Bijlage 2 - Gloflo Flexwoningen Ruimtebaan
Tekst van het document
3. Parkeren en Mobiliteit Gezien het plan nog concept is en nog niet duidelijk is wat er precies gebouwd gaat worden hierbij een voorlopig advies ten aanzien van parkeren. De 0,6 norm voor de < 40m2 lijkt redelijk. De 0,9 voor de 40-70 m2 lijkt te hoog. Als er minder woningen komen doordat de norm te hoog is, is ons advies om voor een lagere norm en meer woningen te gaan. Voor sociaal boven 40m2 is geen onderverdeling gemaakt, waardoor de norm onnodig hoog lijkt. De parkeernorm voor sociale huurwoningen boven de 40 m2 komt uit de vastgestelde gemeentelijke nota parkeernormen en uitvoeringsregels 2019. Dit is vaststaand beleid dat tot op heden voor alle woningbouwinitiatieven wordt toegepast. Het aanpassen van de parkeernorm is daarmee meer iets dat op gemeentelijk niveau zou moeten worden besproken in plaats van op dit projectniveau. Of de parkeernorm van 0,9 bij flexwoningen van meer dan 40 m2 te hoog is, is iets dat de praktijk zal moeten uitwijzen. Flexwoningen zijn geen ‘reguliere’ sociale huurwoningen en zijn bestemd voor specifieke doelgroepen, waardoor het voorstelbaar is dat de werkelijke parkeerbehoefte lager zal uitvallen. In paragraaf 5.6 van deze onderbouwing is al aangegeven dat door dubbelgebruik van bewoners- en bezoekersparkeren de parkeernorm iets lager zal uitvallen.
Daarnaast worden niet direct alle parkeerplaatsen aangelegd, maar wordt groene ruimte gereserveerd voor het eventueel in latere fase aanleggen van grasbetontegels waarop geparkeerd kan worden. Als blijkt dat de parkeernorm inderdaad te hoog blijkt voor dit type woningen, dan kan dat eventueel aanleiding zijn om beleidsmatig de nota parkeernormen en uitvoeringsregels hierop voor de hele stad aan te passen. 4. Verkeersgeneratie Artikel 6.10d uit de Omgevingsverordening schrijft voor dat nieuwe ruimtelijke ontwikkeling rekening houden met de gevolgen voor de bereikbaarheid in en rondom het plangebied. Paragraaf ‘3.6 Verkeersgeneratie’ is nog niet volledig uitgewerkt in het plan. Echter verwachten wij niet dat de ontwikkeling problemen zal opleveren voor de verkeersafwikkeling. Het onderdeel verkeersgeneratie is inmiddels uitgewerkt en opgenomen in paragraaf 5.6 van deze onderbouwing. Ook de gemeente komt tot de conclusie dat geen problemen te verwachten zijn bij de verkeersafwikkeling. 5. Verbeteren huidige oversteek Ruimtebaan bij gebruik door meer fietsers en voetgangers Artikel 6.20a uit de Omgevingsverordening schrijft voor dat bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het bestemmingsplan rekening gehouden wordt met het belang en verbetering van het hoofdfietsnetwerk en lange afstandswandelpaden.
Om bij de regionale en provinciale fietsroute (richting Zegwaartseweg en het centrum) te komen, moeten fietsers vanuit het plangebied de Ruimtebaan oversteken. De verkeersveiligheid van de huidige oversteek kan/moet verbeterd worden als er veel meer gebruik van wordt gemaakt door fietsers en voetgangers. Fietsers die de Ruimtebaan moeten oversteken kunnen hiervoor gebruik maken van de bestaande oversteek met vrijliggend fietspad. De gemeente Zoetermeer voert momenteel – in verband met een verwachte toename van het aantal auto- en fietsverkeersbewegingen - onderzoek uit naar het aanleggen van een rotonde ter plekke, met daarbij een vrijliggende fietsoversteek aan de noordzijde en westzijde. Een concept inrichtingstekening is al beschikbaar, voor de beeldvorming wordt deze alvast met de provincie gedeeld:
68
6. Onderhandse opmerkingen: • Cijfers over aantal fietsbewegingen en fietsparkeren ontbreken nog. • Wayfinding naar bushalte dient op orde zijn. In paragraaf 5.6 van deze onderbouwing is nu ook informatie opgenomen over de fietsbereikbaarheid en het fietsparkeren. 7. Verder vragen wij nog aandacht voor het in het bestemmingsplan rekening houden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering alsmede bodemdaling. In paragraaf 8.3 van deze onderbouwing is nu een motivering opgenomen voor het aspect ‘klimaatadaptatie’. Zowel de risico’s van klimaatverandering als de risico’s van bodemdaling komen hierin aan bod. Hoogheemraadschap van Rijnland Het Hoogheemraadschap van Rijnland is betrokken geweest tijdens het ontwerpproces, met name om te beoordelen of de oplossing voor het creëren van extra waterberging akkoord is. Extra waterberging is noodzakelijk vanwege de extra verharding dat ontstaat als gevolg van de planontwikkeling. In paragraaf 5.5 van deze onderbouwing is nader ingegaan op het aspect water.
9.4
Bindend adviesrecht gemeenteraad
Op basis van artikel 16.15 tot en met artikel 16.16 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad aangeven voor welke buitenplanse omgevingsplanactiviteiten hij als adviseur moet worden aangewezen. Dit betekent dat de gemeenteraad een advies met instemming moet verlenen voordat het college een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan verlenen. 69
Als de raad niet instemt met de gevraagde omgevingsvergunning dan moet het college deze weigeren. Hierbij geldt altijd dat iedere keuze goed moet worden gemotiveerd. Om van deze mogelijkheid in de wet gebruik te maken moet de gemeenteraad expliciet besluiten voor welke buitenplanse omgevingsplanactiviteiten een advies met instemming van de raad nodig is. Op 21 september 2020 heeft de gemeenteraad een lijst met buitenplanse omgevingsplanactiviteiten vastgesteld waarvoor advies met instemming van de gemeenteraad nodig is. Één van die activiteiten is het realiseren van nieuwe bebouwing voor het wonen en daarmee samenhangende bebouwing. Zodra meer dan 25 zelfstandige woningen worden gebouwd is advies met instemming van de gemeenteraad verplicht. De realisatie van flexwoningen valt binnen deze activiteit.
9.5 Vaststellingsprocedure Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de flexwoningen is de reguliere procedure op grond van titel 4.1 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Dit betekent dat binnen acht weken een besluit moet worden genomen door het college van Burgemeester en wethouders. Deze termijn mag eenmalig met zes weken worden verlengd, waardoor de totale proceduretijd 14 weken bedraagt. Tegen het besluit staat achtereenvolgens bezwaar, beroep en hoger beroep open.
70