bijlage 2 - Onderzoeksrapport ‘Over (de gemeentelijke aanpak van) ondermijning in Zoetermeer’
Tekst van het document
Ad b.) De onder-bemenste BOA-organisatie: kansen en opdrachten De BOA-organisatie kampt tijdens ons veldwerk met een fors personeelstekort. Er is operationeel circa 26 fte beschikbaar (waaronder 7 fte met tijdelijke financiering), terwijl er volgens ambtelijke calculaties behoefte bestaat een aan formatie van meer dan 40 fte. De BOA-formatie blijft achter bij (vijf) andere gemeenten. Zie tabel 5.9. De werkdruk is hoog, mede door verschuiving van taken van de politie naar BOA’s. Het aantal meldingen is complexer geworden (bijvoorbeeld overlast door criminele jeugd of verwarde personen) en getalsmatig fors gegroeid, namelijk van 2.759 (2016) naar 8.611 (2021). Dat is een toename van 212 procent (!) in vijf jaar tijd. Daardoor ontstaat 40
taakverdringing: the urgent before the important. Het Coalitieakkoord 2022-2026 onderkent de onder-bemensing van de BOA-organisatie en stelt 1,2 miljoen beschikbaar voor de komende vier jaren, waarvan een jaarbudget van € 621.000,tijdelijk is. Specifiek voor ondermijning geldt dat er waarschijnlijk één extra ondermijnings-BOA wordt gepositioneerd. Dit is vooruitgang, al blijft het een povere formatie, afgezet tegen de criminele kansen en praktijken in de stad. De gespecialiseerde BOA-formatie voor ondermijning blijft achter bij (‘oude stad’) Schiedam - met circa 79.000 inwoners - waar maar liefst negen ondermijnings-BOA’s actief zijn (vijf vaste krachten en vier op basis van tijdelijke financiering). Zie tabel 5.11. Tabel 5.10: Verhouding tussen het aantal inwoners en het aantal operationele (geüniformeerde) BOA’s Gemeente Zoetermeer Haarlemmermeer Haarlem Alkmaar Zaanstad Ede - actueel36
Fte operationeel 26,12 41 37,90 40 42 27
Overhead 1 6 13,3 2 1,5 3,5
Fte p. inwoners aantal (excl. overhead) 4.785 (6) 3.804 (3) 4.298 (4) 2.735 (1) 3.714 (2) 4.444 (5)
Tabel 5.11: Overzicht van ambtenaren die een vast aandeel hebben in de ondermijningsaanpak in Schiedam en Zoetermeer Gemeente & inwonertal Schiedam Zoetermeer 79K 125K Ondermijningsspecialist(en) 2,0 fte 1,0 fte Bibob-coördinator/-specialist 1,0 fte *** Analist / criminoloog 1,0 fte 1,0 fte (Handhavings-)jurist 1,5 fte * 1,0 fte Projectondersteuner 1,0 fte Totaal 5,5 fte 4,0 fte BOA’s / handhavers 9,0 fte ** 1,0 fte Noot * feitelijk hogere inzet; ** 4 fte op basis van tijdelijk geld; 5 fte vast beschikbaar voor ondermijning; *** wordt ingevuld door regisseur ondermijning;
Ad c.) Bibob-beleid: een strategische en operationele opdracht Het Bibob-beleid stamt uit 2013 en is achterop geraakt. Er wordt (vrijwel) louter getoetst in risicobranches. De personele bezetting is problematisch, want Bibob-coördinatie is een neventaak van de drukbezette regisseur ondermijning. Dit komt vooruit uit de politiek-bestuurlijke voorkeur voor deregulering. Er tekent zich een omslag af, waarbij Bibob-toetsing wordt gezien als een instrument dat bonafide ondernemers en inwoners beschermt tegen criminele praktijken. Ander Bibob-beleid vergt verandering in het bestuurlijke en ambtelijke handelen. Dit vraagt om een meer proactieve en onderzoekende houding naar externe partijen, ook tegenover (rechts)personen waarmee al een relatie bestaat of die willen investeren in ogenschijnlijk aantrekkelijke zaken. Dit vergt een nieuwe balans tussen alertheid op mogelijke ondermijning en gerichtheid op ondernemerschap. Een nieuwe Bibob-coördinator wacht een stevige opdracht: bestuurlijke steun organiseren, een strategische stijlverandering doorvoeren, het bereik van de Bibob-toetsing uitbreiden, op ambtelijke afdelingen steun vergaren voor Bibob-toetsing en gestalte geven aan de kwaliteitsontwikkeling daarvan.
36
Uitgegaan van 120.000 inwoners.
