CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Omgevingsprogramma Entree

Raadsvergadering 14 juli 2025, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling kaderstellende beleidsdocumenten ten behoeve van Omgevingsprogramma Entree40.806 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Elektrische energie - Mitigerende maatregel Uit de analyse komt naar voren dat de elektriciteitsopwekking in het gebied onvoldoende is om de in vraag te voorzien. Om dit te beperken kan gezocht worden naar mogelijkheden om meer elektriciteit op te wekken in dan wel nabij het projectgebied. Onderzoek de mogelijkheid voor de aanleg van zonneparken. Wat het effect van deze maatregelen is kan met de huidige gegevens niet in kaart worden gebracht. Naast het onderzoeken van meer bronnen van energie is het ook mogelijk om het energieverbruik te verminderen. Zo kan de toepassing van warmteterugwinning op de douches in woningen de vermogens- en energievraag voor tapwater verminderen. Voor goed geïsoleerde woningen geldt dat douchewater een relatief groot deel van de energievraag invult, door dit te minimaliseren wordt relatief veel energie bespaard. Toepassing van de mitigerende maatregel De effectbeoordeling op dit onderwerp is voor wat betreft de gebouwgebonden energievraag al positief (++). Het beperken van het energieverbruik door eventuele toepassing van bijvoorbeeld een warmteterugwinningsysteem of andere maatregelen zal onderdeel gaan uitmaken van de uitwerking van de bouwplannen. Er is derhalve op dit moment geen rekening gehouden met invulling van deze mitigerende maatregel.

Ten aanzien van de electriciteitsopwekking wordt geen concrete mitigerende of compenserende maatregel voorgesteld. De afweging of binnen het projectgebied meer energie kan worden opgewekt dan volgens de

plannen mogelijk is, kan op gespannen voet komen te staan met de ruimtelijke kwaliteit (groen-blauw) en de toegankelijkheid van de openbare ruimte. Buiten het plangebied naar extra mogelijkheden zoeken ligt buiten het bereik van het Omgevingsprogramma Entree. Er is derhalve op dit moment geen rekening gehouden met invulling van deze mitigerende maatregel. Klimaatadaptatie – mitigerende maatregel Voor wateroverlast zijn aanvullende maatregelen als volgt: • Waterberging toevoegen aan de noordwestzijde van het plangebied. • Oppervlaktewater aan de westzijde toevoegen. • Bovengrondse waterstructuur in oost-westrichting creëren om zo lengte van duikers te beperken. • Knelpunten voor wateroverlast bij tunnels verhelpen. Voor hitte zijn aanvullende maatregelen als volgt: • Het bieden van voldoende koele, schaduwrijke, toegankelijke openbare ruimte, buitenruimte en daken voor alle nieuwe bewoners. • Het overgrote deel van de bestaande bomen vervangen met nieuwe bomen, zodat het effect voor mensen en milieu zo optimaal mogelijk is. Voorbeelden hiervan zijn het toepassen van bomen rondom poelen ter voorkomen van verdamping en het planten van bomen met een kortere levensduur tussen bomen met een lange levensduur om op korte termijn voldoende schaduw in het plangebied te realiseren.

Makkelijk inpasbare maatregelen treffen ten behoeve van waterveiligheid zijn als volgt: • Gevoelige nutsvoorzieningen boven peilhoogte. • Evacuatiemogelijkheden bij eengezinswoningen via de eerste verdieping creëren. • In kaart brengen van de assets die een ontwrichtende werking hebben als ze uitvallen door wateroverlast en overstroming. Voorbeelden zijn trafo’s van het elektriciteitsnetwerk en schakelkasten van een rioolgemaal en waar nodig deze hoger aanleggen. • Grondgebonden woningen altijd met twee verdiepingen bouwen, zodat vluchten binnen de woning mogelijk is. Na het nemen van deze maatregelen worden beide alternatieven als positief beoordeeld (+) voor indicatoren hittestress, droogte en overstroming. Voor wateroverlast is dat zeer positief (++). Toepassing van de mitigerende maatregel Ten aanzien van de voorgestelde maatregelen geldt dat deze voor een belangrijk deel onderdeel vormen van de nadere uitwerking van zowel de openbare ruimte als de gebouwontwerpen en binnentuinen die daarbij horen. Om die reden is het in deze fase van planvorming nog niet mogelijk te bepalen of te meten in hoeverre die maatregel de effectbeoordeling beïnvloed. Er is derhalve op dit moment geen rekening gehouden met invulling van deze mitigerende maatregel.

67

7 FINANCIËN - KOSTENVERHAAL Gemeenten zijn verplicht de kosten die zij maken om bouwactiviteiten mogelijk te maken, te verhalen op de partij die daar profijt van heeft. Deze verplichting houdt in dat de gemeente binnen het wettelijk kader (afdeling 13.6 Omgevingswet) ervoor zorgt dat deze kosten worden verhaald op de initiatiefnemer. Dit kan via het vrijwillige, privaatrechtelijke spoor (anterieure overeenkomst) of het dwingende, publiekrechtelijke spoor (kostenverhaalsregels in het omgevingsplan of kostenverhaalsvoorschriften in de omgevingsvergunning). Artikel 13.14 van de Omgevingswet bepaalt bij welke planologische besluiten kostenverhaal aan de orde is. Deze besluiten zijn: • Wijziging van het omgevingsplan; • Omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Indien dergelijke besluiten niet noodzakelijk zijn om een bouwactiviteit mogelijk te maken, is kostenverhaal niet aan de orde. In dat geval valt de behandeling van de aanvraag voor een omgevingsvergunning volledig onder het regime van de legesverordening. Is er wel sprake van één van bovengenoemde besluiten, dan moet worden beoordeeld of het een bouwactiviteit betreft in de zin van artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit. Wanneer dit het geval is, is de gemeente verplicht de kosten te verhalen.

