Bijlage 6. 1281844 - Bijlagen bij de toelichting bestemmingsplan BusinessPark 7Poort fase II
Tekst van het document
4.1
Duurzaam energiesysteem
Zoals aangegeven in hoofdstuk 3 moet vanwege de netcongestie alles uit de kast getrokken worden om al eerder dan in 2029 nieuwe bedrijven te kunnen aansluiten op 7Poort fase II en is totdat de netcongestie is opgelost een gasaansluiting onontkoombaar. Welke duurzaamheidsacties die hiernaast nodig zijn, zijn: 1. Duurzaam gassysteem: zorgen dat bij de uitwerking van het gassysteem de mogelijkheid blijft om in de toekomst over te schakelen naar groengas of waterstof. 2. Ruimte voor warmtenet: zorgen dat er op het bedrijventerrein voldoende ruimte is om in de toekomst een warmtenet aan te leggen, bijvoorbeeld om restwarmte uit te wisselen en eventueel te bufferen. 3. Smartgrid, energie-uitwisseling en netbeheer: komen tot smartgrid met energie-uitwisseling tussen de bedrijven op de bedrijventerreinen in Zevenaar, bij voorkeur zodanig dat verevening op het landelijke stroomnet wordt voorkomen en bedrijven minder kwetsbaar zijn voor de financiële consequenties van het landelijk stoppen van de verevening. Hiertoe zal een Energieplan ontwikkeld moeten worden waarbij ook buffercapaciteit meegenomen moet worden, bijvoorbeeld in de vorm van grote accu’s. Deze buffercapaciteit kan nooit alles opvangen door het jaar heen. Ook afspraken met bedrijven zijn nodig om bij of af te schakelen om stroompieken te drukken.
Het Energieplan zal samen met de netbeheerder moeten worden opgesteld, om te doen wat nodig is om aansluiting van bedrijven op 7Poort fase II wel eerder mogelijk te maken. 4. Verplichting zonne-energie op dak: verplichting voor maximale stroomopwekking op bedrijfsdaken. Dit kan met standaard pv-palen, maar ook met pv-folie op daken; waar gewicht een belemmerende factor kan zijn. Uitwerking van dit punt moet onderdeel zijn van het bovengenoemde Energieplan, om de energievraag vanuit het landelijke net te beperken. 5. Energietransitieplan voor bedrijven: bedrijven moeten aangeven hoe ze maximaal hun energiebehoefte en piekbelasting reduceren, voor de korte en langere termijn, waarbij ze mogelijke aanpassingen (uitbreiding etc.) van het bedrijf inclusief hun mobiliteit (elektrisch laden etc.) moeten meenemen. 6. Voorzieningen toekomstige laadbehoefte: in verlengde van punt 5 moeten bedrijven voor hun toekomstige laadbehoefte een plan maken voor nu en in de toekomst (aantal voertuigen, parkeerplaatsen, laadpalen, mantelbuizen voor toekomstige laadpalen etc.). Er zijn op 7Poort fase I al ideeën voor een waterstoftankstation. Daarom wordt dit voor 7Poort II buiten beschouwing gelaten.
4.2
Groene entree van Nederland
Om de Groene entree van Nederland te vormen zijn maatregelen relevant in eerste instantie op terreinniveau, maar ook op bedrijfsniveau (in volgorden van meest, naar minder belangrijk): 1. Landschappelijke groene omkadering: zoveel mogelijk behouden, benutten en versterken van aanwezige landschappelijke elementen (houtsingels, waterpartijen). De houtsingel aan oostzijde moet gehandhaafd worden als afscherming van het bedrijventerrein aan de oostzijde. In het verlengde van 7Poort fase I moet aan de noordzijde van 7Poort fase II ook ruimte gelaten worden voor groen langs de A12. Zorg voor een groene afscherming (groenzone met houtsingel) aan de zuidzijde richting de ontsluitingsweg en toekomstige woningbouw. Aan de westzijde is dit vergelijkbaar, en creëert samen met de inpassing van waterpartijen een groene entree naar 7Poort. De geplande forse groene wig (in het midden van noord naar zuid) door het terrein is een belangrijk onderdeel van het landschappelijke raamwerk en koppelt groenstructuren aan elkaar. Ook levert het de mogelijkheid van het creëren van ecologisch belangrijke gradiënten. 2. Groenstructuren ook gebruiken voor waterberging en -buffering: vanwege de grondwaterstanden is waterberging een opgave. Er zal voldoende ruimte voor waterberging in het landschappelijk raamwerk moeten worden gerealiseerd om klimaatrobuust te zijn.
Hierbij zou de groenstructuur langs de wegen zo opgezet kunnen worden dat de ene berm geschikt is voor waterafvoer/-berging en de andere berm voor begeleidende boombeplanting. Oppervlakkige afvoer met droogvallende greppels maakt het systeem robuuster. De aanvullende uitdaging is om klimaatrobuust te zijn in de droge periodes. Dit is van belang voor de groene- en ecologische 10
Datum: 26 april 2024
DUURZAAMHEIDSVISIE 7POORT FASE II
kwaliteiten, maar helpt ook tegen hittestress. Dit vraagt een watersysteem waar in natte periodes water opgezet kan worden. Sommige waterpartijen zijn mogelijk aan de onderzijde afgesloten en infiltreren via de bovenzijde. Dit vraagt een nadere doorwerking van het waterhuishoudkundig plan bij de landschappelijke uitwerking. 3. Losse inheemse (boom)beplanting langs wegen: vanwege de vele doorsteken van en naar bedrijfskavels kan een traditionele laanbeplanting erg versnipperen. Interessanter, flexibeler, beter aansluitend bij het landschappelijke karakter van het terrein, klimaatrobuuster en ecologische interessanter is een losse gevarieerde inheemse bomenopzet lans de wegen. 4. Beschermen en waar mogelijk verbeteren ecologische kwaliteiten en biodiversiteit op terreinniveau: bovenstaande (1 t/m 4) geven al goede voorwaarden hiervoor. Belangrijk is dat deze in samenwerking met een ecoloog zo worden uitgewerkt dat dit ook echt meeste waarde levert. Beperk verstoring door verkeer en bedrijfsactiviteiten. Door goede groene afscherming van bedrijven langs groenzones (zie punt 7), rustplekken in hoeken of randen op het terrein te creëren (ook geen wandelaars etc.), tegengaan instraling door koplampen, tegengaan lichthinder verlichting (zie §4.4) is veel verstoring te beperken. 5.
Duurzaam waterbeheer op de bedrijfskavels: in principe dienen bedrijven het water dat op hun terrein valt zelf op te vangen en bij voorkeur her te gebruiken en anders te infiltreren. Maatgevend is een bui van 80 mm. Hierbij moet wel voorkomen worden dat vervuilingen in de bodem terecht kunnen komen. Echter in droge periodes is het wenselijk dat regenwater op het watersysteem van het terrein wordt geloosd om verdroging tegen te gaan. In samenhang met punt 2 dient dit nader uitgewerkt te worden. 6. Verplichting groene gevels: voor dit type bedrijven is het vaak lastig om tot hoogwaardige beeldkwaliteit te komen. In plaats van stringente eisen aan het bouwvolume kan met een eis ten aanzien van de begroeiing van de geveloppervlakte meer bereikt worden. Bijvoorbeeld, 50% van de dichte gevel groen. Dit sluit aan op de groenambities van het hele terrein en biedt ecologische meerwaarde. In het beeldkwaliteitsplan zou hiervoor een sortiment opgenomen kunnen worden, waarbij vooral gedacht moet worden aan onderhoudsvrije beplanting die geen negatief effect hebben op de gevels. 7. Groene afscheiding bedrijfskavels: direct zicht op de bedrijfskavel zelf, bijvoorbeeld met zicht op opslag, beïnvloed de beeldkwaliteit van een bedrijventerrein in negatieve zin.
