CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 2 Onderzoeksrapport ‘Evaluatie referendum afvalbeleid’

Raadsvergadering 27 november 2023, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Rekenkameronderzoek Evaluatie referendum15.260 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Interessant is dat de referendumcommissie louter een adviserend en toezichthoudend (vanuit een adviesrol) orgaan is. Vanuit de adviserende rol heeft de referendumcommissie geadviseerd over vraagstelling, communicatie en subsidie. De raad heeft deze adviezen niet altijd overgenomen. De vraagstelling en toelichting zijn door de gemeenteraad zelf geschreven en de communicatie is na een lang proces op de plank blijven liggen. Dit laat zien dat de positie en het gezag van de referendumcommissie gering was. Dat heeft niet per se met de invulling van de taakopvatting te maken, maar vooral met de positie van een referendumcommissie binnen gemeenten. Een commissie zou moeten kunnen toezien op het correct organiseren van een referendum, met daarbij een onafhankelijke

16

Bijlage verslag referendumcommissie over het ‘referendum m.b.t. afval- en grondstoffenbeleidsplan 2021’, juli 2022.

24

vraagstelling en objectieve toelichting. Door de huidige structuur is dat niet mogelijk en kan de commissie louter een adviserende rol innemen. Dat geldt niet alleen voor Zoetermeer, maar is ook van toepassing op gemeenten die een verordening hebben op basis van de actuele modelverordening van de VNG. Uiteindelijk is namelijk de raad aan zet. Het is daarmee per definitie een politiek proces. Een politiek proces dat slechts door waarborgen en het serieus nemen van zwaarwegende adviezen op sommige onderdelen gedepolitiseerd kan worden.

2.5. De gemeenteraad Het referendum is een middel van de gemeenteraad om zich door de bevolking te laten adviseren over de vraag of een genomen besluit tot uitvoering moet worden gebracht. De gemeenteraad is de primaire partij bij de inhoudelijke voorbereiding van een referendum, met achter zich het adviserende orgaan van een referendumcommissie. De rol van de gemeenteraad bestond in de praktijk uit enkele onderdelen: •

•

Meermaals in het proces heeft de gemeenteraad ‘op de rem getrapt’ en adviezen van de referendumcommissie niet overgenomen. Dat is het recht van een gemeenteraad maar heeft in dit geval gezorgd voor een niet op objectiviteit gecontroleerde toelichting op het stembiljet en het tegenhouden van reeds voorbereide communicatie en informatievoorziening aan de inwoners. De gemeenteraad heeft omwille van praktische overwegingen de regie op punten (bewust of onbewust) uit handen gegeven. Toen er vervolgens onduidelijkheden ontstonden over bijvoorbeeld de subsidieregeling, leidde dat snel tot politieke discussies.

25

3. Knelpunten in het referendum In dit hoofdstuk worden onderstaande deelvragen beantwoord: 10. Welke knelpunten zijn opgetreden en welke verbeteringen – in de referendumverordening of anderszins – zijn gewenst? 11. Welke lessen zijn getrokken uit andere referenda en welke lessen hieruit zijn voor Zoetermeer relevant?

In onderstaand hoofdstuk wordt stilgestaan bij de knelpunten die door actoren zijn ervaren in het gehele proces tot en de uitvoering van het referendum. De knelpunten zijn ingedeeld in bestuurlijke knelpunten, knelpunten in de verordening en knelpunten in de uitvoering. Daarna wordt er stil gestaan bij referendumervaringen in Nederland en de lessen die Zoetermeer hieruit kan trekken. 3.1.1. Bestuurlijke knelpunten De gemeente Zoetermeer is een klassieke groeigemeente die in de afgelopen jaren een flinke ontwikkeling heeft doorgemaakt. Groei en pragmatiek zitten in de vezels van de gemeente. Hierdoor is er een sterke ‘can do-aanpakkersmentaliteit’. Dat is teruggezien bij de organisatie van het referendum. Er bleek daar een sterke neiging om de aanpak van het referendum in informele overleggen te besluiten, zoals in de bestuurlijke driehoek. Het snel en effectief organiseren van het referendum was belangrijker dan de politiek-bestuurlijke gewenste uitvoering van de referendumverordening. Rollen en verantwoordelijkheden werden hierdoor niet helder gescheiden, waardoor niet altijd even duidelijk was wie wanneer waarvoor verantwoordelijk was. Door de vermenging van bevoegdheden, taken en verantwoordelijkheden is op meerdere momenten in het proces (bijvoorbeeld bij de communicatie over het referendum) een ingewikkelder proces doorlopen dan nodig.

Bij het goed organiseren van het referendum bleken tekortkomingen in de geldende referendumverordening een handicap (zie paragraaf 3.1.2). 3.1.2. Knelpunten in de verordening Op basis van de reconstructie komen er knelpunten naar voren in de referendumverordening. Deze knelpunten richten zich op zowel de tekst uit de verordening, als de invulling en interpretatie daarvan. Hieronder worden de knelpunten puntsgewijs toegelicht: •

Referendabiliteit van een besluit. In de verordening van de gemeente Zoetermeer is er geen procedure beschreven over het vaststellen van referendabiliteit. Wel is opgenomen dat de gemeenteraad een referendum moet toewijzen tenzij er sprake is van een uitzonderingsgrond zoals beschreven in artikel 1, lid 3 (en er steunverklaringen voor het definitief verzoek zijn ingediend). Dit wekt de indruk dat de gemeenteraad na het definitieve verzoek een besluit moet nemen over de referendabiliteit. De gemeenteraad heeft echter al bij het originele raadsbesluit (in dit geval over het afval- en grondstoffenbeleid) een besluit genomen over de

26

•

•

•

• •

referendabiliteit. Dat is bijzonder, gezien ook bepaling artikel 1, lid 3, punt i: “Waarvan de raad van mening is dat andere dringende redenen aanleiding zijn om geen referendum te houden”. De instelling van de referendumcommissie. De referendumcommissie wordt op grond van de referendumverordening van Zoetermeer ingesteld na het besluit om een referendum te houden. Het is in Nederland gebruikelijk, zoals ook beschreven in de VNG modelverordening, dat een referendumcommissie eerder betrokken is. Bijvoorbeeld bij een eventueel besluit over de referendabiliteit van een besluit. Daarnaast maken veel gemeenten gebruik van een vaste referendumcommissie die in actie kan komen als een referendumverzoek wordt gedaan. Nu moest er gedurende het proces een referendumcommissie worden gezocht en benoemd. Bij het zoeken van kandidaten voor de referendumcommissie heeft de griffie geen rol gehad, ondanks dat het benoemen van de referendumcommissie een taak van de gemeenteraad is. De kandidaten zijn gezocht door de juridische afdeling, op verzoek van de bestuurlijke driehoek. De kandidaten zijn eerst getoetst in het seniorenconvent en vervolgens door de gemeenteraad benoemd. Het besluit tot benoeming van de referendumcommissie was niet unaniem. De plek van de referendumcommissie in de organisatie.

