CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6. 1210301 Toelichting

Raadsvergaderingen 2022-2026 26 juni 2024, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Z/22/412458 Wijzigingsbesluit bestemmingsplan Waaijakkers II14.703 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebied Rijntakken De nieuwe bouwontwikkeling mag niet leiden tot een toename van de stikstofemissie.

24

(gewijzigd vastgesteld)

bestemmingsplan Waaijakkers II Aerdt Met het computerprogramma Aerius Calculator (release 2021) is zowel voor de sloop-, bouwfase als de gebruiksfase (gasloos) de depositie van stikstofdioxiden berekend op Natura 2000-gebieden. In zowel de sloop- en bouwfase als de gebruiksfase zijn geen rekenresultaten berekend die hoger zijn dan 0,00 mol per hectare per jaar. De berekening is als Bijlage 7 Briefrapport Aeriusberekening met bijlagen 29-03-2021 bij de toelichting gevoegd. In december 2022 is een nieuwe Aeriusberekening uitgevoerd voor de bouwfase als aanvulling op de eerdere uitgevoerde Aeriusberekening (Zie bijlage 7). Uit deze nieuwe berekening blijkt dat er geen sprake is van de toename van de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. De berekening is als Bijlage 11 Briefrapport aangepaste Aeriusberekening 12-10-2022 bij de toelichting gevoegd. Het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone liggen op circa 210 meter van het plangebied. Zie navolgende afbeelding voor de ligging van de locatie ten opzichte van deze beschermde gebieden.

Ligging plangebied ten opzichte van het GO en GNN De functieverandering heeft een neutraal effect op de beschermde soorten en gebieden. Soortenbescherming Mogelijk behoort het plangebied tot functioneel leefgebied van sommige diersoorten uit onderstaande soortgroepen:  vogels. Het plangebied behoort tot functioneel leefgebied van verschillende vogelsoorten. Vogels benutten het plangebied als foerageergebied en vermoedelijk nestelen er jaarlijks vogels in het plangebied. Vogels kunnen nestelen in de beplanting en in de toegankelijke bebouwing. De drie schuren zijn niet toegankelijk voor vogels om in te nestelen. Het intensief beheerd agrarisch cultuurland vormt geen nestplaats voor (weide)vogels maar vormt wel foerageergebied voor tal van vogels. In het plangebied ontbreken potentiële nestplaatsen van huismussen en er zijn geen aanwijzingen gevonden dat uilen er een vaste rust- of nestplaats bezetten. Ook zijn geen aanwijzingen dat roofvogels nestplaats in het plangebied bezetten.

(gewijzigd vastgesteld)

25

bestemmingsplan Waaijakkers II Aerdt 

vleermuizen. Er zijn tijdens het veldbezoek geen vleermuizen waargenomen en er zijn geen aanwijzingen gevonden dat vleermuizen een rust- of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten. Een deel van de bebouwing beschikt weliswaar over gemetselde buitengevels met luchtspouw, maar er zijn geen invliegopeningen zoals open stootvoegen of ventilatieopeningen aangetroffen die vleermuizen de kans bieden een verblijfplaats te bezetten. Verder zijn in het plangebied geen potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen waargenomen, zoals een holle ruimte achter een boeiboord, windveer, loodslab, vensterluik, zonnewering of gevelbetimmering aangetroffen. Tevens zijn er geen holenbomen waargenomen die vleermuizen een potentiële verblijfplaatskunnen bieden. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats verstoord, beschadigd of vernield. Gelet op de inrichting, het gevoerde beheer en de kleine oppervlakte, wordt het plangebied niet als essentieel foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. Het plangebied vormt geen verbindende schakel in een lijnvormig landschapselement en maakt daarom geen onderdeel uit van een vliegroute van vleermuizen. grondgebonden zoogdieren.

