bijlage 2 - Onderzoeksrapport ‘Over (de gemeentelijke aanpak van) ondermijning in Zoetermeer’
Tekst van het document
Over (de gemeentelijke aanpak van) ondermijning in Zoetermeer
In opdracht van de Rekenkamercommissie Zoetermeer
November 2022
Inhoudsopgave 1. 1.1 1.2 1.3
Inleiding Over ondermijning De gemeentelijke veiligheidsorganisatie Onderzoeksvragen
2 2 2 3
Samenvatting
5
2. 2.1 2.2 2.3
Ondermijning: gelegenheidsstructuren Situationeel: een lokale criminele infrastructuur Sociaaleconomisch: een stad die kwetsbaarder blijkt dan lang werd gedacht Afsluiting
11 11 13 15
3. 3.1 3.2 3.3 3.4
Ondermijnende praktijken Ondermijning op (kwetsbare) bedrijventerreinen Drugscriminaliteit Criminele netwerkvorming: lokaal en bovenlokaal Overig
16 16 19 22 26
4. 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
De politieke dimensie: ondermijning als stedelijke opgave Anno 2022: Veiligheid als gemeentelijke topprioriteit Tot 2022: ondermijning laat op de politieke agenda Kadernota Veiligheid 2019-2022: vijf ondermijningsthema’s Politieke steun: onmisbaar bij de aanpak van ondermijning Slotsom: politieke steun en grenzen
29 29 29 30 30 32
5. 5.1 5.2
De gemeentelijke aanpak van ondermijning De ondermijningsaanpak Grenzen aan de ondermijningsaanpak
33 33 40
Colofon (45)
1
1.
Inleiding
1.1
Over ondermijning
Ondermijnende criminaliteit is georganiseerde criminaliteit die dichtbij komt voor burgers, lokale bestuurders en gemeenteambtenaren (Tops en Van der Torre, 2015). De kern van het begrip ondermijning is dat het niet alleen gaat om georganiseerde criminaliteit, maar ook om de maatschappelijke schade daarvan. Georganiseerde criminelen schermen praktijken af, maar hebben de legale wereld nodig, inclusief het lokaal bestuur. Bijvoorbeeld voor vergunningen (b.v. een horecaof een bouwvergunning), voor een wijziging van een bestemmingsplan, voor een subsidieaanvraag, om vastgoedprojecten te ontwikkelen, om zorgcontracten af te sluiten of voor een persoonsgebonden budget. Het is daarom belangrijk dat zaken niet alleen juridisch of economisch worden ingeschat door ambtenaren en bestuurders, maar ook op ondermijningsrisico’s. Het betekent dat ‘ondermijning’ niet een kwestie is van alleen de burgemeester of van ambtenaren met veiligheid als specialisatie. Ondermijning raakt wethouders-portefeuilles, de ambtelijk top en ambtelijke afdelingen. Naast klassieke veiligheidsafdelingen gaat het in bijzonder om de ‘harde sector’ (vastgoed, projectontwikkeling, economische zaken), het sociaal domein (o.a.
Wmo, Jeugdwet, Participatiewet), ambtenaren met gebiedsgerichte taken, publiekszaken en allerhande ambtenaren of (ingehuurde) professionals die vanwege hun taak op straat komen of op werkbezoek gaan. De consequentie is dat behoefte bestaat aan gemeentelijke integraliteit: ambtelijke afdelingen die samenwerken en informatie delen. In 1962 werd Zoetermeer aangewezen als groeikern van Den Haag. De stedelijke groei vergde veel tijd en energie van de gemeente, hetgeen resulteerde in een fysieke en sociale agenda. Veiligheid kwam daar achteraan. Prima scores qua leefbaarheid op wijkniveau pasten en passen bij het beeld van Zoetermeer als ordelijke stad. Hier staat het beeld tegenover van een sociaaleconomisch kwetsbare stad. Op de ranglijst van Nederlandse gemeenten stond Zoetermeer in 2005 in de subtop, maar in 2019 is de stad gedaald naar de middenmoot (Louter en Van Eikeren, 2019). Deze ontwikkeling is een voedingsbodem voor criminaliteit. Ondermijnende criminaliteit is in kwetsbare wijken niet alleen schadelijk, maar biedt ook kansen op inkomsten en op sociale status en stijging (Tops en Van der Torre, 2015). In het onlangs gesloten coalitieakkoord 2022-2026 wordt ondermijning benoemd als een stedelijk vraagstuk dat een structurele aanpak vergt. Dit rapport beschrijft - in opdracht van de Rekenkamercommissie Zoetermeer - de (gemeentelijke aanpak van) ondermijning in Zoetermeer.
1.2
De gemeentelijke veiligheidsorganisatie
De gemeentelijke veiligheidstaak is ondergebracht op de Afdeling Veiligheid, Vergunningen en Handhaving. Deze afdeling telt twee teams, namelijk: het Team Openbare Orde en Veiligheid en het team Vergunningen, Toezicht en Handhaving. Het Team Openbare Orde en Veiligheid (verder: team OOV) telt beleidsadviseurs, (netwerk)regisseurs en een team Handhaving, met (senior) handhavers en toezichthouders (BOA’s). De ambtenaren die zijn gespecialiseerd in de aanpak van ondermijning maken deel uit van dit OOVteam. Bij de start van ons veldwerk (mei 2022) organiseert en trekt een ‘ambtelijke trio’ deze aanpak: de regisseur ondermijning, een projectmedewerker en een informatieanalist. Naast deze drie ambtenaren is er een ‘BOA ondermijning’. De regisseur ondermijning is gefinancierd vanuit het coalitieakkoord. De projectmedewerker, de informatieanalist en de BOA worden - voor de periode 2
van 2019 tot en met 2021 - betaald uit het zogenoemde ondermijningsfonds van het ministerie van Justitie en Veiligheid. De gemeenteraad heeft bij amendement eenmalig € 157.000,- beschikbaar gesteld om dit laatste te verlengen voor 2022. Het team Vergunningen, Toezicht en Handhaving (verder: team VTH) verleent onder meer vergunningen en telt handhavingsjuristen. Bij de ondermijningsaanpak worden deze handhavingsjuristen ingezet. Qua formatie is daartoe ongeveer 1 fte beschikbaar. 1.3
Onderzoeksvragen
Dit rapport geeft antwoord op de volgende onderzoeksvragen: Criminologische deelvragen: 1. Wat zijn belangrijke criminele gelegenheidsstructuren in Zoetermeer? 2. Welke vormen van ondermijnende criminele praktijken doen zich voor in Zoetermeer? Wat kan worden gezegd over de maatschappelijke effecten en over de locaties en branches die het betreft? Bestuurskundige deelvragen: 3. Wat is de beleidstheorie én uitvoeringspraktijk bij de integrale en gemeentelijke aanpak van ondermijning in Zoetermeer? 4. Welke problemen, knelpunten, kansen en effecten zien bewoners en professionals? Welke meldingen worden gedaan? 5. Wat is de verhouding tussen aan de ene kant de organisatorische en beleidsmatige ondermijningsaanpak, en aan de andere kant de criminele kansen en praktijken? 6. Hoe is de gemeenteraad betrokken bij de ondermijningsaanpak (kaders stellen en controle), onder meer wat betreft doelen en effecten? In hoeverre is de raad zich bewust van zijn eigen rol bij (het voorkomen van) ondermijning? Aanbevelingen: 7. Welke aanbevelingen kunnen worden geformuleerd om de ondermijning in Zoetermeer op korte en lange termijn terug te dringen? Opmerking: De aanbevelingen worden opgesteld door de Rekenkamercommissie Zoetermeer (verder: RKC). Om de onderzoeksvragen te beantwoorden, zijn verschillende onderzoeksactiviteiten verricht: ▪ ▪
▪
1
Er zijn bronnen (documenten en literatuur) verzameld en bestudeerd. We hebben in interviews in totaal 33 respondenten gesproken. We spraken, als volgt verdeeld, 20 personen bij de gemeente: burgemeester; management (4); ondermijningsspecialisten OOV-team (3); overige ambtenaren in het OOV-team (6); handhavingsjuristen (3); en de BOA-organisatie (3). Voorts interviewden we vijf politiemensen (waaronder twee teamchefs), twee medewerkers van het Openbaar Ministerie, vijf bewoners (actief in zogenoemde WAS-teams1) en een medewerker van het Regionaal Expertise en Informatiecentrum (verder: RIEC). Gesprek met raads- en commissieleden.
Wijk en agent samen.
3
▪
Op locaties die in de interviews werden benoemd vanwege ondermijnende praktijken hebben we geobserveerd.
