkwaliteitseisen’ is beter bekend als de Wet luchtkwaliteit. De kern van de Wet luchtkwaliteit is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL is een bundeling maatregelen op regionaal, nationaal en internationaal niveau die de luchtkwaliteit verbeteren en waarin alle ruimtelijke ontwikkelingen/projecten zijn opgenomen die de luchtkwaliteit in belangrijke mate verslechteren. Het doel van de NSL is om overal in Nederland te voldoen aan de Europese normen voor de luchtverontreinigende stoffen. Voor wegverkeer zijn stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM2,5) de belangrijkste stoffen. De in de Wet luchtkwaliteit gestelde norm voor NO2 en PM10 jaargemiddelde grenswaarde is voor beide stoffen 40 µg/m3. Daarnaast mag de PM10 24 uurgemiddelde grenswaarde van 50 µg/m3 maximaal 35 keer per jaar worden overschreden. De jaargemiddelde grenswaarde voor zeer fijnstof (PM2,5) bedraagt 25 µg/m3. Met het van kracht worden van het NSL zijn de tijdstippen waarop moet worden voldaan aan de jaargemiddelde grenswaarden NO2 en PM10 aangepast. Voor PM10 is dat 11 juni 2011 en 1 januari 2015 voor NO2. De grenswaarde voor PM2,5 is vanaf 1 januari 2015 van toepassing.

Naast de introductie van het NSL is het begrip ‘niet in betekenende mate bijdragen’ (NIBM) een belangrijk onderdeel van de Wet luchtkwaliteit. Een project draagt NIBM bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO2 en PM10 jaargemiddelde concentraties niet meer toenemen dan 1,2 µg/m3. In dat geval is de ontwikkeling als NIBM te beschouwen. Een ruimtelijke ontwikkeling vindt volgens de Wet luchtkwaliteit doorgang als ten minste aan één van de volgende voorwaarden is voldaan: - de ontwikkeling is opgenomen in het NSL; - de ontwikkeling aangemerkt wordt als een NIBM-project; - de gestelde grenswaarden in bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit niet worden overschreden; - projectsaldering kan worden toegepast. Voor zover de ruimtelijke ontwikkeling is opgenomen in het NSL of de ontwikkeling kan worden aangemerkt als NIBM-project is toetsing aan de grenswaarden van de Wet luchtkwaliteit niet nodig. 7.4.2 Onderzoek De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de bouw van circa 49 appartementen en 150 m2 commerciële ruimte. Deze ontwikkeling valt binnen de NIBM-regeling van de Wet luchtkwaliteit. Om deze reden is geen onderzoek noodzakelijk naar het effect op de concentraties van de luchtverontreinigende stoffen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening worden in deze paragraaf de jaargemiddelde concentraties ter plaatse van het projectgebied in beeld gebracht.

Ook is eventuele potentiële overlast als gevolg van de emissies naar de lucht door de nabijgelegen warmte-krachtcentrale (WKC) en nabijgelegen bedrijven met een hoge milieucategorie (> 3.1) onderzocht. De conclusies worden verderop in deze paragraaf behandeld.

Goede ruimtelijke ordening (NSL-monitoringstool) Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021

41

Voor de volledigheid zijn de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 bepaald ter plaatse van het projectgebied. Met de NSL-monitoringstool zijn langs de belangrijkste wegen (de Willem Dreeslaan, de Oostweg en de Stephensonstraat)) de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 bepaald. In afbeelding 7.2 zijn de jaargemiddelde concentraties weergegeven voor het peiljaar 2020 ter hoogte van de projectlocatie.

Afbeelding 7.2 overzicht concentraties NO2, PM10 en PM2,5, peiljaar 2020 (NSL-monitoringstool).

Uit deze afbeelding blijkt dat de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 ter plaatse van het projectgebied voor de voorgenoemde stoffen niet meer bedragen dan respectievelijk 21,9 µg/m3, 19,3 µg/m3 en 11,5 µg/m3. De jaargemiddelde grenswaarde van 40 µg/m3 (voor NO2 en PM10) en 25 µg/m3 (voor PM2,5) wordt dan ook niet overschreden.