het plangebied behoort vermoedelijk tot functioneel leefgebied van verschillende algemene- en weinig kritische grondgebonden zoogdiersoorten als huisspitsmuis, veldmuis, egel, steenmarter, haas, vos en ree. Voorgenoemde soorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten huisspitsmuizen en veldmuizen er een vaste rust- en voortplantingsplaats. Deze soorten kunnen een rust- en voortplantingsplaats bezetten in holen en gaten in de grond en onder opgeslagen spullen/rommel verspreid in de binnen- en buitenruimte. De kapschuur is voor grondgebonden zoogdieren toegankelijk, de overige bebouwing is goed afgesloten en is voor grondgebonden zoogdieren niet toegankelijk. Een geschikte plek voor egel en steenmarter om een vaste rust- of voortplantingsplaats te bezetten, ontbreekt in het plangebied. Door het uitvoeren van grondverzet en het verwijderen van opgeslagen spullen/rommel wordt mogelijk een grondgebonden zoogdier gedood en wordt mogelijk een vaste rust- en/of voortplantingsplaats beschadigd en vernield. Door het bebouwen en verharden van het plangebied neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor sommige grondgebonden zoogdieren af. amfibieën. Er zijn tijdens het veldbezoek geen amfibieën waargenomen.

Amfibieën als bruine kikker en gewone pad benutten het plangebied als foerageergebied en mogelijk bezetten ze er een (winter)rustplaats. Deze soorten kunnen een (winter)rustplaats bezetten in holen en gaten in de grond, onder strooisel en bladeren en onder opgeslagen spullen/rommel in de binnen- en buitenruimte. De kapschuur is voor amfibieën toegankelijk om te betreden, de overige bebouwing is goed afgesloten en niet toegankelijk voor amfibieën om te betreden. Het intensief beheerd agrarisch cultuurland vormt geen geschikt leefgebied voor amfibieën. Het plangebied wordt niet als functioneel leefgebied van zeldzame amfibieënsoorten als kamsalamander, rugstreeppad of poelkikker beschouwd. Geschikt voortplantingsbiotoop ontbreekt in het plangebied.

Overige soorten Er zijn geen andere beschermde soorten aangetroffen. Het gevoerde beheer en de inrichting maken het onderzoeksgebied tot een ongeschikt functioneel leefgebied voor deze soorten. In onderstaande tabel worden de wettelijke consequenties samengevat weergegeven.

26

(gewijzigd vastgesteld)

bestemmingsplan Waaijakkers II Aerdt

Navolgende tabel bevat een beknopte samenvatting.

Conclusie In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Het plangebied behoort niet tot het Gelders natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone geen externe werking kennen. Om het effect van de emissie van stikstof op Natura 2000-gebied gedurende de gebruiksfase vast te kunnen stellen, is een stikstofberekening uitgevoerd. Uit de berekening blijkt dat er geen toename is (gewijzigd vastgesteld)

27

bestemmingsplan Waaijakkers II Aerdt van de stikstofdepositie op het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied. De quickscan natuurwaardenonderzoek is als Bijlage 8 QS Natuurwaardenonderzoek Waaijakkers Heuvelakkersestraat 2 Aerdt 13-09-2021 bij de toelichting gevoegd. 3.5.6

Milieuzonering

Het bestemmingsplan voorziet in een regeling waarbij nieuwe woningen wordt toegevoegd. De vraag is of dit plan in de omgeving bestaande ruimtelijke functies in hun uitbreidingsmogelijkheden en milieuruimte belemmert. Daarnaast moet er sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefmilieu voor de toekomstige bewoners De omgeving is een gebied dat gekenmerkt wordt door met name woonfuncties en één bedrijfsfunctie (caravanstalling) aan de Heuvelakkersestraat 2. Voor deze functie geldt geen specifieke richtafstand. Voor functies zoals parkeergarages, autoparkeerterreinen en stalling van vrachtauto's (SBI-code 5221) geldt een richtafstand van 30 m volgens de Brochure bedrijven en milieuzonering. Mogelijke hinder bij deze functies wordt veroorzaakt door frequente geluidshinder van de motoren en van dichtslaande portieren. Deze vorm van hinder kan ook door caravanstalling worden veroorzaakt, maar deze hinder is veel beperkter omdat de caravans het grootste deel van het jaar in de opslag staan. Het brengen en ophalen van de caravans veroorzaakt mogelijk enige overlast, maar de frequentie hiervan is dermate laag dat het geluidsaspect verwaarloosbaar is. Temeer daar de loodsen feitelijk een geluidsbarriëre vormen voor de achterliggende nieuwe woningen daar de geluidsbronnen zich bevinden aan oostzijde van de loodsen.

