CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6. 1281844 - Bijlagen bij de toelichting bestemmingsplan BusinessPark 7Poort fase II

Raadsvergaderingen 2022-2026 25 februari 2026, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Z/23/458591 Wijzigingsbesluit BusinessPark 7Poort fase II25.688 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

(de exploitant van leiding A-512); • andere mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de voor- en nadelen daarvan; • de mogelijkheden en de voorgenomen maatregelen tot beperking van het groepsrisico in de toekomst; • de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval; • de mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied van leiding A-512 om zich in veiligheid te • brengen indien zich een ramp of zwaar ongeval voordoet Onderdelen c, d en e van artikel 12, lid 1 van het Bevb zijn conform artikel 12, lid 3 van het Bevb niet van toepassing op leiding A-523, leiding N-566-02 en leiding N-566-11. Uit de groepsrisicoberekeningen blijkt namelijk dat het groepsrisico bij deze leidingen niet hoger is dan de oriëntatiewaarde. Daarom is in de verantwoording van het groepsrisico conform onderdelen f en g van artikel 12, lid 1 van het Bevb alleen het volgende vermeld: • de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval; • de mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied van leiding A-512, het invloedsgebied van leiding A-523, het invloedsgebied van leiding N-566-02 of het invloedsgebied van leiding N-566-11 om zich in veiligheid te brengen indien zich een ramp of zwaar ongeval voordoet.

De gemeente Zevenaar heeft naar aanleiding van bovenstaande aanbevelingen een verantwoording groepsrisico opgesteld Conclusie Er worden geen negatieve effecten verwacht op het gebied van plaatsgebonden risico en groepsrisico met betrekking tot de invloedsgebieden van de A12 (wegvak G12 en G13) en de leidingen -512 , A-523, N-566-02, N-566-11. In sommige gevallen neemt het groepsrisico wel toe in het plangebied, maar blijft het ruim onder de oriëntatiewaarde. In het onderzoek Externe veiligheid worden aanbevelingen gedaan, die meegenomen worden in het DO (definitief ontwerp) van het gebied. De aanbevelingen zijn: •

16

Aanbevolen wordt om bij het ontwerpen op gebiedsniveau rekening te houden met de beschikbaarheid van bluswater. Onze referentie: HDFYYRTRNMKZ-508660654-500:4.0 - Datum: 7 mei 2024 - Public

•

•

Aanbevolen wordt om bij het ontwerpen op gebouwniveau rekening te houden met de relevante scenario’s door bouwkundige maatregelen te nemen conform onder andere de door het IPO opgestelde Catalogus bouwkundige maatregelen externe veiligheid van 1 januari 2010 (versie 5.3) [2]. Rekening houden met een toxische wolk kan bijvoorbeeld door: – het plaatsen van afsluitbare ventilatieopeningen; – het plaatsen van afsluitbare mechanische ventilatie en een toegankelijk bedieningssysteem. Bij een toxische wolk is het advies namelijk om ramen en deuren te sluiten en om binnen te blijven. Door de gebouwen op bedrijventerrein 7poort II te voorzien van afsluitbare ventilatieopeningen en afsluitbare mechanische ventilatie en een toegankelijk bedieningssysteem kunnen de gebouwen op bedrijventerrein 7poort II gebruikt worden als schuilplaats. Aanbevolen wordt om afsluitbare ventilatieopeningen van wegvak G12 en wegvak G13 af te richten en een hoge plaatsing te verkiezen boven een lage plaatsing.

3.3

Archeologie

Archeologie Voorgenomen ontwikkeling, 7poort fase II, behoort tot het Utrechts Gelders rivierengebied en het Oostelijke zandgebied. Uit de geologische kaarten blijkt dat de ondergrond is opgebouwd uit rivierafzettingen behorend tot de Formatie van Kreftenheye met lokaal de Laag van Wijchen, de Formatie van Echteld (Holocene klei) en de Formatie van Boxtel (pleistocene windafzettingen). De eerste twee komen over het hele plangebied voor, terwijl de Formatie van Boxtel alleen in het noorden en oosten aanwezig lijkt te zijn. Uit de geomorfologische kaart en deze formaties komt naar voren dat het gebied onder invloed van de rivieren heeft gestaan, door de geomorfologische classificaties rivierkomvlakte en vlakte van ten dele verspoelde dekzanden of löss. Ook ligt er in het plangebied aan de noordkant een dekzandrug. Op deze dekzandrug heeft zich een hoge bruine enkeerdgrond gevormd. De rest van het plangebied bestaat uit poldervaaggronden. Binnen het plangebied is een wisselende grondwatertrap. Uit de DINO-loketboringen komt het beeld van een pleistocene riviervlakte met zand afzettingen en daarop een holoceen kleidek. Binnen de grenzen van het plangebied is aan de noordkant van het plangebied archeologisch onderzoek gedaan. Hiervan zijn gegevens niet bekend.

Binnen het plangebied is één spoor aangetroffen dat in relatie is gebracht met een verdwenen moated site, namelijk kasteel Hees. Verder zijn er binnen dit plangebied geen andere vindplaatsen bekend. In de directe omgeving liggen wel twee AMK-terreinen (nummer 12574 en 12573) die bewoningssporen uit het Neolithicum betreffen. De AMK-terreinen liggen grotendeels op een podzolgrond, welke niet voorkomt binnen het plangebied. Bewoning wordt voornamelijk verwacht op hogere delen van het landschap, zoals de dekzandruggen in en rondom het plangebied. Het overige zandgebied kan in latere periodes in gebruik zijn geweest als hooi- of weiland. Een groot gedeelte van het noordelijk plangebied bestaat uit deels verspoelde dekzand (Formatie van Boxtel) wat aangeeft dat het gebied tijdens de laatste IJstijd is ontstaan en dat vaak een indicatie is voor steentijd archeologie. Het overige deel van het noordelijk en het zuidelijk deel van het plangebied bevindt zich op de Formatie van Kreftenheye, met lokaal de Laag van Wijchen. Dit zijn pleistocene rivierafzettingen waar mogelijk nog resten van steentijd bewoning gevonden kunnen worden. Op de Formaties van Boxtel en Kreftenheye (Laag van Wijchen) is een Holoceen kleipakket (Formatie van Echteld) afgezet waarin zich poldervaaggronden hebben ontwikkeld.

Deze bodems duiden op een deels dynamisch, deels rustig riviergebied waarin klei heeft kunnen afzetten. Deze gronden hebben vaak een wat lagere tot middelhoge verwachting op archeologische resten. Conclusie Op basis van bovenstaande verwachting dient de dubbelbestemming waarde archeologie gehandhaafd te blijven. Het gebied kan niet worden vrijgegeven. Hiervoor dient aanvullend archeologisch vervolgonderzoek worden uitgevoerd in het hele plangebied. Het aanvullend archeologisch vervolgonderzoek zal worden uitgevoerd. Zolang dit onderzoek niet is uitgevoerd blijven de dubbelbestemmingen met betrekking tot archeologische waarden in het plangebied gehandhaafd. Hiermee worden de archeologische waarden beschermd en geborgd. Door de dubbelbestemming kunnen er geen werkzaamheden worden uitgevoerd zonder archeologisch vervolgonderzoek, hiermee worden negatieve effecten op archeologische waarden voorkomen. Cultuurhistorie Het plangebied kenmerkt zich vanaf eerste helft van de negentiende eeuw als landelijk gebied met ongestructureerd verkavelingspatroon. In het noorden van het plangebied is bebouwing aanwezig en een omgracht terrein, ter plaatse van het voormalige kasteel Hees en op een hoger gelegen deel van het landschap, namelijk een dekzandrug. De exacte locatie van deze havezate is niet bekend. Mogelijk ligt de huidige boerderij nog op dezelfde locatie maar het 17

Onze referentie: HDFYYRTRNMKZ-508660654-500:4.0 - Datum: 7 mei 2024 - Public

omgrachte terrein ten zuiden van de boerderij kan ook de juiste locatie zijn. Centraal door het plangebied van noord naar zuid loopt een laan richting Babberich, welke wordt doorsneden door de Leigraaf. Op het verdwijnen van de omgrachting na verandert er tot de tweede helft van de twintigste eeuw weinig. Hierna verdwijnt de laan, verschijnen een plas en een boerderij en wordt de A12 aangelegd. Vanaf de jaren 70 wordt een groot deel van het plangebied gebruikt als fruit- of boomgaard, waarna dit in het begin van de twintigste eeuw weer wordt omgezet naar akker- en weiland. De landschappelijke structuren zijn meegenomen in het ruimtelijk ontwerp. Op deze manier worden belangrijke landschappelijke structuren meegenomen en worden negatieve effecten voorkomen. Conclusie De dubbelbestemmingen met betrekking tot archeologische waarden in het plangebied blijft gehandhaafd. Hiermee worden de archeologische waarden beschermd en geborgd. Door de dubbelbestemming kunnen er geen werkzaamheden worden uitgevoerd zonder archeologisch vervolgonderzoek, hiermee worden negatieve effecten op archeologische waarden voorkomen. De aanwezige landschappelijke structuren zijn meegenomen in het ruimtelijk ontwerp. Op deze manier worden belangrijke landschappelijke structuren meegenomen en worden negatieve effecten voorkomen.

