CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 18 MER Bijlage 1 Nota van Beantwoording NRD

Raadsvergadering 14 juli 2025, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling kaderstellende beleidsdocumenten ten behoeve van Omgevingsprogramma Entree11.802 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) Entree Nota van Antwoord Zienswijzen en vooroverlegreacties/adviezen

1

Inleiding Op 27 augustus 2024 heeft het college van B&W van Zoetermeer de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) Entree vastgesteld. Deze is ter inzage gelegd van 6 september 2024 tot en met 17 oktober 2024. Gedurende die termijn konden zienswijzen worden ingediend. Tevens zijn de vaste overlegpartners aangeschreven en verzocht om een reactie te geven. De ingekomen zienswijzen en reacties/adviezen zijn in deze Nota van Antwoord opgenomen en beantwoord. Eerst worden de reacties/adviezen van de overleginstanties samengevat en beantwoord. Daarna worden de overige zienswijzen samengevat en beantwoord. De ingekomen reacties en zienswijzen worden meegenomen bij het opstellen van het Milieueffectrapport. Vooroverlegreactie/ adviezen

1.

Provincie ZuidHolland

Antwoord

Van de Provincie Zuid-Holland zijn diverse ambtelijke reacties ontvangen. In de provinciale omgevingsverordening is opgenomen dat de gemeente dient te motiveren hoe met klimaatadaptatie en toekomstbestendig bouwen wordt omgegaan. De thema’s waterveiligheid, bodemdaling en drinkwaterbeschikbaarheid dienen te worden toegevoegd.

In de effectstudie Klimaatadaptatie is dit opgenomen. Ook zijn in de Ontwikkelvisie hiervoor ontwerpprincipes opgenomen.

Het kantorenprogramma 40.000 – 50.000 m2 b.v.o. is in lijn met de ambitie tot herbestemmen van de bestaande voorraad zoals verwoord in de “Strategie Werklocaties 2019-2030 Metropoolregio Rotterdam Den Haag”. Herbestemmen draagt bij aan het terugdringen van de leegstand van (kansarme) kantoren en is daarmee wenselijk.

De gemeente is eens met reactie van de PZH dat het kantorenprogramma in lijn is met de ambitie tot herbestemmen van de bestaande voorraad.

Het beoogde kantorenprogramma lijkt ambitieus als wordt gekeken naar het huidige kantoorgebruik (bezettingsgraad) van de bestaande kantoren in het gebied, maar proportioneel.

2

De genoemde thema's zijn toegevoegd. Waterveiligheid en bodemdaling zijn onderdeel van de Effectstudie Klimaatadaptatie. Deze thema’s en voor drinkwaterbeschikbaarheid zijn ontwerpprincipes in de Ontwikkelvisie opgenomen.

Vanwege de wijzigingen in het programma van Entree is ook een ladderonderzoek (behoefte-onderzoek) uitgevoerd door STEC, conform de instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. De instructieregels staan in artikel 5.129g van het Besluit

Over het programma bedrijfsfuncties (20.000 - 40.000 m² b.v.o.) is nog niet duidelijk wat het aandeel detailhandel, horeca en leisure daarin is. Is er ruimte voor/ menging van andere (zuivere) bedrijfsfuncties (bijvoorbeeld stadsverzorgende bedrijven)? Dat laatste zou wenselijk zijn, maar is nu onbekend; metrage is beperkt van omvang als er daadwerkelijk werk wordt gemaakt van het mengen van wonen en bedrijvigheid (met bedrijven uit de ‘oude’ milieucategorie 1, 2 en 3.1).

kwaliteit Laddertoets leefomgeving zoals die sinds 1 januari 2024 van kracht is. Het programma zoals opgenomen in de NRD is inderdaad niet uitgewerkt in verschillende functies vallend binnen de categorie bedrijfsfuncties. Zoals hiervoor is beschreven is voor Entree een laddertoets uitgevoerd. Bij vergunningverlening wordt beoordeeld of de beoogde (deel)ontwikkeling aansluit op de conclusies van de ladder en of het past binnen het maximale programma voor de plot en geheel Entree. Uit dit rapport blijkt dat er ook ruimte is voor het vestigen van (lichte) bedrijvigheid. De reactie van KPN betreft geen inhoudelijke reactie op de NRD. Er is contact opgenomen met KPN om aan te geven dat er nog geen concrete bouwplannen zijn. Het gaat bij de NRD om de afbakening van het onderzoek voor het MER.

2.

KPN

De KPN vraagt naar de gedetailleerde bestekken en de bouwtekeningen van de nieuwbouw om te kunnen beoordelen wat de impact is op hun netwerk.

3.

Tennet TSO bv

Geen opmerkingen

-

4.

ProRail

Geen opmerkingen

-

5.

Veiligheidsregio Haaglanden

De VRH denkt graag mee vanuit haar rol als ketenpartner van de gemeente Zoetermeer. Ze wil graag betrokken worden bij de verdere uitwerking van de aandachtspunten, verdichting, klimaatadaptatie, energietransitie en externe veiligheid.

De VRH zal worden betrokken bij de verdere uitwerking van de plannen.

6.

Stedin

Stedin vraagt, als beheerder van het elektriciteits- en gasnetwerk, het volgende van de gemeente:

Het verzoek van Stedin komt erop neer dat ze in vroegtijdig stadium betrokken wil worden bij de ontwikkelingen in de Entree, zodat de gevolgen voor het elektriciteits- en gasnetwerk tijdig in beeld komen. De oproep van Stedin wordt ter harte genomen. Er is periodiek overleg gestart met Stedin. Medio december 2024 en eind januari 2025 hebben overleggen plaatsgevonden.

1.

2.

Om de ontwikkelingen in de fysieke ruimte mogelijk te maken en aan te kunnen sluiten op onze netten (zowel hoog-, midden- en laagspanning) is ruimte nodig voor stations, kabels en leidingen. Hier dient al in de eerste fases van de ontwikkelingen rekening mee gehouden te worden. Het realiseren van nieuwe energie infrastructuur kost tijd. Stedin vraagt daarom in een zo vroeg mogelijk stadium in de

3

3.

4. 5.

7.

Rijkswaterstaat WestNederland Zuid

planvorming betrokken te worden, zodat planningen op elkaar kunnen aansluiten. De sneller realisatie van nieuwe infrastructuur kan bereikt worden door te helpen bij het vinden van adequate locaties voor stations en tracés, doorlooptijden voor het aanpassen van bestemmingsplannen en vergunningen te minimaliseren. Daarbij ook om het voorkomen van verleggingen van de infrastructuur/ assets. Om de energietransitie betaalbaar te houden en de beschikbare netcapaciteit zo goed mogelijk te gebruiken, zijn systeem efficiënte keuzes noodzakelijk.

RWS wil, als beheerder van de rijksweg A12, graag in vroeg stadium betrokken worden en samenwerken. RWS verzoekt om toezending van het akoestisch onderzoek ter controle. RWS vraagt een analyse op te stellen van de verkeersintensiteiten waarbij de verkeerseffecten van het plan op niet alleen het (huidig) onderliggend wegennet maar ook op de (aansluitingen van) rijkswegen in beeld worden gebracht.

Wij werken graag samen met Rijkswaterstaat en betrekken hen graag in het vervolg. Rijkswaterstaat is geïnformeerd over het vervolg van de procedure. Het akoestisch onderzoek is onderdeel van het Plan-MER dat als bijlage bij het ontwerp-Omgevingsprogramma ter inzage is gelegd en is daarmee beschikbaar voor toetsing. Vanwege de doorlooptijd van de onderzoeken en planning was het niet mogelijk om het akoestisch onderzoek eerder toe te zenden. Voor het Plan-MER is een verkeersonderzoek gedaan naar de te verwachten verkeersintensiteiten van de twee varianten. De uitkomst daarvan is opgenomen in het MER. Hierbij is niet alleen het (huidig) onderliggend wegennet in beeld gebracht maar is ook expliciet gekeken naar de (aansluitingen van) rijkswegen. Uit dit onderzoek blijkt dat in 2040 door de komst van Entree de verkeersintensiteit op de A12 stabiel blijft ten opzichte van de referentiesituatie, zowel in oostelijke als in westelijke richting (paragraaf 6.1 MER verkeerseffecten). Verder is onderzoek gedaan naar de doorstroming van de aansluiting A12 op de Afrikaweg. Hieruit blijkt dat de

4

aansluiting na de komst van Entree het verkeer blijven verwerken (paragraaf 6.2 MER verkeerseffecten). 8.