LokaleZaken heeft, voorafgaand aan dit rekenkamer onderzoek, op verzoek van de burgemeester en in opdracht van de teammanager Openbare Orde en Veiligheid (OOV), een analyse gemaakt van de gemeentelijke veiligheidsorganisatie. Dat rapport werd in juni 2022 afgerond. Voor zover de interviews met gemeente-respondenten (mede) betrekking hadden op (de aanpak van) ondermijning, zijn die benut bij dit onderzoek. Met negen respondenten is een tweede gesprek gevoerd: de burgemeester, de teammanagers OOV en VTH, de ondermijningsspecialisten, twee gespecialiseerde BOA’s (ondermijning en horeca) en een ambtenaar die een aandeel heeft in de jeugdaanpak. De informatie die respondenten ons verstrekten, is deels gebaseerd op dossiers en/of casus of op concrete ervaringen, onder meer bij controles of bij sociaal-preventieve inspanningen. Het betreft daarnaast subjectieve aanwijzingen, vermoedens of verdenkingen. Hoewel het gaat om professionals met materie- en locatiekennis, verstrekten ze dus ook informatie over mogelijke criminaliteit die niet (in een strafproces) is bewezen. Ten behoeve van hoofdstuk drie (over criminele praktijken) is een kanttekening op zijn plaats. Het betreft namelijk een analyse op hoofdlijnen.
Deels omdat dit onderzoek voornamelijk bestaat uit een bestuurskundige analyse, maar ook omdat de gemeente sinds kort - en in beperkte mate - werk maakt van de aanpak van ondermijning. Dat klinkt door in (interviews ten behoeve van) dit rapport.
4
Samenvatting Deze samenvatting beantwoordt één voor één de zes - op pagina 3 - geformuleerde empirische onderzoeksvragen: twee vragen zijn criminologisch van aard en vier bestuurskundig. De aanbevelingen (onderzoeksvraag 7) worden door de Rekenkamer opgesteld.
A.
Criminologische vragen
1. Criminele gelegenheidsstructuren Tot voor kort zagen (veel) raadsleden, bestuurders, ambtenaren en burgers Zoetermeer als een ordelijke gemeente en niet als een groeigemeente met stevige problemen. Daarmee werden schadelijke ontwikkelingen veronachtzaamd: -
-
-
-
De stad fors is gegroeid, getuige nieuwe wijken en (veel) meer inwoners die vanuit onder meer Den Haag naar Zoetermeer kwamen. Sociale en criminele problemen verhuisden mee richting Zoetermeer. Verschillende wijken (o.a. wijken met hoogbouw-flats en Buytenwegh) kennen een ongunstige sociaaleconomische trend (nieuwe bewoners zijn gemiddeld kwetsbaarder dan vertrekkers) en kampen met stevige jeugdproblematiek (o.a. werkloosheid en een laag opleidingsniveau). In het kwetsbare deel van de stad woont ongeveer een derde van de bevolking. Deze kwetsbaarheden resulteren - met name in (sub-)buurten en in en rondom winkelcentra - in een schaduweconomie, waar jongeren en (jong)volwassenen worden gerekruteerd voor criminele activiteiten en/of als klant voor illegale producten (o.a. drugs en gokken). De aantrekkingskracht van Zoetermeer op criminelen van buitenaf door de optelsom van: vergaande deregulering (geen horeca-exploitatievergunning; bijna alleen Bibob-toetsing bij geijkte risicobranches); weinig handhaving en toezicht; anonimiteit op bedrijventerreinen; de ‘losse’ wijken, met stukken niemandsland daartussen en er omheen; en de centrale ligging tussen steden (o.a. Den Haag, Leiden, Delft, Schiedam, Rotterdam en ook wel Utrecht) met een fors aantal criminele netwerken.
De prioriteit van de gemeente lag in de afgelopen decennia - vanwege de snelle groei - bij fysieke maatregelen en bij sociaal beleid. Het veiligheidsbeleid bleef achter bij de groei van de (veiligheidsproblemen in de) stad. Tegelijkertijd investeerden andere gemeenten in de regio wel in de aanpak van criminaliteit, waardoor de ‘criminele aantrekkingskracht’ van Zoetermeer toenam. Temeer omdat Zoetermeer lang een regel- en handhavings-arme stad was, getuige onder meer de late invoering van een exploitatievergunning voor de horeca (november 2018). 2. Criminele praktijken: vormen van ondermijning De (ondermijnende) criminele praktijken die (wel en niet) in beeld zijn bij respondenten, worden getekend door de focus in het beleid. Die ligt sinds 2018 op de nachthoreca en op de bedrijventerreinen. De kennis over de lokale ondermijning is beperkt. Tot nog toe zijn gemeente en politie er niet goed in geslaagd de criminaliteit in beeld te krijgen. Dat is een oorzaak en product van de matig ontwikkelde gemeentelijke en integrale ondermijningsaanpak (zie de bestuurskundige vragen). Op bedrijventerreinen wordt geijkte onderwereld-criminaliteit geconstateerd, met name drugs- en autocriminaliteit. Bedrijfspanden worden benut als criminele ontmoetingsplaats, bij drugsproductie (hennep en synthetische drugs) en als opslaglocatie voor drugs.
De drugs worden doorgevoerd en binnen Zoetermeer gedistribueerd, gericht op detailhandel in de stad. Daarbij 5
worden eenvoudige bedrijven (genoemd worden o.a. horeca en afhaalzaken) benut, verspreid over de stad. Er bestaat dus een relatie met de lokale drugshandel en de schadelijke (ondermijnende) sociale effecten daarvan (zie drugscriminaliteit). Bij autobedrijven worden afwijkende patronen geconstateerd, zoals klantonvriendelijkheid of weinig klandizie. Een categorie autobedrijven wordt volgens respondenten benut bij drugscriminaliteit en bij fraude met schadeauto’s. Daarmee blijft het inzicht in de ‘autocriminaliteit’ oppervlakkig. Wel wordt gewezen op dienstverlening aan criminelen, zoals verborgen ruimtes inbouwen en lease- of huurauto’s leveren. Op locaties met verdachte of criminele praktijken worden activiteiten van bezoekers (zoals handhavers) in de gaten gehouden en wordt weinig of geen informatie vertrekt aan publieke professionals. De drugscriminaliteit is tamelijk recent op het netvlies gekomen van het lokaal bestuur. In 2016 vestigen twee hennepbranden de aandacht op georganiseerde hennepteelt. Er wordt in dat jaar geconstateerd dat het gepaard gaat met geweld en dat het deels grote kwekerijen betreft. Er worden mensen geronseld die een woning ter beschikking stellen voor hennepteelt. Hennepplantages worden aangetroffen in woningen en in bedrijfspanden.
De drugshandel is in Zoetermeer omvangrijk en op tal van locaties zichtbaar in het straatbeeld, ook doordeweeks en ook na middernacht. Er is voldoende vraag naar drugs en er worden drugsklanten geworven. Drugs worden met scooters of huurauto’s bezorgd. Er wordt op (straat)locaties gedeald en vanuit (horeca)zaken, verspreid over de stad. Er is onderling geweld en bij incidenten of controles mobiliseren jongeren en jongvolwassenen zich. Groepsvorming door verdachte jonge personen en hun onverschrokken houding werken op hotspots reeds intimiderend op burgers. Op die manier wordt duidelijk gemaakt dat “pottenkijkers” niet worden gepruimd. De drugscriminaliteit heeft schadelijke sociale effecten. Door de (opzichtige) drugshandel kunnen (sociaaleconomisch kwetsbare) gebruikers schulden opbouwen. Er zijn ook risico’s op verslaving en op verstoring van het studie- en werkritme, namelijk als in de avond of nacht drugs worden gekocht en gebruikt. Het vergroot de kans dat jongeren zonder diploma van school gaan. Ook hennepteelt heeft ondermijnende effecten. Hennepgeld slaat deels neer in lokale netwerken, hetgeen de basis legt voor criminele investeringen. Wanneer een hennepkwekerij wordt ontdekt en geruimd, stellen criminelen waarschijnlijk de katvanger (degene die de ruimte beschikbaar stelt) aansprakelijk voor de geleden schade.