De afstand van de dichtstbijzijnde woonperceel tot aan de grens van het bedrijfsperceel bedraagt minimaal 10 m. Een afstand die als voldoende moet worden aangemerkt om wederzijds geen hinder te ondervinden. De woonfuncties veroorzaken in zijn algemeenheid geen milieuhinder als bedoeld in deze paragraaf. Spuitzone Het vigerende bestemming kent een gebruiksverbod van gronden voor tuinbouw met open grondteelt, fruitteelt en/of bestaande boom- en sierteelt (met uitzondering van bestaand gebruik) waarbij bestrijdingsmiddelen worden ingezet in een zone van 50 meter om woonfuncties. Voorts is een deel van de aangrenzende agrarische gronden in (mede-)eigendom van één van de initiatiefnemers. Agrarische bedrijven De dichtstbijzijnde agrarische bedrijf is gelegen aan de Heuvelakkersestraat op een afstand van meer dan 500m. Deze afstand is voldoende om een aanvaardbaar woon- en leefmilieu te garanderen voor de toekomstige bewoners. De dichtstbijzijnde agrarische bedrijven ondervinden ook geen hinder van de geplande nieuwbouw. Conclusie De nieuwe ontwikkeling levert enerzijds geen belemmeringen op voor de in de omgeving aanwezig functies en anderzijds vinden er geen activiteiten plaats in de omgeving die een aanvaardbaar woonen leefmilieu kunnen frustreren. 3.5.7

Externe veiligheid

In het plangebied of de directe omgeving hiervan zijn geen hoogspanningsverbindingen of inrichtingen aanwezig, die een veiligheidsrisico kunnen vormen voor de beoogde woonfuncties. In de omgeving is de volgende externe veiligheidsrisicobron relevant. Risicobron

Plangebied Waaijakkers

Hogedruk aardgasleidingen

N.v.t., het invloedsgebied van de nabijgelegen

28

(gewijzigd vastgesteld)

bestemmingsplan Waaijakkers II Aerdt (Bevb1)

aardgastransportleiding ligt niet over het plangebied.

De beoordeling van externe veiligheid wordt uitgevoerd voor twee risiconormen, namelijk het plaatsgebonden risico en groepsrisico.

afb.provinciale risicokaart met ligging plangebied (rode cirkel) en aardgastransportleiding Plaatsgebonden risico Het plangebied ligt buiten de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van de hogedruk aardgastransportleiding. Dit vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan. Groepsrisico Het plangebied ligt niet in het invloedsgebied van de hogedruk aardgastransportleiding. Conclusie Het plangebied ligt niet binnen een plaatsgebonden risicocontour 10-6 van een risicobron. Daarmee wordt geen grens of richtwaarde overschreden is er geen sprake van een directe of harde belemmering voor realisatie van het plan. Andere externe veiligheidsrisico's zijn niet aanwezig. Het extern veiligheidsaspect levert geen beperkingen op voor de uitvoering van het plan. 3.5.8

Water

Waterbeheer

(gewijzigd vastgesteld)

29

bestemmingsplan Waaijakkers II Aerdt De initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijk planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van Waterschap Rijn en IJssel, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van onderhavig plan is overleg gevoerd met de waterbeheerder. De opmerkingen van de waterbeheerder zijn vervolgens verwerkt in deze waterparagraaf. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het projectgebied relevante nota's, waarbij het beleid van het hoogheemraadschap en de gemeente nader wordt behandeld.