3.4

Natuur

In september 2023 is een quickscan natuurwetgeving uitgevoerd voor het plangebied 7. In deze quickscan natuurwetgeving zijn de eventuele negatieve effecten op beschermde soorten en gebieden en benodigde vervolgstappen in het kader van de Wnb in beeld gebracht.

3.4.1

Gebiedsbescherming

Natura 2000 In de nabijheid van de planlocatie liggen diverse Natura 2000-gebieden, zoals Rijntakken, Veluwe, Landgoederen Brummen, De Bruuk en Sint Jansberg. Ook liggen enkele Duitse Natura 2000-gebieden in de nabijheid. De realisatie en de exploitatie van het bedrijventerrein kan mogelijk zorgen voor significante negatieve effecten op de in deze gebieden aanwezige beschermde natuur.

7 QuickScan Wet natuurbescherming 7Poort II, Arcadis Nederland BV (20 november 2023).

18

Onze referentie: HDFYYRTRNMKZ-508660654-500:4.0 - Datum: 7 mei 2024 - Public

Figuur 7: Het plangebied ten opzichte van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Rijntakken.

In algemene zin kan als gevolg van werkzaamheden/herontwikkeling – tijdens zowel de aanlegfase als de permanente fase (gebruiksfase) – direct en indirect (door externe werking) sprake zijn van een al dan niet negatief effect op (de instandhoudingsdoelstellingen van) een Natura 2000-gebied. Effecten kunnen van ruimtelijke (oppervlakteverlies, versnippering), fysische (bijv. verdroging, vernatting), mechanische (bijv. verstoring door betreding, trillingen, geluid en licht) en/of chemische (bijv. stikstofdepositie, verontreiniging) aard zijn. Omdat het projectgebied niet in een Natura 2000-gebied ligt en er geen diepe grondwateronttrekkingen/grote ontgravingen plaatsvinden, zijn negatieve ruimtelijke en fysische effecten als gevolg van de geplande ingreep uitgesloten. Tussen het projectgebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied liggen de dorpskern van Babberich, meerdere provinciale wegen en agrarische landschappen. In de huidige situatie zijn tussen het projectgebied en de Natura 2000gebieden meerdere verstoringsbronnen aanwezig, zoals verkeer, landbouw en visuele verstoringen. De werkzaamheden in het projectgebied hebben gezien de afstand tot de Natura 2000-gebieden en de aanwezigheid van andere verstoringsbronnen geen effect.

Effecten door verstoring zijn daarmee uitgesloten Mogelijk is als gevolg van de voorziene ingreep sprake van een toename van de depositie van stikstof op Natura 2000-gebieden. Om deze mogelijke effecten in beeld te krijgen, is een voortoets stikstof uitgevoerd. Uit de voortoets blijkt dat mogelijke significante negatieve effecten op voorhand kunnen worden uitgesloten, voor zover het niet gaat om mogelijke verzuring en vermesting als gevolg van stikstofdeposities. Tevens is onderzocht of stikstofdeposities mogelijk zouden kunnen leiden tot negatieve effecten. Uit de uitgevoerde stikstofberekeningen blijkt dat er geen sprake is van een toename van stikstofdeposities; negatieve effecten kunnen dan ook uitgesloten worden. Conclusie De geplande werkzaamheden leiden tot licht-, geluids- en trillingseffecten, maar een effect op omliggende Natura 2000-gebieden is door de afstand en de aanwezigheid van andere verstoringbronnen uitgesloten. Ook blijkt uit de voortoets stikstof dat er geen significante negatieve effecten kunnen plaatsvinden op omliggende Natura 2000-

19

Onze referentie: HDFYYRTRNMKZ-508660654-500:4.0 - Datum: 7 mei 2024 - Public

gebieden als gevolg van een toename in stikstofdeposities. Er zijn geen vervolgstappen nodig vanuit de Wet natuurbescherming. Gelders Natuurnetwerk Het plangebied ligt niet in Gelders Natuurnetwerk (GNN)-gebied of in Groene Ontwikkelzones (GO). In de provincie Gelderland is geen sprake van externe werking voor GNN. Op basis van de ligging van het plangebied ten opzichte van GNN en GO, zijn effecten op het GNN en GO op voorhand uit te sluiten. Vervolgstappen in relatie tot GNN en/of GO zijn daarom niet aan de orde.

3.4.2

Soortenbescherming

Op basis van het bureauonderzoek en het veldbezoek is de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten bepaald, de bevindingen zijn nader toegelicht per soortgroep in onderstaande tabel. Soortgroep

Conclusie

Flora

Binnen het projectgebied zijn groeiplaatsen van beschermde flora onwaarschijnlijk, maar de soorten kunnen in de zaden mengsels aanwezig zijn (en zijn dan niet beschermd).

Broedvogels zonder jaarrond beschermd nest

Binnen het projectgebied zijn nestlocaties en foerageergebied van broedvogels zonder jaarrond beschermd nest aanwezig.

Broedvogels met jaarrond

Binnen het projectgebied zijn mogelijk jaarrond beschermd nesten niet op voorhand uit te sluiten. In de bosschages zijn mogelijk nestplaatsen aanwezig voor boombewonende vogels zoals buizerd, havik of boomvalk. Daarnaast vormt de bebouwing mogelijk een nestlocatie voor gebouwbewonende soorten als huismus, gierzwaluw, steenuil of kerkuil. Het projectgebied is mogelijk wel geschikt als foerageergebied voor verschillende roofvogels of uilen. In de omgeving is alternatief aanwezig.

Grondgebonden zoogdieren

In het projectgebied is aanwezigheid van de eekhoorn uitgesloten. Aanwezigheid van kleine marterachtigen, steenmarter, boommarter, das en algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren is niet op voorhand uit te sluiten.

Vleermuizen

In de bomen in de bosschages van het plangebied kunnen holtes zitten die als verblijfplaats dienen voor boombewonende vleermuizen. Gebouwbewonende vleermuizen kunnen een verblijfplaats hebben in de gebouwen in het gehele plangebied. Daarnaast zijn voor vleermuizen mogelijke vliegroutes aanwezig en is het gehele projectgebied geschikt als foerageergebied.

Reptielen

Aanwezigheid van reptielen in het projectgebied is op voorhand uitgesloten.

Amfibieën

Binnen het projectgebied zijn mogelijke voortplantingsplaatsen aanwezig voor kamsalamander, poelkikker en algemeen voorkomende amfibieën aanwezig. Voorkomen van rugstreeppad is uitgesloten. Binnen het projectgebied is mogelijk winterhabitat aanwezig in de vorm van droge houtwallen.

Vissen

Het voorkomen van de grote modderkruiper is niet uit te sluiten binnen het projectgebied. Overige beschermde soorten zijn wel uitgesloten.

Overige soorten

Mogelijk heeft grote vos een leefgebied in het plangebied. Leefgebied voor de sierlijke witsnuitlibel is wel op voorhand uitgesloten.