De gemeente mag hierbij uitsluitend de kosten verhalen die vermeld staan op de kostensoortenlijst (artikel 8.15 Omgevingsbesluit). Wanneer de gemeente zelf eigenaar is van een ontwikkellocatie, is het kostenverhaal verzekerd via gronduitgifte. Indien een eigenaar van een ontwikkellocatie zelf gaat ontwikkelen, is de gemeente verplicht de door haar gemaakte kosten te verhalen als deze kosten bijdragen aan de betreffende ontwikkeling. Kostenverhaal kan plaatsvinden via een privaatrechtelijk (anterieure of posterieure overeenkomst) of publiekrechtelijk spoor. Zowel de wetgever als de gemeente geeft hierbij de voorkeur aan het privaatrechtelijke spoor. Kostenverhaal Entree De gemeente is, onder andere in het kader van het kostenverhaal, voornemens anterieure overeenkomsten (AOK) te sluiten met de grondeigenaren in Entree. In deze anterieure overeenkomsten worden afspraken gemaakt over de verdeling van kosten. Uitgangspunt van het kostenverhaal is dat bouwactiviteiten bijdragen aan de investeringen die nodig zijn voor de ontwikkeling van Entree. De investeringen van de gemeente in Entree zijn gericht op het faciliteren van de herontwikkeling van het gebied. Deze investeringen omvatten: • Herinrichting openbare ruimte: de herinrichting is essentieel voor de transformatie van een gebied 68

ONTWIKKELVISIE ENTREE

•

•

met grootschalige kantoren naar een levendig stadsgebied met gemengd wonen en werken. Door de herinrichting van de openbare ruimte wordt voldaan aan de gestelde geluidsnormen, mobiliteitseisen en watercompensatie. Om het beoogde programma uit het Omgevingsprogramma te realiseren is de herinrichting van de openbare randvoorwaardelijk. Algemene plankosten: deze kosten zijn nodig om het Omgevingsprogramma en werkzaamheden voortkomend uit het Omgevingsprogramma voor te bereiden, te begeleiden en te realiseren. De algemene plankosten bestaan voornamelijk uit de kosten voor de verschillende uitgevoerde onderzoeken en de ambtelijke inzet. Kavelspecifieke plankosten: dit zijn kosten die de gemeente maakt voor het voorbereiden en begeleiden van de bouwactiviteiten van de ontwikkelende partijen in Entree.

Basiswaarde kostenverhaalsbijdrage Entree • Bouwactiviteiten leveren op twee manieren een bijdrage aan de benodigde investeringen: 1. Bijdrage aan de herinrichting van de openbare ruimte en algemene plankosten: deze bijdrage wordt berekend op basis van de oppervlakte van de bouwactiviteit, uitgedrukt in vierkante meters bruto vloeroppervlak (BVO). 2. Bijdrage aan kavelspecifieke plankosten: dit is een vast bedrag, vooraf bepaald. De hoogte van de bijdrage aan de herinrichting van de openbare ruimte en de algemene plankosten wordt gebaseerd op een basiswaarde. Deze basiswaarde is €153 per vierkante meter BVO. Deze basiswaarde is berekend door de totale kosten en investeringen, exclusief kavelspecifieke plankosten, te verdelen over de bestaande en te ontwikkelen vierkante meters BVO in het plangebied. De berekening hiervan is opgenomen in bijlage VII. Naast de basiswaarde worden ook kavelspecifieke plankosten in rekening gebracht. Deze kavelspecifieke plankosten worden afzonderlijk berekend voor de te ontwikkelen kavels, op basis van de benodigde ambtelijke inzet voor de desbetreffende kavel. De basiswaarde en de kavelspecifieke plankosten vormen samen de grondslag voor de uiteindelijke bijdrage per bouwactiviteit.

Voor de nog te sluiten anterieure overeenkomsten wordt de uiteindelijke bijdrage per bouwactiviteit vastgesteld als de som van de bijdrage berekend uit de basiswaarde en de kavelspecifieke plankosten. De basiswaarde wordt voor het afsluiten van de anterieure overeenkomst vermenigvuldigd met een gewichtsfactor, die afhankelijk is van de categorie waartoe de bouwactiviteit behoort. De gewichtsfactoren verschillen per type ontwikkeling en worden bepaald op basis van de veronderstelde opbrengstcapaciteit.

Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Entree wordt ontwikkeld volgens en binnen de kaders van de uitgangspunten van het kostenverhaal. Bouwactiviteiten leveren op twee manieren een bijdrage aan de benodigde investeringen: • via een bijdrage aan de herinrichting van de openbare ruimte en algemene plankosten; en • via een bijdrage aan specifieke plankosten. De hoogte van de bijdrage aan de herinrichting van de openbare ruimte en algemene plankosten wordt gebaseerd op een basiswaarde. De berekening is bijlage VII bij het Omgevingsprogramma. De kavelspecifieke plankosten worden afzonderlijk berekend voor de te ontwikkelen kavels. De basiswaarde en de kavelspecifieke plankosten vormen samen de grondslag voor de uiteindelijke bijdrage per bouwactiviteit.

