CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Beeldkwaliteitsplan Entree

Raadsvergadering 14 juli 2025, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling kaderstellende beleidsdocumenten ten behoeve van Omgevingsprogramma Entree10.315 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beeldkwaliteitsplan mei 2025

BURA KNSM-laan 53 1019 LB Amsterdam +31 20 7372085 info@bura.city www.bura.city

Gemeente Zoetermeer Postbus 15 2700 AA Zoetermeer tel: 14079 e-mail: antwoord@zoetermeer.nl

Copyright Alle beelden zijn gecontroleerd op copyrights en waar mogelijk is de copyrighthouder benoemd. Als u toch beelden herkend die onrechtmatig zijn gebruikt verzoeken we u ons daarvan op de hoogte te stellen, zodat we dit bij eventuele herdruk kunnen aanpassen. Niets uit deze uitgave mag in welke vorm of op welke wijze dan ook worden gereproduceerd of vermenigvuldigd zonder voorafgaande toestemming van BURA. Kaarten en illustraties De kaarten en illustraties (oa. schema’s) in deze publicatie zijn afkomstig van BURA. Fotografie Tenzij anders vermeld, zijn de foto’s in deze publicatie afkomstig van de beeldbank van BURA.

2

BEELDKWALITEITSPLAN ENTREE ZOETERMEER

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING

4

1.1 Introductie 1.2 Beeldkwaliteitsplan 1.3 Leeswijzer

5 6 9

2. WELKOM IN ENTREE

10

2.1 Zoetermeer: dorp wordt stad 2.2 Entree

11 12

3. ENTREE MIDDEN

14

3.1 Essenties 1. Ontwerp integraal en in samenhang 2. Afrikaweg als levendige stadsstraat 3. Stedelijke blokken in Entree zijn samengesteld en divers 4. Een goede stad op ooghoogte 5. Bijzondere entrees, openingen en poorten 6. Groene, collectieve en toegankelijke binnentuinen 7. Natuurinclusief en onderdeel van het stedelijk ecosysteem 8. Een multifunctioneel dakenlandschap 9. Hoogwaardig vormgegeven panden 10. Panden hebben één hoofdmateriaal en hoofdkleur 11. Panden hebben een herkenbare plastiek 12. Speciale panden verrassen 13. Balkon, erker, loggia en dakbeëindiging integraal meeontwerpen 14. Panden worden locatiespecifiek ontworpen 15. Reclame is ondergeschikt aan de architectuur en de omgeving 16. Parkeerpanden 17. Zorgvuldige inpassing van bestaande gebouwen 18. Buitenruimte nodigt uit tot gebruik

15 16 17 20 21 22 24 26 27 28 29 30 31 32 33 36 37 40 41

4. ENTREEPOORT

44

4.1 Essenties

45

3

1.

INLEIDING

4

BEELDKWALITEITSPLAN ENTREE ZOETERMEER

1.1 INTRODUCTIE Zoetermeer groeit en werkt zelfbewust aan een schaalsprong: van groeikern naar volwassen stad. Deze nieuwe positionering en de invulling die daarvoor nodig is, komen samen in Entree. Zoetermeer heeft de ambitie om met Entree een levendige stadswijk te maken. Een levendige stadswijk waar gezondheid, duurzame mobiliteit en toekomstbestendigheid belangrijke waarden zijn. Programmatisch levert Entree een duidelijke bijdrage aan het tekort van woningen in Zoetermeer en de regio. Het totale programma voor Entree zal tussen de 6250 en 7250 nieuwe woningen betreffen in hoogstedelijk gebied met voor verschillende doelgroepen met de bijbehorende voorzieningen en eveneens een aantal stedelijke voorzieningen die een groter gebied bedienen.

STURING VAN DE ONTWIKKELING Sinds de gemeenteraad van Zoetermeer in 2015 de Projectaanpak Entree Zoetermeer heeft vastgesteld wordt er in stappen gewerkt aan de transformatie van het Entreegebied van Zoetermeer. De eerste ambities voor de ontwikkeling van Entree werden vastgelegd in de visie Entreegebied Zoetermeer (2015) en het Masterplan de Entree uit 2019. Beide documenten zijn de basis voor de ontwikkeling van Entree, maar de concrete sturing van de ontwikkeling vind plaats op basis van de Ontwikkelvisie Entree (stedenbouwkundig raamwerk en spelregels voor ontwikkeling) en dit Beeldkwaliteitsplan Entree.

De ruimtelijke opzet van Entree betekent in zekere zin een ommekeer van de huidige situatie. Het principe van de min of meer anonieme verhoogde hoofdwegenstructuur die wijken omsluit, waarbij die wijken in feite grotendeels met de achterzijde naar die hoofdwegen georganiseerd zijn, wordt verlaten ten gunste van het principe van de stadsstraat omzoomd door stoere samengestelde stedelijke blokken. De ommekeer maakt van de Afrikaweg een stadsstraat met een aangename stedelijke openbare ruimte die niet alleen bedoeld is voor doorgaand verkeer maar ook voor verblijf, langzaam verkeer en, last but not least, als adres. De nieuwe bebouwing staat aan de weg, in de rooilijn, met het ‘gezicht’ naar de straat. Het concept van de stadsstraat is -ook omdat het zo’n radicale breuk met het verleden inhoudt- ambitieus en uitdagend en daarmee ook kwetsbaar. Er zijn daarom goede randvoorwaarden opgesteld om de stadsstraat en Entree tot een succes te maken.

5

1.2 BEELDKWALITEITSPLAN In aanvulling op de ontwikkelvisie Entree is dit beeldkwaliteitsplan opgesteld. Dit beeldkwaliteitsplan heeft betrekking op een deel van Entree: omgeving Entree midden. Entree Midden is het deelgebied rondom de Afrikaweg. Voor het tweede deel van Entree, omgeving Entree Poort wordt later een eigen beeldkwaliteitsplan gemaakt en wordt kort ingegaan op de samenhang tussen beide omgevingen. Het Beeldkwaliteitsplan is een aanvulling op bestaand beleid en regelgeving, zoals bijvoorbeeld de Zoetermeerse Welstandsnota en nadrukkelijk niet ter vervanging daarvan. Het Beeldkwaliteitsplan gaat nader in op de gewenste ruimtelijke kwaliteit van de bebouwing in Entree en legt de beoogde kwaliteit vast. Het Beeldkwaliteitsplan is een richtinggevend en toetsend document dat als inspiratiebron fungeert en houvast biedt voor ondernemers, ontwikkelaars en architecten. Het document borgt de integrale beeldkwaliteit en samenhang binnen Entree, ook wanneer het gefaseerd ontwikkeld wordt door verschillende bouwpartners. Na de vaststelling door de gemeenteraad maakt het beeldkwaliteitsplan onderdeel uit van de gemeentelijke Welstandsnota en dient samen met de welstandsnota Zoetermeer als toetsingskader voor de welstand.

KWALITEITSBEWAKING Voor de bewaking van de kwaliteit van ontwikkelingen in Entree is het Q-team Entree (Kwaliteitsteam) ingesteld. Het Q-team adviseert de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) en de stadsbouwmeester over plannen/ adviesaanvragen in Entree. Toetsing geschiedt door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK). Het Q-team vervangt niet het CRK; het begeleidt in de uitvoering van het beleid. Het Q-team wordt ingezet om, over een langere periode, de ontwikkeling in goede banen te leiden en actief de kwaliteit te waarborgen. Dat is dus begeleiden, sturen en adviseren. Deze rol zorgt ervoor dat het Q-team kan sturen op zowel kwaliteit als ambitie. Het Q-team begeleidt de ontwerpen van de afzonderlijke kavels én waarborgt de integrale afstemming op de ontwerpen van de naastgelegen kavels. Bovendien wordt de integrale afstemming tussen planontwikkeling op private kavels en inrichtingsplannen voor het openbaar gebied zo optimaal ingericht. Toetsing vindt plaats in elke fase van het ontwerpproces (schetsontwerp, voorlopig ontwerp en definitief ontwerp) op basis van de ontwikkelvisie Entree en dit beeldkwaliteitsplan. Dit Beeldkwaliteitsplan beschrijft de essenties van de gewenste beeldkwaliteit voor Entree op grond van de kernwaarden van Entree. Deze essenties vormen de welstandscriteria op basis waarvan ontwerpen worden beoordeeld.