Op basis van de quickscan is de aanwezigheid van een aantal beschermde soorten niet uit te sluiten in het plangebied. Bij het uitvoeren van werkzaamheden vindt mogelijk verstoring en/of aantasting van broedplaatsen en leef- en foerageergebied van de aangetroffen soorten plaats. Daarnaast kunnen de werkzaamheden ook leiden tot mogelijk verwonden en doden van individuen. De nieuwe bestemming kan ook leiden tot permanente aantasting van het leefgebied. De volgende effecten kunnen optreden per soortgroep als gevolg van de werkzaamheden. Dit is weergegeven in onderstaande tabel. Soortgroep Vogels zonder jaarrond beschermde nesten

20

Soort

Mogelijke effecten Bij het uitvoeren van werkzaamheden in het broedseizoen worden mogelijk broedende vogels verstoord en nestplaatsen, eieren of legsel van broedvogels zonder jaarrond beschermd nest vernield of beschadigd.

Onze referentie: HDFYYRTRNMKZ-508660654-500:4.0 - Datum: 7 mei 2024 - Public

Vogels met jaarrond beschermde nesten

Roofvogels met een jaarrond beschermd nest, huismus, gierzwaluw, steenuil en kerkuil

In de twee bosschages en bij de verschillende boerenerven zijn mogelijk jaarrondbeschermd nesten aanwezig. Door de werkzaamheden kunnen deze nesten worden beschadigd en kunnen aanwezige dieren worden gedood/verwond of kunnen worden verstoord. Het gehele projectgebied is geschikt als foerageergebied voor roofvogels, huismussen, gierzwaluwen en uilen. In de directe omgeving is voldoende alternatief foerageergebied voor de soorten beschikbaar.

Grondgebonden zoogdieren

Algemeen voorkomende soorten

De werkzaamheden leiden mogelijk tot verwonden en doden van algemeen voorkomende soorten en aantasten van verblijfplaatsen.

Kleine marterachtigen, das, boommarter en steenmarter

De werkzaamheden in de houtwallen, schuren en bosschages leiden mogelijk tot verwonden en doden en aantasten van verblijfplaatsen van kleine marterachtigen, steenmarters of das. Daarnaast kan door de werkzaamheden foerageergebied van de soorten verdwijnen.

Vleermuizen

Boombewonende en gebouwbewonen de vleermuizen

Verblijfplaatsen voor vleermuizen zijn binnen het projectgebied mogelijk aanwezig in gaten van bomen of bebouwing. Effecten als doden/verwonden zijn hierdoor niet op voorhand uit te sluiten. In het projectgebied zijn meerdere houtwallen en bomenlanen aanwezig. De houtwal in gebied blijft behouden, maar mogelijk worden door werkzaamheden overvliegende individuen wel verstoord. Bij het uitvoeren van alle werkzaamheden na zonsondergang en voor zonsopkomst, is mogelijk sprake van verstoring van foeragerende vleermuizen. Bij kappen van bomen in deze rechtlijnige elementen gaan mogelijk vliegroutes van vleermuizen verloren. Voor de duur van de werkzaamheden is het werkgebied tijdelijk minder geschikt als foerageergebied. In de omgeving van het projectgebied zijn voldoende alternatieven aanwezig waardoor van een negatief effect geen sprake is.

Amfibieën

Poelkikker en kamsalamander:

In de tuin van Hazenpad 3 ligt een mogelijke voortplantingsplaats van poelkikker en kamsalamander. De werkzaamheden leiden mogelijk tot verwonden en doden van poelkikkers en kamsalamanders.

Algemeen voorkomende amfibieën:

De werkzaamheden leiden mogelijk tot verwonden en doden van algemeen voorkomende soorten en aantasten van leefgebied.

Vissen

Grote modderkruiper

De sloten in het gebied zijn mogelijk geschikt als leefgebied voor de grote modderkuiper. Bij werkzaamheden in de watergangen worden mogelijke individuen gedood/verwond en kunnen eieren van de soort worden beschadigd.

Overige soorten

Grote vos:

De bomen rondom de visvijver blijven tijdens de werkzaamheden behouden. Wel worden op andere plekken in het projectgebied wilgen gekapt waardoor mogelijke voortplantingsplaatsen van de grote vos verdwijnen.

Als gevolg van de werkzaamheden treden er mogelijk effecten op diverse beschermde soorten vogels zonder en met jaarrond beschermd nest, marters (kleine marterachtigen, das, boom- en steenmarter), kamsalamander, poelkikker, grote modderkruiper, grote vos en algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en- amfibieën. Effecten op vogels zonder jaarrond beschermd nest zijn te voorkomen door het nemen van mitigerende maatregelen. Voor genoemde soort(groep)en dient soortgericht onderzoek te worden uitgevoerd om negatieve effecten uit te kunnen sluiten en of vast te stellen of verdere vervolgstappen aan de orde zijn. Indien uit het soortgericht onderzoek blijkt dat beschermde soorten en functies voorkomen, dienen aanvullende mitigerende maatregelen te worden opgesteld. Waar ondanks deze maatregelen sprake blijft van overtreding van verbodsbepalingen, dient op basis van een activiteitenplan een Omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit te worden aangevraagd en verkregen voor start werkzaamheden. 21

Onze referentie: HDFYYRTRNMKZ-508660654-500:4.0 - Datum: 7 mei 2024 - Public

Mitigerende maatregelen Mitigerende maatregelen voor broedvogels zonder jaarrond beschermd nest om voor: • Voer de werkzaamheden uit buiten het broedseizoen (globaal van maart t/m augustus, afhankelijk van deweersomstandigheden). • Verwijder vegetatie t.b.v. de werkzaamheden buiten het broedseizoen om vestiging van nesten te voorkomen; • Kort houden van de vegetatie gedurende activiteiten, zodat dekking of broedgelegenheid voor broedende vogels minimaal is. Mitigerende maatregelen voor vleermuizen: • Voer de werkzaamheden uit tussen zonsopkomst en zonsondergang. Conclusie Er dient een het soortgericht onderzoek uitgevoerd te worden naar de effecten op de andere mogelijk voorkomende beschermde soorten. Uit het soortgericht onderzoek moet naar voren komen welke soorten aanwezig zijn in het gebied en welke effecten zij ondervinden door de werkzaamheden. In de regels van het bestemmingsplan is geborgd dat er voor de realisatie van 7 Poort fase II soortgericht onderzoek moet worden uitgevoerd. Als uit het onderzoek blijkt dat de soort voorkomt dienen er passende mitigerende en compenserende maatregelen getroffen te worden en dient op basis van een activiteitenplan een Omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit te worden aangevraagd. Doordat deze stappen zijn geborgd in de regels van het bestemmingsplan, zijn ervoor nu geen negatieve effecten te verwachten.

3.5

Bodem

In verband met de voorgenomen herontwikkeling van het gebied tot bedrijventerrein 7Poort fase II is een historisch vooronderzoek verricht8. Het doel van het vooronderzoek bodem is om inzicht te krijgen in de te verwachten bodemkwaliteit ter plaatse van het onderzoeksgebied. Huidige en historische activiteiten Het gebied is gelegen in de gemeente Zevenaar ten zuiden van de A12 en ten zuidoosten van de bebouwde kom van Zevenaar. Het gebied is in gebruik als landbouwgebied. In het gebied is één landbouwbedrijf en één oude boerderij gelegen. Op de terreinen is gebruikgemaakt van onder andere tegels, klinkers en beton als terreinverharding. Het gebied is zowel in gebruik als weiland voor het vee, maar ook als akkerland. Daarnaast bevindt zich een plas/ vijver en meerdere sloten in het gebied. Het onderzoeksgebied was in het verleden ook als landbouwgrond in gebruik. Ter plekke van de boerderij aan hazenpad 31 (de meest noordelijke boerderij) lagen rond 1850 al een aantal gebouwen. De huidige gebouwen op het perceel zijn sinds 1920 in gebruik. De plas/ vijver ten westen van deze boerderij is rond 1953 gevestigd. Rond 1958 is de boerderij ter plekke van Hazenpad 1 voor het eerst zichtbaar op historische kaarten. Volgens Atlasleefomgeving zijn begin jaren 80 van de vorige eeuw de meeste schuren aangelegd, die nu nog aanwezig zijn. Het woonhuis is in 1990 opgeleverd.