Voor woningen en commercieel vastgoed wordt deze opbrengstcapaciteit berekend aan de hand van de residuele grondwaarde, terwijl voor maatschappelijke voorzieningen en sociale huurwoningen de vaste grondwaarden, zoals opgenomen in de nota grondprijzen van de gemeente Zoetermeer, als uitgangspunt worden genomen. Op deze manier wordt rekening gehouden met de specifieke kenmerken en financiële mogelijkheden van verschillende typen ontwikkelingen. Wanneer er geen anterieure overeenkomst wordt gesloten met een ontwikkelende partij, bepaalt de gemeente de hoogte van het kostenverhaal op basis van drie kernprincipes: profijt, proportionaliteit en toerekenbaarheid. Profijt wordt vastgesteld door te kijken naar de mate waarin bewoners of gebruikers van een bouwkavel gebruik maken van de openbare ruimte in Entree. Proportionaliteit wordt bepaald door het bouwvolume dat op een kavel is voorzien, en toerekenbaarheid wordt gebaseerd op het gebruik van specifieke delen van de openbare ruimte. Deze principes zorgen ervoor dat ook in gevallen zonder overeenkomst een eerlijke en evenwichtige verdeling van de kosten wordt gewaarborgd. De voorkeur van de gemeente gaat uit naar het anterieure kostenverhaal. Hierbij is het mogelijk om op vrijwillige basis afspraken te maken.

Dat maakt het proces flexibeler en zorgt voor meer wederzijds begrip en samenwerking tussen de gemeente en ontwikkelende partijen.

69

8 FASERING De ontwikkeling van de verschillende deelgebieden hebben hun eigen planning binnen het grotere geheel. Op sommige kavels kan min of meer direct gebouwd worden als het ontwerp klaar is, afnemer(s) van het vastgoed is gecontracteerd en het plan vergund, op andere kavels is dat complexer, bijvoorbeeld omdat er eerst gesloopt moet worden. Dat betekent dat Entree gefaseerd tot stand zal komen, zodat de nieuwe woningen verspreid over een aantal jaren op de markt zullen komen. Hierbij is de verwachting dat in het begin er meer woningen tegelijk op de markt zullen komen om het woningtekort te kunnen inlopen. Later zal dit tempo waarschijnlijk lager zijn. In welke volgorde de verschillende kavels zullen worden bebouwd is niet van tevoren precies te zeggen. De doorlooptijd van het geheel wordt geschat op tenminste 10 tot 15 jaar. In deze periode zullen er steeds meer mensen komen te wonen (en werken). Daarom wordt ervoor gezorgd dat ook binnen die periode de wijk leefbaar is, onder andere door de openbare ruimte goed bruikbaar te maken, indien nodig met tijdelijke voorzieningen. Ook de (commerciële) plint en de ontsluiting moet vanaf het eerste blok functioneren. Bij eerder opvolgende ontwikkeling van een bouwblok zal worden bekeken welk programma het beste past op deze locatie en binnen de dan gelden marktomstandigheden.

70

ONTWIKKELVISIE ENTREE

9 PARTICIPATIE EN ZIENSWIJZEN Participatie Onder de Omgevingswet dient bij de vaststelling van een programma het bevoegd gezag aan te geven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Participatie is hier een onderdeel van. Het participatiebeleid van Zoetermeer is opgenomen in de Participatieverordening Zoetermeer 2022. In het kader van de bestemmingsplanprocedure Entree Midden heeft van april tot en met september 2019 een uitgebreid participatietraject volgens de methode Publiek Private Buurt Samenwerking (PPBS) plaatsgehad. Dit heeft geresulteerd in het Inspiratieboek De Entree. Het college heeft op 29 oktober 2019 het eindverslag van dit deel van de participatie vastgesteld. Dit verslag is op de website Entree Zoetermeer in te zien. Vanwege de wezenlijke aanpassingen is op een aantal onderdelen opnieuw participatie gevoerd.

Dit zijn: • de herprogrammering van de gebiedsontwikkeling, voor zover dit betrekking heeft op de extra woningen boven de bandbreedte van de PUK zijnde 4.5005.700 woningen; • de inrichting van de openbare ruimte voor zover het gaat om de wezenlijke wijzigingen ten opzichte van het SOR, zoals het schrappen van de ventwegen om tegemoet te komen aan het voorlopig advies van de commissie MER; • het toevoegen van deelgebied West 8.Voor elk van deze onderdelen is een procesvoorstel participatie vastgesteld. Van de participatie over deze onderwerpen is een Eindverslag Participatie Omgevingsprogramma Entree opgesteld dat op 4 februari 2025 is vastgesteld door het college. Het eindverslag van deze participatie is op de website Entree Zoetermeer in te zien. In het participatieproces is veel opgehaald over hoe mensen aankijken tegen de herprogrammering. De “grootste” verschuiving in de herprogrammering; namelijk minder kantoren en meer wonen wordt breed gedragen. Bij de tosticaravan bij de winkelcentra in Meerzicht en Driemanspolder zijn met name veel jongeren gesproken, de toekomstige doelgroep op de woningmarkt over 4-8 jaar. Naast jongeren heeft de gemeente ook senioren en ook een aantal gezinnen gesproken. Sociale cohesie vormen en creëren van ontmoetingen is naast meer wonen één van de belangrijkste aanbevelingen.