GGD Haaglanden

GGD Haaglanden draagt graag bij aan een integrale samenhangende beoordeling van de effecten van de keuzes die worden gemaakt. Algemeen: De uitwerking van de NRD is vrij summier. Door de GGD wordt aangegeven dat het daardoor lastig is te beoordelen wat er precies wordt meegenomen. Gezondheidsaspecten worden meegenomen in het beoordelingskader, maar zijn nog niet uitgewerkt.

Het aanbod van de GGD om bij te dragen aan de integrale samenhangende beoordeling is aangenomen. Aan de hand van de uitkomsten van diverse effectstudies is verder gesproken met de GGD en zijn sommige keuzes ook nader toegelicht. Naar aanleiding van het advies van de GGD is met name bij de effectstudie gezondheidsbevordering een aantal indicatoren toegevoegd. Hierna is per onderdeel een meer specifieke reactie gegeven.

De GGD geeft aan dat de goede ambities van de gemeente op o.a. het gebied van gezondheid, zoals beschreven in de concept ontwikkelvisie, onvoldoende tot zijn recht komen in het MER. De NRD gaat niet in op veel voor gezondheid relevante aspecten. De GGD heeft daarom aangeboden om mee te werken aan het uitwerken van de alternatieven en het invullen van de criteria voor de beoordeling van de milieueffectrapportage. Ook vanuit de taak van de GGD om de gezondheid van burgers te bewaken, beschermen en bevorderen werkt de GGD graag mee aan het feitelijk beoordelen van de verschillende alternatieven aan de hand van deze criteria. In het advies van de GGD wordt achtereenvolgens ingegaan op hun uitgangspunten voor een gezonde leefomgeving, de voorgestelde alternatieven, het integrale beoordelingskader en het beoogde detailniveau. Gezonde leefomgeving Entree is op dit moment erg versteend en verleid nog niet tot gezond gedrag. Dit gaat in de toekomst veranderen. De gemeente beschrijft het toekomstig entreegebied als een levendige stadswijk waar gezondheid, duurzame mobiliteit en toekomstbestendigheid belangrijke waarden zijn.

5

De conclusie van de GGD dat de ambities van Entree goed aansluiten bij het streven naar een gezonde leefomgeving onderschrijven wij. Met de ambities voor Entree zetten we een grote stap naar een gezonde leefomgeving, door in te zetten op voldoende groen, natuur en water en een openbare ruimte die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Zowel de openbare ruimte als de gebouwen worden daarbij zoveel als mogelijk

De ambities van Entree sluiten goed aan bij het streven naar een gezonde leefomgeving. Dit sluit ook aan bij het dat de GGD gebruikt bij de beoordeling van ruimtelijke ontwikkelingen. Een gezonde leefomgeving is een veilige beweegvriendelijke groene omgeving met gezonde, veilige en duurzame woningen, bereikbare voorzieningen, toegankelijke zorg, ontmoetingsplaatsen en voldoende aanbod van sport en cultuur. Belangrijk daarbij is dat negatieve milieufactoren (zoals geluid en luchtverontreiniging) zo min mogelijk aanwezig zijn. Een gezonde leefomgeving nodigt mensen uit om te bewegen, sporten en spelen en nodigt uit tot ontmoeten en contact. Daarnaast wordt fietsen en wandelen en het gebruik van openbaar vervoer gestimuleerd. Een gezonde leefomgeving houdt bovendien rekening met de behoefte van de bewoners en specifieke bevolkingsgroepen en bevordert daarmee het sociale welbevinden.

De leefomgeving heeft in ieder geval de volgende kenmerken: • Schoon en veilig milieu (toegang tot schoon en veilig drinkwater, goede luchtkwaliteit en een woonomgeving zonder hinder van geluid of stank) • Voldoende groen, natuur en water • Aandacht voor de (mogelijke) gevolgen van klimaatverandering • Gezonde en duurzame woningen • Aantrekkelijke, toegankelijke en gevarieerde openbare ruimten • Gevarieerd voorzieningenaanbod (wonen, scholen, horeca, winkels, cultuur, bedrijven, sport en zorg) • Goede bereikbaarheid, waarbij de mogelijkheden voor gezonde mobiliteit voorop staan Naast de bescherming van gezondheid door beperken van de blootstelling van mensen aan milieufactoren zoals luchtverontreiniging, geluid en hitte speelt de leefomgeving ook een belangrijke rol bij gezondheidsproblemen die in Zoetermeer veel voorkomen, zoals af te leiden uit de resultaten van de vierjaarlijkse gezondheidsenquete. Ondanks dat er in de concept ontwikkelvisie aandacht is voor veel gezondheidsaspecten maakt de GGD zich nog wel zorgen om de gezondheid van de inwoners van het toekomstig gebied door een hoge 6

klimaatadaptief ingericht. Dit wordt geborgd door rekening te houden met zowel natte als droge perioden en daarop te anticiperen door middel van bijvoorbeeld het bergen en vasthouden van water en het realiseren van voldoende schaduwplekken. Tegelijkertijd wordt ingezet op een levendige stadswijk, waar alle voorzieningen op korte afstand nabij zijn en er voldoende aanbod van sport, cultuur en werkgelegenheid is. De openbare ruimte wordt zodanig ingericht dat ontmoeten mogelijk is en uitnodigt tot beweging. Door het aanleggen van verschillende speelvoorzieningen voor de diverse leeftijdsgroepen van kinderen is het mogelijk om op relatief korte afstand buiten te spelen. De zorgen van de GGD over de hoge geluidbelasting en slechte luchtkwaliteit als gevolg van de ligging van Entree naast de A12 en de Afrikaweg zijn realistisch. Het is een feit dat Entree een hoogbelast gebied is op zowel het gebied van geluid als luchtkwaliteit. Voor wat betreft geluid zal gebruik worden gemaakt van de afweging van zwaarwegende belangen waarvoor het Geluidskader Entree is opgesteld. Dit Geluidskader is de opvolger van de planregels uit het ontwerpbestemmingsplan Entree Midden die op basis van het eerdere GGD-advies “Gezondheidskundig advies voor toepassing van de Interimwet stad-en-milieubenadering voor het plangebied Entree van gemeente Zoetermeer” zijn opgesteld.

Uit de conclusie van dit rapport blijkt dat in Entree veel woningen zullen worden blootgesteld aan hoge geluidsniveaus, zeker de woningen die aan de snelweg en de Afrikaweg liggen. Blootstelling aan een hoge geluidsbelasting heeft een negatief effect op de gezondheid van inwoners. Ook wanneer de voorgestelde maatregelen in het gezondheidskundig advies allemaal worden genomen, zal niet te voorkomen zijn dat een deel van toekomstige bewoners mogelijk gezondheidsklachten zal ondervinden

geluidsbelasting en slechte luchtkwaliteit voornamelijk afkomstig van verkeer van de Afrikaweg en de A12.

door omgevingsgeluid. De GGD geeft echter ook aan dat het doorvoeren van de voorgestelde maatregelen zal leiden tot een grote reductie van het aantal toekomstige bewoners dat gezondheidsklachten ondervindt. De opgave om in dit uitdagende gebied woningen te realiseren komt voort uit de forse maatschappelijke opgave om woningen te realiseren. Zoetermeer beschikt niet of nauwelijks over gronden buiten bestaand bebouwd gebied waar in deze aantallen woningen kunnen worden gerealiseerd. Hierdoor zal deze opgave binnenstedelijk moeten worden opgelost. Dat is niet uniek in Nederland en speelt in meer steden, vooral in de Randstad. Dit betekent dat een afweging moet worden gemaakt tussen enerzijds het vraagstuk van het tekort aan woningen en anderzijds voor de effecten qua geluid en gezondheid. De gemeente Zoetermeer neemt haar verantwoordelijkheid door voorwaarden aan de herontwikkeling op te nemen om te borgen dat het aantal toekomstige bewoners die mogelijk klachten ondervinden, tot een minimum wordt beperkt. De opgave is om voor zowel de ontwikkelende partijen als de gemeente te komen tot een bouwplan dat uitgaat van een zo goed als mogelijk woon- en leefklimaat.