Tussen eind jaren 70 en begin jaren 90 zijn enkele sloten in het gebied gedempt. Hierna is er weinig veranderd in het onderzoeksgebied. Resultaten Er zijn in het verleden geen bodemonderzoeken uitgevoerd. Het gebied is altijd in gebruik geweest als landbouwgrond. Op basis van de bodemkwaliteitskaart is zowel de ontgravings- als toepassingsklasse van boven- en ondergrond AW2000. Ook is de locatie niet verdacht op het voorkomen van PFAS. Ter plaatse van een voormalig bomenkwekerij (tot 2003) zijn mogelijk bestrijdingsmiddelen in de bodem terechtgekomen. Deze locatie dient nader te worden onderzocht. Op de locatie zijn meerdere deellocaties asbestverdacht bevonden. Het gaat hierbij om één van de gebouwtjes te Hazenpad 31. Dit gebouw heeft een dak dat verdacht is op asbest. Daarnaast zijn meerdere schuren van Hazenpad 1 ook verdacht op de aanwezigheid van asbesthoudende dakplaten. Indien regenwater van het dak afstroomt en op de bodem terecht komt zou het asbest in de bodem terecht kunnen komen. Eventuele druppelzones zijn dus ook verdacht op asbest. Daarnaast is het mogelijk dat bij het dempen van de sloten in de jaren 70 en 80 op de onderzoekslocatie gebruik is gemaakt van puin met daarin asbest. De gedempte sloten worden dan ook als asbest

8 Milieuhygiënisch vooronderzoek, Arcadis Nederland BV (18 september 2023)

22

Onze referentie: HDFYYRTRNMKZ-508660654-500:4.0 - Datum: 7 mei 2024 - Public

verdacht gezien. Andere stortlocaties van puin zijn ook verdacht van asbest. Bij half verharde paden op het landbouwterrein kan mogelijk ook asbest verdacht materiaal gebruikt zijn. Hetzelfde geldt voor de fundering van bijvoorbeeld asfalt of betonplaten en de dammetjes. Conclusie Binnen het plangebied worden geen verontreinigingen verwacht, omdat het altijd is gebruikt als landbouwgrond. Op basis van de bodemkwaliteitskaart is zowel de ontgravings- als toepassingsklasse van boven- en ondergrond AW2000. Ook is de locatie niet verdacht op het voorkomen van PFAS. Op de locatie zijn meerdere deellocaties asbestverdacht bevonden. Aanbevolen wordt om op deze locaties een verkennend asbestonderzoek uit te voeren met als hypothese “verdacht”. Ook dient er nader onderzoek te worden gedaan naar het gebied waar tot 2003 een bomenkwekerij heeft gestaan, hier zijn mogelijk chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt, die tot bodemverontreiniging kunnen hebben geleid. Geconcludeerd kan worden dat de bodemkwaliteit van 7poort fase voor het grootste gedeelte geschikt is voor de voorgenomen ontwikkeling. Op een aantal specifieke locaties is nader onderzoek nodig, dit wordt uitgevoerd voor de realisatiefase. Er zijn geen negatieve effecten ten aanzien van de bodemkwaliteit te verwachten.

3.6

Water

Grondwater Uit eerdere bodemonderzoeken is gebleken dat er in het gebied sprake is van kwel en dat de regionale grondwaterstromingsrichting noordwestelijk is gericht. Daarnaast wordt de stroming van het oppervlakkige grondwater beïnvloedt door de aanwezigheid van sloten en drainage. Ook ligt het plangebied niet in een grondwater- of bodembeschermingsgebied. Deze conclusies worden ook bevestigd door de beschikbare data van Grondwatertools, DINOLoket en de Klimaateffectatlas. In het plangebied zelf bevinden zich geen grondwatermeetpunten volgens DINOLoket en Grondwatertools. Wel zijn er drie meetpunten binnen een straal van ca. 600 m van het plangebied, die beschikken over een meetreeks (zie onderstaande figuren). Volgens de meetgegevens van deze drie meetpunten bevindt de GHG zich op ca. 0,50 tot 0,80 m onder maaiveld. Gezien er zich geen meetpunten in het plangebied bevinden is het onduidelijk hoe goed de bestaande meetreeksen de grondwatersituatie in het plangebied weerspiegelen. Er is daarom ook gekeken naar de GHG waardes volgens het Nationaal Bodem Model 2016 (Klimaateffectatlas). Volgens dit model bevindt de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand zich in het plangebied ondieper dan de uitkomsten van de meetreeksen, namelijk van minder dan 0.20 m tot een maximale diepte van 0.60 m onder maaiveld.

Vanwege ontbrekende grondwatergegevens in het plangebied zijn er geen betrouwbare conclusies te trekken uit de beschikbare data. Echter is de verwachting (gezien het streefpeil van NAP +10,65 meter; zie volgende paragraaf) dat de GHG zich relatief ondiep onder maaiveld bevindt (afhankelijk van de lokale maaiveldhoogte) met een maximale diepte van ca. 0.80 m. Oppervlaktewater Op de leggerkaart van Waterschap Rijn en Ijssel zijn de watergangen (blauw), peilvakken (groen) en waterobjecten (rood/oranje) in de omgeving van het plangebied weergegeven. De leggerkaart geeft weer dat het plangebied aan de zuidzijde grenst aan de Hengelder Leigraaf en dat zich daarnaast ook langs de oostelijke en westelijke grens van het plangebied A-watergangen bevinden.

23

Onze referentie: HDFYYRTRNMKZ-508660654-500:4.0 - Datum: 7 mei 2024 - Public

Figuur 8: Leggerkaart oppervlaktewater (Waterschap Rijn en IJssel)

In het plangebied en de directe omgeving bevinden zich verschillende peilvakken. De peilvakken LV44420014, LV44420016, LV44450003, LV44510004 en LV44510006 worden op peil gehouden door stuw ST44510017 in het westen. Het streefpeil van deze stuw is NAP +10,65 meter. De overige leidingvakken stroomafwaarts worden op peil gehouden door stuw ST44610001 (stuw Hengelder nabij de Hengelderweg). Hier is het streefpeil NAP +9,70 meter. Waterkwaliteit Er wordt geadviseerd gebruik te maken van milieuvriendelijke bouwmaterialen en het achterwege laten van uitlogende bouwmaterialen zoals lood, koper, zink en zacht PVC. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Bergingsopgave De totale toename aan verharding (bebouwing, autorijbaan, fietspad en voetpad) is gelijk aan 418.040 m2. Aanleg van nieuw verhard oppervlak leidt tot versnelde afvoer van hemelwater naar watergangen. Hierom dient de toename in verharding gecompenseerd te worden. Voor de omgang met hemelwater wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten:  Hemelwater wordt gescheiden ingezameld van het vuilwater.  Voor de bergingscompensatie van het verhard oppervlak is uitgegaan van de beleidsregels voor bebouwing van het Waterschap Rijn & Ijssel.

Dit komt neer op een bergingsnorm van 80 mm voor het gebied dat toegenomen is in verhard oppervlak.

24

Onze referentie: HDFYYRTRNMKZ-508660654-500:4.0 - Datum: 7 mei 2024 - Public

Tabel 2: Bergingsopgave als gevolg van toename verharding en bijbehorende bergingseis.

Een toename in verharding van 418.040 m² en de bergingseis van 80 mm resulteren in een bergingsopgave van 33.443 m3. De waterberging is voorzien in de groenstroken op het terrein. Inpassing bergingsopgave De bodem is in het plangebied over het algemeen goed doorlatend en biedt kansen voor infiltratie (vanuit de waterberging). Hierbij is het belangrijk om rekening te houden met lokale verstorende kleilaagjes die zijn aangetoond in een aantal van de bodemprofielen uit het plangebied. In onderstaande figuur is aangegeven dat er in het centrale ‘groene’ deel van het plangebied (buiten het bestaande water en bos) totaal ca. 3,7 ha beschikbaar is voor waterberging. In deze gebieden bevindt het maaiveld zich in de huidige situatie gemiddeld op ca. NAP +11,45 m (op basis van AHN). Daarnaast is in onderstaande figuur ook met stippellijnen een gebied aangegeven langs de westelijke watergang, die mogelijk ook gebruikt kan worden voor waterberging. Echter wordt dit gebied in de toekomst anders ingericht, waarbij de watergang een natuurlijkere inpassing krijgt. Momenteel is het nog onduidelijk hoe dit gebied eruit komt te zien en of/hoeveel ruimte er mogelijk beschikbaar komt voor waterberging. Daarnaast ligt het maaiveld hier gemiddeld ca.

