CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1b - Bestemmingsplan Du Meelaan 578-582, 588 - Toelichting

Raadsvergadering 6 april 2021, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Du Meelaan 578 – 582, 58818.419 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Du Meelaan 578-582, 588 Zoetermeer

Inhoudsopgave Toelichting

Toelichting Hoofdstuk1

4 Inleiding

5

1.1

Ligging en begrenzing plangebied

5

1.2

Aanleiding

5

1.3

Vigerend bestemmingsplan

6

1.4

Coördinatie bestemmingsplan en omgevingsvergunning

6

1.5

Leeswijzer

7

Hoofdstuk2

Planbeschrijving

8

2.1

Bestaande situatie

8

2.2

Toekomstige situatie

9

Hoofdstuk3

Beleidskaders

12

3.1

Rijksbeleid

12

3.2

Provinciaal beleid

14

3.3

Regionaal beleid

20

3.4

Gemeentelijk beleid

21

Hoofdstuk4

Omgevingsaspecten

29

4.1

Bedrijven en milieuzonering

29

4.2

Verkeer en parkeren

30

4.3

Luchtkwaliteit

34

4.4

Geluid

36

4.5

Archeologie en cultuurhistorie

38

4.6

Bodemkwaliteit

40

4.7

Externe veiligheid

42

4.8

Natuur

44

4.9

Water

46

4.10

Bezonning

46

4.11

Windhinder

47

4.12

Duurzaamheid

48

4.13

Milieu-effectrapportage

49

Hoofdstuk5

Juridische planbeschrijving

50

5.1

Inleidende regels

50

5.2

Bestemmingsregels

50

5.3

Algemene regels

50

5.4

Overige regels

50

5.5

Overgangs- en slotregels

51

Hoofdstuk6

Uitvoerbaarheid

52

6.1

Financiële uitvoerbaarheid

52

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

52

Du Meelaan 578-582, 588 Zoetermeer versie vastgesteld 2/55

Hoofdstuk7

Handhaving

Bijlagen Bijlage 1

Kavelpaspoort

Bijlage 2

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Bijlage 3

Akoestischonderzoek

Bijlage 4

Akoestischonderzoek - maximale invulling

Bijlage 5

Quickscan Flora en Fauna

Bijlage 6

Archeologisch bureauonderzoek

Bijlage 7

Bodemonderzoek

Bijlage 8

Stikstofdepositieonderzoek

Bijlage 9

Bezonningsstudie

Bijlage 10

Bezonningsonderzoek - maximale invulling plangebied

Bijlage 11

Windhinderonderzoek

Du Meelaan 578-582, 588 Zoetermeer versie vastgesteld 3/55

54

Toelichting

Du Meelaan 578-582, 588 Zoetermeer versie vastgesteld 4/55

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Ligging en begrenzing plangebied

Het voornemen is om op de locatie aan de Du Meelaan 578-582, 588 in Zoetermeer een woongebouw te ontwikkelen waarbinnen maximaal 72 appartementen worden gerealiseerd. Op dit moment zijn op deze locatie twee bedrijfsgebouwen aanwezig. Het westelijk gelegen gebouw staat leeg. Het oostelijk gelegen gebouw is in gebruik als autoverhuurbedrijf. In figuur 1.1 is de begrenzing van het plangebied op een luchtfoto weergegeven.

Figuur 1.1. Plangebied weergegeven op een luchtfoto

1.2

Aanleiding

De betreffende percelen zijn reeds in 2019 verworven door de initiatiefnemer met de wens om woningbouw te ontwikkelen. Op 14 oktober 2019 heeft de gemeenteraad het kavelpaspoort (zie bijlage 1) met de kaders voor het plan vastgesteld. In dit paspoort staan de woningtypes en de doelgroepen beschreven (jongeren, middeninkomens en empty nesters). Daarnaast is met behulp van het paspoort de parkeernorm en maximale bouwhoogte bepaald. Planuitwerkingskader (PUK) Bovendien is binnen de gemeente een planuitwerkingskader uitgewerkt waarin de voorwaarden zijn opgenomen waaraan het plan dient te voldoen om de gemeentelijke publiekrechtelijke medewerking te verkrijgen. De gemeente Zoetermeer heeft middels het 'Plan uitwerkingskader Du Meelaan' aangeven op welke wijze vorm en inhoud kan worden gegeven aan de planontwikkeling. Op basis van het PUK is het plan nader uitgewerkt.

Du Meelaan 578-582, 588 Zoetermeer versie vastgesteld 5/55

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan 'Palenstein', zoals vastgesteld op 19 juli 2013 door de gemeenteraad van Zoetermeer. Volgens het bestemmingsplan kent het plangebied een bestemming 'Bedrijf' waar bebouwing met een hoogte van 12 meter is toegestaan, zie figuur 1.2. Het bestemmingsvlak mag voor 75% worden bebouwd. Ter plaatse van deze gronden is het niet toegestaan om woningen te realiseren. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken dient daarom een planologische procedure worden doorlopen. Het voorliggende bestemmingsplan is om deze reden opgesteld. Dit bestemmingsplan maakt de beoogde woningbouwontwikkeling planologisch mogelijk.

Figuur 1.2. Uitsnede vigerend bestemmingsplan

1.4

Coördinatie bestemmingsplan en omgevingsvergunning

In het kader van de realisatie van de ontwikkeling wordt de coördinatieregeling toegepast. Met de coördinatie van bestemmingsplan en de omgevingsvergunning vinden de voorbereiding, de terinzageleggingen voor de zienswijzenprocedure en de beroepsprocedure gelijktijdig plaats (zie figuur 1.4). Dit leidt niet alleen tot snellere besluitvorming, maar voor belanghebbenden heeft deze coördinatie als voordeel dat exact duidelijk is op welke wijze het bouwplan is uitgewerkt binnen de kaders die het bestemmingsplan biedt.

Du Meelaan 578-582, 588 Zoetermeer versie vastgesteld 6/55

Figuur 1.3. Coördinatieregeling bestemmingsplan en omgevingsvergunning

1.5

Leeswijzer

Hoofdstuk 1 vormt de inleiding op het plan. Vervolgens is in hoofdstuk 2 het plan nader toegelicht. In hoofdstuk 3 komen het beleid en algemene regels van het rijk, de provincie en de gemeente aan de orde. In hoofdstuk 4 is aandacht besteed aan verschillende omgevingsaspecten, zoals archeologie en cultuurhistorie, ecologie, water en milieu. Per aspect zijn de van toepassing zijnde regelgeving en het beleid beschreven. Vervolgens zijn de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken opgenomen. Hoofdstuk 5 behelst de juridische planbeschrijving. Hoofdstuk 6 gaat in op de uitvoerbaarheid.

Du Meelaan 578-582, 588 Zoetermeer versie vastgesteld 7/55

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Bestaande situatie

Het plangebied is gelegen aan de Du Meelaan in Zoetermeer. De locatie ligt in de jaren 60 wijk Palenstein. Het is de oudste wijk van de New Town Zoetermeer. De wijk is ontworpen als een hoogbouwwijk. Het heeft in de afgelopen 10 jaar een ingrijpende herstructurering ondergaan. Dat heeft er voor gezorgd dat een aantal "hoogbouwflats "zijn vervangen door grondgebonden woningen en appartementen blokken. Het plangebied omvat twee percelen, namelijk de percelen zoals kadastraal bekend als gemeente Zoetermeer onder sectie B, nummers 5558 en 5638. Gezamenlijk hebben de percelen een oppervlakte van circa 2.880 m2. Langs de noordzijde ligt het Randstadrailtraject van en naar het centrum van Zoetermeer. Het plangebied ligt op loopafstand van het Randstadrailstation en op enkele minuten fietsen van de binnenstad van Zoetermeer. Het plangebied wordt ontsloten via de Du Meelaan. Via de Australiëweg kan de A12 worden bereikt. De Dorpsstraat is bereikbaar via de Osylaan. Het Stadshart is voor de auto bereikbaar via de Europaweg. En direct door een fiets- en voetbrug vanuit de Du Meelaan.

