Bijlage 1 - Transitievisie Warmte Zoetermeer 2021
Tekst van het document
28
Groengas De potentiële groengasproductie in de regio, maar ook de (inter)nationale potentie, ligt ver onder de huidige aardgasvraag. In het Klimaatakkoord heeft de groengassector het streven uitgesproken om in Nederland 70 Peta Joule groengas te produceren in 2030. Dit is ongeveer 6% van de huidige aardgasvraag. Het is nog onbekend of deze ambitie gehaald wordt, maar groengas zal sowieso een schaars product blijven. Daarnaast is het lastig om nu al toekomstbestendig groengas toe te wijzen aan bepaalde wijken. In lijn met de Routekaart Groen Gas ligt het daarom voor de hand om de warmtetransitie niet te beginnen met het inzetten van groengas (Min BZK, 2021a). Waterstof Waterstof komt niet op grote schaal als molecuul in de natuur voor, maar kan worden geproduceerd uit aardgas, waarbij CO₂ vrijkomt, maar productie kan ook klimaatneutraal, bijvoorbeeld door CO₂ af te vangen en op te slaan (‘blauwe waterstof’), door waterstof direct te produceren uit duurzame elektriciteit of vergassing van biomassa (‘groene waterstof’). Waterstof opgewekt uit duurzame elektriciteit heeft in Nederland beperkte productiemogelijkheid. De ambitie is om in 2030 tussen de 25 en 350 kiloton aan waterstof te produceren. Dit is 30-40% van de hoeveelheid waterstof die nu in Nederland wordt gemaakt uit aardgas, voor gebruik in de industrie.
De Rijksoverheid (2020a) en natuurorganisatie Natuur en Milieu hebben aangegeven waar waterstof het meest zinvol kan worden ingezet. Dit is allereerst in de industrie en voor zwaar transport, omdat hiervoor geen goede alternatieven voorhanden zijn.
Collectieve oplossingen Bij een collectieve oplossing kan een woning aansluiten op een warmtenet. Dit is een gezamenlijke oplossing voor vele woningen en gebouwen. Bij een collectieve oplossing is samenwerking en participatie (samendoen) van nog groter belang dan bij een individuele oplossing. Er moeten binnen één gebied binnen korte tijd voldoende woningen (complexen) willen aansluiten op een warmtenet. Het is dus van groot belang daar vooraf en tijdig afspraken over te kunnen maken. Gebouweigenaren kunnen alvast zelfstandig aan de slag met het isoleren en goed ventileren van hun woning, zodat hun woning klaar is om op een eventueel warmtenet aan te sluiten. Grootschalig collectief warmtenet Gebouwen worden verwarmd met een warmtenet dat wordt gevoed door lokale of regionale warmtebronnen. Het kan hierbij gaan om warmtenetten met een lage temperatuur (<55 °C), gevoed door o.a. aquathermie of restwarmte uit bijvoorbeeld koel- en vrieshuizen of datacenters, veelal in combinatie met een wko (warmtekoudeopslag), of warmtenetten op midden temperatuur (55-75 °C) gevoed door geothermie, zonthermie, of regionale restwarmte. Bij een warmtenet op lage temperatuur is een buffervat nodig voor warm water.
Bij warmtenetten is het belangrijk dat er een ondersteunende bron aanwezig is, die kan bijspringen tijdens piekvraag of die tijdens het uitvallen van de hoofdbron kan instaan voor de hoofdbron. Momenteel wordt voor de winterpiek meestal een aardgasgestookte piekketel ingezet. In de toekomst kunnen deze ketels met een hernieuwbaar gas worden gestookt. Een ander duurzaam alternatief is een piekvoorziening met warmteopslag (ECW, 2020). Kleinschalig wko-net Wko staat voor warmte-koudeopslag. Bij deze warmtetechniek maken één of meerdere gebouwen gebruik van een wko. Een wko slaat warmte op in de zomer, die in de winter gebruikt wordt. In de winter slaat de wko koude op, voor koeling in de zomer. Een wko-net past bij goed geïsoleerde panden met een koude vraag (behoefte aan koeling) zoals bedrijven of andere utiliteitsgebouwen. Een wko-net wordt meestal in combinatie met warmtepompen toegepast.
29
Koeling Naast warmtevraag hebben gebouwen in toenemende mate een koude vraag. Met andere woorden: behoefte aan koeling. Dit komt enerzijds door de opwarming van de aarde, anderzijds doordat woningen een steeds beter isolatieniveau hebben. Dat geldt zowel voor nieuwbouwwoningen als voor bestaande woningen die extra isolatie hebben aangebracht. Woningen met een hoog isolatieniveau kunnen in bepaalde gevallen de warmte zo goed vasthouden, dat ze op warme dagen hun warmte niet goed kwijt kunnen en de binnentemperatuur hoog blijft. Aan de andere kant kan isolatie de noodzaak om te koelen ook verlagen, bijvoorbeeld doordat goed geïsoleerde zolders minder opwarmen. Er zijn verschillende manieren om aan de groeiende koude vraag te voldoen, namelijk door actief of passief te koelen: — Actief koelen gebeurt bijvoorbeeld met airconditioning, maar ook een aantal warmtetechnieken zijn geschikt om te koelen. Voor gebouwen met koude én warmtevraag kan warmte-koudeopslag een geschikte oplossing zijn. Ook kunnen warmtepompen in beperkte mate voor koeling worden ingezet (PBL, 2020). Wanneer airco’s en luchtwarmtepompen koelen, stoten deze wel warme lucht uit, wat weer bijdraagt aan ‘hittestress’ in de stad (het zogenoemde hitte-eilandeffect). — Passieve koeling is koeling waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een koelinstallatie. Deze vorm van koeling kan met bepaalde warmtepompen.
In dit geval wordt het water in de leidingen niet extra gekoeld, maar enkel rondgepompt. Een andere methodiek is het voorkomen van het invallen van zon in de zomer. Dit kan via zonwering, het planten van bomen voor de woning, ’s nachts ventileren, of zelfs door het plaatsen van een wit dak, om hitte te reflecteren. Bomen, planten en ander groen hebben naast zonwering in de woning ook een bredere koelende werking op de omgeving. Hiermee gaat groenvoorziening ook het stedelijke hitte-eilandeffect tegen.
30
6 Voorlopig beeld aardgasvrije warmtetechnieken In dit hoofdstuk laten we zien wat met de kennis van nu logische warmtetechnieken zijn voor een aardgasvrij Zoetermeer. Allereerst beschrijven we hoe dit voorlopige beeld tot stand gekomen is.
Werkwijze Collectieve en individuele alternatieven voor aardgas Het voorlopige beeld van de aardgasvrije warmtetechnieken in Zoetermeer is ingedeeld in collectieve en individuele opties. In Hoofdstuk 5 zijn de technieken al uitgebreid omschreven. Deze Warmtevisie gaat uit van deze hoofdindeling van collectieve en individuele warmtetechnieken en gaat dus niet in op specifieke individuele of collectieve warmtetechnieken.
Clusters van soortgelijke woningen met eenzelfde warmteoplossing De gebouwde omgeving van Zoetermeer is divers. Je kunt een rijtjeswoning uit 1973 niet zomaar vergelijken met een kantoor uit 1990 of een appartement uit 1985. Om deze reden kijken we in deze Warmtevisie niet naar buurten of wijken, maar naar clusters. Deze clusters zijn bundelingen van soortgelijke woningen of andere panden. Cluster voor cluster wil Zoetermeer werken aan de besluitvorming over aardgasvrije oplossingen en, welke oplossing er voor welk cluster het meest geschikt is. In onderstaand beeld van de aardgasvrije warmtetechnieken is de clustering op grote lijnen weergeven. Hierbij is gekeken naar hoogbouw- en laagbouwwoningen en de utiliteit (nietwoningen) in Zoetermeer. In de analyse is hierbij gekeken naar specifieke clusters (gebieden) Daar waar het advies over gebiedsgrenzen heen gelijk is, zijn de clusters samengevoegd.