41
Ad d.) De ondermijningsaanpak: interne hindernissen De (gemeentelijke) ondermijningsaanpak ligt in handen van een cluster ambtenaren, met de regisseur ondermijning als trekker. De casusgerichte aanpak is hiervan een belangrijk onderdeel. In de gesprekken komen interne hindernissen in beeld, namelijk: ▪
▪
▪
▪
▪
De inzet, aansturing en beschikbaarheid van handhavingsjuristen bij de ondermijningsaanpak vergt horizontale afstemming: tussen de ondermijningsregisseur in het OOV-team en de (tijdelijk ingehuurde) handhavingsjuristen in het VTH-team. De regisseur kan niet sturen op inzet van handhavingsjuristen. Bestuurlijke rapportages van de politie (b.v. over aanhoudingen vanwege drugshandel of drugsproductie) worden per mail verstrekt aan de handhavingsjuristen en aan adviseurs openbare orde, maar (vervolgens) niet aan de regisseur ondermijning. Die kan derhalve de bestuursrechtelijke handhaving niet aansturen en ook niet beoordelen of aanvullende gemeentelijke maatregelen opportuun zijn. De regisseur krijgt niet de mogelijkheid om uit te zoeken of gearresteerde personen wellicht onbedoeld door de gemeente worden gefaciliteerd. Bijvoorbeeld omdat ze subsidies of uitkeringen ontvangen, beschikken over vergunningen, optreden als zorgaanbieder of wellicht op een andere manier zaken doen met de gemeente.
Hier komt bij dat de regisseur ondermijning naar aanleiding van bestuurlijke rapportages - op basis van opgebouwde materiekennis - (ondermijnende) patronen of interventiekansen kan herkennen die buiten het bereik liggen van juridische medewerkers.37 In reactie op een discussie hierover, bestaat sinds het eerste kwartaal van 2022 voor het Kernteam Ondermijning (inclusief de regisseur) de mogelijkheid om - bij een lopende concrete casus - eventuele politiële bestuurlijke rapportages over betrokkenen op te vragen. Van deze mogelijkheid is nog geen gebruik gemaakt. Voor de andere route bestaat dus nog geen werkproces, dat wil zeggen verstrekking van bestuurlijke rapportages van de politie (over ondermijning) aan de regisseur ondermijning (ook als er ten aanzien van de betrokkenen geen casus loopt bij het Kernteam Ondermijning). Er is binnen delen van de ambtelijke organisatie discussie over de juridische grondslag van de ondermijningsaanpak, met name waar het gaat om de interne informatie-uitwisseling. Er worden meer in het algemeen vraagtekens geplaatst over de juridische basis (de “rechtsstatelijkheid”) van bestuursrechtelijke handhaving. Er bestaat in de ambtelijke organisatie, ook in de top, een sterk geloof in preventieve actie. Er wordt gediscussieerd over de betekenis van handhaving. Preventie is belangrijk en vaak goedkoper dan reageren.
Echter, Zoetermeer telt veel daders en/of slachtoffers waarvoor preventie te laat komt. Het blijkt dan nodig om grenzen te stellen en om slachtoffers te helpen. Het digitale systeem kan bepaalde nuttige – en op zich eenvoudige – overzichten niet genereren. Bijvoorbeeld de aanleiding of bron van een bestuursrechtelijke maatregel of de precieze locatie (het type pand, de wijk of het bedrijventerrein) van geconstateerde feiten.
Er bestaat bij de gemeentelijke ondermijningsaanpak behoefte aan heldere werkprocessen die de regisseur ondermijning in staat stelt om – ook op casusniveau – efficiënt te sturen op inhoud en proces. Vandaag de dag zijn er blokkades en tijdrovende discussies.
37
De beleidsadviseurs OOV hebben wel toegang tot de bestuurlijke rapportages en kunnen worden benaderd door de regisseur ondermijning, maar daar is nog geen gebruik van gemaakt.
42
Ad e.) Veiligheid als sluitstuk: wijkgericht werken In strategische perspectieven op de stad wordt veiligheidsbeleid niet gezien als een pijler van het lokaal bestuur. Dat komt tot uitdrukking in het wijkgericht werken. Hier wordt al ruim een decennium veel werk van gemaakt in Zoetermeer. Er waren wijkmanagers en die werden wijkregisseur, met als sleutelopdracht om (met bewoners) problemen te signaleren. Om vervolgens tot actie te komen, met bewoners. Daartoe werden eerst wijkontwikkelingsplannen opgesteld en later focuspunten. Daarin ontbreekt of ontbrak (tot voor kort) de aandacht voor criminaliteit vrijwel volledig. Toch is criminaliteit een (voor bewoners) schadelijk onderdeel van het sociale leven in Zoetermeer. Misdaadbestrijding vraagt om specialistische bijdragen van het OOV-team aan wijkgerichte actie. Zij zijn in staat om informatie over criminaliteit op waarde te schatten, om zo de stap te zetten van locatiekennis naar concrete (en centraal gestuurde) actie. Vandaag de dag blijft veel straatinformatie steken op wijkniveau. Bijvoorbeeld bij de WAS-teams (Wijk en Agent Samen). Bewoners verstrekken informatie aan de wijkagent, onder meer als ze samen door de wijk lopen. Wijkagenten zijn niet in de positie om de gerichte of duurzame actie te organiseren die nodig is bij hardnekkige ondermijning op wijkniveau.