Warmtekrachtcentrale

Door Buro Blauw is een geuronderzoek uitgevoerd (Peutz, april 2020). De volledige rapportage is opgenomen als bijlage 1. Doel van dit onderzoek is het vaststellen van het woon- en leefklimaat binnen het plangebied. Hierbij is onderzocht of er hinder kan ontstaan bij de nieuw te realiseren woningen als gevolg van de emissies naar de lucht door de nabijgelegen warmte-kratcentrale (WKC). Ook wordt gegeven naar geurhinder ten aanzien van het nabijgelegen bedrijf Cleanlease, welke valt in de milieucategorie 3.1. Uit het rapport kan ten aanzien van geur het volgende worden geconcludeerd: 1. Voor zowel de WKC als Cleanlease wordt ruim voldaan aan de afstandsrichtlijn voor geur welke door de VNG wordt gehanteerd. Op basis hiervan is geurhinder niet uit te sluiten, maar wel onwaarschijnlijk. 2. In een eerder onderzoek is de minimale verdunning van de rookgassen afkomstig van de WKC berekend, welke bij de gevel van he gebouw wordt bereikt. Indien worst-case wordt uitgegaan van de minimale verdunningsfactor en de emissie-eisen van de gasgestookte WKC, is het waarnemen van geur onwaarschijnlijk. Het optreden van geurhinder door NO2 emissies kan worden uitgesloten. Tevens treedt door CxHy emissie bij aardgasverbranding geen geuremissie op.

Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021

42

3. Visuele hinder in de vorm van waterdamp is ter hoogte van de gevel onwaarschijnlijk. De gewijzigde uitgangspunten ten opzichte van eerdere berekeningen zijn gunstig, waardoor de kans van het optreden van een zichtbare rookgaspluim bij de gevel nog kleiner wordt. Visuele hinder door zichtbare rookgascondensatie bij de gevel van de appartementen is niet te verwachten. Om eventuele hinder van een rookgaspluim van de WKC uit te sluiten, is aanvullend onderzoek uitgevoerd (Peutz, mei 2020). Uit het onderzoek, dat is opgenomen als bijlage 6, kan worden geconcludeerd dat ten aanzien van de zichtbaarheid van de rookgaspluim van de WKC, condensvorming ter hoogte van de geplande woningen normaliter niet te verwachten is. Door zeer hoge luchtvochtigheid tijdens zeer koude perioden kan de pluim incidenteel wel kortstondig ter plaatse van de geplande woningen zichtbaar zijn. 7.4.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen oplevert voor de voorgenomen ontwikkeling. 7.5

Bodemkwaliteit

7.5.1 Kader

Wet bodembescherming De Wet bodembescherming (Wbb) voorziet in maatregelen indien sprake is van ernstige bodemverontreiniging. Het doel van de Wbb is in de eerste plaats het beschermen van de (land- of water-) bodem zodat deze kan worden benut door mens, dier en plant, nu en in de toekomst. Via de Wbb heeft de Rijksoverheid de mogelijkheid algemene regels te stellen voor de uitvoering van werken, het transport van stoffen en het toevoegen van stoffen aan de bodem. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem, waarop deze ontwikkelingen gaan plaatsvinden, geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij nieuwbouwactiviteiten dient de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te zijn gebracht. In het algemeen geldt dat nieuwe bestemmingen bij voorkeur op een schone bodem dienen te worden gerealiseerd. De sanering van gevallen van ernstige bodemverontreiniging is geregeld via de Wet bodembescherming.

Besluit bodemkwaliteit Het Besluit bodemkwaliteit (2008) regelt de kwaliteit van werkzaamheden in de bodem en het hergebruik van secundaire bouwstoffen, grond en baggerspecie. 7.5.2 Onderzoek Uitgangspunt is dat bij ontwikkelingen de bodemkwaliteit geschikt is voor de toekomstige functie. In de huidige situatie is het projectgebied bestemd voor gemengde doeleinden. In de toekomstige situatie wordt een woonfunctie gerealiseerd. Om deze reden dient onderzoek te worden uitgevoerd naar de bodemkwaliteit ter plaatse. Door VanderHelm Milieubeheer is in april 2019 een bodemonderzoek uitgevoerd, en opgenomen als bijlage 4 bij deze onderbouwing. Doelstelling van het onderzoek is het bepalen of het terrein, milieuhygiënisch gezien, geschikt is voor de voorgenomen ontwikkeling. Het onderzoek is uitgevoerd voor meerdere deellocaties, te weten deellocatie 1, 2, 4, 11, 13, 14 en 16. Voorliggend projectgebied omvat deellocatie 4: het perceel aan de Willem Dreeslaan - Stephensonstraat te Zoetermeer. De onderzoeksresultaten en conclusie voor deze locatie zijn hieronder toegelicht.