Analyse Voor het beeld van de aardgasvrije warmtetechnieken is ook gekeken naar verschillende aspecten zoals de warmtevraagdichtheid (hoe geschikt is een gebied voor een collectieve warmtetechniek?)8. Hett type woningen, de aanwezige warmtebronnen (zie kader) en praktijkervaringen uit andere delen van Nederland. Een eerste beeld is getoetst met de beelden uit nationale studies en besproken in de projectgroep aardgasvrij van gemeente Zoetermeer. In de achtergrondrapportage staan meer achtergrondinformatie en analyses die aan de vorming van de warmtetoekomsten hebben bijgedragen. Warmtebronnen in Zoetermeer In de gemeente Zoetermeer zelf zijn enkel warmtebronnen met lage temperatuurniveaus (<55 °C) beschikbaar. Warmte uit water (aquathermie) is overvloedig aanwezig in het westelijke deel van de gemeente, langs de ruwwaterleidingen van Dunea in het zuiden en ook nabij de Zoetermeerse plas. Daarnaast zijn er ook nog twee 8 Voor een collectieve oplossing is een minimale dichtheid van de warmtevraag nodig om het zogenoemde bedrijven met een omvangrijke restwarmtepotentie. In het noordoostelijke deel van Zoetermeer zijn er beperkte vollooprisico te voorkomen. Dit is het risico dat de warmtevraag achter blijft bij de verwachte afzet, wat een opties voor alternatieve warmtebronnen. Alleen bodemenergie is hier een mogelijke warmtebron. bedreiging vormt voor een haalbare businesscase.
Hoogbouw heeft de hoogste warmtevraagdichtheid. Dit komt doordat een flatgebouw vele woningen op een klein oppervlak bevat
31
De bodem in Zoetermeer is geschikt voor bodemenergiesystemen zoals wko’s en bodemwarmtepompen. Dit lijkt in de gehele gemeente een hoge potentie te hebben. Eerder onderzoek heeft al aangetoond dat de potentie voldoende is om in de warmtevraag te voorzien van gebieden in het Entreegebied, Meerzicht, Palenstein, Driemanspolder en de Binnenstad. Warmte op hogere temperatuur (ongeveer 70 °C) kan van buiten de gemeentegrenzen, via de Warmtesamenwerking Oostland, naar Zoetermeer getransporteerd worden. Mogelijk is er potentie voor geothermie in Zoetermeer, maar dit is nog erg onzeker en vereist verder onderzoek. Transport van geothermiewarmte van buiten de gemeentegrenzen wordt momenteel onderzocht en kan mogelijk in 2023 beschikbaar komen voor Meerzicht. Een uitgebreider overzicht van de warmtebronnen is te vinden in hoofdstuk 3 van de achtergrondrapportage.
Aanpak per cluster Onderstaand figuur geeft een eerste beeld van de warmtetoekomst voor Zoetermeer weer. Dit beeld is ingedeeld in individuele en collectieve opties. Deze indeling is globaal: in gebouwen waar een collectieve oplossing voor de hand ligt, kan bijvoorbeeld blijken dat een individuele oplossing beter haalbaar of betaalbaar is of kan rekenen op meer draagvlak. Voor gebouwen waarvoor een individuele oplossing het meest logisch lijkt, kunnen buren de handen in elkaar slaan en bijvoorbeeld een bodembron delen.
32
Disclaimer Dit is een eerste beeld, op basis van de inzichten van nu. Naarmate we verdere stappen zetten in de warmtetransitie en innoveren, passen we dit beeld aan in toekomstige versies van de warmtevisie Zoetermeer. We gaan pas aan de slag wanneer een warmtetechniek haalbaar en betaalbaar is.
Figuur 3 - Voorlopig beeld aardgasvrije warmtetechnieken
33
Hieronder lichten wij het toekomstbeeld verder toe voor verschillende woningtypen.
Hoogbouw De hoogbouw heeft een hoge warmtedichtheid en is dus interessant voor collectieve oplossingen. Hoogbouw kan worden onderverdeeld in twee groepen: Centrumbuurten: collectieve oplossing kansrijk voor hoogbouw In Stadshart, Meerzicht (oost en west) en Driemanspolder is een grote concentratie van hoogbouw die interessant is voor een collectieve oplossing. Er zijn meerdere warmtebronnen mogelijk voor dit cluster. De hoogbouw in Meerzicht en Driemanspolder lijken bijvoorbeeld geschikt voor thermische energie uit oppervlaktewater (oftewel TEO, een vorm van aquathermie) of warmte uit geothermie in samenwerking met WSO. Welke warmtebron het meest interessant is, moet nog verder worden onderzocht. Ook landelijke analyses laten zien dat een collectieve oplossing interessant is om verder te onderzoeken. Overige buurten: wko of een individuele oplossing Voor de verspreide hoogbouw in de omliggende clusters is een grootschalig warmtenet niet zeer waarschijnlijk. Een kleinschalige collectieve oplossing kan voor deze woningen wel interessant zijn. Het zal hier veelal gaan om bodemenergie (warmte-koudeopslag, oftewel wko). Een appartementencomplex is vaak omvangrijk genoeg om op zichzelf gebruik te maken van een wko-bron. Eventueel kan zo’n bron ook met een cluster van gebouwen worden ontwikkeld.
Wanneer een kleinschalige collectieve oplossing niet mogelijk blijkt, kunnen deze gebouwen een individuele oplossing per appartement overwegen.
Eengezinswoningen Eengezinswoningen in Zoetermeer zullen voor het grootste deel ook in de toekomst individueel worden verwarmd. Deze woningen zijn grotendeels gebouwd na 1960. Veel van deze woningen zijn goed te isoleren. Zoetermeer adviseert inwoners van eengezinswoningen om de woning geschikt te maken voor een verwarmingstemperatuur van 50 ⁰C met een combinatie van maatregelen, bestaand uit minimaal isolatie en ventilatie. Uit landelijke studies blijkt dat de energiekosten voor een goed-geïsoleerde laagbouwwoning het gunstigst zijn bij verwarming met een elektrische warmtepomp. Dit is goedkoper dan een collectieve oplossing. Tenzij er een zeer aantrekkelijk financieel aanbod komt van collectieve netten, is het niet aannemelijk dat bewoners van eengezinswoningen overstappen op een warmtenet. Mogelijk dat ervaring in pilotprojecten in Nederland dit in de toekomst wel aantrekkelijker maakt. De gemeente staat open voor onderzoeken en pilotprojecten. Wij zullen inzichten hieruit dan ook meenemen bij toekomstige updates van de Warmtevisie. Vooroorlogse woningen: individueel, tenzij Voor vooroorlogse woningen (de oude lintbebouwing in Zoetermeer) geldt dat we verwachten dat deze niet alle maatregelen uit het isolatieadvies kunnen treffen in hun woning. Voor deze woningen is maatwerkadvies nodig. Een hybride warmtepomp is voor deze woningen nu de te verwachten beste keuze.
Onderzocht kan worden of woningen in de omgeving van een collectief initiatief (in bijvoorbeeld Stadshart, Meerzicht en Driemanspolder) kunnen aanhaken bij deze ontwikkelingen.
34
Utiliteit (niet-woningen) Naast woningen staan er in Zoetermeer ook kantoren, winkels, scholen, zorginstellingen enzovoort. Deze gebouwen (utiliteit) volgen de landelijke verplichtingen, zoals bijvoorbeeld de isolatieverplichting voor kantoren. In gebieden met overwegend woningbouw volgt de utiliteit de oplossingen voor woningen: een individuele oplossing voor de buitenwijken; mogelijk aansluiten op collectieve oplossingen in de buurten Stadshart, Meerzicht en Driemanspolder. Voor de bedrijventerreinen van Zoetermeer is op basis van deze analyse nog geen voorkeursoplossing naar voren gekomen. Hier gaat de gemeente in samenwerking met de bedrijven verder onderzoek doen naar de geschikte warmtetechniek. Een collectieve oplossing lijkt met name op het bedrijventerrein Lansinghage de moeite van het onderzoeken waard. Hier is de warmtedichtheid hoog genoeg (er zijn genoeg panden met een warmtevraag die dicht bij elkaar liggen) en er zijn mogelijk interessante warmtebronnen in de omgeving om te benutten.
35
7 Aan de slag met aardgasvrij In dit hoofdstuk staat hoe we in Zoetermeer samen aan de slag gaan met aardgasvrij. Onder het motto ‘alleen ga je sneller, maar samen kom je verder’, volgt de aanpak twee sporen: initiatiefgericht waar een individuele warmteoplossing voor de hand ligt, en gebiedsgericht op plaatsten waar een collectieve warmteoplossing komt. Met de doelgroepgerichte ondersteuningsstructuur kan iedereen vandaag al stappen zetten richting aardgasvrij wonen of werken en heeft iedereen een handelingsperspectief.
