Bijlage 8. 1187976 Toelichting Bijlage 5 Archeologisch onderzoek BP Eltenseweg 3 Lobith
Tekst van het document
_
Hamaland
Bureauonderzoek
en Verkennend
Booronderzoek Archeologie Plangebied Eltenseweg 3 te Lobith Gemeente
Zevenaar
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) äirochliever Eltenseweg 3 6915
KA Lobith
(geanonimiseerd) tel. (geanonimiseerd) Projectnummer 223747
“%
_SGS
Kenmerk
DWS/ALG/HAMA/223747
Eindredactiekwaliteitscontrole _ Paraaf
(geanonimiseerd) BEA
(geanonimiseerd) © Hamaland Acvies Vot, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zeiner, ' EN
vanderkij
Datum
29-08-2022
Advies
Project Kenmerk
:BO en IVO Plangebied Eltenseweg 3 te Lobith _
: DWS/ALG/HAMA/223747
Colofon
Opdrachtgever
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) T}
Project
Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Plangebied Eltenseweg 3 te Lobith
Projeetnummer
223747
itel
Datum en versie
Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Eltenseweg 3 te Lobith,
Gemeente Zevenaar
29-08-2022, versie 2.0 (definitief)
(geanonimiseerd) (geanonimise rd) (geanonimiseerd)
Kwaliteitscontrole
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) s
arzrcheoto0g / seniorKNA prospestor)
Afbeelding voorzijde:
Luchtfoto met het plangebied (bron:
(geanonimiseerd) © Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelnem, : N
PDOK)
2van17
Project
:BO en IVO Plangebied Eltenseweg 3 te Lobith
Kenmerk
_
: DWS/ALG/HAMA/223747
Inhoud Samenvatting.. 1.
Inleiding... 11
_
Inleiding en onderzoekskader
12
_
Doelen vraagstelling van het bureauonderzoek
13
_ Werkwijze …
14
_
15
_ Administratieve gegevens
2
.
Bureauonderzoek en verwachtingsmodel.. 21
_
Landschapsgenese …
22
_
Historische ontwikkeling plangebied en haar directe omgeving …
23
_
Bouwhistorische
24
_
Archeologische waarden
25 3
waarden
_ Archeologisch verwac!
gsmodel .
Booronderzoek.
31 32
4
Beleidskaders
Werkwijze Booronderzoek _
Resultaten.
_ Conclusie en aanbeveling.… 41
_
Conclusie
42
_
Selectieadvies..
43
_
Selectiebeslu
44
_
Voorbehoud..
Gebruikte literatuur
(geanonimiseerd) © Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelsem, . N
33
3vanas
Project
:BO en IVO Plangebied Eltenseweg 3 te Lobith
Kenmerk
_
: DWS/ALG/HAMA/223747
Samenvatting (geanonimiseerd) een archeologisch bureauonderzoek en Hamaland Advies heeft in opdracht van (geanoniWmise rd) NNN een
verkennend
booronderzoek
uitgevoerd voor het plangebied
Eltenseweg
3 te Lobith
(zie
Afbeelding 1). De aanleiding voor dit onderzoek is de herontwikkeling van Eltenseweg 3 (‘rood voor
rood'’). Het plangebied heeft een omvang van ca. 8.340 m2. In het plangebied zullen de drie bestaande
kippenschuren worden
afgebroken.
De carport van
Eltenseweg
3 ten zuiden van de
schuren blijft behouden. De te slopen bebouwing heeft in totaal een omvang van ca. 2.560 m?. De opdrachtgever heeft aangegeven dat onder de bestaande kippenschuren de bodem verstoord is tot een diepte van 1 m-my bij de aanleg van kelders. Tussen de middelste en zuidelijke schuur zijn
een ondergrondse septic tank en een zinkput aanwezig.” Na de sloop van de kippenschuren wordt het plangebied onderverdeeld
in vier woonkavels van
1.200 m?, waarop vier woningen met inpandige bergingen worden gerealiseerd (zie bijlage 1). De woningen hebben elk een omvang van 150 m? en de bergingen elk een omvang van 60 m? (totale
omvang nieuwbouw 840 m?). In het uiterste geval kan er nog per woonkavel maximaal 90 m? aan bijgebouwen worden toegevoegd (in totaal 360 m?). De verstoringsdiepte voor de aanleg van funderingen onder de nieuwbouw is nog niet bekend. Voor het onderzoek wordt uitgegaan van een bodemverstoring tot een diepte van minstens 80 cm-mv (vorstvrij funderen). In het bestemmingsplan Gelders Eiland (voorontwerp, 2021) heeft het gehele plangebied een dubbelbestemming Waarde — Archeologie. Het bestemmingsplan verwijst voor de beleidsregels
naar de archeologische beleidskaart van de voormalige gemeente Rijnwaarden, waartoe Lobith tot
2018 behoorde. Ôp de archeologische beleidskaart van gemeente Rijnwaarden? ligt het plangebied in een zone met een hoge verwachting op archeologische resten vanaf het maaiveid. Hiervoor geldt dat een archeologisch onderzoek nodig is bij bodemingrepen dieper dan 30 centimeter onder het
maaiveld en groter van 100 m?. De beoogde bodemingrepen in het plangebied overschrijden deze vrijstellingsgrenzen. Hoewel
de
bodem
onder
de
bestaande
kippenschuren
verstoord
is
tot
{
m-mv,
heeft
(geanonimiseerd) van de Omgevingsdienst Regio Armhem (ODRA) geadviseerd alsnog regioarcheoloog NNN een
archeologisch
verkennend
onderzoek
booronderzoek,
uit te laten voeren met
de
mogelijkheid
in de vorm om
dît
van
een
bureauonderzoek
uit te breiden
naar
een
en
karterend
booronderzoek als de resultaten hier aanleiding toe geven.? “Het is zeer de vraag of de verstoring van 1 meter de archeologie heeft aangetast. Het archeologisch onderzoek aan de andere kant van de dijk (Carvium Novum) heeft aangetoond dat het pleistocene zand veelal op een dieper niveau aanwezig is. Op dit niveau kunnen prehistorische resten aanwezig zijn. De aanwezigheid van septic tank en zinkput hebben waarschijnlijk slechts voor een beperkte verstoring gezorgd.” Conclusie
bureauonderzoek
Het plangebied igt op de stroomgordelkaart* binnen de Oude Rijn-Pannerden stroomgordel. In de oever-
en/of
aangetroffen
kronkelwaardafzettingen
van
deze
vanaf
de
relatief
de
IJzertijd.
Door
stroomgordel
hoge
kunnen
ligging
van
archeologische
het
plangebied
resten
op
een
kronkelwaardrug is het plangebied geschikt geweest voor permanente bewoning en landgebruik en geldt een hoge verwachting voor resten vanaf de IJzertijd. In de omgeving van het plangebied zijn archeologische vondsten bekend uit de Vroege Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd. Hoewel in de top van oudere pleistocene zandafzettingen in principe bewoning mogelijk is vanaf het Laat Paleolithicum, is dit niveau waarschijnlijk verspoeld door rivieractiviteit van de Oude RijnPannerden stroomgordel. Voor resten vanaf het Laat Paleolithicum tot en met de Bronstijd in de
top van het pleistocene zand geldt daarom een lage archeologische verwachting. Op basis van historisch kaartmateriaal heeft het plangebied van oorsprong een agrarische functie gekend.
