Bijlage 18 MER Bijlage 1 Nota van Beantwoording NRD
Tekst van het document
25
waardoor het daarna via interpolatie mogelijk zal zijn om de uiteindelijk haalbare programmering op de juiste wijze in overeenstemming te brengen met de milieu-eisen. Gepleit wordt om zoveel mogelijk indicatoren kwantitatief te onderzoeken in plaats van kwalitatief. De kwalitatieve waardering bij het MER Entree Midden was te vaak puur subjectief. De volgende indicatoren dienen kwantitatief te worden onderzocht: -Openbaar vervoer en langzaam verkeer; -Verkeersveiligheid en parkeren; -Het verkeersonderzoek van Goudappel moet dienen om de geluidsbelasting van het verkeer te berekenen; -Ten aanzien van luchtkwaliteit dient rekening te worden gehouden met de GGD-richtlijn Luchtkwaliteit en Gezondheid; -Windhinder en schaduwwerking; -Gezondheidsbevordering dient gespecificeerd te worden;
nieuwe woningen is aangepast naar 6.250 tot 7.250 (met bijbehorende voorzieningen).
Bij ondergronds ruimtegebruik moet er aandacht zijn voor gescheiden waterleveringssystemen: drinkwater en overig water (blussen, wassen, spoelen, schoonmaken), gescheiden rioleringssystemen, ondergrondse wateropslag na intensieve neerslag voor later gebruik in droge perioden. - waterkwaliteit en -kwantiteit dienen gekwantificeerd te worden en gemonitord.
In de Ontwikkelvisie zijn in hoofdstuk 8 ontwerpprincipes opgenomen voor het splitsen van drinkwater en overig water. In het gebied is een gescheiden rioolstelsel aanwezig. Dit betekent dat het relatief schone hemelwater apart wordt ingezameld en wordt geloosd op het nabijgelegen oppervlaktewater. Waterschappen zijn verantwoordelijk voor het monitoren en beoordelen van de kwaliteit van het oppervlaktewater. In het schetsontwerp openbare ruimte wat ter kennisname bij de stukken is gevoegd is (het toe te voegen) waterareaal opgenomen.
26
Voor de aspecten windhinder, bezonning, openbaar vervoer (deels) en parkeren is – mede door reactie van indiener – gekozen voor een kwantitatieve beoordeling. Voor de aspecten waterkwaliteit, verkeersveiligheid, openbaar vervoer (deels), langzaam verkeer en hitte is dit niet het geval. In deze fase van het Omgevingsprogramma zijn voor deze aspecten geen (model)berekeningen gemaakt, maar wordt de beoordeling in het MER wel onderbouwd met cijfers en kaartmateriaal. Bij hittestress wordt gebruik gemaakt van de klimaatscenario’s van het KNMI die ook kwantitatief bepaald zijn. Het verkeersonderzoek van Goudappel en diverse nadere detailonderzoeken is als basis gebruikt voor het geluidsonderzoek. De effectstudie gezondheidsbevordering is ook verder uitgewerkt. Ten aanzien van luchtkwaliteit wordt getoetst aan de te toetsen omgevingswaarden uit de Omgevingswet en wordt geconcludeerd dat op alle onderzochte locaties wordt voldaan. Hiermee staat het aspect luchtkwaliteit verdere besluitvorming niet in de weg. Wel zijn mitigerende maatregelen mogelijk die een positief effect kunnen hebben.
Het wordt een flinke opgave om de kwaliteit van het stedelijk landschap te bewaken. Het moet een samenhangende wijk worden, ondanks de vele grondeigenaren, de fasering en steeds veranderende externe factoren.
Het realiseren van een samenhangende nieuwe wijk is juist het doel van het Omgevingsprogramma Entree. Bouwaanvragen worden getoetst aan de verschillende onderdelen en beleidsregels van het Omgevingsprogramma om de kwaliteit van het stedelijk landschap te bewaken. Ook is er een Beeldkwaliteitsplan opgesteld, juist ook om de kwaliteit van het stedelijk landschap en samenhang in gebouwde kwaliteit te bewaken.