Elke essentie wordt nader geduid aan de hand van een reeks van ontwerpprincipes. Het Q-team is het ‘geweten van de planvorming’ en zorgt dat onze doelen en ambities voor de kwaliteit van het gebied overeind blijven in een steeds veranderende context van markt en maatschappij. Het toetsen aan de kaders is maatwerk en het kwaliteitsteam heeft daarbij de ruimte om in te spelen op nieuwe inzichten. Het Q-team heeft de bevoegdheid om na een integrale afweging een positieve beoordeling te geven op een ontwerpoplossing die niet expliciet in de aanwijzingen van de ontwikkelvisie en het beeldkwaliteitsplan is beschreven.

Disclaimer Aan de teksten en afbeelden is veel zorg besteed. Toch kan het zo zijn dat informatie onvolledig of niet helemaal correct is weergegeven. Aan de informatie in in dit beeldkwaliteitsplan kunnen geen rechten worden ontleend. In het beeldkwaliteitsplan wordt gebruikt gemaakt van schema’s, kaarten en referentiebeelden. Aangezien het nagestreefde beeld, uiteraard, nog niet bestaat, maken we gebruik van deze middelen. Referentiebeelden dienen als inspiratie en hebben vooral betrekking op en verduidelijken het behandelde thema of aspect.

6

BEELDKWALITEITSPLAN ENTREE ZOETERMEER

Locatie Entree

7

Afrikaweg september 2024

8

BEELDKWALITEITSPLAN ENTREE ZOETERMEER

1.3 LEESWIJZER Het beeldkwaliteitsplan start met een compacte introductie en de wijze waarop zij later gehanteerd gaat worden. De beeldkwaliteitsambities volgen daarop in het hoofdstuk 2 en 3. In hoofdstuk 2 wordt het gewenste karakter en de identiteit van Entree Midden omschreven. In hoofdstuk 3 wordt aan de hand van essenties en bijbehorende ontwerpprincipes omschreven wat dit betekent voor de beeldkwaliteit. Hoofdstuk 4 (wordt later toegevoegd) legt de link naar de aansluitende ontwikkeling van Entreepoort. Het beschrijft hoe de identiteit en het karakter van Entree Midden doorloopt in het stationsgebied.

HOOFDSTUK

ESSENTIES

ONTWERPPRINCIPES

1. Introductie 1.1 Beeldkwaliteitsplan 1.2 Kwaliteitsbewaking 1.3 Leeswijzer De bouwmassa en de inrichting ... 2. Welkom in Entree 2.1 Zoetermeer: dorp wordt stad 2.2 Entree

1. Ontwerp integraal en in samenhang

Het architectonische gevelbeeld ...

3. Entree Midden

2. Afrikaweg als levendige stadsstraat

De plinten langs de Afrikaweg ...

4. Entreepoort

3. Stedelijke blokken zijn samengesteld en divers

....

4. ... Opbouw Beeldkwaliteitsplan

9

2.

WELKOM IN ENTREE

10

BEELDKWALITEITSPLAN ENTREE ZOETERMEER

2.1 ZOETERMEER: DORP WORDT STAD Zoetermeer was tot begin jaren ’60 een klein dorp midden tussen Den Haag, Gouda, Delft en Leiden. In de jaren daarna maakte het dorp als ‘groeikern’ een explosieve groei door die de basis legde voor de stad van vandaag. Meer dan 80% van het bebouwd oppervlak van Zoetermeer is in tussen 1945-1990 gerealiseerd. En dat maakt de stad bijzonder, er is bijna geen andere stad in Nederland waar dit het geval is, behalve bij echte nieuwe steden als Almere en Lelystad. STAD VAN CONTRASTEN Nieuwbouw en uitbreidingsplannen volgden elkaar in deze snelle groeiperiode in hoog tempo op, telkens volgens de nieuwste opvattingen over de stedelijke modernisering. Zoetermeer vormt hiermee een staalkaart van idealen over hoe mensen moesten wonen door de jaren heen. Grofweg is er elke tien jaar een nieuwe wijk opgeleverd. Elke wijk in Zoetermeer heeft hierdoor een eigen herkenbare identiteit die terug te leiden is tot de periode waarin de wijk gebouwd is. De stad Zoetermeer kenmerkt zich dan ook als een stad van contrasten. Grootschalige hoogbouw grenst direct aan de historische lintbebouwing van het oude dorp en kleinschalige bloemkoolwijken grenzen direct aan het modernistische stadscentrum. Om de rijkheid en diversiteit aan de verschillende bouwstijlen die in de stad te vieren en zichtbaar te maken heeft de gemeente stijlencatalogus gemaakt.

GROENE STAD Wat Zoetermeer onderscheidt van andere (groei)steden is het compacte stadsontwerp met veel aandacht voor groen dat op verschillende niveaus in de stad aanwezig is. Van west via noord naar oost is een brede ceintuur van parken gecreëerd, waarvan de open, onbebouwde Meerpolder onderdeel uitmaakt en zijn er ruimte groene ruimtes tussen de wijken en rond de hoofdverkeersstructuur (H-structuur). Daarnaast is er ook op wijk- en buurtniveau een geplande grote hoeveelheid wijk- en buurtgroen aanwezig. Dit maakt van Zoetermeer een zeer groene stad. STAD VAN HET ‘EXPERIMENT’ Zoetermeer is in haar groeiperiode een laboratorium geweest voor stedenbouw en architectuur. Er werd bij haar ontwikkeling druk geëxperimenteerd met nieuwe concepten en modellen zowel qua stedenbouw als architectuur. Elke cultuuromslag is te zien in de ontwikkeling van de

opeenvolgende wijken. Dit zorgt ervoor de iedere wijk een eigen signatuur heeft, maar toch ook weer deel uitmaakt van de stad als geheel. In Zoetermeer vanwege de vroege start als groeikern alle stromingen in de architectuur en stedenbouw vanaf de jaren zestig te vinden. Veel architecten en stedenbouwers van naam hebben in Zoetermeer gewerkt. Dat verklaart waarom we juist in de architectonische uitwerking van de groeikernen een experimenteel en vernieuwend elan zien, dat zelfs voor Nederlandse begrippen, met een traditie van constante vernieuwing, bijzonder is. Inclusiviteit, persoonlijke ontwikkeling, transparantie, toeval, ontmoeting, afwisseling, authenticiteit, herkenbaarheid, historie, verduurzaming en energiebesparing en ecologie waren waarden die overal werden nagestreefd. Dit leidde onder ander tot het vrij combineren, met soms bijzonder combinaties, van functies die elkaar positief zouden verrijken. In de architectonische en stedenbouwkundige vormgeving zijn variatie en differentiatie dominant: veel plannen uit deze periode bevatten complexe verkavelingsschema’s en een gevelopbouw met hoogteverschillen, ritmeveranderingen en toegevoegde, beeldbepalende elementen als dak overstekken, balkons, pergola’s, korte galerijen en trappen, en verspringingen.

Kenmerkend zijn de experimenten met een gevarieerd stedelijk beeld door thematische verkavelingsstructuren, nieuwe schakelmogelijkheden en plasticiteit in bouwmassa’s. TUSSENSTAD Het structuurplan ’68 legde de basis voor de ontwikkeling van Zoetermeer tot een compacte stad. Een belangrijk onderdeel van dit plan was de aanleg van een H-structuur van 70 km-hoofdwegen waarvan de afzonderlijke wegen als onderdeel van een provinciaal wegstelsel gericht waren op Den Haag, Delft, Rotterdam en Leiden. De verkeersverbindingen waren hiermee geoptimaliseerd. Doelstelling van de H-structuur was verder het vrijwaren van de woonwijken van doorgaand verkeer. De planvorming uit de jaren ’60 en ’70 heeft geresulteerd in wijken die met de rug naar elkaar toe liggen, met een tussenruimte, een stedelijk vacuum, gevuld met kantoren die ruimtelijk en programmatisch niet of nauwelijks een relatie aangaan met de omliggende wijken en grootschalige (op een talud aangelegde) infrastructuur.

11

2.2 ENTREE Welkom in Zoetermeer! Dat is wat De Entree uitstraalt. Hier heet Zoetermeer bewoners en bezoekers welkom en laat de stad zich van haar beste kant zien. Of je nu aankomt met de trein, RandstadRail, fiets of auto, je beleeft hier het nieuwe Zoetermeer. Entree wordt uitnodigend, actief, verbindend, vernieuwend en gezond en kent een sterke, herkenbare gebiedsidentiteit. Gebouw, buitenruimte, landschap en programma vormen gezamenlijk het karakter van het gebied. BEELDKWALITEIT Met Entree voegt Zoetermeer een nieuwe wijk toe aan haar collectie. In lijn met de Zoetermeerse traditie wordt ook deze wijk ontwikkeld op basis van de nieuwste opvattingen binnen de stedelijke ontwikkeling en krijgt ze een eigen karakter en onderscheidende beeldkwaliteit, waar bewoners en gebruikers zich mee kunnen identificeren. In Entree wordt gestuurd op samenhang vanuit familiaire kenmerken. Daarmee overstijgt de identiteit van het gebied de identiteit van een individueel bouwblok, pand, object of plek. De beeldkwaliteit Entree is opgebouwd rondom de zeven kernwaarden uit de ontwikkelvisie (de zeven planessenties) waarin de eigenschappen vanuit het Masterplan en de 5 doelstellingen ruimtelijk zijn geconcretiseerd. Deze kernwaarden zijn de belangrijkste structuurdragers van het plan, en vormen de komende periode een leidraad bij de stapsgewijze ontwikkeling van de nieuwe wijk.