Dat vergt inspanning van zowel de grondeigenaren als de gemeente, aangezien een bouwplan op verschillende onderdelen wordt getoetst en rekening moet worden gehouden met verschillende randvoorwaarden die allemaal op één plot samen moeten worden gebracht. Het vertrekpunt is dus voldoen aan de standaardwaarden uit het Bkl. Als hieraan niet kan worden voldaan, komen de grenswaarden en het Afwegingskader geluid Zoetermeer in beeld. Pas als hier, goed gemotiveerd en onderbouwd, niet aan kan worden voldaan, komt het Geluidkader Entree in beeld. De afweging tot toepassing hiervan vindt plaats in overleg met

7

het college op het niveau van het bouwplan. Op deze manier zal gedurende het hele proces: van ontwerp tot realisatie aandacht zijn voor een zo prettig mogelijke akoestische situatie. Ook de relatief rustige binnentuinen zullen een positief aandeel hebben in de akoestische beleving van het gebied. Uit de effectstudie Luchtkwaliteit blijkt dat de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijnstof PM10 na realisatie van de ontwikkelingen zowel hoger uitvallen (toename) als beperkt lager uitvallen (afname) dan in de referentiesituatie. De concentraties fijnstof PM2,5 vallen na realisatie van de ontwikkelingen enkel beperkt hoger uit (toename) dan in de referentiesituatie. Voor NO2 geldt dat voor beide planalternatieven sprake is van meer dan 5% van de blootgestelden in de klasse met een toename van meer dan 1,2 µg/m3. Hieruit volgt dat de beoordeling voor NO2 neerkomt op ‘zeer negatief’ voor beide planalternatieven. De beoordeling voor fjinstof (PM10 en PM2,5) komt neer op ‘neutraal’ voor beide planalternatieven.

Alternatieven Het programma met woningen, kantoren, bedrijfsfuncties en maatschappelijke voorzieningen staat redelijk vast. Er wordt onderzocht met de alternatieven welke beperkte verschuiving in functies het beste uitpakt. De alternatieven worden vergeleken met de huidige situatie met autonome ontwikkelingen. Het grootste deel van het terrein is op dit moment een verlaten kantorengebied, dit verschil is groot met de 8

In de effectstudie wordt verder geconcludeerd dat op alle onderzochte locaties wordt voldaan aan de te toetsen omgevingswaarden uit de Omgevingswet. Hiermee staat het aspect luchtkwaliteit verdere besluitvorming niet in de weg. Wel zijn mitigerende maatregelen mogelijk die een positief effect kunnen hebben. De verwachting van de GGD dat de effecten van de twee alternatieven dicht bij elkaar zullen liggen, komt overeen met onze inschatting. De twee alternatieven die zijn opgenomen in de NRD zijn echter tot stand gekomen in een langdurig planproces, waarbij de ambities voor het gebied al in 2019 in het Masterplan zijn vastgelegd. De voortzetting van de ontwikkeling van Entree onder de Omgevingswet en

toekomstige situatie. De GGD verwacht dat de twee gekozen scenario’s erg dicht bij elkaar zullen liggen. Om een betere inschatting te maken adviseert de GGD om meer uiteen liggende alternatieven te onderzoeken en ook een alternatief te definiëren waarbij de gezondheid van bewoners en gebruikers van het gebied als uitgangspunt wordt genomen.

daarmee de vertaling in een Omgevingsprogramma heeft niet geleid tot een herijking van de ambitie of van een gewijzigde invulling van het gebied. De ambities voor dit gebied en daarmee ook de invulling van de twee scenario’s zijn ook in juli 2024 vastgelegd door het raadsbesluit ‘Herprogrammering Entree’. Hiermee zijn de uitgangspunten ook bestuurlijk vastgelegd. Meer uiteen liggende alternatieven onderzoeken, zoals de GGD voorstelt, heeft daarom geen meerwaarde. Het definiëren van een alternatief waarbij de gezondheid van bewoners en gebruikers van het gebied als uitgangspunt wordt genomen is in onze ogen niet realistisch. De ligging van Entree als gebied zal daarmee niet wijzigen. Daarnaast zijn de effecten op de gezondheid van bewoners en gebruikers een volwaardig onderdeel van de effectstudies die op de beschreven alternatieven in de NRD worden uitgevoerd. Als daaruit blijkt dat aanpassing van de alternatieven noodzakelijk is, zal dit worden doorgevoerd.

Beoordelingskader In vergelijking met de NRD van de ruimtelijke strategie is er in het beoordelingskader van deze NRD weinig aandacht voor gezondheid. Met de gegeven informatie is niet in te schatten of gezondheid goed gewogen kan worden. In de uitwerking van specifieke indicatoren adviseren wij om gezondheid beter mee te nemen. Hieronder worden daartoe enkele suggesties gedaan.

De Visie Zoetermeer 2040 is in 2022 vastgesteld en betreft een langetermijnvisie voor de stad, gericht op de komende twintig jaar. Momenteel wordt er gewerkt aan een verdere uitwerking en concretisering van de Visie Zoetermeer 2040 in de vorm van een Ruimtelijke Strategie. Deze Ruimtelijke Strategie bevat concrete keuzes en richtlijnen voor toekomstige (ruimtelijke) ontwikkelingen in de stad. De visie voor 2040 en de Ruimtelijke Strategie vormen gezamenlijk de uiteindelijke Omgevingsvisie. De NRD van de ruimtelijke strategie heeft een ander abstractieniveau en ziet toe op de gehele gemeente. De basis van het de effectbepaling is echter hetzelfde: een gecombineerde methode van kwantitatieve analyses en kwalitatieve analyses.

Aspect verkeer en vervoer

Bij het STOMP-ontwerpprincipe staat de auto niet langer centraal bij de inrichting van de ruimte, maar wordt eerst 9

De nu gebruikte indicatoren zijn erg op autoverkeer gericht. GGD adviseert om voor de mobiliteit in het gebied het STOMP-principe te hanteren. Dit sluit ook aan op de ambitie in de omgevingsvisie om een duurzame stad tussen de parken te zijn. Dit zou tot uiting moeten komen in de beoordeling van de verschillende indicatoren, waarbij gezonde actieve mobiliteit positief wordt gewaardeerd evenals beperking van het ruimtegebruik door (geparkeerde) auto’s.

uitgegaan van de voetganger (Stappen) en vervolgens de fietser (Trappen), OV en MaaS. Als laatste wordt de Privéauto meegenomen in de inrichting. Het STOMP-principe wordt toegepast in Entree. In de ontwikkelvisie is aangegeven dat Entree een ambitieuze en duurzame wijkontwikkeling is, gericht op een gezonde, groene leefomgeving. Hiertoe is een mobiliteitsstrategie Entree opgesteld. De focus ligt op mobiliteit met lage milieubelasting, zoals lopen, fietsen, en het gebruik van openbaar vervoer, met de volgende uitgangspunten: 1. Aantrekken van bewoners en ondernemers die kiezen voor gezondheid en de nabijheid van openbaar vervoer. 2. Vermijden van onnodige verplaatsingen door thuiswerken en voorzieningen dichtbij huis. 3. Mobiliteit met prioriteit voor voetgangers, fietsers, en openbaar vervoer, terwijl autoverkeer minder ruimte krijgt. 4. Stimuleren van gedragsverandering om gezond verplaatsingsgedrag te bevorderen. Er wordt meer ruimte gemaakt voor voetgangers en fietsers, onder andere door lagere snelheden voor het autoverkeer, betere oversteekbaarheid van wegen, het parkeren in de openbare ruimte zoveel mogelijk te beperken en op te lossen in de bouwblokken, en herinrichting van de openbare ruimte. Maar ook door de auto infrastructuur in lijn te brengen met het gebruik, dus geen grootschalige overcapaciteit aanleggen.

In beide alternatieven is bovenvermelde ambitie het uitgangspunt. Dit geldt voor verschillende effectstudies, zoals verkeer en vervoer maar ook leefbaarheid en gezondheidsbevordering. De reden dat bij verkeer en vervoer ook expliciet naar de indicatoren doorstroming wegvakken en kruispunten is gekeken, is vanwege de aanpassingen op de Afrikaweg en de mogelijke effecten op het verkeersnetwerk.

10

Aspect leefbaarheid/gezondheid De GGD adviseert: - om geurhinder en lichthinder op te nemen als indicator; - slaaphinder mee te nemen bij de indicator geluidhinder; - om de indicator gezondheidsbevordering verder uit te werken met sporten/bewegen en een gezonde openbare ruimte en de indicator leefbaarheid/veiligheid toe te voegen.

