Bijlage 1 - Bestemmingsplan toelichting
Tekst van het document
Cadenza 2
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk1
4 Inleiding
5
1.1
Ligging en begrenzing
5
1.2
Aanleiding planherziening
5
1.3
Huidige juridische planologisch regime
6
1.4
Doel van het bestemmingsplan
7
1.5
Leeswijzer
7
Hoofdstuk2
Beleidskaders
8
2.1
Rijksbeleid
8
2.2
Provinciaal beleid
10
2.3
Regionaal beleid
17
2.4
Gemeentelijk beleid
18
2.5
Conclusie beleid
29
Hoofdstuk3
Bestaande situatie
30
3.1
Ontstaansgeschiedenis
30
3.2
Ruimtelijke en functionele analyse plangebied
30
3.3
Cultuurhistorie en archeologie
31
Hoofdstuk4
Beschrijving plan
32
4.1
Projectplan
32
4.2
Ruimtelijke inpassing
32
4.3
Verkeer en vervoer
32
Hoofdstuk5
Milieu en leefkwaliteit
37
5.1
Geluidhinder
37
5.2
Bodemkwaliteit
40
5.3
Luchtkwaliteit
41
5.4
Water
43
5.5
Bedrijven en milieuzonering
45
5.6
Externe Veiligheid
49
5.7
Ecologie
50
5.8
Windhinder
53
5.9
Bezonning
54
5.10
Bodemenergie
56
5.11
Kabels en leidingen
57
5.12
Strategische milieu-beoordeling
59
Hoofdstuk6
Juridische vormgeving
62
6.1
Inleidende regels
62
6.2
Bestemmingsregels
62
6.3
Algemene regels
62
Cadenza 2 versie vastgesteld
2/67
6.4
Overige regels
63
6.5
Overgangs- en slotregels
63
Hoofdstuk7
Uitvoerbaarheid
64
7.1
Financiële uitvoerbaarheid
64
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
64
Hoofdstuk8
Handhaving
66
Bijlagen Bijlage 1
Akoestischonderzoek
Bijlage 2
Besluit Hogere waarden geluid
Bijlage 3
Bodem onderzoek
Bijlage 4
Onderzoek (externe) veiligheid
Bijlage 5
Akoestischonderzoek transformatorstation
Bijlage 6
Voorlopig ontwerp aanpassingen bestaand trafogebouw
Bijlage 7
Quickscan ecologie
Bijlage 8
Stikstofdepositieberekening
Bijlage 9
Windklimaatonderzoek
Bijlage 10
Bezonningstudie
Bijlage 11
Onderzoek EM-beïnvloeding
Bijlage 12
Onderzoek magneetveldzone 25 kV hoogspanningskabel
Bijlage 13
Eindverslag participatie Cadenza II
Bijlage 14
Nota van Beantwoording zienswijzen (geanonimiseerd)
Cadenza 2 versie vastgesteld
3/67
Toelichting
Cadenza 2 versie vastgesteld
4/67
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Ligging en begrenzing
Het plangebied is gelegen aan de Italiëlaan, in de binnenstad van de gemeente Zoetermeer aan de rand van het Stadshart. Globaal gezien wordt de projectlocatie omsloten door: 1. 2. 3. 4.
De Italiëlaan (ten noorden); De randstadrail (ten zuiden); Jongeren appartementen (ten oosten); Commerciële ruimten en woningen (ten westen).
Figuur 1.1 Begrenzing plangebied (bron: QGIS, eigen bewerking)
1.2
Aanleiding planherziening
De locatie Cadenza 2 aan de Italiëlaan ligt in de binnenstad van Zoetermeer, aan de oostrand van het Stadshart. Het Stadshart is het jaren 80-deel dat samen met het Woonhart en de historische Dorpsstraat de binnenstad van Zoetermeer vormt. Dit kavel heeft een oppervlakte van circa 4.300 m2 en ligt naast Cadenza I, dit is een deel van het stadshart met een mix van voorzieningen en woningen. Aan de oostkant grenst het aan het jongerencomplex Casa Italia. Cadenza 2 is al enige jaren in beeld voor woningbouw. De gemeenteraad heeft in maart 2018 de uitgangspuntennotitie Cadenza 2 vastgesteld. Deze uitgangspunten zijn gebaseerd op de Visie Binnenstad 2030 (uit 2012) en op de groeiambities van de stad in het kader van het programma “Schaalsprong”. Met de Visie Binnenstad geeft de gemeente Zoetermeer richting aan hoe de kwaliteit van haar binnenstad behouden en verder versterkt kan worden. Zo heeft de gemeente de ambitie om ongeveer 2.000 woningen toe te voegen aan het centrum, vooral gericht op doelgroepen met een stedelijke levensstijl. Bijzondere aandacht wordt daarbij gegeven aan jongeren. Zo is de wens van de raad om op Cadenza 2 jongerenwoningen en
Cadenza 2 versie vastgesteld
5/67
appartementen te realiseren. Om dit te kunnen doen moet de huidige Verkeers-bestemming van de locatie, gewijzigd worden in een Woon-bestemming. 1.3
Huidige juridische planologisch regime
Het vigerende bestemmingsplan is het bestemmingsplan "Stadscentrum/Dorpsstraat", vastgesteld door de gemeenteraad van Zoetermeer op 14 mei 2014. Ter plaatse van het plangebied vigeert tevens het bestemmingsplan "Parapluherziening Parkeren en Geluidsgevoelige objecten", vastgesteld door de gemeenteraad van Zoetermeer op 15 mei 2018. Het plangebied heeft de enkelbestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied'.
Figuur 1.2 Vigerend bestemmingsplan (bron: QGIS, eigen bewerking).
Binnen de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' gelden op basis van het vigerende bestemmingsplan de volgende regels: 24.1 Bestemmingsomschrijving 24.1.1 Doeleindenomschrijving De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.
straten, erven en pleinen; fiets- en voetpaden; fietsenstallingen; ongelijkvloerse kruisingen; geluidoverdrachtbeperkende voorzieningen; windbeperkende voorzieningen; groenvoorzieningen; kunstwerken; nutsvoorzieningen; objecten van beeldende kunst; objecten voor reclame;
Cadenza 2 versie vastgesteld
6/67
l. parkeervoorzieningen; m. speelvoorzieningen; n. vlaggenmasten en lichtmasten; o. terrassen; p. voorzieningen voor het openbaar vervoer; q. waterpartijen en waterlopen; r. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - openbaar vervoer station' tevens een openbaar vervoerstation met bijbehorende voorzieningen zoals wachtruimten, luifels, lift- en trapgebouwen; s. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning evenemententerrein 2' tevens evenementen, met inachtneming van het gestelde in lid 24.5.2; t. ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage' tevens een ondergrondse parkeergarage; u. ter plaatse van de aanduiding 'tunnel' tevens een ondergrondse ontsluitingsweg van/naar een parkeervoorziening; v. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - fietsenstalling' tevens een ondergrondse fietsenstalling met bijbehorende (bovengrondse) voorzieningen; w. ter plaatse van de aanduiding 'water' tevens water, met de daarbij behorende bouwwerken. Toetsing beoogde ontwikkeling aan vigerende bestemmingsplan Het plan Cadenza 2 betreft de bouw van woningen in combinatie met andere functies in de plint van het gebouw. Binnen de vigerende bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied', is de functie 'Wonen' niet toegestaan. Het bouwvolume van de voorgenomen ontwikkeling bestaat uit twee volumes. Te weten een horizontaal en verticaal deel.
