Bijlage 1 - Dwarstocht 2019 - toelichting
Tekst van het document
Zoetermeer Dwarstocht 2019 BESTEMMINGSPLAN
Dwarstocht 2019 Zoetermeer
bestemmingsplan
identificatie
planstatus
identificatiecode:
datum:
status:
NL.IMRO.0637.BP00086‐0003
2 mei 2019 28 mei 2019 10 september 2020
concept voorontwerp ontwerp vastgesteld
projectnummer:
051804B.20171842 opdrachtleider:
R.A. Sips
© Rho Adviseurs bv Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
3
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
Inleiding
9
1.1
Ligging en begrenzing plangebied
9
1.2
Aanleiding en doel
9
1.3
Vigerende bestemmingsplan
10
Hoofdstuk 2
Beleidskader
11
2.1
Conclusie
11
2.2
Rijksbeleid
11
2.3
Provinciaal beleid
12
2.4
Regionaal beleid
17
2.5
Gemeentelijk beleid
19
Hoofdstuk 3
Bestaande situatie
25
3.1
Ontstaansgeschiedenis
25
3.2
Archeologische waarden
26
3.3
Ruimtelijke en functionele analyse plangebied
27
3.4
Verkeer en vervoer
28
Hoofdstuk 4
Beschrijving plan
31
4.1
Inleiding
31
4.2
Planopzet
31
4.3
Verkeer en vervoer
33
4.4
Beschrijving behoefte
33
Hoofdstuk 5
Milieu en leefkwaliteit
37
5.1
Bodemkwaliteit
37
5.2
Verkeer en parkeren
39
5.3
Geluid
40
5.4
Bedrijven en milieuzonering
44
5.5
Luchtkwaliteit
47
5.6
Externe veiligheid
48
5.7
Kabels en leidingen
50
5.8
Water
50
5.9
Ecologie
53
5.10
Vormvrije mer‐beoordeling
56
Hoofdstuk 6
Juridische vormgeving
57
6.1
Inleidende regels
57
6.2
Bestemmingsregels
57
6.3
Algemene regels
58
Rho adviseurs voor leefruimte
051804B.20171842
4
6.4
Overgangsrecht en slotregels
58
Hoofdstuk 7
Uitvoerbaarheid
59
7.1
Financiële uitvoerbaarheid
59
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
59
Hoofdstuk 8
Handhaving
63
Bijlagen toelichting
65
Bijlage 1
Verkennend (asbest) bodemonderzoek
67
Bijlage 2
Nader en aanvullend bodemonderzoek
Bijlage 3
Mobiliteitstoets
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek
Bijlage 5
Akoestisch onderzoek variantenbeoordeling industrielawaai
Bijlage 6
Besluit hogere waarden Dwarstocht
Bijlage 7
Aerius gebruiksfase
Bijlage 8
Aerius aanlegfase
Bijlage 9
Memo stikstofberekening
Bijlage 10
Quickscan flora‐ en fauna
Bijlage 11
Aanmeldnotitie mer‐beoordeling
Bijlage 12
Nota beantwoording zienswijzen
Rho adviseurs voor leefruimte
051804B.20171842
5
Regels Hoofdstuk 1
Inleidende regels
93
Artikel 1
Begrippen
93
Artikel 2
Wijze van meten
97
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
99
Artikel 3
Groen
99
Artikel 4
Verkeer ‐ Verblijfsgebied
101
Artikel 5
Water
102
Artikel 6
Woongebied
103
Artikel 7
Leiding ‐ Riool
105
Artikel 8
Leiding ‐ Water
107
Hoofdstuk 3
Algemene regels
109
Artikel 9
Anti‐dubbeltelregel
109
Artikel 10
Algemene bouwregels
110
Artikel 11
Algemene afwijkingsregels
111
Artikel 12
Overige regels
112
Hoofdstuk 4
Overgangs‐ en slotregels
113
Artikel 13
Overgangsrecht bouwwerken
113
Artikel 14
Overgangsrecht gebruik
114
Artikel 15
Slotregel
115
Rho adviseurs voor leefruimte
051804B.20171842
6
Rho adviseurs voor leefruimte
051804B.20171842
Toelichting
8
Rho adviseurs voor leefruimte
051804B.20171842
9
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Ligging en begrenzing plangebied
De Dwarstocht locatie ligt in het oosten van Zoetermeer (zie figuur 1.1) , ten noorden van de A12 en nabij de afslag Zoetermeer. Het huidige bedrijventerrein is ontwikkeld vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw en lag vroeger aan de rand van de stad. Door de komst van de woonwijk Oosterheem heeft het terrein een ruimtelijk geografische positieverandering ondergaan. Het ligt nu in de stad. Met de voltooiing van Waterzicht, ten oosten van de Dwarstocht locatie, raakt de Dwarstocht locatie steeds meer ingekapseld door woningbouw. Het bestemmen van de Dwarstocht locatie naar woningbouw ligt dan ook voor de hand.
Figuur 1.1: Plangebied ten opzichte van Zoetermeer.
1.2
Aanleiding en doel
Era Contour B.V. heeft voor de locatie Dwarstocht een 'anders dan anders' concept ontwikkeld. Hier is gekozen voor een bijzonder woonmilieu. Het woonconcept is een kwalitatieve toevoeging voor Zoetermeer en draagt uiteindelijk bij aan de doorstroming op de lokale woningmarkt. Het gaat om een woningbouwproject van 205 woningen. Het vigerende bestemmingsplan 'Dwarstocht', kent aan het gebied een bedrijfsbestemming toe. Om op deze locatie woningbouw mogelijk te maken, is het noodzakelijk dat er een nieuw bestemmingsplan wordt opgesteld.
Rho adviseurs voor leefruimte
051804B.20171842
10
1.3
Vigerende bestemmingsplan
Het bestemmingsplan 'Dwarstocht', dat op 24 juni 2013 is vastgesteld door de gemeenteraad van Zoetermeer en op 9 augustus 2013 onherroepelijk is geworden, is geldend voor het plangebied. Voor het projectgebied geldt de bestemming 'Bedrijf'. Het oprichten van woningen is, gelet op de bedrijfsbestemming, in strijd met het bestemmingsplan.
Figuur 1.2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Dwarstocht'.
Rho adviseurs voor leefruimte
051804B.20171842
11
Hoofdstuk 2
2.1
Beleidskader
Conclusie
In paragraaf 2.2 t/m 2.5 is de ontwikkeling getoetst aan het actuele relevante beleid en is de woningbehoefte beschreven. Hieruit blijkt dat er behoefte is aan woningen in Zoetermeer en dat de beoogde ontwikkeling voldoet aan de beleidsuitgangspunten. Het deel van het plangebied wat een bedrijfsbestemming heeft is niet getoetst, omdat er geen extra mogelijkheden worden gecreëerd en de bestemming ook niet wijzigt ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan.
2.2
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) en Barro In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028): het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk‐economische structuur van Nederland; het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker vooropstaat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. De voorgaande (hoofd)doelstellingen zijn in de structuurvisie vertaald naar de onderstaande nationale belangen. Deze zijn – direct of indirect – ook opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), waarmee zij juridisch doorwerken in bestemmingsplannen. Een excellent en internationaal bereikbaar vestigingsklimaat in de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren. Efficiënt gebruik van de ondergrond. Een robuust hoofdnetwerk van weg, spoor en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen. Het in stand houden van de hoofdnetwerken van weg, spoor en vaarwegen om het functioneren van de netwerken te waarborgen.
Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's. Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling. Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten. Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora‐ en faunasoorten. Zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen. Toetsing Bij woningbouwontwikkeling zijn op de beoogde locatie geen Rijksbelangen in het geding.
