CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Onderzoeksrapport Onderhoud en vernieuwing

Raadsvergadering 20 december 2021, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Rekenkameronderzoek Onderwijshuisvesting13.108 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Wanneer we breder kijken dan heeft de gemeenteraad verschillende rollen: een kaderstellende, een controlerende en een vertegenwoordigende rol. 25 Om goed invulling te kunnen geven aan deze rollen moet de gemeenteraad adequaat geïnformeerd worden. Uiteraard kan de raad ook zelf aanvullende informatie vragen wanneer zij dat nodig acht.26 Informatievoorziening aan de raad De raad in Zoetermeer krijgt op verschillende manieren inzicht in de onderwijshuisvesting. Een belangrijk document in dit verband is het IHP. Maar ook op andere manieren wordt de raad geïnformeerd. Een ruwe indruk ontstaat door in het openbaar toegankelijke raadsinformatiesysteem van Zoetermeer (https://ris2.ibabs.eu/Zoetermeer) de term ‘onderwijshuisvesting’ als zoekterm in te voeren.

25 Deze drie rollen worden door de VNG uitgebreider beschreven in: https://vng.nl/artikelen/raadgever-rollen-en-instrumenten-

van-het-raadslid#:~:text=De%20kaderstellende%20rol&text=Zo%20bepaalt%20de%20raad%20de,verschillende%20beleidsterreinen%20in%20het%20bijzonder. 26 De raad heeft het recht om meer achtergrondinformatie over een onderwerp op te vragen bij het college. Dat moet niet alleen inlichtingen verstrekken op verzoek van een raadslid (passieve informatieplicht), maar ook uit zichzelf moet het college alle inlichtingen verstrekken die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft (actieve informatieplicht). Raad en college geven samen concreet invulling aan de inlichtingenplicht en besluiten op welke manier zij de informatievoorziening vorm en inhoud geven.

17

Voor de periode 2015 t/m 2020 worden dan 183 resultaten gevonden. Het gaat hierbij onder meer om:  programmabegroting(en);  jaarlijkse beheerbegrotingen;  jaarstukken;  overzichten ‘producten, kosten en prestaties’;  raadsvoorstellen (o.a. over voortgang vo, energietransitie, aanvullende kredieten nieuwbouw, noodgebouwen, technische aanpassing Vervangingsfonds etc.);  rapportage relevante onderzoeken (213a-onderzoek). Onderwijshuisvesting staat op verschillende manieren op de agenda. Bijvoorbeeld bij de bespreking van de genoemde stukken. Als onderdeel van het nieuwe projectmatige werken wordt er nu gewerkt met voortgangsverslagen en zijn er per jaar twee momenten waarop de raad vragen kan stellen over specifieke projecten aan de verantwoordelijke projectmanagers. Hierbij kunnen ook vragen gesteld worden over projecten in het kader van onderwijshuisvesting. Uit het gesprek met raadsleden blijkt dat men verschillend denkt over de informatievoorziening en dat het daarbij van belang is om een onderscheid te maken tussen de continue, lopende zaken en calamiteiten. Wat betreft de rapportage over lopende zaken zijn de raadsleden over het algemeen tevreden.

Een van de geïnterviewden stelt dat de mate waarin men tevreden is ook afhangt van het detailniveau waarop men informatie wil weten, of dat vooral kaderstellend is (de grote lijnen) of dat men ook op een meer gedetailleerd, operationeel niveau betrokken wil worden. Over de ondersteuning vanuit het ambtelijk apparaat zegt een raadslid: “…als ik iets wil weten, dan heb ik het gevoel dat ik alle informatie krijg die ik graag wil hebben. Het ambtelijke apparaat werkt volgens mij fantastisch. Ik heb daar niets te klagen.” Een ander zegt dat de kritiek vooral gaat over “op tijd geïnformeerd worden zonder dat je daar zelf om vraagt. Zodra er situaties spelen, zou ik daar soms wel wat eerder over geïnformeerd willen worden.” Alle deelnemende raadsleden zijn het erover eens dat bij de recente kwestie over SSVOZ de raad te laat is geïnformeerd. Een van de geïnterviewden verwoordde dat als volgt: “Pas heel erg laat, op het moment dat het echt een issue is, dan worden we op de hoogte gesteld.

