CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Minima-effectrapportage Zoetermeer 2024 Nibud

Raadsvergadering 16 december 2024, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Uitkomsten Onderzoek Besteedbaar Inkomen20.036 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024 De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Corinne van Gaalen, Jasja Bos, Marcel Warnaar

19 augustus 2024

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens

Auteurs Corinne van Gaalen Jasja Bos Marcel Warnaar

Nibud, Zoetermeer 19 augustus 2024 In opdracht van de gemeente Zoetermeer

Voorwoord Het Nibud (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) is een onafhankelijke stichting zonder winstoogmerk. Ons doel is het voorkomen van geldproblemen. Naast het verzamelen, berekenen en bijhouden van basiscijfers, doet of initieert het Nibud ook onderzoek naar andere aspecten over omgaan met geld, zoals bijvoorbeeld gedragsaspecten. Op basis van dit onderzoek kunnen we snel inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen. Het Nibud is gespecialiseerd in het maken van de vertaalslag van de verzamelde data en kennis over de huishoudfinanciën in methodes, materialen en tools. Daarbij wordt voortdurend voeling gehouden met de actualiteit en de praktijk van alledag. We gaan uit van drie niveaus van voorlichting en financiële educatie: • direct voor consumenten (via onze websites, (sociale) media, interactieve tools, voorlichtingsmaterialen en hulpmiddelen en de helpdesk); • via onderwijs/educatie door derden; • door deskundigheidsbevordering van professionals. Als kenniscentrum vervult het Nibud ook een adviesrol naar derden. Bij dit alles gaat het Nibud uit van een standaardmethode van begroten. Dit resulteert in een reeks voorbeeldbegrotingen met referentiecijfers die zijn gebaseerd bronnen van onder meer het CBS, Milieu Centraal en het voedingscentrum. Het Nibud stelt de keuzevrijheid en de eigen verantwoordelijkheid van de huishoudens voorop.

Het Nibud geeft gemeenten meer inzicht in het effect van hun minimabeleid. Door middel van een minima-effectrapportage (MER) helpt het Nibud gemeenten het geld bestemd voor minimabeleid, optimaal te besteden. Deze rapportage is uitgevoerd door het Nibud, in opdracht van de gemeente Zoetermeer. Met dit onderzoek wil de gemeente Zoetermeer inzicht krijgen in de effecten van haar minimabeleid. Utrecht, augustus 2024

Samenvatting Doel en opzet onderzoek Deze minima-effectrapportage geeft weer wat het effect is van landelijke en lokale inkomensondersteunende regelingen op de financiële positie van huishoudens met een laag inkomen in de gemeente Zoetermeer. In dit onderzoek is voor elf verschillende huishoudtypen op zes verschillende inkomensniveaus (100, 110, 120, 130, 140 en 150 procent van het wettelijk sociaal minimum) doorgerekend hoe hun maandbegrotingen eruitzien. Hierbij hebben we rekening gehouden met de volgende lokale regelingen: de kwijtschelding van lokale lasten; de collectieve zorgverzekering; de ZoetermeerPas; vergoedingen via de Stichting Leergeld; de Individuele Inkomenstoeslag. In de begrotingen zijn alle bovengenoemde gemeentelijke voorzieningen verwerkt, zodat duidelijk wordt wat de bestedingsruimte is van de diverse huishoudtypen op de genoemde inkomensniveaus, wanneer zij van al deze voorzieningen gebruik maken.

Resultaten De berekening van de bestedingsruimte van de voorbeeldhuishoudens in dit onderzoek is gebaseerd op een drietal voorwaarden. 1. Men moet zeer goed met geld kunnen omgaan. 2. Men moet alle inkomensondersteuning aanvragen waar men recht op heeft. Hiermee wordt waarschijnlijk een te gunstig beeld geschetst omdat in praktijk niet alle regelingen worden aangevraagd. De saldi zoals in deze rapportage gepresenteerd zullen dus eerder te hoog dan te laag zijn. 3. Men moet niet of zeer beperkt te maken hebben met persoonlijk onvermijdbare uitgaven. Dit geldt voor bijvoorbeeld huishoudens met een hogere huur dan hier opgenomen, en voor mensen met een noodgedwongen hogere energierekening, bijvoorbeeld omdat er sprake is van een slecht geïsoleerde woning. De conclusies van dit rapport moeten met deze voorwaarden in het achterhoofd geïnterpreteerd worden. Kijkend naar de voorwaarden kan gesteld worden dat er heel veel verwacht wordt van huishoudens met een laag inkomen. Het gaat dus eigenlijk om de meest ideale situatie. De daadwerkelijke situatie van huishoudens kan hiervan afwijken. Om hoeveel huishoudens het gaat en in welke mate is niet bekend, hierover zijn geen gemiddelden gepubliceerd. Maar dat veel huishoudens niet aan alle voorwaarden (kunnen) voldoen is geen onbekend gegeven.

In hoofdstuk 5 van dit rapport wordt bijvoorbeeld naar een aantal studies verwezen die zicht richten op het (niet)gebruik van regelingen. Daar komt bij dat aan de uitgavenkant gerekend wordt met minimale bedragen. In werkelijkheid kunnen huishoudens, al dan niet vrijwillig, meer uitgeven aan de diverse posten in de begrotingen. Zij hebben bijvoorbeeld een hogere huur, of zij willen meer uitgeven aan kleding. Dergelijke individuele situaties zijn niet in dit onderzoek meegenomen. Door de begrotingen sober te houden, wordt in beeld gebracht hoe de

financiële situatie eruit ziet in het gunstigste geval (als alle kosten laag gehouden kunnen worden). Heeft een huishouden hogere kosten, dan zullen de saldi lager zijn. Met name bij de hogere inkomensniveaus zal het bestedingspatroon er anders uit kunnen zien. Zo geven huishoudens met een hoger inkomen in de regel meer uit aan zaken als huur, kleding, voeding, etc. Om het effect van mogelijke (landelijke en gemeentelijke) inkomensondersteunende regelingen goed met elkaar te kunnen vergelijken, gaan we in deze rapportage bij alle inkomensniveaus uit van hetzelfde (minimale) bestedingspatroon.

De financiële situatie van huishoudens Uitgaande van de voorwaarden zoals hierboven benoemd hebben bijna alle onderzochte huishoudens inclusief gemeentelijke voorzieningen voldoende inkomsten om alle noodzakelijke uitgaven, inclusief sociale participatie, te betalen zonder dat er tekorten ontstaan. Uitzondering is de zelfstandig wonende 18-jarige. Hierbij is gekeken naar de bestedingsruimte van een 18-jarige met een bijstandsuitkering, met studiefinanciering en met werk waarbij het minimumjeugdloon wordt verdiend. Met alleen een bijstandsuitkering is het tekort het grootst. Als de ouders niet kunnen of willen aanvullen vanuit hun onderhoudsplicht, kan de gemeente bijzondere bijstand verstrekken. Maar ook als de jongere studeert en studiefinanciering ontvangt of in geval van werk tegen het minimumjeugdloon, krijgt de zelfstandig wonende 18-jarige de maandbegroting niet rond. Alleenstaanden en paren zonder kinderen (beide onder de AOW-leeftijd) en paren met twee oudere kinderen hebben een bestedingsruimte rond de € 100 per maand. Mochten deze huishoudens (al dan niet onverwacht) met persoonlijk onvermijdbare kosten te maken krijgen, dan kan dit tot tekorten op de begroting leiden.

Armoedeval Van een armoedeval is sprake als een huishouden met een hoger inkomen, minder overhoudt dan met een lager inkomen, nadat rekening is gehouden met alle noodzakelijke uitgaven. Een dergelijke situatie ontstaat bijvoorbeeld wanneer er geen recht meer is op inkomensondersteunende regelingen. We maken onderscheid tussen een uitstroomval (er blijft minder over dan op bijstandsniveau) en een doorstroomval (op een bepaald inkomensniveau blijft minder over dan op het voorliggende inkomensniveau). In de gemeente Zoetermeer zien we een uitstroomval bij de eenoudergezinnen met jonge kinderen: op 110 procent is de bestedingsruimte lager dan op bijstandsniveau. Dit wordt vooral veroorzaakt door werkgerelateerde kosten (vervoer en kinderopvang). Verder is er op 110 procent geen recht meer op kwijtschelding van lokale belastingen. Bij de andere onderzochte huishoudtypen zien we dat de bestedingsruimte op 110 procent niet evenredig toeneemt met het netto inkomen. Ook hier zijn het wegvallen van het recht op kwijtschelding van lokale lasten en werkgerelateerde kosten de oorzaak. Omdat deze overige huishoudens niet met kosten voor kinderopvang te maken hebben, resulteert dit niet in een uitstroomval.