De referendumcommissie is een adviserende en toezichthoudende commissie die wordt ingesteld door de gemeenteraad. Dat wekt de indruk dat de opsteller van de verordening de referendumcommissie primair als adviescommissie van de gemeenteraad beschouwt. Daarnaast wordt er aangegeven dat de referendumcommissie ondersteund wordt door een ambtelijk secretaris. Gezien het eerste punt zou het logisch zijn als de ambtelijk secretaris, en daarmee de referendumcommissie, ondersteund zou worden door de griffie. Dit was in de praktijk niet het geval. De taken van de referendumcommissie. De taken van de referendumcommissie zijn beschreven in de verordening. Er is echter niet beschreven aan wie de referendumcommissie adviseert. Voor een deel van de taken, zoals ‘te adviseren over de vraagstelling en de antwoordcategorieën’, is dit duidelijk aangezien het vaststellen van vraagstelling en toelichting een verantwoordelijkheid is van de gemeenteraad. Voor andere onderwerpen is niet altijd duidelijk aan wie de adviezen gericht dienen te worden. Subsidieregeling. De referendumverordening bevat geen verwijzing naar subsidies. Deze regeling is op advies van de referendumcommissie ad-hoc opgesteld. Het is aan de gemeenteraad om te besluiten of het wenselijk is dit op te nemen in een verordening. Taakverdeling en verantwoordelijkheden.

In de interviews is meermaals teruggekomen dat de referendumverordening niet duidelijk is over taken en verantwoordelijkheden. Naar mening van de referendumcommissie is dat niet de enige aanleiding voor deze onduidelijkheid. Gedurende het proces is er meermaals gekozen voor een pragmatische en snelle route via het seniorenconvent of de bestuurlijke driehoek. Dit heeft geleid tot een vermenging van rollen die bij alle betrokkenen voor onduidelijkheid heeft gezorgd. Verder is er niet gekozen, ondanks dat deze optie nadrukkelijk wel op tafel heeft gelegen, om ambtenaren via ambtelijke bijstand voor de gemeenteraad te laten werken. Ook die route had gezorgd voor een meer zorgvuldig proces met duidelijkere rollen en verantwoordelijkheden.

3.1.3. Biedt de modelverordening van de VNG een oplossing voor deze knelpunten? De VNG heeft in 2019 de Model Referendumverordening vernieuwd. Deze verordening voorziet voor een deel in de knelpunten die de gemeente Zoetermeer heeft ervaren in de uitvoering van het referendum:

27

•

•

•

•

Er is in de Model Referendumverordening een subsidiebepaling opgenomen om campagneactiviteiten van burgers en maatschappelijke organisaties voor het referendum te ondersteunen. Dit is in de huidige referendumverordening van de gemeente Zoetermeer niet opgenomen. Daardoor is er een aparte collegeregeling ingesteld die dit mogelijk heeft gemaakt. De rol van de referendumcommissie blijft adviserend, ook in de modelverordening van de VNG. Er zijn geen juridische mogelijkheden om een referendumcommissie een besluitvormende rol te geven, bijvoorbeeld over de referendumvraag of de uitvoering van het referendum. De manier waarop de VNG Modelverordening de rol van de referendumcommissie beschrijft lijkt veel op de manier waarop de gemeente Zoetermeer haar verordening heeft ingericht. Daarmee blijft een grote verantwoordelijkheid bij de gemeenteraad liggen. De gemeenteraad dient zich in het proces van een referendum niet louter als politiek orgaan, maar ook als onafhankelijke organisator op te stellen. Als het gaat over de referendabiliteit van besluiten is in de VNG-modelverordening een adviserende rol bij de referendumcommissie belegd. Nadat een verzoek is gedaan om een referendum kan een onafhankelijke instantie zo adviseren over de vraag of het omstreden besluit op grond van de referendumverordening wel referendabel is.

Omdat in Zoetermeer bij ieder raadsbesluit een bepaling over de referendabiliteit is opgenomen – waarbij alleen ambtelijk wordt getoetst of en op welke punten het besluit niet referendabel is – is er geen mogelijkheid om een goede afweging te maken over de referendabiliteit na het eerste verzoek om een referendum. Een vaste referendumcommissie is de norm in de modelverordening. Dit zou de relatie tussen raad en referendumcommissie kunnen verbeteren. Ook zorgt het ervoor dat de referendumcommissie al meteen aan de slag kan als een referendum wordt aangevraagd en ook kan adviseren over de referendabiliteit van een besluit als hierover een referendum is aangevraagd.

3.1.4. Knelpunten in de uitvoering Op basis van de reconstructie en gesprekken met betrokkenen zijn er enkele knelpunten in de uitvoering van de voorbereiding en de uiteindelijke organisatie van het referendum gedefinieerd. Hieronder worden deze knelpunten puntsgewijs toegelicht: •

•

Eigenaarschap van de gemeenteraad. Hoewel het proces primair bij de gemeenteraad lag, heeft de gemeenteraad niet altijd het eigenaarschap gevoeld en genomen dat nodig was geweest voor een soepel proces. De gemeenteraad had niet het gevoel dat het referendum een instrument was dat bij ging dragen aan de besluitvorming. Het afval- en grondstoffenbeleid was een zwaar bevochten politiek compromis, dat opnieuw op tafel lag door een referendum dat door een deel van de raad als niet gewenst werd geacht. Communicatie tussen raad en referendumcommissie. In de evaluatie door de referendumcommissie beschrijft de commissie de relatie met de raad als volgt: “Tijdens het referendumproces miste de referendumcommissie een goede verbinding met de gemeenteraad. Mogelijk hebben de coronamaatregelen daar een rol in gespeeld. Voor de referendumcommissie voelde het regelmatig alsof zij en de raad tegenover elkaar stonden in plaats van met elkaar samenwerkten. Ook ervaarde de referendumcommissie dat er niet altijd respectvol werd gesproken over of met de referendumcommissie”. De referendumcommissie is zoals gezegd benoemd door de gemeenteraad, die niet geheel unaniem oordeelde over de ambtelijke

28

•

voordracht van de leden. Dit leidde tot wrevel in de gemeenteraad en verdere politisering van het proces. Vervolgens hebben de coronamaatregelen fysieke ontmoetingen tussen de referendumcommissie en gemeenteraad belemmerd. De voorzitter van de referendumcommissie heeft wel een gesprek gevoerd met de griffier over de mogelijke betrokkenheid van de gemeenteraad. Er is daarna nooit een verzoek geweest vanuit de referendumcommissie of de raad om met elkaar te spreken. De gemeenteraad heeft aangegeven dat zij niet de gewenste ondersteuning voelde van de referendumcommissie. De commissie geeft aan dat er weinig met de adviezen van de commissie is gedaan. Timing referendum. Het referendum werd gelijktijdig georganiseerd met de gemeenteraadsverkiezingen. Dat heeft ervoor gezorgd dat de aandacht voor de verkiezingen gedeeld moest worden met de aandacht voor het referendum. Het referendum heeft de campagnes voor de gemeenteraadsverkiezingen enigszins overschaduwd, wat achteraf niet als wenselijk werd gezien. Wel moet worden vastgesteld dat de combinatie van referendum en gemeenteraadsverkiezingen gunstige gevolgen heeft gehad voor de opkomst van beide verkiezingen.

