CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Transitievisie Warmte Zoetermeer 2021

Raadsvergadering 20 december 2021, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Transitievisie warmte17.718 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Warmtevisie Zoetermeer Transitievisie Warmte

Deze transitievisie is mede opgesteld door CE Delft Gemeente Zoetermeer 1 november 2021

0

Voorwoord Met gepaste trots presenteer ik de eerste Transitievisie warmte voor Zoetermeer. Zoetermeer staat net als andere gemeenten voor een hele grote opgave; Alle gebouwen moeten energiezuinig en aardgasvrij worden. Naast de industrie, de landbouw, mobiliteit en de stroomproductie moeten ook de gebouwen en woningen van de fossiele brandstoffen af zodat er geen CO2 meer uitgestoten wordt. Over de noodzaak is steeds minder discussie. We merken met z’n allen dat het klimaat nu al verandert. Wetenschappers maken bovendien steeds duidelijker dat de tijd dringt. Technisch is het allemaal al mogelijk. In deze Visie geven we hier ook uitgebreid aandacht aan. Het moet echter ook heel verantwoord gebeuren. De overgang naar een duurzaam, aardgasvrij alternatief moet haalbaar en betaalbaar zijn voor inwoners en bedrijven. Dat is nu nog niet voor iedereen het geval. Daar gaan we ons als gemeente voor inzetten. Samen met iedereen die daar aan kan bijdragen lokaal, regionaal, landelijk en Europees. Voor steeds meer woningen is het nu al haalbaar en betaalbaar om de woning te verduurzamen. We gaan aan de slag in de wijken waar zowel collectieve als individuele alternatieven op korte termijn kansrijk zijn. En veel inwoners zijn zelf al aan de slag. Wij stimuleren en ondersteunen waar mogelijk elk initiatief in de stad.

We gaan het ook slim doen zodat onze stad en de inwoners zo veel mogelijk voordeel uit de energietransitie kunnen halen. Er kunnen namelijk een aantal vliegen in één klap worden geslagen als we het slim doen. Meer zekerheid qua energielasten, verbetering van comfort en gezondheid, verfraaiing uiterlijk van de woning en meer werkgelegenheid in de stad zijn een aantal kansen die we met de energietransitie kunnen bereiken. Samengevat, Zoetermeer aardgasvrij kan technisch gezien al, maar ik zet mij ervoor in om er ook gezamenlijk voor te zorgen dat het haalbaar en betaalbaar wordt. Dat is niet alleen goed voor de portemonnee maar ook winst voor het milieu!

Wethouder drs. ing. Robin Paalvast

1

2

Samenvatting Op 19 februari 2021 heeft de raad de startnotitie Transitievisie warmte ontvangen. Elke gemeente moet voor 2022 een Warmtevisie (Transitievisie Warmte) laten vaststellen. Aardgasvrij in 2040 De gemeente Zoetermeer streeft naar een aardgasvrije stad in 2040. Dit is in lijn met de visie Zoetermeer 2040 (Gemeente Zoetermeer, 2021). Een aardgasvrije gebouwde omgeving betekent dat alle energie die nodig is in Zoetermeer voor verwarmen, koelen én voor warm water en koken in 2040 zonder aardgas moet worden opgewekt. Opgave In Zoetermeer zijn al enkele duizenden woningen aardgasvrij. Met deze ambitie staan we als gemeente - samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijk partners - voor de opgave om in minder dan 20 jaar ruim 52.000 woningen en 5.000 andere gebouwen van het aardgas af te halen. Dit noemen we de warmtetransitie.

Nog geen definitieve keuzes, wel handelingsperspectief Voor veel woningen zijn er op dit moment nog geen haalbare en betaalbare aardgasvrije mogelijkheden beschikbaar. Desalniettemin zijn er voor veel woningen wel al mogelijkheden en biedt de energietransitie ook kansen die we als stad niet onbenut zouden moeten laten. Deze Warmtevisie geeft een eerste inzicht in de mogelijkheden voor aardgasvrij verwarmen, koelen, wassen en koken. Er is gebruik gemaakt van alle lokale, regionale en landelijke bij de gemeente bekende data, analyses en beschikbare kennis. Deze is ook terug te vinden in de bijgaande achtergrondrapportage. Omdat er veelal nog geen haalbare en betaalbare mogelijkheden beschikbaar zijn, maken in deze Warmtevisie dan ook nog geen keuze voor alternatieve warmtebronnen en -technieken. Wel wordt aangegeven waar een collectief alternatief (gedeelde warmtebron) voor aardgas kansrijk is en waar er eerder individuele alternatieven (individuele warmtebron) worden verwacht. En, we besteden aandacht aan de eerste stappen die nu al van belang zijn, en, van toepassing voor elke woning: isolatie en ventilatie. Want elke gebouweigenaar kan vandaag al stappen zetten. In de ondersteuningsstructuur bieden we voor iedere doelgroep handelingsperspectief. Participatie en communicatie. Er heeft vooraf een uitgebreid participatietraject plaatsgevonden.

Ook hier besteden wij aandacht aan in deze visie. Uit het participatietraject komen belangrijke uitgangspunten voor de Warmtevisie naar voren, die we als leidraad hanteren voor deze weergave van visie. Er is behoefte aan heldere, informatieve en betrouwbare communicatie bij elke stap in de Warmtevisie die we zelf of samen zetten en, bij de uitvoering ervan, wijk voor wijk. Omdat inwoners, organisaties en gemeenten elkaar bij elke stap nodig hebben gaat het richting 2040 en daarna niet alleen om heldere, relevante en betrouwbare informatie en adviezen via diverse (communicatie)platforms en organisaties, maar ook om onderling contact, kennis delen, uitwisselen en ontmoeten van alle betrokkenen: inwoners, organisaties en gemeente. De thema’s in de Warmtevisie zullen op relevante momenten terugkomen in informatieve en

3

actiegerichte campagnes en communicatiemomenten, onder andere in samenwerking met Energieloket Zoetermeer. Overkoepelende visie De Warmtevisie Zoetermeer is een overkoepelende visie, gericht op een energiezuinige, toekomstbestendige, aardgasvrije stad in 2040. En daarna. Het is nog niet mogelijk nu meteen al een concreet plan voor de komende twintig jaar in één keer uit te werken en vast te leggen. Dit doen we stap voor stap Een aardgasvrij Zoetermeer krijgen we alleen voor elkaar als gemeente, organisaties en inwoners niet alleen zelf, maar vooral ook samen aan de slag gaan. Daar biedt de nu opgeleverde Warmtevisie Zoetermeer hierbij de leidraad voor. Bij de Warmtevisie Zoetermeer horen drie bijlagen, die aan dit document zijn toegevoegd: — Het Participatieverslag transitievisie warmte; — De rapportage Panelonderzoek: Zoetermeer aardgasvrij; — De Achtergrondrapportage bij Transitievisie warmte Zoetermeer van CE Delft.

4

Inhoud 1

Inleiding 1.1 Waarom duurzaam verwarmen? 1.2 Wat is de warmtevisie en wat is het niet? 1.3 Hoe is deze warmtevisie tot stand gekomen? 1.4 Voor wie is de warmtevisie? 1.5 Leeswijzer

5 5 6 7 8 8

2

Proces om te komen tot de warmtevisie Zoetermeer 2.1 Betrekken van belanghebbenden en organisaties 2.2 Participatie: inwoners en ondernemers

10 10 10

3

Uitgangspunten 15 We maken nog geen definitieve keuze voor het alternatief voor aardgas 15 We werken aan haalbare oplossingen 15 Betaalbaarheid van de transitie voor onze inwoners staat voorop 16 We combineren de energietransitie in de gebouwde omgeving (warmtetransitie) met verbeteringen op andere beleidsterreinen 16 We verbeteren de kwaliteit van woningen met het oog op energiebesparing, comfort en gezondheid 16 We zorgen voor heldere, relevante en betrouwbare informatie 17 We werken samen op basis van vrijwilligheid en gezamenlijkheid 17

4

Opgave 4.1 Huidig aardgasgebruik 4.2 Bestaand warmtenet 4.3 Aardgasvrij in 2040

18 18 19 20

5

Wat is er nodig voor een aardgasvrije stad? 5.1 Welke stappen kunnen inwoners nu al zetten? 5.2 Alternatieven voor aardgas

