Bijlage 18 MER Bijlage 4 Rapportage Geluid hoofdrapport - definitief 2025-05-19
Tekst van het document
ENTREE TE ZOETERMEER Geluidonderzoek - hoofdrapport -
ENTREE TE ZOETERMEER
Geluidonderzoek - hoofdrapport -
Rapportnummer: Status: Datum:
20197021.R03.V03-H definitief 19 mei 2025
In opdracht van:
Gemeente Zoetermeer Stadhuisplein 1 2711 EC Zoetermeer
Uitgevoerd door:
Alcedo B.V. Postbus 140 Ondernemersweg 3 Contactpersoon: Telefoon: Internet:
7450 AC Holten 7451 PK Holten ing. B.H. Willighagen 085 – 822 99 00 www.alcedo.nl
© Alcedo B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, digitale reproductie, of anderszins zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever van deze uitgave of Alcedo B.V..
INHOUD SAMENVATTING
3
1
INLEIDING
5
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8
UITGANGSPUNTEN EN WIJZE VAN ONDERZOEK EN BEOORDELING Beschouwde aspecten Onderzoeksgebied Onderzochte situaties Onderzoeksgegevens Rekenmodellen Beoordeling van de geluidsituatie Maatregelen waarmee al rekening wordt gehouden Aanvullende maatregelen
7 7 7 8 10 11 22 39 39
3 3.1 3.2
HUIDIGE SITUATIE Geluidsituatie Aantal gehinderden
40 40 42
4 4.1 4.2
AUTONOME SITUATIE Geluidsituatie Aantal gehinderden
45 45 48
5 5.1 5.2 5.3 5.4
PLANSITUATIE 7.250 WONINGEN Geluidsituatie nieuwe woningen Geluidsituatie bestaande woningen Maatregelen Conclusie
49 49 63 71 75
6 6.1 6.2 6.3 6.4
PLANSITUATIE 6.250 WONINGEN Geluidsituatie nieuwe woningen Geluidsituatie bestaande woningen Maatregelen Conclusie
76 76 82 86 86
7
REALISATIEFASE
87
8 8.1 8.2
OVERIGE ASPECTEN Huidig aanwezige bedrijvigheid Toekomstige bedrijvigheid
89 89 89
9
CONCLUSIES
91
De bijlagen zijn opgenomen in een separaat bijlagenrapport.
20197021.R03.V03-H / definitief / 19 mei 2025 2
SAMENVATTING De gemeente Zoetermeer ontwikkelt plannen voor een nieuwe invulling van het gebied rondom de Afrikaweg: “Entree”. Het betreft een transformatie van een gebied met meerdere verouderde kantoren naar een levendige stadswijk. De wijk wordt doorsneden door de Afrikaweg. Bovendien liggen in de directe omgeving de rijksweg A12 en andere wegen. Ook is in de directe omgeving sprake van een tweetal spoorwegen (Den Haag-Gouda en Randstadrail). Deze wegen en spoorwegen produceren geluid en hebben daarmee effect op de nieuwbouw, transformatiepanden en bestaande panden zowel binnen als buiten het plangebied. In het akoestisch onderzoek is het effect van de ontwikkeling op de geluidsituatie in beeld gebracht. Daarvoor is de huidige situatie afgezet tegen de autonome en de toekomstige situatie. De autonome situatie is de toekomstige situatie waarbij wordt verondersteld dat de transformatie niet wordt doorgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat sprake is van een (deels) hoog geluidbelaste situatie. Ten opzichte van de huidige en de autonome situatie, neemt het aantal geluidbelaste bewoners toe. Dit is ook logisch omdat er een nieuwe wijk wordt gerealiseerd waarin duizenden nieuwe bewoners zullen gaan wonen. Bij een groot deel van de nieuw te realiseren woningen worden de wettelijke standaardwaarden van het geluid vanwege weg- en railverkeer overschreden.
Vanwege gemeentelijke wegen en de spoorwegen worden de grenswaarden wel gerespecteerd. Vanwege de A12 worden op de eerste en tweedelijns gebouwen de grenswaarden niet gerespecteerd. Woningbouw nabij de A12 vormt daarom een uitdagende ontwerpopgave. Wanneer ook rekening wordt gehouden met het gemeentelijke geluidbeleid wordt de opgave nog groter. Dan zal bijvoorbeeld ook moeten worden voorzien in geluidluwe zijden. Er is al voorzien in geluidbeperkende maatregelen in de vorm van bijvoorbeeld het gebruiken van een stiller wegdek en snelheidsverlaging op de Afrikaweg en enkele omliggende wegen. Maatregelen aan/bij de A12 zijn ook verkend. Uit de verkenning blijkt dat ook met de maatregelen sprake blijft van overschrijdingen van de grenswaarde vanwege de A12. Omdat er bovendien geen duidelijkheid is in hoeverre de wegbeheerder wil meewerken aan deze maatregelen en de meest effectieve maatregelen (luifel en tunnel) zeer kostbaar zijn, zijn deze maatregelen in overleg met de gemeente Zoetermeer niet verder onderzocht. De uiteindelijke afweging daarvoor ligt bij de gemeente Zoetermeer. Vanwege het geluid van de A12 zal naar verwachting redelijkerwijs geen gebouwontwerp kunnen worden gemaakt waarmee de grenswaarden kunnen worden gerespecteerd. Afwijking van de grenswaarden is mogelijk als sprake is van zwaarwegende belangen. Daarvan is hier sprake.
De gemeente Zoetermeer heeft dit gemotiveerd in de notitie zwaarwegende belangen dat als bijlage bij het Omgevingsprogramma is gevoegd.
20197021.R03.V03-H / definitief / 19 mei 2025 3
Ook zal redelijkerwijs niet overal aan de beleidsvoorwaarden uit het Afwegingskader geluid Zoetermeer kunnen worden voldaan. Om toch de woningen te kunnen realiseren en gelijktijdig een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te waarborgen zijn aanvullende voorwaarden opgenomen in het Geluidkader Entree. Bij de verdere uitwerking van de plannen (BOPA) zal, indien niet kan worden voldaan aan het Afwegingskader geluid Zoetermeer, in ieder geval moeten worden voldaan aan het Geluidkader Entree. Zowel het Geluidkader Entree, als de notitie zwaarwegende belangen zijn gebaseerd op adviezen van de GGD. Daardoor wordt, ondanks de geluidsituatie, een aanvaardbaar woonen leefklimaat gewaarborgd. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidsituatie bij de bestaande woningen, op een enkele uitzondering na, niet wezenlijk wijzigt. Over het algemeen blijft de geluidsituatie gelijk of is sprake van een minimale wijziging. Alleen bij het getransformeerde pand “De Baron” (Bredewater 18) is, door het vervallen van de huidige wal langs de Afrikaweg, sprake van een wezenlijke toename van het geluid. Daar zal aanvullend onderzoek uitgevoerd moeten worden naar de geluidwering van de gevels. Waar nodig zal de geluidwering moeten worden verbeterd, voor rekening van de initiatiefnemer, de gemeente Zoetermeer.
Tijdens de realisatie van het plan kan sprake zijn van wegen die al wel zijn aangepast terwijl de gebouwen nog niet zijn gerealiseerd. Daardoor is bijvoorbeeld geen sprake meer van de huidig aanwezige (lage) geluidwallen langs de Afrikaweg. Uit het onderzoek blijkt dat bij de meeste woningen de geluidsituatie niet wezenlijk afwijkt van de autonome situatie of zelfs sprake is van iets minder geluid van het wegverkeer. Bij een deel van de appartementen aan de Stadhoudersring is sprake van iets meer geluid vanwege wegverkeer. Het gaat daarbij om 0 tot hooguit 3 dB. Dit wordt veroorzaakt doordat afschermende gebouwen langs zowel A12 als de Afrikaweg en de geluidwal langs de Afrikaweg zijn verwijderd. De tijdsduur van het effect is volledig afhankelijk van de voortgang en volgorde van de sloop en nieuwbouw. Als bijvoorbeeld nieuwbouw langs de A12 als eerste wordt uitgevoerd, heeft dit een positief effect. Ter hoogte van het Abdissenbos kunnen de nieuwe woningen een verhoogd geluidniveau ondervinden vanwege het nog te realiseren Stedin transformatorstation en een eventuele nieuwe basisschool met BSO. Zowel bij het ontwerp van het transformatorstation en de school, als bij het ontwerp van de woningen moet rekening worden gehouden met maatregelen om een goed woon- en leefklimaat te waarborgen.
