CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Minima-effectrapportage Zoetermeer 2024 Nibud

Raadsvergadering 16 december 2024, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Uitkomsten Onderzoek Besteedbaar Inkomen20.036 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Garantverzorgd 1, 2 en 3 bieden 100 procent vergoeding van de kosten van een abonnement. Indien de aanvrager geen dekking hiervoor heeft vanuit een aanvullende zorgverzekering, of indien de vergoeding ontoereikend is, dan kan dit vanuit de bijzondere bijstand worden vergoed. Hierbij wordt rekening gehouden met de draagkracht. Attentiekosten Naast bovengenoemde zorgkosten rekenen we nog 8 euro per maand voor attentiekosten voor hulp van buren, vrienden, etc. Deze kosten zijn opgenomen onder de post “eigen betalingen zorg”.

3.4

Zelfstandig wonende 18-jarige

In dit onderzoek kijken we ook naar de bestedingsruimte van een zelfstandig wonende 18-jarige. Hierbij kijken we naar de volgende drie situaties: Situatie waarin hij/zij niet werkt of studeert en bijstand ontvangt; Situatie waarin hij/zij werkt tegen het minimumloon dat geldt voor een 18-jarige; Situatie waarin hij/zij een mbo-opleiding (BOL) volgt en studiefinanciering ontvangt. Hier wordt dus niet wordt doorgerekend met een percentage van de bijstandsnorm, zoals dat bij de andere onderzochte huishoudtypen wel is gedaan. Voor de 18-jarige die studeert gaan we ervan uit dat hij of zij een MBO via de Beroeps Opleidende Leerweg volgt en het maximale bedrag aan studiefinanciering (basisbeurs en

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

aanvullende beurs) ontvangt. Voor de maanden augustus tot en met december 2024 komt dit neer op € 765,78. Daarnaast zijn studiekosten opgenomen (collegegeld plus schoolkosten) van € 235 per maand. Ten slotte zijn de kosten voor openbaar vervoer uit de begroting gehaald, omdat studenten in aanmerking komen voor een studentenreisproduct. Dit geldt ook voor de vervoerskosten in de post “sociale participatie”. De huur van de 18-jarige is in deze rapportage lager dan voor de overige eenpersoonshuishoudens, waarvoor we een huur van € 650 hanteren (zie paragraaf 1.2.4). Voor een 18-jarige is dit waarschijnlijk geen reëel bedrag, zeker gezien het feit dat voor jongeren tot 23 jaar geen huurtoeslag mogelijk is bij een huur boven € 454,47 per maand. Daarom wordt in deze rapportage gerekend met een huur van € 450 euro. Ten slotte is bij de 18-jarige gekozen voor een minder uitgebreide zorgverzekering, namelijk GarantVerzorgd 1. Dit is een basisverzekering, een aanvullende verzekering plus een tandartsverzekering. De premie bedraagt € 168,16 per maand. Er moet daarnaast maandelijks gereserveerd worden voor het eigen risico. De genoemde premie hanteren we voor alle drie de onderzochte situaties.

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

4 Resultaten Dit hoofdstuk bevat de resultaten van de berekeningen naar het effect van landelijke en lokale inkomensondersteuning op de begroting van huishoudens. De volledige begrotingen staan in bijlage 2. Het resultaat van deze begroting (inkomsten minus uitgaven) geeft het beeld weer wat het huishouden overhoudt of te kort komt als alle uitgaven zijn gedaan. Deze resultaten zijn in de volgende tabel gepresenteerd en kunnen positieve of negatieve waarden opleveren. Als het huishouden te maken heeft met een tekort op de maandbegroting dan is dit in rood weergegeven. Dat is in de gemeente Zoetermeer bij geen van de onderzochte huishoudtypen het geval. Wanneer het huishouden minder overhoudt bij een hoger inkomen in vergelijking tot één of meerdere lagere inkomens (armoedeval), dan is dit zichtbaar gemaakt via een oranje kleur. Het is van belang hier nogmaals te benadrukken dat we in de begrotingen rekenen met minimale uitgaven. Als deze uitgaven om wat voor redenen hoger uitpakken, wordt de bestedingsruimte lager. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als het huishouden in een energie-onzuinige woning woont (we gaan in de begrotingen uit van energielabel C) of als de huur hoger ligt dan de huren waar we in dit rapport mee rekenen. Met name bij een huur hoger dan € 879 zal dit tot problemen leiden, omdat er in dat geval er geen recht op huurtoeslag meer is.

In dit rapport gaan we uit van een huur van € 697 voor meerpersoonshuishoudens. Op bijstandsniveau bedraagt de huurtoeslag dan € 420 per maand; bij een huur vanaf € 879 valt dit helemaal weg. Tabel 10: Vrije bestedingsruimte per maand in euro’s, exclusief IIT

4.1

Huishoudtype

100

110

120

130

140

150

01. alleenstaande tot AOW-leeftijd

107

130

261

364

461

556

02. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd

376

382

520

587

669

716

03. paar tot AOW-leeftijd zonder kinderen

116

192

309

342

413

471

04. paar vanaf AOW-leeftijd zonder kinderen

420

421

574

649

763

874

05. eenoudergezin met 2 jonge kinderen

566

564

665

764

807

937

06. eenoudergezin met 2 oudere kinderen

278

296

427

525

564

695

07. paar met 2 jonge kinderen

378

452

568

583

575

604

08. paar met 2 oudere kinderen

111

185

302

329

301

337

09. alleenstaande tot AOW-leeftijd met zorg

96

118

232

346

442

536

10. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd met zorg

355

360

468

457

538

585

Bestedingsruimte per huishoudtype

1. Alleenstaande Een alleenstaande heeft, nadat alle uitgaven uit zowel het basispakket als het pakket voor sociale participatie zijn gedaan, op bijstandsniveau een saldo van € 107 per maand. Op 110 procent is het saldo € 130. Dit loopt op naar € 556 euro op 150 procent van de norm.

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

2. Alleenstaande vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd Ook een alleenstaande oudere heeft, nadat alle uitgaven uit het basispakket zijn gedaan, geen tekorten op de maandbegroting. Met alleen een AOW-uitkering zonder aanvullend pensioen is er een bestedingsruimte van € 376 per maand. Dit loopt op naar € 716 bij 150 procent. Het maandelijkse AOW-bedrag is ruim € 250 hoger dan de bijstand waardoor deze huishoudens bij 100 procent meer bestedingsruimte hebben. Vanaf 110 procent rekenen we met de bijstandsnormen voor AOW-gerechtigden. Ook deze zijn hoger dan voor huishoudens onder de AOW-leeftijd, maar het verschil is kleiner. Echter, bij een inkomen boven bijstandsniveau gaan we voor huishoudens onder de AOW-leeftijd uit van werk en zijn er werkgerelateerde kosten. Bij een oudere gaan we uit van een aanvullend pensioen en zijn deze kosten er niet. Daarom is het verschil in bestedingsruimte tussen de alleenstaande onder de AOW-leeftijd en de alleenstaande oudere nog steeds groot. 3. Paar tot de AOW-leeftijd zonder kinderen Het paar zonder kinderen heeft op bijstandsniveau een positief saldo van € 116 per maand. Dit loopt op naar € 471 op 150 procent. 4. Paar vanaf de AOW-leeftijd zonder kinderen Net als bij de alleenstaande oudere heeft het paar vanaf de AOW-leeftijd meer bestedingsruimte dan het paar tot de AOW-leeftijd.

Met alleen een AOW-uitkering is de bestedingsruimte € 420 per maand, op 150 procent is dit € 874. 5. Alleenstaande met twee jonge kinderen (3 en 5 jaar) Het eenoudergezin met twee jongere kinderen heeft ruim voldoende bestedingsruimte om alle uitgaven uit het basispakket te kunnen doen. Op bijstandsniveau is de bestedingsruimte € 566; dit loopt op naar € 937 op 150 procent van de norm. 6. Alleenstaande met twee oudere kinderen (14 en 16 jaar) Het eenoudergezin met kinderen van 14 en 16 jaar heeft op bijstandsniveau een saldo van € 278 nadat het basispakket is bekostigd. Dit loopt op naar € 695 op 150 procent. Dat het eenoudergezin met twee oudere kinderen minder bestedingsruimte heeft dan het eenoudergezin met jonge kinderen, heeft te maken met het feit dat de kosten voor oudere kinderen over het algemeen hoger zijn dan voor jonge kinderen. Dit geldt bijvoorbeeld voor voeding, kleding en schoolkosten. De hogere kinderbijslag en het hogere kindgebonden budget kunnen dit verschil niet compenseren. 7. Paar met twee jonge kinderen (3 en 5 jaar) Het paar met jonge kinderen en een inkomen op bijstandsniveau heeft een bestedingsruimte van € 378. Dit loopt op naar € 583 op 130 procent. Op 140 procent is de bestedingsruimte met € 575 lager dan op 130 procent. Op 150 procent is de bestedingsruimte weer hoger met € 604.

