CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - Nota maatwerk parkeernormen en uitvoeringsregels Entree

Raadsvergadering 14 juli 2025, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling kaderstellende beleidsdocumenten ten behoeve van Omgevingsprogramma Entree11.124 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het maatgevend moment is bepalend Hoewel de normatieve parkeerbehoefte van een oude functie groter kan zijn dan die van een nieuwe functie, kan de nieuwe functie op bepaalde momenten in de week een hogere parkeerbehoefte genereren dan de oude functie. In die gevallen kan dus niet worden verondersteld dat de nieuwe functie zonder aanleg van extra parkeerplaatsen kan worden gerealiseerd. Het is dan geheel afhankelijk van de aard (privaat of openbaar), de omvang (het aantal aanwezige plaatsen) en de beschikbaarheid van aanwezige parkeerplaatsen op verschillende momenten, of de transformatie zonder gevolgen voor de bestaande parkeersituatie kan plaatsvinden. In onderstaand rekenvoorbeeld wordt dit nader toegelicht. Het rekenvoorbeeld betreft een bedrijfspand van 2.000 m2 bvo dat getransformeerd wordt tot 25 middelgrote woningen. De normatieve parkeerbehoefte van de oude functie is 47 parkeerplaatsen, die van de 25 woningen is 38 parkeerplaatsen. Hoewel de normatieve parkeerbehoefte van de oude functie groter is dan die van de nieuwe, dient de initiatiefnemer van deze transformatie zorg te dragen voor 32 parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte van de oude functie diende zich met name op doordeweekse dagen overdag aan. Die van de nieuwe functie dient zich met name aan tijdens de avonden en ’s nachts.

Het maximale verschil tussen de parkeerbehoefte per dagdeel van de oude functie en die van de nieuwe functie dient zich aan op zaterdagavond, zijnde 32 plaatsen.

25

Specifieke (tijdelijke) activiteiten Bij ruimtelijke activiteiten waarvoor geen omgevingsvergunning is vereist, maar waarbij wel de parkeervraag tijdelijk verandert (bijvoorbeeld bij een evenement) geldt dat de initiatiefnemer de parkeerbehoefte adequaat opvangt en in een mobiliteitsplan/verkeersplan vastlegt. In dit plan dient speciale aandacht te worden besteed aan het parkeren van auto’s en fietsen. Bij evenementen dient de fietsparkeerbehoefte op het evenemententerrein zelf of een gehuurde tijdelijke private of gemeentelijke locatie te worden opgevangen. Bij evenementen die plaatsvinden op of in parkeervoorzieningen, dienen ten minste ook de voorzieningen voor speciale doelgroepen (mindervaliden) en special voertuigen (elektrisch laden) gecompenseerd te worden.

Bouwen op een bestaande parkeervoorziening Bij bouwinitiatieven op bestaande gemeentelijke parkeervoorzieningen moet rekening gehouden worden met de effecten van het verlies van de bestaande parkeercapaciteit. In principe moet het verlies aan capaciteit binnen het project zodanig worden gecompenseerd dat er geen structureel nadelig effect is op de parkeerdruk in de directe omgeving, Met andere woorden: dat de parkeerdruk in de omgeving (op acceptabele loopafstand) op het maatgevende13 moment in de week onder de 95% voor auto’s en 90% voor fietsen voor parkeerplaatsen uitkomen. Bovendien zullen de door de gemeente aangegane verplichtingen voor deze parkeervoorziening moeten worden gerespecteerd (ook financieel). In de regel vereist dit maatwerk en aanvullende afspraken tussen de initiatiefnemer en de gemeente.

Grote getallen reductie Bij grotere ontwikkelingen met een groot aandeel bezoekers (> 80%), mag indien uit de normatieve parkeerbehoefteberekening volgt dat er meer dan 100 parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden voor bezoekers, een reductie van 10% op dit deel van de normatieve parkeerbehoefte worden toegepast. Dit omdat (een uitbreiding van) een ontwikkeling van grote omvang, niet zal leiden tot een rechtevenredige verhoging van de parkeervraag. Deze reductie is niet van toepassing als gebruik wordt gemaakt van de parkeernormen van bezoekers van bewoners volgens het ambitiescenario.