0,5 m lager dan NAP +11,45, waardoor de waterberging hier mogelijk (afhankelijk van de lokale GHG) een stuk minder diep kan worden dan in de overige voorziene waterbergingsgebieden in het plangebied.

Figuur 9: Indicatie van vrije ruimte ten behoeve van de waterberging (inclusief indicatie van mogelijke ruimte in de nieuw in te richten westelijke hoek van het plangebied.

Op basis van bestaande meetreeksen van een aantal peilbuizen in de omgeving van het plangebied en het streefpeil in dit peilvak van NAP +10,65 m is de GHG voor de centrale waterbergingsgebieden ingeschat op gemiddeld ca. 80 cm onder maaiveld. Om boven de GHG te blijven kan de waterberging dan maximaal 0,80 m diep worden. Met een maximale peilstijging van 0,80 m en een bergingsopgave van 33.443 m 3 heeft de waterberging een oppervlakte nodig 25

Onze referentie: HDFYYRTRNMKZ-508660654-500:4.0 - Datum: 7 mei 2024 - Public

van minimaal ca. 41.804 m² (exclusief talud). Uit ervaring met het grondwater in omliggend gebied is vanuit het waterschap aangegeven dat de GHG in het plangebied zich vermoedelijk hoger bevindt dan de aangenomen 0,80 m onder maaiveld. Indien de GHG in de praktijk (sterk) blijkt af te wijken van 0,80 m onder maaiveld, heeft dit gevolgen voor de maximale peilstijging en de ruimteclaim van de waterberging. Het plaatsen van peilbuizen op strategische locaties in het plangebied kan aantonen of de ingeschatte GHG van 0,80 m -maaiveld overeenkomt met de werkelijke situatie. In onderstaand figuur zijn een aantal mogelijkheden weergegeven voor het inpassen van de waterberging. Hierbij resulteert het gebruiken van de volledige beschikbare 37.000 m² in een gemiddelde diepte van 0,90m, wat ca. 0,10 m onder de aangenomen GHG (0,80 m) is. Deze inpassingsmogelijkheid toont dus aan dat er in het huidige ontwerp onvoldoende ruimte is in de centrale groene ruimte om de bergingsopgave in te passen. Rekening houdend met de taluds (ca. 1:1), heeft de waterberging een totale oppervlakte van ca. 46.000 m² nodig om de bergingsopgave in te kunnen passen, terwijl er ca. 37.000 m² beschikbaar is. Hierdoor is er dus een totaal ruimtetekort van 9.000 m² bij een gemiddelde diepte van 0,80 m, wat neerkomt op een bergingstekort van 3.843 m 3.

Tabel 3: Inpassingsmogelijkheden van de bergingsopgave (33.443 m 3) binnen in het plangebied.

Conclusie en aanbevelingen De beschikbare ruimte in het centrale ‘groene’ gebied is onvoldoende om de volledige bergingsopgave te dekken. In de berekeningen is uitgegaan van een GHG van 0,80 m, gebaseerd op het streefwaterpeil en grondwatermeetgegevens van omliggende peilbuizen. Echter geeft het waterschap aan dat dit waarschijnlijk een optimistische aanname is en in werkelijkheid de GHG vermoedelijk hoger ligt. Hierdoor zouden de waterbergingen dus minder diep komen te liggen en daardoor een stuk groter oppervlak in beslag nemen om dezelfde capaciteit te behouden. Gezien de grote invloed van de GHG op de dimensionering van de waterbergingen wordt het aangeraden om peilbuizen in het plangebied te plaatsen en te bepalen wat de exacte GHG is in het gebied. Wellicht dat er bij de herinrichting van de westelijke hoek met de watergang ruimte vrijgemaakt kan worden om (een deel van) de resterende bergingsopgave te dekken. Daarnaast kan er gekeken worden naar manieren om de bergingsopgave voor openbaar terrein te verkleinen via bijvoorbeeld het aanbrengen van berging op daken of terreinen en het toepassen van halfverharding.

3.7

Duurzaamheid

Voor 7Poort fase II zijn duurzaamheidsambities opgesteld die leidend zullen zijn in de verdere ontwikkeling van het terrein. Deze ambities worden de komende tijd door vertaald naar concrete maatregelen die landen in het bestemmingsplan, beeldkwaliteitsplan, het definitief ontwerp of de kavelpaspoorten voor de kavels. De duurzaamheidsambities voor 7Poort II zijn integraal en gaan verder dan duurzame energie en materialen. De ambities bestaan uit de volgende vijf speerpunten: 1. Duurzaam energiesysteem 2. Groene entree van Nederland 3. Circulair bouwen 4. Circulaire infrastructuur 5. Certificering

26

Onze referentie: HDFYYRTRNMKZ-508660654-500:4.0 - Datum: 7 mei 2024 - Public

Duurzaam energiesysteem Prioritair, want onontkoombaar vanwege de netcongestieproblematiek, is een Duurzaam energiesysteem. Dit is niet alleen essentieel op de korte termijn, doordat Liander momenteel aangeeft dat groot-aansluitingen alleen medewerking verkrijgen op het moment dat de ontwikkeling bijdraagt aan vermindering van netcongestie, maar de verwachting is dat de energietransitie ook in de toekomst nog veel gaat vragen, waardoor dit een urgent thema zal blijven. Voor 7Poort fase II vraagt dit een ‘ontwikkelingspad’, waarbij gasloos op korte termijn niet mogelijk is. Gasloos is pas aan de orde zodra de netcongestieproblematiek is opgelost. In samenwerking met de andere bedrijventerreinen in Zevenaar zal alles uit de kast getrokken moeten worden om slim met de aanwezige netcapaciteit om te gaan. Ook vraagt dat van toekomstige bedrijven op de korte termijn grote inspanningen voor het beperken van hun elektriciteitsbehoefte en/of het balanceren van hun eigen duurzame stroomopwekking en -behoefte. Daarnaast vraagt het van de gemeente en bedrijven een transitieplan hoe men richting de toekomst met energievraagstukken op bedrijfsniveau en op het bedrijventerrein om wil gaan. Zo zal de door de rijksoverheid gestuurde transitie ten aanzien van elektrificatie van het (bedrijfswagen)park ook impact gaan hebben op de energiebehoefte.

Groene entree van Nederland De landschappelijke kwaliteit van het plangebied vormt de basis voor 7Poort fase II als Groene entree van Nederland. Handhaving en versterking van de landschapselementen tot landschappelijk raamwerk vormt voor nu en in de toekomst de belangrijkste onderscheidende en waardevaste kwaliteit ten aanzien van de beeldkwaliteit (Figuur 1). Dit zal leiden tot klimaatrobuustheid met meerwaarde voor natuur en recreatie. Een groene overgang naar de omgeving en zeker richting snelweg en toekomstige woonwijk is daarbij zeer belangrijk. Een stevig landschappelijk raamwerk is belangrijk, omdat het type bedrijvigheid zich naar verwachting niet kenmerkt door een bijzondere c.q. hoge beeldkwaliteit. Het landschappelijke groenkader zal daarom de belangrijkste drager van de beeldkwaliteit zijn, aangevuld met slimme strategische eisen aan de (groene) beeldkwaliteit van bedrijven, waarbij ook eisen ten aanzien van natuur inclusief bouwen worden meegenomen ter ondersteuning van de in het gebied aanwezige en te ontwikkelingen natuurwaarden. Circulair bouwen Na het duurzame energiesysteem en het landschappelijk raamwerk vormt Circulair bouwen de belangrijkste ambitie voor een toekomstbestendig 7Poort fase II. De focus ligt hierbij in eerste instantie op flexibiliteit en aanpasbaarheid en daarna op duurzaam materiaalgebruik.