Een verplichte groene erfafscheiding, al dan niet gecombineerd met een hekwerk is niet alleen positief voor de beeldkwaliteit, het draagt ook bij aan de groene beeldkwaliteit van het terrein en heeft ecologische meerwaarde. In het beeldkwaliteitsplan dient dit nader te worden uitgewerkt, met bijvoorbeeld een beperkt sortiment inheemse soorten voor maximale meerwaarde voor de beeldkwaliteit en ecologie. 8. Overige natuurinclusief bouwen bedrijfskavels: bedrijven kunnen nog diverse maatregelen treffen om de ecologische kwaliteiten op het terrein te ondersteunen. Hier kunnen bijvoorbeeld met een puntensysteem (bij een kavelpaspoort) nog nadere afspraken over worden gemaakt. Belangrijk is ook dat verstoring van soorten wordt voorkomen. Ten minste dient lichtvervuiling te worden voorkomen of beperkt. Lampen dienen niet naar boven uit te stralen en zijn ’s nachts waar mogelijk gedimd en/of voorzien van sensoren. 9. Wandel- en fietsroutes over het terrein: de groene uitstraling biedt een aantrekkelijke omgeving voor de werknemers, maar ook als verbinding tussen Zevenaar en haar omgeving, als ook voor de toekomstige woonwijk aan de zuidzijde. Hiertoe dienen voldoende en veilige fiets- en wandelroutes op het terrein te liggen. De hoeve die bijvoorbeeld als horecaknooppunt kan dienen, kan hierbij een interessante schakel vormen.
4.3
Circulair bouwen
Zoals aangegeven in hoofdstuk 3, richt circulair bouwen zich vooral op de toekomstbestendigheid van bedrijfspanden. Hoe flexibeler of beter aanpasbaar het gebouw, hoe beter. Met modulaire, losmaakbare bouwoplossingen kan het gebouw meebewegen met veranderingen. Of door robuust te bouwen met overmaat zijn veranderingen ook beter op te vangen. Voor de bouwplannen van bedrijven zou daarom verplicht gesteld moeten worden: 1. Beoordeling op aanpasbaarheid, flexibiliteit, losmaakbaarheid en robuustheid. Mogelijke instrumenten om te gebruiken zijn de Building Circularity Index 2 of de Losmaakbaarheidsindex3. 2. Verplichting materialenpaspoort: weten wat voor materialen er toegepast zijn ten behoeve van toekomstige aanpassingen, inclusief waardering restwaarde. Aanvullend kunnen bedrijven gestimuleerd worden om ook duurzame materialen toe te passen. Hierbij zou het instrument van de GPR-certificering ingezet kunnen worden in combinatie met het koppelen aan landelijke subsidiemogelijkheden voor duurzaam (bijvoorbeeld biobased) materiaalgebruik (zie §4.5).
2 https://www.bcigebouw.nl/ 3 https://www.w-e.nl/project/circular-buildings-een-meetmethodiek-voor-losmaakbaarheid-v2-0-ontwikkeld/
11
Datum: 26 april 2024
DUURZAAMHEIDSVISIE 7POORT FASE II
4.4
Circulaire infrastructuur
Bij de landschappelijke en technische uitwerking en aanbesteding van de buitenruimte zijn er diverse mogelijkheden om tot duurzamere (circulaire) materialisatie te komen. Zevenaar is met een fietspad van Grasfalt al eerder koploper geweest ten aanzien van duurzame infrastructuur. Inmiddels heeft de techniek zich doorontwikkeld tot nog duurzamere (biobased) asfaltsoorten en andere duurzame oplossingen voor infrastructuur, ook voor bedrijventerreinen. Juist voor een landschappelijk bedrijventerrein is, in het verlengde van het eerdere toepassen van biobased asfalt, het interessant om 7Poort fase II als biobased innovatielocatie te gebruiken: biobased asfalt, biobased beton, biobased straat- en wegmeubilair etc. Eventueel kan hierbij samengewerkt worden met de provincie Gelderland die ook bezig is met biobased innovaties voor infrastructuur. Voor elementenverhardingen, zoals bij voetpaden, is relevant dat onkruidgroei wordt tegengegaan. Hiervoor zijn duurzame oplossingen beschikbaar. Voor wandelpaden door de groenstructuren zou een verhardingstype met de meest minimale impact moeten worden gebruikt, zoals een duurzame halfverharding. Een andere interessante opties is hergebruik van materialen (bestrating, banden etc.). Dit heeft een fors lagere impact dan het gebruik van nieuwe materialen.
Door slim aan te besteden, kunnen de meerkosten voor duurzame infrastructuur worden beperkt. Vanwege de verschillende opties en hun consequenties dienen bij de uitwerking van de plannen de verschillende opties nader te worden vergeleken. Door hierbij ook de MKImethodiek4 toe te passen is de milieu-impact overzichtelijk mee te nemen. Dit instrument kan ook ingezet worden bij de aanbesteding, zowel als (minimum)eis of als uitdaging. Door duurzame verlichting toe te passen (LED, lichtkleur, voorkomen lichthinder, slim dimmen etc.) wordt niet alleen energie en energiekosten bespaard, maar komt het ook ten goede van de natuurwaarden.
4.5
Certificering
Ten behoeve van de eerder aangegeven borging, monitoring en promotie, wordt ingezet op twee labels: 1. Voor het terrein: NL-Gebiedslabel5. Dit label van NL-Greenlabel is een methodiek om duurzaamheid van de buitenruimte te beoordelen en integraal mee te nemen in ontwerp, realisatie en beheer. Op basis van geodata en expert audits wordt de gebiedsontwikkeling aan de hand van zeven relevante thema’s en 21 indicatoren beoordeeld. Deze laatste zijn verbonden aan de Social Development Goals van de Verenigde Naties. Veel van de indicatoren zijn relevant voor de duurzame buitenruimte van 7Poort fase II, zoals beheer en onderhoud, circulaire materialen, energiebalans, waterhuishouding, aansluiting op lokale kwaliteiten en biodiversiteitsbevordering. Hoe eerder dit traject wordt opgepakt, hoe beter er in het ontwerp al rekening mee gehouden kan worden en hoe hoger kan worden gescoord. 2. Voor bedrijfsgebouwen: GPR-gebouw6. Dit label is wat eenvoudiger dan vergelijkbare labels en daarom voor bedrijven en de gemeente wat beter te hanteren. Daarnaast sluit het beter aan op de belangrijkste thema’s waar qua duurzaamheid op 7Poort fase II wordt ingezet. Naast Energie zijn dat Gebruikskwaliteit en Toekomstwaarde. Bij Toekomstwaarde gaat het nadrukkelijk om aanpasbaarheid inclusief de bij circulair bouwen genoemde losmaakbaarheidsindex.
Daarnaast wordt bij het thema Milieu ingegaan op Ruimte en natuur. De GPR-methodiek is inmiddels wat verouderd en een update wordt niet direct verwacht. Bedrijven zouden daarom relatief makkelijk een hoge score kunnen halen op dit moment. Echter, door zelf minimumeisen te stellen aan specifieke indicatoren binnen GPR, kan de lat toch hoog gelegd worden. Met de onderbouwing van de labels kan ook beter subsidies worden aangevraagd, zoals via de MIA-VAMILL regeling7 en de regeling Groenprojecten nieuwbouw met industriefunctie8.
4 MilieuKostenIndicator. Dit is een getal waarmee op basis van achterliggende Life Cycle Analyses (LCA) de milieubelasting van
producten uniform uitgedrukt en vergeleken kan worden. DuBoCalc is één van de middelen waarmee de MKI bij projecten uitgerekend kan worden. 5 https://www.nlgebiedslabel.nl/ 6 https://gprsoftware.nl/gpr-gebouw/ 7 https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/mia-vamil/milieulijst 8 https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/regeling-groenprojecten/nieuwbouw-met-industriefunctie 12
Datum: 26 april 2024
DUURZAAMHEIDSVISIE 7POORT FASE II
4.6
Implementatie
In deze paragraaf wordt door middel van onderstaande tabel inzicht gegeven in de inspanning en de impact van de maatregelen die benoemd zijn in paragraaf 4.1 t/m 4.5. Op deze manier wordt duidelijk of de maatregel makkelijk te verwezenlijken is en of de maatregel met betrekking tot duurzaamheid voldoende oplevert. De hoeveelheid impact en inspanning worden aangegeven met kleuren. Hoe groener de kleur is hoe meer impact een maatregelen heeft. Bij inspanning betekent een groenere kleur dat het makkelijker te verwezenlijken is. De meer gele kleuren betekenen dus minder impact of veel inspanning. Maatregel 1.
Implementatie
Duurzaam energiesysteem
Duurzaam gassysteem
De plannen zo uitwerken dat gassysteem in de toekomst mogelijk ook voor groen gas of waterstof kan worden gebruikt.
Ruimtereservering warmtenet
Bij de planuitwerking ruimten houden voor mogelijk toekomstig warmtenet c.q. lokale warmte-uitwisseling tussen bedrijven.
Opstellen Energieplan
Samen met de netbeheerder en alle betrokken stakeholders inclusief koppeling met andere bedrijventerreinen Zevenaar een toekomstgericht Energieplan opstellen om aansluiting toch mogelijk te maken, inclusief mogelijke oplossingen als lokaal smartgrid, lokale opwek, peakshaving, lokale buffering etc.
