Bijlage 2 - Maatschappelijke kostenbaten analyse De game en de knikkers
Tekst van het document
Naast een museumbezoek zijn er veel andere onderdelen van het cultuuronderwijs die waarde hebben, zoals een bezoek aan een andere culturele instelling (theater) of workshops die door medewerkers van culturele instellingen op school worden gegeven. We nemen aan dat in het totale lesprogramma van dertig weken, één van deze dertig weken wordt ingevuld door het museumbezoek. Dat betekent dat in de praktijk gemiddeld één dertigste deel, ofwel vijftig euro per leerling per jaar, toe te schrijven is aan het schoolbezoek naar het museum.
4.2 Sociale waarde van het Nationaal Videogame Museum Op basis van het jaarlijkse aantal leerlingen dat een schoolbezoek bracht aan het Nationaal Videogame Museum, en de eerdergenoemde kengetallen uit ander onderzoek, kunnen we de sociale waarde globaal inschatten. Op deze wijze berekend, bedraagt deze in totaal 100 duizend euro (zie tabel 4.1). Dit totale bedrag is echter niet hetzelfde als welvaartswinst. Ook in een situatie zonder het aanbod voor leerlingen bij het Nationaal Videogame Museum is het waarschijnlijk dat een groot deel van de leerlingen alternatief cultureel aanbod had opgezocht (bijvoorbeeld bij andere musea in de regio of vergelijkbare musea elders). Voor de berekening van het welvaartseffect is ervan uitgegaan dat dit bij 75% van de leerlingen het geval is. Wel is het aannemelijk dat onder andere vanwege -----------37
Larsen, V., Marlet, G., in samenwerking met Berenschot en Oberon (2007). Maatschappelijke kosten-batenanalyse Brede School. Utrecht: Atlas voor gemeenten.
33
De game en de knikkers
langere reistijd voor vergelijkbare alternatieven de duur van een bezoek met leerlingen korter zou zijn en bijvoorbeeld de kans op aanvullende lesuren lager, waardoor het effect ook lager zou worden. Daarom is aangenomen dat het effect 75% bedraagt van het effect van een bezoek aan het Nationaal Videogame Museum. Met deze aannames komt het totale welvaartseffect via de sociale waarde uit op 44 duizend euro. Daarbij moet wel de kanttekening worden geplaatst dat deze inschatting gebaseerd is op kengetallen uit (internationale) studies en grove aannames.
Tabel 4.1 De sociale waarde voor de gemeente Zoetermeer en de rest van Nederland
Aantal leerlingen Kental per leerling per jaar
Totaal
Voor Zoetermeer
Voor de rest van NL
2.000
1.400
600
€ 50
€ 50
€ 50
Totale waarde
€ 100 duizend
€ 70 duizend
€ 30 duizend
Welvaartseffect
€ 44 duizend
€ 31 duizend
€ 13 duizend
Het welvaartseffect van 44 duizend euro is deels voor de gemeente Zoetermeer en deels voor de rest van Nederland. Deze verdeling hangt af van de herkomst van de schoolbezoeken. Op basis van de door het museum zelf geleverde inschatting weten we dat circa 70% van de schoolbezoeken afkomstig is van leerlingen uit de gemeente Zoetermeer, en de overige 30% uit de rest van Nederland.
