Bijlage 10 - Nota beantwoording zienswijzen Omgevingsprogramma
Tekst van het document
21.8
Het effect van Entree op de luchtkwaliteit op de huidige situatie brengt negatieve effecten met zich mee. In de beantwoording van de zienswijze onder 13.9 wordt ingegaan op het luchtkwaliteitsonderzoek en de hogere uitstoot NO2. De uitstoot die is berekend blijft ruimschoots onder de wettelijke omgevingswaarden. Alhoewel het effect negatief is wordt er dus alsnog voldaan aan wat wettelijk als maximale omgevingswaarden is vastgesteld, waarmee wordt geconcludeerd dat het treffen van de in het rapport genoemde mitigerende maatregelen niet noodzakelijk zijn. Wel kan het zijn dat deze maatregelen in de toekomst een positief effect kunnen hebben op de nu geconstateerde uitkomsten.
70
21.11
Indiener is van mening dat het Omgevingsprogramma Entree alleen kans van slagen heeft als daarnaast ook programma’s worden opgesteld en gerealiseerd voor de aanpalende wijken van Meerzicht en Driemanspolder. De reikwijdte van het programma gaat over de grenzen van het beperkte oppervlak heen en raakt ook de bewoners en de leefomgeving van mijn buurt. Ik vraag u daarom nogmaals om deze wijken in de ontwikkeling te betrekken en ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de woonomgeving rond de Entree gelijkwaardig is.
Omgevingsprogramma's voor de verschillende wijken zullen worden opgesteld als daartoe aanleiding is, bijvoorbeeld bij nieuwe ontwikkelingen zoals grootschalige verduurzamingsopgaven van de huidige bebouwing of aanpassingen binnen het openbaar gebied. Dit is het geval voor Meerzicht. Daarvoor wordt ook een omgevingsprogramma opgesteld. Bij de ontwikkeling van Entree is breder gekeken dan enkel het plangebied van Entree. Zo is bijvoorbeeld in de effectstudies van het Plan-MER per thema beoordeeld wat het studiegebied is (het gebied waar nog effecten plaatsvinden). Daarnaast is het Omgevingsprogramma ook tegelijk opgewerkt en afgestemd met de Ruimtelijke Strategie, dat de uitwerking vormt van de Omgevingsvisie Zoetermeer 2040, die zich richt op de gehele stad.
22.1 Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid
Geluid Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid ziet als wegbeheerder van de rijksweg A12 erop toe dat nieuwe geluidgevoelige ruimtelijke ontwikkelingen geen belemmeringen opwerpen voor het gebruik en beheer van de rijksweg.
Het is juist dat voor een deel van de woningen niet voldaan kan worden aan de standaardwaarden en grenswaarden. Hiervoor is het geluidkader Entree opgesteld. Bij de plotsgewijze uitwerkingen met bopa’s zal Rijkswaterstaat als stakeholder worden betrokken. Op het verzoek van Rijkswaterstaat om in overleg te treden over de verkeerseffecten van dit plan in combinatie met ontwikkelingen vanuit onder andere de Ruimtelijke Strategie Zoetermeer gaat de gemeente graag in en zal daarvoor een overleg inplannen.