Je zou eigenlijk toch wat eerder [willen weten], als de signalen er al zijn, dat je wat meer meegenomen wordt in het proces, ook al is de uitkomst misschien niet anders, maar dat je toch meer het gevoel hebt dat je meegenomen bent in de ontwikkeling en daar waar mogelijk eerder al sturing had kunnen geven.” Hierbij wordt opgemerkt dat het tijdig informeren belangrijk is en van invloed kan zijn of middelen wel of niet worden goedgekeurd door de raad. “Ik ben wel geschrokken van de sturing die er níet was bij SSVOZ. Daar is volgens mij echt te laat op gestuurd en te weinig de vinger aan de pols gehouden. Maar ik denk dat de wethouder daar hopelijk toch ook wel van geleerd heeft. Ik hoop dat deze situatie nooit meer een tweede keer voorkomt. Maar laat het een les zijn voor iedereen dat daar meer gestuurd had moeten zijn. Deze situatie had niet zo moeten ontstaan dat we alleen maar konden tekenen bij het kruisje.” De rol van de raad De raad geeft invulling aan haar kaderstellende, controlerende en vertegenwoordigende rollen, zo kwam naar voren in het groepsgesprek met de raadsleden. In veel gevallen maakt de onderwijshuisvesting deel uit van het lopende proces en vraagt het om weinig aandacht vanuit de raad. Stukken worden zorgvuldig voorbereid. Het vorige IHP was bijvoorbeeld een hamerstuk.

Een van de raadsleden merkte over de onderwijshuisvesting op: “Van mijn portefeuilles is dit het onderwerp dat de minste aandacht krijgt, omdat het ogenschijnlijk de minste aandacht nodig heeft.” Bij sommige onderwerpen is de rol van de raad opeens groter. In het recente verleden gold dat bijvoorbeeld voor de omgang met noodlokalen. Bij de meer kaderstellende rol is ook de vraag welke rol de raad wil en kan spelen. Een van de betrokken raadsleden ziet die rol als volgt: “Ik denk dat je als raad bijna overal over gaat, als je het maar wil. Of er echt heel harde officiële regels of instrumenten voor zijn weet ik niet, maar je kan als wethouder met wat omdenken zorgen dat het wel op je bordje terechtkomt en dat het ergens over gaat. Dat geldt voor raadsleden ook. Wij zijn verantwoordelijk voor de kinderen in de gemeente, dus over wáár er les in wordt gegeven, de inhoud van de lessen, daar gaan we niet over. Maar over het feit dat het pand niet moet instorten en op welke locatie zo’n 18

pand staat, daar gaan we bijvoorbeeld wel over. Of er wel of niet lekkage is, of er wel of niet tochtige ramen zijn, of er wel of niet airco nodig is, daar gaan we allemaal wel over. Of er wel of niet groene speelpleinen zijn, daar gaan we over, over de veiligheid in de buurt, dat heeft ook met scholen te maken. Je kunt het op zo veel verschillende manieren insteken waardoor je er wel mee te maken hebt, waardoor je dingen kunt beïnvloeden. En onder welk instrument dat hoort, dat maakt me dan op zich niet zo uit. Als die kinderen daarmee geholpen worden en het wetmatig is, of rechtmatig is, vind ik het goed.” Uit gesprekken, ook met andere betrokkenen, kwam naar voren dat de verdere uitwerking van ‘Zoetermeer 2040’ een belangrijk thema is dat ook relevant is voor de onderwijshuisvesting. De impact van de veranderingen is zodanig dat de raad hier ook een belangrijke taak in heeft. Dat men hierbij voor lastige dilemma’s komt te staan, wordt geïllustreerd door het volgende citaat uit het groepsgesprek met de raadsleden: “Dus via de attractiviteit van het onderwijs kunnen wij een behoorlijke invloed uitoefenen op de structuur van de stad. Als voor onderwijs niet gezorgd wordt, dan zeggen ouders ook: we komen niet naar Zoetermeer. […] Dan moeten we ook gedurfd investeren om richting te geven waar we eigenlijk naartoe willen. Of het goed uitpakt weet je natuurlijk niet.