13

Het maatgevende moment is de periode (dagdeel) van de week waarop de verschillende functies samen gelijktijdig een maximale parkeervraag kennen.

26

Vrijstellingsmogelijkheid bij wijziging van gebruik, sloop of uitbreiding Indien de toename van de parkeervraag bij wijzing van gebruik, sloop of uitbreiding, maximaal 0,5 parkeerplaatsen bedraagt, dan wordt vrijstelling gegeven, zonder dat hier een financiële bijdrage tegenover staat.

27

Bijlage 1

Auto- en fietsparkeernormen Entree

28

29

30

Bijlage 2

Aanwezigheidspercentages

woningen bewoners woningen bezoekers kantoor/bedrijven commerciële dienstverlening detailhandel grootschalige detailhandel supermarkt sportfuncties binnen sportfuncties buiten bioscoop/theater/podium/ enzovoort sociaal medisch: arts/maatschap/ therapeut/consultatiebureau verpleeg-/verzorgingstehuis/ aanleunwoning/verzorgingsflat ziekenhuis patienten inclusief bezoekers ziekenhuis medewerkers dagonderwijs avondonderwijs

werkdag- werkdag- werkdagochtend middag avond 50% 50% 90% 10% 20% 80% 100% 100% 5% 100% 100% 5% 30% 60% 10% 30% 60% 70% 30% 60% 40% 50% 50% 100% 25% 25% 50% 5% 25% 90% 100% 75% 10% 50% 50% 100% 60% 100% 60% 75% 100% 40% 100% 100% 0% 0% 0% 100%

koopavond 80% 70% 5% 75% 75% 80% 80% 100% 50% 90% 10% 100% 60% 40% 0% 100%

werkdag- zaterdag- zaterdagnacht middag avond 100% 60% 80% 0% 60% 100% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 100% 0% 0% 100% 0% 0% 100% 40% 0% 100% 100% 0% 100% 25% 0% 40% 100% 0% 10% 10% 25% 100% 100% 5% 60% 60% 25% 40% 40% 0% 0% 0% 0% 0% 0%

31

zondagmiddag 70% 70% 0% 0% 0% 0% 0% 75% 100% 40% 10% 100% 60% 40% 0% 0%

Bijlage 3

Eisen gelijkwaardige oplossing bergingen

Gemeenschappelijke fietsenberging Het aantal fietsplekken, met bijbehorende fietsbeugels, per woning voldoet aan het onderstaande schema, waarbij het is toegestaan om dubbele fietsenrekken toe te passen; BVO per woning (m2)

Aantal plekken in fietsrek

>50 - < 75 > 75 - < 100 > 100 - < 125 > 125

3 4 4 5

1. 2. 3. 4. 5.

Benodigde BVO interne berging (m2) 2,7 m2 2,7 m2 2,7 m2 2,7 m2

Voor hoog-laag voorzieningen in fietsenbergingen geldt een minimale hart-op hart afstand van 0,400 meter; Voor voorzieningen op één niveau in fietsenbergingen geldt een minimale hart op- hart afstand van 0,80 meter; Er zijn per woning ten minste twee plekken in een laag rek; minimaal 5% van de plekken is geschikt voor bakfietsen of andere fietsen met sterk afwijkende maten (vakken minimaal 1000 mm breed ); Minimaal 15% van de plekken is geschikt voor de overige ‘buiten-model fietsen’ (hart-op-hart afstand minimaal 500 mm).

Gemeenschappelijke stalling scootmobiel De totale afmeting van een gemeenschappelijke stalling voor scootmobielen voldoet aan de formule in onderstaande tabel: Aantal woningen ➢ 50 50 tot 100 100 tot 150 150 tot 200 ➢ 200 1.

2.

Oppervlakte stallingsruimte scootmobielen aantal woningen / 7 x 3 m2 aantal woningen / 9 x 3 m2 aantal woningen / 11 x 3 m2 aantal woningen / 13 x 3 m2 aantal woningen / 15 x 3 m2

Er wordt rekening gehouden met tenminste de volgende afmetingen van een scootmobiel: lengte: 1,40 meter, breedte: 0,70 meter. Met ruimte voor manoeuvreren en in en uitstappen komt de gemiddelde oppervlakte op: 3 m2 per scootmobiel. De opstelplekken (per 3 m2) zijn voorzien van een elektrische oplaadmogelijkheid.