Figuur 2.1. Ligging plangebied in Zoetermeer

In de huidige situatie zijn ter plaatse van het plangebied twee gebouwen aanwezig, zie figuur 2.2.

Du Meelaan 578-582, 588 Zoetermeer versie vastgesteld 8/55

Figuur 2.2. Aanzicht huidige bebouwing (Bron: Google Maps)

In de Rand van Palenstein is de bebouwing meestal een stuk jonger dan de wijk zelf (jaren 70 en 80). Daarnaast zijn hier voornamelijk niet-wonen functies beland. De woongebouwen in deze zone kenmerken zich als solitaire wooncomplexen. Het is met name geschikt voor een woonmilieu met groenstedelijk wonen. Dat is een interessante mix van grondgebonden stadswoningen en appartementen (intense laagbouw en woontorens in parken) waarbij nieuwe groen (collectieve) ruimtes de basis vormen voor de woonkwaliteit. Het plangebied is vanwege de ligging ten opzichte van het Stadshart en het openbaar vervoer bij uitstek geschikt voor woningzoekenden met een voorkeur voor een stedelijke leefstijl.

2.2

Toekomstige situatie

Het voornemen bestaat om de bestaande bebouwing te slopen en daarvoor in de plaats één woongebouw te realiseren. In het gebouw zullen circa 49 tot maximaal 72 appartementen worden gerealiseerd. Het gaat om zowel koopwoningen als middenhuur woningen. De doelgroep van de woningen betreft jongeren, middeninkomers en empty nesters. Het oppervlakte van de woningen kan varieren en is afhankelijk van het uiteindelijke bouwplan. Op het moment dat voornamelijik wordt voorzien in appartementen groter dan 75 m2 gbo zullen waarschijnlijk vooral empty nesters geïnteresseerd zijn in de woningen. Indien ook in kleinere appartementen wordt voorzien dan zullen mogelijk meer starters en middeninkomers geïnteresseerd zijn. De bebouwing zal een hoogte krijgen van maximaal 40 meter. In figuur 2.3 is ter illustratie een situatietekening van een mogelijke situatie van de beoogde bebouwing opgenomen.

Du Meelaan 578-582, 588 Zoetermeer versie vastgesteld 9/55

Figuur 2.3. Indicatieve situatietekening beoogde situatie (Bron: Venster Architecten, 27 mei 2020)

Binnen het plangebied wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid (zie ook paragraaf 4.2) en wordt aandacht besteed aan een groene inpassing. Met deze opzet sluit de ontwikkeling aan bij de gewenste herstructurering van de wijk Palenstein en het realiseren van een gezinsvriendelijke stadswijk met ruimte voor individualiteit en verscheidenheid. De beoogde ontwikkeling draagt hieraan bij. De woningen worden voorzien van buitenruimtes (balkons). In figuur 2.4 is ter illustratie het beoogde beeld vanaf de zuidwestzijde van het gebouw weergegeven.

Du Meelaan 578-582, 588 Zoetermeer versie vastgesteld 10/55

Figuur 2.4. Indicatieve uitstraling beoogde situatie vanuit de zuidwestzijde van het plangebied (Bron: Venster Architecten, 6 mei 2020)

Du Meelaan 578-582, 588 Zoetermeer versie vastgesteld 11/55

Hoofdstuk 3

Beleidskaders

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Dit besluit legt nationale ruimtelijke belangen vast. Het beleid is erop gericht om het aantal regels terug te dringen. De ruimtelijke onderwerpen van nationaal belang zijn daardoor beperkt. Hierdoor is onder andere de aanwijzing van nationale landschappen vervallen. Het Rijk maakt bijvoorbeeld geen landsdekkende woningbouwafspraken meer, alleen nog in de Noord- en Zuidvleugel van de Randstad. Het Rijk benoemt alleen nog landelijke doelstellingen om de woningmarkt goed te laten werken. Het landschapsbeleid gaat ook naar de provincies. Provincies en gemeenten zijn volgens het kabinet beter op de hoogte van de situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties. Daardoor kunnen zij beter afwegen wat er met een gebied moet gebeuren. Op dit moment legt het Barro geen restricties op voor de onderhavige locatie. 3.1.2

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Op 13 maart 2012 stelde de Minister van Infrastructuur en Milieu de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vast. Eén van de belangrijkste beleidsdoelen is een gezonde en veilige leefomgeving als basisvoorwaarde voor burgers en ondernemers. Dit wordt vooral vertaald in het verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water), bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's. Om toekomstige kosten en maatschappelijke schade te voorkomen, moeten bij ruimtelijke en infrastructurele ontwikkelingen de milieueffecten worden afgewogen. Het Rijk heeft 13 nationale belangen aangewezen. Het Rijk richt zich daarbij op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de belangen voor Nederland als geheel, zoals de hoofdnetwerken voor personen- en goederenvervoer (waaronder buisleidingen), energie en natuur, alsook ondergrond en ruimte voor militaire activiteiten. Ook waterveiligheid en milieukwaliteit (lucht, geluid, bodem, water en externe veiligheid) horen daarbij, evenals de bescherming van ons werelderfgoed (zoals de Waddenzee en de Nieuwe Hollandse Waterlinie). Buiten deze belangen bestaat beleidsvrijheid voor decentrale overheden, zoals de gemeente.

Voor wat betreft nationaal belang 8 (“verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem en water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's”) wordt verwezen naar de milieuonderzoeken, zoals die in Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten aan de orde komen. Voor wat betreft nationaal belang 9 (“ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling”) wordt verwezen naar paragraaf 4.9 Water. In paragraaf 4.5 Archeologie en cultuurhistorie wordt aandacht besteed aan archeologie en de cultuurhistorische waarden in het gebied; dit raakt aan nationaal belang 10 (“ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuur-historische waarden en natuurlijke kwaliteiten”). Nationaal belang 13 behelst een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming. Vraaggericht programmeren en realiseren van verstedelijking door provincies, gemeenten en marktpartijen is nodig om groei te faciliteren, te anticiperen op stagnatie en krimpregio's leefbaar te houden. Ook dient de ruimte zorgvuldig te worden benut en overprogrammering te worden voorkomen. Om beide te bereiken, is een ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Zie hierna onder paragraaf 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2012). Du Meelaan 578-582, 588 Zoetermeer versie vastgesteld 12/55

3.1.3

Besluit ruimtelijke ordening (2012)

Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Overheden die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk willen maken, moeten standaard een aantal stappen doorlopen die borgen dat tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkeling wordt gekomen. Ruimtelijke besluiten moeten aandacht besteden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking (SER ladder). De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Relatie tot het plangebied In 2019 is een nieuwe Woningbehoefteraming (WBR) gemaakt door de provincie Zuid-Holland. Volgens deze raming is tot 2030 behoefte aan 3.300 nieuwe woningen in de gemeente Zoetermeer, zie ook paragraaf 3.2.3. Ook regionaal is behoefte aan nieuwe woningen (Woonvisie Woningmarktregio Haaglanden 2017-2021).