Qua cultuurhistorie dient rekening te worden gehouden met de inventarisatie van naoorlogs erfgoed uit de periode 1945-1990. Zorgvuldige aandacht voor Kristalkantoren en het Uniegebouw.
Naar aanleiding van onder meer de zienswijzen en de actualisering en de verrijking van de Ontwikkelvisie is in de afgelopen periode ontwerpend onderzoek gedaan naar de (on-)mogelijkheden van het behoud van de kantoren en de gevolgen voor de cultuurhistorische waarde, het aantal woningen, het parkeren, de betekenis voor de stadsstraat, Centrumstraat en belangrijkste principes van Entree en de financiële gevolgen in relatie tot de gebiedsbusinesscase. Ook de eigenaar van de locatie is gevraagd naar zijn visie en de ontwikkelbaarheid van de betreffende kavels. Alles te samen is verwerkt in een afwegingskader en afgezet tegen het vigerende sloop- en vervolgens nieuwbouw scenario en bijbehorende businesscase. Op 14 januari 2025 heeft het college – het geheel overwegende - besloten om het ontwikkelkader voor het deelgebied Entree- West 6 en 7 definitief vast te stellen op sloop- en nieuwbouw. Dit besluit is als zodanig ook verwerkt in de stukken behorende bij het ontwerp-omgevingsprogramma.
De soortenbescherming dient kwalitatief beoordeeld te worden. Inventarisatie van soorten dient nu reeds plaats te vinden.
27
Door ATKB is op een quickscan (d.d. 28 november 2024) opgesteld waarbij aan de hand van locatiebezoek de referentiesituatie in beeld is gebracht. Deze quickscan is verwerkt in de Effectstudie Natuur. Aan de hand van de beschikbare informatie zijn verschillende beschermde soorten en habitats mogelijk aanwezig in het plangebied. In de Effectstudie Natuur is opgenomen om welke
beschermde soorten en habitats dit gaat en de betreffende locatie.
15.
Verzocht wordt om, gezien de ophoging van het aantal woningen tot maximaal 7250, indicatoren te bepalen voor zaken die voor de leefbaarheid van de Entree van groot belang zijn zoals sociale cohesie, sociale veiligheid, psychische problematiek, etc.
Sociale veiligheid is – mede naar aanleiding van de reactie van indiener – toegevoegd aan de effectstudie Gezondheidsbevordering. Sociale cohesie/ psychische problematiek zijn geen separate indicatoren, maar maken in algemene zin wel onderdeel uit van het thema leefbaarheid. Sociale cohesie/psychische problematiek is moeilijk kwantitatief of kwalitatief vooraf te beschouwen en valt onder het sociaal domein (zie ook nota Lokaal Preventief Gezondheidsbeleid 2024-2027 Gemeente Zoetermeer, zoals opgenomen in de effectstudie Gezondheidsbevordering). In het kader van de monitoring en daarmee ook de ontwikkeling van Entree zal hier aandacht aan worden besteed.
Door inkrimping van het programma aan voorzieningen (nietwoonfuncties) wordt het nog moeilijker om een gebied met stedelijke allure te realiseren. Dat is meer dan alleen hoogbouw realiseren. De verhouding woningen/voorzieningen moet opnieuw bezien worden met meer aandacht voor bijbehorende voorzieningen zoals horeca en sportvoorzieningen.
In het raadsvoorstel (her)programmering is uitgebreid ingegaan op de bandbreedten van het programma, zoals dat wordt onderzocht in het Plan-MER en bijbehorende onderzoeken. Vanwege de wijzigingen in het programma van Entree is ook een ladderonderzoek (behoefteonderzoek) uitgevoerd door STEC, conform de instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. De instructieregels staan in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit Laddertoets leefomgeving zoals die sinds 1 januari 2024 van kracht is. In dit stadium is nog een ruime mate van flexibiliteit in bandbreedten voor de programmering van het gebied. Later in tijd zal de programmering meer concreet ingevuld worden per plot. Bij vergunningverlening zal aan de hand van de concrete aanvraag worden beoordeeld of de beoogde (deel)ontwikkeling aansluit op deze Laddertoets
28
en binnen de totale vastgestelde bandbreedte van de programmering
16.