34
De game en de knikkers
5 Optiewaarde 5.1 Theoretisch kader Steden met een groot en gevarieerd cultureel aanbod zijn over het algemeen populaire woonlocaties. Die steden hebben de grootste aantrekkingskracht op verhuizende huishoudens, met in hun kielzog bedrijven. In steden met een groot en divers cultureel aanbod gaat het economisch vaak beter. Het feit dat mensen graag in de buurt willen wonen van cultureel aanbod komt tot uitdrukking in de optiewaarde; de waarde die mensen hechten aan de mogelijkheid om spontaan, op elk moment van de dag en week, een culturele activiteit te beleven. Die optiewaarde vertaalt zich in een grotere betalingsbereidheid voor een (woon)locatie in de buurt van culturele instellingen en activiteiten. Huizenkopers zijn bereid om voor de aanwezigheid van musea in de buurt, met name cultuurhistorische en beeldende-kunstmusea, een hogere prijs te betalen. Dat duidt erop dat mensen waarde hechten aan de mogelijkheid om een museum te bezoeken, of dat ze er waarde aan hechten dat familie, vrienden en andere gasten een museum kunnen bezoeken, of dat ze simpelweg identiteit en status ontlenen aan een woning in de buurt van een museum. Hoe dan ook, het simpele feit dat er musea in de buurt zijn, wordt door sommige mensen dus gewaardeerd. De mensen voor wie dit geldt, blijken vervolgens wel relatief dicht bij dat museum te willen wonen, in ieder geval binnen dezelfde gemeente.
Berekening van de optiewaarde Voor het hele landelijke culturele aanbod in Nederland is eerder een hedonische prijsanalyse uitgevoerd. Dit is een wetenschappelijk gangbare methode om de waarde van amenities in te schatten, die ervan uitgaat dat mensen de voor- en nadelen van een bepaalde woonlocatie meewegen in hun bereidheid om te betalen voor een woning op een dergelijke locatie.38 Met een regressieanalyse is achterhaald welke factoren verschillen in grond- en huizenprijzen tussen woonlocaties in Nederland verklaren. Daarmee wordt niet alleen duidelijk welke factoren statistisch significant samenhangen met de verschillen in huizenprijzen tussen woonlocaties, maar ook wat de bereidheid (willingness to pay) van mensen is om te betalen voor die factoren, zoals musea.
-----------38
Rosen, S. (1974). Hedonic prices and implicit markets: product differentiation in pure competition, in: Journal of Political Economy, 82, pp.34-55; Roback, J. (1982). Wages, rents, and the quality of life, in: Journal of political economy, 90, p.1257-1278.
35
De game en de knikkers
Doorgaans gebruiken we een model uit eerder onderzoek naar de aantrekkingskracht van steden, en uit een samenwerkingsproject met het Centraal Planbureau over de waarde van ‘stad en land’. Een versie van de resultaten uit dit model is gepubliceerd in Regional Studies.39 Uit de modelschatting uit dit onderzoek blijkt dat naast de bereikbaarheid van banen (en de nabijheid van een treinstation) ook diverse voorzieningen ertoe doen bij het verklaren van verschillen in huizenprijzen tussen woonlocaties in Nederland. Zo bieden de nabijheid van culturele voorzieningen, de nabijheid van winkels, het aantal cafés en de culinaire kwaliteit van de restaurants in de stad een significante verklaring. Mensen zijn niet bereid meer te betalen voor de nabijheid van élke vorm van cultureel aanbod, maar wel voor de nabijheid van musea voor beeldende kunst, cultuurhistorische musea, uitvoeringen in de podiumkunsten en filmhuizen.
5.2 Optiewaarde van het Nationaal Videogame Museum Uit eerder onderzoek blijkt dat mensen niet voor elke vorm van cultureel aanbod bereid zijn om meer te betalen voor een woning in de buurt. Alleen cultuurhistorische musea en musea voor beeldende kunst hebben een empirisch aangetoond verband met de huizenprijzen in Nederland. Gezien het bijzondere karakter van het Nationaal Videogame Museum is het niet vanzelfsprekend dat mensen bereid zijn meer te betalen voor een woning in de buurt. Om te bepalen of mensen voor de collectie van het Nationaal Videogame Museum bereid zijn om meer te betalen, zou verder onderzoek gedaan moeten worden dat niet binnen de scope van dit huidige onderzoek valt. Bovendien is in eerdere onderzoeken tot heden voor de optiewaarde uitgegaan van het volledige culturele aanbod in de gemeente,40 of van een groep van musea.41 In hoeverre één museum invloed heeft op de bereidheid om te betalen voor een woning in de omgeving is tot op heden dus nog niet berekend. Tot slot heeft het Nationaal Videogame Museum tot op heden geen vaste locatie gehad. Het is om deze reden niet aannemelijk dat mensen in hun vestigingsbeslissing tot nu toe rekening hebben gehouden met de aanwezigheid van het museum in de buurt.