Europa:  Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal:  Nationaal Waterplan (NW)  Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW)  Waterwet Provinciaal  Provinciaal Waterplan  Omgevingsvisie  Omgevingsverordening Waterschapsbeleid In het Waterbeheerplan 2016-2021 van Waterschap Rijn en IJssel laat het waterschap zien welke ontwikkelingen voor het waterbeheer van belang zijn en welke accenten zij in de samenwerking met haar partners willen leggen. Vanuit die omgevingsverkenning is vervolgens het beleid voor de planperiode 2016-2021 beschreven voor primaire taakgebieden van het waterschap:  Bescherming tegen overstromingen en werken aan veiligheid: Veilig water.  Zorgen voor de juiste hoeveelheid water en passende waterpeilen: Voldoende water.  Zorgen voor een goede waterkwaliteit die nodig is voor mens, plant en dier: Schoon water.  Verwerken van afvalwater en het benutten van energie en grondstoffen daaruit: Afvalwater.  Zorgen voor goede randvoorwaarden voor beroepsvaart op de Oude IJssel: Vaarwegbeheer. Het is wettelijk verplicht om in het kader van bestemmingsplannen en afwijkingen op basis van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening (WRO) een watertoets uit te voeren. De watertoets omvat het vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in voormelde plannen en ontheffingen.

Voor het oppervlaktewaterkwantiteit- en kwaliteitsbeheer van het onderhavige plangebied is het Waterschap Rijn en IJssel verantwoordelijk. Bestaande situatie In 2007 is voor de ontwikkeling van de wijk Waaijakkers een watertoets opgesteld. Het rapport uit 2007 is gebaseerd op een bui eens in de 10 jaar, de berekening daarin klopt. In dit rapport is nog geen rekening gehouden is met een bui T=100+10% (111 mm in 48 uur, waarbij 3 mm op straatniveau en 28 mm tijdens die 48 uur wordt afgevoerd) waarbij 80 mm effectief geborgen en daarna vertraagd afgevoerd wordt.

30

(gewijzigd vastgesteld)

bestemmingsplan Waaijakkers II Aerdt

Voorts werd in deze rapportage - opgenomen in Bijlage 10 Toelichting bij de watertoets, 20-07-2007 van deze toelichting - ook niet voorzien in de bouw van maximaal 7 extra woningen. Bij de bouw van deze woningen wordt er van uit gegaan dat het hemelwater wordt geïnfiltreerd op het woonperceel zowel van de dakvlakken en van de overige verhardingen. Hier staat tegenover dat de bestaande veeschuur wordt gesloopt. De netto-verharding neemt nauwelijks toe ten opzichte van het plan uit 2007. Grondwaterkwaliteit De functiewijziging leidt niet tot een toename in de hoeveelheid hemelwater, die geïnfiltreerd wordt. Wateroverlast Er vindt geen toename van afvoer naar het (oppervlakte)watersysteem plaats. Grondwateroverlast De grondwaterstand wordt in de toekomstige situatie beperkt beïnvloedt. Oppervlaktewaterkwaliteit In de huidige situatie is er sprake van een volledige infiltratie. Al het hemelwater wordt afgekoppeld en geïnfiltreerd in de bodem. Er wordt geen water afgevoerd naar het oppervlaktewater. Waterhuishoudkundige aspecten In de 'Handreiking Watertoets 2' zijn inhoudelijke criteria aangereikt voor de watertoets, die basis vormen voor de planbeoordeling door het waterschap en het daaruit voortvloeiende wateradvies. In onderstaande watertoetstabel zijn de voor het bestemmingsplan van belang zijnde waterhuishoudkundige criteria opgenomen. Watertoetstabel Thema

Toetsvraag

Veiligheid

1. Ligt in of binnen 20 meter vanaf het plangebied een waterkering? (primaire waterkering, regionale waterkering of kade)

(gewijzigd vastgesteld)

Relevant

Intensiteit

Nee

2

31

bestemmingsplan Waaijakkers II Aerdt 2.Ligt het plangebied in een waterbergingsgebied of winterbed van een rivier?