7.1
Ambitie en aanpak We willen in 2040 een aardgasvrije gebouwde omgeving hebben i.c.m. met een verbetering van de kwaliteit van de woningen qua gezondheid (ventilatie en voorkomen oververhitting) en comfort/energiebesparing (maximale warmtevraag van 50 kWh/m2/jaar voor eengezinswoningen en 75 kWh/m2/jaar voor de gestapelde bouw). Zo staat het ook in het Programma Duurzaam en Groen (Zoetermeer,2020). Bij deze ambitie horen een aantal uitgangspunten die voor heel Zoetermeer gelden, die ook in hoofdstuk 3 zijn omschreven. Voor de verdere uitwerking van deze Warmtevisie in concrete projecten en plannen gelden hiernaast een aantal uitgangspunten die zijn geformuleerd voor de samenwerking met alle betrokkenen in de stad, omdat we de warmtetransitie alleen samen voor elkaar krijgen.
Zie Hoofdstuk 3 en onderstaand kader: Basisuitgangspunten in de samenwerking van de Warmtevisie — Vrijwilligheid: geen enkele partij wordt gedwongen deel te namen aan gezamenlijke oplossingen; — Gezamenlijkheid: gemeente en vastgoedeigenaren treden gezamenlijk op en delen kennis; — Gelijkwaardigheid: iedere partij is van gelijke waarde in de samenwerking; — Betrokkenheid en draagvlak: partijen voelen zich verbonden aan de ambitie; — Transparantie: partijen zijn helder en open over belangen; — Wederzijds voordeel: de gezamenlijke oplossingen bieden wederzijds voordeel en leiden tot een reële en evenwichtige verdeling van kosten en baten (haalbaar en betaalbaar; — Borging van inzet: bij het maken van concretere afspraken en toenemende mate van onderlinge samenwerking en afhankelijkheid, hoort minder vrijblijvendheid en meer commitment.
De Warmtevisie zegt iets over de toekomst; de lange termijn. Voor veel mensen is 2040 nog ver weg. Met deze visie zet de gemeente de stip op de horizon, zodat we ook op korte termijn al bezig zijn met toewerken naar een gezamenlijk eindbeeld: een aardgasvrij Zoetermeer van en voor iedereen. Elke vier jaar vernieuwen we de Warmtevisie en vullen we deze aan, om aan te sluiten bij de laatste ontwikkelingen op dat moment. Alle gebouweigenaren staan voor de opgave om komende jaren de warmtevraag te reduceren. Dit kan door optimale isolatie van de gebouwonderdelen (vloer, gevel, dak). Bij het isoleren hoort automatisch ook goed ventileren; mechanisch met warmte terugwin of via balansventilatie. Zonnepanelen of PVTpanelen op het dak wekken duurzame elektriciteit op (en in het geval van PVT-panelen ook warmte). De aanpak zal veelal stapsgewijs verlopen. Het vervangen van een keuken, plaatsen van een dakkapel of uitbouw is een natuurlijk moment om direct ook verduurzamingsmaatregelen te treffen. Als de woning aardgasvrij-ready is kan uiteindelijk de overstap worden gemaakt naar een ander warmtealternatief. Voor grondgebonden woningen zal dit veelal om een individuele oplossing gaan (warmtepomp). Voor gestapelde bouw zal die waarschijnlijk om een collectieve warmteoplossing gaan (warmtenet met een gedeelde warmtebron). Zie ook 5.1: ‘ Welke stappen kunnen inwoners nu al zetten?’
36
Begin 2021 hebben 20.000 particuliere woningeigenaren in Zoetermeer bij de led-actie voor eigenaren een flyer ontvangen waarin staat welke stappen je als eigenaar kunt nemen voor een comfortabel, energiezuinig en aardgasvrij huis. Figuur 4 geeft de flyer weer die eigenaren van grondgebonden woningen hebben ontvangen. Via EnergieloketZoetermeer.nl kunnen bewoners gratis advies krijgen. Figuur 4 – Flyer woningplan grondgebonden woningen
7.2
Relatie met Zoetermeerse aanpak Bij het uitvoeren van de Warmtevisie sluiten we aan bij de Zoetermeerse aanpak zoals deze in de visie Zoetermeer 2040 wordt geschetst. In deze paragraaf laten wij zien hoe deze aanpak voor de warmtetransitie wordt ingezet.
37
Figuur 5 – De Zoetermeerse aanpak
Beleidsontwikkeling Net als de Visie Zoetermeer 2040 zelf vormt deze transitievisie een onderdeel van de beleidsontwikkeling. Ook de uitvoeringsplannen die de gemeente zal maken zijn nog onderdeel van de beleidsontwikkeling.
Een integrale kijk op de buurt De gemeente Zoetermeer heeft in haar visie Zoetermeer 2040 aangegeven meer op wijk- en buurtniveau te werken aan de sociale, economische en ruimtelijke ontwikkeling van de stad. Ook de warmtetransitie vindt binnen deze buurten en wijken plaats. Om de juiste koppelkansen tussen de transitie naar aardgasvrije woningen en andere beleidsopgaven mee te kunnen nemen in de uitvoering is het een randvoorwaarde dat gegevens in een gebied vanuit verschillende disciplines over elkaar heen gelegd kunnen worden. Vanuit de warmtetransitie is voor gebouwgegevens het afgelopen jaar een flinke slag geslagen: er is een systeem opgezet om bezit, onderhoudsplanningen en gebouwkenmerken bij te houden. Ook vanuit andere disciplines zijn dit soort datasystemen nodig, wil de warmtetransitie geen koppelkansen missen. Dit wordt vanuit de visie Zoetermeer 2040 verder opgepakt.
Omgevingsplan De uitvoeringsplannen zullen leiden tot keuzes voor een energiesysteem voor clusters van gebouwen in verschillende buurten. Deze keuzes worden verankerd in het Omgevingsplan. Denk hierbij aan indelingen van de openbare ruimte, regels voor WKO-systemen (bodemenergieplannen) en hoe om te gaan met nieuwe partijen die ondergrondse warmteinfrastructuur beheren (AVORI).
38
Uitvoering Concrete projecten die in de uitvoeringsplannen worden uitgewerkt, worden in deze beleidsfase uitgevoerd. Dit gebeurt pas na instemming van de gemeenteraad voor uitvoering van het plan.
7.3
Doelgroepgerichte en gebiedsgerichte aanpak Aardgasvrij maken zoveel mogelijk laten plaatsvinden op natuurlijke investeringsmomenten Naast het investeren in energiebesparende maatregelen dient een woningeigenaar ook de woning te onderhouden en in stand te houden. Dit zorgt voor natuurlijke momenten waar onderhoud plaats vindt waarvan de investeringen over een langere periode afgeschreven worden. Hierbij kan gedacht worden aan het vervangen van dakpannen na 40 jaar of een schilderbeurt van het houtwerk iedere vijf tot zeven jaar. Na iedere 40 tot 50 jaar is groot onderhoud nodig voor een woning. Technisch is een woning in principe na 50 jaar afgeschreven. Voor de wijken in Zoetermeer betekent dit dat de groot onderhoudsfase zich uitstrekt van 2015 tot 2050, waarin het zwaartepunt in aantallen zal liggen tot 2035. Het is dus zaak om vanaf dit moment al het (groot) onderhoud dat uitgevoerd gaat worden, ook in het perspectief te plaatsen van ons einddoel: aardgasvrij in 2040. Tabel 2 - Momenten voor groot onderhoud per Zoetermeerse wijk Wijk
Bouwjaar
Start groot onderhoud >50 jaar
Palenstein
1965
2015
Driemanspolder
1966
2016
Meerzicht
1969
2019
Buytenwegh de Leyens
1974
2024
Seghwaert
1976
2026
Noordhove
1985
2035
Stadscentrum
1981
2031
Rokkeveen
1987
2037
Oosterheem
2000
2050
Dit is natuurlijk een theoretische weergave. In werkelijkheid is er in de tussentijd ook onderhoud uitgevoerd en zijn woningen verbouwd en ook aangepast aan de huidige standaarden, tijdens verkoop of mutatie. Er is ook een verschil tussen de afschrijvingstermijn van bouwdelen, zoals gevels, kozijnen en installaties zoals cv-ketels. Installaties worden meestal in cycli van 15 jaar afgeschreven. Kozijnen (zachthout) gaan daarentegen 25 jaar mee. Uitgaande van een groot onderhoud cyclus van 50 jaar zijn alle woningen in Zoetermeer, met uitzondering van Oosterheem, voor 2040 aan groot onderhoud toe. Voor Oosterheem zal waarschijnlijk de cyclus voor vervanging van (cv) installaties maatgevend zijn. Hier is naar verwachting de isolatiekwaliteit van de schil al op een aardig niveau. In Palenstein en Meerzicht komen de meeste natuurlijke investeringsmomenten voor. We zijn daar dus al begonnen met de energie-, en warmtetransitie. Zoetermeer is een van de koplopers in Nederland, met diverse voorbeelden in Palenstein en de Nul-op-deMeterwoningen in Meerzicht.