20197021.R03.V03-H / definitief / 19 mei 2025 4
1
INLEIDING De gemeente Zoetermeer ontwikkelt plannen voor een nieuwe invulling van het gebied rondom de Afrikaweg: “Entree”. Het betreft een transformatie van een gebied met meerdere verouderde kantoren naar een levendige stadswijk. Voor deze transformatie wordt een Milieu Effect Rapport (MER) opgesteld. Het MER geeft inzicht in de gevolgen van de ontwikkeling op zowel de omgeving als op het plangebied zelf. Het geluidonderzoek is opgesteld ten behoeve van het MER. Aan de hand van het onderzoek kan ook een afweging van belangen worden uitgevoerd. De wijk wordt doorsneden door de Afrikaweg. Bovendien liggen in de directe omgeving de rijksweg A12 en andere wegen. Ook is in de directe omgeving sprake van een tweetal spoorwegen (Den Haag-Gouda en Randstadrail). Deze wegen en spoorwegen produceren geluid en hebben daarmee effect op de nieuwbouw, transformatiepanden en bestaande panden zowel binnen als buiten het plangebied. In het akoestisch onderzoek is het effect van de ontwikkeling op de geluidsituatie in beeld gebracht. Daarvoor is de huidige situatie afgezet tegen de autonome en de toekomstige situatie. De autonome situatie is de toekomstige situatie waarbij wordt verondersteld dat de transformatie niet wordt doorgevoerd. Voor de toekomstige situatie is een voorbeeldinvulling (gebaseerd op het stedenbouwkundig model) opgesteld door de gemeente Zoetermeer.
Deze invulling is het resultaat van een uitgebreid ontwikkelproces dat al in 2015 is ingezet. Daarbij is gezocht naar een invulling die rekening houdt met de geluidbelaste situatie, en daarmee de wens om ook rustige gebieden en gebouwzijden te realiseren, maar ook met andere criteria zoals het aantal woningen en stedenbouwkundige vormgeving. De uiteindelijke invulling zal afwijken van dit voorbeeld. Het voorbeeld is louter opgesteld om een algemeen inzicht te geven in de aard en omvang van de geluidsituatie in het plangebied. Aan de hand van dit inzicht kunnen, bij de verdere uitwerking, keuzes worden gemaakt ten aanzien van de criteria ten behoeve van de uiteindelijke invulling. Deze keuzes worden in dit rapport niet gemaakt. In het rapport wordt ingegaan op de gehanteerde uitgangspunten, de effecten van de voorgenomen ontwikkeling en maatregelen waarmee de geluidsituatie waar nodig en waar mogelijk kan worden verbeterd. Het rapport behandelt achtereenvolgens: Hoofdstuk 2. De uitgangspunten voor het onderzoek; Hoofdstuk 3. De huidige situatie; Hoofdstuk 4. De autonome situatie. De opzet van dit hoofdstuk is gelijk aan die van hoofdstuk 3. Alleen de onderzochte situatie wijkt af. Hoofdstuk 5. De plansituatie met een maximaal aantal van 7.250 nieuwe woningen;
20197021.R03.V03-H / definitief / 19 mei 2025 5
Hoofdstuk 6. De plansituatie met een minimaal aantal van 6.250 nieuwe woningen. De opzet van dit hoofdstuk is gelijk aan die van hoofdstuk 5. Alleen de onderzochte situatie wijkt af. Hoofdstuk 7. De realisatiefase. Hoofdstuk 8. De overige aspecten; Hoofdstuk 9. Conclusies. De resultaten van het rapport worden gebruikt als input voor het MER.
20197021.R03.V03-H / definitief / 19 mei 2025 6
2 2.1
UITGANGSPUNTEN EN WIJZE VAN ONDERZOEK EN BEOORDELING Beschouwde aspecten Het akoestisch onderzoek heeft betrekking op de volgende aspecten: 1.
Geluid van wegen Het betreft het geluid van het verkeer op de wegen waarvan een relevante invloed op het plangebied en de directe omgeving wordt verwacht: wegen met een geluidaandachtsgebied. Het gaat daarbij om zowel de gemeentelijke wegen als de A12. Van de gemeentelijke wegen worden, alhoewel de Omgevingswet dit niet verplicht, in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (hierna: ETFAL) ook de wegen beschouwd die geen geluidaandachtsgebied hebben. Wegen met een geluidaandachtsgebied dat over het plangebied heen ligt zijn: Rijksweg A12 Afrikaweg Zuidweg Houtsingel Boerhaavelaan Bredewater Meerzichtlaan Van Leeuwenhoeklaan Diverse woonwijkstraten met meer dan 1000 mvt/etmaal
2.
Geluid van spoorwegen Het betreft het geluid van de spoorwegen Den Haag-Gouda en de Randstadrail.
3.
Geluid van bedrijvigheid Het betreft het geluid van bedrijvigheid in en direct rondom het plangebied.
Het geluid van wegen en spoorwegen kan een grote invloed hebben op de woon- en leefkwaliteit. Daarom worden deze aspecten uitgebreid beschouwd. Naast deze geluidsoorten wordt ook aandacht besteed aan geluid van bedrijvigheid. Het effect daarvan is zeer lokaal. Daarom wordt het geluid van bedrijvigheid beperkter beschouwd.
2.2
Onderzoeksgebied Als gevolg van de transformatie van het gebied, worden nieuwe woningen en andere geluidgevoelige gebouwen (bijvoorbeeld maatschappelijke functies) geïntroduceerd in het plangebied. Deze functies worden belast door geluid afkomstig van wegen en spoorlijnen.
20197021.R03.V03-H / definitief / 19 mei 2025 7
De transformatie zelf heeft ook invloed op de omgeving. Zo wijzigt bijvoorbeeld de verkeerssituatie in de omgeving. Ook wijzigt de verspreiding van het geluid doordat de bebouwing binnen het plangebied verandert. Door de verandering kan zowel sprake zijn van afscherming waardoor de geluiduitstraling naar de omgeving vermindert, als van reflectie waardoor de geluiduitstraling naar de omgeving toeneemt. Om alle effecten goed in beeld te brengen wordt de geluidsituatie niet alleen binnen het plangebied in beeld gebracht maar ook in de directe omgeving daar omheen. Het effect in de directe omgeving wordt bepaald bij in ieder geval de geluidgevoelige bebouwing direct rondom het plangebied. Daarnaast wordt ook aandacht besteed aan effecten op grotere afstand (indirect effect) als gevolg van gewijzigd verkeer. In de volgende figuur is het plangebied weergegeven.
Noord
Figuur 1
2.3
Plangebied
Onderzochte situaties In het onderzoek worden de huidige situatie en de autonome situatie (de situatie in 2040 zonder rekening te houden met het plan) vergeleken met de toekomstsituaties (de situatie in 2040 waarbij wél rekening wordt gehouden met het plan). De toekomstsituaties betreffen een situatie waarbij wordt uitgegaan van een invulling met een maximaal en een minimaal aantal woningen. Samengevat zijn de volgende situaties onderzocht: 1. Huidige situatie (2025); 2. Autonome situatie (2040); 3. Plansituatie 2040: a. maximaal aantal woningen b. minimaal aantal woningen
20197021.R03.V03-H / definitief / 19 mei 2025 8
4.
Tussenfase (‘autonome situatie’ waarbij de nieuwe wegenstructuur is gerealiseerd en de gebouwen in het plangebied zijn gesloopt).
Elke situatie heeft zijn eigen stedenbouwkundige invulling en ook zijn eigen bijbehorende verkeersgegevens. In de volgende figuren zijn 3D impressies van deze situaties gegeven.
Figuur 2
Impressie huidige en autonome situatie
Op dit moment zijn nog niet alle planologische mogelijkheden benut. Vanwege de beoogde transformatie en het Omgevingsprogramma wordt geen verdere invulling van die planologische mogelijkheden verwacht. Daarom is voor de autonome situatie uitgegaan van dezelfde fysieke situatie als de huidige situatie. Voor de toekomstige situatie is door de gemeente Zoetermeer een globale stedenbouwkundige invulling opgesteld. Deze invulling is een resultaat van een ontwerpproces van vele jaren waarbij naast de gemeente, ook ontwikkelende partijen, omwonenden en de GGD waren betrokken. Dat is getrechterd tot een mogelijke invulling waarbij, naast andere aspecten, ook nadrukkelijk rekening wordt gehouden met de geluidsituatie. Dit heeft zich vertaald in percelen met rustige binnenterreinen en zoveel mogelijk luwte voor de woningen. Opgemerkt wordt dat dit een voorbeeld-invulling is. In het verdere ontwikkelproces wordt de exacte invulling bepaald waarbij nadrukkelijk rekening gehouden moet worden met de geluidcriteria.