Het horizontale deel bestaat uit 4 á 5 lagen. Het verticale deel heeft een hoogte van 70 meter plus of min 10%, dus minimaal 63 en maximaal 77 meter. De gewenste bebouwing is op basis van het vigerende bestemmingsplan evenmin toegestaan. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken dient een planologische procedure doorlopen te worden. 1.4
Doel van het bestemmingsplan
Het doel is om ter plaatse van het plangebied woningbouw te realiseren met een aantal aanvullende commerciële functies in de plint. In de huidige planologische situatie is ter plaatse geen woonfunctie toegestaan. Voorliggend bestemmingsplan is primair bedoeld om de beoogde ontwikkelingen juridisch en planologisch mogelijk te maken. 1.5
Leeswijzer
Hoofdstuk 1 van voorliggend plan bevat de aanleiding van het project. In hoofdstuk 2 wordt het actueel beleidskader geschetst. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van de bestaande situatie. In hoofdstuk 4 wordt de behoefte, stedenbouw en ruimtelijke impact behandeld. In hoofdstuk 5 worden de relevante randvoorwaarden en omgevingsaspecten ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling behandeld. Hoofdstuk 6 wordt de uitvoerbaarheid van voorliggend plan en de inspraak behandeld. Ten slotte wordt in hoofdstuk 7 een toelichting gegeven op de gekozen planvorm en de gedachten die ten grondslag liggen aan de juridische regeling zoals deze op de verbeelding en in de regels is opgenomen.
Cadenza 2 versie vastgesteld
7/67
Hoofdstuk 2 2.1
Beleidskaders
Rijksbeleid
Het kader voor een bestemmingsplan wordt gevormd door diverse nationale, provinciale, regionale, en (deel)gemeentelijke nota's. Dit beleid stelt planologische en bestuurlijke beleidskaders (randvoorwaarden) aan de ruimtelijke (on)mogelijkheden voor het plangebied waarmee rekening moet worden gehouden. In dit hoofdstuk wordt voor het plangebied het relevante algemene beleid beknopt samengevat. 2.1.1
Barro (2011) en Nationale Omgevingsvisie
Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) van kracht geworden. Het Barro heeft als doel om vanuit een concreet nationaal belang een goede ruimtelijke ordening te bevorderen. Onderwerpen waarvoor het rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. Op 1 oktober 2012 is aan het Barro een aantal onderwerpen toegevoegd. Het gaat om de eerder aangekondigde onderwerpen Ecologische hoofdstructuur, elektriciteitsvoorziening, toekomstige uitbreiding hoofd(spoor)wegennet, veiligheid rond rijksvaarwegen, verstedelijking in het IJsselmeer, bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament en toekomstige rivierverruiming van de Maastakken. Aan artikel 3.6.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is op 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking toegevoegd. Het kabinet heeft de keuze voor deze onderwerpen gemaakt in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Deze omgevongsvisie bundelt het nationale ruimtelijke en infrastructuurbeleid in 21 nationale belangen.
Met de uitbreiding van het Barro en het Bro is de juridische verankering van de NOVI nagenoeg compleet. Relatie tot het plangebied De ontwikkeling die middels voorliggend bestemmingplan mogelijk wordt gemaakt is een verdichting van het stedelijk gebied en derhalve niet in strijd met de nationale belangen op grond van het Barro en de NOVI. 2.1.2
Besluit ruimtelijke ordening (2012)
De Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) is als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen. Het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Wettelijk kader De Ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in het Bro. Artikel 1.1.1. definieert relevante begrippen: Bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur; Stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Artikel 3.1.6 van het Bro:
Cadenza 2 versie vastgesteld
8/67
Lid 2: de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Lid 3: indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel. Lid 4: een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat het bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Toelichting op gebruik De Ladder is in de Nota van Toelichting (Stb.
2017, 182) gemotiveerd: “Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. Uitgangspunt is dat met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient dat nadrukkelijk te worden gemotiveerd in de toelichting. Tevens wordt de mogelijkheid geboden in het derde lid, om de toepassing van de Ladder door te schuiven naar het uitwerkings- of wijzigingsplan. De verwachting is dat de Ladder hierdoor beter hanteerbaar zal zijn, beter aansluit bij het geheel aan vereisten aan een toelichting bij bestemmingsplannen en tot minder onderzoekslasten zal leiden.” Relatie tot het plan Indien sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, dient de Ladder voor duurzame verstedelijking te worden doorlopen. Voor de definitie van een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verwezen naar artikel 1.1.1 lid 1 sub i van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Onder andere de ruimtelijke ontwikkeling van een woningbouwlocatie is een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) heeft in haar overzichtsuitspraak over de Ladder voor duurzame verstedelijking geoordeeld dat de realisatie van 11 woningen – of minder – niet is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 1.1.1 lid 1 sub i Bro (ECLI:NL:RVS:2017:1724). De provincie Zuid-Holland heeft begin 2014 ingestemd met het actueel en realiseerbaar woningbouwprogramma van de negen gemeenten in de regio Haaglanden. Dit programma gaat er van uit dat er in de periode 2010 tot 2019 marktruimte is om in totaal circa 31.000 woningen aan de woningvoorraad in de regio toe te voegen. Zoetermeer neemt van dit aantal ruim 4.000 woningen voor haar rekening. De woonvisie 2015 van Zoetermeer sluit aan op de visie van de provincie op het wonen en het gezamenlijke woningbouwprogramma van de gemeenten binnen de regio Haaglanden. De woningbouwprogrammering wordt jaarlijks op elkaar afgestemd. Voor het plan geldt als uitgangspunt dat ten minste 60 jongeren woningen worden gerealiseerd. Dit plan wordt beschouwd als een goede versterking van het Zoetermeerse woonaanbod, omdat hiermee invulling wordt gegeven aan de bestaande behoefte aan woningen, zoals vermeld in de Woonvisie 2015 en vastgelegd met de prestatieafspraken Zoetermeer 2016-2019.