Dit zodat het een gezellige en levendige wijk wordt, en het risico op anonimiteit en eenzaamheid wordt tegengegaan. Ook is er waardevolle input geleverd op de woonsegmenten.

worden toegevoegd in het gebied en kunnen de (speel) voorzieningen en ontmoetingsplekken verbeterd worden. Bij de ontwikkeling moet wel voldoende aandacht zijn voor het bestaande groen, het parkeren in de omgeving en de aansluiting op het openbare gebied. De zeer nuttige uitkomsten van dit participatietraject zullen verwerkt worden en een vervolg krijgen. Er waren verder weinig tot geen reacties op de specifieke onderwerpen van participatie van de Openbare Ruimte (vervallen ventwegen in de stadsstraat, wijzigingen situering water en aanpassen van verkeersstructuren van kruispunten en doorgaande wegen). Er zijn wel suggesties gedaan voor het behoud en uitbreiden van stadsgroen. En de kansen die Entree biedt voor meer en goede verbindingen tussen Driemanspolder en Meerzicht. Ten aanzien van parkeren, maken mensen zich zorgen dat er niet genoeg parkeerplekken zullen zijn en dat parkeerdrukte toeneemt in de omliggende wijken. Ook het goed toegankelijk maken van het Entree-gebied voor mindervaliden, fietsers, voetgangers en het openbaar vervoer vinden mensen belangrijk. Aandachtspunten zijn ook een betere verbinding over de A12 voor fietsers en voetgangers en een veilige manier om als fietser of voetganger de Afrikaweg over te steken. Ook de verbinding met en doorstroom naar de rest van Zoetermeer moet goed geregeld worden.

Zienswijzen Zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan Entree Midden In de eerdere bestemmingsplanprocedure voor de ontwikkeling van Entree zijn op het ontwerpbestemmingsplan Entree-Midden veel zienswijzen ingediend. Vanwege het stoppen van de bestemmingsplanprocedure zijn deze zienswijzen niet eerder beantwoord. De afspraak tussen het college en de gemeenteraad is dat deze zienswijzen alsnog beantwoord worden. De Nota van beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Entree Midden is op de website Entree Zoetermeer in te zien. De beantwoording van de zienswijzen is gebaseerd op het Omgevingsprogramma en bijbehorende stukken. Zienswijzen Notitie Reikwijdte en Detailniveau De Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het Omgevingsprogramma heeft van 6 september tot en met 17 oktober 2024 ter inzage gelegen. Zie voor meer informatie paragraaf 6.1. De beantwoording van de zienswijzenop de NRD zijn bij de MER betrokken. De Nota van beantwoording zienswijzen NRD is op de website Entree Zoetermeer in te zien.

De bewoners rondom het Abdissenbos kijken positief aan tegen een ontwikkeling op West 8 van woningen in combinatie met (maatschappelijke) voorzieningen. Met een ontwikkeling op West 8 kan er veel kwaliteit 71

Zienswijzen op het ontwerp-Omgevingsprogramma Entree Het ontwerp-Omgevingsprogramma Entree en het ontwerp van de plan-MER hebben van 28 maart 2025 tot en met 10 april 2025 ter inzage gelegen. Zowel op de website www.entreezoetermeer.nl als op het de website Omgevingsloket – Regels op de Kaart waren de documenten te raadplegen. Er zijn in totaal 25 zienswijzen ingediend, waarvan 1 buiten de termijn. Deze zienswijzen zijn samengevat en van een antwoord voorzien in een Nota Beantwoording Zienswijzen. Deze Nota Beantwoording Zienswijzen maakt deel uit van de documenten die aan het college en de gemeenteraad zijn aangeboden in het kader van de besluitvorming. Vaststellingsproces De bevoegdheid tot het vaststellen van een Programma ligt op grond van de Omgevingswet bij het college van Burgemeester en Wwethouders. Aanvullend is in de gemeente Zoetermeer afgesproken dat de gemeenteraad instemt met een programma voordat het college overgaat tot vaststelling.

72

ONTWIKKELVISIE ENTREE

10 VERVOLG BOPA Algemeen Omdat de nieuwe woningbouwplannen voor Entree niet passen in het geldige omgevingsplan, moeten de grondeigenaren c.q. ontwikkelaars omgevingsvergunningen aanvragen bij de gemeente. Dit is een vergunning voor een omgevingsplanactiviteit . Omdat de beoogde ontwikkelingen niet passen in het geldige omgevingsplan is sprake van een buitenplanse omgevingsplan activiteit (BOPA). Het Omgevingsprogramma vormt daarvoor het toetsingskader. Tot 1 januari 2032 is het mogelijk om een omgevingsvergunning voor een BOPA gefaseerd, met afzonderlijke aanvragen, aan te vragen. Hierdoor is het mogelijk om bij een woningbouwontwikkeling eerst een aanvraag in te dienen een deel van de wijzigingen (zoals de wijziging van de functie kantoren naar wonen), het bouwrijp maken en aanbrengen van verhardingen. Daarna kan in de volgende fase(s) de andere activiteiten, zoals het bouwen, aangevraagd worden. Het is aan de grondeigenaren c.q. de ontwikkelende partijen om te bepalen of wel of niet gebruik wordt gemaakt van deze mogelijkheid. Procedure In principe geldt voor een omgevingsvergunning voor een BOPA de zogenaamde reguliere procedure. Dit betekent dat er sprake is van een beslistermijn voor het college van B&W van maximaal 8 weken met een mogelijkheid tot het verlengen van deze termijn met éénmaal 6 weken.