Dat is ons dilemma, als we over gebouwen praten die 50 jaar meegaan, maar wij een coalitie zijn die vier jaar meegaat. We moeten langdurige trajecten op gang brengen, hoewel wij daar misschien helemaal niet over mogen beslissen. Dat is een groot dilemma waar wij mee zitten.”

19

Slotbeschouwing

3 Slotbeschouwing

3.1 Inleiding In dit hoofdstuk vatten we de belangrijkste uitkomsten nog eens samen. We doen dat aan de hand van een beknopte beantwoording van de onderzoeksvragen. Voor de leesbaarheid en duiding beperken we ons hierbij tot de hoofdlijnen. Waar de onderzoeksvraag een overzicht of beschrijving vraagt, bijvoorbeeld het eerste thema (beleid en ontwikkelingen) verwijzen we naar het vorige hoofdstuk.

3.2 Beantwoording onderzoeksvragen Gemeentebeleid onderwijs(huisvesting) en relevante ontwikkelingen Welke doelstellingen hanteert de gemeente op het beleidsveld van onderwijs en onderwijshuisvesting? Zijn er in de afgelopen vijf tot tien jaar grote wijzigingen geweest in de uitgangspunten van het beleid? Welke voor onderwijshuisvesting relevante zaken spelen er? Geef een beknopt overzicht van de ontwikkeling van leerlingaantallen en -stromen, onderwijsgebouwen, leegstand en het aantal en soort besturen. Sinds ongeveer 2012 streeft de gemeente in het primair onderwijs naar de vorming van Integrale Kindcentra en werkt daar in samenspraak met de onderwijsbesturen aan. In de afgelopen tien jaar is in dat streven geen verandering gekomen. De aanscherping van de duurzaamheidseisen voor schoolgebouwen, waarbij ernaar gestreefd wordt dat alle schoolgebouwen in Zoetermeer in 2040 energieneutraal zijn, is wel een belangrijke wijziging in de afgelopen jaren. De leerlingaantallen zijn in de afgelopen jaren vrij stabiel gebleven in Zoetermeer. De verwachting, op basis van de DUO-prognoses, is dat er in Zoetermeer tot ongeveer 2028, een daling zal optreden in het aantal leerlingen in het primair onderwijs van ongeveer 1.000 leerlingen. Vervolgens zullen de leerlingaantallen weer toenemen, waarna die rond 2034 weer terug zijn op het niveau van 2020.

Bij deze prognoses is geen rekening gehouden met de plannen rond de schaalsprong. In de afgelopen jaren was er in het primair onderwijs veel dynamiek in leerlingstromen, waardoor er een onevenwichtige verdeling van leerlingen over gebouwen ontstond en er gevraagd werd om de bouw van noodlokalen. Om aan deze onwenselijke verdelingsproblemen een einde te maken zijn er met de schoolbesturen afspraken gemaakt. Hiermee is belangrijke stap gezet in de bestrijding van de leegstand in Zoetermeer. Uit de gesprekken en stukken komt naar voren dat een belangrijk deel van het gebouwenbestand in het primair onderwijs in de komende jaren aan vervanging toe is. In de kadernota wordt over de scholen in het primair onderwijs die gebouwd zijn voor 2002 bijvoorbeeld gezegd: “De 1e generatie schoolgebouwen zijn over het algemeen technisch van matige kwaliteit, sluiten qua indeling en opzet onderwijskundig niet goed aan bij het hedendaagse onderwijs en hebben meestal een slecht energielabel en zeer matig binnenklimaat. Het gasvrij en energieneutraal maken van de 1e generatie schoolgebouwen kan alleen worden gerealiseerd door volledige nieuwbouw”. Bij die vervanging moeten echter ook keuzes gemaakt worden over onder meer schaalgrootte en plaatsing. In de kadernotitie, die door de betrokken partijen gezamenlijk is opgesteld, zijn daarvoor de aanzetten beschreven.