Rho adviseurs voor leefruimte
051804B.20171842
12
Besluit ruimtelijke ordening (2012, actualisering 2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt van de (rijks)overheid. Om dit principe te borgen is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6). Hieruit volgt dat alle ruimtelijke besluiten die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, aandacht moeten besteden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Voor binnenstedelijke projecten moet de behoefte in de relevante regio worden beschreven. Voor stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied moet worden gemotiveerd waarom deze niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Stedelijke ontwikkeling Uit de handreiking ladder voor duurzame verstedelijking (bron: Infomil) blijkt dat voor wonen de lijn is, dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Omdat in dit geval meer woningen mogelijk worden gemaakt, wordt geconcludeerd dat sprake is van een stedelijke ontwikkeling.
Bestaand stedelijk gebied In de algemene bepalingen van het Besluit ruimtelijke ordening (1.1.1 lid 1 onder h) is de volgende definitie opgenomen voor bestaand stedelijk gebied: “bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur”. De locatie is onderdeel van het bestaand stedelijk gebied door de ligging midden in Zoetermeer. Het gebied is volledig omsloten door bebouwd gebied. Toetsing De behoefte is in paragraaf 4.4 beschreven.
2.3
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Zuid‐Holland (geconsolideerde versie april 2019) Verstedelijking en wonen De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouw‐ corporaties, in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen, waaronder de doelgroepen van het huurbeleid. Hierbij gaat de voorkeur uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads‐ en dorpsgebied en georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer. De provincie is terughoudend over het toevoegen van nieuwe woningbouwlocaties buiten bestaand stads‐ en dorpsgebied en vraagt om de bodemdalingsgevoeligheid van een gebied expliciet mee te wegen. De provincie heeft de ambitie om alle woningen in Zuid‐Holland in 2035 CO2‐neutraal en vóór 2050 klimaatrobuust ingericht en ingepast te laten zijn. Nieuwe woningen dragen bij aan een aantrekkelijke woon‐ en leefomgeving in Zuid‐Holland. Nieuwe woningen zijn energieneutraal of leveren energie en zijn toegerust op de gevolgen van klimaatverandering (heftige regenbuien, perioden van droogte en hittestress) en bodemdaling. Gemeenten maken in samenspraak met de provincie regionale woonvisies en regionale woningbouwprogramma's waarin bovengenoemde doelstellingen zijn uitgewerkt.
Rho adviseurs voor leefruimte
051804B.20171842
13
Beter benutten mobiliteitsnetwerk In de provinciale omgevingsvisie is het beter benutten van mobiliteitsnetwerk een van de speerpunten in het beleid. Bij programmering van wonen, werken en voorzieningen is één van de keuzefactoren de beschikbaarheid van capaciteit op het mobiliteitsnetwerk. Door te programmeren daar waar capaciteit is zal vraag en aanbod beter op elkaar worden afgestemd. Dit leidt tot optimalere benutting van het netwerk en de OV voertuigen, minder congestie en afvlakking piekgebruik. De grote vervoersstromen in de spitsuren worden ontlast en de beschikbare capaciteit in de tegenrichtingen wordt beter benut. Het gaat daarbij onder meer om woon‐werk verkeer. Toetsing De ontwikkeling past binnen de provinciale Omgevingsvisie. De provincie zet in op nieuwe woningbouw binnen bestaand stads‐ en dorpsgebied en binnen de invloedssfeer van hoogwaardig openbaar vervoer. De druk op de woningmarkt is fors toegenomen. Dit blijkt uit de actuele provinciale woningbehoefteraming en woningmarktverkenning. Er is behoefte aan nieuwe woningen. De locatie ligt binnen fietsafstand van Hoogwaardig openbaar vervoer. Programma ruimte (geconsolideerde versie februari 2019) Het ruimtelijk‐relevante, operationele beleid is opgenomen in het Programma ruimte.
Hierin is aangegeven dat gemeenten en regio's gestimuleerd worden om ruimtelijke ontwikkelingen binnen bestaand stads‐ en dorpsgebied te realiseren. Bij transformatie van terreinen met categorie 3 en hoger alsmede watergebonden bedrijventerreinen dient de gemeente in het bestemmingsplan aan te geven of het, gelet op de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte, noodzakelijk is binnen de regio te voorzien in compensatie van het bedrijventerrein, en zo ja, waar die compensatie zal plaatsvinden. Toetsing Transformatie van bedrijventerrein is beleidsmatig mogelijk. Dit blijkt ook uit de visie Vraaggericht bedrijventerreinenbeleid Zuid‐Holland (Provincie Zuid‐Holland, 2016). Het Programma Ruimte bevat de vraag‐aanbod confrontatie van bedrijventerreinen. Hieruit blijkt een overaanbod en een mismatch in de vraag en de aangeboden bedrijfsruimte. Dit blijkt ook uit actueel onderzoek van de Provincie Zuid‐Holland (zie de toetsing aan de verordening ruimte). De restkavel is niet noodzakelijk voor bedrijvigheid en uit milieuoogpunt niet wenselijk. Omgevingsverordening (geconsolideerde versie april 2019) In samenhang met de structuurvisie en het programma ruimte is de Verordening ruimte opgesteld. De regels in deze verordening zijn bindend en werken door in gemeentelijke bestemmingsplannen. Voor de ontwikkeling van het plangebied is onderstaande van toepassing.
Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads‐ en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte.
Rho adviseurs voor leefruimte
051804B.20171842
14
2.
3.
Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie.
Toetsing Voor de onderbouwing van de behoefte wordt verwezen naar paragraaf 4.4. De ontwikkeling is voorzien op een transformatielocatie binnen bestaand stedelijk gebied. Het betreft onbenutte bedrijfsruimte die transformeert naar een woonfunctie. De woningbouw in Dwarstocht maakt onderdeel uit van het regionale woningbouwprogramma. De woningbehoefte in Dwarstocht is daarmee regionaal afgestemd. Artikel 6.12 Bedrijven 1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een bedrijventerrein laat bedrijven toe uit de hoogst mogelijke milieucategorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten passend bij de omgeving van het bedrijventerrein, waarbij rekening wordt gehouden met toekomstige ontwikkelingen die zijn opgenomen in een onherroepelijk bestemmingsplan of het Programma ruimte. Lid 2 Watergebonden bedrijven en Lid 3 Functiemenging nvt. 2. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een bestaand bedrijventerrein als bedoeld in het eerste lid of het tweede lid en dat gehele of gedeeltelijke transformatie naar een andere bestemming dan bedrijven mogelijk maakt, verantwoordt in de toelichting op welke wijze binnen de regio compensatie van bedrijventerrein zal plaatsvinden. 3. Compensatie als bedoeld in het vierde lid, kan achterwege blijven, indien: a.
het een bestaand niet‐watergebonden bedrijventerrein met ten hoogste milieucategorie 3 en een oppervlakte van minder dan 1 hectare betreft; of b. regionale afstemming heeft plaatsgevonden en hieruit is gebleken dat na transformatie voldoende bedrijventerrein in de regio beschikbaar zal blijven afgezet tegen de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte.
Figuur 2.1: Uitsnede kaart 'Strategie bedrijventerreinen' (Bron: Programma ruimte)
Rho adviseurs voor leefruimte
051804B.20171842
15
Toetsing Het gebied is in het programma ruimte aangemerkt als bedrijventerrein. Transformatie van dit terrein is mogelijk als uit regionale afstemming blijkt dat na transformatie voldoende bedrijventerrein in de regio beschikbaar zal blijven afgezet tegen de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. In dit geval gaat het om een restlocatie grenzend aan een woonwijk. Nieuwe bedrijfsontwikkeling is hier niet gewenst, gelet op de nabijgelegen nieuwe woonwijk. De locatie Dwarstocht is in de jaren '70 ontwikkeld als bedrijventerrein voor zwaardere bedrijvigheid aan de rand van de stad. Met de plannen ten aanzien van Oosterheem was deze bedrijvigheid op deze locatie niet langer wenselijk. In 2001 is daarom een nieuw bestemmingsplan vastgesteld dat enkel lichtere vormen van bedrijvigheid toestaat. Lange tijd is sprake geweest van een reservering voor de uitbreiding van Etam op deze braakliggende gronden. Deze reservering is begin 2014 grotendeels komen te vervallen door een vaststellingsovereenkomst met Etam. Het terrein is daardoor beschikbaar voor herontwikkeling met woningbouw. Dit sluit goed aan bij de ontwikkelingen ten aanzien van Oosterheem. Met het in 2016 genomen voorbereidingsbesluit is hier verder invulling aan gegeven. Dwarstocht is aangemerkt als een van de locaties die mogelijk leidt tot een vervangingsvraag.