Naar aanleiding van het advies van de GGD is de Effectstudie Gezondheidsbevordering verder uitgewerkt en wordt gebruik gemaakt van de indicatoren sociale veiligheid, gezondheid/gezonde openbare ruimte, lichthinder en hinder tijdens de aanleg. De door de GGD aangedragen indicator sporten/bewegen is daar een onderdeel van. Een deel van de thema’s die door de GGD wordt benoemd valt onder een gezonde openbare ruimte zoals ontmoeten en valpreventie. Dit is ook de ambitie in Entree. De overige thema’s die de GGD benoemt: rookvrij, eenzaamheid en mentale gezondheid (voor zover dit onder sociaal domein valt) en voedselomgeving zijn geen onderdeel van de ambities van Entree. Deze zijn daarom ook niet als indicator opgenomen. GGD geeft aan dat kleine bedrijfjes hinder kunnen veroorzaken zoals restaurants, bakkers (houtstook), shishalounges. Binnen Entree is ruimte voor een grote verscheidenheid aan bedrijven en op voorhand worden op basis van de indicator 'geur' geen bedrijven uitgesloten. Restaurants en bakkers kunnen bijvoorbeeld een goede bijdrage leveren aan een goed functionerende en levendige stadswijk. Op het moment dat een bedrijf zich wil gaan vestigen binnen Entree zal aan de op dat moment geldende regelgeving moeten worden voldaan zoals bepaald in het Bkl. De GGD geeft aan dat hinder door geluid in de nacht veel gezondheidsschade kan geven.

Door minder goed te slapen kan iemand vermoeider zijn, meer stress ervaren en op termijn een grotere kans op hart- en vaatziekten hebben. Het verkeer dat ‘s nachts door en langs Entree rijdt zal substantieel minder zijn dan overdag, zoals gebruikelijk tijdens de nachtelijke uren. Vanzelfsprekend zal het verkeer dat er rijdt wel nog geluid maken, dit zal als hinderlijk kunnen worden ervaren. Tegelijkertijd is een van de consequenties van binnenstedelijk herontwikkelen dat er

11

altijd een bepaalde mate van geluid aanwezig is. Het beperken van de snelheid op de Afrikaweg en woningen die grotendeels op hoogte liggen (als gevolg van een plint op de begane grond) zullen bijdragen aan het verzachten van de hinder. In de effectstudie Geluid is onder andere Lnight in beeld gebracht voor inzicht in aantallen slaapgehinderden. Aspect Water De GGD adviseert om infectiepreventie toe te voegen, gelet op de ambitie uit de omgevingsvisie om te ontwikkelen naar een duurzame stad tussen de parken en er dus veel groen en water in de gemeente komt. Groen en blauw kan allergenen bevatten en insecten en ongedierte aantrekken die voor infectieziekten zorgen Aspect Ruimtelijke kwaliteit De GGD adviseert om kijk- en gebruiksgroen toe in de juiste verhouding. Groen in de leefomgeving speelt een sleutelrol voor de gezondheid. Daarbij gaat het vooral om groen op maaiveldniveau en minder op groene daken. Voor het groen op maaiveldniveau is het belangrijk dat het groen ‘gebruiksgroen’ is. ‘Kijkgroen’ heeft ook waarde voor de gezondheid, vooral als het in goede afwisseling wordt ingezet met gebruiksgroen.

Infectiepreventie is een thema wat vooral een gebiedsoverstijgend karakter heeft en vanuit dat oogpunt ook thuishoort bij het Plan-MER voor de ruimtelijke strategie. In de effectstudie water is hier op hoofdlijnen wel aandacht aan geschonken.

Aspect Klimaatadaptatie De GGD adviseert om UV-straling toe te voegen en hittestress goed uit te werken. Een van de effecten van het veranderende klimaat is dat we meer worden blootgesteld aan UV-straling, Teveel UV-straling heeft huidkanker als gezondheidsrisico. De GGD adviseert verder om bij de indicator niet alleen de meetbare temperatuur op te nemen, maar ook de gevoelstemperatuur. Koelteplekken zijn vanuit gezondheid gewenst, maar beter is om hitte in de woning te voorkomen.

In de Ontwikkelvisie Entree staan verschillende ambities opgenomen ten aanzien van het tegengaan van hittestress, als onderdeel van klimaatadaptieve opgaven. Het gaat dan bijvoorbeeld om 30% schaduw bij openbare ruimte en binnenterreinen, op 300 meter loopafstand openbare schaduwrijke verblijfsplekken en materiaalkeuzes die gunstig zijn voor opwarming en warmteafgifte.

12

In de effectstudie Gezondheidsbevordering, indicator gezondheid/gezonde openbare ruimte komt de invulling en het gebruik van het groen terug. Hierdoor is het niet nodig hiervoor een specifieke indicator voor op te nemen.

In de effectstudie Klimaatadaptatie wordt ingegaan op hittestress als indicator. Bij het bepalen van de mate van hittestress is overigens uitgegaan van de gevoelstemperatuur. Uit de effectstudie blijkt dat de verschillende maatregelen zullen bijdragen aan het

verlagen van de impact van hittestress in de nieuwe ontwikkeling. De hogere bebouwing leidt ook tot meer schaduwwerking en lagere temperaturen buiten. De keerzijde van deze schaduwwerking is dat er minder zon beschikbaar is voor de groei van bomen en ander groen. Daarnaast neemt het percentage groen in het gebied af met de ontwikkeling. Daarom wordt een neutraal (0) effect verwacht voor beide alternatieven. Uitgangspunt is hierbij dat de gebouwen voldoen aan de BENG-eisen en bij de inrichting van de openbare ruimte en daken minimaal de basismaatregelen uit de BENG worden meegenomen. De bebouwing leidt ook tot meer schaduwwerking en lagere temperaturen buiten. UV-straling is als aparte indicator niet meegenomen. Omdat er in het plan veel aandacht is voor schaduwrijke plekken, zijn er voldoende mogelijkheden om plekken op te zoeken waar men minder aan UV-straling wordt blootgesteld. Aspect wonen en voorzieningen De GGD adviseert om het aspect wonen en voorzieningen toe te voegen met de twee onderdelen; voorzieningenniveau en kwaliteit van woningen. De GGD adviseert om rekening te houden met de demografische prognoses voor de gemeente, zoals een sterke vergrijzing. Dit vraagt om een passend aanbod. Verder adviseert de GGD om kwaliteit van woningen mee te nemen als aspect.

Het aspect wonen en voorzieningen is een onderdeel van de indicatoren van de NRD voor de Ruimtelijke Strategie. Voor Entree ligt dit genuanceerder. Hier is bij het bepalen van de bandbreedtes voor het programma in het raadsbesluit ‘Herprogrammering Entree’ (8 juli 2024) al onderzoek gedaan naar de mogelijke doelgroepen voor Entree. In beide scenario’s wordt al rekening gehouden met demografische prognoses, maar bijvoorbeeld ook in woningtypen. Voor meer informatie en achtergrond wordt naar het raadsvoorstel verwezen. Voor wat betreft de kwaliteit van de woningen heeft de gemeente geen aanvullend beleid/aanvullende eisen ten opzichte van de wettelijke eisen in bijvoorbeeld het Besluit bouwwerken leefomgeving. Uitgezonderd het voorkomen van hitte, dat is opgenomen in de Effectstudie Klimaatadaptatie. Dit betekent dat de kwaliteit van de

13

Detailniveau In de NRD wordt niet beschreven hoe de toekomstige bewoners of gebruikers er uit zullen zien. Het is nog niet duidelijk of er lokale verschillen zijn in het gebied. Deze lokale verschillen kunnen optreden als specifieke bevolkingsgroepen in (een deel van) het gebied gaan wonen, zoals gevoelige of kwetsbare groepen. De GGD adviseert om aandacht te besteden in mogelijke specifieke gezondheidsuitdagingen die in het gebied te verwachten zijn, zoals vergrijzing, zorgvraag overgewicht, onvoldoende beweging en ongezonde voeding. Mogelijk is het nodig om ongelijk te investeren voor gelijke gezondheidskansen.