20197021.R03.V03-H / definitief / 19 mei 2025 9
2.4
Figuur 3
Impressie plansituatie
Figuur 4
Impressie tussenfase
Onderzoeksgegevens Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van de volgende onderzoeksgegevens: 1. Verkeersgegevens voor de huidige, autonome en toekomstige situatie van augustus 2024 en januari 2025; 2. Basis akoestisch rekenmodel volgens de geluidkartering van 2016; 3. 3D voorbeelduitwerking van oktober 2024; 4. Voorlopig wegontwerp van november 2024; 5. Afwegingskader geluid gemeente Zoetermeer van november 2023; 6. Brongegevens van de hoofdspoorweg volgens de geluidkartering van 2021; 7. Dienstregeling Randstadrail van januari 2025;
20197021.R03.V03-H / definitief / 19 mei 2025 10
8.
Bron- en schermgegevens van spoorwegen en Rijkswegen volgens de CVGG (centrale voorziening geluidgegevens) van december 2024; 9. Topografische BAG-gegevens van oktober 2020; 10. Omgevingswet; 11. Wet geluidhinder; De stukken bij punt 1 tot en met 5 zijn aangeleverd door of via de gemeente Zoetermeer. De overige gegevens zijn verkregen via publiek toegankelijke informatie op internet.
2.5
Rekenmodellen
2.5.1
Rekenmethoden Voor het inzichtelijk maken van de geluidsituatie zijn driedimensionale rekenmodellen opgesteld. De rekenmodellen zijn opgesteld volgens de specialistische methoden van het Reken- en Meetvoorschrift Geluid 2012 (Wet geluidhinder) en de Meet- en Rekenmethode geluid wegen volgens art. 3.8 van de Omgevingsregeling (Omgevingswet).
2.5.2
Verkeersgegevens In de volgende tabellen is de herkomst van de gebruikte verkeersgegevens gegeven. Tabel 1
Herkomst gehanteerde gegevens wegverkeer
Situatie
Peiljaar
Lokale wegen
Huidig
2025
Autonoom Toekomst maximaal en minimaal wonen
2040 2040
MRDH verkeersmodel1 MRDH verkeersmodel MRDH verkeersmodel
Tabel 2
Nieuwe binnenplanse wegen n.v.t. n.v.t. MRDH verkeersmodel
Rijkswegen
MRDH verkeersmodel CVGG2 CVGG
Herkomst gehanteerde gegevens railverkeer
Situatie Huidig
Peiljaar 2025
Randstadrail Huidige dienstregeling
Autonoom Toekomst maximaal en minimaal wonen
2040
Huidige dienstregeling +41%4
Hoofdspoorweg Geluidkarteringsgegevens uit 20213 CVGG
1 De gegevens uit het MRDH verkeersmodel zijn op 26 augustus 2024 en 16 januari 2025 aangeleverd door
Goudappel Coffeng. 2 In het geluidregister zijn wettelijk maximaal toegestane emissiegegevens opgenomen. 3 Aangenomen wordt dat de railverkeersgegevens tussen 2021 en 2025 niet zodanig zijn gewijzigd dat dit leidt tot een relevant verschil voor wat betreft het geluid. 4 Er zijn geen concrete toekomst prognoses voor het gebruik van de Randstadrail in 2040. Daarom is uitgegaan van een situatie waarbij het geluid toeneemt met 1,5 dB. Dit komt overeen met een toename van het gebruik van Randstadrail met 41%.
20197021.R03.V03-H / definitief / 19 mei 2025 11
In bijlage 1 tot en met 4 zijn de wegverkeersgegevens opgenomen. In bijlage 5 en 6 zijn de railverkeersgegevens weergegeven. In de volgende figuur zijn ter illustratie etmaalintensiteiten van een aantal wegvakken ter hoogte van het plangebied weergegeven. Voor een nadere onderbouwing van de verkeersgegevens wordt verwezen naar het verkeerskundig onderzoek.
Figuur 5 Etmaalintensiteiten: H - huidig, A - autonoom, Pmax - plan maximaal wonen, Pmin plan minimaal wonen
2.5.3
Rijsnelheden De rijsnelheden van het wegverkeer in de huidige en de autonome situatie zijn gelijk. Voor wat betreft de A12 is voor de huidige situatie uitgegaan van een maximaal toegestane rijsnelheid van 120 km/uur. Voor de toekomstige situatie wordt voor de A12 uitgegaan van een maximaal toegestane snelheid van 130 km/uur. Daarmee wordt afgeweken van de snelheidsbeperking tot 100 km/uur die vanaf 16 maart 2020 van toepassing is in de periode tussen 06.00 en 19.00 uur. Reden van de afwijking is dat het wettelijke geluidregister nog steeds een geluidemissie toelaat die is gebaseerd op een de hogere rijsnelheid van 130 km/uur. Het is wettelijk toegestaan om deze geluidemissie van de A12 volledig te
20197021.R03.V03-H / definitief / 19 mei 2025 12
benutten. Daarom wordt er in dit onderzoek alsnog uitgegaan van een maximaal toegestane rijsnelheid van 130 km/uur voor zowel de autonome als de toekomstige plansituaties. In de volgende figuren zijn de modelmatige5 rijsnelheden per wegvak in de directe omgeving van het plangebied aangegeven.
Figuur 6 Rijsnelheden huidig en autonoom (lichte motorvoertuigen tijdens de dagperiode)
5 De modelmatige gemiddelde rijsnelheid wijkt af van de wettelijk toegestane rijsnelheid voor de A12. Deze
gemiddelde rijsnelheid komt beter overeen met de werkelijke rijsnelheid.
20197021.R03.V03-H / definitief / 19 mei 2025 13
Figuur 7 Rijsnelheden plansituaties (lichte motorvoertuigen tijdens de dagperiode)
2.5.4
Wegdektypen De wegdektypen van de huidige en de autonome situatie zijn, met uitzondering van de Afrikaweg, gelijk. Voor de Afrikaweg is in de huidige situatie nog grotendeels sprake van referentiewegdek, waar in de autonome situatie sprake is van dunne deklagen type B. In de volgende figuren zijn de wegdektypen voor de huidige en de autonome situatie weergegeven.
20197021.R03.V03-H / definitief / 19 mei 2025 14
Figuur 8 Wegdektypen huidig
20197021.R03.V03-H / definitief / 19 mei 2025 15
Figuur 9 Wegdektypen autonoom Voor de toekomstige situatie is op de Afrikaweg en de te wijzigen gedeelten van de Van Leeuwenhoeklaan en Meerzichtlaan uitgegaan van de toepassing van akoestisch geoptimaliseerd SMA (het zogenaamde ‘Gelders Mengsel’). Dit is een stiller wegdektype dat geschikt is voor wegen met hogere verkeersintensiteiten en optrekkend en afremmend verkeer. De Boerhaavelaan en de Bredewater worden uitgevoerd in elementenverharding in keperverband. Om effecten vanwege veranderend verkeer op voorhand te beperken, worden als mitigerende maatregel, de rotondes Meerzichtlaan/Bredewater en Van Stolberglaan/Clauslaan, uitgevoerd in akoestisch geoptimaliseerd SMA. In de volgende figuur is zijn de gehanteerde wegdekken weergegeven.
20197021.R03.V03-H / definitief / 19 mei 2025 16
Figuur 10 Wegdektypen plansituaties
2.5.5
Bedrijfsgegevens Stedin Aan het Abdissenbos is de realisatie van een transformatorstation voorzien. Om de effecten daarvan in beeld te brengen, is gebruik gemaakt van het akoestisch rekenmodel dat is opgesteld voor de ruimtelijke onderbouwing van Stedin (rapport “Transformatorstation Stedin Abdissenbos – Ruimtelijke onderbouwing” van 11 december 2023, opgesteld door Witteveen + Bos). Voor nadere informatie over het transformatorstation en de geluidbronnen wordt verwezen naar deze rapportage. School Onderdeel van de nieuwe ontwikkeling ter hoogte van het Abdissenbos is een basisschool en een buitenschoolse opvang. De exacte vormgeving en omvang van de school moet nog nader worden uitgewerkt. In het voorliggende onderzoek is uitgegaan van de volgende situatie.
