Bijlage 12 - Totaal overzicht van alle tekstuele en digitale wijzigingen
Tekst van het document
Omgevingsprogramma Entree Zoetermeer Totaal overzicht van alle tekstuele en digitale wijzigingen Bijlage 12
Afdeling Stedelijke Ontwikkeling Gemeente Zoetermeer Mei 2025
1
Inhoud 1.
Inleiding ......................................................................................................................................... 3
2. Tekstvoorstellen wijzigingen Beeldkwaliteitsplan ......................................................................... 4 3. Tekstvoorstellen wijzigingen Ontwikkelvisie ................................................................................. 6 4. Tekstvoorstellen wijzigingen Omgevingsprogramma Entree....................................................... 8 5. Tekstvoorstellen wijzigingen Effectenstudies.............................................................................. 27 6. Tekstvoorstellen wijzigingen MER ................................................................................................ 32 7. Tekstvoorstellen wijzigingen Lijst bindende lijst gevallen/participatieverordening ................ 45 8. Overzicht wijzigingen DSO vlakken ............................................................................................... 46
2
1. Inleiding In het document Nota van Wijzigingen Omgevingsprogramma Entree staat een overzicht van de wijzigingen die worden doorgevoerd in de verschillende documenten voor Entree. De tekstvoorstellen voor deze wijzigingen zijn in voorliggend document opgenomen. Per document, waar de wijzigingen op betrekking hebben, is de wijziging in het rood aangegeven. De wijzigingen die zijn doorgevoerd zijn naar aanleiding van ontvangen zienswijzen, advies Commissie MER op het Plan-MER, adviezen van de CRK en ambtshalve wijzigingen.
3
2. Tekstvoorstellen wijzigingen Beeldkwaliteitsplan In de navolgende tekstblokken zijn de wijzigingen opgenomen die zijn doorgevoerd in het Beeldkwaliteitsplan Leeswijzer Met wijzigingen bijhouden is te zien: Welke teksten zijn verwijderd Welke teksten zijn toegevoegd Waar (…) staat, betekent dit dat er tekst in de paragraaf staat die niet gewijzigd is. In het kader van het doel van het voorliggende document (inzichtelijke maken van de wijzigingen) is voor deze methode gekozen om te voorkomen dat het een te groot document wordt. Essentie 2 Afrikaweg als levendige stadsstraat De volgende bullet wordt toegevoegd onder ontwerpprincipes: In het geval van woningen in de plint wordt gezocht naar een gevelinvulling die een actieve levendigheid uitstraalt (zoals bijvoorbeeld met een actief woonprogramma als een keuken of een atelier/werkruimte). Essentie 5 Bijzondere entrees, openingen en poorten De volgende bullet wordt toegevoegd onder ontwerpprincipes: Stegen naar de binnentuinen worden zorgvuldig vormgegeven met voldoende aandacht voor sociale controle (d.m.v. entrees, raamopeningen en/of verlichting).
Het onderschrift bij het bijbehorende schema zal worden aangepast naar: “Aanzicht zijgevel (dwarsstraat) met steeg en voordeuren aan de openbare ruimte” Essentie 6 Groene, collectieve en toegankelijke binnentuinen Het woord “binnenhoven” en “binnenhof” zal worden vervangen door “binnentuinen” en “binnentuin” Essentie 8 Een multifunctioneel dakenlandschap Er zal bij de één na laatste bullet worden toegevoegd: “waarbij algemeen geldt: hoe hoger: hoe meer de nadruk op zon en hoe lager: hoe meer de nadruk op groen, water en collectiviteit. Essentie 17 Zorgvuldige inpassing van bestaande gebouwen Essentie Bestaande gebouwen worden zorgvuldig ingepast, waarbij bij transformaties nadrukkelijk aansluiting wordt gezocht bij de karakteristieken van het gebouw. Er wordt gestreefd naar een balans tussen architectuurhistorische waarden en de impact van ingrepen. Historische gebouwen kunnen een nieuwe functie krijgen in een eigentijdse omgeving zonder verlies van erfgoedwaarde, mits de transformatie zorgvuldig wordt uitgevoerd. Zo biedt bestaande bebouwing erfgoed de kans om een historische laag te behouden binnen een overwegend nieuw te bouwen wijk. Bestaande gebouwen worden zorgvuldig ingepast, waarbij bij transformaties nadrukkelijk aansluiting wordt gezocht bij de karakteristieken van het gebouw.
Er wordt gestreefd naar een balans tussen architectuurhistorische waarden en de impact van ingrepen. Historische gebouwen kunnen een nieuwe functie krijgen in een eigentijdse omgeving zonder verlies van erfgoedwaarde, mits de transformatie zorgvuldig wordt uitgevoerd. Zo biedt bestaande erfgoed bebouwing de kans om een historische laag te behouden binnen een overwegend nieuw te bouwen wijk. Ontwerpprincipes: In Entree Midden bevinden zich diverse gebouwen met een hoge cultuurhistorische waarde, zoals de Kristalkantoren en de Mammoet aan het Bredewater (beiden nog in onderzoek voor 4
mogelijke inpassing), evenals de bebouwing aan het Kinderen van Versteegplein (het appartementengebouw, Hopmangebouw en de achterbouw van het bestaande hotel). Ook het Poortgebouw en de Nelson Mandelabrug worden in het onderzoek gewaardeerd. Historische gebouwen kunnen worden opgenomen in een nieuwe omgeving en een andere functie krijgen, zonder dat hun erfgoedwaarde verloren gaat. Dit vraagt echter om een zorgvuldige transformatie, waarbij creatieve oplossingen nodig zijn op stedenbouwkundig, architectonisch, bouwtechnisch en programmatisch niveau. Bij de inpassing van bestaande gebouwen in Entree Midden zijn de gewenste ruimtelijke kwaliteiten en het passend gebruik leidend, terwijl de historische waarde richtinggevend is. De essenties en ontwerpprincipes die gelden voor nieuwe gebouwen, zijn ook van toepassing op aanpassingen en uitbreidingen van bestaande panden. Daar waar het gaat om gebouwen met cultuurhistorische waarden (zie afbeelding) vormt het bestaande pand of ensemble de spil De ruimtelijke kwaliteiten en cultuurhistorische waarde van het pand of ensemble vormen de spil. Aanpassingen of uitbreidingen krijgen een eigentijdse uitwerking, waarbij respect wordt getoond voor de oorspronkelijke architectuur en erfgoedwaarde. Alle ingrepen worden uitgevoerd in balans met, en met respect voor, de bestaande waarden van het pand.
De afbeeldingen bij deze essentie wijzigen als volgt:
Kaartje bestaande gebouwen zijn zorgvuldig ingepast: Kristalkantoren en de Mammoet (Bredewater....) worden als gele gebouwen eruit gehaald. Het appartementengebouw aan het Kinderen van Versteegplein 20-41 wordt geel gemaakt. Onderste drie beelden: o Plaatje 1 wordt vervangen voor het Poortgebouw o Plaatje 2 wordt vervangen voor een beeld van Terra Nova o Plaatje 3 blijft ongewijzigd
Essentie 18, Ontwerpprincipes Afrikaweg, In de plantvakken worden bomen geplant die schaduw kunnen geven (bomen van de 3e orde).meerstammige heesters geplant, ranke struiken met een bijzondere groeivorm, lentebloesem en/of herfstkleur
5
3. Tekstvoorstellen wijzigingen Ontwikkelvisie De vogelvlucht afbeelding van Entree op bladzijde 8/9 wordt gewijzigd door een mooiere afbeelding. Het onderschrift wordt ook veranderd van Vogelvlucht van Entree, kijkend in noordoostelijkenoordwestelijke richting Paragraaf 6.3 Onderdelen van de openbare ruimte (…) Parkeren wordt opgelost in parkeergarages onder de bouwblokken. Door dit dubbel grondgebruik blijft er in de openbare ruimte meer ruimte over voor groen, ontmoeten, spelen en sporten. Op het Bredewater en in de Boerhaavelaan zal een aantal plaatsen in de openbare ruimte worden gerealiseerd ten behoeve van laden en lossen en ander tijdelijk gebruik (voor o.a. nooddiensten, kiss & ride, deelmobiliteit en afvalinzameling). (…) Themakaart Behoud bestaand landschap De kaart Themakaart Behoud bestaand landschap op bladzijde 70 wordt vervangen door een nieuwe kaart. Die nieuwe kaart is aangevuld met de restlevensduur van de bestaande bomen.