In de volgende paragraaf gaan we dieper in op de oorzaak achter de lagere bestedingsruimte op 140 procent ten opzichte van het inkomensniveau daaronder. Het paar met jonge kinderen heeft op bijstandsniveau bijna € 200 minder bestedingsruimte dan de alleenstaande ouder met jonge kinderen. Een belangrijke oorzaak van deze lagere bestedingsruimte ligt in het feit dat een paar de kosten van twee volwassenen moet dragen, zoals de kosten van de zorgverzekering, kleding en voeding. Deze kosten worden niet gecompenseerd door de hogere bijstandsnorm voor een paar, ten opzichte van de norm voor een alleenstaande (ouder).

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

8. Paar met twee oudere kinderen (14 en 16 jaar) Het paar met twee oudere kinderen heeft op bijstandsniveau een bestedingsruimte van € 111, wat oploopt naar € 329 op 130 procent. Op 140 procent daalt het saldo naar € 301. Hierop wordt in paragraaf 4.2 dieper ingegaan. Belangrijk om op te merken is dat we in de berekeningen geen zakgeld hebben meegenomen. Het zakgeld voor oudere kinderen bedraagt gemiddeld € 22,50 per kind per maand. Ouders kunnen hiervoor kiezen maar kunnen ook stimuleren dat hun kind een bijbaantje gaat zoeken om zelf wat geld te verdienen. 9. Alleenstaande tot de AOW-leeftijd met een zorgvraag De alleenstaande met een zorgvraag heeft op bijstandsniveau te maken een positief saldo van € 96. Dit loopt op naar € 536 op 150 procent. Deze saldi zijn iets lager dan voor de alleenstaande zonder zorgkosten, hoewel veel van de zorguitgaven in de gemeente Zoetermeer worden vergoed vanuit de bijzondere bijstand, de collectieve zorgverzekering of via de Wmo. De extra kosten die niet worden vergoed zijn de hogere premie voor de zorgverzekering waar we bij de zorghuishoudens van uitgaan, de extra vervoerskosten, de eigen bijdrage medicijnen en attentiekosten voor hulp van buren, vrienden, etc.

Bij een inkomensniveau vanaf 130 procent wordt het verschil met de alleenstaande zonder zorgkosten groter; vanaf dat inkomensniveau kan er geen gebruik meer worden gemaakt van de collectieve zorgverzekering van de gemeente Zoetermeer en vervalt ook de vergoeding van de eigen bijdrage CAK. 10. Alleenstaande vanaf de AOW-leeftijd met een zorgvraag Ook de alleenstaande oudere met een zorgvraag heeft niet met tekorten op de begroting te maken, maar wel met een lagere bestedingsruimte dan de oudere zonder zorgvraag. Hier spelen dezelfde extra kosten als bij de alleenstaande onder de AOW-leeftijd: premie zorgverzekering, eigen bijdrage medicijnen, vervoerskosten en attentiekosten. Vanaf 120 procent wordt het verschil tussen de oudere met en zonder zorgvraag groter. Dit heeft voornamelijk te maken met de extra kosten voor voeding; vanwege de draagkracht voor de bijzondere bijstand wordt een steeds kleiner gedeelte van de extra kosten voor de maaltijdvoorziening vergoed. Uiteindelijk loopt de bestedingsruimte van de oudere met een zorgvraag op van € 355 op AOW-niveau naar € 585 op 150 procent van de norm. 11. Zelfstandig wonende 18-jarige Bij de zelfstandig wonende 18-jarige is niet doorgerekend met een percentage van de bijstandsnorm, maar is naar andere inkomensniveaus gekeken, te weten bijstand, het (netto) minimumjeugdloon en studiefinanciering.

Bij geen van deze inkomensbronnen kan de zelfstandig wonende 18-jarige de maandbegroting rondkrijgen. We zien de volgende tekorten: Bijstand Minimumloon Studiefinanciering MBO

- € 812 - € 54 - € 578

De zelfstandig wonende 18-jarige krijgt dus in alle genoemde situaties met tekorten te maken. Met alleen een bijstandsuitkering is er een tekort van € 812. Wanneer deze jongeren een fulltime baan heeft en daarmee het minimumjeugdloon verdient is er een tekort van € 54 en wanneer hij of zij studeert en studiefinanciering ontvangt bedraagt het

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

tekort € 578. In het laatste geval heeft de student nog de mogelijkheid om bij te lenen (dit kan tot een bedrag van maximaal € 217,72 per maand) of om een bijbaantje te nemen. Voor kinderen tot 21 jaar geldt in zijn algemeenheid een onderhoudsplicht van de ouders. Dit betekent dat ouders verantwoordelijk zijn voor onderdak, kleding, voeding, scholing en medische hulp voor hun kinderen. Niet alle jongeren tot 21 jaar kunnen op de onderhoudsplicht van hun ouders terugvallen. De gemeente Zoetermeer kan in dit geval bijzondere bijstand verstrekken. Het is hierbij van belang dat er een noodzaak is tot uitwonend zijn. De noodzaak tot uitwonend zijn kan worden aangenomen in de volgende gevallen: •

•

•

•

De jongere heeft de woning/kamer verkregen middels een urgentieverklaring (in dit geval heeft de urgentiecommissie de noodzaak tot het verkrijgen van een zelfstandige woonruimte reeds getoetst en vastgesteld en sluit de gemeente Zoetermeer hierbij aan), Er ligt een advies van JGH (Jeugd- en Gezinshulp) waaruit blijkt dat de jongere niet meer thuis kan wonen (de klantmanager sluit aan bij het advies en expertise van de medewerker van JGH), Jongeren hebben aangetoond direct voor het aanvaarden van de woning/kamer dakloos of thuisloos te zijn geweest (dit kan zichtbaar zijn in Suwinet omdat er geen inschrijfadres is geweest of er kan een verwijzing zijn vanuit een opvanginstelling zoals bv. Leger des Heils), Jongeren hebben aangetoond door hun ouder(s) uit huis te zijn gezet en terugkeer is niet meer mogelijk (dit dient door de klantmanager te worden onderzocht, eventueel met behulp van een ketenpartner zoals Maatschappelijk Werk.

In die gevallen waarin een jongere zelfstandig is gaan wonen zonder expliciete noodzaak, maar over onvoldoende middelen beschikt voor het betalen van de vaste lasten en of de inrichting van de woning wordt geen bijzondere bijstand verstrekt. Gezien het tekort op de begroting zal in die gevallen zelfstandig wonen geen optie zijn.

4.2

Armoedeval

Voor elk huishoudtype zijn verschillende inkomensniveaus doorgerekend. Naast het minimuminkomen zijn inkomens op 110, 120, 130, 140 en 150 procent van het netto minimuminkomen gespecificeerd. Soms leidt een hoger inkomen tot een beperktere bestedingsmogelijkheid. Dit komt doordat landelijke en gemeentelijke inkomensondersteunende maatregelen, zoals huurtoeslag en kindregelingen, er niet op voorhand toe leiden dat een huishouden meer te besteden heeft bij een hoger inkomen. Een armoedeval kan ontstaan door een stijging van het salaris, bijvoorbeeld als iemand meer uren gaat werken. Deze armoedeval wordt ook wel doorstroomval genoemd. Een andere situatie ontstaat wanneer huishoudens vanuit een uitkering uitstromen naar betaald werk. Deze armoedeval wordt ook wel de uitstroomval genoemd. Op dat moment nemen de kosten door werk toe en komen rechten op diverse inkomensondersteunende regelingen (gedeeltelijk) te vervallen.

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

In de onderstaande figuur is in één oogopslag te zien welke huishoudtypen te maken hebben met een uit- of doorstroomval. Idealiter zie je over de hele linie een stijgende lijn. Dat betekent dat een hoger bruto inkomen ook leidt tot een hoger besteedbaar inkomen. Figuur 1: Ontwikkeling saldo naar inkomensniveaus

In de gemeente Zoetermeer is een uitstroomval zichtbaar bij de alleenstaande ouder met jonge kinderen op 110 procent. Deze uitstroomval wordt vooral veroorzaakt door werkgerelateerde kosten (reiskosten en kinderopvang). Ook is op 110 procent geen volledige kwijtschelding van lokale lasten meer mogelijk. Bij de alleenstaanden met oudere kinderen spelen dezelfde factoren, behalve de kosten voor kinderopvang. Hierdoor is de bestedingsruimte op 110 procent niet lager dan op bijstandsniveau, maar ook nauwelijks hoger; het scheelt € 18 per maand.