-----------39
Garretsen, H., & Marlet, G. (2017). Amenities and the attraction of Dutch cities. Regional Studies, 51(5), 724-736.
40
Zie o.a.: Ponds, R., Marlet, G., Woerkens, C. van (2019). Het belang van kunst en cultuur voor Amersfoort. De relatieve omvang en maatschappelijke waarde van het culturele aanbod in Amersfoort. Utrecht: Atlas voor gemeenten; Marlet, G., Ponds, R., Poort, J., Woerkens, C. van (2018). De waarde van cultuurstad Utrecht. Een maatschappelijke kostenbatenanalyse van de cultuuruitgaven. Utrecht: Atlas voor gemeenten.
41
Zie: Blaker, N., Burema, F., Poort, J. (2023). Een schat van waarde. De maatschappelijke waarde van musea in de Gooi en Vechtstreek. Amsterdam: Atlas Research.
36
De game en de knikkers
De combinatie van deze factoren zorgt ervoor dat er geen kencijfers voorhanden zijn die in dit onderzoek gebruikt zouden kunnen worden om de optiewaarde van het museum te berekenen. Hiervoor zou verder onderzoek moeten worden uitgevoerd om na te gaan of en in welke mate de aanwezigheid van het museum meespeelt in de betalingsbereidheid voor woningen in de gemeente. Dit past niet binnen de scope van dit huidige onderzoek. Voor dit onderzoek gaan we ervan uit dat de optiewaarde geen of een minimale bijdrage levert aan de maatschappelijke waarde van het Nationaal Videogame Museum.
37
De game en de knikkers
38
De game en de knikkers
6 Bestaanswaarde 6.1 Theoretisch kader De gebruikswaarde (hoofdstuk 2) van kunst en cultuur gaat – de naam zegt het al – uit van de waarde die de feitelijke ‘gebruikers’ aan kunst en cultuur hechten. De sociale waarde (hoofdstuk 4) gaat uit van de waarde voor educatieve bezoekers en de economische waarde (hoofdstuk 3) gaat uit van de waarde van bezoekers aan het museum op de omgeving. Deze drie waarden gaan dus uit van de waarde van feitelijke ‘gebruikers’. De optiewaarde (hoofdstuk 5) gaat er per definitie vanuit dat er een fysieke plek is waar mensen van kunst en cultuur kunnen genieten, los van de vraag of ze dat ook echt doen. De optiewaarde beperkt zich met andere woorden tot de locatiegebonden waardering voor kunst en cultuur. Er zijn diverse redenen om aan te nemen dat via die gebruikers en locaties niet de volledige maatschappelijke waarde van kunst en cultuur in beeld komt. Het is aannemelijk dat ook mensen die nooit naar een museum gaan, en ook niet op een bepaalde locatie willen wonen omdat daar veel musea zijn, waarde hechten aan het bestaan van de Nederlandse musea, kunstcollecties en erfgoed. Ook deze mensen zouden het waarschijnlijk vervelend vinden als het Rijksmuseum zijn deuren moest sluiten of als een prominent Nederlands kunstwerk wordt gestolen of beschadigd.