Het plangebied
is op kaarten
vanaf de
18° eeuw
tot in de 20° eeuw
in gebruik als
onbebouwde landbouwgrond. Op de kaart van 1978 staat de huidige bebouwing in het plangebied. (geanonimiseerd)
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) © Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelsem, . N
4vands
Project Kenmerk
:BO en IVO Plangebied Eltenseweg 3 te Lobith _
: DWS/ALG/HAMA/223747
Voor resten uit de Late Middeleeuwen (na de bedijking) en Nieuwe tijd geldt een lage verwachting, aangezien het plangebied destijds een agrarische functie had. Er zijn op basis van het bureauonderzoek geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van één of meerdere historische erven in de directe omgeving van het plangebied. Ook liepen er voor zover bekend door of nabij het plangebied geen historische wegen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ligt het plangebied in de Duitse linie “Noordoever-Rijn”. Deze linie
is door de Duitsers aangelegd als verlenging van de Westwall om een eventuele vijand uit het zuiden op te kunnen vangen. In de omgeving van het plangebied zijn geen vliegtuigcrashes bekend en zijn op luchtfoto's geen militaire waarden zichtbaar. Conclusie
booronderzoek
In het plangebied is onder de bouwvoor, en in een aantal boringen een geroerd pakket, sprake van kalkrijke oeverafzettingen, bestaande uit iets zandige klei met schelpresten. Deze oeverafzettingen
zijn afgezet door de Oude Rijn-Pannerden stroomgordel (Formatie van Echteld). De top van deze afzettingen is op minimaal 40 cm-mv (boring 2) en maximaal 110 cm-mv (boring 1) aangetroffen. De oeverafzettingen liggen erosief op de onderliggende kalkrijke beddingafzettingen, bestaande uit zwak siltig, fijn zand. De beddingafzettingen behoren eveneens tot de holocene stroomgordelafzettingen van de Oude Rijn-Pannerden (Formatie van Echteld). De top is op
minimaal 95 cm-mv (boring 2) en maximaal 175 cm-mv (boring 6) waargenomen. Zowel in de oever- als in de beddingafzettingen ontbreken tekenen van bodemvorming als gevolg van menselijk handelen in het verleden. Laklagen of vegetatiehorizonten ontbreken en ook heeft er geen ontkalking van het bodemprofiel plaatsgevonden. De ontkalking van kleibodems en de aanwezigheid van laklagen of vegetatiehorizonten zijn aanwijzingen dat de bodem(laag) langdurig aan het maaiveld heeft gelegen en daardoor archeologisch gezien kansrijker s dan wanneer deze
aanwijzingen ontbreken. Omdat in de oever- en de beddingafzettingen geen ontkalking heeft plaatsgevonden en geen laklagen of vegetatiehorizonten aanwezig zijn, wordt de kans op de aanwezigheid van archeologische resten laag ingeschat. Selectieadvies
Op basis van de resultaten van het verkennend booronderzoek adviseert Hamaland Advies om het plangebied vrij te geven voor de geplande ingrepen. De kans dat met de graafwerkzaamheden archeologische waarden verloren gaan, wordt gering geacht.
toekomstige
Selectiebesluit
Het
rapport
is
op
11
augustus
2022
getoetst
door
(senior-archeoloog (g(geanonimiseerd) eanonimis erd)
en
depotbsheerder gemeente Arnhem) namens regioarcheoloog (geanonimiseerd) van ODRA. ‘Het advies van Hamaland Advies wordt onderschreven. Na verwerking van de minieme opmerkingen kan het rapport definitief worden gemaakt.” De opmerkingen en het selectiebesluit zijn op 29 augustus 2022 verwerkt in deze definitieve versie van het rapport. Voorbehoud
Het uitgevoerde onderzoek
is op zorgvuldige
wijze verricht volgens de algemeen
gebruikelijke
inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden
bij bouwwerkzaamheden
in het plangebied te
verkleinen.
Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 5.10 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monumentis (in roerende
of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. gebeuren bij de Riijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersf
Deze aangifte dient te verantwoordelijke
(geanonimiseerd) (geanonimise rd) (geanonimiseerd) f diens adviseur, ambtenaar van de gemeente Zevenaar (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) de Regioarcheoloog van ODRA |
(geanonimiseerd) © Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelsem, . N
Svands
Project Kenmerk
:BO en IVO Plangebied Eltenseweg 3 te Lobith _
: DWS/ALG/HAMA/223747
Inleiding 11
Inleiding en onderzoekskader
(geanonimiseerd) een archeologisch bureauonderzoek en Hamaland Advies heeft in opdracht van (geNanonimise rd) NNN een verkennend
booronderzoek
Afbeelding
aanleiding
1). De
plangebied heeft een omvang
uitgevoerd voor het plangebied
voor dit onderzoek
Eltenseweg
is de herontwikkeling van
3 te Lobith
Eltenseweg
(zie
3. Het
van ca. 8.340 m?. In het plangebied zullen de drie bestaande
kippenschuren worden afgebroken. De carport van Eltenseweg 3 ten zuiden van de schuren blijft
behouden. De te slopen bebouwing heeft in totaal een omvang van ca. 2.560 m?. De opdrachtgever heeft aangegeven dat onder de bestaande kippenschuren de bodem verstoord is tot een diepte van 1 m-mv bij de aanleg van kelders. Tussen de middelste en zuidelijke schuur zijn een
ondergrondse septic tank en een zinkput aanwezig.®
KTT
a
Afbeelding 1: Topografische kaart met plangebied binnen het rode kader (PDOK).
Na de sloop van de kippenschuren wordt het plangebied onderverdeeld in vier woonkavels van
1.200 m?, waarop vier woningen met inpandige bergingen worden gerealiseerd (zie bijlage 1). De woningen hebben elk een omvang van 150 m? en de bergingen elk een omvang van 60 m? (totale omvang nieuwbouw 840 m). In het uiterste geval kan er nog per woonkavel maximaal 90 m? aan bijgebouwen worden toegevoegd (in totaal 360 m?). De verstoringsdiepte voor de aanleg van tunderingen onder de nieuwbouw is nog niet bekend. Voor het onderzoek wordt uitgegaan van een bodemverstoring tot een diepte van minstens 80 cm-mv (vorstvrij funderen).
In het bestemmingsplan
Gelders Eiland (voorontwerp, 2021) heeft het gehele plangebied een
dubbelbestemming Waarde — Archeologie. Het bestemmingsplan verwijst voor de beleidsregels naar de archeologische beleidskaart van de voormalige gemeente Rijnwaarden, waartoe Lobith tot
2018 behoorde. Op de archeologische beleidskaart van gemeente Rijnwaarden ligt het plangebied in een zone met een hoge verwachting op archeologische resten vanaf het maaived. Hiervoor geldt (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) arden.
(geanonimiseerd) © Hamaland Acvies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelnem, : N
Svanas
Project
:BO en IVO Plangebied Eltenseweg 3 te Lobith
Kenmerk
_
: DWS/ALG/HAMA/223747
dat een archeologisch onderzoek nodig is bij bodemingrepen dieper dan 30 centimeter onder het
maaiveld en groter van 100 m?. De beoogde bodemingrepen in het plangebied overschrijden deze vrijstellingsgrenzen. Hoewel
de
bodem
onder
de
bestaande
kippenschuren
verstoord
is
tot
1
m-mv,
heeft
(geanonimiseerd) van de Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA) geadviseerd alsnog regioarcheoloog NNN een
archeologisch
verkennend
onderzoek
booronderzoek,
uit te
met
de
laten
voeren
in de
mogelijkheid
om
vorm
van
een
dît uit te breiden
booronderzoek indien de resultaten hiertoe aanleiding geven.”
bureauonderzoek
naar
een
en
karterend
"Het s zeer de vraag of de verstoring
van 1 meter de archeologie heeft aangetast. Het archeologisch onderzoek aan de andere kant van de dijk (Carvium Novum) heeft aangetoond dat het pleistocene zand veelal op een dieper niveau aanwezig is. Op dit niveau kunnen prehistorische resten aanwezig zijn. De aanwezigheid van septic
tank en zinkput hebben waarschijnlijk slechts voor een beperkte verstoring gezorgd.” Het KNA conforme bureauonderzoek en verkennend booronderzoek is uitgevoerd door (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) en diens (geanonimiseerd) Advies. Het bevoegd gezag, de gemeente Zevenaar (geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) zullen de resultaten van het adviseur, de Regioarcheoloog van ODRA W archeologische onderzoek toetsen.
1.2
Doel en vraagstelling van het bureauonderzoek Het doel van het bureauonderzoek
is het verkrijgen van
inzicht in bekende
en te verwachten
archeologische waarden in en om het plan- en onderzoeksgebied. Op basis van de verworven informatie wordt een archeologisch verwachtingsmodel voor de onderzoekslocatie opgesteld.
Om deze doelstelling te realiseren, zijn de volgende onderzoeksrichtlijnen opgesteld:? Het bureauonderzoek zal uiteraard moeten voldoen aan de vigerende KNA-versie. Daarbij moeten
onderstaande punten uitgebreid beschreven worden: 1. Beschrijving van de administratieve gegevens conform de KNA, inclusief minimaal één
on 4. 5.
kaart van het onderzoeksgebied met RD-coördinaten. Beschrijving van de geologie en de geomorfologie van het onderzoeksgebied.
Beschrijving van de te verwachten natuurlijke en de antropogene bodemhorizonten en de mogelijke verstoring van de bodem. Beschrijving van het historisch grondgebruik en eventuele bebouwing van de onderzoekslocatie op basis van historische kaarten en archief en/of literatuuronderzoek. Beschrijving van de bekende archeologische gegevens van de onderzoekslocatie en de
omgeving (archeologische monumenten, vindplaatsen, archeologische onderzoeken met 6.
omn
onderzoeksresultaten). Beschrijving van de aard, de datering, de omvang en de verwachte fysieke kwaliteit van de mogelijk aanwezige archeologische resten. Beschrijving van de verwachte vondstverspreiding en de vondst- en spoorniveaus.
Uitgebreide onderbouwing van de gespedificeerde archeologische verwachting. Gemotiveerde beschrijving van de meest geschikte KNA-onderzoeksmethode
voor het
opsporen van de verwachtte sporen en vondsten (indien verder onderzoek nodig is). 10. Opstellen van locatie-specifieke onderzoeksvragen voor het vervolgonderzoek (indien van toepassing).