Als ook rekening wordt gehouden met de IIT, zien we wel extra uitstroomvallen ontstaan, namelijk bij de alleenstaande tot de AOW-leeftijd (zowel met als zonder zorgvraag) en bij het eenoudergezin met oudere kinderen.

Een doorstroomval zien we bij de paren met kinderen: wanneer het inkomen toeneemt van 130 naar 140 procent is de bestedingsruimte onder de streep lager. Dit wordt veroorzaakt door het wegvallen van de tegemoetkomingen vanuit de Stichting Leergeld. Bovendien worden bij paren ook landelijke toeslagen (huurtoeslag en de zorgtoeslag) afgebouwd. Bij alleenstaande ouders vindt de afbouw pas plaats bij inkomens boven de 150 procent. Daarom wordt bij alleenstaande ouders geen doorstroomval zichtbaar, terwijl ook zij te maken krijgen met het wegvallen van de bijdragen vanuit de Stichting Leergeld. Ten slotte is bij de alleenstaande AOW-er met een zorgvraag op 130 procent een doorstroomval zichtbaar. Bij dit huishouden wordt een ruime draagkracht verondersteld, waardoor het zelf veel extra kosten in verband met de zorgvraag moet betalen, terwijl huishoudens met een lager inkomen hiervoor bijzondere bijstand kunnen krijgen.

Aanbevelingen Op basis van de resultaten van dit rapport, heeft het Nibud de volgende aanbevelingen voor de gemeente Zoetermeer: • • • • • • •

Houd oog voor het verhaal achter de cijfers Stimuleer goed financieel beheer Verminder niet-gebruik regelingen Help energie- en woonlasten verlagen Overweeg een ongedeeld budget voor de kosten van kinderen Laat (meer) werken lonend zijn Houd aandacht voor de inkomenspositie van alleenstaanden

In hoofdstuk 5 van dit rapport zijn de aanbevelingen verder uitgewerkt.

Inhoud 1 Inleiding 1.1 Centrale vraag 1.2 Kern minima-effectrapportage 1.2.1 Huishoudtypen 1.2.2 Inkomensniveaus 1.2.3 Armoedeval 1.2.4 Voorbeeldhuur 1.2.5 Huishoudens met een zorgvraag 1.3 Leeswijzer 2 Onderzoeksmethode: begrotingen 2.1 Uitgangspunten 2.2 De begrotingen 2.3 Inkomsten 2.4 Uitgaven: basispakket & sociale participatie 2.5 Uitgavensoorten 2.6 De begrotingen 3 Minimabeleid 3.1 Landelijk beleid 3.2 Lokaal minimabeleid 3.2.1 Kwijtscheldingsbeleid 3.2.2 Collectieve (aanvullende) zorgverzekering 3.2.3 Individuele inkomenstoeslag 3.2.4 ZoetermeerPas 3.2.5 Particuliere fondsen 3.2.6 Bijzondere bijstand 3.2.7 Kinderopvang en peuterspeelzaal 3.3 Huishoudens met een zorgvraag 3.3.1 Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 3.3.2 Collectieve zorgverzekering 3.3.3 Meerkosten huishoudens met zorgvraag 3.4 Zelfstandig wonende 18-jarige 4 Resultaten 4.1 Bestedingsruimte per huishoudtype 4.2 Armoedeval 4.3 Huishoudens met langdurig een laag inkomen 5 Conclusies en aanbevelingen 5.1 Voorwaarden 5.2 Bestedingsruimte en armoedeval 5.3 Aanbevelingen Bijlage 1 | Verantwoording uitgaven Bijlage 2 | Begrotingen

1 Inleiding 1.1

Centrale vraag

Iedere gemeente beschikt over mogelijkheden om invloed uit te oefenen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens. Dat kan bijvoorbeeld door het kwijtschelden van gemeentelijke heffingen en/ of door bijzondere bijstand. Het is echter niet direct zichtbaar wat in de praktijk de effecten van die maatregelen zijn op het budget van verschillende groepen huishoudens. De gemeente Zoetermeer wenst inzicht te krijgen in het samenspel van landelijk en lokaal minimabeleid. De centrale vraag van dit onderzoek luidt: Wat is het effect van landelijke en lokale inkomensondersteunende regelingen op de financiële positie van huishoudens met een laag inkomen in de gemeente Zoetermeer, uitgaande van het beleid voor 2024? Bekeken wordt welke groepen huishoudens in de gemeente het best ondersteund worden door middel van het gemeentelijke minimabeleid en welke groepen minder goed. Ook maakt deze rapportage eventuele armoedevallen inzichtelijk. In de begrotingen worden alle minimaal onvermijdbare uitgaven afgezet tegen verschillende inkomensniveaus.

1.2

Kern minima-effectrapportage

Om tot een antwoord te komen op de centrale vraag, worden voor een aantal voorbeeldsituaties alle inkomsten geïnventariseerd. Hierbij wordt rekening gehouden met alle landelijke en gemeentelijke inkomensondersteunende maatregelen. Dit inkomen zal in een begroting worden afgezet tegen de minimale uitgaven waarmee huishoudens met een laag inkomen worden geconfronteerd. De minimale uitgaven zijn gebaseerd op de Nibud methode van budgetteren, aangevuld met lokale tarieven en tegemoetkomingen.

1.2.1 Huishoudtypen In deze minima-effectrapportage wordt voor een aantal huishoudtypen de bestedingsruimte inzichtelijk gemaakt. In overleg met de gemeente Zoetermeer is een keuze gemaakt voor de volgende voorbeeldsituaties: 1. Een alleenstaande tot de AOW- leeftijd; 2. Een alleenstaande vanaf de AOW-leeftijd; 3. Een eenoudergezin met twee jonge kinderen (3 en 5 jaar); 4. Een eenoudergezin met twee oudere kinderen (14 en 16 jaar); 5. Een paar zonder kinderen tot de AOW-leeftijd; 6. Een paar vanaf de AOW-leeftijd; 7. Een paar met twee jonge kinderen (3 en 5 jaar); 8. Een paar met twee oudere kinderen (14 en 16 jaar); 9. Een alleenstaande tot de AOW- leeftijd met een zorgvraag; 10. Een alleenstaande vanaf de AOW-leeftijd met een zorgvraag; 11. Een zelfstandig-wonende alleenstaande van 18 jaar.

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

1.2.2 Inkomensniveaus De rapportage laat zien welke effecten de landelijke en gemeentelijke maatregelen hebben op de financiële positie van de huishoudtypen bij verschillende inkomensniveaus. In overleg met de gemeente Zoetermeer is in dit rapport gekozen om begrotingen op te stellen met de volgende inkomensniveaus: bijstand- of AOW- niveau, 110 procent, 120 procent, 130 procent, 140 procent en 150 procent van de geldende bijstandsnorm. Voor de zelfstandig wonende 18-jarige kijken we naar andere inkomensniveaus, te weten bijstand, studiefinanciering en het (netto) minimumjeugdloon.

1.2.3 Armoedeval Het kan voorkomen dat een huishouden met een hoger inkomen onder de streep minder overhoudt dan met een lager inkomen: een zogenaamde armoedeval. Een dergelijke situatie ontstaat bijvoorbeeld doordat er geen recht meer is op inkomensondersteunende regelingen. Als een armoedeval zich voordoet binnen de gestelde kaders, dan blijkt dat uit de resultaten van dit onderzoek. Hierbij onderscheiden we twee soorten armoedevallen: een armoedeval bij uitstroom uit een bijstandsuitkering naar betaald werk (werkloosheidsval/uitstroomval) en een armoedeval bij het meer gaan verdienen (doorstroomval). Bij huishoudens boven de AOW-gerechtigde leeftijd wordt officieel niet gesproken van een armoedeval, omdat deze gewoonlijk geen inkomensstijging meemaken. Toch kan er bij hen ook sprake zijn van een geringere vrije bestedingsmogelijkheid bij een hoger inkomen.