In dit beeldkwaliteitsplan zijn deze zeven kernwaarden vertaald in ruimtelijke essenties voor de beeldkwaliteit in Entree Midden. De essenties geven voldoende richting voor een kwalitatieve ontwikkeling van Entree, maar laten vanwege de langjarige ontwikkeling, bewust ruimte voor interpretatie en nieuwe inzichten. 1. DE NIEUWE STADSENTREE Wees welkom en kom verder in Entree, de nieuwe stadswijk van Zoetermeer! Hier kom je de stad binnen en word je welkom geheten in een levendige omgeving: een wijk met stedelijke allure. Entree is een wijk waarin men zich thuis voelt en waar het goed wonen, werken en verblijven is. Entree is op alle vlakken en schaalniveaus uitnodigend en dat komt ook tot uiting in de architectuur. De ingangen van de panden en de binnenterreinen nodigen uit tot toetreding en verbinden de buitenruimte met de collectieve binnentuin en de panden. De vormgeving van de ingangen in Entree geven de wijk een bijzondere unieke eigen kwaliteit en nodigen bewoners en bezoekers uit om binnen te treden, verweven binnen en buiten en geven aanleiding tot interactie en ontmoeting. Ze zijn ruim, transparant, maken een publiek interieur en zijn een verbijzondering in de architectuur van de stedelijke blokken in Entree.

12

BEELDKWALITEITSPLAN ENTREE ZOETERMEER

Eenheid en diversiteit: 14 stoere stadsblokken, met een veelheidheid aan stadspanden

2. VERBINDENDE SCHAKEL Entree is op zo’n manier gesitueerd dat het een fysieke en programmatische verbindende schakel is tussen de omliggende wijken in álle windrichtingen. Daarnaast is het plek waar mensen zich verbonden voelen met elkaar en de wijk en samen leven. De ruimtelijke inrichting van de wijk biedt ruimte voor ontmoeting en betekenisvolle plekken. Er komen publieke interieurs en voorzieningen in de panden, er wordt gezorgd voor een goede interactie tussen binnen en buiten en ontmoetings- en verblijfsplekken in de buitenruimte. Entree is een plek waarin bewoners en/of ondernemers het een en ander met elkaar delen. Wat zij delen varieert van een gemeenschappelijke binnentuin, gedeelde ruimte of dakterras tot een gezamenlijke huishouding. 3. MENSELIJKE SCHAAL De menselijke schaal speelde een belangrijke rol tijdens de snelle ontwikkeling van Zoetermeer. Waar de eerste uitbreidingen van het dorp nog bestonden uit lange, gebogen wanden van hoogbouw en solitair staande woontorens en gestoeld waren op de principes van de modernistische stedenbouw gecombineerd met de wijkgedachte werd bij de volgende fasen als een tegenreactie op de anonimiteit en unheimisch karakter van deze wijken overgeschakeld naar een meer kleinschalige architectuur en stedenbouw waarin de menselijke maat en schaal centraal stonden.

Deze aandacht voor de menselijke schaal komt terug in alle wijken van Zoetermeer en

daarmee typerend voor Zoetermeer. Ook in Entree staat de menselijke schaal centraal. We bereiken dit door de variatie in stadspanden, het werken met setbacks bij hogere gebouwen, extra aandacht voor de stad op ooghoogte en schaalverkleining in de gevels van de stedelijke laag. 4. LEVENDIGE STADSSTRAAT De Afrikaweg is de ruggengraat van Entree. De huidige verkeersader krijgt een metamorfose en wordt getransformeerd tot een levendige en gastvrije stadsstraat. Het royale profiel biedt ruimte voor zowel verblijven als bewegen, waarbij er nadrukkelijk ook plek is voor nieuwe gebruikers van deze omgeving: voetgangers en fietsers. Een ‘Groene Loper’ verbindt op prettige wijze Station Zoetermeer met de wijk en de binnenstad. Verschillende verkeersvormen en snelheden delen de stedelijke ruimte, die een groene inrichting krijgt. Zogenaamde stadsnissen en groene dwarsstructuren bieden een welkome afwisseling op de hoofdrichting, waarbij bebouwing op een aantal plekken bewust terugspringt van de rooilijn, waardoor bijzondere en specifieke intiemere en meer stedelijke plekken aan de stadsstraat ontstaan als verblijfsruimtes. De bebouwing aan de stadsstraat is zodanig georiënteerd dat functies in de plint de openbare ruimte activeren en een prettige stad op ooghoogte creëren, waarbij aandacht is voor een menselijke maat en schaal. 5.

ROBUUST GROENBLAUW RAAMWERK De groene kwaliteit van Zoetermeer is een van de belangrijkste redenen voor bewoners om te kiezen voor Zoetermeer als woonplaats. Groen heeft altijd centraal gestaan in de ontwikkeling van de stad en Zoetermeer ziet groen als een nutsvoorziening die meerdere doelen (klimaatadaptatie, aantrekkelijke leefomgeving, gezondheid) dient. Ook in Entree blijft groen centraal staan. We richten Entree zo groen mogelijk in. Elke ruimte in Entree, zowel dak, gevel grond en water, wordt bij voorkeur gebruikt om bij te dragen aan de biodiversiteit en de beleving van stadsnatuur in Entree en Zoetermeer. In de stedelijke ecologie zijn de gebouwen een belangrijke schakel: daklandschappen en binnentuinen kunnen unieke natuurkwaliteit toevoegen en gevelgroen vormt hier een onmisbare verbinding. Samen creëren de ruimtes een goed werkend ecosysteem bestaande uit verschillende biotopen en habitats, dat niet alleen goed is voor het plant- en dierenleven maar ook een goed leefklimaat is voor de bewoners, bezoekers en gebruikers van Entree.

6. GEZONDE EN TOEKOMSTBESTENDIGE LEEFOMGEVING Aan de basis van de gezonde en toekomstbestendige wijk Entree liggen diverse onderdelen, zoals klimaatadaptatie, een goed microklimaat, duurzaamheid en gezondheid. Het integreren van - en rekening houden met deze onderdelen in het ontwerp is de routekaart naar het creëren van een gezonde en duurzame wijk. In Entree worden energetische, geluids- en klimaatadaptieve maatregelen als onderdeel van de integrale opgave van het ontwerp van de stedelijke blokken in Entree en panden meegenomen. Ze zijn daarmee een volwaardig onderdeel van de beeldtaal en gevelcompositie van de panden in Entree. 7. GELAAGDE STAD De laatste jaren is er meer waardering voor Zoetermeerse architectuur en stedenbouw op die er voorheen nauwelijks was en heeft geleid tot een nieuwe zelfbewustheid. Zoetermeer heeft karakter en inmiddels ook geschiedenis. Daarbij is de vanzelfsprekende keuze voor sloop-nieuwbouw geen automatische reflex meer. Dat geldt ook voor Entree. Hoewel onderdeel van de ‘tussenstad’ is Entree geen leeg canvas, maar bevat het gebied een eigen karakteristieke ruimtelijke opzet en herbergt zij een aantal bijzondere en waardevolle (kantoor)panden, waardevolle straatkunst en enkele bijzondere programma’s (business centre Mammoet) en gebruikers. Met de ontwikkeling van Entree tot nieuwe stadswijk wordt een nieuwe tijdslaag over dit gebied gelegd.

Daarbij wordt onderzocht of bestaande initiatieven en programma’s in Entree kunnen blijven.

AMBITIES VANUIT HET MASTERPLAN • Uitnodigend; Entree is het nieuwe Zoetermeer, een gebied voor iedereen, dat bewoners en bezoekers van de stad welkom heet • Actief; er is levendigheid en beweging op straat, mensen lopen of fietsen naar voorzieningen of werk, ze bewegen en ontmoeten elkaar • Verbindend; Entree verbindt mensen door zijn inrichting, het gebied verbindt Rokkeveen, Driemanspolder, Meerzicht en de binnenstad, door de nieuwe Afrikaweg, de stadsankers en de langzaam verkeerroutes • Vernieuwend; vernieuwing richt zich op thema’s zoals duurzame energieopwekking, mobiliteit, klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen • Gezond; er wordt een gezonde leefomgeving gecreëerd, waarin mensen wonen, werken, recreëren en elkaar ontmoeten

13

3.