PV op daken verplichten
Moet onderdeel zijn hieronder genoemde Energietransitieplan. Voorwaardenstellend of korting bij uitgifte en vastleggen in contracten. Belangrijk is om binnen de gemeente duidelijke afspraken over handhaving te maken. Eventueel in beeldkwaliteitsplan ook beeldkwaliteitseisen ten aanzien van PV aangeven.
Opstellen Energietransitieplan
In verlengde van bovengenoemde Energieplan op locatieniveau. Voorwaardenstellend bij uitgifte en vastleggen in contracten en vergunning. Belangrijk is om binnen de gemeente duidelijke afspraken over handhaving te maken. Eventueel in beeldkwaliteitsplein ook beeldkwaliteitseisen ten aanzien van de ruimtelijke impact van energiesystemen aangeven.
2.
Groene entree van Nederland
Landschappelijke groene omkadering
Nadere uitwerking o.a. in beeldkwaliteitsplan en in landschappelijken technisch ontwerp. Samenwerking met ecoloog voor optimale ecologische kwaliteit. In plannen zorgen voor voldoende ruimte en juridische bescherming voor de groenstructuren. Voorkomen dat vroegtijdig al fors ingegrepen wordt in bestaande groenstructuren.
Groenstructuren ook voor waterberging en -buffering
Nader onderzoek waterspecialisten nodig met uitwerking o.a. in waterhuishoudkundig- en beeldkwaliteitsplan en in landschappelijken technisch ontwerp. Zorgen voor voldoende ruimte in de profielen. Samenwerking met waterspecialisten, landschapsarchitect en ecoloog. In plannen zorgen voor voldoende ruimte en juridische bescherming. Relatie met punt Duurzaam waterbeheer op de bedrijfskavels
Losse landschappelijke inheemse boombeplanting
Nadere uitwerking o.a. in beeldkwaliteitsplan en in landschappelijk ontwerp. Zorgen voor voldoende ruimte in de profielen. Samenwerking met landschapsarchitect en ecoloog.
Beschermen en verbeteren van de ecologische waarde en biodiversiteit
Nadere uitwerking o.a. in waterhuishoudkundig- en beeldkwaliteitsplan en in landschappelijk- en technisch ontwerp. Samenwerking met waterspecialisten, landschapsarchitect en
13
Datum: 26 april 2024
Inspanning Impact
DUURZAAMHEIDSVISIE 7POORT FASE II
ecoloog. Belangrijk om doelsoorten vast te stellen. Voorkomen dat vroegtijdig al fors ingegrepen wordt in bestaande groenstructuren. Duurzaam waterbeheer op de bedrijfskavels
In samenhang met punt Waterberging en -buffering hierboven, norm opstellen voor opvang en infiltratie hemelwater op bedrijfskavels en verplichting om in droge periodes juist water in het watersysteem op het bedrijventerrein in te brengen. Afspraken voorwaardenstellend bij uitgifte en vastleggen in contracten.
Groene gevels verplichten (minimaal 50%)
Uitwerking in beeldkwaliteitsplan, voorwaardenstellend bij uitgifte en vastleggen in contracten. Mogelijk (vanuit parkmanagement) opties aanbieden om dit goedkoper (uniform) te realiseren. Belangrijk is om binnen de gemeente duidelijke afspraken over handhaving te maken.
Groene afscheiding bedrijfskavels
Uitwerking in beeldkwaliteitsplan, voorwaardenstellend bij uitgifte en vastleggen in contracten. Mogelijk (vanuit parkmanagement) opties aanbieden om dit goedkoper (uniform) te realiseren. Belangrijk is om binnen de gemeente duidelijke afspraken over handhaving te maken.
Natuurinclusief bouwen op de bedrijfskavels
Uitwerking in beeldkwaliteitsplan in samenwerking met ecoloog en voorwaardenstellend of korting bij uitgifte en vastleggen in contracten. Mogelijk hiervoor puntensysteem opzetten. Koppeling met Beschermen en verbeteren van de ecologische waarden en biodiversiteit ten aanzien van maatregelen voor specifiek relevante doelsoorten. Belangrijk is om binnen de gemeente duidelijke afspraken over handhaving te maken.
Route over terrein ook voor toekomstige bewoners woonwijk
Nadere uitwerking o.a. in beeldkwaliteitsplan en in landschappelijken technisch ontwerp. Samenwerking met landschapsarchitect en ecoloog voor optimale kwaliteit.
3.
Circulair bouwen
Gebouwen beoordelen op aanpasbaarheid, flexibiliteit en losmaakbaarheid
Voorwaardenstellend bij uitgifte (combinatie met GPR, zie Certificering). Belangrijk is om binnen de gemeente duidelijke afspraken over handhaving te maken.
Verplicht het materialenpaspoort Voorwaardenstellend bij uitgifte en vastleggen in contractafspraken. voor gebouwen Belangrijk is om binnen de gemeente duidelijke afspraken over handhaving te maken. Stimuleren duurzaam materiaalgebruik
4.
Nadere uitwerking in beeldkwaliteitsplan en mogelijkheden korting bij uitgifte (combinatie met GPR, zie Certificering). Belangrijk is om binnen de gemeente duidelijke afspraken over handhaving te maken.
Circulaire infrastructuur
Circulair materialen toepassen voor de infrastructuur
Nadere afweging en uitwerking in beeldkwaliteitsplan, landschappelijk- en technisch ontwerp met doorvertaling bij aanbesteding. Sommige opties, zoals toepassen biobased innovaties kunnen meer kosten, maar ook heel onderscheidend kan zijn, terwijl hergebruik goedkoper kan zijn maar mogelijk minder aansprekend. Bij afweging, uitwerking en bij aanbesteding MKImethodiek toepassen.
Duurzame verlichting
Nadere afweging en uitwerking in landschappelijk- en technisch ontwerp met doorvertaling bij aanbesteding.
14
Datum: 26 april 2024
DUURZAAMHEIDSVISIE 7POORT FASE II
5. Certificering NL-Gebiedslabel
Direct oppakken bij uitwerking beeldkwaliteitsplan en bestemmingsplan en meenemen bij vervolg planuitwerking.
GPR-label
Voorwaardenstellend bij uitgifte. Wel eisen nader uitwerken in combinatie met punt Circulair bouwen. Belangrijk is om binnen de gemeente duidelijke afspraken over handhaving te maken.
15
Datum: 26 april 2024
DUURZAAMHEIDSVISIE 7POORT FASE II
5
Conclusie en vervolgstappen
7Poort fase II heeft veel potentie om een duurzaam en toekomstbestendig bedrijventerrein te worden die voldoet aan zowel duurzaamheidsdoelen van de gemeente Zevenaar als de GMR. Grootste uitdaging vormt de energieopgave. Hier zal een forse inzet van gemeente en bedrijven nodig zijn. Daarnaast is de groenkwaliteit de grootste kans en garantie voor een onderscheidende kwaliteit op de lange termijn. Door hier zwaar op in te zetten, is meer ruimte mogelijk ten aanzien van de bedrijfsbebouwing en inrichting van de bedrijfskavel. Met een slimme groen- en wateropzet kan men echt een voorbeeld zijn voor een andere bedrijventerreinen ten aanzien van klimaatrobuustheid en natuurinclusiviteit. Ten aanzien van circulariteit liggen er eveneens verschillende kansen. Met certificering is bovenstaande goed te borgen en te monitoren, maar het is ook een hulpmiddel ten behoeve van subsidies. Diverse ambities vragen nog om onderzoek en nadere uitwerking. Dit geldt zeker voor het energievraagstuk, maar ook voor de wateropgave. Veel andere maatregelen kunnen meegenomen worden bij de uitwerking van de reguliere plannen, zoals het beeldkwaliteitsplan en het inrichtingsontwerp.
Ook zal nog bepaald moeten worden, wat daadwerkelijk als verplichting wordt opgenomen, bijvoorbeeld in contractafspraken, of als stimulans, bijvoorbeeld in een korting die de gemeente Zevenaar kan geven aan bedrijven die duurzaam willen ondernemen. Via een parkmanagementorganisatie kunnen bijvoorbeeld ook tegen een gereduceerd tarief uniforme hekwerken en beplantingen worden afgenomen. Via een parkmanagementorganisatie is ook het beheer van het groen op de bedrijfskavels duurzaam te organiseren.