22 22 24

6

Voorlopig beeld aardgasvrije warmtetechnieken Werkwijze Aanpak per cluster

28 28 29

7

Aan de slag met aardgasvrij 7.1 Ambitie en aanpak 7.2 Relatie met Zoetermeerse aanpak 7.3 Doelgroepgerichte en gebiedsgerichte aanpak 7.4 Overzicht ondersteuningsstructuur alle doelgroepen 7.5 Participatie- en communicatiestrategie

33 33 34 36 45 46

5

8

7.6 Integrale aanpak energietransitie 7.7 Terugkoppeling, monitoring en evaluatie

47 47

Randvoorwaarden voor het slagen van de warmtetransitie 8.1 Landelijke voorwaarden / regelgeving / middelen 8.2 Duurzaamheidsfond Zoetermeer

48 48 49

Verwijzingen

51

Begrippenlijst

53

6

1 Inleiding De gemeente Zoetermeer streeft naar een aardgasvrije stad (gebouwde omgeving) in 2040. Dit is in lijn met de visie Zoetermeer 2040 (Gemeente Zoetermeer, 2021). Een aardgasvrije stad betekent dat alle energie die nodig is om gebouwen in Zoetermeer te verwarmen, te koelen én voor warm water en koken in 2040 zonder aardgas moet worden opgewekt. Deze doelstelling is opgenomen in het Programma Duurzaam & Groen 2020-2023 (Gemeente Zoetermeer, 2020). In Zoetermeer zijn al enkele duizenden woningen aardgasvrij, maar met deze ambitie staan we als gemeente - samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijk partners - voor de opgave om in minder dan 20 jaar ruim 52.000 woningen en 5.000 andere gebouwen van het aardgas af te halen. Dit noemen we de warmtetransitie. Deze Warmtevisie (Transitievisie Warmte) is onze gemeentelijke visie, die richting geeft aan het uitvoeren van de warmtetransitie in de komende jaren.

1.1

Waarom duurzaam verwarmen? In het Klimaatakkoord van Parijs hebben landen afspraken met elkaar gemaakt om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Het doel van dit akkoord is om de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 2, liefst 1,5 °C. De opwarming van de aarde heeft veel negatieve gevolgen voor mens en natuur. De kans op overstromingen neemt bijvoorbeeld toe door de stijging van de zeespiegel en extremer weer. Ook zijn er wereldwijd meer bosbranden, voedsel- en drinkwatertekorten en verlies van planten- en diersoorten. Nederland heeft met het nationale Klimaatakkoord (Rijksoverheid, 2019) een centraal doel gesteld: in 2030 moet de uitstoot van broeikasgassen (uitgedrukt in CO2) in Nederland minstens 49% lager zijn dan de uitstoot in 1990. Ongeveer de helft van de CO2-uitstoot van de gebouwen in Nederland wordt veroorzaakt door gebruik van aardgas voor verwarming, warm water en om te koken. De overige uitstoot komt vanuit elektriciteit, die door de landelijke groei van duurzame stroom steeds minder CO2 zal uitstoten. Voor het behalen van de klimaatdoelstellingen is dus een transitie noodzakelijk naar een gebouwde omgeving die niet langer met aardgas wordt verwarmd. We noemen dit de warmtetransitie. De Nederlandse ambitie is dat de gebouwde omgeving in 2050 aardgasvrij is. Zoetermeer wil dit al in 2040 hebben bereikt.

Waarom wordt aardgas in Duitsland juist gestimuleerd? In Nederland maken we plannen om van het aardgas te gaan, maar er zijn veel verschillen met andere Europese landen. Zo heeft Duitsland een andere aanpak gekozen. Omdat er in Duitsland meer kolencentrales dan gascentrales staan en veel woningen nog met een sterk vervuilende olieketel worden verwarmd, kan Duitsland als tussenstap CO2 besparen door op aardgas over te gaan. Toch heeft Duitsland - net als Nederland - de ambitie om in 2050 een CO₂-neutrale energievoorziening te hebben en dus te stoppen met aardgas voor het verwarmen van woningen.

Naast CO2-reductie zijn er andere redenen om ervoor te kiezen gebouwen te verduurzamen en niet langer met aardgas te verwarmen. Ten eerste moeten we in Nederland versneld stoppen met gaswinning vanwege aardbevingen in Groningen. Daarnaast werken we in Zoetermeer aan het gezond, comfortabel en energiezuinig maken van woningen. Daarom besteden we in onze aanpak voor aardgasvrij verwarmen ook aandacht aan het verbeteren van het binnenklimaat in woningen. Dit doen wij door middel van het stimuleren van goede isolatie en ventilatie, waarbij we zoveel mogelijk rekening houden met de effecten van

7

klimaatverandering. We willen immers ook voorkomen dat woningen te warm worden, in de steeds warmere zomermaanden.

1.2

Wat is de Warmtevisie en wat is het niet? In het nationale Klimaatakkoord is afgesproken dat alle gemeenten in Nederland uiterlijk in 2021 een Transitievisie Warmte (TVW en/of Warmtevisie) vaststellen, samen met en/of namens alle betrokkenen. De Warmtevisie Zoetermeer is onze Transitievisie Warmte: een langetermijnvisie op een aardgasvrij Zoetermeer in 2040. Het is nog niet mogelijk om meteen een concreet plan voor de komende twintig jaar in één keer uit te werken en vast te leggen. Dit doen we stap voor stap. Voor veel woningen zijn er op dit moment nog geen haalbare en betaalbare aardgasvrije mogelijkheden beschikbaar. Op landelijk niveau moet daarvoor nog het nodige georganiseerd worden en we zijn afhankelijk van het tempo waarmee alternatieven voor aardgas worden doorontwikkeld. Desalniettemin zijn er ook voor veel woningen in Zoetermeer wel al mogelijkheden en biedt de energietransitie kansen die we als stad niet onbenut hoeven laten. Deze Warmtevisie geeft dus een zo concreet mogelijk eerste inzicht in de mogelijkheden voor aardgasvrij verwarmen, koelen, wassen en koken. In concrete programma’s (dit noemen we uitvoeringsplannen) werken we de Warmtevisie verder uit voor specifieke gebieden en doelgroepen in Zoetermeer. De middelen voor deze plannen zijn nu nog niet voor beschikbaar. Besluitvorming hierover moet nog landelijk en lokaal plaatsvinden.

Uitvoeringsplannen stellen we samen met inwoners en gebouweigenaren in elk gebied op. In deze Warmtevisie geven we aan in welke gebieden we in de periode tot 2030 aan de slag gaan met de uitvoeringsplannen. Dit hoeft echter niet te betekenen dat deze gebieden ook al voor 2030 van het aardgasnet worden losgekoppeld, of dat gebouwen in andere gebieden niet nu ook al aan de slag kunnen met stappen maken richting aardgasvrij wonen of werken.

Elke vier jaar een update van de Warmtevisie De transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving is pas net begonnen. Er is sprake van snelle ontwikkelingen in nieuwe technieken, maar ook in instrumenten en wetgeving vanuit het Rijk. Omdat deze Warmtevisie onderdeel is van deze dynamische ontwikkelingen, is het nu nog niet mogelijk om in deze Warmtevisie al 100% zekerheid te bieden over de toekomstige warmtetechniek voor alle inwoners van Zoetermeer. De Warmtevisie is dus vooral een overkoepelende visie, met de kennis van nu en moet dan ook als zodanig én aanpasbaar aan nieuwe inzichten worden gezien. Daarom leggen we elke collegeperiode een amendeerbare Warmtevisie voor aan de raad en informeren we de raad en de stad jaarlijks met een voortgangsrapportage met amendeerbare voorstellen voor de uitvoering van de warmtetransitie in Zoetermeer. Klimaatakkoord: wijkgerichte aanpak In het Klimaatakkoord is afgesproken dat gemeenten in de transitie naar aardgasvrij verwarmen kiezen voor een wijkgerichte aanpak. Dit houdt in dat zij wijk voor wijk aan de slag gaan met de warmtetransitie. En dat zij op wijkof buurtniveau bepalen wat de beste oplossing is als gebouwen niet langer met aardgas worden verwarmd (Rijksoverheid, 2019).

In de aanloop naar de nieuwe regeringscoalitie is er veel discussie geweest of een aanpak op wijk- of buurtniveau leidt tot voldoende snelheid, of dat het beter is om bijvoorbeeld te focussen op stapsgewijs naar aardgasvrij, of landelijk te kijken naar gelijke typen woningen, en daar een aanpak rond te ontwikkelen (TNO, 2021).

