Bijlage 7. 1200001 Toelichting - BP Oude Steeg 3 Zevenaar
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Oude Steeg 3 Zevenaar
Februari 2024
Vastgesteld
Bestemmingsplan “Oude Steeg 3 Zevenaar” Vastgesteld
Bestemmingsplan Oude Steeg 3 Zevenaar
Plannaam: Plantype: Status: Plannummer: Datum:
Oude Steeg 3 Zevenaar Bestemmingsplan Vastgesteld NL.IMRO.0299.WP00OUDESTEEG3-VA01 Februari 2024
1
Bestemmingsplan “Oude Steeg 3 Zevenaar” Vastgesteld
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 4 1.1 1.2 1.4 1.5
AANLEIDING ............................................................................................................................................... 4 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 4 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 5 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 6
HOOFDSTUK 2 PLANBESCHRIJVING ....................................................................... 7 2.1 SITUATIE PLANGEBIED ................................................................................................................................... 7 2.2 GEWENSTE SITUATIE ..................................................................................................................................... 8 2.2.2 LANDSCHAPPELIJKE INPASSING.................................................................................................................... 9 2.3 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 10
HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER ........................................................................... 12 3.1 3.2 3.3
RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 12 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 14 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 16
HOOFDSTUK 4 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 21 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9
GELUID .................................................................................................................................................... 21 BODEM.................................................................................................................................................... 22 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 23 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 24 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 26 GEUR ...................................................................................................................................................... 28 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 29 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 31 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 32
HOOFDSTUK 5 WATERASPECTEN........................................................................ 34 5.1 5.2 5.3
VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 34 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 35 CONCLUSIE ............................................................................................................................................... 37
HOOFSTUK 6 6.1 6.2 6.3
JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 38
INLEIDING................................................................................................................................................. 38 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 38 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 39
HOOFDSTUK 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 41 HOOFDSTUK 8 VOOROVERLEG & ZIENSWIJZEN ...................................................... 42 8.1 8.2 8.3
VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 42 INSPRAAK EN PARTICIPATIE .......................................................................................................................... 42 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 42
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 43 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5
ERFINPASSINGSPLAN OUDE STEEG 3 ZEVENAAR ....................................................................................... 44 OMGEVINGSDIALOOG EN PLUSSENBELEID................................................................................................ 45 AKOESTISCH ONDERZOEK OUDE STEEG 3 ................................................................................................ 46 AANMELDNOTITIE M.E.R.-BEOORDELING ................................................................................................ 47 AERIUS BEREKENING ......................................................................................................................... 48
2
Bestemmingsplan “Oude Steeg 3 Zevenaar” Vastgesteld BIJLAGE 6 BIJLAGE 7
QUICKSCAN ECOLOGIE ........................................................................................................................ 49 VERKENNEND ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK ............................................................................................ 50
3
Bestemmingsplan “Oude Steeg 3 Zevenaar” Vastgesteld
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Aan de Oude Steeg 3 te Zevenaar, in de gelijknamige gemeente Zevenaar, bevindt zich een agrarisch bedrijfsperceel. Ter plaatse is een intensieve veehouderij gevestigd, waar momenteel gespeende biggen en vleesvarkens worden gehouden. De biggen en vleesvarkens zijn geboren op het zeugenbedrijf aan de Loenhorsterweg 5 te Lunteren. Wanneer de biggen een leeftijd van 4 à 5 weken hebben bereikt, verhuizen deze naar de locatie aan de Oude Steeg 3. Een deel van de biggen wordt hier gehouden tot slachtrijpe leeftijd. De rest van de biggen verlaat het bedrijf op een leeftijd van circa 10 weken. Initiatiefnemer is voornemens om het agrarisch bedrijf aan de Oude Steeg te ontwikkelen tot een volwaardig agrarisch bedrijf. Het concrete voornemen bestaat om ter plaatse een nieuwe stal voor vleesvarkens te bouwen. De beoogde locatie en oppervlakte van de stal zijn echter niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan “buitengebied Zevenaar Noord 2018”. Het concrete voornemen betreft het vergroten van het bouwvlak met 820 m², alsmede het wijzigingen van een deel van het bouwvlak van 920 m², zodat een logische en compacte vorm ontstaat. In het geldende bestemmingsplan is in artikel 3.6.1 een wijzigingsbevoegdheid opgenomen op basis waarvan het agrarisch bedrijfsperceel kan worden uitgebreid.
Dit bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridische planologische kaders om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken. In dit plan wordt aangetoond dat aan de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid wordt voldaan en er sprake is van ‘een goede ruimtelijke ordening’.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied ligt ten noorden van de kern Zevenaar, in het buitengebied van de gemeente Zevenaar. Het plangebied staat kadastraal bekend als de percelen Oud-Zevenaar, sectie O nummer 48 en 47 (deels). In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Zevenaar en de directe omgeving weergegeven. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de bij dit bestemmingsplan horende verbeelding.
Afbeelding 1.1
Ligging van het plangebied ten opzichte van Zevenaar en de directe omgeving (Bron: PDOK)
4
Bestemmingsplan “Oude Steeg 3 Zevenaar” Vastgesteld
1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan “Oude Steeg 3 Zevenaar” bestaat uit de volgende stukken: • verbeelding (tek.nr NL.IMRO.0299.WP00OUDESTEEG3-VA01) en een renvooi; • toelichting (met bijbehorende bijlagen); • regels (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4
Huidig planologisch regime
1.4.1
Algemeen
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “buitengebied Zevenaar Noord 2018”. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 10 juni 2020. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan “buitengebied Zevenaar Noord 2018” opgenomen. Het plangebied is hierin indicatief aangeduid met de rode contour.
Afbeelding 1.2
1.4.2
Uitsnede vigerend bestemmingsplan (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Beschrijving bestemmingen en strijdigheid
Op basis van het bestemmingsplan “buitengebied Zevenaar Noord 2018” is het plangebied voorzien van de bestemming ‘Agrarisch’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie hoge verwachting’. Tevens is binnen de agrarische bestemming een bouwvlak opgenomen waarbinnen gebouwd mag worden. Het gehele bouwvlak is voorzien van de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’. Tot slot geldt voor de gehele locatie de gebiedsaanduiding ‘overige zone – Het Broek’. Hierna wordt op de bestemmingen en aanduidingen ingegaan.