Zienswijzen 9. Historisch Genootschap Oud Soetermeer (HGOS)

10. Stichting Het Cuypersgenootschap

woningen tussen beide varianten niet onderscheidend is en het toevoegen van dit aspect geen meerwaarde heeft. Zoals de GGD terecht constateert zijn de toekomstige bewoners en gebruikers van Entree nog niet bekend. Hiermee zijn ook mogelijke gezondheidsuitdagingen nog niet bekend. Wel wordt vanuit de ambitie van Entree ingezet op gezond bewegen en leefbaarheid. De wijk is inclusief, met voorzieningen voor verschillende doelgroepen, zoals senioren en mensen met een beperking. In Entree wordt vol ingezet op gezondheid; actief bewegen en natuurlijk spelen dragen hieraan bij. Een natuurspeelplek, sportveldjes en -voorzieningen bevinden zich deels in de groene kraag, zodat deze vanaf iedere woning goed te bereiken zijn. Daarnaast wordt gemeentebreed via de Nota Lokaal Preventief Gezondheidsbeleid ingezet op de drie samenhangende opgaven ‘herstellen van bestaanszekerheid, vergroten kansengelijkheid en gezond leven makkelijker maken’. Antwoord

HGOS wijst op het ontbreken van een beoordelingskader voor cultuurhistorie onder het kopje Gemeentelijk niveau in Bijlage 1 van het rapport. Het ‘Inventarisatie- en selectieproject naoorlogs erfgoed Zoetermeer 1945-1990’ zou als beoordelingskader voor het jongere erfgoed expliciet als beleidskader moeten worden vermeld in de NRD.

Het ‘Inventarisatie- en selectieproject naoorlogs erfgoed Zoetermeer 1945-1990’ is als beoordelingskader opgenomen in het Plan-MER, zie Effectstudie Ruimtelijke kwaliteit.

Ook de cultuurhistorische waarden van de Afrikaweg en de invloed van de maximale bebouwingshoogten op het visuele beeld op de stad (aspect ‘Stedelijk landschap’) zouden moeten worden benoemd en beoordeeld.

De cultuurhistorische waarden van Afrikaweg en de invloed van bouwhoogtes op het visuele beeld van de stad vormen onderdeel van de stedelijke kwaliteit. Dit is nader uitgewerkt in de effectenstudie Ruimtelijke Kwaliteit.

Het Cuypersgenootschap sluit zich aan bij de reactie van het HGOS.

Zie het antwoord op de zienswijze van het HGOS.

14

11. Indiener wenst graag integrale opname van zijn zienswijze. Daarom is hiernaast de originele zienswijze opgenomen.

Inleiding. Geachte college, ik begin met het framen van uw relatie met derden voor wat betreft de omgang met zienswijzen: - Derden worden weer eens in de gelegenheid gesteld om zienswijzen in te dienen (positieve insteek, en dus wenst u qua grondhouding met derden “samen te werken”), - Óf u bent wettelijk verplicht derden de gelegenheid te geven zienswijzen in te dienen (negatieve insteek, en dus u wenst qua grondhouding vooral derden “tegen te werken”). De omslag van de bestaande negatieve naar een positieve insteek zal bepalend zijn voor de toekomstige voortgang van het project. De gang van zaken blijkt namelijk nog steeds totaal verloederd. Dit keer is de NRD van TAUW de aanleiding. Met de keuze voor TAUW staat onomstotelijk vast dat het indienen van zienswijzen allesbehalve op prijs wordt gesteld c.q. dat u daartoe door de wetgever bent verplicht (negatieve insteek). Het disrespect jegens de inbreng van anderen (waartoe de gemeente de belanghebbenden hebt opgeroepen inbreng te leveren, niet omgekeerd!) is ongekend en alhoewel iedereen dat gelaten dan wel moegestreden over zich heen laat komen, pik ik dat van niemand. Elementaire omgangs- en fatsoensnormen dienen los van positie, rang of stand te worden gerespecteerd, zo simpel is dat.

U gaat nu wederom in zee met TAUW, waarvan ik in 2022 onomstotelijk middels een zienswijze heb aangetoond dat die zeer slecht werk levert. Dat is toch onacceptabel. En ook worden de elementen uit het rapport van 2,5 jaar geleden opnieuw in de NDR aangehaald, dus wat voegt deze actie sowieso toe? 15

De gemeente volgt vanzelfsprekend de wet- en regelgeving die van toepassing is bij nieuwe gebiedsontwikkelingen. In het geval een Milieu Effect Rapport (MER) opgesteld moet worden, dient eerst een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) te worden vastgesteld. Deze Plan-MER wordt gekoppeld aan het Omgevingsprogramma Entree en valt daarmee onder de Omgevingswet. Dit betekent dat een volledig nieuwe procedure wordt gevolgd. De m.e.r.procedure start met een terinzagelegging van een nieuwe NRD. Daar waar mogelijk is informatie uit de vorige procedure hergebruikt. Op deze NRD kan iedereen reageren zodat de reacties en adviezen kunnen worden meegewogen bij het opstellen van het MER. De gemeente doet dit in de vorm van een zienswijzeprocedure. Het indienen van zienswijzen wordt vanzelfsprekend wel op prijs gesteld. De zienswijze(n) die bij het ontwerpbestemmingsplan zijn ingediend, ook op het bijbehorend Plan-MER, zijn beantwoord in het ontwerpOmgevingsprogramma. Ook de ingediende zienswijzen op deze NRD zijn daarin opgenomen. Vanwege de samenloop in het proces door de gewijzigde programmering en het als gevolg daarvan verder uitwerken en aanpassen van de Ontwikkelvisie en het Beeldkwaliteitsplan en het opstellen van het Omgevingsprogramma was het helaas niet mogelijk om de eerder ingediende zienswijzen van een inhoudelijk antwoord te voorzien.

De gemeente heeft bureau TAUW opdracht verleend om de NRD en het Plan-MER op te stellen. Hier is geen sprake van een raamcontract en de gemeente herkent zich niet in uw kwalificaties aan het adres van het bureau. TAUW is een professioneel bureau dat veel ervaring heeft met het

Essentie is om het hardnekkig cultuurprobleem c.q. de oorzaken van de algehele verloedering te doorbreken. Ik heb twee keer ingesproken en daarbij gepoogd om de gemeente op andere gedachten te brengen, en het is me niet gelukt om het psychostene cordon sanitaire maar enigszins te doorbreken en om u te doen inzien dat de projectorganisatie en de politiek ernstig tekort schieten. Alles wordt afgeraffeld, niets wordt grondig aangepakt, fundamenten worden er niet gelegd. En in de praktijk heeft men het over “samenwerking” terwijl er de facto onderhuidse loopgravenoorlogen met alles en iedereen worden uitgevochten. Dat laatste is zelfs geïnstitutionaliseerd. De Entree kan en zal dan ook de komende 10 jaar vanuit amateurisme, de totale verstarring en de onwil om problemen aan te pakken, dan ook niet van de grond komen. Net zoals het de afgelopen 16 jaar niet is gelukt. Maar zoek het lekker zelf uit. Inhoudelijk. Inhoudelijk reageer ik op 1. het NRD-rapport en 2. de samenvatting van zienswijzen die een paar maanden geleden is opgesteld. Ad1. Het NRD rapport/TAUW stuk: a. Ik heb mijn opmerkingen in hoofdlijnen al op 9 september jl. telefonisch met mw. M. Schouten kenbaar gemaakt. Mijn zienswijze met de kwalificatie van het bureau TAUW stond duidelijk niet op haar netvlies. b.

Ik kan er met mijn verstand niet bij dat u wederom met het bureau TAUW in zee bent gegaan en uw keuze niet op een of meerdere professionele (publieke) organisaties (b.v. het PBL) heeft laten vallen. Of heeft u een raamcontract met TAUW waar u niet onderuit kunt komen? Onderbouwing: a. In het rapport van TAUW dd. 23-08-2024 met kenmerk R0011294226CN-V02-hme-NL staan op blz. 8 dezelfde “criteria” genoemd als die in het rapport uit 2022 (blz. 11) van dezelfde organisatie. 16

opstellen van Milieueffectrapportages volgens de regels die daarvoor gelden. Aangezien TAUW ook het oorspronkelijke MER heeft opgesteld voor het ontwerpbestemmingsplan Entree, is dit niet ongebruikelijk; een deel van het verrichte werk en onderzoek kan namelijk opnieuw gebruikt worden. TAUW is daardoor bekend met de opgave, kan snel meeschakelen in proces en vraagstukken en de uitdrukkelijke wens om niet verder te vertragen in combinatie met de drukte in de markt bij dit soort type bureaus hebben geleid tot de keuze om opdracht te verlenen aan bureau TAUW. Voor die onderdelen die als gevolg van de gewijzigde programmering zijn veranderd, dienen de onderzoeken vanzelfsprekend opnieuw uitgevoerd te worden.

