Bijlage 5 - Ruimtelijke onderbouwing met bijlagen d.d. 5 januari 2021
Tekst van het document
Gemeente Zoetermeer
Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief
5 januari 2021
Gemeente Zoetermeer
Ruimtelijke Onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief
Inhoud: - ruimtelijke onderbouwing - besluitvlak
werknummer: 619.119.70 datum: 5 januari 2021 bestand: J:\619\119\70\3.projectresultaat\b.definitief Procedureoverzicht Fase
Datum
Concept
27 september 2019
Definitief
5 januari 2021
KuiperCompagnons BV Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Architectuur, Landschap Rotterdam
2
Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021
3
Inhoudsopgave 1.
Inleiding...................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding .....................................................................................................................5 1.2 Doel van het project ......................................................................................................6 1.3 Ligging projectgebied .....................................................................................................6 1.4 Geldend plan .................................................................................................................6 2. Planbeschrijving.......................................................................................................... 9 2.1 Bestaande situatie .........................................................................................................9 2.2 Toekomstige situatie .................................................................................................... 10 3. Algemeen beleidskader ............................................................................................. 16 3.1 Beleid regio, provincie, Rijk ..........................................................................................
16 3.2 Beleid gemeente .......................................................................................................... 20 4. Archeologie en cultuurhistorie .................................................................................. 23 4.1 Wettelijk en beleidskader ............................................................................................. 23 4.2 Onderzoek ................................................................................................................... 23 4.3 Conclusie ..................................................................................................................... 23 5. Water ........................................................................................................................ 24 5.1 Wettelijk en beleidskader ............................................................................................. 24 5.2 Watertoets .................................................................................................................. 26 5.3 Conclusie ..................................................................................................................... 29 6. Flora en fauna ...........................................................................................................
30 6.1 Kader .......................................................................................................................... 30 6.2 Onderzoek ................................................................................................................... 31 6.3 Conclusie ..................................................................................................................... 34 7. Milieuaspecten .......................................................................................................... 35 7.1 M.e.r.-beoordeling ....................................................................................................... 35 7.2 Bedrijven en milieuzonering .......................................................................................... 36 7.3 Geluid ......................................................................................................................... 39 7.4 Luchtkwaliteit en geurhinder......................................................................................... 40 7.5 Bodemkwaliteit ............................................................................................................ 42 7.6 Externe veiligheid ........................................................................................................ 43 8.
Technische infrastructuur en overige belemmeringen............................................... 46 8.1 Technische infrastructuur ............................................................................................. 46 8.2 Overige belemmeringen ............................................................................................... 46 9. Uitvoerbaarheid ........................................................................................................ 47 9.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................................. 47 9.2 Financiële uitvoerbaarheid ............................................................................................ 47 10. Besluitvlak ................................................................................................................ 48
Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021
4
Separate bijlagen Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7: Bijlage 8: Bijlage 9:
Evaluatie potentiële invloed nabijgelegen warmte-krachtcentrale, Buro Blauw, d.d. 8 april 2020 Onderzoek industrie- en wegverkeerslawaai, Peutz, rapportnummer O 15801-3-RA-004, d.d. 22 december 2020 Aanmeldnotitie M.e.r.-beoordeling, KuiperCompagnons, d.d. 30 september 2019 Verkennend milieukundig (asbest- en water)bodemonderzoek voor diverse deellocaties in Zoetermeer, VanderHelm Milieubeheer, d.d. 26 april 2019 Quickscan beschermde natuurwaarden bouwkavels Oosterheem, Bureau Stadsnatuur, d.d. 5 juni 2019 Beschouwing rookgaspluim WKC Oosterheem, Peutz, rapportnummer O 15801-1-RA-004, d.d. 20 mei 2020 Stikstofdepositie, KuiperCompagnons, 18 september 2020 Definitief (technisch) ontwerp, Klunder Architecten, d.d. 16 januari 2020 Beplantingsplan - ontwerp buitenruimte Willem Dreeslaan Zoetermeer
Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021
5
1.
Inleiding
1.1 Aanleiding Aan de Willem Dreeslaan, gelegen in de Vinex-wijk Oosterheem ten oosten van de kern Zoetermeer, zijn concrete plannen aanwezig voor de herinrichting van het perceel met een appartementengebouw. Het perceel bestaat momenteel uit een onbebouwde groene ruimte. De locatie heeft op dit moment in het geldende bestemmingsplan een gemengde bestemming en aan het perceel zijn drie (vooralsnog onbebouwde) aaneengeschakelde bouwvlakken toegekend. Het huidige bestemmingsplan gaat uit van een kantoorgebouw met een hoogte van respectievelijk 10 en 25 meter, georiënteerd op de Willem Dreeslaan. Door gewijzigde marktomstandigheden en grote druk op de woningmarkt in Zoetermeer is besloten de locatie in te vullen met woningbouw en een commerciële ruimte op de begane grond. Eind 2017 is tussen de gemeente Zoetermeer en een ontwikkelaar een reserveringsovereenkomst gesloten om op het perceel woningen te realiseren. Het definitief ontwerp gaat uit van een appartementenblok met een bouwhoogte van circa 25 meter. Het plan voorziet in 49 appartementen, 150 m2 commerciële ruimte op de begane grond, een groene buitenruimte aan de Willem Dreeslaan en voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein. Het plan en de aanleiding hiertoe worden nader toegelicht in hoofdstuk 2.
Het projectgebied is gelegen op grond van het kadastrale perceelnummer 4465, op de kruising van de Stephensonstraat en de Willem Dreeslaan. De Willem Dreeslaan vormt de doorgaande ontsluitingsweg van de nieuwbouwwijk Oosterheem, en loopt richting het zuiden over in de Oostweg. Via de zuidelijk gelegen Australiëweg is het projectgebied vervolgens verbonden met het stadscentrum van Zoetermeer, rijksweg A12 en de Nieuwe Hoefweg (N209). De globale ligging van het projectgebied is weergegeven in afbeelding 1.1.
Afbeelding 1.1: globale ligging van het projectgebied ten oosten van de kern Zoetermeer cirkel is bijna niet te zien
Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021
6
1.2 Doel van het project De realisatie van het appartementenblok is niet mogelijk binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Oosterhage / Businesspark Oosterheem’ (kenmerk NL.IMRO.0637.BP00002- 0004), zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Zoetermeer op 16 augustus 2013. Om de gewenste ontwikkeling in juridisch-planologische zin mogelijk te maken, wordt een omgevingsvergunning aangevraagd voor het afwijken van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c juncto artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Deze omgevingsvergunning dient gepaard te gaan met een goede ruimtelijke onderbouwing, waarin diverse (milieu)aspecten worden afgewogen. In het voorliggende document, de ruimtelijke onderbouwing bij de omgevingsvergunning, wordt hieraan invulling gegeven. 1.3 Ligging projectgebied Het projectgebied is gelegen op de hoek van de Stephensonstraat en de Willem Dreeslaan, direct ten noorden van de rotonde. De noordwestzijde van het projectgebied wordt begrensd door een watergang, met aan de overzijde een groenzone en bedrijvigheid. Aan de noordoostzijde is een warmtekrachtcentrale aanwezig. Aan de oostzijde grenst het projectgebied aan het woongebied van Oosterheem. De zuidzijde van het projectgebied wordt begrensd door de rotonde en de Stephensonstraat.