Nee

2

Riolering en 1. Is de toename van het afvalwater (DWA) Afvalwaterk groter dan 1 m3/uur? 2. Ligt in het plangebied een persleiding van e- ten WRIJ 3.Ligt in of nabij het plangebied een RWZI van het waterschap?

Nee

2

Nee Nee

1 1

Wateroverla 1. Is er sprake van toename van het verhard st(oppervlak oppervlak met meer dan 2500 m2 tewater) 2. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 500 m2 3. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak ? 4. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes

Ja

2

Ja

1

Ja

1

Nee

1

Oppervlakte Wordt vanuit het plangebied (hemel)water op -waterkwali- oppervlaktewater geloosd? teit

Nee

1

Grondwater- 1. Is in het plangebied sprake van slecht overlast doorlatende lagen in de ondergrond? 2. Is in het plangebied sprake van kwel? 3. Beoogt het plan dempen van perceelsloten of andere wateren?

Nee

1

Nee Nee

1 1

Grondwater- 1. Ligt het plangebied in de beschermingszone kwaliteit van een drinkwateronttrekking ?

Nee

1

Inrichting en Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het beheer waterschap? Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel?

Nee

1

Nee

2

Volksgezon 1.In of nabij het plangebied bevinden zich d-heid overstorten uit het gemengde stelsel? 2.Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het plangebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)?

Nee

1

Nee

1

Natte Natuur

1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water? 3. Bevindt het plangebied zich in beschermingszones voor natte natuur 4. Bevindt het plangebied zich in een Natura 2000-gebied?

Nee

2

Nee Nee

2 1

Nee

1

Verdroging

Bevindt het plangebied zich in een TOPgebied?

Nee

1

Recreatie

Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk

Nee

2

32

(gewijzigd vastgesteld)

bestemmingsplan Waaijakkers II Aerdt wordt? Cultuurhisto Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het - rie plangebied aanwezig?

Nee

1

Wateroverlast(oppervlaktewater)  Heuvelakkkersestraat 2 Op het perceel zijn ook nog sleufsilo's aanwezig en kuilvoerplaten. Deze silo's en platen zullen worden verwijderd, evenals overbodige verhardingen en gebouwen. De volgende gebouwen met een totale oppervlakte 4.385 m2 worden gesloopt: 1. schuur / berging / machines1.275 m2 2. ligboxstallen 2.330 m2 3. ligboxstallen 780 m2 De gebouwen onder 1 en 2 mogen worden vervangen door nieuwbouw. Voor de te handhaven caravanstalling mogen nieuwe bedrijfsgebouwen gebouwd met een maximale oppervlakte 3.605m2. De geplande nieuwbouw heeft een oppervlakte van 3.322 m2 De verharding op het perceel Heuvelakkersestraat neemt af met een oppervlakte van 1.063 m 2 ten opzichte van de oppervlakte van de huidige bebouwing.  Afronding Waaijakkers De oppervlakte van de bebouwing en verharding neemt toe door de bouw van maximaal 7 extra woningen. Het hemelwater van dakoppervlakten en van overige verhardingen wordt afgekoppeld van het rioolstelsel en opgevangen in een zakgreppel. Dit komt ten goede aan het grondwater, beperkt verdroging en voorkomt het overstorten van rioolwaterzuiveringsinstallaties. De bouw van de overige woningen was reeds voorzien en hiervoor zijn maatregelen uitgevoerd voor de berging van hemelwater. Hiervoor is de wadi aangelegd. Zie hiervoor in de beschrijving onder 'bestaande situatie'.