ENTREE MIDDEN

14

BEELDKWALITEITSPLAN ENTREE ZOETERMEER

3.1 ESSENTIES Dit hoofdstuk. bevat de essenties voor de gewenste beeldkwaliteit voor Entree Midden. Deze essenties vormen de criteria op basis waarvan ontwerpen worden beoordeeld. Elke essentie is nader geduid aan de hand van een reeks van ontwerpprincipes.

1. Ontwerp integraal en in samenhang 2. Afrikaweg als levendige stadsstraat 3. Stedelijke blokken in Entree zijn samengesteld en divers 4. Een goede stad op ooghoogte 5. Bijzondere entrees, openingen en poorten 6. Groene, collectieve en toegankelijke binnentuinen 7. Natuurinclusief en onderdeel van het stedelijk ecosysteem 8. Een multifunctioneel dakenlandschap 9. Hoogwaardig vormgegeven panden 10. Panden hebben één hoofdmateriaal en hoofdkleur 11. Panden hebben een herkenbare plastiek 12. Speciale panden verrassen 13. Balkon, erker, loggia en dakbeëindiging integraal meeontwerpen 14. Panden worden locatiespecifiek ontworpen 15. Reclame is ondergeschikt aan de architectuur en de omgeving 16. Parkeerpanden 17. Zorgvuldige inpassing van bestaande gebouwen 18. Buitenruimte nodigt uit tot gebruik

15

1. ONTWERP INTEGRAAL EN IN SAMENHANG ESSENTIE Door te sturen op de samenhang tussen het Entreeblok, de panden, de buitenruimte, het landschap en de programmering, krijgt de identiteit van het gebied meer betekenis dan die van een individueel object, gebouw of plek. De bebouwing en buitenruimte worden in Entree gelijktijdig als één geheel ontworpen en zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als een driedimensionaal stadslandschap is de buitenruimte verweven met de gelaagde opbouw van de panden en de stedelijke blokken in Entree. Familiaire kenmerken in architectuur, materiaalgebruik, kleur en volumetrische gelaagdheid creëren samenhang binnen het ensemble van panden met een wisselende korrel. ONTWERPPRINCIPES • Een goede balans tussen stedelijkheid en groene, beschutte buitenruimte verhoogt de leefkwaliteit voor bewoners. Door te kiezen voor een specifiek binnenstadsmilieu, met een formele buitenzijde en een informele binnenzijde, ontstaat een onderscheidend stadsgebied. • Wanneer de bouwblokken langs de Afrikaweg door verschillende eigenaren en/of in fasen worden gerealiseerd, bestaat het risico op een versnipperd resultaat, met een gebrek aan visuele en functionele samenhang. Daarom is het cruciaal om vanaf het begin een duidelijke visie te ontwikkelen en gezamenlijk tot ontwerpafstemming te komen. Panden binnen een samengesteld blok moeten in samenhang worden ontworpen.

De architectuur, vormgeving en materialisatie van de gebouwen dienen zodanig op elkaar afgestemd te zijn dat ze als een coherent geheel functioneren, ondanks verschillen in functie of eigendom. • De integratie van meerdere panden binnen één blok vraagt om een zorgvuldige afweging van massa, gevelindeling, kleurgebruik en materialisatie. Dit waarborgt architectonische eenheid en draagt bij aan een gebied met een herkenbare identiteit.

Stedelijke blokken in Entree dienen op elkaar afgestemd te worden

16

BEELDKWALITEITSPLAN ENTREE ZOETERMEER

Stedelijke blokken in Entree in samenhang ontwerpen

• Naast de esthetische samenhang tussen de panden, moet ook de impact van het blok op de omgeving in overweging worden genomen. Factoren zoals compositie, schaduwwerking en zichtlijnen moeten zorgvuldig worden onderzocht om ervoor te zorgen dat de gebouwen niet alleen onderling goed functioneren, maar ook ten opzichte van hun omgeving. Dit voorkomt bijvoorbeeld dat schaduwwerking de kwaliteit van de openbare ruimte aantast.” • Het uiteindelijke doel is een gebied te creëren dat niet alleen architectonisch aantrekkelijk is, maar ook functioneel en prettig in gebruik voor bewoners en gebruikers.

2. AFRIKAWEG ALS LEVENDIGE STADSSTRAAT ESSENTIE Entree Midden wordt een nieuwe stadsentree, met de levendige Afrikaweg als centrale stadsstraat. Deze straat krijgt een groen karakter en biedt een hoge verblijfskwaliteit. De straatwanden, geaccentueerd door hoogteaccenten, hebben een levendige en actieve plint, met een mix van voorzieningen, kantoren en woningen. Er is veel aandacht voor de menselijke maat en schaal. Kenmerkend voor Entree Midden zijn de ruime entrees en poorten die toegang geven tot de binnentuinen, waarbij de interactie tussen binnen en buiten centraal staat. ONTWERPPRINCIPES • De bouwmassa en de inrichting van het maaiveld worden in samenhang ontworpen, aan weerszijden van straten en pleinen. Gebouwen staan op de rooilijn, met op enkele plekken bijzondere stadsnissen. Het terugleggen van de panden creëert extra ruimte in de straat voor bijvoorbeeld een ruimer terras, uitstalruimte, extra groen of als overgangszone voor woonprogramma’s in de plint. • Het architectonische gevelbeeld is overwegend horizontaal, wat de straat begeleidt en verbindt. Verticale geleding in de gevels benadrukt de herkenbaarheid en de menselijke maat. De individuele pnadexpressie van de panden is hierbij ondergeschikt aan het geheel. • De plinten langs de Afrikaweg kunnen in hoogte variëren (minimaal 7,50 meter, verdeeld over één of twee lagen) en bieden ruimte voor voorzieningen.

Ze zijn uitnodigend en hebben ruime, opvallende entrees, die architectonisch duidelijk onderscheiden zijn van de verdiepingen erboven door grotere transparantie. • Actieve programma’s worden strategisch gepositioneerd op belangrijke plekken om levendige activeringszones te creëren. Publieke interieurs bieden ruimte voor ontmoeting en interactie, bij voorkeur op hoeken van de gebouwen. • In het geval van woningen in de plint is een voordeur aan de openbare ruimte verplicht en wordt gezocht naar een

Flaneren met een overmaat aan ruimte langs de actieve plint

Creëer een levendige straat met voorzieningen in de plint

gevelinvulling die een actieve levendigheid uitstraalt (zoals bijvoorbeeld met een actief woonprogramma als een keuken of een atelier/werkruimte). • Grotere functies in de plint, zoals een supermarkt, worden zo vormgegeven dat ze een ruime, transparante entree hebben. Dit voorkomt het ontstaan van grote, gesloten oppervlakken die vaak worden afgeplakt of afgeschermd. • De Zoetermeerse stoep – de zone tussen de bebouwing en de straat – stimuleert toe-eigening en gebruik van de openbare ruimte. Deze zone bevordert actieve plinten, interactie en voorkomt het gebruik van dichte gordijnen.

Ontmoeting stimuleren in een stedelijk gemengd milieu

Poort met doorzicht naar de binnentuin

©Duplex Architekten, Mehr Als Wohnen

17

Impressie Afrikaweg

18

BEELDKWALITEITSPLAN ENTREE ZOETERMEER

19

3. STEDELIJKE BLOKKEN IN ENTREE ZIJN SAMENGESTELD EN DIVERS ESSENTIE Entree Midden wordt gekenmerkt door bouwblokken met verrassende, collectieve binnentuinen: De stedelijke blokken in Entree. De stedelijke blokken in Entree verschillen in vorm en grootte, maar vertonen een gelijke diversiteit in de samenstelling van panden. De panden in de blokken variëren bij voorbeeld in hoogte, korrel en architecturale uitstraling, zonder dat het contrast wordt opgevoerd. Dit draagt niet alleen bij aan een menselijke maat, maar geeft de wijk ook een unieke uitstraling. ONTWERPPRINCIPES • De stedelijke blokken in Entree zijn opgebouwd uit panden met een wisselende korrel, verschillende functies en typologieën. Het beeld is overwegend horizontaal, met als doel te verbinden en te begeleiden. • De bebouwingswanden aan de Afrikaweg zijn stedelijk, stoer, groots en stralen grandeur uit. Het gevelbeeld langs de dwarsstraten is speelser en divers door de kleinere korrel en entrees. • Naast elkaar staande panden binnen een Entreeblok verschillen van elkaar in korrel, hoogte, materialisering, kleur en/of architectonische uitstraling. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat panden elkaar contrasteren, maar er zijn wel een aantal aspecten waarop naastgelegen panden verschillen: in ritmiek, geleding of detaillering (raamopeningen, beganegrond hoogte, materiaalgebruik of karakteristieke details).