3.2. Referenda in Nederland Gemeentelijke referenda in Nederland kennen een lange traditie. Het eerste gemeentelijk referendum werd in 1906 gehouden in de gemeente Hillegom. Aan alle mannelijke inwoners van 21 jaar en ouder werd gevraagd of zij liever een kermis of volksfeest in hun dorp wilden. De meerderheid (57%) koos voor een volksfeest. Uiteindelijk werd er gekozen om zowel een volksfeest als kermis te organiseren. Sinds 1906 zijn er een kleine 200 referenda georganiseerd op lokaal niveau. Veelal over gemeentelijke herindelingen (114) en over de openbare ruimte (45) in de gemeente.17 Het grootste gedeelte van deze referenda waren niet-correctief en raadplegend. Dit onderscheid is belangrijk om de referendumtraditie in Nederland te duiden. Kortweg zijn er vier typen referenda mogelijk: De gemeente neemt initiatief

Inwoners nemen initiatief

Voorafgaand aan een besluit

Raadplegend nietcorrectief referendum

Raadgevend nietcorrectief referendum

Na nemen van een besluit

Raadplegend correctief referendum

Raadgevend correctief referendum

17

Van de Krieken, K. (2019).Winst of verlies? Het lokale referendum in Nederland, 1906-2018. Tilburg: TiU, pg 83.

29

Veruit de meeste lokale referenda in Nederland zijn raadplegend van aard (84,6%). Sinds 2010 neemt het aantal raadgevende referenda toe, maar blijft het raadplegend referendum – dat op initiatief van de gemeente wordt gehouden – het meest populair. Het overgrote deel van de referenda was nietcorrectief van aard, van 1906 tot 2018 zijn er slechts 30 correctieve referenda gehouden. De formulering van de vraagstelling bij een referendum blijkt een groot effect hebben op zowel de uitslag als de opkomst van een referendum. Om die reden geven onderzoekers aan dat het belangrijk is dat een onafhankelijke commissie zich hierover buigt. Een referendum met een simpele ja/neevraagstelling is zeker niet de enige mogelijkheid. In 13,5% van de referenda is gekozen voor meerdere vragen, in 35% de referenda zijn er meerdere alternatieven geboden (dat is dus vooral een optie bij een raadplegend niet-correctief referendum) en in bijna 50% is er een ja/nee-vraag gesteld. In de afgelopen vier jaar zijn de volgende referenda georganiseerd:18 • • • •

Referendum in de gemeente Leiden over het Roomburgerpark (raadgevend) Referendum in Houten over de Ruimtelijke Koers 2040 (raadgevend) Herindelingsreferenda in Grave en Landerd (beide raadplegend) Referendum in Arnhem over afvalbeleid (raadplegend)

In Leiden, Houten en Arnhem is de vorm gekozen van een referendum over concept-raadsbesluiten. Formeel gezien ging het hier om niet-correctieve referenda omdat er nog geen besluit genomen was. In de praktijk hadden bovenstaande referenda een sterk correctief karakter omdat de inzet en afwegingen van de gemeenteraad duidelijk waren voorafgaand aan het referendum. In bovenstaande gemeenten was er sprake van een permanente referendumcommissie (of referendumkamer) die de raad en het college adviseerde. De referendumverordening van Arnhem laat meerdere keuzes open. Zo staat er niets in de verordening over een referendumcommissie en is er geen subsidieregeling opgenomen. Verder vallen enkele zaken op aan de verordening uit Arnhem: • •

De vraagstelling van het referendum luidt: “Steunt u het voorgenomen raadsbesluit?”. De kiezer krijgt uitsluitend de mogelijkheid te stemmen voor 'ja' of 'nee' of kan een blanco stem uitbrengen. De raad heeft dus geen mogelijkheid om hiervan af te wijken. Het centraal stembureau besluit binnen twee weken na afloop van de termijn van zes weken, bedoeld in het eerste lid of het definitieve verzoek tot het houden van een referendum wordt toegelaten, stelt dan vast of een referendum wordt gehouden en stelt hierbij met inachtneming van het volgende lid een datum voor het referendum vast. Het primaat voor het organiseren van het referendum wordt daarmee dus weggehaald bij de gemeenteraad. Wel besluit de raad over het honoreren van het inleidend verzoek. In de praktijk besluit de raad dan over de referendabiliteit van het besluit.

18

Tevens zijn er enkele ‘volksraadplegingen’ georganiseerd. Deze werden dikwijls niet georganiseerd volgens een referendumverordening.

30

In Arnhem is deze keuze bewust gemaakt. In de toelichting op het besluit is het volgende opgenomen: In dit artikel is opgenomen dat het centraal stembureau beoordeelt of er voldoende ondersteuningsverklaringen voor het definitieve verzoek ontvangen zijn en vervolgens de datum van het referendum vaststelt. Voordeel hiervan is dat het referendumproces nog verder wordt gedepolitiseerd. Voor het landelijk referendum op basis van de Wet raadgevend referendum vervult de Kiesraad als centraal bureau ook die rol. In een hoog gepolitiseerde context is dit een interessante manier om het referendum niet verder te politiseren. De drempels waarop een referendum aangevraagd kan worden in bovenstaande gemeenten zijn redelijk vergelijkbaar met de gemeente Zoetermeer. Evenals de procedure voor het aanvragen van een referendum. Het referendum in Zoetermeer was daarom op meerdere manieren bijzonder. Er was geen permanente referendumcommissie, en het betrof een raadgevend correctief referendum. Dit maakt het referendumproces lastig te vergelijken met dat in andere gemeenten.

31

4. De inwoner van Zoetermeer In dit hoofdstuk wordt onderstaande deelvraag beantwoord: 12. Hoe verhoudt het referendum zich tot andere vormen van directe inwonersparticipatie als de Stadspeiling of een burgerforum?