39
Prioritaire gebieden In Palenstein, Driemanpolder, Meerzicht en Buytenwegh komen relatief de meeste natuurlijke investeringsmomenten voor en zijn dus kansrijkere gebieden in de aanpak. Meerzicht en Buytenwegh zijn daarnaast ook prioritaire aandachtsgebieden in de stadsvisie Zoetermeer 2040.
Samen aan de slag Door samen aan de slag te gaan en ervaringen op te doen leren we als gemeente, samen met alle betrokken partijen en inwoners wat in de praktijk werkt en handig is. Succesvolle lessen verwerken we in de aanpak voor volgende buurten en wijken. Het is een zogenoemd iteratief proces. Dat betekent dat we voortdurend alle kennis en ervaring die er landelijk, vanuit de regio en lokaal wordt opgedaan verwerken, om zo de aanpak en samenwerking continue te verbeteren en waar mogelijk te versnellen. Zie ook Figuur. Als gemeente zorgen we hierbij ook voor de randvoorwaarden, al dan niet samen met de G40 of binnen de werkgroepen van de RES (Regionale Energie Strategie).
40
Figuur 6 – Zoetermeer aardgasvrij is een iteratief proces
In de aanpak maken we onderscheid tussen twee sporen: 1. Een initiatiefgerichte aanpak, voor de individuele warmteoplossingen 2. Een gebiedsgerichte aanpak, voor de collectieve warmteoplossingen
Initiatiefgerichte aanpak, individuele warmteoplossing Het realiseren van een individuele warmteoplossing kan op elk moment. Per gebouweigenaar kan dit moment verschillen en zijn er verschillende factoren van invloed. Er hebben zich ook al diverse initiatiefnemers9 bij de gemeente gemeld. Zij willen samen met de buurt en de gemeente verkennen welke stappen ze individueel kunnen zetten richting een aardgasvrije toekomst. Door de krachten te bundelen wordt zo steeds lokaler de kennis en keuze voor mogelijke warmteoplossingen vergroot. Waar mogelijk kunnen obstakels worden weggenomen en maatregelen collectief worden ingekocht. 9 Initiatieven die op het moment van schrijven (najaar 2021) bekend zijn bij de gemeente Zoetermeer
41
Figuur 7 – Initiatiefgerichte aanpak ‘Ontdekkingsreizigers met een helder einddoel: Aardgasvrij in 2040’
De initiatieven9: -Stromenbuurt in Oosterheem -Waterbuurt verenigd in VBEL -Belangengemeenschap Driemanspolder -Bewoners Berlageplan 4.
2.
5.
3.
1. Het traject heeft wat weg van ontdekkingsreizigers met een helder doel: aardgasvrij in 2040, zie ook Figuur 7. De route om daar te komen zal per buurt verschillen en is nu nog niet geheel te overzien. Op dit moment zijn de volgende stappen te onderscheiden: 1. Er is een initiatiefnemer met een idee. 2. De initiatiefnemer verzamelt buren om zich heen en ze starten samen een onderzoek of maatwerkadvies voor een integraal stappenplan bij het type woning. 3. Ze organiseren een bijeenkomst in de buurt en lichten het onderzoek toe. 4. Ze realiseren een voorbeeld in de buurt. 5. Op basis van positieve ervaringen zullen meer mensen volgen. De gemeente faciliteert de gezamenlijke verkenning. Uiteraard binnen de beperkingen van capaciteit en budget, zie ook hoofdstuk 8. Hierbij gaat de gemeente uit van de innovatiecurve van Rogers, zie Figuur 8. Dat betekent dat de eerste groep koplopers ofwel de ‘innovators’ en ‘early adopters’ de volgende groep ‘early majority’ enthousiasmeert en motiveert. Ook wel; goed voorbeeld doet volgen. De lessen en ervaringen die de initiatieven nu opdoen worden meegenomen als voorbeeld voor de aanpak van de volgende initiatieven, om uiteindelijk met een ‘zwaan kleef aan effect’ heel Zoetermeer in beweging te krijgen. Een goed overkoepelend actieplan bij de visie, gericht op (eigen) initiatief, participatie en communicatie is hierbij ook van vitaal belang
42
Figuur 8 – Innovatie en adoptiemodel van Rogers (Rogers, 2003)
Uiteraard is het belangrijk om ‘het stille midden’ en de ‘achterblijvers’ niet uit het oog te verliezen. Hier zal apart beleid en specifieke, doelgroepgerichte oplossingen voor moeten worden ontwikkeld. Ook vanuit communicatief en gedragskundig perspectief vraagt deze doelgroep extra aandacht. Zo is bijvoorbeeld ‘energiearmoede’ in Nederland en daarmee ook in Zoetermeer een steeds groter wordend probleem. Voor het slagen van de warmtetransitie is het belangrijk om uiteindelijk iedereen mee te krijgen. In elk geval mag in de doelgroepgerichte aanpak deze groep geenszins vergeten worden. Integendeel.
Aanpak VvE’s De aanpak voor Vereniging van Eigenaren zal voor een groot deel overeenkomen met het proces van de initiatieven uit Figuur 7. Het grote verschil is dat VvE’s al vaak een collectieve warmtevoorziening hebben en gezamenlijk sparen voor beheer en onderhoud. Elke VvE is sinds 2018 verplicht om een minimumbedrag te reserveren voor onderhoud en herstel van het gebouw. De hoogte van het te reserveren bedrag wordt vastgesteld op basis van een meerjarig onderhoudsplan (MJOP). Door dit planmatige onderhoud is het relatief makkelijker om energiebesparende maatregelen mee te nemen in de begroting. Ook zijn er gunstige financieringsvoorwaarden vanuit het Rijk. Daarentegen kan een VvE alleen tot investeringen overgaan na zorgvuldige informatie en besluitprocedures waarin alle eigenaren zijn meegenomen. Hierdoor kan de daadwerkelijke uitvoering van gepland onderhoud of een energiebesparende maatregel wel een langdurig voortraject hebben. Uit het voorlopige beeld van de aardgasvrije warmtetechnieken (zie Figuur 3 in Hoofdstuk 6) blijkt dat sommige VvE’s in een cluster liggen waar een collectieve warmtevoorziening voor de hand ligt. Zij zullen in Palenstein, Meerzicht, Driemanspolder en Stadshart worden opgenomen in de projectgroep voor gezamenlijke afstemming. Voor andere VvE’s zal een kleinschalige collectieve oplossing een uitkomst zijn, zoals een kleinschalig wko-net.
In Zoetermeer zijn er bijna 700 VvE’s die in omvang en organisatiegraad verschillen. Op dit moment faciliteert de gemeente het onderzoek en de verkenning voor een aantal VvE’s. Het gaat om VvE de Verdwenen Brug, VvE Douzapad in Palenstein en VvE Meerzicht boven winkelcentrum Meerzicht. De lessen en ervaringen uit deze trajecten worden gedeeld om
43
andere VvE’s op weg te helpen. De manier waarop deze kennis en expertise kan worden opgeschaald, moet nog verder worden verkend en is ook afhankelijk van externe middelen. Voor gestapelde woningen is, net zoals voor grondgebonden woningen, een stappenplan opgesteld om te komen tot comfortabele, energiezuinige en aardgasvrije woningen (zie Figuur 9). Figuur 9 – Flyer woningplan gestapelde woningen
Actie vanuit de gemeente bij individuele aanpak: Ondersteuning in buurten van initiatieven door eigenaar-bewoners en VvE’s die invulling willen geven aan het terugdringen van de warmtevraag tot het vastgestelde doelniveau, die gezamenlijk energiebesparende maatregelen willen treffen en, die hun ervaringen willen delen met andere, nieuwe, al dan niet soortgelijke initiatieven. Als gemeente spannen wij ons extra in om initiatieven te stimuleren en ondersteunen in de wijken met de meeste natuurlijke investeringsmomenten Palenstein, Driemanspolder, Meerzicht en Buytenwegh.