8

De gemeente Zoetermeer kiest hierin voor een hybride aanpak. Wij hanteren een gelijke aanpak voor vergelijkbare clusters van gebouwen met eenzelfde woningtype/bouwjaarklasse in Zoetermeer. Deze liggen veelal ook geografisch dicht bijeen, maar volgen niet strikt de wijk- en buurtgrenzen. In deze aanpak hanteren we een doelgroepenaanpak: voor woningcorporaties, scholen en gemeentelijk vastgoed, particuliere woningeigenaren en VvE’s, bedrijven en nieuwbouw.

De Warmtevisie in relatie tot de Regionale Energiestrategie (RES) Zoetermeer werkt samen met 22 andere gemeenten in de regio Rotterdam - Den Haag aan een Regionale Energiestrategie (RES). De RES 1.01 beschrijft de mogelijkheden voor het grootschalig opwekken van hernieuwbare elektriciteit via wind- en zonne-energie. Daarnaast hebben we in het RES-traject gekeken naar de vraag en het aanbod van hernieuwbare warmte in de regio. Deze kennis over de beschikbaarheid van regionale warmtebronnen hebben we gebruikt bij het opstellen van de Warmtevisie voor Zoetermeer. Deze Warmtevisie levert zelf dan ook weer input voor volgende versies van de RES. De RES brengt de gemeentelijke visies en plannen voor de warmtetransitie op regionaal niveau in kaart, zodat inzicht ontstaat in buurten waar gemeenten een voorkeur hebben voor warmtenetten. Ook wordt dan zichtbaar of er kansen zijn voor clustering en regionale samenwerking, maar ook waar mogelijk een tekort aan warmte ontstaat, waarvoor het vinden van een oplossing regionaal opgepakt kan worden.

De Warmtevisie en de omgevingsvisie Zoetermeer 2040 Op 21 juni 2021 is de omgevingsvisie Zoetermeer 2040 vastgesteld (Gemeente Zoetermeer, 2021). Het is de toekomstvisie voor de stad. Een visie voor hoe Zoetermeer er over twintig jaar uitziet. Het schetst een integraal lange termijnperspectief voor sociale, economische en ruimtelijke ontwikkelingen. De transitie naar een aardgasvrije stad is een van deze ontwikkelingen. Als de Warmtevisie is vastgesteld nemen we deze mee in de Strategische agenda 2040. De Strategische agenda 2040 is een aparte notitie bij de omgevingsvisie en vormt de brug tussen de omgevingsvisie en de uitvoering. Deze agenda wordt steeds voor een collegeperiode van vier jaar opgesteld en tussentijds geactualiseerd. De toekomstige uitvoeringsplannen bij de Warmtevisie horen ook bij de omgevingsvisie Zoetermeer 2040. Dit betekent dat het college bij de start van elk uitvoeringsplan de raad richtinggevende kaders laat vaststellen. En, dat wij als gemeente pas starten met het vaststellen en (mede) uitvoeren van een plan, na instemming van de raad.

1.3

Hoe is deze Warmtevisie tot stand gekomen? De gemeente Zoetermeer is al enkele jaren actief met het stap voor stap aardgasvrij maken van woningen. Zo zijn we sinds 2015 bezig met grootschalige renovaties in de wijk Palenstein. In 2017 ondertekenden we samen met de Zoetermeerse woningcorporaties de ‘Green Deal Aardgasvrij Palenstein’. Met succes vroegen we subsidie aan vanuit het nationale Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) om de uitvoering te versnellen. Al sinds 2018 worden in Zoetermeer nieuwbouwwoningen aardgasvrij gebouwd. In 2019 zijn we begonnen met het uitbreiden van de aanpak van Palenstein naar de wijken Meerzicht en Driemanspolder. Daarnaast werken we met een programmalijn eigenaar-bewoners (PEB), waarin we beschrijven hoe en waarmee we particuliere woningeigenaren in Zoetermeer ondersteunen bij het duurzaam, comfortabel en energiezuinig maken van hun woning. De 1 https://www.resrotterdamdenhaag.nl/wp-content/uploads/2021/04/RES-1.0-Regio-Rotterdam-Den-Haag.pdf

9

Warmtevisie Zoetermeer bouwt voort op de kennis en ervaring die de gemeente hierbij steeds opdoet en eerder al heeft opgedaan.

Samen aan de slag: actieve participatie De gemeente Zoetermeer haalt niet zelf woningen van het aardgas af. De daadwerkelijke uitvoering van deze projecten ligt bij verschillende externe partijen, de netbeheerder en woningeigenaren zelf. Daarom hebben we ook zowel professionele organisaties als inwoners in de gemeente Zoetermeer actief betrokken bij het opstellen van de Warmtevisie. De gemeente heeft adviesbureau CE Delft geselecteerd om het proces te ondersteunen met dataverzameling, analyses en participatie. — Professionele organisaties (netbeheerder Stedin, woningcorporaties Vestia, Vidomes en de Goede Woning, huurdersverenigingen van de corporaties, Warmtesamenwerking Oostland, drinkwaterbedrijf Dunea, de hoogheemraadschappen van Rijnland en van Schieland en de Krimpenerwaard) werkten mee aan de visie via de projectgroep Aardgasvrij Zoetermeer. — Daarnaast hebben we regelmatig overleg gehad met de zogenoemde afstemgroep, gevormd vanuit lokale inwonersinitiatieven uit verschillende wijken en buurten, maatschappelijke organisaties, het Energieloket Zoetermeer en de gemeente. — Alle inwoners van Zoetermeer zijn uitgenodigd voor een web enquête, en (digitale) stadsgesprekken. De enquête (1032 respondenten) is aangevuld met verdiepende vragen aan het Stadspanel van Zoetermeer.

Zowel in de enquête als tijdens de stadsgesprekken kregen bewoners de gelegenheid om hun vragen, zorgen en wensen te delen waarmee wij deze overkoepelende Warmtevisie verder vorm hebben gegeven. Zonder het perspectief van inwoners is de visie immers niet compleet. . . De verwachting is dat als de uitvoeringsplannen verder vorm en inhoud krijgen, de motivatie van inwoners om mee te denken en mee te doen toeneemt. Dit komt mede omdat de vervolgplannen betrekking hebben op de eigen wijk of buurt. De warmtetransitie wordt dan concreet en tastbaar. Voor zover er niet vanzelf meer variatie in de doelgroepen ontstaat, heeft de gemeente er zelf ook aandacht voor dat per gebied, wijk of buurt iedereen zich geïnformeerd en/of betrokken voelt en de kans heeft om zelf of samen met buurtgenoten en gemeente aan de slag te gaan met het verduurzamen van woningen en gebouwen, voor een aardgasvrije toekomst. We hebben de opbrengsten van het eerdere participatietraject (en hoe deze zijn meegenomen in deze Warmtevisie) ook toegevoegd als bijlage voor de raad. Voor een uitgebreide samenvatting van het proces, zie hoofdstuk 2.

1.4

Voor wie is de Warmtevisie? De Warmtevisie is een gemeentelijke visie waarmee de raad richting kan geven aan de warmtetransitie in Zoetermeer in de komende jaren. De Warmtevisie heeft uiteindelijk gevolgen voor alle inwoners en ondernemers in Zoetermeer. De Warmtevisie is dus bedoeld voor iedereen in Zoetermeer die gebouweigenaar of gebruiker is: van woningcorporatie tot huurder en van ondernemer tot woningeigenaar.

1.5

Leeswijzer Deze Warmtevisie Zoetermeer is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 beschrijft hoe we tot deze Warmtevisie zijn gekomen. Hoofdstuk 3 presenteert de uitgangspunten die de basis vormen

10

voor deze visie. In Hoofdstuk 4 gaan we in op de opgave: hoeveel gebouwen moeten er tot 2040 aardgasvrij gemaakt worden en wat betekent dat voor het benodigde tempo van de warmtetransitie? Hoofdstuk 5 gaat over de mogelijkheden voor aardgasvrij verwarmen. In Hoofdstuk 6 laten we zien wat met de kennis van nu een logisch eindbeeld is voor een aardgasvrij Zoetermeer. Hoofdstuk 7 presenteert de clusters waar we voor 2030 aan de slag willen gaan met het ontwikkelen van uitvoeringsplannen. In dit hoofdstuk komen ook de doelgroepgerichte aanpak en de participatie- en communicatiestrategie aan bod. We sluiten af met de vervolgstappen in hoofdstuk 8. De Warmtevisie bestaat uit dit document en drie bijlagen: Het Participatieverslag transitievisie warmte; De rapportage Panelonderzoek: Zoetermeer aardgasvrij; De Achtergrondrapportage bij transitievisie warmte Zoetermeer van CE Delft.