16
Datum: 26 april 2024
DUURZAAMHEIDSVISIE 7POORT FASE II
Bijlage I
17
Datum: 26 april 2024
DUURZAAMHEIDSVISIE 7POORT FASE II
Bijlage II
18
Datum: 26 april 2024
DUURZAAMHEIDSVISIE 7POORT FASE II
Colofon DUURZAAMHEID 7POORT FASE II
KLANT Gemeente Zevenaar AUTEURS W.S. L.H. VRIJGEGEVEN DOOR R.W. PROJECTNUMMER 30187805 DATUM 26 april 2024
19
Datum: 26 april 2024
DUURZAAMHEIDSVISIE 7POORT FASE II
Over Arcadis Arcadis is de leidende wereldwijd opererende ontwerp- en consultancyorganisatie op het gebied van de natuurlijke en gebouwde omgeving. Wij helpen onze klanten en de maatschappij met doeltreffende, duurzame en digitale oplossingen. Wij zijn met 36.000 mensen actief die in ruim zeventig landen meer dan €4,2 miljard aan omzet genereren. Wij helpen UN-Habitat met onze mensen, die kennis en expertise leveren om de moeilijke leefomstandigheden te verbeteren in gebieden die lijden onder de gevolgen van klimaatverandering. www.arcadis.com
Arcadis Nederland B.V. Postbus 220 3800 AE Amersfoort Nederland T +31 (0)88 4261 261
Arcadis. Improving quality of life
Volg ons op 20
Datum: 26 april 2024
Arcadis
arcadis_nl
ArcadisNetherlands
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
Bijlage 4 M.e.r.-beoordeling
62
M.e.r.-beoordeling 7Poort fase II Gemeente Zevenaar 7 mei 2024 - Public
M.E.R.-BEOORDELING 7POORT FASE II
Contactpersoon ARCADIS NEDERLAND BV Senior projectleider gebiedsontwikkeling
T +31611743334 M +31611743334 E robin.wientjes@arcadis.com
2
Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland
Onze referentie: HDFYYRTRNMKZ-508660654-500:4.0 - Datum: 7 mei 2024 - Public
Inhoudsopgave 1
2
3
4
INLEIDING
4
1.1
Aanleiding
4
1.2
M.e.r.-beoordeling
4
1.3
Leeswijzer
5
KENMERKEN EN LOCATIE VOORGENOMEN ACTIVITEIT
6
2.1
Huidige situatie
6
2.2
Kenmerken van de voorgenomen activiteit
6
2.3
Kenmerken aanlegfase voorgenomen activiteit
10
2.4
Cumulatie met andere projecten
10
SOORT EN KENMERKEN VAN HET POTENTIËLE EFFECT
12
3.1
Inleiding
12
3.2
Werk- en leefmilieu
12
3.3
Archeologie
17
3.4
Natuur
18
3.5
Bodem
22
3.6
Water
23
3.7
Duurzaamheid
26
3.8
Hinder in de aanlegfase
28
CONCLUSIE EN SAMENVATTING
30
Colofon
3
Onze referentie: HDFYYRTRNMKZ-508660654-500:4.0 - Datum: 7 mei 2024 - Public
35
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding
De gemeente Zevenaar heeft het bedrijventerrein BusinessPark 7Poort I succesvol ontwikkeld. De gemeente heeft daarom het voornemen om BusinessPark 7Poort II (hierna: 7Poort fase II) te ontwikkelen, zodat de gemeente ruimte kan bieden aan de vraag naar bedrijfskavels. De totale vraag voor de Groene Metropoolregio tot en met 2030 wordt geraamd op 216 ha. De gemeente Zevenaar heeft een zeer grote actuele vraag naar bedrijfskavels. Begin 2023 is er een lijst met ongeveer 60 bedrijven, ontwikkelaars en tussenpersonen die interesse kenbaar hebben gemaakt in een kavel op 7Poort fase II. De reguliere logistieke bedrijven hebben een gezamenlijke ruimtevraag van 13,8 ha. De maakindustrie is goed voor een behoefte van bijna 5 ha. De vraag naar gemengde-klassieke bedrijventerreinen heeft een omvang van 14 ha en vanuit de Agrifood is er concrete vraag van 0,6 ha. Een ander deel van de vraag naar ruimte komt uit de XXL-logistiek, hier wordt echter geen ruimte aangeboden op 7Poort fase II. De ontwikkeling van het bedrijventerrein 7Poort fase II heeft een omvang van circa 36,6 hectare. Het bedrijventerrein zal zich gaan richten op maakindustrie, logistiek en (gemengd) lokale bedrijven. Naast bedrijfskavels wordt er ook een wegenstructuur aangelegd en een groen-blauw structuur aangebracht.
Het plangebied voor BusinessPark 7Poort II ligt ten zuiden van de A12 (zie Figuur 1) en bestaat uit de zone ten oosten van het huidige BusinessPark 7Poort. Het BusinessPark ligt verder aan de oostkant van de stad Zevenaar en aan de noordwestzijde van de kern van Babberich. Tevens ligt het BusinessPark 7Poort II in de nabijheid van de snelwegen A12, A18 en de toekomstige A15. Langs de zuidzijde van het plangebied ligt de watergang Hengelder Leigraaf. Om de voorgenomen ontwikkeling planologisch mogelijk te maken, is een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Gekoppeld aan het bestemmingsplan wordt de plan-m.e.r.- beoordeling doorlopen (zie verder in paragraaf 1.2). Voorliggende notitie betreft de aanmeldingsnotitie die ten behoeve van deze vormvrije m.e.r.- beoordeling is opgesteld en op basis waarvan het bevoegd gezag het m.e.r.-beoordelingsbesluit kan nemen. In deze aanmeldingsnotitie wordt getoetst in hoeverre de voorgenomen ontwikkeling kan leiden tot belangrijke nadelige gevolgen.
Figuur 1: Het plangebied
1.2
M.e.r.-beoordeling
Waarom een m.e.r.-beoordeling Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer moet bij initiatieven voor (de aanleg of het wijzigen van) bepaalde activiteiten worden beoordeeld of er sprake is van milieueffecten. In gevallen dat een besluit of plan betrekking heeft op activiteiten die voorkomen in de bijlage onderdeel C of D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) moet bepaald worden welke procedure doorlopen moet worden om mogelijke milieueffecten te beoordelen, de m.e.r procedure of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsprocedure.
4
Onze referentie: HDFYYRTRNMKZ-508660654-500:4.0 - Datum: 7 mei 2024 - Public
De voorgenomen ontwikkeling, 7Poort fase II, valt onder categorie D11.3 van onderdeel D van de bijlage in het Besluit m.e.r.: bij de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein groter dan 75 hectare. De ontwikkeling van 7Poort fase II is circa 36,6 hectare groot. Dit is dus onder deze grens en dat betekent dat er een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld moet worden, vanuit deze is er geen m.e.r.- plicht. De m.e.r.-plicht voor plannen kan ook voortkomen uit het feit dat het ruimtelijk plan kaderstellend is voor toekomstige m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten. Dit betekent dat als het ruimtelijk plan de komst van activiteiten mogelijk maakt die genoemd zijn in onderdelen C en D van het Besluit m.e.r., er een plan-MER moet worden opgesteld. De voorgenomen ontwikkeling van 7Poort fase II kan kaderstellend zijn naar de omgeving toe als er bedrijven in het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt die m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten uitvoeren. Het uitgangspunt van de ontwikkeling van 7Poort fase II is dat er bedrijven tot en met maximaal milieucategorie 4.2 worden toegestaan. Daarbij worden bedrijven met m.e.r.- (beoordelings)plichtige activiteiten op het toekomstige bedrijventerrein 7Poort fase II in het bestemmingsplan uitgesloten. Hierdoor is er vanuit deze hoek geen plan-MER procedure meer nodig.
Doordat het oppervlak van 7Poort fase II maximaal 36,6 hectare groot is, wordt de drempelwaarde van 75 hectare niet overschreden. Ook worden er geen m.e.r.- (beoordelings)plichtige activiteiten toegestaan op het bedrijventerrein. Het bestemmingsplan geldt als besluit als bedoeld in kolom 4 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Er moet gekoppeld aan het bestemmingsplan daarom een m.e.r.- beoordelingsprocedure worden doorlopen. In het kader van de m.e.r.-beoordelingsprocedure is voorliggende aanmeldingsnotitie opgesteld. Inhoud m.e.r.-beoordeling Inhoudelijk geeft de m.e.r.- beoordeling informatie op basis waarvan het bevoegd gezag kan bepalen of er al dan niet sprake kan zijn van ‘belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu’ als gevolg van de voorgenomen activiteit. Deze belangrijke nadelige gevolgen worden beoordeeld aan de hand van de selectiecriteria opgesomd in Bijlage III van de Europese Richtlijn m.e.r. voor projecten (2011/92/EU, in 2015 gewijzigd: 2014/52/EU). Deze criteria zijn: • De kenmerken van de projecten; • Locatie van de projecten (ligging en samenhang met andere activiteiten (cumulatie)); • Soort en kenmerken van het potentiële effect Er kunnen twee uitkomsten van de m.e.r.-beoordeling zijn: 1. Indien belangrijke nadelige milieugevolgen niet kunnen worden uitgesloten, moet een m.e.r.-procedure doorlopen worden. 2.