De globale grens is weergegeven in afbeelding 1.2.
Afbeelding 1.2: globale begrenzing van het projectgebied, de exacte begrenzingen van het projectgebied zijn vastgelegd in de geometrische plaatsbepaling en weergegeven op de contourenkaart.
1.4
Geldend plan
Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Oosterhage / Businesspark Oosterheem’
Het projectgebied valt volledig binnen het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Oosterhage / Businesspark Oosterheem’, dat door de gemeenteraad onherroepelijk is vastgesteld op 16 augustus 2013. In dit bestemmingsplan is het projectgebied voorzien van de bestemmingen ‘Gemengd – 1’, ‘Groen’ en ‘Verkeer’ (zie afbeelding 1.3). Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021
7
De bestemming ‘Groen’ is primair bestemd voor groenvoorzieningen, water, langzaamverkeersroutes en in- en uitritten. De bestemming ‘Verkeer’ is opgenomen ten behoeve van ontsluitingswegen voor gemotoriseerd verkeer. De bestemming ‘Gemengd - 1’ is primair bestemd voor ambachtelijke bedrijven, bedrijfsgebonden detailhandel, dienstverlening, kleinschalige zelfstandige kantoren, een afhaalcentrum, sportscholen (fitnesscentra), horeca tot en met categorie 1a , bedrijven behorende tot en met milieucategorie 2, bedrijfsgebonden kantoren, maatschappelijke voorzieningen, niet geluidgevoeligezorgvoorzieningen, nutsbedrijven en trainings- en cursusfaciliteiten. Enkele ondergeschikte voorzieningen, zoals water, wegen en paden, bouwwerken en parkeer- en speelvoorzieningen zijn mogelijk. Hoofdgebouwen mogen enkel worden gebouwd binnen een bouwvlak, en moeten worden georiënteerd op de Willem Dreeslaan. Op het voorliggende perceel zijn drie aaneengesloten bouwvlakken aanwezig. De hoogte van de bebouwing is beperkt tot respectievelijk maximaal 25 m (vierkant zuidzijde), 10 m (rechthoekig bouwvlak in het midden) en 25 m (vierkant noordzijde).
Afbeelding 1.3: uitsnede van bestemmingsplan “Bedrijventerrein Oosterhage / Businesspark Oosterheem”.
Bestemmingsplan ‘Parapluherziening Parkeren en Geluidsgevoelige objecten’ Ter plaatse van het projectgebied is tevens het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Parkeren en Geluidsgevoelige objecten’ van de gemeente Zoetermeer, vastgesteld op 15 mei 2018, van kracht. In deze parapluherziening zijn voor heel de gemeente Zoetermeer de actuele parkeernormen (zoals bepaald in de Nota Parkeernormen en Uitvoeringsregels) via een voorwaardelijke verplichting van toepassing verklaard. De nieuwe beleidsregel gaat uit van kengetallen in het CROW 2012, waarbij de parkeernormen zijn toegespitst op de situatie in Zoetermeer. Daarnaast is een specifieke regeling opgenomen om de voorwaarden van een besluit hogere waarden als toetsingskader voor omgevingsvergunningen te kunnen gebruiken.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021
8
Strijdigheid Het realiseren van circa 151 m 2 bvo commerciële ruimte op de begane grond is in programmatisch opzicht mogelijk op grond van de vigerende bestemming ‘Gemengd – 1’. De beoogde realisatie van woningen is echter niet mogelijk op grond van deze bestemming. Daarbij past het gebouw ruimtelijk gezien niet binnen de huidige bouwvlakken op het perceel. De strijdigheid met het bestemmingsplan kan overeenkomstig artikel 2.12 lid 1 onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) worden opgeheven met behulp van: 1. Binnenplanse vergunning; 2. Kruimelvergunning; 3. Uitgebreide Wabo procedure (omgevingsvergunning). Het vigerende bestemmingsplan bevat geen binnenplanse afwijkingsmogelijkheden voor de realisatie van woningen. Het planvoornemen valt niet onder de zogenaamde kruimelgevallenregeling. Zodoende dient een uitgebreide Wabo procedure te worden doorlopen. Op het perceel wordt voldoende parkeergelegenheid gerealiseerd, conform bestemmingsplan ‘Parapluherziening Parkeren en Geluidsgevoelige objecten’.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021
9
2.
Planbeschrijving
2.1
Bestaande situatie
Het projectgebied is gelegen op de hoek van de Stephensonstraat en de Willem Dreeslaan, direct ten noorden van de rotonde. De grond is onderdeel van het Businesspark Oosterheem en momenteel onbebouwd. De groene ruimte heeft de afgelopen jaren diverse tijdelijke situaties gekend, waaronder als informele parkeerplaats en tijdelijk winkelcentrum. Grote bomen en struiken en een brede watergang vormen de rand van het perceel aan de noordwestzijde, waardoor het projectgebied een groene overgang naar de naastgelegen bedrijvigheid kent. De warmtekrachtcentrale aan de noordoostzijde is eigendom van Stadsverwarming Oosterheem Eneco. Deze warmtekrachtcentrale wekt warmte op voor 2.500 woningen in Oosterheem en stroom voor ongeveer 5.000 huishoudens. Ten oosten grenst de projectlocatie aan woonwijk Oosterheem. Oosterheem is de grootste wijk in Zoetermeer en bestaat inmiddels uit elf woonbuurten. De woonblokken die grenzen aan de projectlocatie zijn gelegen aan de overzijde van de Willem Dreeslaan. Het betreft bouwblokken met een hoogte van circa 24,5 meter, die worden ontsloten aan de Zwammerdamstraat. De zuidzijde van het projectgebied wordt begrensd door de rotonde en de Stephensonstraat.
Afbeelding 2.1: bestaande situatie projectgebied, gezien vanaf het zuidoosten. (bron: Google Maps 3D)
Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021
10
Afbeelding 2.2: bestaande situatie projectgebied, gezien vanaf de rotonde. (bron: Google Streetview)
2.2
Toekomstige situatie
Aanleiding Door gewijzigde marktomstandigheden en grote druk op de woningmarkt in Zoetermeer is besloten de locatie in te vullen met woningbouw en circa 151 m2 bvo commerciële ruimte, in plaats van de beoogde kantoren op basis van het huidige bestemmingsplan. Eind 2017 is tussen de gemeente Zoetermeer en een ontwikkelaar een reserveringsovereenkomst gesloten om op het perceel woningen te realiseren.