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

Overigens zien we ook bij de andere onderzochte huishoudtypen dat de bestedingsruimte op 110 procent niet evenredig toeneemt met het netto inkomen. Ook hier zijn het wegvallen van het recht op kwijtschelding van lokale lasten en werkgerelateerde kosten de oorzaak. Bij de paren met kinderen wordt een doorstroomval zichtbaar, bij een overgang van een inkomen van 130 naar 140 procent van het minimum. Deze doorstroomval wordt veroorzaakt door het wegvallen van de tegemoetkomingen vanuit de Stichting Leergeld. Omdat de vergoedingen vanuit de Stichting Leergeld voor oudere kinderen iets hoger uitpakken dan voor jonge kinderen, is de doorstroomval bij het huishouden met jonge kinderen kleiner dan bij het de huishoudens met oudere kinderen. Naast het wegvallen van de vergoedingen vanuit de Stichting Leergeld, worden bij paren ook landelijke toeslagen (huurtoeslag en de zorgtoeslag) afgebouwd. Bij alleenstaande ouders is dit bij deze inkomens niet het geval, voor deze groep zijn de toeslagen op alle onderzochte inkomensniveaus even hoog. De afbouw vindt pas bij inkomens boven de 150 procent plaats. Daarom wordt bij alleenstaande ouders geen doorstroomval zichtbaar, terwijl ook zij te maken krijgen met het wegvallen van de bijdragen vanuit de Stichting Leergeld. Ten slotte houdt de AOW-gerechtigde met een zorgvraag op 130 procent van de norm minder over dan op 120 procent.

De oorzaak van deze doorstroomval moet voornamelijk gezocht worden in de lagere vergoedingen voor de zorgkosten. Veel van deze kosten kunnen vergoed worden vanuit de bijzondere bijstand. Bij een inkomen hoger dan 110 procent van geldende norm wordt draagkracht verondersteld, waardoor vanaf een inkomen van 120 procent steeds meer zorgkosten zelf betaald moeten worden. Daarnaast is er vanaf een inkomen op 130 procent geen recht meer op deelname aan de collectieve zorgverzekering en wordt de eigen bijdrage CAK niet meer vergoed. Ook vervalt op 130 procent het recht op een ZoetermeerPas. In combinatie met de extra zorgkosten leidt dit tot een doorstroomval op 130 procent. Ondanks deze doorstroomval is de bestedingsruimte op 130 procent met € 461 positief.

4.3

Huishoudens met langdurig een laag inkomen

Huishoudens in de gemeente Zoetermeer, die gedurende drie jaar of langer moeten rondkomen van een inkomen dat niet hoger is dan de geldende bijstandsnorm, komen in aanmerking voor de Individuele inkomenstoeslag (IIT). De hoogte van de toeslag varieert per huishoudtype: alleenstaanden hebben recht op € 517 per jaar, alleenstaande ouders komen in aanmerking voor € 618 per jaar en paren voor € 771. In tabel 11 staan de saldi van de inkomsten min de uitgaven uitgewerkt waarbij ook rekening is gehouden met de IIT.

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

Tabel 11: Vrije bestedingsruimte per maand in euro’s, inclusief IIT

Huishoudtype

100

110

120

130

140

150

01. alleenstaande tot AOW-leeftijd

150

130

261

364

461

556

02. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd

376

382

520

587

669

716

03. paar tot AOW-leeftijd zonder kinderen

180

192

309

342

413

471

04. paar vanaf AOW-leeftijd zonder kinderen

420

421

574

649

763

874

05. eenoudergezin met 2 jonge kinderen

618

564

665

764

807

937

06. eenoudergezin met 2 oudere kinderen

330

296

427

525

564

695

07. paar met 2 jonge kinderen

442

452

568

583

575

604

08. paar met 2 oudere kinderen

175

185

302

329

301

337

09. alleenstaande tot AOW-leeftijd met zorg

139

118

232

346

442

536

10. alleenstaande vanaf AOW-leeftijd met zorg

355

360

468

457

538

585

De IIT kan een extra armoedeval veroorzaken: een huishouden met recht op IIT kan een hogere bestedingsruimte hebben dan een huishouden op een hoger inkomensniveau, zonder recht op IIT. In de gemeente Zoetermeer zien we dit gebeuren bij de alleenstaanden (zonder en met extra zorgkosten) en bij eenoudergezinnen, zowel met jonge als met oudere kinderen. Ook bij de overige huishoudens neemt de bestedingsruimte niet evenredig toe met het netto inkomen. In de vorige paragraaf is al aangegeven dat dit ook het geval is als naar de situatie zonder IIT wordt gekeken. Huishoudens onder de AOW-leeftijd hebben op 110 procent ook te maken met werkgerelateerde kosten en met het wegvallen van het recht op kwijtschelding. Ook dit draagt eraan bij dat de bestedingsruimte op 110 procent niet evenredig toeneemt ten opzicht van het bijstandsniveau. Wanneer de gemeente de inkomensgrens van de IIT zou opschuiven naar 110 procent, zijn er geen armoedevallen meer zichtbaar bij alleenstaanden en eenoudergezinnen met oudere kinderen. Bij het eenoudergezin met jonge kinderen blijft een armoedeval zichtbaar op 110 procent, maar deze is er ook zonder IIT. Het ophogen van de inkomensgrens naar 110 procent leidt bij geen van de huishoudens tot een armoedeval op 120 procent.

Overigens kan erover gediscussieerd worden in hoeverre er gesproken kan van een armoedeval als het saldo inclusief IIT vergeleken wordt met een hoger inkomensniveau waarin er geen recht op de IIT bestaat. De IIT is immers bedoeld voor huishoudens die langdurig op het minimum leven en zeer weinig kans hebben om hun inkomen te verhogen.

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

5 Conclusies en aanbevelingen Dit hoofdstuk beschrijft, naar aanleiding van de resultaten in de vorige hoofdstukken, de conclusies. Daarnaast worden er verschillende adviezen gegeven voor de aanpassing van regelingen in het kader van minimabeleid van de gemeente Zoetermeer.

5.1

Voorwaarden

De berekening van de bestedingsruimte van de voorbeeldhuishoudens in dit onderzoek is gebaseerd op een drietal voorwaarden: 1. Men moet zeer goed met geld kunnen omgaan; 2. Men moet alle inkomensondersteuning aanvragen waar men recht op heeft; 3. Men moet niet of zeer beperkt te maken hebben met persoonlijk onvermijdbare uitgaven. Dit geldt voor bijvoorbeeld huishoudens met een hogere huur dan hier opgenomen. Of voor mensen met een noodgedwongen hogere energierekening, bijvoorbeeld omdat er sprake is van een slecht geïsoleerde woning. De conclusies van dit rapport moeten met die voorwaarden in het achterhoofd geïnterpreteerd worden. Kijkend naar de voorwaarden kan gesteld worden dat er heel veel verwacht wordt van huishoudens met een laag inkomen. Het gaat dus eigenlijk om de meest ideale situatie. De daadwerkelijke situatie van huishoudens kan hiervan afwijken. Om hoeveel huishoudens het gaat en in welke mate is niet bekend, hierover zijn geen gemiddelden gepubliceerd. Het Nibud adviseert de gemeente Zoetermeer om actief de betreffende huishoudens te (blijven) helpen aan deze voorwaarden te kunnen voldoen.

5.2

Bestedingsruimte en armoedeval

Bestedingsruimte In de gemeente Zoetermeer kunnen bijna alle onderzochte huishoudtypen de kosten van het basispakket betalen, ook als sprake is van extra zorgkosten. Voor het ene huishouden is dit duidelijk eenvoudiger dan voor het andere huishouden. Alleen de zelfstandig wonende 18-jarige krijgt de begroting niet rond. Dit is opvallend gelet op de sterke inflatie in de afgelopen jaren. De landelijke koopkrachtreparaties van 2023 en ook van dit jaar doen hier duidelijk hun werk. Echter, er blijft er grote onzekerheid over het verloop van alle prijzen in de komende jaren. Weten waar je financieel aan toe bent, is nodig om te kunnen begroten en uit te kunnen rekenen hoeveel budget er is voor andere uitgavenposten. Hogere inkomens hebben meer ruimte in hun begroting om te kunnen schuiven met uitgavenposten en hebben vaker een buffer om op terug te vallen. Iets wat huishoudens met een laag inkomen meestal niet hebben. In de huidige situatie is de bestedingsruimte van alleenstaanden onder de AOW-leeftijd zonder kinderen het laagst. Als deze alleenstaande ook nog extra zorgkosten heeft, is de bestedingsruimte nog iets lager, maar nog steeds positief. Ook paren zonder kinderen onder de AOW-leeftijd hebben een relatief lage bestedingsruimte. Deze huishoudens profiteren het minst van de koopkrachtreparaties van de afgelopen jaren, die vooral gericht zijn op huishoudens met kinderen.