5
Bestemmingsplan “Oude Steeg 3 Zevenaar” Vastgesteld ‘Agrarisch’ De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – intensieve veehouderij’. In de bouwregels is bepaald dat bouwwerken uitsluitend binnen de op de verbeelding aangegeven agrarische bouwvlakken mogen worden gebouwd. Voor bedrijfsgebouwen geldt dat ter plaatse van de aanduiding ‘agrarisch – intensieve veehouderij’ de bestaande oppervlakte aan bedrijfsbebouwing zoals aanwezig op 29 november 2018, met niet meer dan 500 m² mag worden uitgebreid. ‘Waarde – Archeologie hoge verwachting’ De voor 'Waarde - Archeologie hoge verwachting' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de verwachte archeologische waarden. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning bodemingrepen groter dan 200 m2 en dieper dan 0,5 m uit te voeren. ‘Overige zone – Het Broek’ De aanduiding ‘overige zone – Het Broek’ is opgenomen om nadere voorwaarden te stellen bij de toepassing van wijzigingsbevoegdheden. Tevens is in artikel 45.2 opgenomen dat ter plaatse van deze aanduiding de wijzigingsbevoegdheden zoals opgenomen in artikel 3.6.1 en 3.6.3 van toepassing zijn. 1.4.3
Strijdigheid
Het voornemen voorziet in het bouwen van een nieuwe varkensstal buiten het bouwvlak. Deze ontwikkeling is in strijd met het bestemmingsplan, aangezien buiten het bouwvlak geen bouwmogelijkheden bestaan voor gebouwen ten behoeve van het agrarische bedrijf. Daarnaast is de wens om het bouwvlak deels te wijzigen, zodat een logische en compacte vorm ontstaat. Tevens is de nieuwe stal in strijd met de bouwregels, aangezien de oppervlakte van de nieuwe stal de maximaal toegestane uitbreiding van 500 m² overschrijdt. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste planologische kaders om het voornemen te realiseren.
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige en gewenste situatie in het plangebied gegeven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Zevenaar beschreven. In hoofdstuk 4 passeren de relevante milieuaspecten de revue en in hoofdstuk 5 wordt ingegaan op het aspect water. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het plan. Hoofdstuk 8 gaat in op vooroverleg en de inspraak.
6
Bestemmingsplan “Oude Steeg 3 Zevenaar” Vastgesteld
HOOFDSTUK 2 2.1
PLANBESCHRIJVING
Situatie plangebied
Het plangebied ligt ten noorden van de kern Zevenaar. De omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit agrarische cultuurgrond met verspreid liggende (agrarische) bedrijven en woonhuizen. Het plangebied zelf bestaat uit een intensieve veehouderij, te weten een varkenshouderij. Het bedrijf bestaat in de huidige situatie uit een bedrijfswoning aan de zuidoostzijde van het erf met een bijgebouw met daarachter vier bedrijfsgebouwen. Het zuidelijke bedrijfsgebouw betreft een kleine stal; ten westen hiervan bevindt zich een werktuigenberging. De grootste twee bedrijfsgebouwen betreffen twee varkensstallen. De overige gronden van het plangebied zijn in gebruik als erfverharding, erfontsluiting en als tuin. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van het plangebied opgenomen. Afbeelding 2.2 toont middels een straatbeeldfoto de huidige situatie van het plangebied.
Afbeelding 2.1
Luchtfoto huidige situatie plangebied (Bron: Google maps)
7
Bestemmingsplan “Oude Steeg 3 Zevenaar” Vastgesteld
Afbeelding 2.2
Straatbeeldfoto plangebied (Bron: Google Streetview, mei 2016)
2.2
Gewenste situatie
2.2.1
Algemeen
Het voornemen voorziet in de bouw van een nieuwe stal voor vleesvarkens. De stal zal in het zuidwesten van het plangebied worden gerealiseerd. De kleine stal in het zuiden van het plangebied zal hierbij worden gesloopt. De werktuigenberging in het westen van het plangebied wordt vervolgens gesloopt en verplaatst naar de locatie waar de kleine stal zich bevindt. Op deze manier wordt ruimte gemaakt voor de realisatie van de nieuwe stal. De nieuwe stal heeft een oppervlakte van circa 2.300 m² (42,33 m * 54,34 m), met aan de voorzijde een uitbouw voor een luchtwasser van 5 meter breed met daaronder de technische ruimte, entree en opslag. De noklijn van de nieuwe vleesvarkensstal en de te verplaatsen loods worden gelijkgesteld met de bouwrichting van de bestaande bedrijfsgebouwen. De nieuwe stal wordt deels buiten het bouwvlak gebouwd. De gewenste locatie van de uitbreiding bevindt zich ten westen van het huidige agrarische bouwvlak. Om deze uitbreiding mogelijk te maken, is het gewenst om het bouwvlak in westelijke richting uit te breiden. Om tot een logische en compacte vorm van het bouwvlak te komen is het daarnaast de wens om een noordelijk en oostelijk deel van het bouwvlak te verwijderen. Het noordelijke deel valt buiten het kadastraal perceel en zal daarom niet worden aangewend ten behoeve van de activiteiten van het bedrijf.
Het oostelijke deel bevindt zich aan de voorzijde van de bedrijfswoning en zal daardoor feitelijk nooit worden bebouwd. Al met al zorgt de aanpassing voor een logischere opzet van bouwvlak, , aangezien het gehele bouwvlak binnen één en hetzelfde kadastrale perceel valt. In afbeelding 2.3 zijn de oppervlakten van de uitbreiding van het bouwvlak (links) en het te verwijderen deel van het bouwvlak (rechts) opgenomen. Hierin is te zien dat de uitbreiding een oppervlakte heeft van circa 1.900 m² en het te verwijderen deel een oppervlakte van circa 1.100 m². Momenteel heeft het bouwvlak een oppervlakte van 8.200 m². Met een uitbreiding van 1.900 m² - 1.100 m² = 800 m² blijft de uitbreiding van het bouwvlak daardoor onder de 10%.
8
Bestemmingsplan “Oude Steeg 3 Zevenaar” Vastgesteld
Afbeelding 2.3 Gewenste aanpassing bouwvlak: links de uitbreiding en rechts het te verwijderen deel (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl & AR Bedrijfsontwikkeling BV)
2.2.2
Landschappelijke inpassing
In overeenstemming met artikel 3.3.1 van het bestemmingsplan “buitengebied Zevenaar Noord 2018” wordt de uitbreiding van de intensieve veehouderij aan de Oude Steeg 3 landschappelijk ingepast. Hiervoor is door Natuurbank Overijssel een erfinrichtingsplan is opgesteld, welke is opgenomen in afbeelding 2.4. Het erfinpassingsplan is tevens opgenomen in bijlage 1 van deze toelichting.