Het akoestisch onderzoek is in deze fase nog behoorlijk algemeen. Het is wel heel duidelijk dat dit een zwaar geluidbelaste locatie is (maximaal tot 72 dB). Conclusie is dat er voor een deel van de woningen niet voldaan kan worden aan de wettelijke standaardwaarden en ook niet aan de grenswaarden. Gezien de omvang van de ontwikkeling is de verwachting dat het treffen van (overdrachts)maatregelen doelmatiger zouden zijn. Gelet op de hoge geluidsbelasting verzoek ik u te zijner tijd de akoestische onderzoeken met ons te delen. Indien de gemeente de wens heeft om geluidschermen te zetten op grondgebied van Rijkswaterstaat verzoek ik u tijdig met ons in overleg te gaan over de (technische) (on)mogelijkheden. Bij verdere planvorming is het noodzakelijk dat goed vastgelegd gaat worden waar dove gevels komen en waar geluidluwe gevels bedacht zijn. U dient deze maatregelen in uw omgevingsplan te borgen, zodat Rijkswaterstaat, vanuit dit belang kan instemmen met het plan. Mobiliteit
71
Rijkswaterstaat ziet erop toe dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen de veiligheid en doorstroming van het wegverkeer op de rijksweg A12 niet negatief beïnvloeden. In het verkeersonderzoek, betreffende het plangebied ‘Entree’, is ook aandacht geschonken aan de effecten op de A12 en de aansluiting met de Afrikaweg. Door het downgraden van de Afrikaweg naar een 50 km/u weg met 2 gelijkvloerse voetgangersoversteken lijkt een deel van het doorgaande (externe) verkeer van en naar de A12 anders te gaan rijden waardoor de intensiteit in 2040 op de aansluiting met de A12 zelfs licht afneemt. Ook op de A12 zelf lijkt de impact van de Entree minimaal. Modelmatig is dit effect te plaatsen, maar of dit ook daadwerkelijk in de praktijk gaat gebeuren zal moeten blijken. Mocht de doorstroming van het verkeer op de rijksweg negatief worden beïnvloed, dan dient u ook maatregelen te treffen om deze negatieve effecten op te vangen. De ontwikkeling in uw plan is met maximaal 7.250 woningen en 135.000 m2 bvo een grote ontwikkeling. Binnen uw gemeente zijn ook andere grote ontwikkelingen aan de orde, zoals onder andere beschreven in uw NRD ‘Ruimtelijke Strategie’. De ontwikkelingen van de plangebieden gezamenlijk hebben zeer waarschijnlijk verkeerseffecten aangezien ze onder andere allen in de nabijheid van de rijksweg A12 zijn gelegen.
Zoals aangegeven in onze reactie op de ‘Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) Entree Zoetermeer’, d.d. 28 oktober 2024, verzoek u nogmaals in overleg te treden met Rijkswaterstaat over de verkeerseffecten van dit plan in combinatie met uw andere grote ontwikkelingen. Juist door inzicht in het totale ontwikkelingsplan van Zoetermeer kan bepaald worden of er negatieve effecten zijn voor de doorstroming en of er door de gemeente zo nodig maatregelen getroffen moeten worden. Op grond van dit overzicht kan Rijkswaterstaat instemming verlenen op het gebied van mobiliteit.
72
Daarom verzoek ik op korte termijn in overleg met RWS te treden. 23.1
ln maart 2022 heb ik een zienswijze ingediend inzake het ontwerp bestemmingsplan Entree Midden en de ontwerp Milieu Effect Rapportage (MER). Deze zienswijze betrof de schaduwwerking c.q. verlies aan zonuren. ln het toenmalige rapport MER Deelonderzoeken, onderdeel 4, paragraaf 2.1 Schaduwwerking op bestaande bebouwing stond namelijk aangegeven, ik citeer: De stedenbouwkundige opzet en de noord-zuid-oriëntatie van het plan heeft als gevolg dat schaduwwerking vooral binnen Entree optreedt. Effect op de omgeving is beperkt tot de momenten met lage zonnestand. Hiermee werden dus ook de woningen langs de Boerhaavelaan bedoeld. Aangegeven heb ik toen dat dit de bewoners weinig vertrouwen gaf. Er zijn dan ook massaal zienswijzen ingediend aangaande dit onderwerp. Echter in de hoop dat hier iets mee gedaan zou worden, komt men bedrogen uit.
Voor de beantwoording wordt verwezen naar het antwoord onder 10.5. In aanvulling daarop wordt nog het volgende opgemerkt. De stelling van indiener dat het bezonningsrapport dat is opgesteld voor het Plan-MER een totaal ander beeld schetst, wordt niet gedeeld. . Het uitgevoerde bezonningsonderzoek bevestigt dat er sprake is van een beperkt effect van Entree op de bezonning van de omliggende woningen, met name aan de zijde Boerhaavelaan. Dit speelt met in de maanden met lage zonnestand, zijnde februari en september/oktober. Van april t/m augustus wordt voldaan aan de lichte TNO-norm. In tegenstelling tot wat indiener aangeeft, is in het rapport niet uitgegaan van de Zoetermeerse bezonningsnorm waarbij zonuren van verschillende gevels bij elkaar opgeteld worden. Dat neemt niet weg dat de gemeente de bezonningssituatie voor omwonenden scherp in de gaten houdt, maar het opschuiven van de bouwgrens is niet aan de orde. Bij de omgevingsvergunningen die straks moeten worden aangevraagd t.b.v. de realisatie van de gebouwen, zal er een meer gedetailleerd bezonningsonderzoek moeten worden uitgevoerd. De bezonningssituatie zal dan opnieuw worden beoordeeld. Vanzelfsprekend zijn er dan weer mogelijkheden om op die plannen te reageren.