De verwachting is dat er tot 2025 ruim 50.000 huishoudens bijkomen in de regio Haaglanden. Onder hen bevinden zich met name veel jonge huishoudens in de leeftijd van 25 tot 40 jaar (circa 14.000), jonge ouderen van 55 tot 75 jaar (27.351) en ouderen van 75 jaar en ouder (circa 22.000). Het aantal huishoudens in de leeftijd van 40 tot 55 jaar neemt daarentegen juist met circa 11.000 af. Voor de regio betekenen deze cijfers dat er in de komende jaren een aanzienlijke bouwopgave ligt om iedereen aan een goede woning te helpen. Een opgave waarbij de focus zich richt op zowel eengezinswoningen als op gestapelde woningbouw. Dit laatste vanwege de verwachte toename van het aantal kleinere huishoudens. Voorliggend plan voorziet enkel in de realisatie in gestapelde woningbouw op een binnenstedelijke locatie en sluit daarmee aan op de regionale doelstellingen. De gemeente Zoetermeer ziet dat de woningmarkt kleinschaliger is geworden en de woningmarkt richt zich op meer segmenten (Woonvisie Zoetermeer, 2015). De gemeente streeft er onder andere naar betaalbare woningen voor iedereen te realiseren, duurzaam te bouwen en prettige en gewilde woonwijken te realiseren. Belangrijk is dat wordt voorzien in kwaliteit. Dit kan onder meer door in te zetten op het creëren van gewilde woonmilieus: rustig stedelijke en dorpse in plaats van de veel minder gewenste suburbane.

De druk op de woningmarkt in Zoetermeer is groot en neemt snel toe. Er zijn zo'n 700 woningen per jaar nodig om aan de behoefte te voldoen (Versnellingsagenda woningbouw, 2018). Zoetermeer wil 10.000 woningen bouwen en er wordt gezocht wordt naar mogelijkheden om dit aantal op termijn uit te breiden tot in totaal 16.000 woningen (Woningbouwagenda, 2017). Het woningbouwprogramma richt zich vooral op jongeren, middeninkomens en zogenoemde empty-nesters.

Geconcludeerd wordt dat er in kwantitatieve voldoende behoefte bestaat aan maximaal 72 appartementen.

Du Meelaan 578-582, 588 Zoetermeer versie vastgesteld 13/55

3.1.4

Regeerakkoord 2017 – 2021

In het regeerakkoord 2017 – 2021, 'Vertrouwen in de toekomst' is het regeringsbeleid voor de komende jaren vastgelegd. Hierin zijn de belangrijkste doelstellingen voor het beleid van de regering in haar regeringsperiode opgenomen. Voor komende periode is het doel om: 1. meer nieuwe koop- en huurwoningen te bouwen; 2. voldoende koop- en huuraanbod voor specifieke groepen te realiseren; en 3. flinke stappen te zetten voor de verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. Het kabinet zal in overleg met medeoverheden, woningcorporaties en andere stakeholders afspraken maken over het aanjagen van de woningbouwproductie. Doelgroepen en differentiatie zijn eveneens onderdeel van de opgave. Het woningaanbod moet meebewegen met de veranderende eisen en wensen. Dat heeft implicaties voor het type woning dat moet passen bij ieders financiële mogelijkheden (zoals sociale huurwoningen, midden-huurwoningen en koopwoningen) en woningen die zijn toegesneden op doelgroepen als ouderen, alleenstaanden, statushouders, starters, gehandicapten en studenten. Relatie tot het plangebied De beoogde woningen zijn in principe bestemd voor jongeren, middeninkomens en empty nesters. Wanneer minder appartementen worden gerealiseerd zal het oppervlak van de woningen groter zijn (voornamelijk groter dan 75 m2 gbo) en zullen waarschijnlijk voornamelijk empty nesters geïnteresseerd zijn in de woningen.

Wanneer meer appartementen worden gerealiseerd zal het oppervlakte van de woningen iets kleiner zijn en zullen mogelijk meer starters en middeninkomers geïnteresseerd zijn. Het voorgenomen plan draagt in beide gevallen bij aan het doel om nieuwe koop- en huurwoningen te realiseren en is hiermee in lijn met het regeerakkoord 2017 - 2021.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Zuid-Holland

Per 1 april 2019 is de Zuid-Hollandse Omgevingsvisie in werking getreden. In de Omgevingsvisie is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Er is daarom geen eindbeeld voor 2030 of 2050 opgenomen, maar de maatschappelijke opgaven zijn vertaald in ambities. In de Omgevingsvisie zijn zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving bepaald: 1. Naar een klimaatbestendige delta Het inrichten van de fysieke leefomgeving op een manier waarop deze klimaatbestendig blijft. Voorbeelden daarvan zijn: meer ruimte bieden aan water en het rekening houden met de impact van klimaatverandering bij nieuwe ruimtelijke projecten. 2. Naar een nieuwe economie: the next level De stap van fossiele economie naar een circulaire economie in 2050, met grote gevolgen voor onder andere het haven-industrieel complex en de glastuinbouw. Er wordt ingezet op bijvoorbeeld digitalisering en een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving. 3. Naar een levendige meerkernige metropool De stap naar een gezonde, sociale en duurzame samenleving. Er moet een fors aantal woningen worden gerealiseerd en de woonvoorraad dient te worden verduurzaamd.

Ook zullen steden met elkaar verbonden moeten worden tot één metropolitaan gebied. In dit gebied zullen we moeten inzetten op het versterken van het leef- en vestigingsklimaat. 4. Energievernieuwing Zuid-Holland wil de fossiele bronnen vervangen door hernieuwbare bronnen. Er worden Du Meelaan 578-582, 588 Zoetermeer versie vastgesteld 14/55

maatregelen genomen om energie te besparen en het gebruik van aardgas drastisch te verminderen. Ook wordt ingezet op innovatie: nieuwe mogelijkheden voor energiegebruik uit wind, zon, biomassa, water en aardwarmte. 5. Best bereikbare provincie De provincie moet optimaal verbonden zijn en blijven met regionale, landelijke en internationale centra. Er worden verkeersknelpunten aangepakt en de mobiliteitssector kan schoner worden gemaakt en verduurzaamd. Ook wordt ingezet op OV, gebruik van de fiets en vervoer over water. 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Een groene leefomgeving draagt bij aan een gezonde leefstijl van de inwoners van de provincie, maar het landschap en de biodiversiteit staat ook onder druk door het groeiend aantal inwoners, economische ontwikkeling en klimaatverandering. De kwaliteit van de leefomgeving kan worden versterkt door natuur, water, recreatie, landbouw, cultureel erfgoed en economie in samenhang te bezien. Voor het realiseren van maatschappelijke belangen wordt vanuit bovenstaande vernieuwingsambities gewerkt en vanuit opgaven in gebieden. Daarnaast wordt vanuit twaalf samenhangende opgaven de zorg voor een goede omgevingskwaliteit ingevuld. Per opgave zijn de beleidskeuzes aangegeven. Beleid ruimtelijke kwaliteit De inzet van de provincie is dat ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit.

Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening ('handelingskader ruimtelijke kwaliteit'). De kwaliteitskaart en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen de volgende uitgangspunten: De aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meer of mindere mate passend is. In een agrarisch gebied passen stedelijke functies als woonwijken of bedrijventerreinen niet bij de aard en zijn daarmee gebiedsvreemd. De schaal van een gebied ('korrelgrootte') bepaalt of een ontwikkeling al dan niet past bij die schaal. Het 'laadvermogen' van een coulisselandschap is immers anders dan dat van een open veenweidepolder. Een ontwikkeling die past bij de schaal en aard van een gebied heeft in beginsel weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid.

Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact van nieuwe ontwikkelingen en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. Dit geldt eveneens naarmate de kwaliteit van een gebied bijzonderder of kwetsbaarder is. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling. Inpassing. Dit betreft een gebiedseigen ontwikkeling, passend bij de schaal en aard van het landschap. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied of de herstructurering van een woonbuurt. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks. De rol van de provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met bijzondere kwaliteit. Uitgangspunt is dat bij inpassing een ontwikkeling volledig past binnen de richtpunten. Aanpassing. Dit betreft een ontwikkeling die niet past bij de aard of de schaal van een gebied en daarmee niet geheel past binnen de richtpunten. Voorbeelden zijn een beperkt aantal nieuwe woningen in het buitengebied, een nieuw landgoed en de verbreding van een provinciale weg.

De rol van de provincie zal zich, afhankelijk van het type gebied en Du Meelaan 578-582, 588 Zoetermeer versie vastgesteld 15/55

het type ontwikkeling, vooral richten op het toewerken naar een kwalitatief optimaal resultaat, Ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen zijn nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. Transformatie. Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat een nieuw landschap of stedelijk gebied ontstaat. De ontwikkeling past niet bij de aard en schaal van het gebied. Dit is bijvoorbeeld het geval bij uitleglocaties voor woningbouw en bedrijventerrein of de aanleg van grootschalige recreatiegebieden. Bij transformatieopgaven is bijna altijd een provinciaal doel of belang in het geding en zal de betrokkenheid van de provincie zich richten op een actieve behartiging van provinciale doelen en een kwalitatief optimaal resultaat. Gelet op de verandering van het gebied is het reëel om aan te nemen dat niet aan alle richtpunten kan worden voldaan, maar dat door middel van een nieuw integraal ontwerp er een nieuwe ruimtelijke kwaliteit ontstaat. Ook hierbij kunnen ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig zijn om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren.

Figuur 3.1. Soorten ontwikkeling De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit vormen een uitwerking van de kwaliteitskaart en de richtpunten op gebiedsniveau, en zijn opgesteld in samenwerking met regionale partijen. Ze bieden een gebiedsspecifieke handreiking voor het omgaan met ruimtelijke kwaliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen. Naast het generieke kwaliteitsbeleid, dat geldt voor de gehele provincie, wordt een tweetal beschermingscategorieën onderscheiden, waar onder voorwaarden van ruimtelijke kwaliteit ook ontwikkelingen mogelijk zijn, maar waar vanwege de kwetsbaarheid of bijzonderheid extra voorwaarden van toepassing zijn. Relatie tot het plangebied Bij de ontwikkeling zal onder andere rekening moeten worden gehouden met de impact op klimaatverandering, de bereikbaarheid en de kwaliteit van de leefomgeving. De ontwikkeling van woningen sluit aan op de opgave om een fors aantal woningen te realiseren. Het plangebied behoort niet tot een provinciaal gebiedsprofiel en/of een beschermingscategorie. Conform de provinciale kwaliteitskaart zijn de kenmerken: ‘bijzonder reliëf en aardkundige waarden' en 'bijzonder relief - oude stroomgordels en geulafzettingen' (laag van de ondergrond), ‘steden en dorpen’ en 'bouwwerken voor energie-opwekking' (laag van de stedelijke occupatie) van toepassing op het plangebied. Het plangebied ligt vlakbij het stedelijk centrumgebied.

Du Meelaan 578-582, 588 Zoetermeer versie vastgesteld 16/55

Figuur 3.2.Uitsnede Laag van de stedelijke occupatie (Bron: Kwaliteitskaart provincie Zuid-Holland)

De beoogde ontwikkeling betreft het realiseren van woningen waar in de huidige situatie nog een bedrijfsbebouwing aanwezig is. Het plan kan hiermee beschouwd worden als een inpassingsontwikkeling aangezien bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks veranderen. Uitgangspunt is dat bij inpassing een ontwikkeling volledig past binnen de richtpunten. De ontwikkeling betreft het realiseren van woningen in een wijk aan de schil van het centrum van Zoetermeer. Door de ligging aan de Du Meelaan is de locatie zowel te voet, fiets, auto als met het OV goed te bereiken. Het te realiseren woongebouw sluit qua hoogte, vormgeving, kleur en materiaal gebruik aan bij de directe omgeving. Daarnaast vindt met de ontwikkeling verdichting plaats, dit draagt bij aan de versterking van de ruimtelijke karakteristiek en levert een bijdrage aan de invulling naar de vraag naar woningen. Hiermee voldoet de beoogde ontwikkeling aan de van toepassing zijnde richtpunten en daarmee aan het ruimtelijke kwaliteitsbeleid van de provincie Zuid-Holland. 3.2.2

Omgevingsverordening Zuid-Holland

Per 1 april 2019 is, naast de Omgevingsvisie, ook de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening in werking getreden. De inhoud van de omgevingsvisie is voor een groot deel leidend voor de inhoud van de omgevingsverordening. In de verordening van provinciale staten van Zuid-Holland zijn de regels opgenomen voor het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Hoe groot die ruimtelijke impact is wordt in specifieke gevallen bepaald aan de hand van gebiedsprofielen en door onderscheid te maken in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b.

als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: Du Meelaan 578-582, 588 Zoetermeer versie vastgesteld 17/55

1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; c. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid. Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen a. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: 1. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; 2.

indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. b. Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. c. Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie. Uitgangspunt van de strategie voor de bebouwde ruimte is betere benutting van het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Stedelijke ontwikkeling vindt daarom primair plaats binnen BSD. Onbebouwd gebied kan soms worden beschouwd als 'bestaand stads- en dorpsgebied', met name als het een terrein betreft dat grotendeels is omringd door wel gebouwd gebied. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen BSD.

De ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (2012) (Bro) bevat het handelingskader. De provincie heeft een verwijzing naar de ladder voor duurzame verstedelijking ook opgenomen in de verordening, om het provinciaal belang bij toepassing van deze ladder te benadrukken. Relatie tot het plangebied De realisatie van woningen aan de Du Meelaan 578-588 te Zoetermeer betreft een stedelijke ontwikkeling binnen het bestaand stads- en dorpsgebied. In onderhavige toelichting bij het bestemmingsplan is in paragraaf 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2012) de ladder voor duurzame verstedelijking gemotiveerd. Hiermee wordt voldaan aan artikel 6.10 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland. De beoogde ruimtelijke ontwikkeling past binnen de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de richtpunten van de kwaliteitskaart, zoals gemotiveerd in paragraaf 3.2.1. Hiermee wordt eveneens voldaan aan artikel 6.9 van de Omgevingsverordening en is het niet noodzakelijk om een beeldkwaliteitsparagraaf in het bestemmingsplan op te nemen.

Du Meelaan 578-582, 588 Zoetermeer versie vastgesteld 18/55

3.2.3

Programma Ruimte

Het Programma ruimte (20 februari 2019) is parallel aan de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening opgesteld. Het Programma ruimte bevat een nadere invulling en operationalisering van ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie. Het gaat dan bijvoorbeeld om een locatiespecifieke of programmatische invulling van beleidsbeslissingen uit de Omgevingsvisie. Ook kan het gaan om taken en bevoegdheden van Gedeputeerde Staten. Het Programma Ruimte speelt in onderhavig plan een belangrijke rol bij de motivering van de regionale behoefte aan (extra) woningen. De gemeente Zoetermeer is gelegen binnen de regio Haaglanden. In 2019 is een nieuwe Woningbehoefteraming (WBR) gemaakt door de provincie Zuid-Holland. Elke drie jaar maakt Zuid-Holland een nieuwe WBR. Volgens de meest recente raming is tot 2030 behoefte aan nieuwe woningen in de gemeente Zoetermeer.