De gemeenteraad heeft op 5 maart 2018 uitgangspunten vastgesteld voor het plangebied, waaronder de realisatie van ten minste 60 jongerenwoningen en commerciele woningen. Het voorgenomen project draagt door de realisatie van ten minste 60 jongeren woningen aan de ambitie om te voorzien in voldoende woningen. Cadenza II maakt
Cadenza 2 versie vastgesteld
9/67
onderdeel uit van het bouwprogramma zoals genoemd in Regionale Woonvisie. Geconcludeerd kan worden dat voorliggend plan past in de woningbehoefte van Zoetermeer en voorziet in de vraag naar woningen voor onder andere jongeren met een hoogstedelijke woonbehoefte. De meest recente opgave van het Zoetermeerse woningbouwprogramma is nog niet aanvaard door de provincie Zuid-Holland. In het voorjaar van 2020 wordt een oordeel van de provincie verwacht. Daarnaast zal de provincie Zuid-Holland om een reactie worden gevraagd in het vooroverleg. Het programma voegt kwaliteit toe aan de bestaande voorraad en de voornemens passen binnen het regionaal afgestemde kader. Het plan voldoet aan de voorwaarden voor duurzame verstedelijking. 2.2
Provinciaal beleid
2.2.1
Omgevingsvisie Zuid-Holland
Per 1 april 2019 is de Zuid-Hollandse Omgevingsvisie in werking getreden. In de Omgevingsvisie is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Er is daarom geen eindbeeld voor 2030 of 2050 opgenomen, maar de maatschappelijke opgaven zijn vertaald in ambities. In de Omgevingsvisie zijn zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving vastgesteld: 1. Naar een klimaatbestendige delta Het inrichten van de fysieke leefomgeving op een manier waarop deze klimaatbestendig blijft. Voorbeelden daarvan zijn: meer ruimte bieden aan water en het rekening houden met de impact van klimaatverandering bij nieuwe ruimtelijke projecten. 2. Naar een nieuwe economie: the next level De stap naar een circulaire economie in 2050, met grote gevolgen voor onder andere het haven-industrieel complex en de glastuinbouw. Er wordt ingezet op bijvoorbeeld digitalisering en een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving. 3. Naar een levendige meerkernige metropool De stap naar een gezonde, sociale en duurzame samenleving. Er moet een fors aantal woningen worden gerealiseerd en de woonvoorraad dient te worden verduurzaamd.
Ook zullen steden met elkaar verbonden moeten worden tot één metropolitaan gebied. In dit gebied zullen we moeten inzetten op het versterken van het leef- en vestigingsklimaat. 4. Energievernieuwing Zuid-Holland wil de fossiele bronnen vervangen door hernieuwbare bronnen. Er worden maatregelen genomen om energie te besparen en het gebruik van aardgas drastisch te verminderen. Ook wordt ingezet op innovatie: nieuwe mogelijkheden voor energiegebruik uit wind, zon, biomassa, water en aardwarmte. 5. Best bereikbare provincie De provincie moet optimaal verbonden zijn en blijven met regionale, landelijke en internationale centra. Er worden verkeersknelpunten aangepakt en de mobiliteitssector kan schoner worden gemaakt en verduurzamen. Ook wordt ingezet op OV, gebruik van de fiets en vervoer over water. 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Een groene leefomgeving draagt bij aan een gezonde leefstijl van de inwoners van de provincie, maar het landschap en de biodiversiteit staat ook onder druk door het groeiend aantal inwoners, economische ontwikkeling en klimaatverandering. De kwaliteit van de leefomgeving kan worden versterkt door natuur, water, recreatie, landbouw, cultureel erfgoed en economie in samenhang te bezien. Voor het realiseren van maatschappelijke belangen wordt vanuit bovenstaande vernieuwingsambities gewerkt en vanuit opgaven in gebieden.
Daarnaast wordt vanuit twaalf
Cadenza 2 versie vastgesteld
10/67
samenhangende opgaven de zorg voor een goede omgevingskwaliteit ingevuld. Per opgave zijn de beleidskeuzes aangegeven. Beleid ruimtelijke kwaliteit De inzet van de provincie is dat ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening ('handelingskader ruimtelijke kwaliteit'). De kwaliteitskaart en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen de volgende uitgangspunten: De aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meer of mindere mate passend is. In een agrarisch gebied passen stedelijke functies als woonwijken of bedrijventerreinen niet bij de aard en zijn daarmee gebiedsvreemd. De schaal van een gebied ('korrelgrootte') bepaalt of een ontwikkeling al dan niet past bij die schaal. Het 'laadvermogen' van een coulisselandschap is immers anders dan dat van een open veenweidepolder.
Een ontwikkeling die past bij de schaal en aard van een gebied heeft in beginsel weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid. Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact van nieuwe ontwikkelingen en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. Dit geldt eveneens naarmate de kwaliteit van een gebied bijzonderder of kwetsbaarder is. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling. Inpassing. Dit betreft een gebiedseigen ontwikkeling, passend bij de schaal en aard van het landschap. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied of de herstructurering van een woonbuurt. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks. De rol van de provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met bijzondere kwaliteit. Uitgangspunt is dat bij inpassing een ontwikkeling volledig past binnen de richtpunten. Aanpassing. Dit betreft een ontwikkeling die niet past bij de aard of de schaal van een gebied en daarmee niet geheel past binnen de richtpunten.
Voorbeelden zijn een beperkt aantal nieuwe woningen in het buitengebied, een nieuw landgoed en de verbreding van een provinciale weg. De rol van de provincie zal zich, afhankelijk van het type gebied en het type ontwikkeling, vooral richten op het toewerken naar een kwalitatief optimaal resultaat, Ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen zijn nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. Transformatie. Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat een nieuw landschap of stedelijk gebied ontstaat. De ontwikkeling past niet bij de aard en schaal van het gebied. Dit is bijvoorbeeld het geval bij uitleglocaties voor woningbouw en bedrijventerrein of de aanleg van grootschalige recreatiegebieden. Bij transformatieopgaven is bijna altijd een provinciaal doel of belang in het geding en zal de betrokkenheid van de provincie zich richten op een actieve behartiging van provinciale doelen en een kwalitatief optimaal resultaat. Gelet op de verandering van het gebied is het reëel om aan te nemen dat niet aan alle richtpunten kan worden voldaan, maar dat door middel van een nieuw integraal ontwerp er een nieuwe ruimtelijke kwaliteit ontstaat.
Ook hierbij kunnen ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig zijn om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren.
Cadenza 2 versie vastgesteld
11/67
Figuur 2.1 Soorten ontwikkeling.
De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit vormen een uitwerking van de kwaliteitskaart en de richtpunten op gebiedsniveau, en zijn opgesteld in samenwerking met regionale partijen. Ze bieden een gebiedsspecifieke handreiking voor het omgaan met ruimtelijke kwaliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen. Naast het generieke kwaliteitsbeleid, dat geldt voor de gehele provincie, wordt een tweetal beschermingscategorieën onderscheiden, waar onder voorwaarden van ruimtelijke kwaliteit ook ontwikkelingen mogelijk zijn, maar waar vanwege de kwetsbaarheid of bijzonderheid extra voorwaarden van toepassing zijn. Relatie tot het plangebied Bij de ontwikkeling zal onder andere rekening moeten worden gehouden met de impact op klimaatverandering, de bereikbaarheid en de kwaliteit van de leefomgeving. De ontwikkeling van woningen sluit aan op de opgave om een fors aantal (jongeren)woningen te realiseren. De bestaande braakliggende gronden worden zodoende beter benut en het bestaand stedelijk gebied wordt versterkt. Het plan kan hiermee beschouwd worden als een inpassingsontwikkeling binnen het centrumgebied van de gemeente Zoetermeer. Het gebouw, bestaande uit een horizontale en verticale bouwlaag, dient door zijn vormgeving (architectuur, bouwmassa, hoogte) de entree van het Stadshart te markeren.