De drugswereld is een drijvende kracht achter (boven)lokale criminele netwerkvorming. Bovenlokale criminele netwerken weten Zoetermeer te vinden. Diverse outlaw motorgangs waren of zijn actief in de stad. Toch kwam het bovenlokale karakter van de misdaad rond 2018 vooral in beeld door een opeenstapeling van geweld in nachthoreca, geconcentreerd buiten het centrum, in het Van Tuyllpark. Bestuurlijke maatregelen hebben geleid tot minder geweld en minder crimineel machtsvertoon, alsook tot verplaatsing naar horeca in het centrum (voor de corona-uitbraak) en later naar bedrijfjes door de stad heen. Op criminele ontmoetingsplaatsen in Zoetermeer gaat het niet alleen om drugscriminaliteit, maar bijvoorbeeld ook om illegaal gokken. Op deze locaties, geconcentreerd in kwetsbare delen van de stad (zoals sub-buurten, wooncomplexen of winkelcentra), komt de georganiseerde misdaad dichtbij voor jongeren en jongvolwassenen. Hierdoor neemt het risico toe dat georganiseerde misdaad ondermijnende effecten krijgt: klanten van illegale producten (drugs, illegaal gokken) die in de problemen komen en criminele aanwas van personen die geld (proberen te) verdienen in de criminele wereld. Drugsgeld legt de basis voor investeringen, onder meer in bedrijven. Criminele bedrijfsactiviteiten worden gespreid over risicobranches: naast de horeca- en autosector betreft het verspreid over de stad - o.a.
de beautysector en zorgaanbieders. Er wordt gesignaleerd dat zorgfraude in lokale netwerken samengaat met klassieke onderwereldpraktijken, zoals drugscriminaliteit. Dergelijk misbruik van zorggeld door criminele netwerken is een schoolvoorbeeld van ondermijning. 6
Subjecten uit de jeugdaanpak groeien - als twintiger - door van overlast en zichtbare (geregistreerde) criminaliteit (als tiener) naar meer afgeschermde criminele praktijken. De criminaliteit (bijvoorbeeld drugscriminaliteit) wordt instrumenteler, gericht op het verdienen van geld en status. Er wordt - zo constateren respondenten - door organiserende jonge criminelen ook geld verdiend met digitale criminaliteit, onder meer spoofing (daders doen alsof ze bellen namens de bank, met het telefoonnummer van de bank) of fraude bij internethandel (b.v. marktplaatsfraude). Politie-respondenten wijzen op hoge criminele verdiensten. De criminele loopbanen verplaatsen daarmee gedeeltelijk van de fysieke omgeving (op straat of in een zaak) naar het internet. Naast het werven van eenvoudige uitvoerders voor onder meer drugsactiviteiten, worden zogenoemde geldezels (personen die hun bankrekening beschikbaar stellen voor criminele activiteiten) ingezet door criminelen. Dit zijn bij uitstek ondermijnende effecten van georganiseerde criminele praktijken. Naast min of meer calculerende criminaliteit, soms inclusief geweld, wijzen respondenten op jongerengroepen die niet-instrumenteel geweld plegen. Wapenbezit en geweld lijken haast een doel op, gericht op status-verwerving, mogelijk aangemoedigd door muziek en muziekvideo’s (in het drillrapp-genre).
In Zoetermeer is arbeidsuitbuiting een blinde vlek, net als panden (met kamerverhuur) waar arbeidsmigranten wonen die problemen ondervinden en/of veroorzaken (al komen er wat betreft slechte of illegale huisvesting van arbeidsmigranten wel de nodige signalen in beeld). In de gespreksronde wordt niet gewezen op criminele investeringen in woningen.
B.
Bestuurskundige vragen
3. Beleidstheorie Wat ondermijning betreft is Zoetermeer tot 2018 een beleidstheorie-loze stad. De ondermijningsaanpak komt tot dat jaar van de grond in reactie op zichtbare georganiseerde criminaliteit: in en rondom de nachthoreca, door de aanwezigheid van outlaw motorgangs en door (gewelddadige) hennepcriminaliteit. Ondermijning wordt politiek-bestuurlijk nog niet gezien als gemeentelijk beleidsvraagstuk: beleid, formatie en financiën voor de ondermijningsaanpak ontbreken. Er is geen helder beleid ontwikkeld en ingevoerd. Tot 2018 is het beeld dat ondermijning een taak is voor de burgemeester (en enkele gespecialiseerde OOV-ambtenaren). Er is dan dus weinig besef dat dit thema vrijwel de gehele ambtelijke organisatie raakt. Beleid, formatie en financiën voor een ondermijningsaanpak ontbreken. Bestuurlijk bestaat een voorkeur voor een regelarme stad. Tot november 2018 ontbreekt bijvoorbeeld een horeca-exploitatievergunning. Het coalitieakkoord uit 2018 financiert tot en met 2022 de komst van de regisseur ondermijning. Het zogenoemde departementale Ondermijningsfonds subsidieert, van 2019 tot en met 2021, een projectmedewerker, een analist en een BOA. Actuele casuïstiek (o.a. nachthoreca) vergroot het zicht op de problematiek en staat aan de basis van de Kadernota Veiligheid 2019-2022, met ondermijning als speerpunt.
Toch wordt in deze periode door ongeveer een handvol ambtenaren (drie ondermijningsspecialisten, de ondermijnings-BOA en een handhavingsjurist) voornamelijk gepionierd, met name met controles (horeca en op bedrijventerreinen) en met een casusgerichte aanpak, onder meer in samenwerking met het RIEC. Het voornemen om andere ambtelijke afdelingen te betrekken bij de ondermijningsaanpak stagneert. Anno 2022 is er een achterstand bij het Bibob-beleid. Er worden louter toetsen (naar integriteitsrisico’s) uitgevoerd in geijkte risicobranches en er is geen Bibob-coördinator. Veiligheid (inclusief ondermijning) is een sluitstuk in de wijkgerichte benadering én in het streven naar een sociaaleconomisch sterk Zoetermeer in 2040.
7
4. Uitvoeringspraktijk De uitvoeringspraktijk bestaat sinds 2018 voornamelijk uit controles, preventieve actie op bedrijventerreinen en een casusgerichte aanpak van (kleine netwerken met) enkele (rechts)personen. De gemeente onderneemt actie en werkt samen met externe partijen (met name politie en RIEC) en beschikt over een analist. De casus-gerichte aanpak van ondermijning krijgt gestalte in het Kernteam Ondermijning. Dit staat onder voorzitterschap van de regisseur ondermijning en heeft als deelnemers: twee ondermijningsspecialisten (OOV-team), een handhavingsjurist (VTH-team), een sociaal rechercheur, de politie en het RIEC. In 2020 en 2021 lopen er actueel steeds tussen de tien en achttien casus. Daarnaast loopt er doorgaans één RIEC-casus met een substantieel aandeel in Zoetermeer. Het Kernteam rondt in 2020 en 2021 in totaal 38 casus af; bij dertig casus volgt geen interventie. Wel legt de gemeente in 2020 en 2021 tachtig bestuurlijke maatregelen op, waaronder 37 keer bestuursdwang (sluiting van een pand) en 27 waarschuwingen.2 De basis daarvoor zijn met name bestuurlijke rapportages van de politie (77), al worden deze niet gedeeld met de regisseur ondermijning en niet besproken in het Kernteam. De bestuurlijke rapportages van de politie worden afgehandeld door (tijdelijk ingehuurde) handhavingsjuristen in het VTH-team.
De ondermijningsaanpak resulteert in integrale controles. In 2020 en 2021 worden 81 controles uitgevoerd op bedrijventerreinen (o.a. de autobranche) en in de horecasector. Voorts verricht het Haags Economisch Interventieteam (HEIT) 25 controles en wordt 41 keer een controle uitgevoerd van een Digitaal Opkoopregister (DOR). Ook worden op bedrijventerreinen 488 laagdrempelige gesprekken gevoerd met ondernemers en zijn 484 zogenoemde bewustwordingsbrieven naar ondernemers verstuurd. Dit is mede gericht op het versterken van de meldingsbereidheid, al doen ondernemers in 2021 geen enkele melding en slechts zeven in 2020. Wel vertrekken elf bedrijven vanwege verscherpt toezicht. Hoewel de ondermijningsaanpak gestalte krijgt sinds 2018 en actie wordt ondernomen, benoemen respondenten knelpunten: -
-
2
Het ontbreekt aan heldere procedures voor het werk- en informatieproces bij de (casusgerichte) aanpak van ondermijning: vanaf een signaal, melding of bestuurlijke rapportage (van de politie) tot aan de interventie. De aansturing van die aanpak (door de regisseur ondermijning, team OOV) loopt tegen grenzen aan. Er is geen zekerheid over de beschikbaarheid van handhavingsjuristen (team VTH) en de informatie-uitwisseling verloopt moeizaam. Informatie in bestuurlijke rapportages van de politie wordt alleen benut door handhavingsjuristen. Daardoor blijven andere mogelijke interventies door de gemeente, aangestuurd door de regisseur ondermijning, telkens achterwege. Bijvoorbeeld omdat subjecten (in wier pand bijvoorbeeld een hennepkwekerij is aangetroffen) een subsidie of uitkering ontvangen of beschikken over een vergunning. Voorts kan de (vaste) regisseur ondermijning de maatschappelijke en ambtelijke betekenis van informatie over georganiseerde criminaliteit beter inschatten dan (externe ingehuurde en frequent wisselende) handhavingsjuristen. Het digitale systeem waarmee wordt gewerkt kan eenvoudige en nuttige overzichten niet maken. Zo zijn er bijvoorbeeld geen bestanden met de aanleiding of bron van een bestuurlijke maatregel.