. De begeleidende tekst op pagina 71 wordt overeenkomstig aangevuld.
Oud - Nieuw
Bestaand versus nieuw landschap Waar mogelijk blijven bestaande groenstructuren behouden en worden zij ingepast in de nieuwe ontwikkeling. Dat zal vooral langs de randen van Entree zijn, langs de Boerhaavelaan en het Bredewater. Delen van die bestaande structuren bestaan uit grote oude bomen die in hoge mate het groene aanzicht van het kenmerkende straatbeeld bepalen. Veel van deze bomen zijn dermate oud 6
dat behoud op de lange termijn niet verantwoord is. Een deel van deze bomen blijven in Entree behouden zolang dit verantwoord is terwijl jonge nieuw aangeplante bomen in die tijd steeds meer in volume toenemen. Dit zorgt ervoor dat tijdens de gefaseerde realisatie van Entree het totale volume van boomkronen zo groot als mogelijk is.Het Abdissenbos loopt over in het Bossenpark. Er zijn ook gebieden die een nieuwe inrichting krijgen. Doordat de wijk in het nieuwe plan aan twee zijden (oost en west) geleidelijk oploopt naar de Afrikaweg wordt er veel veranderd in de hoogtepeilen en de infrastructuur van het gebied. Dat zorgt voor beperkingen bij het inpassen van het bestaande groen, waardoor niet veel van het bestaande groen behouden kan worden. van het gebied. Het te overbruggen hoogteverschil en de intensieve bebouwing zorgen ervoor dat er binnen het plangebied zelf niet veel van het bestaande groen behouden kan worden.
Paragraaf 8.7 Gezonde leefomgeving (…) Omdat gezondheid als een belangrijke waarde wordt gezien voor het gebied Entree Midden wordt extra ingezet op een verbetering van de luchtkwaliteit door onder het stimuleren van deelmobiliteit, inzet van schonere vervoersmiddelen zoals de fiets, doorstroming van het verkeer (intelligente VRI die regelen op basis van verkeersaanbod) groene golf) en bij de aanleg van groen extra aandacht te besteden en na te denken over hoe een zo optimaal mogelijke natuurlijke ventilatie te bereiken. (…)
7
4. Tekstvoorstellen wijzigingen Omgevingsprogramma Entree In de navolgende tekstblokken zijn de wijzigingen opgenomen die zijn doorgevoerd in het Omgevingsprogramma Entree. Leeswijzer Met wijzigingen bijhouden is te zien: Welke teksten zijn verwijderd Welke teksten zijn toegevoegd Waar (…) staat, betekent dit dat er tekst in de paragraaf staat die niet gewijzigd is. In het kader van het doel van het voorliggende document (inzichtelijke maken van de wijzigingen) is voor deze methode gekozen om te voorkomen dat het een te groot document wordt. Paragraaf 1.6 Procedure, participatie en zienswijzen Het Omgevingsprogramma wordt vastgesteld met de uitgebreide procedure van de Algemene wet bestuursrecht. Dat betekent dat eerst een ontwerp-Omgevingsprogramma ter inzage wordt is gelegd, gecombineerd met het ontwerp van de plan-MER. Deze documenten met alle relevante bijlagen hebben van 28 maart 2025 tot en met 10 april 2025 ter inzage gelegen. In hoofdstuk 9 van dit Omgevingsprogramma Entree wordt hierop uitgebreider ingegaan en op het vaststellingsproces.
In dat hoofdstuk wordt ook een korte toelichting gegeven van het proces van de zienswijzen op het (ontwerp-)bestemmingsplan Entree Midden en ontwerp-MER Entree Midden dat eerder heeft plaatsgevonden. De beantwoording van die zienswijzen zijn opgenomen in te zien op de gemeentelijke website Entree Zoetermeer. Op die website staat ook het eindverslag van de participatie die gedurende Q2/Q3 2024 heeft plaatsgevonden. Hoofdstuk 4 (…) Initiatieven worden getoetst aan de Ontwikkelvisie Entree. Daartoe zijn beleidsregels opgesteld. Een aantal daarvan geldt voor het hele plangebied, dus ongeacht of een initiatief in Entree Midden of Entreepoort ligt. Deze beleidsregels zien toe op:
Ontwikkelvisie Entree Binnentuinen Binnentuinenroute De dwarsstraten Levendige, gemengde stadswijk Klimaatadaptatie Natuurinclusiviteit en biodiversiteit Energie Geluid Gezondheid en vitaliteit Beeldkwaliteit
De beleidsregels die in aanvulling daarop specifiek gelden voor Entree Midden en Entreepoort zijn opgenomen in de paragrafen 4.4.1 Entree Midden en 4.4.2 Entreepoort. Paragraaf 4.4.1 Entree Midden Hieronder is een beknopte toelichting overzicht opgenomen op van de principes waarvoor beleidsregels worden vastgesteld. Wilt u meer lezen over de volledige uitwerking van de principes dan kan dit in hoofdstuk 4 van de Ontwikkelvisie Entree (bijlage II). Voor de volledigheid, de ontwikkelingen 8
binnen Entree worden niet alleen aan de beleidsregels uit dit Omgevingsprogramma Entree getoetst, de Ontwikkelvisie Entree als geheel geldt onverkort ook als toetsingskader. Voor het gebied Entree Midden gelden beleidsregels over de volgende onderwerpen:
Basishoogte Plint en Parkeerlaag Hoogteaccenten o Positie en bouwhoogte hoogteaccent o Sokkel en setback hoogteaccent o Footprint van het hoogteaccent Panden o Positie van de panden o Aantal panden o Entrees voordeuren Verbijzondering van het stedelijk blok o Pleinruimte verbijzondering o Centrumstraat en West 6 & West 7 Bijzonder programma
Paragraaf 4.4.2 Entreepoort Voor Entreepoort gelden de volgende beleidsregels:
Plintgebouw o Het plintgebouw o Bouwhoogtes Hoogteaccenten Entreepoort o Positie en bouwhoogte van het hoogteaccent. o Footprint van het hoogteaccent
Paragraaf 4.4.1.1 Basishoogte (…) De essentie van de beleidsregel is dat de basishoogte van het stedelijk blok per blokzijde verschilt en in verhouding staat tot de context: de hoogte is bepaald mede op basis van de aangrenzende openbare ruimte. Zo is in de basishoogte de straatwand maximaal 1 meter hoger dan de breedte van de straat. Ook bij het bepalen van de basishoogte rekening gehouden met de maat en schaal van de omliggende bebouwing. Om de effecten met betrekking tot windhinder en bezonning goed mee te kunnen wegen, zal de ontwikkelende partij bij de aanvraag omgevingsvergunning een windhinderonderzoek op basis van NEN norm 8100 en bezonningsonderzoek op basis van de lichte TNO Norm moeten overleggen. Deze bepaling geldt voor gebouwen (en hoogteaccenten) vanaf 30 meter hoogte.
Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald De maximale bouwhoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan is aangegeven: a. ter plaatse van de locatie ‘Bouwhoogte 17 meter', maximaal 17 meter; b. ter plaatse van de locatie 'Bouwhoogte 20 meter', maximaal 20 meter; c. ter plaatse van de locatie 'Bouwhoogte 25 meter', maximaal 25 meter; d. ter plaatse van de locatie 'Bouwhoogte 32 meter,' maximaal 32 meter. Bij het meten van de bouwhoogte geldt de bepaling dat:
9
a. de bouwhoogte wordt gemeten vanuit het maaiveld ter plekke, met dien verstande dat in de dwarsstraten de hoogte het verloop van het hellend maaiveld volgt. In het kader van een goede beoordeling van de gebouwen op bezonning en windhinder wordt: a. bij gebouwen met een bouwhoogte van 30 meter een windhinderonderzoek op basis van NEN norm 8100 en een bezonningsonderzoek op basis van de lichte TNO Norm opgesteld; b. dit onderzoek maakt deel uit van de aanvraag omgevingsvergunning; c. deze bepaling geldt ook voor de hoogteaccenten als bedoeld in de beleidsregel in paragraaf 4.4.1.3 Hoogteaccenten Entree Midden.