Grond Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021

43

De concentraties van de geanalyseerde parameters voldoen aan de achtergrondwaarde. De grond is getoetst aan de normen van het Besluit bodemkwaliteit en is indicatief Altijd Toepasbaar. Ter plaatse van de gedempte sloten is geen dempingsmateriaal aangetroffen, tevens zijn in de ondergrond geen verhoogde concentraties aangetroffen. Aangenomen mag worden dat de sloten gedempt zijn met gebiedseigen grond of met dezelfde grond waarmee het gebied is opgehoogd.

Grondwater De concentraties van de geanalyseerde parameters overschrijden maximaal de streefwaarde.

Asbest In de grondmengmonsters ASB401 en ASB402 zijn geen asbestconcentraties boven de bepalingsgrens gemeten. De totaal gewogen asbestconcentratie overschrijdt niet het criterium voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.).

Asfalt Om te bepalen of de aangetroffen laag asfalt mogelijk een risico betreft voor de milieuhygiënische kwaliteit van de ondergrond is de asfaltkolom geanalyseerd door middel van een PAK-detector. In het monster van het asfalt is PAK-detector geen fluorescentie waargenomen. Omdat de hoeveelheid vrijkomend asfalt waarschijnlijk minder dan 20 ton betreft, is geen DLC analyse uitgevoerd. Het asfalt mag conform de CROW 210 als teervrij worden beschouwd.

CROW400 Voor werkzaamheden in de grond is geen veiligheidsklasse van toepassing.

Conclusie Geconcludeerd wordt dat milieuhygiënisch gezien geen belemmeringen aanwezig zijn voor de voorgenomen herontwikkeling van deellocatie 4. Ter onderbouwing wordt tevens geconcludeerd dat: ▪ de grond niet verontreinigd is met de geanalyseerde parameters; ▪ het grondwater maximaal licht verontreinigd is met de geanalyseerde parameters; ▪ in de grond geen asbestconcentraties boven de bepalingsgrens zijn gemeten en de totaal gewogen asbestconcentratie niet het criterium voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.) overschrijdt; ▪ de aangetroffen asfaltlaag op basis van de beperkte omvang en het ontbreken van fluoriscentie in de PAK-detector als niet teerhoudend beschouwd mag worden; ▪ visueel zowel op het maaiveld als in het opgeboorde materiaal geen asbestverdachte plaatmaterialen zijn aangetroffen. 7.5.3 Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor voorliggend plan. 7.6

Externe veiligheid

7.6.1 Kader Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de

Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021

44

nabijheid van de locatie waarop het Wro besluit betrekking heeft en dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, berekend te worden.

Plaatsgebonden risico Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. De normstelling heeft de status van een grenswaarde die niet overschreden mag worden. Voor kwetsbare objecten wordt in zowel bestaande als nieuwe situaties het niveau van 10-6 per jaar als grenswaarde gehanteerd. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten zijn alleen toegestaan onder een gewichtige motivering. Bestaande beperkt kwetsbare objecten zijn toegestaan binnen de PR 10-6 contour.

Groepsrisico Het GR kan worden beschouwd als de maat van maatschappelijke ontwrichting in geval van een calamiteit (en drukt dus de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal 10 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit). De normstelling heeft de status van een oriënterende waarde. Deze waarde is geen vastgestelde wettelijke norm. Voor het bevoegd gezag geldt met betrekking tot het GR wel een verantwoordingsverplichting.

Verantwoording groepsrisico Binnen het invloedsgebied geldt dat voor ieder ruimtelijk plan groepsrisicoverantwoording verplicht is. Een verantwoording is een kwalitatieve beschrijving over de waarde van het groepsrisico, maatregelen, zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Het advies van de veiligheidsregio speelt hierbij een belangrijke rol. Bij complexe projecten ligt doorgaans een proces van overleg met veiligheidsdeskundigen ten grondslag.

