Bijlage 1 - Plantoelichting
Tekst van het document
Centraal Park
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
4 Inleiding
5
1.1
Ligging en begrenzing
5
1.2
Aanleiding planherziening
5
1.3
Huidige juridische planologisch regime
6
1.4
Doel van het bestemmingsplan
6
1.5
Leeswijzer
6
Hoofdstuk 2
Beleidskaders
7
2.1
Rijksbeleid
7
2.2
Provinciaal beleid
9
2.3
Regionaal beleid
13
2.4
Gemeentelijk beleid
14
2.5
Conclusie beleid
19
Hoofdstuk 3
Bestaande situatie
20
3.1
Ontstaansgeschiedenis
20
3.2
Ruimtelijke en functionele analyse plangebied
23
3.3
Cultuurhistorie en archeologie
25
Hoofdstuk 4
Beschrijving plan
27
4.1
Projectplan
27
4.2
Ruimtelijke inpassing
27
4.3
Functionele inpassing
27
Hoofdstuk 5
Milieu en leefkwaliteit
28
5.1
Geluidhinder
28
5.2
Bodemkwaliteit
28
5.3
Luchtkwaliteit
29
5.4
Water
30
5.5
Bedrijven en milieuzonering
32
5.6
Externe Veiligheid
34
5.7
Ecologie
35
5.8
Strategische milieu-beoordeling
38
Hoofdstuk 6
Juridische vormgeving
39
6.1
Inleidende regels
39
6.2
Bestemmingsregels
39
6.3
Algemene regels
41
6.4
Overige regels
41
6.5
Overgangs- en slotregels
41
Hoofdstuk 7 7.1
Uitvoerbaarheid
42
Financiële uitvoerbaarheid
42
Centraal Park versie vastgesteld
2/81
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 8
Handhaving
Bijlagen
42 44 45
Bijlage 1
Wet natuurbescherming onderzoek
46
Bijlage 2
Stikstofonderzoek bouwfase
61
Centraal Park versie vastgesteld
3/81
Toelichting
Centraal Park versie vastgesteld
4/81
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Ligging en begrenzing
Dit bestemmingsplan betreft een herziening van delen van de bestemmingsplannen "1e Herziening Stadscentrum/Dorpsstraat", zoals vastgesteld op 18 februari 2019 en "Stadscentrum-Zuid" zoals vastgesteld op 10 juni 2013. Het plangebied betreft de Grote Dobbe en aanliggende gronden. Hiervoor is een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Globaal gezien wordt het plangebied omsloten door: 1. Markt (ten noorden); 2. Marseillepad (ten oosten); 3. Parking Dobbepark, Nicolaasplein en tuinen van woningen aan de Vlamingstraat (ten zuiden); 4. Londenstraat (ten westen).
f iguur 1.1 Begrenzing plangebied (bron: QGIS, eigen bewerking)
1.2
Aanleiding planherziening
De Grote Dobbe en directe omgeving zijn aangewezen als centraal park voor de bewoners van de binnenstad. In deze binnenstad zullen meer woningen worden gebouwd waardoor een Centraal park de (nieuwe) bewoners en bezoekers een aantrekkelijk openbaar gebied met een hoge verblijfskwaliteit moet gaan bieden. De combinatie van park en evenementen wordt gezien als een waardevolle toevoeging aan de binnenstad. Groen en water vormen de belangrijkste kwaliteiten van het centraal gelegen gebied. Versterking en uitbreiding van deze kwaliteiten vormen de basis van een aantrekkelijk
Centraal Park versie vastgesteld
5/81
Centraal park met een diversiteit aan permanente en tijdelijke functies. Om de versterking en uitbreiding van het Centraal park juridisch- planologisch te kunnen regelen dient het bestemmingsplan "1e Herziening Stadscentrum/Dorpsstraat" op onderdelen aangepast te worden. Ook dient een klein gedeelte van het bestemmingsplan "Stadscentrum-Zuid", waarin het Dobbepark en een gedeelte van het Nicolaasplein ligt, meegenomen te worden. De veranderingen betreffen zowel aanpassingen aan de planregels als de plankaart. Het betreft het mogelijk maken van de gewenste ontwikkelingen, zoals de aanleg van vier nieuwe (speel-) eilanden in het water, de aanleg van een rondloop rond de Grote Dobbe en het dempen van water rond het bestaande eiland. Tevens worden een paar onbenutte ontwikkelingen geschrapt zoals een mogelijk horecagebouw aan het Marseillepad en een mogelijk woongebouw aan de Londenstraat. Deze passen niet meer in de Visie Centraal Park en deze bestemmingen worden dan ook geschrapt.
1.3
Huidige juridische planologisch regime
Voor het plangebied zijn op dit moment de volgende juridische plannen van kracht: Nr
IMRO
44
NL.IMRO.0637.BP00044-003 1e Herziening 1 Stadscentrum/Dorpsstraat
18 februari 2019
8
NL.IMRO.0637.BP00008-000 Stadscentrum-Zuid 4
10 juni 2013
74
NL.IMRO.0637.BP00074-000 Parapluherziening Parkeren en 3 Geluidsgevoelige objecten
14 mei 2018
96
NL.IMRO.0637.BP00096-000 Paraplu Herziening Dagstandplaatsen 30 november 3 Zoetermeer 2020
1.4
Bestemmingsplan
Vaststelling Raad
Doel van het bestemmingsplan
Het doel van het bestemmingsplan is om van Centraal park een aantrekkelijk openbaar gebied te maken waardoor het een ontmoetingsplek voor jong en oud wordt. Om de aantrekkelijkheid te vergroten wordt binnen de Grote Dobbe een rondloop over het water met eilanden gecreëerd. Daarnaast wordt rond het bestaande eiland water gedempt om groen te kunnen toevoegen en wordt een stukje nieuw water gecreëerd nabij het Nicolaasplein. De onbenutte bestemming 'Wonen' aan de Londenstraat wordt wegbestemd en vervangen door 'Groen'. De onbenutte horecabestemming op het Marseillepad nabij de brug wordt eveneens wegbestemd. Voorliggend bestemmingsplan is primair bedoeld om de beoogde ontwikkelingen juridisch en planologisch mogelijk te maken. 1.5
Leeswijzer
Hoofdstuk 1 van voorliggend plan bevat de aanleiding van het project. In hoofdstuk 2 wordt het actueel beleidskader geschetst. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van de bestaande situatie. In hoofdstuk 4 wordt de behoefte, stedenbouw en ruimtelijke impact behandeld. In hoofdstuk 5 worden de relevante randvoorwaarden en omgevingsaspecten ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling behandeld. Hoofdstuk 6 wordt de uitvoerbaarheid van voorliggend plan en de inspraak behandeld. Tenslotte wordt in hoofdstuk 7 een toelichting gegeven op de gekozen planvorm en de gedachten die ten grondslag liggen aan de juridische regeling zoals deze op de verbeelding en in de regels is opgenomen.