1.3
Werkwijze Het
bureauonderzoek
Archeologie
(protocol
is uitgevoerd
4002
conform
Bureauonderzoek
de
eisen
KNA,
van
versie
de
3.3)
Kwaliteitsnorm
en
bestaat
Nederlandse
uit de volgende
onderdelen:
1
Afbakenen
Plan-
en
onderzoeksgebied,
vermelden
overheidsbeleid,
vaststellen
conseguenties toekomstig gebruik (KNA-LSO1); (geanonimiseerd)
e Zever
(geanonimiseerd) © Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelsem, . N
(geanonimiseerd)
7van4s
Project
:BO en IVO Plangebied Eltenseweg 3 te Lobith
Kenmerk
_
beschrijving van het huidig gebruik (KNA LSO2); beschrijving van de historische situatie en de mogelijke verstoringen KNA LSO3);
>on 5.
: DWS/ALG/HAMA/223747
beschrijving van de bekende archeologische, ondergrondse aardwetenschappelijke kenmerken (KNA LSO4); het opstellen van een specifieke verwachting en formulering (KNA LSO5);
_
6
bouwhistorische
en
onderzoeksstrategie
het opstellen van een standaardrapport (KNA LS06).
Om tot een gefundeerd archeologisch verwachtingsmodel te komen is voor het onderzoek relevant
bronnenmateriaal geraadpleegd. Door informatie uit verschillende invalshoeken samen te voegen ontstaat de mogelijkheid dwarsverbanden te leggen tussen de diverse brontypen en aan de hand hiervan een geïntegreerd archeologisch verwachtingsmode! op e stellen. De gegevens voor het
(geanonimiseerd) J.. 2014; Handboek onderzoek zijn met name ontleend aan en voldoen aan de eisen van B archeologisch onderzoek binnen de regio Amhem, beoordeling van rapporten:
2014,
Eisen en kaders voor onderzoek en
e _ Archis3, het geautomatiseerde archeologische informatiesysteem voor Nederland; geomorfologisch, geologische, bodemkundig, topografisch en historisch kaartmateriaal:
Archeologische verwachtings- en beleidskaart gemeente Rijnwaarden®; archeologische rapporten en publicaties; Heemkundekring Rijnwaarden
14
Beleidskaders
Rijksbeleid In 1992 werd in Valletta door de Ministers van Cultuur van de bij de Raad van Europa aangesloten
landen het 'Europees Verdrag inzake de bescherming van het Archeologisch Erfgoed', beter bekend onder de naam 'Verdrag van Malta', ondertekend. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is op 1 september 2007 in werking getreden. De nieuwe wet heeft zijn beslag gekregen via een wijziging van de Monumentenwet 1988, aanpassingen in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) en enkele andere wetten en met de invoering van de Wet algemene
bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in 2010. Met de nieuwe Wet op de Archeologische Monumentenzorg is het accent komen te liggen op het streven naar het behoud en beheer van archeologische waarden in de bodem (in situ) en het beperken van (de noodzaak van) archeologische opgravingen. Uitgangspunt van het nieuwe beleid is tevens het principe 'de verstoorder betaalt’. Bij het voorbereiden van werkzaamheden die het bodemarchief kunnen
verstoren (zoals de aanleg van een weg, een nieuwe woonwijk, een bedrijventerrein), dient onderzocht te worden of daardoor archeologische resten verstoord kunnen worden. Als uit het onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn en deze niet ter plaatse behouden kunnen blijven, dan dient de initiatiefnemer van het werk de kosten te dragen die gepaard gaan met het opgraven en conserveren van de plaats. Met de introductie van de nieuwe wet zijn de
kerntaken en bestuurlijke verantwoordelijkheden van gemeenten veranderd. Eén van de belangrijkste consequenties is, dat gemeenten een centrale rol is toegekend in de bescherming van archeologisch erfgoed. In de wet is bepaald, dat gemeenten door inzet van een planologisch instrumentarium het archeologisch belang dienen te waarborgen. Bescherming van het archeologisch erfgoed kan onder meer vorm krijgen door in bestemmingsplannen regels ter bescherming van bekende en te verwachten archeologische
waarden
op
te
nemen.
In
de
regelgeving
is
vastgelegd
dat
in
het
kader
van
een
omgevingsvergunning van de aanvrager geëist kan worden dat hij een rapport overlegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein voldoende is vastgesteid. Voor de toetsing van archeologische waarden is een archeologisch bestel ontwikkeld, waarmee de archeologische waarde van een terrein bepaald kan worden door middel van een getrapt systeem van onderzoek.
n het kader van het vrijstellingsbesluit volstaat in eerste instantie een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO-0).
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) © Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelsem, . N
Bvands
Project Kenmerk
:BO en IVO Plangebied Eltenseweg 3 te Lobith _
: DWS/ALG/HAMA/223747
Provinciaal Beleid
Het provinciaal beleid van Gelderland t.a.v. cultuurhistorie en archeologische monumentenzorg is
vastgelegd in het Cultuur- en erfgoedprogramma.
Zij wil bewerkstelligen'?:
. . .
Versterken van de functionaliteit van erfgoed; Verbeteren van de uitvoeringskwaliteit door samenwerking in het erfgoednetwerk: Stimuleren van innovatie en nieuwe ontwikkelingen;
.
Verankeren van de geschiedenis van Gelderland in de identiteit van de Gelderse regio's; Versterken van de maatschappelijke rol van musea; Versterken van de presentatie van collecties beeldende kunst die verbonden zijn met onze provincie, de ‘Gelderse school’ Stimuleren van kwalitatief hoogwaardig cultuuronderwijs op basisscholen. Cultuureducatie heeft een vaste plek in het lesaanbod binnen het basisonderwijs;
. . °
.
Stimuleren van cultuur- en erfgoedparticipatie.
In de programmaperiode 2017-2020 gaat de provincie aan de slag met: Klimaat en duurzaamheid met betrekking tot onderhoud van erfgoed in de provincie Samenwerking met kennis- en onderwijsinstellingen zoals Universiteiten en Hogescholen over instandhoudingstechnologie (innovaties van materialen,
methoden en technieken) is noodzakelijk om de onderhoudstermijn van erfgoed te verlengen en daardoor onderhoudskosten te besparen; Archeologische en cultuurhistorische Waardenkaarten van gemeenten toegankelijk maken voor een breder publiek; - _ We actualiseren de Kennisagenda Archeologie van Gelderland en samen met
gemeenten de Erfgoedwet op goede wijze implementeren; - _ Het actief omgaan met nieuwe opgaven zoals het (laten) verrichten van onderzoek naar het vraagstuk hoe beter om te kunnen gaan met leegstand van monumentaal vastgoed; - _ Inventarisaties groen, haalbaarheidsonderzoeken of strategische beheervisies, gemeentelijke visies;
- _ Bescherming erfgoedwaarden door inzet deskundigheid en maatwerk in de regelgeving. Voor de Limes voorbereiding van de aanwijzing als Werelderfgoed Instandhouding en beleefbaar maken door afsprakenkaders met gemeenten,
restauratie fysieke projecten, functieverandering en duurzaamheidsbevordering: - _ Een netwerk van alle relevante partijen zorgt voor programmatische samenwerking; De uitvoering van projecten als de Vliegende startprojecten, Kennisagenda archeologie, Landgoederen en buitenplaatsen (zie Documenten), Landgoed Sevenaer.
In de provinciale kennisagenda Rivierenland"! zijn de volgende thema's opgenomen: — _ De Romeinse Limes in Gelderland: Locatie van de limesweg en de bijbehorende castella met hun bewoners.
Focus op het verdedigingsmechanisme van het Romeinse rijk en de
rol van bruggen, wachttorens en vici hierin. — _ Het militaire verleden vanaf de Middeleeuwen:
In de Liemers en Zevenaar en ommelanden
lag tot 1813 het grensgebied tussen de Nederlanden en het Pruisische rijk. De burcht in Zevenaar speelde een belangrijke rol in de strijd tussen Gelre en Kleef. De Oude en Nieuwe Hollandse Waterlinie waren in gebruik in respectievelijk de 17° en 18? eeuw en van
1815
tot 1940.
— _ Het rituele landschap: Sporen van rituelen zijn gevonden in kommetjes, moerasbossen, restgeulen en rivierbeddingen. Het grafritueel in de vroege prehistorie, Romeinse tijd en vroege middeleeuwen is nog niet goed in beeld gebracht.