Er wordt aangesloten bij de karakteristieke kenmerken van de omgevingsbebouwing binnen het Stadshart en omgeving van het plangebied. Hiermee voldoet het plan aan de van toepassing zijnde richtpunten en daarmee aan het ruimtelijke kwaliteitsbeleid van de provincie Zuid-Holland. 2.2.2
Omgevingsverordening Zuid-Holland
Per 1 april 2019 is, naast de Omgevingsvisie, ook de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening in werking getreden. De inhoud van de omgevingsvisie is voor een groot deel leidend voor de inhoud van de omgevingsverordening. In de verordening van provinciale staten van Zuid-Holland zijn de regels opgenomen voor het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Voor voorliggend plan is met name afdeling '6.2 Bestemmingsplannen' van de omgevingsverordening van belang. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Hoe groot die ruimtelijke impact is, wordt in specifieke gevallen bepaald aan de hand van gebiedsprofielen en door onderscheid te maken in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de
Cadenza 2 versie vastgesteld
12/67
relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; c. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid. Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a.
de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. 7. Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 8. Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie. Stedelijke ontwikkelingen Uitgangspunt van de strategie voor de bebouwde ruimte is betere benutting van het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Stedelijke ontwikkeling vindt daarom primair plaats binnen BSD.
Onbebouwd gebied kan soms worden beschouwd als 'bestaand stads- en dorpsgebied', met name als het een terrein betreft dat grotendeels is omringd door wel gebouwd gebied. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen BSD. De ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (2012) (Bro) bevat het handelingskader. Voor de onderbouwing van de actuele behoefte wordt verwezen naar paragraaf 2.1 van voorliggend plan. Relatie tot het plangebied Zoals reeds in paragraaf 2.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland is geconstateerd, past de beoogde ruimtelijke ontwikkeling binnen de aard en schaal van het gebied en voldoet het aan de richtpunten van de kwaliteitskaart. Hiermee wordt voldaan aan de Omgevingsvisie en aan artikel 6.9 van de Omgevingsverordening en is het niet noodzakelijk om een beeldkwaliteitsparagraaf in het bestemmingsplan op te nemen. Het plan betreft een stedelijke ontwikkeling binnen het bestaand stads- en dorpsgebied. In onderhavig plan wordt in paragraaf
Cadenza 2 versie vastgesteld
13/67
2.1 de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen, waarmee voldaan wordt aan artikel 6.10 van de Omgevingsverordening.
Figuur 2.2 Bestaand stads- en dorpsgebied 2018.
2.2.3
Programma ruimte
De Visie Ruimte Mobiliteit kende het 'Programma ruimte', welke de operationele doelen en de realisatiemix om doelen te (doen) bereiken beschreef. Delen van dit programma zijn naar het visiedeel omgezet en het resterende deel is onderdeel geworden van het Omgevingsbeleid per 1 april 2019. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. De realisatiemix uit het programma ruimte bestaat uit juridische, financiële en bestuurlijke instrumenten en nader uit te werken beleid. In de praktijk worden deze vrijwel altijd gecombineerd ingezet. Het Programma Ruimte speelt in onderhavig project een belangrijke rol bij de motivatie van de regionale behoefte aan (extra) woningen. Gemeente Zoetermeer is gelegen binnen de regio Haaglanden. In 2019 is een nieuwe Woningbehoefteraming gemaakt door de provincie Zuid-Holland. Volgens die raming is tot 2040 behoefte aan nieuwe woningen binnen de regio Haaglanden en meer specifiek binnen de gemeente Zoetermeer waartoe voorliggend plangebied behoort. De woning behoefteramring (WBR) wordt uitgedrukt in de gewenste woningvoorraadtoename en bedraagt voor de gemeente Zoetermeer tot 2030 in totaal 3.300 woningen. Binnen de woningmarktregio Haaglanden bedraagt de WBR 65.866. Het cumulatieve woningbouwprogramma van de gemeenten uit de woningmarktregio bedraagt 67.398 woningen.
Dit is ruim binnen de ruimte die de Provincie Zuid-Holland biedt voor overprogrammering (130% van de WBR). De gemeente Zoetermeer wordt gestreefd streeft naar meer woningen dan eerder genoemd aantalde WBR. De gemeente beoogt hiermee vooral te bouwen voor de regionale woningbehoefte naar stedelijke woonmilieus. De voorgenomen ontwikkeling “Cadenza II” draagt bij aan het vervullen van die regionale behoefte.
Cadenza 2 versie vastgesteld
14/67
Tabel 2.1 Woningbehoefteraming (WBR) uitgedrukt in gewenste woningvoorraadtoename.
Relatie tot het plangebied In de Omgevingsvisie (paragraaf 2.2.1), geeft de provincie aan dat zij voor de bebouwde ruimte streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied. De provincie zet ten eerste in op verdichting, concentratie en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied en ten tweede op een hiërarchie van knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. Aangezien het plangebied gelegen is in de binnenstad van Zoetermeer, aan de rand van het Stadshart, kan geconcludeerd worden dat het plan in lijn is met de Omgevingsvisie en het Programma Ruimte. Hierin wordt in gezet op een verdichting van het bestaand stads- en dorpsgebied. Daarnaast is gebleken dat tot 2040 behoefte is aan nieuwe woningen binnen de regio Haaglanden en meer specifiek binnen de gemeente Zoetermeer. Dat betekent dat er vanuit de provincie in zijn algemeenheid geen beperkingen worden opgelegd aan de voorgenomen ontwikkeling Cadenza 2, aan de Italiëlaan te Zoetermeer. 2.2.4
Convenant klimaatadaptief bouwen in Zuid-Holland
Nieuwbouwlocaties in Zuid-Holland worden zoveel mogelijk klimaatadaptief gebouwd, zodat ze bestand zijn tegen weersextremen als gevolg van klimaatverandering. Deze ambitie is vastgelegd in het convenant Klimaatadaptief bouwen. Dit is ondertekend door onder meer bouwbedrijven, gemeenten (waaronder de gemeente Zoetermeer), de provincie, waterschappen, maatschappelijke organisaties, financiers en projectontwikkelaars. Klimaatadaptief bouwen moet leiden tot: minder wateroverlast; minder hittestress; minder nadelige gevolgen van langdurige droogte en bodemdaling, en meer biodiversiteit. Deze principes zijn vastgelegd in een programma van eisen voor klimaatadaptief bouwen.
Cadenza 2 versie vastgesteld
15/67
Figuur 2.6: Programma van eisen klimaatadaptief bouwen
Relatie tot bestemmingsplan Stadswaarde hecht dezelfde waarde aan natuurontwikkeling in de stad als aan de ontwikkeling van ‘stenen’ en woonprogramma’s. De daken zullen waar mogelijk worden voorzien van extensieve groene retentiedaken die niet alleen water vasthouden, maar ook bijdragen aan de biodiversiteit in de stad Zoetermeer. Het slim omgaan met de daken draagt bij aan de oplossing van stedelijke problematiek ten aanzien van wateroverlast, droogte en hittestress. Daarnaast zorgen intensief groene ruimtes aan het gebouw voor luchtzuivering, koeling en waterretentie. Overstekken, diepe negges en lichte kleuren dragen vervolgens bij aan natuurlijke koeling. Doordat het groen ten opzichte van het maaiveld op hoogte groeit, gelden voor de beplanting bijzondere randvoorwaarden. Veel planten en stadsbeesten hebben maar een kleine biotoop nodig, waardoor zich planten en insecten kunnen nestelen in de het aangebrachte groen op de daken. Door slim om te gaan met deze beplanting, verscheidenheid van ruimtes en het toepassen van een mix van gesloten en poreuze oppervlakten, worden de groene terrassen een robuuste basis voor een biodivers gebouw. Afhankelijk van hoogte en oriëntatie worden nestkasten voor gierzwaluwen en vleermuizen geïntegreerd. Om de kans op succes te vergroten zal een stadsecoloog worden betrokken bij de praktische invulling.
