CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Transformatieplan beschermd thuis-Transformatieplan Beschermd Thuis Centraal Gelderland.pdf

Raadsvergaderingen 2018-2022 22 december 2021, gemeente ZevenaarBij agendapunt: HAMERSTUK Z/21/402994 Bestuurlijk akkoord en Kadernota Beschermd Wonen10.725 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

‘Samen aan zet’

1 maart 2019 drs. W. Dragt drs. A. van Dijk

Transformatieplan Beschermd Thuis: Beschermd wonen en maatschappelijke opvang

2019 - 2021

Proloog: sociale inclusie “Mensen hebben waardevolle persoonlijke en sociale netwerken in de samenleving. Zij maken gebruik van voorzieningen die voor iedereen bedoeld zijn. Zij wonen in de samenleving met mensen waarmee zij zich verbonden voelen. Kinderen en jongeren volgen breed toegankelijk, regulier onderwijs dat bijdraagt aan hun ontplooiing. Ieder schoolt zich op terreinen waar zijn interesses en ambities liggen. Mensen hebben gerespecteerde werkzaamheden of bezigheden in de samenleving en voelen zich gewaardeerde medewerkers. Zijn nemen deel aan en dragen bij aan het sociale, culturele, religieuze en recreatieve leven in de samenleving (concerten, cafés, clubs, kerken, verenigingen, sportevenementen etc.). Zij maken gebruik van welzijn- en gezondheidsvoorzieningen in de plaatselijke gemeenschap.” (dr. Hans Kröber, expert op het gebied van inclusie)

Leven met een psychische kwetsbaarheid (soms tijdelijk, soms langdurig) is niet altijd eenvoudig. Daadwerkelijk meedoen van bewoners met een psychische kwetsbaarheid vraagt inzet, van henzelf, en van hun omgeving. En ook: acceptatie. Een (tijdelijke) terugval is immers mogelijk en soms is alleen blijvende ondersteuning de oplossing voor stabiliteit en zelfstandigheid. In andere gevallen is ondersteuning voldoende op momenten dat het even nodig is. Als gezamenlijke gemeenten willen we het maximale doen voor inwoners om te zorgen dat er een passend thuis is, een plek om te werken, er van een zo gezond mogelijk leven sprake is, financiën beheerst worden en begeleiding beschikbaar is die de bewoner en zijn/haar netwerk ondersteund.

Als gemeenten kunnen we dit niet alleen: we moeten en willen dit samen doen. Dit geldt in het leven van de betreffende burger, in een gemeente, en ook op regionaal niveau. Kortom, een “inclusieve aanpak: is nodig. We zijn ‘samen aan zet!’

‘Samen aan zet’’

2

Voorwoord Voor u ligt het Transformatieplan Beschermd Thuis van de regio Centraal Gelderland. In dit plan geven de gemeenten Rozendaal, Rheden, Doesburg, Zevenaar, Duiven, Lingewaard, Overbetuwe, Renkum, Westervoort en Arnhem aan hoe zij samen invulling willen geven aan de ondersteuning voor kwetsbare inwoners na de beëindiging van de centrumgemeenteconstructie voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang in 2021. En ook beschrijven wij wat dit de komende jaren vraagt van de gemeentelijke samenwerking. We streven ernaar om met extra inzet op preventie en versterking van de lokale ondersteuningsstructuur onze inwoners snel en adequaat te helpen. Meer mensen in staat stellen om met ondersteuning zelfstandig te wonen en te participeren in onze samenleving. Tegelijkertijd zorgen we er samen voor dat er een regionaal vangnet in stand blijft voor wie dat toch nodig heeft. Dit transformatieplan geeft de richting en kaders voor de verdere uitwerking de komende jaren. We bouwen voort op de samenwerking en ervaringen tot nu toe: we willen onze visie verder gezamenlijk in de praktijk brengen. We zullen in 2019 en 2020 hard aan de slag moeten om ervoor te zorgen dat we in 2021 klaar zijn om de huidige centrumgemeentetaken lokaal en regionaal te borgen. Dat doen we natuurlijk samen met onze maatschappelijke partners, ervaringsdeskundigen en cliënten.

Aan dit transformatieplan hebben onze zorgpartners en ervaringsdeskundigen een bijdrage geleverd. Onze partners willen bijdragen aan het verder verbeteren van de dienstverlening voor kwetsbare inwoners. De vervolgstap is dan ook om samen te werken aan de realisatie daarvan. Hiertoe bevat dit plan een spoorboek en voorstel voor een programma-aanpak. Samen maken we werk van onze ambitie. We gaan aan de slag.

‘Samen aan zet’’

3

Inhoud 1. Inleiding ............................................................................................................................................. 5 2. Visie.................................................................................................................................................... 7 2.1 Visie op Beschermd Thuis ............................................................................................................ 7 2.2 ‘Samen aan zet’ betekent een gezamenlijke vervolgstap ............................................................. 8 3. Wat is de bestaande regionale situatie? ........................................................................................... 11 3.1 Beschermd Wonen .................................................................................................................... 11 3.2 Maatschappelijke opvang .......................................................................................................... 12 3.3 Beeld: locaties ........................................................................................................................... 13 4. Actuele ontwikkelingen ....................................................................................................................

15 4.1 Een nieuwe fase van transformatie: regionaal plan, samenwerking, afspraken ........................... 15 4.2 Ontwikkeling: toegang Wet langdurige zorg ............................................................................. 15 4.3 Ontwikkeling: Financieel verdeelmodel per 2021....................................................................... 16 4.4 (curatieve) GGZ en stakeholdergesprek behandel GGZ ............................................................. 17 4.5 Nationale woonagenda, doorstroom, stakeholdergesprek corporatie ....................................... 18 5. Opgave en ambitie ........................................................................................................................... 19 5.1 Ontwikkellijnen voor de komende jaren ..................................................................................... 19 5.2 Ambitie ...................................................................................................................................... 19 6. Preventie en lokale basisinfrastructuur .............................................................................................. 20 6.1 Inleiding ...................................................................................................................................

20 6.2 Lokale verantwoordelijkheid ...................................................................................................... 20 6.3 Ontwikkellijn .............................................................................................................................. 21 6.4 Wat verdient aandacht in de lokale basisinfrastructuur? ............................................................. 21 7. Regionale ondersteuningsstructuur .................................................................................................. 22 7.1 Inleiding ................................................................................................................................... 22 7.2 Ontwikkellijn .............................................................................................................................. 22 7.3 Voorbereiding op het nieuwe financiële verdeelmodel .............................................................. 22 8. Toegang ........................................................................................................................................... 23 8.1 Inleiding ...................................................................................................................................

23 8.2 Ontwikkellijn .............................................................................................................................. 23 8.2 Uitwerking scenario’s ................................................................................................................. 23 9. Wonen .............................................................................................................................................. 24 9.1 Inleiding ................................................................................................................................... 24 9.2 Ontwikkellijn .............................................................................................................................. 24 9.3 Resultaten actieprogramma ‘Weer Thuis’................................................................................... 24 10. ‘Samen aan zet’ en spoorboek ........................................................................................................ 25 10.1 Inleiding ................................................................................................................................. 25 10.2 ‘Samen aan zet’ vraagt tijd en prioriteit ...................................................................................