Ook ontbreekt een overzicht van de precieze locatie (wijk, bedrijventerrein), het type pand (bijvoorbeeld huur- of koopwoning of bedrijfspand) en de aard van de overtreding of van het strafbaar feit. Hierdoor ontbreekt belangrijke management- en sturingsinformatie.
Zie verder tabel 5.7 in paragraaf 5.1.
8
-
-
-
De regisseur ondermijning heeft een (te) zware werklast vanwege ontbrekende werkprocedures en omdat hij tevens een neventaak heeft als Bibob-coördinator. De aanpak van ondermijning op bedrijventerreinen leunt te veel op losse gesprekken, controles en brieven. Het ontbreekt aan ambtelijke samenwerking tussen OOV en o.a. ruimtelijke ordening of economische zaken Er bestaat behoefte aan structurele publiekprivate samenwerking (b.v. parkmanagement) en aan structureel overleg met ondernemers. De afdeling Economie tracht wel een ondernemersstichting van de grond te tillen op bedrijventerrein Rokkehage.3 Veel straatinformatie over criminaliteit blijft steken op wijkniveau. In het wijkgerichte werken bestaat weinig aandacht voor het signaleren van ondermijning. In het kader van de WAS-teams (Wijk en Agent Samen) verstrekken bewoners informatie aan de wijkagent, maar wijkagenten zijn niet in de positie om de gerichte of duurzame actie te organiseren die nodig is bij hardnekkige ondermijning. Er komt tot op heden pas een systematische - niet persoons- of delict-gerichte strafrechtelijke aanpak van criminele jeugd van de grond als (op basis van justitiële registraties) kan worden aangetoond dat het gaat om groepscriminaliteit. Dit groepscriterium past niet bij de huidige grilligheid van jeugdcriminaliteit en het overschat de actualiteit van justitiële registraties.
5. Een wankele organisatorische basis Bij aanvang van ons veldwerk (mei 2022) was de organisatorische basis van de ondermijningsaanpak wankel. De inzet vanuit het OOV-team (drie formatieplaatsen) en van de ondermijnings-BOA was namelijk gebaseerd op tijdelijke financiering. De handhavingsjuristen (VTH-team) waren tijdelijk ingehuurde externe specialisten. Het coalitieakkoord 2022-2026 zorgt voor een vast jaarlijks budget van 6,5 ton voor de ondermijningsaanpak. Ongeveer twee derde van dit budget wordt besteed aan het ‘structureel maken’ van de tijdelijke OOV-capaciteit. Er is ruimte voor ongeveer anderhalve extra formatieplaats. Er wordt overwogen om een Bibob-coördinator aan te stellen. Voorts komt er waarschijnlijk een tweede ondermijnings-boa. Dit zou betekenen dat de ondermijningsaanpak in handen komt te liggen van vier OOV-ambtenaren (drie ondermijnings-specialisten en de Bibobcoördinator), enkele handhavingsjuristen in het VTH-team (circa 1 fte) en twee gespecialiseerde BOA’s. De slagkracht van dit ‘ondermijningscluster’ wordt beperkt door interne hindernissen (zie vraag 4). Ook liggen de criminele kansen en (voor zover in beeld) praktijken op een hoog niveau in vergelijking met het gemeentebudget voor de ondermijningsaanpak.
Een kleinere (oude) stad als Schiedam (bijna tachtigduizend inwoners) beschikt over meer ambtelijke capaciteit, met name wat betreft gespecialiseerde BOA’s (negen fte). 6. Ondermijningsaanpak en de gemeenteraad In 2018 krijgt de ondermijningsaanpak een impuls, want het coalitieakkoord 2018-2022 financiert tijdelijk de aanstelling van een regisseur ondermijning. Een jaar later wordt de Kadernota 2019-2022 vastgesteld, met ondermijning als prioriteit. Bij de verantwoording daarover (maart 2021) wordt duidelijk dat drie actiepunten niet echt uit de verf komen: de aanpak van OMG’s is een RIEC-kwestie; het Bibob-beleid is niet veranderd (en loopt achter); en het versterken van de interne bewustwording blijft beperkt tot enkele bijeenkomsten. De samenwerking met het RIEC wordt wel versterkt. Het RIEC geeft een impuls aan de ondermijningsaanpak met een ondermijningsbeeld (een
3
Op basis van een subsidie van de provincie proberen ambtenaren van de afdeling Economie om ondernemerscollectieven op bedrijventerreinen op te starten. Op Rokkehage is een inventarisatie uitgevoerd en wordt binnenkort waarschijnlijk een stichting opgezet door ondernemers.
9
openbare infographic benoemt belangrijke fenomenen) en een weerbaarheidsscan in 2020, waarbij onder meer wordt aangedrongen op het aanstellen van een Bibob-coördinator. Als een Rijkssubsidie afloopt, wordt bij amendement eenmalig € 157.000,- beschikbaar gesteld om in 2022 drie ondermijningsspecialisten (een projectmedewerker, analist en BOA) te behouden. Ook wordt de tijdelijke financiering van zeven BOA’s verlengd tot en met 2023 (waardoor de ondermijnings-BOA beschikbaar blijft). Het coalitieakkoord 2022-2026 verandert het strategische perspectief op de stad, want veiligheid wordt een topprioriteit. Voor de aanpak van ondermijning wordt structureel een jaarbedrag beschikbaar gesteld van € 650.000,-. Voorts gaat extra geld naar het team Handhaving (de BOA-organisatie), namelijk 1,2 miljoen voor de komende vier jaren, met een tijdelijk jaarbudget van € 621.000,- van 2022 tot en met 2026. Dit is een politiek kantelpunt. Het biedt kansen om ambtelijke vooruitgang te boeken, al realiseren raadsleden zich dat de aanpak van ondermijning een duurzame aanpak vergt. Het budget voor ondermijning en veiligheid past nog niet bij de huidige status van veiligheid als stedelijke topprioriteit.
10
2.
Ondermijning: gelegenheidsstructuren
Inleiding Dit hoofdstuk gaat over criminele gelegenheidsstructuren: Zoetermeerse omstandigheden die een impuls kunnen zijn voor (schadelijke) georganiseerde criminaliteit. Bij de beschrijving van de criminele kansen wordt achtereenvolgens ingegaan op twee factoren, namelijk situationeel (2.1) en sociaaleconomisch (2.2).
2.1
Situationeel: een lokale criminele infrastructuur
Lokale patronen: wijken (op)bouwen, met veiligheid als sluitpost Met bijna 126.000 inwoners is Zoetermeer qua inwonertal de derde stad van Zuid-Holland. In 1962 werd Zoetermeer aangewezen als groeikern, met name als oplossing voor het woningtekort in Den Haag. Zoetermeer bouwde wijken met een zelfvoorzienend karakter: goed bereikbaar en met winkelcentra en andere voorzieningen. Per openbaar vervoer was en is Zoetermeer per trein goed bereikbaar uit Den Haag. In de jaren zestig werden drie wijken gebouwd - Palenstein, Driemanspolder en Meerzicht - met veel galerijflats. Vaak ruime en relatief goedkope woningen, omgeven door veel groen. In de twee decennia daarna werden - naast het stadshart - vier wijken gebouwd, namelijk Buytenwegh en Seghwaert in de jaren zeventig, gevolgd door Noordhove en Rokkeveen. Het betrof met name laagbouw, wederom met veel groenvoorzieningen. Tot slot werd in 2000 gestart met de bouw van de grootste wijk, namelijk Oosterheem die met drie stations is aangesloten op Randstadrail. Deze wijk telt zowel (dure) koopwoningen als sociale huurwoningen. De fysieke groei van de stad is op zich indrukwekkend en - met andere zogenoemde groeigemeenten - uniek in ons land. Deze bijzondere ontwikkelingen resulteren in criminele kansen: zie tabel 2.1. Tabel 2.1: Situationele criminele gelegenheidsstructuren in Zoetermeer Een lokale criminele infrastructuur A.