Bij vele indicatoren wordt een kwantitatieve beoordeling gemist. Zoals bij parkeren, windhinder, opwekken duurzame energie, energiebesparing en hitte. Wordt bij de kwantitatieve beoordeling van bijvoorbeeld luchtkwaliteit wel de juiste cijfers gebruikt?
Voor de aspecten parkeren, windhinder en energievraag t.o.v. energieopwekking is – mede door reactie van indiener – gekozen voor een kwantitatieve beoordeling. Voor het aspect hitte is dat niet het geval, maar wordt de beoordeling in het MER wel onderbouwd met cijfers en kaartmateriaal. Bij hittestress wordt gebruik gemaakt van de klimaatscenario’s van het KNMI die ook kwantitatief bepaald zijn. Het luchtkwaliteitsonderzoek gaat uit van de meest recente verkeersbewegingen.
Gemist wordt aandacht voor de noodzakelijke extra rijstrook op de A12 ter voorkoming van congestie in de spits ter plaatse van de Zuidweg. Deze extra rijstrook komt dichter bij de bestaande woningen. Dit heeft negatieve gevolgen voor geluid en luchtkwaliteit ter plaatse van de woning van indiener. Verzocht wordt daarom om verhoging van de bestaande te lage geluidswal. Als voorbeeld zie het geluidsscherm met gebogen rand in Dordrecht.
Het verkeersonderzoek moet uitwijzen of, en zo ja, welke gevolgen er zijn van de nieuwbouw op de A12. Indiener gaat uit van een extra rijstrook op de A12. Niet duidelijk is waar hij dat op baseert. Uit het verkeersonderzoek blijkt dat geen extra rijstrook nodig is op de A12, noch een hoger geluidsscherm.
Er wordt geen duidelijke definitie gegeven wat wordt verstaan onder de huidige situatie. Wat is de ijkdatum? Deze datum dient mi in het jaar 2024 te liggen.
Dat is juist. De huidige situatie is de situatie anno Q4 2024.
Ik maak bezwaar tegen het herbenoemen van de Afrikaweg als stadsstraat. Dit is een doorlopende weg naar de A12. De effecten op leefbaarheid en natuur lijken zo positief, maar dat zal niet de werkelijke situatie zijn aangezien het verkeer significant zal toenemen en fijnstof.
Met het benoemen van de Afrikaweg als een 'stadsstraat' wordt duidelijk gemaakt dat het karakter van de huidige Afrikaweg ingrijpend zal worden aangepast naar een 50 km/h straat met een ander profiel. De effecten hiervan op thema's zoals verkeer, geluid, stikstofdepositie, etc, zijn in het MER onderzocht.
Er is niet gedefinieerd welk gebied precies wordt onderzocht; mi dienen ook de effecten op de omgevende wijken mn de Waterbuurt,
Het plangebied van de Entree is duidelijk vastgelegd. Het studiegebied kan echter ruimer zijn dan het plangebied,
29
17.
onderzocht te worden. Ik maak me zorgen om de gezondheid en parkeermogelijkheid in deze buurt.
omdat de effecten van sommige thema's verder strekken dan alleen het plangebied. Per thema, en in ieder geval voor het verkeersonderzoek, is daarom in het MER aangegeven hoe ruim het studiegebied is.
Graag ook effecten op parkeren omgevende wijken meenemen.
Feitelijk zal de nieuwe parkeerbehoefte binnen de contouren van de bouwblokken worden opgelost. In de openbare ruimte in en rond Entree wordt ruimte gereserveerd voor de aanleg van 70 openbare parkeerplaatsen. Het betreft compensatie van bestaande openbare parkeerplaatsen in het gebied die komen te vervallen. Daarnaast wordt door de gemeente een monitoringsplan opgesteld met daarin de spelregels op welke wijze en door wie de parkeerdruk in- en rondom Entree gemonitord gaat worden zodra het eerste bouwblok is opgeleverd.