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

Paren met oudere kinderen hebben wel veel baat van de maatregelen van het Rijk, zoals de verhoging van het kindgebonden budget. Hierdoor hebben zij, in tegenstelling tot voorgaande jaren, niet meer met een tekort op de maandbegroting te maken. De bestedingsruimte van € 111 is echter nog steeds niet heel ruim. Daarnaast laten de resultaten van deze rapportage zien dat alleenstaande ouders een hogere bestedingsruimte hebben dan paren met kinderen. Dit komt doordat paren de kosten van twee volwassenen moeten dragen, terwijl het bijbehorende inkomen in verhouding lager ligt: een eenoudergezin ontvangt 70 procent van de norm voor een paar plus de alleenstaande ouderkop vanuit het kindgebonden budget, wat samen neerkomt op ongeveer 90 procent van de norm. Paren ontvangen 100 procent van de norm. De extra inkomsten voor paren (van ongeveer 10 procent) ten opzichte van het eenoudergezin wegen vaak niet op tegen de kosten voor een extra volwassene aan bijvoorbeeld voeding, kleding en de zorgverzekering. Op bijstandsniveau houden alleenstaande ouders met oudere kinderen per maand € 278 over tegenover € 111 per maand voor paren met oudere kinderen. Ten slotte zien we dat jongvolwassenen (18-jarigen) niet in staat zijn om zelfstandig te wonen zonder maandelijks te kort te komen, of ze nu een bijstandsuitkering ontvangen, studeren of werken en daarmee het minimumjeugdloon verdienen.

Als de jongere niet kan terugvallen op de onderhoudsplicht van de ouders en de noodzaak om zelfstandig te wonen kan worden aangetoond, is bijzondere bijstand mogelijk voor het betalen van de vaste lasten. Armoedeval Van een armoedeval is sprake als er op een bepaald inkomensniveau minder bestedingsruimte is dan op het voorliggende, lagere inkomensniveau. Hierbij maken we onderscheid tussen een uitstroomval (er blijft minder over dan op bijstandsniveau) en een doorstroomval (op een bepaald inkomensniveau blijft minder over dan op het voorliggende inkomensniveau). In de gemeente Zoetermeer zien we een uitstroomval bij alleenstaande ouders met jonge kinderen; dit wordt vooral veroorzaakt door werkgerelateerde kosten (vervoer en kinderopvang). Bij de paren met kinderen en bij de AOW-gerechtigde met een zorgvraag is sprake van een doorstroomval. Bij paren speelt vooral het wegvallen van de vergoedingen vanuit de Stichting Leergeld. Bij de oudere met een zorgvraag moeten steeds meer zorgkosten zelf betaald worden, vanwege meer draagkracht bij de toekenning van bijzondere bijstand en vanwege het feit dat op 130 procent geen gebruik meer gemaakt kan worden van de collectieve zorgverzekering. Beide huishoudtypen hebben bovendien te maken met lagere landelijke toeslagen.

De paren met kinderen ontvangen minder huurtoeslag en minder zorgtoeslag, de oudere krijgt alleen een lagere huurtoeslag.

5.3

Aanbevelingen

Naar aanleiding van de resultaten van dit onderzoek én de voorwaarden die wij hierbij gesteld hebben, volgen hieronder een aantal aanbevelingen.

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

Houd oog voor het verhaal achter de cijfers Ook in 2018 heeft de gemeente Zoetermeer een Minima-effectrapportage laten opstellen. Deze rapportage is niet een-op-een te vergelijken met het onderliggende onderzoek, omdat de onderzochte huishoudtypen in 2018 (gedeeltelijk) anders waren. Wel valt op dat in 2018 enkele tekorten zichtbaar waren, die zich dit jaar niet meer voordoen. Zo zagen we een tekort bij de alleenstaande en het paar zonder kinderen op bijstandsniveau, bij de alleenstaande ouder met jonge kinderen op 150 procent van de geldende norm en bij het paar met drie oudere kinderen op alle inkomensniveaus tot en met 140 procent. Dit laatste huishouden is in deze rapportage niet onderzocht. Deze cijfers geven de impressie dat de situatie sinds 2018 verbeterd is. Hierbij moet het in gedachten worden gehouden dat het niet per definitie gemakkelijker is geworden om rond te komen. In paragraaf 5.1 is een aantal voorwaarden benoemd waaraan voldaan moet worden om tot de bestedingsruimte te komen zoals die in dit rapport berekend is. Nu is het de laatste jaren zeker niet gemakkelijker geworden om aan deze voorwaarden te voldoen.

De G40 merkt in het manifest “Geen pleisters meer” op, dat inwoners afhankelijk zijn geworden van lokale inkomensondersteuning in een stelsel dat te ingewikkeld is en waarbij het vertrouwen in de overheid laag is: “Het is voor inwoners lastig om bekend te zijn met de veelheid van alle lokale en landelijke regelingen. Het is complex om ze vervolgens aan te vragen, als het taboe op geldzorgen hen al niet heeft tegengehouden. Gelijktijdig speelt nu ook mee dat inwoners minder vertrouwen hebben in de overheid en onder andere terughoudend zijn in het aanvragen van regelingen en toeslagen. Bijvoorbeeld doordat ze bang zijn dat ze het ontvangen budget weer terug zullen moeten betalen. Dit geldt zeker niet alleen voor de lokale regelingen, maar voor het landelijke inkomensstelsel in het geheel.”4 Ook het Nibud constateert in de analyse van het hoofdlijnenakkoord dat huishoudens steeds afhankelijker worden van toeslagen: “De maatregelen in het hoofdlijnenakkoord zorgen volgens het CPB voor een lichte gemiddelde stijging van de koopkracht van alle huishoudens en een afname van de armoede. Daarvoor wordt voor huishoudens met lage inkomens teruggegrepen op toeslagen om hun koopkracht op peil te houden. (…) Tegelijkertijd hebben we gezien dat het stelsel van toeslagen vaak tot problemen en onzekerheid bij huishoudens leidt.

[Daardoor weten huishoudens] op de langere termijn niet waar zij aan toe zijn en blijven ze overgeleverd aan een complex systeem.”5 Het is dus belangrijk dat de gemeente zich ervan bewust is en blijft dat veel inwoners met een laag inkomen moeite hebben om rond te komen en daarbij afhankelijk zijn van verschillende vormen van inkomensondersteuning. De volgende aanbevelingen kunnen daarbij helpend zijn. Stimuleer goed financieel beheer Om rond te kunnen komen van een minimuminkomen is een goed financieel beheer van het huishouden noodzakelijk. Men reserveert om zo nodig grote uitgaven te kunnen doen voor de vervanging van de inboedel. We gaan ervan uit dat het huishouden niet leent, zodat er niet nog extra kosten van rente en aflossing bijkomen. Veel huishoudens die van een minimum inkomen moeten rondkomen, voeren een goed financieel beheer, maar een ____________________

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

deel ook niet. Voor deze huishoudens is het aan te bevelen cursussen of begeleiding te organiseren. Het Nibud, en ook andere (lokale) organisaties, hebben hiervoor een uitgebreid aanbod. In dit kader biedt de gemeente Zoetermeer budgetbeheer aan. Bij budgetbeheer beheert iemand anders het geld van een huishouden. Deze beheerder zorgt ervoor dat er niet meer geld wordt uitgegeven dan dat er binnenkomt. Budgetbeheer wordt ingezet als het nodig is de financiële situatie te verbeteren of stabiel te houden. Nog beter is het om inwoners zelf aan te leren hun financiën te beheren. Daarom biedt de gemeente Zoetermeer de cursus “Omgaan met geld” aan. Alle inwoners, ongeacht hun inkomen, kunnen gratis aan de cursus deelnemen. Verminder niet-gebruik regelingen In de gemeente Zoetermeer kunnen alle onderzochte huishoudtypen de maandbegroting rond krijgen. Hierbij moet de gemeente het volgende goed ik het oog houden: in deze rapportage wordt ervan uitgegaan dat alle aanspraken op landelijke en lokale regelingen worden aangevraagd! Uit diverse onderzoeken6 blijkt echter dat dit niet altijd gebeurt en dat er een behoorlijke mate van niet-gebruik is. Voor de groep die niet alle regelingen gebruikt waarop recht is, geldt dat de bestedingsruimte in deze rapportage lager is. Het Nibud adviseert dan ook in het beleid sterk de nadruk te leggen op het verminderen van niet-gebruik.