Dit is relevant, omdat veel bedrijfsfuncties en zeker de logistiek snel van locatie (kunnen) veranderen. Logistieke bedrijfspanden zijn vaak zo ontworpen dat ze snel gebouwd kunnen worden en daarmee ook weer snel ontmanteld kunnen worden. Toch blijkt dit in de praktijk tegen te vallen, waardoor bij veranderende eisen voor de optimale opzet van bedrijfsfuncties, bedrijfspanden toch snel kunnen verouderen. Hierdoor is de kans aanwezig op steeds laagwaardigere vormen van bedrijvigheid, die vrijkomende verouderde bedrijfslocaties benutten. Dit heeft ook een negatief effect op (de waardering van) omliggende bedrijfslocaties. Hoe flexibeler en beter aanpasbaar het bedrijfsgebouw is, hoe meer dit effect voorkomen kan worden. Dit maakt het bedrijfsgebouw, en ook het gehele bedrijventerrein, waardevaster. Voor bedrijven waar sprake is van een grote financieringsinzet vanwege specifieke (industriële) bedrijfsprocessen, zal minder snel sprake zijn van locatie veranderingen. De opzet van deze bedrijfslocaties moeten robuust en/of flexibel opgezet zijn, zodat ze voor de lange termijn op hun plek vooruit kunnen. Aanvullend kunnen bedrijven gestimuleerd, c.q. ondersteund worden om ook duurzame materialen toe te passen. Circulaire infrastructuur Ten aanzien van circulariteit kan de gemeente zelf komen tot een Circulaire infrastructuur.

Dit sluit aan op eerdere innovatietrajecten van Zevenaar, waarmee het zich als koploper op dit gebied heeft getoond. Certificering Om bovenstaande optimaal te waarborgen, maar ook te duiden naar geïnteresseerde bedrijven en als onderdeel van de positionering van 7Poort fase II is Certificering belangrijk. Hierbij wordt gekozen voor een certificering voor bedrijfsbebouwing om de ambities Duurzaam Energiesysteem en Circulair bouwen te ondersteunen en een certificering op gebiedsniveau om de ambities ten aanzien van Groene entree van Nederland en Circulaire infrastructuur te ondersteunen. De certificering is daarmee doelgericht en effectief. De certificering dient administratief behapbaar te zijn voor de bedrijven en de gemeente.

27

Onze referentie: HDFYYRTRNMKZ-508660654-500:4.0 - Datum: 7 mei 2024 - Public

De hoogste ambitie wordt voorzien voor de thema’s Energie en Landschap, groen, en ecologie (niveau 3). De hoge ambitie voor Energie is verbonden met de grote opgave rond netcongestie en voor Landschap, groen en ecologie om tot onderscheidende kwaliteit te komen die in belangrijke mate bij zal dragen aan de toekomstbestendigheid van het terrein. Op de thema’s Klimaat, Circulair en Certificering is er mede ten behoeve van die toekomstbestendigheid ook een duidelijke ambitie (niveau 2), maar afhankelijk van definitieve keuzes en uitwerking kan tot een hogere (niveau 3) of lagere ambitie (niveau 2) gekomen worden.

Figuur 10: Ambitieniveaus van de kernambities voor 7Poort fase II

Conclusie en aanbevelingen 7Poort fase II heeft veel potentie om een duurzaam en toekomstbestendig bedrijventerrein te worden die voldoet aan zowel duurzaamheidsdoelen van de gemeente Zevenaar als de GMR. Grootste uitdaging vormt de energieopgave. Hier zal een forse inzet van gemeente en bedrijven nodig zijn. Daarnaast is de groenkwaliteit de grootste kans en garantie voor een onderscheidende kwaliteit op de lange termijn. Door hier zwaar op in te zetten, is meer ruimte mogelijk ten aanzien van de bedrijfsbebouwing en inrichting van de bedrijfskavel. Met een slimme groen- en wateropzet kan men echt een voorbeeld zijn voor een andere bedrijventerreinen ten aanzien van klimaatrobuustheid en natuurinclusiviteit. Ten aanzien van circulariteit liggen er eveneens verschillende kansen. Met certificering is bovenstaande goed te borgen en te monitoren, maar het is ook een hulpmiddel ten behoeve van subsidies. Diverse ambities vragen nog om onderzoek en nadere uitwerking. Dit geldt zeker voor het energievraagstuk, maar ook voor de wateropgave. Veel andere maatregelen kunnen meegenomen worden bij de uitwerking van de reguliere plannen, zoals het beeldkwaliteitsplan en het inrichtingsontwerp.

Ook zal nog bepaald moeten worden, wat daadwerkelijk als verplichting wordt opgenomen, bijvoorbeeld in contractafspraken, of als stimulans, bijvoorbeeld in een korting die de gemeente Zevenaar kan geven aan bedrijven die duurzaam willen ondernemen. Via een parkmanagementorganisatie kunnen bijvoorbeeld ook tegen een gereduceerd tarief uniforme hekwerken en beplantingen worden afgenomen. Via een parkmanagementorganisatie is ook het beheer van het groen op de bedrijfskavels duurzaam te organiseren.

3.8

Hinder in de aanlegfase

In de aanlegfase kan er sprake zijn van tijdelijke hinder. Deze hinder kan betrekking hebben op bijvoorbeeld geluidhinder en trillingen door het slopen. Andere hinder kan komen van bouwafval, verlichting, bereikbaarheid en verkeersveiligheid. In de aanlegfase zal hinder zoveel mogelijk kunnen worden beperkt door maatregelen te treffen. Gedurende de bouwperiode kunnen tijdelijke effecten optreden ten aanzien van, bijvoorbeeld: • Geluid en trillinghinder:

28

Onze referentie: HDFYYRTRNMKZ-508660654-500:4.0 - Datum: 7 mei 2024 - Public

Tijdens de realisatieperiode kan er geluidshinder optreden door de werkzaamheden die op het bouwterrein plaatsvinden. De overlast in de aanlegfase wordt door de aannemer geminimaliseerd, te borgen via het contract met de aannemer. • Bouwafval en zwerfvuil: In de realisatieperiode ontstaat er bouwafval. Deze wordt gescheiden opgeslagen en afgevoerd door een erkende afvalverwerker. • Verlichting: Tijdens de realisatiefase wordt het bouwterrein verlicht door middel van verlichting in de kranen en lichtmasten. Deze verlichting zorgt ervoor er zicht is op de bouwplaats en draagt bij aan de veiligheid en veiligheidsgevoel om het in en om plangebied. • Bereikbaarheid en verkeersveiligheid: Om negatieve effecten op de bereikbaarheid voor de bestemmingen in de omgeving (waaronder de haven) zoveel mogelijk te voorkomen, wordt er in overleg met de gemeente alsook met overige betrokken partijen vastgelegd op welke wijze de bereikbaarheid wordt gegarandeerd. Ook worden er nadere afspraken gemaakt over de bereikbaarheid voor de hulpdiensten. Ook de verkeersveiligheid is een belangrijk aandachtspunt tijdens de realisatieperiode.

29

Onze referentie: HDFYYRTRNMKZ-508660654-500:4.0 - Datum: 7 mei 2024 - Public

4

CONCLUSIE EN SAMENVATTING

Locatie voorgenomen activiteit De gemeente Zevenaar heeft het voornemen om 7Poort fase II te ontwikkelen, zodat de gemeente ruimte kan bieden aan de vraag naar bedrijfskavels. De totale vraag voor de Groene Metropoolregio tot en met 2030 wordt geraamd op 216 ha. De gemeente Zevenaar heeft een zeer grote actuele vraag naar bedrijfskavels. Begin 2023 is er een lijst met ongeveer 60 bedrijven, ontwikkelaars en tussenpersonen die interesse kenbaar hebben gemaakt in een kavel op 7Poort fase II. De ontwikkeling van het bedrijventerrein 7Poort fase II heeft een omvang van circa 36,6 hectare. Het bedrijventerrein zal zich gaan richten op maakindustrie, logistiek en (gemengd) lokale bedrijven. Naast bedrijfskavels wordt er ook een wegenstructuur aangelegd en een groen-blauw structuur aangebracht. Om de voorgenomen ontwikkeling planologisch mogelijk te maken, is een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Gekoppeld aan het bestemmingsplan wordt de plan-m.e.r.- beoordeling doorlopen. Gekoppeld aan het bestemmingsplan wordt de m.e.r. -beoordelingsprocedure doorlopen. Onderstaand is een samenvatting opgenomen van de kenmerken van de voorgenomen activiteit en de uitgevoerde effectbeschrijving in voorliggende aanmeldingsnotitie.