Nadat besluitvorming heeft plaatsgevonden bestaat de mogelijkheid tot bezwaar, beroep en hoger beroep In de volgende gevallen kan bij een omgevingsvergunning voor een BOPA de uitgebreide procedure worden toegepast: • als dit is aangewezen in de Omgevingswet en/ of het Omgevingsbesluit. Dit is in elk geval niet van toepassing op Entree • op verzoek van de aanvrager; • als het bevoegd gezag (college van B&W)deze van toepassing verklaart. Deze beslissing dient het bevoegd gezag per aanvraag te nemen en kan enkel als (a) het gaat om een activiteit die aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving, en (b) waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. De initiatiefnemer kan zijn zienswijze uitbrengen over het voornemen van deze beslissing Indien de uitgebreide procedure wordt toegepast moet het bevoegd gezag (het college van Burgemeester en wethouders) binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen. Ook hier is de mogelijkheid tot éénmalige verlenging met 6 weken. Het verschil met de reguliere procedure is dat bij deze uitgebreide procedure eerst een zienswijze termijn doorlopen wordt van 6 weken waarin een ieder zienswijzen kan indienen op de ontwerp-

omgevingsvergunning en de onderbouwing daarvan. Na beoordeling van de zienswijzen wordt een besluit genomen over de aanvraag. Daarna is er de mogelijkheid tot alleen beroep en hoger beroep tegen de verleende omgevingsvergunning. Bindend advies gemeenteraad Op grond van het ‘Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Zoetermeer houdende regels omtrent de lijst buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor advies met instemming van de raad benodigd is’ (2020) dienen aanvragen voor een BOPA (voor meer dan 25 woningen) ter advies te worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Het advies van de gemeenteraad is bindend. Uitgangspunt voor Entree is de inzet op een efficiënt (en daar waar mogelijk versnelling van het) proces. Het tijdspad van de reguliere procedure is beperkt en biedt weinig ruimte voor het binnen deze termijn behalen van een bindend advies. Daarnaast zijn bij instemming van de raad met het Omgevingsprogramma en de daarbij behorende stukken de kaders al vastgelegd. Alle Bopa’s worden hieraan getoetst. De Omgevingswet beoogt een efficiëntere en snellere besluitvorming. Dit komt tot uiting om de uitvoering van beleid (zoals vergunningverlening) aan het college toe te kennen, net zoals het geval was onder de oude wetgeving, en de raad enkel in bepaalde – door de raad zelf vastgestelde categorie van gevallen – via het instrument van bindend advies te betrekken.

Dat is een logische stap als wordt afgeweken van het omgevingsplan en daarvoor geen kaders zijn vastgesteld. Dat is anders in Entree door de vaststelling van het Omgevingsprogramma met daarin de vastgestelde kaders Vanuit de geest van de wet gedacht zou het dan ook tegenstrijdig zijn om een bouwplan dat geheel voldoet aan de door de raad vastgestelde uitgangspunten van het Omgevingsprogramma, nogmaals voor te leggen aan de raad. Bij vaststelling van het Omgevingsprogramma wordt daarom voorgesteld om het bindend adviesrecht voor de Bopa’s die passen binnen de kaders van het Omgevingsprogramma Entree te laten vervallen. Dit geldt niet voor Bopa’s die afwijken van het Omgevingsprogramma. Deze zullen nog steeds worden voorgelegd aan de raad. CRK/Q-team/ stadsbouwmeester Om de hoge kwaliteitsambities voor Entree van plan tot realisatie te kunnen waarborgen heeft de gemeente Zoetermeer een proces ontworpen dat de kwaliteit moet bewaken. Binnen dat proces zijn verschillende organen met elk hun eigen rol in een bepaalde fase van het planproces. Dat planproces wordt opgedeeld in de fase begeleiding en de fase toetsing. Dit is in de afbeelding hiernaast weergegeven.

73

Kwaliteitsbewaking Entree Stedenbouw Schetsontwerp

Voorlopig Ontwerp

Definitief Ontwerp

Schetsontwerp

Voorlopig Ontwerp

Definitief Ontwerp

Q team Startgesprek Begeleiding Officiële toetsing

Aanvraag Omgevingsvergunning/ BOPA

CRK Voorlopig Ontwerp goedkeuring

Definitief Ontwerp goedkeuring

Beoordeling BOPA

Kwaliteitsbewaking Entree

Speciaal voor Entree is het Q-team (kwaliteitsteam) ingesteld. Het Q-team vormt de spil in de kwaliteitsborging en zorgt voor continuïteit in de advisering richting de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK). Daarnaast heeft het Q-team een coachende rol en adviseert het ontwikkelaars en ontwerpers proactief bij het oplossen van dilemma’s. Het is de CRK die het advies van het Q-team uiteindelijk bekrachtigt als een advies aan het college van burgemeesters en wethouders. Gedurende het planproces van de ontwikkeling van de plots binnen Entree vindt in verschillende stadia overleg plaats. In eerste instantie door een startgesprek met het Q-team over de ambitie, de kwaliteit, de betekenis van de opgave en de inzet van ontwerpers. Het is van groot belang dat dit startgesprek tot een goed vertrekpunt leidt voor alle partijen. Dit om later teleurstellingen of verkeerde verwachtingen te voorkomen. Waarschijnlijk zijn er meerdere overleggen nodig om tot een goede start te komen. Deze fase wordt afgesloten met een startdocument. De ontwikkelende partijen doorlopen vervolgens een planproces van een schetsontwerp (SO) naar een voorlopig ontwerp (VO) tot een definitief ontwerp (DO). Dit doen zij samen met de toetsende instanties van de gemeente (o.a. stedenbouw). Elk van de stadia moet worden afgerond met een advies van het Q-team.