Figuur 3.5 Gewenste woningvoorraadtoename Den Haag (regio). Bron: WBR2019 Relatie tot het plangebied De provincie wil het bestaand stads- en dorpsgebied beter benutten. Daarnaast is gebleken dat tot 2030 behoefte is aan nieuwe woningen in de gemeente Zoetermeer. Dit betekent dat er vanuit de provincie in zijn algemeenheid geen beperkingen worden opgelegd aan voorgenomen ontwikkeling. De beoogde ontwikkeling aan de Du Meelaan is daarmee ook in lijn met het Programma Ruimte. 3.2.4

Regioprofielen Cultuurhistorie Zuid-Holland

De visie Regioprofielen Cultuurhistorie Zuid-Holland omvat richtlijnen voor topgebieden van cultureel erfgebied, archeologie en molens in Zuid-Holland. Deze visie is op 13 april 2010 vastgesteld door gedeputeerde staten. De wijze van sturing, op welke wijze omgegaan dient te worden met de regioprofielen, is opgenomen in de provinciale structuurvisie die is vastgesteld door provinciale staten op 2 juli 2010. Op basis van bestaande cultuurhistorische waardenkaarten zijn zestien topgebieden Cultureel Erfgoed Zuid-Holland aangewezen. Voor elk van deze topgebieden is een regioprofiel opgesteld. Deze regioprofielen dienen als een handreiking en sturingskader voor gemeenten, waterschappen, terreinbeheerders en adviesbureaus om cultuurhistorie op te nemen in ruimtelijke plannen. Relatie tot het plangebied Het plangebied ligt niet in een van deze topgebieden. Wel is het gebied op de provinciale Cultuur historische atlas 2017 niet aangemerkt als een gebied met hoge archeologische waarden. Op basis van de gemeentelijke beleidskaart alsmede het archeologisch onderzoek dat in het kader van het vigerende bestemmingsplan is uitgevoerd blijkt dat geen dan wel beperkt sprake is van een archeologische verwachtingswaarde (zie ook paragraaf 4.5). Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.

Du Meelaan 578-582, 588 Zoetermeer versie vastgesteld 19/55

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Woonvisie Woningmarktregio Haaglanden 2017-2021

Als belangrijkste doel van de nieuwe regionale woonvisie zien de gemeenten het samen verder versterken van de woningmarktregio Haaglanden, het toekomst-proof maken van dit woongebied. De regionale woonvisie is richtinggevend voor gemeenten bij hun lokale woonbeleid. Tot 2025 komen er, zo is de verwachting, ruim 50.000 huishoudens bij in de regio Haaglanden. Onder hen bevinden zich met name veel jonge huishoudens in de leeftijd van 25 tot 40 jaar (circa 14.000), jonge ouderen van 55 tot 75 jaar (27.351) en ouderen van 75 jaar en ouder (circa 22.000). Het aantal huishoudens in de leeftijd van 40 tot 55 jaar neemt daarentegen juist met circa 11.000 af. Voor de regio betekenen deze cijfers dat er in de komende járen een aanzienlijke bouwopgave ligt om iedereen aan een goede woning te helpen. Een opgave waarbij de focus niet alleen op eengezinswoningen, maar ook op gestapelde woningbouw gericht dient te zijn. Dit laatste vanwege de verwachte toename van het aantal kleinere huishoudens. Een van de ambities uit de woonvisie is regionaal voldoende betaalbare woningen aan te bieden voor de sociale doelgroep (maximaal bruto jaarinkomen € 30.050,- (prijspeil 2016)) en de groep lage middeninkomens (huishoudens met een bruto jaarinkomen tussen de € 35.739,- en € 45.075,- (prijspeil 2016)).

Relatie tot het plangebied Het beoogde initiatief draagt bij aan het realiseren van woningen voor (kleine) huishoudens met een stedelijke leefstijl zoals starters, middeninkomens en empty nesters. Dit zijn groepen waarvan het de verwachting is dat het aantal huishoudens tot 2025 zal toenemen. Hiermee sluit de beoogde ontwikkeling aan bij de uitgangsgpunten van de regionale woonvisie. 3.3.2

Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard

Het beleid van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (verder HHSK) is vastgelegd in het waterbeheerplan HHSK 2016-2021, de Keur van Schieland en de Krimpenerwaard, peilbesluiten en de leggers. Het HHSK streeft ernaar om samen met gemeenten als partners op te trekken. Er moet worden ingezet op intensief overleg met gemeentebesturen voor het kunnen realiseren van projecten. De ruimtelijke ordening en de waterhuishouding moeten in onderlinge relatie worden ontwikkeld. Op basis van ervaring en deskundigheid adviseert HHSK over de mogelijkheden voor een duurzaam watersysteem. De laatste jaren is het inzicht gegroeid dat op een duurzamer wijze met het stedelijk waterbeheer dient te worden omgegaan, mede gezien de klimaatveranderingen. Aandachtspunten voor het duurzame stedelijk waterbeheer zijn het minimaliseren van wateroverlast, het realiseren van voldoende waterberging waarbij zoveel mogelijk een ecologische inrichting wordt nagestreefd, het verantwoord afkoppelen van verhard oppervlak en het voorkomen van diffuse verontreinigingen door toepassing van duurzame bouwmaterialen.

De visie is uitgewerkt in een concreet maatregelenplan: Het woongenot, de belevingswaarde en de recreatieve mogelijkheden op en in het water voor burgers nemen toe; De waterkwaliteit voldoet tenminste aan de algemene milieukwaliteitseisen; Het waterhuishoudkundig systeem kent goede aan- en afvoermogelijkheden, waarbij de doorspoelbaarheid en de mogelijkheid om onder normale omstandigheden het waterpeil binnen zekere marges te handhaven, voldoende worden gewaarborgd; Het watersysteem is zo ingericht dat het de ontwikkeling van biologisch gezond water bevordert. Voor ontwikkelingen is het waterbeheerplan van HHSK 2016 – 2021 van het hoogheemraadschap van belang. Ontwikkelingen gaan vaak gepaard met een toename van Du Meelaan 578-582, 588 Zoetermeer versie vastgesteld 20/55

het verharde oppervlak. In het waterbeheerplan van HHSK 2016 – 2021 is beschreven hoe het hoogheemraadschap omgaat met het bergen van oppervlaktewater bij een toenemende verharding van het oppervlak. In zijn algemeenheid geldt verder dat voor aanpassingen aan het bestaande waterhuishoudingsysteem bij het Hoogheemraadschap vergunning dient te worden aangevraagd op grond van de Keur. Dit geldt bijvoorbeeld voor de aanleg van overstorten, van de hemelwaterafvoer op het oppervlaktewater, het dempen en graven van water en het aanbrengen van verhard oppervlak. De Keur maakt het mogelijk dat het Hoogheemraadschap haar taken als waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheerder kan uitvoeren. Waterplan Zoetermeer Het Hoogheemraadschap heeft in samenwerking met de gemeente Zoetermeer, het Hoogheemraadschap van Rijnland en het Waterschap Wilck en Wiericke het Waterplan Zoetermeer opgesteld dat in februari 2002 door de raad is vastgesteld. Het Waterplan wordt in paragraaf 3.4.9 van deze plantoelichting nader toegelicht. Relatie tot het plangebied In paragraaf 4.9 Water wordt nader op het wateraspect van het plan ingegaan. 3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Stadsvisie 2030