Afbeelding 2.3: locatie van de nieuwe bebouwing in de toekomstige situatie, van der Kooy Projecten B.V.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021
11
Inrichtingsplan
De totale oppervlakte van de kavel is 5.432 m², waarvan in de nieuwe situatie ongeveer 3.566 m² wordt bebouwd en verhard. Door de aanwezigheid van verschillende omgevingsbeperkingen, zoals eventuele geur- en geluidhinder, is ervoor gekozen om het gebouw zoveel mogelijk in de richting de Stephensonstraat te plaatsen. Hierdoor bevindt de nieuwbouwlocatie zich op ruime afstand van de warmtekrachtcentrale (WKC) en ontstaat ruimte voor een representatieve groene zone langs de Willem Dreeslaan. Het definitief ontwerp van het appartementenblok gaat uit van zeven bouwlagen met een totale bouwhoogte van circa 25 meter. Deze hoogte is afgestemd op het tegenoverstaande bouwvolume van 24,5 meter hoog. Hierdoor vormen de twee volumes samen, gezien vanaf de Willem Dreeslaan, een stedenbouwkundige poort. Het volume heeft een klassieke opbouw met de dubbelhoge entree en een verbijzondering op de bovenste laag door middel van loggia’s. In verband met geluidshinder, zullen de loggia’s en balkons op de zuidoostzijde worden voorzien van geluidswerende voorzieningen. Het plan voorziet in circa 49 appartementen, circa 151 m2 commerciële ruimte, een groene buitenruimte aan de Willem Dreeslaan en voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein. De begane grond zal bestaan uit de entreehal (oostzijde), de bergingen, twee liften en ondergeschikte technische ruimtes.
Aan de westzijde (evenwijdig aan de Stephensonstraat) is kantoorruimte voorzien. De eerste tot en met de zesde verdieping worden in gebruik genomen door circa 49 woningen, met een oppervlakte variërend tussen de 60 en 95 m2 gebruiksoppervlak. Op de zevende verdieping bevinden zich tot slot twee middelgrote appartementen van respectievelijk circa 114 en 135 m2. Het parkeerterrein wordt ingericht met een groene omheining en enkele bomen. De totale groeninrichting aan de zuidzijde wordt voorzien van verschillende typen solitaire bomen en een struiken. Deze groenstructuur blijft parallel aan de Willem Dreeslaan.
Ontwerp Het appartementencomplex wordt gebouwd in eigentijdse stijl en krijgt zeven bouwlagen met een plat dak (afbeelding 2.4 t/m 2.6). De dakrand ligt op circa 25 meter hoogte. Het gebouw is qua vorm en uitstraling een toevoeging op de bestaande volumes aan de overzijde van de Willem Dreeslaan. De woningen zijn voorzien van een berging op de begane grond, en hebben vrijwel allemaal een balkon of afgeschermde private buitenruimte op de begane grond. De architectuur en het materiaalgebruik is in detail uitgewerkt. Er wordt gebruik gemaakt van metselwerk in overwegend rood genuanceerde kleuren. In reactie op het concept-ontwerp heeft de stadsbouwmeester aangegeven in principe akkoord te zijn met het plan. Het ontwerp is niet strijdig met redelijke eisen van welstand. Ten tijde van het conceptontwerp waren zes bouwlagen aanwezig. In overleg met de stadsbouwmeester zijn de mogelijkheden voor twee extra appartementen door middel van een zevende bouwlaag besproken. De randvoorwaarden zijn meegenomen in het definitief ontwerp van 16 januari 2020, zoals opgenomen in bijlage 8 en beschreven in de voorliggende onderbouwing.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021
12
Afbeelding 2.4: impressie van de toekomstige situatie, gezien vanaf de Rotonde
Afbeelding 2.5: impressie vanaf de Willem Dreeslaan
Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021
13
Afbeelding 2.6: aanzicht met maatvoering van de noordoostgevel, op basis van het definitief ontwerp (januari 2020)
Verkeer en parkeren
De toegang tot het perceel bevindt zich aan de noordzijde van het gebied, via de Stephensonstraat. Om het gebouw heen wordt een trottoir aangelegd. Hierdoor ontstaat er een veilige scheiding tussen de voetgangers en het overige verkeer. Het gemeentelijk beleid (Nota Parkeernormen Zoetermeer, 2012) gaat voor gestapelde woningen uit van zeer kleine, kleine, middelgrote en grote woningen. Door de initiatiefnemer dienen voldoende parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. Men dient te voldoen aan de minimumnormen, en mag niet zonder toestemming van de gemeente meer parkeerplaatsen realiseren dan de maximale norm. Het bouwplan gaat wat betreft de woningen uit van circa 49 appartementen. Hiervan vallen 44 woningen in de categorie ‘klein’, met een bijbehorende parkeernorm van minimaal 1,3 en maximaal 1,5 parkeerplaatsen per woning. De overige 5 woningen zijn aan te merken als categorie ‘midden’, met een bijbehorende parkeernorm van minimaal 1,5 en maximaal 1,7 parkeerplaatsen per woning. Voor beide categorieën geldt dat per woning 0,3 parkeerplaatsen worden toegerekend aan bezoekers. Op de begane grond is, naast de bergingen en ontvangstruimte voor de appartementen, circa 151 m2 commerciële ruimte gereserveerd. Hiervoor geldt een parkeernorm van minimaal 2 en maximaal 4,5 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo, waarvan circa 20% van de parkeerplaatsen worden toebedeeld aan bezoekers.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021
14
Op grond van bovenstaande dient ten aanzien van de woningen het volgende aantal parkeerplaatsen te worden voorzien: • 44 kleine woningen x 1,4 / 1,6 parkeerplaatsen = minimaal 61,6 en maximaal 70,4
parkeerplaatsen • 5 middelgrote woningen x 1,5 / 1,7 parkeerplaatsen = minimaal 7,5 en maximaal 8,5 parkeerplaatsen • 151 m2 commerciële ruimte x 3 / 6,75 parkeerplaatsen = minimaal 4,5 en maximaal 10,2 parkeerplaatsen In totaal dienen op basis van het gemeentelijk beleid minimaal 73,6 en maximaal 89,1 parkeerplaatsen te worden gerealiseerd ten aanzien van het nieuwe programma. Het definitief ontwerp voorziet in 76 parkeerplaatsen. Hiermee wordt voldaan aan de gestelde norm en wordt voorzien in een gemiddeld aantal parkeerplaatsen ten behoeve van de ontwikkeling. De parkeerplaatsen zijn openbaar toegankelijk en kunnen worden gebruikt voor bezoekers. Ook is rekening gehouden met een opstelplaats voor hulpdiensten. Afbeelding 2.4 geeft de indeling weer.
Afbeelding 2.4: Definitief inrichtingsplan, januari 2020, Klunder Architecten in opdracht van Van der Kooy Projecten B.V.