Gebiedsgerichte aanpak (Palenstein, Driemanspolder, Meerzicht, Stadshart) Het realiseren van een collectieve warmtevoorziening is complex en kent een lange doorlooptijd. Het is technisch ingewikkeld, met vragen zoals: “Is er voldoende ruimte in de ondergrond? Hoe past een warmtenet in de wijk, wat wordt de warmtebron die voor aardgas in de plaats komt en: Passen de oplossingen ook in de opgave om te vergroenen en klimaatadaptiever te worden?”. Daarnaast dienen alle betrokken in het cluster of in het betreffende gebied op hetzelfde moment klaar te zijn voor de overstap naar aardgasvrij wonen en werken. Dat vraagt veel voorbereiding, afstemming en planning. Vandaar dat in de clusters waar een collectieve warmteoplossing de voorkeur heeft bij voorkeur een stuur-, en
44
projectgroep wordt gevormd vergelijkbaar met de aanpak in Palenstein. Deze bestaat naast de gemeente uit; de vastgoedeigenaren zoals de woningcorporaties maar ook de particuliere verhuurders, de VvE’s en de netbeheerder in het gebied. Individuele woningeigenaren in dit gebied worden via de initiatiefgerichte aanpak ondersteund. De warmtetransitie is een uitdaging op fysiek, organisatorisch, financieel, juridisch en sociaal vlak. Vandaar dat een integrale aanpak essentieel is, zie Figuur 10. De opgave is daarom zogezegd ook onderdeel van Zoetermeer 2040 en zal uiteindelijk worden verankerd in de omgevingsplannen voor Palenstein, Stadshart, Meerzicht en Driemanspolder voor wat betreft de collectieve oplossingen. Figuur 10 – Samenhang uitdagingen bij collectieve warmtevoorziening
Zo zijn de betrokken partijen in 2017 begonnen met het ontwikkelen van een Plan van Aanpak voor de wijk Palenstein (zie Figuur 11). Inmiddels lopen er meerdere projecten en zijn er al meer dan 100 bestaande woningen aardgasvrij. Zoetermeer neemt daarnaast deel aan de Programma Aardgasvrije Wijken (PAW), een landelijk netwerk van koplopende gemeenten die kennis delen en van elkaar leren. Recent is de aanbesteding gestart voor de uitvoering van een collectieve wko (warmte-koudeopslag) voor 1100 woningen in Palenstein. Voor Meerzicht en Driemanspolder (zie Figuur 11) wordt ook gebruik gemaakt van de kennis vanuit de PAW. Tegelijkertijd is er ook nog veel uit te vinden. Er is nog steeds geen stappenplan “Hoe kom ik van het aardgas af” voor elke doelgroep. Ook zijn er nog niet voldoende leveranciers die kant-en-klare en goedkope oplossingen aanbieden. Een cruciaal onderdeel van Zoetermeer Aardgasvrij is dat de betrokken partijen met elkaar de intentie hebben uitgesproken dat ze het proces samen en op een open wijze doorlopen, zodat ieder actief mee kan kijken en actief mee kan denken over oplossingen in wetgeving, financiën, techniek en proces.
45
Figuur 11 – Plan van aanpak Palenstein aardgasvrij 2018 (link) en Plan van aanpak Meerzicht en Driemanspolder aardgasvrij 2020 (link)
Stadshart Ook het cluster Stadshart (in de buurt Stadscentrum) biedt kansen voor collectieve warmteoplossingen. Er is al een bodemenergieplan opgesteld zodat gebouweigenaren zo efficiënt mogelijk van bodemwarmte gebruik kunnen maken. De bebouwing is er echter zeer intensief en de effectieve fysieke ruimte voor collectieve warmtesystemen is er zeer beperkt. Een nadere verkenning is hier net als in de andere clusters zeer noodzakelijk. Vervolgacties zullen invulling geven aan het gebiedsprogramma dat voor deze buurt wordt opgesteld, vanuit de visies Zoetermeer 2040 en Binnenstad 2040. Actie vanuit de gemeente voor de gebiedsgerichte aanpak: Verdere verkenningen starten in de komende jaren, samen met eigenaren in de clusters waar collectieve alternatieven voor aardgas worden verwacht, vanuit Palenstein, Stadshart e.o., Driemanspolder en Meerzicht Deze verdere verkenningen zijn gericht op hoe en wanneer de eigen woningen energiezuinig en aardgasvrij kunnen worden en ook hierbij wordt uitgegaan van: — het aardgasvrij maken van woningen zoveel mogelijk stimuleren op de natuurlijke investeringsmomenten; — in elk gebiedscluster zoveel mogelijk in co-creatie met eigenaren een keuze maken in de techniek, planning en de exploitatie van de aardgasvrije energievoorziening; — samenwerking aangaan op basis van vrijwilligheid en wederzijds voordeel
Aanpak scholen, bedrijven, bedrijventerreinen, gemeentelijke vastgoed, winkels De Warmtevisie geldt voor de gehele gebouwde omgeving. Dat betekent dat ook scholen, bedrijven, maatschappelijk, - en gemeentelijk vastgoed en winkels in 2040 aardgasvrij zijn. De gemeente is al ver gevorderd met de voorbereiding om de energietransitie mee te nemen in haar eigen investeringsplannen en -voorstellen. Voor bedrijven en bedrijventerreinen zal een apart traject gestart worden, allereerst om alle daken te voorzien van zonnepanelen, uiteraard mits het dak goed geïsoleerd en constructief
46
sterk genoeg is om zonnepanelen te kunnen dragen. Dit traject biedt ook de gelegenheid om met de bedrijven in gesprek te gaan over andere energiebesparende maatregelen op weg naar een aardgasvrije stad. Bedrijven zijn overigens op basis van milieuwetgeving verplicht om duurzame maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder uit te voeren. De focus ligt komende periode op de bovengenoemde twee sporen aanpak (doelgroepgerichte en gebiedsgerichte aanpak) zoals eerder genoemd in deze visie. De mate waarin de aanpak kan worden uitgevoerd hangt onder meer af van de middelen die er landelijk en lokaal beschikbaar komen.
47
7.4
Overzicht ondersteuningsstructuur alle doelgroepen Zoetermeer kent al langere tijd diverse initiatieven, betrokken partijen en partners die zich inspannen om de energietransitie tot een succes te maken. Gezamenlijk bieden zij een palet aan acties en middelen die inwoners inspireren en stimuleren. Op deze manier wordt elke doelgroep in elke fase van de klantreis ondersteund op het gebied van bewustwording, oriëntatie, voorbereiding en uitvoering. Zie ook de programmalijn eigenaar-bewoners. Tabel 3 geeft een overzicht van alle acties. Tabel 3 – Ondersteuningsstructuur Zoetermeer, wordt opgeschaald en uitgebreid naarmate er meer middelen zijn
Bewustwording
Woningeigenaar
Buurtinitiatief
VvE
— —
Energieloket Energiecafés (DEZo) Consulenten Duurzaam (st Piëzo) Energiebus LED-actie RRE Nieuwsbrief (in de buurt o.a. door VBEL)
— —
Energieloket Energiecafés (DEZo) Consulenten Duurzaam (st Piëzo) Energiebus Informatieavond en (VBEL)
— —
Energiescan (DEZo, VBEL)
—
Energiescan (DEZO, VBEL) Blok voor Blok (DEZo)
—
— — —
Oriëntatie
—
—
— —
— Voorbereiding
— —
Uitvoering
— —
Corporatie/ huurder
Bedrijven & bedrijventerreinen
Energieloket Informatieavo nden
— —
Energieloket LED-actie RREW
—
gemeente werkt toe naar loket voor bedrijven in samenwerking met provincie/ander e gemeenten
—
QuickScan/ onderzoek (via DEZo of gemeente)
—
QuickScan/ onderzoek
—
Project ‘Zon op Dak’
Leveranciers review Offertehulp (via energieloket)
—
Gezamenlijk onderzoek
—
Opties in kaart bespreken ALV
—
Opties in kaart bespreken projectgroep
—
gezamenlijk onderzoek
Collectieve inkoop (VBEL) Acties via energieloket
—
Collectieve inkoop (VBEL) Acties via energieloket
—
Duurzaam MJOP
—
Collectieve aanbesteding
—
bedrijven ondersteunen bij PV aanschaf
—
DEZo Duurzame Energiecoöperatie Zoetermeer (DEZo) is al zes jaar actief op het gebied van verduurzamen en opzetten van zon PV-projecten in Zoetermeer. De energiecoöperatie is er door en voor inwoners. DEZo organiseert energiecafés om inwoners te informeren en inspireren. De energieambassadeurs maken op aanvraag een energiescan aan huis. De
48
rapportage geeft bewoners inzicht in hoe zij zelf of samen met de buurt kunnen verduurzamen. Daarnaast helpt DEZo buurtinitiatieven op weg door mee te helpen bij het organiseren van bijeenkomsten of collectieve inkoopacties, via de zogenoemde ‘Blok voor Blok’ aanpak.