Indien belangrijke nadelige milieugevolgen niet optreden, wordt gemotiveerd aangegeven dat geen m.e.r.procedure wordt doorlopen. Bij het oordeel of er aanleiding is om de m.e.r.-procedure te doorlopen, kan mede worden betrokken in welke mate er maatregelen kunnen worden getroffen om waarschijnlijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te vermijden of te voorkomen (mitigatie; 7.17 lid 4 Wet milieubeheer). Het college van Burgemeester en Wethouders (B&W) van de gemeente Zevenaar is het bevoegd gezag voor het m.e.r.-beoordelingsbesluit.
1.3
Leeswijzer
Het bevoegd gezag moet beslissen of voor dit project een milieueffectrapport (MER) gemaakt dient te worden, vanwege de ‘belangrijke nadelige gevolgen die er voor het milieu kunnen zijn’. Hoofdstuk 2 gaat in op de kenmerken en de locatie van de voorgenomen activiteit. In hoofdstuk 3 zijn de mogelijke effecten van de aanleg en het gebruik van de voorgenomen ontwikkeling 7Poort fase II beschreven. In hoofdstuk 4 zijn de resultaten beknopt samengevat en zijn conclusies getrokken.
5
Onze referentie: HDFYYRTRNMKZ-508660654-500:4.0 - Datum: 7 mei 2024 - Public
2
KENMERKEN EN LOCATIE VOORGENOMEN ACTIVITEIT
2.1
Huidige situatie
Het plangebied voor BusinessPark 7Poort II ligt ten zuiden van de A12 en bestaat uit de zone ten oosten van het huidige BusinessPark 7Poort. Het BusinessPark ligt verder aan de oostkant van de stad Zevenaar en aan de noordwestzijde van de kern van Babberich. Tevens ligt het BusinessPark 7Poort II in de nabijheid van de snelwegen A12, A18 en de toekomstige A15. Langs de zuidzijde van het plangebied ligt de watergang Hengelder Leigraaf. Het huidige gebruik bestaat hoofdzakelijk uit agrarische gronden, bedrijvigheid en de voormalige buitenplaats De Hees. In het plangebied ligt verder een oude boerderij ten noorden van het gebied waar in de buurt ook een water plas aanwezig is. Tot slot ligt er aan de oostkant, net buiten het plangebied, het Melkveebedrijf De Vlottenburg.
2.2
Kenmerken van de voorgenomen activiteit
In 7Poort fase II wordt een bedrijventerrein ontwikkeld van circa 36,6 hectare die zich richt op maakindustrie, logistiek en (gemengd) lokale bedrijven. Naast bedrijfskavels wordt er ook een wegenstructuur aangelegd en een groen-blauw structuur aangebracht. Hoofdstructuren Herkenbare en functioneel gebleken structuren vanuit 7Poort worden in 7Poort II verder doorgezet, zowel de landschappelijke elementen als de infrastructuur krijgen daarmee een herkenbaar vervolg in de uitbreiding. Zo wordt aan de noordzijde van de Wal Masque afgeleide grondlichamen en beplantingsvormen doorgezet als filterende elementen die de grote impact van bedrijfspanden afzwakken en focus aanbrengen op enkele representatieve punten. De waardevolle erfsetting met veel opgaand groen wordt ingepast en krijgt hierbinnen een bijzondere plek, nog steeds zichtbaar vanaf de A12. Samen met het Bosje van Hees en de groene wig die in zuidelijke richting doorloopt tot aan de toekomstige woonwijk ontstaat een groen hart voor het bedrijventerrein met een forse maat. Aan de buitenranden wordt ingezet op een ruim en groen profiel met structurerende groenelementen die op verschillende hoogtes voor afscherming kunnen zorgen. Op lage hoogte kunnen schanskorven en haagstructuren hierin voorzien.
Boomkronen van forse bomenrijen nemen het hogere deel voor hun rekening en in de tussenzone is ruimte voor hoge haagstructuren of singelbeplanting. Het riante profiel van de Hoofdlaan uit 7Poort vormt hierbij een minimum dat aan de zuidzijde richting de toekomstige woninguitbreiding tot minimaal 100-120 meter wordt verruimd met voldoende ruimte voor groen en waterbeleving. Een deel van deze ruimte wordt binnen 7Poort II geborgd, het andere deel wordt onderdeel van de woonwijkontwikkeling. De interne bedrijfsstraten zijn eveneens afgeleid van 7Poort en krijgen een vergelijkbaar wegprofiel met tenminste een eenzijdige bomenrij. Deze straten kennen zoveel mogelijk een logische rechte structuur met aan de noordzijde een koppeling op de weg Micro van 7Poort en aan de zuidzijde verbindingen op een tweetal rotondes op de hoofdontsluitingsweg. Vrijwel haaks door het bedrijventerrein loopt een bedrijfsstraat als as van de centrale rotonde richting viaduct Ravenstraat met hieraan gekoppeld een vrij liggend fietspad dat voor een groot deel van het 6
Onze referentie: HDFYYRTRNMKZ-508660654-500:4.0 - Datum: 7 mei 2024 - Public
bedrijventerrein kan voorzien in een veilige en prettige fietsverbinding. Doordat deze route een afwisseling van groen en bedrijfsbebouwing kent en de ingepaste landschapselementen nadrukkelijk beleefbaar maakt, is deze ook aantrekkelijk met mogelijkheden voor voldoende schaduwwerking. Binnen de gehele groene structuur kan ruimte gevonden worden om tal van ambities voor het nieuwe bedrijventerrein te laten landen. Door de gehanteerde maatvoering kan, los van de harde invulling van de kavels, binnen het plangebied in een uitgebreid padenstelsel door het groen worden voorzien met mogelijkheden voor afwisselende ommetjes voor zowel werknemers als de omwonenden in de naastgelegen woonbuurten. De maat van de groenstructuur met hierbinnen de inpassing van bestaande elementen en ruimte voor nieuw groen en water biedt een goede basis voor een klimaatadaptief ingericht bedrijventerrein met aandacht voor waterberging, aanpak hittestress en vergroten van de biodiversiteit. Om de doelen op deze vlakken te behalen wordt er nadrukkelijk ook extra inspanning verlangd bij de kavelinvulling door de bedrijven. Deze worden met de aanvullende beeldkwaliteitseisen uitgedaagd om verder te gaan dan enkel de bouw van een duurzaam bedrijfspand en ook te investeren in zaken als natuur inclusiviteit, groene gevels, reducering verhard oppervlak en dergelijke.
De gehele openbare buitenruimte zal in inrichtingsplannen nader worden uitgewerkt om zo een goede basis te vormen voor de bovengenoemde ambities. Bouwkavels De hoofdopzet voorziet in een globale indeling van de uitgeefbare gronden met voldoende flexibiliteit om tegemoet te komen aan wisselende vragen vanuit de markt. De centrale west-oost as met het hieraan gekoppelde fietspad biedt in de basis de ruimte inclusief goede fietsbereikbaarheid voor de kleinere kavels. De bijbehorende bebouwing van de kleinere kavels resulteert door de diversiteit aan bouwvormen in een drukker bebouwingsbeeld. Door deze helder in lijn binnen het rechte profiel te plaatsen met oog voor doorlopende rooilijnen en uniformiteit in erfafscheidingen (nader te bepalen in de kavelpaspoorten) kan desondanks rust in het straatbeeld geborgd worden. De nabijheid van een aantrekkelijke groene omgeving verhoudt zich goed tot het relatief hoge aantal werknemers
7
Onze referentie: HDFYYRTRNMKZ-508660654-500:4.0 - Datum: 7 mei 2024 - Public
Figuur 2: Ruimtelijk ontwerp 7Poort II gemeente Zevenaar.