Verkeersaantrekkende werking De verkeersaantrekkende werking als gevolg van het planvoornemen is bepaald aan de hand van de parkeerkencijfers en parkeernormen uit de meest recente CROW-publicatie 381 ‘Van parkeerkencijfers naar parkeernormen, uitgebracht op 10 december 2018.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021
15
De verkeersaantrekkende werking is niet alleen afhankelijk van de functie, maar ook van de ligging van het projectgebied. Hiervoor hanteert de CROW-publicatie de stedelijkheidsgraad zoals gedefinieerd door het CBS: afhankelijk van het aantal adressen per km2 wordt een klasse onderscheiden van ‘niet stedelijk’ tot ‘zeer sterk stedelijk’. Op grond van de Kerncijfers wijken en buurten 2016 zoals gepubliceerd door het CBS, valt het plangebied binnen de wijk Oosterheem onder stedelijkheidscode 2 (sterk stedelijk) op basis van een dichtheid van 3.639 adressen per km2 (> 2.500/km2). Het voorliggende plan voorziet in de realisatie van 44 koopappartementen in het goedkope segment, 5 koopappartementen in het middensegment en circa 151 m2 bvo commerciële ruimte. Op grond van de CROW-richtlijnen geldt voor woningen in het goedkope segment, middensegment en commerciële ruimte (per 100 m2 bvo) in sterk stedelijk gebied in de rest bebouwde kom van Zoetermeer een verkeersgeneratie van respectievelijk: - Goedkope koopappartementen: 4,5-5,3 motorvoertuigen per woning per weekdagetmaal - Middeldure koopappartementen: 5,2-6,0 motorvoertuigen per woning per weekdagetmaal. - Commerciële dienstverlening: 9,4-11,8 motorvoertuigen per 100 m2 bvo per weekdagetmaal Gelet hierop leidt de voorgenomen ontwikkeling tot (216+28+16=) circa 260 motorvoertuigbewegingen op een gemiddelde weekdag.
De ontsluiting vindt plaats via de centrale ader Willem Dreeslaan – Oostweg richting Australiëweg en de A12. Deze wegen zijn belangrijke wijkontsluitende en doorgaande wegen binnen Zoetermeer en zijn in staat de beperkte verkeerstoename te verwerken.
Fietsparkeren Overeenkomstig de Nota Parkeernormen en Uitvoeringsregels Zoetermeer (juni 2012) dient er eveneens aandacht besteed te worden aan parkeerruimte (stallingsruimte) voor fietsen, in aansluiting op het Bouwbesluit 2012. In het Actieplan Fiets 2014 is vastgelegd dat per bewoner minimaal 1 en maximaal 2 fietsparkeerplaatsen beschikbaar dienen te zijn. Op de begane grond zijn bergingen gesitueerd met ruimte voor 2 fietsparkeerplaatsen per woning.
Conclusie Het planvoornemen voldoet aan het vigerend parkeerbeleid van de gemeente Zoetermeer, zowel voor wat betreft de stalling van motorvoertuigen als die van fietsen. De beperkte verkeersaantrekkende werking kan goed opgevangen worden door middel van de centrale verbindingsassen langs het plangebied en leidt niet tot een verkeersonveilige situatie.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021
16
3.
Algemeen beleidskader
3.1
Beleid regio, provincie, Rijk
3.1.1 Rijksbeleid Het Rijk heeft haar ruimtelijk beleid vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Mobiliteit (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De leidende gedachte van het Rijksbeleid is ruimte maken voor groei en beweging, waarbij het Rijk zich vooral concentreert op decentralisatie. De verantwoordelijkheid wordt verplaatst van Rijksniveau naar provinciaal en gemeentelijk niveau. In het rijksbeleid (SVIR en Barro) worden dan ook geen specifieke uitspraken gedaan met betrekking tot het voorliggende projectgebied. 3.1.2 Provinciaal beleid
Omgevingsbeleid Zuid-Holland Op 20 februari 2019 heeft de provincie Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, die deel uit maken van verschillende uitvoeringsprogramma’s en –plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit. De ruimtelijke hoofdstructuur maakt met een integraal kaartbeeld inzichtelijk hoe de strategische beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie ruimtelijk samenkomen. Met het Omgevingsbeleid streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit. De ambitie van de provincie is een slim, schoon en sterk Zuid-Holland. De Provincie gaat uit van zes richtinggevende ambities, waarbinnen een aantal opgaven zijn geformuleerd: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2.
Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving
Ruimtelijke kwaliteit Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten (de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving), samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. Ontwikkelingen moeten rekening houden met deze richtpunten. De kwaliteiten zijn uitgewerkt in de gebiedsprofielen. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is. De provincie maakt hierbij onderscheid in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021
17
Afbeelding 3.1: Laag van de stedelijke occupatie, Omgevingsvisie Zuid-Holland. De globale ligging van het projectgebied is zwart omkaderd.
Het voorliggende projectgebied is op de kaart ‘Laag van de stedelijke occupatie’ aangeduid als ‘Steden en dorpen’. Voor steden geldt dat de historische, culturele, toeristische en ruimtelijke kenmerken de plek een eigen (ruimtelijke) karakteristiek geven. Als herstructurering, transformatie of verdichting plaatsvindt binnen de stad, dan draagt dit bij aan de versterking van de ruimtelijke karakteristiek. Bij nieuwe ontwikkelingen dient gebruik te worden gemaakt van de groen- en waterstructuur als onderdeel van het ontwerp. Het plan voorziet in herstructurering van een braakliggend terrein binnen het bebouwd gebied van Zoetermeer. Er wordt bijgedragen aan verdichting van de stad, en voorziet in een maatschappelijke behoefte aan woningbouw. Het plan doet geen afbreuk aan de bestaande waterstructuur direct ten noorden van het projectgebied. Tot slot wordt het appartementengebouw voorzien van een groene inpassing door het toevoegen van bomen, struiken en een groene erfafscheiding. De ontwikkeling past zodoende binnen de bestaande stedelijke karakteristiek van de stad Zoetermeer. Hiermee sluit het plan aan op de uitgangspunten zoals beschreven ten aanzien van de ‘Laag van de stedelijke occupatie’.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021
18
Afbeelding 3.2: Laag van de ondergrond, Omgevingsvisie Zuid-Holland. De globale ligging van het projectgebied is zwart omkaderd.
Op de kaart ‘Laag van de ondergrond’ is de ondergrond aangemerkt als ‘Oude stroomgordels en geulafzettingen’. De bijbehorende richtpunten geven aan dat ontwikkelingen de onregelmatige patronen in het reliëf in het landschap herkenbaar maken en in stand houden. Waar mogelijk worden de archeologische waarden van deze structuren meer herkenbaar gemaakt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Indien er aardkundige structuren aanwezig zijn, zijn deze opgenomen op het kaartbeeld van de Cutuurhistorische Atlas van Zuid-Holland. Ter plaatse van voorliggend projectgebied is door de jaren heen sprake geweest van veenontginning en de aanleg van wegen en bebouwing. Hierdoor is het aannemelijk dat eventuele archeologische resten zijn verstoord. Het plangebied maakt momenteel deel uit van het bebouwd gebied, en kent geen specifieke archeologische structuren meer. Er zijn geen waarden aan het gebied toegekend op basis van de Cultuurhistorische Atlas. De bouw van het appartementengebouw op het perceel aan de Willem Dreeslaan, doet daarom geen afbreuk aan het landschapsreliëf. De archeologische en cultuurhistorische waarden ter plaatse worden nader toegelicht in hoofdstuk 4.2. Op de kaarten ‘Laag van de Beleving’ en ‘Laag van de cultuur- en natuurlandschappen’ zijn geen specifieke waarden aan het gebied toegekend.