Uit het Programma ruimte en het onderzoek behoefteraming bedrijventerreinen, regiorapportage MRDH (Metropoolregio Rotterdam Den Haag) blijkt echter dat er voldoende ruimte is gereserveerd om in de vraag te kunnen voorzien. Uit de Behoefteraming bedrijventerreinen, regiorapportage MRDH (Provincie Zuid‐Holland, juni 2017) blijkt dat in de MRDH meer aanbod dan vraag is aan bedrijventerrein. De uitbreidingsvraag is ongeveer 360 ha tot 2030 en 500 tot 2035. In harde bestemmingsplannen en direct uitgeefbare kavels is er nu ongeveer 540 ha netto beschikbaar in de MRDH.
Op 22 november 2018 heeft MRDH een positief advies gegeven op de transformatie van het bedrijventerrein Dwarstocht. Na de transformatie blijft er voldoende van dit type bedrijventerrein in het lokale verzorgingsgebied beschikbaar, afgezet tegen de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Verder adviseert de MRDH dat compensatie in dit geval niet nodig is.
Rho adviseurs voor leefruimte
051804B.20171842
16
De provincie Zuid‐Holland streeft naar voldoende bedrijventerreinen per marktregio, zeker op plekken waar de druk hoog is door woningbouw. Daarom vraagt de provincie compensatie bij het verkleuren en transformeren van bedrijventerreinen waar een tekort aan is. Door de ontwikkeling op Dwarstocht en Nutrihage ontstaat er minder grond die beschikbaar is voor bedrijven. De gemeente Zoetermeer heeft regionale afstemming met de MRDH bereikt over Nutrihage en Dwarstocht, waaruit blijkt dat er voldoende terreinen in Zoetermeer en de regio overblijven. Gezien de combinatie van de regionale afstemming met de MRDH, de positieve vooroverlegreactie van de provincie op het bestemmingsplan 'uitbreiding dorp' en de afspraken die in het bestuurlijk overleg van 22 januari 2019 zijn gemaakt tussen provincie en de gemeente Zoetermeer kan transformatie doorgaan zonder directe planologische compensatie. Wel zal de gemeente Zoetermeer aantonen dat door de groei van de stad (meer woningen) voldoende werkgelegenheid beschikbaar blijft en dat bedrijven kunnen groeien. De gemeente is daarom actief met het vormgeven van een strategie werklocaties om op die balans te kunnen sturen, zowel in kwantitatieve (voldoende) als in kwalitatieve (type) zin. Focus ligt daarbij op het behoud van een evenredige ontwikkeling van werkgelegenheid met voldoende bedrijventerreinen en woningbouw op stadsniveau.
Dat betekent het handhaven van de huidige verhouding tussen het aantal arbeidsplaatsen en aantal woningen in de stad 1:1. Tegelijkertijd werkt de gemeente aan een omgevingsvisie gebaseerd op een toekomstperspectief voor de stad, gericht op sociale, economische en ruimtelijke ontwikkeling. De strategie werklocaties zal in samenhang en afstemming met de visie op de stad verder vorm worden gegeven. Conclusie Transformatie van deze restlocatie is gewenst gelet op de grote woningbehoefte. Compensatie van bedrijventerrein is niet noodzakelijk. Gezien de ligging tussen woonwijken en de omvang van de kavel is deze locatie niet geschikt als multimodale locatie voor grote logistiek en hogere milieucategorieën. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b.
als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; c. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid. Lid 2 t/m 7 Niet van toepassing.
Rho adviseurs voor leefruimte
051804B.20171842
17
Toetsing Relevante richtpunten voor deze locatie in de stad zijn: Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van de stad. Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen‐ en waterstructuur. Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads‐ en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand (zie stads‐ en dorpsranden). Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. Bij bedrijventerreinen krijgt de beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en de samenhang met de omgeving extra aandacht. Gelet op het karakter van de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied kan in dit geval worden gesproken van inpassen. Het ontwerp gaat uit van een zorgvuldige overgang tussen woon‐ en werkgebied. De ontwikkeling past binnen de richtpunten van de kwaliteitskaart 'laag van de stedelijke occupatie'.
2.4
Regionaal beleid
Regionaal afgestemd woningbouwprogramma 2013‐2020 (2013) Uit het rapport 'Actueel en realiseerbaar woningbouwprogramma Haaglanden, Herijking RSP 2009‐2020 Kwantitatief en kwantitatief woningbouwprogramma' (2014) blijkt dat: er in deze regio fors minder wordt gebouwd dan de kwantitatieve behoefte in de regio; kleinschalige ontwikkelingen (maximaal 50 woningen) die een inpassing in bestaand stedelijk gebied betreffen door de regio bij voorbaat al worden gezien als welkome aanvulling; door middel van herstructurering meer differentiatie moet worden aangebracht zodat de eenzijdigheid van wijken wordt doorbroken. Toetsing Het regionale woningbouwprogramma wordt jaarlijks geactualiseerd. In mei 2019 heeft de provincie aangegeven akkoord te zijn met de actualisatie van 2018. Woonvisie woningmarktregio Haaglanden 2017 – 2021 (2016) Voldoende betaalbare woningen, duurzaam bouwen in de regio, en prettige en leefbare woonwijken. Dat zijn enkele van de concrete ambities van de nieuwe woonvisie Woningmarktregio Haaglanden. Sinds 2014 herstelt de woningmarkt zich, en de druk in de Randstad neemt weer toe. De visie speelt hier op in en kijkt naar de toekomst. De concrete ambities en maatregelen zijn gericht voor de korte termijn: de periode 2017 tot en met 2021.
Concrete ambities In de woonvisie Woningmarktregio Haaglanden staan vijf belangrijke ambities: Het opstellen van een regionaal woningbouwprogramma. Regionaal voldoende betaalbare woningen aanbieden. Duurzaam bouwen en renoveren in Haaglanden. De regio levensloopgeschikt maken. Werken aan leefbare en prettige woonwijken. Verwachte woningbehoefte De gemeenten streven ernaar om aan de verwachte behoefte van ruim 50.000 nieuwe woningen in 2025 te voldoen. Daarbij zal uiteraard nieuwbouw plaatsvinden, maar ze kijken ook naar de mogelijkheden die leegstaande kantoren en bedrijventerreinen bieden voor nieuwe woningen. De focus ligt meer op woonvormen voor jonge, oudere en kleinere huishoudens, omdat in deze groep de vraag toeneemt. Ook spelen de gemeenten in op de behoefte aan betaalbare, sociale huurwoningen.
Rho adviseurs voor leefruimte
051804B.20171842
18
Werken aan leefbare en prettige woonwijken De preventieve aanpak is gestoeld op het principe: ‘voorkomen is beter dan herstructureren’. Oftewel door te voorkomen dat wijken zich tot de probleemwijken van de toekomst ontwikkelen, is het mogelijk om dure en grootschalige herstructurering te vermijden. Meer zelfbeheer voor bewoners (waar dat kan), verduurzaming als financiële motor van woningrenovaties, kleinschalige sloop/nieuwbouw en een sluitende aanpak ten aanzien van leefbaarheid (kwetsbare bewoners en probleemgroepen) gelden bij deze preventieve aanpak als belangrijkste speerpunten. Toetsing Beoogde ontwikkeling zet extra in op sociale cohesie en het creëren van een leefbare en prettige woonwijk. Het plan bestaat uit groepjes van woningen die door hun ligging woonveldjes vormen. Elk groepje woningen omsluit een hof en is afzonderlijk te ontwerpen, waardoor er ook kansen kunnen ontstaan voor specifieke doelgroepen, deze kunnen namelijk worden ingericht naar de behoeftes van de verschillende doelgroepen. Beleid Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard Het beleid van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (verder HHSK) is vastgelegd in het waterbeheerplan HHSK 2016‐2021, de Keur van Schieland en de Krimpenerwaard, peilbesluiten en de leggers. De klimaatverandering leidt tot afwisseling van langdurige droogte en hevige neerslag.