25 10.3 Uitgangspunten programma-aanpak........................................................................................ 26 10.4 In 2019: ontwikkeling en keuzes............................................................................................... 26 10.5 Spoorboek ............................................................................................................................. 26 10.6 Inzet en inbreng vanuit elke gemeente .................................................................................. 28 10.7 Programmastructuur: rollen ..................................................................................................... 28 10.8 Ruimte voor pilots in 2019 en 2020 ........................................................................................ 28 Bijlagen: Bijlage 1 Deelnemers stakeholdergesprekken en panel ervaringsdeskundigen Bijlage 2 Uitkomsten stakeholdergesprekken en panel ervaringsdeskundigen Bijlage 3 Nieuwe producten sinds mei 2018 Bijlage 4 Huidige samenwerking (2019) ‘Samen aan zet’’

4

1. Inleiding We staan allereerst kort stil bij de achtergrond, historische aanleiding en proces dat is doorlopen in de totstandkoming van ‘Samen aan zet!’. Achtergrond Met de komst van de Wmo 2015 zijn alle gemeenten in Nederland verantwoordelijk geworden voor opvang en bescherming voor diegenen die niet in staat zijn zelfstandig te wonen. De onderdelen die de wet hierin benoemt zijn maatschappelijke opvang en beschermd wonen. De middelen om deze taken uit te voeren zijn over 43 centrumgemeenten verdeeld, met de opdracht aan de regio's om deze taak in gezamenlijkheid uit te voeren. De gemeenten Rheden, Renkum, Lingewaard, Westervoort, Duiven, Zevenaar, Doesburg, Rozendaal, Overbetuwe en Arnhem vormen samen de regio Centraal Gelderland (centrumgemeente Arnhem). Zij ontvangen jaarlijks een budget voor deze taak1.

De budgetten voor het beschermd wonen en de maatschappelijke opvang gaan met ingang van 2021 over van de 43 centrumgemeenten, naar de 390 gemeenten in Nederland.2 Dit komt mede voort uit het rapport 'Toekomst Beschermd Wonen, van Beschermd Wonen naar een Beschermd Thuis' van de commissie onder leiding van Erik Dannenberg waarin een nieuwe visie op beschermd wonen en maatschappelijke opvang wordt gegeven. Deze visie gaat uit van een inclusieve samenleving waarin ook mensen met psychische problematiek (meer dan nu) midden in de samenleving leven en meedoen. Dannenberg De commissie Dannenberg heeft in haar rapport acht randvoorwaarden en condities aangegeven voor de maatschappelijke ondersteuning waaraan moet zijn voldaan om tot sociale inclusie te kunnen komen: • Versterken van zelfmanagement, ervaringsdeskundigheid en informele zorg. • Garanderen van langdurige begeleiding met flexibele intensiteit. • Ondersteuningscontinuüm voor herstel en participatie. • Een breed arsenaal van woonvarianten. • Beschikbare en betaalbare wooneenheden. • Laagdrempelige toegang tot zorgfuncties. • Duurzaam samenwerken tussen gemeenten en zorgverzekeraars. • Borgen van kwaliteit en vraaggerichtheid van ondersteuning.

De maatschappelijke richting is hiermee helder. Gemeenten staan voor de opgave een breed palet aan voorzieningen te bieden: van lichte vormen van begeleiding tot gespecialiseerde opvang en beschermd wonen. Dat vraagt samenwerking. Binnen de gemeente, tussen gemeenten en ook met (en tussen) aanbieders en woningcorporaties. De afspraken tussen de Rijksoverheid (ministerie van VWS) en gemeenten (VNG) is dat iedere centrumregio in Nederland komt tot een regionaal plan waarin de visie en concrete uitwerking op het gebied van de transformatie van beschermd wonen, maar ook maatschappelijke opvang regionaal ingevuld wordt.

1

Daarnaast is er een budget voor de doelgroep mensen met een Licht verstandelijke beperking (LVB). Hiervoor ontvangt iedere gemeente (lokaal) budget en dit hebben we in 2017 en 2018 gebundeld en conform de inkoop van beschermd wonen ingezet. 2 De VNG heeft conform het advies van de Commissie Dannenberg, aangegeven dat beschermd wonen en maatschappelijke opvang beleidsmatig geïntegreerd door alle gemeenten kan worden uitgevoerd. ‘Samen aan zet’’

5

Transformatie Dannenberg schets een eindbeeld van sociale inclusie die een transitieperiode vraagt van vele jaren. In dit document beschrijven we de visie, ambitie en concrete uitwerking die de regio Centraal Gelderland de komende periode geeft aan de verdere transformatie en de regionale samenwerking.

Dit document geeft aan welke gezamenlijk keuzes we moeten maken die werken voor onze inwoners en hun leven: thuis, in hun buurt, in de gemeente en in de regio. Die ervoor zorgen dat mensen thuis kunnen zijn en zich thuis kunnen voelen. Hierbij gaan we in op de onderwerpen die voor ons van belang zijn en geven hier concreet richting aan middels een spoorboek. Regionaal werken we al enkele jaren aan de transformatie. Nu komt het moment om de stap te zetten om regionale afspraken te maken met het oog op de doordecentralisatie van 2021. We bouwen voort op de visie Beschermd Thuis (zie hierna). Daarnaast zijn er diverse handreikingen en beleidsontwikkelingen die de achtergrond vormen voor deze transformatie-agenda. Hierbij noemen we: • De landelijke Meerjarenagenda BW uit 2018. Deze geeft een beeld van de inhoudelijke koers en prioriteiten voor de komende jaren. Een groot aantal partijen is betrokken bij de Meerjarenagenda: behalve de ministeries van VWS, BZK, SZW en JenV en de VNG zijn dat: Aedes, Divosa, Federatie Opvang, GGZ Nederland, MIND, Netwerk Directeuren Sociaal Domein (NDSD), RIBW-Alliantie, het Schakelteam Personen met Verward gedrag, Stichting Werkplaats Cliënten Organisaties Maatschappelijke Opvang (COMO) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN). • “Handleiding regionaal plan van aanpak beschermd wonen en maatschappelijke opvang, een taak van alle gemeenten” (VNG, 2016).

• Lokaal uitvoeringsplan beschermd wonen en Beschermd Thuis (VNG, 2018). Gemeenten, zorgpartners en ervaringsdeskundigen Dit transformatieplan is tot stand gekomen op basis van een zorgvuldig gekozen proces waarbij verschillende partijen en partners betrokken zijn. Hieronder geven we een korte weergave van de elementen die bijgedragen hebben aan de totstandkoming van dit plan. • Korte schets van landelijke ontwikkelingen op het gebied van beschermd wonen en maatschappelijke opvang. • Verkenning en bestuurlijke gesprekken bij alle gemeenten (2 ronden). In de eerste ronde zijn bij alle gemeenten de huidige status en de ideeën voor de toekomst op gehaald. In de tweede ronde (zomer 2018) zijn, met het oog op de start van een nieuwe bestuursperiode in de meeste gemeenten, opnieuw de kaders verkend en is draagvlak voor een regionale visie en samenwerkingsafspraken besproken. Bij deze gesprekken zijn zowel de verantwoordelijk ambtenaren als wethouders betrokken. • Drie regionale stakeholdersbijeenkomsten: zorgaanbieders, Wmo-raden, regionale inkoop (MGR), adviesraden, cliëntenraden en cliëntenorganisaties waren aanwezig om de rode draden te bespreken uit de verkennende fase en om eigen meningen en ideeën toe te voegen. In bijlage 1 hebben we deelnemers aan de stakeholdersbijeenkomst opgenomen. Bijlage 2 geeft een overzichtelijke weergave van de uitkomsten.

• Een panelgesprek met ervaringsdeskundigen: om de inbreng van ervaringsdeskundigheid duidelijk een plek te geven. Ook deze deelnemers staan vermeld in bijlage 1. • Een ambtelijke verdiepingssessie gericht op de maatschappelijke opvang, ervaringen en vraagstukken. • Aanvullende interviews met woningcorporaties en een behandelinstelling GGZ (Pro Persona). • Regionale ambtelijke en bestuurlijke bespreking op verschillende momenten in het proces. • Ambtelijk vertegenwoordigers van de gemeenten Renkum, Rheden, Lingewaard en Arnhem fungeerden als klankbord voor het proces.