11

2

Warmtevisie Zoetermeer: Proces In dit hoofdstuk beschrijven we hoe organisaties, maatschappelijk partners, inwoners en andere betrokkenen en belanghebbenden een bijdrage hebben geleverd aan de inhoud van deze Warmtevisie. Ook gaan we in op hoe we de participatie voorafgaand hebben georganiseerd. We bespreken het participatietraject en geven aan hoe we in de Warmtevisie Zoetermeer rekening hebben gehouden met ieders inbreng.

2.1

Betrekken van belanghebbenden en organisaties We werken als gemeente al jaren intensief samen met netbeheerder Stedin en de woningcorporaties Vestia, Vidomes en de Goede Woning. Voor de warmtetransitie doen we dit via de projectgroep Zoetermeer Aardgasvrij. Elk overleg diende om de opzet van de Warmtevisie te bespreken, met deze belangrijke professionele belanghebbenden. Andere betrokkenen die voor de Warmtevisie naast Stedin en de woningcorporaties aansloten bij dit overleg zijn: de huurdersverenigingen van de woningcorporaties, Warmtesamenwerking Oostland, drinkwaterbedrijf Dunea en de hoogheemraadschappen van Rijnland en van Schieland en de Krimpenerwaard. De organisaties zijn betrokken bij het opzetten van Warmtevisie, de achtergrondrapportage en de clusterindeling. Bovendien heeft de projectgroep kunnen reageren op de eerdere concepten van de visie. De projectgroep heeft de verkenning verrijkt met inzichten over hun eigen woningbezit (woningcorporaties), de aandachtspunten voor het elektriciteitsnet (Stedin), de aanwezigheid van warmtebronnen en warmteprojecten (Dunea, Warmte Samenwerking Oostland, de hoogheemraadschappen) en een belangrijke bijdrage geleverd aan het raamwerk voor deze Warmtevisie.

2.2

Participatie: inwoners en ondernemers Met participatie bedoelen we in dit hoofdstuk dat we de Zoetermeerse inwoners en bedrijven hebben uitgenodigd, betrokken, geïnformeerd en dat er ruimte was voor vraag en antwoord over en weer, voorafgaand en tijdens het opstellen van de Warmtevisie. In een later stadium, wanneer we de Warmtevisie uitwerken in concrete uitvoeringsplannen, is participatie meer gericht op verbinden van alle betrokkenen (inwoners, ondernemers, gemeente), gericht op actieve betrokkenheid en samenspel in de uitvoering, met een mooi woord: co-creatie in de stad.

Doel van de participatie Onze ambitie was en is om een Warmtevisie te schrijven waarin de ‘stem van de stad’ is meegenomen en waarin inwoners zich kunnen herkennen. Daarom hebben we ons in het participatietraject gericht op de volgende drie doelen: — Nieuwsgierigheid en betrokkenheid wekken van veel verschillende inwoners en bedrijven uit alle wijken en buurten van de gemeente, liefst van verschillende leeftijden, leefsituaties, achtergronden en inkomenscategorieën; — In gesprek gaan over het ‘waarom en hoe’ van de warmtetransitie (en de Warmtevisie) en ophalen wat er speelt in de verschillende buurten, hoe bewoners en bedrijven denken over het aardgasvrij maken van woningen en gebouwen en welke vragen, ideeën en zorgen er leven;

12

— De opbrengsten en resultaten van gesprekken en enquêtes meenemen in de Warmtevisie en de aanloop naar de uitvoeringsplannen in Zoetermeer. Hierbij spelen zaken mee zoals: Waar moeten we rekening mee houden? Wat zijn specifieke (ook sociale) kenmerken van buurten? Wat zijn naar we nu weten de uitdagingen en, laatstgenoemd maar zeker niet onbelangrijk: Weten wij als gemeente en inwoners van elkaar wat de andere plannen in de buurt zijn en kennen we alle al bestaande of nieuwe inwonersinitiatieven? Participatie in tijden van corona Omdat het hele participatieproces in coronatijd tijd heeft plaatsgevonden, zijn enquêtes digitaal gehouden, is de afstemgroep digitaal bijeengekomen en zijn ook de drie stadsgesprekken online georganiseerd, in samenwerking met CE Delft, Kroese&Kroese en Bureau de Burgemeesters.

Activiteiten We hebben op de volgende manieren aan de doelen voor het participatietraject gewerkt: — Informeren en betrekken van inwoners via diverse kanalen, met als spin in het web de projectpagina Zoetermeer Aardgasvrij: Warmtevisie via doemee.zoetermeer.nl. — Ontmoeten en consulteren van inwoners. Dat hebben we gedaan via de web enquête, panelvragen en (digitale) stadsgesprekken. — Zorgen voor bekendheid en zichtbaarheid van het onderwerp ‘Zoetermeer Aardgasvrij’ in de stad, om nieuwsgierigheid en betrokkenheid te genereren en voeden in meest brede zin. Dit hebben we gedaan via actieve, doel- en doelgroepgerichte communicatie, parallel aan het projectproces voor de Warmtevisie. — Na dit participatietraject en het opleveren van de Warmtevisie volgen er vanzelfsprekend nog meer communicatie- en contactmomenten, parallel aan de verder uitwerking van uitvoeringsplannen en het verdere samenspel in wijken en buurten. Hieronder bespreken we de verschillende activiteiten die we hebben georganiseerd om bewoners en bedrijven te betrekken bij het opstellen van de Warmtevisie Zoetermeer. Voor een uitgebreide beschrijving van de activiteiten en de uitkomsten van het participatietraject, zie het Participatieverslag Transitievisie Warmte in de bijlage bij dit stuk.

De afstemgroep De afstemgroep Zoetermeer aardgasvrij bestaat uit (afgevaardigden van) lokale inwonersinitiatieven uit verschillende wijken en buurten, maatschappelijke organisaties, het Energieloket Zoetermeer en de gemeente. Het doel van de afstemgroep is kennis en inzichten uitwisselen, die wij kunnen meenemen in de Warmtevisie en in de aanloop naar de uitvoeringsplannen hierna. De afstemgroep bestaat onder andere uit partijen die op eigen initiatief eerste stappen willen zetten, of al hebben gezet, richting een aardgasvrij Zoetermeer. De afstemgroep is geen gemeentelijk adviesorgaan, maar een platform waar samen wordt gezocht naar antwoorden op bestaande en toekomstige vragen van eigenaar-bewoners bij de energietransitie.

13

De enquête Alle inwoners van Zoetermeer zijn uitgenodigd om deel te nemen aan de enquête ‘Zoetermeer Aardgasvrij?’, die in april en mei is gehouden. We hebben de enquête onder de aandacht gebracht via lokale media en alle gangbare gemeentelijke communicatiekanalen, inclusief een social mediacampagne. De enquête is samengesteld in nauwe samenwerking met team Onderzoek en Statistiek van de gemeente. Via de enquête hebben we bewoners vragen gesteld over thema’s en situaties die relevant zijn voor het opstellen van de Warmtevisie. Ook kregen inwoners de mogelijkheid om zorgen, vragen en aandachtspunten te delen, naast ruimte om vragen te stellen of aanvullingen te doen ten aanzien van de eigen, specifieke woonsituatie. De uitnodiging met bijbehorende communicatie heeft in totaal zo’n 1.100 respondenten opgeleverd. Ca. 90% daarvan is eigenaar-bewoner, ongeveer 10% is huurder. De verhouding koopwoning-huurwoning in Zoetermeer is in werkelijkheid 55% koop en 45% huur. Het aandeel eigenaar-bewoners is dus relatief groot. Dit komt overeen met het landelijke beeld, dat weergeeft dat zodra huurders er (via corporaties) direct belang bij hebben en de plannen concreet worden, zij zich ook meer aangesproken en betrokken zullen voelen. In juni is via het stadspanel van Zoetermeer een korte vervolgenquête met aanvullende en verdiepende vragen toegevoegd.

Deze heeft extra inhoudelijke inzichten opgeleverd die wij hebben meegenomen en/of kunnen toepassen in de visie en het vervolgtraject.