20197021.R03.V03-H / definitief / 19 mei 2025 17
Het is een school met 17 klassen. Aangenomen is dat er 5 groepen 1/2 zijn en 2 groepen per overig leerjaar. Er kunnen 30 kinderen in een groep zitten. Verder is uitgegaan van een buitenschoolse opvang (BSO) voor 60 kinderen. Gedurende de representatieve bedrijfssituatie (de situatie waarbij de school volledig in bedrijf is) is sprake van de volgende akoestisch relevante activiteiten: Van de 510 leerlingen (17 x 30 leerlingen) zitten er 150 in groep 1 en 2, 60 in groep 3 en 300 in groep 4 t/m 8. De groepen 4 t/m 8 spelen per kind in totaal gedurende 1 uur buiten. De groepen 1 en 2 spelen het meest buiten. Op een droge dag wordt er in totaal per dag gedurende circa 2 uur buiten gespeeld. Groep 3 speelt, naast de reguliere speeltijd van 1 uur die geldt voor groep 3 t/m 8, bij droog weer een extra half uur buiten (totaal 1,5 uur). Hierbij is er van uit gegaan dat de school een continurooster hanteert. De 60 kinderen van de BSO spelen op een droge schooldag gedurende 2 uur buiten. Naast de droge schooldagen is er ook sprake van regenachtige schooldagen. Op deze dagen zal er minder of niet buiten gespeeld worden. In het weekend en op vakantiedagen zijn er geen schoolkinderen aanwezig. Wel kunnen er kinderen uit de buurt of van de BSO op het speelplein spelen.
De verwachting is dat er op deze dagen door minder kinderen gespeeld zal worden, waardoor er ook sprake is van lagere geluidsniveaus. Deze dagen zijn buiten beschouwing gelaten. Verder is aangenomen dat alle kinderen over het hele terrein van de school kunnen spelen. De gemiddelde bronsterkte van een spelend kind van de basisschool bedraagt 86 dB(A). De maximale bronsterkte is 107 dB(A) voor een spelend kind. Deze bronsterktes zijn gebaseerd op praktijkmetingen van Alcedo bij basisscholen elders. Deze geluidsniveaus komen overeen met de publicatie van Martin Tennekes in het tijdschrift ‘Journaal Geluid’ van december 2009, nr. 10. JG 2009. Hier wordt voor een schoolplein uitgegaan van 80-87 dB(A). Voor de maximale bronsterkte per kind wordt uitgegaan van 95-107 dB(A) voor een schoolplein. In de volgende tabel zijn de geluidsbronnen inclusief bedrijfsduren samengevat. Tabel 3
Geluidsbronnen school, activiteiten op terrein
Geluidsbron
Bronsterkte (LWr) [dB(A)] Gemidde Max. lde
Bedrijfsduur per etmaalperiode [uren] BronOmschrijving DagAvondNachtnummer periode periode periode (07.00(19.00(23.0019.00) 23.00) 07.00) 001 150 leerlingen groep 1 en 2 86+21,81) 2,0 1) 002 60 leerlingen groep 3 86+17,8 1,5 003 300 leerlingen groep 4 t/m 8 86+24,81) 1,0 004 60 kinderen BSO 86+17,81) 2,0 011-033 LAmax spelend kind3) 107 ja 1) Alcedo-expertise. De gehanteerde bronsterktes zijn gecorrigeerd voor het aantal kinderen. De bronsterkte is verhoogd met 10*LOG(N), waarbij N het aantal kinderen is.
20197021.R03.V03-H / definitief / 19 mei 2025 18
Situatie In de volgende figuur is een impressie van de situatie van Stedin en de school gegeven.
Figuur 11 Impressie bedrijvigheid De in het onderzoek gehanteerde brongegevens zijn opgenomen in bijlage 7.
2.5.6
Gebouwen, beoordelingspunten en omgevingsfactoren Op de gevels van de geluidgevoelige gebouwen rondom het plangebied zijn beoordelingspunten geplaatst. Voor het in beeld brengen van de gevolgen van het plan is per gebouw op één of meerdere beoordelingshoogtes doorgerekend. Deze hoogte is: 2 meter (1e bouwlaag) bij een gebouw met 1 bouwlaag; 5 meter (2e bouwlaag) bij ‘standaard’ grondgebonden woningen; 5 meter (2e bouwlaag) en 14 meter (5e bouwlaag) bij appartementengebouwen met maximaal 5 bouwlagen; 5 meter (2e bouwlaag), 14 meter (5e bouwlaag) en de bovenste bouwlaag bij appartementengebouwen met meer dan 5 bouwlagen; De gehanteerde hoogtes zijn over het algemeen representatief voor de geluidbelasting voor de overige bouwlagen en geven daarmee voldoende informatie voor het bepalen van verschillen tussen de varianten. De ligging van de beoordelingspunten rondom het plangebied is opgenomen in bijlage 8. In de modellen voor de huidige en de autonome situatie zijn ook bij de gebouwen binnen het plangebied beoordelingspunten geplaatst voor zover deze gebouwen bij de realisatie van het plan ook zullen worden gehandhaafd. Om eventueel te kunnen toetsen aan eerder vastgestelde hogere grenswaarden, zijn bij deze gebouwen meerdere beoordelingshoogtes doorgerekend. Bij gebouwen die (in de voorbeelduitwerking) niet worden gehandhaafd, zijn geen beoordelingspunten geplaatst.
20197021.R03.V03-H / definitief / 19 mei 2025 19
In de modellen voor de toekomstige situatie zijn ook bij de nieuwe gebouwen binnen het plangebied beoordelingspunten geplaatst. Bij deze gebouwen (gebaseerd op een driedimensionale voorbeelduitwerking van de gemeente Zoetermeer) zijn afhankelijk van de gebouwhoogten, meerdere beoordelingshoogtes gebruikt zodat op elk van deze hoogten kan worden getoetst of wordt voldaan aan de wettelijke criteria. De beoordelingshoogtes beginnen bij 2 meter voor de eerste bouwlaag. Voor hogere bouwlagen worden telkens 3 meter hogere beoordelingshoogtes gehanteerd. In de onderstaande figuur is een 3-dimensionale impressie van de ligging van de beoordelingspunten weergegeven.
Figuur 12 Impressie beoordelingspunten bij bestaande en nieuwe gebouwen De ligging van de beoordelingspunten binnen het plangebied is opgenomen in bijlage 8. In de berekening wordt met alle factoren die van belang zijn rekening gehouden, zoals afstandsreducties, reflecties, afschermingen, bodem- en luchtdemping, helling- en kruispuntcorrecties. In het model zijn zachte bodemgebieden opgenomen. Waar geen zachte, absorberende, bodemgebieden zijn opgenomen wordt verondersteld dat de bodem hard is.
2.5.7
Rekenmodellen In de volgende figuren zijn impressies gegeven van enkele rekenmodellen. Meer uitgebreide modelinformatie is opgenomen in de bijlagen 1 tot en met 8.
20197021.R03.V03-H / definitief / 19 mei 2025 20
Figuur 13 2D impressie rekenmodel wegverkeer huidige en autonome situatie met beoordelingspunten in de omgeving
Figuur 14 2D impressie rekenmodel wegverkeer toekomstige situatie met beoordelingspunten binnen het plangebied en in de omgeving
20197021.R03.V03-H / definitief / 19 mei 2025 21
Figuur 15 2D impressie rekenmodel railverkeer toekomstige situatie met beoordelingspunten binnen het plangebied en in de omgeving Met de rekenmodellen is voor elke situatie het geluid ter plaatse van de beoordelingspunten bepaald. Daarnaast zijn ook geluidcontouren berekend. De contouren geven een beeld van de verdeling van het geluid tussen de gebouwen.
2.6
Beoordeling van de geluidsituatie
2.6.1
Omgevingswet De Omgevingswet regelt via het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en het tijdelijke deel van het omgevingsplan (de Bruidsschat) de beheersing van het geluid van het wegverkeer, railverkeer en gezoneerde industrieterreinen. De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. Sindsdien is gebleken dat de formulering van de geluidregels in het Bkl en de Bruidsschat niet overal juist en/of duidelijk is en moet worden aangepast. Deze aanpassing heeft nog niet plaatsgevonden en ook is nog niet bekend wat de aanpassing exact gaat inhouden. In het voorliggende rapport is het geluid beoordeeld op de wijze zoals dit – zoals blijkt uit de toelichting op deze regels – bedoeld is. Bij de beoordeling van het geluid wordt onderscheid gemaakt in geluid op nieuwe geluidgevoelige gebouwen en geluid op bestaande geluidgevoelige gebouwen. Bij nieuwe gebouwen moet worden beoordeeld volgens het Bkl. Bij bestaande gebouwen wordt, afhankelijk van de situatie, beoordeeld volgens het Bkl of de Bruidsschat.
20197021.R03.V03-H / definitief / 19 mei 2025 22
In het vervolg van deze rapportage wordt de term ‘woningen’ gebruikt als verzamelnaam voor de geluidgevoelige gebouwen.