Dit draagt bij aan wateroverlast, veiligheidsrisico's door uitdrogende kades en dijken en afname van zoet water. Door een toename van het verhard oppervlak in bebouwd gebied kan regenwater minder gemakkelijk doordringen in de bodem. Versnelde afvoer van overtollig regenwater kan elders wateroverlast veroorzaken. En in tijden van droogte kan zout zeewater verder stroomopwaarts doordringen, waardoor het inlaten van relatief zoet water uit de rivier steeds lastiger wordt. Daarnaast veroorzaakt de opwarming van het klimaat problemen met de waterkwaliteit en leidt zeespiegelstijging tot strengere eisen aan de sterkte van de waterkeringen. Deze ontwikkelingen vragen om robuustere, klimaatbestendigere watersystemen. Ontwikkelingen gaan vaak gepaard met een toename van het verharde oppervlak. In het waterbeheerplan is beschreven hoe het HHSK omgaat met het bergen van oppervlaktewater bij een toenemende verharding van het oppervlak. In zijn algemeenheid geldt verder dat voor aanpassingen aan het bestaande waterhuishoudingsysteem bij het HHSK vergunning dient te worden aangevraagd op grond van de Keur. Dit geldt bijvoorbeeld voor de aanleg van overstorten, van de hemelwaterafvoer op het oppervlaktewater, het dempen en graven van water en het aanbrengen van verhard oppervlak. De Keur maakt het mogelijk dat het HHSK zijn taken als waterkwaliteits‐ en kwantiteitsbeheerder kan uitvoeren.
Toetsing In de paragraaf 5.8 wordt verder ingegaan op welke wijze in dit plan rekening is gehouden met het aspect water. De conclusie is dat dit plan geen nadelige gevolgen heeft voor het behouden en het versterken van een duurzaam watersysteem. Waterplan Zoetermeer (2002) Het HHSK heeft in samenwerking met de gemeente Zoetermeer, het Hoogheemraadschap van Rijnland en het Waterschap Wilck en Wiericke het Waterplan Zoetermeer opgesteld dat in februari 2002 door de raad is vastgesteld. Toetsing Het plan wordt in paragraaf 5.8 van deze plantoelichting nader toegelicht.
Rho adviseurs voor leefruimte
051804B.20171842
19
Nota bodembeheer Midden‐Holland en Zoetermeer (2016) In de Nota Bodembeheer zijn milieuhygiënische eisen opgenomen voor het nuttig hergebruik van grond en bagger. Uitgangspunten hierbij zijn de karakterisering van de regio en de opgaven waar de regio voor staat: als gevolg van bodemdaling is veel grond benodigd ten behoeve van ophogingen, terwijl er weinig gebiedseigen grond beschikbaar is. De Nota voorziet erin om grond zo optimaal mogelijk her te gebruiken in nuttige toepassingen; voor een goede afwatering is er veel oppervlaktewater, dat op diepte wordt gehouden door te baggeren. Hierbij komt veel bagger vrij. De Nota voorziet erin om zo veel mogelijk bagger te kunnen hergebruiken zonder dat er risico's ontstaan. Voor grond wordt aangesloten bij de functie: in woonwijken moet toe te passen grond voldoen aan de Klasse Wonen, op bedrijfsterreinen aan Klasse Industrie en in het landelijk gebied mag alleen grond worden toegepast die voldoet aan de Klasse Landbouw/Natuur. Het maakt hierbij niet uit of de grond van binnen of buiten de regio afkomstig is. Wel is van belang dat de toepassing nuttig is. Bewijsmiddel voor de kwaliteit van vrijkomende grond is een partijkeuring of een bodemkwaliteitskaart. Toetsing Op dit aspect is ingegaan in paragraaf 5.1
2.5
Gemeentelijk beleid
Verkenningennota Structuurvisie 2030 (2011) De Verkenningennota omvat een aantal thematische verkenningen en wensbeelden die voortbouwen op de opgaven uit de Stadsvisie 2030 en draagt tevens een aantal nieuwe beleidsideeën aan die als onderzoeksvragen in de Omgevingsvisie worden meegenomen. Het plangebied maakt in de nota deels onderdeel uit van de hoogdynamische A12‐zone en deels van laagdynamisch woongebied. In het wensbeeld economie is het gebied aangemerkt als bestaand bedrijventerrein. Toetsing Met het bestemmingsplan wordt invulling gegeven aan intensief ruimtegebruik en een zorgvuldige overgang tussen woon‐ en werkgebied. Het plan voorziet in 205 woningen. Woonvisie (2015) De Woonvisie vormt een basis voor verschillende uitvoeringsplannen van de gemeente op het gebied van wonen. Om de woonkwaliteit van de stad te koesteren, uit te bouwen en kwaliteit toe te voegen zijn in totaal zes ambities voor het wonen in Zoetermeer benoemd. Het betreft de volgende: Duurzaam bouwen en renoveren; Betaalbare woningen voor iedereen aanbieden; Extra jongerenwoningen toevoegen en woonruimte voor studenten; Zoetermeer levensloopbestendig maken; Prettige en gewilde woonwijken in stand houden en realiseren; Consumentgericht bouwen. Toetsing In dit bestemmingsplan wordt voorzien in nieuwe woningen.
Het woningbouwprogramma is afgestemd op de behoefte (zie paragraaf 4.4) en past binnen de algemene kaders van de Woonvisie.
Rho adviseurs voor leefruimte
051804B.20171842
20
Hoogbouwvisie (2004) Hoogbouw is kenmerkend, beeldbepalend en beeldvormend in de stad. Hoogbouw is dominant in het stadsbeeld aanwezig en bepaalt als zodanig het silhouet van de stad. Het kan zowel de ruimtelijke structuur als de economische structuur van de stad verbeteren. Hoogbouw is echter niet op alle plaatsen een wenselijke ontwikkeling. De Hoogbouwvisie omvat een hoogbouwmodel in de vorm van een zoneringsplan, geen locatieonderzoek, waarin zones zijn aangegeven waar ontwikkeling van hoogbouw in de toekomst in principe mogelijk, gewenst of niet gewenst is. In het hoogbouwmodel worden tevens knooppunten en assen benoemd die zich lenen voor accentuering met hoogbouw. In de nota wordt bebouwing vanaf 30 m beschouwd als hoogbouw. Toetsing Op kaart XV van de Hoogbouwvisie is het plangebied aangeduid als 'suburbane zone: accent op laagbouw'. Binnen deze stedelijke zone ligt de nadruk op het rustige, suburbaan wonen. Waterplan Zoetermeer (2002) Het Waterplan Zoetermeer is opgesteld door de gemeente Zoetermeer, het indertijd nog bestaande waterschap Wilck en Wiericke, dat inmiddels deel uitmaakt van het Hoogheemraadschap van Rijnland en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. De doelstelling van het Waterplan Zoetermeer is het behouden en versterken van een duurzaam watersysteem. Kortom een watersysteem dat betrouwbaar, levend en boeiend is.