-
Het rivierenlandschap als bron van economische ontwikkeling: Al vanaf de prehistorie worden goederen in het rivierengebied geïmporteerd en geëxporteerd, waarbij de rivieren
(geanonimiseerd) © Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelsem, . N
ovanas
Project Kenmerk
_
:BO en IVO Plangebied Eltenseweg 3 te Lobith : DWS/ALG/HAMA/223747
als verbindingswegen een grote rol speelden. Om welke grondstoffen en producten gaat het? Waar bevonden zich de winlocaties en productiecentra? Gemeentelijk beleid Met de invoering van de Wet op de archeologische monumentenzorg in 2007 (thans Erfgoedwet) is de verantwoordelijkheid voor het bodemarchief gedelegeerd aan gemeenten. Omdat Lobith pas sinds 2018 bij de gemeente Zevenaar hoort en niet op de archeologische beleidskaart van
gemeente Zevenaar is opgenomen, is het beleid van de voormalige gemeente Rijnwaarden waartoe Lobith behoorde geraadpleegd. Gemeente Riijnwaarden beschikte over een eigen archeologiebeleid uit 2012. Op de archeologische beleidskaart van gemeente Rijnwaarden (zie Afbeelding 2) ligt het plangebied in een zone met een hoge verwachting vanaf het maaiveld Hiervoor geldt dat een archeologisch onderzoek nodig is bij bodemingrepen dieper dan 30 cm-mv
en groter van 100 m2. Het bestemmingsplan Gelders Eiland (voorontwerp, 2021} verwijst voor het archeologiebeleid
door
naar
de
archeologische
beleidskaart
van
voormalige
gemeente
Rijnwaarden uit 2012.'2 In 2014
is er in opdracht van
archeologisch
onderzoek
archeologiebeleid en van
de gemeenten
binnen
de
het Handboek
regio
in de Regio
Arnhem
Arnhem'
opgesteld.
archeologisch onderzoek
een
nieuw Handboek
voor
richtljnen
dit
De
zijn, indien
van
relevant, bij het
opstellen van onderhavig onderzoek toegepast.
Legenda
AD o
50
100
150
e e
7enebes 200
250m e
Afbeelding 2: Uitsnede archeologisch beleidskaart van voormalige gemeente Rijnwaarden met het plangebied in het rode kader| (geanonimiseerd) \et al. 2012). In de rode zone geldt een hoge archeologische verwachting vanaf het maaivel
w tuimtelijkeplannen.nl/viewer
(geanonimiseerd) |2014
(geanonimiseerd) © Hamaland Acvies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, . B
10van45
Project
O en IVO Plangebied Eltenseweg 3 te Lobith
Kenmerk
1.5
: DWS/ALG/HAMA/223747
Administratieve gegevens Tabel 1: Gegevens projectgebied Opdrachtgever
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Projectnaam
Plangebied Eltenseweg 3 te Lobith
Uitvoerder, Beheer en plaats
Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021
documentatie
BT Zelhem
Bevoegd gezag
Gemeente Zevenaar
Toetser namens bevoegd gezag
(geanonimiseerd) E (geanonimiseerd) regioarcheoloog van de ODRA n
Provincie, Gemeente,
Gelderland, Zevenaar, Lobith
Plaats
Adres en Toponiem
Eltenseweg 3 te Lobith
Kaartblad
40G
x, y coördinaten
Centrum
NO
205.972 /431.203
NW
Hoogte plangebied CMA/AMK
Status
_ | 205.965/431.139 zo
20 5.903/431.159
206.028
/431.116
zw
205.957
/431.075
Circa 13,7 m+NAP en
nr.
Kadastrale gegevens Archis Onderzoekmeldingsnummer
Nvi
Herwen, Sectie B perceel 2219 _ | 5202276100
Oppervlakte plangebied
8.340 m2
Huidig grondgebruik
kippenschuren
Toekomstig grondgebruik
Bebouwing en tuin
Geomoriologie Bodemtype Grondwatertrap
10B46 Rd10A VIIL
Geologie
Formatie van Echteld
Periode
Vroege IJzerijd tm Nieuwe Tijd
Kronkelwaardrug Kalkhoudende ooïvaaggronden; lichte zavel
(geanonimiseerd) : (geanonimiseerd) © Hamaland Acvies Vof, Ambachtsweg 9b, 702 EN
11 van45
Project Kenmerk
:BO en IVO Plangebied Eltenseweg 3 te Lobith _
: DWS/ALG/HAMA/223747
Bureauonderzoek en verwachtingsmodel 21
Landschapsgenese Geologie Het plangebied maakt deel uit van het voormalige stroomgebied van de Rijn. Halverwege de laatste istijd (rond 50.000 jaar geleden) verlegde de Rijn zijn voornaamste loop van het IJsseldal naar het Gelderse Poort-gebied en de Betuwe (noordelijk langs Nijmegen), en door het dal van de Niers (zuidelijk langs Nijmegen). Het IJsseldal bleef achter als een 15 km breed, door grote rivieren verlaten dal. In de laagte bleven zich afzettingen van sneeuwsmeltwater-beekjes vormen
behorende tot de Formatie van Kreftenheye. De Formatie bestaat uit fuviatiel zand en grind uit het
Laat-Saalien, Eemien, Weichselien (Laat-Pleistoceen) en Vroeg-Holoceen.'* Gedurende het Holoceen bepaalden meanderende rivieren de ontwikkeling van dit gebied. Door stroomgordelverleggingen of avulsies ontstond in het rivierengebied een netwerk van verlaten stroomgordels die deels ook overdekt zijn door jongere sedimenten. De afzettingen van deze
rivieren behoren tot de Formatie van Echteld.' Binnen de Formatie van Echteld worden, op grond van wijze van afzetting en lithologische karakteristieken,
een aantal lithogenetische eenheden
onderscheiden. De belangrijkste lithologenetische eenheden zijn geulafzettingen, oeverafzettingen en komafzettingen. Geulafzettingen worden in de geul van de rivier afgezet en bestaan voornamelijk uit (grof) zand. Oeverafzettingen worden afgezet wanneer de rivier bij hoog water
buiten haar oevers treedt en bestaan vaak uit gelaagde zanden en (zandige) kleien. Hierbij worden de grofste afzettingen het dichtst bij de geul afgezet, doordat de stroomsnelheid hier het hoogst is. Verder van de geul worden de afzettingen fijner. Komafzettingen bestaan uit zwak tot matig silige klei, die wordt afgezet in de laaggelegen gebieden tussen de rivieren, waar het water van de overstromingen tot stilstand komt. Doordat de grofste oeverafzettingen het dichtst langs de rivier
worden afgezet, ontstaan langs de rivier relatief hooggelegen oeverwallen. Wanneer een stroomgeul verlaten wordt, klnken de grove geulafzettingen en de daar boven gelegen oeverafzettingen minder in dan de omliggende fijne afzettingen. Hierdoor wordt het hoogteverschil tussen de stroomgordel en de omliggende komgebieden versterkt en vormen de stroomgordels
geschikte bewoningsplaatsen in het rivierengebied.’S Gedurende de laatste ijstijd stroomden twee takken van de Rijn, &én langs de noordzijde en één
langs de zuidzijde van het Montferland, naar het westen van Didam om zich daar weer te verenigen. De rivierafzetiingen bestaan hoofdzakelijk uit dikke lagen grind en zand. Daarover is rivierklei afgezet. In het Holoceen, vanaf 8.000 v.C., werd de bedding van de huidige Rijn en IJsse! gevormd De kronkelwaarden en aangrenzende komgebieden werden opgevuld met jonge rivierklei. Na de Romeinse tijd leidde een nog sterkere stuwing met Rijnwater en de toenemende opslibbing tot een
doorbraak van enkele in de dalvlakte gelegen dekzandruggen en rivierterrasresten. Rond 250 n.C. kreeg het rivierkleigebied van de Liemers te maken met grote overstromingen waardoor een deel van de bewoning opgegeven werd. De crevassegeulen en -afzettingen die hierbij werden gevormd, zijn nu nog ten noordwesten van Zutphen in het IJsseldal terug te vinden. Dit proces herhaalde zich enkele malen totdat er een verhangvoordeel in noordelijke richting naar zee was ontstaan. De
huidige loop van de IJssel is als noordwaarts stromende zijtak van de Rijn ontstaan. Na de Vroege Middeleeuwen bouwde de stroomgordel van de Riijn zich verder uit en ontstonden in het sterk meanderende, bovenstroomse deel omvangrijke kronkelwaardcomplexen. De bedijking van de grote rivieren is vanaf 12° eeuw begonnen. De Oude Rijn bij Lobith werd in 1707 afgedamd toen het Pannerdens Kanaal werd geopend. De ondergrond van het plangebied bestaat volgens de Geologische kaart van Nederland uit 2021
(niet afgebeeld) uit zandige stroomgordelafzettingen die in het holoceen zijn gevormd (Formatie
van Echteld).'7
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) © Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelsem, . N
12 van45
Project Kenmerk
:BO en IVO Plangebied Eltenseweg 3 te Lobith : DWS/ALG/HAMA/223747
Volgens de stroomgordelkaart’® (zie Afbeelding 3) ligt het plangebied binnen de Oude
Rijn-
Pannerden stroomgordel. De actieve fase van deze stroomgordel ligt tussen ca. 2.200 uncalBP en
de bedijking van de rivier in de 12° eeuw.'* Voor de oevers van de Oude Rijn-Pannerden stroomgordel geldt een hoge archeologische verwachting voor resten vanaf de Vroege IJzertijd.®? Op de zandbanen- en zanddieptekaart van de Provincie Gelderland?’ (zie Afbeelding 4) ligt de top van
het
pleistocene
zand
in
het
noorden
van
het
plangebied
tussen
2.0
en
3,0
m-mv
(zanddieptecode 3). In de rest van het plangebied ligt de top van het pleistocene zand tussen 1,0 en 2,0 m- mv (zanddieptecode 3). Deklagen zijn n het plangebied niet aanwezig (deklagencode 0
50
m
100
150
200
20m
m
Afbeelding 3: Uitsnede uit de stroomgordelkaart met het plangebied in het rode kader (geanonimiseerd) W et a!. 2012).