4.1. Inleiding Voor gemeenten is het van belang om bestuurlijke keuzes te maken waar lokaal draagvlak voor bestaat. Het is daarvoor cruciaal om inwoners hierbij te betrekken. De ‘standaard’ inwoner bestaat echter niet: inwoners verschillen van elkaar op basis van bijvoorbeeld vertrouwen in de politiek, betrokkenheid bij de gemeente, en voorkeuren voor communicatie en participatie. Om inwoners te betrekken is het daarom van belang dit te doen op een manier die bij hen past, met als doel het ophalen van concrete inzichten en handvatten waar bestuur en beleid echt verder mee kunnen. Om te kunnen toetsen welke methode van inspraak en participatie past bij de inwoner van Zoetermeer is het daarom essentieel om de wensen van verschillende typen inwoners te begrijpen. Dit kan door middel van het ophalen van lokale data via een enquête onder het gemeentelijk panel (Zoetermeerpanel), maar ook door middel van een segmentatiemodel. 4.1.1. Leef- en belevingswereld van inwoners als uitgangspunt De Citisens betrokkenheidsprofielen zijn speciaal ontwikkeld voor gebruik door gemeenten. Op basis van big data uit gerenommeerde bronnen zoals CBS en Kadaster onderscheidt het model acht groepen inwoners die van elkaar verschillen in vertrouwen in de overheid en betrokkenheid. Voor iedere groep is een zogenaamd betrokkenheidsprofiel opgesteld.

Hierbij zijn sociaal-demografische data zoals leeftijd, opleidingsniveau en welstand gecombineerd met eigen onderzoeksdata over betrokkenheid van inwoners bij de eigen leefomgeving, hun vertrouwen in instituties en gemeente, hun participatiegedrag en communicatievoorkeuren. Zo krijgt iedere groep een gezicht: van Kritische Vernieuwers en Zelfbewuste Aanpakkers tot Zorgzame Senioren. Doordat de profielen zijn toegespitst op maatschappelijke vraagstukken biedt het een waardevol instrument voor het succesvol opstellen en uitvoeren van participatie- en communicatiestrategieën. Daarnaast is het model gekoppeld aan 6-positie postcodes. Hierdoor is het mogelijk op wijk, buurt of straatniveau in beeld te brengen met welk profiel je als gemeente te maken hebt. Zowel de samenstelling van groepen inwoners waar je als gemeente mee te maken hebt in een bepaald gebied als in de gemeente als geheel wordt op deze manier helder in kaart gebracht. 4.1.2. Betrokkenheidsprofielen De Citisensmethode onderscheidt acht verschillende profielen. Deze profielen bevatten een aantal kenmerken die het type profiel karakteriseren. Dit gaat zowel om demografische kenmerken, betrokkenheid, vertrouwen, als om voorkeuren op het gebied van participatie en communicatie. De

32

kenmerken zijn niet één-op-één te plakken op alle inwoners van een straat, buurt of wijk, maar geven wel een beeld van de wensen en behoeften op het gebied van participatie van deze groepen inwoners. Daarnaast dragen de betrokkenheidsprofielen geen waardeoordeel in zich, en zijn zij puur gericht op het in kaart brengen van de verschillende voorkeuren wat betreft betrokkenheid die bestaan onder de typen inwoners van een gemeente. In bijlage 2 worden de acht profielen kort geïntroduceerd.

4.2. De Betrokkenheidsanalyse Aan de hand van de acht betrokkenheidsprofielen is een zogenaamde betrokkenheidsanalyse van de gemeente Zoetermeer uitgevoerd. De analyse is in eerste instantie uitgevoerd op de gehele gemeente en vervolgens toegespitst op wijkniveau. De indeling van de wijken is de standaard indeling die gehanteerd wordt door het CBS. Hierbij is een ondergrens van 250 huishoudens per wijk gehanteerd, om representatieve uitspraken over de verschillende typen inwoners per wijk te kunnen doen. De wijken die geanalyseerd zijn, zijn de volgende: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Buytenwegh de Leyens (9.010 huishoudens) Centrum (11.790 huishoudens) Industriegebied (310 huishoudens) Meerzicht (8.230 huishoudens) Noordhove (3.490 huishoudens) Oosterheem (8.640 huishoudens) Rokkeveen (8.770 huishoudens) Seghwaert (7.420 huishoudens)

4.2.1. De gemeente Zoetermeer De meest voorkomende betrokkenheidsprofielen in Zoetermeer zijn Honkvaste Buurtbewoners (25%) en Geïnformeerde Gezinsdrukte (21%). Ook Gevestigde Beïnvloeders (17%) komen redelijk vaak voor in de gemeente, evenals Stadse Nomaden (15%). De minst voorkomende profielen zijn Kritische Vernieuwers (4%) en Zelfbewuste Aanpakkers (1%). In de onderstaande grafiek is de verdeling van betrokkenheidsprofielen van Zoetermeer rechts, de linkerbalk is het landelijk gemiddelde.

33

18% 17% 6%

4%

8% 1%

Gevestigde Beïnvloeders

Kritische Vernieuwers

Stadse Nomaden

6%

16%

Zorgzame Senioren

15% 10%

Zelfbewuste Aanpakkers

21% 17%

Geïnformeerde Gezinsdrukte

Eigengereide Digitalen

Honkvaste Buurtbewoners

30% 25% 25% 20% 17% 15% 11% 9% 10% 5% 0%

De Honkvaste Buurtbewoners, Geïnformeerde Gezinsdrukte en Gevestigde Beïnvloeders hebben een aantal overeenkomsten, terwijl er ook een aantal belangrijke verschillen tussen de profielen zijn. Vertrouwen Geïnformeerde Gezinsdrukte en Gevestigde Beïnvloeders hebben meer vertrouwen in de gemeente en andere instituties dan Honkvaste Buurtbewoners. Dit vertrouwen komt bij Geïnformeerde Gezinsdrukte vooral vanuit het feit dat zij het te druk hebben om te participeren en dit graag aan de gemeente overlaten. Bij de Gevestigde Beïnvloeders is de link met de gemeente sterker: zij kennen de wegen in het gemeentehuis en geloven in het instituut. Honkvaste Buurtbewoners hebben een lager vertrouwen en geloven niet dat zij invloed hebben. Betrokkenheid Qua betrokkenheid lijken Geïnformeerde Gezinsdrukte en Honkvaste Buurtbewoners meer op elkaar. Beide profielen zijn over het algemeen niet sterk actief betrokken bij de gemeente. Bij Geïnformeerde Gezinsdrukte is omdat zij het hier te druk voor hebben, terwijl het bij Honkvaste Buurtbewoners komt omdat zij niet geloven invloed uit te kunnen oefenen. Gevestigde Beïnvloeders zijn daarentegen een sterk betrokken groep, die graag met de gemeente meedenkt. Communicatie Alle drie de profielen worden het liefst door de gemeente geïnformeerd via offline kanalen, zoals een huis-aan-huis verspreidde brief of flyer.