In het huidige rapport Entree Zoetermeer Milieueffectrapport bij Omgevingsprogramma en de bezonningsstudie van Peutz schetst een totaal ander beeld. Wat 3 jaar terug is aangegeven was ronduit misleidend. Wat nu blijkt is dat de schaduwwerking en het verlies aan zonuren voor de bebouwing langs de Boerhaavelaan desastreus is. Ter illustratie, onderstaand de tekst uit de Peutz bezonningsstudie, onderdeel 5.1 Bezonning omringende woningen: "Bij de galerijflats ten oosten van het plangebied (Dunantstraat en Stadhoudersring) zijn er een aantal geveldelen die ten gevolge van de geplande bebouwing onder de twee mogelijke bezonningsuren komen of waar in de huidige bebouwingssituatie al minder dan twee uur zon mogelijk is en er sprake is van een verdere achteruitgang. De afname van de mogelijke bezonningsduur is hier lokaal ca. een uur en een kwartier. De andere zijde van deze gebouwen ontvangen ook zon, waardoor de
73
woning als geheel wel boven de twee uur zon uitkomt. Bij een deel van de woningen betreft het mogelijk wel de zijde waar de woonkamer zit die getroffen wordt door de schaduw van de nieuwbouw. Als de TNO-norm strikt wordt toegepast voor de bezonning van de woonkamer, zouden deze woningen niet meer voldoen aan de Iichte TNOnorm. Bij een beoordeling van de woning als geheel (zoals bijvoorbeeld gedaan wordt door de gemeente in het centrumgebied) voldoen de woningen nog wel aan de norm." Dit staat haaks op het eerdere. Nu blijkt dat de lichte TNO norm niet wordt gehaald. Om de bebouwing mogelijk te maken hanteert u hier de Zoetermeerse bezonningsnorm (hoogbouw). ln deze norm worden de zonuren op zowel de voor- als achterzijde samengeteld. U doet hierbij alsof de zonuren aan de slaapkamerkant gelijkwaardig zijn aan de zonuren op het balkon en woonkamerkant. Deze stelling vindt bij de bewoners geen bijval. Verzocht wordt om het effect van deze normtoepassing te rechtvaardigen. Eerst geeft u de bewoners de indruk dat de nieuwbouw nagenoeg geen effect heeft op de omgeving. Vervolgens geeft u aan dat er fors moet worden ingeleverd. Ongetwijfeld zult u, juridisch gezien, in uw recht staan. Echter, wat de bewoners langs de Boerhaavelaan betreft, deze worden nu zwaar gedupeerd. Laat staan wat dit met hun vertrouwen doet.