(geanonimiseerd) z 2012. 18 e (geanonimiseerd) et a!. 2012 worden gegeven in niet-gekalibreerde 14C jaren ‘Before Present’, teruggerekend 19 Dateringen in B vanaf
1950.
(geanonimiseerd) 20 e
2 2012
21https:/geoportaal.gelderland.nlportaal/apps/webappviewer/index.htm?id-c20682(26ad148e08abt8157948Bd6e4
(geanonimiseerd) © Hamaland Acvies Vof, Ambachtsweg9b, 7021 87 Zeihem, : EN
19van45
Project Kenmerk
:BO en IVO Plangebied Eltenseweg 3 te Lobith : DWS/ALG/HAMA/223747
Afbeelding 4: Zandbanen- en zanddieptekaart van provincie Gelderland met het plangebied in het rode kader (bron:https:/'geoportaal.gelderland.nl/portaal/apps/webappviewer/index.htm|?id=ca0682f26ad148e08abf815 79488 d6e4).
Geomorfologie Op de geomorfologische kaart2?2 (zie Afbeelding 5) is het plangebied gekarteerd als kronkelwaardrug (10B46). Ten noorden van het plangebied bevinden zich kronkelwaardgeulen (22R45). Ten zuidoosten van het plangebied is een groot terrein afgegraven ten behoeve van zandwinning. Bodem
De bodemkaart? (zie Afbeelding 6) typeert het bodemtype in het plangebied als kalkhoudende ooivaaggronden in lichte zavel (Rd10A). Dit bodemtype vertoont weinig tekenen van bodemvorming en komt in het rivierengebied voor in gebieden met weinig verstoring.
22 Archis3, geomorfologische kaart 2019. 23 Archis3,
bodemkaart
2021.
(geanonimiseerd) © Hamaland Acvies Vof, Ambachtsweg9b, 7021 BT Zelher, ' N
14van45
Project Kenmerk
:BO en IVO Plangebied Eltenseweg 3 te Lobith : DWS/ALG/HAMA/223747
Afbeelding 5: Geomortologische kaart met de sítuering van het plangebied binnen het rode kader (bron: Archis3).
A Kalkhoudende
ooïvaaggronden;
zware zavel en ichte kdei
Kalkhoudende ichte
EN
2
IS
ooivaaggronden;
zavel
Legenda
D. ò
m
C Plangebied ET m
Afbeelding 6: Bodemkaart met het plangebied in het rode kader (Bron: Archis3).
(geanonimiseerd) © Hamaland Acvies Vof, Ambachtsweg9b, 7021 BT Zelher, ' N
15van45
Project Kenmerk
:BO en IVO Plangebied Eltenseweg 3 te Lobith _
: DWS/ALG/HAMA/223747
Grondwater en hoogte Het plangebied heeft op de grondwatertrapkaart een grondwatertrap VIII toebedeeld gekregen. Dit
houdt in dat er sprake is van een gemiddeld hoogste grondwaterstand van meer dan 140 centimeter onder het maaiveld en een gemiddeid laagste grondwaterstand van meer dan 120 centimeter onder het maaiveld.
Op
het
actuele
hoogtebestand
Nederland?
(zie Afbeelding
7) heeft
het
plangebied
een
maaiveldhoogte van circa 13,7 m+NAP (£ 10 cm). Er is nauwelijks sprake van microreliëf. De maaiveldhoogte van de landbouwgrond ten noorden en oosten van het plangebied ligt tussen 13,35
en 13,66 m+NAP.
De maaiveldhoogte direct ten westen van het plangebied ligt op circa 14,05
m+NAP.
Afbeelding 7: Hoogte van het plangebied en directe omgeving (bron: AHN3).
Milieu- en geotechnische gegevens Het Bodemloket geeft inzicht in maatregelen die de afgelopen jaren getroffen zijn om de bodemkwaliteit van de omgeving in kaart te brengen (bodemonderzoek) of te herstellen
(bodemsanering). Voor het plangebied zijn bij het bodemloket geen meldingen bekend.2 Uit het Dinoloket?s (zie Afbeelding 8) zijn n de directe nabijheid van het plangebied de volgende boringen bekend:
.
Boring B40G0493 is op 35 meter ten zuidoosten gezet vanaf 13.60 m+NAP tot een diepte van 4,0 m-mv. De bodemopbouw bestaat tot 0,8 m-mv uit matig fijn sterk siltig
zand, op matig zandig klei tot 1,8 m-mv, op matig fijn zand tot 2,0 m-mv, op zand (niet gespecificeerd) tot 3,0 m-mv, op uiterst grof zand tot 4,0 m-mv. Alle afzettingen zijn bij het dinoloket tot de Formatie van Echteid gerekend.
(geanonimiseerd) © Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelsem, . N
16van45
Project Kenmerk
.
:BO en IVO Plangebied Eltenseweg 3 te Lobith _
: DWS/ALG/HAMA/223747
Boring B40G0496
is op 130 m ten noordoosten gezet vanaf 13,5 m+NAP
tot een
diepte van 4,0 m-mv. De bodemopbouw bestaat tot 2,2 m-mv uit zandig klei op ongespecificeerd klei uit de Formatie van Echteld. Daaronder bevindt zich tot 4,0 mmv afwisselend matig grof en uiterst ijn zand uit de Formatie van Kreftenheye.
.
Boring B40G0483 is op 130 m ten noordwesten gezet vanaf 13,70 m+NAP tot een diepte van 4,0 m-mv. De bodemopbouw bestaat tot 3,7 m-mv uit zandig klei uit de Formatie van Echteld. Daaronder bevindt zich tot 3,9 m-mv zeer grof zand op ongespecificeerd zand tot 4,0 m-mv. Beide zandlagen zijn tot de Formatie van Kreftenheye gerekend.
Uit de boringen blijkt dat het pleistocene zand zich ten noorden van het plangebied tussen 2,2 en
3,7 m-mv. Hoewel in boring B40G0493 ten zuidoosten van het plangebied geen afzettingen tot de Formatie van Kreftenheye (pleistocene rivierafzettingen) zijn gerekend, behoort vermoedelijk het pakket uiterst grof zand vanaf 3,0 m-mv en mogelijk het daarboven liggende ongespecificeerde pakket zand vanaf 2,0 m-mv wél tot de Formatie van Kreftenheye. Dit zou ook beter overeenkomen
met de provinciale zandbanen- en zanddieptekaart, waarop de top het pleistocene zuidoosten van het plangebied tussen 1,0 en 2,0 m-mv wordt verwacht.
zand ten
4
Afbeelding 8: Geologische boringen (bron: https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens).
(geanonimiseerd) © Hamaland Acvies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelher, : EN
17 van
45
Project Kenmerk
22
:BO en IVO Plangebied Eltenseweg 3 te Lobith _
: DWS/ALG/HAMA/223747
Historische ontwikkeling plangebied en haar directe omgeving Lobith27
De oudste vermelding van Lobith stamt uit de 13° eeuw (geanonimiseerd) * In de 12° eeuw is de aanleg van de eerste zomerdijken in de omgeving begonnen.
Omstreeks 1300 kwam de Rijn ongeveer
een kilometer noordelijker Nederland binnen en splitste de rivier tussen het huidige Lobith en Spijk op in de Neder-Rijn en de Waal. Tot in de jaren '30 van de 16° eeuw ging een belangrijk deel van de Rijnafvoer door de Neder-Rijn (stroomgordel Oude Riijn-Pannerden) en de IJssel. Rond 1538
brak bovenstrooms van het splitsingspunt een oeverwal door en kwam er een nieuwe bovenloop van de Waal tot stand. Doordat het verhang in deze nieuwe bovenloop van de Waal groter was dan het verhang in de Neder-Rijn, nam de afvoer van de Neder-Rijn flink af en begon de rivier te verzanden. Om de afvoer van de Rijn en de IJssel te vergroten werd bij Pannerden tussen 1701
en 1709 het Pannerdensch
kanaal aangelegd.