• Gebouwen staan op de grond en in de rooilijn. De hoofdmassa van het gebouw volgt de rooilijnen van straten en nissen/pleinen. Hoekpanden staan in de rooilijn, tussenliggende panden kunnen iets terugliggen en

De panden in de blokken variëren in hoogte, korrel en architecturale uitstraling

vormen zo stadnissen (één per blokzijde) maar mogen niet uitsteken. • Op strategische plekken zijn hoogteaccenten (terugliggend vanaf de rooilijn van het blok) op een zogenaamde sokkel mogelijk (tbv vermindering van schaduwwerking en windhinder). • De scheiding tussen panden volgt zoveel mogelijk een rechte lijn van dak tot maaiveld.

De blokken in Entree zijn stedelijk met wisselende korrel en met verschillen in ritmiek, geleding en detaillering

©Arons en Gelauff, foto: Sebastian van Damme

20

De stedelijke blokken in Entree zijn opgebouwd uit panden met wisselende korrel, dakvorm en typologieën. Hoogteaccenten hebben een setback

BEELDKWALITEITSPLAN ENTREE ZOETERMEER

Het gevelbeeld aan de dwarsstraten is divers

4. EEN GOEDE STAD OP OOGHOOGTE ESSENTIE De Zoermeerse laag is bepalend voor de menselijke schaal en maat, zowel van de bebouwing als van de openbare ruimte. De stedelijke laag (sokkel) wordt ontworpen in relatie tot de straat, waarbij de interactie tussen binnen en buiten en de schaalverkleining in de gevel een leidende rol spelen op ooghoogte. ONTWERPPRINCIPES • De stad op ooghoogte biedt ruimte voor creativiteit en culturele uitwisseling, en zorgt ervoor dat mensen zich thuis voelen, ongeacht hun achtergrond of leeftijd. Het is een stad die haar inwoners niet alleen dient, maar hen ook inspireert en verwelkomt. • De straten zijn veilig en toegankelijk, met veel aandacht voor groen, zitplekken en ontmoetingsruimten. Een levendige, doorlopende plint langs de Afrikaweg onderscheidt zich van de verdiepingen erboven door transparantie en verfijnde detaillering, setbacks of negges. In de dwarsstraten en buitenstraten ligt de nadruk op wonen op de eerste laag rondom het blok. • Voldoende (ruime) entrees, poorten, stegen en voordeuren breken de totale lengte van het samengestelde blok en zorgen voor variatie in de gevel. De plint en stedelijke laag worden gekarakteriseerd door een hogere tactiliteit en plasticiteit, met extra details zoals diepere negges, gemarkeerde entrees, zitbankjes, kunst en andere elementen.

• Levendige plinten worden overal gefaciliteerd, waarbij interactie tussen binnen en buiten wordt gestimuleerd. Aan de straatzijde worden dode gevels en slaapruimten tot een minimum beperkt.

Dubbelhoge plint stimuleert levendigheid

De stedelijke blokken langs de Afrikaweg worden in samenhang ontworpen

• De openbaar toegankelijke overgangszone van 1,5 meter rondom het blok nodigt uit tot gebruik en verblijf, met het principe van de ‘Zoetermeerse stoep’ als basis. • Nutsvoorzieningen en toegangen tot parkeergarages voor auto’s en fietsen worden zorgvuldig geïntegreerd in het architectonisch beeld van de gevel. Blinde gevels zijn niet toegestaan.

De plint wordt gekarakteriseerd met extra details zoals diepere negges, gemarkeerde entrees, zitbankjes, kunst en andere elementen

Stadsnissen dragen bij aan de levendigheid op straat en nodigen uit tot ontmoeting en interactie

21

5. BIJZONDERE ENTREES, OPENINGEN EN POORTEN ESSENTIE De openingen in de gevelwanden worden vormgegeven als bijzondere entrees, stegen, poorten of paden, die duidelijk markeren dat je een informeel binnengebied betreedt. Deze entrees zijn opvallende een beeldbepalende elementen in Entree en verbinden het interieur met het exterieur, zowel op de schaal van het stedelijke blok als van het individuele pand. Ze zorgen voor levendigheid en interactie en nodigen bewoners, ondernemers en bezoekers uit. Langs de dwarsstraten bevinden zich voordeuren. ONTWERPPRINCIPES • De panden in Entree krijgen duidelijke adressen en herkenbare, expressieve hoofdentrees. Deze hoofdentrees vormen een opvallend en uitnodigend onderdeel van de plint. Bij voorkeur krijgt elk pand een eigen entree, terwijl grondgebonden woningen altijd een individuele ingang hebben. Deze ingangen zijn zowel functioneel als esthetisch en bieden bewoners een gevoel van privacy en veiligheid. • De hoeken van de stedelijke blokken in Entree krijgen bijzondere aandacht in de vormgeving. Hier kunnen entrees worden gecreëerd, en de levendige plint kan tot meerdere verdiepingen worden doorgetrokken, wat bijdraagt aan een dynamisch en uitnodigend straatbeeld.

Herkenbare, bijzondere hoofdentrees en poorten die de identiteit van het gebouw versterken

De entreehal is met veel aandacht ontworpen: op de hoek © foto Harry Cock, met een directe relatie en toegang tot de binnentuin, dubbelhoog

Uitnodigende, dubbelhoge en transparante entree met (bij voorkeur) een directe relatie tot de binnentuin, ontworpen met aandacht voor detail

22

BEELDKWALITEITSPLAN ENTREE ZOETERMEER

• Stegen, poorten en entrees vallen op door hun bijzondere vormgeving en speelse architectuur. Het spel van licht, materiaal en vorm creëert in deze doorgangen een unieke sfeer die bijdraagt aan de identiteit van het blok. De binnentuinen zijn bereikbaar via tussenstraten, poorten of stegen met afwisselende breedtes. Elk blok heeft minimaal één toegang vanaf elke dwarsstraat, plus een extra ingang aan een andere zijde. • Stegen naar de binnentuinen worden zorgvuldig vormgegeven met voldoende aandacht voor sociale controle (dmv entrees, raamopeningen en/of verlichting). • Poorten naar de binnentuinen zijn hoger dan breed, maar blijven nadrukkelijk smaller dan de omliggende straten. Overbouwde entrees hebben een minimale hoogte van twee bouwlagen (vanaf de straat gezien). • Poorten worden met aandacht ontworpen en transparant vormgegeven. Bij afsluitbare poorten wordt de openheid van de doorgang gewaarborgd, met aandacht voor toegang van fauna (zoals egels) en het beperken van geluidsoverlast en windhinder. • De doorgangen naar de binnentuin lokken uit tot het ontwerpen van ‘specials’ (bijzondere gebouwen en typologieën.

Aanzicht zijgevel (dwarsstraat) met steeg en voordeuren aan de openbare ruimte

De stegen en poorten naar de binnentuin zijn met zorg en aandacht ontworpen, zodat ze een harmonieuze overgang bieden tussen de openbare ruimte en de privé-binnentuin

Poort met toegang tot het openbaar toegankelijke hof

De poort kan s’avonds worden afgesloten en is met aandacht ontworpen

Markante dubbelhoge poort tussen binnenhof en openbare ruimte

© Kunst M. Sandberg, Foto Peter Cuypers

23

6. GROENE, COLLECTIEVE EN TOEGANKELIJKE BINNENTUINEN ESSENTIE De binnentuinen van de stedelijke blokken in Entree zijn groene, collectieve ruimtes die uitnodigen tot ontmoeting en spel voor de direct omwonenden. Deze binnentuinen zijn overdag openbaar toegankelijk en maken deel uit van een netwerk van straten, pleinen en parken, wat leidt tot de ontwikkeling van een secundair, informeel routenetwerk: de binnentuinroute. De openingen in de gevelwanden - vormgegeven als poort, steeg of pad - markeren duidelijk de overgang naar deze informele binnenruimtes, die als een verbindende schakel fungeren tussen de openbare ruimte en de beslotenheid van de tuinen. ONTWERPPRINCIPES • De binnentuinen in Entree Midden zijn verrassend, intiem, lommerrijk en royaal. Ze worden ontworpen als een verzameling van pleintjes, stegen, woonparken en collectieve hoven, en vertonen verschillende gradaties van informaliteit en collectiviteit. • Binnen elk blok zijn de openbare stegen en pleintjes ontworpen met een unieke sfeer, bij voorkeur met eenduidige materialen, zoals gebakken steen, die de ruimte een herkenbare uitstraling geven. Dit vormt de basis van een netwerk van secundaire, informele routes, de zogenoemde ‘binnentuinroute’, die bezoekers als gasten verwelkomt. • De binnentuinen worden zo groen mogelijk ingericht, met kwalitatief robuust groen dat naadloos aansluit op de openbare ruimte.