Dit advies (voorlopig en definitief) zal worden voorgelegd aan de CRK, die haar wettelijke advies richting het college zal geven. Het Q-team zorgt voor een ‘warme’ overdracht aan de CRK, waarbij zij het advies toelicht door aan te geven hoe de aanvraag past binnen de regels van de Ontwikkelvisie en het Beeldkwaliteitsplan. Het Q- team heeft de taak om verbinding te houden met de CRK en bij zwaarwegende dilemma’s of tegenstrijdigheden bij het behalen van bepaalde doelstellingen, eerder (informeel) te overleggen 74

ONTWIKKELVISIE ENTREE

met de CRK, zodat de juiste richting kan worden meegegeven. De Stadsbouwmeester heeft een adviserende rol, met name over de grotere ontwikkelingen in Zoetermeer. Geluid-haalbaarheidsbeoordeling Hierboven wordt ingegaan op de kwaliteitsbewaking van Entree en is beschreven dat in de fases SO, VO en DO de ontwikkelaars samen met de gemeente dit planproces doorlopen. In het Geluidkader Entree (zie ook paragraaf 3.1) is opgenomen dat reeds in de fase van het SO (of indien gewenst eerder een zogenaamde geluidhaalbaarheidsbeoordeling kan plaatsvinden. Hierbij dient de ontwikkelaar inzicht te geven in motivatie en onderbouwing van de toepassing van het Geluidkader Entree. Dit wordt door de gemeente getoetst. Bij het uitwerken van het SO naar VO en DO toetst gemeente (vervolgens) terughoudend op motivatie en gebruik van afwijkingsmogelijkheden volgens het Geluidkader Entree. Als het bouwplan in de fase van het Voorlopig Ontwerp en het Definitief Ontwerp inhoudelijk wijzigt en afwijkt, is een aanvulling op de motivatie en onderbouwing wel benodigd. Monitoring De ontwikkeling van Entree kent een lange looptijd van tenminste 10-15 jaar. Gedurende deze jaren is het belangrijk om te kijken of de ambities en doelen voor Entree gehaald worden of dat (tussentijdse) bijsturing nodig is.

Ook kunnen nieuwe omstandigheden (bijvoorbeeld wijzigingen in wet & regelgeving) aanleiding zijn om bij te sturen. Hiervoor is monitoring nodig. De gemeente heeft met een milieueffectrapportage (verder genoemd: Plan-MER) onderzocht dat de gebiedsontwikkeling binnen

de bandbreedtes en uitgangspunten opgenomen in het Omgevingsprogramma tot uitvoering kan worden gebracht, maar houdt wel nadrukkelijk een vinger aan de pols. De gemeente wil daarom de voortgang van de plannen en de daadwerkelijke effecten integraal volgen en bewaken. Op die manier houdt de gemeente grip op de ontwikkeling en is het mogelijk tijdig maatregelen te treffen om bij te sturen indien dat nodig is. Om goede beslissingen te kunnen nemen, moeten de gemeente (en grondeigenaren c.q. ontwikkelaars) beschikken over betrouwbare informatie over hoe het ervoor staat. Meten is immers weten. Hiervoor is dus monitoring nodig. Bij monitoring verzamelt de gemeente gedurende langere tijd op systematische wijze gegevens over bijvoorbeeld de staat van de fysieke leefomgeving, aantallen en type woningen, aantallen parkeerplaatsen enzovoort. Op deze manier is inzichtelijk hoe de ontwikkeling van Entree verloopt en hoe dit verhoudt tot de ambities en doelstellingen opgenomen in het Omgevingsprogramma. Zowel uit het Plan-MER als het Omgevingsprogramma volgen monitoringsmaatregelen. Waar de monitoring uit het Plan-MER onder meer is gericht op (milieu-)effecten en de effecten van mitigerende maatregelen is de monitoring vanuit het Omgevingsprogramma ook gericht op ambities, concrete uitwerking van beleid en meer gemeente bredere samenhang.

Deze ‘dynamische monitoring’ loopt via een aantal sporen en brengt de komende jaren de ontwikkelingen en de gevolgen van Entree in beeld. Bijsturing kan op verschillende manieren: bijsturing op de plannen, bijsturing via het nemen maatregelen en bijsturing door het aanpassen van de eerder geformuleerde doelstellingen. Er zal hierbij altijd eerst worden gezocht naar maatregelen om de situatie te verbeteren, voordat bijsturing van plannen of ambities wordt voorgesteld. Bij elk ruimtelijk plan (Bopa’s of te zijner tijd de wijziging van het omgevingsplan) wordt beschouwd of de uitgangspunten overeenkomen met het Omgevingsprogramma en de daarin onderzochte milieueffecten. Kleine afwijkingen zijn niet erg, maar bij grotere afwijkingen kan het noodzakelijk zijn om nader onderzoek uit te voeren. Dit kan voor een specifiek