Afbeelding 2.4
Erfinpassingsplan Oude Steeg 3 Zevenaar (Bron: Natuurbank Overijssel)
De landschappelijke inpassing bestaat uit het toevoegen van een nieuwe walnootboom aan de voorzijde (oostzijde) van het erf. Deze wordt tussen de bestaande in-/uitritten gesitueerd. Tevens wordt het erf ten noordwesten afgeschermd middels een nieuw aan te leggen gemengde struweelhaag. Deze bestaat uit een mengeling van meidoorn, sleedoorn, veldesdoorn, Gelderse roos en hondsroos.
9
Bestemmingsplan “Oude Steeg 3 Zevenaar” Vastgesteld De nieuw te realiseren varkensstal wordt aan de zuidzijde tevens afgeschermd met een gemengde struweelhaag. Hiermee wordt de stal afgeschermd van het zicht vanaf de Oude Steeg en de Kleine Matenweg, welke ten zuiden van het plangebied loopt.
2.3
Verkeer en parkeren
2.3.1
Algemeen
Bij nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat, evenals een eventuele toename van de verkeersgeneratie. De gemeente Zevenaar heeft een paraplubestemmingsplan opgesteld met hierin regels ten behoeve van parkeren. Hierin wordt gesteld dat de kengetallen gebruikt moeten worden die zijn vastgesteld in de CROW-publicatie ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 317, oktober 2012’ (Inmiddels ‘ingehaald’ door de CROW-publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)'). In het paraplubestemmingsplan geeft de gemeente Zevenaar de uitgangspunten die dienen te worden aangehouden bij het toepassen van de kengetallen van het CROW. Zo geldt dat bij het bepalen van het benodigde aantal parkeerplaatsen dat de uitkomst van de berekening afgerond wordt op een geheel aantal, waarbij vanaf ‘0,5’ en hoger naar boven wordt afgerond. Verder is de gemeente Zevenaar aangemerkt als een ‘matig stedelijk’ gebied en dient de gemiddelde parkeernorm te worden aangehouden. Samengevat worden de volgende algemene uitgangspunten gehanteerd: ▪ ▪
2.3.2
Stedelijke zone: buitengebied; Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk (Gemeente Zevenaar, “paraplubestemmingsplan parkeren gemeente Zevenaar”, 2019); Situatie plangebied
In de gemeentelijke parkeerkengetallen is agrarische bedrijvigheid niet als een aparte bedrijfscategorie genoemd. De meest vergelijkbare categorie is die van ‘bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)’. Dit is echter voor reguliere bedrijvigheid bedoeld, die een veel hogere verhouding kent tussen bruto vloeroppervlak en arbeidsplaatsen dan agrarische bedrijvigheid. In dit geval kan gemotiveerd afgeweken worden van de standaard bepaling, ook omdat een toename in staloppervlak niet per definitie betekent dat het aantal arbeidsplaatsen toeneemt. In de ‘Staat van Landbouw, Natuur en Voedsel 2022’ van de Wageningen Universiteit staat dat arbeidsbezetting voor intensieve veehouderij in 2021 gemiddeld uitkwam op 1,8 aje (arbeidsjaareenheden) per bedrijf. Uit CBS-data volgt dat het bedrijf in de nieuwe situatie qua aantallen dieren gemiddeld is (peildatum 01-04-2021 gemiddeld 4.700 varkens per bedrijf, bedrijf aan de Oude Steeg 3 in de nieuwe situatie 4.688 varkens). Op het terrein is voldoende ruimte aanwezig voor deze arbeidsplaatsen en enkele aanvullende plekken voor bezorgers, dierenarts ed.. Daarnaast is er voldoende ruimte op eigen terrein voor het vrachtverkeer (varkens, voer, mest e.d.). Het aantal verkeersbewegingen behorende bij het bedrijf verschilt in de nieuwe situatie niet veel van de bestaande situatie.
In onderstaande tabel zijn de verkeersbewegingen per maand zichtbaar die zijn gehanteerd voor de nieuwe situatie in de Aerius-berekening (zie ook bijlage 5).
10
Bestemmingsplan “Oude Steeg 3 Zevenaar” Vastgesteld
Tabel 1: Verkeersbewegingen van en naar de inrichting. Het aantal lichte verkeersbewegingen wijzigt niet (de nieuwe stal leidt niet tot extra personeel). Het aantal middelzware en zware verkeersbewegingen behorende bij het bedrijf verschilt in de nieuwe situatie niet veel van de bestaande situatie. In de huidige situatie zijn namelijk veel vrachten onderbeladen. Door het grotere aantal dieren in de nieuwe situatie zal de beladingsgraad verbeteren (biggen, varkens, voer) en worden er voor de mestafzet grotere tanks ingezet. Er wordt alleen een lichte toename (8 verkeersbewegingen per maand) verwacht in het aantal mesttransporten, maar deze beperkte toename leidt niet tot overbelasting van het omliggende wegennetwerk.
2.3.3
Conclusie
De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
11
Bestemmingsplan “Oude Steeg 3 Zevenaar” Vastgesteld
HOOFDSTUK 3
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.
12
Bestemmingsplan “Oude Steeg 3 Zevenaar” Vastgesteld 3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.
2.
3.
3.1.2
Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties Ladder voor duurzame verstedelijking
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een nieuwe stedelijke ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de in begrippen en ‘bestaand stedelijk gebied’, ‘stedelijke ontwikkeling’ en ‘regionale behoefte’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: •
•
bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.