De tuin van het gebouw wordt in samenwerking met een stadsecoloog ingericht, waarbij soorten gekozen worden op hun bijdrage aan de biodiversiteit, de waterbehoefte en de fijnstofopname. Belangrijk groenelement in de tuin is de groene wand, waar eveneens ruimte zal zijn voornestkasten. De diverse dakterrassen bieden tevens een groen landschap voor bewoners. Het talud van het spoor geeft kansen om het daar aanwezig groen te optimaliseren. Echter deze grond behoord niet tot het plan. Door de combinatie van waterbergend groen en een retentiesysteem, wordt het mogelijk om regenwater lokaal te bufferen op de daken, de lokale beplanting te bevloeien in tijden met beperkte regenval en het waternetwerk van de stad ontlasten. Het water wordt daarmee geleidelijk naar het riool afgevoerd en er wordt een bijdrage geleverd aan de biodiversiteit van Zoetermeer. Conform het convenant Klimaatadaptief bouwen wordt op de daken 50mm regenwater opgevangen. De schade aan gebouwen bij droogte wordt voorkomen door de fundering op
Cadenza 2 versie vastgesteld
16/67
palen. Daarnaast wordt gedacht aan het aanbrengen van infiltratie kratten onder de parkeerlaag. De fundering op palen zorgt er tevens voor dat bodemdaling eveneens niet leidt tot schade aan en/of beperking van de bruikbaarheid van de gebouwen.Bij de inrit van de parkeergarage worden daaarom stootplaten toegepast zodat bij enige daling van de bodem toch goed naar binnen gereden kan worden. Het gebouw zelf draagt bij aan het voorkomen van hittestress. Het gebouw is zo ontworpen dat de verblijfsplekken en langzaam verkeersroutes ter plaatse van de Italielaan in de schaduw liggen. Daarnaast wordt door het toepassen van WKO de omgeving bij koeling niet opgewarmd. De warmte wordt namelijk in de bodem opgeslagen voor de winterperiode. Doordat het hoogbouw betreft zijn praktisch alle woningen boven de 2 meter boven maaiveld gelegen. Van de 223 woningen zijn 6 stuks op de begane grond gelegen en deze woningen zullen dus bij een overstroming schade oplopen. Overigens hebben deze woningen een eerste verdieping waar veilig geschuild kan worden bij een overstroming. Door het nemen van bovenstaande maatregelen sluit het plan goed aan bij ambities van de provincie Zuid-Holland m.b.t. klimaat adaptief bouwen. 2.3
Regionaal beleid
2.3.1
Woonvisie Woningmarktregio Haaglanden 2017-2021
Als belangrijkste doel van de nieuwe regionale woonvisie zien de gemeenten het samen verder versterken van de woningmarktregio Haaglanden, het toekomst-proof maken van dit woongebied. De regionale woonvisie is richtinggevend voor gemeenten bij hun lokale woonbeleid. Tot 2025 komen er, zo is de verwachting, ruim 50.000 huishoudens bij in de regio Haaglanden. Onder hen bevinden zich met name veel jonge huishoudens in de leeftijd van 25 tot 40 jaar (circa 14.000), jonge ouderen van 55 tot 75 jaar (27.351) en ouderen van 75 jaar en ouder (circa 22.000). Het aantal huishoudens in de leeftijd van 40 tot 55 jaar neemt daarentegen juist met circa 11.000 af. Voor jonge huishoudens geldt over het algemeen dat deze doelgroep op zoek is naar relatief goedkopere woningen in vergelijking met ouderen. Voor de regio betekenen deze cijfers dat er in de komende jaren een aanzienlijke bouwopgave ligt om iedereen aan een goede woning te helpen. Een opgave waarbij de focus niet alleen op eengezinswoningen, maar ook op gestapelde woningbouw gericht dient te zijn. Dit laatste vanwege de verwachte toename van het aantal kleinere huishoudens. Relatie tot het plangebied Het plan voorziet in een woningbouwontwikkeling, waarbij als uitgangspunt geldt dat ten minste 60 jongerenappartementen gerealiseerd dienen te worden. Het plan sluit zodoende aan bij de regionale woonvisie.
Hieruit blijkt dat de ambitie is om voldoende woningvoorraad te realiseren op basis van de verwachte provinciale prognose van 50.000 woningen tot 2025. 2.3.2
Hoogheemraadschap Rijnland
Het beleid van het Hoogheemraadschap Rijnland is vastgelegd in het waterbeheerplan 5 'Waardevol water 2016-2021', de Keur, peilbesluiten en de leggers. Rijnland wil samen met zijn omgeving werken aan duurzaam en efficiënt waterbeheer tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. De watertaak betreft de volgende doelen: Waterveiligheid: Bescherming tegen overstromingen vanuit zee en de rivieren. Voldoende Water: Er is voldoende water. Niet te veel en niet te weinig, passend bij het gebruik. Schoon en gezond water: Rijnlands water is schoon, zodat de mens, de natuur en economie er optimaal gebruik van kunnen maken. Waterketen: Het afvalwater wordt optimaal gezuiverd en de grondstoffen hergebruikt. Voor ontwikkelingen is het waterbeheerplan 5 Waardevol water 2016 – 2021 van het hoogheemraadschap van belang. Ontwikkelingen gaan vaak gepaard met een toename van
Cadenza 2 versie vastgesteld
17/67
het verharde oppervlak. In het waterbeheerplan is beschreven hoe het hoogheemraadschap omgaat met het bergen van oppervlaktewater bij een toenemende verharding van het oppervlak. In zijn algemeenheid geldt verder dat voor aanpassingen aan het bestaande waterhuishoudingsysteem bij het Hoogheemraadschap vergunning dient te worden aangevraagd op grond van de Keur. Dit geldt bijvoorbeeld voor de aanleg van overstorten, van de hemelwaterafvoer op het oppervlaktewater, het dempen en graven van water en het aanbrengen van verhard oppervlak. De Keur maakt het mogelijk dat het Hoogheemraadschap haar taken als waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheerder kan uitvoeren. Waterplan Zoetermeer Het Waterplan Zoetermeer is opgesteld door de gemeente Zoetermeer tezamen met het voormalige Waterschap Wilck en Wiericke (dat inmiddels deel uitmaakt van het Hoogheemraadschap van Rijnland en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Het plan wordt in paragraaf 2.4.13 Waterplan Zoetermeer (2002) van deze plantoelichting nader toegelicht. Relatie tot het plangebied In paragraaf 5.4 Water van voorliggend plan zal nader op het wateraspect worden ingegaan. 2.4
Gemeentelijk beleid
2.4.1
Omgevingsvisie Zoetermeer 2040
De Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 is de toekomstvisie voor de stad. Een visie voor de komende twintig jaar. Het schetst een integraal lange termijn perspectief voor sociale, economische en ruimtelijke ontwikkelingen. Een perspectief waarin een aantal dalende trends, zoals een afnemende woonaantrekkelijkheid en sociaaleconomische kracht zijn gekeerd en een opwaartse beweging voor de stad in gang is gezet. Een visie voor een stad en samenleving die werken aan een sterker fundament en beter in balans komt. De Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 is ook de omgevingsvisie voor de gemeente Zoetermeer in het kader van de Omgevingswet. In de Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 zijn de volgende zes hoofdlijnen beschreven: 1. Zoetermeer is mijn thuis In 2040 is Zoetermeer een stad in balans. Een stad waarin iedereen zich welkom en thuis voelt. De stad heeft een breed palet aan inwoners met verschillende leefstijlen. Zij vormen een levendige en inclusieve samenleving. Nieuwbouw zal met meer precisie worden ingezet. In de nieuwbouwproductie stapt gemeente Zoetermeer af van de standaard verdeling van percentages sociale huurwoningen, vrije sector huurwoningen en vrije sector koopwoningen. Ze gaat naar een meer precieze verdeling, waarbij maatwerk per wijk of project wordt geleverd.