1.2.4 Voorbeeldhuur Uit het Woononderzoek Nederland (WoON) van het CBS blijkt dat 96 procent van de huishoudens die de bijstandsuitkering als belangrijkste inkomstenbron hebben, in een huurwoning woont. Op basis hiervan gaan we er in deze rapportage van uit dat huishoudens in een huurwoning wonen. De huur vormt in de meeste huishoudens de hoogste uitgave op de begroting. De huurprijzen in dit onderzoek zijn vastgesteld in overleg met de gemeente. Hierbij sluiten we aan bij de wetgeving rondom passend toewijzen. Sinds 1 januari 2016 moeten woningcorporaties bij het toewijzen van sociale huurwoningen voldoen aan de passendheidsnorm. Dat betekent dat de woningcorporaties hun sociale huurwoningen moeten verhuren aan woningzoekenden met een inkomen dat volgens de wet 'past' bij de huurprijs. Zo wordt voorkomen dat mensen met de laagste inkomens in te dure huurwoningen gaan wonen, en andersom. De huren volgens het passend toewijzen zijn in 2024 € 650 voor één- of tweepersoonshuishoudens en € 697 voor huishoudens met drie of meer personen. Met deze huren wordt gerekend in dit onderzoek.

1.2.5 Huishoudens met een zorgvraag Bij de alleenstaanden met een zorgvraag worden in de begroting extra kosten meegenomen die veel voorkomen wanneer een persoon binnen het huishouden een chronische ziekte of beperking heeft. Tegelijkertijd houden we ook rekening met de regelingen die de gemeente Zoetermeer voor deze huishoudens kent.

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

De begrotingen voor deze huishoudens zijn opgesteld aan de hand van zogenoemde zorgprofielen. Op basis van deze zorgprofielen hebben we bepaald wat voor deze huishoudens de extra kosten zijn en welke vergoedingen daar tegenover staan. Het zorgprofiel is een illustratie van hoe de situatie van mensen met een zorgvraag eruit kan zien. In werkelijkheid hebben mensen te maken met zeer uiteenlopende zorgbehoeftes en varieert de hoogte van de zorgkosten sterk in individuele gevallen. Dat betekent dat conclusies die getrokken worden op basis van de uitkomsten, rekening houdend met de zorgvraag zoals die in dit rapport is geformuleerd, niet zonder meer gelden voor iedereen met zorgkosten. Het geeft wel aan dat een deel van de vaak voorkomende zorgkosten wordt vergoed. En dat mensen in veel gevallen daarnaast nog eigen betalingen in verband met zorg hebben. In paragraaf 3.3 worden de zorgprofielen van de huishoudens met een zorgvraag verder uitgewerkt.

1.3

Leeswijzer

Het rapport is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de onderzoeksmethode. Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de landelijke en lokale inkomensondersteunende regelingen. In hoofdstuk 4 worden de resultaten weergegeven: Wat is de bestedingsruimte van de onderzochte huishoudtypen? En wat zijn de effecten van het minimabeleid op de financiële positie van deze huishoudens? Ten slotte staan in hoofdstuk 5 de conclusies en aanbevelingen van het rapport. In de bijlagen wordt meer informatie gegeven over bronnen van de referentiecijfers en staan de begrotingen per huishoudtype naar inkomen.

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

2 Onderzoeksmethode: begrotingen 2.1

Uitgangspunten

Om het effect van inkomensondersteunende regelingen op de financiële positie van huishoudens te berekenen, maakt het Nibud gebruik van begrotingen. Uit deze begrotingen zijn de inkomsten en uitgaven van de huishoudens af te lezen. Belangrijk om hier te vermelden is dat we bij de uitgaven rekenen met minimale bedragen. Zo rekenen we met een door het Voedingscentrum gespecificeerd dieet voor gezonde voeding. Voor een vrouw tussen de 14 en 50 jaar gaat het om een bedrag van € 7,52 per dag (voor het ontbijt, een tweede broodmaaltijd, de warme maaltijd en tussendoortjes). Wordt hier van afgeweken, dan zien de begrotingen er weer anders uit. Nog meer bepalend is het gekozen bedrag aan huur. We rekenen in dit rapport met de aftoppingsgrens van de huurtoeslag. Voor meerpersoonshuishoudens is dit € 697 per maand. Bij een huur hoger dan dit bedrag is voor het meerdere geen huurtoeslag meer mogelijk1. Wordt gehuurd boven de maximale huurgrens van € 879 dan is in het geheel geen huurtoeslag mogelijk. Ter vergelijking, paren op bijstandsniveau ontvangen bij de gekozen huur van € 679 een huurtoeslag van € 420 per maand . Daarnaast gaat het Nibud bij de berekening van de bestedingsruimte uit van drie cruciale voorwaarden. Het is raadzaam om rekening te houden met het feit dat die voorwaarden in de praktijk lang niet altijd opgaan en dat huishoudens daarbij hulp nodig hebben. 1.

Goed met geld kunnen omgaan Een goed overzicht van alle inkomsten en uitgaven is noodzakelijk. Alleen dan kan er voldoende geld opzij worden gezet om onregelmatige uitgaven te kunnen doen. Een gebrek aan goed overzicht kan vaak confronterend zijn en moeilijk te doorbreken. 2. Alle inkomensondersteuning aanvragen Toeslagen en tegemoetkomingen beslaan vaak een groot deel van het totale inkomstenplaatje. Het is daarom voor huishoudens belangrijk om te weten op welke inkomensondersteuning men recht heeft en hoe en waar deze moet worden aangevraagd. Tegelijkertijd zien we dat huishoudens soms bewust afzien van het gebruik van inkomensondersteuning, omdat zij angst hebben dat zij het gekregen geld weer terug moeten betalen, zeker sinds het toeslagenschandaal. Ook hier moet aandacht voor zijn. 3. Geen grote persoonlijk onvermijdbare uitgaven hebben Hoge persoonlijk onvermijdbare uitgaven zoals afbetalingen, zorgkosten of een hoge huur, kunnen het moeilijk of onmogelijk maken om een sluitende begroting op te stellen. Als de uitgaven niet omlaag gebracht kunnen worden, dan resteert er niks anders dan om te bezuinigen op overige uitgaven. In het geval van de begrotingen met minimale uitgaven, ontstaat het gevaar dat er ook bezuinigd wordt op noodzakelijke uitgaven. Dit kan ertoe leiden dat er totaal geen reserves meer zijn om tegenslagen op te kunnen vangen.

Ook kan het gebeuren dat rekeningen niet meer betaald worden waardoor schulden ontstaan of dat gezondheidsbedreigende omstandigheden ontstaan. ____________________

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

Deze voorwaarden zijn voor een deel te vangen in competenties voor goed financieel beheer. Het gaat hierbij niet alleen om vaardigheden, maar ook om gedragsaspecten. Daarom is inkomensondersteuning alleen niet voldoende. Het is ook belangrijk om ondersteuning op het gebied van het aanleren van vaardigheden te bieden. In deze ondersteuning moet ook rekening gehouden worden met min of meer individuele gedragsaspecten.

2.2

De begrotingen

De begrotingen in deze rapportage zijn gemaakt voor verschillende huishoudtypen op verschillende inkomensniveaus. Hierbij gaan we ervan uit dat huishoudens in een huurwoning wonen. De begrotingen zijn voor groepen huishoudens. De bedragen in de begrotingen zijn gemiddelden; in werkelijkheid zal de financiële situatie van de individuele huishoudens er anders uitzien. De begroting laat dus niet zien in hoeverre een individueel huishouden een sluitende begroting heeft. Bij het opstellen van de begrotingen wordt geen rekening gehouden met schulden, omdat daarover niets algemeens te zeggen valt. Schulden komen echter vaak voor onder huishoudens met lage inkomens. Ook is er geen rekening gehouden met inkomsten of betalingen vanwege alimentatie. Maandbegrotingen Alle begrotingen zijn maandbegrotingen, waarbij de inkomsten en uitgaven zijn omgerekend naar gemiddelde maandbedragen. In de praktijk kunnen er flinke verschillen zijn tussen de maanden van het jaar. Vakantiegeld wordt bijvoorbeeld vaak jaarlijks uitgekeerd, maar wordt in deze rapportage uitgedrukt in een maandelijks bedrag. Het inkomen is in iedere begroting een vast gegeven.

2.3

Inkomsten

In deze rapportage worden op zes inkomensniveaus begrotingen opgesteld voor de betreffende voorbeeldhuishoudens: het minimuminkomen (bijstand/AOW-uitkering), 110 procent, 120 procent, 130 procent, 140 procent en 150 procent van de geldende bijstandsnorm. Met bijstandsnorm wordt in deze rapportage bedoeld de norm op grond van de Participatiewet, artikel 5 sub c. Uitgangspunt in deze rapportage is het totaal besteedbaar maandinkomen. Dat inkomen bestaat uit alle inkomsten van het huishouden, zoals netto salarissen, uitkeringen, kortingen op de belasting, landelijke toeslagen (zorgtoeslag, huurtoeslag, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget), kinderbijslag en vakantietoeslag. Hoe de regelingen doorwerken in de begrotingen en wat de invloed is op het inkomen van de verschillende huishoudens is te zien in bijlage 2. In de rapportage wordt verondersteld dat de huishoudens maximaal gebruik maken van alle inkomensondersteunende regelingen die op hen van toepassing zijn, zowel de landelijke als de gemeentelijke.