Paragraaf 4.4.1.4.1 Positie van de panden De verschillende stedelijke blokken staan in vaste rooilijnen. Hierdoor ontstaat een heldere begeleiding van de openbare ruimte en wegen. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. De panden binnen Entree worden binnen de locatie 'Rooilijn vast' worden gerealiseerd en liggen in die rooilijn, daarbij gelden de volgende regels: a. Panden vormen gezamenlijk een aangesloten blok. Openingen in dat blok zijn enkel toegestaan voor: 1. Poorten en entrees ten behoeve van binnentuinen en 2. Entrees van in het blok gelegen functies en/ of (parkeer)garages; 3. Waarbij aan het bepaalde in de beleidsregel 4.4.1.4.3 Entrees Voordeuren dient te worden voldaan b. In afwijking van het bepaalde in sub a is de bepaling dat panden in de rooilijn moeten worden gebouwd geldt dat: 1. Per zijde van het blok 1 terugliggend pand toegestaan, waarbij de maximale terugligging vanaf de locatie ‘Rooilijn vast’: i. langs de Afrikaweg max 4 m bedraagt. ii. langs de overige blokzijdes max 2 m bedraagt. 2. Hoekpanden, bijzonder programma (zie 4.4.1.6) en de in de spelregelkaart aangegeven verbijzonderingen (zie 4.4.1.5) in de rooilijn vormen hierop een uitzondering. c. De diepte van de panden bedraagt maximaal 22 meter, gerekend vanaf de openbare ruimte, met dien verstande: 1. dat panden die een sokkel met accent vormen van deze regel zijn uitgezonderd.
2. voor bijzonder programma het bepaalde in beleidsregel 4.4.1.6 Bijzonder Programma van toepassing is.
4.4.1.5.1 Pleinruimte verbijzondering Rondom de stedelijke blokken West 4, West 7.2, Oost 1 en Oost 4.2 (zie voor de positie van deze stedelijke blokken de Spelregelkaart) zijn verbijzonderingen met betrekking tot de vaste rooilijn aangegeven. Op deze plekken is een uitsparing in de vaste rooilijn voorgeschreven. Die uitsparing, of anders genoemd: pleinruimte verbijzondering, is bedoeld om extra ruimte te bieden in de openbare ruimte aan bijvoorbeeld extra groen, beweegruimte of ruimte voor verblijven. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Ten behoeve van extra oppervlakte voor de openbare ruimte, van het stedelijk blok terug, ter plaatse van a. de locatie Pleinruimte verbijzondering, minimaal 100 m2, met dien verstande dat; 1. de oppervlakte niet meer mag bedragen dan is aangeven;
10
b. c. d. e.
2. de ruimte ook kan worden ingezet voor een voetgangersopgang van het stationsplein richting de Afrikaweg. Deze mag een overbouwing krijgen van de bovenliggende bebouwing, mits de onderdoorgang van ruime hoogte is (minimaal 5 meter). de locatie Pleinruimte verbijzondering, minimaal 300 m2, met dien verstande dat de oppervlakte niet meer mag bedragen dan is aangegeven; de locatie Pleinruimte verbijzondering, minimaal 600 m2, met dien verstande dat de oppervlakte niet meer mag bedragen dan is aangegeven; de locatie Pleinruimte verbijzondering, minimaal 1.000 m2, met dien verstande dat de oppervlakte niet meer mag bedragen dan is aangegeven; de pleinruimtes als bedoeld onder sub b tot en met d mogen niet worden overbouwd
De exacte maaat waarin de rooilijn van het stedelijk blok terug ligt, is onderdeel van nadere uitwerking van het ontwerp van de stedelijke blokken, waarbij geldt dat bij het terugleggen van de rooilijn: 1. de diepte van het stedelijk blok 22 meter mag blijven bedragen, met uitzondering van bijzonder programma zoals bepaald in beleidsregel 4.4.1.6 Bijzonder Programma, 2. de maximale hoogte van dit deel van het stedelijk blok niet hoger is dan de hoogte van de direct aansluitende gelegen maximale bouwhoogte, niet zijnde een hoogteaccent.
Paragraaf 4.6 Gezonde en levendige buitenruimte Verschillende onderdelen kennen een eigen inrichting De groen-blauwe kraag kan opgedeeld worden in verschillende zones, met elk een ander sfeer, beplanting, doelsoorten en inrichtingsprincipes. De verschillende overgangen zorgen voor grotere leefgebieden van planten en dieren en meer biodiversiteit. Waar mogelijk blijven bestaande groenstructuren behouden en worden zij ingepast in de nieuwe ontwikkeling. Dat zal vooral langs de randen van Entree zijn, langs de Boerhaavelaan en het Bredewater. Delen van die bestaande structuren bestaan uit grote oude bomen die in hoge mate het groene aanzicht van het kenmerkende straatbeeld bepalen. Veel van deze bomen zijn dermate oud dat behoud op de lange termijn niet verantwoord is. Deze bomen blijven in Entree behouden zolang dit verantwoord is terwijl jonge nieuw aangeplante bomen in die tijd steeds meer in volume toenemen. Dit zorgt ervoor dat tijdens de gefaseerde realisatie van Entree het totale volume van boomkronen zo groot als mogelijk is. Er zijn ook deelgebieden die een nieuwe inrichting krijgen. Doordat de wijk in het nieuwe plan aan twee zijden (oost en west) geleidelijk oploopt naar de Afrikaweg wordt er veel veranderd in de hoogtepeilen en de infrastructuur van het gebied.
Dat zorgt voor beperkingen bij het inpassen van het bestaande groen, waardoor niet veel van het bestaande groen behouden kan worden. (…) Paragraaf 4.6.4 De Dwarsstraten (…) Een klein aantal dwarsstraten zal niet hellend worden uitgevoerd, maar op hoogte van de Afrikaweg worden aangelegd. Dit heeft als voordeel dat een eventuele parkeervoorziening onder de straat kan worden doorgetrokken. In dit geval zal de bereikbaarheid middels trappen en dwarsliggende hellingbaan verlopen. Een klein aantal dwarsstraten zal een deel hellend en een deel vlak worden uitgevoerd en op hoogte van de Afrikaweg worden aangelegd. Dit heeft als voordeel dat een eventuele parkeervoorziening onder de straat kan worden doorgetrokken. In dit geval zal de bereikbaarheid middels trappen en dwarsliggende hellingbaan verlopen. Ter plaatse van de pleinruimte is het mogelijk dat deze onderbouwd wordt t.b.v. de parkeervoorziening bij het bouwblok.
11
Paragraaf 4.7 Levendige, gemengde stadswijk (…) Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald Binnen het plangebied Entree past de invulling van de programmering binnen de volgende bandbreedte:
Paragraaf 4.8.2 (…). Het gebied wordt zodanig ontwikkeld dat de ecologische hoofdstructuur wordt versterkt en de natuur in de wijk wordt behouden en versterkt. Hier wordt onder verstaan: Rondom Entree wordt een nieuwe blauw-groene kraag gerealiseerd die een ecologische verbindingszone vormt tussen de wijk en omliggende natuurgebieden. Binnen Entree vormen de binnentuinen als ecologisch kralen. Zowel de blauw-groene kraag als de ecologische kralen worden aangelegd volgens het inrichtingsplan. Ecologische lijnen en bestaande natuurwaarden worden zoveel als mogelijk behouden. Als dat niet mogelijk is,vind zal de nieuwe inrichting plaats volgens he moeten voldoen aan het (nog op te stellen) inrichtingsplan. Menselijke verstoringen in de ecologische structuren wordt zoveel als mogelijk voorkomen. Aanleg vindt plaats volgens (het nog op te stellen) inrichtingsplan. De inrichting van het gebied richt zich op het creëren van habitats voor vijf belangrijke doelsoorten, waaronder struik-broedende vogels, vleermuizen, egel, watergebonden soorten en wilde bijen. Aanleg van deze habitats vindt plaats volgens het inrichtingsplan (nog op te stellen) inrichtingsplan. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald.