Daarbij wordt meer spreiding en diversiteit van verschillende typen woningbouw in elke wijk gecreëerd, en wordt gezorgd dat er in de stad voldoende woningen bijkomen in elk segment . 2. Duurzame stad in en tussen de parken In 2040 onderscheidt Zoetermeer zich in de regio als groene suburbane stad. De stad is dooraderd met een netwerk van groenzones, parken en water. Zij vormen een aansluitend geheel met de groengebieden die de stad omringen. Dit groene karakter vormt in 2040 dé identiteit van Zoetermeer. In 2040 wil gemeente Zoetermeer dat het groen functioneel gebruikt wordt en meer is dan decor. 3. Palet van wijken en buurten Elke wijk geeft in 2040 invulling aan zijn eigenheid. Elke plek schrijft - stap voor stap - zijn eigen historie en verhaal. Hiervan zijn de inwoners, ondernemers en organisaties de auteur. Nieuwe ontwikkelingen dienen het fundament van de stad te versterken: oftewel de kracht van bestaande wijken laten toenemen. Het gaat om nieuwbouwprojecten die leiden tot
Cadenza 2 versie vastgesteld
18/67
sociaaleconomische impulsen van de omliggende buurten en wijken. Of bijdragen aan de bestaansbasis van voorzieningen in de bestaande wijken en buurten. 4. Doorlopende ontplooiingskansen voor iedereen In 2040 heeft iedere Zoetermeerder – ongeacht zijn of haar achtergrond en afkomst – kansen om zich te blijven ontwikkelen en stappen te zetten op de sociaaleconomische ladder. 5. Stad van toegepaste innovatie In 2040 heeft Zoetermeer het profiel als stad van de toegepaste innovaties. Een profiel dat is geworteld in de oorsprong van de stad. Een stad en samenleving, die niet geremd worden door oude inzichten en behoudende tradities. 6. Zoetermeer regiostad In 2040 profiteert Zoetermeer van de regio en de regio profiteert van Zoetermeer. Dit raakt een keur aan onderwerpen zoals wonen, arbeidsmarkt, economie, cultuur, natuur en bereikbaarheid. Relatie tot het plangebied Voorliggend plan voorziet in de bouw van gestapelde woningen met een mix aan woningtypen: jongeren woningen, huur- en koopappartementen. Gemeente Zoetermeer levert conform de omgevingsvisie maatwerk voor deze locatie door voorwaarden over de verschillende type woningen in de koop-/realisatie-overeenkomst vast te leggen. Zo dienen minimaal 60 tot maximaal 80 huurwoningen voor jongeren te worden gerealiseerd en dient dit aangevuld te worden met commerciële appartementen (vrije-sector-huur- of koopwoningen).
Daarnaast dient de plint van het gebouw te voorzien in een stedelijk programma met maatschappelijke/ commerciële voorzieningen m.u.v. horeca en detailhandel. Dit draagt bij aan het versterken van het fundament van de stad. Met voorliggend bestemmingsplan wordt in overeenstemming met de Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 maatwerk geleverd aan de behoefte op deze locatie. 2.4.2
Strategische agenda Zoetermeer 2040
De Strategische agenda 2040 slaat de brug tussen de ontwerp Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 en de uitvoering op lange termijn. In de strategische agenda staan de programma's opgenomen waaraan de komende jaren wordt gewerkt. In de bijlage van de strategische agenda wordt ook ingegaan op de wijze waarop we de participatie bij de uitvoering gaan opzetten. De agenda wordt regelmatig bijgewerkt. Hierdoor kan gemeente Zoetermeer stap voor stap de visie uitwerken en goed reageren op nieuwe inzichten en omstandigheden. Het college zet de strategische agenda ‘in de steigers’ door middel van de onderstaande drie sporen: 1. Het doorlichten en bijstellen van het huidige beleid op basis van de Omgevingsvisie Zoetermeer 2040. 2. Het actualiseren van lopende programma's, projecten en acties op basis van de ingrediënten uit de Omgevingsvisie Zoetermeer 2040. 3. Direct aan de slag met programmavoorstellen voor twee pijlers uit de Omgevingsvisie Zoetermeer 2040. Het betreffen de pijlers: a. wijken voor de toekomst; en b. woningbouw als katalysator voor een sociaaleconomisch krachtige stad. Voor pijler b geldt dat vooral gaat om de juiste woningen toe te voegen aan de stad, waarbij gestuurd wordt op kwaliteit (meer diversiteit, groter aandeel koop, duurder segment, empty nesters). Het gaat om het toevoegen van woningen, die zorgen voor een grotere diversiteit in de stad.
Woningen en een woonomgeving die zorgen voor het vergroten van het eigenaarschap in de stad. De binnenstad en (nieuwe) ontwikkelgebieden, zoals Entreegebied en Kwadrant worden ingezet om de omliggende buurten en wijken een impuls te geven. Deze gebieden gaan ‘schuifruimte’ bieden voor de naastgelegen wijken. Relatie tot het plangebied
Cadenza 2 versie vastgesteld
19/67
Voorliggend plan draagt bij aan het vergroten van diversiteit met woningen in het huur- en koopsegment bestemt voor onder andere jongeren, maar ook met woningtypen geschikt voor empty nesters (nultredenwoningen met volop voorzieningen op loopafstand). Cadenza 2 maakt daarnaast deel uit van de Binnenstad waarbij het plan omliggende buurten een impuls kan geven door het bieden van schuifruimte en faciliteiten in de plint. 2.4.3
Visie Binnenstad 2040
De binnenstad staat voor nieuwe uitdagingen door onder meer de opgave om woningen toe te voegen, de concurrentie met de regio als het gaat om wonen en winkelen, maar ook door de sociaal-economische positie van Zoetermeer. Een geactualiseerde visie op de ontwikkeling van de binnenstad is daarom noodzakelijk. De binnenstad is er om te winkelen, wonen, werken, verblijven. Het gaat niet alleen om het stapelen van stenen, het toevoegen van woningen in de binnenstad, maar ook om het realiseren van een hogere kwaliteit voor de binnenstad. Het resultaat dat gemeente Zoetermeer wilt zien is een binnenstad met hoogwaardige stedelijke woonmilieus, in het oog springende architectuur, een breed aanbod van maatschappelijke en culturele voorzieningen, een levendig straatbeeld, een veilige, mooie en prettige openbare ruimte en groen. Er worden tenminste 2.000 woningen toegevoegd. Ook is er meer ruimte voor de fietser en de voetganger. De uitwerking van de visie volgt op basis van concrete voorstellen. De lopende projecten zoals Markt 10, Centraal Park, Inleiding Upgrade, Cadenza 2, versnellingslocaties in de binnenstad worden nu al voorbereid en de komende jaren uitgevoerd. In de Visie Binnenstad 2040 is voor Cadenza 2 opgenomen dat in 2018 de uitgangspunten zijn vastgesteld door de gemeenteraad van Zoetermeer. Hier worden (jongeren)woningen ontwikkeld.