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

2.4

Uitgaven: basispakket & sociale participatie

De noodzakelijke uitgaven vullen we in via een basispakket waarvan een pakket voor sociale participatie een onderdeel vormt. Het basispakket bestaat uit uitgaven die voor elk huishouden niet of moeilijk vermijdbaar zijn. In bijlage 1 staan de uitgangspunten en de samenstelling van de pakketten beschreven. Het basispakket inclusief het pakket voor sociale participatie is op bepaalde punten verschillend voor de diverse huishoudtypen. Een alleenstaande staat immers voor andere kosten dan bijvoorbeeld een gezin met kinderen. De pakketten bestaan uit relatief goedkope artikelen (niet de allergoedkoopste) die algemeen verkrijgbaar zijn. We houden geen rekening met tweedehands artikelen. De pakketten zijn vastgesteld in samenwerking met andere deskundigen. Zo bestaat het voedingspakket uit gezonde voeding zoals vastgesteld door het Voedingscentrum. Sociale participatie Het pakket voor sociale participatie is opgesteld door het Nibud in samenwerking met het Sociaal Cultureel Planbureau. Het gaat om uitgaven aan contributies en abonnementen, bezoek ontvangen en op bezoek gaan, vakantie/uitgaan en recreatief vervoer. Sociale participatie wordt als noodzakelijk beschouwd en is in veel gemeenten op de een of andere manier onderdeel van het minimabeleid. Deze pakketten vormen ook de basis van het advies dat de Commissie Sociaal Minimum in 2023 uitbracht.

Persoonlijk onvermijdbare uitgaven Naast de noodzakelijke uitgaven van de pakketten zijn er in individuele gevallen moeilijk of niet-vermijdbare uitgaven. Dit zijn uitgaven die voor een bepaald persoon onontkoombaar zijn. Bijvoorbeeld wanneer iemand een speciaal dieet moet volgen. Voor dit soort uitgaven is vaak een tegemoetkoming mogelijk via gemeentelijk beleid. Deze uitgaven worden in dit rapport niet meegenomen. In de begrotingen is ook geen rekening gehouden met kosten voor een huisdier of voor roken. Deze uitgaven worden niet gezien als noodzakelijk. Indien een huishouden hiervoor toch kosten heeft, wordt het saldo op de begroting lager dan in deze rapportage is weergegeven. Mensen die werken maken extra kosten ten opzichte van niet werkenden. Deze kosten zijn meegenomen in het basispakket als aparte post bij een inkomen vanaf 110 procent van het toepasselijk minimum.

2.5

Uitgavensoorten

In alle begrotingen onderscheidt het Nibud vier soorten uitgaven: • Vaste lasten. Dit zijn periodiek terugkerende uitgaven, waarbij het bedrag veelal elke periode hetzelfde is. Vaak is er een contract afgesloten voor deze uitgaven. • Reserveringsuitgaven. Dit zijn uitgaven die niet iedere maand terugkomen. De bedragen voor de verschillende reserveringsuitgaven zou een huishouden in principe maandelijks opzij moeten zetten om deze onregelmatige uitgaven direct te kunnen betalen. • Huishoudelijke uitgaven. Dit zijn regelmatig terugkerende uitgaven, waarvan het bedrag per keer (per aankoopbeurt) verschilt.

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

• Sociale Participatie. Dit zijn uitgaven die een huishouden wat vrijer kan invullen. In deze rapportage vallen daaronder: contributies en abonnementen, bezoek ontvangen en op bezoek gaan, vakantie/uitgaan en recreatief vervoer. Lokale tarieven In deze rapportage wordt gerekend met minimale bedragen die huishoudens nodig hebben om deze uitgaven te kunnen betalen. Voor de uitgaven is waar mogelijk uitgegaan van lokale tarieven. Voorbeelden hiervan zijn de tarieven voor gemeentelijke heffingen, de premie van de collectieve zorgverzekering en de kosten van de peuterspeelzaal. Minimabeleid Als er inkomensondersteunende maatregelen zijn die een vergoeding vormen voor bepaalde uitgavenposten, dan is hier rekening mee gehouden in de begrotingen. De regelingen staan beschreven in het volgende hoofdstuk. Zo zijn alle meer generieke lokale minimaregelingen meegenomen in de berekeningen. Dit geldt niet voor de individuele bijzondere bijstand. Hiervoor geldt dat deze sterk afhankelijk is van de persoonlijke situatie.

2.6

De begrotingen

Volgens de methodiek die hierboven staat beschreven, worden de begrotingen opgesteld. Deze begrotingen staan in bijlage 2.

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

3 Minimabeleid In dit hoofdstuk worden diverse landelijke en gemeentelijke regelingen voor inkomensondersteuning van minima beschreven. Alleen de regelingen die in de berekeningen zijn meegenomen komen in dit hoofdstuk aan bod. Paragraaf 3.1 beschrijft de landelijke regelingen; in paragraaf 3.2 staan de lokale inkomensondersteunende regelingen.

3.1

Landelijk beleid

Bij het opstellen van de begrotingen worden de landelijke uitkeringen, de landelijke heffingskortingen, de landelijke toeslagen en de kinderbijslag in de berekeningen opgenomen. In 2024 zijn er op dit terrein een aantal belangrijke onderdelen aangepast die van invloed zijn op de financiële positie van huishoudens met een laag inkomen. Het minimumloon en de daaraan gekoppelde uitkeringen zijn verhoogd naar aanleiding van de hoge inflatie van de afgelopen jaren. Daarnaast is het extra verhoogd om de armoedebestrijding te ondersteunen. Bijna alle heffingskortingen zijn sterk gestegen. Ook de huurtoeslag, de kinderbijslag en het kindgebonden budget zijn omhooggegaan. Specifiek gaat het om de volgende veranderingen per 1 januari 2024: 1. De huurtoeslag stijgt en het kindgebonden budget stijgen sterk 2. Minimumloon en uitkeringen stijgen 3. De zorgtoeslag daalt (nadat deze in 2023 tijdelijk was verhoogd)

Landelijke heffingskortingen Heffingskortingen zijn kortingen op de belasting. Hiermee wil de overheid bepaalde groepen ondersteunen. Denk aan ouders, ouderen en gehandicapten. Door de heffingskorting betalen zij minder belasting. Er zijn verschillende heffingskortingen: • Algemene heffingskorting: voor iedereen vanaf 18 jaar die inkomstenbelasting betaalt, ook als men niet werkt. • Arbeidskorting: voor iedereen die betaald werk doet, ook als men daarnaast nog gedeeltelijk een uitkering ontvangt. • Inkomensafhankelijke combinatiekorting: voor werkende ouders met kinderen jonger dan 12 jaar. Deze wordt toegekend aan de alleenstaande ouders of aan de minstverdienende fiscale partner. • Ouderenkorting en alleenstaande ouderenkorting: voor AOW-gerechtigden. Tabel 1: Landelijke heffingskortingen in bedragen per jaar Algemene heffingskorting

Onder AOW-leeftijd Vanaf AOW-leeftijd

Arbeidskorting Inkomensafhankelijke combinatiekorting Ouderenkorting Alleenstaande ouderenkorting

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

2023 € 3.070 € 1.583 € 5.052 € 2.694

2024 € 3.362 € 1.735 € 5.532 € 2.950

€ 1.835 € 478

€ 2.010 € 524

Landelijke toeslagen Toeslagen zijn bijdragen van de overheid om tegemoet te komen in de kosten voor de zorgverzekering, huur of kind(eren). Of een huishouden recht heeft op bepaalde toeslagen, is afhankelijk van een aantal factoren, bijvoorbeeld inkomen of vermogen. Bij het inkomen wordt verwezen naar het toetsingsinkomen, ook wel verzamelinkomen genoemd. Dit bestaat uit: inkomen uit werk en woning (box 1), inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) en inkomen uit sparen en beleggen (box 3). De volgende toeslagen (2024) zijn van belang voor de voorbeeldhuishoudens: Zorgtoeslag Zorgtoeslag is een bijdrage van de overheid voor de kosten van de zorgverzekering. Iemand kan aanspraak maken op zorgtoeslag vanaf 18 jaar. Dit geldt voor zowel alleenstaanden als stellen. Naast de inkomensgrens is er ook een vermogensgrens voor de zorgtoeslag. Hoe lager het toetsingsinkomen, hoe meer toeslag iemand ontvangt. Tabel 2: Zorgtoeslag bedragen Inkomensgrens alleenstaand Inkomensgrens paar Vermogensgrens alleenstaand Vermogensgrens paar Maximaal maandbedrag alleenstaand Maximaal maandbedrag paar