De stadsgesprekken We hebben op 26 mei (2x) en op 2 juni bij elkaar drie digitale stadsgesprekken gehouden om bewoners te spreken en met elkaar van gedachten te wisselen over aardgasvrij wonen en werken. Het doel van de stadsgesprekken was enerzijds om mensen mee te nemen in het waarom, wat, hoe en wanneer van de Warmtevisie. Dit deden we tijdens de stadsgesprekken via interviews met wethouder Robin Paalvast, CE Delft adviseur Jasper Schilling en programmamanager Duurzaam en Groen, Peter Verheggen. De gesprekken dienden vanzelfsprekend ook het doel om betrokkenheid te genereren en verbinding te leggen met de stad, waarbij de deelnemers ruim de tijd kregen om vragen te stellen en zorgen en aandachtspunten te delen. Alle stadsgesprekken zijn opgenomen en via doemee.zoetermeer.nl terug te zien en te beluisteren. Deelnemers aan de stadsgesprekken konden na elk interview vragen stellen, ‘live’ of via de chatfunctie. In totaal zijn er meer dan 100 vragen gesteld. Deze vragen hebben we zo veel mogelijk tijdens de stadsgesprekken beantwoord.

Digitaal panel Naast de enquête en de stadsgesprekken hebben we het Stadspanel benaderd met aanvullende en verdiepende vragen over het thema Zoetermeer Aardgasvrij. In totaal vulden 1.722 panelleden de hele vragenlijst in. Het rapport Panelonderzoek: Zoetermeer aardgasvrij (Gemeente Zoetermeer, 2021) beschrijft de bevindingen van het panelonderzoek. Dit rapport is als bijlage bij deze visie gevoegd.

14

Doe Mee: Warmtevisie Alle verzamelde vragen en antwoorden en de uitkomsten van de enquête en panelvragen zijn naast de opnames van de Stadsgesprekken ook terug te vinden via doemee.zoetermeer.nl.

Samenvatting van het participatieproces In het Participatieverslag Transitievisie Warmte gaan we uitgebreider in op de participatieactiviteiten van de gemeente in het kader van de Warmtevisie, en de uitkomsten van de verschillende activiteiten. Hieronder vatten we de belangrijkste conclusies uit het participatieproces samen, die we hebben meegenomen bij het opstellen van de Warmtevisie.

Zorgen over de kosten en betaalbaarheid 72% van de respondenten van de enquête maken zich zorgen over de kosten van aardgasvrij wonen. Ook deelnemers aan de stadsgesprekken stelden vragen als: “In hoeverre worden huiseigenaren financieel geholpen?” en: “Verduurzamen is prijzig, gaat de gemeente dat betalen?”

Keuzevrijheid Een groot deel van de respondenten van de enquête vraagt zich af wat er gebeurt als je als bewoner bijvoorbeeld niet aan wil sluiten op een warmtenet: heb je dan de keuzevrijheid om voor een andere warmtetechniek te kiezen?

Heldere en betrouwbare informatie over oplossingen en proces Zowel uit de enquête als uit de stadsgesprekken blijkt dat inwoners behoefte hebben aan heldere, relevante informatie over het proces en met name het tempo waarin de gemeente te werk wil gaan. Naast informatie over het proces, hebben een aantal deelnemers aan de stadsgesprekken behoefte aan advies en informatie over energiebesparende maatregelen, ook om zelf stappen te kunnen zetten. Aan het stadspanel van Zoetermeer is gevraagd wat zij van de gemeente nodig hebben. Ook deze resultaten benadrukken de behoefte aan informatie over de mogelijke alternatieven voor aardgas, de technieken en het proces. Hierbij valt het volgende op: — De helft van de respondenten wil in de toekomst betrokken worden bij het stappenplan voor een aardgasvrij Zoetermeer. Ongeveer een derde van deze groep wil meedenken, de overige respondenten willen graag op de hoogte worden gehouden. — 40% van de deelnemers aan het panelonderzoek geeft aan behoefte te hebben aan onafhankelijk advies en informatie voor het type woningen waarin ze wonen en 38% vraagt zelfs gericht (maatwerk)advies voor de eigen woning. Daarnaast geeft 23% van de respondenten aan (maatwerk)advies voor VvE’s, verhuurders en woningbouwverenigingen te willen.

— Een derde van de respondenten zegt het liefst energieadvies via het Energieloket Zoetermeer te krijgen, een vijfde van de respondenten 21%) zegt zelf advies te gaan zoeken en daarbij eigen keuzes te maken.

Hoe hebben we de inbreng van bewoners verwerkt in de Warmtevisie? We hebben alle uitkomsten en opbrengst uit het participatietraject verzameld, met een voorstel hoe we deze inbreng mee gaan nemen in de Warmtevisie, eerder aan de

15

gemeenteraad voorgelegd ter besluitvorming. De inbreng is onder andere door vertaald in de uitgangspunten voor deze Warmtevisie (zie hoofdstuk 3). Hiernaast heeft de gemeenteraad op basis van de opbrengst, vragen en zorgen (specifiek de waarde die wordt gehecht aan keuzevrijheid) besloten om in deze Warmtevisie de keuze voor de alternatieven voor aardgas nog niet verder te detailleren dan de optie ‘collectief alternatief voor aardgas’ en/of de optie ‘individueel alternatief voor aardgas’. Pas bij het opstellen van uitvoeringsplannen maken we samen met gebouweigenaren een definitieve keuze voor een aardgasvrije warmtetechniek en warmtebron, naast het benodigde tempo waarin we als stad aardgasvrij worden. Hierbij hebben we zowel aandacht voor de haalbaarheid als de betaalbaarheid van de te kiezen oplossing c.q. warmtetechniek.

16

3 Uitgangspunten In het proces om te komen tot deze Warmtevisie (zie hoofdstuk 2) hebben we een aantal uitgangspunten geformuleerd, die de verdere basis vormen. De uitgangspunten zijn mede tot stand gekomen vanuit de zorgen, vragen en aandachtspunten die inwoners van Zoetermeer met ons uitwisselden en, vanuit de aandachtspunten en randvoorwaarden die zijn meegegeven door de projectgroep, de afstemgroep en de gemeenteraad. In het kort: — We maken nog geen definitieve keuze voor het alternatief voor aardgas — We werken aan haalbare oplossingen — Betaalbaarheid van de transitie voor onze inwoners staat voorop; — We combineren de energietransitie in de gebouwde omgeving (warmtetransitie) met verbeteringen op andere beleidsterreinen. — We verbeteren de kwaliteit van woningen met het oog op energiebesparing, comfort en gezondheid; — We zorgen voor heldere, relevante en betrouwbare informatie; — We werken samen op basis van vrijwilligheid en gezamenlijkheid. Hieronder gaan we nader in op elk van deze uitgangspunten.

We maken nog geen definitieve keuze voor het alternatief voor aardgas Uit de enquêteresultaten blijkt dat een belangrijk punt voor veel Zoetermeerders (36%) is: “Wat gebeurt er als ik niet mee wil doen? Kan de gemeente ons dan dwingen om van het aardgas af te gaan of over te stappen op een vooraf bepaalde warmtetechniek?” De gemeente Zoetermeer kan én wil inwoners niet dwingen om de overstap naar aardgasvrij te maken.2 We leggen een uitvoeringsplan voor het aardgasvrij maken een gebied dus pas voor aan de gemeenteraad als er draagvlak is voor het alternatief bij de gebouweigenaren (en huurders) Samen met inwoners en ondernemers onderzoeken we welke oplossingen het best passend zijn voor het betreffende gebied. In deze Warmtevisie maken we dan ook nog geen definitieve keuze voor een aardgasvrije warmtetechniek en het tempo. We geven enkel een eerste beeld van welke clusters we kansrijk vinden voor een individueel of collectief alternatief voor aardgas. Pas wanneer we uitvoeringsplannen op gaan stellen, maken we een definitieve keuze. Dat doen we zo veel mogelijk in co-creatie met gebouweigenaren en - gebruikers en op basis van haalbaarheid en betaalbaarheid.

We werken aan haalbare oplossingen Een aardgasvrije warmteoplossing kan alleen worden gerealiseerd als deze haalbaar is. Haalbaarheid bestaat uit een aantal zaken: is de warmteoplossing daadwerkelijk technisch mogelijk? Is er voldoende ruimte in de woning of de ondergrond om deze aan te leggen? Zijn er voldoende kennis en mensen (denk aan installateurs, en bouwvakkers) beschikbaar om de oplossing uit te voeren? Deze uitgangspunten voor haalbaarheid komen allemaal terug bij het verder uitwerken van plannen op cluster- en gebouwniveau. Pas bij de planning en uitvoering 2 In de toekomst krijgen gemeente mogelijk wel de bevoegdheid om inwoners te verplichten om over te stappen op

een aardgasvrije warmtetechniek. Dit zal altijd via de warmtevisie (die elke vier jaar een update krijgt) worden bekeken en besloten door de gemeenteraad.