Een bewonersbijeenkomst is vooral geschikt om Gevestigde Beïnvloeders te bereiken. Honkvaste Buurtbewoners en Geïnformeerde Gezinsdrukte zullen hier minder snel op af komen. Deze twee profielen zijn juist weer beter te bereiken via sociale media. Participatie Geïnformeerde Gezinsdrukte denkt het liefst digitaal (bijvoorbeeld via een online enquête of platform) mee met de gemeente. Het is hierbij van belang dat het niet teveel tijd kost, en niet op een vast tijdstip plaats vindt. Honkvaste Buurtbewoners en Gevestigde Beïnvloeders kiezen voor een mix van online en offline kanalen: naast een online enquête vullen zij ook graag een enquête in op papier. Daarnaast geven Gevestigde Beïnvloeders graag hun mening op een bewonersavond.

34

4.2.2. Indeling per wijk In de analyse op wijkniveau vallen enkele dingen op: •

•

Er is een grote verscheidenheid en diversiteit tussen de wijken van Zoetermeer. Binnen wijken is er echter over het algemeen vaak een dominant betrokkenheidsprofiel. In de wijk Centrum is dat het profiel Stadse Nomaden (met 33%). In de wijken Oosterheem en Rokkeveen is dat vooral het profiel Geïnformeerde Gezinsdrukte, en in de wijken Buytenweg de Leyens en Seghwaert is dat vooral het profiel Honkvaste Buurtbewoners. Dit betekent dat op wijkniveau het voor deze wijken relatief gemakkelijk is om een passende communicatie en participatie strategie voor het type profiel dat dominant is in te zetten. In andere wijken zijn het type inwoners meer verdeeld en vraagt het opzetten van een succesvol communicatie- en participatieplan meer aandacht. De meest diverse wijken zijn Meerzicht en Noordhove. In Meerzicht is sprake van 26% Honkvaste Buurtbewoners, 19% Stadse Nomaden en 19% Gevestigde Beïnvloeders. In Noordhove is sprake van 30% Honkvaste Buurtbewoners, 28% Geïnformeerde Gezinsdrukte en 24% Gevestigde Beïnvloeders.

4.3. Het instrument ‘referendum’ In onderstaande alinea’s wordt eerst de koppeling gemaakt tussen het instrument referendum en de drie meest voorkomende inwonerprofielen op basis van de Betrokkenheidsanalyse. Daarna wordt er kort gekeken naar de plek van referenda in het hele instrumentarium van inwonerparticipatie, en eventuele alternatieven. 4.3.1. Het referendum en de inwoners van Zoetermeer Op basis van de betrokkenheidsprofielen, zoals beschreven in bijlage 2 en de opkomstcijfers van het referendum, blijkt het referendum goed te passen bij de participatievoorkeuren van de inwoners van Zoetermeer. Voorwaarde hiervoor is wel dat het referendum onderdeel uitmaakt van een breder palet aan participatiemogelijkheden. Onderstaand worden een aantal aspecten uitgelicht die van belang zijn bij het organiseren van referenda, met het oog op de aanwezige betrokkenheidsprofielen in de gemeente Zoetermeer. ‘Meebeslissen’ als belangrijkste manier om te participeren Zowel de betrokkenheidsprofielen Honkvaste Buurtbewoners, Geïnformeerde Gezinsdrukte als Gevestigde Beïnvloeders voelen zich betrokken bij hun buurt of wijk. Alhoewel dit niet betekent dat alle drie de groepen zich uit zichzelf actief zullen opstellen, zullen ze zich wel aangesproken voelen door de lokale thema’s van gemeentelijke referenda. Daarnaast vinden deze groepen het belangrijk dat ze invloed kunnen oefenen.

De groepen verschillen echter in hun oordeel over de mate waarin dat nu mogelijk is. Waar Gevestigde Beïnvloeders weten hoe ze invloed uit moeten oefenen, voelen Honkvaste Buurtbewoners vaak niet deze ruimte. Een referendum is voor hen een laagdrempelige manier om als inwoner invloed te hebben op het gemeentelijke beleid. Dat is ook belangrijk voor de profielen Stadse Nomaden en Zorgzame Senioren. Zij zijn van nature minder betrokken en kunnen met een laagdrempelig instrument gemakkelijker worden gemotiveerd om hun stem te laten horen. Belangrijk is wel dat vooraf duidelijk is wat met de uitkomst van het referendum gaat gebeuren, omdat ze het belangrijk vinden de

35

resultaten van hun participatie te zien. Voor het betrokkenheidsprofiel Gevestigde Beïnvloeders is een referendum overigens niet genoeg. Zij willen breder participeren in de gemeente. Datzelfde geldt ook voor Kritische Vernieuwers. Betrekken van alle lagen van de bevolking, niet alleen de ‘usual suspects’ Een van de krachten van referenda is het betrekken van alle lagen van de bevolking, waardoor kiesgerechtigden die normaal minder vaak participeren ook bereikt worden. Traditionele vormen van participatie, zoals bijvoorbeeld de organisatie van een bewonersavond, bereiken meestal alleen oudere, hoogopgeleide en sterk in politiek geïnteresseerde inwoners19. De Gevestigde Beïnvloeders in de gemeente zal men op zo’n avond in grote getalen terugzien, terwijl andere profielen die evenveel of meer in de gemeente voorkomen ondervertegenwoordigd blijven. Een referendum is een laagdrempelig instrument dat een grotere kans van slagen heeft bij het bereiken van groepen die een lager vertrouwen in de overheid hebben (zoals de Honkvaste Buurtbewoners) of die het normaliter te druk hebben om te participeren (zoals de Geïnformeerde Gezinsdrukte). Niet tijdsintensief Eén van de grote voordelen van het referendum ten opzichte van meer traditionele vormen van inwonersparticipatie is het feit dat het, voor de inwoner, niet tijdsintensief is.

Dit verlaagt de drempel voor het type inwoner dat deze drempel normaal gesproken wel ervaart. Belangrijk hierbij is om stemmen voor een referendum zo toegankelijk mogelijk te maken. Het organiseren van het referendum tijdens een andere verkiezing is hier een uitgelezen instrument voor. In de praktijk hebben we bij het referendum echter gezien dat de gemeenteraadsverkiezingen en het referendum door elkaar heen gingen lopen waardoor beide verkiezingen niet de gewenste aandacht hebben gehad aldus de betrokkenen. De samenhang tussen verkiezingen en referendum hangt van het onderwerp af en vraagt een afweging per keer. Voor de gemeente is het belangrijk om hierin de ambtelijke tijdsinzet en kosten van een referendum mee te nemen. Referendum onder de aandacht brengen Hoe worden zoveel mogelijk inwoners geïnformeerd over het referendum en aangespoord om te gaan stemmen? Kijkend naar de betrokkenheidsprofielen in de gemeente Zoetermeer is offline communicatie hiervoor een goede eerste stap. Zowel de Honkvaste Buurtbewoners, Geïnformeerde Gezinsdrukte en Gevestigde Beïnvloeders worden het liefst geïnformeerd via een offline kanaal. Voor de Honkvaste Buurtbewoners valt hierbij te denken aan het huis-aan-huisblad, een medium dat zij vaak lezen. Geïnformeerde Gezinsdrukte heeft niet veel achtergrondinformatie nodig en wil vooral graag de belangrijkste zaken weten.