Het gebied ten noorden van de as en de westkant van het bedrijventerrein is primair bedoeld voor de middelgrote kavels waardoor de hoeveelheid wegverharding beperkt en logisch is. Enkele kavels kennen daarbij enkele prominente hoeken die vanuit de omliggende omgeving beleefbaar en beeldbepalend zijn voor het bedrijventerrein. Deze zijn gelegen richting Hoofdlaan of snelweg. Hierbij wordt in aanzet gekoerst op hoogwaardige verbijzonderingen in de architectuur door bijvoorbeeld juist de kantoordelen hier te situeren of andere accenten te introduceren. Dit als tegenhanger van de veelal minder interessante en voornamelijk functionele hallenbouw die bij voorkeur grotendeels door groen aan het zicht wordt onttrokken of simpelweg is ingebouwd door andere bedrijfsbebouwing. Aan de zuidzijde van het terrein wordt ingestoken op de grotere kavels, echter nog altijd een heel stuk beperkter dan de XXL zoals op 7Poort. De bijbehorende bebouwing is daarmee weliswaar van grotere maat, maar niet per se hoger dan elders op 7Poort. Hoewel de schaalsprong richting de zuidelijke woongebieden fors is, levert een dergelijk bebouwing veelal juist ruimtelijk een rustiger beeld op, gevormd door sobere heldere gevels die als achtergrond fungeren voor het groene profiel van de hoofdontsluiting en daarmee slechts beperkt aandacht vragen.
Een invulling met grotere bedrijven maakt dat een veelheid aan interne bedrijfsstraten achterwege kan blijven. Mocht de markt na verloop van tijd wezenlijk anders uitpakken, dan liggen er alsnog goede kansen om met beperkte toevoeging van wegverharding te komen tot een aangepast opzet met kleinere kavels. Ook binnen dit zuidelijke deel zijn een aantal plekken aangemerkt als prominente hoeken, met name richting de rotondes aan de zuidkant, waar vormgeving van de bedrijfsbebouwing extra aandacht vraagt. De kleinere kavels kunnen een omvang hebben van bijvoorbeeld 0,7 en 0,9 hectare. De grotere kunnen een omvang hebben variërend van 2 hectare tot 7 hectare. Maximaal 7 hectare van het terrein mag gebruikt worden voor XXL logistiek. Er wordt gesproken van XXL logistiek bij een logistiek bedrijf van 4 hectare of groter. Alle individuele kavels worden uitgegeven met een kavelpaspoort waarin erfafscheidingen, inritten, en bouwmogelijkheden worden vastgelegd om zo de eenheid binnen het gehele terrein te waarborgen.
8
Onze referentie: HDFYYRTRNMKZ-508660654-500:4.0 - Datum: 7 mei 2024 - Public
Figuur 3: Ruimtelijk ontwerp met de groene structuur, waarin water en groen een plek krijgen.
Het centrale erf Als bijzonder element vanuit de historie is het centraal gelegen erf als bijzonder element ingepast in het plan waarbij het woonhuis met een nieuwe invulling kan blijven bestaan en waar schuurvolumes (bestaand en nieuw) samen met de omliggende buitenruimte een bijzonder ensemble kunnen vormen dat zich onderscheid van de omliggende bedrijvigheid. Hier kunnen aan de bedrijvigheid gelieerde functies passend op een bedrijventerrein mogelijk een plek krijgen, bijvoorbeeld als ontmoetingsplek, broedplaats, ruimte voor startups, innovatie, flexplekken of beheerfuncties. Infrastructuur De ontwikkellocatie 7Poort fase II takt aan op de bestaande infrastructuur van 7Poort fase I. Vanaf de rotonde bij de Landeweerdijk wordt een hoofdlaan het gebied 7Poort fase II in noordoostelijke richting getrokken. De gemeente is in de toekomst voornemens om het Witte Kruis door te trekken richting deze rotonde, waarmee een direct verbinding ontstaat tussen 7Poort en de N336. Met deze toekomstige ontwikkeling is in het ontwerp van 7Poort II al rekening gehouden. Vanuit rotonde bij de Landeweerdijk wordt ook een hoofdweg aan de zuidzijde van het plangebied voorzien richting de Ravenstraat. De weg kan in de toekomst ook vigeren als ontsluitingsweg voor mogelijke woningbouw ontwikkelingen.
Op deze weg wordt een tweede rotonde voorzien, vanaf waar een weg in noordwestelijke richting door het plangebied gaat richting de Micro weg op het bestaande bedrijventerrein 7Poort. Aan de oostzijde van het plangebied zijn ook interne bedrijfsstraten voorzien. Deze zullen op de hoofdweg aan de zuidzijde aantakken middels een rotonde.
9
Onze referentie: HDFYYRTRNMKZ-508660654-500:4.0 - Datum: 7 mei 2024 - Public
Vanuit de omgeving liggen er verder verschillende recreatieve routes waarop kan worden aangesloten bij de ontwikkeling van het gebied. Belangrijke verbinding aan de noordzijde is de aansluiting met het Hazenpad. Door deze te verbinden worden werknemers uit de omgeving gestimuleerd op de fiets naar het werk te komen. Hiermee haakt het gebied aan op haar omgeving. Bij eventuele calamiteiten zijn er voldoende vluchtmogelijkheden. In de planontwikkeling zijn een aantal nieuwe fietspaden opgenomen die aansluiten op bestaande fiets- en kavelpaden vanuit de omgeving. Parallel aan de hoofdlaan is een fietspad voorzien die vanuit de rotonde aansluit op het Hazenpad en aan de oostzijde op de Ravenstraat.
2.3
Kenmerken aanlegfase voorgenomen activiteit
Voor de ontwikkelingen wordt een ruimtelijk ontwerp en een beeldkwaliteitsplan gemaakt. Voor de ontwikkeling van 7poort fase II moeten er werkzaamheden plaatsvinden voor het bouwrijp maken van de grond en vinden er bouwactiviteiten plaats tijdens de realisatiefase. Hieronder worden de specifieke bouwactiviteiten benoemd, die in de effectbeoordeling in voorliggende aanmeldingsnotitie zijn betrokken. Bouwen Tijdens de bouw worden vier fasen doorlopen: • Voorbereiding uitvoering • Bouwrijp maken • Inrichten openbare ruimte • Nutsvoorzieningen realiseren Het bouwmaterieel dat ingezet wordt bij de bouwactiviteiten zal relatief schoon materieel zijn, dit betekent mobiele werktuigen van STAGE-klasse IV-klasse of schoner. Werkzaamheden die in de hoogte plaats moeten vinden, worden met een hijskraan of lift uitgevoerd. In de aanlegfase wordt materieel aangevoerd met vrachtwagens en personeel komt met lichte voertuigen (zoals werkbusjes). Bouwperiode Verwacht wordt dat gestart kan worden met de bouw in 2026. Het bedrijventerrein wordt gefaseerd ontwikkeld waardoor de realisatiefase loopt van 2026 tot en met 2038. Het eerste moment dat alle bedrijven in gebruik zijn op 7Poort fase II zal in 2039 plaatsvinden.
2.4
Cumulatie met andere projecten
In de omgeving van 7Poort fase II zijn er verschillende plannen in ontwikkeling. Eén van deze projecten is een nieuwe aansluiting op de A12 (bij Zevenaar Oost). Hierbij krijgt de A12 tussen Westervoort en knooppunt Oud-Dijk een extra rijstroken. Rijkswaterstaat heeft deze ruimte voor een extra rijstrook al gereserveerd. Ook wordt er binnen hetzelfde project de A15 via een halfverdiepte ligging aangesloten op de A12. Hierdoor ontstaat een nieuw knooppunt tussen Duiven en Zevenaar: knooppunt De Liemers. Op de A12 komt – behalve het knooppunt met de A15 – een geheel nieuwe aansluiting voor Zevenaar bij de Hengelderweg. Deze ontwikkeling zou na realisatie een positief effect hebben op de ontsluiting van 7poort fase II. Dit is meegenomen in de scenario’s die in de verkeerstoets zijn onderzocht. Het is nog niet duidelijk wanneer deze verbinding wordt gerealiseerd. Indien de aanlegfase gelijktijdig plaatsvindt met de aanlegfase van 7poort fase II, dan dient hierover afstemming plaats te vinden om hinder en knelpunten te voorkomen.