‘Samen aan zet’’

6

2. Visie Sociale inclusie staat hoog op de maatschappelijke agenda. Regionaal hebben we dit in 2016 een plek gegeven in onze visie op Beschermd Thuis. “Samen aan zet” is gebouwd op deze visie 2.1 Visie op Beschermd Thuis Eind 2016 is in het portefeuillehouders overleg Zorg van de regio Centraal Gelderland het Visiedocument Beschermd Thuis besproken en geaccordeerd als uitgangspunt voor transformatie. Daarin omarmen we als gemeenten de beweging naar een inclusieve samenleving. Dat wil zeggen dat mensen met beperkingen zo gewoon mogelijk meedoen aan de maatschappij. De ondersteuning die zij daarbij nodig hebben regelen we in hun woonomgeving. Dit geldt ook voor de mensen met een behoefte aan een beschermende en veilige woonsetting. Dit vanuit een positieve kijk op gezondheid, die staat voor het vermogen zich aan te passen en een eigen regie te voeren, zowel in fysiek, emotioneel als in sociaal opzicht. De keuzes die we hierin met elkaar hebben gemaakt zijn: à In onze regio hebben mensen een stabiele woonplek nodig in de wijk, midden in de samenleving. Een woning geeft een basis voor het opbouwen van een bestaan en draagt ook bij aan de identiteit van mensen. Onderzoek heeft aangetoond dat mensen die beschermd wonen een voorkeur hebben voor zelfstandig wonen in de wijk.

Inclusief wonen betekent dat mensen maximaal worden aangesproken op hun eigen regievermogen, zo gewoon mogelijk deel uitmakend van een woonbuurt met de daarbij behorende informele steun. Een stabiele woonsituatie vraagt om een snelle en flexibel op- en afschalen van hulp, niet om verplaatsing van mensen. Een verhuisbeweging hoort voort te vloeien uit persoonlijke behoeften, niet uit verandering in gezondheid. à We kiezen voor maximaal uitgaan van eigen kracht en eigen regie: het zelf regisserend vermogen wordt versterkt om een eigen thuis mogelijk te maken en uitstroom uit voorzieningen te bevorderen. Uitgaande van de eigen kracht en eigen regie van mensen moet de ondersteuning vraaggericht zijn. Integraal en op maat vormgegeven, waardoor regionaal alleen een vangnet overblijft voor specialistische of acute vormen van verblijf (bijvoorbeeld een opvang voor Korsakov patiënten, of een 24-uurs opvang voor dak- en thuislozen). De begeleiding die mensen thuis ontvangen moet ook langdurig gegarandeerd kunnen worden, met een wisselende intensiteit. Daarbij zijn van belang: • een maximale inzet op lokaal niveau op vroegsignalering en preventie; • een lokaal ondersteuningscontinuüm voor herstel en participatie (samenwerking tussen aanbieders van zorg en welzijn, ketenafspraken met bijvoorbeeld het domein van de Zorgverzekeringswet); • toegang tot ondersteuning is laagdrempelig.

Meer kwetsbare mensen zullen in de wijken komen wonen. Dit maakt vroegsignalering belangrijk bij overlast en escalerende crisissituaties. Een ondersteunings-/zorgketen die daar goed op aansluit is noodzakelijk. Daarbij zien we ook raakvlakken met participatie, werk/inkomen en zorgverzekeraars. Daarnaast hebben we momenteel verschillende vormen van opvang voor dak- en thuislozen, die we ook voor de toekomst van belang vinden. Het gaat dan om dag- en nachtopvang voor zwerfjongeren en voor volwassenen en om crisisopvang voor alleenstaande volwassenen en voor gezinnen. à De verblijfsvoorzieningen zijn kleinschalig en regionaal dekkend. Ondanks de uitgangspunten die hierboven geschetst zijn, gaan wij er van uit dat er altijd mensen zijn die behoefte hebben aan vormen van intramuraal verblijf. We richten ons op een regionaal vangnet voor specialistische of acute vormen van verblijf (bijvoorbeeld een opvang voor Korsakov patiënten, of een 24-uurs opvang voor dak- en thuislozen). Ook schaalvoordelen kunnen hierbij een rol spelen.

‘Samen aan zet’’

7

Dannenberg gaat er in zijn rapport van uit dat er op basis van de huidige populatie beschermd wonen een verdeling kan worden gemaakt: • Een deel van de huidige populatie is nu al (op korte termijn)3 goed ambulant te ondersteunen vanwege zijn zelfregulerend vermogen; • Een deel kan na enkele jaren4 zelfredzaam worden indien daarin voldoende ambulant wordt ondersteund en nadat vaardigheden zijn ontwikkeld/aangeleerd; • Voor het overige deel zal alleen op langere termijn enig herstel mogelijk zijn. Voor deze groep geldt een behoefte aan een intramurale functie voor opvang of beschermd wonen. 2.2 ‘Samen aan zet’ betekent een gezamenlijke vervolgstap De visie op Beschermd Thuis uit 2016 leidt tot de belangrijkste doelen die we nastreven: • Lokaal inzetten op vroeg signaleren en preventie. • Lokale basisstructuur voor beschermd Thuis in de wijk met breed scala aan ondersteuningsvormen en woonvarianten. • Een laagdrempelige toegang. • Geleidelijke omvorming en afbouw van intramuraal BW-aanbod (daar waar het kan) en behoud van een regionaal dekkend netwerk op gebied van opvang en (intramuraal) beschermd wonen.

Kortom, we willen toe naar (beschermde) woonplekken in de wijk, waar kwetsbare burgers wonen in uiteenlopende woonvarianten met flexibele begeleiding en met 7 x 24 uur woonvoorzieningen voor een kleine groep mensen (regionaal vangnet). Dit vraagt om doorzetting van de transformatie van beschermd wonen naar het beschermen van kwetsbare burgers midden in de samenleving. Casus We hebben twee casusbeschrijvingen opgenomen. Deze zijn afkomstig uit een recente publicatie van de VNG (2018) en door inbreng vanuit de regio Centraal Gelderland tot stand gekomen. Ze bieden een inkijkje in de situatie, wensen, behoeften en dromen van twee inwoners: Rianne en Rita. Ze wonen beiden beschermd. Rianne heeft ook deelgenomen aan de stakeholderbijeenkomsten die zijn gehouden in de totstandkoming van ‘Samen aan Zet’.

3 4

Wij gaan uit van een periode van maximaal 2 jaar richting uitstroom. Wij gaan uit van een periode van 3-5 jaar richting uitstroom.

‘Samen aan zet’’

8

Bron: VNG 2018, ‘Acht interviews over herstellen en erbij horen.’

‘Samen aan zet’’

9

Bron: VNG 2018, ‘Acht interviews over herstellen en erbij horen.’

‘Samen aan zet’’

10

3. Wat is de bestaande regionale situatie? Als we onze visie verder in de praktijk willen brengen: wat is dan de huidige regionale situatie? Wat is onze startsituatie? 3.1 Beschermd Wonen Arnhem vervult de rol van centrumgemeente. In onze regio hanteren we een aantal criteria waaraan inwoners moeten voldoen om in te kunnen stromen bij Beschermd Thuis. Je moet volwassen zijn, en de Nederlandse nationaliteit hebben of legaal verblijven in Nederland. Er moet sprake zijn van bewijsvoering, diagnose of het vermoeden van psychiatrische problematiek. Er is een noodzaak tot (24-uurs) toezicht en begeleiding in de nabijheid. Toezicht en intensieve ondersteuning kunnen niet geleverd worden door ambulante ondersteuning. Er zijn twee contra-indicaties om gebruik te maken van beschermd wonen, namelijk: een acute (crisis) situatie of sprake van voorliggende voorzieningen als Wlz (levenslange verstandelijke of lichamelijke beperking), Zvw (behandeling) of WMO (ambulant).