Beschrijving sturings- en beheersinstrumenten en rolverdeling Over welke (in)formele sturings- en beheersinstrumenten beschikt de gemeente om te sturen op een goede huisvesting en de stabiliteit van onderwijsinstellingen? Wat is, per sturings- en beheersinstrument, de rolverdeling tussen Rijk, schoolbestuur en gemeente en gemeenteraad? Het onderwijs is op veel terreinen zelf verantwoordelijk en ontvangt ook zelf de middelen om uitvoering te geven aan hun taken. Gemeenten hebben formeel bijvoorbeeld weinig invloed op de stabiliteit van onderwijsinstellingen. Wat betreft de onderwijsgebouwen in het primair en voortgezet onderwijs heeft zich een ontwikkeling voorgedaan waarbij de onderwijshuisvestingstaak in 1997 werd overgeheveld van

21

het Rijk naar de gemeenten en waarbij vervolgens een deel van die taken (binnen- en buitenonderhoud) in stappen weer is overgeheveld naar de schoolbesturen. In hoofdstuk 2 zijn de instrumenten van de gemeente beschreven. In Zoetermeer wordt sinds 1997 gewerkt met een ‘Vervangingsfonds schoolgebouwen’ dat moet voorzien in de middelen voor nieuwe schoolgebouwen. In samenhang met andere instrumenten zoals het integraal huisvestingsplan en het spreidingsplan is er sprake van een systeem waarmee, binnen grenzen, op verschillende termijnen en niveaus sturing en beheersing mogelijk is. Uit rapporten en gesprekken komt naar voren dat het belangrijkste instrument op het terrein van onderwijshuisvesting een goede samenwerking tussen gemeente en schoolbesturen is. De samenwerking verloopt steeds beter en heeft in de loop van de jaren een steeds inhoudelijker karakter gekregen. Met name in het primair onderwijs is door middel van het IHP en de afspraken over het onderhoud, uitgevoerd door de gemeente, een situatie ontstaan waarbij zowel gemeente als schoolbesturen zicht hebben op de staat van de gebouwen. In het vo is geen IHP en voeren de schoolbesturen het onderhoud zelf uit, daar staat de gemeente op meer afstand. In de kadernotitie wordt beschreven dat er gekeken gaat worden of en hoe aansluiting van het vo bij het IHP mogelijk is.

Doeltreffendheid en doelmatigheid instrumenten In hoeverre worden de instrumenten door de gemeente doeltreffend en doelmatig ingezet? In eerder onderzoek uit 2016 is geconcludeerd dat de gemeente Zoetermeer ‘een samenhangend systeem hanteert om op doeltreffende en doelmatige wijze invulling te geven aan de gemeentelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting.’ Aangezien er geen ingrijpende wijzigingen in het systeem zijn gedaan en er geen grote ontwikkelingen in het gebouwenbestand in Zoetermeer hebben plaatsgevonden komen we nu in 2021, op basis van de stukken en de interviews, tot dezelfde algemene conclusie. Wel liggen er vragen, vooral vanuit de schoolbesturen, over de wijze van invulling en de financiële toereikendheid van het Vervangingsfonds op de langere termijn. Belangenafweging en afspraken tussen gemeentebestuur en schoolbesturen Hoe gaat men in Zoetermeer om met de bestaande spanning in de prikkels voor gemeentebestuur en schoolbesturen als het gaat om een goede huisvesting van scholen? Werkt de systeemwijziging in 2015 (overheveling van het buitenonderhoud naar schoolbesturen po en uitname uit gemeentefonds) nog door en wat betekent het voor de verhoudingen in Zoetermeer? Is er sprake van spanning tussen de inzet op onderhoud (schoolbesturen) en de behoefte aan nieuwbouw (gemeente).