Om ook in de toekomst een veilig en goed functionerend watersysteem in Zoetermeer te behouden, moet er meer ruimte voor water worden gerealiseerd. In het stedelijk gebied wordt daarnaast ingezet op het vertragen van piekafvoeren, onder meer door het toepassen van open verharding of het realiseren van vegetatiedaken. In het Waterplan Zoetermeer is tevens aangegeven dat er gestreefd wordt naar een hoge belevingswaarde van het water. Hiermee wordt water bedoeld dat er aantrekkelijk uitziet, goed zichtbaar is, niet stinkt en past in de stedelijke omgeving. Water biedt aantrekkelijke recreatiemogelijkheden en zorgt voor afwisseling in het landschap. Door variatie van de oevers kan de belevingswaarde van het water vergroot worden. Toetsing In de paragraaf 5.8 wordt verder ingegaan op welke wijze in dit plan rekening is gehouden met het aspect water. De conclusie is dat dit plan geen nadelige gevolgen heeft voor het behouden en het versterken van een duurzaam watersysteem. Nota Duurzaam Bouwen (2009) De Nota Duurzaam Bouwen besteedt aandacht aan nieuwbouw, bestaande bouw en gemeentelijke gebouwen. Daarnaast wordt specifiek aandacht besteed aan klimaatbeleid, omdat het een speerpunt is binnen het Programma Duurzaam Zoetermeer. In de Nota is bepaald dat voor projecten vanaf 25 woningen of vergelijkbare grootte de ontwikkelaar van het vastgoed een energievisie moet uitwerken.
Daarnaast geldt voor nieuwbouwlocaties met meer dan 1 woning dat GPR‐gebouw wordt toegepast. Voor overige locaties zal voor alle labels van het instrument GPR een ambitieniveau van minimaal 7 worden gehanteerd. Voor 6 locaties die in het programma Duurzaam Zoetermeer waren aangewezen als innovatieve gebieden of projecten (Stadsboerderij Oosterheem, Paltelaan, Denenmarkenlaan, Bleizo, Culturele as en Vlek A Oosterheem) blijven scherpe ambities gelden op energiegebied. Toetsing Dit bestemmingsplan betreft niet een van deze projecten. De uitvoering van de nota Duurzaam Bouwen zal doorgang vinden in het traject van de omgevingsvergunning. Mobiliteitsvisie Zoetermeer 2030 (2017) Zoetermeer wil een aantrekkelijke en uitstekend bereikbare en verkeersveilige stad zijn voor haar inwoners, werknemers en bezoekers. Om dat te kunnen zijn, is er behoefte aan een prettige woon en leefomgeving. Bereikbaarheid en mobiliteit staan niet op zichzelf, maar leveren daar een belangrijke
Rho adviseurs voor leefruimte
051804B.20171842
21
bijdrage aan. Ze zijn onderdeel van het ruimtelijk, economisch en maatschappelijk speelveld. Binnen dat speelveld gaan de ontwikkelingen snel. Zoetermeer wil groeien en aantrekkelijk blijven voor alle bevolkingsgroepen. Toetsing Op het aspect verkeer en vervoer is in paragraaf 5.2 ingegaan. Parkeerbeleid (2012) Op 21 mei 2012 heeft de gemeenteraad de Integrale kaderstellende beleidsnotitie (auto)parkeren Zoetermeer en de Nota Parkeernormen en uitvoeringsregels vastgesteld. Integrale kaderstellende beleidsnotitie (auto)parkeren Zoetermeer Als basis voor het parkeerbeleid in Zoetermeer geldt: 'vraagvolgend' waar dat kan en 'sturend' waar dat moet. Met andere woorden: parkeerplaatsen realiseren op die plaatsen waar daar behoefte aan is én er de mogelijkheden zijn (ruimtelijk en financieel) en sturen op het gebruik van beschikbare parkeerplaatsen waar de vraag naar parkeercapaciteit groter is dan het aanbod en uitbreiding van parkeercapaciteit niet aan de orde is. In deze beleidsnotitie is vastgelegd hoe zal worden omgegaan met parkeervraagstukken in de bestaande stad. Hierbij wordt onderscheid gemaakt naar verschillende gebruikersgroepen zoals bewoners, bezoekers en werknemers. Nota Parkeernormen en uitvoeringsregels In de Nota Parkeernormen en uitvoeringsregels zijn voor uiteenlopende functies en voorzieningen parkeernormen opgenomen.
Bij de parkeernormen is veelal sprake van een bandbreedte en kan per situatie bepaald worden welke norm binnen de bandbreedte het meest geschikt is. De parkeernormen worden toegepast bij nieuwe ontwikkelingen. Het parkeernormenbeleid van de gemeente Zoetermeer is dan ook bedoeld om parkeeroverlast door nieuwe ontwikkelingen te voorkomen. Er zijn echter altijd situaties die enige flexibiliteit vragen in de toepassing van de parkeernormen. Hiertoe bevat de nota uitvoeringsregels welke kunnen worden toegepast. De parkeernormen gelden voor nieuwe ontwikkelingen binnen de gemeente. Indien nader onderbouwd, bestaat de mogelijkheid om af te wijken van de parkeernormen. Bij nieuwe ontwikkelingen geldt dat parkeercapaciteit zoveel mogelijk binnen de ontwikkelkavel (op eigen terrein) moet worden aangelegd. Als dat in alle redelijkheid en billijkheid niet lukt, dan kan gekeken worden of de gemeente binnen de kaders van de overige beleidsuitgangspunten de restvraag aan parkeerplaatsen in het openbare gebied kan realiseren. Bij de toetsing van bouwplannen dient altijd getoetst te worden aan de geldende parkeernormen. Toetsing Op het aspect parkeren is in paragraaf 5.2 ingegaan.
Nota Parkeerbeleid (auto en fiets) Zoetermeer (2019) De actualisatie van het bestaande parkeerbeleid was nodig omdat het parkeerbeleid uit 2012 op een aantal onderdelen niet meer past bij de huidige visie en ambitie van de stad. Het is met name gewenst om het parkeerbeleidskader meer doelgroepgericht en meer gebiedsspecifiek te maken. Differentiatie naar doelgroepen en gebieden biedt de stad meer mogelijkheden voor gericht maatwerk bij het vaststellen van de parkeer eis bij nieuwe ontwikkelingen. Zoetermeer heeft hoge ambities op gebied van bereikbaarheid, leefbaarheid, duurzaamheid en economische vitaliteit. Om invulling te geven aan deze ambities is een actueel beleidskader nodig voor auto‐ en fietsparkeren. Toetsing In paragraaf 4.3 en 5.2 is nader ingegaan op de bereikbaarheid van het plangebied.
Rho adviseurs voor leefruimte
051804B.20171842
22
Nota Parkeernormen en Uitvoeringsregels Zoetermeer (2019) Met deze Nota Parkeernormen en Uitvoeringsregels beschrijft de gemeente Zoetermeer het kader ten aanzien van het aantal te realiseren parkeerplaatsen voor fiets en auto bij nieuwbouw of transformatie. De gemeente Zoetermeer zet in deze Nota Parkeernormen en Uitvoeringsregels in op meer flexibiliteit in de omgang met parkeernormen door meer gebiedsgerichte en meer doelgroepgerichte normen. Deze Nota Parkeernormen en Uitvoeringsregels 2019 vormt een onderdeel van de Beleidsnota Parkeerbeleid 2019. Toetsing In paragraaf 5.2 is nader ingegaan op het aspect parkeren. Met de ontwikkeling wordt voldoende voorzien in de parkeerbehoefte. Actieplan Fiets 2014‐2030 (2014) Bij nieuwe ontwikkelingen moet de fiets en de potentie daarvan als ruimtelijke drager uitdrukkelijk worden meegewogen. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt de bereikbaarheid voor fietsers getoetst aan de netwerkkaart en het gewenste toekomstige netwerk voor zover mogelijk ingevuld. Toetsing Bij het ontwikkelen en ontwerpen van het planconcept was een fietsverbinding één van de randvoorwaarden. Het woongebied wordt aangesloten op het hoofdnetwerk. In Dwarstocht ligt er een kans om Oosterheem middels een fietspad te verbinden met Zoetermeer‐centrum. Dit fietspad komt vanuit Waterzicht op de plek waar nu al een vaste verbinding is.