Er is ruimte voor speelplekken (0-12 jaar), maar ook voor levendige buurtfuncties, zoals een kas, atelier of buurtkamer. • De materialisering van het maaiveld in de binnenterreinen verschilt opzettelijk van de omliggende straten, zodat het duidelijk is dat je een ander gebied betreedt. • Elke binnentuin biedt voldoende dikte voor het dakpakket,

De binnentuin biedt een voeldoende dik dakpakket voor een gevarieerde beplanting

De binnentuin-route ‘ommetje door de buurt’

wat zorgt voor een gevarieerde beplanting, zoals bomen van de 2de of 3de grootte, die een goed wortelgestel hebben en niet te veel bladmassa produceren, evenals heesters en vaste planten. Substraat of sedum wordt niet toegestaan. • De binnentuinen fungeren als regenwaterbuffers, met doorlatende verhardingen, infiltratieputten of waterreservoirs. Dit draagt bij aan het verminderen van hittestress, verhoogt de ecologische waarde, bevordert de biodiversiteit en ondersteunt de vergroening.

Groene en collectieve binnentuin met bijzondere bestrating (bijvoorbeeld dmv kunstopdracht © Kunst M. Sandberg, Foto Peter Cuypers

24

BEELDKWALITEITSPLAN ENTREE ZOETERMEER

Binnentuinen fungeren als regenwaterbuffer

• Om de collectieve waarde van de binnenterreinen te waarborgen, worden private buitenruimtes van woningen ondergeschikt gehouden aan het collectieve karakter. De binnenterreinen kennen drie zones: 1. Privéterrein: direct rondom de gevels van de woningen 2. Gemeenschappelijke buitenruimte: bedoeld voor gebruik door alle bewoners, met oa speelplekken 0-12 jaar 3. Parkachtige openbare ruimte: met intensief gebruikte paden en sociale functies • De overgangen tussen deze zones worden gemarkeerd door elementen zoals waterpartijen, voetpaden, groenstroken en hagen. De randen van private buitenruimtes maken onderdeel uit van het collectieve ontwerp en beheer, waarbij afscheidingen laag en groen blijven, geïntegreerd in het tuinontwerp. • Speelplekken voor kinderen van 0-12 jaar dienen in het binnentuin ontwerp geïntegreerd te worden (klimobjecten, schommel, stapstenen). • Kunst in de binnentuinen (en openbare ruimte) wordt omarmd als accent of interactie met de omgeving (bijvoorbeeld om in of bij te spelen).

1 2

3

Binnentuin is in drie zones ingedeeld: 1. Privéterrein, 2. Gemeenschappelijke buitenruimte met ruimte voor speelplekken 0-12 jaar, 3. Paden en sociale functies

Binnentuin met speeltoestellen en plekken om te spelen en te fantaseren © Martijn Al

De overgang van collectief naar privé buitenruimte is zorgvuldig vormgegeven

25

7. NATUURINCLUSIEF EN ONDERDEEL VAN HET STEDELIJK ECOSYSTEEM ESSENTIE In Entree Midden wordt natuurinclusief gebouwd. Elke ruimte – van dak en gevel tot de collectieve binnentuin – draagt zoveel mogelijk bij aan de biodiversiteit en de beleving van stadsnatuur. Samen creëren deze ruimtes een goed functionerend ecosysteem, bestaande uit verschillende biotopen en habitats, die niet alleen gunstig zijn voor planten en dieren, maar ook voor het leefklimaat van de mens. ONTWERPPRINCIPES • Het natuurinclusieve stedelijke blok in Entree integreert natuur zoveel mogelijk in het ontwerp en bestaat uit groene daken, gevels met planten, gemeenschappelijke tuinen en waterbufferingssystemen. Dit draagt bij aan een beter microklimaat, bevordert de biodiversiteit, verbetert de luchtkwaliteit en biedt bewoners een gezonde, ontspannen leefomgeving. • Het blok is ontworpen om ecologische functies te ondersteunen, zoals het verminderen van hittestress, het vasthouden van regenwater en het bevorderen van de verbinding met de natuur. Natuurinclusieve elementen vormen een geïntegreerd onderdeel van de architectuur. • Groene gevels en daken dienen als habitats voor vogels en insecten, terwijl ze tegelijkertijd de temperatuur in de stad verlagen door het effect van hitte-eilanden te verminderen. Groen in de bouwblokken helpt ook bij het absorberen van regenwater.

• In de binnenterreinen is stadsnatuur aanwezig, wat bijdraagt aan de luwte en verblijfskwaliteit. De binnenterreinen van de stedelijke blokken in Entree zijn voor kruipende en lopende dieren ten minste op één plek obstakelvrij vanuit de openbare ruimte te bereiken.

Goedwerkend ecosysteem met groene gevels © Bauder. Clapham Park

26

Stedelijke blokken in Entree zijn natuurinclusief en onderdeel van het ecosysteem

• De dikte van het groeipakket speelt een cruciale rol in het bieden van de juiste condities voor plantengroei. Idealiter moet het pakket een minimale dikte hebben die voldoende ruimte biedt voor wortelontwikkeling, terwijl het ook de waterretentie optimaliseert.

Binnentuin met veel groen en waterretentie verlagen de hittestress

BEELDKWALITEITSPLAN ENTREE ZOETERMEER

Verblijfplaatsen voor vogels en vleermuizen in de gevel

8. EEN MULTIFUNCTIONEEL DAKENLANDSCHAP ESSENTIE Entree beschikt over een multifunctioneel, divers en zorgvuldig vormgegeven daklandschap, waarbij bijzondere aandacht uitgaat naar daken die in het zicht zijn. Er wordt zoveel mogelijk ingezet op principes als ‘de vijfde gevel’ en ‘bruikbare buitenruimte’. Het daklandschap is niet alleen een ontmoetingsplek voor mensen, maar ook een plek waar planten en dieren zich kunnen vestigen, waar water kan worden opgevangen, en waar energie of warmte kan worden opgewekt. Stedelijke blokken hebben een multifunctioneel dakenlandschap

ONTWERPPRINCIPES • Het dakenlandschap van Entree Midden weerspiegelt de ambitie om de stad van de toekomst te creëren: een ruimte die niet alleen esthetisch aantrekkelijk is, maar ook functioneel en duurzaam is en waarbij architectuur en natuur hand in hand gaan. • Er wordt één dakvorm per pand toegepast. Alle daken, of ze bijzonder of plat zijn, vormen een integraal onderdeel van het gebouwontwerp (de heldere hoofdvorm) en geen zelfstandige toevoeging. De dakvorm heeft bij voorkeur een functionele (of conceptuele) grondslag, bijvoorbeeld voor een specifieke lichtinval, de plaatsing van zonnepanelen, of groen. Een groen dak is een dak met een minimaal dakpakket van 15cm. • Het daklandschap is zo vormgegeven dat het verschillende ecologische en duurzame functies vervult: als wateropvangsysteem, als biodivers dak met voedselen verblijfsplekken, voor zonnepanelen of andere hernieuwbare energiebronnen, en het biedt bewoners ontmoetings- en buitenruimte. • Er dient bijzondere aandacht te worden besteed aan daken die in het zicht zijn.

Eén dakvorm per pand toegepast.

• Elk dak wordt ingericht ofwel als een (collectief) dakterras met biodivers groen, ofwel als een extensief groendak, of een waterdak, of een zonnedak (met zonnepanelen) of een combinatie van deze opties, waarbij algemeen geldt: hoe hoger: hoe meer de nadruk op zon en hoe lager: hoe meer de nadruk op groen, water en collectiviteit. • Dakinstallaties blijven uit het zicht of worden architectonisch ingepast.