17

van de deelprojecten kan bepaald worden of de alternatieve oplossing daadwerkelijk haalbaar en betaalbaar is. Zie hiervoor ook hoofdstuk 8, dat gaat over de randvoorwaarden voor het slagen van de warmtetransitie.

Betaalbaarheid staat voorop Uit het participatietraject blijkt ook dat veel Zoetermeerders zich zorgen maken over de betaalbaarheid van de overstap naar aardgasvrij verwarmen: 72% van de mensen die de enquête hebben ingevuld en veel van de deelnemers aan de stadsgesprekken maken zich zorgen over de kosten. De betaalbaarheid kan enkel op basis van concrete businesscases worden bepaald, in overleg met de gebouweigenaren. Betaalbaarheid hangt af van meerdere factoren en voorwaarden. In deze visie kunnen we daarom geen definitie opnemen of opties al betaalbaar zijn of niet. Betaalbaarheid is wel een belangrijk uitgangspunt in onze aanpak: we voeren geen projecten uit zonder dat we met de betrokkenen tot de conclusie zijn gekomen dat het alternatief haalbaar en betaalbaar is. Dit sluit aan bij de kaders die ook door de rijksoverheid zijn meegegeven: in het Klimaatakkoord staat dat gemeenten in hun Warmtevisie rekening houden met de warmtealternatieven met de laagste kosten voor de eindgebruikers. Ook toegang tot financieringsmogelijkheden (subsidies, leningen enz.) valt onder betaalbaarheid.

We verbinden de energietransitie aan andere beleidsthema’s Met het verduurzamen of volledig aardgasvrij maken van woningen geven we verouderde wijken gezamenlijk een kwaliteitsimpuls. Hierbij zijn, naast haalbaarheid en betaalbaarheid ook comfort en gezondheid (goede ventilatie, tegengaan van oververhitting) belangrijke aandachtpunten. Ook houden we rekening met andere geplande en/of nieuwe projecten in de stad. Waar kansen en aanknopingspunten zijn zullen wij zoveel mogelijk een verbinding leggen tussen de energietransitie en andere beleidsthema’s. Hiertoe werken we samen met partijen zoals woningcorporaties, de netbeheerder, maatschappelijk partners en binnen de gemeente met andere teams en afdelingen, zowel in het fysieke als het sociale domein. Denk bijvoorbeeld aan rioolvervanging en bestrating, waarbij het meteen mogelijk is dit te combineren met aanpassingen aan de energie-infrastructuur onder straatniveau. We streven ernaar de plannen voor het verduurzamen van een gebied te combineren met de wijkverkenningen vanuit de visie Zoetermeer 2040. Met oog voor niet alleen woonkwaliteit, maar ook leefomgeving en sociale samenstelling van elke wijk of buurt. Als we zoveel mogelijk efficiënt samenwerken, beperken we de overlast voor inwoners en kunnen we kosten besparen. En het draagt bij aan beter samenspel tussen inwoners, organisaties en gemeente.

Daarom maken we zo veel mogelijk gebruik van zulke ‘koppelkansen’, zowel binnen de gemeente als in elk gebied, wijk of buurt.

We verbeteren de kwaliteit van woningen met het oog op energiebesparing, comfort en gezondheid Dat we letterlijk de knop om zetten en van het aardgas af zijn is de laatste stap in het proces. Isoleren is de eerste stap om naar energiezuinige, comfortabele en uiteindelijk aardgasvrije gebouwen te gaan. Daarom hebben we een ‘maatregelenpakket’ opgesteld waarmee het mogelijk is om de woning of gebouw te verwarmen met een temperatuur van 30-50 ⁰C. De meeste woningen worden momenteel verwarmd met een hogere temperatuur. Een cv-ketel verwarmt het water in de radiatoren in woningen tot een temperatuur van 70-90 ⁰C. Goed

18

geïsoleerde woningen kunnen ook met een temperatuur van 30-50 ⁰C tot een comfortabel niveau worden verwarmd. Het voordeel van verwarmen met lagere temperaturen is dat er minder energie nodig is en, dat er minder warmteverlies optreedt. Zoetermeer heeft de doelstelling om de warmtevraag van eengezinswoningen te beperken tot 50 kWhth/m2/jaar en die van gestapelde woningen tot 75 kWhth/m2/jaar. Bij deze isolatieniveaus zijn woningen geschikt voor alle duurzame warmtetechnieken (zie paragraaf 5.2 voor de verschillende alternatieven op aardgas) en is de woning comfortabel. Bij het isoleren van gebouwen is een gezond binnenklimaat ook een belangrijk uitgangspunt. Daarom is goede ventilatie in de Zoetermeerse woningen een belangrijk onderdeel van het opgestelde maatregelenpakket. Isoleren en ventileren zijn maatregelen die van toepassing zijn op elke woning in Zoetermeer. Hoe optimaal de isolatie- en/of ventilatiemogelijkheden zijn, verschilt wel per woningtype.

We zorgen voor heldere, relevante en betrouwbare informatie Heldere en betrouwbare informatie is voor veel Zoetermeerders belangrijk, zo niet zelfs voorwaardelijk, voor het kiezen en treffen van maatregelen voor de eigen woning, of voor het actief kunnen meedenken en/of meedoen aan een collectief initiatief of project. Uit het voortraject blijkt dat er bijvoorbeeld ook behoefte is aan relevante, tijdige en duidelijke informatie over de warmtetransitie op zich, zowel qua proces als qua tijdpad. Zowel in deze Warmtevisie als bij het opstellen van uitvoeringsplannen zal aandacht voor heldere, relevante en betrouwbare informatie ten aanzien van proces (waarom, wat, waar, hoe, wie) en het tijdpad dan ook een belangrijk speerpunt zijn. Naast informatie over het proces en tempo, willen inwoners van Zoetermeer heldere en betrouwbare informatie over maatregelen en (techniek)keuzes. Daarom hebben we in de ‘Achtergrondrapportage bij de transitievisie warmte Zoetermeer ‘een overzicht opgenomen van de voor- en nadelen van de verschillende aardgasvrije warmtetechnieken. Deze Warmtevisie geeft daarbij een eerste beeld van het waarom van de warmtetransitie, een basisvergelijking van verschillende technieken en een weergave van welke clusters van woningen wij kansrijk vinden voor een collectieve of individuele warmteoplossing.

Voor de ondersteuning van eigenaar-bewoners heeft de gemeente een uitvoeringsprogramma eigenaar-bewoners opgezet. Met het uitvoeringsprogramma wil de gemeente Zoetermeer: 1. alle eigenaar-bewoners informeren over en meenemen in de energietransitie en wat dit voor hun eigen woonsituatie en leefomgeving betekent; 2. eigenaar-bewoners (individueel en collectief) helpen om zelfs (om samen met de buurt) de juiste, geïnformeerde keuze te maken uit passende oplossingen en stappen te zetten die comfort en energiebesparing in de woning verhogen, waar ze later geen spijt van krijgen; 3. behaalde successen en opgedane ervaringen als goed voorbeeld en/of perspectief helpen delen met andere gebieden, wijken en buurten ende overgang naar aardgasvrij zo (helpen) opschalen.

We werken samen op vrijwillige en gelijkwaardige basis Om de Warmtevisie te kunnen omzetten in concrete plannen en projecten, werken we samen met verschillende partijen Dit doen we op basis van bovenstaande uitgangspunten, zoals

19

haalbaarheid, betaalbaarheid, comfort en gezondheid. Voor de samenwerking zelf zijn daarnaast ook onderstaande basisuitgangspunten geformuleerd: — Vrijwilligheid: Niemand wordt gedwongen om deel te namen aan een samenwerking of een opgelegde collectieve oplossing; — Gezamenlijkheid: gemeente, inwoners en vastgoedeigenaren trekken gezamenlijk op en delen kennis; — Gelijkwaardigheid: iedere partij is van gelijke waarde in de samenwerking; — Betrokkenheid en draagvlak: partijen voelen zich verbonden aan de ambitie; — Transparantie: partijen zijn helder en open over (eigen en gezamenlijke) belangen — Wederzijds voordeel; haalbaar en betaalbaar: de gezamenlijke oplossingen bieden wederzijds voordeel en leiden tot een reële en evenwichtige verdeling van kosten en baten; — Borging van inzet: bij het maken van concretere afspraken en toenemende mate van onderlinge samenwerking en afhankelijkheid van elkaars rollen en taken, hoort minder vrijblijvendheid. Commitment speelt dan een steeds belangrijkere rol.