In de toekomst wordt dit een brug. Welstandsnota (2012) De kwaliteit van onze leefomgeving wordt voor een belangrijk deel bepaald door het uiterlijk van de bouwwerken die daarin aangetroffen kunnen worden. In een langlopend maatschappelijk proces, waarvan het begin al voor 1900 ligt, heeft zich het besef ontwikkeld dat de overheid niet afzijdig mag blijven bij het op peil houden van die leefomgeving. Dit proces heeft geleid tot het welstandstoezicht zoals men dat nu kent. Toetsing Voor het gehele plangebied geldt een luw welstandsbeleid. Het gebied valt onder gebied 13 'kantoor‐ en bedrijventerreinen'. Beoogde ontwikkeling voorziet in woningbouw. Hiermee voldoet het niet meer aan de gestelde criteria voor kantoor‐ en bedrijventerreinen. Echter is het terrein in de huidige situatie al braakliggend. Voor de ontwikkeling worden dus geen toonaangevende gebouwen verwijderd. De beschermde archeologische monumenten in Zoetermeer (2003) In deze rapportage zijn de archeologisch waardevolle gebieden in de gemeente Zoetermeer beschreven en in kaart gebracht. In deze gebieden is het op grond van de Erfgoedverordening Zoetermeer zonder omgevingsvergunning verboden om de bodem dieper dan 50 cm onder de oppervlakte te verstoren. Toetsing Het plangebied behoort niet tot een archeologisch waardevol gebied.
Nota Grondbeleid (2011) De Nota Grondbeleid schetst de uitgangspunten van het grondbeleid van de gemeente Zoetermeer, binnen de kaders van het ruimtelijk en sectoraal beleid. In de Nota staat hoe de gemeente omgaat met grondverwerving, gronduitgifte, kostenverhaal en risicomanagement. Ook staat in de nota hoe ruimtelijk‐fysieke ontwikkelingen financieel worden beheerd. Ten slotte is in de Nota vastgelegd hoe
Rho adviseurs voor leefruimte
051804B.20171842
23
winst uit het Grondbedrijf wordt genomen en op welke manier de gemeente verliesgevende projecten financiert. Toetsing Op het aspect financiële uitvoerbaarheid is ingegaan in paragraaf 7.1 Groenkaart Zoetermeer De Groenkaart heeft een relatie met twee andere beleidsdocumenten. Gelijktijdig met de Groenkaart is ook de Visie Biodiversiteit vastgesteld en in 2011 is het Bomenbeleid vastgesteld door de gemeenteraad. Samen vormen deze documenten als het ware de 'groentrilogie' van Zoetermeer. De Groenkaart zet in op een duurzame, samenhangende recreatieve en ecologische groenstructuur voor de stad, die is verbonden met het regionale netwerk. Dit gebeurt door: gerichte kwaliteitsimpulsen voor de parken; het versterken van de samenhang van de groene ruimte; het verbeteren van de bereikbaarheid en vindbaarheid van de parken; het verhogen van de biodiversiteit. Om deze groene ambitie te realiseren zijn de vier deelambities uitgewerkt: gerichte kwaliteitsimpulsen voor de parken; het versterken van de samenhang van de groene ruimte; het verbeteren van de bereikbaarheid en vindbaarheid van de parken; het verhogen van de biodiversiteit. Toetsing Op de kaart 'wensbeeld verkenningennota' is ten zuiden van het plangebied aangegeven dat de wens van de gemeente is dat de ecologische verbinding versterkt wordt.
Vanuit de Structuurvisie (2011) is te zien dat Dwarstocht grenst aan twee te versterken ecologische verbindingen op stadsniveau; langs de Oostweg en de Franklinstraat. Hier vormt een bloemrijk hooiland biotoop met zeldzame orchideeën een verbindende lijn en biedt kansen om bij te dragen aan een bijen‐, vlinder en libellenlandschap. Het plangebied wordt gekenmerkt door het vele groen en de bestaande groene zoom om het plangebied blijft behouden. het plangebied is een natuurinclusieve steppingstone in het grotere netwerk van Zoetermeer. Er zijn twee doorlopende omgevingsstructuren (bloemrijk hooiland, en Waterzicht) en drie locatiespecifieke biotopen (bos, vrij open landschap en dal). Elke biotoop heeft een eigen ambassadeur‐soort, waar het biotoop op wordt ingericht. Het landschap wordt ingericht voor deze soort, hierbij ontstaat een secundair bereik van andere soorten die ook van deze inrichting profiteren. Deze biotooprelaties zijn van groot belang in de natuurinclusivitiet van het plan. Ook wordt door middel van deze ecosysteemdiensten, ecologie en biodiversiteit in de woonwijk geïntegreerd; mensen hebben hier eindeloos profijt van. Op deze manier draagt de ontwikkeling mee aan de doelstelling van de gemeente de bestaande ecologische verbinding te versterken.
Rho adviseurs voor leefruimte
051804B.20171842
24
Rho adviseurs voor leefruimte
051804B.20171842
25
Hoofdstuk 3
3.1
Bestaande situatie
Ontstaansgeschiedenis
De omgeving van Zoetermeer en Benthuizen maakte rond 4000 jaar voor Christus deel uit van een soort Waddenzee, compleet met kreken en platen. Door een daling van de zeespiegel verminderde de invloed van het zeewater in het gebied. Daardoor werd het water zoet en kwam er veenvorming op gang. Er ontwikkelde zich een meters dik veenpakket. Via een aantal veenstroompjes zoals de Rotte en de Gouwe waterde dit uitgestrekte veengebied af op de grote rivieren. Vanaf de 11e eeuw werden de veengebieden ontgonnen en vanaf de 14e eeuw begon de turfwinning. Op sommige plekken gebeurde dit tot ver beneden de waterspiegel, waardoor grote plassen ontstonden. In de 17e eeuw werd het technisch mogelijk om door middel van windmolens de plassen droog te malen en ontstond het zogenaamde droogmakerijenlandschap. De Binnenwegsche polder, waarin het plangebied is gelegen, is tussen 1701 en 1706 drooggemalen. Later begon men op grote schaal veen af te graven ten behoeve van de brandstofvoorziening van de grote steden. Het hoger gelegen deel ten westen van het plangebied (de Zegwaartseweg) is in feite een restant van het veen dat niet ontgonnen werd omdat hier destijds al bebouwing aanwezig was. Na ontvening van de Binnenwegsche Polder is het gebied in gebruik geweest als landbouwgebied.
Vanaf begin jaren '60 is het gebied bouwrijp gemaakt ten behoeve van de aanleg van de bedrijventerreinen Rokkehage, Hoornerhage en later Zoeterhage (rond 1970) en Dwarstocht. Het bedrijventerrein Dwarstocht maakt onderdeel uit van de Binnenwegse Polder, van origine een polder met een bodem bestaand uit kalkrijke zeeklei waarbij de hoogte varieert van ‐4.3 tot ‐4.7 m NAP. De Polder is een droogmakerij in zuivere vorm, de bodem van een voormalig meer. Maar de Polder verkeert al enige tijd niet meer in oorspronkelijke staat. Aan de rand van de stad zijn bedrijventerreinen en een woonwijk gekomen. Het terrein is ontwikkeld vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw waarbij sprake was van veelal zwaardere bedrijvigheid. Gezien de ligging van andere bedrijventerreinen aan de westzijde (Zoeterhage) en de rand van Zoetermeer aan de oostzijde waren deze typen bedrijven goed mogelijk. Vanaf 2000 is gestart met de ontwikkeling van de nieuwbouwwijk Oosterheem. Met de komst van deze wijk wordt het bedrijventerrein Dwarstocht aan de noord‐ en oostzijde omsloten door woongebied. Als gevolg van deze ontwikkeling is gebleken dat de bedrijven op Dwarstocht qua functie dan wel milieuhinder niet konden worden gehandhaafd. De bestaande bedrijven zijn grotendeels uitgeplaatst, dan wel gesaneerd.