Centraal Park versie vastgesteld
6/81
Hoofdstuk 2 2.1
Beleidskaders
Rijksbeleid
Het kader voor een bestemmingsplan wordt gevormd door diverse nationale, provinciale, regionale, en (deel)gemeentelijke nota's. Dit beleid stelt planologische en bestuurlijke beleidskaders (randvoorwaarden) aan de ruimtelijke (on)mogelijkheden voor het plangebied waarmee rekening moet worden gehouden. In dit hoofdstuk wordt voor het plangebied het relevante algemene beleid beknopt samengevat. 2.1.1
Barro (2011) en Nationale Omgevingsvisie
Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) van kracht geworden. Het Barro heeft als doel om vanuit een concreet nationaal belang een goede ruimtelijke ordening te bevorderen. Onderwerpen waarvoor het rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. Op 1 oktober 2012 is aan het Barro een aantal onderwerpen toegevoegd. Het gaat om de eerder aangekondigde onderwerpen Ecologische hoofdstructuur, elektriciteitsvoorziening, toekomstige uitbreiding hoofd(spoor)wegennet, veiligheid rond rijksvaarwegen, verstedelijking in het IJsselmeer, bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament en toekomstige rivierverruiming van de Maastakken. Aan artikel 3.6.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is op 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking toegevoegd. Het kabinet heeft de keuze voor deze onderwerpen gemaakt in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Deze Omgevingsvisie bundelt het nationale ruimtelijke en infrastructuurbeleid in 21 nationale belangen.
Met de uitbreiding van het Barro en het Bro is de juridische verankering van de NOVI nagenoeg compleet. Relatie tot het plangebied De ontwikkeling die middels voorliggend bestemmingplan mogelijk wordt gemaakt draagt bij aan de nationale belangen: het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit en het waarborgen en bevorderen van een gezonde fysieke leefomgeving. Derhalve is het bestemmingsplan niet in strijd met de nationale belangen op grond van het Barro en de NOVI. 2.1.2
Besluit ruimtelijke ordening (2012)
De Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) is als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen. Het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Wettelijk kader De Ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in het Bro. Artikel 1.1.1. definieert relevante begrippen: Bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur; Stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Artikel 3.1.6 van het Bro:
Centraal Park versie vastgesteld
7/81
Lid 2: de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Lid 3: indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel. Lid 4: een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat het bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Toelichting op gebruik De Ladder is in de Nota van Toelichting (Stb.
2017, 182) gemotiveerd: “Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. Uitgangspunt is dat met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient dat nadrukkelijk te worden gemotiveerd in de toelichting. Tevens wordt de mogelijkheid geboden in het derde lid, om de toepassing van de Ladder door te schuiven naar het uitwerkings- of wijzigingsplan. De verwachting is dat de Ladder hierdoor beter hanteerbaar zal zijn, beter aansluit bij het geheel aan vereisten aan een toelichting bij bestemmingsplannen en tot minder onderzoekslasten zal leiden.” Relatie tot het plan Indien sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, dient de Ladder voor duurzame verstedelijking te worden doorlopen. Voor de definitie van een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verwezen naar artikel 1.1.1 lid 1 sub i van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) heeft in haar overzichtsuitspraak over de Ladder voor duurzame verstedelijking geoordeeld dat de realisatie van 11 woningen – of minder – niet is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 1.1.1 lid 1 sub i Bro (ECLI:NL:RVS:2017:1724). Bij andere stedelijke functies in de vorm van een terrein is de ondergrens 'in beginsel' 500 m2. Dus met een ruimtebeslag van minder dan 500 m2 is er 'in beginsel' geen stedelijke ontwikkeling. Aangezien het bestemmingsplan enkel aanpassing van de openbare ruimte betreft wordt het plan niet gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hierdoor is een beschrijving van de behoefte aan deze ontwikkeling niet noodzakelijk. De nut en noodzaak van het plan wordt gevoed door de verdichting van de binnenstad waardoor een aantrekkelijk openbaar gebied met een hoge verblijfskwaliteit nodig is om in de binnenstad een gezonde fysieke leefomgeving te kunnen waarborgen.
Centraal Park versie vastgesteld
8/81
2.2
Provinciaal beleid
2.2.1
Omgevingsvisie Zuid-Holland
Per 1 april 2019 is de Zuid-Hollandse Omgevingsvisie in werking getreden. In de Omgevingsvisie is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Er is daarom geen eindbeeld voor 2030 of 2050 opgenomen, maar de maatschappelijke opgaven zijn vertaald in ambities. In de Omgevingsvisie zijn zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving vastgesteld: 1. Naar een klimaatbestendige delta Het inrichten van de fysieke leefomgeving op een manier waarop deze klimaatbestendig blijft. Voorbeelden daarvan zijn: meer ruimte bieden aan water en het rekening houden met de impact van klimaatverandering bij nieuwe ruimtelijke projecten. 2. Naar een nieuwe economie: the next level De stap naar een circulaire economie in 2050, met grote gevolgen voor onder andere het haven-industrieel complex en de glastuinbouw. Er wordt ingezet op bijvoorbeeld digitalisering en een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving. 3. Naar een levendige meerkernige metropool De stap naar een gezonde, sociale en duurzame samenleving. Er moet een fors aantal woningen worden gerealiseerd en de woonvoorraad dient te worden verduurzaamd.
Ook zullen steden met elkaar verbonden moeten worden tot één metropolitaan gebied. In dit gebied zullen we moeten inzetten op het versterken van het leef- en vestigingsklimaat. 4. Energievernieuwing Zuid-Holland wil de fossiele bronnen vervangen door hernieuwbare bronnen. Er worden maatregelen genomen om energie te besparen en het gebruik van aardgas drastisch te verminderen. Ook wordt ingezet op innovatie: nieuwe mogelijkheden voor energiegebruik uit wind, zon, biomassa, water en aardwarmte. 5. Best bereikbare provincie De provincie moet optimaal verbonden zijn en blijven met regionale, landelijke en internationale centra. Er worden verkeersknelpunten aangepakt en de mobiliteitssector kan schoner worden gemaakt en verduurzamen. Ook wordt ingezet op OV, gebruik van de fiets en vervoer over water. 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Een groene leefomgeving draagt bij aan een gezonde leefstijl van de inwoners van de provincie, maar het landschap en de biodiversiteit staat ook onder druk door het groeiend aantal inwoners, economische ontwikkeling en klimaatverandering. De kwaliteit van de leefomgeving kan worden versterkt door natuur, water, recreatie, landbouw, cultureel erfgoed en economie in samenhang te bezien. Voor het realiseren van maatschappelijke belangen wordt vanuit bovenstaande vernieuwingsambities gewerkt en vanuit opgaven in gebieden.
Daarnaast wordt vanuit twaalf samenhangende opgaven de zorg voor een goede omgevingskwaliteit ingevuld. Per opgave zijn de beleidskeuzes aangegeven. Beleid ruimtelijke kwaliteit De inzet van de provincie is dat ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening ('handelingskader ruimtelijke kwaliteit'). De kwaliteitskaart en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke
Centraal Park versie vastgesteld
9/81
impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen de volgende uitgangspunten: De aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meer of mindere mate passend is. In een agrarisch gebied passen stedelijke functies als woonwijken of bedrijventerreinen niet bij de aard en zijn daarmee gebiedsvreemd. De schaal van een gebied ('korrelgrootte') bepaalt of een ontwikkeling al dan niet past bij die schaal. Het 'laadvermogen' van een coulisselandschap is immers anders dan dat van een open veenweidepolder. Een ontwikkeling die past bij de schaal en aard van een gebied heeft in beginsel weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid. Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact van nieuwe ontwikkelingen en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. Dit geldt eveneens naarmate de kwaliteit van een gebied bijzonderder of kwetsbaarder is. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling. Inpassing. Dit betreft een gebiedseigen ontwikkeling, passend bij de schaal en aard van het landschap.
Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied of de herstructurering van een woonbuurt. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks. De rol van de provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met bijzondere kwaliteit. Uitgangspunt is dat bij inpassing een ontwikkeling volledig past binnen de richtpunten. Aanpassing. Dit betreft een ontwikkeling die niet past bij de aard of de schaal van een gebied en daarmee niet geheel past binnen de richtpunten. Voorbeelden zijn een beperkt aantal nieuwe woningen in het buitengebied, een nieuw landgoed en de verbreding van een provinciale weg. De rol van de provincie zal zich, afhankelijk van het type gebied en het type ontwikkeling, vooral richten op het toewerken naar een kwalitatief optimaal resultaat, Ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen zijn nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. Transformatie. Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat een nieuw landschap of stedelijk gebied ontstaat. De ontwikkeling past niet bij de aard en schaal van het gebied. Dit is bijvoorbeeld het geval bij uitleglocaties voor woningbouw en bedrijventerrein of de aanleg van grootschalige recreatiegebieden.
Bij transformatieopgaven is bijna altijd een provinciaal doel of belang in het geding en zal de betrokkenheid van de provincie zich richten op een actieve behartiging van provinciale doelen en een kwalitatief optimaal resultaat. Gelet op de verandering van het gebied is het reëel om aan te nemen dat niet aan alle richtpunten kan worden voldaan, maar dat door middel van een nieuw integraal ontwerp er een nieuwe ruimtelijke kwaliteit ontstaat. Ook hierbij kunnen ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig zijn om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren.
Centraal Park versie vastgesteld
10/81
Figuur 2.1 Soorten ontwikkeling.
De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit vormen een uitwerking van de kwaliteitskaart en de richtpunten op gebiedsniveau, en zijn opgesteld in samenwerking met regionale partijen. Ze bieden een gebiedsspecifieke handreiking voor het omgaan met ruimtelijke kwaliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen. Naast het generieke kwaliteitsbeleid, dat geldt voor de gehele provincie, wordt een tweetal beschermingscategorieën onderscheiden, waar onder voorwaarden van ruimtelijke kwaliteit ook ontwikkelingen mogelijk zijn, maar waar vanwege de kwetsbaarheid of bijzonderheid extra voorwaarden van toepassing zijn. Relatie tot het plangebied De ontwikkeling van het Centraal Park sluit aan bij de ambitie van de provincie aangaande een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. De provincie wil zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving. Een omgeving die inwoners als prettig ervaren, uitnodigt tot gezond gedrag en beschermt tegen negatieve invloeden, zoals luchtvervuiling, bodemverontreiniging, veiligheidsrisico’s, geluid, wateroverlast en hittestress. Naast het beschermen wil de provincie een duidelijke verbetering van de huidige leefomgeving bevorderen door de leefomgeving ook op gezond gedrag in te richten. Door het park aantrekkelijker te maken door onder andere eilanden en een nieuwe rondloop over het water te creëren wordt lopen (gezond gedrag) in het park gestimuleerd.
Het plan betreft inpassing dat bijdraagt aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. Hiermee voldoet het plan aan de van toepassing zijnde richtpunten en daarmee aan het ruimtelijke kwaliteitsbeleid van de provincie Zuid-Holland. 2.2.2
Omgevingsverordening Zuid-Holland
Per 1 april 2019 is, naast de Omgevingsvisie, ook de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening in werking getreden. De inhoud van de omgevingsvisie is voor een groot deel leidend voor de inhoud van de omgevingsverordening. In de verordening van provinciale staten van Zuid-Holland zijn de regels opgenomen voor het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Voor voorliggend plan is met name afdeling '6.2 Bestemmingsplannen' van de omgevingsverordening van belang. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Hoe groot die ruimtelijke impact is, wordt in specifieke gevallen bepaald aan de hand van gebiedsprofielen en door onderscheid te maken in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen
Centraal Park versie vastgesteld
11/81
wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; c. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid.
Relatie tot het plangebied Zoals reeds in paragraaf 2.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland is geconstateerd, past de beoogde ruimtelijke ontwikkeling binnen de aard en schaal van het gebied en voldoet het aan de richtpunten van de kwaliteitskaart. Hiermee wordt voldaan aan de Omgevingsvisie en aan artikel 6.9 van de Omgevingsverordening en is het niet noodzakelijk om een beeldkwaliteitsparagraaf in het bestemmingsplan op te nemen. 2.2.3
Convenant klimaatadaptief bouwen in Zuid-Holland
Nieuwbouwlocaties in Zuid-Holland worden zoveel mogelijk klimaatadaptief gebouwd, zodat ze bestand zijn tegen weersextremen als gevolg van klimaatverandering. Deze ambitie is vastgelegd in het convenant Klimaatadaptief bouwen. Dit is ondertekend door onder meer bouwbedrijven, gemeenten (waaronder de gemeente Zoetermeer), de provincie, waterschappen, maatschappelijke organisaties, financiers en projectontwikkelaars. Klimaatadaptief bouwen moet leiden tot: minder wateroverlast; minder hittestress; minder nadelige gevolgen van langdurige droogte en bodemdaling, en meer biodiversiteit. Deze principes zijn vastgelegd in een programma van eisen voor klimaatadaptief bouwen.
Centraal Park versie vastgesteld
12/81
Figuur 2.2: Programma v an eisen klimaatadaptief bouwen
Relatie tot bestemmingsplan Voorgenomen plan maakt geen bouwontwikkelingen mogelijk waardoor het Convenant klimaatadaptief bouwen niet van toepassing is. 2.3
Regionaal beleid
2.3.1
Hoogheemraadschap Rijnland
Het beleid van het Hoogheemraadschap Rijnland is vastgelegd in het waterbeheerprogramma 6 (2022 - 2028), de Keur, peilbesluiten en de leggers. Rijnland wil samen met zijn omgeving werken aan duurzaam en efficiënt waterbeheer tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. De watertaak betreft de volgende doelen: Waterveiligheid: we beschermen ons beheergebied, de inwoners en bedrijven tegen overstromingen vanuit zee, de rivieren en het regionale watersysteem. Voldoende Water: we zorgen voor voldoende water. Niet te veel, niet te weinig, maar precies genoeg voor inwoners, bedrijven en natuur. Schoon water: we zorgen voor een goede ecologische en chemische waterkwaliteit, afgestemd op de verschillende functies en versterking van de biodiversiteit. Waterketen: Rijnland zuivert afvalwater van huishoudens en bedrijven. Hiermee dragen we bij aan een goede volksgezondheid, een goede waterkwaliteit en een gezonde leefomgeving. Rijnland Duurzaam: Rijnland zet samen met de omgeving in op duurzaam werken door de kringloop van water, energie en grondstoffen zoveel mogelijk te sluiten. Rijnland klimaatadaptief: Het klimaat verandert. Daarom maken we ‘Rijnland klimaatadaptief’ door de inrichting van onze omgeving aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering.