Het gebied wordt zodanig ontwikkeld dat de ecologische hoofdstructuur wordt versterkt, de natuur in de wijk wordt behouden en versterkt waardoor de biodiversiteit wordt versterkt. Hiervoor is wordt een (ecologische) gebiedsaanpak en het (nog op te stellen) inrichtingsplan opgesteld waaraan de aanleg van de openbare ruimte en de binnentuinen en het instandhouden daarvan aan moet voldoen. Paragraaf 6.2 Een overzicht van de beoordeling van de effecten minimum- en maximumalternatief is in het ontwerp Plan-MER opgenomen in Tabel 4, zie paragraaf 4.2. Per thema zijn die hier navolgend uitgewerkt. In paragraaf 6.4 Algehele conclusie MER is een overzichtstabel opgenomen waarin per thema is aangegeven hoe deze in het MER is beoordeeld Hierbij zijn de effecten in het MER beoordeeld op 12
basis van de vijfpuntschaal zoals opgenomen in onderstaande tabel Per aspect wordt in het MER beschreven wat de klassegrenzen zijn, dus bijvoorbeeld wanneer een effect als zeer positief (++) wordt beoordeeld, of als negatief (-). Hieronder is per thema een beschrijving opgenomen van de belangrijkste resultaten uit de toets. In het navolgende overzicht is de score per thema weergegeven Paragraaf 6.2.3 Effectbeoordeling (…) Voor bovenstaande bronnen zijn vele maatregelen denkbaar, maar de belangrijkste maatregelen zijn het instellen van een milieuzone binnen de woonwijk (diverse vormen denkbaar). en een verbod op houtkachels en pelletkachels. Omdat verkeer en sfeerverwarming de grootste bronnen van NO2emissies zijn is. Volgens verschillende onderzoeken zijn grote reducties mogelijk indien naast een stookverbod ook geen verbrandingsmotoren worden toegestaan. Met minder vergaande maatregelen is ook nog een behoorlijke reductie haalbaar (stookverbod en minimaal EURO-6 voertuigen). Voor beide scenario’s geldt dat de beoordeling dan zeer waarschijnlijk neutraal zou worden Paragraaf 6.2.13 Natuur Stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden In het stikstof-onderzoek van Entree dat is uitgevoerd voor het ontwerp Plan-MER zijn (relatief kleine) bijdragen in het maximale planalternatief van 0,02 - 0,03 mol (meeteenheid voor stikstof) berekend op 6 Natura 2000-gebieden.
Deze stikstofberekeningen gaan uit van worst-case 2027. Tijdens de terinzagelegging is een onderzoek uitgevoerd met aangescherpte uitgangspunten, zijn de onderzoeksresultaten van stikstof van de RSZ betrokken en is de samenloop van de procedure van het Omgevingsprogramma Entree en de bescherming van de Natura 2000-gebieden beter in beeld gebracht. Uit het nieuwe onderzoek dat is verwerkt in het Plan-MER en de vertaling daarvan in het Omgevingsprogramma blijkt dat de aangescherpte uitgangspunten nog steeds leiden tot een bijdragen in zowel het minimale als het maximale planalternatief op de 6 Natura-2000 gebieden in de gebruiksfase maar dat de bijdragen lager zijn en in het maximale planalternatief 0,01 - 0,02 mol (meeteenheid voor stikstof) bedragen. Uit het rapport blijkt verder dat de eerder berekende stikstofbijdrage in de realisatiefase met de aangescherpte uitgangspunten niet tot een stikstofdepositie leidt. Binnen Zoetermeer wordt er gewerkt aan de Ruimtelijke Strategie Zoetermeer (RSZ), die zorg draagt voor een fors pakket aan omvangrijke maatregelen dat effect heeft op de mobiliteit in Zoetermeer als geheel en daarmee de modal split positief beïnvloedt naar verplaatsingen zonder auto (met name richting het OV en de fiets).
De maatregelen die in de RSZ staan, zijn (nog) niet meegenomen in de (stikstof)berekeningen van Entree, omdat deze maatregelen nog niet zijn vastgesteld. Maatregelen die hieruit voortvloeien en die de stikstofberekening kunnen beïnvloeden zijn bijvoorbeeld het instellen van een parkeerplafond en het verlagen van de snelheid; dit type maatregelen zorgt ervoor dat de modal split wijzigt. Met het nemen van de maatregelen uit de RSZ, blijkt dat bij een toename van 16.000 woningen Zoetermeerbreed er geen sprake is van stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden. Hieruit blijkt dat het met het nemen van maatregelen de mogelijke stikstofdepositie in positieve zin wordt beïnvloed tot het niveau dat er geen sprake is van stikstofdepositie boven de 0,00 mol. De toets of een project uitgevoerd kan worden, vindt plaats op projectniveau, dus bij de verlening van de bopa’s. Hierbij geldt dat een eerder uitgevoerde plantoets geen zekerheid geeft dat op projectniveau 13
geen sprake is van stikstofdepositie (dit ook vanwege de verschillende uitgangspunten bij de toets). Ook is er geen verplichting om eerder een plan-toets uit te voeren. Op projectniveau zullen namelijk – ongeacht eerdere uitkomsten van de passende beoordeling op planniveau – de effecten op Natura 2000-gebieden nog altijd moeten worden onderzocht. Vanwege de beoogde fasering in tijd van de ontwikkelingen in Entree en het feit dat uit het stikstofonderzoek bij de RSZ blijkt dat met het nemen van maatregelen bij een fors groter woningbouwprogramma geen sprake is van stikstofdepositie is nogmaals beoordeeld of een passende beoordeling noodzakelijk is om het Omgevingsprogramma vast te stellen. Passend beoordelen betekent dat er een ecologische beschouwing plaatsvindt op wat het effect is van de stikstofdepositie op de instandhoudingsdoelstellingen voor natuur. In het kader van het ontwerp van het Omgevingsprogramma is dat in hoofdlijnen reeds inzichtelijk gemaakt. Of een passende beoordeling verplicht is, hangt af of het Omgevingsprogramma kan worden beschouwd als een plan op grond van de Habitatrichtlijn. Over deze vraag is nog geen jurisprudentie.
Maar vanwege het karakter van het Omgevingsprogramma, een beleidsmatig en bovendien vrijwillig document, is tot de conclusie gekomen dat een dergelijk omgevingsprogramma geen plan in de zin van Habitatrichtlijn en dat het gelet daarop niet verplicht is om een passende beoordeling op te stellen. Wel zal in samenwerking met de grondeigenaren aankomende periode invulling gegeven aan het verder onderzoeken van stikstofdepositie en het verder beoordelen van mogelijke maatregelen die invloed hebben op de stikstofdepositie in relatie tot de keuzes die in het kader van de RSZ worden gemaakt. Paragraaf 6.3 Advies commissie MER Op 13 mei 2025 heeft de Commissie mer het Toetsingsadvies voor de milieueffectrapportage bij het Omgevingsprogramma van Entree Zoetermeer uitgebracht. De Commissie waardeert de inspanningen en zorgvuldigheid waarmee de gemeente streeft naar een optimale inrichting van de wijk Entree. De Commissie vindt dat het MER veel goede informatie bevat en uitgebreid, toegankelijk en goed leesbaar is. Desondanks mist de Commissie belangrijke informatie in het MER. Zo zijn de milieugevolgen voor de nieuwe bewoners in een gebied als Entree, met hoge geluidbelasting en weinig groen, niet goed uitgelicht. Daarnaast zijn de keuze voor het huidige stedenbouwkundige ontwerp van Entree en de consequenties voor de leefomgeving niet helder.
Er zijn verschillende doelstellingen voor de wijk, maar het is onduidelijk hoe deze zijn meegewogen in de keuze voor dit ontwerp. Verder merkt de Commissie op dat er een alternatief ontbreekt waarbij de gezonde leefomgeving als uitgangspunt wordt genomen en dat de onderzochte alternatieven alleen verschillen in aantallen mensen en voorzieningen. Tot slot zijn de stikstofeffecten van het plan nog niet voldoende in beeld gebracht. De Commissie adviseert om deze informatie aan te vullen in het MER voordat er een besluit over het programma wordt genomen. Op een aantal onderdelen is het MER aangevuld. Dat betreffen geluid, stikstof, de onderbouwing bij de sloop-nieuwbouw van de panden Bredewater 4-14 en Bredewater 16 en de totstandkoming van het stedenbouwkundig model. Waar de gemeente aanvulling nodig achtte op de andere onderdelen van het advies, is dat in het navolgende beschreven. Bomen Delen van de bestaande structuren bestaan uit grote oude bomen die in hoge mate het groene aanzicht van het kenmerkende straatbeeld bepalen. Veel van deze bomen zijn dermate oud dat behoud op de lange termijn niet verantwoord is. Deze bomen blijven in Entree behouden zolang dit verantwoord is terwijl jonge nieuw aangeplante bomen in die tijd steeds meer in volume toenemen. Dit zorgt ervoor dat tijdens de gefaseerde realisatie van Entree het totale volume van boomkronen zo groot als mogelijk is.