Voor regionale behoefte is geen definitie in artikel 1.1.1 van de Bro opgenomen. Uit de nota van toelichting behorende bij artikel 3.1.6 Bro (Staatsblad 2012, 388, pp. 49-50) blijkt dat met regionale behoefte niet per se wordt gedoeld op een bovengemeentelijke behoefte (regionaal in de zin van meerdere gemeenten omvattende). Centraal staat een passend regionaal schaalniveau; in geval van een lokale ontwikkeling kan het daarom ook gaan om een lokale (binnen de gemeente) vallende behoefte. Een dergelijke behoefte kan dan worden gezien als “regionale behoefte” zoals bedoeld in artikel 3.1.6 lid 2 Bro. 3.1.3
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid
De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de NOVI. Wat betreft de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’ (3.1.6 Bro). Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ wordt in Bro 1.1.1 als volgt gedefinieerd: stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. De ontwikkeling voorziet in dit geval in het uitbreiden van een bouwvlak om zo een varkensstal met een oppervlakte van 2.300 m2 op de gewenste locatie mogelijk te maken. Een varkensstal is redelijkerwijs geen voorziening die voorkomt in het stedelijk gebied. Er is dan ook geen sprake van een stedelijke voorziening, waarmee geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. De ladder voor
13
Bestemmingsplan “Oude Steeg 3 Zevenaar” Vastgesteld duurzame verstedelijking is dan ook niet van toepassing. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.
3.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid van de provincie Gelderland is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ en de Omgevingsverordening provincie Gelderland. 3.2.1
Omgevingsvisie Gelderland
3.2.1.1 Algemeen De provincie Gelderland heeft een integraal provinciaal beleidsplan, de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. De Provinciale Staten van Gelderland heeft de Omgevingsvisie op 19 december 2018 vastgesteld. Sinds 2014 gaan een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving op in de Omgevingsvisie. Dit gaat over planfiguren voor ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Dit wordt door de provincie gecontinueerd. 3.2.1.2 Ruimtelijk beleid Al sinds 2014 is de ruimtelijke ontwikkeling van Gelderland een maatschappelijke opgave met verantwoordelijkheden voor overheden, organisaties en partners. De provincie draagt op een toekomstbestendige manier bij, met beleid dat een duurzame economische structuur in de provincie en regio’s versterkt en dat richting geeft aan de vestigingsmogelijkheden en milieugebruiksruimte voor bedrijven. Het provinciaal belang ligt in het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit. De klimaatbestendigheid wordt vergroot, de mogelijkheden om zonne- en windenergie op te wekken zijn in kaart gebracht en de natuur- en landschappelijke kwaliteit blijft behouden. De provincie zet zich in voor vitale steden en dorpen en voor een duurzame verstedelijking, gericht op versterking van de stedelijke netwerken, gecombineerd met aandacht voor de vitaliteit van kleine kernen en dorpen.
De kwalitatieve regionale opgave voor wonen is van provinciaal belang, net als het belang dat bij locaties met een bovenlokaal ontwikkelpotentieel die potenties benut worden. Het beleid voorziet in provinciale kaders voor het terugdringen van leegstand en overcapaciteit in gemeentelijke plannen en voor zorgvuldige locatie-afwegingen op regionaal niveau, waarbij de ladder voor duurzame verstedelijking wordt ingezet. Voor wonen en werken geldt een regionale aanpak die gericht is op een gezonde en veilige woonomgeving, waarin mensen zich met elkaar verbonden voelen en die goed bereikbaar is en goede voorzieningen heeft. Voor ontwikkelingen in de niet grondgeboden landbouw hanteert de provincie het ‘plussen-beleid’. Daarmee geeft de provincie veehouders de ruimte om hun bedrijf te ontwikkelen, maar onder voorwaarden. Bij ruimtelijke ontwikkelingen en bij het beheer van terreinen wil de provincie dat aandacht wordt besteed aan onder andere het risico op natuurbranden. 3.2.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Voorliggend plan voorziet in de uitbreiding van een intensieve veehouderij. Dit betreft een ontwikkeling in de niet-grondgebonden landbouw, waarmee de ontwikkeling dient te worden getoetst aan het Plussenbeleid van de provincie Gelderland. Hierin worden de voorwaarden gegeven waaronder veehouders hun bedrijf verder kunnen ontwikkelen.
Hier wordt in paragraaf 3.3.1 nader op ingegaan. In paragraaf 4.4 wordt de ontwikkeling getoetst aan de risicokaart, waar onder andere de natuurbrandgevoelige gebieden staan aangegeven. Hieruit volgt dat het plangebied niet is gelegen in of nabij een gebied dat gevoelig is voor natuurbranden.
14
Bestemmingsplan “Oude Steeg 3 Zevenaar” Vastgesteld 3.2.2
Omgevingsverordening Gelderland
3.2.2.1 Algemeen Met een ruimtelijke verordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke plannen van gemeenten. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen, water en glastuinbouw. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan op deze regels afstemmen. 3.2.2.2 Van toepassing zijnde artikelen De voorliggende ontwikkeling heeft betrekking op de uitbreiding van een intensieve veehouderij. Hierdoor zijn met name artikel 2.30 (uitbreiding niet-grondgebonden veehouderijbedrijf of veehouderijtak: handreiking beleidsregels Plussenbeleid) en artikel 2.31 (instructieregel bestemmingsplan Plussenbeleid) van toepassing. Artikel 2.30 (uitbreiding niet-grondgebonden veehouderijbedrijf of veehouderijtak: handreiking beleidsregels Plussenbeleid) 1. 2.
Gedeputeerde Staten stellen in een handreiking een algemeen kader vast voor de door het gemeentebestuur op te stellen beleidsregels Plussenbeleid. De handreiking Plussenbeleid bevat in ieder geval als kader dat: a. uitbreiding van een niet-grondgebonden veehouderijbedrijf of alleen mogelijk is als door de aanvrager plusmaatregelen worden getroffen; b. de investering in de te treffen plusmaatregelen aantoonbaar € 15,- tot € 20,- per vierkante meter bruto stalvloeroppervlakte van de uitbreiding bedraagt; c. de plusmaatregelen getroffen worden in de volgende rangorde: i. ter plaatse op het erf; ii. in de directe omgeving van het erf; iii. in de omgeving van de direct-omwonenden. d. de te treffen plusmaatregelen geborgd worden in: i. een privaatrechtelijke overeenkomst, inclusief een boetebeding; ii. een voorwaardelijke plicht in het bestemmingsplan, of iii. de voorschriften van een omgevingsvergunning.
Artikel 2.31 (instructieregel bestemmingsplan Plussenbeleid) 1.
2.
Een bestemmingsplan maakt een uitbreiding van een niet-grondgebonden veehouderijbedrijf of nietgrondgebonden veehouderijtak alleen mogelijk als de uitbreiding voldoet aan door het gemeentebestuur in overeenstemming met de handreiking Plussenbeleid vastgestelde beleidsregels. Een bestemmingsplan kan eens per vijf jaar een uitbreiding van een niet-grondgebonden veehouderijbedrijf of veehouderijtak mogelijk maken met een omvang van ten hoogste 500 vierkante meter, waarop de vastgestelde beleidsregels niet van toepassing zijn.