thema nodig zijn of meerdere thema’s bevatten als het een grotere afwijking betreft. Dit staat overigens los van de onderbouwing en onderzoeken die door de grondeigenaren c.q. ontwikkelaars moet worden aangeleverd voor de Bopa. Hieronder in de ‘Kaders Aanpak Monitoring’ wordt op hoofdlijnen beschreven wat de kaders zijn voor hoe de gemeente de monitoring wil organiseren: Hoe wordt data verzameld, welke data wordt verzameld en hoe wordt deze gerapporteerd? Insteek is om zo objectief en ‘lean’ mogelijk informatie te verzamelen en te delen over de effecten van de gebiedsontwikkeling. Kaders Aanpak Monitoring Binnen de gemeente Zoetermeer wordt datagedreven (beleids-)ontwikkeling als volgt aangepakt. Begonnen wordt bij de ambities van het programma. Zo is de opgave van het programma leidend voor de monitor en niet de data. Basis voor de monitoring zijn de 5 doelen uit de Ontwikkelvisie a. vergroten woningaanbod; b. toekomstbestendige leefomgeving; c. gezonde leefomgeving; d. sociale cohesie; en e. stimuleren lokale economie. Om deze doelen te volgen, worden meerdere monitors ontwikkeld. Doelen zijn namelijk niet direct te meten. Bijvoorbeeld de gezonde leefomgeving kunnen we niet direct meten. Maar als we het over gezonde leefomgeving hebben dan bedoelen we een betere luchtkwaliteit, minder geluid, minder hittestress enzovoort.

En deze effecten kunnen we meten en dat doen we in een effectenmonitor. De tweede monitor is de prestatiemonitor, hierin laten we zien welke prestaties er geleverd wordt door het programma. Als er bijvoorbeeld afspraken zijn gemaakt over de afstand die een woning mag hebben tot een koelteplek dan kunnen we die meten. De laatste monitor is de interventiemonitor, hiermee wordt de geleverde inzet gemonitord. Hier zal dan worden bijgehouden hoeveel koelteplekken gecreëerd zijn. Onderstaand figuur laat de samenhang tussen deze monitoren zien.

Schematische weergave monitoring

Schematische weergave monitoring

Hoe ziet dit er dan uit in de praktijk. Als voorbeeld kijken we naar sociale cohesie. Als de interventie is dat als programma een welkomsactiviteit per opgeleverd project (of bij elke fase) wordt georganiseerd, dan is de prestatie dat inwoners elkaar leren kennen (we meten dan het aantal mensen dat naar de barbecue is gekomen). Het effect dat wordt beoogd is dat inwoners bij elkaar terecht kunnen als ze hulp nodig hebben. Het effect kan dan bijvoorbeeld worden gemeten met enquêtes. Op deze wijze meten we of het doel van sociale cohesie wordt gehaald of dat extra inspanningen nodig zijn. Voorbeeld monitoring sociale cohesie

75

nodig hebben. Het effect kan dan bijvoorbeeld worden gemeten met enquêtes. Op deze wijze meten we of het doel van sociale cohesie wordt gehaald of dat extra inspanningen nodig zijn. Voorbeeld monitoring sociale cohesie

Schematische weergave monitoring

Voorbeeld monitoring sociale cohesie Onderstaand is een eerste overzicht opgenomen van doelen, indicatoren en welke data zal worden gebruikt voor de monitoring. Dit overzicht wordt in het monitoringsplan verder uitgewerkt.

Hoe ziet dit er dan uit in de praktijk. Als voorbeeld kijken Het college van B&W legt periodiek verantwoording af we naar sociale cohesie. Als de interventie is dat als aan de gemeenteraad met een monitorings-rapportage Doelen Indicatoren Databron monitoDatabron monitoring ring programma een welkomsactiviteit per opgeleverd project over de ontwikkeling in (en rond) Entree. Voornemen (of bij elke fase) wordt georganiseerd, dan is de prestatie om de monitoringsrapportage te koppelen aan de Bestaande is databron Aanvullend Entree dat inwoners elkaar leren kennen (we meten dan het aantal gemeentelijke cyclus van de Voortgangsrapportages Vergroten woningAantal en typen woningen binnen de diver- WoningbouwmoniProgramma in diverse fasen SO, VO, DO mensen (VGR’s). De frequentie van(prognose) monitoring en verslaglegging aanbod dat naar desebarbecue segmenten is gekomen). Het effect dat tor en aanvraag BOPA Bij oplevering (voor toevoeging wordt beoogd is dat inwoners bij elkaar terecht kunnen aan de gemeenteraad endefinitieve communicatie naar de omgeving woningvoorraad harde plancapaciteit) als ze hulp nodig hebben. Het effect kan dan bijvoorbeeld moet nog aan verder worden uitgewerkt. Toekomstbestendige Duurzame mobiliteit worden gemeten met enquêtes.

Op deze wijze meten weProvinciale data (in Parkeertellingen van de nieuwe parkeergaleefomgeving en uitstappen rages Hoe ditvan er dan uit in de praktijk. Als voorbeeld we naar sociale cohesie. Als de monitoringinformatie interventie is of hetziet doel sociale cohesie wordt gehaald of dat kijken extra DeOVoutput van alle relevante kan haltes) project (of bij Parkeerdrukmetingen de wijken om Endat als programma een welkomsactiviteit per opgeleverd elke fase) wordtingeorganiseerd, inspanningen nodig zijn. worden gebruikt voor bijsturing en communicatie (naar MRDH-verkeersmotree dan is de prestatie dat inwoners elkaar leren kennen del (we meten updadan het aantal mensen dat naar de bar(periodieke raad burgers). Als (een voornemen tot) bijsturing becue is gekomen). Het effect dat wordt beoogd is dat inwoners bijen elkaar terecht kunnen als ze hulp tes) Onderstaand is een eerste overzicht opgenomen consequenties heeft voor de in de Anterieure nodig hebben. Het effect kan dan bijvoorbeeld worden gemeten met enquêtes. Op deze wijze meten we overeenkomst Gezonde leefomgeGeluiden welke data zal worden het van doelen, indicatoren vastgelegde afspraken of het doel van sociale cohesie wordt gehaald of dat Luchtkwaliteit: extra inspanningen nodig zijn. tussen gemeente en marktpartijen ving Luchtkwaliteit Centraal Instrument gebruikt voor de monitoring.