De Stadsvisie 2030, die op 15 december 2008 is vastgesteld door de gemeenteraad, verwoordt negen opgaven die in de periode tot 2030 moeten worden opgepakt om als stad voldoende perspectief op een welvarende ontwikkeling te behouden. Daarnaast geeft de Stadsvisie aan welke kansen de gemeente wil benutten om de stad extra perspectief te geven. In het kader van dit bestemmingsplan zijn met name opgave 1 (Jongeren meer perspectief bieden) en opgave 3 (Aard en omvang woningbouw afstemmen op de woningbehoefte) van belang. Zoetermeer wil dat jongeren zich thuis voelen op school, in hun buurt en in de stad en dat zij zich met de stad verbonden voelen en hierdoor willen blijven wonen in Zoetermeer. Hierdoor is het noodzakelijk dat hen zicht wordt geboden op mogelijkheden voor een woning, een baan, aantrekkelijke vrije tijdsbestedingen op het gebied van sport, uitgaan en cultuur, en goed onderwijs. Zoetermeer wil een aantrekkelijke woonstad blijven. Hierbij gaat kwaliteit voor kwantiteit, waarbij Zoetermeer inzet op de volgende resultaten: 1. Alle groepen starters komen binnen een acceptabele tijd aan woonruimte. 2. Bij de in het besluit Bouwen aan Zoetermeer beschikbaar gestelde woningbouwlocaties is het woningbouwprogramma afgestemd op de vraag. Hierbij worden de vraag vanuit de buurt én de vraag vanuit de stad betrokken. 3.

Het toevoegen van nieuwe woontypologieën; die mede de concurrentie met de traditionele laagbouw aankunnen. 4. De woon- en bouwtechnische kwaliteit van de woningen is op orde. Relatie tot het plangebied Het beoogde initiatief aan de Du Meelaan draagt bij aan het realiseren van woningen voor (kleine) huishoudens met een stedelijke leefstijl zoals starters, middeninkomens en empty nesters. Het plan draagt hiermee bij aan het behouden van de aantrekkelijke woonstad Zoetermeer.

Du Meelaan 578-582, 588 Zoetermeer versie vastgesteld 21/55

3.4.2

Woonvisie Zoetermeer (2015)

Op 8 juni 2015 heeft de gemeenteraad de Zoetermeerse Woonvisie 'samen aan de slag op de nieuwe woningmarkt' vastgesteld. Deze Woonvisie is een actualisatie van de gemeentelijke woonvisie uit 2009 en was noodzakelijk omdat de crisis op de woningmarkt ook niet aan Zoetermeer voorbij is gegaan. De keuzes uit die eerdere woonvisie zijn de afgelopen jaren echter bepalend geweest voor het woonbeleid van de stad. Op hoofdlijnen blijven deze keuzes ook in de toekomst het uitgangspunt. De nieuwe Woonvisie biedt daarentegen het kader van de gemeente om in de komende jaren in deze situatie een goed en actueel woonbeleid voor de stad te voeren. De Woonvisie vormt tevens de basis voor regionale afstemming en nieuwe prestatieafspraken met de lokaal actieve woningcorporaties. Om de woonkwaliteit van de stad te koesteren, uit te bouwen en kwaliteit toe te voegen zijn in de Woonvisie zes ambities benoemd; duurzaam bouwen en renoveren; betaalbare woningen voor iedereen aanbieden; extra jongerenwoningen toevoegen en woonruimten voor studenten; Zoetermeer levensloop bestendig maken; prettige en gewilde woonwijken in stand houden en realiseren; consument gericht bouwen.

Relatie tot het plangebied Dit bestemmingsplan draagt bij aan de opgaven en ambities die in de Woonvisie zijn benoemd, namelijk de bouw van duurzame en betaalbare woningen voor (kleine) huishoudens met een stedelijke leefstijl zoals starters, middeninkomens en empty nesters. 3.4.3

Woningbouwagenda 2017

De woningbouwagenda voorziet in een leidraad voor de gemeente om in de komende 15 jaar richting te kunnen geven aan de kwalitatieve en kwantitatieve woningbouwopgave van de stad. De vastgestelde woningbouwagenda Zoetermeer vormt de basis voor verdere groei in de komende 10 tot 15 jaar met 10.000 woningen en een zoekopgave tot 16.000 woningen. Ter leniging van de woningnood dient in de eerste 3 tot 5 jaar een extra inspanning te worden verricht, met name voor die woningzoekenden die momenteel te weinig kans maken (zoals starters, en mensen die zijn aangewezen op de 'goedkope' vrije (huur- sector). Relatie tot het plangebied Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie mogelijk van woningen voor (kleine) huishoudens met een stedelijke leefstijl zoals starters, middeninkomens en empty nesters. Hiermee draagt het plan bij aan de behoefte aan woningen voor deze doelgroep. 3.4.4

Visie Fasering clusters herstructurering Palenstein

De gemeente Zoetermeer en de woningcorporaties De Goede Woning, Vestia en Vidomes hebben gezamenlijk in 2012 een visie gemaakt voor een herstructurering van Palenstein. De gezamenlijke missie is een gezinsvriendelijke stadswijk creëren, met ruimte voor individualiteit en verscheidenheid. Een stadswijk rijk aan water en groen; met afwisseling in dynamiek en luwte. De wijkvisie heeft als doel: Kwaliteit in wonen voor iedereen Meer eengezinswoningen, minder flats Goede verhouding koop – sociale huur – vrije sector Hoge kwaliteit: groter, luxer, goed geïsoleerd, duurzaam Betaalbaar Voor iedereen Iedere buurt heeft zijn eigen sfeer

Du Meelaan 578-582, 588 Zoetermeer versie vastgesteld 22/55

Ruimte om elkaar te ontmoeten In de eigen buurt In Park Palenstein Op het centrale plein met het winkelcentrum, de bedrijvigheid en het brede scholen In het autoluwe groengebied en op de pleintjes, waar kinderen veilig buiten spelen. Relatie tot het plangebied De gemeente wil het woningaanbod in Palenstein graag diversifiëren. De ontwikkeling aan de Du Meelaan is een solitaire bouwlocatie. Daarom wordt geadviseerd om in dit bouwplan alleen middeldure en dure woningtype toe te voegen. Met het beoogde plan wordt hier invulling aan gegeven en wordt bijgedragen aan de doelstellingen om kwaliteit in wonen te bieden voor iedereen. Met het realiseren van appartementen voor starters, middeninkomens en empty nesters wordt voorzien in de vraag naar woningen voor deze doelgroep. Bij de herinrichting van het plangebied wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan een groene inpassing. Hiermee sluit de ontwikkeling aan bij de doelstellingen voor de wijk Palenstein. 3.4.5

Hoogbouwvisie

De Hoogbouwvisie is op 1 juni 2004 door de gemeenteraad vastgesteld. Deze visie speelt in op de vraag naar hoogbouw vanuit de markt en geeft kaders waar hoogbouw, vanuit het ruimtelijke perspectief, wenselijk is. Hoogbouw is dominant in het stadsbeeld aanwezig en bepaalt het silhouet. De ruimtelijke structuur van de stad wordt erdoor medebepaald. Hoogbouw in de stad is niet op alle plaatsen een wenselijke ontwikkeling. Maar ook andersom kan hoogbouw op bepaalde plekken in de stad een verrijking voor de stad zijn. Het kan zowel de ruimtelijke structuur als de economische structuur van de stad verbeteren. Toepassen van hoogbouw kan een oplossing bieden voor de toenemende druk op de beschikbare ruimte. De stad verdichten met hoogbouw betekent een intensivering van het grondgebruik en daarmee een vergroting van het draagvlak voor voorzieningen en verbetering van de economische structuur van de stad. In de hoogbouwvisie zijn zones aangegeven waar ontwikkeling van hoogbouw in de toekomst mogelijk zijn. Relatie tot het plangebied Het plangebied van de Du Meelaan ligt in de stedelijk kernzone waar hoogbouw mogelijk is. Daarmee past de realisatie van het woongebouw met een hoogte van 40 meter binnen de uitgangspunten van de hoogbouwvisie.