3.2.2.3 Toetsing van de ontwikkeling aan de relevante artikelen De plusmaatregelen worden getroffen ter plaatse van het erf. In overeenstemming met artikel 2.30 lid 2 sub d worden de plusmaatregelen binnen dit bestemmingsplan verder juridisch-planologisch geborgd middels een voorwaardelijke verplichting, alsmede in een privaatrechtelijke overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer. Tevens wordt in de voorschriften van een omgevingsvergunning geborgd dat bij toekomstige uitbreidingen van meer dan 500 m² het Plussenbeleid (opnieuw) van toepassing is. 3.2.3
Conclusie toetsing aan het provinciale beleid
Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het provinciale beleid.
15
Bestemmingsplan “Oude Steeg 3 Zevenaar” Vastgesteld
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Plussenbeleid gemeente Zevenaar
3.3.1.1 Algemeen De provincie geeft randvoorwaarden waarbinnen niet-grondgebonden agrarische (hierna: nga) bedrijven (‘intensieve veehouderij’) maatschappelijk verantwoord kunnen ontwikkelen. De provincie geeft ruimte aan bestaande nga bedrijven, mits zij zich duurzaam ontwikkelen; het zogenoemde Plussenbeleid. Het Plussenbeleid is van toepassing op iedere uitbreiding van het nga bedrijf. De provincie heeft een instructieregel in de Omgevingsverordening opgenomen voor de doorwerking van het Plussenbeleid naar het ruimtelijk beleid van de gemeente. De gemeente moet zowel bij het verlenen van vrijstellingen als bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening houden met het Plussenbeleid. De gemeente Zevenaar hecht veel belang aan participatie en betrokkenheid. Een belangrijk element van het Plussenbeleid is het gesprek met de omgeving. De initiatiefnemer en de omgeving proberen gezamenlijk tot een gedragen ontwikkeling te komen. Dit sluit ook aan bij de geest van de (toekomstige) Omgevingswet, met een belangrijke rol voor participatie. 3.3.1.2 Essentie en reikwijdte van het Plussenbeleid Uitbreiding van nga bedrijven is niet (meer) in het algemeen beperkt, maar afhankelijk van de locatie en een duurzame ontwikkeling. Wanneer een nga bedrijf of -tak wordt uitgebreid, zijn één of meer ‘maatschappelijke plussen’ vereist.
Het gaat om aanvullende maatregelen op het gebied van ruimtelijke kwaliteit (w.o. landschappelijke inpassing), milieu en/of fysieke maatregelen op het gebied van dierwelzijn. Deze maatregelen zijn een ‘plus’ ten opzichte van wettelijke eisen, beleid en de gebruikelijk basiskwaliteit (bijvoorbeeld voor landschappelijke inpassing, beeldkwaliteit, etc.). De investering in de te treffen plusmaatregelen bedraagt aantoonbaar € 15,- per vierkante meter van de uitbreiding van het bruto staloppervlak. De ‘plusmaatregelen’ worden in principe in overleg met de omgeving opgesteld. Het Plussenbeleid is voor het hele buitengebied van de gemeente Zevenaar van toepassing. In overeenstemming met de instructieregels van de provincie Gelderland is het Plussenbeleid niet van toepassing op grondgebonden agrarische bedrijven (veeteelt, akkerbouw) en tuinbouwbedrijven. Het Plussenbeleid is van toepassing bij een uitbreiding van bebouwing met meer dan 500 m² (bruto), ten opzichte van 29 november 2018, respectievelijk 29 november 2023. Per saldo is eens per 5 jaar een uitbreiding van bebouwing van maximaal 500 m² (bruto) mogelijk zonder toepassing van het plussenbeleid. De wettelijke vereisten, beleidskaders en basiskwaliteit blijven uiteraard wel van toepassing, ook als het plussenbeleid niet van toepassing is.
Indien in het eerste jaar bijvoorbeeld een uitbreiding van 250 m² wordt gerealiseerd en in het vierde jaar 350 m² is het plussenbeleid bij deze tweede uitbreiding wél van toepassing (250 m² + 350 m² = 600 m² > 500 m²). Het Plussenbeleid is van toepassing bij iedere uitbreiding bebouwing zoals in het bovenstaande is genoemd, ongeacht of deze uitbreiding plaats vindt binnen of buiten het in het bestemmingsplan opgenomen agrarisch bouwvlak. Dus zowel bij een reguliere omgevingsvergunning (passend binnen het bestemmingsplan), een binnenplanse afwijking, toepassing van een wijzigingsbevoegdheid, een buitenplanse afwijking (projectomgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan) of een partiele herziening van het bestemmingsplan. Het Plussenbeleid is niet het enige criterium voor planologische medewerking. Toepassing van het Plussenbeleid maakt onderdeel uit van de toetsing om te komen tot een goede ruimtelijke ordening. Het voldoen aan het Plussenbeleid betekent niet automatisch dat meegewerkt wordt aan een uitbreidingsplan. Het bevoegd gezag kan op basis de goede ruimtelijke ordening besluiten dat, ook al worden er maatregelen in overeenstemming met het Plussenbeleid getroffen, een uitbreiding toch niet ruimtelijk aanvaardbaar of uitvoerbaar is.
Andere factoren spelen bij medewerking aan een uitbreidingsplan ook een rol, zoals generieke wettelijke eisen en ander relevant beleid. Ook gebieds- en locatieafhankelijke omstandigheden kunnen leiden tot een afwijzing van een plan. Een agrarisch bouwvlak moet bijvoorbeeld passen bij de aard, schaal en gevoeligheid van het landschap en de uitbreiding moet passen in het stedenbouwkundig en landschappelijke
16
Bestemmingsplan “Oude Steeg 3 Zevenaar” Vastgesteld beeld, in het gebied voorkomende waarden niet onevenredig aantasten en geen onevenredige hinder voor de omgeving geven. 3.3.1.3 Toepassing Plussenbeleid gemeente Zevenaar Relatie met het bestemmingsplan Voor een bestemmingsplan geldt dat voldoen aan het Plussenbeleid een voorwaarde is voor planologische medewerking. Bij binnenplanse afwijkingen en wijzigingsbevoegdheden is het Plussenbeleid als afwegingskader (voorwaarde) opgenomen. Dialoog De dialoog met de omgeving is een essentieel onderdeel van het Plussenbeleid. De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk om de dialoog met de omgeving te organiseren en te voeren. Uitgangspunt is in een vroeg stadium in gesprek te gaan over een nog niet uitgewerkt plan, waarbij er ook nog gelegenheid is om, waar en indien nodig, het plan te verfijnen of te verbeteren. De bedoeling is dat de initiatiefnemer de plusmaatregelen nog niet zelf heeft ingevuld, maar deze juist mét de omgeving gaat verkennen, afwegen en vervolgens bepalen. De dialoog dient in een vroegtijdig stadium plaats te vinden op basis van een schetsplan. Investeringen De investering in plusmaatregelen bedraagt minimaal €15 per m² uitbreiding (bruto oppervlakte). De investering is gerelateerd aan de totale uitbreiding.