Provinciale opgaven met bijbehorende beleidskeuzes De provincie heeft 12 provinciale opgaven gedefinieerd, die elk bestaan uit samenhangende beleidskeuzes. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma’s en regels in de verordening. Een belangrijke opgave in het kader van ruimte en verstedelijking is het zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied. In lijn met de maatschappelijke behoefte zet de provincie in op het beter benutten van het bestaand stads- en dorpsgebied. Indien een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021
19
Uitgangspunt van de Ladder is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Nieuwe verstedelijking moet daarom passen in regionale visies, de kwaliteitskaart van de Visie ruimte en mobiliteit en andere in de visie en verordening aangegeven ruimtelijke kaders. De Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in nationale wet- en regelgeving. Toepassing is van provinciaal belang, daarom is in de verordening een verwijzing opgenomen naar de Rijksladder.
Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking Op 1 juli 2017 is de Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid twee en drie Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Toetsing aan de nieuwe Ladder houdt in dat een ruimtelijke onderbouwing die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien de ruimtelijke onderbouwing die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Voorliggend plan voorziet in de realisatie van 49 appartementen en 151 m2 bvo voor commerciële dienstverlening. Het plan is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied, en door de provincie aangeduid als bebouwde ruimte. Hiermee voorziet het plan in verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie.
Daarbij is in de gemeente Zoetermeer een grote behoefte aan woningbouw, mede in de goedkope sector (zie hierna). Voorliggend plan draagt bij aan de invulling hiervan. Voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van 49 appartementen en een commerciële ruimte van circa 151 m2 bvo. Van de te realiseren appartementen zullen er 46 in het middeldure huursegment en 3 in het dure huursegment gerealiseerd worden. Landelijk, regionaal en binnen de gemeente is er een tekort aan huurwoningen in dit segment. Dit type huurwoningen zorgt immers voor doorstrommogelijkheden, waaraan in Zoetermeer een groot tekort is. Hiermee zijn de beoogde woningen zowel kwalitatief als kwantitatief complementair aan de Zoetermeerse woningvoorraad. In het woningbouwprogramma Zoetermeer zijn de gronden, waarop de ontwikkeling is voorzien, op 29 januari 2018 aangewezen als (solitaire) woningbouwlocatie. Voorliggend plan is opgenomen in de lijst met projecten behorend bij de regionale woonvisie 2018. De provincie heeft ingestemd met het woningbouwprogramma en de behoefteonderbouwing voor de plannen tot 2030. Het plan is regionaal afgestemd en voldoet daarmee aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
Actueel en realiseerbaar woningbouwprogramma De provincie Zuid-Holland heeft begin 2014 ingestemd met het ‘Actueel en realiseerbaar woningbouwprogramma’ van de negen gemeenten in de regio Haaglanden. Feitelijk is dit een herijking van het Regionaal StructuurPlan Haaglanden uit 2009 dat als gevolg van de crisis achterhaald bleek. Dit programma gaat er vanuit dat er in de periode 2010 tot 2020 marktruimte is om in totaal circa 31.000 (31.055) woningen aan de woningvoorraad in de regio toe te voegen. Zoetermeer neemt van dit aantal 4.182 woningen voor haar rekening. Inmiddels heeft de gemeente ongeveer de helft van haar opgave gerealiseerd. Toch blijft er binnen de regio door het landelijke woningtekort een grote vraag bestaan. Ook naar de suburbane/nieuwstedelijke woonmilieus waartoe de voorliggende appartementen behoren. De commerciële ruimte is reeds mogelijk binnen het huidige plan en behoeft geen nadere onderbouwing. Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021
20
Conclusie Uit bovenstaande toetsing blijkt dat het plan voldoet aan de richtpunten uit de kwaliteitskaart. Het plan voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Zodoende is de ontwikkeling in overeenstemming met het Omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland. 3.2
Gemeentelijk beleid
Binnen de gemeente Zoetermeer is een aantal documenten vastgesteld waarin beleidsuitgangspunten zijn geformuleerd, die ook betekenis hebben voor het projectgebied. Deze documenten worden hieronder kort samengevat.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021
21
Stadsvisie 2030 De Stadsvisie 2030 is op 15 december 2008 vastgesteld door de gemeenteraad van Zoetermeer. Aan de hand van acht thematische kernopgaven en één integrale opgave beschrijft de gemeente de gewenste duurzame ontwikkeling van Zoetermeer gedurende een periode van 13 jaar. Woningbouw De opgave omtrent woningbouw gaat uit van het afstemmen van de aard en de omvang van de woningbouw op de actuele woningbehoefte. De gemeente stelt dat er kwantitatief voldoende woningen zijn, maar de kwalitatieve samenstelling te eenzijdig is. De stad kent veel eengezinswoningen en galerijflats. Met name starters hebben moeite om in Zoetermeer aan een woning te komen, evenals geïnteresseerden in het topsegment van de woningmarkt. Het aanbod van de woningmarkt in Zoetermeer zal daarom beter op de vraag afgestemd moeten worden. De gemeente concludeert dat er een in de komende periode een constante vraag blijft naar eengezinskoopwoningen in een suburbaan woonmilieu. De kwaliteit van het dit aanbod staat onder druk, omdat Zoetermeer niet langer de enige stad is met een ruim aanbod van dit woonmiieu. Daarbij leidt de verdichting in de stad tot problemen op het gebied van geluidbelasting en luchtkwaliteit. Met de voltooiing van Vinex uitleglocatie Oosterheem is een einde gekomen aan de ruimtelijk uitbreidingsmogelijkheden van Zoetermeer.
De overheid zal in de toekomst in principe geen dergelijke uitbreidingen in het Groene Hart meer toestaan. Omdat ook binnen bestaand gebied de bouwmogelijkheden beperkt zijn en er toch ruimte gevonden moet worden voor nieuwe woningen, voorzieningen en werkgelegenheid, heeft de gemeente Zoetermeer het ladderconcept geïntroduceerd. De ladderstructuur beoogt de bereikbaarheid van de stad te optimaliseren, door deze op meerdere punten aan te haken op de regionale infrastructuur. Hierdoor wordt niet alleen een optimale bereikbaarheid gecreëerd. Het verkeer kan zich hierdoor ook beter over het netwerk spreiden, waardoor negatieve effecten van geluidbelasting en luchtkwaliteit worden beperkt. Ruimtelijke inpassing Bij de ontwikkeling van woongebieden dient de nadruk te liggen op samenhang van bebouwd gebied met de openbare ruimte. Recreatie, cultuurhistorie en natuur vormen de duurzame basis in het proces van stedelijke ontwikkeling. Duurzaamheid is eveneens vertaald in het uitgangspunt van CO2-neutraal bouwen in het geval van nieuwe ontwikkelingen.