- Het MER dient in te gaan op het ombouwen van de Afrikaweg van een 70 km/h weg naar een 50 km/h stadsstraat. Tegenover de reductie van de snelheid (positief effect op gezondheid) staat een uitbreiding van het aantal verkeersbewegingen (negatief effect op gezondheid). Het risico op gezondheidsschade voor de omgeving neemt hierdoor toe. De GGD adviseert om niet direct aan deze drukke weg woningen te bouwen. Dit aspect dient in het MER beoordeeld te worden.
De gemeente is van mening dat afweging van belangen op deze wijze afdoende plaatsvindt binnen de gehanteerde thema’s en indicatoren in het Plan-MER. In de effectstudie wordt verder geconcludeerd dat op alle onderzochte locaties wordt voldaan aan de te toetsen omgevingswaarden uit de Omgevingswet. Hiermee staat het aspect luchtkwaliteit verdere besluitvorming niet in de weg. Wel zijn mitigerende maatregelen mogelijk die een positief effect kunnen hebben. Het is een feit dat Entree een hoogbelast gebied is op het gebied van luchtkwaliteit. De opgave om in dit uitdagende gebied woningen te realiseren, komt voort uit de forse maatschappelijke opgave. Zoetermeer beschikt niet of nauwelijks over gronden buiten bestaand bebouwd gebied waar in deze aantallen woningen kunnen worden gerealiseerd. Hierdoor zal deze opgave binnenstedelijk
30
moeten worden opgelost. Dat is niet uniek in Nederland en speelt in meer steden, vooral in de Randstad. Dit betekent dat een afweging moet worden gemaakt tussen enerzijds het vraagstuk van het tekort aan woningen en anderzijds voor de effecten qua gezondheid. De gemeente Zoetermeer neemt haar verantwoordelijkheid door voorwaarden aan de herontwikkeling op te nemen om te borgen dat het aantal toekomstige bewoners die mogelijk klachten ondervinden, tot een minimum wordt beperkt. De opgave is om voor zowel de ontwikkelende partijen als de gemeente te komen tot een bouwplan dat uitgaat van een zo goed als mogelijk woon- en leefklimaat. Dat vergt inspanning van zowel de grondeigenaren als de gemeente, aangezien een bouwplan op verschillende onderdelen wordt getoetst en rekening moet worden gehouden met verschillende randvoorwaarden die allemaal op één plot samen moeten worden gebracht. Er dient rekening te worden gehouden met meer inwoners door de nieuwe woningaantallen en met de uitspraken van de Raad van State van 20 maart 2002 en van 8 maart 2006.
Er is in het nieuwe MER vanzelfsprekend rekening gehouden met de nieuwe bandbreedtes voor het aantal woningen. Er hoeft geen rekening te worden gehouden met de genoemde uitspraken van de Raad van State van meer dan 20 jaar geleden. Dit zijn uitspraken op ingediende beroepschriften gericht tegen oude bestemmingsplannen. De ambities zijn nu anders, er ligt een ander plan voor en de wet- en regelgeving is sindsdien gewijzigd. Het feit dat in de uitspraak RvS van 20 maart 2002, gesteld is dat er toen geen behoefte was aan hogere gebouwen dan 50 mt, wil niet zeggen dat er nu ook geen behoefte meer zou zijn aan gebouwen hoger dan 50 mt. In de uitspraak van 8 maart 2006 wordt gesteld dat, door de verplichte toetsing aan de 30 graden-regeling, vanwege de
31
opname in de planregels van dat bestemmingsplan, de bouwhoogtes aanvaardbaar worden geacht. In de nieuwe MER en het Omgevingsprogramma zal onderzocht worden of de aangepaste bouwhoogtes in het plan ruimtelijk aanvaardbaar zijn. Dit gebeurt o.a. aan de hand van een bezonningsonderzoek en windhinderonderzoek. De gevolgen van het herinrichten van het Bredewater (ander profiel, ander type wegverharding) dient in het MER meegenomen te worden.
In het verkeersonderzoek en het akoestisch onderzoek is uitgegaan van de nieuwe inrichting van het Bredewater als een 30 km/h weg.
De effecten op grondwater en trillingen dienen onderzocht te worden.