Zonnepanelen en beplanting

Multifunctioneel gebruik van het dak

©Bauder. Clapham Par

© De dakdokters

27

9. HOOGWAARDIG VORMGEGEVEN PANDEN ESSENTIE De gebouwen in Entree Midden hebben een heldere en functionele hoofdvorm, staan met de voeten op de grond en stralen een zekere robuustheid en stevigheid uit. ONTWERPPRINCIPES • In het samengestelde bouwblok is de balans tussen contrast en familiariteit van essentieel belang voor het creëren van een visueel interessante en functionele stedelijke ruimte. Het contrast tussen verschillende architectonische stijlen, materialen of vormen zorgt voor dynamiek en onderscheid, waardoor elk gebouw zijn eigen identiteit krijgt. Tegelijkertijd zorgt familiariteit voor cohesie en continuïteit, waarbij de gebouwen een herkenbare en samenhangende uitstraling bieden die bijdraagt aan de algehele identiteit van de buurt. • De panden zijn zorgvuldig vormgegeven en combineren esthetiek met functionaliteit. Ze onderscheiden zich door innovatieve ontwerpen en het gebruik van duurzame materialen die niet alleen mooi zijn, maar ook bijdragen aan de lange levensduur van het gebouw. Elk pand staat “met de voeten op de grond”, wat een solide en robuuste indruk maakt. Ze hebben een duidelijke, eenduidige basisvorm en volgen de klassieke gevelopbouw met een sokkel, midden en kroon, wat bijdraagt aan de statigheid en balans van de gevel.

• Hoewel de panden verschillende kenmerken vertonen, zoals variatie in dakvorm, breedte, hoogte en gevelmaterialen, blijft er altijd een samenhang die zorgt voor een visueel aantrekkelijke en samenhangende straatwand. De gevels zijn herkenbaar en consequent opgebouwd, met een evenwicht tussen helderheid en complexiteit. De verhoudingen van de gevelopbouw zijn zorgvuldig afgestemd om een harmonieuze uitstraling te waarborgen.

Helder structuur en gevelopbouw © LEVS architecten

28

De stedelijke blokken aan de Afrikaweg hebben een robuuste, tijdloze uitstraling met klassieke gevelopbouwen

• Elke gevel en elk detail is doordacht, niet alleen vanuit een esthetisch oogpunt, maar ook met oog voor praktische bruikbaarheid. Balkons, galerijen en andere ondergeschikte bouwdelen worden geïntegreerd in het gebouwontwerp en vormen een naadloos onderdeel van het totaalconcept. Tevens worden bergruimtes en technische installaties discreet en efficiënt geïntegreerd, zodat ze de buitenruimte niet verrommelen. • Regenwaterafvoerleidingen (HWA) zijn onderdeel van de ontwerpopgave en dienen bij voorkeur geintegreerd te worden.

Hoogwaardig vormgegeven panden met integratie van groen

BEELDKWALITEITSPLAN ENTREE ZOETERMEER

Plint in de sokkel met levendig programma over twee bouwlagen

10. PANDEN HEBBEN ÉÉN HOOFDMATERIAAL EN HOOFDKLEUR ESSENTIE De stedelijke blokken in Entree bestaan uit panden met een familie van kleuren (variaties van dezelfde kleur in verschillende tinten). Elk pand binnen het stedelijke blok wordt gekenmerkt door één hoofdmateriaal en een bijbehorende hoofdkleur. De continuïteit in materialisatie en kleurgebruik draagt bij aan een samenhangende en harmonieuze uitstraling van de stedelijke blokken. ONTWERPPRINCIPES • Gebouwen worden op blokniveau in samenhangende kleuren ontworpen, met kleuren die een familie vormen. Ook de relatie tussen de bouwblokken onderling, inclusief de straatwanden langs de Afrikaweg en de dwarsstraten, is zorgvuldig afgestemd en harmonieus vormgegeven. • Een pand bestaat uit één basismateriaal en -kleur, waarbij de panden binnen een blok samen een harmonieuze familie van warme tinten vormen, bestaande uit een palet van zachte kleuren met een warme uitstraling, zoals beige, zandtinten, geel en (zachte) aardetinten. • De verhoudingen, de detaillering en de materialisering van een pand moeten logisch, evenwichtig en consequent zijn opgebouwd. • Het is toegestaan dat één van de panden binnen het blok afwijkt van de vastgestelde regels voor materialisatie, kleur of vormgeving.

Deze afwijking moet echter zorgvuldig worden ontworpen en een duidelijke meerwaarde leveren aan de algehele ruimtelijke kwaliteit en uitstraling van het blok. • Er worden ‘eerlijke’ (je ziet wat het is) en natuurlijke materialen toegepast met duurzame eigenschappen. • Materialen worden zoveel mogelijk in hun natuurlijke uitstraling getoond (geen geverfde oppervlakken).

De hoofdkleur van de panden binnen een blok vormen samen een harmonieuze familie van warme tinten

• Gebruik materialen die verouderen en welke niet of zo min mogelijk vervuilen. • Kleuren voor deuren, kozijnen en balustraden zitten dicht bij de hoofdkleur. • Afwijken van het hoofdmateriaal en -kleur wordt gebruikt om bijzondere elementen (bijvoorbeeld een entree, bijzondere voorziening of een gebouwgebonden buitenruimte) in de gevel te benadrukken of voor schaalverkleining • De toepassing van nieuwe, innovatieve en biobased materialen draagt bij aan een zichtbare circulariteit en sluiten in kleur aan op de samenhangende en harmonieuze uitstraling.

Entree kleurenspectrum: gebouwen worden op blokniveau in samenhangende kleuren ontworpen, met kleuren die een familie vormen.

29

11. PANDEN HEBBEN EEN HERKENBARE PLASTIEK ESSENTIE Er wordt gestreefd naar panden met hoogwaardige materialen die zich onderscheiden door plasticiteit, tactiliteit en zorgvuldige detaillering. In Entree Midden zijn de panden niet overdreven sculpturaal of spectaculair vormgegeven, maar wordt de eenvoud van de hoofdvorm versterkt door de nadruk op materialiteit en detaillering. De sokkel, en vooral de plint, wordt beschouwd als het meest cruciale onderdeel van het pand. ONTWERPPRINCIPES • De gevels aan de Afrikaweg hebben een stedelijk, stoer en groots karakter en stralen grandeur uit. In de dwarsstraten is het gevelbeeld speelser en diverser door de kleine korrel en entrees. Dit zorgt voor een afwisselend straatbeeld en creëert een gevoel van intimiteit. • De detaillering, reliëf, textuur, materiaalkeuze en kleurstelling zijn zorgvuldig afgestemd op de totale verschijningsvorm van het bouwwerk, waardoor het architectonisch beeld wordt versterkt. Bijzonder veel aandacht moet worden besteed aan de kwaliteit van de detaillering en materialisering van de plinten. Deze vormen de cruciale schakel tussen het gebouw en de openbare ruimte en versterken hun onderlinge relatie. • In de gevels wordt schaalverkleining toegepast, waarbij panden een verticale geleding krijgen.

Dit kan worden gerealiseerd door middel van detaillering, het verkleinen van de bouwmassa, setbacks, neggen, erkers, loggia’s en balkons. • Groene gevels en zonnepanelen worden naadloos geïntegreerd in het gevelbeeld als volwaardige elementen van de gevelcompositie. Deze dragen niet alleen bij aan

Panden kunnen zich onderscheiden door hun korrel, dakvorm en zorgvuldige detaillering

de duurzaamheid van het gebouw, maar versterken ook de esthetische kwaliteit van de gevel. • Nutsvoorzieningen en toegangen tot (fiets)parkeergarages worden zorgvuldig vormgegeven, zodat ze harmonieus opgaan in het architectonische beeld van de gevel. • Ventilatievoorzieningen van parkeergarages dienen geïntegreerd te worden in de architectuur.

Heldere gestapelde volumes

Schaalverkleingin door getrapt volumes

Zorgvuldige detaillering van de gevels

© Peter Cuypers

© Morley von Sternberg

© LEVS architecten

30

BEELDKWALITEITSPLAN ENTREE ZOETERMEER

12. SPECIALE PANDEN VERRASSEN ESSENTIE Elk stedelijk blok in Entree verrast in de vorm van een bijzondere entree, poort of steeg, of een bijzonder gebouw dat net contrasteert, qua maat, qua hoogte of qua materiaal. De verrassing kan ook liggen in een gebouw met vernieuwende typologieën en bijzondere collectieve ruimtes die niet alleen functioneel, maar ook sociaal en ecologisch verantwoorde experimenten zijn. Deze elementen van ‘verwondering’ bieden oriëntatie en leesbaarheid. ONTWERPPRINCIPES • De stedelijke blokken in Entree vertonen een hoge mate van eenheid, echter kent elk blok een speciaal pand: het onderscheidt zich door unieke kenmerken in architectuur, vorm en/of uitstraling, en kan verrassend, experimenteel of onconventioneel zijn, maar niet noodzakelijkerwijs in alle opzichten tegelijk. • Het gebruik van locatiespecifieke kenmerken is een aanbevolen middel om tot een verbijzondering te komen. • Wanneer een gebouw een contrast vormt ten opzichte van zijn omgeving moet dit een hogere kwaliteit opleveren. • Deze panden zijn niet alleen innovatief in vorm, maar dragen bij aan een duurzamere en meer verbonden samenleving. De speciale panden zijn wat betreft maat en schaal afwijkend, bieden ruimte aan een bijzonder programma of dienen als oriëntatiepunten in de wijk.