Mensen die gebruik willen maken van beschermd wonen melden zich bij de lokale toegang (sociaal team/ wijkteam) van de gemeente waarin zij wonen. De lokale toegang bekijkt samen met één van de aandachtsfunctionarissen beschermd wonen uit Arnhem of beschermd wonen de best passende vorm van ondersteuning is voor de betreffende inwoner. Ten behoeve van het inzicht in de ontwikkeling van Beschermd Thuis wordt periodiek een overzicht gegeven van de aantallen cliënten naar toewijzingen5 en ingezette zorg in alle gemeenten. De gemeente Arnhem stelt deze op. Het aandeel zorg in natura is veruit het grootst. In juli 2018 kende de regio 1.086 toewijzingen in natura (ZIN). We hebben deze meest recente cijfers grafisch weergegeven in figuur 1. Het betreft hier het aantal personen met een ZIN-toewijzing. Figuur 1: Toewijzing ZIN naar gemeente (cijfers overzicht nov 2018). De registratie vond tot en met april 2018 plaats op grond van de voormalige ‘producten’ BW en ‘scheiden wonen-zorg’. Met ingang van 1 mei 2018 zijn er nieuwe producten van kracht. De toewijzing vindt vanaf dat moment ook plaats op basis van deze nieuwe producten. Zie bijlage 3 voor de nieuwe producten. Nb. Rijnwaarden is opgegaan in de gemeente Zevenaar. De gegevens van Rijnwaarden zijn hier meegeteld.

Daarnaast kende de totale regio nog 55 personen met een PGB-toewijzing (Persoonsgebonden Budget). Dit aantal is klein ten opzichte van ZIN (1.086 personen). Het aandeel personen met een PGB is sinds januari 2015 gedaald van 316 naar 55 in juli 2018.

5

Gemeente Arnhem: het aantal personen met een toewijzing is een betrouwbare indicator van het aantal cliënten in zorg. Jaarlijks kan worden bezien wie daadwerkelijk verzilverd hebben.

‘Samen aan zet’’

11

Het merendeel van de mensen woont/verblijft in een voorziening in één van de volgende gemeenten: Arnhem, Rheden, Renkum en Lingewaard. In januari 2015 was het totaalaantal personen in de regio 1.206 en in november 2018 1.141. Dit betreft ZIN en PGB tezamen. Het totaalaantal inwoners met een toewijzing is in deze periode gedaald met 5%. Uit nadere verdiepende analyse van cijfers uit het jaar 2017 (uitgevoerd door de gemeente Arnhem) blijkt dat in BW ongeveer 40% van de cliënten een twintiger is. 31% is een 50 plusser. 3.2 Maatschappelijke opvang De maatschappelijke opvang - de opvang voor dak- en thuislozen - is sinds 1994 een gemeentelijke taak. Kerntaak van de maatschappelijke opvang is het bieden van tijdelijk verblijf aan mensen zonder dak boven hun hoofd, gekoppeld aan zorg en begeleiding en/of het verhelpen van een crisis. Mensen die aangewezen zijn op maatschappelijke opvang hebben veel met elkaar gemeen. Ze kampen vaak met meerdere, elkaar beïnvloedende problemen. Zo is er vaak sprake van een combinatie van dak- en thuisloosheid, geweldsproblematiek, schulden, opvoedingsproblemen, psychiatrische, somatische en/of verslavingsproblemen en/of werkloosheid of het ontbreken van een zinvolle dagbesteding. Dit maakt de hulpvraag veelal complex en veelomvattend.

Er zijn diverse redenen waardoor dakloosheid kan ontstaan: • Het verlaten van het huis • Huisuitzetting huurwoning (corporatie of vrije sector) • Uit het ouderlijk huis gezet • Ontslag uit zorginstelling • Ontslag uit detentie • Remigratie

Figuur 2. Inschrijving bij aanmelding.

Het CBS presenteerde in december 2018 een rapportage (‘Inzicht in dakloosheid’) met meer informatie over het profiel van daklozen. In maatschappelijke opvang wordt door- en in de centrumgemeente Arnhem voor gehele regio voorzien. Dit betreft de volgende voorzieningen: • Opvang dak- en thuisloze volwassenen • Crisisopvang volwassenen • Crisisopvang gezinnen  • Opvang zwerfjongeren Er is landelijke toegankelijkheid: in principe kan iedereen in de maatschappelijke opvang in de regio terecht. De maatschappelijke opvang kent een relatief grote groep ‘niet ingeschrevenen’ en ook instroom van buiten de regio. Een ander deel van de aanmeldingen komt (op het moment van aanmelding) uit Arnhem en een kleiner deel uit de regio. Voor deze eerste groep weten we echter dat de historische herkomst buiten Arnhem kan liggen. Feit is namelijk dat vaak voorafgaand aan feitelijke dakloosheid een trek naar de grote stad plaatsvindt. Als we kijken naar de regionale herkomst dan zien we het beeld zoals hieronder weergegeven

‘Samen aan zet’’

12

De toegang tot de MO sluit aan bij de vigerende OGGZ-structuur. De toegang verloopt via de VGGM (Centrale Toegang). Deze is gericht op: o goede coördinatie van persoonsgerichte aanpak (effectieve inzet van hulp); o realiseren van een sluitend voorzieningenaanbod (welke behoeften zijn er en hoe ontwikkelen deze zich) en vertaling naar subsidie/inkoop; o versterken van de beleidsregie (informatie en monitoring). Er wordt gestreefd naar terugkeer naar een eigen plek, een thuis. Figuur 3. Historische verblijfplaats (regionaal). Vaak vindt uitstroom in Arnhem plaats. Daarbij gaat het voornamelijk om huurwoningen of huurwoningen in de vrije sector. Slechts een klein deel van de inwoners die een beroep doen op maatschappelijke opvang stromen door naar beschermd- of begeleid wonen. Maatschappelijke opvang biedt een regionaal vangnet. De gezamenlijke opgave in de transformatie ligt met name in het inzetten op voorkomen (preventie/voorkomen instroom) en opnieuw zelfstandig worden (terugkeer/uitstroom). De beweging naar zelfstandigheid en maatschappelijk herstel. 3.3 Beeld: locaties In het voorjaar van 2018 is een inventarisatie van locaties gemaakt op basis van de zorgaanbieders die ingeschreven waren.

Op een kaart zijn deze locaties weergegeven (figuur 4): • Beschermd wonen intramuraal • Beschermd wonen ambulant (scheiden wonen en zorg, in de nieuwe productenstructuur: groepswonen of zelfstandig intensief thuis) • Maatschappelijke opvang

De gemeente Arnhem heeft in het najaar van 2018 de gecontracteerde aanbieders die zorg leveren per gemeente in beeld gebracht door combinatie van verschillende registratiebronnen. Voor het opstellen van een verdiepend ‘lokaal beeld’ willen we hiernaar verwijzen. De kaart laat een onevenredige verdeling van locaties zien.6 Opvallend zijn een aantal grote, geclusterde voorzieningen buiten de woongebieden, zoals De Keijenberg in Renkum en woningen (BW) op het terrein van Wolfheze. Voorzieningen beschermd wonen liggen soms dichtbij behandellocaties, bijvoorbeeld bij het terrein van Pro Persona in Wolfheze of dichtbij het Leo Kannerhuis in Oosterbeek. Sommige voorzieningen zijn grootschalig. Het intramurale aanbod is ongelijk (niet objectief) verdeeld over de regio (Arnhem, Rheden, Renkum en Lingewaard kennen veel voorzieningen). We willen toe naar diverse varianten in wonen met begeleiding/bescherming (bewoners met eigen huurcontract). Deze meer ambulante varianten hebben we nog niet overal. Daar ligt een opgave. Voorzieningen voor maatschappelijke opvang zijn in Arnhem gecentreerd. 6

Op de kaart betekenen donderblauwe punten zowel ‘intramuraal’ als ‘scheiden/wonen en zorgaanbod’ (groepswonen). Lichtblauwe punten vertegenwoordigen uitsluitend ambulant aanbod (de meerderheid betreft hierbij groepswonen en een enkel punt staat voor 1-2 persoon(s) woonlocaties).