Kennelijk is er dus nog een andere waarde van het bestaan van kunst en cultuur dan (de optie op) het genot van het gebruik ervan. Die bestaanswaarde is moeilijk grijpbaar, maar heeft waarschijnlijk te maken met een gevoel van trots op de nationale collectie en de bijdrage die deze levert aan de nationale identiteit. Voor het Nationaal Videogame Museum zal ook een bestaanswaarde uitgaan van de museumcollectie. Die lastig grijpbare bestaanswaarde laat zich in berekeningen moeilijk apart houden van de gebruiks- en optiewaarde. Het gaat hier immers om de waarde die mensen hechten aan het bestaan van kunst en cultuur, terwijl ze daar geen gebruik van maken of er niet dichtbij in de buurt (willen) gaan wonen. Die waarde is met andere woorden niet af te lezen uit het gedrag van mensen. Om een inschatting te kunnen maken van dat deel van de bestaanswaarde van kunst en cultuur is er behoefte aan een inschatting van de waarde die mensen hechten aan onze nationale kunstcollectie, het oeuvre aan Nederlandse films, het behoud van Nederlands erfgoed et cetera. Vaak erkennen we dat er een bestaanswaarde is, maar kwantificeren en monetariseren we deze niet. In eerder onderzoek heeft Atlas Research de bestaanswaarde van de musea in
39
De game en de knikkers
de stad Utrecht empirisch onderzocht en ingeschat.42 De cruciale vraag daarbij was wat de extra maatschappelijke waarde was (los van de gebruikswaarde en de optiewaarde) van het in publieke handen hebben en houden van de collectie van die musea, en van het voorkomen van vernietiging van kunst en erfgoed. Finse onderzoekers43 hebben ook op basis van een enquête uitgezocht dat de gemiddelde bereidheid om te betalen voor het bestaan en/of in stand houden van een museum hoger ligt dan de feitelijke bijdrage van de (lokale) belastingbetaler, en veel hoger is dan wat aan de kassa van dat museum betaald wordt. Deze bevindingen wijzen in de eerste plaats op het bestaan van een consumentensurplus (gebruikswaarde) en optiewaarde. Interessant is echter dat de helft van de mensen die de Finse enquête invulde, aangaf nooit naar het museum te gaan – en van deze groep gaf de helft aan wel te willen betalen voor het in stand houden van dat museum. Dit duidt vermoedelijk op een bestaanswaarde van musea, al zou een deel ook nog een uitdrukking kunnen zijn van de optiewaarde.
Berekening van de bestaanswaarde Omdat er geen cijfers waren over de bestaanswaarde van de (collectie van de) Nederlandse musea ontwikkelde Atlas Research voor de stad Utrecht een enquête naar het Finse voorbeeld. In de Utrechtse enquête is gevraagd naar de bereidheid van inwoners om te betalen om een eventuele (hypothetische) sluiting van de Utrechtse musea en om vernietiging van bepaalde kunstwerken of erfgoedlocaties te voorkomen. Uit de resultaten bleek dat mensen die nooit een kunstwerk of erfgoedlocatie hadden gezien of bezocht, toch bereid waren te betalen om vernietiging te voorkomen. Ook waren de Utrechtse inwoners bereid te betalen om te voorkomen dat de Utrechtse musea zouden moeten sluiten, te voorkomen dat de collectie uit publieke handen zou verdwijnen, en te voorkomen dat de collectie elders in het land in publieke handen terecht zou komen. Slechts een deel van die betalingsbereidheid kan exclusief toegeschreven worden aan de bestaanswaarde. Op basis van de bevindingen in Utrecht is een verhouding uitgerekend tussen het totaal van de optiewaarde en gebruikswaarde enerzijds, en de bestaanswaarde anderzijds. De bestaanswaarde van de musea in Utrecht kwam uit op ongeveer een kwart (24%) van de totale gebruikswaarde plus optiewaarde.
-----------42
Marlet, G., Ponds, R., Poort, J., van Woerkens, C., (2018). De waarde van cultuurstad Utrecht. Utrecht: Atlas voor gemeenten.
43
Tohmo, T. (2004). Economic value of a local museum: Factors of willingness-to-pay, Journal of Socio-Economics, 33,
pp. 229-240.