Stichting Piëzo Stichting Piëzo is een sociaal maatschappelijke organisatie, die Zoetermeerders in de gelegenheid stelt om hun talenten en vaardigheden te ontdekken en verder te ontwikkelen. Piëzo traint bijvoorbeeld ‘Consulenten Duurzaam’ in het afnemen van een gratis Energiescan. De voorlichting wordt gegeven bij mensen thuis of bij bijeenkomsten. Na afloop weten de deelnemers hoe ze zelf energie kunnen besparen.
VBEL Vereniging Bewonerscollectief Energietransitie Laagbouw is opgericht op 14 augustus 2020 om de belangen te behartigen van de eigenaar-bewoners van eengezinswoningen in Zoetermeer. Dit doet VBEL door deze bewoners te begeleiden en te adviseren welke investeringen per woning nodig zijn om efficiënt en betaalbaar om te schakelen naar een warmtevoorziening zonder aardgas. De vereniging wil alle eigenaar-bewoners van de Waterbuurt in de wijk Meerzicht binnen een jaar verenigen en een groot draagvlak creëren, om zo gezamenlijk de Energietransitie problematiek doelmatig en kosten efficiënt aan te pakken. Naast belangenbehartiging richt VBEL zich op gezamenlijk inkopen. Het collectief afsluiten van contracten met leveranciers is meestal goedkoper dan wanneer de leden dit zelfstandig zouden doen.
DuurSamen Zoetermeer De stichting DuurSamen Zoetermeer wil het bewustzijn over duurzaamheid bij Zoetermeerders in meest brede zin vergroten. Om dit mogelijk te maken werkt de stichting samen met overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Een van de kerndoelen is: betaalbare en duurzame energie voor iedereen. Ook zet DuurSamen zich in om kennis lokaal te bundelen en delen.
Energieloket Zoetermeer Het Energieloket van Zoetermeer informeert, adviseert en ondersteunt inwoners bij het oriënteren en treffen van energiebesparende maatregelen in en om het huis. Via de website EnergieloketZoetermeer.nl hebben alle woningeigenaren en vve’s toegang tot uitgebreide informatie, webinars en gratis online onafhankelijk advies. Daarnaast kan de Energiebus van het Energieloket worden ingezet in Zoetermeer om inwoners te inspireren en informeren. Het Energieloket is dagelijks bereikbaar voor maatwerkadvies of ondersteuning, ook bij het vergelijken van offertes die eigenaar-bewoners zelf aanvragen. Minimaal een keer per jaar organiseert het Energieloket Zoetermeer een collectieve inkoopactie. In het najaar van 2021 is het Energieloket opnieuw aanbesteed 1 januari 2022 zal de nieuwe partij het huidige loket overnemen. Het Energieloket Zoetermeer verbindt zich als onafhankelijk partner aan de doelstellingen van de Warmtevisie en versterkt het samenspel tussen inwoners (eigenaarbewoners) bedrijven en gemeente, op weg naar een aardgasvrij Zoetermeer in 2040.
7.5
Participatie- en communicatiestrategie
49
Samendoen In het voortraject was participatie van groot belang voor het raamwerk, de uitgangspunten en de randvoorwaarden, zoals meegenomen en weergegeven in deze Warmtevisie. Vanuit inwonerperspectief. Na het vaststellen van de Warmtevisie bedoelen we, als we het hebben over participatie: het samenspel van betrokken partijen, organisaties, inwoners en gemeente, bij het opstellen en uitvoeren van de plannen in elk gebied. Alleen gezamenlijk kunnen wij de warmtetransitie waar maken. Met participatie bedoelen wij vanaf dit moment dus: samen aan de slag voor een aardgasvrije stad’. Participatie is hierbij ‘de kans om vanuit eigen beweging mee te denken en mee te doen aan planning en uitvoering van de overstap naar een alternatief voor aardgas, in elke wijk of buurt”.
Zwaan kleef aan Om mensen warm te maken voor betrokkenheid en samenspel in de wijk, werken we gedrags- en initiatief gestuurd; Initiatieven in de eigen of andere wijken fungeren als voorbeeld en stimulans en zorgen voor een ‘zwaan kleef aan effect’. Het is bewezen dat het genereren van draagvlak en betrokkenheid beter werkt vanuit inwoners zelf, via voorlopers die buurtgenoten meenemen in het verhaal, dan dat het effectief is als de gemeente als organisatie vertelt wat er allemaal moet en kan.
Samenspel en communicatie De gemeente zet daarom met nadruk in op het stimuleren en faciliteren van lokale initiatieven en pakt hierbij een aanjagende, adviserende en verbindende rol. Daarom stellen wij ons in het samenspel ook op als gelijkwaardig partner voor de stad. Dat inwoners en initiatiefnemers zich (mede) eigenaar voelen van het eigen plan is van groot belang. De rol en taak die de gemeente heeft, gericht op de individuele aanpak van woningen is wisselend, vooral informerend, verbindend, stimulerend en faciliterend. Het communicatieproces is hierbij net zo belangrijk als het op heldere, laagdrempelige manier onder de aandacht brengen van benodigde kennis en informatie, aan de hand waarvan inwoners en woningeigenaren zelf met de warmtetransitie aan de slag kunnen.
Themagerichte aanpak Ook ten aanzien van initiatieven en communicatie in meest brede zin is het Energieloket Zoetermeer een belangrijke samenwerkingspartner. Zoals gezegd versterkt het loket de verbinding van alle betrokken partijen, inwoners en gemeente. Met naast doelgerichte adviezen, tools, tips en informatie op maat ook (inkoop)acties en workshops op thema. De inhoud van de Warmtevisie zal ook stap voor stap en themagericht (isolatie, ventilatie, collectieve oplossingen, vve’s, zelf een initiatief starten, enz.) onderdeel zijn van doelgerichte publiekscampagnes en voorlichting, waar de gemeente samen met het Energieloket mee aan de slag gaat.
Actie na het vaststellen van de Warmtevisie Het verder uitwerken van het participatie- en communicatieplan op thema, voor alle doelgroepen in Zoetermeer, voor met name de individuele aanpak. Samen met de lokale partners en initiatieven, naast, zoals hiervoor genoemd, het Energieloket Zoetermeer
7.6
Integrale aanpak energietransitie Er hangt heel veel samen met de energietransitie, zowel op sociaal als fysiek terrein. De energietransitie biedt grote mogelijkheden om de woonaantrekkelijkheid te verbeteren.
50
Sociaal kan de energietransitie zowel enorme bedreigingen als enorme kansen bieden als je bijvoorbeeld alleen al kijkt naar het fenomeen energiearmoede. Met name Meerzicht is kwetsbaar voor energiearmoede, blijkt uit een recent TNO-onderzoek. De energietransitie heeft ook een grote invloed op de arbeidsmarkt. Werkgelegenheid die verbonden is aan fossiele brandstoffen zal verdwijnen. Er zal echter een minstens zo grote vraag aan arbeidskrachten ontstaan voor het energiezuinig en aardgasvrij maken van Zoetermeer. Actie: Samen met andere domeinen zoals onderwijs, armoede, arbeidsmarkt, openbare ruimte verkennen hoe kansen kunnen worden benut die er door de energietransitie ontstaan.
7.7
Terugkoppeling, monitoring en evaluatie De resultaten van de aanpakken in de gemeente Zoetermeer zullen goed worden gemonitord vanuit het programma Duurzaam en Groen Zoetermeer. Monitoring heeft hierbij verschillende doelen: — Het geven van voortgang aan de gemeenteraad van Zoetermeer — Het leren van lessen uit de Zoetermeerse aanpak, zodat we deze aanpak breder in de stad kunnen uitzetten. — Het zorgen voor een goede stand van zaken, voor updates van gebiedsvisies, en de volgende update van de Warmtevisie. Het Energieloket Zoetermeer verzorgt jaarlijks een rapportage met onder meer de statistieken (zoekgedrag) en bezoekcijfers van de website, het aantal aangevraagde en uitgebrachte maatwerkadviezen en de (meetbaar) getroffen maatregelen. Ook in de afspraken met de lokale partners en initiatieven wordt aandacht voor de monitoring en evaluatie meegenomen.
51
8 Warmtetransitie: randvoorwaarden De doelstellingen verbonden aan de Warmtevisie voor een aardgasvrij Zoetermeer in 2040 kunnen alleen behaald worden als de uitvoering van de opgaven haalbaar en betaalbaar is. Op dit moment is dit voor veel woningeigenaren nog niet het geval. De Rijksoverheid is aan zet om met structurele aanvullende subsidies en instrumenten te zorgen dat meer gebouweigenaren haalbaar en betaalbaar kunnen overstappen op een aardgasvrije warmtetechniek. Het realiseren van de doelen vraagt dus ook om capaciteit van de gemeente Zoetermeer. Zeker wanneer er vanuit de omgevingsvisie Zoetermeer 2040 meer wijken moeten worden aangepakt, hebben wij mankracht en middelen nodig om eigenaren in deze wijken tijdig mee te kunnen nemen in het isoleren en aardgasvrij maken van woningen en gebouwen. In dit hoofdstuk gaan we verder in op de randvoorwaarden.