14
Er zijn ook deelgebieden die een nieuwe inrichting krijgen. Doordat de wijk in het nieuwe plan aan twee zijden (oost en west) geleidelijk oploopt naar de Afrikaweg wordt er veel veranderd in de hoogtepeilen en de infrastructuur van het gebied. Dat zorgt voor beperkingen bij het inpassen van het bestaande groen, waardoor niet veel van het bestaande groen behouden kan worden. Overstroming De commissie MER constateert in haar advies dat niet expliciet wordt gemaakt dat er meer dan 10.000 nieuwe mensen worden blootgesteld aan het bestaande overstromingsrisico. In zowel de effectstudie Omgevingsveiligheid en de effectstudie Klimaat wordt ingegaan op overstroming. Hierbij is inderdaad niet expliciet benoemd dat de nieuwe bewoners worden blootgesteld aan een bestaand overstromingsrisico. Uit de studies blijkt echter dat de Afrikaweg door zijn hogere ligging dan het maaiveld, een goede vluchtroute biedt voor hoog water en ook voor de toegankelijkheid voor hulpdiensten. Ook blijkt dat door de stedenbouwkundige opzet deze weg veel bereikbaarder wordt voor eenieder in en om het plangebied heen, dan nu het geval is. En belangrijk is te constateren dat mensen ook de verdiepingen van de gebouwen kunnen opzoeken. Er worden dus weliswaar geen nieuwe expliciete maatregelen getroffen, maar impliciet zijn er en komen er voldoende vluchtmogelijkheden tegen overstroming.
Passende beoordeling Vanwege de beoogde fasering in tijd van de ontwikkelingen in Entree en het feit dat uit het stikstofonderzoek bij de RSZ blijkt dat met het nemen van maatregelen bij een fors groter woningbouwprogramma geen sprake is van stikstofdepositie (zie ook paragraaf 6.2.13) is nogmaals beoordeeld of een passende beoordeling noodzakelijk is om het Omgevingsprogramma vast te stellen. Passend beoordelen betekent dat er een ecologische beschouwing plaatsvindt op wat het effect is van de stikstofdepositie op de instandhoudingsdoelstellingen voor natuur. In het kader van het ontwerp van het Omgevingsprogramma is dat in hoofdlijnen reeds inzichtelijk gemaakt. Of een passende beoordeling verplicht is, hangt af of het Omgevingsprogramma kan worden beschouwd als een plan op grond van de Habitatrichtlijn. Over deze vraag is nog geen jurisprudentie. Maar vanwege het karakter van het Omgevingsprogramma, een beleidsmatig en bovendien vrijwillig document, is tot de conclusie gekomen dat een dergelijk omgevingsprogramma geen plan in de zin van de Habitatrichtlijn is en dat het gelet daarop niet verplicht is om een passende beoordeling op te stellen.
Wel zal in samenwerking met de grondeigenaren aankomende periode invulling gegeven aan het verder onderzoeken van stikstofdepositie en het verder beoordelen van mogelijke maatregelen die invloed hebben op de stikstofdepositie in relatie tot de keuzes die in het kader van de RSZ worden gemaakt. Cultuurhistorie In het Masterplan wordt voor de ontwikkeling van Entree (al) uitgegaan van sloop- & nieuwbouw van alle bestaande kantoren. Nadat het Masterplan in 2019 is vastgesteld zijn er door de raad twee relevante moties aangenomen. Met de indiening van de motie “Cultuurhistorische panden inventariseren” en de motie “Cultuurhistorische waardenkaart” is het verzoek gedaan om een inventarisatie uit te voeren naar gebouwen in Zoetermeer met een mogelijk cultuurhistorische betekenis of waarde uit de periode van de groeikern. Dit heeft geresulteerd in het onderzoeksproject ‘Inventarisatie Post 45’ dat zich richt op het erfgoed uit de periode 1945 – 1990. Daarnaast is in 2019 een cultuurhistorische inventarisatie- en waardenstelling uitgevoerd door een extern bureau vanwege de transformatieopgave in Entree. Uit beide onderzoeken is naar voren gekomen dat een aantal gebouwen binnen Entree een cultuurhistorische waarde hebben. Het gaat daarbij concreet om de "Mammoet” (Bredewater 16) en "De Kristalkantoren” (Bredewater 2 t/m 14).
Deze gebouwen komen in aanmerking voor de selectie van nieuwe gemeentelijke monumenten. Vooruitlopend op het selectieproces van het Post 45-project, dit vanwege de planning en voortgang in de ontwikkeling van Entree, is ontwerpend onderzoek gedaan naar de (on-)mogelijkheden van het behoud van de 15
kantoren en de gevolgen voor het aantal woningen, het parkeren, de betekenis voor de stadsstraat, centrumstraat en belangrijkste principes van Entree en de financiële gevolgen in relatie tot de gebiedsbusinesscase. Ook de eigenaar van de locatie is gevraagd naar zijn visie en de ontwikkelbaarheid van de betreffende kavels. Dit is verwerkt in een afwegingsmatrix en afgezet tegen het vigerende sloop- en vervolgens nieuwbouw scenario en bijbehorende businesscase. Het college heeft op 14 januari 2025 – het geheel overwegende – herbevestigd om voor het deelgebied Entree- West 6 en 7 uit te gaan van sloop- en nieuwbouw. Dit besluit is als zodanig ook verwerkt in de stukken behorende bij het Omgevingsprogramma en ter inzage gelegd. Parallel aan het besluitvormingsproces over het Omgevingsprogramma loopt een selectieproces van de Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed (RCE) voor de aanwijzing van Rijksmonumenten. De Mammoet zal worden voorgedragen aan de Minister van Cultuur om te worden aangewezen als Rijksmonument. Het besluit hierover is echter nog niet genomen. De minister zal voorafgaande het college om advies vragen en ook de eigenaar wordt in de procedure betrokken. Mocht uiteindelijk het besluit worden genomen om de Mammoet aan te wijzen als Rijksmonument dan zal de gemeente zich daartoe verhouden.
Paragraaf 6.4 Algehele conclusie MER In bijlage IV is een samenvatting van het MER, met daarin een uitgebreide conclusie van de resultaten opgenomen. Om dubbellingen te voorkomen, wordt in deze paragraaf enkel de overzichtstabel opgenomen. Voor een tekstuele toelichting op deze tabel wordt verwezen naar de samenvatting van het MER. Beoordeling van de effecten van het minimum- en maximumalternatief Verkeer en vervoer
16
Beoordeling van de effecten van het minimum- en maximumalternatief Leefbaarheid en gezondheid
17
Beoordeling van de effecten van het minimum- en maximumalternatief Bodem
Beoordeling van de effecten van het minimum- en maximumalternatief Ruimtelijke kwaliteit
Milieueffecten In het Plan-MER is onderzoek uitgevoerd naar de milieueffecten als gevolg van de ontwikkeling van Entree. Deze milieueffecten zijn zowel in het plangebied zelf in beeld gebracht als voor de gebieden daaromheen als de te verwachten milieueffecten groter zijn dan enkel het plangebied. Bij de toetsing van de Plan-MER heeft de Commissie mer geconstateerd dat eventuele milieugevolgen voor de nieuwe bewoners niet duidelijk genoeg blijken. Om die reden zijn voor de belangrijkste thema’s de gevolgen hieronder opgenomen. Ten aanzien van de milieugevolgen voor nieuwe bewoners is in het MER op alle relevante thema’s in beeld gebracht wat de gevolgen van de ontwikkeling zijn. Voor de nieuwe bewoners zijn met name de thema’s geluid, groen, overstromingsrisico en luchtkwaliteit van direct belang. Met betrekking tot geluid is geconstateerd dat sprake is van een hoog geluid belast gebied. Voor een deel van de woningen zal sprake zijn van een overschrijding van de grenswaarden van geluid. Dit betekent dat extra maatregelen moeten worden getroffen aan de woning voor het verkrijgen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Ook kan het zijn dat maatregelen zijn getroffen aan de (gezamenlijke) buitenruimte. Desondanks kan sprake zijn van meer geluidhinder dan in een rustig woongebied valt te verwachten. Entree wordt ingericht als een hoogstedelijk woon- en werkgebied.