Woonvisie Zoetermeer Op 8 juni 2015 heeft de gemeenteraad de Woonvisie Zoetermeer met als ondertitel ‘Samen aan de slag op de nieuwe woningmarkt’ vastgesteld: hét beleidskader voor een periode van 5 tot 10 jaar op het gebied van wonen in Zoetermeer. Zoals hiervoor reeds aangegeven heeft Zoetermeer, in tegenstelling tot een aantal andere gemeenten in de omgeving, geen grote (Vinex) uitleglocaties meer voorhanden. De gemeente zet daarom al enkele jaren in op binnenstedelijk bouwen. In de Woonvisie Zoetermeer wordt de toekomstige woningmarkt geschetst waarbij de aandacht vooral uitgaat naar kleinschalig binnenstedelijk wonen met een grotere variatie in segmenten en doelgroepen, naast aandacht voor innovatie en duurzaamheid. Uitgangspunt daarbij is om de kwaliteit van het wonen te prioriteren ten aanzien van het kwantitatieve aanbod. Ten aanzien van nieuwbouw wordt in de Woonvisie de indicatie gegeven dat de komende tien jaar ruim 3.000 woningen aan de woningvoorraad toegevoegd kunnen worden, waarvan ongeveer 1.000 woningen in de wijk Oosterheem en de resterende ca. 2.000 woningen op verschillende binnenstedelijke
Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021
22
locaties in de stad. De beschreven ontwikkeling van appartementen aan de Willem Dreeslaan sluit hierop aan. Inmiddels is de Woonvisie geactualiseerd en nader uitgewerkt in de vorm van de Woningbouwagenda Zoetermeer, vastgesteld door de gemeenteraad op 13 februari 2017. Hierin besluit de gemeente in de komende 10 tot 15 jaar 10.000 woningen toe te voegen (nieuw of door functietransformatie) en te verkennen of een extra groei tot 16.000 woningen mogelijk is. De woningbouwopgave die de gemeente zichzelf stelt, is hiermee uitgebreid. De voorliggende projectlocate is opgenomen in de gemeentelijke woningbouwplannen.
Welstandsnota De gemeentelijke welstandsnota beschrijft de architectonische uitgangspunten voor nieuwe ontwikkelingen en bestaande bouwwerken en vormt als zodanig het beoordelingskader voor de welstandscommissie bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning. De gemeente Zoetermeer heeft in april 2012 de welstandsnota vastgesteld. Hierin worden drie welstandsniveaus gedefinieerd: welstandsluw, regulier en welstandsintensief. In de welstandsniveaukaart die onderdeel is van de welstandsnota, is het voorliggende projectgebied aangemerkt als welstandsluw. Dat betekent dat de basiskwaliteiten van het gebied gelden als uitgangspunt, maar dat verandering van structuur en bebouwingsbeeld wel degelijk mogelijk is. De stedenbouwkundige opzet van de bedrijventerreinen waartoe het plangebied behoort, wordt bepaald door algemeen functionele eisen ten aanzien van de verkaveling, de ontsluiting en parkeermogelijkheden. Kritiekpunt is dat de bebouwing op deze terreinen zich veelal afkeert van de doorgaande wegen en zo het weinig toegankelijke karakter van de bedrijventerreinen versterkt. De architectuur is vrij homogeen en de aankleding met groen is spaarzaam. Voorliggend ontwerp zal in het kader van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen door de welstandscommissie getoetst worden aan de volgende algemene criteria.
Het bouwwerk of de verbouwing voldoet aan redelijke eisen van welstand indien: 1. het in volume, maat, schaal en verschijningsvorm past in zijn omgeving; 2. het een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de omgeving en de openbare ruimte; 3. het zich duidelijk herkenbaar richt op zijn omgeving en zich daar niet van afkeert; 4. het is afgestemd op de stedenbouwkundige en architectonische typologie van het gebied; 5. het evenwichtig en beheerst is vormgegeven in goede maatverhoudingen en compositie van de onderdelen, daarin begrepen het materiaalgebruik, de constructie en het daklandschap. Gezien de ligging aan een hoofdweg (sub-as Oosterheem: Oostweg, Willem Dreeslaan), gelden aanvullende specifieke gebiedscriteria die zich vooral richten op de onderlinge verhouding tussen weg en bebouwing, begroeiing of openheid van de omgeving – zoals verwoord in gebiedsbeschrijving 14 in de welstandsnota. In de planbeschrijving is reeds ingegaan op de ruimtelijke inpassing van het appartementengebouw. Het plan is afgestemd met de gemeentelijke Stadsbouwmeester, welke aangeeft in principe akkoord te zijn met voorliggend plan. Het plan is niet in strijd met de redelijke eisen van welstand.
Conclusie Uit bovenstaande toetsing blijkt dat het plan past binnen het landelijk en provinciaal beleid. Ook past het plan binnen de gemeentelijke visie zoals beschreven in de stadsvisie, woonvisie en woningbouwagenda. Het plan is in lijn met de welstandsnota en voldoet aan de eisen omtrent het verkeer- en vervoerbeleid. Zodoende is de ontwikkeling in overeenstemming met het vigerend ruimtelijk en programmatisch beleid. Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021
23
4.
Archeologie en cultuurhistorie
4.1
Wettelijk en beleidskader
Erfgoedwet De Monumentenwet 1988 is op 1 juli 2016 overgegaan in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bundelt de voorgaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien is aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Het beschermingsniveau zoals deze in de oude wetten en regelingen gold, blijft gehandhaafd. Het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed was geregeld in zes verschillende wetten en een regeling, waarin roerend, onroerend en archeologisch erfgoed allemaal hun eigen specifieke definities, procedures en beschermingsmaatregelen hadden. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Overbodige regels zijn geschrapt en de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed ligt waar mogelijk bij het erfgoedveld zelf. Onderdelen van de Monumentenwet die de fysieke leefomgeving betreffen, worden overgeheveld naar de Omgevingswet die in 2019 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de periode 2016-2019. Het gaat daarbij om de volgende zaken: • • • 4.2
Vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten Verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie Bescherming van stads- en dorpsgezichten Onderzoek
Archeologie De uitsnede uit de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Zuid-Holland geeft weer dat binnen en in de omgeving van het projectgebied geen cultuurhistorisch waardevolle elementen of lijnen aanwezig zijn. Het projectgebied is niet gelegen in een gebied met een archeologische verwachting. Ten tijde van het opstellen van het vigerende bestemmingsplan “Bedrijventerrein Oosterhage/Businesspark Oosterheem” is reeds een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Uit het onderzoek is gebleken dat er geen archeologische en/of cultuurhistorische waarden aanwezig zijn in het projectgebied. In het vigerende bestemmingsplan is tevens geen dubbelbestemming opgenomen ten aanzien van archeologie ofwel cultuurhistorie. Gezien het bovenstaande worden geen archeologische of cultuurhistorische waarden verwacht op de voorliggende projectlocatie. 4.3
Conclusie
Het aspect Archeologie en cultuurhistorie leidt niet tot belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021
24
5.