€ 38.520 € 48.224 € 127.582 € 161.329 € 154 € 265

€ 37.496 € 47.368 € 140.213 € 177.301 € 123 € 236

Huurtoeslag Huurtoeslag is een bijdrage van de overheid in de huurkosten. Huurders van een zelfstandige huurwoning kunnen in aanmerking komen voor huurtoeslag. De hoogte van de huurtoeslag is afhankelijk van het toetsingsinkomen, het vermogen, de huishoudsamenstelling en de huur. Vanaf 1 januari 2020 kent de huurtoeslag geen inkomensgrenzen meer, maar wordt de huurtoeslag inkomensafhankelijk afgebouwd. De vermogensgrens voor de huurtoeslag is per persoon. Huishoudens krijgen boven de minimale basishuur2 volledige huurtoeslag tot een bepaalde huur. Vanaf deze huur wordt 65 procent vergoed. Alleenstaanden of ouderen/hulpbehoevenden krijgen daarnaast nog hierboven tot de hoogste huurgrens nog 40 procent vergoed. Tabel 3: Huurtoeslag bedragen Vermogensgrens per persoon Huurgrens volledige huurtoeslag Huurgrens 65% huurtoeslag 1p en 2p Huurgrens 65% huurtoeslag 3p of meer Huurgrens 40%

€ 33.748 € 452,20 € 647,19 € 693,60 € 808,06

€ 36.952 € 454,47 € 650,43 € 697,07 € 879,66

____________________ 2

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

Kinderopvangtoeslag Kinderopvangtoeslag is een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang. De kinderopvangtoeslag is geregeld in de Wet Kinderopvang. De wet geldt voor dagopvang voor kinderen van 0 tot 4 jaar en buitenschoolse opvang voor basisschoolkinderen. Maar ook voor opvang door ouderparticipatiecrèches of gastouders via een gastouderbureau en voor de peuterspeelzaal. Informele opvang door familie of kennissen valt hier niet onder. Om voor kinderopvangtoeslag in aanmerking te komen moet de instelling zijn aangemeld bij het Landelijk Register Kinderopvang. Ook moeten, in het geval van paren, beide ouders werken, tenzij er een re-integratietraject wordt gevolgd. Tabel 4: Kinderopvangtoeslag bedragen per uur Maximale vergoeding dagopvang Maximale vergoeding buitenschoolse opvang

€ 9,12 € 7,85

€ 10,25 € 9,12

Kindgebonden budget Elk huishouden met kinderen jonger dan 18 jaar komt in aanmerking voor het kindgebonden budget. Dit is een maandelijkse, inkomensafhankelijke bijdrage in de kosten van kinderen. Voorwaarde is dat iemand zijn of haar kind ‘in belangrijke mate onderhoudt’. Er geldt een inkomensgrens (waarbij gekeken wordt naar het toetsingsinkomen). Na de inkomensgrens wordt de hoogte van het bedrag geleidelijk afgebouwd. In 2024 is deze inkomensgrens voor alleenstaande ouders verhoogd en voor paren juist verlaagd. Het bedrag is flink verhoogd: Het maximale bedrag ging voor het eerste kind met € 65 omhoog naar € 203 per maand en vanaf het tweede kind met € 75 omhoog naar eveneens € 203 per maand. Daarnaast ging het extra bedrag voor kinderen van 12 tot en met 15 jaar met € 35 omhoog naar € 57 per maand en voor kinderen van 16 tot en met 17 jaar met € 37 omhoog naar € 77 per maand. Het extra bedrag voor alleenstaande ouders ging € 30 omlaag naar € 290 per maand. Tabel 5: Kindgebonden budget Inkomensgrens alleenstaande Inkomensgrens paar

€ 25.070 € 43.397

€ 26.819 € 35.849

Kinderbijslag Een ouder heeft recht op kinderbijslag voor eigen kinderen en stiefkinderen tot 18 jaar en soms voor pleegkinderen tot 16 jaar. Kinderbijslag wordt eenmaal per kwartaal uitgekeerd. De bedragen worden in het geval van meerdere kinderen bij elkaar opgeteld. De bedragen voor kinderbijslag zijn afhankelijk van de leeftijd van het kind en onafhankelijk van het inkomen. Tabel 6: Kinderbijslag per kwartaal 0 – 6 jaar 6 – 12 jaar 12 – 18 jaar

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

€ 261,70 € 317,77 € 373,85

€ 281,69 € 342,05 € 402,41

3.2

Lokaal minimabeleid

Naast de landelijke inkomensondersteunende maatregelen heeft de gemeente Zoetermeer voor huishoudens met een laag inkomen ook een lokaal minimabeleid. De regelingen die worden opgenomen in de begrotingen komen in de volgende paragrafen aan bod.

3.2.1 Kwijtscheldingsbeleid In de gemeente Zoetermeer kan kwijtschelding worden aangevraagd voor de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. De kwijtscheldingsnorm bedraagt 100 procent van het sociaal minimum. Dat wil zeggen dat, afhankelijk van het vermogen, huishoudens met een inkomen rond het sociaal minimum in principe geen gemeentelijke heffingen hoeven te betalen. Bij een inkomen hierboven wordt wel betalingscapaciteit verondersteld. De beleidsvrijheid ten aanzien van het kwijtscheldingsbeleid wordt bepaald door landelijke regelgeving. Hierbij wordt aan gemeenten de mogelijkheid geboden om rekening te houden met de kosten voor kinderopvang en om voor AOW’ers uit te gaan van de netto AOW in plaats van de bijstandsbedragen. De gemeente Zoetermeer maakt gebruik van de mogelijkheid om uit te gaan van de verhoogde norm voor AOW’ers en houdt ook rekening met de kosten voor kinderopvang bij de bepaling van de betalingscapaciteit. In Zoetermeer zijn drie waterschappen actief: Delfland, Rijnland en SchielandKrimpenerwaard. In onderstaande tabel zijn de tarieven van deze drie waterschappen opgenomen. Tabel 7: Tarieven waterschappen Waterschap Watersysteemheffing ingezetenen Delfland Rijnland Schieland-Krimpenerwaard

€ 133,39 € 128,23 € 129,88

Zuiveringsheffing per vervuilingseenheid € 106,04 € 80,03 € 71,29

In deze rapportage wordt uitgegaan van de tarieven van het Hoogheemraadschap van Delfland. Omdat de tarieven van dit waterschap het hoogst zijn, wordt hiermee de meest ongunstige situatie in beeld gebracht. Bij dit waterschap is kwijtschelding mogelijk voor de watersysteemheffing ingezetenen, maar niet voor de zuiveringsheffing. Bij de berekening van de kwijtschelding hanteert het waterschap de norm van 100 procent van de toepasselijke bijstandsnorm. De gemeente en het waterschap (door RBG) berekenen afzonderlijk de betalingscapaciteit en/of het vermogen.

3.2.2 Collectieve (aanvullende) zorgverzekering Het verzekeren tegen ziektekosten is voor iedereen wettelijk verplicht. Daarom bieden veel gemeenten inwoners met een laag inkomen een collectieve zorgverzekering aan. De gemeente Zoetermeer biedt een collectieve zorgverzekering aan bij zorgverzekeraar Menzis. Huishoudens met een inkomen niet hoger dan 120 procent van de geldende bijstandsnorm kunnen hiervan gebruik maken. De gemeente levert een bijdrage aan de premie en er geldt een collectiviteitskorting.