Dit betekent dat in vergelijking met andere gebieden in Zoetermeer er sprake zal van een meer versteende openbare ruimte. De realisatie van binnentuinen per blok, de versterking en uitbreiding van de Groene Kraag rondom Entree en het aanleggen van logische routes naar grotere groengebieden zorgen er wel voor dat groen altijd binnen loopafstand bereikbaar is. Delen van Entree liggen in een gebied met risico tot overstroming. Dit is een bestaand risico. Doordat de Afrikaweg hoger ligt dan het maaiveld zal deze niet overstromen. Hierdoor biedt deze weg een 18
goede vluchtroute en blijft deze route toegankelijkheid voor hulpdiensten. Ook binnen de gebouwen is het mogelijk om hogere hoogten op te zoeken. Hierdoor is sprake van een aanvaardbaar risico. Centraal door het plangebied is de Afrikaweg gelegen en aan de zuidkant de A12. Onderzoek is gedaan naar de luchtkwaliteit in de nieuwe situatie. Door de toename van het aantal woningen zal sprake zijn van een toename van verkeer, dat ten opzichte van de huidige situatie ook zich anders zal verdelen over de omliggende ontsluitingswegen. Dit zal leiden tot een afname van de luchtkwaliteit. Wel wordt nog steeds voldaan aan de wettelijke grenswaarden. Mitigerende maatregelen Zoals uit de overzichtstabel en de conclusie uit de PlanMER blijkt, hebben beide alternatieven op de verschillende indicatoren effecten uiteenlopend van zeer negatief (- -) tot aan zeer positief (++). Voor verschillende indicatoren zijn de negatieve effecten echter na mitigatie of compensatie overigens neutraal (0). Een belangrijke algemene opmerking bij de mitigerende maatregelen is dat voor een aantal maatregelen op dit moment al duidelijk is dat deze worden toegepast. Voor andere maatregelen zal deze afweging later in het planproces plaatsvinden. Daar waar op dit moment al duidelijkheid over is, is dat nadrukkelijk hierna aangegeven.
Als dat later in het planproces aan de orde kan komen, is aangegeven dat op dit op dit moment geen rekening is gehouden met invulling van deze mitigerende maatregel. Voor mitigerende maatregelen waarvan nu op voorhand al zekerheid is dat deze niet worden toegepast, is dat ook aangegeven. Toekomstige (nieuwe) beleidskeuzes kunnen daarnaast leiden tot een positieve aanpassing van de uitkomsten van de effectstudies. Verkeer - Mitigerende maatregelen Om de doorstroming van de kruispunten te verbeteren, wordt het aanpassen van de rotonde Bredewater – Meerzichtlaan als mitigerende maatregel voorgesteld, worden aanvullende maatregelen voor de gelijkvloerse oversteken over de Afrikaweg in beeld gebracht en wordt de uitvoering van het ambitiescenario voor het parkeren als mitigerende maatregel voorgesteld. Na het nemen van deze maatregelen worden beide alternatieven als neutraal beoordeeld (0) voor doorstroming kruispunten, verkeersveiligheid en parkeren. Toepassing van de mitigerende maatregel Het aanpassen van de maatregel aanpassen rotonde Bredewater – Meerzichtlaan is opgenomen in het schetsontwerp van de openbare ruimte. Deze mitigerende maatregel zal derhalve worden uitgevoerd. Bij de verdere uitwerking naar van schetsontwerp naar voorlopig ontwerp worden de aanbevelingen uit de verkeersveiligheidsaudits, mede ten behoeve van de oversteken Afrikaweg, overgenomen.
Een deel van deze maatregel (afname van verkeer) is echter afhankelijk van mobiliteitskeuzes die op een groter schaalniveau genomen worden van Entree. Er is derhalve op dit moment geen rekening gehouden met invulling van deze mitigerende maatregel. Ten aanzien van de maatregel ‘uitvoering van het ambitiescenario parkeren’ geldt dat het toepassen en uitvoeren daarvan facultatief is, maar dat de verwachting is dat de grondeigenaren hier gebruik van zullen maken. Er is dus een gerede kans dat het effect uiteindelijk neutraal (0) zal zijn. Leefbaarheid/gezondheid Geluid - Mitigerende maatregelen Bij de uitwerking van de plandelen zal nadrukkelijk rekening gehouden moeten worden gehouden met het geluid van de verschillende bronsoorten (wegverkeer, railverkeer, bedrijvigheid). Vanuit de maatregelvarianten zijn diverse maatregelen denkbaar die de waarde van geluid verminderen (verlagen snelheid, geluidsscherm, luifel of tunnel). Toepassing van de mitigerende maatregelen Op dit moment is er in de periode tot 2040 niet de verwachting dat deze maatregelen zullen worden toegepast. Wel zal de gemeente, ook gelet op de doelstellingen in de Ruimtelijke Strategie Zoetermeer voor de langere termijn, in overleg treden met Rijkswaterstaat om te onderzoeken of bron19
of overdrachtsmaatregelen (met een planhorizon van na 2040) mogelijk zijn. Er is derhalve op dit moment geen rekening gehouden met invulling van deze mitigerende maatregel. Luchtkwaliteit - Mitigerende maatregelen De negatieve effecten op de indicator NO2 worden met name veroorzaakt door grote NO2- emissies: verkeersbewegingen, sfeerverwarming en overige bronnen zoals roken en bijvoorbeeld brommergebruik. De belangrijkste mitigerende maatregelen is het instellen van een milieuzone binnen de woonwijk (diverse vormen denkbaar). Na het nemen van deze maatregel worden beide alternatieven als neutraal beoordeeld (0) voor NO2. Toepassing van de mitigerende maatregel Het instellen van een milieuzone binnen Entree is niet aan de orde. Er is derhalve geen rekening gehouden met invulling van deze mitigerende maatregelen. Omgevingsveiligheid – Mitigerende maatregelen Bij de uitwerking van het ontwerp zijn verschillende mogelijkheden om de omgevingsveiligheid te optimaliseren. De meest effectieve maatregel voor omgevingsveiligheid is het afstand houden van risicobronnen in de omgeving van het plangebied. Voor het plangebied betekent dit het beperken van hoge concentraties bebouwing (en daarmee personen) direct langs de A12. Een effectieve maatregel in geval van een toxisch scenario is het uitvoeren van bebouwing met een (centraal) afschakelbare ventilatievoorziening.
Het is hierbij belangrijk dat bewoners en beheerders van het gebouw op de hoogte zijn van deze voorziening en weten hoe ze deze correct moeten gebruiken. Het is aan te raden om instructies (handelingsperspectief) bij een incident met gevaarlijke stoffen aan de gebouwen toe te voegen. De Veiligheidsregio Haaglanden heeft ook aangegeven dat het wenselijk is om te oefenen met dergelijke scenario’s, bijvoorbeeld binnen de bedrijfshulpverlening. Onder de Omgevingswet kunnen verschillende veiligheidsmaatregelen worden getroffen binnen aandachtsgebieden, waaronder het aanwijzen van voorschriftengebieden met aanvullende bouweisen via het omgevingsplan. Voor zeer kwetsbare gebouwen, waar mensen aanwezig zijn die zichzelf niet tijdig in veiligheid kunnen brengen, gelden echter strikte maatregelen. Dit omvat extra eisen aan brandwerendheid en brandklasse, die van toepassing zijn op nieuwbouw. Na het nemen van deze maatregelen worden beide alternatieven als neutraal beoordeeld (0) voor plaatsgebonden risico en groepsrisico. Voor aandachtsgebieden verandert de beoordeling van negatief (-) naar neutraal (0) voor het minimumalternatief. Voor het maximumalternatief is dit een verandering van zeer negatief (- -) naar negatief (-).