Du Meelaan 578-582, 588 Zoetermeer versie vastgesteld 23/55

Figuur 3.6 Uitsnede principe zonering (Bron: Hoogbouwvisie 2004) 3.4.6

Groenkaart en visie Biodiversiteit (2013)

De Groenkaart vormt een integraal afwegingskader voor groenfuncties in Zoetermeer en zet in op: groen op elk niveau van de stad, het waarderen van (de kwaliteit van het) groen en het verbinden van groen. Hierbij wordt een set spelregels gevoegd voor het omgaan met het groen. Onderdelen van het bomenbeleid vormen input voor het opstellen van de Groenkaart. Gelijktijdig met de Groenkaart is ook de Visie Biodiversiteit vastgesteld. De ambitie van de visie Biodiversiteit is om de biodiversiteit, en de waardering van de inwoners hiervoor, op peil te houden en waar mogelijk te vergroten. Dat moet gebeuren binnen de (afnemende) financiële mogelijkheden van de gemeente. Er wordt een stimulerende koers aangehouden gericht op samenwerking, inspiratie en communicatie, binnen de huidige budgetten. Relatie tot het plangebied Op de Groenkaart is het plangebied aangewezen als 'stadsgroen hoog dynamisch'. Hiervoor geldt het principe van groencompensatie in het gebied zelf, om de kwaliteit van het groen op standsniveau zo veel mogelijk te behouden en waar mogelijk te vergroten. Groencompensatie gaat om investeren in een goede openbare ruimte met sterke verbindingen en meer geconcentreerd groen met een hoge kwaliteit.

Door aan de noordzijde van de noordelijke parkeerplaatsen een heg afscheiding te realiseren voldoet het plan nu aan deze eisen en versterkt het daarmee de ecologische verbinding van het stadsgroen hoogdynamisch.

Du Meelaan 578-582, 588 Zoetermeer versie vastgesteld 24/55

Figuur 3.7 Uitsnede groenkaart Zoetermeer (Bron: de Groenkaart)

Het rondom het plangebied aanwezige groen blijft behouden. Om conform de visie Biodiversiteit bij te dragen aan het in stand houden en versterken van de biodiversiteit zal bij de verdere uitwerking van het gebouw rekening worden gehouden met een zoveel mogelijk groene inrichting van het perceel. Op deze manier wordt ernaar gestreefd een bijdrage te leveren aan het vergroten van de biodiversiteit ter plaatse van het plangebied. 3.4.7

Mobiliteitsvisie 2030

In de 'Mobiliteitsvisie Zoetermeer 2030' (2017) is beschreven op welke manier verkeer bijdraagt aan een vitaal en leefbaar Zoetermeer. Om Zoetermeer leefbaar en vitaal te houden, is een zestal ambities (met opgaven) geformuleerd: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Mobiliteitssysteem en ruimtelijke ambities gaan hand in hand. Versterken onderlinge verbondenheid gebieden rond Stadsring. Verder verbeteren van de verkeersveiligheid. 'Maak van de nul een punt'. Kwalitatief krachtig en robuust OV-netwerk opgebouwd vanuit drie hoofdknooppunten. Fietsen en lopen stimuleren door goede netwerken en stallingen. Innovatie en duurzaamheid maximaal stimuleren.

Relatie tot het plangebied In voorliggend bestemmingsplan is rekening gehouden met de ambities van de 'Mobiliteitsvisie Du Meelaan 578-582, 588 Zoetermeer versie vastgesteld 25/55

Zoetermeer 2030'. De beoogde ontwikkeling voorziet onder andere in ruime fietsenstallingen en sluit goed aan op het bestaand OV- en fietsnetwerk. De locatie is bijvoorbeeld gelegen nabij de randstadrailhalte Palenstein (de afstand bedraagt circa 350 meter). Hierdoor draagt het plan bij aan de ambities uit de Mobiliteitsvisie. 3.4.8

Nota Parkeernormen en Uitvoeringsregels (2019)

Op 16 december 2019 heeft de gemeenteraad de nota Parkeerbeleid Zoetermeer en de Nota Parkeernormen en Uitvoeringsregels Zoetermeer 2019 vastgesteld. Zoetermeer wil 10.000 tot 16.000 woningen bouwen. Dit vraagt ook nieuwe parkeeroplossingen. Ook gebruiken meer mensen de fiets. Om dit te stimuleren wil de gemeente zorgen voor genoeg plekken om fietsen te stallen. Voor nieuwbouwprojecten zijn er daarom nu ook fietsparkeernormen vastgesteld. In de Nota Parkeernormen en Uitvoeringsregels zijn voor uiteenlopende functies en voorzieningen parkeernormen opgenomen. De parkeernormen worden toegepast bij nieuwe ontwikkelingen. Het parkeernormenbeleid van de gemeente Zoetermeer is dan ook bedoeld om parkeeroverlast door nieuwe ontwikkelingen te voorkomen. Er zijn echter altijd situaties die enige flexibiliteit vragen in de toepassing van de parkeernormen. Hiertoe bevat de nota uitvoeringsregels welke kunnen worden toegepast. De parkeernormen gelden voor nieuwe ontwikkelingen binnen de gemeente. Indien nader onderbouwd, bestaat de mogelijkheid om af te wijken van de parkeernormen. Bij nieuwe ontwikkelingen geldt dat parkeercapaciteit zoveel mogelijk binnen de ontwikkelkavel (op eigen terrein) moet worden aangelegd.

Als dat in alle redelijkheid en billijkheid niet lukt, dan kan gekeken worden of de gemeente binnen de kaders van de overige beleidsuitgangspunten de restvraag aan parkeerplaatsen in het openbare gebied kan realiseren. Relatie tot het plangebied In overeenstemming met de parkeernorm conform het in 2019 vastgestelde parkeerbeleid worden parkeerplaatsen binnen het plangebied gerealiseerd om te voldoen aan de parkeerbehoefte van voorliggend plan. In paragraaf 4.2 Verkeer en parkeren wordt nader ingegaan op het aspect parkeren. 3.4.9

Waterplan Zoetermeer (2002)

Het Waterplan Zoetermeer is opgesteld door de gemeente Zoetermeer tezamen met het voormalige waterschap Wilck en Wiericke (dat inmiddels deel uitmaakt van het Hoogheemraadschap van Rijnland) en het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. De doelstelling van het Waterplan Zoetermeer is het behouden en versterken van een duurzaam watersysteem. Kortom een watersysteem dat betrouwbaar, levend en boeiend is. Om ook in de toekomst een veilig en goed functionerend watersysteem in Zoetermeer te behouden, moet meer ruimte voor water worden gerealiseerd. In het Waterplan Zoetermeer is afgesproken dat bij herontwikkeling gestreefd wordt naar het realiseren van extra water in het gebied dat (her)ontwikkeld wordt. In het stedelijk gebied wordt daarnaast ingezet op het vertragen van piekafvoeren, onder meer door het toepassen van open verharding of het realiseren van vegetatiedaken. Een ander aandachtspunt uit het Waterplan is de waterkwaliteit. De kaderrichtlijn water (KRW) voorziet in het verbeteren van de waterkwaliteit. Er wordt gestreefd naar een waterkwaliteit, die minimaal voldoet aan de landelijk geldende normen en ook een aantrekkelijk leefgebied vormt voor plant en dier.