Regelgeving transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. De normstelling is in lijn met het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Daarmee zijn nieuwe kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 contour niet toegestaan. Ook is vastgesteld dat wanneer binnen het invloedsgebied van een buisleiding een ruimtelijk besluit wordt genomen, de verantwoordingsplicht van toepassing is. Het Bevb gaat uit van een belemmerde strook van 4 of 5 meter, afhankelijk van de werkdruk en stof. Voor deze strook geldt een bouwverbod en een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden. Net als bij het Bevi worden de risicoafstanden en rekenmethodiek die volgen uit het Bevb opgenomen in een regeling, de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb). 7.6.2 Onderzoek

Risicobronnen Met de voorgenomen ontwikkeling wordt de realisatie van nieuwe kwetsbare objecten mogelijk gemaakt, namelijk woningen. Met behulp van de Risicokaart is daarom onderzocht of er relevante risicobronnen in de directe nabijheid van het projectgebied liggen. Hierbij is zowel gekeken naar de plaatsgebonden risico-contouren groter dan 10-6/jaar als individuele risico-elementen, te weten

Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021

45

risicovolle inrichtingen (bedrijfsactiviteiten), transport van gevaarlijke stoffen en luchtvaart (afbeelding 7.3).

Afbeelding 7.3 uitsnede risicokaart, de globale ligging van het projectgebied is zwart omcirkeld (Risicokaart.nl).

Uit de risico-inventarisatie blijkt dat er binnen een straal van minimaal 900 meter zich geen relevante risicobronnen bevinden. Voor zowel het PR (risicocontour) als het GR (invloedsgebied) geldt dat de projectlocatie niet binnen de risicocontouren valt van bedrijven die zich op nog grotere afstand bevinden en wel risicovol zijn. De warmtekrachtcentrale in de nabijheid van het projectgebied valt niet onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en vormt in het kader van externe veiligheid geen belemmering voor het te ontwikkelen appartementengebouw.

Transport gevaarlijke stoffen over de weg De projectlocatie ligt niet binnen het groepsrisico-aandachtsgebied (oftewel, binnen een afstand van 200 meter) van een A- of N-weg zoals benoemd in het Basisnet. Binnen de directe omgeving van het planvoornemen vindt geen transport van gevaarlijke stoffen over de weg plaats.

Transport gevaarlijke stoffen over het spoor In de directe omgeving van het planvoornemen liggen geen spoorlijnen waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Nadere toetsing is dan ook niet noodzakelijk.

Transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen In de directe omgeving van het planvoornemen zijn geen buisleidingen gelegen voor het transport van gevaarlijke stoffen. 7.6.3 Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de ontwikkelingen in dit plan.

Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021

46

8.

Technische infrastructuur en overige belemmeringen

8.1

Technische infrastructuur

Leidingen die planologisch van belang zijn dienen te worden opgenomen in een ruimtelijk plan. In woongebieden liggen vaak meerdere transportleidingen die van groot belang zijn voor de drinkwatervoorzieningen van een gebied. Als gevolg van het steeds intensiever gebruik van de openbare ruimte vormt de ligging van het transportnet een aandachtspunt bij diverse planvormingen voor infrastructuur, woningbouw, kantoorlocaties, etc. Om te voorkomen dat in een vrij laat stadium de aanwezigheid van de leidingen wordt geconstateerd, wordt preventief informeren als geschikt middel gezien. In het voorliggende projectgebied zijn geen planologisch relevante watertransportleidingen aanwezig. In verband met eventuele (grond)werkzaamheden is het tevens van belang de ligging van planologisch relevante gasleidingen aan te geven. In het gebied zijn echter geen relevante gasleidingen aanwezig.

Conclusie Het aspect technische infrastructuur levert, gezien het bovenstaande, geen belemmering op voor deze ontwikkeling. 8.2 Overige belemmeringen Naast de hiervoor beschreven milieuaspecten kunnen er nog andere belemmeringen in of nabij het projectgebied aanwezig zijn die van invloed kunnen zijn op de planvorming, zoals straalpaden, planologisch relevante kabels en leidingen (zoals waterleidingen of rioleringsleidingen), beschermingszones en dergelijke. In de directe nabijheid van het projectgebied zijn geen relevante kabels of leidingen aanwezig. Het aspect ‘overige belemmeringen’ leidt niet tot gevolgen voor dit plan.

Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021

47

9.

Uitvoerbaarheid

9.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De voorliggende ontwikkeling voorziet in de bouw van appartementen aan de Willem Dreeslaan, gelegen binnen het stedelijk gebied van Zoetermeer. Het plan sluit aan op de grote behoefte aan woningbouw in de gemeente. Het plan heeft geen negatieve gevolgen op het gebied van milieu. Bovendien heeft een participatietraject plaatsgevonden. Op 17 mei 2018 was er een eerste inloopavond voor omwonenden en andere betrokkenen met informatie over de nieuwbouwplannen aan de Willem Dreeslaan/hoek Stephensonstraat. Tijdens deze bijeenkomst waren naar schatting 60 bezoekers aanwezig. Bezoekers kregen een toelichting, konden op de plannen reageren en vragen stellen aan de architect, Van der Kooy Vastgoed en gemeente. Naar aanleiding van de reacties en vragen zijn wijzigingen doorgevoerd in de onderbouwing. Er is in de voorliggende onderbouwing onder meer uitgebreid aandacht besteed aan mogelijke overlast ten aanzien van de warmtecentrale Oosterheem en eventuele nadelige gevolgen voor buurtbewoners en omliggende bedrijven. Via de website https://www.vdk.nl/nl/object/project-willem-dreeslaan worden geïnteresseerden op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen. De planologische procedure wordt doorlopen aan de hand van een omgevingsvergunning, die gezien de buitenplanse afwijking van het bestemmingsplan de uitgebreide procedure kent.

Op grond van artikel 2.12 van de Wabo is op de voorgenomen planontwikkeling afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Dit houdt in dat het ontwerpbesluit zes weken ter inzage wordt gelegd. Iedereen kan mondeling of schriftelijk een zienswijze indienen betreffende het ontwerpbesluit. Binnen twaalf weken na de termijn van terinzagelegging wordt beslist over de vaststelling. Gezien bovenstaande kan worden gesteld dat de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan voldoende is geborgd. 9.2

Financiële uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een ruimtelijk besluit dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. De gemeenteraad kan besluiten om geen exploitatieplan op te stellen door het kostenverhaal anderszins te verzekeren voor het sluiten van een (anterieure) exploitatieovereenkomst met de grondeigenaar van het bouwplan. In casu zijn de kosten voor de beoogde ontwikkeling en eventuele daaruit voortvloeiende planschadeclaims in zijn geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Gezien bovenstaande wordt de ontwikkeling financieel uitvoerbaar geacht.

Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021

48

10.

Besluitvlak

Zie volgende pagina

Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021

Plangebied Besluitvlak

Definitief OVERLEG

Gemeente Zoetermeer

TERINZAGELEGGING ONTWERP

Ruimtelijke Onderbouwing

VASTGESTELD

Willem Dreeslaan IDN

GEWIJZIGD

NL.IMRO

*

WERKNR.

619.119.70

SCHAAL

1:1000

N

FORMAAT PROJECTMAP

\\kc-filer\Project\619\119\70\3 Projectresultaat\verbeelding\dwg

DATUM 21 september 2020

BESTAND

GETEKEND

BLAD

RO-BP-61911970-VB-VA.dwg

gj

KuiperCompagnons Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Architectuur, Landschap BV City & Regional Planning, Urban Design, Architecture, Landscape

Postadres: Postbus 13042 3004 HA Rotterdam Bezoekadres: Van Nelleweg 3042 3044 BC Rotterdam Telefoon: 010 433 00 99 DATUM PLOT USER

21-9-2020 GJacobson

A3

E-mail: kuiper@kuiper.nl Internet: www.kuiper.nl

e-mail: kuiper@kuiper.nl www.kuiper.nl Van Nelle Ontwerpfabriek Gebouw Thee 0 Van Nelleweg 3042 3044 BC Rotterdam T 010 433 00 99 F 010 404 56 69

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=042f8370-4654-40de-b619-3f4ec0e00e12