10
Onze referentie: HDFYYRTRNMKZ-508660654-500:4.0 - Datum: 7 mei 2024 - Public
Figuur 4: Het doortrekken en aansluiten van de A15 op de A12 (bron: Rijkswaterstaat)
In de verkeerstoets wordt ook rekening gehouden met de ontsluiting Groot Holthuizen die mogelijk in de toekomst gemaakt gaat worden door de gemeente Zevenaar. Dit project zit nog in een voorfase en zal met betrekking tot planning en uitvoering pas na 7poort fase II plaatsvinden, waardoor er geen cumulatieve effecten optreden. Ditzelfde geldt voor het doortrekken van de N336 tussen 7Poort en Witte Kruis. In de plannen van 7poort fase II wordt met de wegenstructuur rekening gehouden met deze verbinding, zodat de weg vanuit 7Poort fase II in de toekomst mogelijk doorgetrokken kan worden. Binnen de gemeente Zevenaar vindt ook de ontwikkeling van Fashion Outlet Zevenaar plaats. De gemeenteraad van Zevenaar heeft haar akkoord gegeven op de plannen voor het realiseren van een Fashion Outlet in Zevenaar. Hiermee werd het bestemmingsplan vastgesteld. De verkoop van de gronden is gestart. De Fashion Outlet Zevenaar loopt daarmee ver voor op de ontwikkeling 7Poort fase II, daarom wordt verwacht dat er geen cumulatieve effecten optreden met betrekking tot de aanlegfase. De fashion outlet is ook meegenomen in de verkeertoets, waardoor eventuele verkeereffecten ook zijn onderzocht (zie paragraaf 3.2.1.).
11
Onze referentie: HDFYYRTRNMKZ-508660654-500:4.0 - Datum: 7 mei 2024 - Public
3
SOORT EN KENMERKEN VAN HET POTENTIËLE EFFECT
3.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt per milieuaspect beschreven in hoeverre in of in de omgeving van het plangebied belangrijke nadelige effecten te verwachten zijn als gevolg van de aanleg en/of ingebruikname van 7poort fase II. Hierbij is gekeken naar de volgende aspecten: • • • • • • •
Woon- en leefmilieu, waaronder verkeer en parkeren, geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Archeologie Bodem Natuur Water Duurzaamheid Hinder in de sloop- en aanlegfase
De effectbeoordelingen in paragraaf 3.2 tot en met paragraaf 3.8 zijn gebaseerd op de onderzoeken die ten behoeve van het bestemmingsplan ‘BusinessPark 7Poort Fase II’ zijn uitgevoerd. In de paragrafen 3.2 tot en met 3.8 zijn beknopte samenvattingen en conclusies van de onderzoeken en effectbeoordelingen opgenomen en wordt, waar van toepassing, expliciet naar de onderliggende onderzoeken verwezen.
3.2
Werk- en leefmilieu
3.2.1
Verkeer en parkeren
De ontwikkeling van 7Poort fase II kan mogelijk negatieve verkeerseffecten tot gevolg hebben. Hierbinnen ligt nadruk op de effecten van de ontwikkeling op de verkeersafwikkeling en parkeren (bereikbaarheid), de verkeersveiligheid en de verkeershinder (leefbaarheid). In november 2023 is in dat kader een verkeerstoets uitgevoerd om de verkeerseffecten van de voorgenomen ontwikkeling in beeld te brengen1. Verkeersafwikkeling Uit de verkeerstoets is gebleken dat de ontwikkeling van 7Poort fase II de nodige hoeveelheid verkeer genereert. In tabel 1 is weergegeven dat de ontwikkeling van fase II van BusinessPark 7Poort 7.772 mvt/werkdagetmaal genereert.
Tabel 1: Berekening verkeersgeneratie ontwikkeling 7Poort fase II.
Doordat er in de omgeving een aantal ontwikkelingen op de planning staan (zie paragraaf 2.4), is er in de verkeerstoets de voorgenomen ontwikkeling vanuit een scenario bekeken. Waarbij in het scenario de volgende ontwikkelingen worden meegenomen: • • • • •
Volledig operationeel bedrijventerrein 7Poort fase I; Nieuwe aansluiting op de A12 (Zevenaar-Oost); Ontsluiting Groot Holthuizen; Circa 4 miljoen bezoekers Fashion Outlet Zevenaar; Doortrekking Witte Kruis (tussen 7Poort en de N336).
De verkeersintensiteiten die zijn berekend (voortkomend uit het verkeersmodel) passen over het algemeen goed bij de bestaande/toekomstige weginrichting. Alleen de ontsluiting van 7Poort richting de Hengelder is zwaar belast. Eerder is in een studie van Goudappel Coffeng (2020) dit ook aangetoond. Toen is geconcludeerd dat in de basis geen grote verkeersopstoppingen ontstaan, mits de benodigde infrastructurele maatregelen op kruispuntniveau getroffen worden.
1 Verkeerstoets 7Poort fase II, Arcadis Nederland BV (1 september 2023)
12
Onze referentie: HDFYYRTRNMKZ-508660654-500:4.0 - Datum: 7 mei 2024 - Public
In de verkeersstudie ‘Toekomstige ontsluiting 7Poort’ (Goudappel, juni 2020) zijn zowel de autonome situatie als de plansituaties voor fase I en fase I en II doorgerekend in het gemeentelijk verkeersmodel. Deze modelberekeningen laten zien dat de toevoeging van fase II er niet voor zorgt dat aanvullende infrastructurele maatregelen op kruispuntniveau nodig zijn. Ten behoeve van de ontwikkeling van fase I van 7Poort dienen echter wel een aantal infrastructurele maatregelen op kruispuntniveau te worden getroffen. Deze ontwikkelingen zijn echter volledig toe te schrijven aan de ontwikkeling van fase I en kunnen dus niet worden toegeschreven aan de ontwikkeling van fase II. Het gaat hier met name om de nieuwe aansluiting op de A12, welke door de verwachte stikstofdepositie is vertraagd, maar nog steeds op de planning staat. In het bestemmingsplan voor 7Poort fase II worden mogelijke negatieve effecten op de verkeersafwikkeling voorkomen, doordat er een voorwaardelijke verplichting is opgenomen. In de voorwaardelijke verplichting wordt geregeld dat toekomstige bedrijven niet eerder mogen ontwikkelen (een omgevingsvergunning voor bouwen mogen krijgen) voordat door middel van een verkeersonderzoek is gebleken dat het verkeer, gegenereerd door de ruimtelijke ontwikkeling BusinessPark 7Poort II, voldoende afgewikkeld kan worden op het wegennetwerk.
Parkeren Parkeren voor personeel en bezoekers en het laden en lossen van goederen dient plaats te vinden op eigen terrein, conform het actuele parkeerbeleid (Paraplubestemmingsplan Parkeren gemeente Zevenaar, 2019) van de gemeente Zevenaar. Dit dienen de bedrijven die zich in de toekomst op 7Poort fase II gaan vestigen, dus op eigen terrein te regelen. In het beleid zijn kencijfers opgenomen welke passend zijn voor de beoogde bedrijvigheid van het bedrijf die zich in het plangebied gaat vestigen, zoals ‘Bedrijf arbeidsintensief’ en ‘Bedrijf arbeidsextensief’. Ook het fietsparkeren moeten de bedrijven die zich in de toekomst op fase II willen vestigen, op eigen terrein faciliteren. Langzaamverkeer Langs de hoofdwegen door fase I zijn vrijliggende fietspaden voorzien. In het ruimtelijk ontwerp voor fase II is ook rekening gehouden met de realisatie van vrijliggende fietspaden langs een deel van de infrastructuur voor gemotoriseerd verkeer. Dit is wenselijk omdat het mengen van fiets- en vrachtverkeer door de fietser als onveilig ervaren kan worden. Wanneer de fietser een vrijliggende fietsvoorziening heeft of een aangewezen plaats op de weg heeft, komt dit de (ervaren) verkeersveiligheid ten goede. Naast de fietsstructuur worden er ook voetpaden aangelegd op het bedrijventerrein, om (lunch)wandelingen te stimuleren.
Conclusie Uit de verkeertoets blijkt 7Poort fase II een verkeersgeneratie van 7.772 mvt/werkdagetmaal te hebben. Uit de verkeersintensiteiten is een toename van de verkeersintensiteiten op wegvakniveau te zien. Er dienen echter geen aanvullende infrastructurele maatregelen getroffen te worden, boven op de infrastructurele maatregelen die genomen moesten worden ten behoeve de realisatie van fase I van 7Poort. Als deze maatregelen worden getroffen, deze staan op de planning, worden er geen negatieve effecten verwacht met betrekking tot de verkeersafwikkeling. Dit wordt geborgd door een voorwaardelijke verplichting op te nemen in het bestemmingsplan. Hierin wordt geregeld dat toekomstige bedrijven niet eerder mogen ontwikkelen voordat door middel van een verkeersonderzoek is gebleken dat het verkeer, gegenereerd door de ruimtelijke ontwikkeling BusinessPark 7Poort II, voldoende afgewikkeld kan worden op het wegennetwerk. Uitgangspunt is dat het geldende parkeerbeleid van de gemeente Zevenaar dient te worden gevolgd en de parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd dienen te worden. Deze uitgangspunten worden meegenomen in de verdere planontwikkeling. Daarmee treden er geen negatieve effecten op het aspect parkeren op.