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

Inwoners kunnen kiezen uit verschillende pakketten. De kosten van deze pakketten zijn weergegeven in tabel 8. Tabel 8: Gemeentepolis kosten per maand Basisverzekering Maandpremie Aanvullende verzekering Bruto Maandpremie Collectiviteitskorting 9% Gemeentelijke bijdrage Netto maandpremie aanvullende verzekering Verzekering verplicht eigen risico Collectiviteitskorting 5% Gemeentelijke bijdrage Netto maandpremie verplicht eigen risico Netto maandpremie totaal Tandartsverzekering Bruto Maandpremie Collectiviteitskorting 9% Netto maandpremie tandartsverzekering

Menzis Basis € 146,75 GarantVerzorgd 1 GarantVerzorgd 2 € 19,41 € 34,21 - € 1,75 - € 3,08 - € 9,04 - € 10,52 € 8,62 € 20,61

GarantTandVerzorgd 250 € 14,05 - € 1,26 € 12,79

GarantVerzorgd 3 € 58,11 - € 5,23 - € 13,02 € 39,86

nvt nvt nvt nvt

€ 32,08 - € 1,60 - € 13,53 € 16,95

€ 32,08 - € 1,60 - € 13,53 € 16,95

€ 8,62

€ 37,56

€ 56,81

GarantTandVerzorgd 500 € 21,65 - € 1,95 € 19,70

GarantTandVerzorgd 750 € 35,75 - € 3,22 € 32,53

Naast de bovengenoemde pakketten, is het ook mogelijk een goedkopere polis af te sluiten, de Menzis Basis Voordelig. De premie van de basisverzekering bedraagt € 140,25. Daarnaast kan voor twee aanvullende verzekeringen gekozen worden, waarvan de premies respectievelijk € 16,10 en € 28,90 bedragen. In de begrotingen rekenen we met de premie van GarantVerzorgd 2. Voor de huishoudens met een zorgvraag gaan we uit van GarantVerzorgd 3. Bij de huishoudens die niet aan de voorwaarden voor de Gemeentepolis voldoen, met een inkomen boven 120 procent van de geldende bijstandsnorm, rekenen we met de premie van een gemiddelde zorgverzekering (de nominale premie van de basis- en aanvullende verzekering inclusief een tandartsverzekering). GarantVerzorgd is alleen af te sluiten in combinatie met een tandartsverzekering: GarantTandVerzorgd. Ook hier kan gekozen worden voor verschillende pakketten. In deze rapportage gaan we uit van GarantTandVerzorgd 250. Deze kosten van deze verzekering bedragen, inclusief collectiviteitskorting, € 12,79. De kosten van de premie zijn in de begrotingen opgenomen onder de uitgavepost “zorgverzekering”. De zorgtoeslag die huishoudens ontvangen is in de begrotingen opgenomen bij de inkomsten.

Voor huishoudens met een inkomen boven 120 procent gaan we ervan uit dat zij maandelijks moeten reserveren voor het eigen risico van 385 euro per jaar, omdat zij dit geld waarschijnlijk niet op de plank hebben liggen, als zij dit (onverwacht) nodig hebben. Dit bedrag is opgenomen onder de post “eigen risico zorgverzekering”.

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

3.2.3 Individuele inkomenstoeslag De individuele inkomenstoeslag (IIT) in de gemeente Zoetermeer is bedoeld voor inwoners vanaf 21 jaar tot de AOW-gerechtigde leeftijd die weinig zicht hebben op extra inkomen in de toekomst en die wel inzet hebben getoond om meer inkomen te krijgen. Hierbij mag het inkomen in de afgelopen drie jaar niet hoger zijn geweest dan de geldende bijstandsnorm en het vermogen niet meer dan het wettelijk vrij te laten vermogen. De hoogte van de IIT bedraagt voor paren met of zonder kinderen € 771 per jaar, voor alleenstaande ouders € 618 per jaar en voor alleenstaanden € 517 per jaar. Bij de resultaten van deze rapportage worden de saldi van huishoudens die in aanmerking komen voor de individuele inkomenstoeslag apart gepresenteerd, omdat de IIT niet voor elk huishouden van Zoetermeer met een laag inkomen geldt.

3.2.4 ZoetermeerPas De ZoetermeerPas is een voordeelpas waarmee inwoners met korting of gratis kunnen deelnemen aan verschillende sportieve, leerzame en/of culturele activiteiten. Op de pas staan verschillende tegoeden. Een tegoed is een digitaal geldbedrag. Elke soort activiteit heeft een eigen digitale tegoed. Deze tegoeden kunnen worden besteed bij (sport)verenigingen of culturele organisaties. Vaak zijn lesgelden of abonnementskosten van sport of zwemlessen hoger dan het tegoed dat op de kaart staat. De resterende kosten betaalt de inwoner zelf. De pas is bedoeld voor inwoners met een inkomen dat niet hoger is dan 120 procent van de geldende bijstandsnorm. Er geldt geen vermogenstoets. Het tegoed is 1 jaar geldig, van 1 januari tot en met 31 december. Hieronder staan de tegoeden voor 2024. Tabel 9: Bedragen tegoeden ZoetermeerPas Activiteit Sport/Cultuur/Educatie kinderen t/m 18 jaar Sport/Cultuur/Educatie volwassenen Bibliotheek Bibliotheek los Uitjes budget kinderen t/m 18 jaar Uitjes budget volwassenen Zwemlesbudget

Bedrag per jaar € 235 € 180 € 66,95 € 15 € 44 € 22 € 300

In de begrotingen zijn de genoemde budgetten verrekend met de uitgavenpost “sociale participatie”. Voor sport/ cultuur en educatie geldt het volgende: onder de post “sociale participatie” is een bedrag opgenomen voor contributies en abonnementen voor sportieve en culturele activiteiten (zie bijlage 1). Het Nibud gaat uit van een contributie van € 11,50 per maand voor kinderen van 3 tot 8 jaar, € 15,50 voor kinderen van 8 tot 16 jaar en € 20,50 voor personen vanaf 16 jaar. Dit laatste komt neer op € 246 per jaar. In de begrotingen verrekenen we het maximale bedrag van € 235 voor het kind van 16 jaar en € 180 voor een volwassene. De rest betaalt de betrokkene zelf.

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

Omdat in de begrotingen wordt uitgegaan van het lidmaatschap van één (sport)club, wordt het zwemlesbudget niet op de begroting in mindering gebracht. De budgetten voor uitjes en voor de bibliotheek worden wel verrekend, waarbij we uitgaan van één bibliotheekpas per huishouden.

3.2.5 Particuliere fondsen In de gemeente Zoetermeer zijn twee particuliere fondsen actief: de Stichting Leergeld en SunZ. Beide stichtingen worden door de gemeente gesubsidieerd. Stichting Leergeld Stichting Leergeld Zuid-Holland Midden richt zich op kinderen uit minimagezinnen (maximaal 130 procent van de geldende bijstandsnorm) in verschillende Zuid-Hollandse gemeenten, waaronder Zoetermeer. Ouders, verzorgers, docenten of intermediairs kunnen voor deze kinderen materiële voorzieningen aanvragen, zodat zij een eerlijke kans krijgen en volwaardig mee kunnen doen in de maatschappij. In de gemeente Zoetermeer kunnen aanvragen worden gedaan voor de volgende voorzieningen: • Fiets: voor kinderen van 4 tot en met 17 jaar oud kan eens in de drie jaar een fiets worden aangevraagd. Dit is in de begrotingen verrekend met de post “vervoer”. • Laptop: voor schoolgaande kinderen van 7 tot en met 17 jaar kan een refurbished laptop worden aangevraagd. Er geldt een eigen bijdrage van € 50 en er gelden bezorgkosten van € 10. Voor kinderen op de basisschool geldt één laptop per gezin, voor kinderen op de middelbare school wordt maximaal één laptop per kind verstrekt. Voorwaarde is dat het gezin/ kind in de afgelopen 3 jaar geen laptop of computer van de Stichting Leergeld heeft ontvangen.

Kinderen op de middelbare school die een specifiek type laptop nodig hebben, die verplicht wordt gesteld door de school van het kind, kunnen bij de Stichting Leergeld een bijdrage in de kosten aanvragen. De vergoeding voor de laptop wordt in de begrotingen verrekend met de post “onderwijs”. Dit geldt alleen voor de huishoudens met oudere kinderen (die naar de middelbare school gaan). De kinderen in de voorbeeldhuishoudens met jonge kinderen zijn 3 en 5 jaar en daarmee te jong om voor een laptop in aanmerking te komen. • Kindpas: voor kinderen van 0 tot en met 17 jaar kan een Kindpas worden aangevraagd. De Kindpas is een betaalpas, waarmee kleding, jassen, schoenen en leesboekjes gekocht kunnen worden. Het tegoed op de Kindpas is € 90. Dit is in de begrotingen verrekend met de post “kleding”. • Schoolspullenpas: voor kinderen van 4 tot en met 17 jaar is er een schoolspullenpas. Met deze pas kunnen schoolspullen zoals schriften, pennen, etuis, tassen en rekenmachines gekocht worden. Het tegoed op de pas bedraagt gemiddeld € 44,25 en is in de begrotingen verrekend met de post “onderwijs”. • Jarige Job Verjaardagsbox: kinderen van 4 tot en met 18 jaar komen in aanmerking voor een verjaardagsbox.