Dat bereiken we door duidelijke regels te stellen, constructief samen te werken, advies te geven en actief betrokken te zijn bij nationale, regionale en lokale ontwikkelingen. Het versterken van het waterbewustzijn van onze inwoners en bedrijven maakt daarvan een belangrijk onderdeel uit. (Dit doel is nog in bewerking bij Rijnland). Ontwikkelingen gaan vaak gepaard met een toename van het verharde oppervlak. In het
Centraal Park versie vastgesteld
13/81
waterbeheerplan is beschreven hoe het hoogheemraadschap omgaat met het bergen van oppervlaktewater bij een toenemende verharding van het oppervlak. In zijn algemeenheid geldt verder dat voor aanpassingen aan het bestaande waterhuishoudingsysteem bij het Hoogheemraadschap vergunning dient te worden aangevraagd op grond van de Keur. Dit geldt bijvoorbeeld voor de aanleg van overstorten, van de hemelwaterafvoer op het oppervlaktewater, het dempen en graven van water en het aanbrengen van verhard oppervlak. De Keur maakt het mogelijk dat het Hoogheemraadschap haar taken als waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheerder kan uitvoeren. Waterplan Zoetermeer Het Waterplan Zoetermeer is opgesteld door de gemeente Zoetermeer tezamen met het voormalige Waterschap Wilck en Wiericke (dat inmiddels deel uitmaakt van het Hoogheemraadschap van Rijnland en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard). Het plan wordt in paragraaf 2.4.8 Waterplan Zoetermeer (2002) van deze plantoelichting nader toegelicht. Relatie tot het plangebied In paragraaf 5.4 Water van voorliggend plan zal nader op het wateraspect worden ingegaan. 2.4
Gemeentelijk beleid
2.4.1
Omgevingsvisie Zoetermeer 2040
De Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 is de toekomstvisie voor de stad. Een visie voor de komende twintig jaar. Het schetst een integraal lange termijn perspectief voor sociale, economische en ruimtelijke ontwikkelingen. Een perspectief waarin een aantal dalende trends, zoals een afnemende woonaantrekkelijkheid en sociaaleconomische kracht zijn gekeerd en een opwaartse beweging voor de stad in gang is gezet. Een visie voor een stad en samenleving die werken aan een sterker fundament en beter in balans komt. De visie Zoetermeer 2040 is ook de omgevingsvisie voor de gemeente Zoetermeer in het kader van de Omgevingswet. In de Visie Zoetermeer zijn de volgende zes hoofdlijnen beschreven: 1. Zoetermeer is mijn thuis In 2040 is Zoetermeer een stad in balans. Een stad waarin iedereen zich welkom en thuis voelt. De stad heeft een breed palet aan inwoners met verschillende leefstijlen. Zij vormen een levendige en inclusieve samenleving. Nieuwbouw zal met meer precisie worden ingezet. In de nieuwbouwproductie stapt gemeente Zoetermeer af van de standaard verdeling van percentages sociale huurwoningen, vrije sector huurwoningen en vrije sector koopwoningen. Ze gaat naar een meer precieze verdeling, waarbij maatwerk per wijk of project wordt geleverd.
Daarbij wordt meer spreiding en diversiteit van verschillende typen woningbouw in elke wijk gecreëerd, en wordt gezorgd dat er in de stad voldoende woningen bijkomen in elk segment . 2. Duurzame stad in en tussen de parken In 2040 onderscheidt Zoetermeer zich in de regio als groene suburbane stad. De stad is dooraderd met een netwerk van groenzones, parken en water. Zij vormen een aansluitend geheel met de groengebieden die de stad omringen. Dit groene karakter vormt in 2040 dé identiteit van Zoetermeer. In 2040 wil gemeente Zoetermeer dat het groen functioneel gebruikt wordt en meer is dan decor. 3. Palet van wijken en buurten Elke wijk geeft in 2040 invulling aan zijn eigenheid. Elke plek schrijft - stap voor stap - zijn eigen historie en verhaal. Hiervan zijn de inwoners, ondernemers en organisaties de auteur. Nieuwe ontwikkelingen dienen het fundament van de stad te versterken: oftewel de kracht van bestaande wijken laten toenemen. Het gaat om nieuwbouwprojecten die leiden tot sociaaleconomische impulsen van de omliggende buurten en wijken. Of bijdragen aan de bestaansbasis van voorzieningen in de bestaande wijken en buurten. 4. Doorlopende ontplooiingskansen voor iedereen
Centraal Park versie vastgesteld
14/81
In 2040 heeft iedere Zoetermeerder – ongeacht zijn of haar achtergrond en afkomst – kansen om zich te blijven ontwikkelen en stappen te zetten op de sociaaleconomische ladder. 5. Stad van toegepaste innovatie In 2040 heeft Zoetermeer het profiel als stad van de toegepaste innovaties. Een profiel dat is geworteld in de oorsprong van de stad. Een stad en samenleving, die niet geremd worden door oude inzichten en behoudende tradities. 6. Zoetermeer regiostad In 2040 profiteert Zoetermeer van de regio en de regio profiteert van Zoetermeer. Dit raakt een keur aan onderwerpen zoals wonen, arbeidsmarkt, economie, cultuur, natuur en bereikbaarheid. Relatie tot het plangebied Voorliggend plan voorziet in een kwaliteitsimpuls van het Centraal Park waardoor meer van het park gebruik gaat worden gemaakt. Dit past bij het doel van gemeente Zoetermeer om het groen meer functioneel te laten gebruiken. Met voorliggend bestemmingsplan wordt in overeenstemming met de Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 maatwerk geleverd aan de behoefte op deze locatie. 2.4.2
Strategische agenda Zoetermeer 2040
De Strategische agenda 2040 slaat de brug tussen de ontwerp Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 en de uitvoering op lange termijn. In de strategische agenda staan de programma's opgenomen waaraan de komende jaren wordt gewerkt. In de bijlage van de strategische agenda wordt ook ingegaan op de wijze waarop we de participatie bij de uitvoering gaan opzetten. De agenda wordt regelmatig bijgewerkt. Hierdoor kan gemeente Zoetermeer stap voor stap de visie uitwerken en goed reageren op nieuwe inzichten en omstandigheden. Het college zet de strategische agenda ‘in de steigers’ door middel van de onderstaande drie sporen: 1. Het doorlichten en bijstellen van het huidige beleid op basis van de Omgevingsvisie Zoetermeer 2040. 2. Het actualiseren van lopende programma's, projecten en acties op basis van de ingrediënten uit de Omgevingsvisie Zoetermeer 2040. 3. Direct aan de slag met programmavoorstellen voor twee pijlers uit de Omgevingsvisie Zoetermeer 2040. Het betreffen de pijlers: a. wijken voor de toekomst; en b. woningbouw als katalysator voor een sociaaleconomisch krachtige stad. ad 2. In het tweede spoor onderzoekt gemeente Zoetermeer de lopende activiteiten die worden uitgevoerd op basis van het geldende beleid: (uitvoerings)programma’s, projecten en andere acties.
Dragen deze in hun huidige vorm in voldoende mate bij aan het ombuigen van de neergaande trends die in het basisdocument zijn besproken, of is aanpassing wenselijk of nodig. Deze (uitvoerende) activiteiten zijn deels gebaseerd op kaders die zij meekrijgen uit geldend beleid uit spoor 1, maar hebben vaak ook hun eigen dynamiek vanuit afsprakenkaders met betrokken partijen. Ze worden daarom apart bekeken. Voorbeeld van deze activiteiten betreft onder ander Centraal Park. Relatie tot het plangebied Voorliggend plan draagt bij aan het aantrekkelijker maken van het Centraal Park. Een aantrekkelijk park levert een bijdrage aan een gezonde fysieke leefomgeving voor de binnenstad en omliggende buurten.