Deze samenvatting sluit af met de conclusie dat er geen belangrijke nadelige gevolgen worden verwacht als gevolg van de realisatie en gebruik van de ontwikkeling 7Poort fase II. Kenmerken van de activiteit In 7Poort fase II wordt een bedrijventerrein ontwikkeld van circa 36,6 hectare die zich richt op maakindustrie, logistiek en (gemengd) lokale bedrijven. Naast bedrijfskavels wordt er ook een wegenstructuur aangelegd en een groen-blauw structuur aangebracht. Voor de ontwikkeling van 7poort fase II moeten er werkzaamheden plaatsvinden voor het bouwrijp maken van de grond en vinden er bouwactiviteiten plaats tijdens de realisatiefase. Hieronder worden de specifieke bouwactiviteiten benoemd, die in de effectbeoordeling in voorliggende aanmeldingsnotitie zijn betrokken. Tijdens de bouw worden vier fasen doorlopen: • Voorbereiding uitvoering • Bouwrijp maken • Inrichten openbare ruimte • Nutsvoorzieningen realiseren Verwacht wordt dat gestart kan worden met de bouw in 2026. Het bedrijventerrein wordt gefaseerd ontwikkeld waardoor de realisatiefase loopt van 2026 tot en met 2038. Het eerste moment dat alle bedrijven in gebruik zijn op 7Poort fase II zal in 2039 plaatsvinden. De effecten van de activiteit In onderstaande tabel zijn de effecten van de aanleg en het gebruik van de voorgenomen ontwikkeling van 7Poort fase II samengevat.

30

Onze referentie: HDFYYRTRNMKZ-508660654-500:4.0 - Datum: 7 mei 2024 - Public

Aspect

Subaspect

Verkeer

Woon- en leefklimaat

Effectbeoordeling Uit de verkeertoets blijkt 7Poort fase II een verkeersgeneratie van 7.772 mvt/werkdagetmaal te hebben. Uit de verkeersintensiteiten is een toename van de verkeersintensiteiten op wegvakniveau te zien. Er dienen echter geen aanvullende infrastructurele maatregelen getroffen te worden, boven op de infrastructurele maatregelen die genomen moesten worden ten behoeve de realisatie van fase I van 7Poort. Als deze maatregelen worden getroffen, deze staan op de planning, worden er geen negatieve effecten verwacht met betrekking tot de verkeersafwikkeling. Dit wordt geborgd door een voorwaardelijke verplichting op te nemen in het bestemmingsplan. Hierin wordt geregeld dat toekomstige bedrijven niet eerder mogen ontwikkelen voordat door middel van een verkeersonderzoek is gebleken dat het verkeer, gegenereerd door de ruimtelijke ontwikkeling BusinessPark 7Poort II, voldoende afgewikkeld kan worden op het wegennetwerk.

Parkeren

Uitgangspunt is dat het geldende parkeerbeleid van de gemeente Zevenaar dient te worden gevolgd en de parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd dienen te worden. Deze uitgangspunten worden meegenomen in de verdere planontwikkeling. Daarmee treden er geen negatieve effecten op het aspect parkeren op.

Geluid en milieuzonering

Binnen de hindercontouren van het bedrijventerrein 7Poort II liggen geen milieugevoelige functies. Dit betekent dat er geen belemmeringen zijn voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein vanuit het aspect milieuzoneringen en geluid. Wanneer duidelijk is welke bedrijven zich vestigen op het bedrijventerrein dan dienen deze bedrijven bij de vergunningsaanvraag een akoestisch onderzoek aan te leveren om aan te tonen dat ze binnen de geluidswaarden blijven. Hiermee wordt geluidshinder ook in een later stadium voorkomen.

Er worden geen negatieve effecten verwacht op het gebied van plaatsgebonden risico en groepsrisico met betrekking tot de invloedsgebieden van de A12 (wegvak G12 en G13) en de leidingen -512, A-523, N-566-02, NExterne veiligheid 566-11. In sommige gevallen neemt het groepsrisico wel toe in het plangebied, maar blijft het ruim onder de oriëntatiewaarde. In het onderzoek Externe veiligheid worden aanbevelingen gedaan, die meegenomen worden in het DO (definitief ontwerp) van het gebied.

Archeologie

Deze bodems duiden op een deels dynamisch, deels rustig riviergebied waarin klei heeft kunnen afzetten. Deze gronden hebben vaak een lagere tot middelhoge verwachting op archeologische resten. Op basis van bovenstaande verwachting dient de dubbelbestemming waarde archeologie gehandhaafd te blijven. Het gebied kan niet worden vrijgegeven. Hiervoor dient aanvullend archeologisch vervolgonderzoek worden uitgevoerd in het hele plangebied. Zolang dit onderzoek niet is uitgevoerd blijven de dubbelbestemmingen met betrekking tot archeologische waarden in het plangebied gehandhaafd. Hiermee worden de archeologische waarden beschermd en geborgd.

Cultuurhistorie

De landschappelijke (cultuurhistorische) structuren zijn meegenomen in het ruimtelijk ontwerp. Op deze manier worden belangrijke landschappelijke structuren meegenomen en worden negatieve effecten voorkomen.

Gebiedsbescherming

Door de afstand tot Natura 2000-gebieden en de aanwezigheid van andere verstoringbronnen zijn lokale negatieve effecten (licht-, geluids- en trillingseffecten) op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden uitgesloten. Ook blijkt uit de voortoets stikstof dat er geen

Cultuurhistorie en Archeologie

Natuur

31

Onze referentie: HDFYYRTRNMKZ-508660654-500:4.0 - Datum: 7 mei 2024 - Public

significante negatieve effecten kunnen plaatsvinden op omliggende Natura 2000-gebieden als gevolg van een toename in stikstofdeposities. Er zijn geen vervolgstappen nodig vanuit de Wet natuurbescherming. Het plangebied ligt niet in Gelders Natuurnetwerk (GNN)-gebied of in Groene Ontwikkelzones (GO). In de provincie Gelderland is geen sprake van externe werking voor GNN. Op basis van de ligging van het plangebied ten opzichte van GNN en GO, zijn effecten op het GNN en GO op voorhand uit te sluiten. Vervolgstappen in relatie tot GNN en/of GO zijn daarom niet aan de orde.

Soortenbescherming

Als gevolg van de werkzaamheden treden er mogelijk effecten op diverse beschermde soorten vogels zonder en met jaarrond beschermd nest, marters (kleine marterachtigen, das, boom- en steenmarter), kamsalamander, poelkikker, grote modderkruiper, grote vos en algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en- amfibieën. Effecten op vogels zonder jaarrond beschermd nest zijn te voorkomen door het nemen van mitigerende maatregelen. De voorgenomen werkzaamheden leiden bij aanwezigheid tot overtredingen van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Er dient een het soortgericht onderzoek uitgevoerd te worden naar de effecten op de andere mogelijk voorkomende beschermde soorten. Uit het soortgericht onderzoek moet naar voren komen welke soorten aanwezig zijn in het gebied en welke effecten zij ondervinden door de werkzaamheden. In de regels van het bestemmingsplan is geborgd dat er voor de realisatie van 7 Poort fase II soortgericht onderzoek moet worden uitgevoerd. Als uit het onderzoek blijkt dat de soort voorkomt dienen er passende mitigerende en compenserende maatregelen getroffen te worden en dient op basis van een activiteitenplan een Omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit te worden aangevraagd. Doordat deze stappen zijn geborgd in de regels van het bestemmingsplan, zijn ervoor nu geen negatieve effecten te verwachten.