Voor dit profiel valt te denken aan een officiële flyer. Gevestigde Beïnvloeders willen wat meer informatie en zijn daarom meer gebaat bij een brief met gedetailleerde uitleg. Naast offline kanalen zijn Honkvaste Buurtbewoners en Geïnformeerde Gezinsdrukte ook goed te

19 Boogaard, G., & A. Michels, Red. (2016). G1000: Ervaringen met burgertoppen. Den Haag:

Boom; Hendriks, F., K. van der Krieken, & C. Wagenaar (2017). Democratische vloek of zegen? Aantekeningen bij het referendum. Amsterdam: Amsterdam University Press (AUP); Steur, B. F., Red. (2005). De keuze om te kiezen: Referenda in Nederland. Den Haag: Elsevier Overheid.

36

bereiken via sociale media, waarbij Facebook er bij beide profielen het meest uitspringt. Gevestigde Beïnvloeders zijn minder goed te bereiken op deze manier. 4.3.2. Inbedding in een ‘deliberatief’ proces Referenda zijn dus in essentie een goed instrument om zoveel mogelijk verschillende typen inwoners van een gemeente te betrekken. Het is daarbij de kunst om het referendum enerzijds zo laagdrempelig mogelijk te maken en het anderzijds aantrekkelijk te houden voor hen die graag op een abstracter niveau meedenken. Sommige groepen inwoners willen bij een referendum graag een eenvoudige en heldere vraag voorgelegd krijgen terwijl anderen juist vinden dat dit voorbijgaat aan de complexiteit van een bestuurlijk vraagstuk. Om te voorkomen dat de laatste groep afhaakt is het daarom essentieel dat het referendum is ingebed in een ‘deliberatief’ proces: een uitgebreid maatschappelijk debat over het referendumonderwerp. Dit is vooral belangrijk voor inwoners die een groot vertrouwen in de gemeente als instituut hebben en het belangrijk vinden dat er voorafgaand aan het opstellen van beleid weloverwogen keuzes worden gemaakt. Wanneer dit niet het geval is, zullen profielen zoals de Gevestigde Beïnvloeders het referendum als instrument snel verwerpen. Dit betekent dat een goede referendumcampagne onmisbaar is voor het welslagen van een referendum.

Een referendumcampagne waarin argumenten voor en tegen een voorstel uitgebreid worden uitgewisseld doet niet alleen recht aan de complexiteit van een besluit, maar geeft alle betrokkenen ook alle informatie die nodig is om tot een weloverwogen keuze te komen. De inbedding binnen een deliberatief proces kan ook op andere manieren. In de Kadernota Samenspraak (uit januari 2020) wordt beschreven op welke manier de gemeente het gesprek met inwoners vorm wil geven.20 Volgens deze nota is een initiatiefvoorstel of referendum geen onderdeel van de samenspraak, terwijl het een niet los van het ander kan worden gezien. Bij een goed doorlopen samenspraak-proces zal een beleidsvoorstel immers minder weerstanden ontmoeten en is de kans dus kleiner dat inwoners behoefte hebben aan het aanvragen van een referendum.21 Hieronder worden enkele vormen onderscheiden van participatie, anders dan de representatieve democratie. Een referendum of een stadspeiling De gemeente Zoetermeer maakt jaarlijks gebruik van het middel ‘stadspeiling’. Op deze manier haalt de gemeente informatie op over de wensen van beleid. In 2020 heeft de gemeente dat onder andere gedaan over participatie, de bekendheid van de slogan en maatschappelijke ondersteuning. Het uitvoeren van een stadspeiling kan onderdeel zijn van een samenspraakproces, maar is geen vervanger

20

Gemeente Zoetermeer. Kadernota samenspraak, 2020. Overigens is het ook mogelijk om de uitkomsten van een deliberatief proces met een referendum voor te leggen aan een breder publiek. Zo wordt momenteel in Amsterdam Oost via een deliberatief proces een burgerbegroting opgesteld, waar alle kiesgerechtigde inwoners later in een referendum een uitspraak over kunnen doen. 21

37

van het huidige referendum. Het belangrijkste verschil is de positie in het proces, en de rol van de inwoner.

Een stadspeiling

Een referendum

Raadplegend

Raadgevend (of raadplegend)

Voor/tijdens opstellen van beleid

Na vaststellen van beleid

Passend bij de inwonersamenstelling van Zoetermeer volgens de Betrokkenheidsprofielen

Passend bij de inwonersamenstelling van Zoetermeer volgens de Betrokkenheidsprofielen

Onderdeel van de agendavorming

Onderdeel van de besluitvorming

De stadspeiling en het referendum verschillen in doel, moment van uitvoer en in achtergrond. Waar een referendum primair een middel is van de inwoners en gemeenteraad, en daarmee inherent politiek, is een stadspeiling, zoals deze vorm is gegeven in Zoetermeer een beleidsvormingsinstrument.22 De Betrokkenheidsprofielen hebben laten zien dat een groot deel van de inwoners van de gemeente Zoetermeer vooral behoefte heeft aan laagdrempelige inspraak. Verder gebruik van een stadspeiling is dan wellicht te overwegen. Een burgerberaad, inspraak, samenspraak en het uitdaagrecht Een burgerberaad is een proces waarin (over het algemeen gelote) burgers de overheid helpen om besluiten te nemen. Het is een uitbreiding van de democratie die we kennen. Het burgerberaad vervangt de gekozen politici niet. Een burgerraad wordt over het algemeen ingezet bij de agendavorming om de richting van beleid vast te stellen met een grotere groep inwoners. Inspraak wordt toegepast als de wet dit verplicht, zoals bijvoorbeeld bij de specifieke procedures in het omgevingsrecht. In die gevallen volgt de gemeente de wettelijke regels voor participatie en de mogelijkheid tot het indienen van bezwaar of een zienswijze en het instellen van beroep en hoger beroep bij de rechter. Aanvullend hierop past Zoetermeer samenspraak toe voorafgaand aan de

22

In de gemeente Grave is in 2018 een peiling georganiseerd over aanstaande herindeling. (zie https://www.omroepbrabant.nl/nieuws/2668611/in-grave-hebben-ze-een-verkiezing-een-referendum-en-eenopiniepeiling) De naam peiling is hier ietwat onduidelijk. Feitelijk was dit een raadplegend referendum gelijktijdig georganiseerd met de verkiezingen (en het referendum over de Wiv).