Kijkend naar wat er gedaan kan worden om dit vertrouwen enigszins te herstellen, wijs ik u hierbij op de mitigerende en compenserende maatregelen in het rapport Peutz (onderdeel 6). Deze luidt: "Het verbeteren van de bezonning van de omgeving is mogelijk door het verkleinen van de geplande bouwvolumes. Om alle bestaande woningen te laten voldoen, zou dat echter op een aantal plaatsen zeer grote consequenties hebben voor de geplande bouwvolumes. Het is dus mogelijk om gemiddeld genomen een
74
significante wijziging van de mate van bezonning te realiseren, maar dat vraagt lokaal mogelijk om verregaande consequenties voor de bouwvolumes." Een verlies aan woningen zal mogelijk niet hetgeen zijn wat u voor ogen heeft en mogelijk een brug te ver. Een goed alternatief zou kunnen zijn net zo te handelen als 10 jaar terug bij het toen voorliggende Ontwerp Bestemmingsplan Ontwikkeling Boerhaavelaan. Als oplossing is toen de bouwgrens 8 meter naar het westen opgeschoven. Dit loste niet het gehele probleem op, maar daarmee maakte men wel een stap richting omwonenden. Als laatste wordt een artikel uit de risicoanalyse planschade Entree Zoetermeer van 3 jaar terug aangehaald (nu niet opgenomen). "Daglichttoetreding en bezonning dragen bij aan het woongenot. Worden deze aangetast, dan kan dat onder omstandigheden Ieiden tot een waardevermindering. Door de toename van de bouwhoogte kan sprake zijn van een grotere schaduwwerking op omliggende objecten." Om af te sluiten nog even de omgevingsvergunningen voor de feitelijke bouwplannen. Zodra deze aangevraagd worden, zal bekend zijn wat de exacte omvang (hoogte, breedte, diepte van de bebouwing) wordt. Dan zal duidelijk worden wat het werkelijke verlies aan zonuren is. Indiener behoudt zich het recht voor dan op deze issues terug te komen. 24.1 Historisch Genootschap Oud Soetermeer (HGOS)
De Entree is een belangrijke ontwikkeling in de groei van Zoetermeer, waarbij een kantorengebied wordt omgevormd tot een stadswijk. Deze zienswijze richt zich op beide documenten (omgevingsprogramma Entree en MER) en beperkt zich tot de relatie met cultuurhistorie.
Zowel de Ontwikkelvisie Entree als het Beeldkwaliteitsplan Entree worden aan de gemeenteraad voorgelegd ter vaststelling. In dezelfde vergadering zal gevraagd worden om in te stemmen met het Omgevingsprogramma en het college de opdracht te geven dit vast te stellen. Hierna is er sprake van een door de raad vastgestelde Ontwikkelvisie en Beeldkwaliteitsplan en een door het college vastgesteld Omgevingsprogramma.
Het ontwerpprogramma en de MER bevatten een aanzienlijk aantal bijlagen en onderliggende documenten, zoals de Ontwikkelvisie en het Beeldkwaliteitsplan. De status van deze laatstgenoemde documenten is echter onduidelijk, aangezien ze pas deel zullen uitmaken van het
Afhankelijk van het onderwerp wordt in de MER ook gekeken naar de effecten over de grenzen van het plangebied. In elke effectstudie die ten behoeve van de MER heeft plaatsgevonden, is toegelicht wat het plangebied is, en wat het studiegebied is en of dat laatste groter is dan het plangebied. Voor wat betreft cultuurhistorie is bepaald dat het studiegebied gelijk is aan het plangebied. Hiermee is geconcludeerd dat Entree geen effect heeft op de buiten het plangebied gelegen cultuurhistorische objecten.
75
Omgevingsprogramma nadat de raad ze heeft vastgesteld in het derde kwartaal van 2025. Daarnaast bevatten beide documenten over cultuurhistorisch erfgoed tegenstrijdige informatie, wat de beoordeling van het programma en de MER bemoeilijkt. Bovendien heeft het deelgebied Entreepoort, onderdeel van het ontwerp-Omgevingsprogramma, een ander ontwikkeltraject. De uitwerking daarvan zal later plaatsvinden. Het plangebied loopt van het stationsgebied tot aan de Voorweg en wordt begrensd door de Boerhavetaan en het Bredewater. Het studiegebied van de MER reikt verder, immers de milieueffecten kunnen ook voelbaar zijn buiten het plangebied. Dat geldt ook voor de cultuurhistorie. Ook buiten het plangebied gelegen cultuurhistorische objecten kunnen door de ontwikkeling bedreigd worden. 24.2