Dit overzicht wordt in het dan moeten deze consequenties op voorhand goed in Stikstof Monitoring LuchtkwaVoorbeeld monitoring sociale cohesie Aandeel groen liteit (CIMLK) monitoringsplan verder uitgewerkt. beeld zijn en ook zijn afgestemd tussen gemeente en Geluid: De Centrale marktpartijen. Voorziening GeluidDe beschreven kaders moeten nog worden uitgewerkt ingegevens (CVGG) een monitoringsplan. Hierbij kunnen onderdelen op een Stikstof: Aerius calculator specifiek thema heel concreet worden uitgewerkt en ‘eigen’ Algemene verbondenheid met de wijk EnDoor middel van een enquête onder de Sociale cohesie monitoring kennen, zoals parkeren. tree bewoners/ondernemers/gebruikers van Verbondenheid met andere personen in de Entree wijk (vrijwilligerswerk en Onderstaand is eenSociale eersteparticipatie overzicht opgenomen van doelen, indicatoren en welke data zal worden gebruikt verenigingen)

voor de monitoring. Dit overzicht wordt in het monitoringsplan verder uitgewerkt. Stimuleren lokale economie

Realisatie van m2 B.V.O voor de functies: kantoren, bedrijven en maatschappelijk

Doelen

Indicatoren

Vergroten woning-

Programma in diverse fasen SO, VO, DO en aanvraag BOPA (prognose) Databron monitoring

Databron monitoring

Bestaande databron

Aanvullend Entree

Aantal en typen woningen binnen de diver- Woningbouwmonitor

Gemeenteblad 2025 nr.se81458 25 februari 2025 aanbod segmenten

Programma in diverse fasen SO, VO, DO en aanvraag BOPA (prognose) Bij oplevering (voor definitieve toevoeging aan woningvoorraad harde plancapaciteit)

Toekomstbestendige Duurzame mobiliteit leefomgeving

Provinciale data (in en uitstappen OVhaltes) MRDH-verkeersmodel (periodieke updates)

Parkeertellingen van de nieuwe parkeergarages Parkeerdrukmetingen in de wijken om Entree

Gezonde leefomgeving

Geluid Luchtkwaliteit Stikstof Aandeel groen

Aantal keren en locatie toepassing GeluidLuchtkwaliteit: het Centraal Instrument kader Entree Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) Geluid: De Centrale Voorziening Geluidgegevens (CVGG) Stikstof: Aerius calculator

Sociale cohesie

Algemene verbondenheid met de wijk Entree Verbondenheid met andere personen in de wijk Sociale participatie (vrijwilligerswerk en verenigingen)

Doelen Stimuleren lokale economie

Indicatoren Realisatie van m2 B.V.O voor de functies: kantoren, bedrijven en maatschappelijk

Door middel van een enquête onder de bewoners/ondernemers/gebruikers van Entree

Databron monitoring

Databron monitoring Programma in diverse fasen SO, VO, DO en aanvraag BOPA (prognose) Bij oplevering (voor definitieve toevoeging aan harde plancapaciteit)

76

ONTWIKKELVISIE ENTREE

De hierboven beschreven kaders moeten nog worden uitgewerkt in een monitoringsplan. Hierbij kunnen onderdelen op eenr.specifiek thema heel concreet worden uitgewerkt en ‘eigen’ monitoring kennen, zoals Gemeenteblad 2025 81458 25 februari 2025 parkeren.

Omgevingsplan Op grond van de Omgevingswet moet op 1 januari 2032 het gehele grondgebied van de gemeente zijn opgenomen in het Omgevingsplan en moeten de omgevingsplanregels in overeenstemming zijn met de vereisten van de Omgevingswet. Dit betekent dat tussen vaststelling van het Omgevingsprogramma en 1 januari 2032 het Omgevingsprogramma Entree wordt opgenomen in het omgevingsplan. Dit betekent dat de Ontwikkelvisie Entree, de beleidsregels uit het Omgevingsprogramma Entree en het Beeldkwaliteitsplan Entree een doorvertaling krijgen in het Omgevingsplan (voor zover het gaat om regels die toezien op de fysieke leefomgeving). Zolang dit nog niet heeft plaatsgevonden blijft het tijdelijke deel van het Omgevingsplan het juridisch - planologische toetsingskader voor aanvragen omgevingsvergunning. Ter plaatse van het projectgebied betekent dit in essentie dat de bestemmingsplannen ‘Ontwikkeling Boerhaavelaan’, ‘Afrikaweg e.o.’ en ‘Parapluherziening Parkeren en Geluidsgevoelige objecten’ het juridisch- planologisch kader vormen.

77

78

ONTWIKKELVISIE ENTREE

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=ea34092e-5908-437d-a7f1-d09fd79d2db3