Centraal Park versie vastgesteld
15/81
2.4.3
Visie Binnenstad 2040
De binnenstad staat voor nieuwe uitdagingen door onder meer de opgave om woningen toe te voegen, de concurrentie met de regio als het gaat om wonen en winkelen, maar ook door de sociaal-economische positie van Zoetermeer. Een geactualiseerde visie op de ontwikkeling van de binnenstad is daarom noodzakelijk. De binnenstad is er om te winkelen, wonen, werken, verblijven. Het gaat niet alleen om het stapelen van stenen, het toevoegen van woningen in de binnenstad, maar ook om het realiseren van een hogere kwaliteit voor de binnenstad. Het resultaat dat gemeente Zoetermeer wilt zien is een binnenstad met hoogwaardige stedelijke woonmilieus, in het oog springende architectuur, een breed aanbod van maatschappelijke en culturele voorzieningen, een levendig straatbeeld, een veilige, mooie en prettige openbare ruimte en groen. Er worden tenminste 2.000 woningen toegevoegd. Ook is er meer ruimte voor de fietser en de voetganger. De uitwerking van de visie volgt op basis van concrete voorstellen. De lopende projecten zoals Markt 10, Centraal Park, Upgrade Stadshart, Cadenza II en de versnellingslocaties in de binnenstad worden nu al voorbereid en de komende jaren uitgevoerd. In de Visie Binnenstad 2040 is opgenomen dat de binnenstad veel groener wordt. Voor Centraal Park is opgenomen dat in 2017 de uitgangspunten zijn vastgesteld door de gemeenteraad van Zoetermeer.
Relatie tot het plangebied Het plangebied ligt in de binnenstad van Zoetermeer aan de rand van het Stadshart. Eén van de ambities betreft groener worden van de binnenstad. Dit wordt allereerst gedaan door het herinrichten van het Centraal Park rondom De Grote Dobbe. Maar ook door de aanleg van een lange singel door het Stadshart en het toevoegen van veel bomen en groen aan de binnenstad. Voorliggend bestemmingsplan maakt herinrichting van het Centraal Park mogelijk en draagt hierbij bij aan de ambities zoals verwoord in de Visie Binnenstad 2040. 2.4.4
Visie Centraal Park Zoetermeer
De Visie Centraal Park Zoetermeer is op 11 september 2017 vastgesteld door de gemeenteraad. Het betreft een visie van een breed samengestelde lokale werkgroep op het gebied rond De Grote Dobbe. De visie Centraal Park dient als leidraad voor toekomstige ontwikkelingen, waaronder de concrete uitwerkingen van de deelgebieden. Het is een inspiratiedocument voor fysieke ingrepen én activiteiten die in het gebied kunnen plaatsvinden. Zodat het Dobbegebied een écht Centraal Park wordt met meerdere functies, waar Zoetermeerders en bezoekers van kunnen genieten. De visie is geënt op een viertal ambities: 1. Ontwikkelen vanuit bestaande kwaliteiten: Groen en water vormen de belangrijkste kwaliteiten van het centraal gelegen gebied. Versterking en uitbreiding van deze kwaliteiten vormen de basis van een aantrekkelijk Centraal Park met een diversiteit aan permanente en tijdelijke functies. 2. Identiteit: de identiteit van Centraal Park wordt bepaald door kunst- en culturele evenementen in een parkachtige setting. 3. Functies: in het Centraal Park is een gevarieerd aanbod van 365 dagen functies. 4. Aansluitingen: het Centraal Park moet goed aangehaakt zijn op de omgeving. Hiervoor is verbetering van de zichtlijn vanuit het Stadshart noodzakelijk.
Naast het visuele aspect moeten logische en aantrekkelijke routes voor fietsers, wandelaars en mindervaliden van, naar én binnen het gebied zorgen voor betere verbindingen tussen de locaties en gebieden onderling.
Centraal Park versie vastgesteld
16/81
ad 1. Door de kwaliteiten groen en water te versterken, en daarmee het centrale gebied aantrekkelijker te maken, functioneert Centraal Park als verbinder tussen het hedendaagse ‘stenen’ Stadshart en het authentieke Dorp. ad 2. Door toevoeging van het Centrum voor Beeldende Kunst wordt het Centraal Park fysiek omsloten door culturele organisaties. Samen met evenementenorganisaties staan zij garant voor een gevarieerde programmering in het gebied ad. 3 De samenhang tussen de locaties Nicolaasplein, Dobbe-eiland en Markt biedt ruimte aan een diversiteit aan evenementen. In afstemming met de diverse evenementenorganisaties worden de randvoorwaarden onderzocht om de organisatie van (grote) evenementen in het ontwerp mogelijk te maken. ad 4. De parkachtige setting van Centraal Park verbindt alle deelgebieden en de entrees visueel aan elkaar. De routing naar, rondom, in en door het gebied verdient echter ook aandacht en vraagt om heroverweging van bestaande verbindingen. Relatie tot het plangebied Voorliggend bestemmingsplan maakt de beoogde ontwikkelingen zoals verwoord in de Visie Centraal Park Zoetermeer juridisch en planologisch mogelijk. 2.4.5
Groenkaart en visie Biodiversiteit (2013)
De Groenkaart vormt een integraal afwegingskader voor groenfuncties in Zoetermeer en zet in op: groen op elk niveau van de stad, het waarderen van (de kwaliteit van het) groen en het verbinden van groen. Hierbij wordt een set spelregels gevoegd voor het omgaan met het groen. Onderdelen van het bomenbeleid vormen input voor het opstellen van de Groenkaart.
Figuur 2.3 Groenkaart Zoetermeer.
Gelijktijdig met de Groenkaart is ook de Visie Biodiversiteit vastgesteld. De ambitie van de visie Biodiversiteit is om de biodiversiteit, en de waardering van de inwoners hiervoor, op peil te houden en waar mogelijk te vergroten. Dat moet gebeuren binnen de (afnemende) financiële mogelijkheden van de gemeente. Er wordt een stimulerende koers aangehouden gericht op samenwerking, inspiratie en communicatie, binnen de huidige budgetten. Relatie tot het plangebied Op de Groenkaart is het plangebied aangeduid als 'stadsgroen hoog dynamisch'. Hiervoor geldt het principe van groencompensatie in het gebied zelf, om de kwaliteit van het groen op
Centraal Park versie vastgesteld
17/81
stadsniveau zo veel mogelijk te behouden en waar mogelijk te vergroten. Groencompensatie gaat om investeren in een goede openbare ruimte met sterke verbindingen en meer geconcentreerd groen met een hoge kwaliteit. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een kwaliteitsimpuls in de openbare ruimte door groen toe te voegen in plaats van water. Door toevoegen van geconcentreerd groen met hoge kwaliteit binnen het plangebied wordt aangesloten het gemeentelijke groenbeleid. 2.4.6
Parkeerbeleid 2019
Op 16 december 2019 heeft de gemeenteraad de Actualisatie Parkeerbeleid Zoetermeer 2019 en de Nota Parkeernormen en uitvoeringsregels Zoetermeer 2019 vastgesteld. In het geactualiseerde parkeerbeleid zijn de laatste inzichten ten aanzien van het parkeren en de toetsing op parkeernormen meegenomen. Voor alle functies zijn duidelijke vaste minimale parkeernormen per zone opgenomen. Hiervan kan in principe niet naar beneden afgeweken worden. Relatie tot het plangebied Aangezien het voorliggende plan geen functies mogelijk maakt die leiden tot een extra parkeervraag is het parkeerbeleid niet nader beschouwd in voorliggend bestemmigsplan. 2.4.7
Actieplan Fiets 2014
Zoetermeer kent een fijnmazig uitgebouwd fietsroutenetwerk. de gekozen stedenbouwkundige opzet van de stad zorgt voor een solitair, vrijliggend en barrièrevrij fietsnetwerk en daardoor een voor fietsers snelle, verkeersveilige en comfortabele bereikbaarheid van de voorzieningen, winkel- en werkgebieden, onderwijslocaties en woonwijken onderling. Desondanks bestaan er nog diverse hindernissen die de gemeente graag wegneemt. Met het Actieplan Fiets wil Zoetermeer de bewuste keuzemogelijkheden voor de verschillende vervoerswijzen vergroten door de laatste hindernissen weg te nemen en het fietsgebruik onder zowel bestaande als nieuwe inwoners en bezoekers verder stimuleren. Relatie tot het plangebied Rondom het plangebied zijn veel fietspaden gelegen, zoals op onderstaand figuur 2.4 wordt weergegeven. Direct grenzend aan het plangebied is een 'verbindend fietsnetwerk' aanwezig die in zowel een 'hoofdfietsnetwerk' als 'verbindend fietsnetwerk selectief toegankelijk' over gaat. Binnen het plangebied zijn geen ontbrekende schakels, dan wel gewenste fietsroutes gelegen.