HGOS heeft eerder aandacht gevraagd voor de cultuurhistorische waarden in het Entreegebied. Zienswijzen zijn ingediend op zowel de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (2020) als het Ontwerpbestemmingsplan (2022). Het gaat hierbij om drie gebouwen die volgens HGOS een hoge cultuurhistorische waarde hebben: het complex aan het Kinderen van Versteegplein, het kantoorgebouw de Mammoet en de Kristalkantoren. Ook de Afrikaweg, als onderdeel van de H-structuur, wordt door ons als cultuurhistorisch waardevol beschouwd. Deze waarden worden ook erkend in het gemeentelijke post-45 onderzoek. Aan de rand van het plangebied bevinden zich bovendien cultuurhistorisch gevoelige objecten, zoals het beschermde stadsgezicht de Voorweg. In de MER moet duidelijk aangegeven worden welke waarden in het plangebied aanwezig zijn voor de verschillende milieuaspecten, waaronder cultuurhistorie. Het ontwerp-Omgevingsprogramma en de MER spreken heldere taal: Het effect van Entree op de cultuurhistorie is zeer negatief, zowel op de stedenbouwkundige structuur
Met betrekking tot de gebouwen Mammoet en Kristaltoren en het Post 45-onderzoek, wordt verwezen naar het antwoord bij zienswijze 6.1. In aanvulling daarop wordt nog het volgende opgemerkt. Dat in de MER negatief gescoord wordt, is geen verplichting om effecten te mitigeren en, in dit geval, de gebouwen wel te laten staan. Ten aanzien van het Kinderen van Versteeghplein wordt opgemerkt dat in het besluit van 6 mei 2025 het college heeft besloten het verzoek van het Cuypersgenootschap en Erfgoedvereniging Heemschut voor aanwijzing als gemeentelijk monument aan te houden. Uit het besluit blijkt dat na een strenge afweging door de Post 45 begeleidingscommissie om te komen tot een beperkt aantal panden in de voorselectie, er nu nog geen besluit over aanwijzing wordt genomen. De begeleidingscommissie en de CRK adviseren het college wel om dit complex in een tweede aanwijsronde alsnog mee te nemen. Vooralsnog leidt dit dus niet tot een aanpassing van de plannen. Het streven om in Nederland in 2025 C02- neutraal te zijn wordt door de gemeente Zoetermeer ondersteund. Echter, dit betekent niet dat het slopen van bestaande gebouwen daarmee onmogelijk is.
76
als op de historische gebouwen van de groeikernperiode van Zoetermeer. ln de Ontwikkelvisie worden de Mammoet en de Kristalkantoren genoemd en worden de erfgoedwaarden onderkend. Daarbij wordt verwezen naar een studie waarbij door middel van ontwerpend onderzoek de transformatie van beide gebouwen is onderzocht. De kantoren passen volgens de Ontwikkelvisie niet in de opzet van de Entree (bouwblokken en rooilijn). De conclusie is dan ook dat sloop van beide gebouwen onvermijdelijk is. Voor deze afwijzing worden nauwelijks argumenten aangevoerd. Naar onze mening is transformatie zeer goed mogelijk, levert een goed aantal woningen op, en zijn aanvullende bouwmogelijkheden op de kavels reëel en substantieel. Dit telt des te sterker daar de gemeente onderhandelt met de grondeigenaren over een aankoop op basis van een programma met stoop-nieuwbouw met daarin hoge woningaantallen. Het college heeft inmiddels besloten om beide gebouwen te slopen, een beslissing die voortijdig is genomen. Het post-45 project heeft nog niet geleid tot een integrale afweging en een besluit. Besluitvorming over en mogelijke monumentenstatus wordt hierdoor geblokkeerd. Er is bovendien nog niet gereageerd op de aanvraag voor de gemeentelijke monumentenstatus, ingediend door Heemschut en het Cuijpers Genootschap in 2021.
Tot slot moet worden opgemerkt dat de sloop van gebouwen extra CO2-uitstoot veroorzaakt, wat in strijd is met het streven van Nederland om in 2050 CO2-neutraal te zijn. 24.3
Het Beeldkwaliteitsplan is echter bijzonder positief over de transformatie en integratie van cultuurhistorisch waardevolle gebouwen. Er wordt aangegeven dat voor de Kristalkantoren, de Mammoet en het complex aan het Kinderen van Versteegplein verder onderzoek zal plaatsvinden naar mogelijke inpassing. Dit voornemen en de positieve benadering in het Beeldkwaliteitsplan staan in contrast met de conclusies in de Ontwikkelvisie.