Beheer Het beheer van een gemeenschappelijke fietsenberging en stalling voor scootmobielen voldoet minimaal aan de volgende voorwaarden: 1. Privaatrechtelijk is vastgelegd dat ieder appartement het aantal fietsplekken heeft conform deze beleidsregel, gekoppeld aan de woningen; 2. Het huishoudelijke reglement bevat bij ingebruikname afspraken over gebruik en beheer; 3. Een gemeenschappelijke fietsenberging is afgesloten; 4. De fietsplekken zijn genummerd met de huisnummers van de woningen waartoe ze behoren;

32

5. 6.

7. 8.

9.

De toegewezen fietsplekken van een woning liggen bij elkaar; Een gemeenschappelijke fietsenberging omvat de fietsplekken voor maximaal 100 woningen. Bij meer dan 100 woningen worden meerdere gemeenschappelijke fietsenbergingen gerealiseerd; De ruimten voor scootmobielen zijn apart van de fietsen geclusterd en afgesloten; De bewoners van het woongebouw kunnen naar redelijkheid en billijkheid beschikken over een plaats in de stalling voor scootmobielen in verband met gewenste levensloopbestendigheid van de woningen; De toekomstige bewoners worden door de vergunninghouder erop gewezen dat gelijkwaardigheid is toegepast.

Kwaliteitseisen: toegankelijkheid Bij zijn oordeel over de gelijkwaardigheid betrekt het college in ieder geval de onderstaande kwaliteitseisen voor toegankelijkheid en de mate waarin het verzoek om gelijkwaardigheid hierin voorziet. 1. De vormgeving van de fietsenberging voldoet aan de aanbevelingen van het CROW Leidraad Fietsparkeren, -publicatie 741. H6 en voorzieningenbladen H8De stalling van scootmobielen is voldoende bruikbaar, bijvoorbeeld zoals is weergegeven in de handleiding ‘Toegankelijk Bouwen’ van het kenniscentrum Bouw Advies Toegankelijkheid (BAT); 2. De stalling voor scootmobielen is veilig vormgegeven zoals weergegeven in “Scootmobielen, tips voor een brandveilig gebruik’ BW-01-05-18 van Brandweer Nederland. 3. Vanuit de openbare ruimte is de toegang van de fietsenberging duidelijk zichtbaar (‘s avonds en ’s nachts goed verlicht) en herkenbaar, gezien vanaf de aanrijroute richting het woongebouw. 4. De gemeenschappelijke fietsenberging heeft bij voorkeur een voetgangersuitgang in de richting van de woningen. 5. De afstand mag maximaal ca. 75 meter zijn van de gemeenschappelijke fietsenberging/stalling scootmobielen tot elke woningtoegangsdeur. 6.

De toegang vanaf de weg naar een gemeenschappelijke fietsenberging op lager of hoger niveau is goed en comfortabel te gebruiken voor alle fietsen en scooters; dus ook voor zware fietsen en ‘buiten-model fietsen’, eventueel met gebruik van een motorisch aangedreven tandriemband. 7. Het hellingspercentage van een hellingbaan is maximaal 22%. 8. Een trap heeft ideaal een hellingspercentage van 18%, met een aantrede van 500 mm en een optrede van 90 mm of met een aantrede van 600 mm en een optrede van 100 mm met aan beide zijden fietsgoten. 9. Een lift is geschikt voor het meenemen van fietsen en scootmobielen (maat 1,05 x 2,05 meter). 10. Een gebruiker moet de toegang van een stalling gemakkelijk kunnen openen: automatisch, met een makkelijk te bedienen drukknop of chipkaartlezer. Kwaliteitseisen: inrichting en bruikbaarheid Bij zijn oordeel over de gelijkwaardigheid betrekt het college in ieder geval de onderstaande kwaliteitseisen voor inrichting en bruikbaarheid en de mate waarin het verzoek om gelijkwaardigheid hierin voorziet. 1. De gemeenschappelijke fietsenberging moet logisch en overzichtelijk zijn ingedeeld. 2. De route in en vanuit de stalling naar de bestemming is logisch, snel en eenvoudig. Bij voorkeur kan men vanuit de fietsenberging rechtstreeks (liefst binnendoor) doorlopen naar de woningen, zonder terug te hoeven lopen door de fietsenberging. 3.