‘Samen aan zet’’

13

Locatie zorgaanbieders regio, type contract, zomer 2018

Legenda Gecontracteerd voor: Beschermd wonen Beschermd wonen ambulant Opvang Onbekend Datum kaartproductie: 27 augustus 2018

Esri Nederland, C ommunity Map Contributors

Figuur 4: Locaties (2018), zowel contract als subsidie

4. Actuele ontwikkelingen In dit hoofdstuk gaan we in op actuele ontwikkelingen en de opgave op het gebied van beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Welke ontwikkelingen (in hoofdlijnen) spelen er? 4.1 Een nieuwe fase van transformatie: regionaal plan, samenwerking en afspraken Formeel kent de Wmo 2015 geen onderscheid tussen centrumgemeenten en regiogemeenten. Volgens de wet zijn alle gemeenten verantwoordelijk voor maatschappelijke opvang en BW. Het Rijk en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben destijds afgesproken dat voorlopig met 43 centrumgemeenten zal worden gewerkt. De centrumgemeenten hebben daarbij een regierol en ontvangen ook de financiële middelen van het Rijk. Vanaf 1 januari 2021 komt deze constructie te vervallen. Om deze taken goed uit te kunnen voeren blijft regionale samenwerking noodzakelijk. Daarom hebben het Rijk en de VNG afgesproken dat alle gemeenten kenbaar maken in welke regio ze samenwerken. Deze regio’s dienen samen een regionaal plan op te stellen waarin bindende afspraken worden gemaakt over de ondersteuning voor de doelgroep, verdeling van verantwoordelijkheden, middelen en risico’s, de samenwerking tussen gemeenten en andere partijen en hoe van de bestaande situatie naar een nieuwe situatie gewerkt wordt. Voor vrouwenopvang en huiselijk geweld blijft de centrumgemeente wel gehandhaafd.

VNG en Rijk zijn het eind 2018 bestuurlijk eens over een versnelling in de voorbereidingen op de doordecentralisatie. De regio's voor BW en MO wordt gevraagd om uiterlijk 1 januari 2020 regionale afspraken te hebben gemaakt over: • Verdeling van verantwoordelijkheden tussen gemeenten • Verdeling van het beschikbare budget en de financiële risico's • Wijze waarop samengewerkt gaat worden tussen de gemeenten de regio. • Wijze waarop samengewerkt gaat worden met andere betrokken partners binnen de regio (o.a. aanbieders, cliënten, verzekeraars, corporaties). • De wijze waarop de overgangsfase tussen de nieuwe en oude verdeling van financiële middelen vormgegeven zal worden en hoe hierbij geborgd zal worden dat bestaande en nieuwe cliënten weten waar ze aan toe zijn. 4.2 Ontwikkeling: toegang Wet langdurige zorg Voor een groep mensen met forse psychische problematiek waarvan vaststaat dat ze blijvend zijn aangewezen op permanent toezicht of 24-uurs zorg nabij, geldt dat ze toegang krijgen tot de Wet langdurige zorg (Wlz). Een deel van de mensen die op dit moment in beschermd wonen verblijft, komt hiervoor in aanmerking (levenslang en levensbreed behoefte aan zorg en ondersteuning).

Op dit moment werkt het ministerie van VWS, in afstemming met partijen, aan een wetsvoorstel. Deze wijziging van de Wlz zal ervoor zorgen dat een groep cliënten met ggz-problematiek die nu in een beschermde woonvoorziening woont per 2021 overgaat van de Wmo naar de Wlz. Het gaat om mensen die levenslang en levensbreed zorg nodig hebben, waarvan de zorg onder de Wlz komt te vallen. Landelijk wordt gewerkt aan een voor de invoering van de Wet langdurige zorg voor de GGzdoelgroep. De thema's waar het om gaat zijn: • Communicatie • Gegevensoverdracht • Opbouw expertise CIZ • Inzicht doelgroep

’Transformatieplan maatschappelijke opvang en beschermd wonen Centraal Gelderland: Samen aan zet’’

15

• • • • • • • •

(her) beoordelingsproces 2020 Herinrichting Wlz Pgb-uitvoeringsaspecten Pgb: zorgprofielen uitsluiten + gewaarborgde hulp verplichten Behandelcapaciteit en expertise van zorgaanbieders Eigen bijdragen Huidige knelpunten Monitoring cliëntstromen

Per 1 januari 2021 maken naar verwachting ca. 11.000 cliënten de overstap van de Wmo/beschermd wonen naar de Wlz. Doordat cliënten overgaan naar de Wlz ontvangen gemeenten straks minder budget. Het kabinet gaat uit van een uitname van € 495 miljoen, volgens de (centrum)gemeenten is deze raming te hoog. Een hoge uitname als uitgangspunt nodigt uit om veel mensen voor te dragen voor een Wlz-indicatie. Het risico is dat de instroom groter is dan nodig en herstelmogelijkheden voor mensen daardoor onbenut blijven (bron: VNG, augustus 2018). 4.3 Ontwikkeling: Financieel verdeelmodel per 2021 Landelijk wordt gewerkt aan een nieuw verdeelmodel voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang en begeleiding uit de Wmo 2015 (dit laatste deel is nu ook al de praktijk) dat de middelen voor deze taken over alle gemeenten verdeeld. Het nieuwe verdeelmodel heeft als doel de middelen op basis van objectieve criteria te verdelen zodat deze aansluiten bij de lokale behoefte van inwoners. Ook moet het nieuwe verdeelmodel meer synergie mogelijk maken tussen “reguliere” vormen van ondersteuning vanuit de Wmo 2015 en de specialistische vormen van ondersteuning binnen beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Dit als aansluiting op de visie van de commissie Dannenberg met betrekking tot een inclusieve samenleving. De implementatie van een nieuw verdeelmodel wordt verwacht per 2021.

Er is sprake van nauwe samenhang met de verruimde toegang tot de Wet langdurige zorg. De effecten van een nieuw verdeelmodel zijn nog onduidelijk, maar de verwachting is dat onze regio Centraal Gelderland een ‘nadeelregio’ is. Dit heeft te maken met een historisch gegroeide concentratie van voorzieningen (zowel beschermd wonen als behandeling van mensen met psychiatrische ziektebeelden) in onze regio. Op dit punt vindt nadere verdieping in landelijk verband plaats. Ook de samenhang met de Wlz wordt hierin meegenomen en zorgt mogelijk nog voor wijzigingen in het verdeelmodel. Figuur 5: verdeling BW-plekken over Nederland naar centrumgemeente (2017). Arnhem beschikt, in historisch perspectief, over veel plekken BW.

’Transformatieplan maatschappelijke opvang en beschermd wonen Centraal Gelderland: Samen aan zet’’

16

Figuur 6: Er wordt gewerkt aan een objectief verdeelmodel (landelijk)

Diverse gemeenten gaven daarom in de bestuurlijke gesprekken aan dat het van groot belang is dat we de landelijke ontwikkelingen volgen en ook binnen de regio goed monitoren hoe de verdeling van cliënten eruitziet en mogelijk verandert als gevolg van de openstelling van de Wlz en de transformatie naar Beschermd Thuis. Op dit vlak zijn inmiddels enkele voorbereidende onderzoeken openbaar geworden en is een ‘handreiking financiële samenwerking’ verschenen die hierbij benut kunnen worden. 4.4 (curatieve) GGZ en stakeholdergesprek behandel GGZ Het ministerie van VWS en een groot aantal partijen sloten in juni 2018 een (onderhandelaars)akkoord over de GGZ. De VNG wil dat het Rijk erkent dat ambulantisering in de GGZ leidt tot de noodzaak van extra investeringen door gemeenten. In het akkoord staan afspraken om de kwaliteit en de toegankelijkheid van de GGZ verder te verbeteren. De VNG onderschrijft de doelen van het akkoord, waarin een belangrijke rol is weggelegd voor gemeenten en heeft bij de onderhandelingen hierover ingezet op versterking van de verbinding tussen zorg en sociaal domein. Het is belangrijk dat GGZ in de wijk aanwezig is en dat er mogelijkheden zijn voor consultatie en overleg. Het akkoord bevat daarover afspraken. Het doel is dat iedereen zoveel mogelijk kan meedoen in de samenleving.

Bijvoorbeeld dat meer patiënten uit instellingen vertrekken en in de wijk komen wonen. Willen gemeenten deze ambulantisering goed uitvoeren, dan is daar extra geld voor nodig. Hierover zijn de VNG en het ministerie van VWS met elkaar in gesprek.