2.6.2
Geluidsituatie bij nieuwe woningen De beoordeling van de geluidsituatie vindt op drie niveaus plaats: 1. Een beoordeling op basis van het Bkl en het gemeentelijk geluidbeleid; 2. Een beoordeling op basis van het Bkl (zonder het gemeentelijk geluidbeleid); 3. Een beoordeling op basis van een zwaarwegende afweging bij overschrijding van grenswaarden. In de volgende paragrafen wordt ingegaan op het Bkl, het gemeentelijk geluidbeleid (opgenomen in het Afwegingskader geluid Zoetermeer) en een zwaarwegende afweging waarbij gebruik wordt gemaakt van het specifiek voor het plangebied ontwikkelde Geluidkader Zoetermeer.
2.6.2.1
Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Aandachtsgebied Volgens het Bkl hebben alle verharde gemeentewegen met een verkeersintensiteit van meer dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal en alle spoorwegen een geluidaandachtsgebied, waarbinnen een geluidonderzoek verplicht is als nieuwe woningen worden gerealiseerd. Voor de gemeentewegen en lokale spoorwegen (Randstadrail) gelden voor het geluidaandachtsgebied, tot de basisgeluidemmissies beschikbaar zijn, de volgende afstanden tot de rand van de weg of de buitenste spoorstaaf: Tabel 4
Geluidaandachtsgebieden gemeentewegen en lokale spoorwegen (Omgevingsregeling art. 17.5)
Geluidbronsoort Gemeentewegen Lokale spoorwegen
1 of 2 rijstroken en maximumsnelheid ≤30 km/uur 100 meter
1 of 2 rijstroken en maximumsnelheid >30 km/uur en een spoorweg met 1 of 2 sporen 200 meter 200 meter
3 of meer rijstroken en een spoorweg met 3 of meer sporen 350 meter 350 meter
Het plan ligt binnen het geluidaandachtsgebied van meerdere gemeentewegen. In het onderzoek is geen rekening gehouden met deze afstandsbeperking. Het geluid wordt (als een worst case benadering en ETFAL) bepaald voor alle wegen die redelijkerwijs een bijdrage aan het geluid zouden kunnen leveren. Er is dus ook rekening gehouden met wegvakken waarvan het aandachtsgebied niet tot aan het plangebied reikt. De geluidaandachtsgebieden van de rijkswegen en de hoofdspoorwegen zijn opgenomen in het CVGG. Uit de geluidregisterkaart blijkt dat het plangebied binnen het geluidaandachtsgebied van de A12 en de spoorweg Den Haag-Gouda ligt. In de volgende figuren zijn geluidaandachtsgebieden opgenomen.
20197021.R03.V03-H / definitief / 19 mei 2025 23
Aandachtsgebied: Rijksweg Hoofdspoorweg
Figuur 16
Weergave geluidaandachtsgebied rijksweg en spoorweg
Toetswaarden In het Bkl zijn standaardwaarden opgenomen voor het geluid op nieuwe woningen. Als het geluid niet hoger is dan deze standaardwaarde, kan het plan worden gerealiseerd. Als de standaardwaarde overschreden wordt, dan kan (onder voorwaarden) een woning tot de grenswaarde worden toegelaten, op voorwaarde dat er redelijkerwijs geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen. In de volgende tabel zijn de standaardwaarden en de grenswaarden weergegeven. Tabel 5
Standaardwaarde en grenswaarden bij nieuwe woningen (Bkl art. 5.78t en 5.78u)
Geluidbronsoort
Standaardwaarde
Grenswaarde
Gemeentewegen Rijkswegen Hoofdspoorwegen Lokale spoorwegen
53 dB 50 dB 55 dB 55 dB
70 dB 60 dB 65 dB 65 dB
Overschrijding van de standaardwaarde Als de standaardwaarde wordt overschreden, maar wel voldaan wordt aan de grenswaarde, wordt: het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel betrokken (Bkl art 5.78ab, 1e lid); de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid op het geluidgevoelig gebouw beoordeeld (Bkl art 5.78ac);
20197021.R03.V03-H / definitief / 19 mei 2025 24
het gezamenlijk geluid op de gevel van de geluidgevoelige gebouwen bepaald en in het omgevingsplan vastgesteld (Bkl art 5.78ad). Overschrijding van de grenswaarde Overschrijding van de grenswaarde is in een aantal situaties mogelijk. Enkele relevante situaties betreffen: Vervangende nieuwbouw (Bkl art 5.78v) De grenswaarde mag met ten hoogste 5 dB worden overschreden als op een locatie een nieuw gebouw wordt toegelaten ter vervanging van een bestaand geluidgevoelig gebouw. Het aantal geluidgevoelige gebouwen met een overschrijding mag daarbij niet wezenlijk toenemen. Functiewijziging (Bkl art 5.78w) De grenswaarde mag met ten hoogste 5 dB worden overschreden als een niet geluidgevoelig gebouw wordt getransformeerd naar een geluidgevoelig gebouw. Niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen (Bkl art 5.78y) De grenswaarde mag worden overschreden als: ▪ de gevel geen te openen delen bevat (behalve als dat onderdeel uitmaakt van een gemeenschappelijke doorgang) – een zogenaamde ‘dove gevel’, of ▪ geborgd wordt dat ter plaatse van een te openen delen in de gevel die direct grenst aan een verblijfsgebied wordt voldaan aan de grenswaarde. Deze overschrijdingen zijn alleen toegestaan er redelijkerwijs geen maatregelen kunnen worden getroffen en de overschrijding zoveel als mogelijk wordt beperkt (Bkl art 5.78z).
Als ondanks deze maatregelen een overschrijding resteert, kan deze alsnog toelaatbaar zijn als sprake is van zwaarwegende belangen (Bkl art 5.78aa). Het moet daarbij gaan om zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen. Ook moeten geen andere maatregelen in aanmerking komen om te voldoen aan de grenswaarde. Als de grenswaarde wordt overschreden, wordt: rekening gehouden met het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel (Bkl art 5.78ab, 2e lid); de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid op het geluidgevoelig gebouw beoordeeld (Bkl art 5.78ac); het gezamenlijk geluid op de gevel van de geluidgevoelige gebouwen bepaald en in het omgevingsplan vastgesteld (Bkl art 5.78ad). Geluidwering van de gevels Als de standaardwaarde wordt overschreden, moet aandacht worden besteed aan de geluidwering van de gevels. De criteria daarvoor staan in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Naast deze wettelijke criteria worden in het Geluidkader Zoetermeer aanvullende criteria voor de geluidwering van de gevels gesteld.
20197021.R03.V03-H / definitief / 19 mei 2025 25
Gedetailleerde informatie over het Bkl en het Bbl is online beschikbaar via https://www.iplo.nl/ en/of https://www.wetten.overheid.nl. 2.6.2.2
Afwegingskader geluid Zoetermeer Vanaf 1 januari 2024 geldt het ‘Afwegingskader geluid (weg, rail en industrie) tussen standaardwaarde en grenswaarde (Omgevingswet)’, hierna te noemen: Afwegingskader geluid Zoetermeer. Het afwegingskader bevat de voorwaarden van de gemeente Zoetermeer waarmee, als nadere invulling van de wettelijke voorwaarden volgens het Bkl, een overschrijding van de standaardwaarden kan worden toegestaan. Hierna zijn de voorwaarden uit het Afwegingskader geluid Zoetermeer samengevat. Voorwaarden voor het beoordelen van de aanvaardbaarheid: 1. Het stedenbouwkundig ontwerp wordt zodanig vormgeven dat daarbij zoveel mogelijk afscherming voor het achterliggende gebied ontstaat. 2. Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning bouw moet een bouwakoestisch onderzoek worden gevoegd en wordt getoetst of wordt voldaan aan de binnenwaarde zoals genoemd in het Bbl in relatie tot het gezamenlijk geluid. 3. Bij appartementen en andere woningen dient minimaal 1 verblijfsruimte in de woning aan de geluidluwe zijde (maximaal standaardwaarde) te worden gesitueerd. 4. Aan de geluidluwe zijde wordt een volwaardige buitenruimte (tuin of balkon) gesitueerd (minimaal 6 m2). Geluidluwe buitenruimten Niet alleen decibellen op de gevel bepalen of iemand geluidhinder ondervindt. Compenserende factoren kunnen de ervaren hinder voor een deel beperken.