8.1
Landelijke voorwaarden/ regelgeving/ middelen Om de Warmtevisie uit te voeren, hebben de gemeente, inwoners en bedrijven ondersteuning nodig van de rijksoverheid. De gemeente heeft na 2022 géén middelen meer begroot voor de energietransitie.
Uitvoeringscapaciteit Ambtelijke en bestuurlijke capaciteit Met het Klimaatakkoord krijgen gemeenten te maken met nieuwe taken. Dit leidt tot extra lasten in de bestuurlijke en ambtelijke uitvoering. Om het akkoord uit te voeren, hebben het Rijk en decentrale overheden de Raad voor het Openbaar Bestuur om advies gevraagd. In het onderzoek ‘Van Parijs naar praktijk’ concludeert de raad onder andere dat de uitvoeringslasten van het Klimaatakkoord voor gemeenten stijgen van € 450 miljoen in 2022 tot € 599 miljoen in 2024 (ROB, 2021). Dit bedrag is als volgt opgebouwd: — sector gebouwde omgeving 60% — elektriciteit 15% — mobiliteit 10% — landbouw 5% — overige kosten 10% Onderzoek in opdracht van de ROB laat zien dat in een G40-gemeente als Zoetermeer 1,2 – 1,8 fte per uitvoeringsplan per jaar nodig is voor het opstellen van het uitvoeringsplan en 1,9 2,4 fte per uitvoeringsplan per jaar voor de uitvoering ervan (AEF, 2020). Dit komt nog boven op de reguliere werkzaamheden op het thema milieu en duurzaamheid. De hoogte van de uitvoeringslasten neemt jaarlijks toe, doordat ook het aantal plannen toeneemt dat gemeenten moeten uitvoeren. De raad adviseert de bekostiging voor de
52
periode 2022-2024 vorm te geven via een specifieke uitkering van het Rijk aan gemeenten en deze voor 10% te laten bestaan uit een vast bedrag. De uitkering moet mogelijk maken dat gemeenten voortvarend aan de slag kunnen gaan met eigen geen spijt-maatregelen, die zij snel en eenvoudig kunnen uitvoeren. Wat dit betekent en hoe de kosten worden ondervangen is onderwerp van de huidige kabinetsformatie.
Opleiden van technici Momenteel is er al een tekort aan voldoende vakkundig geschoold personeel om de energietransitie op te pakken. Gemeenten, woningcorporaties en netbeheer Nederland herkennen dit10. Wanneer de transitie versnelt, kunnen dit soort tekorten nog groter worden waardoor ook de kosten van de transitie worden opgehoogd. Voldoende geschoold personeel is een belangrijke randvoorwaarde voor een snelle en betaalbare energietransitie. Dit vraagt ten eerste om aandacht vanuit de Nationale overheid. Zoetermeer draagt hiernaast zelf ook bij om hier oplossingen voor te ontwikkelen. Zo heeft Zoetermeer het Living Lab Aardgasvrij in Palenstein. Hier werken studenten samen met bedrijven rond het vraagstuk energietransitie in woonwijken. Het Living lab is een experimenteer- en leeromgeving met mogelijkheden voor samenwerking van vmbo, mbo en hbo studenten en voor onderwijs op maat aan bedrijven.
Betaalbaarheid Het uitgangspunt bij de energietransitie voor de inwoners is betaalbaarheid. Daar waar energiearmoede heerst is het de bedoeling om de woonlasten te verminderen. Dit is ook weer gebleken bij de stadsgesprekken en de vergaderingen met de klankbordgroep. Betaalbaarheid is het belangrijkste punt dat de eigenaar-bewoners van Zoetermeer keer op keer naar voren brengen. Duurzame warmtetechnieken zijn op dit moment meestal duurder dan verwarmen met aardgas. Om de transitie betaalbaar te maken, zijn er in de meeste buurten aanvullende subsidies, kostenverlagingen en nieuwe financieringsmogelijkheden nodig. Zowel voor eigenaar-bewoners als voor verhuurders en warmtebedrijven. Ook voor deze financiële instrumenten zijn wij afhankelijk van de rijksoverheid. Gemeente Zoetermeer heeft niet voldoende middelen om over de onrendabele top van de energietransitie te financieren. Op dit ogenblik zijn er landelijk de regeling Subsidie energiebesparing eigen huis (SEEH), de Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE) en het Nationaal Warmtefonds met de Energiebespaarhypotheek en de Energiebespaarlening. Wij blijven er bij het opstellen van onze aanpak naar kijken of de uitvoering van de voorgestelde aanpakken met deze instrumenten al haalbaar en betaalbaar is.
8.2
Duurzaamheidsfonds Zoetermeer De energietransitie is de grootste opgave in de gebouwde omgeving voor de komende 30 jaar. Waar de wederopbouw en de snelle economische groei van Nederland in de jaren ‘60 – ‘70 van de vorige eeuw met name de bouwopgave bepaalde, is de opgave nu het groot onderhoud aan de bestaande gebouwvoorraad en deze voorraad geschikt maken voor de komende 50 jaar. De transitie naar een duurzaam en CO2-neutrale energievoorziening voor alle gebouwen vraagt om groot onderhoud en renovatie. Bij Zoetermeer 2040 gaat het erom deze energie en krachten in de stad te bundelen om een opwaartse beweging van de stad in gang te zetten. 10 Zo blijkt uit de reactie van Netbeheer Nederland op de Rijksbegroting voor 2022
53
De gemeente heeft momenteel zoals hiervoor aangegeven na 2022 géén middelen meer begroot voor de energietransitie. Een Duurzaamheidsfonds biedt de mogelijkheid om de energietransitie te gebruiken voor met name investeringen door particuliere huiseigenaren in verduurzaming c.q. woningverbetering van de eigen woning (eigenaar-bewoners). Juist voor eigenaar-bewoners zijn de mogelijkheden voor haalbare en betaalbare oplossingen beperkter dan bij corporaties, professionele commerciële vastgoedeigenaren en VvE’s. Uitgangspunt voor het Duurzaamheidsfonds moet zijn: een bijdrage leveren aan ‘Zoetermeer als duurzame stad tussen de parken, vergroten van de woonaantrekkelijkheid en stimuleren van binding aan de stad (eigenaren/inwoners), ondernemers en organisaties zijn de auteur/eigenaar. Kortom, het Duurzaamheidsfonds moet een instrument worden voor een integrale (gebiedsgerichte) aanpak. Actie Voorstel uitwerken voor het Duurzaamheidsfonds.
54
Begrippenlijst Aquathermie Aquathermie is de verzamelterm voor verwarmen en koelen (thermische energie) met water. Het gaat om warmte en koude uit oppervlaktewater – zoals kanalen, rivieren en meren – (TEO), afvalwater, zoals het riool (TEA) en drinkwater (TED) genoemd). Buurt Onderdeel van een gemeente, dat op basis van historische dan wel stedenbouwkundige kenmerken homogeen is afgebakend. Homogeen wil zeggen dat één functie dominant is, bijvoorbeeld woonfunctie (woongebied), werkfunctie (industriegebied) of recreatieve functie (natuurgebied). Functies kunnen echter ook gemengd voorkomen. De gemeenten in Nederland zijn onderverdeeld in wijken en buurten. Buurten vormen het laagste regionale niveau. Cluster Clusters zijn ruimtelijke groeperingen/bundelingen van soortgelijke woningen of andere panden. Collectieve warmtetechniek/warmteoplossing Bij een collectieve warmtetechniek produceert een centrale installatie de warmte van meerdere woningen of gebouwen. Een voorbeeld van een collectieve warmtetechniek is een warmtenet gevoed door een geothermiebron. Energiedrager Een energiedrager is een grondstof die fungeert als bron voor energie, bijv. aardolie, aardgas, steenkool, elektriciteit, stoom en vormen van duurzame energie.