Voor onze regio betekent dit dat een nauwe(re) samenwerking met behandel-GGZ plaats moet vinden (denk aan: Pro Persona, GGNet, IrisZorg en anderen). Ter algemene verkenning spraken we met Pro Persona. Onderwerpen die aan de orde kwamen tijdens gesprekken met Pro Persona zijn: • De FACT-teams werken ‘dicht’ tegen de wijkteams aan. Het bundelen van moeilijke casussen is gewenst. Er is behoefte aan netwerksamenwerking op wijkof gemeenteniveau (afhankelijk van de schaal). • Elke gemeente zou een knooppunt GGZ moeten hebben. Een infrastructuur die samenwerking stimuleert. Gemeenten kunnen dit faciliteren en hiervan de urgentie benadrukken. Het gaat om ontmoeting in wijk en de gemeente tussen de relevante professionals.

’Transformatieplan maatschappelijke opvang en beschermd wonen Centraal Gelderland: Samen aan zet’’

17

•

•

•

Het ‘denken’ en ‘samenwerken’ moet ontschot plaatsvinden. Het opstarten en inrichten van coördinatie en afstemming vraagt geen grote investeringen: een convenant en gezamenlijk aan de slag is belangrijk. Beter klein beginnen, dan niets doen. De bestuurlijk regionale afstemming (incluis financiers) kan deze beweging ondersteunen en initiëren. Voorbeelden zoals de vorming van een EPA-taskforce kwamen ter sprake: ze zijn een ‘samenwerkingsvoertuig’ om gezamenlijk (over de domeinen) te innoveren. Thema’s waar kansen liggen: o Preventie/signalering o Intensiveren samenwerking in de wijk o Inrichten van ‘woonpaden’ naar passende woonplekken o Hybride voorzieningen voor cliënten die moeizaam uitstromen uit de kliniek maar wel perspectief hiertoe hebben. Edoch vaak gehospitaliseerd zijn, kwetsbaar en met een kans op terugval o Verbrede inzet dagbesteding (‘omgekeerde inclusie’)

4.5 Nationale woonagenda, doorstroom, stakeholdergesprek corporatie In mei 2018 is de Nationale woonagenda voor de periode 2018-2021 vastgesteld. In deze agenda is voor de betrokken partijen de agenda voor de komende jaren voor het woondomein bepaald. In de Nationale woonagenda is ook aandacht voor de doorstroom vanuit beschermd wonen en maatschappelijke opvang.

Tijdens de totstandkoming van dit transformatieplan is op verschillende momenten gesproken over huisvesting. In enkele gemeenten zijn al afspraken gemaakt met de woningbouwcorporaties over de doorstroom vanuit een voorziening (beschermd wonen of maatschappelijke opvang) naar een eigen zelfstandige woning. Ook andere gemeenten zijn hierover in gesprek met de corporaties in hun gemeenten. Ter verkenning spraken we corporaties. Onderwerpen die aan de orde kwamen tijdens gesprekken: • Verbreding van de regeling van ‘120 woningen’ (nu: Arnhem) voor kwetsbare doelgroepen naar regiogemeenten. • Beschikbaarheid van passende locaties, met een passend huurniveau en tegelijkertijd voorkomen van overconcentratie. • Behoefte aan woonvarianten en financiering hiervan. • Verband tussen behoefte en noodzaak van 24-uurs nabijheid en vrijheid om een woonplek te kiezen. • Effecten van ‘omklappen’ van woningen.

’Transformatieplan maatschappelijke opvang en beschermd wonen Centraal Gelderland: Samen aan zet’’

18

5. Opgave en ambitie In dit hoofdstuk gaan we in op de opgave op het gebied van beschermd wonen en maatschappelijke opvang. En onze ambitie. 5.1 Ontwikkellijnen voor de komende jaren Het bestaande zorglandschap, de nieuwe fase van transformatie waarin we zijn beland, en recente ontwikkelingen bepalen de gezamenlijke opgave voor de komende jaren. Hoe ziet de opgave er voor de komende jaren uit? De opgave kan worden samengevat als: we willen naar een meer wijkgerichte GGZ in samenwerking met partners. Deze opgave wordt gekenmerkt door: 1. Geleidelijke afbouw en omvorming van intramuraal beschermd wonen naar een lokale basisinfrastructuur met een breed scala aan ondersteuningsvormen (en woonvarianten), lokaal in de wijk. Ons streven is om intramuraal beschermd wonen reëel af te bouwen en extramuralisering vorm te geven daar waar het kan. In samenspel met de toegang tot de Wlz voor een deel van de doelgroep. 2. Behoud van een regionaal vangnet op het gebied opvang en intramuraal beschermd wonen. 3. Lokaal voldoende toegeruste toegang die integraal en levensbreed werkt en die gebruik kan maken van de infrastructuur uit de ontwikkellijnen 1 en 2.

Deze opgave geeft werk voor een langere periode dan 2019 – 2020: de visie op Beschermd Thuis valt niet van de een op de andere dag te realiseren. Wel om er, stap voor stap, verder naartoe te werken. Belangrijke eerste stappen zijn door de centrumgemeente Arnhem in gang gezet na de decentralisatie in 2015. En met de nieuwe producten die per 1 mei 2018 voor beschermd wonen zijn geïntroduceerd. Dit geeft meer mogelijkheden om aan te sluiten bij de behoefte van inwoners en zo zelfstandig mogelijk wonen (in de wijk) mogelijk te maken. Voor een uitgebreide beschrijving van de producten zie bijlage 3. Zorgaanbieders hebben de opdracht gekregen om verblijfsvoorzieningen waar mogelijk te transformeren naar een meer extramuraal aanbod, verbinding te maken met het ambulante aanbod in de wijk, en de effecten van hun inzet inzichtelijk te maken. 5.2 Ambitie Onze ambitie is om de beweging naar Beschermd Thuis door te zetten. We werken aan sociale inclusie zoals verwoord in de proloog van dit document en is beschreven in onze gezamenlijke visie op Beschermd Thuis. Doelen die hierbij de komende jaren om ontwikkeling, keuzes en actie vragen van gemeenten en stakeholders vragen zijn onderstaand weergegeven.

• • • •

Versterken van de lokale infrastructuur, met aandacht voor preventie. Inregelen van het gezamenlijke regionale georganiseerd aanbod opvang en intramuraal beschermd wonen (vangnet). Toegang: lokale toegankelijkheid en toegang tot regionaal georganiseerd aanbod (vangnet). Wonen: voldoende passende woningen, spreiding en woonvarianten.

De maatschappelijke opvang kent een kleinere omvang, specifieke stakeholders en burgers die erop aangewezen zijn. Na gezamenlijke verdieping hebben geconcludeerd dat de MO eveneens aandacht behoeft gericht op het gezamenlijk inzetten op voorkomen (preventie/voorkomen instroom) en opnieuw zelfstandig worden (terugkeer/uitstroom). Deze onderwerpen vormen de ontwikkellijnen voor de komende jaren. Daarbij vervolgen van de ingezette beweging gericht op productinnovatie, regie op nieuw aanbod en kwaliteit. Deze weg is de afgelopen jaren ingeslagen.

’Transformatieplan maatschappelijke opvang en beschermd wonen Centraal Gelderland: Samen aan zet’’

19

6. Preventie en lokale basisinfrastructuur 6.1 Inleiding Onze ambitie is om zorg en ondersteuning dicht bij onze inwoners te organiseren. Ons streven is om intramuraal beschermd wonen reëel af te bouwen en extramuralisering vorm te geven daar waar het kan. Dit vraagt om versterking van de lokale inzet én het werken aan draagvlak in de wijken. In samenspel met de toegang tot de Wlz voor een deel van de doelgroep.