Groeigemeente Zoetermeer: wijken (op)bouwen, met veiligheid als sluitpost -
Fysieke en sociale gemeentelijke opgaven verdringen veiligheidsbeleid
-
Consequentie: het veiligheidsbeleid raakte achterop
-
Verhuisbewegingen vanuit de regio (o.a. Den Haag); sociale en criminele problemen verhuizen mee, net als sociale contacten in kwetsbare bovenlokale sociale (jeugd)netwerken
-
Wijken in Zoetermeer zijn groen en hebben eigen voorzieningen – dit droeg bij aan onderschatting van geconcentreerde (misdaad)problemen in sub-buurten. Veiligheidsscores bleven ‘voldoende’ op wijkniveau
-
Afgelegen en anonieme locaties, zoals parkeerplaatsen en parken, die worden benut voor criminele ontmoetingen e.o. drugshandel.
In de regio: goede bereikbaarheid vanuit tal van (middel)grote steden Zoetermeer is een stad die tamelijk centraal in de zogenoemde Metropool Regio Rotterdam Den Haag ligt, op korte reisafstand van een aantal (middel)grote steden. Al die steden kennen stuk voor stuk criminele praktijken, zoals drugscriminaliteit, criminele investeringen in vastgoed en bedrijven en witwassen. Zoetermeer ligt vlakbij Den Haag en Leiden, maar is ook goed bereikbaar vanuit onder 11
meer Delft, Rotterdam, Schiedam, Gouda en Utrecht. Dit resulteert in criminele kansen. Zie tabel 2.2. Tabel 2.2: Situationele criminele gelegenheidsstructuren in Zoetermeer Een lokale criminele infrastructuur B. Goede bereikbaarheid vanuit tal van (middel)grote steden -
Goede bereikbaarheid vanuit steden met stevige niveau van georganiseerde criminaliteit, zoals Den Haag, Rotterdam, Leiden, Delft, Schiedam, Gouda en Utrecht
-
Criminele sub-infrastructuur vanwege centrale ligging / goede bereikbaarheid in Haagse regio legt de basis voor:
-
-
Criminele investeringen van buitenaf in horeca en (andere) bedrijven
-
Criminelen van buitenaf die locaties in Zoetermeer bezoeken
-
Drugshandelaren vanuit andere gemeenten naar Zoetermeer (o.a. bezorging)
Regiofunctie voor jeugd vanwege onderwijsinstellingen
Bedrijventerreinen: vervallen en anonieme locaties De genoemde situationele factoren hebben gevolgen voor de criminele kansen op de zes bedrijventerreinen in Zoetermeer: Lansinghage, Hoornerhage, Dutch Innovation Park, Zoeterhage, Rokkehage en Oosterhage.4 Twee consequenties springen in het oog: ▪
▪
Bij internationale drugscriminaliteit bestaat behoefte aan opslagruimte voor drugs, waarna deze - vaak over de weg - worden vervoerd (na productie in Nederland) of doorgevoerd (na import richting Nederland). Zoetermeer is een geschikte locatie voor dergelijke drugslogistiek. De gemeenten Rotterdam en Schiedam hebben een gemeenschappelijke en integrale preventief-repressieve aanpak van de grond getild op twee bedrijventerreinen met veel criminaliteit, namelijk de Spaanse Polder en ’s Gravenlandsepolder. Voorts wijzen respondenten op (intensieve) controles op bedrijventerreinen in Den Haag en op (doortastend) parkmanagement op terreinen in Pijnacker-Nootdorp en Lansingerland. Deze beleidsinspanningen kunnen criminelen ertoe aanzetten om actief te blijven of te worden op een bedrijventerrein in Zoetermeer.
De onderstaande tabel geeft een opsomming van criminele kansen op bedrijventerreinen in Zoetermeer. Tabel 2.3: Situationele criminele gelegenheidsstructuren in Zoetermeer Een lokale criminele infrastructuur C. Bedrijventerreinen: vervallen en anonieme locaties -
Opslagruimte en productieruimte voor drugs
-
Aantrekkingskracht op criminelen / risicobranches vanwege (meer) repressieve, controlerende en preventieve inspanningen op terreinen in Rotterdam, Den Haag, Schiedam, Pijnacker-Nootdorp en Lansingerland
4
Bron: https://www.ditisdeplek.nl/ondernemen/bedrijventerreinen.
12
-
Anonieme N-wegen richting Zoetermeer: weinig ANPR-camera’s
-
Publiek-private samenwerking in het kader van parkmanagement ontbreekt. De afdeling Economie tracht wel een ondernemersstichting van de grond te tillen op bedrijventerrein Rokkehage.
-
Anonieme en vervallen locaties op bedrijventerreinen (geen zichtlijnen, deels in combinatie met contra-observatie door medewerkers van bedrijven; slechte verlichting)
-
Op straatniveau veel incongruenties: omstandigheden die lijken te wijzen op regelovertreding of criminaliteit (bijvoorbeeld klantonvriendelijke bedrijven)
2.2
Sociaaleconomisch: een stad die kwetsbaarder blijkt dan lang werd gedacht
Een onderzoek van Bureau Louter laat zien dat Zoetermeer een kwetsbare stad is in sociaaleconomische zin (Louter en Van Eikeren, 2019). Er werd (vergelijkend) onderzoek gedaan naar de demografie, economie, woningmarkt, arbeidsmarkt en welvaart. Zowel in absolute als relatieve termen scoort Zoetermeer ongunstig. Louter en Van Eikeren (2019) constateren dat Zoetermeer in 2005 nog in de subtop stond van Nederlandse gemeenten, maar in 2019 is gedaald naar de middenmoot. De relatieve sociaaleconomische ontwikkeling is ronduit ongunstig, want de trend van de samengestelde score is in slechts twee Nederlandse gemeenten nóg slechter dan in Zoetermeer. Deze conclusies waren politiek-bestuurlijk een schok in 2019, in die zin dat Zoetermeer sociaaleconomisch (beduidend) kwetsbaarder bleek dan in gangbare politiek-bestuurlijke inschattingen. De volgende kwetsbare trends en ontwikkelingen worden door Louter en van Eikeren benoemd: ▪
▪ ▪ ▪
▪ ▪
▪ ▪
Sinds 2005 is de ontwikkeling van het gemiddeld besteedbaar inkomen per huishouden in Zoetermeer ongunstiger dan: a.) het landelijk gemiddelde; en b.) de trend in zes andere zogenoemde groeigemeenten. Zoetermeer kampt met selectieve migratie: het gemiddeld inkomen van personen die zich vestigen is lager dat het gemiddelde inkomen van vertrekkers. Jongeren verlaten Zoetermeer om elders hoger onderwijs te volgen. Dientengevolge dreigt een brain drain als juist middelbaar of laag opgeleiden richting Zoetermeer verhuizen. De werkgelegenheid in Zoetermeer blijft achter bij het landelijk gemiddelde. Tweederde van de Zoetermeerse beroepsbevolking is aangewezen op werk in omliggende gemeenten, terwijl de werkgelegenheidsfunctie in de Haagse regio al langdurig achterblijft bij het landelijk gemiddelde. Hoog opgeleiden kunnen buiten de regio werken, maar dat geldt veel minder voor middelbaar en met name laag opgeleiden. De netto participatiegraad (het percentage werkende inwoners tussen de 15 en 74 jaar) blijft in Zoetermeer, en in de Haagse regio, ongunstiger dan het landelijk gemiddelde. Zoetermeer kampt met jeugdproblematiek: de jeugdwerkloosheid ligt ruim boven het nationaal gemiddelde; het gemiddeld (mbo-)onderwijsniveau van de jeugd is laag; en het mbo telt veel voortijdige schoolverlaters. Voorts wordt een groot beroep gedaan op de jeugdzorg.
Er zijn indicaties voor verdringing op de arbeidsmarkt, hetgeen ongunstig is voor laag opgeleiden in Zoetermeer als de huidige (hoog)conjunctuur omslaat. Binnen Zoetermeer bestaat een duidelijk verschil tussen aan de ene kant vroege nieuwbouwwijken met veel hoge flats (“Hoog Zoetermeer”), en aan de andere kant latere nieuwbouwwijken met veel laagbouw (“Laag Zoetermeer”). De sociaaleconomische 13
kwetsbaarheden zijn geconcentreerd in Hoog Zoetermeer (met name Driemanspolder, Palenstein en Meerzicht), alsook in Buytenwegh (laagbouw en matige sociaaleconomische positie). In het kwetsbare ‘aandachtsgebied’ woont een derde van de bevolking. De bovengenoemde sociaaleconomische kwetsbaarheden resulteren langs drie lijnen in criminele kansen, namelijk: 1. Tot voor kort politiek-bestuurlijke onderschatting van kwetsbaarheden én onveiligheid in “Hoog Zoetermeer”. 2. De sociaaleconomische kwetsbaarheden gaan samen met een (relatief groot) beroep op specialistische zorg: met name jeugdhulp en ook Wmo-zorg. De grote vraag naar zorg agendeert de vraag hoe gestalte wordt gegeven aan kostenbeheersing op het sociaal domein, inclusief de fraudebestendigheid van de werkprocessen bij jeugdhulp en Wmo-zorg. Respondenten signaleren dat archetypische criminele (drugs)netwerken (in de ‘onderwereld’) actief zijn als (frauderende) zorgaanbieder. Zie paragraaf 3.4. 3. De sociaaleconomische kwetsbaarheden in delen van Zoetermeer manifesteren zich (volgens respondenten) nog eerder op het niveau van (sub-)buurten en concrete wooncomplexen dan in hele wijken. Veiligheidsscores kunnen op wijkniveau nog voldoende of redelijk zijn, terwijl er op sub-niveau een serieus sociaal, economisch en crimineel probleem is.