Ad f.) Op het snijvlak van ondermijning en de jeugdaanpak: opgaven De OOV-organisatie heeft een aanpak van de jeugdproblematiek opgezet. Dit heeft raakvlakken met de ondermijningsaanpak, omdat jongeren: a.) delicten plegen en daartoe gerekruteerd (kunnen) worden door organiserende criminelen; b.) bestaande of potentiële klanten zijn van criminelen die illegale producten verkopen (o.a. drugs en illegaal gokken); en c.) slachtoffer worden van criminele praktijken (bijvoorbeeld uitbuiting, geweld of intimidatie). Vandaag de dag geeft binnen het OOVteam een ambtelijk cluster van vijf fte gestalte aan de jeugdaanpak.38 Op jaarbasis bereikt die aanpak circa honderd jongens. Daar bij ligt de nadruk op zorg en preventie, als is een strafrechtelijke aanpak een optie. Er is in de afgelopen jaren een opeenvolging van geconcentreerde inspanningen met deze aanpak in (sub-buurten) van wijken, namelijk Buytenwegh, Oosterheem en Meerzicht. Anno 2022 is de jeugdproblematiek niet wijk- of locatie-gebonden, want het heeft plaats door de hele stad en in de digitale wereld. In 2014 legde een daderanalyse de basis voor een actie richting een criminele jeugdgroep en richting een ruimer netwerk met overlast-gevende groepen.
Er bestond op hoofdlijnen een taakverdeling: politie en justitie nemen het voortouw bij criminele jeugdgroepen (met opsporing als pijler) en de gemeente bij overlast-gevende of hinderlijke jeugd. Die taakverdeling is weggevallen. Dit groepscriterium past, zo constateren respondenten, niet bij de huidige grilligheid van jeugdcriminaliteit en het overschat de actualiteit van justitiële registraties. Anno 2022 kan criminele groepsvorming niet worden aangetoond. Jongeren en jongvolwassenen plegen delicten vanuit netwerkstructuren. Zonder criminele jeugdgroep komt er echter geen systematische strafrechtelijke aanpak van de grond. Dit is een knelpunt. Volgens twee respondenten (justitie) zou ook een analyse van een crimineel netwerk (met jongeren) de basis moeten kunnen zijn voor een strafrechtelijke aanpak. Dat is tot op heden niet gebeurd. Jeugdcriminaliteit is zichtbaar in de stad, getuige jonge drugsdealers, winkeldiefstal, vernielingen, wapenbezit en heftige geweldsmisdrijven. Een regionaal project (dealbreakers) stuurt aan op preventie van criminele aanwas in de criminele (drugs)wereld. Daartoe wordt o.a. voorlichting gegeven op onderwijsinstellingen. We hebben niet onderzocht hoe de jeugdaanpak werkt, maar bespraken met respondenten de relatie met de ondermijningsaanpak. Daarbij worden de volgende zaken geagendeerd:
38
Het betreft een coördinator, een jeugdmarshall, twee netwerkregisseurs en een ondersteuner. Zij worden ondersteund door twee BOA’s die (een deel van hun tijd) beschikbaar zijn voor jeugd-taken.
43
▪ ▪ ▪
▪
De jeugdaanpak wordt gericht op daders, maar criminele netwerken maken ook slachtoffers. Daar is op dit moment minder aandacht voor. Voorts wordt de jeugdaanpak gericht op jongens, terwijl ook meisjes strafbare feiten plegen of slachtoffer worden. Respondenten wijzen op signalen omtrent seksuele uitbuiting. Preventieve interventies richting jongeren zijn belangrijk en dienen tijdig te worden ingezet. Er worden successen geboekt, maar ook is duidelijk dat het bij een categorie niet werkt. De criminalisering is al gevorderd of oudere tieners (of jonge twintigers) komen pas in beeld als ze instrumentele delicten plegen. Kortom, preventie is belangrijk, maar dient te worden gekoppeld aan (ook justitiële) repressie. Er bestaat frequent behoefte aan doortastende en tijdige actie. Het betreft situaties waarin professionals meteen handelend willen optreden om urgente problemen aan te pakken. Vanuit het jeugdcluster wordt getracht ‘zorg’ in te schakelen, maar dat valt niet mee, onder meer vanwege wachtlijsten.
44
Colofon Dit rapport is opgesteld door dr. Edward van der Torre en dr. Menno van Duin van LokaleZaken.
45