Rho adviseurs voor leefruimte
051804B.20171842
26
3.2
Archeologische waarden
In Zoetermeer kan het archeologisch onderzoek vooral belangrijke informatie opleveren over de periode van de 11e tot en met de 17e eeuw. Uit de periode vóór de 11e eeuw zijn weinig archeologische resten te verwachten. Enerzijds omdat het landschap ontoegankelijk was voor bewoning, anderzijds doordat een groot deel van dit landschap door latere ingrepen van de mens is verdwenen. Voor de periode ná de 17e eeuw kan de archeologie minder bijdragen aan de kennis over Zoetermeer. Deze periode kan namelijk goed worden onderzocht aan de hand van historische bronnen als registers, landkaarten, schilderijen en uiteindelijk ook foto’s. De 18e en 19e eeuw kunnen echter wel interessant zijn in diachroon verband; als bijvoorbeeld de ontwikkeling van een boerenbedrijf vanaf 16e tot aan de 19e eeuw kan worden onderzocht. Op vindplaatsen waarvan zeker is dat ze pas na 1700 zijn ontstaan zal de archeologie dus tot weinig kenniswinst leiden. Op de provinciale waardenkaart van provincie Zuid‐Holland is voor het plangebied een (zeer) lage trefkans opgenomen (zie onderstaande figuur). In het plangebied en directe omgeving zijn geen vindplaatsen bekend. In de gemeentelijke Rapportage 'Archeologisch waardevolle gebieden in Zoetermeer' is het plangebied evenmin aangewezen als archeologisch waardevol gebied.
Figuur 3.1: Provinciale waardenkaart archeologie. Cultuurhistorie Het gemeentelijk beleid is erop gericht om bestaande cultuurhistorische en architectonische kwaliteiten te handhaven en nieuwe toe te voegen. Hierbij zijn vooral de Monumentenwet, de gemeentelijke monumentenverordening en de lijst van gemeentelijke monumenten het kader. In 2006 zijn vijf gebieden in Zoetermeer als beschermd dorpsgezicht aangewezen. Het plangebied behoort hier niet toe. Evenmin is bebouwing in het plangebied aangewezen als gemeentelijk monument.
Rho adviseurs voor leefruimte
051804B.20171842
27
3.3
Ruimtelijke en functionele analyse plangebied
Bedrijventerrein Dwarstocht ligt in het oosten van Zoetermeer, ten noorden van de A12 en nabij de afslag Zoetermeer. Het terrein is ontwikkeld vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw. Bedrijventerrein Dwarstocht lag vroeger aan de rand van de stad maar door de komst van de woonwijk Oosterheem is heeft het terrein een ruimtelijk‐geografische positieverandering ondergaan. Het ligt nu in de stad en de randen van het terrein (met name langs de Oostweg) zijn in toenemende mate 'zichtassen' geworden. Aan de west‐ en zuidzijde van het plangebied liggen meerdere bedrijventerreinen. Terrein voormalig Miss Etam De locatie waar voorheen Miss Etam gevestigd was, bestaat uit een groot bedrijfspand met bijbehorende kantoren die georiënteerd zijn op de Oostweg. Aan de zijde van de Oostweg staan bedrijfsgebonden kantoren bestaande uit drie 'torens'. Aan de achterzijde van het pand is een kantoorruimte van 750 m2 bruto bedrijfsvloeroppervlak. Zuidelijke percelen Dwarstocht De voormalige pallethandel bestond uit één loods waar de werkzaamheden plaats vonden en op het terrein waren de pallets opgeslagen. De werkzaamheden van het bedrijf bestonden uit de handel en reparatie/vervaardiging van pallets. Voor de klant werden pallets verzaagd en pallets die stuk waren werden gerepareerd. Pallets die niet meer bruikbaar waren, werden gerecycled.
Gelet op deze werkzaamheden (vooral het zagen van pallets) kan een pallethandel vergeleken worden met een timmerwerkfabriek. Volgens de VNG‐brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) is een timmerwerkfabriek aan te merken als milieucategorie 3.2 ‐ bedrijf. Hiervoor geldt een richtafstand van 100 meter ten opzichte van een rustige woonwijk. Dit bedrijf is wegbestemd aangezien categorie 3.2 niet passend was bij de toekomstige bestemming van het terrein en de nabijgelegen woonwijk Oosterheem. In de huidige situatie is op de noordzijde van het terrein een distributiecentrum voor de textielhandel gevestigd. De overige percelen aan de zuidzijde van dit bedrijf zijn nog onbebouwd, zie figuur 3.1. De percelen zijn in eigendom van de gemeente.
Rho adviseurs voor leefruimte
051804B.20171842
28
Figuur 3.2: Plangebied in mei 2015 Functies in directe omgeving De Dwarstocht locatie is gelegen aan de Oostweg tegenover het bedrijventerrein Zoeterhage met een maximale bedrijfscategorie van 3.2. Ten oosten van het plangebied liggen de woningen van het project Waterzicht en het kantoor met distributiecentrum van FNG Services ten noorden van het plangebied. Ten zuiden van het plangebied ligt het bedrijventerrein Oosterhage met onder andere een rangeerterrein van de Connexion, een McDonalds en de brandweerkazerne Oosterheem. Hier zijn dus verschillende bedrijven met verschillende functies gevestigd.
3.4
Verkeer en vervoer
Autoverkeer In Zoetermeer worden de wegen volgens het principe van Duurzaam Veilig vormgegeven. Dit betekent dat wegen worden verdeeld in categorieën. Aan deze categorieën zijn snelheid, gebruik en inrichting gekoppeld. Doel is het verhogen van de herkenbaarheid en de verkeersveiligheid. In het plangebied komen de volgende categorieën voor: Stroomwegen Stroomwegen zijn onderdeel van het hoofdwegenstelsel van Zoetermeer. De wegen hebben als functie het snel afwikkelen van grote hoeveelheden doorgaand verkeer. Deze wegen verbinden wijken met elkaar en leiden het verkeer naar de A12 en de provinciale wegen. De maximum toegestane snelheid op stroomwegen bedraagt overwegend 70 km/uur. De gemeentelijke stroomweg ten behoeve van de ontsluiting van het bedrijventerrein Dwarstocht is de Oostweg. De Oostweg heeft 4 rijstroken. Gebiedsontsluitingswegen Gebiedsontsluitingswegen hebben als functie het verdelen en verzamelen van verkeer en wonen en bedrijven bereikbaar te maken. Het langzaam verkeer moet zoveel mogelijk gebruik maken van vrijliggende fiets‐ en voetpaden. De maximum snelheid bedraagt 50 km/uur. De gebiedsontsluitingswegen in het plangebied zijn de Stephensonstraat/ Tobias Asserlaan en de Franklinstraat. Deze wegen hebben twee rijbanen.
Rho adviseurs voor leefruimte
051804B.20171842
29
Erftoegangswegen Dit type wegen is onderdeel van een woon‐ of verblijfsgebied en heeft als belangrijkste functie het bereikbaar maken van particuliere en openbare percelen. Op erftoegangswegen staat de verblijfsfunctie voorop en niet de verkeersfunctie. Er bevindt zich geen doorgaand verkeer. Fietsers rijden in principe over de rijbaan. In het plangebied loopt één weg, de Galvanistraat, die te duiden is als erftoegangsweg. Fietsverkeer Het fietsnetwerk is opgebouwd uit drie onderdelen: regionaal/hoofdnetwerk, verbindend netwerk en ontsluitend netwerk. De fietsvoorzieningen langs de Oostweg behoort tot het regionaal/hoofdnetwerk. Tot het verbindend netwerk behoren de fietsvoorzieningen langs de Stephensonstraat en de Franklinstraat. Tot het ontsluitende fietsnetwerk behoren alle niet genoemde wegen en paden voor zover deze zijn opengesteld voor fietsverkeer. Het is mogelijk dat op onderdelen van deze netwerken ook medegebruik plaatsvindt door bromfietsers. Of dit wel of niet is toegestaan, is afhankelijk van de functie van de naastgelegen weg. Op een stroomweg en op sommige drukke gebiedsontsluitingswegen zijn bromfietsers niet toegestaan. Daarnaast is het afhankelijk van de directheid van de fietsroute (omrijfactor). Openbaar vervoer Trein en RandstadRail De dragers van het openbaar vervoer in Zoetermeer zijn de spoorlijn Den Haag – Gouda en de Randstadraillijnen 3 en 4.