40
De game en de knikkers
6.2 Bestaanswaarde van het Nationaal Videogame Museum Om de werkelijke bestaanswaarde te berekenen van het Nationaal Videogame Museum zou een grootschalige enquête nodig zijn. Dit valt echter buiten de scope van dit onderzoek. In eerder onderzoek hebben we gebruikgemaakt van een schatting van een ongeveer een kwart (24%) van de gebruikswaarde plus optiewaarde. In het huidige onderzoek is het echter mogelijk dat deze methode tot zowel een overschatting als een onderschatting leidt. Doordat we de optiewaarde in dit onderzoek niet berekenen, zou het nemen van een deel van de gebruikswaarde en optiewaarde als bestaanswaarde zorgen voor een onderschatting. Bovendien is het Nationaal Videogame Museum het enige museum in Nederland dat haar collectie gericht heeft op videogames. Het wegvallen van dit museum zou dus niet alleen een vermindering van de totale collectie in dit segment betekenen in Nederland, maar het wegvallen van het hele segment. Ook dit is een argument voor het vermoeden dat bovengenoemde methode mogelijk tot een onderschatting van de bestaanswaarde leidt. Anderzijds kan het vanwege het specifieke aanbod van het Nationaal Videogame Museum juist ook zo zijn dat bovengenoemde methode leidt tot een overschatting. De vraag is of men aan de collectie van het Nationaal Videogame Museum een vergelijkbare waarde hecht als aan meer traditionele kunstvormen.
Een reden hiervoor zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat, hoewel het Nationaal Videogame Museum het enige museum in Nederland is met deze collectie, er in het buitenland meer musea zijn met vergelijkbare collecties. Het wegvallen van de collectie in Nederland zou daarmee niet direct betekenen dat de collectie compleet verdwijnt. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld een schilderij van Rembrandt dat uniek is in de wereld. Vanwege deze onzekerheden zijn we van mening dat we binnen de scope van het huidige onderzoek geen monetaire inschatting kunnen geven van de bestaanswaarde van het Nationaal Videogame Museum. Het is mogelijk dat er een bestaanswaarde is, maar hoe groot deze zou zijn, laten we in de berekening van de totale maatschappelijke waarde van het Nationaal Videogame Museum om deze reden op PM.
41
De game en de knikkers
42
De game en de knikkers
7 Overzicht maatschappelijke kosten en baten Voor dit onderzoek naar de maatschappelijke baten van het Nationaal Videogame Museum in Zoetermeer hebben we een berekening gemaakt van de gebruikswaarde, economische waarde en sociale waarde van het museum. Verder hebben we een beeld gegeven van de optiewaarde en de bestaanswaarde zonder deze in het kader van dit onderzoek te monetariseren. We hebben hierbij gebruikgemaakt van gegevens en inschattingen aangeleverd door het museum zelf, aangevuld met kengetallen uit andere studies en schattingen. In dit hoofdstuk kijken we naar de totale maatschappelijke waarde van het Nationaal Videogame Museum voor de gemeente Zoetermeer en de rest van Nederland, inventariseren we welke baten nog ontbreken en bespreken we de kosten. Bovendien geven we een indicatie van hoe recent ingevoerde veranderingen of toekomstplannen van het museum invloed zouden kunnen hebben op de maatschappelijke waarde van het museum.
7.1 De baten tegenover de kosten In hoofdstuk 2 tot en met 4 zijn de maatschappelijke baten van het Nationaal Videogame Museum onderzocht door de gebruikswaarde, economische waarde en sociale waarde te berekenen. Niet alle potentiële positieve welvaartseffecten konden worden gemonetariseerd, door een gebrek aan gegevens of omdat verder onderzoek nodig is naar de beste wijze om deze mogelijke effecten te berekenen. In tabel 7.1 wordt dat met “PM” aangegeven: mogelijk zijn er op die punten nog aanvullende baten. Voor Zoetermeer komen de in geld uitgedrukte maatschappelijke baten bij elkaar opgeteld uit op een ondergrens van 584 duizend euro. Hierbij zijn de maatschappelijke baten uit werkgelegenheid en vrijwilligers niet zijn meegeteld. Als we die wel meetellen komen we uit op een bovengrens van 599 duizend euro aan (in geld uitgedrukte) maatschappelijke baten voor de gemeente. De in geld uitgedrukte maatschappelijke baten voor de rest van Nederland komen uit op 557 duizend euro. In totaal is de jaarlijkse maatschappelijke waarde van het Nationaal Videogame Museum 1,1 miljoen euro (zonder effecten uit werkgelegenheid en vrijwilligers) tot 1,2 miljoen euro (inclusief effecten uit werkgelegenheid en vrijwilligers).