Plussen De initiatiefnemer en de omgeving hebben een belangrijke stem bij het opstellen van concrete plusmaatregelen. De gemeente zal onder meer toetsen of voorgestelde maatregelen onder het plussenbeleid vallen en of er sprake is van een evenwichtig pakket van maatregelen. De lokale opgave, specifieke omstandigheden in de omgeving en gemeentelijk beleid geven aanknopingspunten en kansen voor plusmaatregelen. De gemeente heeft in het bijzonder aandacht voor plusmaatregelen op het gebied van: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Beleving/ruimtelijke kwaliteit; Recreatie; Natuur/ecologie; Duurzaamheid; Dierenwelzijn.
3.3.1.4 Toetsing van de ontwikkeling aan het Plussenbeleid gemeente Zevenaar In voorliggend geval wordt de intensieve veehouderij aan de Oude Steeg 3 uitgebreid met circa 2.300 m². Op basis van het plussenbeleid dient hier investering van € 34.500 tegenover te staan (€15 * 23). In voorliggend geval worden de plusmaatregelen genomen op het gebied van dierenwelzijn. De te nemen maatregelen zijn gecommuniceerd met de Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA). In onderstaande tabel worden de te nemen plusmaatregelen omschreven. Per aspect is teven de beoordeling van de ODRA opgenomen. Veiligheid Voor een gebouw van deze aard zijn diverse eisen gesteld aan de brandveiligheid, zoals keuze bouwmaterialen (brandklasse B), vluchtwegen etc. Boven op dit pakket aan eisen worden de technische apparaten in deze stal (die gevaar kunnen opleveren als gevolg van kortsluiting, oververhitting etc.) in een apart brandcompartiment geplaatst. De extra kosten voor de voorzieningen, zoals branddeuren, speciale leidingdoorvoeren en brandwerende beplating bedragen €5.400,Een apart brandcompartiment voor de technische apparaten is volgens het bouwbesluit niet vereist bij een gebouw met een oppervlakte van minder dan 2.500 m². Toch wil de aanvrager kiezen voor deze uitvoering om meer veiligheid voor de dieren te kunnen garanderen, en daarmee het risico van dierenleed door brand tegen te gaan c.q.
zoveel mogelijk te beperken. ODRA: Brandveiligheid in stallen/dierenverblijven is een actueel onderwerp waarvoor mogelijk aanvullende wetgeving wordt voorbereid. Deze is er nog niet. De vele technische installaties en de beperkingen
17
Bestemmingsplan “Oude Steeg 3 Zevenaar” Vastgesteld (middelenpakket) voor de bestrijding van ongedierte (knaagdieren) vergroten het risico op brand. Een brandwerende uitvoering van de technische ruimte komt dan zeker ten goede aan de brandveiligheid van het dierenverblijf. Klimaat Naast de reguliere klimaatregeling met ventilatoren en regelaars, wordt er een hogedruk-vernevel installatie aangelegd in de luchtinlaat van elke afdeling. Met deze installatie kunnen de gevolgen van de hoge zomerse temperaturen sterk beperkt worden. Zoals de benaming al doet vermoeden, wordt bij hoge buitentemperaturen water onder hoge druk verneveld in de luchtinlaat, hetgeen de inlaattemperatuur met 4 tot 7 laat dalen. Daarmee is een aangenamer en constanter klimaat te bewerkstelligen voor de varkens. De kosten voor deze installatie bedragen € 11.300,Bij een reguliere klimaatregeling van een varkensstal wordt de binnenkomende lucht niet behandeld met een vernevelingsinstallatie, maar wordt alleen een grotere hoeveelheid lucht geventileerd tijdens warme dagen om de hogere temperatuur wat te compenseren. Een hogedruk-vernevel installatie wordt hierbij zelden toegepast vanwege de hogere kosten. Dit terwijl er zeer positieve resultaten mee te behalen zijn.
Niet voor niets wordt dit systeem in de Maatlat Duurzame Veehouderij gestimuleerd door er een flink aantal extra punten aan toe te kennen in de dierwelzijnsmaatlat. ODRA: Wat ventilatiecapaciteit betreft wordt er veelal aansluiting gezocht bij de Richtlijnen van het klimaatplatform. De relatie tussen thermocomfort en dierenwelzijn krijgt steeds neer aandacht. Een hoge druk vernevelinstallatie draagt zeker bij aan het thermocomfort en een verlaging van de concentraties kooldioxide en ammoniak. Tevens verbetert dit de voeropname door de varkens. Uiteraard dient de apparatuur goed ingesteld te worden en waar mogelijk het gebruik te worden gemonitord. Dierwelzijn Het waarnemen van het dag- en nachtritme door de dieren wordt als positief ervaren voor het dierenwelzijn. In een reguliere stal als deze wordt in dit verplicht dag- en nachtritme normaliter voorzien met een minimale hoeveelheid kunstlicht dat minimaal 8 uur per etmaal ingeschakeld wordt, omdat ramen of transparante dakpanelen veel extra kosten met zich meebrengen. Wordt er wel een raam toegepast, dan beperkt dit zich meestal tot één of twee ramen per afdeling, met een beperkte afmeting van bv 80 x 100 cm.