Het nadeel van een hoge geluidbelasting kan voor een deel worden gecompenseerd door factoren die ook in de akoestische sfeer liggen. Daarbij kan worden gedacht aan de volgende zaken: 1. Een geluidluwe gevel (zodat de bewoner ook met de ramen open kan slapen zonder te veel geluidhinder te ondervinden). 2. Een buitenruimte (een tuin, balkon of park) aan de rustige (geluidluwe) kant van het huis. 3. Aangepaste indeling van de woning, met relatief ongevoelige ruimten als keuken, badkamer, hal e.d. aan de “(hoog) geluidbelaste zijde” van de woning en de geluidgevoelige ruimten als slaapkamers en woonkamers aan de rustige (geluidluwe) zijde. Een geluidluwe buitenruimte is gedefinieerd als de buitenruimte behorende bij een woning of geluidgevoelig gebouw, zoals een tuin of een balkon, die grenst aan een geluidluwe gevel. Een geluidluwe gevel is gedefinieerd als een gevel of gedeelte van een gevel grenzend aan een geluidgevoelige ruimte, die een gecumuleerde geluidbelasting heeft van maximaal 53 dB vanwege wegverkeerslawaai of maximaal 55 dB vanwege hoofdspoorwegen. In dit geveldeel moet een te openen raam of deur zijn opgenomen die grenst aan een verblijfsruimte. Als sprake is van vervangende nieuwbouw van een woning of transformatie of woningcomplexen waarbij redelijkerwijs geen geluidsluw geveldeel kan worden gerealiseerd, dan kan worden afgezien van een geluidsluw geveldeel.
Dit kan mits de gecumuleerde geluidbelasting bij
20197021.R03.V03-H / definitief / 19 mei 2025 26
minimaal één geveldeel van de betreffende woning niet meer dan 58 dB vanwege wegverkeerslawaai of 60 dB vanwege hoofdspoorwegen bedraagt. Transformaties van (kantoor)gebouwen naar woningen 1. De voorwaarden hiervoor genoemd onder ‘voorwaarden voor het beoordelen van de aanvaardbaarheid en geluidluwe buitenruimten’ zijn in beginsel van toepassing en indien het niet mogelijk is hieraan te voldoen dient te worden gemotiveerd waarom dit het geval is. De onderbouwing hiervan dient door de gemeente te worden goedgekeurd voordat van de onderstaande aanvulling gebruik kan worden gemaakt. 2. Het binnenniveau bedraagt in beginsel 33 dB met een maximum tot 38 dB. 3. Voor lucht- en contactgeluid tussen woningen geldt in beginsel de norm vanuit het Bbl. Mocht dit niet mogelijk zijn dan dient dit gemotiveerd en onderbouwd te worden. 4. Indien er geen geluidluwe buitenruimte per woning/appartement mogelijk is kan worden volstaan met een gemeenschappelijke geluidluwe buitenruimte. 5. Indien woningen/appartementen zijn gesitueerd op een hoek en dit is gesitueerd aan twee (geluidbelaste) geluidbronnen, dan is een geluidluwe zijde voor deze hoekwoningen niet persé noodzakelijk. 6.
Het gebruik van een zogeheten niet geluidgevoelige gevel toe te staan op locaties waar de grenswaarde wordt overschreden om daarmee wel een aanvaardbaar binnenniveau te realiseren; dit onder de voorwaarde dat woningen ook een geluidluwe zijde hebben. Deze aanvullingen voor transformaties van (kantoor) gebouwen naar woningen gelden voor maximaal circa 20% van het totale aantal te realiseren woningen/appartementen in een (bouw)plan. De overige woningen moeten voldoen aan de “standaard” voorwaarden (voorwaarden voor het beoordelen van de aanvaardbaarheid en geluidluwe buitenruimten) van het beleid. Deze afweging moet plaatsvinden in overleg met het college. Binnenstedelijke nieuwbouw 1. De voorwaarden hiervoor genoemd onder ‘voorwaarden voor het beoordelen van de aanvaardbaarheid en geluidluwe buitenruimten’ zijn in beginsel van toepassing en indien het niet mogelijk is hieraan te voldoen dient te worden gemotiveerd waarom dit het geval is. De onderbouwing hiervan dient door de gemeente te worden goedgekeurd voordat van de onderstaande aanvulling gebruik kan worden gemaakt. 2. Indien er geen eigen geluidluwe buitenruimte gerealiseerd kan worden, mag dit een gemeenschappelijke geluidluwe buitenruimte zijn. 3. Het is alleen toegestaan om een balkon aan de geluidbelaste zijde te realiseren dat afsluitbaar is, als dit balkon niet aan de geluidluwe zijde gerealiseerd kan worden. 4.
Indien woningen/appartementen zijn gesitueerd op een hoek en dit is gesitueerd aan twee geluidbronnen, dan is een geluidluwe zijde voor deze hoekwoningen niet persé noodzakelijk. Deze aanvullingen voor binnenstedelijke nieuwbouw gelden voor maximaal circa 20% van het totale aantal te realiseren woningen/appartementen in een (bouw)plan. De overige woningen moeten voldoen aan de “standaard” voorwaarden (voorwaarden voor het beoordelen van de aanvaardbaarheid en geluidluwe buitenruimten) van het beleid. Deze afweging moet plaatsvinden in overleg met het college.
20197021.R03.V03-H / definitief / 19 mei 2025 27
Afwijkingen Van het bovenstaande kan door het college van burgemeester en wethouders onder voorwaarden en alleen in uitzonderingssituaties gemotiveerd en goed onderbouwd worden afgeweken. Er kan alleen van de bovenstaande aanvulling gebruik worden gemaakt als er naar het oordeel van het college sprake is van een goed woon-/leefklimaat. Voor de volledige inhoud van het Afwegingskader geluid Zoetermeer wordt verwezen naar: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR702752/1 2.6.2.3
Geluidkader Entree Bij de Entree is niet alleen vanwege de A12 sprake van veel geluid. Ook spoorwegen en gemeentelijke wegen (met name de Afrikaweg) zorgen voor veel geluid, zij het dat wel aan de wettelijke grenswaarden kan worden voldaan. Realisatie van woningen is hier echter alleen mogelijk als, naast de wettelijke grenswaarden, ook aan het Afwegingskader geluid Zoetermeer wordt voldaan. Uit verkennende studies is gebleken dat dit in de praktijk grote ongewenste stedenbouwkundige consequenties heeft. Vanwege de oriëntatie van de stedelijke blokken langs de Afrikaweg en de stedenbouwkundige opzet, zal het bijvoorbeeld voor een deel van de ontwikkelingen nodig zijn dat daar zogenoemde ‘eenzijdig georiënteerde wooneenheden’ worden gerealiseerd. De buitengevels van deze wooneenheden zullen meer geluid ontvangen dan de standaardwaarde. Door de eenzijdige oriëntatie van deze woningen is het dan niet mogelijk om deze wooneenheden een geluidluwe (buiten)zijde te laten hebben. Om niettemin deze ontwikkelingen mogelijk te maken, is eerder bij het ontwerp-bestemmingsplan vastgelegd dat voor deze situaties ook gebruik wordt gemaakt van het principe van de Interimwet Stad en Milieubenadering. Deze keuze wordt voortgezet in het Omgevingsprogramma Entree.
Daarom is ook hier een mogelijkheid geboden om met het Geluidkader Entree alsnog, met een acceptabele stedenbouwkundige inpassing, een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te realiseren. Het vertrekpunt is dus voldoen aan de standaardwaarden uit het Bkl. Als hieraan niet kan worden voldaan, komen de grenswaarden en het Afwegingskader geluid Zoetermeer in beeld. Pas als hier, goed gemotiveerd en onderbouwd, niet aan kan worden voldaan, komt het Geluidkader Entree in beeld. De afweging tot toepassing hiervan vindt plaats in overleg met het college op het niveau van het bouwplan. In het volgende schema is dit proces weergegeven.
20197021.R03.V03-H / definitief / 19 mei 2025 28
Figuur 17
Processchema Geluidkader Entree
Het Geluidkader Entree is onderverdeeld in algemene regels en specifieke regels voor geluidluw te openen geveldelen, slaapkamers aan de stilste zijde en geluidluwe buitenruimten. Als niet kan worden voldaan aan deze regels, zijn er voor sommige onderdelen afwijkingsmogelijkheden. Gebruikmaken van deze afwijkingsmogelijkheden kan alleen bij zwaarwegende redenen (ter beoordeling van het college). Voor de volledige inhoud van het Geluidkader Entree wordt verwezen naar de bijlage bij het Omgevingsprogramma.
20197021.R03.V03-H / definitief / 19 mei 2025 29
2.6.2.4
Analyse van het aantal gehinderden bij nieuwe woningen De analyse van het aantal gehinderden is geen wettelijke plicht, maar geeft een algemeen beeld van de groei of afname van het aantal gehinderden. Voor de bepaling van het aantal gehinderden wordt, op basis van een opgave van de gemeente Zoetermeer, uitgegaan van een gemiddelde bezetting van 1,65 personen per woning.