20

4 Opgave Huidig aardgasgebruik In figuur 1 staat het aardgasgebruik van de gebouwde omgeving in de gemeente Zoetermeer: 74,8 miljoen m3 in 2019. Dit is het meest recente jaar waarvoor gegevens beschikbaar zijn.3 Het komt overeen met een CO2-uitstoot van 148 kiloton (Rijksoverheid, 2020b)4. Ter vergelijking: een Nederlands huishouden stoot gemiddeld 20 ton (dus 0,02 kton) CO2 uit (Milieu Centraal, 2020). Dit is de CO2-uitstoot van 7.400 huishoudens. Woningen zijn verantwoordelijk voor het merendeel (driekwart) van het aardgasgebruik in de gebouwde omgeving in Zoetermeer. Figuur 1 – Aardgasgebruik van de gebouwde omgeving in Zoetermeer

80 70 60

miljoen m3

4.1

50 40

Woningen Publieke dienstverlening

30

Commerciële dienstverlening 20 10 2019

Bron: Klimaatmonitor.

Niet alle woningen en andere gebouwen in Zoetermeer gebruiken een cv-ketel op aardgas voor verwarming en warm tapwater (zie Tabel 1).

3 4

https://klimaatmonitor.databank.nl/Jive?workspace_guid=abd60df6-9278-4d14-a657-2850e12ec3b7 Energie-inhoud aardgas (bovenwaarde): 0,03517 GJ/m3; emissiefactor aardgas: 56,4 kg CO2/GJ.

21

Tabel 1 – Type verwarmingsinstallatie en gebruiksfunctie van woningen en niet-woningen (2020)5

Woningen Totaal aantal woningen in Zoetermeer: 56.458 Aantal woningen naar warmtetechniek: Individuele cv-ketel 41.384 woningen

Blokverwarming: 8.186 woningen

Stadsverwarming: 3.616 woningen

Elektrisch verwarmd 2.484 woningen (waarvan 1.073 zonder gasaansluiting) Type installatie onbekend: 790 woningen Andere gebouwen Aantal niet-woningen in Zoetermeer: 5.233 Het is niet bekend hoeveel van deze gebouwen zonder aardgas worden verwarmd. Totaal Totaal aantal gebouwen in Zoetermeer: 61.691 Waarvan aantal woningen aardgasvrij:

4.686 Dit zijn de woningen die zijn aangesloten op stadsverwarming of elektrisch worden verwarmd en geen gasaansluiting hebben. Opgave:

57.005

5 Bronnen gegevens: https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/84948NED/table?dl=5B391 en

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/81955NED/table?dl=5B39B

22

4.2

Bestaand warmtenet Een deel van de wijk Oosterheem is aangesloten op stadsverwarming.6 Figuur 2 geeft de ligging van dit warmtenet weer. Dit warmtenet wordt gevoed door de warmtekrachtcentrale Oosterheem. Het gaat hierbij voornamelijk om warmte die vrijkomt bij de productie van elektriciteit. De CO2-uitstoot van de warmte in het warmtenet is 11% lager dan bij het verwarmen van een woning met een gasgestookte cv-ketel, maar de warmte uit dit warmtenet is nog wel voor 100% gebaseerd op een fossiele energiebron, namelijk aardgas (Eneco, 2021). De huidige CO2-uitstoot van dit warmtenet, bedraagt ongeveer 5 kiloton. In de transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving is het dus noodzakelijk dat de warmteleverancier overstapt op een duurzame warmtebron voor dit warmtenet. Figuur 2 – Ligging van het huidige warmtenet in Zoetermeer

4.3

Aardgasvrij in 2040 In 2040 wil de gemeente Zoetermeer de warmtetransitie hebben voltooid. Dat betekent dat we nog bijna 20 jaar de tijd hebben om ongeveer 52.000 woningen en 5.000 andere gebouwen aardgasvrij te maken. In Palenstein is hiervoor al een plan van aanpak opgesteld samen met de corporaties, de gemeente en Stedin. Het grootste project heeft als doel om ongeveer 1.100 hoogbouwwoningen en twee gemeentelijke complexen aan te sluiten op een collectief wkonet7. De aanbesteding van dit wko-net is inmiddels gestart. Hiervoor maken we gebruik van 6 Oosterheem-Zuid-West: 11% en Oosterheem-Noord-Oost: 49% 7 wko staat voor warmte-koudeopslag.

23

de landelijke subsidie in het kader van het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW). In Palenstein en Meerzicht zijn er daarnaast 334 bestaande corporatiewoningen gerenoveerd tot aardgasvrije Nul-op-de-Meter woningen. Ook voor de wijk Meerzicht en de buurt Driemanspolder hebben we een transitieplan opgesteld voor het vastgoed van gemeente en woningcorporaties. Hierin staat wanneer en hoe corporatiewoningen en gemeentegebouwen van het aardgas gaan. Het gezamenlijke einddoel is dat ook de gemeentelijke gebouwen in heel Zoetermeer in 2040 geen aardgas meer gebruiken, maar alleen nog alternatieve, schone energiebronnen. We beginnen met het aanpakken van ons eigen vastgoed in Meerzicht en Driemanspolder.

24

5 Wat is er nodig voor een aardgasvrije stad? In dit hoofdstuk kijken we naar de stappen die we in Zoetermeer nu al kunnen zetten richting een aardgasvrije stad en beschrijven we de alternatieven voor verwarmen zonder aardgas.

5.1

Welke stappen kunnen inwoners nu al zetten? De gemeente Zoetermeer werkt aan gezonde, comfortabele en energiezuinige woningen voor alle inwoners van Zoetermeer. Isoleren is de eerste stap naar een energiezuinige, comfortabele en uiteindelijk aardgasvrije woning. Woningeigenaren in Zoetermeer kunnen onderstaande aanpak volgen. Wel adviseren wij om altijd advies in te winnen over de specifieke situatie van de woning. Voor persoonlijk energieadvies kunnen bewoners terecht bij het Energieloket Zoetermeer. Aan het eind van dit hoofdstuk benoemen we een aantal specifieke aandachtspunten. In onderstaand kader hebben we de maatregelen opgenomen waarmee woningen geschikt worden voor verwarmen met een temperatuur van 30-50⁰C. Nu is dit nog vaak 70-90 ⁰C (cvketel op aardgas). Met dit maatregelenpakket als geheel is de woning geschikt voor alle duurzame verwarmingsalternatieven. Het heeft de voorkeur om de maatregelen te nemen op natuurlijke momenten, zoals bij een renovatie, verhuizing, groot onderhoud of andere werkzaamheden in de woning. Daarmee kan iedereen besparen op kosten, maar ook op (latere) bouwoverlast. Maatregelenpakket om de woning geschikt te maken voor aardgasvrij verwarmen Stap 1: Isoleren, kierdichting en ventileren Isolatiemaatregelen: — Dakisolatie — Gevelisolatie (bijvoorbeeld spouwmuurisolatie) — Glasisolatie (bijv.

HR+++-glas) — Vloerisolatie Kierdichting voorkomt tocht, en het maakt de woning comfortabeler. Het is belangrijk om te zorgen voor goede ventilatie, vooral wanneer de woning is geïsoleerd en kieren zijn gedicht. Dit is nodig voor een gezond binnenklimaat. Het toepassen van mechanische ventilatie, bij voorkeur balansventilatie met warmteterugwinning, is hierbij een goede keuze. Dit is namelijk een zeer energiezuinig systeem. Koken: inductie Door over te stappen op koken met een inductiekookplaat, is er geen aardgas meer nodig voor het koken. Hybride warmtepomp Een hybride warmtepomp is een tussenoplossing. De hybride warmtepomp combineert een elektrische warmtepomp met een hr-ketel op gas. Deze warmtetechniek is dus niet aardgasvrij, maar wel is het zo al mogelijk flink op het aardgasverbruik te besparen, waardoor de CO2-uitstoot voor verwarming en warm water met zo’n 20 procent daalt (Milieu Centraal, sd). Een hybride warmtepomp is een geschikte tussenoplossing voor woningen die

25

al in enige mate geïsoleerd zijn, maar die nog niet klaar zijn voor een volledig elektrische warmtepomp. Bewoners kunnen op een hybride warmtepomp overstappen wanneer hun gasketel aan vervanging toe is, maar het is ook mogelijk om de warmtepomp aan de huidige hr-ketel te koppelen. Stap 2: Aardgasvrij De laatste stap naar aardgasvrij is het vervangen van de cv-ketel door een aardgasvrij alternatief of in het geval van de hybride warmtepomp, het voeden van de gasinstallatie met duurzaam gas. In de volgende paragraaf gaan wij verder in op de verschillende aardgasvrije warmtetechnieken. Bron: Notitie kosten aardgasvrij Zoetermeer 2040 en 2050 (Gemeente Zoetermeer, 2021)