Centraal Park versie vastgesteld
18/81
Figuur 2.4 Uitsnede Actieplan Fiets 2014 (projectlocatie gemarkeerd als ster).
2.4.8
Waterplan Zoetermeer (2002)
Het Waterplan Zoetermeer is opgesteld door de gemeente Zoetermeer tezamen met het voormalige waterschap Wilck en Wiericke (dat inmiddels deel uitmaakt van het Hoogheemraadschap van Rijnland) en het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. De doelstelling van het Waterplan Zoetermeer is het behouden en versterken van een duurzaam watersysteem. Kortom een watersysteem dat betrouwbaar, levend en boeiend is. Om ook in de toekomst een veilig en goed functionerend watersysteem in Zoetermeer te behouden, moet meer ruimte voor water worden gerealiseerd. In het Waterplan Zoetermeer is afgesproken dat bij herontwikkeling gestreefd wordt naar het realiseren van extra water in het gebied dat (her)ontwikkeld wordt. In het stedelijk gebied wordt daarnaast ingezet op het vertragen van piekafvoeren, onder meer door het toepassen van open verharding of het realiseren van vegetatiedaken. Een ander aandachtspunt uit het Waterplan is de waterkwaliteit. De kaderrichtlijn water (KRW) voorziet in het verbeteren van de waterkwaliteit. Er wordt gestreefd naar een waterkwaliteit, die minimaal voldoet aan de landelijk geldende normen en ook een aantrekkelijk leefgebied vormt voor plant en dier.
Hiervoor is het van belang dat geen uitlogende, milieubelastende materialen, zoals zink, koper en lood, worden toegepast in oppervlakken welke direct of via het schoonwaterriool afwateren naar het oppervlaktewater. Lange duikers hebben een negatief effect op de waterkwaliteit, omdat het water aan licht en lucht onttrokken wordt. Bovendien is het water in duikers niet zichtbaar. In het Waterplan wordt er dan ook naar gestreefd waterpartijen zoveel mogelijk via open water met elkaar te verbinden. Relatie tot het plangebied In paragraaf 5.4 Water wordt dit aspect nader beschouwd. 2.4.9
Beleidskader Ruimte geven!
De Speelruimtenota 2016-2026 'Ruimte geven!' is opgesteld om voldoende speelruimte in relatie tot de leeftijdsopbouw en stedenbouwkundige opzet van de wijken te kunnen garanderen. Uit de inventarisatie blijkt dat er in het centrum in de huidige situatie voldoende speelplekken aanwezig zijn in vergelijking met het basisvoorzieningen-niveau. Er is wel sprake van te kleine en weinig uitdagende speelplekken. Relatie tot het plangebied Het plangebied ligt in het stadscentrum en gaat niet ten koste van bestaande speelplekken. Sterker nog het plan draagt bij aan het creëren van uitdagende speelplekken. 2.5
Conclusie beleid
Het voorgenomen plan is getoets aan het geldende Rijks-, provinciale-, regionale- en gemeentelijk beleid. Hieruit kan geconcludeerd worden dat het plan niet in strijd is met het geldende beleid. Het plangebied is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied en er zijn geen nationale belangen van invloed. Het plan voorziet in versterking van de openbare ruimte wat een bijdrage levert aan de gezonde en fysieke leefomgeving.
Centraal Park versie vastgesteld
19/81
Hoofdstuk 3 3.1
Bestaande situatie
Ontstaansgeschiedenis
Het plangebied Centraal Park ligt geheel in de Nieuw Drooggemaakte Polder, waar ook de wijk Buytenwegh de Leyens, het Buytenpark en de Zoetermeerse Plas deels in liggen. Deze polder wordt begrensd door de Leidse Wallenwetering, de Voorweg, de dijk van de Zoetermeerse Meerpolder en de Elleboogse wetering boven de Zoetemeerse Plas. In de elfde eeuw ontstond een kleine nederzetting aan de oever van een natuurlijk meer (de huidige Meerpolder). Vanaf die tijd werd in het gebied van Zoetermeer grond ontgonnen en kwam de kolonisatie van de veengebieden op gang. Na 1670 zijn de uitgestrekte plassen die rondom het tweelingdorp Zoetermeer-Zegwaart waren ontstaan -door het uitsteken van de veengrond voor het winnen van turf- stapsgewijs weer drooggemalen en als landbouwgrond uitgegeven. De Nieuw Drooggemaakte Polder is de laatste van deze reeks inpolderingen. Binnen deze Nieuw Drooggemaakte Polder is het overgrote deel van het plangebied gelegen. De polder is drooggemalen met behulp van vier windmolens en in 1771 drooggevallen. Het peil van het land ligt nu ongeveer 5 meter beneden Nieuw Amsterdams Peil (NAP). Dit is ruim drie meter onder het niveau van de Leidse Wallenwetering en het water langs de Voorweg. Van nature waren er al waterlopen aanwezig, zoals de huidige Delftse en Leidse Wallenwetering.
Het verloop van wegen, nodig voor de ontsluiting van het gebied, werd bepaald door natuurlijke elementen. De Dorpsstraat is een van de oudste delen van Zoetermeer. De eerste bewoners vestigden zich hier rond de veertiende eeuw. Door afgraving van het veen en inklinking van de latere polders rond de Dorpsstraat is deze hoger komen te liggen dan de omgeving. Van het oude polderlandschap zijn maar weinig restanten overgenomen in het stedenbouwkundig plan en -structuur van het Stadscentrum. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de wijken Buytenwegh/de Leyens en Seghwaert, waar zoveel mogelijk restanten van het oude polderlandschap zijn opgenomen. De landschappelijke elementen die de grenzen vormden van de oude polders (en een cruciale rol speelden in de waterhuishouding of ontsluiting van het dorp) zijn wel bewaard gebleven. De Leidse Wallenwetering is één van de oudste waterstaatkundige werken van Zoetermeer. Deze middeleeuwse 'wende' (een lage kade of dijk) speelde een rol in de vroegste ontginningsgeschiedenis van Zoetermeer. Het beschermde het pas ontgonnen en ingeklonken veen tussen de wetering en de Broekweg tegen instromend water vanaf de hoger gelegen 'Wilde venen' aan de oostkant van de dijk. De wetering diende tevens als vaarweg naar Leiden en vormde de scheiding tussen de dorpskernen Zegwaart en Zoetermeer, alwaar hij overging in de Delftse Wallenwetering.
De Grote Dobbe is eveneens een restant van het oude Zoetermeer en vormde vroeger een draaikom waar schepen konden keren en aanleggen. In de jaren tachtig van de vorige eeuw is de Grote Dobbe aanzienlijk vergroot. Daarvoor was het slechts een verbreding in de Buurtvaart. Bij de bouw van het Stadscentrum is de dijk van de Grote Dobbe doorgestoken, waardoor de waterpartij bijna drie keer zo groot is geworden en het water nu tot aan de Markt loopt.