2.6.3
Geluidsituatie bij bestaande woningen De geluidsituatie bij bestaande woningen wijzigt door de realisatie van het plan. Zo worden bijvoorbeeld wegen fysiek gewijzigd (Afrikaweg, Van Leeuwenhoeklaan, Meerzichtlaan, Boerhaavelaan en Van Stolberglaan). Ook wijzigt op sommige wegvakken de maximaal toegestane rijsnelheid. Een deel van de Boerhaavelaan wordt 30 km/uur. De hele Afrikaweg wordt 50 km/uur. Ook wordt van een deel van de Afrikaweg, Van Leeuwenhoeklaan en Meerzichtlaan het wegdektype gewijzigd. Verder worden in het plangebied nieuwe (30 km/uur) ontsluitingswegen aangelegd. Daarnaast wijzigt ook het verkeer in de omgeving van het plangebied. Tot slot wordt het plangebied geheel bebouwd. Deze wijzigingen hebben gevolgen hebben voor de geluidsituatie in de omgeving van het plangebied. Deze wijzigingen worden via twee sporen beoordeeld: 1. Een toetsing of sprake is van overschrijding van wettelijke criteria; 2. Een analyse van het aantal gehinderden in de huidige, de autonome en in de plansituaties. De toetsing aan wettelijke criteria vindt, afhankelijk van de situatie, plaats volgens de Bruidsschat of het Bkl (Omgevingswet): De toetsing volgens de Bruidsschat is aan de orde bij een wijziging aan een weg (of gedeelte van een weg) die geheel binnen de verkeersbestemming volgens het vigerende Omgevingsplan valt.
De toetsing volgens het Bkl is aan de orde bij een wijziging aan een weg (of gedeelte van een weg) die geheel of gedeeltelijk buiten de verkeersbestemming volgens het vigerende Omgevingsplan valt. Een toetsing volgens het Bkl is ook aan de orde bij indirecte effecten door veranderend verkeer of een wijziging in de overdracht. In de volgende figuur is een impressie gegeven van wegvakken die geheel of gedeeltelijk buiten de verkeersbestemming vallen. Op wijziging van deze wegvakken is dus het Bkl van toepassing. Op andere te wijzigen wegvakken is de Bruidsschat van toepassing.
20197021.R03.V03-H / definitief / 19 mei 2025 30
Bruidsschat Bkl Figuur 18
Wegvakken waarop Bkl of Bruidsschat van toepassing is
In de volgende paragrafen is aangegeven op welke wijze de beoordelingen worden uitgevoerd. 2.6.3.1
Wijziging van een weg volgens de Bruidsschat Als een gemeenteweg wijzigt binnen de mogelijkheden volgens het vigerende (tijdelijke deel van het) Omgevingsplan, moeten de geluidgevolgen op bestaande woningen in beeld worden gebracht volgens afdeling 22.4 van de Bruidsschat. Doel van de regels van deze afdeling is een voortzetting van het systeem van een reconstructietoets volgens de Wet geluidhinder. De formulering van de regels van de Bruidsschat blijkt echter niet correct te zijn overgenomen. Daarom is het geluid beoordeeld op de wijze zoals dit bedoeld was: volgens het systeem van de Wet geluidhinder. De Wet geluidhinder beschermt woningen (en zorg- en onderwijsgebouwen – hierna gezamenlijk ‘woningen’ genoemd). Als deze woningen binnen de geluidzone van een te wijzigen weg liggen, worden grenzen gesteld aan de toegestane geluidbelasting.
20197021.R03.V03-H / definitief / 19 mei 2025 31
Geluidzones Geluid en hinder zijn ruimtelijk bepaald: de geluidbelasting neemt af bij toenemende afstand tussen de bron en de ontvanger. De wetgever heeft om die reden gekozen voor het definiëren van ruimtelijke aandachtsgebieden, de zogeheten geluidzones. Er zijn zones gedefinieerd voor drie geluidbronnen: wegverkeer, railverkeer en industrieterreinen. In de situatie Entree wijzigen alleen delen van gemeentewegen. De breedte van de zone, aan weerszijden van de weg, is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk). In de volgende tabel worden de zonebreedten weergegeven van de meest relevante gemeentewegen. Tabel 6
Zonebreedten
Weg(en) Van Leeuwenhoeklaan, Meerzichtlaan, Boerhaavelaan, Ierlandlaan, Van Stolberglaan Afrikaweg, Zuidweg, Amerikaweg, Europaweg
situatie
Aantal rijstroken
Zonebreedte [m]
stedelijk
1 of 2
200
stedelijk
3 of meer
350
Binnen het plangebied bevinden zich ook 30 km/uur wegen. Deze wegen hoeven vanuit de Wet geluidhinder niet bij het onderzoek te worden betrokken. Geluidnormen bij bestaande woningen Als een bestaande weg fysiek wordt gewijzigd, kan er bij bestaande woningen sprake zijn van een zogenaamde reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder. Er is sprake van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder als: het gaat om een wijziging op of aan een aanwezige weg (wijzigen profiel, wegbreedte, hoogteligging, wegdek, aantal rijstroken, aanleg kruispunten, aanleg aansluitingen, op- en afritten, wijziging van snelheid), én de geluidbelasting met 2 dB of meer toeneemt ten opzichte van de toetswaarde als gevolg van deze wijziging. De toename wordt bepaald door de geluidbelasting in het toekomstig maatgevende jaar te vergelijken met de laagste waarde van: een reeds eerder verleende hogere waarde ten gevolge van het fysiek te wijzigen wegvak; de geluidbelasting voorafgaand aan de wijziging. Als er in het verleden geen hogere waarde is vastgesteld geldt de geluidbelasting voorafgaand aan de wijziging als toetswaarde. Overigens is een geluidbelasting tot en met 48 dB altijd toegestaan. In de volgende tabel zijn de toetswaarden opgenomen.
20197021.R03.V03-H / definitief / 19 mei 2025 32
Tabel 7
Toetswaarden bij reconstructie
Situatie Niet eerder vastgestelde hogere waarde Eerder vastgestelde hogere waarde
Toetswaarde Heersende geluidbelasting ( = voorafgaand aan de reconstructie met minimum van 48 dB) Laagste van: heersende geluidbelasting ( = voorafgaand aan de reconstructie met minimum van 48 dB) eerder (vastgestelde) hogere waarde
Als sprake is van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder moet onderzocht worden of er maatregelen getroffen kunnen worden om de toename van de geluidbelasting tot aan het maatgevende jaar ongedaan te maken (bijvoorbeeld door toepassing van een stiller wegdek en/of een geluidscherm). In feite komt dit erop neer dat zodanige maatregelen bepaald moeten worden dat de geluidbelasting 10 jaar na openstelling niet hoger zal zijn dan die in het jaar voordat met de wijziging werd begonnen of de eerder vastgestelde hogere waarde als die lager is dan de geluidbelasting in het jaar voordat met de wijziging werd begonnen. Wanneer sprake is van reconstructie en er kunnen geen of onvoldoende doelmatige maatregelen worden getroffen om de geluidbelastingen in de toekomstige situatie terug te brengen tot de toetswaarde, kan het bevoegd gezag hogere waarde voor de toekomstige geluidbelasting vaststellen. De maximaal toelaatbare geluidbelasting bij reconstructie wordt in de volgende tabel weergegeven. Tabel 8
Maximaal toelaatbare geluidbelastingen bij reconstructie
Situatie Eerder hogere waarde vastgesteld op grond van art. 83 Wgh of art. 84 Wgh (voor 1 september 1991) Niet eerder hogere waarde vastgesteld en heersende geluidbelasting ≤ 53 dB Eerder hogere waarde vastgesteld in het kader van de sanering (art. 90 Wgh) Niet eerder hogere waarde vastgesteld en heersende geluidbelasting > 53 dB
Maximale geluidbelasting in dB Stedelijk gebied Buitenstedelijk gebied 63 58 (art. 100a.1b Wgh) (art. 100a.1b Wgh) 63 58 (art.100a.1b Wgh) (art. 100a.1b Wgh) 68 68 (art. 100a.2 Wgh) (art. 100a.2 Wgh) 68 68 (art. 100a.2 Wgh) (art. 100a.2 Wgh)
In beginsel is de maximaal toegestane toename van de geluidbelasting als gevolg van de fysieke wijziging van de weg 5 dB, mits de maximaal toelaatbare geluidbelasting niet wordt overschreden. Onder bepaalde voorwaarden is, voor zover de maximaal toelaatbare geluidbelasting niet wordt overschreden, een toename van meer dan 5 dB mogelijk. Dit is het geval in de volgende situaties: als gevolg van reconstructie daalt de geluidbelasting van een tenminste gelijk aantal woningen langs een andere weg met een ten minste gelijke waarde, én de wegbeheerder heeft verklaard dat financiële middelen beschikbaar zijn om ten behoeve van de desbetreffende woningen de saneringsmaatregelen inclusief gevelmaatregelen uit te voeren voordat de reconstructie voltooid is.