Aandachtspunten Het maatregelenpakket in bovenstaand kader is een generiek advies voor alle woningen in Zoetermeer. Echter, iedere woning is net even anders. Het is daarom belangrijk om goed advies in te winnen over de eigen specifieke situatie. De gemeente Zoetermeer biedt dit advies aan via het Energieloket Zoetermeer. Aandacht bij specifieke woningtypen in Zoetermeer Voor een aantal woningtypen volgen hieronder al enkele belangrijke aandachtspunten: — Oudere woningen: woningen met een bouwjaar van voor 1960 zijn meestal lastiger te isoleren dan recenter gebouwde woningen. Zeker bij de vooroorlogse lintbouwbebouwing verspreid door Zoetermeer geldt: vraag specifiek advies aan over welke maatregelen passend zijn voor de betreffende woning. — Bij sommige woningen uit de jaren ‘80 kunnen problemen ontstaan bij het (na)vullen van de spouw met isolatiemateriaal. Dit kan leiden tot vochtproblemen en schimmel in de woningen. Ook hierbij geldt dat goede voorlichting belangrijk is als de spouw al eerder is geïsoleerd en er wordt gekozen voor na-isoleren. Natuur en biodiversiteit Een ander belangrijk aandachtspunt is het effect van isoleren op de natuur en biodiversiteit in Zoetermeer. Zowel vleermuizen als bepaalde vogels nestelen graag in daken en spouwmuren (zie kader). Isolatie en aandacht voor natuur Een duurzaam én groen Zoetermeer, dat is waar Zoetermeer voor staat.

Meer dan de helft van de vleermuissoorten in Nederland, maar ook vogels zoals de huismus en de gierzwaluw, verblijven graag in spouwmuren of onder randen van daken. Deze soorten zijn wettelijk beschermd. Het is dan ook verboden om vleermuizen te doden, maar ook om hun verblijfplaats te vernietigen. Vanuit de Wet Natuurbescherming is het verplicht om passende maatregelen te nemen bij een vermoeden dat vleermuizen in een gebouw leven. Bij spouwmuurisolatie wordt er isolatiemateriaal in de spouw gespoten. Vleermuizen kunnen vaak niet op tijd wegkomen., en komen te overlijden. Ook zijn er door spouwmuurisolatie minder plekken voor vleermuizen om te wonen. Dit komt niet ten goede aan de vleermuispopulatie in Nederland. Vleermuizen (en gierzwaluwen), zijn liefhebbers van muggen en helpen zo de nachten mug vrij te houden.

26

Voorbeelden van vleermuizen die gestorven zijn door spouwmuurisolatie. Bron: zoogdiervereniging.nl Bij grootschalige ingrepen (denk aan werkzaamheden van woningcorporaties of grotere vastgoedpanden) wordt daarom vooraf onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van deze soorten, zodat hier bij de werkzaamheden rekening mee kan worden gehouden. Particuliere woningeigenaren, maar ook isolatiebedrijven, zijn hier meestal niet van op de hoogte. Er worden dan ook vaak geen treffende maatregelen genomen. Maatregelen bestaan bijvoorbeeld uit het tijdig afdekken van mogelijke gaten in de spouw met een flap, waardoor dieren de spouw wel kunnen verlaten, maar niet kunnen terugkeren. Aanvullend kan bij de isolatie van de woning een speciale inbouw-vleermuiskast worden geplaatst, zodat deze dieren weer een plek hebben om de nacht of de winter veilig door te brengen. De gemeente Zoetermeer onderzoekt hoe hier in de voorlichting richting eigenaar-bewoners meer bewustzijn voor kan worden gecreëerd.

5.2

Alternatieven voor aardgas Er zijn verschillende mogelijkheden voor aardgasvrij verwarmen. De verschillende aardgasvrije warmtetechnieken zijn grofweg te verdelen in twee categorieën: individuele oplossingen en collectieve oplossingen. Hiernaast is er aandacht nodig voor de groeiende behoefte aan koeling. Voor geïnteresseerde lezers is er een uitgebreider overzicht van de verschillende warmtetechnieken (en de voor- en nadelen) opgenomen in de Achtergrondrapportage bij de transitievisie warmte Zoetermeer.

Individuele oplossingen Bij een individuele warmtetechniek bepaalt de woningeigenaar zelf in grote mate zowel de maatregelen als het tempo van de overstap naar aardgasvrij. Hierbij heeft een woningeigenaar de keuze tussen een volledig elektrische warmtepomp (all-electric) of een hybride warmtepomp. Volledig elektrische warmtepomp (all-electric) De verwarming van het gebouw vindt plaats via een elektrische warmtepomp, voorzien van een buffervat. De luchtwarmtepomp en de bodemwarmtepomp zijn de bekendste typen warmtepomp. De warmtebron is in dit geval warmte uit de lucht of de bodem, waarvan de temperatuur

27

met behulp van elektriciteit wordt verhoogd. De duurzaamheid van de bron van de elektriciteit is bepalend voor de duurzaamheid van de warmtepomp. Voor deze manier van verwarmen is vergaande woningisolatie nodig. Ook moeten de radiatoren worden vervangen door een zogenoemd laagtemperatuur (LT-) afgiftesysteem, zoals vloerverwarming of LT-radiatoren. Aanvullende technieken waarmee bewoners zelf duurzame energie kunnen opwekken Met zonnepanelen (ook wel fotovoltaïsche of PV-panelen) is het mogelijk om zelf duurzame elektriciteit op te wekken. Zonnepanelen zetten zonne-energie om in elektriciteit. Zonnepanelen zijn een goede investering. Meestal verdienen huishoudens de kosten binnen ongeveer acht jaar terug.

PVT-panelen zijn zonnecollectoren die zonne-energie omzetten in warmte én elektriciteit. PVT staat voor PhotoVoltaïsch-Thermisch. Vrij vertaald staat dit voor zonlicht-elektriciteit-warmte. PTV-panelen worden meestal gecombineerd met een warmtepomp.

Met een zonneboiler is het mogelijk om zelf warmte op te wekken. Met een zonneboiler kunnen huishoudens ongeveer de helft van hun gasverbruik voor warm water verminderen.

Hybride warmtepomp De hybride warmtepomp combineert een elektrische warmtepomp met een hr-ketel op gas. De elektrische warmtepomp kan voor een groot deel in de warmtevraag voorzien. Dit gaat zeer efficiënt, omdat de warmtepomp energie haalt uit de buitenlucht, of de ventilatielucht. De energie wordt gebruikt voor ruimteverwarming en/of voor warm water. Ongeveer een vijfde van de tijd springt de hr-ketel bij op momenten dat de warmtepomp niet voldoende warmte kan leveren, bijvoorbeeld wanneer het buiten koud is en/of er (veel) warm water nodig is. Hoe hoger het isolatieniveau van de woning, hoe minder vaak de hr-ketel hoeft bij te springen en, hoe groter de besparing op (aard)gasverbruik. Momenteel gebruikt een hybride warmtepomp nog aardgas, maar dit kan in de toekomst mogelijk vervangen worden door groengas of waterstof. Het aardgasnet blijft hierbij dan in gebruik. De hernieuwbare gassen, waterstof en groengas, zijn echter voorlopig (in ieder geval tot 2030) niet beschikbaar voor het verduurzamen van gebouwen (zie kader). Ook na 2030 zijn deze gassen voor de gebouwde omgeving waarschijnlijk alleen een logische optie als andere warmtetechnieken niet toepasbaar of (te) duur zijn.

Waterstof en groengas spelen voorlopige geen grote rol bij verduurzaming gebouwde omgeving Groengas en waterstof zijn energiedragers die op termijn aardgas kunnen vervangen als brandstof voor de warmtevoorziening in woningen en gebouwen. Groengas en waterstof zullen zeker tot 2030 geen grote rol kunnen spelen in de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Ook is de toekomstige beschikbaarheid en prijs van deze gassen zeer onzeker, waardoor waterstof en groengas ook na 2030 voor de gebouwde omgeving naar verwachting alleen een logische optie zijn als er geen andere reële alternatieven voorhanden zijn (Min BZK, 2021a).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=dfcedd43-7794-4477-8fb2-7347ac287c25