De sociale veiligheid wordt gewaarborgd door een overzichtelijke inrichting, goede verlichting en bij voorkeur daglichttoetreding. 4. Gebruikers moeten elkaar in de verkeersruimtes van de gemeenschappelijke fietsenberging kunnen passeren.

33

Stallingssystemen voor fietsen voldoen aan de eisen van ‘Fietsparkeur’ of zijn minimaal van vergelijkbare kwaliteit. 6. De minimale vrije hoogte in een gebouwde stalling is 2900 mm om dubbellaags rekken te kunnen plaatsen. 7. De gangpaden in de gemeenschappelijke fietsenstalling zijn minimaal 2100 mm breed en een hoofdgangpad is minimaal 3000 mm breed, zowel voor fiets als scooter. 8. Een parkeersysteem waarin naast standaardfietsen ook fietsen passen met veel voorkomende afwijkende maten, heeft de voorkeur. Dan passen nagenoeg alle fietsen probleemloos op elke stallingsplek, ook die met een krat, bagagedrager vóór, breed stuur, brede banden, etc. Een andere mogelijkheid is een apart parkeervak, waarin afwijkende maten fietsen op hun standaard kunnen worden gesteld. 9. De gemeenschappelijke fietsenberging biedt voldoende oplaadmogelijkheden (minimaal 5% van het aantal fietsplekken met oplaadmogelijkheid en minimaal 5% van het aantal fietsplekken daartoe voorbereid) voor elektrische fietsen; 10. De stalling voor scootmobielen biedt voldoende oplaadmogelijkheden voor scootmobielen. 11. De netto-afmetingen van een scooterparkeerplek is minimaal 750 mm breed x 1800 mm lang. 12.

Een fietsenberging waarin scooters met verbrandingsmotoren mogen staan, moeten aan de geldende milieu- en bouwvoorschriften voldoen, waaronder eisen aan de veiligheid (brand), aan installaties (ventilatie van rookgassen) en aan de kwaliteit van de vloerafwerking (vloeistofdichtheid). 5.

34

Bijlage 4

Resultaatverplichtingen bij toepassen maatwerk parkeernorm

Voor het toepassen van de maatwerkparkeernorm van woningen gelden aanvullende eisen. Deze eisen en de daaraan verbonden resultaatverplichtingen voor de aanvragen van een omgevingsvergunning zijn hierna nader omschreven. Om de maatwerkparkeernorm te kunnen toepassen, dient de aanvrager van een omgevingsvergunning aan alle hiernagenoemde eisen te voldoen. Als aan één of meerdere eisen niet wordt voldaan, kan de maatwerkparkeernorm niet worden toegepast. Monitoring parkeerdruk • De gemeente voert jaarlijks een parkeeronderzoek volgens het ‘Monitoringsplan parkeerdruk Entree en omgeving’. Met dit onderzoek wordt in beeld gebracht: o Het gebruik (motief) en de bezetting van de in de deelplannen van Entree gerealiseerde parkeerplaatsen. o Het gebruik (motief) en de bezetting van de in de omliggende woonwijken aanwezige parkeerplaatsen. o De maximale omvang van het onderzoeksgebied is weergegeven in onderstaande afbeelding.

Afbeelding 2. Maximale onderzoeksgebied monitoring

35

• • •

•

•

•

Het onderzoeksgebied is in omvang gerelateerd aan het aantal deelplannen dat is gerealiseerd en bedraagt circa 300 meter loopafstand vanaf de ingangen van de gerealiseerde deelplannen. Het eerste parkeeronderzoek (0-meting) vindt plaats voorafgaand aan de oplevering van het 1 e deelplan. Vervolgonderzoeken vinden plaats tot 2 jaar na oplevering van het laatste deelplan. De kosten van het parkeeronderzoek zijn voor rekening van de initiatiefnemers (en/of hun rechtsopvolgers) van de op dat moment gerealiseerde deelplannen (naar rato van het aantal in de deelplannen gerealiseerde parkeerplaatsen). Als de monitoring uitwijst dat de parkeerdruk in de omliggende woonwijken belast wordt door voertuigen behorende bij een of meerdere deelplannen14, dan is/zijn de initiatiefnemer(s) van dat deelplan verplicht om extra parkeerplaatsen te realiseren. Het aantal extra te realiseren parkeerplaatsen is gelijk aan de omvang van de gemeten belasting in de omgeving die herleidbaar zijn naar functies in deelplannen van Entree, doch nooit meer dan het verschil tussen de normatieve parkeerbehoefte op basis van de basisparkeernorm minus de normatieve parkeerbehoefte op basis van de maatwerk parkeernorm.