Ambachtsheren en ambachtsheerlijkheid Een deel van de Grote Dobbe is eigendom van de ambachtsheer van Zoetermeer. De ambachtsheerlijkheid stamt uit de middeleeuwen. Een ambachtsheer of -vrouw mocht binnen een bepaald gebied (een ambacht, voorloper van de gemeente) rechten uitoefenen zoals bestuursbenoemingen en rechtspraak. Ook Zoetermeer had al vroeg een ambachtsheer. De meeste rechten zijn in de afgelopen eeuwen verdwenen. Wat bleef zijn de zakelijke
Centraal Park versie vastgesteld
20/81
rechten, zoals visserij, eigendom van water en het gebruik van een herenbank in de kerk. De huidige ambachtsheer is eigenaar van enig historisch water in Zoetermeer zoals de Voorwegwetering en een deel van de Grote Dobbe en bezit daarmee de visrechten. De familiewapens van de 18e-eeuwse ambachtsheren prijken boven de herenbank in de Oude Kerk aan de Dorpsstraat.
Middeleeuwen Het graafschap Holland was in de middeleeuwen verdeeld in deels zelfstandige ambtsgebieden of ambachten. Lokaal stelde de graaf gezaghebbers aan, die ook een deel van zijn rechten mocht uitoefenen. Een ambachtsheer of -vrouw mocht binnen een bepaald gebied (een ambacht, voorloper van de gemeente) rechten uitoefenen zoals bestuursbenoemingen en rechtspraak. De baljuw van Rijnland was hier de hoogste rechter. Lagere rechtspraak vond plaats in naam van de ambachtsheren, voor Zoetermeer en Zegwaart elk een andere. De heren konden daarnaast nog rechten doen gelden op een tiende van de opbrengst van de oogst, visserij- en jachtrechten en bovendien benoemden ze een groot aantal plaatselijke functionarissen. De schout, secretaris en bode waren van hun benoeming afhankelijk, maar ook de predikant, de schoolmeester, de kerkmeesters en de turfmeters. Alle schepenen en ambachtsbewaarders, te vergelijken met gemeenteraad en wethouders, werden door hen benoemd en bijvoorbeeld ook bierverkopers en grutters waren voor de uitoefening van hun beroep aangewezen op de ambachtsheer. Ambachtsheerlijke rechten De ambachtsheerlijke rechten vielen formeel na het overlijden van de ambachtsheer terug aan de graaf, later aan de Staten van Holland. Al in de middeleeuwen was het echter gebruikelijk de rechten direct weer door te geven aan nakomelingen van de vorige heer.
Na 1600 konden de rechten zelfs worden verkocht mits, elke keer, met toestemming van de Staten. In 1750 kocht Joan Osy de ambachtsheerlijke rechten van Zegwaart. De familie Osy gebruikte in de 18e eeuw het Huis te Palenstein in de Dorpsstraat als buitenverblijf. Daarna vestigden zij zich in België. In de loop der jaren deden zij hun rechten en eigendommen van de hand. De voorrechten van de ambachtsheerlijkheid Zoetermeer waren aanzienlijk. Het is dus niet verwonderlijk dat de heerlijkheid in 1741 voor het toen forse bedrag van 41.000 gulden aan Cornelis van Aalst kon worden verkocht. Zijn neven Gerardus en Henricus Schouten volgden hem in 1756 op en noemden zich Van Aalst Schouten. In de Franse Tijd vervielen de rechten tot benoeming van bestuurders door de ambachtsheren. Na 1814 mochten zij wel weer enkele functionarissen benoemen, zoals kerkmeesters en predikanten maar ook die rechten verdwenen in de 19e eeuw. Wat bleef waren de zakelijke rechten, zoals visserij, eigendom van water en het gebruik van een bank in de kerk. De ambachtsheerlijke rechten van Zoetermeer kwamen via de familie Van Aalst Schouten in bezit van de familie Bos, die tussen 1827 en 1931 drie burgemeesters van Zoetermeer leverde. Vanaf 1758 bewoonden de ambachtsheren / burgemeesters een groot huis aan de Dorpsstraat 1. Burgemeester Frits Bos overleed op jonge leeftijd in 1931.
De ambachtsheerlijkheid Zoetermeer kwam daarmee in bezit van zijn weduwe Elisabeth Visser en is sindsdien eigendom van de familie Visser. De lijst van Ambachtsheren en Ambachtsvrouwen gaat terug tot 1367. (Deze lijst is tot stand gekomen met medewerking van het Historisch Genootschap Oud Soetermeer (HGOS).
Ambachtsheren en Ambachtsvrouwen van Zoetermeer:
Centraal Park versie vastgesteld
21/81
1367 1377
Dirk III heer van Brederode
1377 1390
Reinoud I heer van Brederode
1390 1402
Jan I heer van Brederode
1402 1407
Walraven heer van Brederode
1407 1430
Goeswijn van der Poel
1430 1432
Dirk van Duvenvoorde
1432 1451
Dirk Boudewijnsz van Zwieten
1452 1475
Arent van Zwieten
1475 1500
Dirk van Zwieten
1500 1521
Cornelis Cruesinck
1521 1527
Jacob Cruesinck
1527 1581
Hendrik Cruesinck
1582 1595
Sandrina Cruesinck
1595 1651
Jacob van Wijngaarden
1651 1670
Carel van Wijngaarden
1670 1686
Daniel van Wijngaarden
1686 1690
Catharina Sophia van Wijngaarden
1690 1710
Johan Frederik van Liere
1710 1711
Catharina Zoete de Laecke van Villers
1711 1741
Jacob du Mee
1741 1758
Cornelis van Aalst
1758 1776
Henricus en Gerardus van Aalst Schouten
1776 1816
Gerardus van Aalst Schouten
1816-1833
Elisabeth van Reverhorst, weduwe van Gerardus van Aalst Schouten
1833-1874
Jacobus Bos en zijn dochters[i] Elisabeth Cornelia Bos (1810-1836), Leentje Bos (1813-1835), Francina Gerarda Agatha Bos (1814-1872) en Maria Cornelia Catharina Bos (1816-1843)
1874-1876
Frederic Sophie Guillaume Gautier, man van Neeltje Christina Hendrica Bos, dochter van Jacobus Bos en diens 2e echtgenote Hadewiena van Beek
1876-1888
Neeltje Christina Hendrica Bos die 1880 hertr. Wilhelmus Gerardus Denick Murray
1888-1894
Jacobus Hadewinus Bos, neef van de voorgaande
1894-1917
Cornelis Leonardus Jacobus Bos, vader van Jacobus Hadewinus en broer van Neeltje C.H., Burgemeester van Zoetermeer
1917-1931
Frederic Sophie Guillaume Bos, zoon van de voorgaande, Burgemeester van Zoetermeer
1931-1945
Catharina Elizabeth Visser, weduwe van de voorgaande
1945-1969
(schenking 10-4-1945) Maria Bos, dochter van het echtpaar Bos-Visser
1969-2013
(overdracht 9-12-1969) ir. Robbert Charles Visser, zoon van Hugo Visser, die
Centraal Park versie vastgesteld
22/81
op zijn beurt een broer is van Catharina Elizabeth Visser 2013-heden
(overdracht 25-1-2013) Robert Rocus Visser, zoon van Arie Visser, kleinzoon van Rocus Visser, die op zijn beurt de broer van Catharina Elizabeth Visser is.