• Duurzaamheid, natuurinclusiviteit, circulariteit en/of ambachtelijkheid zijn aanbevolen middelen om speciale panden te verbijzonderen. • Bijzondere gebouwen, entree’s en poorten worden in overleg met het Q-team afgestemd.

Elk stedelijk blok heeft een verrassend gebouw of element van ‘verwondering’

Bijzondere vormgeving van de plint

Verrassende kleine gebouwen met eensgeszinswoningen:

© Nico Saieh

© Marc Koehler

Verrassende elementen versterken de identiteit van het gebied

31

13. BALKON, ERKER, LOGGIA EN DAKBEËINDIGING INTEGRAAL MEEONTWERPEN ESSENTIE Individuele, gebouwgebonden buitenruimtes ondersteunen de geleding en verschijningsvorm van gebouwen en het bijbehorend materiaalconcept. De buitenruimtes, zowel verglaasd als open, zijn ondergeschikt aan, of versterken de compositie in de gevel. ONTWERPPRINCIPES • Gestreefd wordt naar een gevarieerd gevelbeeld met balkons en loggia’s van onderscheidende uitstraling. • Balkons, erkers en loggia’s dragen bij aan de plastiek van de gevel en het materiaalconcept. Onderkanten en eventuele balkonhekken worden als onderdeel van de architectuur mee ontworpen. • Uitkragende balkons volgen de vereisten zoals benoemd in de ontwikkelvisie. • Balkons en buitenruimtes aan de binnenhoven kennen meer ontwerpvrijheid met incidenteel een grotere uitkraging. • Verglaasde buitenruimtes ten behoeve van comfort, tegen wind- en geluidsoverlast, vergen extra aandacht om te integreren met de gevelcompositie en het materiaalconcept. • Alle panden hebben een zorgvuldige, passende (bij de maat en schaal en architectuur van de gevel) architectonische dakbeëindiging. • Bij setbacks liggen de groene daken of balkons achter de gevel die ook ter hoogte van de setback een gepaste architectonische beëindiging krijgt.

• Technische installaties (zoals liftschacht, bewassingssysteem of powernest) worden uit het zicht geplaatst meeontworpen, dan wel architectonisch of groen ingepast. Hoe lager het dakvlak, hoe meer aandacht hiervoor.

Balkons en loggis’s zijn onderdeel van het architectonisch concept © Iryna Isachenko

32

Gevarieerd gevelbeeld met balkons en loggia’s

Balkons geïntegreerd in het gevelconcept

BEELDKWALITEITSPLAN ENTREE ZOETERMEER

Dakbeeindiging (technische installaties uit het zicht)

14. PANDEN WORDEN LOCATIESPECIFIEK ONTWORPEN ESSENTIE Verschillende locatie-specifieke kenmerken in en rondom Entree Midden zijn van invloed op het ontwerp van de panden. Deze kenmerken worden integraal en in een vroeg ontwerpstadium meegenomen. ONTWERPPRINCIPES • Er wordt aandacht besteed aan de locatie-specifieke kenmerken van de hoofdstructuren in Entree Midden, zoals de stadstraat Afrikaweg, de dwarsstraten en de buitenstraten met betrekking tot geluid, klimaat, wind, zon, schaduw en biodiversiteit. • Woningen dienen zo veel mogelijk een geluidsluwe zijde te krijgen. • Mogelijk te treffen geluidwerende maatregelen dienen onderdeel te zijn van het architectonisch concept. • Maatregelen dienen geïntegreerd en zorgvuldig afgestemd te worden met de totale verschijnigsvorm van de panden. • Voorbeelden van geluidmaatregelen zijn loggia’s in plaats van balkons, balkons met gesloten borstwering in combinatie met een absorberend plafond, geluiddempende muurroosters, dubbele gevel door middel van een zogenaamde bloemkozijnen, zaagtandgevel

Panden worden locatiespecifiek ontworpen

(bij een geluidsbelasting van de zijkant) of afscherming door uitgebouwde ramen waarmee een luwe zijde wordt gecreëerd (zie advies ‘Toolbox omgevingsgeluid d.d. 15 januari 2024, Buro Bouwfysica). • Geluidwerende maatregelen dienen op een zorgvuldige wijze te worden uitgewerkt. Er moet bijzondere aandacht uitgaan naar de plasticiteit van de gevel. Loggia’s, balkons en erkers kunnen ontwerpmiddelen zijn. Vlakke gevels zijn niet gewenst. • Zonnepanelen worden zorgvuldig geïntegreerd.

Geluidwerende maatregelen dmv loggia’s, muurroosters en balkons met geluidsschermen © LEVS architecten

Aandacht voor bezonning en windhinder © Arons en Gelauff architecten, Foto: Luuk Kramer

Geluidwerende maatregel dmv balkons met absorberend plafond en gesloten borstwering

Aandacht voor natuurinclusieve gevels (klimmend en hangend groen © Hiroyuki Oki

33

Impressie richting Boerhavelaan

34

BEELDKWALITEITSPLAN ENTREE ZOETERMEER

35

15. RECLAME IS ONDERGESCHIKT AAN DE ARCHITECTUUR EN DE OMGEVING ESSENTIE Gevelreclame op gebouwen dient representatief, hoogwaardig en terughoudend te zijn in vormgeving. ONTWERPPRINCIPES • Reclame mag door zijn verschijningsvorm geen hinder voor de omgeving veroorzaken, waaronder geluid- en lichthinder. • Voor een uitnodigende en hoogwaardige plint blijven de raamdelen zo veel mogelijk transparant en/of zijn voorzien van een etalage. • Reclame wordt geïntegreerd in het gevelvlak. Het wordt als onderdeel van het gevelbeeld ontworpen en maakt volledig deel uit van de beeldtaal en gevelcompositie. • De afmetingen van reclame-uitingen moeten in verhouding staan tot de totale gevelindeling. Op grotere gevelvlakken boven winkels zijn grotere reclame-uitingen dus toegestaan. • Dakreclame is in Entree niet toegestaan • Waar boven de winkelfaçade de gevel onvoldoende ruimte biedt, moet de reclame binnen het etalagevlak worden aangebracht. Bij dubbelhoge etalages wordt de reclame het etalagevlak altijd binnen aangebracht. • Logo’s en signage kunnen worden verlicht, maar niet door middel van lichtbakken.

Reclame moet qua afmeting in verhouding staan tot de totale gevelindeling

36

Reclame is ondergeschikt aan de architectuur

Reclame als onderdeel van de architectuur

BEELDKWALITEITSPLAN ENTREE ZOETERMEER

Een uitnodigende en hoogwaardige plint met zo veel mogelijk transparante raamdelen

16. PARKEERPANDEN ESSENTIE Waar noodzakelijk worden (tijdelijke) parkeerpanden gerealiseerd in Entree. De parkeerpanden voegen zich in de stedelijke laag van Entree. Ze krijgen een volwaardige gevel en bij voorkeur een levendige plint, die bijdragen aan de activatie van de openbare ruimte. ONTWERPPRINCIPES • De plinten van de parkeerpanden worden bij voorkeur geactiveerd door commerciële of maatschappelijke voorzieningen toe te voegen, zoals winkels, horecagelegenheden of gemeenschapsruimtes, die de levendigheid en interactie op straatniveau bevorderen. • Het dakvlak van de parkeergarages wordt zoveel mogelijk benut voor bijzondere publieke programma’s. Hierbij kan gedacht worden aan een sport- of speelplek, een park, of een tuin, die zowel ontspanning als sociale interactie bevorderen. • Om het gebruik van de daken te stimuleren, moet er op straatniveau duidelijk zijn wat er op het dak gebeurt. Dit kan worden gerealiseerd door zichtbare, comfortabele trappen of andere toegangspunten, die uitnodigen tot gebruik en de verbinding tussen straatniveau en dak versterken. • Parkeergarages krijgen een hoogwaardige en goed geïntegreerde gevel, die visueel aansluit bij de omgeving en het gevoel van een levendige stad op ooghoogte versterkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=fcf36807-4d19-4e80-967a-09dceee89c9b