38

wettelijke procedure van inspraak, in een vroeg stadium van plan - en beleidsontwikkeling. Het gemeentebestuur (raad of college) weegt bij haar besluiten alle belangen af. Hierbij horen ook de oplossingen, ideeën en belangen die in de samenspraak naar voren zijn gekomen. In de Participatieverordening staan de participatieregels die Zoetermeer hanteert. Over uitdaagrecht bestaat geen eenduidige definitie, maar in het algemeen gaat het over het overnemen van een gemeentelijke taak of het uitvoeren van een idee of een plan. Er zijn drie kenmerken van uitdaagrecht: 1. Het initiatief komt van inwoners 2. Het is bedoeld voor mede-inwoners (dus niet individueel) 3. Het gaat om een taak (of een deel), waar de gemeente budget voor heeft Het uitdaagrecht gaat dus niet over beleidsvorming/agendavorming of over besluitvorming maar richt zich op de uitvoering van beleid. In onderstaand schema zijn de vier alternatieve vormen van participatie uiteengezet. Interessant hierbij is de collectiviteit van de instrumenten. Een stadspeiling, referendum en inspraak zijn over het algemeen individuele wijze van inspraak terwijl een burgerberaad (en in bepaalde mate ook uitdaagrecht) een collectief instrument is. Dit leidt tot andere uitkomsten, maar ook tot meer onderling begrip en draagvlak en kan dus ook op die manier worden ingezet.

Een bijzondere mengvorm zien we de afgelopen jaren steeds vaker; een deliberatief proces in de vorm van een burgerberaad waarna de uitkomsten per ‘referendum’ (of peiling etc.) worden voorgelegd aan een bredere groep. Dit combineert de denkkracht van inwoners over hun eigen leefomgeving, met het bredere draagvlak in de samenleving. Niveau individueel

collectief

Fase agendavorming

stadspeiling23

burgerberaad

besluitvorming

referendum

inspraak en samenspraak

uitvoering

uitdaagrecht

Hanteer een passende en diverse instrumentenkoffer Zoals blijkt uit de Betrokkenheidsprofielen, bestaat dé inwoner van Zoetermeer niet. Verschillende inwoners hebben verschillende behoeften betreffende participatie. Een referendum kan daar een

23

De stadpeiling wordt ook gebruikt als middel om te evalueren en mening te peilen van inwoners en bedrijven. Het is niet louter een instrument dat wordt ingezet voor beleidsvorming.

39

belangrijke rol in spelen, mits het niet de enige manier is waarop inwoners mee kunnen praten. Een instrumentenkoffer waar verschillende typen inwoners, de voor hen meest passende instrumenten uit kunnen gebruiken past bij een gemeente die participatie als speerpunt heeft.

40

Bijlage 1. Bronnen Bronvermelding Voor bronvermeldingen verwijzen wij naar de voetnoten in de lopende tekst.

Interviews Datum

Organisatie

Deelnemende functionarissen

22 september 2022

Gemeente Zoetermeer

Burgemeester

22 september 2022

Gemeente Zoetermeer

Huidige bestuursadviseur van de burgemeester

22 september 2022

Gemeente Zoetermeer

Griffier

26 september 2022

Gemeente Zoetermeer

Gemeentesecretaris

28 september 2022

Referendumcommissie Zoetermeer

Referendumcommissie Voorzitter Lid Ambtelijk secretaris

26 september 2022

Gemeente Zoetermeer

Afvaardiging van de gemeenteraad

27 september 2022

Gemeente Zoetermeer

Projectleider verkiezingen

27 september 2022

Gemeente Zoetermeer

Senior juristen (JaBo)

27 september 2022

Gemeente Zoetermeer

Beleidsadviseur afvalinzameling

28 september 2022

Gemeente Zoetermeer

Communicatieadviseur

28 september 2022

Gemeente Zoetermeer

Bestuursadviseur van de burgemeester ten tijde van het referendum (voormalig projectleider)

18 oktober 2022

Gemeente Zoetermeer

Afdelingsmanager JaBo

18 oktober 2022

Gemeente Zoetermeer

Projectleider referendum

15 december 2022

Gemeente Zoetermeer

Beleidsadviseur subsidies

Geen ter zake doende affiliatie

4 subsidieaanvragers (telefonisch)

41

Bijlage 2. Betrokkenheidsanalyse Eigengereide Digitalen “Wij krijgen geen invloed” In het kort: • • • •

Leeftijd tot 40 jaar Laag inkomen, heeft vaak parttime/flexibele baan Opleidingsniveau lager dan gemiddeld Starters met fun, gericht op mode en uitgaan

De Eigengereide Digitalen zijn een jonge groep. Zij houden via sociale media, apps en online discussiegroepen contact met gelijkgestemden. In maatschappelijke thema’s zijn ze minder geïnteresseerd. Ze voelen zich betrokken bij hun gemeente, maar hebben een laag vertrouwen in de overheid en geloven dat politici ‘er vooral voor zichzelf zitten’. Ze voelen zich over het algemeen niet vertegenwoordigd. De groep scoort bovengemiddeld op het ontvangen van informatie van de gemeente via sociale media, en levert hun bijdrage ook graag op deze manier. Ze vinden het belangrijk dat wanneer zij participeren er iets concreets te kiezen valt en ze hierover mee kunnen beslissen. Daarnaast zijn redenen voor hen om te participeren bijvoorbeeld het ontmoeten van anderen en er zelf iets van leren.

Geïnformeerde Gezinsdrukte “Druk met het gezin” In het kort: • • • •

Leeftijd tussen 30 en 65 jaar Hoog inkomen, heeft een goede baan Opleidingsniveau hoger dan gemiddeld Gezinnen met jonge kinderen

Geïnformeerde Gezinsdrukte is goed op de hoogte van wat er speelt in hun directe omgeving, maar is vaak te druk om actief betrokken te zijn. Ze zijn voornamelijk bezig met hun werk en hun kinderen, en participeren alleen als het hen op dat moment uitkomt. Hun vertrouwen in de gemeente en andere instituties is gemiddeld. De groep vindt het belangrijk dat wanneer zij participeren, ze ergens over mee kunnen beslissen en knopen door kunnen hakken. Het liefst doen ze dit via een online platform. Geïnformeerde Gezinsdrukte

42

zal niet snel uit zichzelf participeren omdat dit er tussen de bedrijven door al snel bij inschiet, maar wanneer zij direct aangesproken worden om mee te denken én er is een moment voor in hun agenda, dan zullen zij dit wel doen.