De vorm en ligging van eilanden, zandbanken,
kronkelwaardruggen, kronkelwaargeulen en restgeulen zijn sindsdien niet meer veranderd. Doordat het Pannerdensch kanaal steeds meer werd uitgeschuurd, nam de afvoer van de NederRijn veel sterker toe dan gedacht. In 1745 bedroeg de afvoer van de Neder-Rijn inmiddels 45 procent van de Bovenrijnafvoer, tegen een gewenste afvoer van 33 procent. Hierdoor traden bij de Neder-Rijn regelmatig overstromingen op. Vervolgens had zich omstreeks 1765 een zandrug
gevormd voor de monding van het Pannerdensch kanaal, waardoor het gevaar bestond dat het kanaal zou verzanden. Vanwege de vele dijkdoorbraken bij Herwen en de verzanding van het Pannerdensch kanaal werd in 1775-1776 het Bijlandsch kanaal aangelegd om de Bijlandmeander af te snijden. De zandbank voor de monding van het Pannerdensch kanaal was in de winter van 1780-1781 stroomafwaarts verplaatst en in 1782-1795 vastgelegd en verlengd, waarmee een
stabiele afvoerverdeling was gevormd. n de Nieuwe Tijd vormde het gebied van de voormalige gemeente Rijnwaarden een belangrijke strategische punt. Tijdens de tachtigjarige oorlog werd door de Republiek der Nederlanden ten zuiden van de Boven-Rijn bij Lobith de Schenkenschans (in het huidige Duitsland) aangelegd, om te voorkomen dat de Spanjaarden via de Betuwe de IJssellinie konden omtrekken. Ook aan de noordoever werd een verdedigingslinie aangelegd van aarden schansen en stenen wachttorens,
waarvan
onderdelen
nabij Lobith lagen. Toen
de schenkenschans
in 1935 door Spanje was
veroverd, werd een circumvallatielinie aangelegd om de schans te kunnen heroveren. De cireumvallatielinie lag deels rondom Tolkamer en Lobith en bestond uit loopgraven, aarden schansen, bastions en borstweringen, redoutes en schanskorven. Ook lag bij Lobith een militaire haven. Doordat in de tweede helft van de 17° eeuw de Oude Rijn verzandde vanwege de sterk
afgenomen waterafvoer, konden Franse troepen tijdens het rampjaar van 1672 de rivier bij Lobith oversteken. De burcht ‘het Tolhuis' bij Lobith heeft hierdoor grote brandschade opgelopen en is in
de loop van de 17° en 18° eeuw afgebroken door gebruik als steengroeve.2® Het
plangebied
ligt
op
de
cultuurhistorische
waardenkaart
van
de
voormalige
gemeente
Rijnwaarden in het cultuurhistorisch gebied De Waarden, deelgebied Ossenwaard (R19). De deelgebieden bestaan uit uiterwaarden, die in het begin van de 19° eeuw volledig waren omdijkt en die grensden aan of werden omringd door strangen van de Oude Rijn. Ook in de waarden zelf
zijn strangen nog als al dan niet moerassige laagtes herkenbaar. Ondanks de omdijking vonden nog met regelmaat dijkdoorbraken plaats, zoals getuigd wordt door de dijkdoorbraakwielen en het kronkelige verloop van de dijken. Het Ossenwaard i een van oorsprong door zomerkaden omgeven gebied. Deze zomerkades zijn grotendeels geslecht. Het gebied wordt gekenmerkt door
verspreide bebouwing op terpen (ook wel pollen genoemd) en door een afwisseling van weilanden
in lage delen van het landschap en akkers in de hoge delen van het landschap. ° Plangebied
(geanonimiseerd) een kaart vervaardigd van de omgeving van Lobith (zie Afbeelding 9). In 1746 is door N Het plangebied is op deze kaart onbebouwd en wordt gebruikt als landbouwgrond.
Ook is op deze
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) © Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelsem, . N
18van45
Project Kenmerk
:BO en IVO Plangebied Eltenseweg 3 te Lobith : DWS/ALG/HAMA/223747
kaart de boerderij “Kopraaij’ aan de huidige Eltenseweg 6 ten zuidoosten van het plangebied zichtbaar. Ten zuidwesten van het plangebied wordt Lobith als lintdorp langs de bedijking weergegeven. Het Kopraayenhof (later Geerlingshof) is een van vier domeinenhoeven in het Ossenwaard en is gelegen aan een inmiddels grotendeels verdwenen deel van de Ossenwaardse dam. De meeste boerderijen in de voormalige gemeente Rijnwaarden gaan terug tot in de 17°
eeuw. Het Kopraayenhof is in 1934 herbouwd nadat het erf in 1933 bijna volledig was afgebrand.?! Op de kadastrale minuut van 1811-1832 (zie Afbeelding 10) ligt het plangebied op een onbebouwd erceel bouwland (perceel 429). Het erf ten zuidoosten van het plangebied wordt op deze kaart
(geanonimiseerd) genoemd. Op citca 360 m ten noordwesten van het plangebied bevindt zich het h
historische erf (geanonimiseerd) N (huidig adres Ossenwaard 1), dat ook op de kaart van 1746 staat afgebeeld.
Op
het Bonneblad van
1865
(zie Afbeelding
11) is de situatie in het plangebied en de directe
omgeving onveranderd. Op het Bonneblad van 1895 (zie Afbeelding 12) is de Eltenseweg ten zuidoosten van het plangebied aanwezig. Op de topografische kaart van 1977 (zie Afbeelding 13) zijn de drie kippenschuren
in het plangebied
zichtbaar en
is min
of meer
de huidige
situatie
ontstaan.
(geanonimiseerd)
Afbeelding 9: Uitsnede uit de kaart van het Boven- en Beneedenspijck, den Ossenwardt, de Scholfert, met de
gedeeltens van den Bovenrhijn en versande Nederrhijn, vervaardigd door (geanonimiseerd) B in 1746 (Gelders Archief: 217-0002, noorden boven). Het plangebied ligt bij benadering rond de rode pil.
31 https//www.heemkundekringrijnwaarden.nl/LANDELIJKE-BOUWKUNST-OP-DE-OSSENWAARD; https://www.heemkundekringrijnwaarden.nl/Artikeler/HET-JAAR-VAN-DE-BOERDERIJ
(geanonimiseerd) © Hamaland Acvies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, . B
19van45
Project Kenmerk
_
:BO en IVO Plangebied Eltenseweg 3 te Lobith : DWS/ALG/HAMA/223747
L
129
ä
Legenda
9\
!
vá
|E Pongees
o—— 50 100 150 00 0m
Afbeelding 10: Kadastrale kaart 1811-1832 Herwen sectie B blad 04 met het plangebied binnen het rode kader (beeldbank.cultureelerfgoed.nl).
Afbeelding 11: Situatie In 1865 met het plangebied in het rode kader (bron: www.topotijdreis.nl).
(geanonimiseerd) © Hamaland Acvies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, . B
20 van 45
Project Kenmerk
_
:BO en IVO Plangebied Eltenseweg 3 te Lobith : DWS/ALG/HAMA/223747
Afbeelding 13: Situatie in 1977 met het plangebied in het blauwe kader (bron: www.topotijdreis.nl).
(geanonimiseerd) © Hamaland Acvies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, . B
21 van4s
Project
:BO en IVO Plangebied Eltenseweg 3 te Lobith
Kenmerk
_
: DWS/ALG/HAMA/223747
Gelders
Archief,
Gelderland
in beeld,
provinciale
kaart historisch
landschap,
historische
stedenbouw en archeologie en luchtfoto's?2 Bij het Gelders Archief, Gelderland in Beeld en op de provinciale kaart historisch landschap, historische stedenbouw en archeologie zijn geen voor het plangebied relevante voorhanden. Op aanwezige luchtfoto's zijn geen archeologische sporen waargenomen. Tweede
gegevens
Wereldoorlog
Op de IKME: igt het plangebied in de Duitse linie “Noordoever-Rijn’. Deze linie is door de Duitsers aangelegd als verlenging van de Westwall om een eventuele vijand uit het zuiden op te kunnen vangen. Bij linies kunnen, naast het gebouwde erfgoed zoals bunkers en tankversperringen, ook archeologische resten worden verwacht zoals de resten van gevechts- en waarnemingsposities voor infanterie, opstellingen voor geschut, loopgraven, mangaten, overstoven betonbouw, versperringen, barakken en dergelijke. Daarnaast geldt een algemene verwachting voor resten van kleinere objecten en structuren zoals crashlocaties, veldgraven en onderduikholen.