De NRD van TAUW betreft geen 'onderzoek', zoals indiener stelt. Het doel van de NRD is het bepalen van het plangebied/studiegebied waarvoor een MER opgesteld gaat worden, het aangeven van de indicatoren en thema's die zullen worden onderzocht in het MER, het bepalen van de alternatieven en de diepgang van de onderzoeken (kwalitatief of kwantitatief). Op basis daarvan zullen de onderzoeken uitgevoerd worden. Vanzelfsprekend zijn de indicatoren vergelijkbaar uit de eerste NRD, dezelfde als nu ook worden gebruikt. Dat is inherent aan een NRD.

Het is niet te geloven dat u toestaat dat hetzelfde “onderzoek” – of passender uitgedrukt: ongeëvenaard prulwerk – na 2,5 jaar door hetzelfde bureau wordt overgedaan, maar nu met 6.250 en 7.250 in plaats van 4.500 en 6.300 woningen. b. Een groot deel van de door TAUW benoemde criteria worden, net als 2,5 jaar geleden, wederom als “kwalitatief” gecategoriseerd, terwijl die natuurlijk wél zijn te kwantificeren dan wel door de wetgever genormeerd zijn. Dat is wederom een voorbeeld van amateurisme dan wel het pogen u als cliënt te misleiden. Onbegrijpelijk dat u dat zelf niet onderkent. Is het geen onderdeel van het aanbestedingstraject om de expertise van meerdere bureaus met elkaar te vergelijken en zélf toe te zien op kwaliteit? Verder heet de notitie: “Notitie Reikwijdte en Detailniveau”. Hoe kunt u nu “een detailniveau” bepalen op een kwalitatief gegeven? Waarom accepteert u dergelijke onzin? Criteria moet je kwantificeren/operationaliseren, zodat iedere betrokkene weet (qua bedoelingen c.q. qua beleid) waar die aan toe is om een goed leefbare wijk (= uw beleidsdoelstelling volgens het masterplan) te realiseren. Dát is hetgeen er eindelijk eens op een rijtje dient te worden gezet.

TAUW benoemt geen 'criteria' maar heeft het over 'indicatoren'. Sommige indicatoren zullen kwalitatief worden beoordeeld, andere indicatoren zullen kwantitatief worden beoordeeld. Dat wordt bepaald in de NRD. Niet alle indicatoren of thema's zijn namelijk te kwantificeren, zoals erfgoed of stedelijke kwaliteit. In die gevallen is het gebruikelijk om een kwalitatieve beoordeling op basis van 'expert judgement' te doen.

c. In 2022 heb ik al aangetoond dat de wijze van rapporteren (duizenden bla bla pagina’s) en de resultaten van het bureau TAUW ronduit bedrieglijk en van een ongekend laag niveau zijn. Mijn analyse dienaangaande treft u nogmaals hieronder aan. Omdat ik na 2,5 jaar nog steeds geen inhoudelijke reactie heb mogen ontvangen, ga ik ervan uit dat deze analyse vaststaat en u daar ook naar gaat handelen.

De gemeente neemt afstand van de kwalificaties die indiener verbindt aan de rapporten die in het verleden zijn opgesteld. Indiener is over de beantwoording van eerder ingediende zienswijzen tegen het ontwerpbestemmingsplan Entree-Midden per brief geïnformeerd over de wijze van afhandeling. De conclusie van indiener dat de analyse een vast gegeven is, deelt de gemeente niet.

Conclusie: ik verzoek u dringend professionele organisaties in te schakelen en om vanuit de gemeente te valideren en te controleren kwaliteitseisen ten aanzien van de onderzoeksresultaten en de onderzoeksmethodieken aan externe organisaties/leveranciers op te leggen. Lijkt me gezien de complexiteit, de belangen en de investeringen die ermee gemoeid zijn, logisch. En dan hoeven derden, w.o. ikzelf, ook geen zienswijzen meer in te dienen.

De gemeente werkt samen met erkende en professionele organisaties, waaronder bureau TAUW. Het is niet mogelijk om een gebiedsontwikkeling van een dergelijke grote omvang als de Entree, met een enorme complexiteit aan soms tegenstrijdige belangen, in een bestaand bebouwd gebied en rekening houdend met vele

17

De indicatoren 'schaduwwerking' en 'parkeren' zijn echter aangepast en worden in het MER 'kwantitatief' beoordeeld.

Daar de indieners van zienswijzen worden geschoffeerd (zoals dat in het onderhavige geval onomstotelijk blijkt) en op een oneigenlijke manier met zienswijzen wordt omgegaan (o.a. door de indieners daarvan al jaren aan het lijntje te houden, totdat die het, moedeloos geworden, hopelijk opgeven), heeft het aandragen van verbetervoorstellen geen enkele zin. Dat heb ik al meer dan genoeg gedaan, maar blinden kan je niet leren zien. De les die ik nu leer, is dat mijn ervaringen als interimmanager bij 4 gemeenten en talloze andere organisaties, niet overdraagbaar zijn. Ik hoop nog steeds dat ik de dag mag meemaken, waarbij ik een solide rapport (van een paar bladzijden met onderbouwde kengetallen, opgesteld door daadwerkelijk professionele bureaus of instanties, met een paar plattegronden) in 10 minuten tijd kan doorscannen zodat ik me niet meer met De Entree hoef te bemoeien.

(milieu)-eisen, zich laat vangen in een beschrijving van een paar A4-tjes welke in 10 minuten is door te lezen. Vanzelfsprekend wordt gestreefd naar een nieuw Omgevingsprogramma Entree waarin een duidelijk beleidskader voor de ontwikkeling van de Entree wordt gepresenteerd.

Maar een dergelijk verlangen leeft natuurlijk bij iedereen – alleen heeft niemand de bevoegdheid en neemt niemand de verantwoordelijkheid om daar iets aan te doen. Het staat u uiteraard vrij om mij voor een mondelinge toelichting uit te nodigen. Ad 2: samenvatting zienswijzen. In het verlengde van de bovengenoemde gang van zaken, wil ik opmerken dat het bijzonder kwalijk is dat tekstdelen van in ieder geval mijn zienswijzen, in de samenvatting daarvan (en zonder mij daarvan in kennis te stellen), zijn weggelaten. U tast daarmee éénzijdig het intellectuele eigendom van derden/mij aan, waarmee u doelbewust het karakter van mijn documenten en daarmee de boodschap ontkracht. Het is mij nog nooit overkomen dat een ander eenzijdig teksten van mij gaat aanpassen en een dergelijk arrogante, nee, onbeschofte bejegening is mij nog nooit overkomen. Manipulatie, en al helemaal door een publiek orgaan, is natuurlijk ongehoord en volledig in strijd met de Code voor Goed Openbaar Bestuur. Het is bovendien een vorm van valsheid in geschrifte. Eerlijk gezegd is dat ook het laatste wat ik van u had verwacht.

18

Indiener gaat onder ad 2 in op de wijze van afhandeling van de eerder ingediende zienswijzen tegen het ontwerpbestemmingsplan Entree. Over de wijze van afhandeling daarvan zijn alle indieners schriftelijk geïnformeerd in januari 2024. Dit staat los van de nu ter inzage gelegde NRD en de beantwoording van de daartegen gerichte zienswijzen in deze Nota. In het algemeen is het gebruikelijk en ook toegestaan om ingediende zienswijzen in samengevatte vorm op te nemen in een 'Nota van Beantwoording'. Omdat indiener echter expliciet verzoekt om zijn zienswijze in zijn geheel op te nemen, is aan dit verzoek voldaan.

