CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Dwarstocht 2019 - toelichting

Raadsvergadering 15 maart 2021, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Dwarstocht 201920.050 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

5.10

Vormvrije mer‐beoordeling

Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning planm.e.r.‐plichtig, projectm.e.r.‐plichtig of m.e.r.‐beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG‐richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen:  de kenmerken van de projecten;  de plaats van de projecten;  de kenmerken van de potentiële effecten. Onderzoek en conclusie In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject mer‐beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 205 woningen. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.‐beoordeling' noodzakelijk is.

Gelet op de kenmerken van het project (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Dit blijkt ook uit de onderzoeken van de verschillende milieuaspecten zoals deze in de vorige paragrafen zijn opgenomen en de aanmeldnotitie met betrekking tot de m.e.r.‐beoordeling zoals opgenomen in de bijlage 11. Het college heeft op 3 juni 2019 op basis van de aanmeldnotitie een besluit genomen dat geen m.e.r.‐procedure of m.e.r.‐beoordelingsprocedure noodzakelijk is.

Rho adviseurs voor leefruimte

051804B.20171842

57

Hoofdstuk 6

6.1

Juridische vormgeving

Inleidende regels

6.1.1 Begrippen In artikel 1 worden de begrippen die in de regels worden gebruikt omschreven. Sommige begrippen zijn voor meerdere uitleg vatbaar, daarom is het nodig om ze planologisch‐juridisch af te bakenen en te preciseren, ten opzichte van het algemeen spraakgebruik. Zonder definitie zou een begrip tot verwarring kunnen leiden. 6.1.2 Wijze van meten In artikel 2 wordt weergegeven hoe in de regels opgenomen maten voor de bouwhoogte, dakhelling, goothoogte, inhoud, oppervlakte, vloeroppervlakte en ondergeschikte bouwdelen van een bouwwerk moeten worden gemeten.

6.2

Bestemmingsregels

Artikel 3 Groen De bestemming 'Groen' is bedoeld voor groenvoorzieningen, langzaamverkeersroutes, sport‐ en speelvoorzieningen, waterpartijen en waterlopen die van wijkoverstijgend c.q. lokaal belang zijn en die een belangrijke functie in de oriëntatie hebben. Binnen de bestemming 'Groen' is één buurthuis toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'Specifieke vorm van maatschappelijk – buurtcentrum'. Artikel 4 Verkeer ‐ Verblijfsgebied De bestemming 'Verkeer‐Verblijfsgebied' is gelegd op de buurt‐ en erfontsluitingswegen met de daaraan of daarlangs gelegen paden, woonstraten, parkeervoorzieningen, voorzieningen voor het openbaar vervoer, groen‐ en waterelementen. Deze wegen zijn uitsluitend van belang voor het buurtverkeer. Verder zijn binnen de ruime begrenzing van de bestemming ook gebouwde nutsvoorzieningen met een beperkte omvang mogelijk. De buurtbergingen zijn geregeld binnen de specifieke bouwaanduiding – buurtberging. Artikel 5 Water De bestemming 'Water' geldt voor de gronden die zijn aangewezen voor waterberging, en waterhuishouding. Er mogen uitsluitend andere bouwwerken van geringe omvang worden gebouwd. Artikel 6 Woongebied De ontwikkellocaties voor woningbouw in het plangebied hebben de bestemming 'Woongebied'. Op de gronden met deze bestemmingen zijn interne wegen, parkeerplaatsen en groenvoorzieningen, water etc. mogelijk.

De bouwregels van de bestemming 'Woongebied' zijn zo opgezet dat de exacte locatie van de woning niet is vastgelegd en het woningtype naar keuze vrij. Woningen mogen zowel vrijstaand, twee‐aaneen en aaneengebouwd worden gebouwd. Ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' mogen ook woningen in gestapelde vorm worden gebouwd. De buurtbergingen zijn geregeld binnen de specifieke bouwaanduiding – buurtberging.

Rho adviseurs voor leefruimte

051804B.20171842

58

Artikel 7 Leiding ‐ Riool en Artikel 8 Leiding ‐ Water In het plangebied bevindt zich een aantal planologisch relevante leidingen. Het betreft ondergrondse leidingen voor rioolwater en drinkwater. Deze zijn op de plankaart aangeduid met een dubbelbestemming "Leiding ‐ Riool", "Leiding ‐ Water". Indien de betreffende dubbelbestemming samenvalt met andere bestemmingen, geldt dat deze andere bestemmingen ondergeschikt zijn. Bebouwing is slechts via afwijking toegestaan als dit niet ten koste gaat van de belangen van de leidingbeheerder. Voor een aantal genoemde werkzaamheden die een risico zouden kunnen inhouden voor de leiding, geldt het vereiste van een door het bevoegd gezag te verlenen omgevingsvergunning.