43
De game en de knikkers
Tabel 7.1 Maatschappelijke baten van het Nationaal Videogame Museum in duizenden euro’s Zoetermeer
Rest Nederland
Totaal
387
531
918
167 tot 182
12
179 tot 194
Sociale waarde
31
13
44
Optiewaarde
PM
PM
PM
Bestaanswaarde
PM
PM
PM
584 tot 599
557
1.100 tot 1.200
Gebruikswaarde Economische waarde
Totale waarde
Om een saldo te berekenen zetten we doorgaans de jaarlijkse kosten in de vorm van overheidssubsidies tegenover de jaarlijkse maatschappelijke baten. De gemeentelijke subsidies zouden dan tegenover de totale baten voor Zoetermeer worden gezet, en de Rijkssubsidies tegenover de totale baten voor de rest van Nederland. Wanneer de subsidies lager zijn dan de maatschappelijke baten is er sprake van een positief saldo, en zijn de uitgaven aan het museum vanuit welvaartseconomisch perspectief te rechtvaardigen. Het is dan belangrijk dat de inschatting van de jaarlijkse kosten representatief is voor andere jaren, en een redelijke inschatting is van de gemiddelde te verwachten kosten. Omdat het Nationaal Videogame Museum nog in ontwikkeling is op weg naar een permanente plek in de stad, fluctueren de gemeentelijke subsidies nog erg per jaar en is een saldo berekenen gebaseerd op 2023 niet representatief voor het saldo in andere jaren. De structurele gemeentelijke subsidie voor het museum was in 2023 ruim 336 duizend euro. Er was echter ook een incidentele subsidie in 2023 van 514 duizend euro omdat het museum noodgedwongen moest verhuizen naar een tijdelijke plek – zonder deze investering was het museum er mogelijk helemaal niet meer geweest in Zoetermeer.
Het is niet de verwachting dat een half miljoen aan incidentele gemeentelijke subsidies in een jaar voor het museum representatief is voor de langere termijn. Het plan van de gemeente is momenteel om in de komende jaren een permanente plek te vinden waar het museum naartoe verhuist. Die verhuizing zal weer incidentele kosten met zich meebrengen voor de gemeente. Idealiter zouden we in deze situatie de gemiddelde structurele en incidentele gemeentelijke subsidies voor het Nationaal Videogame Museum over een langere periode uitrekenen, en deze tegenover de uitgerekende jaarlijkse maatschappelijke baten zetten. Dit valt echter buiten de scope van dit huidige onderzoek.
44
De game en de knikkers
Wat betreft het saldo van het Nationaal Videogame Museum kunnen we nu dus geen representatieve uitkomst geven. Wat we wel kunnen concluderen is dat het museum een positief maatschappelijk saldo zou genereren voor Zoetermeer als de gemiddelde jaarlijkse uitgaven onder de 584 duizend euro blijven. In 2023 ontving het Nationaal Videogame Museum een subsidie van ongeveer 55 duizend euro met betrekking tot de inzet van een combinatiefunctionaris vanuit de gemeente. Deze subsidie wordt echter vanuit het Rijk gefinancierd in het kader van de brede SPUK (specifieke uitkering), gericht op gezondheid, sport- en beweegstimulering, cultuurparticipatie en het versterken van de sociale basis.44 Binnen dit kader kunnen gemeenten budget aanvragen voor sport-, beweeg- en cultuurstimulering. Omdat deze subsidie dus indirect uit het Rijk komt, zijn deze kosten voor de rest van Nederland. In 2023 zijn er verder geen subsidies vanuit het Rijk naar het museum gegaan. Ook volgens de jaarrekening van 2022 en 2021 zijn er geen andere (substantiële) subsidies vanuit het Rijk gekomen. Het maatschappelijk saldo van het Nationaal Videogame Museum voor de rest van Nederland is dus positief, en komt uit op jaarlijks ongeveer een half miljoen euro.