In het Beeldkwaliteitsplan Entree wordt in essentie 17 (pagina 40) de inpassing van de bestaande bebouwing behandeld. Dit gaat over meerdere panden in het plangebied. Zoals de indiener terecht constateert, wordt er voor de Mammoet en de Kristalkantoren (ook opgenomen in het bijbehorende kaartje) meer ruimte gelaten voor inpassing dan de Ontwikkelvisie. Aangezien er een zorgvuldige collegebesluitvorming heeft plaatsgevonden, zie beantwoording onder 24.2, zal het Beeldkwaliteitsplan Entree in lijn worden gebracht met de tekst in de Ontwikkelvisie Entree.
77
De tekst in het Beeldkwaliteitsplan wordt dan als volgt: Essentie: Bestaande gebouwen worden zorgvuldig ingepast, waarbij bij transformaties nadrukkelijk aansluiting wordt gezocht bij de karakteristieken van het gebouw. Er wordt gestreefd naar een balans tussen architectuurhistorische waarden en de impact van ingrepen. Historische gebouwen kunnen een nieuwe functie krijgen in een eigentijdse omgeving zonder verlies van waarde, mits de transformatie zorgvuldig wordt uitgevoerd. Zo biedt bestaande bebouwing de kans om een historische laag te behouden binnen een overwegend nieuw te bouwen wijk. Ontwerpprincipes: Historische gebouwen kunnen worden opgenomen in een nieuwe omgeving en een andere functie krijgen, zonder dat hun erfgoedwaarde verloren gaat. Dit vraagt echter om een zorgvuldige transformatie, waarbij creatieve oplossingen nodig zijn op stedenbouwkundig, architectonisch, bouwtechnisch en programmatisch niveau. Bij de inpassing van bestaande gebouwen in Entree Midden zijn de gewenste ruimtelijke kwaliteiten en het passend gebruik leidend, terwijl de historische waarde richtinggevend is. De essenties en ontwerpprincipes die gelden voor nieuwe gebouwen, zijn ook van toepassing op aanpassingen en uitbreidingen van bestaande panden. Daar waar het gaat om gebouwen met cultuurhistorische waarden (zie afbeelding) vormt het bestaande pand of ensemble de spil.
Aanpassingen of uitbreidingen krijgen een eigentijdse uitwerking, waarbij respect wordt getoond voor de oorspronkelijke architectuur en erfgoedwaarde. Alle ingrepen worden uitgevoerd in balans met, en met respect voor, de bestaande waarden van het pand. De afbeeldingen wijzigen als volgt: Kaartje bestaande gebouwen zijn zorgvuldig ingepast: Kristalkantoren en de Mammoet (Bredewater....) worden als gele gebouwen eruit gehaald. Het appartementengebouw aan het Kinderen van Versteegplein 20-41 wordt geel gemaakt. Onderste drie beelden: Plaatje 1 wordt vervangen voor het Poortgebouw Plaatje 2 wordt vervangen voor een beeld van Terra Nova Plaatje 3 blijft ongewijzigd 24.4
Het besluit tot sloop van de Mammoet en Kristalkantoren is een gevolg van de visie op de H-structuur waarvan de Afrikaweg deel uitmaakt. De H-structuur wordt barrièrewerking toegedicht en het onzichtbaar maken van de stad. Dat is geen door onderzoek onderbouwd argument. De H-structuur is bewust gekozen in 1968 en
Met betrekking tot de H-structuur wordt verwezen naar de beantwoording onder 9.1. Het profiel van de Afrikaweg over de Voorweg blijft hetzelfde. Tezamen met dat hier geen bebouwingsmogelijkheden zijn opgenomen wordt de Voorweg als historisch lint volledig intact gelaten.