Water
5.1
Wettelijk en beleidskader
Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, alle met het doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het projectgebied relevante nota’s op Europees en Nationaal bestuursniveau. Het regionaal, provinciaal en gemeentelijk beleid en het beleid van het Hoogheemraadschap worden nader toegelicht.
Europa: • Kaderrichtlijn Water (KRW).
Nationaal: • Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21); • Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW); • Waterwet; • Nationaal waterplan.
Regionaal en provinciaal beleid In het Regionaal Waterplan Zuid-Holland 2016-2020 wordt verwezen naar de Visie Ruimte en Mobiliteit, vastgesteld op 7 juli 2014. Provinciale staten van Zuid-Holland hebben echter op 20 februari 2019 nieuw beleid vastgesteld, namelijk het Omgevingsbeleid. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Het waterbeleid komt op diverse plekken voor in de Omgevingsvisie Zuid-Holland en Omgevingsverordening Zuid-Holland. In de Omgevingsverordening zijn voor bestemmingsplannen in hoofdstuk 6 instructieregels opgenomen. Hier komen onder andere de Keur, legger en peilbesluit aan bod. Verder wordt in het Regionaal Waterplan Zuid-Holland 2016-2021 verwezen naar de Voortgangsnota KRW en het Provinciaal Waterplan 2010-2015.
Waterschapsbeleid Met ingang van 1 juni 2016 is het Waterbeheerplan 2016 – 2021 van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard van kracht. Met stevige dijken beschermt het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK) het beheersgebied tegen overstromingen. Het HHSK zorgt ervoor dat het waterpeil past bij de functies, en dat sloten, vaarten en plassen goed zijn ingericht en zorgvuldig worden beheerd. Voldoende water van goede kwaliteit is een belangrijk doel. Het zuiveren van het afvalwater van huishoudens en bedrijven gebeurt efficiënt en innovatief, met oog voor milieu en duurzaamheid. Het HHSK zet zich in voor een biologisch gezond watersysteem, waarin planten en dieren zich goed kunnen ontwikkelen. Zo blijft het watersysteem geschikt voor de meeste functies en aantrekkelijk voor gebruikers. Voor de gemeente Zuidplaszijn de aspecten waterveiligheid, watersysteem en afvalwaterketen en -emissies van belang.
Waterveiligheid Stevige dijken beschermen burgers en bedrijven tegen overstromingen vanuit de rivieren de Nieuwe Maas, Lek en Hollandsche IJssel en de boezemwateren. Zo beperkt het HHSK niet alleen de kans op
Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021
25
overstromingen, maar ook de gevolgen daarvan (schade en slachtoffers). Het nieuwe Deltaprogramma en de deltabeslissing Waterveiligheid vormen het kader voor de zorg voor de waterveiligheid.
Watersysteem Hier ligt de focus op het duurzaam en slim besturen, beheren en onderhouden van het samenhangende systeem van watergangen en kunstwerken. Zo zorgt het HHSK voor een optimaal waterpeil bij de gewenste functie, voor voldoende water van goede kwaliteit en voor goed onderhouden sloten, vaarten en plassen. Door alert te reageren op wijzigende omstandigheden blijft het watersysteem duurzaam ingericht. Op deze manier anticipeert het HHSK op klimaatverandering en bodemdaling en ruimtelijke ontwikkelingen. Actuele gegevens over het watersysteem en het waterbeheer zijn digitaal beschikbaar.
Afvalwaterketen en emissies Afvalwaterzuiveringsinstallaties verwerken het afvalwater uit het gebied efficiënt en duurzaam. Het transport van afvalwater en het na zuivering lozen van het effluent op sloten en rivieren gebeurt doelmatig en verantwoord. Het efficiënt gebruik van installaties en transportsystemen levert maatschappelijke winst op in de vorm van energieterugwinning en kostenbesparing. Met optimalisatie en innovatie van de zuiveringsprocessen zet het HHSK in op duurzaamheid: bijvoorbeeld door lozingen te verminderen, grondstoffen terug te winnen en energie te besparen of op te wekken. Het Waterbeheerplan is ook van belang voor ontwikkelingen. Ontwikkelingen gaan vaak gepaard met een toename van het verharde oppervlak. In het Waterbeheerplan staat beschreven hoe het HHSK omgaat met het bergen van oppervlaktewater bij een toenemend oppervlak aan verharding. In zijn algemeenheid geldt verder dat voor aanpassingen aan het bestaande waterhuishoudingsysteem bij het HHSK vergunning dient te worden aangevraagd op grond van de Keur. Dit geldt bijvoorbeeld voor de aanleg van overstorten, hemelwaterafvoer op het oppervlaktewater, het dempen en graven van water en het aanbrengen van verhard oppervlak. De Keur maakt het mogelijk dat het hoogheemraadschap zijn taken als waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheerder kan uitvoeren.
De Keur vermeldt expliciet welke handelingen vergunning plichtig zijn en welke aan algemene regels of aan de zorgplicht moeten voldoen. De Keur is daarmee een belangrijk middel om via vergunningverlening en handhaving het watersysteem op orde te houden of te krijgen. In de Uitvoeringsregels, die bij de Keur horen, is het beleid van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard nader uitgewerkt. Watertoets Aangezien het planvoornemen afwijkt van het geldende bestemmingsplan, is in het kader van goede ruimtelijke ordening een watertoets verplicht op grond van artikel 3.1.1. Bro. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten van rijk, provincies en gemeenten. Ruimtelijke plannen en onderbouwingen moeten voorzien zijn van een waterparagraaf. Het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard biedt gemeenten de gelegenheid de planeigenschappen op een digitaal formulier in te vullen, waarna de watertoets uitwijst of het bestemmingsplan, het wijzigingsplan of de omgevingsvergunning een ‘groot waterbelang’ omvat en ook feitelijk contact met de afdeling plantoetsing van het hoogheemraadschap dient te worden opgenomen.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021
26
5.2
Watertoets
Huidige en toekomstige situatie projectgebied In de huidige situatie is geen bebouwing aanwezig op het perceel, en is de ruimte groen ingericht. Het projectgebied heeft een totale oppervlakte van 5.432 m2, waarvan in de toekomstige situatie circa 3.566 m2 wordt verhard. De overige ruimte wordt groen ingericht met bomen en struiken. Aan de noordzijde van het projectgebied is een watergang gelegen. Deze watergang blijft behouden. In het projectgebied worden geen watergangen gegraven of gedempt.
Onderhoud en riolering Het huidige bestemmingsplan geeft inzicht in de wijze waarop rekening is gehouden met het water. Het gebied is voorzien van een gescheiden rioleringssysteem. Een gescheiden rioolstelsel wil zeggen dat het regenwater van verharde oppervlakken via het schoonwaterriool afgevoerd wordt naar het oppervlaktewater, terwijl het afvalwater via het vuilwaterriool afgevoerd wordt naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Nieuwe verharde oppervlakken wateren af op het schoonwaterriool en zijn dus afgekoppeld. Hierbij wordt rekening gehouden met het landelijk beleid en het beleid van de waterkwaliteitsbeheerder hierover. Voor de locatie geldt dat het huishoudelijk- en bedrijfsafvalwater wordt afgevoerd naar het hoofdrioolgemaal in Meerzicht en dat de neerslag via regenwaterriolen naar de singels wordt gevoerd. Het bouwplan sluit hierop aan.