6.3

Algemene regels

In de algemene regels zijn aanvullende regels opgenomen. Dit hoofdstuk bevat antidubbeltelregeling, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels en algemene wijzigingsregels. Deze regels zijn opgenomen in de artikelen 9 t/m 12.

6.4

Overgangsrecht en slotregels

In artikel 3.2.1 Bro zijn standaardregels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik. Deze maken onderdeel uit van dit bestemmingsplan. Ook is een strafbepaling opgenomen voor overtreding van de gebruiksbepalingen. Deze regels zijn opgenomen in artikel 13 en 14. In artikel 15 is de slotregel opgenomen.

Rho adviseurs voor leefruimte

051804B.20171842

59

Hoofdstuk 7

7.1

Uitvoerbaarheid

Financiële uitvoerbaarheid

Het plan wordt op particulier initiatief gerealiseerd. De kosten in verband met de realisatie van het plan zijn dan ook voor rekening van de initiatiefnemer. De kosten voor het volgen van de procedure zullen via de gemeentelijke legesverordening aan de ontwikkelaar worden doorberekend. Het bouwproject wordt gefinancierd uit eigen middelen van de ontwikkelaar. Op grond van artikel 6:12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1. van het Besluit ruimtelijke ordening zijn plannen aangewezen waarvoor een dergelijk exploitatieplan moet worden opgesteld. Voor dit plan dient een exploitatieplan te worden vastgesteld. Artikel 6:12, lid 2 geeft aan dat de gemeenteraad kan besluiten géén exploitatieplan vast te stellen indien: 1. het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; 2. het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; en 3. het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is.

In onderhavige situatie wordt voldaan aan bovenstaande voorwaarden, omdat het kostenverhaal van het project anderszins verzekerd is, doordat een (anterieure) (koop)overeenkomst wordt gesloten waarbij in de verkoopprijs de door de gemeente gemaakte kosten worden verdisconteerd, zonodig aangevuld met een bijdrage voor die kosten voor zover deze niet worden gedekt uit de verkoopprijs, terwijl voorts geen locatie‐ en faseringseisen hoeven te worden gesteld.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Participatie 19 juni 2018 is er een bijeenkomst georganiseerd voor de omwonenden. Op deze bijeenkomst (ca. 200 mensen) waren zowel mensen uit Waterzicht als geïnteresseerden voor de nieuwe ontwikkeling aanwezig. Op deze inloopavond is de mogelijkheid gegeven om via post‐its opmerkingen achter te laten. 7 juli 2018 is tijdens een infomarkt het concept van het plan toegelicht (ca. 350 bezoekers). Als vervolg daarop is 22 september een klantenpanel (ca. 50 bezoekers) gehouden. Op 9 mei 2019 is een tweede bijeenkomst voor omwonenden gehouden. Hier is terugkoppeling gegeven over de wijze waarop met de inbreng van de bezoekers van de participatiebijeenkomst is omgegaan en hoe deze in de plannen is verwerkt. Overleg ex artikel 3.1.1 Bro In het kader van het wettelijke vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro is het bestemmingsplan naar de benodigde overlegpartners gestuurd.

Rho adviseurs voor leefruimte

051804B.20171842

60

Er zijn 6 reacties ontvangen. Deze worden hieronder kort samengevat en voorzien van een reactie. Waar dat nodig is wordt aangegeven of daardoor het bestemmingsplan is aangepast. 1. Dunea Dunea geeft in haar reactie aan dat in het plangebied een belangrijke drinkwatertransportleiding van Dunea ligt. Voorts geven zij aan dat deze adequaat is opgenomen over de verbeelding en in de regels middels de dubbelbestemming 'Leiding ‐ water'. Reactie: Deze reactie is ter kennisgeving aangenomen. 2. Gasunie Op grond van haar toetsing komt de Gasunie tot de conclusie dat het plangebied buiten de 1% letaliteitgrens van de dichts bij gelegen leiding valt. Daarmee staat volgens de Gasunie vast dat deze leiding geen invloed heeft op de verdere planontwikkeling. Reactie: Deze reactie is ter kennisgeving aangenomen. 3. Hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard Het hoogheemraadschap constateert geen nadelige invloed van het plan op het watersysteem. Er zijn in het gebied geen bijzondere waterhuishoudkundige belangen. Het hoogheemraadschap heeft daarom geen bezwaar tegen de vaststelling van het bestemmingsplan.