In de effectstudie Water is ingegaan op waterpeil en grondwater. Bij de ontwikkeling van de individuele plots zal dit – als dit nodig is - verder in detail worden onderzocht. Er is een trillingsonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is bij het Plan-MER bijgevoegd. Tot slot geldt voor bouwwerkzaamheden een specifieke zorgplicht op grond van het Bbl. De specifieke zorgplicht gaat over het voorkomen van gevaar voor de gezondheid of veiligheid in de directe omgeving van de bouwwerkzaamheden. Bij een aanvraag omgevingsvergunning wordt specifiek gekeken naar de wijze waarop overlast zoveel mogelijk kan worden voorkomen en wordt tevens bezien welke maatregelen nodig zijn.
Verkeersveiligheid en parkeren dienen kwantitatief beoordeeld te worden in het MER.
Voor het parkeren is – mede door reactie van indiener – gekozen voor een kwantitatieve beoordeling. Voor het aspect verkeersveiligheid is dit niet het geval.
De aspecten Geluidsbelasting/ -hinder dient in het MER kwalitatief aan de orde komen in relatie tot gezondheidsbevordering
In de effectstudie geluid is de geluidbelasting en het effect daarvan in beeld gebracht. Ook is het aantal gehinderden in beeld gebracht.
32
Het is een feit dat Entree een hoogbelast gebied is op het gebied van geluid. Voor wat betreft geluid zal gebruik worden gemaakt van de afweging van zwaarwegende belangen waarvoor het Geluidskader Entree is opgesteld. Dit Geluidskader is de opvolger van de planregels uit het ontwerpbestemmingsplan Entree Midden die op basis van het eerdere GGD-advies “Gezondheidskundig advies voor toepassing van de Interimwet stad-en-milieubenadering voor het plangebied Entree van gemeente Zoetermeer” zijn opgesteld. Uit de conclusie van dit rapport blijkt dat in Entree veel woningen zullen worden blootgesteld aan hoge geluidsniveaus, zeker de woningen die aan de snelweg en de Afrikaweg liggen. Blootstelling aan een hoge geluidsbelasting heeft een negatief effect op de gezondheid van inwoners. Ook wanneer de voorgestelde maatregelen in het gezondheidskundig advies allemaal worden genomen, zal niet te voorkomen zijn dat een deel van toekomstige bewoners mogelijk gezondheidsklachten zal ondervinden door omgevingsgeluid. De GGD geeft echter ook aan dat het doorvoeren van de voorgestelde maatregelen zal leiden tot een grote reductie van het aantal toekomstige bewoners dat gezondheidsklachten ondervindt. De gemeente is van mening dat afweging van belangen op deze wijze afdoende plaats vindt binnen de gehanteerde thema’s en indicatoren in het Plan-MER.
Er dient rekening te worden gehouden met de binnen een straal van 25 km gelegen Natura-2000 gebieden ten aanzien van het aspect stikstof.
33
De constatering van indiener is juist. Ten tijde van het opstellen van het ontwerpbestemmingsplan was deze release van AERIUS echter nog niet beschikbaar. Er is een nieuwe berekening gemaakt met de laatste beschikbare versie van de AERIUS Calculator, waarin de aangepaste programmering als uitgangspunt is genomen.
De Afrikaweg is ontworpen als ontsluitingsweg van de H-structuur zodat de omliggende wijken zijn gevrijwaard van doorgaand verkeer, met dichte bomenrijen omzoomd. Dit aspect dient in het MER belicht te worden. Als de Afrikaweg in strijd met de GGD-adviezen ontwikkeld gaat worden heeft dit ernstige gevolgen voor de gezondheid van bewoners.
De gevolgen van de herinrichting van de Afrikaweg worden meegenomen in het MER.
Indiener wijst op de relatie met de eerdere ingediende zienswijzen tegen het ontwerpbestemmingsplan Entree Midden, en de eerdere MER, welke nog niet zijn beantwoord.
Indiener is in januari 2024 per brief geïnformeerd over de wijze van afhandeling van de eerder ingediende zienswijzen tegen het ontwerp bestemmingsplan Entree Midden. Die beantwoording is opgenomen in het ontwerp Omgevingsprogramma Entree. De eerder ingediende zienwijze van indiener tegen de eerdere ontwerp MER (2104-2020) is bij deze beantwoording betrokken.
34