Relatie tot het plangebied Het plangebied ligt in de binnenstad van Zoetermeer aan de rand van het Stadshart. Eén van de ambities betreft het inzetten op stedelijke woonmilieus en daar draagt onderhavig initiatief aan bij door het bestaande braakliggende gebied te herontwikkeling tot een levendig gebied met een intensief woonprogramma, voor onder andere jongeren, en een markant gebouw. 2.4.4
Woonvisie Zoetermeer (2015)
Op 8 juni 2015 heeft de gemeenteraad de Zoetermeerse Woonvisie 'samen aan de slag op de nieuwe woningmarkt' vastgesteld. Deze Woonvisie is een actualisatie van de gemeentelijke woonvisie uit 2009 en was noodzakelijk omdat de crisis op de woningmarkt ook niet aan Zoetermeer voorbij is gegaan. De keuzes uit die eerdere woonvisie zijn de afgelopen jaren echter bepalend geweest voor het woonbeleid van de stad. Op hoofdlijnen blijven deze keuzes ook in de toekomst het uitgangspunt. De nieuwe Woonvisie biedt daarentegen het kader van de gemeente om in de komende jaren in deze situatie een goed en actueel woonbeleid voor de stad te voeren. De Woonvisie vormt tevens de basis voor regionale afstemming en nieuwe prestatieafspraken met de lokaal actieve woningcorporaties. Om de woonkwaliteit van de stad te koesteren, uit te bouwen en kwaliteit toe te voegen, zijn in de Woonvisie zes ambities benoemd; duurzaam bouwen en renoveren; betaalbare woningen voor iedereen aanbieden; extra jongerenwoningen toevoegen en woonruimten voor studenten; Zoetermeer levensloop bestendig maken; prettige en gewilde woonwijken in stand houden en realiseren; consument gericht bouwen. Relatie tot het plangebied Dit bestemmingsplan draagt bij aan de opgaven en ambities die in de Woonvisie zijn
Cadenza 2 versie vastgesteld
20/67
benoemd, namelijk de bouw van duurzame en betaalbare woningen voor jongeren met een stedelijke levensstijl. In de Woonvisie streeft de gemeente naar het toevoegen van 200 extra jongerenwoningen op meerdere binnenstedelijke locaties in de stad. De ontwikkeling van Cadenza 2 draagt direct bij aan deze doelstelling. Tevens wordt middels voorliggend plan bijgedragen aan het levensloop bestendig maken van de woningvoorraad in Zoetermeer. 2.4.5
Woningbouwagenda 2017
De woningbouwagenda voorziet in een leidraad voor de gemeente om in de komende jaren richting te kunnen geven aan de kwalitatieve en kwantitatieve woningbouwopgave van de stad. De vastgestelde woningbouwagenda Zoetermeer vormt de basis voor verdere groei in de komende 10 tot 15 jaar met 10.000 woningen en een zoekopgave tot 16.000 woningen.Ter verlichting van de woningnood dient in de eerste 3 tot 5 jaar een extra inspanning te worden verricht, met name voor die woningzoekenden die momenteel te weinig kans maken (zoals starters, en mensen die zijn aangewezen op de 'goedkope' vrije (huur- sector). Relatie tot het plangebied Voorliggend plan voorziet in de realisatie van jongerenappartementen en commerciële appartementen en draagt hiermee bij aan de verlichting van de bestaande woningnood. 2.4.6
Versnellingsagenda woningbouw 2018
De druk op de woningmarkt in Zoetermeer is groot en neemt snel toe. Met de Versnellingsagenda worden acties voorgesteld om de woningbouwproductie te versnellen. Onderdeel van de Versnellingsagenda is om 14 extra woningbouwlocaties aan te wijzen. Voor deze 14 woningbouwlocaties zijn uitgangspunten geformuleerd ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling, onder andere op het gebied van doelgroepen, parkeren en bouwhoogte. Daarnaast wordt in de Versnellingsagenda een verdere verfijning van het in 2017 vastgestelde Woningbouwprogramma voorgesteld. Ten aanzien van doelgroepen richt de Versnellingsagenda zich met name op jongeren, middeninkomens en empty-nesters. Daarnaast is het voorstel om de nieuwbouw te verdelen in 27% goedkope huur, 25% midden huur en 48% koopwoningen, waarvan een beperkt percentage dure huur. Relatie tot het plangebied De raad van de gemeente Zoetermeer heeft op 5 maart 2018 de uitgangspunten vastgesteld voor de ontwikkeling van de locatie Cadenza 2, gelegen aan de Italiëlaan tussen Cadenza I en Casa Italia. Het betreft de realisatie van onder andere jongerenwoningen, één van de doelgroepen waarop de Versnellingsagende woningbouw zich richt. Geconcludeerd kan worden dat voorliggend plan in lijn is met de Versnellingsagenda. 2.4.7
Hoogbouwvisie
De Hoogbouwvisie Zoetermeer is vastgesteld op 1 juni 2004. De visie speelt in op de vraag naar hoogbouw vanuit de markt en geeft kaders waar hoogbouw wenselijk is. Hoogbouw bepaalt onder andere de ruimtelijke structuur van de stad en is dominant aanwezig. Hoogbouw in de stad is niet op alle plaatsen een wenselijke ontwikkeling. Maar ook andersom kan hoogbouw op bepaalde plekken in de stad een verrijking voor de stad zijn. Het kan zowel de ruimtelijke structuur als de economische structuur van de stad verbeteren. In de Hoogbouwvisie zijn zones aangegeven waar ontwikkeling van hoogbouw in de toekomst mogelijk is. De consequenties van hoogbouw voor de omgeving (o.a. windhinder, bezonning, uitzicht, privacy en zichtlijnen) dienen in de planvorming aan de orde te komen. Relatie tot het plangebied Het plangebied ligt in het stadscentrum en kan worden beschouwd als een 'secundair knooppunt', met een indicatieve maximale bouwhoogte van 90 meter.
Cadenza 2 versie vastgesteld
21/67
Figuur 2.4 Utisnede Hoogbouwvisie Zoetermeer (planhebied gemarkeerd als ster).