Bijvoorbeeld door gerichte communicatie te stimuleren met hulp van verschillende lokale organisaties, waaronder die in de gezondheidzorg. En zorg voor eenvoudige procedures met betrekking tot toekenning, bijvoorbeeld door aanvragen te combineren. Het niet-gebruik is vooral groot onder werkenden. Dat versterkt de armoedeval. In de handreiking Het beter bereiken van werkende armen (Platform31, 2022)7 staan suggesties om het niet-gebruik van voorzieningen door werkenden tegen te gaan. In de gemeente Zoetermeer krijgt het terugdringen van niet-gebruik op meerdere momenten en manieren aandacht: bij een informatie- en adviesgesprek bij de afdeling Schuldhulpverlening, bij de hierboven genoemde cursus “Omgaan met geld” en als er succesvol contact is geweest bij vroegsignalering. Ketenpartners zoals het GeldPunt, de Formulierenbrigade, Schuldhulpmaatje, Humanitas en MiM toetsen dit ook in een klantgesprek. Bovendien biedt de gemeente verschillende Nibud-geldplannen aan waarmee inwoners budgetplannen kunnen maken.8 Ten slotte promoot de gemeente de

____________________

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

website berekenuwrecht.nl, waarmee inwoners zelf kunnen berekenen op welke toeslagen en tegemoetkomingen zij recht hebben.9

Help energie- en woonlasten verlagen De afgelopen periode zijn de energielasten sterk gestegen. Het kabinet heeft in 2023 de gevolgen voor alle huishoudens gedempt met het prijsplafond op de energietarieven. Voor huishoudens met een laag inkomen is de energietoeslag in het leven geroepen. Deze zijn in 2024 weer afgeschaft. Omdat de energieprijzen weer gedaald zijn, is dit niet meer nodig voor elk huishouden. Het is misschien niet meer voor iedereen noodzakelijk, maar wonen in een huis met een slecht energielabel veroorzaakt wel degelijk persoonlijk onvermijdbare uitgaven. Het Nibud adviseert om voor die huishoudens die vanwege een slecht geïsoleerde woning moeite hebben met rondkomen, de mogelijkheid van bijzondere bijstand open te houden. Hetzelfde geldt voor huishoudens met een bovengemiddeld hoog noodzakelijk elektriciteitsverbruik, bijvoorbeeld als gevolg van een medische aandoening of een energie-onzuinige woning. Ook voor deze huishoudens blijft een (extra) tegemoetkoming vanuit de gemeente zeer wenselijk. Ten aanzien van energieverbruik en isolatie, blijkt uit onderzoek dat juist minima vaak in minder goed geïsoleerde woningen wonen en daardoor een hoger dan gemiddeld verbruik hebben. De energielasten zullen een groter deel van de woonlasten, en daarmee ook van de totale begroting, gaan innemen.

De toekomstige energietransitie zal ook de nodige kosten met zich meebrengen. Daarbij is het voor bewoners van een huurwoning niet duidelijk of de woningbouwcorporaties dit gaan doorberekenen aan hun huurders. Het Nibud adviseert de gemeente om hierin samen op te trekken met de verhuurders en ook samen middelen in te zetten om de energieverbetering van woningen door te voeren. Van het Rijk ontvangen gemeenten middelen om woningen te verduurzamen en om mensen te informeren en adviseren. Voor huishoudens met een laag inkomen en huishoudens in de schuldhulpverlening zijn er extra mogelijkheden. 10 Huishoudens met een laag inkomen kunnen mogelijk hulp van energieadviseurs of gratis en goedkope energieboxen aangeboden krijgen. Producten zoals ledlampen en isolatiefolies, waarvan de aanschafkosten voor deze doelgroep vaak te hoog zijn maar die een snelle terugverdientijd hebben, zijn dan het meest effectief. Een hogere huur dan gemiddeld drukt ook sterk op de maandelijkse onvermijdbare uitgaven van een huishouden. Net als in 2023 hebben huishoudens in een corporatiewoning met een inkomen dat niet hoger is dan 120 procent van het sociaal minimum recht op een huurverlaging. Huurders kunnen tot eind 2024 bij hun woningcorporatie om huurverlaging naar € 577,91 per maand vragen als zij niet al in 2023 een huurverlaging wegens een laag inkomen naar € 575,03 hebben gehad.11

____________________

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

Het Nibud adviseert de gemeente Zoetermeer met de afdeling die verantwoordelijk is voor wonen dit gezamenlijk te ondersteunen en daarover in gesprek te gaan met de woningcorporatie(s). Voor inwoners die plotseling minder geld te besteden hebben, bijvoorbeeld bij verlies van een baan of bij een scheiding, kent de gemeente een Woonkostentoeslag. De gemeente levert dan tijdelijk een bijdrage aan de woonlasten (hypotheek of huur). Overweeg een ongedeeld budget voor de kosten van kinderen De gemeente Zoetermeer zet sterk in op vergoeding van kosten van kinderen. Via de ZoetermeerPas en Stichting Leergeld kunnen diverse kosten vergoed worden. Naast bedragen voor sport, de bibliotheek en uitjes worden onder meer vergoedingen gegeven voor fietsen, laptops, kleding en schoolspullen. Om huishoudens wat flexibeler te maken, adviseert het Nibud de gemeente om te werken met een ongedeeld budget voor schoolkosten, kosten voor maatschappelijke participatie, vervoer en kleding. In een dergelijke situatie zijn huishoudens vrij in de keuze in welke mate zij de tegemoetkoming willen besteden aan bijvoorbeeld schoolkosten en in welke mate aan sport- en culturele activiteiten. Behalve dat een ongedeeld budget de bestedingsvrijheid vergroot, kan dit ook het nietgebruik tegengaan.

Te veel verschillende losse regelingen kan het voor inwoners onoverzichtelijk maken, met als ongewenst effect dat een groep huishoudens onterecht geen gebruik maakt van de mogelijkheden die er zijn. Zeker het paar met twee oudere kinderen heeft de vergoedingen vanuit de kindregelingen nodig om de maandbegroting rond te krijgen: maak deze zo toegankelijk mogelijk. Het paar met oudere kinderen is kwetsbaar en gebaat bij een ruime ondersteuning voor kinderen op de middelbare school. Laat (meer) werken lonend zijn Een uitstroomval ontstaat als een huishouden op een bepaald inkomensniveau minder overhoudt dan op bijstandsniveau. In de gemeente Zoetermeer doet zich alleen bij de alleenstaande met jonge kinderen een uitstroomval voor. Bij de overige huishoudtypen zien we dat de bestedingsruimte op 110 procent vaak niet evenredig toeneemt met het inkomen. Dit wordt nog versterkt in het geval dat het betreffende huishouden op bijstandsniveau in aanmerking komt voor de IIT. Naast het wegvallen van het recht op kwijtschelding van lokale heffingen, spelen vooral werkgerelateerde kosten hierbij een rol. Bij een inkomen boven het minimum wordt er in deze rapportage van uitgegaan dat er sprake is van een (parttime) baan die extra (vervoers)kosten met zich meebrengt. Deze kosten zijn in de begrotingen boven bijstandsniveau opgenomen. Het gaat om een gemiddeld bedrag.

In de praktijk kunnen deze kosten hoger liggen of juist lager, bijvoorbeeld als deze kosten door de werkgever vergoed worden of als er geen reiskosten zijn omdat het werk op loop- of fietsafstand gesitueerd is. Het Nibud adviseert per situatie te bekijken of werkgerelateerde kosten tot financiële problemen kunnen leiden en zo nodig een vergoeding te verstrekken. De gemeente kan inwoners ook ondersteunen bij het vinden van werk in de buurt, waardoor er geen of minder reiskosten zijn. Dit gebeurt nu al met het project “helpen werken in de buurt”.

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

Houd aandacht voor de inkomenspositie van alleenstaanden Van de onderzochte huishoudtypen in dit onderzoek heeft de alleenstaande met extra zorgkosten de laagste bestedingsruimte: met alleen een bijstandsuitkering resteert € 96 per maand. Dit maakt dit huishouden zeer kwetsbaar; mochten er onverwacht meer (zorg)kosten zijn, dan zal dit al snel leiden tot een tekort. De alleenstaande zonder zorgkosten heeft iets meer ruimte, namelijk € 107 op bijstandsniveau. Ook hier geldt dat als dit huishouden met hogere kosten te maken heeft dan waar we in dit onderzoek rekening mee hebben gehouden (bijvoorbeeld een combinatie van een hogere huur en een onzuinige woning) het positieve saldo kan omslaan in een tekort. Het Nibud adviseert de positie van alleenstaanden onder de AOW-gerechtigde leeftijd, en met name alleenstaanden met extra zorgkosten, goed in de gaten te houden. Deze huishoudens profiteren het minst van de landelijke maatregelen en daarom is juist voor deze groep de gemeentelijke ondersteuning van belang.