In
het
Verliesregister®*
zijn
voor
het
plangebied
en
de
directe
nabijheid
daarvan
geen
vliegtuigcrashes gemeld.
Op luchtfoto's van de Royal Air Force* zijn ter hoogte van het plangebied geen militaire relicten of bomkraters
23
te herkennen.
Bouwhistorische
waarden
Op historisch kaartmateriaal is het plangebied in 1811-1832 in gebruik als bouwland. Op de kaart van
1978
staat
kippenschuren
voor
in
het
het
eerst
in
plangebied.
het
plangebied
Volgens
bebouwing.
Dit
betreft
stammen
de
zuidelijke
BAG%®
de
drie
en
huidige
middelste
kippenschuren uit 1965 en stamt de noordelijke kippenschuur uit 2004
24
Archeologische waarden Het plangebied is zelf niet eerder archeologisch onderzocht. Binnen een straal van 500 meter zijn
in Archis3 meerdere onderzoeksmeldingen en vondstmeldingen opgenomen (zie Afbeelding 14). Deze
worden
e
hieronder beschreven.
Op 30 m ten zuiden van het plangebied zijn in 2007 en 2008 verkennende en karterende booronderzoeken uitgevoerd door RAAP voor de aanleg van het natuurpark Carvium Novum (meldingen 2169726100 en 2182637100). De booronderzoeken bevestigen dat de bodemopbouw bestaat uit oeverafzettingen (uiterst siltig klei of uiterst silig zand) op
beddingafzettingen (licht siltig, matig grof zand). In het hele terrein ligt de top van de beddingafzettingen tussen 30 en 200 cm-my.
In het zuidelijke deel van het terrein is het
beddingzand uiterst grof en grindig. In enkele boringen in het zuidwesten en één boring in het midden van het terrein zijn restgeulafzettingen aangetroffen op dieptes vanaf 75 à 220 em-mv.
Tijdens het karterend onderzoek in het westelijke deel van het terrein (90 m ten zuiden van het plangebied) zijn archeologische indicatoren aangetroffen in de oeverafzettingen.
Het
betreffen
fragmenten
houtskool,
verbrand
leem
en
fragmenten
puin.
Ook
zijn
oppervlaktevondsten gedaan van middeleeuwse keramiek (Siegsburg, en grijsbakkend en witbakkend gedraaid aardewerk). De archeologische indicatoren zijn mogelijk gerelateerd
(geanonimiseerd) © Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelsem, . N
22 van45
Project
:BO en IVO Plangebied Eltenseweg 3 te Lobith
Kenmerk
_
aan
: DWS/ALG/HAMA/223747
een
laatmiddeleeuwse
voorganger
van
de
'Eerste
Ossenwaardse
Domeinenhof
(Kopraayenhof aan het huidige Eltenseweg 8, zie hoofdstuk 2.2).37 Naar aanleiding van de booronderzoeken is door ADC n 2009 een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (melding 2227073100). Bij dit onderzoek zijn geen restanten van de mogelijke voorganger van de ‘Eerste Ossenwaardse Domeinenhof (Eltenseweg 6) aangetroffen. Er zijn slechts enkele aardewerkfragmenten uit de 14°%15° eeuw en een tweetal kloostermoppen gevonden. Het vondstmateriaal kan niet aan sporen worden gekoppeld.
De vindplaats is daarom als niet behoudenswaardig gewaardeerd.2® Op 190 m zuidwesten van het plangebied is door Econsultancy in 2021 een booronderzoek
uitgevoerd naar Eltenseweg 1 (melding 5133961100).
Op basis van het bureauonderzoek
geldt een hoge archeologische verwachting voor resten vanaf de IJzertijd op basis van de ligging binnen (het oudere deel van) de Oude Riijn-Pannerden Stroomgordel. Deze stroomgordel was actief vanaf circa 600 v.Chr. tot ca. 1.200 na Chr. Oudere afzettingen van vóór de actieve fase van de Oude Riijn-Pannerden zijn naar verwachting geërodeerd.
Met het ontstaan van de Oude Rijn-Pannerden stroomgordel en daarmee de vorming van hoger gelegen kronkelwaardruggen, oeverwallen en crevassen kreeg het terrein een gunstige ligging voor bewoning. Uit het veldwerk blijkt dat de bodemopbouw bestaat uit oever- of kronkelwaardafzettingen op beddingafzettingen. De top van het beddingzand ligt
tussen 115 en 210 cm-mv. Er is op het hele terrein sprake van een 45 cm dik bouwvoor als gevolg van agrarische activiteiten en het gebruik als boomgaard. Door deze beperkte verstoringsdiepte is sprake van een (deels) intact archeologisch potentiee! niveau. Tijdens de karterende fase van het booronderzoek zijn geen archeologisch relevante indicatoren aangetroffen. Ook zijn geen antropogeen beïnvloede bodemlagen aangetroffen die
kunnen
duiden
op de
aanwezigheid
van
een
oude
cultuurlaag
of woongrond.
Er is
geadviseerd het terrein vrij te geven.?? Op 450 m ten westen van
het plangebied
is door SOB
in 2020 een archeologische
begeleiding naar de Ossenwaardse dam (melding 4860805100). Het onderzoek is nog niet
afgemeld in archis3. Op basis verstoord. Uitzondering hierop
van de eerste bevindingen is het tracé grotendeels is de wadi, waar een spoor gerelateerd aan een
egerkampement uit de 17° eeuw is aangetroffen. Dit spoor betrof een reeks bakstenen. Ook is op deze locatie een grote hoeveelheden kogels aangetroffen. Op 260 m ten noordoosten van het plangebied is door Oranjewoud in 2007 een
booronderzoek uitgevoerd in het kader van een ontgrondingsvergunning voor klei- en zandwinning (melding 2183520100). Uit het booronderzoek blijkt dat op het hele terrein sprake is van oever- en beddingafzettingen. De bodem bestaat uit een 20 tot 40 cm dik bouwvoor met daaronder afwisselende pakketten bedding en oeverwalafzettingen. Er zijn
geen archeologische indicatoren aangetroffen. Er is geadviseerd het terrein vrij te geven.‘? In de omgeving van het plangebied zijn op meerdere locaties particuliere vondsten gedaan door middel van metaaldetector. Op 450 m ten oosten van het plangebied is een zegelring gedateerd tussen de Romeinse Tijd en de Nieuwe Tijd aangetroffen (vondstmelding 3283468100). Op 180 m ten zuiden van het plangebied zijn een zilveren hanger uit de
Nieuwe Tijd (vondstmelding 3283435100), een zegelstempel uit de Nieuwe Tijd (vondstmelding 3283232100) en een bronzen fibula uit de Vroege Middeleeuwen aangetroffen (vondstmelding 3283070100). Op 400 m ten zuidwesten van het plangebied is een koperen kledinghaak (vondstmelding 3223154100).
uit de Late Middeleeuwen - Nieuwe Tijd aangetroffen Op 460 m ten westen van het plangebied is een vondst
gedaan van een bronzen muntgewicht uit de Nieuwe Tijd (vondstmelding 3072908100). Tot slot is op 500 m ten westen van het plangebied een bronzen kledinghaak uit de Late Middeleeuwen - Nieuwe Tijd aangetroffen (vondstmelding 3223170100).
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) © Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelsem, . N
2 van45
Project
:BO en IVO Plangebied Eltenseweg 3 te Lobith
Kenmerk
_
: DWS/ALG/HAMA/223747
3223170100
Legenda 1S E E
Afbeelding Archis3)
25
pengees ET
G
14: Kaart met zaak- en vondstmeldingen uit Archis3 met het plangebied in het rode kader (bron:
Archeologisch verwachtingsmodel Op
grond
historische bepaald.
van
de
bekende
gegevens
in en
geologische, rond
landschappelijke,
het plangebied
kan
aardkundige,
de archeologische
archeologische verwachting
en
worden
Het plangebied ligt op de stroomgordelkaart!! binnen de Oude Rijn-Pannerden stroomgordel. In de oever- en/of kronkelwaardafzettingen van deze stroomgordel kunnen archeologische resten aangetroffen vanaf de IJzerijd. Door de relatief hoge ligging van het plangebied op een kronkelwaardrug is het plangebied geschikt geweest voor permanente bewoning en landgebruik
en geldt een hoge verwachting voor resten vanaf de |Jzertijd. In de omgeving van het plangebied zijn archeologische vondsten bekend uit de Vroege Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd. Hoewel in de top van oudere pleistocene zandafzettingen in principe bewoning mogelijk is vanaf
het Laat Paleolithicum, is dit niveau waarschijnlijk verspoeld door rivieractiviteit van de Oude RijnPannerden stroomgordel. Voor resten vanaf het Laat Paleolithicum tot en met de Bronstijd in de top van het pleistocene zand geldt daarom een lage archeologische verwachting. Op basis van historisch kaartmateriaal heeft het plangebied van oorsprong een agrarische functie gekend. Het plangebied is op kaarten vanaf de 18° eeuw tot in de 20 eeuw onbebouwd. Op de
kaart
van
1978
staat
de
huidige
bebouwing
in
het
plangebied.