Er is al een concentratie van hoge bebouwing te vinden die tot de hoogste van de stad behoren. Ter plaatse van het secundaire knooppunt is verdere ontwikkeling tot hoogbouwlocatie mogelijk. Hoge bebouwing levert een bijdrage aan het aangeven van het centrumgebied in relatie tot de overige delen van de stad. Het plan past derhalve binnen de Hoogbouwvisie van Zoetermeer. 2.4.8
Uitgangspuntennotitie Cadenza 2
De locatie Cadenza 2 aan de Italiëlaan is al enige jaren in beeld voor woningbouw. De gemeenteraad heeft in maart 2018 de uitgangspuntennotitie Cadenza 2 vastgesteld. De wens is om hier jongerenwoningen en appartementen te realiseren. De uitgangspunten voor de ontwikkeling van de locatie Cadenza 2, gelegen aan de ltaliëlaan tussen Cadenza I en Casa ltalia betreffen: a. een intensief woonprogramma van tenminste 60 jongerenwoningen aangevuld met commerciële appartementen, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de ambities van de Visie Binnenstad en de Schaalsprong; b. een markant gebouw, dat door zijn vormgeving (architectuur, bouwmassa, hoogte) de entree van het Stadshart markeert; c. zorgvuldige inpassing in de omgeving, wat inhoudt dat het volume en de positie van het gebouw op een optimale manier afgestemd dienen te worden op de bebouwing in de omgeving; d. levendig straatbeeld, dus het gebouw moet qua uitstraling en programma in de plint bijdragen aan een aangenaam en levendig straatbeeld; e. parkeren: uit het zicht, dat wil zeggen dat parkeren zoveel mogelijk wordt ondergebracht in het gebouw; dat voldoet aan de parkeernormen, enkel onderbouwd en na een besluit van de gemeenteraad kan worden afgeweken van de maximale parkeernorm;
Cadenza 2 versie vastgesteld
22/67
f.
een duurzaam en gasloos gebouw als belangrijk onderdeel voor nieuwbouw in de toekomst; g. auto-ontsluiting: niet direct op de Italiëlaan; niet aan de zijde van de parkeergarage van Cadenza I; naast Casa ltalia; h. de beleving op maaiveld, rekening houdend met: de vorm van de ltaliëlaan en de woningen aan de Athenestraat; de aansluiting op de entree van het Stadshart aan het Oostwaarts; de bestaande breedte van het trottoir, welke gehandhaafd dient te blijven; i. de positie van het gebouw: in de zichtlijn van de Denemarkenlaan en ltaliëlaan; Qua architectuur een optisch slanke toren; j. Het bouwvolume en de hoogte; twee bouwvolumes, een horizontaal deel en en verticaal deel; het verticale deel wordt teruggelegen gepositioneerd en heeft een hoogte van 70 meter of meer. Relatie tot het plangebied Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van een intensief woonprogramma met voorzieningen in de plint mogelijk waarbij bovengenoemde uitgangspunten worden gewaarborgd. Hierbij dient opgemerkt te worden dat vanwege de hoge bouwkosten vanaf 70 meter, i.v.m. de brandveiligheid, in de regels is opgenomen dat er plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding- hoogteaccent' één hoogteaccent mag worden gebouwd met een minimale bouwhoogte van 63 meter, een maximale bouwhoogte van 77 meter en een footprint met een maximum brutovloeroppervlakte (bvo) van 660 m2. 2.4.9
Groenkaart en visie Biodiversiteit (2013)
De Groenkaart vormt een integraal afwegingskader voor groenfuncties in Zoetermeer en zet in op: groen op elk niveau van de stad, het waarderen van (de kwaliteit van het) groen en het verbinden van groen. Hierbij wordt een set spelregels gevoegd voor het omgaan met het groen. Onderdelen van het bomenbeleid vormen input voor het opstellen van de Groenkaart.
Figuur 2.5 Groenkaart Zoetermeer.
Cadenza 2 versie vastgesteld
23/67
Gelijktijdig met de Groenkaart is ook de Visie Biodiversiteit vastgesteld. De ambitie van de visie Biodiversiteit is om de biodiversiteit, en de waardering van de inwoners hiervoor, op peil te houden en waar mogelijk te vergroten. Dat moet gebeuren binnen de (afnemende) financiële mogelijkheden van de gemeente. Er wordt een stimulerende koers aangehouden gericht op samenwerking, inspiratie en communicatie, binnen de huidige budgetten. Relatie tot het plangebied Op de Groenkaart is het plangebied aangeduid als 'stadsgroen hoog dynamisch'. Hiervoor geldt het principe van groencompensatie in het gebied zelf, om de kwaliteit van het groen op standsniveau zo veel mogelijk te behouden en waar mogelijk te vergroten. Groencompensatie gaat om investeren in een goede openbare ruimte met sterke verbindingen en meer geconcentreerd groen met een hoge kwaliteit. Bij de verdere uitwerking van het gebouw zal rekening worden gehouden met het instandhouden en versterken van de biodiversiteit. Dit kan bijvoorbeeld door muskasten aan de zijde van de Randstadrail in te bouwen. Dit draagt bij aan het in stand houden en versterken van de robuuste groene verbinding aan deze zijde, naast de Randstadrail. 2.4.10 Mobiliteitsvisie In de 'Mobiliteitsvisie 2030' (2017) is beschreven op welke manier verkeer bijdraagt aan een vitaal en leefbaar Zoetermeer.
Om Zoetermeer leefbaar en vitaal te houden, is een zestal ambities (met opgaven) geformuleerd: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Mobiliteitssysteem en ruimtelijke ambities gaan hand in hand. Versterken onderlinge verbondenheid gebieden rond Stadsring. Verder verbeteren. van de verkeersveiligheid.'Maak van de nul een punt'. Kwalitatief krachtig en robuust OV-netwerk opgebouwd vanuit drie hoofdknooppunten. Fietsen en lopen stimuleren door goede netwerken en stallingen. Innovatie en duurzaamheid maximaal stimuleren.
Relatie tot het plangebied Voorliggend bestemmingsplan vormt geen belemmering voor de ambities van de Mobiliteitsvisie. In paragraaf 4.3 Verkeer en vervoer van voorliggend plan wordt het aspect verkeer en parkeren nader beschouwd. 2.4.11 Parkeerbeleid 2019 Op 16 december 2019 heeft de gemeenteraad de Actualisatie Parkeerbeleid Zoetermeer 2019 en de Nota Parkeernormen en uitvoeringsregels Zoetermeer 2019 vastgesteld. In het geactualiseerde parkeerbeleid zijn de laatste inzichten ten aanzien van het parkeren en de toetsing op parkeernormen meegenomen. Voor alle functies zijn duidelijke vaste minimale parkeernormen per zone opgenomen. Hiervan kan in principe niet naar beneden afgeweken worden. Voor zeer kleine woonvormen, jongerenwoningen, studentenwoningen, zorgwoningen en sociale/goedkope huurwoningen zijn specifieke parkeernormen opgenomen. Hiermee is het parkeerbeleid doelgroepgericht. Verder verschilt de parkeernorm bij nieuwe ontwikkelingen afhankelijk van de locatie in de stad waar deze ontwikkeling wordt voorzien. Het parkeerbeleid is gebiedsgericht. Rekening is gehouden met een hoog, gemiddeld of laag autobezit, gebiedskenmerken zoals OV-bereikbaarheid, aanbod aan voorzieningen alsmede de ambities voor het gebied in de toekomst vanuit gewenst ruimtegebruik, duurzaamheid en leefbaarheid.