Toepassing van de mitigerende maatregelen Het beperken van hoge concentraties gebouwen langs de A12 is een maatregel die ten gunste kan staan van het aspect omgevingsveiligheid, maar niet in verhouding staat tot de ambities en doelstellingen (op hoofdlijnen het realiseren van tussen de 6.250 en 7.250 woningen met voorzieningen in een stedelijk woonmilieu) die de gemeente Zoetermeer met Entree heeft vastgesteld. Er is derhalve geen rekening gehouden met invulling van deze mitigerende maatregel. De maatregel afschakelbare ventilatievoorziening is een potentieel te realiseren maatregel en onderdeel van de verdere uitwerking en ontwerpen van de gebouwen. In het ontwerpproces zal hier aandacht voor worden gevraagd. Vanzelfsprekend worden de extra eisen gevolgd bij zeer kwetsbare gebouwen omdat dit een wettelijke verplichting is. Extra maatregelen in aandachtsgebieden zijn wettelijk niet verplicht. Er is derhalve geen rekening gehouden met invulling van deze mitigerende maatregel.
20
Trillingen - Mitigerende maatregel Om trillingseffecten te voorkomen zijn verschillende maatregelen te nemen zoals het realiseren van een zo vlak mogelijke wegopbouw, toepassing van asfalt in plaats van klinkers, minimaliseren van drempels, zwaarder geconstrueerde gebouwen op korte afstand van de erfontsluitingswegen, het vermijden van putten in de rijlijnen en het eventueel verzwaren van de fundering of het toepassen van stijvere bouwmethode. Zware en dure trillingsmaatregelen zijn in het hele plangebied onnodig. Toepassing van de mitigerende maatregel De maatregelen die voorgesteld worden zijn voor een groot deel onderdeel van de uitwerking van de openbare ruimte en zullen bij de verdere uitwerking van het ontwerp van de openbare ruimte worden betrokken. Er is derhalve op dit moment geen rekening gehouden met invulling van deze mitigerende maatregel. Mitigerende maatregel Windklimaat Ondanks het feit dat het windklimaat op de meeste plekken gunstig is, is er een aantal locaties waar een optimalisatie gewenst zou kunnen zijn: Het windklimaat op het dek aan de oostzijde van het zuidwestelijke bouwblok plangebied (matig voor doorlopen in de geplande situatie) kan verbeterd worden door het plaatsen van een scherm aan de rand van het dek. Door aan de westkant van het Poortgebouw windremmende maatregelen te nemen kan mogelijk ook hier het beperkt risico worden voorkomen.
Het windklimaat bij de zuidoostelijk beëindiging van het plangebied kan verbeterd worden door het plaatsen van groen in het gebied met een matig windklimaat. Als er belangrijke looproutes door dit gebied komen te lopen wordt geadviseerd deze zo mogelijk buiten het gebied met een matig windklimaat te houden of deze te voorzien van een afscherming in de vorm van bijvoorbeeld groenblijvende begroeiing. Binnen het plangebied zou lokaal een verdere verbetering van het windklimaat mogelijk zijn door het plaatsen van begroeiing, maar dat zou alleen nodig zijn op plekken waar er windgevoelige functies (entrees, winkels) gerealiseerd worden op plekken waar het windklimaat matig is voor slenteren. Door het nemen van maatregelen ter voorkoming van het beperkt risico op windgevaar, kan de beoordeling op dat aspect worden verbeterd naar neutraal (0). Toepassing van de mitigerende maatregel De mogelijke maatregelen die kunnen leiden tot een neutraal effect, zijn onderdeel van nadere uitwerking van het ontwerp van de gebouwen Op het abstractieniveau van het Omgevingsprogramma zijn deze maatregelen te gedetailleerd en is op pandniveau niet onderzocht wat de effecten zijn. Daarom wordt in het omgevingsprogramma een beleidsregel opgenomen die stelt dat windhinderonderzoek verplicht moet worden uitgevoerd bij gebouwen hoger dan 30 meter.
Op grond van die meer gedetailleerde onderzoeken kan beter worden bepaald of een mitigerende maatregel nodig is, en welke de beste resultaten opleveren. Er is derhalve op dit moment geen rekening gehouden met invulling van deze mitigerende maatregel. Bezonning - Mitigerende maatregel Het verbeteren van de bezonning van de omgeving is mogelijk door het verkleinen van de geplande bouwvolumes. Door deze verkleining kan de beoordeling voor bezonning van de omgeving verbeteren naar neutraal (0). Voor de geplande woningen kunnen de resultaten van het onderzoek gebruikt worden voor de planning van de locatie van woningen binnen het plan of de locatie van woonkamers binnen de woning. Bij een goed ontwerp is het daarbij mogelijk om op vrijwel alle woninggevels van de nieuwbouw een voldoende bezonning te realiseren. Door deze verkleining kan de beoordeling voor bezonning plan verbeteren naar zeer positief (++).
21
Toepassing van de mitigerende maatregel Het verkleinen van de bouwvolumes is een maatregel die niet realistisch is, gezien de ambities in aantallen woningen (en de opgave binnen Zoetermeer om woningen te realiseren) die binnen Entree gerealiseerd kunnen worden. Zouden de bouwvolumes worden verkleind, dan kan dit leiden tot minder woningen, kleinere woningen, minder ruimte voor voorzieningen en kan de businesscase onder druk komen te staan. Deze maatregel zal dan ook niet worden getroffen. Daarbij is ook in overweging genomen dat het aantal woningen dat als gevolg van Entree onder de lichte TNO norm qua bezonning scoort, beperkt is. De resultaten van het bezonningsonderzoek zullen gebruikt worden bij de verdere uitwerking van de plannen. In het kader van het Omgevingsprogramma Entree is het nog niet mogelijk aan te geven of en hoe de woningen/ plattegronden daarvan eruit komen te zien. Er is derhalve op dit moment geen rekening gehouden met invulling van deze mitigerende maatregel. Gezondheidsbevordering – Mitigerende maatregel Reducerende maatregelen om hinder tijdens de aanlegfase te beperken kunnen zijn: Goede routering aan- en afvoer van grond, bouwmaterialen langs routes met zo min mogelijk geluidsgevoelige bestemmingen. Goede inrichting en beheer van laad- en losvoorzieningen. Veilige tijdelijke verkeersmaatregelen.
De regulering van toegankelijkheid van de bouwterreinen. De regulering van de tijdstippen van aan- en afvoer en bouwwerkzaamheden. Het nemen van deze maatregelen zou er toe kunnen leiden dat er minder overlast optreedt tijdens de aanleg van Entree. Tegelijkertijd is het volledig wegnemen van hinder tijdens de aanleg niet realistisch. Daarom blijft de effectbeoordeling gelijk (0). Hinder van licht kan vaak worden voorkomen door een juiste plaatsing en adequate afscherming van armaturen. Bij het ontwerpen van de gebouwen en de openbare ruimte zal daar aandacht aan moeten worden besteed. Ongeacht de mate van aandacht voor verlichting in het ontwerp blijft sprake van een toename van licht, en daarmee mogelijk hinder, ten opzichte van de huidige situatie. De effectbeoordeling blijft dan ook gelijk. Toepassing van de mitigerende maatregel Wat betreft hinder tijdens de aanlegfase zal gebruik worden gemaakt van BLVC (bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie) plannen. In zo’n plan staat beschreven hoe de overlast op de omgeving kan worden beperkt en wie het aanspreekpunt bij eventuele overlast is. Hierbij zal worden gestreefd naar het zo goed als mogelijk voorkomen van overlast, desondanks kan enige mate van hinder niet voorkomen worden. Er is derhalve op dit moment geen rekening gehouden met invulling van deze mitigerende maatregel.
