CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bestemmingsplan toelichting

Raadsvergadering 29 november 2021, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststelling bestemmingsplan Luxemburglaan 2-1019.844 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Het matige windklimaat wordt deels veroorzaakt door bestaande bebouwing. Voor de zuidelijke helft van de westgevel is het windklimaat dichtbij de gevel matig voor slenteren. Het windklimaat bij de hoek van het gebouw is matig voor doorlopen en slecht voor slenteren. Doordat de entree naar binnen is gelegd, is het windklimaat bij de entree goed voor slenteren. Het criterium voor windgevaar wordt rond 70LUX niet overschreden. In de doorgang aan de zuidzijde is een beperkt risico op windgevaar, maar volgens de norm wordt dit geaccepteerd voor doorloopgebieden. Op basis van deze resultaten en expert judgement, wordt geen windgevaar voor fietsverkeer rondom het plan verwacht. Het matige windklimaat op Luxemburglaan wordt voornamelijk veroorzaakt door reeds aanwezige bebouwing. De invloed van onderhavige ontwikkeling op de windhinder die hier mogelijk door fietsers wordt ervaren, is dan ook nihil. Het windklimaat op de hoek van de Europalaan-Luxemburglaan wordt acceptabel geacht voor fietsers. 4.11.3 Conclusie Het aspect wind vormt geen belemmering voor voorliggend plan.

4.12

Bezonning

4.12.1 Regelgeving en beleid Er bestaan in de landelijke regelgeving geen normen of richtlijnen met betrekking tot minimale bezonningsduur. Een wettelijke eis ten aanzien van bezonning wordt niet gesteld, wel wordt in het kader van een goede ruimtelijke ordening rekening gehouden met de mogelijke bezonning van een woning. Hiervoor wordt de waarderingsrichtlijn van TNO als uitgangspunt gebruikt. De TNO-richtlijn stelt dat de mogelijke bezonningsduur voor een hoofdwoonvertrek (woonkamer) in de periode tussen 19 februari en 21 oktober (dezelfde zonnestand) minimaal twee uur (120 minuten) moet bedragen. 4.12.2 Onderzoek Met de ontwikkeling van 70LUX zou extra schaduwwerking kunnen ontstaan bij woningen. In het Bezonningsonderzoek (zie Bijlage 10) is het bouwplan geprojecteerd in zijn bestaande omgeving. Op basis van bezonningsdiagrammen voor bepaalde momenten van het jaar tussen zonsopgang en zonsondergang blijkt of de voorziene bebouwing schaduw zal veroorzaken op bestaande woonbebouwing.

46

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan 70LUX, Luxemburglaan 2-10

De bezonningstudie heeft inzichtelijk gemaakt dat de voorziene bebouwing schaduw zal veroorzaken op delen van bestaande woningen rondom het plangebied. De studie maakt ook inzichtelijk dat er in alle gevallen wordt voldaan aan de lichte TNO norm. Volgens deze TNO-norm moet het hoofdwoonvertrek op 19 februari tenminste twee uren zon ontvangen. Uit het bezonningsonderzoek blijkt dat de kortste bezonningsduur 3,1 is. Op geen enkele beoordeelde positie kan minder dan twee uur zon ontvangen kan worden na realisatie van 70LUX. 4.12.3 Conclusie Het aspect bezonning vormt geen belemmering voor voorliggend plan.

4.13

Milieu-effectrapportage

De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. bestaat een belangrijk onderscheid tussen bijlage C en bijlage D. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit bijlage C geldt een m.e.r.-plicht. In bijlage D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden, geldt een m.e.r.-plicht. Kunnen deze belangrijke nadelige milieugevolgen wel uitgesloten worden, dan is een m.e.r. niet noodzakelijk. De voorgenomen ontwikkeling kan gezien worden als een stedelijk ontwikkelingsproject.

Figuur 4.9 relevant onderdeel D. Activiteiten, plannen en besluiten, ten aanzien waarvan de procedure als bedoeld in de artikelen 7.16 t/m 7.20 van de wet van toepassing is De beoogde ontwikkeling valt niet binnen de richtwaarden van het Besluit m.e.r. ten aanzien van projecten waarbij milieusignificantie een rol speelt (kolom 2). De aard en omvang van het beoogde initiatief is zeer beperkt t.o.v. de richtwaarden van het Besluit m.e.r. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst die beneden de drempelwaarden vallen, dient een toets uitgevoerd te worden of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Omdat sprake is van een vormvrije m.e.r.-beoordeling, is een aanmeldnotitie opgesteld en ingediend bij het bevoegd gezag. Uitkomst van de aanmeldnotitie is dat belangrijke nadelige gevolgen in het kader van het Besluit m.e.r. voor het milieu niet te verwachten zijn (zie tevens de in deze toelichting beschreven milieu-aspecten). Het bevoegd gezag heeft op basis van deze Aanmeldnotitie Mer op 8 december 2020 besloten dat het opstellen van een Milieueffectrapport niet nodig is (zie Bijlage 11).