Voorts merkt het hoogheemraadschap op dat het bestemmingsplan een aantal wijzigingen mogelijk maakt welke belangrijk zijn voor het Hoogheemraadschap, zoals het aanleggen van verhard oppervlak, het graven van objecten in de beschermingszone van de hoofdwatergang en het graven van (compensatie) water. Voor deze werkzaamheden dient een vergunnning te worden aangevraagd en gemeld te worden bij het hoogheemraadschap. Als laatste verzoekt het hoogheemraadschap op de hoogte gehouden te worden bij de verdere uitwerking van het plan. Reactie: Deze reactie is ter kennisgeving aangenomen. 4. Provincie Zuid Holland De provincie geeft aan dat zij het plan heeft beoordeelt aan de hand van het Omgevingsbeleid, bestaande uit de Omgevingsvisie Zuid‐Holland, het Programma ruimte en de Omgevingsverordening Zuid‐Holland. In de visie, het Programma ruimte en de verordening zijn beleid respectievelijk regels opgenomen voor de borging en bescherming van provinciale ruimtelijke belangen. Na de beoordeling geeft de provincie aan dat er onvoldoende rekening is gehouden met de strategie woon‐werkbalans. Zij geven aan dat er eerder is gesproken over (onder andere) onderhavige transformatie van Werken naar Wonen. Een afspraak daarbij was om in dit plan ook de gemeentelijke visie op te nemen hoe Wonen en Werken in balans worden gehouden.

In het plan wordt nu aangegeven dat er een strategie wordt ontwikkeld op de woon‐werkbalans. De provincie geeft aan dat zij graag zien dat deze visie onderdeel kan worden van dit bestemmingsplan en vragen daarom contact op te nemen over de voortgang van de visie in relatie tot dit plan, alsmede over de uitgangspunten die hierin worden gehanteerd.

Rho adviseurs voor leefruimte

051804B.20171842

61

Reactie: Op 22 januari 2019 is de transformatie van Dwarstocht/Nutrihage bestuurlijk met de provincie Zuid‐Holland besproken. Vanuit de provincie is aangegeven dat woningbouw op de betreffende locaties akkoord is, mits naast de regionale afstemming de gemeente zorgt voor goede balans van wonen en werken voor nu en in de toekomst. Hoe deze balans vorm krijgt moet opgenomen worden in de bestemmingsplannen Dwarstocht en Nutrihage. Afgesproken is dat dit in het raadsbesluit en de toelichting van het bestemmingsplan wordt opgenomen dat er een goede balans moet zijn tussen wonen en werken en dat er voldoende bedrijventerreinen beschikbaar blijven. De stedelijke groei is een integrale opgave en vraagt om meer dan alleen woningbouw. Het is van belang dat er voldoende bedrijventerrein en werkgelegenheid beschikbaar is en blijft binnen de gemeente en uiteindelijk de regio. De gemeente Zoetermeer onderschrijft dit. Ze is daarom actief met het vormgeven van een strategie werklocaties om op die balans te kunnen sturen, zowel in kwantitatieve (voldoende) als in kwalitatieve (type) zin. Focus daarbij ligt op behoud van een evenredige ontwikkeling van werkgelegenheid met voldoende bedrijventerreinen en woningbouw op stadsniveau. Dat betekent het handhaven van de huidige verhouding tussen het aantal arbeidsplaatsen en aantal woningen in de stad 1:1.

Tegelijkertijd werkt de gemeente aan een omgevingsvisie gebaseerd op een toekomstperspectief voor de stad, gericht op sociale, economische en ruimtelijke ontwikkeling. De strategie werklocaties zal in samenhang en afstemming met de visie op de stad verder vorm worden gegeven. 5. TenneT Binnen de grenzen van dit plan heeft TenneT (na een eerste beoordeling) noch bovengrondse‐, noch ondergrondse hoogspanningsverbindingen in beheer. TenneT heeft dan ook geen opmerkingen op het toegestuurde bestemmingsplan. Reactie: Deze reactie is ter kennisgeving aangenomen. 6. Veiligheidsregio Haaglanden De VRH hanteert bij toetsing voor bestemmingsplannen de 'notitie 'Advisering EV – Veiligheidsregio Haaglanden ‐ invulling van de adviesrol bij ruimtelijke plannen', versie 2.0 van 16 februari 2018. In deze notitie is de werkwijze van de VRH voor de ontwikkeling die in het kader van externe veiligheid door VRH van een specifiek advies worden voorzien. Deze notitie is afgestemd met de gemeenten. De VRH geeft aan dat zij voor het bestemmingsplan Dwarstocht ook de notitie aanhouden, ondanks dat het grote aantal woningen buiten de scope van de notitie valt. De reden hiervoor is de geringe hoeveelheid transporten van gevaarlijke stoffen over de Oostweg grenzend aan het plangebied. Over de Oostweg vind transport van gevaarlijke stoffen van de Rijksweg 12 naar de Wattstraat plaats.