Hierin zitten alle benodigdheden voor een verjaardag, zoals lekkers voor thuis, een traktatie voor op school, versieringen zoals ballonnen en slingers, cadeautjes, een taart en glazuur, slagroom en kaarsjes. Deze kosten zijn in mindering gebracht op de post “sociale participatie”. Onderdeel van het sociale participatiebudget is het ontvangen van bezoek. De gemiddelde kosten hiervan zijn 11,50 euro per maand per persoon binnen het huishouden. We gaan ervan uit dat het geven van een verjaardagsfeestje vier maandbedragen kost (46 euro).

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

•

•

Sport en Cultuur: het tegoed op de ZoetermeerPas kan gebruikt worden voor de contributie voor sport of cultuur. Mocht er na deze betaling nog een resterend bedrag zijn voor de contributie, lesgeld of voor de aanschaf van sportgerelateerde kleding, dan kunnen kinderen van 4 tot en met 17 jaar voor dit restbedrag een aanvullende aanvraag bij de Stichting Leergeld indienen. Voor kinderen uit huishoudens met een inkomen boven 120 procent, die niet in aanmerking komen voor de ZoetermeerPas maar wel voor voorzieningen vanuit de Stichting Leergeld, gaan we ervan uit dat de contributie door Stichting Leergeld vergoed wordt. Deze aanvullingen vanuit Stichting Leergeld wordt verrekend met de post “sociale participatie”. Paardenmaatje: paardenmaatje is ondersteuning voor kinderen die gepest worden, nieuw zijn in een vreemd land, niet goed mee kunnen komen op school of last hebben van faalangst en concentratieproblemen. Omdat dit bedoeld is voor een specifieke groep kinderen, wordt dit niet doorgerekend in de begrotingen.

SunZ Het kan vóórkomen dat huishoudens door omstandigheden tussen wal en schip raken. Er zijn dan geen wettelijke regelingen (meer) waar ze gebruik van kunnen maken of ze komen er niet (meer) voor in aanmerking. Soms duurt het aanvraagproces te lang. Als er niets gebeurt, verergeren de problemen snel. Stichting Urgente Noden Zoetermeer (SunZ) kan in deze situaties voor financiële ondersteuning zorgen. SunZ heeft drie mogelijkheden voor financiële ondersteuning: • Noodfonds Dit fonds is bedoeld voor het verstrekken van een éénmalige financiële gift van maximaal € 2.000. Alleen professionele hulpverleners kunnen een aanvraag indienen. De gift is in principe éénmalig. Dat betekent dat er geen regelmatig terugkerende kosten worden vergoed, zoals voor bijvoorbeeld levensonderhoud, huisvesting of vervoer. • Sociaal Leenfonds Zoetermeer Via dit fonds kan voor cliënten met een schuld tot € 1.750,- (gezinnen tot € 2.500,-) een renteloze lening worden aangevraagd. • Supermarktbonnen Bedoeld voor cliënten die (tijdelijk) geen of te weinig geld hebben om in hun eerste levensbehoeften te voorzien. In de begrotingen wordt de ondersteuning door SunZ niet meegerekend, omdat deze bedoeld is voor huishoudens in uitzonderlijke omstandigheden. Hiervan wordt in deze rapportage niet uitgegaan.

3.2.6 Bijzondere bijstand De gemeente Zoetermeer verstrekt voor bijzondere en noodzakelijke kosten individuele bijzondere bijstand. Uitgangspunt hierbij is dat er geen draagkracht is bij een inkomen tot 110 procent van de geldende bijstandsnorm. Van het meerinkomen wordt als draagkracht aangemerkt 35 procent van het inkomen tot € 2.628,75 per jaar boven 110 procent van de toepasselijke bijstandsnorm en 50 procent van het meerdere inkomen. De individuele bijzondere bijstand wordt in dit onderzoek niet meegenomen omdat deze sterk afhankelijk is van de persoonlijke situatie.

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

Uitzondering zijn de huishoudtypen met een zorgvraag. Bij deze huishoudtypen gaan we uit van een aantal veronderstellingen die worden beschreven in paragraaf 3.3. Indien voor een of meer van deze voorzieningen individuele bijzondere bijstand kan worden aangevraagd, wordt dit meegenomen in de begroting.

3.2.7 Kinderopvang en peuterspeelzaal Kinderopvang Op grond van de Wet kinderopvang kunnen ouders van kinderen tot en met de basisschoolleeftijd een tegemoetkoming krijgen voor de kosten van kinderopvang, de kinderopvangtoeslag. Vervolgens resteert een eigen bijdrage voor deze kosten. In de gemeente Zoetermeer kunnen de kosten van de eigen bijdrage voor noodzakelijke kinderopvang worden vergoed vanuit de bijzondere bijstand voor ouders met een inkomen tot 110 procent van de bijstandsnorm. (Bijvoorbeeld: De belastingdienst biedt de mogelijkheid om 5 dagen kinderopvangtoeslag te krijgen voor 5 dagen opvang ook als je maar 3 dagen werkt. De gemeente vergoedt dan de eigen bijdrage alleen voor de 3 dagen die worden gewerkt.) In dit onderzoek gaan we ervan uit dat de alleenstaande ouder met een inkomen boven bijstandsniveau enkele dagen per week werkt en gebruik maakt van de kinderopvang. Bij 110 procent van de geldende bijstandsnorm wordt gerekend met 20 uur kinderopvang per week, bij een inkomen op 120 en 130 procent wordt uitgegaan van 30 uur kinderopvang en bij een inkomen op 140 en 150 procent rekenen we met 40 uur kinderopvang per week. Peuteropvang Een alleenstaande ouder met een bijstandsuitkering (die geen participatietraject volgt) hoeft geen gebruik van de kinderopvang te maken; daarom zijn in de begrotingen op 100 procent geen kosten voor kinderopvang opgenomen.

Wel wordt ervan uitgegaan dat twee dagdelen per week gebruik wordt gemaakt van de peuteropvang. Ook paren zonder werk (met een bijstandsuitkering) of paren waarvan één van beide partners werkt (met een inkomen van 110 tot en met 150 procent van de norm), zullen geen gebruik maken van de kinderopvang, maar van de peuteropvang. Voor kinderen met een sociaal-medische indicatie of voor kinderen met een taalachterstand (VVE) betalen ouders een eigen bijdrage (gelijk aan die van de kinderopvang). Indien het inkomen van de ouders onder 110 procent van de geldende bijstandsnorm ligt, kan voor de eigen bijdrage bijzondere bijstand worden aangevraagd. Kinderen die naar de peuteropvang gaan en geen indicatie hebben betalen ook een eigen bijdrage. Dit wordt beschouwd als een eigen keuze en ouders worden geacht dit zelf te betalen (geen noodzaak vast gesteld). Er wordt van uitgegaan dat de kinderbijslag en het kindgebonden budget hiervoor toereikend zijn. In de begrotingen hebben we deze eigen bijdrage meegenomen. De kosten voor kinderopvang en peuteropvang zijn in de begrotingen opgenomen onder de post “kinderopvang”. Voor de huishoudens die in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag, is dit in de begrotingen opgenomen bij de inkomsten.

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

3.3

Huishoudens met een zorgvraag

In dit onderzoek worden tevens twee huishoudens met extra zorgkosten onderzocht: Een alleenstaande onder de AOW-gerechtigde leeftijd met chronische ziekte of beperking; Een alleenstaande oudere (AOW-gerechtigd) met chronische ziekte of beperking. Hieronder wordt eerst dieper ingegaan op de voorzieningen van de gemeente Zoetermeer voor huishoudens met een zorgvraag. Daarna worden de profielen van deze huishoudtypen nader omschreven en wordt bekeken wat het effect van de regelingen is op de maandbegroting van de huishoudens met een zorgvraag.

3.3.1 Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zorgt ervoor dat mensen met een handicap, chronisch zieken en ouderen een zo normaal mogelijk dagelijks leven kunnen leiden. De gemeente bekijkt of hulp nodig is en waarmee iemand het beste is geholpen. Iedere gemeente regelt dit op zijn eigen manier. Naast algemene taken, zoals het vergroten van de leefbaarheid in de gemeente, heeft de gemeente op basis van de Wmo de volgende taken: ondersteuning van mensen met een lichamelijke, psychische of verstandelijke beperking zodat zij mee kunnen doen aan de samenleving, bijvoorbeeld door begeleiding, zinvolle daginvulling, huishoudelijke verzorging, woningaanpassing, vervoer of een rolstoel; ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers, bijvoorbeeld door trainingen, of ondersteuning in het geval dat de mantelzorger ziek is.