Toelichting (vastgesteld)

47

bestemmingsplan 70LUX, Luxemburglaan 2-10

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Inleidende regels

Het bestemmingsplan bestaat uit regels, een verbeelding en een toelichting. De regels en de verbeelding vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De regels bepalen de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de gronden. De bestemming is zo opgenomen dat voldoende rechtszekerheid bestaat voor omwonenden en andere gebruikers van het gebied en de omliggende gebieden. In de toelichting wordt gemotiveerd waarom sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het plan is opgesteld op basis van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). Het bestemmingsplan is primair bedoeld om de beoogde ontwikkelingen juridisch-planologisch mogelijk te maken. Het bestemmingsplan betreft dan ook een ontwikkelingsplan. De ruimtelijke en functionele kaders zijn voldoende duidelijk, waardoor gekozen is voor directe bouwtitels. 5.1.1

Begrippen

In artikel 1 worden de begrippen die in de regels worden gebruikt omschreven. Sommige begrippen zijn voor meerdere uitleg vatbaar, daarom is het nodig om ze planologisch-juridisch af te bakenen en te preciseren, ten opzichte van het algemeen spraakgebruik. Zonder definitie zou een begrip tot verwarring kunnen leiden. 5.1.2

Wijze van meten

In artikel 2 wordt weergegeven hoe de in de regels opgenomen maten van een bouwwerk moeten worden gemeten.

5.2

Bestemmingsregels

5.2.1

Wonen

Binnen de bestemming 'Wonen' is op de plankaart een bouwvlak aangegeven. De woonfunctie voert er de boventoon en overige functies die zijn toegestaan, worden uitsluitend op de begane grond en de eerste verdieping mogelijk gemaakt. Er is geen zelfstandige detailhandel of horeca toegestaan, hooguit ondersteunend aan de toegelaten functies. De parkeergarage beslaat de eerste 3 bouwlagen. Aan huis verbonden beroepen of bedrijven zijn eveneens toegestaan, onder genoemde voorwaarden. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan aangegeven op de verbeelding. Ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' dient een bebouwingsvrije hoogte van minimaal 2,60 mt in acht te worden genomen. Via een afwijking kan van een aantal gebruiksregels worden afgeweken. 5.2.2

Verkeer - Verblijfsgebied

De bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' omvat de buurt- en erfontsluitingswegen met de daaraan of daarlangs gelegen paden, woonstraten, parkeervoorzieningen, laad- en losvoorzieningen, groen- en waterelementen. Deze wegen zijn uitsluitend van belang voor het buurtverkeer. De bestemming biedt ruimte voor nutsvoorzieningen met een beperkte omvang. Ter plaatse van de specifieke bouwaanduidingen voor balkons en luifels zijn, ten behoeve van de aangrenzende woonbestemming, ook balkons en luifels toegestaan.

48

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan 70LUX, Luxemburglaan 2-10

5.3

Algemene regels

5.3.1

Antidubbeltelregel

De antidubbeltelregel is een verplichte regel die voortkomt uit het Besluit ruimtelijke ordening. 5.3.2

Algemene afwijkingsregels

Dit artikel bevat de algemeen gebruikelijke afwijkingsmogelijkheden. Deze afwijkingsmogelijkheden gelden voor het hele plangebied.

5.4

Overige regels

In dit artikel zijn de algemene bouw- en gebruiksregels opgenomen over parkeernormen overeenkomstig de gemeentelijke parkeernota, zoals deze geldt op het moment van indienen van een aanvraag omgevingsvergunning.

5.5

Overgangs- en slotregels

5.5.1

Overgangsrecht

Deze artikelen regelen de bebouwing en het gebruik van gronden en opstallen, die op tijdstip van inwerkingtreding van dit plan in strijd zijn met de met de bouwregels, gebruiksregels of beide. 5.5.2

Slotregel

In dit artikel wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.

Toelichting (vastgesteld)

49

bestemmingsplan 70LUX, Luxemburglaan 2-10

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

6.1

Financiële uitvoerbaarheid

6.1.1

Grondexploitatie (artikel 6.12 Wro)

Op grond van het bepaalde in artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening is de gemeenteraad verplicht bij de vaststelling van een bestemmingsplan een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In het onderhavige bestemmingsplan is een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening voorzien. In afwijking van het bepaalde in artikel 6.12, lid 1 Wet ruimtelijke ordening bepaalt lid 2 van dit artikel dat de gemeenteraad kan besluiten bij de vaststelling van het bestemmingsplan geen exploitatieplan vast te stellen indien: 1. het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd (bijvoorbeeld via gronduitgifte, een anterieure overeenkomst over grondexploitatie); 2. het niet noodzakelijk is een tijdvak voor de exploitatie, dan wel een fasering in de uitvoering van werken, werkzaamheden, maatregelen en bouwplannen vast te stellen; 3. het stellen van eisen voor de werken en werkzaamheden voor het bouwrijpmaken van het exploitatiegebied, de aanleg van nutsvoorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte in het exploitatiegebied, dan wel het stellen van regels omtrent het uitvoeren van die werkzaamheden, dan wel een uitwerking van de regels met betrekking tot de uitvoerbaarheid niet nodig is.