De meeste van deze vragen hadden betrekking op de systeemwijziging dat het buitenonderhoud en de gelden die daarbij horen werden overgeheveld van de gemeenten naar het onderwijs. In het primair onderwijs zijn bij de overheveling in 2015 afspraken over onderhoud gemaakt, waarbij de feitelijke uitvoering (via een contract vanuit de schoolbesturen, die als opdrachtgever fungeren) bij de gemeente is gebleven. Hiermee is er in praktijk geen breuk ontstaan in de situatie voor 2015 en erna en heeft het ook niet geleid tot spanningen die er in sommige andere gemeenten wel zijn. Door deze afspraak hebben gemeente en schoolbesturen goed zicht op de staat van de gebouwen en kunnen onderhoud en vernieuwing goed op elkaar afgestemd worden. In het voortgezet onderwijs heeft de overheveling al langer geleden plaatsgevonden en hebben we geen volledig beeld. Duidelijk is wel geworden dat achterstallig onderhoud een rol speelde bij SSVOZ. In de nieuwe situatie zijn met het openbaar onderwijs in het vo afspraken gemaakt over informatievoorziening. Die afspraken zijn vastgelegd in een convenant. Opvolging eerder advies In hoeverre zijn aanbevelingen n.a.v. het in 2016 uitgevoerde 213a-onderzoek opgevolgd? De aanbevelingen uit het 213a advies zijn overgenomen door het college en hebben een vervolg gekregen. Wel is een aantal onderdelen nog steeds of weer actueel.

Het gaat dan om de borging van kennis (technische uitwerking van het Vervangingsfonds) en vragen over verhuurafspraken met kinderopvang.

22

Onderwijshuisvesting en de gemeenteraad Op welke wijze wordt de gemeenteraad geïnformeerd over (de uitvoering van) het onderwijshuisvestingsbeleid en welke sturings- en beheersingsmiddelen staan de gemeenteraad ter beschikking? Hoe vult de gemeenteraad zijn toezichthoudende en controlerende taak in als het gaat om de onderwijshuisvesting? Uit de stukken en gesprekken komt naar voren dat de raadsleden op verschillende manieren geïnformeerd worden over de onderwijshuisvesting. Het gaat dan om de kaders (o.a. via IHP), financiën en projecten. Informatievoorziening over projecten vindt sinds enkele jaren ook plaats via halfjaarlijkse voortgangsbijeenkomsten in de raad. Overigens verschillen raadsleden in het detailniveau waarop ze informatie over onderwijshuisvesting willen. Sommigen hebben een voorkeur voor de hoofdlijnen, anderen willen ook meer zicht op detailinformatie. Wat betreft de lopende zaken over onderwijshuisvesting zijn geïnterviewde raadsleden tevreden over de informatievoorziening. Wel was men ontstemd over het late informeren van de raad bij de ontwikkelingen bij het SSVOZ. Het beeld vanuit de raad is dat onderwijshuisvesting in Zoetermeer over het algemeen goed loopt en dat het een onderwerp is waar de raad niet veel bemoeienis mee hoeft te hebben. Dat betekent uiteraard niet dat dat ook voor de toekomst geldt.

Zeker waar het ontwikkelingen betreft die gaan over onderwijs in relatie tot stadsontwikkeling heeft de raad ruimte om daar iets van te vinden. Uit de gesprekken met de raadsleden kwam naar voren dat zij die ruimte ook zien, maar daarbij wel tegen dilemma’s aanlopen die te maken hebben met de keuzes die nu gemaakt (moeten) worden en de consequenties daarvan op de langere termijn.