De aanvrager heeft het dierenwelzijn hoog in het vaandel, en gaat de stal aan beide kanten voorzien van ramen in de vorm van een lichtstraat, oftewel een hele ‘rij’ ramen die over de hele lengte van de stal doorloopt en zorgt voor veel daglicht. Deze lichtstraat kost voor deze stal € 21.600,- extra . Genoemde maatregelen worden niet vanuit andere regelgeving vereist wordt (Bouwbesluit, algemene milieuregelgeving, specifieke regelgeving voor veehouderij e.d.), en worden zeker nog niet tot de reguliere bedrijfsvoering gerekend. Ook vallen de maatregelen niet onder BBT omdat ze te weinig meetbaar rendement opleveren ten opzichte van de extra investeringskosten. Het totale pakket aan plusmaatregelen komt daarbij op € 38.300,-. Dit is ruim boven de benodigde investering van € 34.500. De te nemen maatregelen zijn akkoord bevonden door de ODRA. Dialoog In juni 2021 zijn de plannen besproken met de directe omwonenden. De vier meest directe buren zijn hiervoor benaderd en met hen zijn de plannen besproken. De conclusie van deze dialoog met de omgeving is dat er overwegend positief is gereageerd op de uitbreiding van het bedrijf, maar dat eventuele geurhinder een aandachtspunt is. Binnen de ontwikkeling dient geurhinder daarom zoveel mogelijk te worden beperkt door het toepassen van de best beschikbare technieken.
Voor de behandeling van het aspect ‘geur’ wordt verwezen naar paragraaf 4.6 van deze toelichting. Op basis van het geuronderzoek wordt in deze paragraaf geconcludeerd dat de geurbelasting ruim onder de wettelijk gestelde normen van resp. 14 en 3 Ou per m³ ligt. Ten slotte wordt in de regels van dit bestemmingsplan geborgd dat een toekomstige uitbreiding van meer dan 500 m² aan bebouwing wederom aan het Plussenbeleid dient te voldoen, waarbij de hoeveelheid aanwezige bebouwing op 29 november 2023 als peildatum wordt genomen. Er wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de uitgangspunten zoals geformuleerd in het Plussenbeleid van de gemeente Zevenaar. De uitvoering van de plusmaatregelen wordt verzekerd in de vorm van een voorwaardelijke verplichting in de planregels.
18
Bestemmingsplan “Oude Steeg 3 Zevenaar” Vastgesteld 3.3.2
Bestemmingsplan “buitengebied Zevenaar Noord 2018”
3.3.2.1 Algemeen Zoals in hoofdstuk 1 reeds vermeld, geldt ter plaatse van het plangebied de bestemming ‘Agrarisch’. In artikel 3.6 zijn wijzigingsbevoegdheden opgenomen onder welke voorwaarden het bestemmingsplan kan worden gewijzigd. Het gaat in voorliggend geval om het wijzigen of vergroten van een agrarisch bouwvlak (artikel 3.6.1). Daarnaast wordt afgeweken van de bouwregels uit het bestemmingsplan, aangezien de uitbreiding meer dan 500 m² bedraagt. Op basis van artikel 3.3 kan hiervoor een omgevingsvergunning worden verleend, mits wordt voldaan aan de hiervoor gestelde voorwaarden. Hieronder wordt nader op de bovenstaande artikelen ingegaan. 3.3.2.2 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, onder de voorwaarden genoemd in artikel 48.1 en 3.6 het plan te wijzigen ten behoeve van het wijzigen of vergroten van een agrarisch bouwvlak (artikel 3.6.1): a. b. c. d.
e.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - paardenhouderij' is uitbreiding van het agrarisch bouwvlak niet toegestaan; de afstand tot een naburig agrarisch bouwvlak en/of een naburige woning wordt niet kleiner dan 50 m; er is sprake van een van een logische en compacte vorm c.q. opzet van het agrarisch bouwvlak; voor een grondgebonden agrarisch bedrijf: 1. oppervlakte van het agrarisch bouwvlak bedraagt na vergroting niet meer dan 2,0 ha; 2. aantoonbaar sprake blijft van een grondgebonden agrarisch bedrijf; voor een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf: 1. vergroting van het agrarisch bouwvlak bedraagt maximaal 10% van de bestaande oppervlakte, waarbij oppervlakte van het agrarisch bouwvlak na vergroting niet meer bedraagt dan 1,0 ha; 2. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - het Broek': de oppervlakte van het agrarisch bouwvlak bedraagt na vergroting niet meer dan 1,0 ha.
3.3.2.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen, in afwijking van het bepaalde in artikel 3.2, onder de voorwaarden genoemd in artikel 47.1 en 3.3., een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de bestaande oppervlakte bedrijfsbebouwing ter plaatse van de aanduiding ‘agrarisch – intensieve veehouderij’ (artikel 3.3.1) zoals aanwezig op 29 november 2018 met meer dan 500 m², onder de volgende voorwaarden: a.
b.
c.
voorzien wordt in een goede inpassing, op basis van een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd inpassingsplan, in overeenstemming met het Plussenbeleid zoals opgenomen in de bijlage van deze regels; in de omgevingsvergunning wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat bebouwing uitsluitend voor het houden van dieren mag worden gebruikt indien de maatregelen uit het inpassingsplan zijn gerealiseerd, beheerd en in stand worden gehouden; voor het overige wordt voldaan aan het gestelde in artikel 3.2.
3.3.2.4 Toetsing van het initiatief aan het bestemmingsplan “buitengebied Zevenaar Noord 2018” Wijzigingsbevoegdheid ‘wijzigen of vergroten agrarisch bouwvlak’ (artikel 3.6.1) a. b. c.
d.
het plangebied is niet voorzien van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – paardenhouderij’; de afstand tot een naburig agrarisch bouwvlak en/of een naburige woning bedraagt voor en na de gewenste ontwikkeling 105 meter; een deel van het agrarisch bouwvlak ligt in voorliggend geval buiten het kadastrale perceel. Met deze ontwikkeling wordt dit deel verwijderd en verplaatst ten westen van het huidige bouwvlak. Hiermee wordt (meer dan in de huidige situatie) een logische opzet van het agrarische bouwvlak bereikt; er is geen sprake van een grondgebonden agrarisch bedrijf;
19
Bestemmingsplan “Oude Steeg 3 Zevenaar” Vastgesteld e.
de uitbreiding van het bouwvlak van de intensieve veehouderij (niet-grondgebonden) bedraagt in voorliggend geval 820 m². De huidige oppervlakte van het bouwvlak bedraagt 8.200 m². De uitbreiding voorziet daarmee in 10% van de bestaande oppervlakte. Na uitbreiding bedraagt de oppervlakte van het bouwvlak 9.020 m², waarmee deze minder dan 1,0 hectare (=10.000 m²) bedraagt.