In het kader van de beoogde ontwikkeling in het plangebied is met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten. Daarmee zijn de kosten anderszins verzekerd. Daarnaast is het niet noodzakelijk om een tijdvak of fasering vast te stellen en zijn eisen aan de werken en werkzaamheden niet benodigd. Om deze reden is het vaststellen van een exploitatieplan niet nodig. 6.1.2

Economische uitvoerbaarheid

Op grond van het bepaalde in artikel 3.1.6 onder f. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in deze toelichting inzicht te worden gegeven in de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Deze uitvoerbaarheid heeft in het bijzonder betrekking op de financieel economische uitvoerbaarheid. Initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de financieel economische uitvoerbaarheid. Er is sprake van een bouwplan dat past binnen het beleid van de overheden. De initiatiefnemer is een ontwikkelende partij en heeft het economisch eigendom van de percelen. Om deze redenen is er sprake van een financieel-economisch uitvoerbaar plan.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Participatie Op 18 juni 2019 heeft een samenspraakbijeenkomst plaatsgevonden. Het doel van de samenspraak was het op onderwerpen raadplegen of informeren van omwonenden, belanghebbenden en geïnteresseerden, met als resultaat een betere inpassing van de ontwikkeling in de omgeving (binnen de kaders van het kavelpaspoort) en het beperken van overlast voor omwonenden tijdens en na de bouw daar waar mogelijk. Tevens is procesinformatie verstrekt over hoe de bouwplanontwikkeling en de planprocedure verlopen en is het bouwplan gepresenteerd. Er waren ongeveer 175 omwonenden aanwezig en 5 raadsof commissieleden. Het samenspraakverslag is in september 2019 door het college van B&W vastgesteld. Op 8 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer bekend gemaakt dat een bestemmingsplan voor de locatie Luxemburglaan 2-10 wordt voorbereid, geen extra samenspraak te houden over het voorontwerpbestemmingsplan omdat al samenspraak over het bouwplan heeft plaatsgevonden. Tevens heeft ze ingestemd met het voorontwerpbestemmingsplan, de

50

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan 70LUX, Luxemburglaan 2-10 aanmeldnotitie MER en het toepasen van de coordinatieprocedure uit de Wro. (zie Bijlage 11). Bestuurlijk vooroverleg Het concept ontwerp-bestemmingsplan is op grond van artikel 3.1.1 Bro opgestuurd naar verschillende overheden en instanties. Het Hoogheemraadschap van Rijnland is akkoord. Ook provincie Zuid-Holland, de leidingbeheerders en de veiligheidsregio hebben gereageerd. De ontvangen reacties leiden niet tot aanpassingen in dit bestemmingsplan. Zienswijzen Op 8 juni 2021 heeft het college van B&W ingestemd met het ontwerpbestemmingsplan, het ontwerpbesluit hogere waarden geluid en de ontwerp omgevingsvergunning. Het ontwerpbestemmingsplan is tesamen met de overige stukken ter visie gelegd van 18 juni 2021 tot en met 29 juli 2021. Tijdens deze periode is één zienswijze ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan. De zienswijze is opgenomen en beantwoord in de Nota Beantwoording Zienswijze (zie Bijlage 12). Naar aanleiding van de zienswijze is een Hoogbouw Effectrapportage opgesteld en toegevoegd als Bijlage 1 bij deze plantoelichting. Verder is de zienswijze geen aanleiding geweest om het bestemmingsplan aan te passen.

Toelichting (vastgesteld)

51

bestemmingsplan 70LUX, Luxemburglaan 2-10

Hoofdstuk 7

Handhaving

Op 2 april 2019 heeft de gemeenteraad van Zoetermeer de beleidsnota 'Een omgevingsbewuste en professionele dienstverlening', Vergunningen, Toezicht- en Handhavingsbeleid 2019-2022 vastgesteld. Dit beleid ziet onder meer op het handhaven van bestemmingsplannen. Handhaving kan plaatsvinden via de publiekrechtelijke, privaatrechtelijke en strafrechtelijke weg. Het college van Burgemeester en Wethouders is bevoegd om met bestuursrechtelijke sancties op te treden tegen overtredingen van regels van bestemmingsplannen. De bestuursrechtelijke sancties bestaan uit de bestuursdwang en het opleggen van last onder dwangsom. Door middel van het privaatrecht kan de gemeente op indirecte wijze het bestemmingsplan handhaven. Dat kan door gebruikmaking van haar bevoegdheden als eigenaar of van contractuele bevoegdheden. De strafrechtelijke vervolging is afhankelijk van het Openbaar Ministerie. Overtredingen op grond van bestemmingsplanregels vallen met ingang van 13 september 2004 onder de Wet op de economische delicten. Strafrechtelijk optreden is gewenst bij overtredingen waarvan de gevolgen niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden. De Wet op de economisch delicten biedt verder de mogelijkheid bij het opleggen van de straf rekening te houden met het economisch voordeel dat de overtreder heeft behaald.

Ook biedt de wet de mogelijkheid de verplichting op te leggen om op eigen kosten de gevolgen van het delict goed te maken.

52

Toelichting (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=5c43222a-0674-4814-b606-53c250d9278e