3.3 Conclusie De beantwoording van de specifieke onderzoeksvragen is in de bovenstaande paragraaf aan de orde geweest. Tot slot bespreken we nog kort de uitkomsten in meer algemene zin. Het hoofddoel van het onderzoek was om zicht te krijgen op de bestaande sturings- en beheersinstrumenten, de rolverdeling tussen betrokken partijen en de vraag in hoeverre de (mogelijke) instrumenten doeltreffend en doelmatig worden ingezet. De aanleiding voor dit onderzoek waren signalen dat er onvoldoende grip werd ervaren op het thema onderwijshuisvesting. In dit rekenkameronderzoek hebben we laten zien dat de ‘grip’ voor een belangrijk deel wordt afgebakend door de formele kaders. Er is ruim aandacht besteed aan de formele rollen van de verschillende partijen. In de afgelopen decennia is de verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting en de middelen die daarbij horen een aantal keren verschoven: van de centrale overheid, naar gemeenten, en vervolgens deels naar de schoolbesturen. De Algemene rekenkamer heeft geconstateerd dat de huidige situatie landelijk leidt tot een inefficiënte inzet van middelen, dat te vaak een langetermijnperspectief ontbreekt, dat er onvoldoende middelen voor onderwijshuisvesting beschikbaar zijn en dat er onduidelijkheid is over de verdeling van de verantwoordelijkheid van gemeenten en schoolbesturen bij renovatie versus nieuwbouw.

Landelijk gezien zijn er dus verschillende problemen op het terrein van de onderwijshuisvesting. Uit dit rekenkameronderzoek komt naar voren dat met het stelsel zoals dat in Zoetermeer is ingericht een aantal van genoemde problemen worden vermeden. Door het samenstel van instrumenten, zoals beschreven in figuur 2.3, is er in theorie zowel op de kortere als de langere termijn duidelijkheid over de (gewenste) kwaliteit van de gebouwen en de inzet van middelen. Voor de financiën op de langere termijn is het Vervangingsfonds ingericht, voor de praktische inzet op de middellange termijn speelt het Integraal Huisvestingsplan een sleutelrol. Ook de omgang met spreiding, kwaliteit en de uitvoering van projecten is vastgelegd. In Zoetermeer is in een aantal gevallen gekozen voor een route die niet in alle gemeenten gevolgd wordt. In Zoetermeer zijn afspraken gemaakt over een langere afschrijvingstermijn in combinatie met een tussentijdse ‘renovatie’ van schoolgebouwen. Die tussentijdse grootschalige opknapbeurt is landelijk een discussiepunt, niet wettelijk verankerd en gebeurt dus ook niet in alle gemeenten. Een ander punt is dat de gemeente Zoetermeer ook na de stelselwijziging in 2015 nog steeds, en nu in opdracht van de schoolbesturen, het onderhoud van de scholen in het primair onderwijs verzorgt. Dat is 23

niet gebruikelijk en heeft als voordeel dat onderhoud en vervanging goed op elkaar afgestemd kunnen worden. De afspraken over onderhoud zijn ook illustratief voor de samenwerking tussen de gemeente en de schoolbesturen in het primair onderwijs. Zowel de Algemene Rekenkamer als de Onderwijsraad wezen in de afgelopen jaren op het belang van die samenwerking en hoe moeilijk dat in praktijk soms kan zijn. De samenwerking in Zoetermeer gaat lang terug en kent nu een meer inhoudelijke verdieping. Dat zien we bijvoorbeeld terug in het gezamenlijk opstellen van de kadernotitie onderwijshuisvesting in het primair onderwijs als voorbereiding op het nieuwe IHP. De samenwerking wordt door alle partijen als constructief ervaren, kenmerkend in dit verband is de uitspraak: ‘we zijn het niet altijd met elkaar eens, maar we komen er altijd uit’. Door de samenwerking was het bijvoorbeeld mogelijk om afspraken te maken over het maximeren van het aantal leerlingen per school, waarmee leegstand en de behoefte aan noodlokalen worden verminderd. Op basis van het instrumentarium en de samenwerking concluderen we dat de gemeente wel degelijk grip heeft op de onderwijshuisvesting. Dat geldt in grotere mate voor het primair onderwijs dan voor het voortgezet onderwijs.