De VRH classificeert deze weg als risicobron. Het plangebied ligt gedeeltelijk binnen de 45 meter van het invloedsgebied van deze weg. Daarbij wordt geconcludeerd dat in het kader van externe veiligheid de ontwikkeling niet zal zorgen voor een significante toe‐ of afname van het huidige risico. Bij de verdere uitwerking van het plangebied is het belangrijk dat er specifiek wordt gekeken naar de brandveiligheid. Hiervoor kunnen extra maatregelen nodig zijn. In dit kader kan gebruik worden gemaakt van in de notitie Transport van gevaarlijke stoffen – brandbare vloeistoffen opgenomen maatregelen. Bij de toetsing op brandveiligheid dient in ieder geval aandacht besteed te worden aan de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen. De bereikbaarheid van het plangebied voor de hulpdiensten dient goed te zijn. De wegen in de nieuw te bouwen wijk Dwarstocht zijn te smal. De omgeving van de woonwijk is goed bereikbaar, gezien de toekomstige ontwikkelingen dient dit ook in de nieuw te bouwen woonwijk gewaarborgd te zijn. De bluswatervoorziening is op dit moment onvoldoende. De opgenomen twee vijvers zijn onvoldoende om het nieuw te bouwen woongebied te dekken.

Rho adviseurs voor leefruimte

051804B.20171842

62

Reactie: Deze reactie is ter kennisgeving aangenomen. Voor de verdere uitwerking van de plannen zal afstemming gezocht worden met de VHR. Er zullen (aanvullende) afspraken worden gemaakt voor de bereikbaarheid voor hulpdiensten en beschikbaarheid van voldoende bluswatervoorzieningen. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan met de daarbij behorende stukken heeft met ingang van 2 oktober 2020 gedurende een periode van 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode was het voor een ieder mogelijk om mondeling of schriftelijk een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan te geven. Eerder had het college van burgemeester en wethouder besloten voor dit project de gemeentelijke coördinatieregeling ex artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing te verklaren. Er zijn 22 zienswijzen ingediend. Uit de inhoud van de zienswijzen blijkt dat enkele punten van de zienswijzen specifiek betrekking hebben op de ontwerp omgevingsvergunningen. Voor de beantwoording van de zienswijzen wordt verwezen naar Nota beantwoording zienswijzen, zie bijlage 12.

Rho adviseurs voor leefruimte

051804B.20171842

63

Hoofdstuk 8

Handhaving

Gemeentelijke handhavingsbeleid is gebaseerd op een prioritering. Daarbij zijn weegfactoren benoemd op basis waarvan de onderwerpen die het belangrijkst worden gevonden, het zwaarst worden gewogen. Fysieke veiligheid geldt als belangrijkste weegfactor. Natuur en duurzaamheid is de minst zware weegfactor. Vervolgens zijn voor de handhaving per taakveld bouwen, milieu en openbare ruimte prioriteiten gesteld. De handhaving van bestemmingsplannen valt onder het taakveld bouwen. Bij elk taakveld is een rangschikking ontstaan van zeer grote risico's naar zaken die nauwelijks risico's in zich herbergen. De prioritering wordt vervolgens in jaarlijkse handhavingsuitvoeringsprogramma's vertaald naar aandachtsgebieden, bijvoorbeeld extra aandacht voor illegale dakopbouwen, dakkapellen of illegaal gebruik. Handhaving kan plaatsvinden via de publiekrechtelijke, privaatrechtelijke en strafrechtelijke weg. Het college van Burgemeester en Wethouders is bevoegd om met bestuursrechtelijke sancties op te treden tegen overtredingen van regels van bestemmingsplannen. De bestuursrechtelijke sancties bestaan uit de bestuursdwang en het opleggen van last onder dwangsom. Door middel van het privaatrecht kan de gemeente op indirecte wijze het bestemmingsplan handhaven. Dat kan door gebruikmaking van haar bevoegdheden als eigenaar of van contractuele bevoegdheden.

De strafrechtelijke vervolging is afhankelijk van het Openbaar Ministerie. Overtredingen op grond van bestemmingsplanregels vallen onder de Wet op de economische delicten. Strafrechtelijk optreden is gewenst bij overtredingen waarvan de gevolgen niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden. De Wet op de economisch delicten biedt verder de mogelijkheid bij het opleggen van de straf rekening te houden met het economisch voordeel dat de overtreder heeft behaald. Ook biedt de wet de mogelijkheid de verplichting op te leggen om op eigen kosten de gevolgen van het delict goed te maken.

Rho adviseurs voor leefruimte

051804B.20171842

64

Rho adviseurs voor leefruimte

051804B.20171842

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=d392cb5c-ee55-4ec9-baec-c956a089f7d6