Ik verzoek u dan ook om alsnog en vóór 1 oktober a.s. alle originele teksten in de samenvatting te verwerken, en dat ook door de Accountantsdienst op volledigheid en juistheid te laten controleren. Het aanbrengen van wijzigingen in de onderliggende zienswijze (inclusief bijlagen) sta ik uiteraard ook niet toe en het is toch werkelijk van de gekke dat ik dat nu expliciet moet inbrengen. De hele gang van zaken overziende: als het vanwege de verstikkende c.q. verloederde cultuur onmogelijk wordt gemaakt om er iets van te bakken, dan zou ik de eer aan mijzelf houden en solliciteren of opstappen. Want dat zou ik, als ik voor de gemeente Zoetermeer zou werken, doen. En tenslotte nog een positieve afsluiting t.b.v een motiverende mindset: “alles wat aandacht krijgt, groeit”. Of: leg eens op een resultaatgerichte manier eer in je werk. Graag zie ik een steekhoudende inhoudelijke reactie, en dit keer getekend door de Burgemeester als hoogste gezagsdrager, vóór 1 november a.s. van u tegemoet. En als men met publieke middelen zo geld over de balk blijft smijten, dan overweeg ik de media te benaderen. Ik ben het spuugzat en als ik kans had gezien om te verhuizen, dan zou ik dat al lang hebben gedaan.

12. Belangengemeenschap Driemanspolder

In de zienswijze wordt gevraagd om ook de variant van 3.500 woningen met bijbehorende voorzieningen te onderzoeken.

Een variant van 3.500 woningen met bijbehorende voorzieningen zal niet worden onderzocht. Dit sluit niet aan bij het raadsbesluit Herprogrammering Entree, van 8 juli 2024, waarin de bandbreedte van het mogelijke aantal nieuwe woningen is aangepast naar 6.250 tot 7.250 (met bijbehorende voorzieningen).

Men vraagt om voor het verkeersonderzoek een ruim studiegebied te kiezen.

Het plangebied van de Entree is duidelijk vastgelegd. Het studiegebied kan echter ruimer zijn dan het plangebied, omdat de effecten van sommige thema's verder strekken dan alleen het plangebied. Per thema, en in ieder geval voor het verkeersonderzoek, zal daarom in het MER worden aangegeven hoe ruim het studiegebied is.

19

Men vraagt aandacht te besteden aan de invloed van de (ondergrondse) ontwikkelingen op grondwaterpeil en -stromen, die ook van invloed kunnen zijn buiten het plangebied.

In de effectstudie Water is ingegaan op waterpeil en grondwater. Bij de ontwikkeling van de individuele plots zal dit – als dit nodig is - verder in detail worden onderzocht.

Beschrijf de juiste autonome ontwikkelingen. De woningbouwambitie bedraagt minstens 10.000 woningen extra in geheel Zoetermeer. Dus houdt rekening met de duizenden woningen die ook buiten de Entree nog gerealiseerd zullen worden.

De totale woningbouwambitie van de gemeente Zoetermeer zal worden beschouwd in het MER dat ten grondslag ligt aan de Ruimtelijke Strategie Zoetermeer 2040. Daar worden scenario's van 10.000 tot 16.000 nieuwe woningen beschreven en vergeleken. In de Plan-MER voor de Entree gaan we uit van de ontwikkeling van Entree zelf, inclusief de benoemde autonome ontwikkelingen in de nabijheid en die concreet genoeg zijn om mee te nemen.

Gevraagd wordt welke transformatie in Driemanspolder wordt bedoeld.

De tekst waarop wordt geduid komt uit de Visie Zoetermeer 2040 (p.34). Daarin staat o.m. het volgende: In deze wijken wordt geanalyseerd op welke wijze ruimte gemaakt kan worden voor transformatie van het woningbestand, dat nu gekenmerkt wordt door een groot aanbod aan sociale huurwoningen. Op basis hiervan gaan we bekijken welk woningaanbod in het Entreegebied toegevoegd kan/moet worden om deze beweging in gang te zetten en gaan daarover in gesprek met de stakeholders. Met als doel ruimte te maken voor nieuwe woonprogramma’s die bijdragen aan een diverse samenleving in Meerzicht, Driemanspolder en het Entreegebied.

Neem het eerdere advies van de Commissie MER en eerder ingediende zienswijzen ter harte.

Vanzelfsprekend wordt het advies van de Commissie MER op de eerdere ontwerp MER ter harte genomen. In de PlanMER kunt u lezen hoe met dit eerdere advies is omgegaan.

20

13.

Bestreden wordt dat de ontwikkeling van de Entree via het instrument van een Omgevingsprogramma mogelijk wordt gemaakt.

De ontwikkeling van de Entree kan met behulp van een Omgevingsprogramma mogelijk worden gemaakt. In het Omgevingsprogramma is de visie en ambities opgenomen. Daarmee bevat het Omgevingsprogramma het beleidskader waaraan de verschillende aanvragen voor een BOPA worden getoetst.

Het risico is aanwezig dat de ontwikkeling van de Entree ten aanzien van de omgevingseffecten de samenhang verliest.

De samenhang wordt geborgd door o.a. in het Omgevingsprogramma een integrale stedenbouwkundige ontwikkelvisie op te nemen voor het gehele gebied, alsmede een plan voor de gehele openbare ruimte en een beeldkwaliteitsplan, waar alle nieuwbouw straks aan zal moeten voldoen. Daarnaast worden de omgevingseffecten integraal, voor het gehele gebied in de Milieueffectrapportage onderzocht.

Verzocht wordt om een bredere Omgevingseffectrapportage (OER) in plaats van de effectrapportage op voornamelijk de milieueffecten die nu in het beoordelingskader zijn opgenomen. Dus niet alleen de traditionele milieueffecten, maar ook aspecten zoals leefbaarheid, veiligheid, gezondheid en sociale cohesie dienen in de beoordeling en afweging te worden meegenomen. Dit is in lijn met de aanbevelingen van de Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie mer).

Het thema leefbaarheid is opgenomen in het Plan-MER. Dat thema bestaat uit verschillende indicatoren; geluidsbelasting, luchtkwaliteit, externe veiligheid, trillingen, windhinder, schaduwwerking, sociale veiligheid en gezonde openbare ruimte. Ook recreatieve betekenis en ruimtelijke kwaliteit zijn meegenomen in het plan-MER. Het plan-MER bekijkt meer dan enkel de traditionele milieuthema’s en kan daarmee ook als Omgevingseffectrapport (OER) worden bestempeld. In de wetgeving is echter nog sprake van de term MER en die is gevolgd voor Entree. Sociale cohesie is geen separate indicator maar maakt in algemene zin wel onderdeel uit van het thema leefbaarheid. De mate van sociale cohesie speelt vooral als Entree in gebruik is. Daarom wordt dit meegenomen in het kader van de monitoring. Overigens heeft sociale cohesie vooral een sociale component, naast de ruimtelijke kant. Daarom valt het onder het sociaal domein (zie ook nota Lokaal Preventief Gezondheidsbeleid 2024-2027 Gemeente Zoetermeer, zoals opgenomen in de effectstudie Gezondheidsbevordering).

21

Het is essentieel dat de gemeente ook de impact op het bestaande woonklimaat, de infrastructuur, de verkeersstromen en de leefbaarheid van de omliggende wijken grondig onderzoekt en te waarborgen dat de plannen passen binnen de context van de bestaande omgeving.

Deze aspecten zijn in het MER onderzocht, niet alleen binnen het plangebied maar ook in een ruimer studiegebied rondom de Entree. Als sprake is van een ruimer studiegebied, waarin mogelijk effecten optreden (zoals op het gebied van verkeer), dan wordt dat bij dat thema aangegeven.

Er is een kwantitatieve beoordeling nodig, in plaats van een kwalitatieve beoordeling, van de aspecten waterkwaliteit, windhinder, hitte en parkeren gezien de omvang en impact van het project. Dit sluit beter aan op de Omgevingswet en Omgevingsbesluit.

Voor de aspecten windhinder en parkeren is – mede door reactie van indiener – gekozen voor een kwantitatieve beoordeling. Voor de aspecten waterkwaliteit en hitte is in de fase van het Omgevingsprogramma geen modelberekening gemaakt, maar wordt de beoordeling in het MER wel onderbouwd met cijfers en kaartmateriaal. Bij hittestress wordt gebruik gemaakt van de klimaatscenario’s van het KNMI die ook kwantitatief bepaald zijn. Zoals hiervoor is aangegeven is parkeren kwantitatief onderzocht. Daarbij is uitgangspunt dat de totale parkeerbehoefte van de nieuwbouw binnen de plots van de Entree opgelost moet worden.

Parkeren is een groot zorgpunt. Er kan daarom niet worden volstaan met een kwalitatieve beoordeling maar er zal een cijfermatige onderbouwing van mogelijke scenario’s, de ontwikkeling van het aantal parkeerplaatsen en de uitwijkeffecten naar de wijken. Het aspect waterkwaliteit dient ook kwantitatief beoordeeld te worden om de impact van de snellere waterafvoer op de waterkwaliteit goed in kaart te brengen.