Sub-lokale sociaaleconomische problemen zijn op verschillende manieren een voedingsbodem voor criminele ontwikkelingen en praktijken: a. Bij financiële problemen en/of bij een zwakke positie op de legale arbeidsmarkt, gaat extra aantrekkingskracht uit van de criminele (drugs)wereld en van de verwachting of kans om met (eenvoudige) activiteiten geld (bij) te verdienen. b. Vanuit de Haagse regio verhuizen niet alleen kwetsbare huishoudens naar Zoetermeer, maar ook personen of gezinnen met criminele activiteiten en inkomsten. c. De kwetsbare sub-buurten en locaties (wooncomplexen, winkelcentra, parken en parkeerplaatsen of onderwijsinstellingen) in “Hoog Zoetermeer” zijn aantrekkelijke locaties voor criminelen om onder beïnvloedbare (jonge) personen klanten te werven voor illegale producten of diensten: drugs, sterke drank en (illegale) sigaretten voor jongeren, lachgas5, illegaal gokken, illegaal vuurwerk of frauduleuze zorg. d. Dergelijke fysieke locaties zijn ook - naast en in combinatie met het internet geschikt voor het rekruteren van personen voor criminele activiteiten, zoals drugshandel, drugsproductie (meehelpen of een ruimte ter beschikking stellen), vervoer van verboden of illegale goederen, illegaal sekswerk, geldezel-activiteiten (personen die misdaadgeld op hun bankrekening laten storten), diefstal of het pinnen van geld met gestolen pasjes en codes.
Niet alleen kwetsbare jongeren of jongvolwassenen (‘jonge aanwas’), maar evengoed volwassenen (‘aanwas’), worden op die manier de criminele wereld in getrokken.
5
Het is sinds 23 juli 2021 in Zoetermeer verboden om lachgas te gebruiken in de openbare ruimte.
14
Tabel 2.4: Sociaaleconomische criminele gelegenheidsstructuren in Zoetermeer Sociaaleconomische kwetsbaarheden -
Ongunstige sociaaleconomische trend
-
Selectieve migratie: inkomen vertrekkers hoger dan van nieuwkomers
-
Veel jeugdproblematiek: hoge werkloosheid, laag onderwijsniveau, veel voortijdige schoolverlaters in MBO
-
Hoog beroep op jeugdhulp en Wmo-zorg: ruimte voor zorgfraude (ook vanuit criminele netwerken)
-
Geconcentreerde kwetsbaarheden in wijken met hoge flats oftewel “Hoog Zoetermeer” (m.n. Driemanspolder, Palenstein en Meerzicht), net als in Buytenwegh (laagbouw).
-
Kwetsbaar / “Hoog” Zoetermeer geschikt en benut voor: - Klanten werven en bedienen m.b.t. illegale producten en diensten (o.a. drugs en illegaal gokken) - Rekrutering van personen voor criminele activiteiten - Locaties met een schaduweconomie (o.a. drugshandel) zichtbaar tussen 17.00 en 01:00 uur (o.a. in Palenstein, Meerzicht, Buytenwegh, Noordhove, Seghwaert en de Eilandenbuurt in Oosterheem)
2.3
Afsluiting
De optelsom van situationele, economische en culturele factoren resulteert in aanzienlijke criminele kansen. Naast deze factoren ontstaan er ook criminele kansen door beleidstekorten of door personele tekorten bij gemeente. Die factoren komen aan bod in paragraaf 5.2. Eerst wordt, in hoofdstuk 3, ingegaan op criminele praktijken in Zoetermeer. Daarna wordt beschreven hoe vooruitgang is geboekt bij de politieke besluitvorming over ondermijning (hoofdstuk 4) en bij de operationele (gemeentelijke) aanpak (zie paragraaf 5.1).
15
3.
Ondermijnende praktijken
Inleiding De gemeentelijke ondermijningsaanpak ligt in handen van enkele specialisten. Zij gaven prioriteit aan de aanpak van ondermijning in de nachthoreca en op bedrijventerreinen. Daarover is informatie beschikbaar, net als over drugscriminaliteit. De ondermijnende praktijken die in dit hoofdstuk worden beschreven, worden gekleurd door wat wel en niet bekend is bij respondenten. Er is bijvoorbeeld weinig informatie beschikbaar over mensenhandel of over criminele investeringen in vastgoed. Dit hoofdstuk gaat eerst in op ondermijning op bedrijventerreinen (paragraaf 3.1) en daarna op drugscriminaliteit (paragraaf 3.2). Vervolgens wordt beschreven wat bekend is over criminele netwerkvorming. Er bestaan relaties tussen lokale criminelen en criminele netwerken die actief zijn in de regio of in het hele land. Zie paragraaf 3.3. Tot slot zet paragraaf 3.4 fenomenen op een rij die zich wel voordoen in Zoetermeer, maar die thans niet goed in beeld zijn.
3.1
Ondermijning op (kwetsbare) bedrijventerreinen
De bedrijventerreinen in Zoetermeer bieden - door de goede bereikbaarheid en het lage niveau van beveiliging - ruimte aan criminele praktijken op bedrijventerrein die zijn verouderd en/of met bedrijven uit risicobranches, zoals autobedrijven, opslagbedrijven, transportbedrijven of bedrijfsverzamelgebouwen. Er wordt met name gewezen op Rokkehage en Hoornerhage, maar ook op Zoeterhage en op het grootste terrein: Lansinghage (circa 70 hectare). Op 25 april 2017 vestigt een dodelijke schietpartij de aandacht op misdaad op bedrijventerreinen in Zoetermeer. Er worden op de Edisonstraat (Zoeterhage), voor een sportschool, twee mannen doodgeschoten.6 De volgende criminele of verdachte patronen komen in beeld: a. Drugscriminaliteit b. Autocriminaliteit c. Contra-strategieën Ad a.) Drugscriminaliteit Panden op bedrijventerreinen worden benut voor drugsproductie. Het betreft hennepteelt en laboratoria waar synthetische drugs worden geproduceerd. Het gaat (ook) om professioneel aangelegde productielocaties, met veel planten of een goede productiecapaciteit, zodat een stevige omzet wordt gerealiseerd. Deze professionaliteit wijst op drugsproductie door bovenlokale criminele netwerken.
De drugsproductie heeft langs verschillende lijnen ondermijnende effecten: er wordt veel geld mee verdiend (een plantage met 200 hennepplanten levert bij één oogst in de tussenhandel al circa € 23.000,- op7), hetgeen een basis legt voor criminele investeringen; het levert brandgevaar op en het draagt eraan bij dat (gewelddadige) criminele groepen in Zoetermeer in sociale zin voet aan de grond krijgen. Respondenten constateren aanwezigheid of invloed van criminele netwerken uit de Haagse regio in Zoetermeer. Illustratief is dat een krantenbericht spreekt over een “Haags drugslab” dat is “opgerold” in Zoetermeer.8 Ook worden drugs naar Zoetermeer getransporteerd, waarbij het volgens respondenten onder andere binnenkomt via bedrijven op een bedrijventerrein. Die fungeren als dekmantel voor de 6
Bron: https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/twee-doden-bij-schietpartij-op-bedrijventerreinzoetermeer~be881464/ 7 Bron: Noordanus e.a., 2021. 8 Bron: https://voorburgsdagblad.nl/Den%20Haag%20&%20Regio/haags-drugslab-opgerold-in-zoetermeerdrie-verdachten-opgepakt
16
drugsopslag, waarna het verder wordt vervoerd en gedistribueerd. Langs die lijn wordt ook drugs op de lokale markt verkocht, met ‘kleine zaakjes’ - als horeca of afhaalzaken - als tussenstation. De drugs worden onder meer ‘onder de toonbank’ verkocht of door mobiele dealers bezorgd. Er bestaat dus een relatie met de lokale drughandel en de schadelijke (ondermijnende) sociale effecten daarvan (zie paragraaf 3.2 drugscriminaliteit). Er is geen zicht op meer grootschalige drugshandel en drugstransporten die vanuit Zoetermeer worden georganiseerd. Het ligt wel voor de hand dat dit gebeurt. Bedrijfspanden worden door (drugs)netwerken benut voor criminele ontmoetingen. Dit heeft schadelijke effecten, omdat op criminele ontmoetingsplaatsen criminele opdrachten worden uitgezet en aanvaart. Ad b.) Autocriminaliteit Respondenten wijzen op een overschot aan bedrijven in de autosector, zoals dealers, autoreparatie, APK-keuringstations en autoverhuur. In die zin dat er te veel zouden zijn voor het aantal klanten. Deze observatie wordt niet bevestigd door geregistreerde branchegegevens in het kader van het programma Zicht op Ondermijning. Wat betreft ‘groot- en detailhandel in auto’s’ telt Zoetermeer 1,3 geregistreerde vestigingen per 10.000 inwoners.