Hiervoor is het van belang dat geen uitlogende, milieubelastende materialen, zoals zink, koper en lood, worden toegepast in oppervlakken welke direct of via het schoonwaterriool afwateren naar het oppervlaktewater. Lange duikers hebben een negatief effect op de waterkwaliteit, omdat het water aan licht en lucht onttrokken wordt. Bovendien is het water in duikers niet zichtbaar. In het Waterplan wordt er dan ook naar gestreefd waterpartijen zoveel mogelijk via open water met elkaar te verbinden.

Du Meelaan 578-582, 588 Zoetermeer versie vastgesteld 26/55

Relatie tot het plangebied Voorliggend plan leidt niet tot een toename van het bebouwde dan wel verharde oppervlak. De gronden zijn in de huidige situatie reeds grotendeels verhard. In de nieuwe situatie zal ook groen worden gerealiseerd, zodat geen sprake zal zijn van een toename van verharding. In paragraaf 4.9 Water wordt nader ingegaan op het aspect water. 3.4.10 Programma Duurzaam en Groen Zoetermeer 2016-2020 Het programma Duurzaam en Groen Zoetermeer richt zich in het kader van de klimaatverandering op het versnellen van energietransitie in de bebouwde omgeving, omdat de gemeente hier het meeste invloed op heeft. Zoetermeer wil aardgas zo veel mogelijk vervangen door duurzame energie en op die manier tot de gewenste CO2 reductie komen. De twee speerpunten uit het programma zijn: 1. Een CO2 neutrale stad in 2040; a. Nul op de Meter concept toepassen waar het kan; b. Tussentijdse duurzaamheidsmaatregelen treffen; c. Aanvullend energie opwekken en energie-infrastructuur verbeteren. 2. Een natuurlijk & groen Zoetermeer; a. Bevorderen initiatieven (monitoring) behoud en verhoging biodiversiteit; b. Verbeteren kwaliteiten grote groengebieden rondom Zoetermeer; c. Verbeteren groenbeleving door betere recreatieve verbindingen.

Relatie tot het plangebied De beoogde woningen worden gasloos en energiezuinig uitgevoerd waardoor aangesloten wordt bij het programma Duurzaam en Groen Zoetermeer. Daarnaast worden aan de zuid- en westzijde van de bebouwing nestkasten voor vleermuizen gerealiseerd. Aan de oostzijde van de bebouwing wordt gezocht naar mogelijkheden om geschikte bossages toe te passen en voorzieningen voor huismussen te realiseren. Zie ook paragraaf 4.12. 3.4.11 Speelruimtenota 2016-2026 De Speelruimtenota 2016-2026 'Ruimte geven!' is opgesteld om voldoende speelruimte in relatie tot de leeftijdsopbouw en stedenbouwkundige opzet van de wijken te kunnen garanderen. Hierbij wordt voor kinderen een actieradius van 100-150 meter aangehouden, voor jeugdigen 350-400 meter en voor jongeren wordt er geen specifieke grens aangehouden. Verder wordt uitgegaan van een minimum aantal kinderen per plek met speel- of sporttoestellen. Bovendien wordt gestreefd naar centrale buurtplekken die door hun rol, ligging en ruimte noodzakelijk zijn voor de jeugd en die waar mogelijk gecombineerd worden met voorzieningen van kinderen en jongeren. Daarnaast zijn, bij hoge kinderdichtheid, soms aanvullende steunplekken nodig voor kinderen of jongeren. Centrale buurtplekken gaan lang mee en hebben een uitgebreide inrichting. Steunplekken zijn meer tijdelijk en hebben minder speeltoestellen.

Relatie tot het plangebied Het project aan de Du Meelaan gaat niet ten koste van bestaande speelplekken. In de directe omgeving van het plangebied zijn voldoende speelplekken aanwezig. 3.4.12 Welstandsnota In april 2012 is de nieuwe Welstandsnota Zoetermeer van kracht geworden. In de Welstandsnota staan de criteria waarop de Stadsbouwmeester zijn advies over bouwplannen baseert. Er worden drie beleidsniveaus onderscheiden, die aan een gebied kunnen worden toegekend, te weten; intensief, regulier en een luw welstandsbeleid. Deze drie niveaus geven de kwalitatieve ambities en de mate van vrijheid aan in het omgaan met de bestaande structuur en het bebouwingsbeeld, stedenbouwkundig en architectonisch. Ze zijn vertaald in algemene criteria, die naar gelang het niveau hoger is, uitgebreider worden. Du Meelaan 578-582, 588 Zoetermeer versie vastgesteld 27/55

Relatie tot het plangebied Voor het plangebied geldt een regulier welstandsbeleid en gelden de eisen die gelden voor woonwijken. Een bouwwerk of verbouwing voldoet aan de redelijke eisen van welstand wanneer: 1. het in volume, maat schaal en verschijningsvorm past in zijn omgeving en daarmee in harmonie is (verwantschap) of zorgvuldig contrasteert; 2. het een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de omgeving en de openbare ruimte; 3. het zich duidelijk herkenbaar richt op zijn omgeving en zich daar niet vanaf keert; 4. het is afgestemd op de stedenbouwkundige en architectonische typologie van het gebied; 5. het evenwicht en beheerst is vormgegeven in goede maatverhoudingen en compositie van de onderdelen, daarin begrepen het materiaalgebruik, de constructie en het daklandschap; 6. het rekening houdt met de vorm, de kleur en het materiaalgebruik van de omliggende gebouwen; 7. het consistent is in de gekozen bouwstijl. Het beoogde bouwplan zal aan bovenstaande criteria worden getoetst. De beoordeling ten aanzien van de Welstandsnota zal plaatsvinden in het traject van de omgevingsvergunning. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat aan de Welstandsnota zal worden voldaan.

Du Meelaan 578-582, 588 Zoetermeer versie vastgesteld 28/55

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

4.1

Bedrijven en milieuzonering

4.1.1

Regelgeving en beleid

Begrip milieuzonering Een goede ruimtelijke ordening beoogt het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Deze milieuzonering dient aldus twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; het bieden van voldoende ruimte en zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam kunnen (blijven) uitoefenen. Een vergaande scheiding van functies kan echter ook leiden tot inefficiënt ruimtegebruik en een verlies aan ruimtelijke kwaliteit. Een gemengd gebied met een mix van wonen en werken, winkels en horeca stimuleert een levendig straatbeeld, een hogere sociale veiligheid en extra draagvlak voor voorzieningen. VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering De VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering is een handreiking voor milieuzonering in ruimtelijke plannen. Het boekje vormt een hulpmiddel voor gemeenten om de afstanden tussen bedrijvigheid en woningen voor een locatie concreet in te vullen. Het doel van de publicatie is om te komen tot maatwerk op lokaal niveau.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=24aa4341-0390-40d0-94ec-2b0753899c79