78
goed ontwikkeld als parkway. De Europaweg vormt daarop een uitzondering en heeft een ander karakter. Waarom van de Afrikaweg nu een stadstraat moet worden gemaakt is niet goed beargumenteerd. Voor de transformatie tot stadstraat is een ingrijpende herprofilering van de Afrikaweg vereist, waarbij de dichte bomenrijen worden gekapt en de verhoogde groene middenberm en geluidwallen verdwijnen. Hierdoor gaat het groene parkway-karakter van de weg verloren. Dat heeft ook gevolgen voor het milieu, ecologie en biodiversiteit. Bovendien is volgens bureau Goudappel (bijlage bij de MER) de verwachte verkeersintensiteit van 39000 mvtg/etmaal voor een stadstraat fors. De mogelijkheden om karakteristieken van de H-structuur te behouden zijn niet onderzocht. Het is onduidelijk hoe dit nieuwe ontwerp is afgewogen tegen de cultuurhistorische waarden van de Afrikaweg als onderdeel van de H-structuur. De transformatie van de Afrikaweg naar een stadsstraat heeft niet alleen gevolgen voor de weg zelf, maar ook voor de directe omgeving door de wijziging van de infrastructuur, waaronder de toevoeging van nieuwe voeten fietspaden en de toegankelijkheid daarvan. Hoe dit alles zich verhoudt tot het beschermde stadsgezicht Voorweg, wordt echter niet duidelijk in dit plan. De mogelijke gevolgen hiervan worden volledig buiten beschouwing gelaten.
Wij vinden dat de bescherming van het beschermde stadsgezicht in dit ontwerp-Omgevingsprogramma onvoldoende is gewaarborgd. 24.4
Het ontwikkelgebied de Entreepoort volgt een afzonderlijk traject en zal later verder worden uitgewerkt met specifieke principes en beeldkwaliteitsregels. Het complex aan het Kinderen van Versteegplein maakt daar deel van uit. Voor het hotel en het bijbehorende appartementencomplex worden in de Ontwikkelvisie indicaties gegeven van wat mogelijk is, maar het Hopmangebouw en het voormalige Zorgringkantoor zijn alvast afgeschreven. Het zou de moeite waard zijn om te onderzoeken hoe het complex of delen daarvan
Voor beantwoording wordt verwezen naar 24.2.
79
geïntegreerd kunnen worden in de nieuwbouw. Daarbij is de huidige staat van onderhoud wel een aandachtspunt. Voorkomen moet worden dat door verdere verloedering transformatie niet meer mogelijk is. De New Town Alliantie, de Ontwikkelvisie, het Beeldkwaliteitsplan en het post 45 project onderschrijven het belang van het cultuurhistorisch erfgoed. Maar in dit ontwerp-Omgevingsprogramma komt dit niet tot uiting. Ook de wens van de gemeenteraad om het bestaande als uitgangspunt te nemen in de Ruimtelijke Strategie wordt in dit ontwerp-Omgevingsprogramma niet gerespecteerd. Er wordt nergens expliciet een afweging gemaakt tussen cultuurhistorische waarden en andere belangen. Het programma is ons inziens nog onvoldoende onderbouwd. 25.
Deze zienswijze is buiten de zienswijzetermijn van 6 weken ingediend en zal daarom buiten behandeling worden gelaten.
De zienswijze wordt buiten behandeling gelaten.
Nummer Zienswijze
Conclusie
Op welke wijze aangepast (zie ook bijlage 11)
10.5, 13.5, 14.2, 16.2, 16.8 en 23.1
Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het Omgevingsprogramma
16.38, 17.5
Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het Omgevingsprogramma
17.4
Deze zienswijze leidt tot aanpassing van de Ontwikkelvisie
24.3
Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het Beeldkwaliteitsplan Deze overige zienswijzen hebben niet geleid tot aanpassingen
In de beleidsregel basishoogte wordt een verplichting toegevoegd om een bezonningsonderzoek aan te leveren bij de vergunningaanvraag voor gebouwen van 30 meter en hoger gebaseerd op de lichte TNOnorm. In de beleidsregel basishoogte wordt een verplichting toegevoegd om een windhinderonderzoek aan te leveren bij de vergunningaanvraag voor gebouwen van 30 meter en hoger gebaseerd op de NEN norm 8100. In de Ontwikkelvisie is de tekst over groene golf vervangen door het toepassen van intelligente Verkeersregelinstallaties De tekst over Essentie 17 is aangepast.
Overzicht van aanpassingen
Overige
80