Energietransitie De overgang van een energiesysteem gebaseerd op fossiele energiebronnen (olie, kolen en aardgas) naar een energiesysteem gebaseerd op duurzame, oftewel hernieuwbare, energiebronnen (bijvoorbeeld zon, wind, geothermie). Gebouwde omgeving De gebouwde omgeving zijn alle gebouwen (woningen en andere gebouwen), exclusief glastuinbouw en industrie. Geothermie Geothermie, ook vaak aardwarmte genoemd, is warmte uit de aarde. Hiervoor wordt een diep gat geboord van gemiddeld 2 tot 4 km diepte. Warm water wordt hieruit omhoog gepompt om bijvoorbeeld water in een warmtenet te verwarmen. Hernieuwbaar gas Hernieuwbaar gas is een overkoepelende term voor gas dat is opgewekt uit hernieuwbare bronnen (bijvoorbeeld duurzame elektriciteit of biomassa). Groengas en waterstof opgewekt uit hernieuwbare elektriciteit zijn voorbeelden van hernieuwbare gassen.
55
Individuele warmtetechniek/warmteoplossing Bij een individuele warmtetechniek heeft elke woning zijn eigen installatie om warmte mee te produceren. Voorbeelden van individuele warmtetechnieken zijn: een hr-ketel, een elektrische warmtepomp of een hybride warmtepomp. LT-warmtenet LT-warmtenet staat voor lage temperatuur warmtenet. Een LT-warmtenet kan woningen en andere gebouwen voorzien van warmte voor (LT-)ruimteverwarming. De temperatuur van warmte in een LT-warmtenet is lager dan 55 °C. MT-warmtenet MT-warmtenet staat voor midden temperatuur warmtenet. Een MT-warmtenet kan woningen en andere gebouwen voorzien van warmte voor ruimteverwarming en warm tapwater. De temperatuur van warmte in een MT-warmtenet is 55 °C – 75 °C. Nul-op-de-Meter of NoM-woning Een NoM-woning verbruikt in een jaar net zoveel energie als er lokaal op een duurzame manier wordt opgewekt, bijvoorbeeld met zonnepanelen. Een NoM-woning wordt ook wel een energie neutrale woning genoemd. Omgevingswet De Omgevingswet bundelt de wetten voor de leefomgeving. Hierbij gaat het onder andere om wet- en regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. Naar verwachting treedt de Omgevingswet in 2022 in werking. Omgevingsvisie De omgevingsvisie is een integrale langetermijnvisie voor de hele fysieke leefomgeving.
Deze visie komt in de plaats van onder andere de gemeentelijke structuurvisies, de natuurvisie, verkeers- en vervoersplannen, en milieubeleidsplannen. Omgevingsplan Het omgevingsplan kun je zien als de opvolger van het bestemmingsplan, maar omvat meer beleid dan tot nu toe het geval is. In het omgevingsplan staan namelijk alle regels van de gemeente over de fysieke leefomgeving. Denk aan regels over: gebouwen, wegen, watersystemen, milieueisen voor de bodem-, lucht- en waterkwaliteit, natuur, archeologie en cultureel erfgoed. PVT Opwekken van warmte en elektriciteit met behulp van zonne-energie. PVT staat voor PhotoVoltaïsch-Thermisch. Vrij vertaald staat dit voor zonlicht-elektriciteit-warmte. Regionale Energiestrategie (RES) Een regionaal plan voor de verduurzaming van gebouwen en de grootschalige opwek van hernieuwbare energie. Elke regio stelt een RES op, in samenspraak met Provincie, waterschappen en netbeheerders. Regionale Structuur Warmte (RSW) Het onderdeel van de Regionale Energiestrategie dat gaat over warmte. Restwarmte Restwarmte is warmte die vrijkomt bij (industriële) processen en die niet meer gebruikt kan worden voor het proces zelf.
56
Utiliteit Onder utiliteit verstaan we gebouwen die niet bedoeld zijn om in te wonen, maar ook niet worden gebruikt voor industrie of glastuinbouw. Voorbeelden van utiliteitsgebouwen zijn kantoren, winkels, ziekenhuizen of sporthallen. VvE (Vereniging van Eigenaars) Eigenaren van een appartement zijn automatisch lid van de Vereniging van Eigenaren (VvE). De VvE is verantwoordelijk voor het onderhoud van het hele gebouw. Warmtebron Een warmtebron is een locatie waar warmte geproduceerd wordt voor een warmtenet. Warmtenet Een warmtenet is een netwerk van leidingen onder de grond, waar warm water doorheen stroomt. Dat warme water, afkomstig van een warmtebron in de buurt, kan worden gebruikt om huizen of andere gebouwen te verwarmen. Warmtetransitie De warmtetransitie is onderdeel van de energietransitie. De warmtetransitie is het loskoppelen van gebouwen van het aardgasnet. Isoleren en overschakelen op een aardgasvrije warmtetechniek zijn belangrijke stappen in de warmtetransitie. Wijk Een wijk is een optelling /bundeling van één of meer aaneengesloten buurten (zie ook ‘Buurt’). WKO wko staat voor warmte-koudeopslag. In een warmte-koudeopslaginstallatie wordt bodemenergie gebruikt voor het verwarmen en koelen van gebouwen. Het is ook mogelijk om een wko-installatie aan te leggen voor een groep van woningen of gebouwen.
In dat geval is er sprake van een wko-net, een specifieke vorm van een LT-warmtenet (LT=Lage Temperatuur).
57
Verwijzingen AEF, 2020. Uitvoeringskosten van het Klimaatakkoord voor decentrale overheden in 20202030, Utrecht: Andersson Elffers Felix. CE Delft, 2021. Achtergrondrapportage bij transitivisie warmte Zoetermeer, Delft: CE Delft. ECW, 2020. Handreiking voor lokale analyse: Verrijking Startanalyse ten behoeve van de transitievisie warmte, Utrecht: Expertisecentrum Warmte. ECW, 2020. Warmtenetten. [Online] Available at: https://expertisecentrumwarmte.nl/themas/technische+oplossingen/techniekfactsheets+energi ebronnen/warmtenetten/default.aspx [Geopend 17 juni 2021]. Eneco, 2021. Op weg naar een duurzamere wereld. [Online] Available at: https://www.eneco.nl/warmte-etiket/ [Geopend 15 juli 2021]. Gemeente Zoetermeer; De Goede Woning, Vestia, Vidomes, Stedin, Endule, 2019. Meerzicht & Driemanspolder aardgasvrij: Gezamenlijk energietransitieplan voor het vastgoed van gemeenten en woningcorporaties 2020, Zoetermeer: Gemeente Zoetermeer; De Goede Woning, Vestia, Vidomes, Stedin, Endule. Gemeente Zoetermeer, 2020. Memo: Voorlopig standspunt bovenlokale/regionale warmtenetten (Warmtelinq) (0637653578), Zoetermeer: Gemeente Zoetermeer. Gemeente Zoetermeer, 2020. Programma Duurzaam & Groen 2020-2023, Zoetermeer: Gemeente Zoetermeer. Gemeente Zoetermeer, 2021. Kosten aardgasvrij Zoetermeer Eigenaar-Bewoner, Zoetermeer: Gemeente Zoetermeer. Gemeente Zoetermeer, 2021.
Motie: Warmtetransitie serieus onderwerp (15 maart 2021), Zoetermeer: Gemeente Zoetermeer. Gemeente Zoetermeer, 2021. Panelonderzoek: Zoetermeer aardgasvrij, Zoetermeer: Gemeente Zoetermeer. Gemeente Zoetermeer, 2021. Zoetermeer 2040: Een overkoepelende visie voor de sociale, economische en ruimtelijke ontwikkeling van de stad (ontwerp visie, 21 juni 2021), Zoetermeer: Gemeente Zoetermeer. Milieu Centraal, 2020. Wat is je CO2-voetafdruk?. [Online] Available at: https://www.milieucentraal.nl/klimaat-en-aarde/klimaatverandering/wat-is-je-co2voetafdruk/ [Geopend 24 september 2021]. Milieu Centraal, sd Hybride warmtepomp. [Online] Available at: https://www.milieucentraal.nl/energie-besparen/duurzaam-verwarmen-enkoelen/hybride-warmtepomp/#wat-bespaar-je-met-een-hybride-warmtepomp? [Geopend 18 oktober 2021]. Rijksoverheid, 2019. Klimaatakkoord, Den Haag: Rijksoverheid. Rijksoverheid, 2019. Klimaatakkoord, Den Haag: Rijksoverheid. Rijkswaterstaat, sd De Klimaatmonitor: Aantal woningen met gasaansluiting (benadering) Zoetermeer. [Online] Available at: https://klimaatmonitor.databank.nl/Jive?workspace_guid=6a25fa6f-f385-47a78f7e-449832f292f0 [Geopend 24 augustsu 2021]. ROB, 2021. Van Parijs naar praktijk: Bekostiging en besturing van het Klimaatakkoord, Den Haag: Raad voor het Openbaar Bestuur. Rogers, E. M., 2003. Diffusion of innovation. 5e red. New York: The Free Press.