Voor
resten
uit de
Late
Middeleeuwen (na de bedijking) en Nieuwe tijd geldt een lage verwachting, aangezien het plangebied destijds een agrarische functie had. Er zijn op basis van het bureauonderzoek geen aanwijzingen gevonden voor één of meerdere historische erven in de directe omgeving van het plangebied. Ook liepen er voor zover bekend door of nabij het plangebied geen historische wegen
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) : (geanonimiseerd) © (geanonimiseerd) B Achies Vot. Ambachtsweg 9b, 702 EN
24 van 45
Project Kenmerk
O en IVO Plangebied Eltenseweg 3 te Lobith _
: DWS/ALG/HAMA/223747
Tijdens de Tweede Wereldoorlog ligt het plangebied in de Duitse linie “Noordoever-Rijn". Deze linie is door de Duitsers aangelegd als verlenging van de Westwall om een eventuele vijand uit het zuiden op te kunnen vangen. Bij lnies kunnen, naast het gebouwde erfgoed zoals bunkers en tankversperringen, ook archeologische resten worden verwacht zoals de resten van gevechts- en waarnemingsposities voor infanterie, opstellingen voor geschut, loopgraven, mangaten, overstoven
betonbouw, versperringen, barakken en dergelijke. Daarnaast geldt een algemene verwachting voor resten van kleinere objecten en structuren zoals crashlocaties, veldgraven en onderduikholen In de omgeving van het plangebied zijn geen vliegtuigcrashes bekend en zijn op luchtfoto's geen militaire waarden
zichtbaar.
De gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is opgenomen in Tabel 2 Indien in het plangebied archeologische resten aanwezig zijn, kunnen (waarschijnlijk verspoelde)
resten uit het Laat Paleolithicum tot en met de Bronstijd aangetroffen worden in de top van het pleistocene zand op een diepte vanaf 1,0 à 2,0 m-my in het zuiden van het plangebied en op een diepte vanaf 2,0 à 3,0 m-mv in het noorden van het plangebied. Resten vanaf de IJzertijd tot en met de Middeleeuwen (vóór de bedijking in de 122/13? eeuw) worden verwacht in de oever- en/of
kronkelwaardafzettingen van de Oude Riijn-Pannerden stroomgordel op een diepte vanaf 50 cmmv. Resten uit de periode Late Middeleeuwen (na de bedijking) tot heden worden in of direct onder de bouwvoor verwacht tot een diepte van 30 à 50 cm -mv. Organische resten en bot zullen door de overwegend droge en zuurstofarme bodemomstandigheden matig zijn geconserveerd. Andere typen indicatoren zoals aardewerk en houtskool zijn waarschijnlijk goed geconserveerd Tabel 2: Archeologische verwachting plangebied
Periode Tweede Wereldoorlog
Verwachting Laag
Aard Diepte resten van gevechts-en In of direct onder de bouwvoor; waamemingspositiesvoor _ | 30-50 cm-mv infanterie, opstellingen voor geschut, loopgraven, mangaten, overstoven
betonbouw,
versperringen,
barakken, crashlocaties,
veldgraven en onderduikholen
Tate Middeleeuwen - | Laag
‘Oude akkers, oude
Nieuwe Tijd
verkavelingen, erígreppels,
{na de bedijking)
eventueel oude perceslsgrenzen zoals zichtbaar op
de
In of dîrect onder de bouwvoor; | 30- 50 cm-mv.
1
(geanonimiseerd) Kaart door N
Widdeleeuwen (voor | oog de bedijking) WJzertijd- Romeinse | Hoog Tijd
hfst 2.2). zandpaden
Nederzeitingsterrein, In de oever en/o begravingen en afvaldumps | kronkelwaardafzettingen van de Oude Rijn-Pannerden stroomgordel vanaf 50 cm-my
Nederzettingsterreinen, In de oever- en/of gravelden kronkelwaardafzettingen van resten van izerbewerking, _ | de Oude Rijn-Pannerden dumps,
Neolithicum -
Laag, waarschijnijk
haardkuilen
_ | Nederzettingsterreinen,
Bronstijd
verspoeld door de umenvelden Oude Rijn-Pannerden | resten vanijzerbewerking, stroomgordel dumps, haardkuilen, jachtkampen,
Paleolthicum Mesolithicum
Laag, waarschijnijk _ | Jachtkampen, verspoeld door de haardplaatsen/haardkuilen, Oude Rijn-Pannerden | vuursteenstrooïingen
vuursteenstrooingen
stroomgordel
stroomgordel vanaf 50 cm-my
In de top van het pleistocene
zand vanaf 1,0 à 2,0 m-mv in en vanaf 2,0 à 3,0 m-mv in het noorden.
| het zuiden van het plangebied
T de top van het pleistocene | zand vanaf 1,0 à 2,0 m-mv in het zuiden van het plangebied
en vanaf 2,0 à 3,0 m-mv in het noorden.
Gaafheid bodem
(geanonimiseerd) © Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelsem, . N
25 van 45
Project Kenmerk
:BO en IVO Plangebied Eltenseweg 3 te Lobith _
: DWS/ALG/HAMA/223747
Door agrarische activiteiten is de bodem n het plangebied naar verwachting verstoord tot circa 30 à 50 cm-mv (bouwvoor). Daarnaast is de bodem verstoord bij de realisatie van de huidige kippenschuren in de tweede helft van de 20° eeuw. Onder de schuren is de bodem naar verwachting tot circa 1 m-mv verstoord bij de aanleg van kelders. Tussen de zuidelijke en middelste schuur zijn een ondergrondse septic tank en zinkput aanwezig, waarvan de verstoringsdiepte
onbekend is. Op de verstoringsbronnenkaart van de RCE? ligt het plangebied niet ter hoogte van vergraven gronden of binnen een 20°-eeuwse andinrichtingsproject.
(geanonimiseerd) © Hamaland Acvies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelnem, : N
26 van 45
Project Kenmerk
:BO en IVO Plangebied Eltenseweg 3 te Lobith _
: DWS/ALG/HAMA/223747
Booronderzoek
31
Werkwijze Booronderzoek Het booronderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de KNA, versie 4.1 en SIKB BRL protocol
4003. Voorafgaand aan het onderzoek is een Plan van Aanpak opgesteld.
In totaal zijn op 8 april
2022 zes verkennende boringen gezet met een edelmanboor met een boordiameter van 7 centimeter. Oorspronkelijk dienden er 5 boringen gezet te worden, maar omdat boring 4 op 105 cm-mv stuitte op een mantelbuis, is op geringe afstand boring 6 gezet. Het doe! van het verkennend
booronderzoek was het toetsen van de aard en mate van intactheid van het bodemprofiel. De boringen zijn uitgevoerd door E.E.A. van der Kujl (senior KNA-archeoloog / senior KNA prospector). De boringen zijn doorgezet tot circa 25 centimeter in de top van het beddingzand. De maximale boordiepte bedroeg 200 m-mv. De boringen zijn zo gelijkmatig mogelijk over het
plangebied verdeeld buiten de bestaande bebouwing. Hierbij i gestreefd om de boringen zo optimaal mogelijk te verdelen over het plangebied. Van alle boringen is de maaiveldhoogte afgeleid van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3). Ten tijde van plangebied in gebruik als erf met kippenschuren en een paardenweide.
het
onderzoek
was
het
Het opgeboorde sediment is in het veld bodemkundig beschreven conform de NEN 5104 en de bodemclassificatie volgens De Bakker en Schelling (1989). Het kalkgehalte van de sedimenten is gecontroleerd met behulp van NaCl. De boorkernen zijn versneden en verbrokkeld (bij klei en zavel)
en gezeefd (bij zand) om eventuele archeologische indicatoren te kunnen traceren.
32
Resultaten
Geologie
en Bodem
Voor de ligging van de boorpunten wordt verwezen naar bijlage 3. De resultaten van de boringen (de boorbeschrijvingen) zijn opgenomen in bijlage 4 In bijlage 5 is een top-C opgenomen. De bodemopbouw in het plangebied is uniform (zie Tabel 3). Onder een bouwvoor (Ap1-horizont) en geroerd pakket (Ap2-horizont) zijn kalkrijke oeverafzettingen aangetroffen (Chorizont). De oeverafzettingen liggen erosief op kalkrijke beddingafzettingen (C-horizont). Tabel 3: Bodemopbouw in het plangebied (boring 6)
0-10
Diepte
Omschrijving Bruin, humeus. matig siltig, fijn zand met puin 1
Interpretatie
10-70
Geel/grijs sterk gevlekt, matig siltig, fijn zand met | Ap2; geroerd