Gevestigde Beïnvloeders “Ik ken de wegen” In het kort: • • • •

Leeftijd 45 jaar en ouder Hoog opgeleid, werkt als manager of consultant Groep met het hoogste inkomen Interesse in sport en cultuur

De Gevestigde Beïnvloeders zijn een zeer betrokken groep, bij zowel lokale als nationale onderwerpen. Zij willen graag invloed hebben en weten ook hoe ze dit kunnen bereiken: zij kennen ‘de wegen’ in het gemeentehuis. Het politiek bestuurlijke speelveld is voor hen belangrijker dan het maatschappelijke speelveld. Hun vertrouwen in de gemeente, politieke instituties en de democratie is groot. Ze geloven in de ‘maakbaarheid’ van de samenleving en voelen zich goed vertegenwoordigd door de politiek. Gevestigde Beïnvloeders doen graag mee aan een fysieke bewonersbijeenkomst. Ze vinden het belangrijk dat er wat te kiezen valt, en oefenen op bijeenkomsten graag invloed uit op het beleid. Ook email is een goed middel om deze groep te bereiken. Ze vinden het belangrijk om samen met buurtbewoners iets te doen om hun buurt te verbeteren.

Honkvaste Buurtbewoners “Het is wat het is” In het kort: • • • •

Leeftijd tussen 45 en 65 jaar Inkomen lager dan gemiddeld Opleidingsniveau lager dan gemiddeld Gezinnen en empty nesters, zijn sterk verbonden met hun wijk/buurt

Honkvaste Buurtbewoners voelen zich sterk verbonden met familie en vrienden, die ook in de buurt wonen. Ze wonen vaak al lag op dezelfde plek en voelen zich daarom betrokken bij hun buurt, wijk en gemeente. Zij doen bijvoorbeeld vaak mee aan een handtekeningenactie. Honkvaste Buurtbewoners hebben een laag vertrouwen in de gemeente en andere instituties. Zij geloven dat ‘het niks uitmaakt’ wat zij doen, waardoor de wil om te participeren ook laag is. Honkvaste Buurtbewoners worden het liefst geïnformeerd door de gemeente via het huis-aan-huisblad of via de lokale krant. Hun participatiestijl is reactief, ‘als ik gevraagd word’ is voor hen een belangrijk

43

motief om te participeren. Dit doen zij bijvoorbeeld door het invullen van een papieren enquête.

Kritische Vernieuwers “Wij denken vooruit” In het kort: • • • •

Leeftijd tussen 30 en 50 jaar Hoogst opgeleide groep, ambitieus Bovengemiddeld inkomen Aandacht voor voeding, leefstijl, milieu en klimaat

De Kritische Vernieuwers zijn een zeer betrokken en actieve groep. Dit uit zich bijvoorbeeld in het ondernemen van maatschappelijke en politieke actie. Ze zijn de groep met het hoogste vertrouwen in de overheid en voelen zich gehoord en gerepresenteerd door politici. Ze geloven in de maakbaarheid van de samenleving en omarmen innovatie. Hun betrokkenheid bij lokale politiek is gemiddeld. Kritische Vernieuwers denken graag mee over nieuwe beleidsvoorstellen. De groep is bereid op een hoger, abstract niveau mee te denken over een onderwerp. Hun informatie ontvangen ze het liefst via een digitale nieuwsbrief. Actief bijdragen aan een project of initiatief doen zij het liefst online: deze groep is bijvoorbeeld vaak lid van een inwonerpanel. Hun voornaamste reden om te participeren is het graag willen oplossen van een probleem.

Stadse Nomaden “Loopt prima zo” In het kort: • • • •

Leeftijd tot 40 jaar Hoog opgeleid, is vaak (nog) single Laag inkomen, maar ook weinig vaste lasten Sterk verbonden met vrienden en gelijkgestemden, minder met hun wijk/buurt

Stadse Nomaden wonen vaak nog maar kort op de plek waar zij wonen, bijvoorbeeld omdat ze er studeren of omdat het in de buurt is van hun eerste baan. Zij zijn daarom minder betrokken bij hun eigen buurt of wijk en houden zich meer bezig met wat er op nationaal niveau gebeurt. Ze hebben een hoog vertrouwen in de overheid, maar zijn niet uit zichzelf geneigd om mee te denken of doen. Ze zijn bovengemiddeld maatschappelijk actief op sociale media en online platforms. Deze groep ontvangt informatie vanuit de gemeente dan ook het liefst via sociale media. Ook meedenken doen zij het liefst online, bijvoorbeeld op een online platform. De voornaamste redenen om te participeren voor

44

hen zijn het ontmoeten van anderen en er iets van willen leren.

Zelfbewuste Aanpakkers “Wij doen het zelf” In het kort: • • • •

Leeftijd 55 jaar en ouder Opleidingsniveau gemiddeld, selfmade doeners (mkb, boerenbedrijf) Inkomen hoger dan gemiddeld Spil van het verenigingsleven

De Zelfbewuste Aanpakkers zijn een betrokken groep die zich actief inzet voor het eigen dorp, zowel maatschappelijk als politiek. Het is een groep die de handen uit de mouwen steekt en snel geneigd is zelf zaken op te pakken. Het vertrouwen dat zij hebben in de gemeente is gemiddeld. Zij lossen liever zelf iets op, dan dat zij aankloppen bij de gemeente. Zelfbewuste Aanpakkers helpen graag mee in de uitvoering van werkzaamheden binnen de gemeente: meedoen is voor hen belangrijk. Daarnaast bezoeken zij graag een bewonersbijeenkomst om geïnformeerd te worden over de aanpassingen in hun leefomgeving. Ze vinden het belangrijk om samen met buurtbewoners de buurt een fijne plek te maken.

Zorgzame Senioren “Wat ik nog kan doe ik”

In het kort: • Leeftijd 65 jaar en ouder • Opleidingsniveau lager dan gemiddeld, woont in dorp/kern • Inkomen het laagst van alle groepen • Sober leven, geen verspilling Zorgzame Senioren tonen weinig betrokkenheid bij hun eigen leefomgeving. Ze doen wat ze nog kunnen qua participatie, maar hun fysieke gesteldheid is vaak een beperking. Daarnaast merken zij dat mensen ‘minder naar elkaar omkijken dan vroeger’. Als ze iets doen, doen zij dit vaak door een politieke partij te benaderen. Ze hebben weinig vertrouwen in instituties en voelen zich niet vertegenwoordigd door (vooral de landelijke) politiek. De groep wordt het liefst geïnformeerd via het huis-aan-huisblad of via de lokale krant. Participeren vinden ze lastig, omdat ze fysiek beperkt worden of geen vertrouwen hebben in het eigen kunnen. Wanneer deze groep meedenkt doen zij dit het liefst door een papieren enquête in te vullen.

45

46

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=3cf42f90-88c0-4c8a-a15b-a9d53f5cdc0a