Door stakeholders en ervaringsdeskundigen is opgemerkt dat aandacht voor de wijk en een ‘warm welkom’ essentieel zijn om je thuis te voelen. Gemeenten geven aan dat de draagkracht in bepaalde wijken soms uitgeput raakt. We zoeken daarom naar methodieken die helpen om de draagkracht van wijken te vergroten en de ‘normalisatie’ van mensen met psychische/ ernstige psychosociale problematiek in de wijk te vergroten. Sociale inclusie vraagt: beginnen ‘aan de voorkant’ en de buurt te betrekken en mede-eigenaar te laten zijn van de maatschappelijke vraag en behoefte. Niet pas op het moment dat er ‘overlast’ is. Dit kan bijvoorbeeld door middel van een informatiecampagne, maar ook door het versterken van zelfmanagement zoals een ‘crisiskaart’ die weergeeft wat goed werkt voor een inwoner in een noodsituatie. Uit de gesprekken met stakeholders en ervaringsdeskundigen: “Bij lichamelijke klachten belt men de ambulance, maar bij psychische klachten weet men niet met wie er contact moet worden opgenomen. Dan wordt vaak de politie gebeld. Liever een buurman die even meekijkt en via het netwerk contact zoekt met een hulpverlener.” 6.2 Lokale verantwoordelijkheid Elke gemeente dient zelf invulling te geven aan vroegtijdige signalering en versterking van de lokale ondersteuningsstructuur. Er is geen inhoudelijke blauwdruk die past op elke gemeente.

Wel zijn er elementen benoemd (ondermeer in handreikingen van de VNG en het meerjarenbeleidskader vanuit het Rijk). Deze kunnen houvast bieden, evenals kennisdeling, concrete pilots, en het uitwisselen van ervaringen in regionaal verband. Hiervoor bestaat een voorkeur en stevige basis, blijkens de gevoerde bestuurlijke gesprekken.

De kracht van een integraal aanbod is het verbinden van (reeds bestaande) lokale elementen. Juist daarmee zouden kwetsbare inwoners beter in staat gesteld moeten worden om zelfstandig te blijven wonen en participeren. Deze structuur moet lokaal geborgd zijn. Iedere gemeente is op dit moment al verantwoordelijk voor het voorkomen van situaties die leiden tot een noodzaak tot beschermd wonen of maatschappelijke opvang. Het delen van succes en goede voorbeelden doen we nog relatief weinig. Het organiseren van (nieuwe) voorzieningen op wijkniveau kan bijdragen aan het voorkomen van instroom. Te denken valt aan inloopvoorzieningen, inzet van ervaringsdeskundigheid in de wijk, maatjesprojecten of buurtcirkels. Uit de gesprekken met stakeholders en ervaringsdeskundigen:

’Transformatieplan maatschappelijke opvang en beschermd wonen Centraal Gelderland: Samen aan zet’’

20

‘Zorg voor mogelijkheden om je verhaal te kunnen doen: hier ligt een opgave voor lokaal beleid: mensen met mentale kwetsbaarheden zoeken elkaar minder snel op (onder andere door schaamte). Ervaringsdeskundigen die lokaal actief zijn, breken dit vaak open en kunnen helpen in het contact zoeken met elkaar.’ “In een wijk moet de basiskennis vergroot worden over mensen met een psychische kwetsbaarheid. Misschien zijn er wel mensen die willen helpen/ondersteunen.” 6.3 Ontwikkellijn De veronderstelling is dat dankzij een sterke lokale structuur er meer inwoners ondersteund kunnen worden in hun eigen leefomgeving. Zelfstandig wonen, met goede begeleiding in een eigen (zelf gehuurde) woning is voor meer inwoners binnen bereik te brengen. Binnen de maatschappelijke opvang zetten we in op preventie (bemoeizorgteams en hulpverlening bij (dreigende) ontruiming van een woning). Een lokale basisinfrastructuur maakt dit mogelijk. Dat betekent daarmee ook dat wanneer de lokale structuur ontoereikend zou zijn, er vaker aanspraak op regionaal georganiseerd aanbod gedaan wordt. Om te voorkomen dat er een scheve toestroom naar regionaal georganiseerd aanbod kan ontstaan vanwege het ontbreken van elementen in het lokale aanbod, stemmen we de lokale basisinfrastructuur af. Een aanzet is gegeven in onderstaande figuur. Doorkijkje lokale agenda Preventie

Algemene voorzieningen Ambulante voorzieningen

Maatschappelijke opvang

De-stigmatisering Lokaal zorgnetwerk Preventie GGD Aanpak verwarde personen Opbouw lokale kennis GGz-problematiek Steunpunten Inloop GGz Ambulante begeleiding Intensief ambulant Scheiden wonen / zorg (groepswonen) Bemoeizorg / zorgbemiddeling Housing First Preventie, voorkomen dakloosheid Een (t)huis om naar terug te keren na opvang

6.4 Wat verdient aandacht in de lokale basisinfrastructuur? De problemen van kwetsbare inwoners zijn doorgaans divers, beslaan meerdere leefgebieden, en vragen een oplossing in samenhang. In de stakeholdergesprekken en met het panel van ervaringsdeskundigen hebben we uitgebreid stilgestaan bij de onderwerpen die dit betreft. Zij hebben meegedacht. De uitkomsten hebben we thematisch geordend. Het betreft de volgende thema’s:

Thema’s: wat is er meer nodig om inwoners maximaal mee te laten doen? Bekendheid en Preventie en Meedoen in plaats van Steunpunten in de informatie signalering isolement buurt Begeleiding Kennis en expertise bij Hulpverleners – Samenwerking toegang wijkteam/wijkcoach zorgaanbieders Dagbesteding Een passende woning Financieel zaken op /participatie orde In bijlage 2 hebben we ze nader geduid.

’Transformatieplan maatschappelijke opvang en beschermd wonen Centraal Gelderland: Samen aan zet’’

21

7. Regionale ondersteuningsstructuur 7.1 Inleiding Uitgangspunt is dat elke gemeente verantwoordelijk is voor haar inwoners en ondersteuning zoveel mogelijk lokaal kan bieden. De versterking van de lokale preventie en ondersteuningsstructuur en overgang van een deel van de doelgroep naar de Wlz gaat vragen om een herijking van het regionaal georganiseerde aanbod: inrichting van de regionale ondersteuningsstructuur. 7.2 Ontwikkellijn Vanuit de visie op Beschermd Thuis gaan we voor een dekkend regionaal vangnet, en een bestendige goede opvang van dak- en thuislozen. Voor het regionaal georganiseerde aanbod (vangnet) blijven we samenwerken, aanvullend op de lokale ondersteuningsstructuur.

Bij de gesprekken in het kader van het transformatieplan is de vraag besproken of het mogelijk en efficiënt is om lokaal alternatieven te vinden in het domein van de MO. Deels is dat waarschijnlijk wel mogelijk. Gedacht wordt aan inzet op preventie en versterking ambulante begeleiding om instroom in beschermd wonen te voorkomen, het voorkomen van huisuitzettingen en een directe crisisopvang lokaal (ter vermindering van instroom in de maatschappelijke opvang). Dit proces “van regionaal naar lokaal” zal een geleidelijk proces zijn, dat in 2021 nog niet geheel afgerond zal zijn. In 2019 en 2020 kan daar al mee worden geëxperimenteerd. We willen hier onze krachten bundelen en ‘nieuwe energie’ creëren om gezamenlijk te leren en ervaring op te doen met de invulling van ‘Beschermd Thuis’. 7.3 Voorbereiding op het nieuwe financiële verdeelmodel Momenteel ontvangt centrumgemeente Arnhem van het Rijk alle middelen voor de regio voor de uitvoering van de centrumgemeentetaken. De financiën en formele uitvoering van taken ligt in de overgangsjaren 2019 en 2020 primair bij de gemeente Arnhem.