RandstadRail is een netwerk van sneltramverbindingen in de regio Haaglanden/Rotterdam. De lijnen 3 en 4 rijden van Zoetermeer naar Den Haag. Op de halte Leidschenveen kan overgestapt worden op de lijn naar Rotterdam. Zowel de stations aan de spoorlijn Den Haag – Gouda als de haltes van Randstadrail liggen buiten het bestemmingsplangebied. Het dichtstbijzijnde station aan de spoorlijn Den Haag ‐ Gouda is station Zoetermeer‐Oost. De dichtstbijzijnde RandstadRailhalte is de halte Willem Dreeslaan. De loopafstand (hemelsbreed gemeten) naar bedrijventerrein Dwarstocht is minimaal 600 meter. Busvervoer Dwarstocht wordt ontsloten door één streekbuslijn (lijn 165) met in totaal 2 bushalten in of direct nabij het plangebied. Het plangebied wordt niet direct ontsloten via een interliner. De dichtstbijzijnde interliner‐halte is de halte 'afrit Oostweg' aan de Bleiswijkseweg. Parkeren In de huidige situatie vindt het parkeren op eigen terrein plaats en is er geen sprake van een parkeerdruk in de omgeving.
Rho adviseurs voor leefruimte
051804B.20171842
30
Rho adviseurs voor leefruimte
051804B.20171842
31
Hoofdstuk 4
4.1
Beschrijving plan
Inleiding
De Dwarstocht locatie is omgeven door de Oostweg met daarachter het bedrijventerrein Zoeterhage, de achterzijden van de woningen van Het Groene Hart en Waterzicht en het hoofdkantoor met distributiecentrum van de Miss Etam. Verschillende functies met hun eigen dynamiek, maar voor de invulling van de Dwarstocht locatie weinig kwaliteit om op aan te sluiten. De locatie zelf is aan drie zijden omkaderd door een groene zoom. Het geeft de locatie een afgeschermd, autonoom karakter. Deze omzoming zorgt er voor dat de locatie nu weinig zichtbaar en bekend is in Zoetermeer. De perfecte opmaat naar het creëren van een bijzonder woonmilieu met een grote intrinsieke en autonome kwaliteit.
4.2
Planopzet
Het plan zal bestaan uit groepjes van 10 tot 15 woningen die door hun ligging woonveldjes vormen, zie figuur 4.1. Elk groepje woningen omsluit een hof en is afzonderlijk te ontwerpen, waardoor er ook kansen kunnen ontstaan voor specifieke doelgroepen. Deze hofjes kunnen namelijk ingericht worden naar de behoeften van de verschillende doelgroepen. Elk hofje krijgt ook een gezamenlijke berging, waar elke woning wel zijn eigen unit heeft. De veldjes worden verbonden door paden en vormen zo een ‘ketting’ door het hele plan heen. De paden hebben een groen karakter en lopen van woning tot woning met een verharde strook in het midden. In de noordoosthoek van het plangebied wordt een gebouw gerealiseerd met een buurtfunctie. Deze biedt ruimte voor gezamenlijke activiteiten, zoals workshops en (kleine) evenementen. Tevens komt er een faciliteit, waar pakketjes kunnen worden bezorgd en opgehaald.
Rho adviseurs voor leefruimte
051804B.20171842
32
Figuur 4.1: Sfeerimpressie Om de intrinsieke en autonome kwaliteit van het gebied helemaal te benutten wordt bij de noordrand, grenzend aan het Aralmeer, de omzoming voort gezet zodat de locatie volledig omzoomd is. De huidige boswal kan nog aan kwaliteit winnen door de bebossing goed te selecteren door gericht te snoeien en de bomen en struiken nog meer ruimte te geven om te groeien. Aan de oostzijde van het plangebied wordt een groene afscheiding gerealiseerd om ervoor te zorgen dat de bewoners van Waterzicht geen zicht meer hebben op de rondweg en om te voorkomen dat zij hinder ondervinden van koplampen.
Figuur 4.2: Schets van eventuele planopzet
Rho adviseurs voor leefruimte
051804B.20171842
33
4.3
Verkeer en vervoer
Ontsluiting Het plangebied krijgt twee ontsluitingen vanaf het bestaande wegennet, vanaf de Oostweg via de Aralmeer en vanaf de Franklinstraat. In het plangebied wordt een interne 'ringweg' gerealiseerd aan de randen van het plan. Aan deze ringweg komen meerdere parkeerkoffers. Parkeren wordt hierdoor niet mogelijk gemaakt bij de woningen, maar centraal bij meerdere parkeerkoffers die op loopafstand bereikbaar zijn. De woningen zullen wel bereikbaar zijn voor calamiteiten en uitzonderlijke situaties. Openbaar vervoer De dichtstbijzijnde bushalte is op enkele minuten loopafstand gelegen aan de Oostweg, nabij het kruispunt met de Franklinstraat. Hier halteren momenteel (situatie 2019) gemiddeld 1 keer per uur bussen tussen Alphen aan den Rijn en Zoetermeer (Willem Dreeslaan en Centrum West). Bij de haltes Willem Dreeslaan en Centrum West kan worden overgestapt op de tram (RandstadRail). RandstadRail verbind Zoetermeer met Den Haag. Daarnaast kan via de bus‐ en tramverbindingen worden overgestapt op de treinstations Zoetermeer en Zoetermeer‐Oost. Op deze stations halteren sprinters naar onder meer Utrecht, 's‐Hertogenbosch, Gouda en Den Haag. In 2019 is daarnaast treinstation Lansingerland ‐ Zoetermeer aangesloten op de lijn Den Haag – Utrecht. Dit nieuwe treinstation is vanuit het plangebied goed bereikbaar per fiets en biedt een snelle verbinding richting Utrecht en Den Haag.
Het Randstadrailnetwerk van Zoetermeer wordt eveneens in 2019 aangesloten op dit nieuwe treinstation. Langzaam verkeer Binnen het plangebied, op de 30 km/h erftoegangswegen, delen de fietsers de rijbaan met het gemotoriseerd verkeer. Aan de Franklinstraat en de Oostweg zijn vrijliggende tweerichtingenfietspaden gelegen. Door het plangebied wordt een doorgaande fietsroute gerealiseerd welke de wijk Oosterheem en onderhavig plangebied Dwarstocht met het centrum verbindt. De bushaltes aan de Oostweg zijn lopend te bereiken via de aanwezige trottoirs. Tevens zijn de Randstadrailhaltes Javalaan en Willem Dreeslaan lopend en fietsend te bereiken vanuit het plangebied. De doorgaande fietsroute door het plangebied wordt aangesloten op het bestaande hoofdfietsnetwerk. Dit vindt plaats aan de oostelijke zijde van de Oostweg. Ter hoogte van het kruispunt met de Franklinstraat worden oversteken gerealiseerd over de Oostweg. Tevens wordt over de Aralmeer een fiets‐ en voetgangersoversteek gerealiseerd nabij de verkeerslichten. De fietsroute wordt ook doorgetrokken ten noorden van de Franklinstraat naar de rotonde met de Slotermeer, zodat een rechtstreekse verbinding hier ontstaat tussen de wijk Oosterheem en het centrum van Zoetermeer via het plangebied.