Het belang van de waarde voor de bezoeker Zoals uit voorgaande paragrafen blijkt, is de waarde van het Nationaal Videogame Museum voor de bezoeker doorslaggevend in het maatschappelijke saldo van het museum. Met andere woorden: het plezier van de bezoeker is het grootste goed. In de berekening van deze waarde telt de gebruikswaarde voor 66% mee in de totale waarde voor inwoners van Zoetermeer, en voor 95% in de waarde voor inwoners in de rest van het land.
7.2 De impact van toekomstplannen De maatschappelijke baten die we hebben berekend voor dit onderzoek zijn representatief voor de huidige situatie van het museum. Toekomstige ontwikkelingen kunnen deze waarde positief of negatief beïnvloeden. Ten eerste neemt het museum vanaf februari 2024 deel aan het Kunstmenu in Zoetermeer, wat betekent dat alle groepen 5 van alle scholen in Zoetermeer een educatief programma zullen gaan volgen in het museum.45 Voor 2024 worden 6.000 leerlingen verwacht in het museum, een driemaal zo groot aantal als in deze analyse
-----------44
Zie Bestuurlijke afspraken Brede Regeling Combinatiefuncties 2023-2026: https://open.overheid.nl/documenten/ronl-437a5599f4a07e90a8fc8e84370edaff56383707/pdf.
45
Activiteitenplan Nationaal Videogamemuseum 2024.
45
De game en de knikkers
is gebruikt. Dit betekent ook dat de sociale waarde van het museum daarmee mogelijk driemaal zo groot zal worden. Hiernaast verhuist het museum in de nabije toekomst naar een vaste locatie. Wanneer het museum langere tijd op één plek staat, kan het zijn dat het mee gaat spelen in de vestigingsbeslissingen van mensen, en daarmee de optiewaarde. Hoewel we op basis van eerdere onderzoeken niet kunnen zeggen of de nabijheid van een museum met een vergelijkbare collectie als het Nationaal Videogame Museum daadwerkelijk een vestigingsfactor kan zijn voor mensen, zou het mogelijk positief bijdragen aan de optiewaarde, en daarmee de maatschappelijke waarde, van het museum. Verder zou de nieuwe, vaste locatie mogelijk een kleiner vloeroppervlak hebben dan de huidige locatie. Wanneer dit ervoor zorgt dat de bezoekersaantallen krimpen, zal dit effect hebben op de gebruikswaarde en economische waarde, die beide zouden dalen. Dit zou leiden tot een lagere maatschappelijke waarde van het museum. Dit is echter alleen het geval wanneer de locatiewijziging leidt tot lagere bezoekersaantallen. Tot slot is de beoogde nieuwe locatie eigendom van de gemeente. Om deze reden zouden opportuniteitskosten van het pand aan de kostenkant van de kosten-batenanalyse meegenomen moeten worden.
Immers, wanneer de gemeente het pand niet beschikbaar zou stellen voor de huisvesting van het Nationaal Videogame Museum, zou het op een andere manier gebruik kunnen maken van het pand door het bijvoorbeeld te verhuren. Deze gemiste opbrengsten, ten opzichte van de opbrengsten uit verhuur aan het Nationaal Videogame Museum, zouden dan als kosten mee moeten worden gerekend om tot een volledig saldo van de maatschappelijke kosten en baten van het Nationaal Videogame Museum te komen.
46