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

Bijlage 1 | Verantwoording uitgaven Nibud gebruikt diverse bronnen voor de referentiecijfers. Hieronder volgt een korte verantwoording van keuzes en bronnen van de pakketten die Zoetermeer tot de begrotingsposten. De bedragen in de posten zijn de bedragen voor januari 2024. De inhoud van de uitgavenpakketten worden in overleg met andere organisaties regelmatig aangepast. De prijzen van de pakketten worden elk jaar herijkt en aangepast. Huur Voor een- en twee-persoonshuishoudens is gerekend met een huur van 650 euro. Voor meerpersoonshuishoudens bedraagt de huur 697 euro. Alle genoemde bedragen zijn inclusief servicekosten. Voor het berekenen van de huurtoeslag is uitgegaan van de deze huurprijzen. Energie Dit is de prijs van gemiddeld verbruik naar huishoudtype met een opslag van 10 procent voor huishoudens vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd. Lokale lasten Dit zijn de gemeentelijke- en waterschapsheffingen verminderd met de eventuele kwijtschelding. Telefoon, televisie en internet Deze bedragen zijn gebaseerd op het bellen met een mobiele telefoon met een sim-only abonnement voor 100 tot 150 belminuten per maand met een databundel tot maximaal 2 GB, een basisabonnement voor internet en een basis digitaal televisie abonnement. We gaan er van uit dat iedereen in het huishouden van 12 jaar en ouder een eigen mobiele telefoon heeft.

Zorgverzekeringen Dit betreft de nominale premie van de basis- en aanvullende verzekering inclusief een tandartsverzekering. Overige verzekeringen Dit betreft een aansprakelijkheidsverzekering, een inboedelverzekering en voor volwassenen in huishoudens onder de pensioengerechtigde leeftijd een uitvaartverzekering. Onderwijs Deze bedragen zijn gebaseerd op onderzoek van SEO, zoals gepubliceerd in de Schoolkostenmonitor. Het betreffen onder andere de vrijwillige schoolbijdrage, leermiddelen en gereedschappen, ICT-benodigdheden en kosten voor extra schoolactiviteiten. Kinderopvang/peuteropvang Dit zijn de kosten inclusief de landelijke vergoeding die wordt gegeven. Bij 110 procent van het minimum inkomen wordt gerekend met 20 uur kinderopvang per week, bij een inkomen op 120 procent en 130 procent wordt uitgegaan van 30 uur kinderopvang en bij

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

140 procent rekenen we met 40 uur kinderopvang per week. We gaan uit van 45 weken kinderopvang per jaar. Voor een alleenstaande ouder met jonge kinderen op bijstandsniveau gaan we ervan uit dat er gebruik wordt gemaakt van de peuteropvang. Hetzelfde geldt voor paren met jonge kinderen, op alle onderzochte inkomensniveaus. Vervoerskosten Voor ieder lid van het huishouden zijn dit de kosten van een fiets en de kosten voor stadsen streekvervoer met het openbaar vervoer. Hierbij is uitgegaan van een beperkte hoeveelheid vervoer per maand. Voor huishoudens met zorgkosten zijn de kosten van een fiets niet meegerekend. Uitgaven in verband met het verkrijgen of behouden van werk We houden rekening met kosten in verband met werkgerelateerde kosten (vervoer, representatieve kleding). Hiervoor houden we een vast bedrag aan. Kleding en schoenen Deze bedragen zijn gebaseerd op het Nibud-basispakket voor kleding. Het gaat hierbij net als bij alle andere uitgavenposten om een goedkoop pakket met nieuwe artikelen. De bedragen zijn gebaseerd op de prijzen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Inboedel en onderhoud Bedragen zijn gebaseerd op het Nibud-basispakket voor inventaris en onderhoud. Dit betreft o.a. de stoffering, keukeninventaris en huishoudelijk apparatuur. Zelfzorgmiddelen In het basispakket zitten kosten die elk huishouden heeft.

De kosten betreffen de huisapotheek met pleisters, aspirines e.d. plus het bedrag dat een huishouden maximaal kwijt kan zijn aan het eigen risico van de zorgverzekering. Eigen risico Dit bedrag is gebaseerd op 385 euro per jaar, waarbij we ervan uitgaan dat het gehele bedrag gereserveerd moet worden. Voeding De bedragen zijn gebaseerd op de aanbevolen hoeveelheden voor een gezonde voeding van het Voedingscentrum en de prijzen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Was- en schoonmaakmiddelen Dit is een bedrag per huishouden en een bedrag per persoon op basis van Nibudonderzoek. Persoonlijke verzorging Uitgegaan is van een bedrag per persoon op basis van Nibud-onderzoek. Diversen Dit is een bedrag per huishouden en een bedrag per persoon voor diverse uitgaven.

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

Pakket voor sociale participatie Als voorbeeld heeft het Nibud in samenwerking met het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) een pakket aan uitgaven voor sociale participatie opgesteld. De uitgavenposten waar rekening mee is gehouden staat hieronder weergegeven evenals de richtbedragen voor deze uitgavenposten. Het gaat hierbij om een voorbeeld van een invulling van activiteiten. Bij vakanties/uitgaan kan ook gedacht worden aan andere activiteiten zoals het bezoeken van een museum of zwembad. Uitgaven aan sociale participatie, bedrag per maand

€ Contributies en abonnementen per kind 3 tot 8 jaar per kind 8 tot 16 jaar Per persoon vanaf 16 jaar per huishouden Bezoek ontvangen per persoon per huishouden Op bezoek gaan per persoon Vakantie/uitgaan per persoon per huishouden Vervoer per kind 4 tot 12 jaar per persoon vanaf 12

11,50 15,50 20,50 2,50 11,50 15,00 7,00 20,50 26,50 12,00 18,00

Bron: Hoff et al, SCP/Nibud, 2009, berekeningen Nibud, 2024

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

Bijlage 2 | Begrotingen In de volgende tabellen zijn de maandbegrotingen van de verschillende voorbeeldhuishoudens opgenomen. Bovenaan staan de inkomsten en daaronder de uitgaven aan het basispakket en aan sociale participatie. Het basispakket is verdeeld in vaste lasten, reserveringsuitgaven en huishoudelijke uitgaven. Het bedrag voor sociale participatie is apart opgenomen. In de begrotingen zijn zowel landelijke toeslagen als de lokale inkomensondersteunende maatregelen van de gemeente verwerkt. De bedragen worden weergegeven in hele euro’s, waardoor optellingen een euro te laag of te hoog kunnen lijken.

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

01. Alleenstaande tot de AOW-leeftijd uitgavenposten

100

110

120

130

140

150

INKOMEN Netto inkomen Zorgtoeslag Huurtoeslag Kinderbijslag Kindgebonden budget Kinderopvangtoeslag Voorlopige aanslag Lokale tegemoetkomingen Netto besteedbaar inkomen

1.308 1.439 1.570 1.701 1.832 1.963 124 124 124 124 124 124 390 390 390 387 353 317 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1.821 1.952 2.083 2.211 2.308 2.403

VASTE LASTEN Huur Energie Water Lokale lasten Telecom Zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kinderopvang Contributies en abonnementen Vervoer Levensonderhoud anderen Betalingsverplichtingen Werkgerelateerde kosten Totaal vaste lasten

650 650 650 650 650 650 153 153 153 153 153 153 16 16 16 16 16 16 0 41 41 41 41 41 64 64 64 64 64 64 197 197 197 168 168 168 25 25 25 25 25 25 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 3 3 3 3 3 3 19 19 19 19 19 19 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 67 67 67 67 67 1.127 1.235 1.235 1.206 1.206 1.206

RESERVERINGSUITGAVEN Kleding Inboedel Onderhoud Zelfzorgmiddelen Eigen risico Eigen betalingen zorg Vrijetijdsuitgaven Totaal reserveringsuitgaven

62 86 31 6 0 0 0 185

62 86 31 6 0 0 0 185

62 86 31 6 0 0 0 185

62 86 31 6 32 0 0 217

62 86 31 6 32 0 0 217

62 86 31 6 32 0 0 217

265 7 26 0 0 0 5 303

265 7 26 0 0 0 5 303

265 7 26 0 0 0 5 303

265 7 26 0 0 0 5 303

265 7 26 0 0 0 5 303

265 7 26 0 0 0 5 303

99

99

99

121

121

121

HUISHOUDELIJKE UITGAVEN Voeding Was- en schoonmaakartikelen Persoonlijke verzorging Huishoudelijke dienstverlening Huisdieren Roken Diversen Totaal huishoudelijke uitgaven SOCIALE PARTICIPATIE Sociale participatie TOTAAL Totaal uitgaven 1.714 1.822 1.822 1.847 1.847 1.847 Saldo inkomsten min uitgaven 107 130 261 364 461 556