[i] Jacobus Bos en zijn dochters als erfgenamen van hun in 1832 overleden vrouw / moeder
Jacoba Elisabeth Wilhelmina Schouten, dochter van Gerardus; de dochters waren: Elisabeth Cornelia Bos (1810-1836) egv Arie van Beek, Leentje Bos (1813-1835), Francina Gerarda Agatha Bos (1814-1872) egv Johannes Peterson Moens en Maria Cornelia Catharina Bos (1816-1843) egv Cornelis van der Vlies. In 1849 neemt Jacobus Bos het aandeel van Arie van Beek over; van Leentje erfde hij al in 1835; in 1874 waren Van der Vlies en de zoons van Moens nog gerechtigd.
3.2
Ruimtelijke en functionele analyse plangebied
3.2.1
Ruimtelijk-stedenbouwkundige analyse
Het plangebied is gelegen aan de rand van het Stadscentrum van de gemeente Zoetermeer en grenst aan de zogenoemde Franse en Engelse buurt. De Franse buurt dateert uit het einde van de jaren '80 en is een monofunctioneel woongebied met voornamelijk laagbouwwoningen en enkele gestapelde woongebouwen. Aan de zijde van de Markt wordt het beeld bepaald door bouwblokken met gestapelde woningen. Langs de Grote Dobbe en de Leidse Wallenwetering is laagbouw gesitueerd die zich met de voorkant richting het water presenteert. De Engelse buurt dateert eveneens uit het einde van de jaren '80 en bestaat uit een mix van laagbouw en gestapelde bouw. Aan de randen wordt aan de zijde van Markt, de Grote Dobbe en langs de Engellandlaan het beeld bepaald door bouwblokken met gestapelde woningen. Het middengedeelte van de Engelse buurt bestaat uit rijen met laagbouwwoningen. De Engelse buurt is hoofdzakelijk een monofunctioneel woongebied. Kenmerkend is de concentrische verkavelingsstructuur in de vorm van een kwartcirkel met het Dobbe-eiland als middelpunt. Naast de overwegende woonfunctie kent deze buurt ook een viertal solitaire kantoorgebouwen te midden van groen en parkeerterreinen aan de Engelandlaan. Deze bebouwing vormt een overgang tussen de rustige woonbuurt en het kernwinkelgebied in het Stadscentrum.
Het groene karakter van de buurt wordt met name bepaald door het groengebied aan de westzijde en de groene rand langs de Grote Dobbe. In fysiek opzicht vormt het water van de Grote Dobbe een scheiding tussen het moderne centrum en de oude dorpskern. Hierdoor is tegenwoordig vooral sprake van een zichtrelatie tussen deze beide gebieden. Aan weerszijden van de Grote Dobbe bevinden zich langzaamverkeersroutes die, begeleid door woonbebouwing, de meest directe verbinding vormen tussen beide gebieden. 3.2.2
Functionele analyse
Wonen Binnen het plangebied komen geen woningen voor. Wel is een onbenutte woonbestemming aan de Londenstraat gelegen. Met het vaststellen van dit bestemmingsplan wordt deze bestemming wegbestemd en vervangen door de bestemming 'Groen'. Horeca Het plangebied kent een tweetal horecabestemmingen. De Horeca bestemming aan De Grote Dobbe van restaurant BO&RO blijft bestaan. De nog onbenutte horecabestemming op het Marseillepad (gemeentegrond) komt te vervallen en wordt vervangen door de bestemming
Centraal Park versie vastgesteld
23/81
'Verkeer - Verblijfsgebied'. Evenementen Omdat het vanuit een goede ruimtelijke ordening wenselijk is om evenementenlocaties en het aantal evenementen te begrenzen, geldt er een evenementenregeling voor het plangebied. Deze wordt ongewijzigd overgenomen. Binnen het plangebied betreft het een deel van de openbare ruimte (waaronder voetgangersgebied en park) die voor tijdelijke evenementen worden gebruikt. Het betreft geen evenemententerrein die als zodanig is ingericht en gedurende een grote periode van het jaar voor evenementen worden gebruikt. In de gemeentelijke Evenementennota is het begrip 'evenement' als volgt afgebakend: een voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak, georganiseerd door derden. De weekmarkt (warenmarkt) valt niet onder dit begrip. De warenmarkt die plaats vindt op het Marseillepad heeft een aparte aanduiding 'markt' op de verbeelding. Verkeer en vervoer Autoverkeer In Zoetermeer worden de wegen volgens het principe van Duurzaam Veilig vormgegeven. Dit is vastgelegd in de Nota Duurzaam Veilig 1e fase uit 1998.en de Nota Mobiliteit uit 2005. Het betekent dat wegen worden verdeeld in categorieën. Aan deze categorieën zijn snelheid, gebruik en inrichting gekoppeld. Doel is het verhogen van de herkenbaarheid en de verkeersveiligheid. De volgende categorieën worden onderscheiden: stroomwegen, gebiedsontsluitingswegen en erftoegangswegen.
Binnen het plangebied komen geen wegen voor. Fietsverkeer Het bestaande fietsnetwerk in het plangebied is gedefinieerd in het Fietsplan Zoetermeer (1998) en de Nota Mobiliteit Zoetermeer (2005). Regionale routes zijn niet aanwezig in het gebied. In het plangebied is geen route aanwezig die onderdeel is van het hoofdfietsnetwerk voor fietsverkeer. Wel is een route aanwezig die onderdeel uitmaakt van het verbindend fietsnetwerk. Het verbindend netwerk ondersteunt het hoofdnetwerk en verdeelt het fietsverkeer verder de wijk in. Dit verbindend netwerk draagt ertoe bij dat voorzieningen ook per fiets vlot en veilig bereikbaar zijn. Openbaar vervoer Het plangebied wordt ontsloten door RandstadRail, twee regionale buslijnen en twee stadslijnen. RandstadRail De dragers van het openbaar vervoer in Zoetermeer zijn de spoorlijn Den Haag – Gouda en de RandstadRaillijnen 3 en 4. De stations aan de spoorlijn Den Haag – Gouda en de RandstadRail, liggen buiten het bestemmingsplangebied. Busvervoer In het plangebied zijn geen bushalten aanwezig. De dichtsbijzijnde bushalte ligt tegen de grens van het plangebied aan, langs de Bordeauxstraat. Bij deze bushalte stoppen vier lijnen: lijn 71 richting Centrum-West, lijn 72 richting de wijk Rokkeveen, lijn 174 richting Bleiswijk/Berkel en lijn 177 richting Gouda. De bussen rijden ieder met een frequentie van 1x tot 2x per uur.
Deeltaxi vervoer De RegioTaxi Haaglanden verzorgt het vervoer van deur tot deur van en naar iedere bestemming in Haaglanden. De regiotaxi komt daar waar het gewone openbaar vervoer niet komt. Parkeren Parkeervoorzieningen zijn in het plangebied niet aanwezig. Groen, natuur en landschap De Grote Dobbe is ontstaan uit een verbreding van de wetering rond het oude dorp. Het vormt
Centraal Park versie vastgesteld
24/81
de schakel tussen de oude historische Dorpsstraat en het nieuwe moderne Stadscentrum van Zoetermeer. De waterplas creëert een open ruimte tussen beide gebieden. Hierdoor gaan de gebieden geleidelijk in elkaar over en behouden oud en nieuw hun eigen karakter. De Grote Dobbe heeft vanuit het Stadscentrum gezien een open karakter en is daarmee goed zichtbaar. Vanuit het oude dorp is de waterplas voor een belangrijk deel afgeschermd door een groene rand (bestaande uit onder andere het Pastoorsbos en de achtertuinen van de woningen aan de Dorpsstraat). Hierdoor is de zichtbaarheid van de Grote Dobbe vanuit de Dorpsstraat beperkt.