Binnen het plangebied worden geen verontreinigingen verwacht, omdat het altijd is gebruikt als landbouwgrond. Op basis van de bodemkwaliteitskaart is zowel de ontgravings- als toepassingsklasse van boven- en ondergrond AW2000. Ook is de locatie niet verdacht op het voorkomen van PFAS. Op de locatie zijn meerdere deellocaties asbestverdacht bevonden. Aanbevolen wordt om op deze locaties een verkennend asbestonderzoek uit te voeren met als hypothese “verdacht”. Ook dient er nader onderzoek te worden gedaan naar het gebied waar tot 2003 een bomenkwekerij heeft gestaan, hier zijn mogelijk chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt, die tot bodemverontreiniging kunnen hebben geleid.

Bodem

Geconcludeerd kan worden dat de bodemkwaliteit van 7poort fase voor het grootste gedeelte geschikt is voor de voorgenomen ontwikkeling. Op een aantal specifieke locaties is nader onderzoek nodig, dit wordt uitgevoerd voor de realisatiefase. Er zijn geen negatieve effecten ten aanzien van de bodemkwaliteit te verwachten. De oppervlaktewateren worden in het ontwerp behouden of versterkt. Er Oppervlaktewater worden geen negatieve effecten verwacht met betrekking tot oppervlaktewater. Water Grondwater

32

In de ontwikkeling van 7Poort fase II en het bepalen van de waterberging wordt rekening gehouden met de grondwaterstanden. Er wordt geadviseerd om peilbuizen te plaatsen om de grondwaterstanden beter in beeld te krijgen, waardoor de waterberging hierop afgestemd kan worden. Er worden geen negatieve effecten verwacht met betrekking tot grondwater.

Onze referentie: HDFYYRTRNMKZ-508660654-500:4.0 - Datum: 7 mei 2024 - Public

Waterberging

Het doel is om voldoende waterberging te realiseren in het plangebied. Een dele van de waterberging komt in het groen gebied in het midden van het bedrijventerrein. Een ander deel kan ingevuld worden door groene daken of door de mogelijkheden van een waterberging te onderzoeken aan de westzijde van het plangebied. De waterberging moet over voldoende capaciteit beschikken om bij extreme neerslag ook de regen te kunnen opvangen (tot 80 mm).

Waterkwaliteit

Er wordt geadviseerd gebruik te maken van milieuvriendelijke bouwmaterialen en het achterwege laten van uitlogende bouwmaterialen zoals lood, koper, zink en zacht PVC. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Er worden dan geen negatieve effecten verwacht

Duurzaamheid

7Poort fase II heeft veel potentie om een duurzaam en toekomstbestendig bedrijventerrein te worden die voldoet aan zowel duurzaamheidsdoelen van de gemeente Zevenaar als de GMR. Grootste uitdaging vormt de energieopgave. Hier zal een forse inzet van gemeente en bedrijven nodig zijn. Daarnaast is de groenkwaliteit de grootste kans en garantie voor een onderscheidende kwaliteit op de lange termijn. Door hier zwaar op in te zetten, is meer ruimte mogelijk ten aanzien van de bedrijfsbebouwing en inrichting van de bedrijfskavel. Met een slimme groen- en wateropzet kan men echt een voorbeeld zijn voor een andere bedrijventerreinen ten aanzien van klimaatrobuustheid en natuurinclusiviteit. Ten aanzien van circulariteit liggen er eveneens verschillende kansen. Met certificering is bovenstaande goed te borgen en te monitoren, maar het is ook een hulpmiddel ten behoeve van subsidies.

Hinder in aanlegfase

Om negatieve effecten op de bereikbaarheid voor de bestemmingen in de omgeving (waaronder de haven) zoveel mogelijk te voorkomen, wordt er in overleg met de gemeente alsook met overige betrokken partijen vastgelegd op welke wijze de bereikbaarheid wordt gegarandeerd. Ook worden er nadere afspraken gemaakt over de bereikbaarheid voor de hulpdiensten. Ook de verkeersveiligheid is een belangrijk aandachtspunt tijdens de realisatieperiode.

Conclusie Op basis van de effectbeoordeling zoals beschreven in deze aanmeldingsnotitie en samengevat in bovenstaande tabel treden er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu op mits de beschreven onderzoeken worden uitgevoerd en/of mitigerende maatregelen worden getroffen, namelijk: • • • •

• •

33

Aanvullend soortgericht onderzoek Aanvullend archeologisch onderzoek Op een aantal specifieke locaties dient een nader bodemonderzoek plaats te vinden, voordat er grondroerende werkzaamheden gaan plaatsvinden. Voor het aspect externe veiligheid wordt aanbevolen om een aantal zaken mee te nemen in het DO (definitief ontwerp) van het gebied, namelijk: – Om bij het ontwerpen op gebiedsniveau rekening te houden met de beschikbaarheid van bluswater. – Om op gebouwniveau rekening te houden met de relevante scenario’s door bouwkundige maatregelen te nemen conform onder andere de door het IPO opgestelde Catalogus bouwkundige maatregelen externe veiligheid van 1 januari 2010 (versie 5.3). – Aanbevolen wordt om afsluitbare ventilatieopeningen van wegvak G12 en wegvak G13 af te richten en een hoge plaatsing te verkiezen boven een lage plaatsing. Een akoestisch onderzoek uit te laten voeren door de bedrijven die zich gaan vestigen op 7Poort II. Een nader onderzoek naar het grondwater door middel van peilbuizen, zodat de benodigde waterbergingscapaciteit nauwkeuriger ingeschat kan worden. De waterberging moet verder uitgewerkt worden in het DO van het gebied en het waterhuishoudkundige plan.

Onze referentie: HDFYYRTRNMKZ-508660654-500:4.0 - Datum: 7 mei 2024 - Public

• •

34

De duurzaamheidsambitie vragen nog om onderzoek en nadere uitwerking. Dit geldt zeker voor het energievraagstuk, maar ook voor de wateropgave. Veel andere maatregelen kunnen meegenomen worden bij de uitwerking van de reguliere plannen, zoals het beeldkwaliteitsplan en het inrichtingsontwerp. Vanuit de duurzaamheidsambitie moet de gemeente nog bepalen, wat daadwerkelijk als verplichting wordt opgenomen, bijvoorbeeld in contractafspraken, of als stimulans, bijvoorbeeld in een korting die de gemeente Zevenaar kan geven aan bedrijven die duurzaam willen ondernemen.

Onze referentie: HDFYYRTRNMKZ-508660654-500:4.0 - Datum: 7 mei 2024 - Public

Colofon M.E.R.-BEOORDELING 7POORT FASE II

KLANT Gemeente Zevenaar AUTEUR Adviseur MER PROJECTNUMMER 30183598 ONZE REFERENTIE HDFYYRTRNMKZ-508660654-500:4.0 DATUM 7 mei 2024 STATUS Definitief GECONTROLEERD DOOR

R.W.

35

Onze referentie: HDFYYRTRNMKZ-508660654-500:4.0 - Datum: 7 mei 2024 - Public

Over Arcadis Arcadis is de leidende wereldwijd opererende datagedreven duurzame ontwerp-, advies- en consultancyorganisatie op het gebied van de natuurlijke en gebouwde omgeving. Wij zijn met 36.000 architecten, data-analisten, ingenieurs, projectplanners, water- en duurzaamheidexperts. Onze gedeelde passie is: Improving quality of life. Toewijding aan de strategie ‘accelerating a planet positive future’ onderschrijft onze wereldwijde samenwerking met klanten en hoe we hen helpen met duurzame projectkeuzes. We combineren digitale met mensgerichte innovaties en omarmen toekomstgerichte vaardigheden op het gebied van milieu, energie, water, gebouwen, transport en infrastructuur. We werken vanuit meer dan dertig landen en rapporteerden in 2023 een bruto omzet van 5 miljard euro. www.arcadis.com www.arcadis.com

Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland T +31 (0)88 4261 261

Arcadis. Improving quality of life

Volg ons op 36

Arcadis

arcadis_nl

Onze referentie: HDFYYRTRNMKZ-508660654-500:4.0 - Datum: 7 mei 2024 - Public

ArcadisNetherlands

bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)

Bijlage 5 Bureauonderzoek Archeologie

99

Bureauonderzoek archeologie BusinessPark 7Poort fase II Gemeente Zevenaar 9 november 2023 - Public

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=fe0f2850-0ee0-417c-8bfc-87d58a98d169