3.3.2 Collectieve zorgverzekering Zoals in paragraaf 3.2.2 staat beschreven, kent de gemeente Zoetermeer een uitgebreide collectieve zorgverzekering waar huishoudens met extra zorgkosten veel profijt van kunnen hebben: GarantVerzorgd 3. Via dit pakket is onder meer de eigen bijdrage Wmo vergoed, tot een maximum van 300 euro per huishouden. Ook is het volledig eigen risico meeverzekerd.

3.3.3 Meerkosten huishoudens met zorgvraag Om de begrotingen voor huishoudens met een zorgvraag op te maken, zijn zogenoemde zorgprofielen opgesteld. Vervolgens wordt bepaald welke extra kosten deze huishoudens hebben en welke vergoedingen daar tegenover staan. De profielen zijn opgesteld door het Nibud, in samenspraak met Ieder(In)3.

____________________

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

Het profiel voor de huishoudens onder de AOW-gerechtigde leeftijd ziet er als volgt uit: Stofwisselingsziekte Longproblemen Hoog medicijngebruik (deels eigen bijdrage voor betalen) Rolstoelgebonden 2 uur huishoudelijke verzorging per week 12 uur persoonlijke verzorging per week 4 uur verpleging per week Extra waskosten Woningaanpassing (drempels weg, traplift) Personenalarmering Gebruik belbus/ collectief vervoer Voor de huishoudens vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd geldt het volgende zorgprofiel: Stofwisselingsziekte Bril Gehoorapparaat Rollator Een medicijn dat door deels door de (aanvullende) zorgverzekering vergoed wordt Lichte vorm van incontinentie Maakt gebruik van de maaltijdvoorziening Is aangewezen op een energieverrijkt dieet. 3 uur huishoudelijke verzorging per week 14 uur persoonlijke verzorging per week 4 uur verpleging per week Personenalarmering Gebruik belbus/collectief vervoer Woningaanpassing (drempels weg, traplift) Gezien het bovenstaande, zal de begroting van de huishoudens met een zorgvraag op diverse punten afwijken van de standaardbegrotingen: Huishoudelijke hulp De huishoudelijke hulp is in de gemeente Zoetermeer een maatwerkvoorziening. Voor de maatwerkvoorziening geldt een eigen bijdrage die geïnd wordt door het CAK. Deze eigen bijdrage bedraagt € 20,60 per maand. Voor paren onder de AOW-leeftijd geldt er geen eigen bijdrage.

De eigen bijdrage wordt vergoed vanuit de collectieve zorgverzekering van de gemeente Zoetermeer. Als iemand niet de collectieve verzekering heeft afgesloten is het mogelijk bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage aan te vragen. De burger dient dan wel te onderbouwen waarom hij niet collectief verzekerd is (bijvoorbeeld in het geval van schulden waardoor overstap niet mogelijk was) en mogelijk aan te tonen dat hij met zijn huidige verzekering betere vergoedingen krijgt. In de begrotingen gaan we ervan uit dat gebruik wordt gemaakt van de collectieve zorgverzekering (GarantVerzorgd 3) en dat de eigen bijdrage dus niet zelf betaald hoeft te worden. Wanneer geen gebruik van de collectieve zorgverzekering kan worden gemaakt (bij een inkomen boven 120 procent van het minimum) moet het huishouden de eigen bijdrage Wmo zelf betalen. Bij onvoldoende draagkracht kan bijzondere bijstand worden

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

aangevraagd. De kosten die het huishouden zelf nog moet betalen worden verrekend met de uitgavenpost “eigen betalingen zorg”. Persoonlijke verzorging en verpleging De persoonlijke verzorging en verpleging vallen in het basispakket van de zorgverzekering. Hierdoor komen er dus geen extra kosten bij. Maaltijdvoorziening De maaltijdvoorziening zorgt voor meerkosten ten opzichte van de situatie waarin de warme maaltijd zelf wordt bereid. In deze rapportage veronderstellen we dat de AOWgerechtigde met zorgvraag niet in staat is om zelf te koken. Gemiddeld kost een warme maaltijd ongeveer € 6,50. De kosten voor een zelf bereide warme maaltijd bedragen € 2,82 voor een alleenstaande oudere, volgens de Nibud prijzengids. Hiermee komen de meerkosten uit op € 3,68. Voor vijf maaltijden per week komt dit neer op € 79,73 per maand. Voor de eigen kosten als gevolg van de maaltijdvoorziening is een vergoeding mogelijk uit de bijzondere bijstand. Bij het vaststellen van de vergoeding via de bijzondere bijstand wordt rekening gehouden met de draagkracht. Tot en met 110 procent van de bijstandsnorm wordt geen draagkracht verondersteld, van het meerinkomen wordt als draagkracht aangemerkt 35 procent van het inkomen tot € 2.628,75 per jaar boven 110 procent van de toepasselijke bijstandsnorm en 50 procent van het meerdere inkomen.

De eigen kosten als gevolg van de maaltijdvoorziening zijn in de begrotingen van de alleenstaande oudere met zorgvraag opgenomen onder de post ‘voeding’. Dieetkosten De huishoudens met een zorgvraag maken gebruik van een specifiek dieet. De meerkosten van verschillende diëten kunnen zeer uiteenlopen. Bij deze zorgvraag wordt uitgegaan van een energieverrijkt dieet. De meerkosten van dit dieet bedragen € 400 per jaar. Vergeleken met andere diëten is dit niet bijzonder hoog. Voor deze kosten kan bijzondere bijstand worden aangevraagd. In geval van draagkracht worden de zelf te betalen kosten verrekend met de post “voeding”. Collectief vraagafhankelijk vervoer De huishoudens met een zorgvraag maken gebruik van collectief vraagafhankelijk vervoer. In de gemeente Zoetermeer kan hiervoor gebruik worden gemaakt van de Regiotaxi. Hiervoor betaalt men een opstaptarief van € 1,08 en een tarief per kilometer van € 0,187. In deze rapportage wordt bij de huishoudens met een zorgvraag (onder en boven de AOW-gerechtigde leeftijd) gerekend met 4 reizen per maand van 5 kilometer enkele reis, wat neerkomt op € 16,12 maand. Daarnaast hebben huishoudens met een zorgvraag vaak te maken met kosten in verband met vervoer naar het ziekenhuis en/of specialist. Voor dit vervoer gaan we ook uit van het gebruik van collectief vraagafhankelijk vervoer.

We gaan uit van 8 reizen per jaar van 10 kilometer enkele reis, wat neerkomt op € 3,93 per maand. Ten slotte veronderstellen we dat de personen met een zorgvraag geen gebruik maken van de fiets en regulier openbaar vervoer; de kosten daarvan zijn daarom uit de begroting gehaald. De extra vervoerskosten die uiteindelijk resteren zijn opgenomen onder de post ”vervoer”.

Minima-effectrapportage gemeente Zoetermeer 2024

Waskosten Voor de extra waskosten gaan we uit van twee keer per week extra wassen, wat neerkomt op € 16 per maand. Voor de extra waskosten is bijzondere bijstand mogelijk, waarbij we rekening houden met de draagkracht. Kosten die eventueel zelf nog betaald moeten worden zijn in de begrotingen opgenomen onder de post “was- en schoonmaakmiddelen”. Medicijnen Voor de eigen betalingen voor medicijnen rekenen we 123 euro op jaarbasis. De kosten worden vergoed vanuit de zorgverzekering: GarantVerzorgd 3 biedt 100 procent vergoeding van de eigen bijdrage. Voor huishoudens die niet voor de collectieve zorgverzekering in aanmerking komen, worden de eigen bijdragen voor medicijnen verrekend met de uitgavenpost “eigen betalingen zorg”. Woningaanpassing De kosten voor een woningaanpassing (drempels weg, traplift), die vanuit de Wmo wordt toegekend, worden doorgegeven aan het CAK voor de inning van de eigen bijdrage. Deze eigen bijdrage wordt óf betaald vanuit de collectieve zorgverzekering (tot 120 procent van het toepasselijk minimum) óf men heeft de eigen bijdrage al betaald voor de huishoudelijke en persoonlijke verzorging. Daarom komen er voor deze woningaanpassingen geen extra kosten meer bij. Personenalarmering De kosten voor de personenalarmering worden in de gemeente Zoetermeer vergoed via de collectieve zorgverzekering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=b8ba2f9f-ac96-4a32-9e09-f8190498d0d3