Veiligheid en waterkeringen Ruimtelijke plannen kunnen van invloed zijn op het (veilig) functioneren en het beheer en onderhoud van waterkeringen. Om die reden is het van belang, dat initiatiefnemers van ruimtelijke plannen rekening houden met de effecten van die plannen op de aanwezige waterkeringen. In de legger Wateren van het Hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard zijn de ligging en de minimale afmetingen van de waterkeringen vastgelegd. Rondom de keringen is een keurzone vastgesteld. Deze bestaat uit het waterstaatswerk (de daadwerkelijke kering) en een beschermingszone. Binnen het waterstaatswerk en de beschermingszone zijn op basis van de keur beperkingen gesteld aan activiteiten die het waterkerend vermogen van de kering nu en in de toekomst kunnen aantasten. In en rondom dit projectgebied komen geen waterkeringen voor. Vanuit dit onderdeel vloeien dan ook geen aanvullende randvoorwaarden voort waar rekening mee gehouden moet worden in dit plan. Aan de noordzijde van het perceel is wel een hoofdwatergang gelegen (afbeelding 5.2). Het onderhoud van deze watergang is in beheer van het HHSK. De watergang kent een leggerdiepte van 0,6 meter en heeft aan weerszijden een talud van 3 meter. Vanuit de as va de watergang geldt een beschermingszone van 5 meter. De voorgenomen ontwikkeling reikt niet tot de genoemde beschermingszone van de bestaande watergang.
Het plan heeft geen gevolgen voor de huidige waterlopen rondom het projectgebied.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021
27
Afbeelding 5.2: uitsnede leggerkaart ‘Legger Regionale Waterkeringen’, Hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard
Waterkwantiteit Nationaal zijn afspraken gemaakt over het voorkomen van wateroverlast. Het doel is om de kwaliteit van het beheer te vergroten tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Provincie en waterschappen hebben vervolgens samenwerkingsafspraken gemaakt over de realisatie van de doelen in de waterverordening en leggen die vast in de Wateragenda. Het beleid van Hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard stelt dat de bergingscapaciteit van het watersysteem per saldo gelijk dient te blijven. Dit betekent dat voor de toename aan verharding extra waterberging moet worden aangelegd. Voor kleine ruimtelijke ontwikkelingen met weinig verhardingstoename en een gering effect op de waterhuishouding (<500 m 2) is geen compensatie noodzakelijk. Voor middelgrote plannen past HHSK een gestandaardiseerde berekeningsmethode toe op basis van de normen voor waterkwantiteit. Bij grote plannen wordt maatwerk toegepast. Het uitgangspunt is dat de ontwikkelaar van een plan zorgt voor compensatie van ongewenste effecten van het plan op het watersysteem. De waterbeheerder geeft op basis van een berekening aan wat de benodigde aanvullende waterberging is om het effect van de verhardingstoename in het plan op het watersysteem te compenseren. In de huidige situatie is het projectgebied grotendeels onverhard en ingericht als grasland.
Op het perceel heeft lange tijd het verkoopcentrum van de Vinex-wijk Oosterheem gestaan. Het verkoopcentrum is nog geen 10 jaar geleden gesloopt (zie afbeelding 5.3)
Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021
28
Afbeelding 5.3: situatie plangebied medio 2012 (bron: Kadaster Tijdreis)
In het vigerend bestemmingsplan hebben de gronden de bestemmingen ‘Gemengd’ en ‘Groen’. Deze gronden mogen voor circa 3.600 m2 verhard worden. De voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet in de realisatie van een appartementengebouw met commerciële ruimte en bijbehorende parkeerterrein met paden en wegen. In het plan is ruimte voor groenvoorzieningen opgenomen. Met het voorliggende plan wordt het plangebied voor circa 3.300 m2 van de in totaal 5.432 m2 verhard. Daarmee wordt minder verharding gerealiseerd dan reeds mogelijk op grond van het vigerende bestemmingsplan “Bedrijventerrein Oosterhage / Businesspark Oosterheem”. Aan de noordzijde van het projectgebied is een watergang gelegen. Deze watergang blijft behouden. In het projectgebied worden geen watergangen gegraven of gedempt. Op grond van het voorgaande kan gesteld worden dat het plan geen nadelige gevolgen heeft voor de waterhuishouding.
Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem geldt een verbod op het toepassen van zink, lood, koper en PAK's-houdende bouwmaterialen. Dit geldt zowel tijdens de bouw- als de gebruiksfase.
Voorkomen van wateroverlast Volgens de provinciale verordening is het beschermingsniveau tegen wateroverlast voor wonen eens in de 100 jaar, voor bedrijfsterreinen eens in de 50 jaar en voor agrarisch, eens in de 10 jaar. Bij kleinschalige bestemmingswijzigingen wordt het watersysteem echter niet aangepast. Daarom wordt nadrukkelijk geadviseerd om, zover mogelijk, de praktijksituatie hierop aan te passen. Dit kan bijvoorbeeld door het maaiveld ter plekke van de woningen voldoende op te hogen.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021
29
5.3 Conclusie De ontwikkeling zorgt voor een toename van het verhard oppervlak ten opzichte van de huidige situatie. Echter, deze toename aan verharding is reeds mogelijk op grond van het vigerende bestemmingsplan “Bedrijventerrein Oosterhage / businesspark Oosterheem” en is destijds opgenomen in de watertoets van dit plan. Watercompensatie ten behoeve van voorliggend plan is daarom niet benodigd. De overige wateraspecten leiden niet tot een belemmering voor dit plan. De te hanteren uitgangspunten ten behoeve van waterparagraaf zijn voorgelegd aan Waterschap Hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard. De de uitkomsten zijn verwerkt in deze paragraaf.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Willem Dreeslaan’ Definitief, 5 januari 2021
30
6.
Flora en fauna
6.1
Kader
Wet natuurbescherming
Vanaf 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht geworden. Deze vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Provincies bepalen voor hun grondgebied wat wel en niet mag in de natuur. Zij zijn verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid is dan alleen nog verantwoordelijk voor de ontheffingsaanvragen en de gedragscodes. De wet kent twee sporen, namelijk een gebiedsgericht en een soortgericht spoor. De Wnb richt zich op de bescherming van: • Natura 2000-gebieden; • Soorten van de Vogelrichtlijn; • Soorten van de Habitatrichtlijn; • ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’).
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden (de voormalige Ecologische Hoofdstructuur / EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het doel van het NNN is de instandhouding en ontwikkeling van natuurgebieden om daarmee een groot aantal soorten en ecosystemen te laten voortbestaan. Sinds 2014 zijn de provincies het eerste verantwoordelijke bevoegde gezag voor het NNN (daarvoor was dat de rijksoverheid). De provincies hebben in een verordening regelgeving vastgelegd ten aanzien van het NNN.