20197021.R03.V03-H / definitief / 19 mei 2025 33
Vastgestelde hogere waarden in de directe omgeving van het plangebied In de directe omgeving zijn voor verschillende locaties hogere waarden vastgesteld. Gebied ten oosten van de Afrikaweg In 2015 zijn hogere waarden vastgesteld voor een deel van het plangebied ten oosten van de Afrikaweg. Hierna is de tabel uit het besluit weergegeven.
Figuur 19 Hogere waarden gebied ten oosten van Afrikaweg De betreffende woningen en maatschappelijke voorzieningen zijn op dit moment nog niet gerealiseerd.
Voor veld 6 (Terra Nova, Boerhaavelaan 1-7) zijn op 21 december 2021 nieuwe hogere waarden vastgesteld. Het betreft hogere waarden voor 261 van de 393 woningen. Terra Nova is op dit moment in aan/verbouw. Hierna is de tabel uit het besluit weergegeven.
20197021.R03.V03-H / definitief / 19 mei 2025 34
Figuur 20 Hogere waarden Boerhaavelaan 1-7, Terra Nova Bredewater 18 Op 17 maart 2016 zijn hogere waarden vastgesteld voor de transformatie van het kantoorgebouw Bredewater 18 naar woningen. Hierna is de tabel uit het besluit weergegeven.
Figuur 21 Hogere waarden Bredewater 18, de Baron De transformatie naar woningen heeft inmiddels al plaatsgevonden.
20197021.R03.V03-H / definitief / 19 mei 2025 35
Bredewater 24 Op 13 september 2013 is een omgevingsvergunning vastgesteld voor het pand Bredewater 24. Met deze vergunning is het mogelijk gemaakt om af te wijken van het bestemmingsplan en een gedeelte van het pand te gebruiken voor onderwijs. Er zijn voor dit pand geen hogere waarden volgens de Wet geluidhinder vastgesteld, alhoewel dit gelet op de hoogte van de geluidbelasting wel voor de hand had gelegen. Het pand wordt inmiddels ook niet meer gebruikt voor onderwijs. Er worden plannen ontwikkeld voor nieuwbouw op deze locatie. Omdat geen hogere waarden zijn vastgesteld, het huidige pand niet meer voor onderwijs wordt gebruikt en nieuwbouwplannen worden ontwikkeld, wordt het huidige pand in deze rapportage niet als een reconstructiesituatie beschouwd. Deze reconstructiesituatie wordt immers opgeheven bij de realisatie van een nieuw gebouw. Ierlandlaan 2-10 Op 24 februari 2022 zijn hogere waarden vastgesteld voor de transformatie van het kantoorgebouw Ierlandlaan 2-10 naar 26 (zorg)studio’s. Hierna is de tabel uit het besluit weergegeven.
Figuur 22 Hogere waarden Ierlandlaan 2-10 Stiller verkeer in de toekomst De Wet geluidhinder gaat er vanuit dat de geluidproductie van motorvoertuigen in de toekomst zal afnemen. Bij de beoordeling van de geluidsituatie mag daarmee, volgens art. 110g van de Wet geluidhinder, rekening worden gehouden. Daarom worden de berekende geluidbelastingen vanwege wegverkeer gereduceerd met 2 tot 4 dB bij wegen met een rijsnelheid van 70 km/uur en hoger en met 5 dB bij wegen met een rijsnelheid van minder dan 70 km/uur. 2.6.3.2
Wijziging van geluid volgens het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Als een gemeenteweg wordt aangelegd of gewijzigd en daarmee buiten of gedeeltelijk buiten de mogelijkheden volgens het vigerende (tijdelijke deel van het) Omgevingsplan komt, moeten de geluidgevolgen worden beoordeeld volgens art. 5.78 van het Bkl.
20197021.R03.V03-H / definitief / 19 mei 2025 36
Er moet in dat geval worden gekeken naar 1. De directe effecten bij woningen ter hoogte van de gewijzigde weg; 2. De indirecte effecten bij verder weg gelegen woningen als gevolg van: a. veranderend verkeer b. wijziging in de geluidoverdracht Toepassingsbereik Het toepassingsbereik van het geluid van aan te leggen of te wijzigen gemeentewegen is vermeld in Bkl 5.78, 5.78i en 5.78j. De belangrijkste criteria zijn: Alle verharde gemeentewegen (behalve een woonerf), met een verkeersintensiteit van meer dan 1.000 mvt/etmaal als kalenderjaargemiddelde. Verplaatsen van één of meer rijstroken met meer dan 2 meter, of Verhogen of verlagen van de rijstroken met meer dan 1 meter, of Toename van het aantal rijstroken (uitgezonderd voorsorteer-, in- en uitvoegstroken), of Vervangen van wegdek door minder stil wegdek, of Verwijderen van geluidbeperkende maatregelen langs de weg. Directe effecten Een aanleg of wijziging van een weg kan leiden tot een verandering van het geluid bij woningen die direct ter hoogte van het betreffende wegvak liggen. In art. 5.78m wordt aangegeven in welke gevallen dit is toegestaan: 1.
2.
Bij aanleg van een weg: a. als het geluid niet hoger is dan de standaardwaarde van 53 dB voor gemeentewegen; Bij wijziging van een weg: a. als het geluid niet hoger is dan de standaardwaarde van 53 dB voor gemeentewegen; b. als het geluid niet hoger is dan het geluid op het tijdstip van de wijziging van het omgevingsplan (heersende waarde).
Het verschil tussen het heersende geluid (huidige situatie) en het geluid in de plansituatie moet volgens art. 3.4 van de Omgevingsregeling worden gebaseerd op (akoestisch) afgeronde waarden. Een verschil van 0 dB is toegestaan. Een verschil van 1 dB of hoger is een overschrijding. Als sprake is van een overschrijding, kan dit alsnog worden toegestaan (art 5.78n) als: geen maatregelen kunnen worden getroffen om te kunnen voldoen om de toename terug te brengen tot 0 dB; de overschrijding door maatregelen zoveel als mogelijk wordt beperkt en het geluid niet hoger is dan de grenswaarde. Maatregelen moeten financieel doelmatig zijn en geen overwegende bezwaren ontmoeten. Bij een overschrijding moet de aanvaardbaarheid van gecumuleerd geluid worden beoordeeld (art. 5.78p). De wijze waarop is niet gedefinieerd. De gemeente heeft daarvoor een eigen bestuurlijke afwegingsruimte. Eén van de mogelijkheden daarbij is bijvoorbeeld de methode Miedema. De berekening van het gecumuleerd geluid is opgenomen in art. 3.25 van de Omgevingsregeling.
20197021.R03.V03-H / definitief / 19 mei 2025 37
Bij een overschrijding moet ook het gezamenlijk geluid op de gevel van geluidgevoelige woningen bepaald (art. 5.78q). Deze waarde moet worden gebruikt voor het onderzoek naar en het besluit over geluidwerende gevelmaatregelen (Bkl 3.53). De daarbij te hanteren binnenwaarde is volgens art. 3.53 Bkl, afhankelijk van de situatie, 36 of 41 dB. Indirecte effecten van veranderend verkeer Een aanleg of wijziging van een weg kan ook effect hebben in de wijdere omgeving. Dat geldt ook bij de realisatie van bijvoorbeeld een nieuwe woonwijk, zoals Entree. Volgens art 5.78af is een indirect akoestisch effect tot en met 1,5 dB toegestaan. Dit wordt bereikt bij een toename van de verkeersintensiteit van 41,2% ten opzichte van de autonome situatie. Bij een grotere groei is het effect dus ook groter dan 1,5 dB. Qua afronding is hierop art. 3.8 onder 2 van de Omgevingsregeling van toepassing. Daarin staat dat het geluid in dit geval niet mag worden afgerond. Een verschil van 1,50 dB is toegestaan. Een verschil van 1,51 dB is een overschrijding. Als sprake is van een overschrijding, kan dit alsnog worden toegestaan (art 5.78af) als: geen maatregelen kunnen worden getroffen om de toename terug te brengen tot ten hoogste 1,5 dB; de overschrijding door maatregelen zoveel als mogelijk wordt beperkt en het geluid niet hoger is dan de grenswaarde.