Het voortgezet onderwijs staat wat betreft de huisvesting op grotere afstand en regelt, in lijn met de formele verantwoordelijkheden, meer haar eigen zaken. In tegenstelling tot het primair onderwijs is er in het voortgezet onderwijs bijvoorbeeld geen IHP en voert de gemeente het onderhoud van de scholen niet uit. Wel zien we dat de gemeente, waarschijnlijk mede onder invloed van de gebeurtenissen bij het SSVOZ, zoekt naar meer grip in het vo. Zo is de gemeente in gesprek met de vo-besturen om te komen tot een IHP voor het voortgezet onderwijs en is er een convenant afgesloten met het openbaar vo-onderwijs waarin expliciete afspraken zijn gemaakt over het onderhoud. De Algemene Rekenkamer signaleerde ook dat er onvoldoende middelen voor onderwijshuisvesting beschikbaar zijn en dat de normbedragen voor de bouw van nieuwe scholen niet in lijn zijn met de werkelijke bouwkosten. Dit is een landelijk probleem dat ook in Zoetermeer speelt en dat, zo bleek uit de stukken en gesprekken, ook van invloed is op het Vervangingsfonds schoolgebouwen. Daarom zal er samen met het opstellen van het nieuwe IHP ook weer gekeken worden naar de herijking van het Vervangingsfonds. De herijking komt ook terug in de verschillende actiepunten uit de kadernotitie ‘Onderwijshuisvesting gemeente Zoetermeer primair en speciaal onderwijs’.

De in 2020 gepubliceerde kadernotitie laat zien dat er ook in Zoetermeer ruimte voor verbetering is en geeft daarbij heel concreet aan op welke punten actie is vereist. We gaan de actiepunten, ook vanwege de omvang, hier niet herhalen maar benadrukken wel het belang om die tot uitvoering te brengen. Verschillende thema’s uit de notitie zijn ook in dit rekenkameronderzoek aan de orde geweest. Het gaat dan bijvoorbeeld om de visie en financiën op de langere termijn en wat de groeiambitie gaat betekenen voor de onderwijshuisvesting. Dat is een complexe puzzel waarbij het onder meer draait om de inrichting van het onderwijs, het aantal kinderen en jongeren, de schaalgrootte van de gebouwen, de scholen en eventuele andere voorzieningen die daarin gehuisvest worden, en de financiën die daarvoor beschikbaar zijn. Om die puzzel op te lossen zijn gemeente, onderwijsbesturen en eventuele andere partijen wederzijds afhankelijk van elkaar. Volgens de betrokken schoolbesturen in het po kan de gemeente zich in het gesprek over de onderwijshuisvesting actiever opstellen en meer betrokkenheid tonen. Deze besturen zijn van mening dat de gemeente, die naar hun oordeel een faciliterende rol kan spelen wat betreft leerlingprognoses, informatie over bouwkosten, het betrekken van andere functies en dergelijke meer kan doen.

Een van de besturen wijst erop dat de gemeente naar hun mening nog te weinig met de actiepunten uit de kadernota heeft gedaan. Of dat werkelijk zo is of dat dat te maken heeft met de communicatie over wat er gedaan is, is niet duidelijk. Wel werd duidelijk dat niet bij iedereen helder is hoe onderwijshuisvesting nu binnen de gemeente georganiseerd is (wie gaat waarover). Na alle personele wisselingen van de afgelopen jaren en met het oog op de toekomstige ontwikkeling is het van belang om daar helderheid in te scheppen. Wat betreft de uitvoering van vervanging en onderhoud is men over het algemeen tevreden, wel is opgemerkt dat er nu sprake is van enige stilstand (‘heel veel oude gebouwen en nu maar één nieuwbouwproject’) en dat er weer stappen gezet moeten worden op het terrein van de vervanging. 24

Bijlagen

B

Bijlagen

A. Geïnterviewden B. Moor, gemeente Zoetermeer I. van der Meer, gemeente Zoetermeer M. Geerts, Unicoz M. Schoon, OPOZ M. Krul, OPOZ J. Iedema, wethouder S. Bout, raadslid, E. van Oudheusden, raadslid R. van Rumpt, raadslid R. Zinck, raadslid

B. Overzichtskaart wijken en scholen Hieronder is, ter illustratie, de overzichtskaart van scholen voor basisonderwijs en voorgezet onderwijs in de gemeente Zoetermeer weergegeven. Deze kaart is beschikbaar op de website van de gemeente en geeft de stand van zaken in 2017 weer.