Landelijk ligt dit cijfer op 2,7 en ook in PijnackerNootdorp (4,2) en Zuidplas (4,9) worden duidelijk meer vestigingen genoteerd.9 De bedrijfscategorie ‘handel in en reparatie van auto’s’ laat in Zoetermeer 9,8 registraties zien per 10.000 inwoners. Landelijk ligt dit op 16,5 en in de Haagse regio telt Zuidplas de meeste registraties, met een score van 25,7. Kortom, de geregistreerde branchegegevens zijn geen indicatie voor afwijkende of verdachte praktijken in de Zoetermeerse autobranche. Echter, straat-kennis van gemeentelijke professionals wijst in een andere richting. Uit locatiebezoek blijkt dat er straten/sub-locaties zijn waar relatief veel bedrijven (in de autobranche) zijn gevestigd die geen KvK-inschrijving hebben en waarvan de bedrijfseigenaren onbereikbaar zijn. In het straatbeeld vallen, naast reguliere bedrijfsprocessen, afwijkende patronen op. Bijvoorbeeld reparatiebedrijven met nauwelijks of geen intake van auto’s in de ochtend; auto’s die jaren te koop staan; onregelmatige openingstijden; low budget dealers of verwaarloosde bedrijfspanden waar juist klanten komen met auto’s uit het dure segment; en personeelsleden die weinig omhanden hebben. Respondenten wijzen op signalen over ondermijning. Het betreft drugscriminaliteit en fraude met schadeauto’s.
Btw-fraude is een bekend verschijnsel in de branche.10 Dit soort fiscale fraude wordt niet benoemd in de gespreksronde. Wel wordt gewezen op criminele dienstverlening door autobedrijven, zoals verborgen ruimtes inbouwen in auto’s en leaseof huurauto’s ter beschikking stellen onder verdachte of dubieuze omstandigheden. Dit is schadelijk, omdat op die manier de criminaliteit wordt afgeschermd, hetgeen (de aantrekkingskracht van) criminele verdiensten versterkt en omdat dit soort bedrijven criminelen aantrekken. Ad c.) Contra-observatie Op locaties waar bedrijven uit een risicobranches zijn geconcentreerd, houden personen - gelieerd aan bedrijven met afwijkende of verdachte activiteiten - toezicht op de gang van zaken. Handhavers of onbekende bezoekers zijn of lijken al snel het doelwit van contraobservatie. Bezoekers worden in 9
Bron: https://www.zichtopondermijning.nl/ Sinds 1993 zijn de fiscale grensbelemmeringen binnen de EU opgeheven, maar de lidstaten hanteren verschillende btw-stelsels. De oplossing: alle transacties van het ene naar het andere EU-land zijn vrijgesteld van btw en elk land blijft de eigen btw heffen op binnenlandse transacties. Deze constructie is fraudegevoelig. De populairste variant is carrouselfraude. De fraudeur - ook wel 'ploffer' genoemd - betaalt geen btw bij de vrije invoer uit een ander EU-land, maar heft wel btw bij doorverkoop in eigen land. De ‘ploffer’ verkoopt het product aan de ‘cleaner’ die de producten verkoopt aan de consument. 10
17
de gaten gehouden door bedrijfsmedewerkers. Dat is niet bijzonder, al wordt het dat wel als het erop lijkt dat dit een deeltaak is of dat ze er alle tijd voor hebben, omdat ze bepaald niet hard werken. Als een handhaver op dit soort locaties ondernemers vragen stelt, bewaren veel ondernemers of medewerkers afstand. Ze geven geen informatie en/of claimen dat ze niets weten, terwijl dit weinig realistisch is. Het komt voor dat in een gebied veel familieleden een bedrijf hebben (in een risicobranche), terwijl ze eenvoudige vragen over dergelijke (familie)bedrijven niet beantwoorden. Op dit soort locaties ‘praat’ (bijna) niemand met handhavende professionals. Dit is schadelijk, omdat het ‘handelingsruimte’ geeft aan criminelen. Ook wordt de effectiviteit van het overheidsbeleid ondermijnd. Tabel 3.1: Criminele praktijken op bedrijventerreinen (mediaberichten) Zeventien aanhoudingen: hennepnetwerk koopt in bij bedrijf in Zoetermeer11 In mei 2013 valt de politie onder meer binnen bij een bedrijf in Zoetermeer, als onderdeel van een groot drugsonderzoek van de Rotterdamse politie Rotterdam. Het bedrijf “zou op grote schaal apparatuur en advies leveren voor het opzetten van hennepkwekerijen”. De politie houdt vijf mannen en een vrouw aan, uit Rotterdam en Amsterdam op verdenking van handel in verdovende middelen en deelname aan een criminele organisatie.
Op basis van twee jaar onderzoek wordt een verband gelegd met 33 kwekerijen zouden. “Spullen voor de kwekerijen werden volgens de politie geleverd door het bedrijf in Zoetermeer (…) Op papier leverde het bedrijf apparatuur aan de agrarische sector, maar in de praktijk bleek het een grote growshop leverancier.” De politie deed doorzoekingen op vijftien plekken: naast Zoetermeer, ook op het woonwagenkamp aan de Erasmusweg in Den Haag, en in Rotterdam, Amsterdam, Moerdijk en Zwanenburg. In de kluis van het Zoetermeerse bedrijf wordt “een miljoen euro aan contant geld gevonden.” Ongeveer drie jaar later (n 2016) treft het Openbaar Ministerie een schikking met drie mannen die het bedrijf runden; er moet ruim twee miljoen euro worden betaald. Daarnaast moet het bedrijf een boete van 200.000 euro betalen en krijgen de mannen die de onderneming aanstuurden een taakstraf van 75 uur. 12 Grote brand in hennepkwekerij Op bedrijventerrein Lansinghage in Zoetermeer woedde in maart 2016 een grote brand. Uit een bedrijfspand kwamen dikke zwarte rookwolken. De brandweer trof een hennepkwekerij aan. Op het adres, aan de Platinastraat, stond op dat moment geen bedrijf ingeschreven. Er hing ook geen bord aan de gevel. Buren belden rond 7.15 uur de brandweer toen ze rookwolken zagen.
13 Drugslab bij een groothandel In maart 2022 werd bij een “Surinaamse groothandel” een drugslab ontdekt, waarbij drie verdachten uit Den Haag zijn opgepakt. Er werd “een grote hoeveelheid drugs door de politie in beslag genomen”. Er werden chemicaliën aangetroffen, bedoeld voor het vervaardigen van drugs. Het drugslab werd ontdekt tijdens een integrale controle door het Haags Economisch Interventie Team (HEIT). Daags na de vondst werden de verdachten vrij gelaten: “hun rol moet nog wel onderzocht worden”, aldus de politie.
11
Bron: https://www.omroepwest.nl/nieuws/2201186/aanhoudingen-en-inval-bij-zoetermeers-hennepbedrijf Bron: https://www.omroepwest.nl/nieuws/3273426/zoetermeers-hennepbedrijf-schikt-voor-ruim-tweemiljoen-met-om 13 Bron: https://www.omroepwest.nl/nieuws/3083402/brand-door-hennepkwekerij-in-bedrijfspandzoetermeer 12
18
Drugslab in de Argonstraat In april 2022 werd een drugslab ontdekt in een bedrijfspand, gelegen is aan de Argonstraat op bedrijventerrein Lansinghage. Er worden drie verdachten aangehouden. De vondst volgde op een nachtelijke melding over “een vreemde lucht”. Brandweer-metingen wezen op aanwezigheid van een drugslab, waarna experts van de politie het pand onderzochten. Drugslab in de Kryptonstraat In september 2020 werd, in een bedrijfspand aan de Kryptonstraat (bedrijventerrein Lansinghage), een drugslab ontdekt. De ontdekking was een reactie op melding van stankoverlast.