Zie de beantwoording hiervoor.

Het aspect windhinder dient kwantitatief in beeld te worden gebracht met behulp van de NEN-norm 8100. Met name rond de hoge torens om de impact op de leefbaarheid te minimaliseren.

Er is een windhinderonderzoek uitgevoerd op basis van het stedenbouwkundig model, aan de hand van NEN-norm 8100. Het resultaat daarvan is opgenomen in het MER.

Verzocht wordt om rekening te houden met de mogelijke effecten van schaduwwerking op de bezonning van de omliggende laagbouwwoningen.

Er is een bezonningsonderzoek uitgevoerd op basis van het stedenbouwkundig model. Het resultaat daarvan is opgenomen in het MER.

22

14.

Indiener wijst op de eerder ingediende zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan Entree Midden.

De eerder ingediende zienswijzen tegen het ontwerpbestemmingsplan Entree Midden, zijn beantwoord in het ontwerp-Omgevingsprogramma. Dit is in de brief van januari 2024 gecommuniceerd aan alle indieners van een zienswijze.

De eerdere MER procedure liet problemen zien op gebied van geluid en luchtkwaliteit. De aanpassing in de plannen door de ventwegen langs Afrikaweg te laten vervallen zal nauwelijks een gunstig milieueffect hebben, vanwege gelijkblijvende verkeersintensiteiten op de stadsstraat.

De milieueffecten van het aangepaste plan Entree zijn onderzocht in het MER. De resultaten van de onderzoeken, o.a. naar luchtkwaliteit en geluid, maken deel uit van het ontwerp-MER dat wederom ter inzage zal worden gelegd. Uit de effectstudie Luchtkwaliteit blijkt dat de concentraties NO2 en PM10 na realisatie van de ontwikkelingen zowel hoger uitvallen (toename) als beperkt lager uitvallen (afname) dan in de referentiesituatie. De concentraties PM2,5 vallen na realisatie van de ontwikkelingen enkel beperkt hoger uit (toename) dan in de referentiesituatie. In de effectstudie wordt verder geconcludeerd dat op alle onderzochte locaties wordt voldaan aan de te toetsen omgevingswaarden uit de Omgevingswet. Hiermee staat het aspect luchtkwaliteit verdere besluitvorming niet in de weg. Wel zijn mitigerende maatregelen mogelijk die een positief effect kunnen hebben. Voor wat betreft is en blijft sprake van een (deels) zeer hoog geluidbelaste situatie. De grenswaarden volgens het Bkl worden overschreden voor het geluid van de A12. Bij de uitwerking van de plandelen zal nadrukkelijk rekening gehouden moeten worden gehouden met het geluid van de verschillende bronsoorten (wegverkeer, railverkeer, bedrijvigheid).

Het besluit van de gemeenteraad om de woningbouwambitie voor Entree te verhogen is onrealistisch en heeft een onacceptabele

23

De nieuwe NRD en het MER dienen inderdaad om de effecten van die hogere woningbouwambitie te

milieudruk op de naastgelegen wijken tot gevolg. De nieuwe NRD en nieuwe MER-procedure zijn in ieder geval juiste beslissingen.

onderzoeken en te beoordelen zodat deze informatie onderdeel uitmaakt van de afweging van belangen.

Vele honderden mensen waaronder indiener zullen in hun persoonlijke belangen worden geschaad op het gebied van bezonning en uitzicht, verlies van groen en bomen, meer fijnstof, mogelijke waterschade, toenemende verkeersintensiteit, mogelijke veranderingen in grondwaterstanden en verzakkingen, meer geluidhinder, toenemende parkeerdruk en jarenlange bouwoverlast.

Indiener somt hier de zienswijzen op tegen het plan van de Entree zelf. Dit zijn geen zienswijzen tegen de ter inzage gelegde NRD. Beantwoording van zienswijzen tegen het plan Entree is opgenomen in de Nota van Beantwoording Zienswijzen Bestemmingsplan Entree-Midden dat een onderdeel is van het ontwerp Omgevingsprogramma.

De NRD van bureau TAUW is te summier en onvolledig. Geluid en luchtkwaliteit dient nu al gemeten te worden.

De NRD is geen onderzoeksrapport. Het vormt de afbakening voor het MER-rapport. In het kader van het MER zullen de verschillende onderzoeken uitgevoerd worden, o.a. naar geluid en luchtkwaliteit. Belangrijk uitgangspunt hierbij is dat geen sprake is van meten bij het geluid- en luchtonderzoek. De luchtkwaliteit in Nederland verschilt van plek tot plek en van moment tot moment. Plaatselijk hebben vooral bronnen in de directe omgeving invloed op de luchtkwaliteit. Hoe groot die invloed is hangt sterk af van hoe groot de uitstoot is. De luchtkwaliteit in Nederland wordt door de overheid vastgesteld met een combinatie van metingen en modelberekeningen. Er worden door verschillende overheden, ingenieursbureaus en particuliere initiatieven (zoals AiREAS in Eindhoven) luchtkwaliteitsmetingen uitgevoerd. Er wordt onderscheid gemaakt in metingen die voldoen aan de wettelijke voorschriften en alternatieve metingen. Juridisch gezien zijn in Nederland modelberekeningen door middel van de Monitoring Luchtkwaliteit (MLK) leidend. In geluidberekeningen moet worden uitgegaan van een gemiddeld geluidniveau over een heel jaar. Met meten is het niet mogelijk te voorspellen wat het effect van maatregelen, zoals stiller asfalt of een geluidscherm is, als

24

die geluidmaatregelen er nog niet zijn. Daarom wordt de geluidbelasting in onderzoeken berekent volgens gedetailleerde, wettelijk voorgeschreven rekenmethoden, die de hele omgeving in kaart brengen. Onduidelijk is wat het studiegebied is, maar daar zal in ieder geval de wijken Meerzicht en Driemanspolder deel van moeten uitmaken. Ook hier dient de uitgangssituatie in detail te worden beschreven.

Het plangebied van de Entree is duidelijk vastgelegd. Het studiegebied kan echter ruimer zijn dan het plangebied, omdat de effecten van sommige thema's verder strekken dan alleen het plangebied. Per thema is daarom in het MER worden aangegeven hoe ruim het studiegebied is.

Bij de autonome ontwikkelingen dienen in ieder geval ook de projecten Markt 10, Vernedepark/Paltelaan en Bleizo opgenomen te worden.

Het project Markt 10 is al opgenomen in Bijlage 2 bij de NRD. De plannen voor Vernedepark/Paltelaan zijn inmiddels zodanig gevorderd dat deze als autonome ontwikkeling zal worden toegevoegd. De plannen voor woningbouw op Bleizo zijn nog niet concreet genoeg (nog geen besluitvorming voorzien) zodat deze niet wordt meegenomen als expliciete autonome ontwikkeling. Dit plan is overigens wel onderdeel van het verkeersmodel van de MRDH. Dit model is gebruikt voor de verkeersonderzoeken. Zie voor meer informatie Effectstudie Verkeer en vervoer.

De nieuwe Mobiliteitsstrategie Zoetermeer dient opgenomen te worden in de NRD.

In Entree wordt anders omgegaan met mobiliteit dan in Zoetermeer gebruikelijk is. Er wordt ingezet op optimaal comfort voor fietsers en voetgangers. Het concept 'Mobility as a Service' (MAAS) waarbij toegang tot mobiliteit met fiets, OV en deelauto's gegarandeerd is, wordt in Entree toegepast. Dit is nader toegelicht in het ontwerpOmgevingsprogramma.

De 2 te onderzoeken alternatieven leveren waarschijnlijk nog meer negatieve milieueffecten op. Het is realistischer om een alternatief met een veel kleiner aantal woningen te onderzoeken bijvoorbeeld 5700 of liever nog 3500. Dit voorkomt later benodigd extra onderzoek. Er zal zodoende uit de vergelijking wel een significant verschil blijken

Een variant van 3.500 woningen met bijbehorende voorzieningen zal niet worden onderzocht. Dit sluit niet aan bij het raadsbesluit Herprogrammering Entree, van 8 juli 2024, waarin de bandbreedte van het mogelijke aantal

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=8b55b8cb-f89d-4ca0-abbb-725d50d48f3e