Bron: https://zoetermeer.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=35175f4ff3c748149567b0506d235ab5

26

C. Onderwijsaccommodaties Het onderstaande overzicht is gebaseerd op het gemeentelijk overzicht onderwijsaccommodaties masterplan 2020-2040 (afslag februari 2021). In het overzicht is een onderscheid gemaakt in vo (voortgezet onderwijs), bao (basisonderwijs), sbao (speciaal basisonderwijs) en so (speciaal onderwijs). Het overzicht telt 61 adressen/gebouwen die in volgorde van bouwjaar zijn weergegeven. Nr.

Adres

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45

Oostergo 31 Kerkenbos 12-14 Kerkenbos 24-26 (bao) Kerkenbos 24-26 (sbao) Cesar Franckrode 66-68 Kerkenbos 28 Schansbos 1-2 Doornenplantsoen, van 1 Doornenplantsoen, van 31 Antigoneschouw 12-14 Forelsloot 1-4 Mendelssohnrode 2-4 Broekwegzijde 192-194 Wedekindzijde 1-3 Irisvaart 2-4 Irisvaart 6-8 Vlasakker 33-35 Bokkenweide 1-3 Parkdreef 282 Bijvoetplan 43-45 Werflaan 45 Lijnbaan 317 Lijnbaan 319 Clauslaan 4 Electrablauw 1-5 Marsgeel 14-18 Saturnusgeel 64 Goudenregenzoom 73 Florasingel 17 Straspad 1 Sieraadlaan 100-102 Florasingel 17a Paltelaan 1 Busken Huethove 6 Hazerswoudestraat 250 Nieuwlandstraat 241 Nieuwlandstraat 243 Sumatra 11 Sumatra 15 Zanzibarplein 90 Paletsingel 38C Paltelaan 3 Paltelaan 5 Rakkersveld 137 Rakkersveld 257

Onderwijssoort

Bouwjaar

vo bao bao sbao bao bao so vo vo bao bao sbao bao bao bao bao bao so vo bao vo bao bao vo bao bao bao bao bao bao bao bao vo bao bao bao bao bao bao bao vo bao bao bao bao

1971 1974 1974 1974 1975 1975 1975 1976 1976 1977 1977 1977 1978 1978 1980 1980 1981 1982 1984 1986 1986 1987 1987 1987 1988 1988 1989 1991 1991 1992 1993 1994 1994 2001 2002 2002 2002 2006 2006 2006 2009 2010 2010 2010 2010

Brutovloeroppervlak (m2) 510 1841 1085 775 1354 1026 1300 12872 13436 1227 1815 1586 1288 1257 1624 1316 1282 1310 10873 1170 10981 1793 1294 12891 1470 2289 1094 1035 1035 1871 1035 310 2230 1187 987 1238 1071 1259 1407 1641 6975 1130 1380 1360 1216

27

Vervolg overzicht onderwijsaccommodaties Nr. Adres Onderwijssoort 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61

Schansbos 5-6 Spitsbergen 5-7 Spitsbergen 17-23 Spitsbergen 15 W. Alexanderplantsoen 1 Schoutenhoek 160 Fivelingo 84 Meerzichtlaan 300 W. Alexanderplantsoen 2 Kadelaan 208 Toverberg 3-4 Nesciohove 105 Moerbeigaarde 58 Overwater 1 Chaplinstrook 2-4 Velddreef 322

bao bao bao sbao bao bao bao so bao bao bao bao bao bao so bao

Bouwjaar 2010 2010 2010 2010 2012 2013 2014 2014 2015 2017 2017 2018 2019 2019 2019 2020

Brutovloeroppervlak (m2) 1260 2124 2485 1766 1360 1245 1964 5377 1430 1810 1700 1380 1407 1382 2170 1382

Bron: Gemeentelijk overzicht onderwijsaccommodaties masterplan 2020-2040 (afslag februari 2021)

28

29

Regioplan Jollemanhof 18 1019 GW Amsterdam T +31(0)20 531 53 15 www.regioplan.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=d7585e47-8748-4ce3-a024-493a9b43501d