Afwijkingsbevoegdheid ‘Oppervlakte bedrijfsbebouwing ter plaatse van de aanduiding ‘agrarisch – intensieve veehouderij’ (artikel 3.3.1) a.
b.
c.
Zoals reeds in paragraaf 2.2.2 is benoemd, is door Natuurbank Overijssel een erfinpassingsplan opgesteld. Dit erfinpassingsplan is in overeenstemming met het Plussenbeleid van de gemeente Zevenaar (zie ook paragraaf 3.2.3), waarmee wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing; De varkensstal wordt uitsluitend voor het houden van dieren gebruikt. Dit wordt vastgelegd middels een voorwaardelijke verplichting in de omgevingsvergunning voor het bouwen. Ook in voorliggend bestemmingsplan wordt de landschappelijke inpassing juridisch-planologisch geborgd middels een voorwaardelijke verplichting. Artikel 3.2 bevat de bouwregels. Qua goothoogte, bouwhoogte en dakhelling wordt aangesloten bij de bouwregels die gelden voor bedrijfsgebouwen. Na uitbreiding van het agrarische bouwvlak op basis van de bovengenoemde wijzigingsbevoegdheid wordt de varkensstal daarnaast gesitueerd binnen een bestaand bouwvlak. Daarmee wordt voldaan aan het overige gestelde in artikel 3.2.
Geconcludeerd word dat het initiatief voldoet aan de voorwaarden zoals gesteld in het bestemmingsplan “buitengebied Zevenaar Noord 2018”. 3.3.3
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het gemeentelijk beleid.
20
Bestemmingsplan “Oude Steeg 3 Zevenaar” Vastgesteld
HOOFDSTUK 4
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan, wijzigingsplan, of in een ruimtelijke onderbouwing een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectrapportage.
4.1
Geluid
4.1.1
Algemeen
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning als het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Naast de Wgh heeft de gemeente Zevenaar op 1 juli 2009 het gemeentelijk geluidsbeleid vastgesteld. De doelstelling van het beleid is het behouden van de goede kwaliteit van de leefomgeving en het benutten van kansen om, daar waar het noodzakelijk is, de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren. Een belangrijke subdoelstelling is het realiseren een passende geluidskwaliteit in elk gebied. Voor verschillende gebieden binnen de gemeente is de geambieerde geluidskwaliteit vastgesteld. Hiervoor is de gemeente ingedeeld in gebieden. 4.1.2
Situatie plangebied
4.1.2.1 Toetsing van het initiatief aan de Wet Geluihinder In dit geval gaat het om de uitbreiding van een bouwvlak ten behoeve van de bouw van een varkensstal. Er is daarmee geen sprake van het toevoegen van een geluidsgevoelig object. Op basis van de voorschriften zoals gesteld in de Wgh, is er dan ook geen akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai of railverkeerslawaai benodigd voor de voorliggende ontwikkeling. De Wgh vormt daarmee geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. De Wgh biedt daarnaast bescherming aan geluidgevoelige objecten tegen (grote) lawaaimakers vanuit een gezoneerd industrieterrein. Hiervoor is het aspect industrielawaai van toepassing. Een intensieve veehouderij wordt hierin niet als een dergelijke (grote) lawaaimaker aangemerkt, waarmee het aspect ‘industrielawaai’ tevens niet van toepassing is. In paragraaf 4.5 wordt nader ingegaan op de geluidhinder van de intensieve veehouderij op omliggende geluidgevoelige objecten, c.q. (bedrijfs)woningen. 4.1.2.2 Toetsing van het initiatief aan het Gemeentelijk Geluidbeleid Gemeente Zevenaar 2008 Het plangebied bevindt zich in het buitengebied van de gemeente Zevenaar. Voor het buitengebied geldt een ambitiewaarde van “rustig” voor bedrijvigheden. Hierbij hoort een bandbreedte van 40 tot 45 dB(A) etmaalwaarde.
In het geluidbeleid is vastgesteld dat, wat betreft bedrijvigheden in het buitengebied, de gemeente aansluit bij de etmaalindeling zoals deze was opgenomen in het Besluit Landbouw milieubeheer. Ten aanzien van de maximale geluidniveaus stelt de geluidnota dat deze ter hoogte van woningen niet meer mogen bedragen dan 70 dB(A) tijdens de dagperiode, 65 dB(A) tijdens de avondperiode en 60 dB(A) tijdens de nachtperiode. Om te beoordelen of de voorliggende ontwikkeling kan voldoen aan de waarden zoals vastgesteld in het gemeentelijk geluidbeleid, is door TecMaP een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De volledige rapportage is
21
Bestemmingsplan “Oude Steeg 3 Zevenaar” Vastgesteld opgenomen in bijlage 3 van deze toelichting. Hieronder wordt nader ingegaan op de belangrijkste resultaten van dit onderzoek. Akoestisch onderzoek Oude Steeg 3 In het akoestisch onderzoek zijn de Representatieve bedrijfssituatie (RBS) en de Incidentele bedrijfssituatie (IBS) in beeld gebracht. Ook alle bronvermogens, inclusief transportbewegingen, zijn hierin meegenomen. Uit de rekenresultaten worden de volgende conclusies getrokken: ▪
▪
4.1.3
Directe hinder: o Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) bedraagt op de gevels van woningen onder representatieve bedrijfsomstandigheden maximaal 38 dB(A) etmaalwaarde. Er wordt voldaan aan de basiswaarden zoals vastgesteld in het gemeentelijk geluidbeleid; o Het maximale geluidniveau (LAmax) bedraagt ter plaatse van de woningen minder dan 56 dB(A) tijdens representatieve bedrijfsomstandigheden. Er wordt ruimschoots voldaan aan de normstelling uit de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening en de normstelling uit het gemeentelijk geluidbeleid; Indirecte hinder: o Vanwege het verkeer dat van en naar de inrichting rijdt is sprake van een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van minder dan 50 dB(A) ter hoogte van woningen. Deze waarde is lager dan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) zoals genoemd in de Circulaire indirecte hinder. Volgens de beoordelingssystematiek uit de Circulaire is er dan geen indirecte hinder te verwachten. Conclusie
De Wet Geluidhinder vormt geen belemmering voor de voorliggende ontwikkeling. Tevens is uit de akoestische rapportage gebleken dat wordt voldaan uit de ambitiewaarden zoals gesteld in het gemeentelijk Geluidbeleid 2008 van de gemeente Zevenaar. Geconcludeerd wordt dat het aspect ‘geluid’ geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.