3.2
Drugscriminaliteit
De drugscriminaliteit neemt een centrale plaats in binnen de criminele wereld in Nederland. Dat is, zo constateren professionele respondenten, ook zo in Zoetermeer. Dit wordt bevestigd door observaties, want in de avonduren en in de vroege nacht vallen eenvoudig handelingen te observeren die in hoge mate wijzen op drugshandel; in gesprekken wijzen burgers hier ook op. De volgende twee patronen komen in beeld: a. Hennep: van bijverdienste tot professionele kwekerijen b. Drugshandel: lokale (zichtbare) patronen Ad a.) Hennep: van bijverdienste tot professionele kwekerijen In de jaren tachtig ontdekken (volkse) criminele groepen de hennepteelt (Noordanus e.a., 2020). In Zoetermeer komt de hennepteelt later op het netvlies van het lokaal bestuur. In 2016 wordt de hennepteelt besproken in een commissievergadering. Twee hennepbranden in een jaar tijd – één in een woning en één in een bedrijfspand – attendeerden op veiligheidsrisico’s. De burgemeester constateert dat de hennepteelt is verhard en dat kwekerijen vaker grootschalig zijn. De aanleg en productie liggen bovendien in handen van georganiseerde criminelen die locaties en handelsbelangen met geweld beschermen.14 Als organisator valt (veel) geld te verdienen met hennepproductie en -handel.
Vandaag de dag levert een plantage met circa 200 planten in de tussenhandel (volgens behoedzame schattingen van justitie) ongeveer € 23.000,- per oogst op (Noordanus e.a., 2020). Er worden mensen geronseld die een woning ter beschikking stellen voor hennepteelt. Hennepplantages worden aangetroffen in woningen en in bedrijfspanden. Hennepteelt heeft ondermijnende effecten, want: ▪ ▪ ▪
Hennepgeld slaat deels neer in lokale netwerken, hetgeen de basis legt voor criminele investeringen. Hennepteelt resulteert in brand en brandgevaar. Wanneer een hennepkwekerij wordt ontdekt en geruimd, stellen criminelen waarschijnlijk degene die de ruimte beschikbaar stelt aansprakelijk voor de geleden schade.
Ad b.) Drugshandel: lokale patronen De detailhandel in drugs is voor criminelen een aantrekkelijke markt in Zoetermeer. Er heerst een hoge mate van anonimiteit en er is door de stad heen - rond (horeca)zaken in het centrum en in of nabij winkelcentra - een goede spreiding van ontmoetingsplekken of dekmantelbedrijven. Op geijkte locaties en routes in Zoetermeer zijn mobiele dealers actief die lachgas en (alle populaire soorten) 14
Bron: https://www.ad.nl/den-haag/hennepteelt-verhardt-en-behoeft-meer-aandacht~a69f33cf/
19
drugs bezorgen. Er is geen totaaloverzicht beschikbaar van locaties met drugshandel. Bronnen (gesprekken, ondersteund met observaties) leveren al snel een lange lijst op. De Oranjelaan en het nabijgelegen winkelcentrum zijn een hotspot met drugsactiviteiten in de avond en tot in de late uren. Dat geldt ook voor een heel ander stuk van de stad, namelijk het buitengebied aan weerszijden van de Zoetermeerse Plas: de Noord AA (met diverse parkeerplaatsen) en Het Lange Land (met o.a. horecazaken). In Palenstein komen onder meer de Willem van Cleeflaan (renovatieflats), de Van Beeckstraat en Van Aalstlaan in beeld. Daarbij worden garages benut, net als een verwaarloosde auto die wordt gebruikt om drugs op te slaan en, zo nodig, weer op te halen. In Oosterheem klonteren op verschillende locaties tientallen jongeren samen, hetgeen onder meer gepaard gaat met drugshandel en drugsgebruik. Het betreft de R-buurt (Rockanjestraat e.o.) en de zogenoemde Eilandenbuurt (Sumatra e.o.). In Meerzicht wordt gewezen op (de omgeving van) Savelsbos, Monnikenbos en het nabijgelegen winkelcentrum. Ook het winkelcentrum e.o. in Buytenwegh zijn een drugshotspot, met name in de late uren. In Rokkeveen wordt drugshandel voornamelijk buiten het woongebied geobserveerd, namelijk op parkeerplaatsen en in (groene) open gebieden.
In Seghwaert worden speelplaatsen en parken (door een bewoner) getypeerd als “vindplaats van ontspoorde jongeren”. Criminelen weten kwetsbare jongeren daar te vinden. Respondenten signaleren dat het op deze locaties (vaak) niet alleen gaat om drugshandel, maar ook het rekruteren van zogenoemde geldezels: mensen die tegen een vergoeding hun bankrekening beschikbaar stellen voor misdaadgeld. Voorts wordt gewezen op geweld en intimidatie. Met intimidatie worden burgers (“pottenkijkers”) op afstand gehouden, om zo tijdelijk territorium te claimen. Deze claims worden kracht bijgezet met asociaal verkeersgedrag: grove, frequente en gevaarlijke verkeersovertredingen met scooters en auto’s, waaruit minachting spreekt voor gewone weggebruikers en voor de overheid. Er wordt ook gewezen op onderling geweld, inclusief (zichtbare) vechtpartijen rondom winkels. Bij incidenten of controles mobiliseren jongeren en jongvolwassenen zich op hotspots. Dit heeft een intimiderend effect op burgers. Deze mobilisatie treft ook gemeentelijke handhavers (BOA’s), zo blijkt onder meer op vrijdagnacht 12 augustus 2022. Zie tabel 3.2. Tabel 3.2: Grof geweld tegen BOA’s (mediabericht) Handhavers maken op 12 augustus 2022 aanstalten om in Seghwaert een stilstaand voertuig te controleren, op een kruispunt aan de Vogeldreef.
Na een korte achtervolging worden zeven handhavers belaagd en mishandeld door een grote groep personen in de wijk. Met de noodknop roepen ze spoedassistentie van de politie in. Enkele BOA’s raken gewond: blauwe plekken, bulten, een gebroken arm en hoofdletsel. Eén BOA wordt naar het ziekenhuis gebracht. Ook wordt het dienstvoertuig van de handhavers, parallel aan de mishandelingen, vernield. De burgemeester: “Dit geweld tegen onze handhavers is ontoelaatbaar en het incident gaat alle grenzen over. Het heeft een grote impact op ons team van handhavers.” De BOA’s doen aangifte, de politie onderzoekt de strafbare feiten en houdt vier mensen aan.15
Er is voldoende vraag naar illegale drugs en er zijn (in kwetsbare wijken en op onderwijsinstellingen) voldoende potentiële drugsklanten die worden benaderd en geworven. Voorts is er een stabiele toevoer van alle populaire soorten drugs naar Zoetermeer, onder meer via bedrijfspanden op bedrijventerreinen. Dit wordt vervolgens gedistribueerd naar panden (bedrijfjes) in de stad. Geijkte dealpraktijken zijn zichtbaar: afleveren van drugs met scooters of huurauto, nadat klanten via een besteltelefoon een order hebben geplaatst. In een categorie (horeca)zaken worden drugs onder de 15
Bron: https://www.omroepwest.nl/nieuws/4612777/gebroken-arm-en-hoofdletsel-zeven-handhaversmishandeld
20
toonbank verkocht. Een nieuwe eigenaar was, zo merkte een respondent, verrast dat heel wat klanten vroegen naar drugs en vreemd opkeken toen dat niet meer mogelijk bleek. Drugshandel is geen strikt lokale kwestie, maar eerder regionaal. Zie de onderstaande tabel en paragraaf 3.3. Tabel 3.3: Drugshandel en andere criminele praktijken in Zoetermeer (mediaberichten) Grootschalige drugshandel in Zoetermeer en Den Haag In september 2021 houdt de politie vijf verdachten aan voor grootschalige handel in harddrugs in Den Haag en Zoetermeer. Daarbij zouden vijf dure auto’s zijn gebruikt, net als “meerdere panden in de regio”. Het onderzoek startte in juli na signalen dat in Zoetermeer in harddrugs werd gehandeld. Al snel bleek dat op grote schaal werd gedeald in Zoetermeer en Den Haag. De arrestanten zijn twee mannen van 33 jaar, een man van 43 jaar en twee vrouwen van 30 en 31 jaar. Er zijn drie woningen in Zoetermeer en een woning in Den Hoorn doorzocht. Daar werden verdovende middelen aangetroffen, net als ruim 40.000 euro contant geld. Daarnaast zijn vijf auto's, een motor en zes vuurwapens in beslag genomen. 16 Aanhoudingen voor drugshandel en witwassen; doorzoeking woonwagenkamp Noord Aa In juli 2022 worden twee Zoetermeerders aangehouden voor “drugshandel, witwassen en ambtelijke corruptie”.