Initiatiefnemer dient bij indiening van de omgevingsvergunning aantoonbaar te maken in staat te zijn om extra parkeerplaatsen te realiseren in een omvang van het verschil tussen de parkeerbehoefte op basis van de basisparkeernorm en de parkeerbehoefte op basis van de maatwerkparkeernorm.

E-laden • Initiatiefnemer dient bij indiening van de omgevingsvergunning aantoonbaar te maken dat alle parkeerplaatsen die bestemd zijn voor deelauto’s en voor deelfietsen zijn voorzien van een werkend e-laadpunt. • Definitie ‘werkend e-laadpunt’: o Het e-laadpunt en alles wat daartoe behoort voldoet aan alle vigerende normen en regelgeving o Het laadvermogen per e-laadpunt bedraagt ten minste 11 kW/u o Het laadvermogen is voor elk van de laadpunten afzonderlijk softwarematig in te stellen. Het daadwerkelijke op enig moment beschikbare laadvermogen per laadpunt wordt bepaald door een systeem van dynamic loadbalancing. Hiermee wordt het beschikbare vermogen verdeeld over het aantal in gebruik zijnde laadpunten met een laadbehoefte. Zodanig dat wanneer het beschikbare vermogen het toelaat bij elk afzonderlijk laadpunt het maximale laadvermogen van 11kW/u geladen kan worden. Flexwerkplekken • Initiatiefnemer dient bij indiening van de omgevingsvergunning aantoonbaar te maken dat 1 op de 2 woningen van een flexwerkplek is voorzien. • Als er flexwerkplekken in een gemeenschappelijke ruimte worden voorzien, dan kan worden volstaan met 1 flexwerkplek per 4 woningen. • Definitie flexwerkplek o De flexwerkplek heeft een oppervlakte 4 m2 per werkplek als deze in de woning is gesitueerd.

Een flexwekplek heeft een oppervlakte van 3m2 per werkplek als deze in een collectieve voorziening is gesitueerd. o De flexwerkplek is als zodanig gemarkeerd in een woning en/of als gemeenteschappelijke ruimte in een woongebouw. o Ieder flexwerkplek is voorzien van aansluitpunt voor elektra, aansluitpunt voor internet, verlichting, verwarming/koeling. o De flexwerkplek voldoet verder aan de richtlijnen zoals benoemd in het Arbobesluit en de normen voor kantoorwerkplekken opgesteld door NEN.

14

Voertuigen zijn herleidbaar naar adressen van functies behorende bij een deelplan in Entree

36

Parkeerhubs • Initiatiefnemer dient bij indiening van de omgevingsvergunning aantoonbaar te maken dat hij voor eigen rekening en risico zorgdraagt voor, danwel financieel bijdraagt in de bij zijn deelplan behorende, volledig operationele, openbaar toegankelijke Parkeerhubs. • Er moeten in totaal 4 buurthubs en 2 wijkhubs worden gerealiseerd. • Het aan een deelplan toewijsbare aandeel aan de Parkeerhubs is naar rato van het aantal in de deelplannen gerealiseerde parkeerplaatsen. • Een nadere uitwerking van de aard en omvang van de wijk- en buurthubs en hun beoogde posities is weergegeven in Bijlage 5.

37

Bijlage 5

Buurt- en wijkhubs

In Entree worden buurt- en wijkhubs gerealiseerd. De buurt- en wijkhubs hebben verschillende groottes en een verschillend aanbod deelmobiliteit. De buurt- en wijkhubs zijn openbaar toegankelijk en goed zichtbaar.

De beoogde posities van de hubs zijn in onderstaande afbeelding weergegeven (indicatief)

38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=3997133c-1723-4081-9d5e-1516b7804126