Uit de ambtelijke en bestuurlijke gesprekken komt de wens naar voren de financiële startsituatie in beeld te brengen voor de volgende fase van de transformatie. De gemeente Arnhem heeft aangegeven deze te op te stellen. Per 1 januari 2021 ontvangen de regiogemeenten (conform het nog vast te stellen verdeelmodel) hun eigen middelen ten behoeve van de uitvoering van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. De gemeenten investeren deze middelen deels in de versterking van de preventie en lokale ondersteuningsstructuur. Daarnaast dienen het regionaal georganiseerde aanbod gezamenlijk bekostigd te worden. Het budget dat gemeenten vanaf 2021 ontvangen is nog onbekend. Ook zal er landelijk sprake zijn van ingroei. Een daadwerkelijke financiële vertaling kan worden gemaakt bij de uitwerking in 2019 en 2020. Zodra er meer helder is, kan een prognose voor regionale kosten opgesteld worden. Dit loopt in het proces mee met de inhoudelijke uitwerking. In 2020 kunnen de financiële effecten te worden verwerkt in de begrotingen van de gemeenten voor 2021 en verder.

’Transformatieplan maatschappelijke opvang en beschermd wonen Centraal Gelderland: Samen aan zet’’

22

8. Toegang 8.1 Inleiding Mensen die gebruik willen maken van beschermd wonen melden zich op dit moment bij de lokale toegang van de gemeente waarin zij wonen. De lokale toegang bekijkt samen met één van de aandachtsfunctionarissen beschermd wonen uit Arnhem of beschermd wonen de best passende vorm van ondersteuning is voor de betreffende inwoner. In de maatschappelijke opvang is een centrale toegang: de VGGM vervult deze rol. 8.2 Ontwikkellijn De visie Beschermd Thuis verwoordt de richting: lokaal doen, wat lokaal gedaan kan worden. En ook: zoveel mogelijk lokaal werken aan integrale oplossingen. Toegang speelt hierin een belangrijke rol. Dit vraagt om een verkenning van mogelijkheden om de toegang tot beschermd wonen meer lokaal vorm te geven om de beweging naar Beschermd Thuis te faciliteren. In ieder geval op de plekken waar het kan. Dit is de wens. Tegelijkertijd zijn, ook voor de langere termijn, gedeelde afspraken nodig over de toegang tot regionaal georganiseerde voorzieningen. We zoeken daarom naar vormen om meer regie bij de lokale gemeenten te kunnen beleggen en expertise in de regio blijvend te delen en uit te wisselen.

Aandachtspunten die benoemd worden, zijn: • Het maken van een goede afweging vraagt specifieke deskundigheid. De ervaringsdeskundigen en stakeholders wijzen op het belang hiervan. Wat is er nodig voor een goede lokale toegang? • Niet elke complexere ondersteuningsvraag wordt overal even vaak gesteld. Gemeenten verschillen hierin onderling. • Een vorm van regionale kennisbundeling en regionale expertise ligt voor de hand. Indien er lokaal specifieke deskundigheid nodig is, zou het mogelijk moeten zijn om deze deskundigheid vanuit de regionale samenwerking erbij te halen. • Zicht op eigen inwoners en “casusverantwoordelijkheid” (casusregie). Dit speelt wanneer een passend ondersteuningsaanbod niet lokaal geboden kan worden. Hierover zijn afspraken gewenst. • Bovenregionale in- en uitstroom. Gezamenlijke afspraken hierin zijn gewenst en nodig. Afspraak landelijke toegang binnen en buiten de regio. • Afspraken over de in- en exclusiecriteria voor inwoners die gebruik moeten maken van het regionale vangnet. Hoe voorkomen we ‘strategisch’ gedrag van gemeenten vanuit onze gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een beperkt en betaalbaar vangnet dat aansluit op de behoefte van onze burgers. 8.2 Uitwerking scenario’s Tot 2021 is de toegang op basis van de bestaande afspraken geborgd. In deze periode wordt de overgang van een deel van de doelgroep naar de Wlz ook helder.

We stellen toegangsscenario’s op, waaruit we een keuze kunnen maken. Voor maatschappelijke opvang kiezen we, op inhoudelijke- en schaalgronden, vooralsnog voor een bestendiging van een centrale toegang. De verbinding met de OGGZ-structuur is hierbij van groot belang.

’Transformatieplan maatschappelijke opvang en beschermd wonen Centraal Gelderland: Samen aan zet’’

23

9. Wonen 9.1 Inleiding Gemeenten maken prestatieafspraken met corporaties over diverse onderwerpen, waaronder wonen en zorg. Gewenst is om ervaringen meer te bundelen en uit te wisselen en om regionaal niveau afspraken te maken over de hoeveelheid beschikbare passende woningen. Daarbij is veel aandacht nodig voor goede instroom en integratie in de wijk. Oftewel: het bieden van adequate begeleiding om een ‘zachte landing’ in de wijk mogelijk te maken op de plekken waar het kan. 9.2 Ontwikkellijn De visie Beschermd Thuis verwoordt dat we ernaar streven dat iedereen die met of zonder ondersteuning zelfstandig kan en wil gaan wonen of blijven wonen, een passende woning in de eigen omgeving krijgt of in de omgeving waar de meeste kans op herstel is. Daarbij dienen we reëel rekening te houden met de draagkracht van dorpen en wijken en anderzijds met de woonbehoefte van mensen, zoals prikkelarm wonen.

Aandachtspunten die benoemd worden, zijn: • Binnen het spectrum van woonvarianten blijft voor een deel van de betrokken inwoners altijd aanbod voor Beschermd Wonen in de vorm van een intramurale voorziening noodzakelijk. Het vraagstuk van spreiding is hierbij eveneens een aandachtspunt (op grond van de bestaande historisch bepaalde situatie). • Voor de groep inwoners waar de overgang van intramuraal naar zelfstandig wonen groot is, is ook behoefte aan tussenliggende woonvormen. • Afspraken over het leveren van voldoende begeleiding om problemen in de leefomgeving te voorkomen. • Gezamenlijk uitwisselen van kennis, elkaar informeren en sturen op ‘nieuwe initiatieven’ die worden genomen in een gemeente. Hierbij kunnen corporaties en investeerders in beeld komen, zeker gezien de opgave te komen tot woonvarianten. • Afstemmen van de toewijzing van woningen voor de doelgroep BW/MO versus andere bijzondere doelgroepen en overige woningzoekenden. • Voldoende aandacht voor jongvolwassenen en het afstemmen van de woonsituatie (i.c.m. begeleiding/training) gericht op zelfstandig (aangesloten op deze levensfase). 9.3 Resultaten actieprogramma ‘Weer Thuis’ De afgelopen jaren is door verschillende gemeenten, corporaties en zorgaanbieders ervaring opgedaan in onze eigen regio met het maken van prestatieafspraken.

Landelijk heeft het actieprogramma ‘Weer Thuis’ in december 2018 de resultaten gepresenteerd. Het programma richtte zich erop om in 8 gemeenten met zorgaanbieders BW en MO en corporaties mensen te laten doorstromen naar een zelfstandige woning met voldoende begeleiding.

Dit leidde tot concrete afspraken over het aantal te reserveren woningen, de spreiding ervan en de begeleiding die nodig is. Daarnaast kwamen er procesafspraken over het oplossen van knelpunten, zoals bijvoorbeeld overlast, oude (huur)schulden en het voorkomen van nieuwe schulden. Deze afspraken bleken een goede basis om ervoor te zorgen dat een huurder uit BW of de opvang zijn plek terugvindt in de samenleving. De regionale ervaringen en inzichten vanuit het landelijk actieprogramma kunnen in “Samen aan zet” goed benut worden.

’Transformatieplan maatschappelijke opvang en beschermd wonen Centraal Gelderland: Samen aan zet’’

24

10. ‘Samen aan zet’ en spoorboek 10.1 Inleiding In diverse bestuurlijke gesprekken is benadrukt dat de wens is om voor de verdere transformatie gezamenlijk op te trekken, waarbij de regionale samenwerking aanvullend en faciliterend is aan de opbouw van lokale basisinfrastructuur. (Beleidsmatige) samenwerking is hierbij geen doel op zich, maar een middel om de lokale verantwoordelijkheid te kunnen dragen en vormgeven. De regionale ondersteuningsstructuur is hieraan ondersteunend. Gemeenten zijn hierbij gezamenlijk aan zet om: • van de transformatie naar Beschermd Thuis een succes te maken. • initiatief te nemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=98312077-f8f6-4278-8cff-315e084dc4d0