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

02. Alleenstaande vanaf de AOW-leeftijd uitgavenposten

100

110

120

130

140

150

INKOMEN Netto inkomen Zorgtoeslag Huurtoeslag Kinderbijslag Kindgebonden budget Kinderopvangtoeslag Voorlopige aanslag Lokale tegemoetkomingen Netto besteedbaar inkomen

1.560 1.603 1.748 1.894 2.040 2.185 124 124 124 124 124 96 391 391 388 334 270 200 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 2.075 2.118 2.260 2.352 2.434 2.481

VASTE LASTEN Huur Energie Water Lokale lasten Telecom Zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kinderopvang Contributies en abonnementen Vervoer Levensonderhoud anderen Betalingsverplichtingen Werkgerelateerde kosten Totaal vaste lasten

650 650 650 650 650 650 165 165 165 165 165 165 16 16 16 16 16 16 0 37 41 41 41 41 64 64 64 64 64 64 197 197 197 168 168 168 13 13 13 13 13 13 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 3 3 3 3 3 3 16 16 16 16 16 16 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1.124 1.161 1.165 1.136 1.136 1.136

RESERVERINGSUITGAVEN Kleding Inboedel Onderhoud Zelfzorgmiddelen Eigen risico Eigen betalingen zorg Vrijetijdsuitgaven Totaal reserveringsuitgaven

62 86 31 9 0 0 0 188

62 86 31 9 0 0 0 188

62 86 31 9 0 0 0 188

62 86 31 9 32 0 0 220

62 86 31 9 32 0 0 220

62 86 31 9 32 0 0 220

257 7 25 0 0 0 5 294

257 7 25 0 0 0 5 294

257 7 25 0 0 0 5 294

257 7 25 0 0 0 5 294

257 7 25 0 0 0 5 294

257 7 25 0 0 0 5 294

93

93

93

115

115

115

HUISHOUDELIJKE UITGAVEN Voeding Was- en schoonmaakartikelen Persoonlijke verzorging Huishoudelijke dienstverlening Huisdieren Roken Diversen Totaal huishoudelijke uitgaven SOCIALE PARTICIPATIE Sociale participatie TOTAAL Totaal uitgaven 1.699 1.736 1.740 1.765 1.765 1.765 Saldo inkomsten min uitgaven 376 382 520 587 669 716

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

03. Paar tot de AOW-leeftijd zonder kinderen uitgavenposten

100

110

120

130

140

150

INKOMEN Netto inkomen Zorgtoeslag Huurtoeslag Kinderbijslag Kindgebonden budget Kinderopvangtoeslag Voorlopige aanslag Lokale tegemoetkomingen Netto besteedbaar inkomen

1.869 2.056 2.243 2.430 2.617 2.804 236 236 206 162 119 73 390 390 350 285 212 129 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 2.495 2.682 2.799 2.877 2.948 3.006

VASTE LASTEN Huur Energie Water Lokale lasten Telecom Zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kinderopvang Contributies en abonnementen Vervoer Levensonderhoud anderen Betalingsverplichtingen Werkgerelateerde kosten Totaal vaste lasten

650 650 650 650 650 650 183 183 183 183 183 183 19 19 19 19 19 19 0 44 44 44 44 44 73 73 73 73 73 73 394 394 394 336 336 336 41 41 41 41 41 41 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 10 10 10 10 10 10 39 39 39 39 39 39 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 67 67 67 67 67 1.409 1.520 1.520 1.462 1.462 1.462

RESERVERINGSUITGAVEN Kleding Inboedel Onderhoud Zelfzorgmiddelen Eigen risico Eigen betalingen zorg Vrijetijdsuitgaven Totaal reserveringsuitgaven

123 98 31 10 0 0 0 262

123 98 31 10 0 0 0 262

123 98 31 10 0 0 0 262

123 98 31 10 64 0 0 326

123 98 31 10 64 0 0 326

123 98 31 10 64 0 0 326

482 7 51 0 0 0 7 547

482 7 51 0 0 0 7 547

482 7 51 0 0 0 7 547

482 7 51 0 0 0 7 547

482 7 51 0 0 0 7 547

482 7 51 0 0 0 7 547

161

161

161

200

200

200

HUISHOUDELIJKE UITGAVEN Voeding Was- en schoonmaakartikelen Persoonlijke verzorging Huishoudelijke dienstverlening Huisdieren Roken Diversen Totaal huishoudelijke uitgaven SOCIALE PARTICIPATIE Sociale participatie TOTAAL Totaal uitgaven 2.379 2.490 2.490 2.535 2.535 2.535 Saldo inkomsten min uitgaven 116 192 309 342 413 471

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

04. Paar vanaf de AOW-leeftijd zonder kinderen uitgavenposten

100

110

120

130

140

150

INKOMEN Netto inkomen Zorgtoeslag Huurtoeslag Kinderbijslag Kindgebonden budget Kinderopvangtoeslag Voorlopige aanslag Lokale tegemoetkomingen Netto besteedbaar inkomen

2.127 2.174 2.372 2.570 2.767 2.965 236 228 199 171 142 113 393 393 380 330 276 218 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 2.756 2.795 2.951 3.071 3.185 3.296

VASTE LASTEN Huur Energie Water Lokale lasten Telecom Zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kinderopvang Contributies en abonnementen Vervoer Levensonderhoud anderen Betalingsverplichtingen Werkgerelateerde kosten Totaal vaste lasten

650 650 650 650 650 650 194 194 194 194 194 194 19 19 19 19 19 19 3 41 44 44 44 44 73 73 73 73 73 73 394 394 394 336 336 336 16 16 16 16 16 16 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 10 10 10 10 10 10 33 33 33 33 33 33 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1.392 1.430 1.433 1.375 1.375 1.375

RESERVERINGSUITGAVEN Kleding Inboedel Onderhoud Zelfzorgmiddelen Eigen risico Eigen betalingen zorg Vrijetijdsuitgaven Totaal reserveringsuitgaven

123 98 31 13 0 0 0 265

123 98 31 13 0 0 0 265

123 98 31 13 0 0 0 265

123 98 31 13 64 0 0 329

123 98 31 13 64 0 0 329

123 98 31 13 64 0 0 329

467 7 49 0 0 0 7 530

467 7 49 0 0 0 7 530

467 7 49 0 0 0 7 530

467 7 49 0 0 0 7 530

467 7 49 0 0 0 7 530

467 7 49 0 0 0 7 530

149

149

149

188

188

188

HUISHOUDELIJKE UITGAVEN Voeding Was- en schoonmaakartikelen Persoonlijke verzorging Huishoudelijke dienstverlening Huisdieren Roken Diversen Totaal huishoudelijke uitgaven SOCIALE PARTICIPATIE Sociale participatie TOTAAL Totaal uitgaven 2.336 2.374 2.377 2.422 2.422 2.422 Saldo inkomsten min uitgaven 420 421 574 649 763 874

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

05. Eenoudergezin met twee jonge kinderen uitgavenposten

100

110

120

130

140

150

INKOMEN Netto inkomen Zorgtoeslag Huurtoeslag Kinderbijslag Kindgebonden budget Kinderopvangtoeslag Voorlopige aanslag Lokale tegemoetkomingen Netto besteedbaar inkomen

1.308 1.332 1.448 1.564 1.680 1.796 124 124 124 124 124 124 420 420 420 420 420 420 188 188 188 188 188 188 696 696 696 696 696 696 0 1.001 1.501 1.501 2.001 2.001 0 107 122 137 152 167 0 0 0 0 0 0 2.735 3.867 4.498 4.630 5.261 5.391

VASTE LASTEN Huur Energie Water Lokale lasten Telecom Zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kinderopvang Contributies en abonnementen Vervoer Levensonderhoud anderen Betalingsverplichtingen Werkgerelateerde kosten Totaal vaste lasten

697 697 697 697 697 697 233 233 233 233 233 233 23 23 23 23 23 23 0 38 46 46 46 46 64 64 64 64 64 64 197 197 197 168 168 168 31 31 31 31 31 31 11 11 11 11 15 15 13 1.042 1.564 1.564 2.085 2.085 3 3 3 3 3 3 25 25 25 25 30 30 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 67 67 67 67 67 1.297 2.431 2.961 2.932 3.462 3.462

RESERVERINGSUITGAVEN Kleding Inboedel Onderhoud Zelfzorgmiddelen Eigen risico Eigen betalingen zorg Vrijetijdsuitgaven Totaal reserveringsuitgaven