3.2.2
Geluid
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies (zoals bijvoorbeeld woningen): ter plaatse van deze gevoelige functies een goed woon- en leefmilieu wordt gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en de milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om de toelaatbaarheid van bedrijfsactiviteiten in dit bestemmingsplan vast te leggen, is een milieuzoneringsonderzoek uitgevoerd. Doel van het onderzoek is het vaststellen van mogelijke knelpunten vanuit het nieuwe bedrijventerrein op gevoelige functies in de omgeving. Daarbij wordt gekeken naar de hindercontouren voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar van bedrijven en inrichtingen die mogelijk zijn binnen het plangebied.
13
Onze referentie: HDFYYRTRNMKZ-508660654-500:4.0 - Datum: 7 mei 2024 - Public
Figuur 5: Hindercontouren rondom bedrijventerrein 7Poort II
Binnen de hindercontouren voor gemengd gebied liggen geen woningen of andere milieugevoelige functies. Dit betekent dat er geen knelpunten verwacht worden. Wanneer duidelijk is welke bedrijven zich vestigen op het bedrijventerrein dan dienen deze bedrijven bij de vergunningsaanvraag een akoestisch onderzoek aan te leveren om aan te tonen dat ze binnen de geluidswaarden blijven. Hiermee wordt geluidshinder ook in een later stadium voorkomen. Conclusie Binnen de hindercontouren van het bedrijventerrein 7Poort II liggen geen milieugevoelige functies. Dit betekent dat er geen belemmeringen zijn voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein vanuit het aspect milieuzoneringen en geluid.
3.2.3
Externe veiligheid
Bedrijventerrein 7poort II ligt ten zuiden van de A12, ten zuidwesten van de A18, ten noorden van de Betuweroute, ten oosten van leiding N-566-02 en leiding N-566-11, ten zuiden van leiding N-566-10 en ten noordwesten van leiding A523. Leiding A-512 is aanwezig in het plangebied. Over de A122, de A183 en de Betuweroute4 en door de leidingen5 worden gevaarlijke stoffen getransporteerd. Als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over de A12, de A18 en de Betuweroute en door de leidingen is er sprake van externe veiligheidsrisico’s. De realisatie van bedrijventerrein 7poort II heeft mogelijk invloed op de externe veiligheidsrisico’s. De ligging van de A12, de A18, de Betuweroute en de
2 Wegvak G12 (A12: Knp. Velperbroek – Knp. Oud-Dijk) en wegvak G13 (A12: Knp. Oud-Dijk – Grens Duitsland) zijn basisnetroutes conform de
Regeling basisnet. 3 Wegvak G18 (A18: Knp. Oud-Dijk – afrit 4 (Doetinchem Oost)) is een basisnetroute conform de Regeling basisnet. 4 Route 202, Betuweroute Meteren – Emmerich (D) is een basisnetroute conform de Regeling basisnet. 5 Het gaat om hogedruk aardgastransportleidingen van Gasunie Transport Services B.V.
14
Onze referentie: HDFYYRTRNMKZ-508660654-500:4.0 - Datum: 7 mei 2024 - Public
leidingen is weergegeven in Figuur 6. Voor het realiseren van 7Poort fase II is een onderzoek uitgevoerd naar Externe Veiligheid6. Uit het onderzoek blijkt het plangebied niet te liggen binnen het invloedsgebied van leiding N-567-20 en N-566-10 en van de autosnelweg A18 en de spoorverbinding de Betuweroute. Deze leidingen zijn daarom niet verder beschouwd. De invloedsgebieden van leidingen waarbinnen het plangebied mogelijk ligt, zijn:
Figuur 6: De ligging van de A12, de A18, de Betuweroute en de leidingen (www.atlasleefomgeving.nl).
• het invloedsgebied van leiding A-512; • het invloedsgebied van leiding A-523; • het invloedsgebied van leiding N-566-02; • het invloedsgebied van leiding N-566-11. Naast de leidingen ligt het gebied ook in het invloedsgebied van de A12 (wegvak G12 en G13). Invloeden A12 Uit het Externe Veiligheidsonderzoek blijkt de voorgenomen ontwikkeling 7Poort Fase II buiten de PR 10 -6 per jaar contouren van de wegvakken G12 en G13 van de A12 te ligt. Hierdoor gelden er geen restrictie vanuit het plaatsgevonden risico. In het onderzoek is ook gekeken naar het groepsrisico. In de huidige situatie is het groepsrisico 0,003 x de oriëntatiewaarde. In de toekomstige situatie, na ontwikkeling van 7Poort fase II, ligt de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico op 0,017 x. Het groepsrisico neemt toe als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. Echter ligt het hoogste groepsrisico per kilometer in de toekomstige situatie niet hoger dan 0,100 x de oriëntatiewaarde. In de toekomstige situatie liggen de locaties met het hoogste GR per kilometer ter hoogte van bedrijventerrein 7poort II. De locaties met het hoogste GR per kilometer verschuiven naar het zuidoosten als gevolg van bedrijventerrein 7poort II. Doordat er binnen de oriëntatiewaarden wordt gebleven, worden er geen negatieve effecten verwachten met betrekking tot het groepsrisico in 7Poort fase II binnen het invloedsgebied van de A12.
6 Onderzoek externe veiligheid, Bestemmingsplan bedrijventerrein 7poort II (Arcadis Nederland BV, 26 september 2023)
15
Onze referentie: HDFYYRTRNMKZ-508660654-500:4.0 - Datum: 7 mei 2024 - Public
Ten slotte ligt 7Poort fase II ook voor een gedeelte binnen een plasbrandaandachtsgebied (PAG) van wegvak G12. Bij het realiseren van kwetsbare objecten en/of beperkt kwetsbare objecten binnen het PAG voor wegvak G12 moet rekening worden gehouden met de mogelijke gevolgen van een ongeval met brandbare vloeistoffen. Bij de inrichting van het plangebied dient hier rekening mee gehouden te worden, om negatieve effecten te voorkomen. Er worden in het onderzoek aanbevelingen gedaan bij de verantwoording van het groepsrisico Invloeden Leidingen Uit het Externe Veiligheidsonderzoek blijkt dat de leidingen A-512 , A-523, N-566-02, N-566-11 geen PR 10-6 per jaar contouren hebben. Zowel in de huidige situatie als in de toekomstige situatie kunnen er hierdoor geen kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 per jaar contour van deze leiding liggen. Er worden geen effecten verwacht op het plaatsgebonden risico. Voor het groepsrisico geldt dat voor de leidingen A-512, A-523, N-566-02 en N-566-11 de maximale overschrijdingsfactor in de huidige situatie als in de toekomstige situatie kleiner is dan 1. Voor de leidingen blijft de fNcurve in de huidige situatie als in de toekomstige situatie onder de oriëntatiewaarde. De maximale overschrijdingsfactor voor leiding A-512 wordt wel groter dan in de huidige situatie.
Daarom neemt het groepsrisico in de toekomstige situatie als gevolg van bedrijventerrein 7poort II toe. Voor de leidingen A-523, N-566-02 en N-566-11 geldt dat de maximale overschrijdingsfactor in de toekomstige situatie is gelijk aan de maximale overschrijdingsfactor in de huidige situatie. Ten opzichte van in de huidige situatie neemt het groepsrisico in de toekomstige situatie niet toe als gevolg van bedrijventerrein 7poort II. Voor de leidingen leiding A-512, leiding A-523, leiding N-566-02 en leiding N-566-11 is een groepsrisicoberekening uitgevoerd. Uit de groepsrisicoberekeningen blijkt namelijk dat het groepsrisico in de huidige situatie niet hoger is dan 0,100 x de oriëntatiewaarde, het groepsrisico in de toekomstige situatie hoger is dan 0,100 x van de oriëntatiewaarde en het groepsrisico in de toekomstige situatie toeneemt met meer dan 10%. Daarom moet in de verantwoording van het groepsrisico conform onderdelen c, d, e, f en g van artikel 12, lid 1 van het Bevb voor leiding A-512 het volgende worden vermeld: • indien mogelijk, de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die worden toegepast door Gasunie Transport Services B.V.