Ook wat betreft hinder van licht geldt dat dit onderdeel zal zijn van de verdere uitwerking van de openbare ruimte en gebouwontwerpen. Waar mogelijk zal invulling aan deze maatregel worden gegeven. Er is derhalve op dit moment geen rekening gehouden met invulling van deze mitigerende maatregel. Water - Mitigerende maatregel Ten aanzien van waterkwantiteit en waterkwaliteit is het van belang dat in overeenstemming met het beleid en de eisen van het hoogheemraadschap en de gemeente, er maatregelen worden getroffen om zowel de waterkwantiteit als de waterkwaliteit van het oppervlaktewater aan de westzijde te verbeteren. Denk hierbij aan het voorzien van extra oppervlaktewater dan nu is voorzien, en dat minstens een van de lange duikers die de Afrikaweg kruist, vervangen wordt door oppervlaktewater en kortere duikers. In de Ontwikkelvisie Entree zijn geen uitspraken gedaan over het beperken van negatieve effecten op grondwaterstanden als gevolg van de ontwikkeling. Door aan te geven hoe de ontwikkeling omgaat met grondwater, met name hoe negatieve effecten op grondwaterstanden 22
beperkt worden en/of voorkomen worden, en hoe mogelijke grondwateroverlast in het gebied beperkt wordt en/of voorkomen wordt, is de verwachting dat de effectbeoordeling verbeterd. Na het nemen van deze maatregelen worden beide alternatieven als positief beoordeeld (+) voor indicatoren waterkwaliteit en waterkwantiteit. Toepassing van de mitigerende maatregel De negatieve beoordeling van grondwater is enkel aan het westelijke gedeelte van het plangebied. Het oostelijke deel scoort daar wel positief (+). Een eventuele mitigerende maatregel zou dan enkel voor het westelijke deel nodig zijn. Het realiseren van extra oppervlakte water en het vervangen van minstens één van de lange duikers door oppervlakte water en kortere duikers, is een aspect dat in de verdere uitwerking van het plan c.q. ontwerp openbare ruimte onderzocht kan worden. In overleg met Rijnland zijn een aantal van deze maatregelen ook ingepast in het uiteindelijk ontwerp. Na realisatie hiervan is een neutraal effect redelijkerwijs te verwachten. Ruimtelijke kwaliteit - Mitigerende maatregel Op de onderwerpen Stedelijk Landschap en Archeologie zijn mitigerende en/ of compenserende maatregelen niet aan de orde. Immers, op Stedelijk Landschap is het effect van Entree zeer positief (++) beoordeeld en bij Archeologie is het effect neutraal (0).
Op de indicator Cultuurhistorie is het effect van Entree voor beide alternatieven zeer negatief (- -) door o.a. de sloop van de cultuurhistorisch waardevolle panden Bredewater 4-14 en Bredewater 16. De gemeente Zoetermeer ziet hiervoor geen realistische mitigerende maatregelen, aangezien het planvoornemen uitgaat van sloop-nieuwbouw op deze plek. Soortenbescherming - Mitigerende maatregel Voor soorten zijn wettelijk verplichte maatregelen aangedragen per soort. Dit kunnen maatregelen zijn die invloed hebben op de fasering van de werkzaamheden of bijvoorbeeld het plaatsen van vleermuiskasten. Na het nemen van deze maatregelen worden beide alternatieven als neutraal (0) beoordeeld. Toepassing van de mitigerende maatregel Voor zover de maatregelen wettelijk verplicht zijn, worden deze vanzelfsprekend opgevolgd. Met betrekking tot vleermuizen, wordt in het kader van de benodigde vergunningentrajecten in beeld gebracht welke mitigerende maatregelen worden getroffen. Dit gebeurt voordat met de werkzaamheden kan worden begonnen. Eventuele maatregelen kunnen vleermuiskasten zijn, maar ook een tijdelijke vliegroute of een robuuste vliegroute(s) in de directe omgeving van de oorspronkelijke vliegroute teruggeplaatst worden.
Stikstofdepositie - Mitigerende maatregel Er zijn vele mitigerende maatregelen denkbaar, maar de belangrijkste het instellen van een milieuzone binnen de woonwijk, aangezien verkeer de grootste bron van NOX-emissies is. Grote reducties zijn mogelijk indien geen verbrandingsmotoren worden toegestaan. Met minder vergaande maatregelen is ook nog een behoorlijke reductie haalbaar, bijvoorbeeld minimaal EURO- 6 voertuigen. Voor emissieloze scenario’s geldt dat de beoordeling dan zeer waarschijnlijk neutraal zou worden. Borging van een milieuzone kan via bepalingen in het omgevingsplan en een verkeersbesluit. Handhaving kan via een camerasysteem of BOA’s. Na het nemen van maatregelen worden beide alternatieven als neutraal (0) beoordeeld. In de aanlegfase is - afhankelijk van het bouwtempo - geen sprake van een toename van stikstofdepositie. Om die reden zijn er geen wettelijk verplichte mitigerende of compenserende maatregelen van toepassing. Toepassing van de mitigerende maatregel
23
Uit het stikstofonderzoek bij de Ruimtelijke Strategie Zoetermeer blijkt dat met het nemen van mobiliteitsmaatregen geen sprake is van stikstofdepositie. De beoordeling van stikstof vindt plaats op project-niveau. Er is derhalve op dit moment geen rekening gehouden met invulling van deze mitigerende maatregel. Elektrische energie - Mitigerende maatregel Uit de analyse komt naar voren dat de elektriciteitsopwekking in het gebied onvoldoende is om de in vraag te voorzien. Om dit te beperken kan gezocht worden naar mogelijkheden om meer elektriciteit op te wekken in dan wel nabij het projectgebied. Onderzoek de mogelijkheid voor de aanleg van zonneparken. Wat het effect van deze maatregelen is kan met de huidige gegevens niet in kaart worden gebracht. Naast het onderzoeken van meer bronnen van energie is het ook mogelijk om het energieverbruik te verminderen. Zo kan de toepassing van warmteterugwinning op de douches in woningen de vermogens- en energievraag voor tapwater verminderen. Voor goed geïsoleerde woningen geldt dat douchewater een relatief groot deel van de energievraag invult, door dit te minimaliseren wordt relatief veel energie bespaard. Toepassing van de mitigerende maatregel De effectbeoordeling op dit onderwerp is voor wat betreft de gebouwgebonden energievraag al positief (++).
Het beperken van het energieverbruik door eventuele toepassing van bijvoorbeeld een warmteterugwinningsysteem of andere maatregelen zal onderdeel gaan uitmaken van de uitwerking van de bouwplannen. Er is derhalve op dit moment geen rekening gehouden met invulling van deze mitigerende maatregel. Ten aanzien van de elektriciteitsopwekking wordt geen concrete mitigerende of compenserende maatregel voorgesteld. De afweging of binnen het projectgebied meer energie kan worden opgewekt dan volgens de plannen mogelijk is, kan op gespannen voet komen te staan met de ruimtelijke kwaliteit (groen-blauw) en de toegankelijkheid van de openbare ruimte. Buiten het plangebied naar extra mogelijkheden zoeken ligt buiten het bereik van het Omgevingsprogramma Entree. Er is derhalve op dit moment geen rekening gehouden met invulling van deze mitigerende maatregel. Klimaatadaptatie – mitigerende maatregel Voor wateroverlast zijn aanvullende maatregelen als volgt: Waterberging toevoegen aan de noordwestzijde van het plangebied. Oppervlaktewater aan de westzijde toevoegen. Bovengrondse waterstructuur in oost-westrichting creëren om zo lengte van duikers te beperken. Knelpunten voor wateroverlast bij tunnels verhelpen.
Voor hitte zijn aanvullende maatregelen als volgt: Het bieden van voldoende koele, schaduwrijke, toegankelijke openbare ruimte, buitenruimte en daken voor alle nieuwe bewoners. Het overgrote deel van de bestaande bomen vervangen met nieuwe bomen, zodat het effect voor mensen en milieu zo optimaal mogelijk is. Voorbeelden hiervan zijn het toepassen van bomen rondom poelen ter voorkomen van verdamping en het planten van bomen met een kortere levensduur tussen bomen met een lange levensduur om op korte termijn voldoende schaduw in het plangebied te realiseren. Makkelijk inpasbare maatregelen treffen ten behoeve van waterveiligheid zijn als volgt: Gevoelige nutsvoorzieningen boven peilhoogte. Evacuatiemogelijkheden bij eengezinswoningen via de eerste verdieping creëren. In kaart brengen van de assets die een ontwrichtende werking hebben als ze uitvallen door wateroverlast en overstroming. Voorbeelden zijn trafo’s van het elektriciteitsnetwerk en schakelkasten van een rioolgemaal en waar nodig deze hoger aanleggen.