111 106 31 6 0 0 0 254

111 106 31 6 0 0 0 254

111 106 31 6 0 0 0 254

111 106 31 6 32 0 0 286

126 106 31 6 32 0 0 301

126 106 31 6 32 0 0 301

395 8 57 0 0 0 8 468

395 8 57 0 0 0 8 468

395 8 57 0 0 0 8 468

395 8 57 0 0 0 8 468

395 8 57 0 0 0 8 468

395 8 57 0 0 0 8 468

150

150

150

180

223

223

HUISHOUDELIJKE UITGAVEN Voeding Was- en schoonmaakartikelen Persoonlijke verzorging Huishoudelijke dienstverlening Huisdieren Roken Diversen Totaal huishoudelijke uitgaven SOCIALE PARTICIPATIE Sociale participatie TOTAAL Totaal uitgaven 2.169 3.303 3.833 3.866 4.454 4.454 Saldo inkomsten min uitgaven 566 564 665 764 807 937

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

06. Eenoudergezin met twee oudere kinderen uitgavenposten

100

110

120

130

140

150

INKOMEN Netto inkomen Zorgtoeslag Huurtoeslag Kinderbijslag Kindgebonden budget Kinderopvangtoeslag Voorlopige aanslag Lokale tegemoetkomingen Netto besteedbaar inkomen

1.308 1.439 1.570 1.701 1.832 1.963 124 124 124 124 124 124 420 420 420 420 420 420 268 268 268 268 268 268 831 831 831 831 831 831 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 2.951 3.082 3.213 3.344 3.475 3.606

VASTE LASTEN Huur Energie Water Lokale lasten Telecom Zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kinderopvang Contributies en abonnementen Vervoer Levensonderhoud anderen Betalingsverplichtingen Werkgerelateerde kosten Totaal vaste lasten

697 697 697 697 697 697 233 233 233 233 233 233 23 23 23 23 23 23 0 46 46 46 46 46 82 82 82 82 82 82 197 197 197 168 168 168 31 31 31 31 31 31 122 122 122 122 144 144 0 0 0 0 0 0 3 3 3 3 3 3 50 50 50 50 58 58 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 67 67 67 67 67 1.438 1.551 1.551 1.522 1.552 1.552

RESERVERINGSUITGAVEN Kleding Inboedel Onderhoud Zelfzorgmiddelen Eigen risico Eigen betalingen zorg Vrijetijdsuitgaven Totaal reserveringsuitgaven

179 117 31 6 0 0 0 333

179 117 31 6 0 0 0 333

179 117 31 6 0 0 0 333

179 117 31 6 32 0 0 365

194 117 31 6 32 0 0 380

194 117 31 6 32 0 0 380

615 8 77 0 0 0 8 708

615 8 77 0 0 0 8 708

615 8 77 0 0 0 8 708

615 8 77 0 0 0 8 708

615 8 77 0 0 0 8 708

615 8 77 0 0 0 8 708

194

194

194

224

271

271

HUISHOUDELIJKE UITGAVEN Voeding Was- en schoonmaakartikelen Persoonlijke verzorging Huishoudelijke dienstverlening Huisdieren Roken Diversen Totaal huishoudelijke uitgaven SOCIALE PARTICIPATIE Sociale participatie TOTAAL Totaal uitgaven 2.673 2.786 2.786 2.819 2.911 2.911 Saldo inkomsten min uitgaven 278 296 427 525 564 695

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

07. Paar met twee jonge kinderen uitgavenposten

100

110

120

130

140

150

INKOMEN Netto inkomen Zorgtoeslag Huurtoeslag Kinderbijslag Kindgebonden budget Kinderopvangtoeslag Voorlopige aanslag Lokale tegemoetkomingen Netto besteedbaar inkomen

1.869 2.056 2.243 2.430 2.617 2.804 236 236 206 162 119 73 420 420 381 315 243 159 188 188 188 188 188 188 406 406 406 406 399 376 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 3.119 3.306 3.423 3.501 3.565 3.601

VASTE LASTEN Huur Energie Water Lokale lasten Telecom Zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kinderopvang Contributies en abonnementen Vervoer Levensonderhoud anderen Betalingsverplichtingen Werkgerelateerde kosten Totaal vaste lasten

697 697 697 697 697 697 250 250 250 250 250 250 28 28 28 28 28 28 0 46 46 46 46 46 73 73 73 73 73 73 394 394 394 336 336 336 45 45 45 45 45 45 11 11 11 11 15 15 13 13 14 24 29 36 10 10 10 10 10 10 46 46 46 46 51 51 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 67 67 67 67 67 1.567 1.680 1.681 1.633 1.647 1.654

RESERVERINGSUITGAVEN Kleding Inboedel Onderhoud Zelfzorgmiddelen Eigen risico Eigen betalingen zorg Vrijetijdsuitgaven Totaal reserveringsuitgaven

173 120 31 10 0 0 0 334

173 120 31 10 0 0 0 334

173 120 31 10 0 0 0 334

173 120 31 10 64 0 0 398

188 120 31 10 64 0 0 413

188 120 31 10 64 0 0 413

529 9 82 0 0 0 10 630

529 9 82 0 0 0 10 630

529 9 82 0 0 0 10 630

529 9 82 0 0 0 10 630

529 9 82 0 0 0 10 630

529 9 82 0 0 0 10 630

210

210

210

257

300

300

HUISHOUDELIJKE UITGAVEN Voeding Was- en schoonmaakartikelen Persoonlijke verzorging Huishoudelijke dienstverlening Huisdieren Roken Diversen Totaal huishoudelijke uitgaven SOCIALE PARTICIPATIE Sociale participatie TOTAAL Totaal uitgaven 2.741 2.854 2.855 2.918 2.990 2.997 Saldo inkomsten min uitgaven 378 452 568 583 575 604

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

08. Paar met twee oudere kinderen uitgavenposten

100

110

120

130

140

150

INKOMEN Netto inkomen Zorgtoeslag Huurtoeslag Kinderbijslag Kindgebonden budget Kinderopvangtoeslag Voorlopige aanslag Lokale tegemoetkomingen Netto besteedbaar inkomen

1.869 2.056 2.243 2.430 2.617 2.804 236 236 206 162 119 73 420 420 381 315 243 159 268 268 268 268 268 268 541 541 541 541 534 511 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 3.334 3.521 3.638 3.717 3.780 3.816

VASTE LASTEN Huur Energie Water Lokale lasten Telecom Zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kinderopvang Contributies en abonnementen Vervoer Levensonderhoud anderen Betalingsverplichtingen Werkgerelateerde kosten Totaal vaste lasten

697 697 697 697 697 697 250 250 250 250 250 250 28 28 28 28 28 28 0 46 46 46 46 46 92 92 92 92 92 92 394 394 394 336 336 336 45 45 45 45 45 45 122 122 122 122 144 144 0 0 0 0 0 0 10 10 10 10 10 10 71 71 71 71 78 78 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 67 67 67 67 67 1.709 1.822 1.822 1.764 1.793 1.793

RESERVERINGSUITGAVEN Kleding Inboedel Onderhoud Zelfzorgmiddelen Eigen risico Eigen betalingen zorg Vrijetijdsuitgaven Totaal reserveringsuitgaven

241 131 31 10 0 0 0 413

241 131 31 10 0 0 0 413

241 131 31 10 0 0 0 413

241 131 31 10 64 0 0 477

256 131 31 10 64 0 0 492

256 131 31 10 64 0 0 492

723 9 103 0 0 0 10 845

723 9 103 0 0 0 10 845

723 9 103 0 0 0 10 845

723 9 103 0 0 0 10 845

723 9 103 0 0 0 10 845

723 9 103 0 0 0 10 845

256

256

256

302

349

349

HUISHOUDELIJKE UITGAVEN Voeding Was- en schoonmaakartikelen Persoonlijke verzorging Huishoudelijke dienstverlening Huisdieren Roken Diversen Totaal huishoudelijke uitgaven SOCIALE PARTICIPATIE Sociale participatie TOTAAL Totaal uitgaven 3.223 3.336 3.336 3.388 3.479 3.479 Saldo inkomsten min uitgaven 111 185 302 329 301 337

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

09. Alleenstaande tot de AOW-leeftijd met zorgvraag uitgavenposten

100

110

120

130

140

150

INKOMEN Netto inkomen Zorgtoeslag Huurtoeslag Kinderbijslag Kindgebonden budget Kinderopvangtoeslag Voorlopige aanslag Lokale tegemoetkomingen Netto besteedbaar inkomen

1.308 1.439 1.570 1.701 1.832 1.963 124 124 124 124 124 124 390 390 390 387 353 317 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 28 27 26 39 38 37 0 0 0 0 0 0 1.849 1.979 2.109 2.250 2.346 2.440

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=b8ba2f9f-ac96-4a32-9e09-f8190498d0d3