Ter vermindering van hittestress blijven de erven zo groen mogelijk en zal de hoeveelheid verharding bij voorkeur zo beperkt mogelijk zijn. Wateradvies De watertoets is op 17-03-2021 ter advisering voorgelegd aan het Waterschap Rijn en IJssel. Bij mail heeft het Waterschap - samengevat - de volgende reactie gegeven: In het watertoetsrapport uit 2007 is nog geen rekening gehouden is met een bui T=100+10% (111 mm in 48 uur, waarbij 3 mm op straatniveau en 28 mm tijdens die 48 uur wordt afgevoerd) waarbij 80 mm effectief geborgen en daarna vertraagd afgevoerd wordt. De oorspronkelijke verharding moet worden afgezet wordt tegen de huidige daadwerkelijke verharding op basis van T=100+10%. Als de extra te bouwen woningen daadwerkelijk infiltreren (zowel dak als tuin en/of overige verharding) dan behoeft dit niet meegerekend te worden. Een nieuw waterhuishoudkundig plan is niet nodig. Reactie gemeente De opmerkingen van het Waterschap zijn verwerkt in deze paragraaf. 3.5.9

Archeologie en cultuurhistorie

3.5.9.1 Archeologie Met de ondertekening van het verdrag van Malta en de parlementaire goedkeuring daarvan heeft de Nederlandse overheid zich verplicht erop toe te zien dat bij ruimtelijke plannen rekening gehouden wordt met het bekende en het nog niet bekende archeologische “bodemarchief”. De locatie ligt deels in het gebied waarvoor een hoge verwachting geldt. Zie volgende afbeelding met globale ligging plangebied.

(gewijzigd vastgesteld)

33

bestemmingsplan Waaijakkers II Aerdt

Een onderzoeksplicht geldt bij bij bodemingrepen dieper 0,3m vanaf maaiveld bij bodemingrepen > 100 m2 en dieper dan 0,3m vanaf maaiveld bij bodemingrepen > 100 m2 en dieper dan 1,5 m vanaf maaiveld In Aerdt bestaat de ondergrond uit oeverafzettingen die gedateerd kunnen worden in het Subatlanticum. Op grond hiervan konden bewoningssporen uit de IJzertijd tot en met de Middeleeuwen verwacht worden. Tijdens het zijn echter geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van archeologische resten binnen het plangebied.

34

(gewijzigd vastgesteld)

bestemmingsplan Waaijakkers II Aerdt Het grootste deel van de gronden binnen het plangebied (grijs ingekleurd in vorenstaande afbeelding) is vrijgegeven na een archeologisch onderzoek, inclusief een karterend booronderzoek, in 2009. Dit onderzoek is als Bijlage 9 Archeologisch onderzoek 01-10-1999 bij de toelichting gevoegd. Uit het karterend onderzoek bleek dat er geen aanwijzingen gevonden zijn voor de aanwezigheid van archeologische resten. Derhalve worden er geen aanbevelingen gedaan voor verder archeologisch onderzoek. Het grijze gebied (zie vorenstaande afbeelding) waarbinnen het grootste deel van de gronden van het plangebied is na onderzoek vrijgegeven. Het is aannemelijk dat deze conclusie ook geldt voor de direct aangrenzende gronden voor de bouw van 6 extra woningen. Dit betreft een beperkt gebied - qua oppervlakte - die direct aansluit op het reeds onderzochte gebied. De boringen (nrs. 5 t/m 9 en 13) aan de zuidoostzijde van het eerder onderzochte gebied liggen in de directe nabijheid van 5 geprojecteerde nieuwbouwwoningen. Zie volgende uitsnede van het boorplan uit het onderzoek uit 2009 met de vermelde boringen nrs. 5 t/m 9 en 13.

afb. boorplan onderzoek 2009 Echter, gelet op de datum van het eerder uitgevoerde onderzoek en de gewijzigde beleidsinzichten op het onderdeel onderzoeksverplichtingen is besloten de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' voor een deel van het plangebied te handhaven. Voorafgaand aan het bouwen zal een actualiseringsonderzoek overlegd moeten worden om de archeologische waarden nader te bepalen. 3.5.9.2 Cultuurhistorie

(gewijzigd vastgesteld)

35

bestemmingsplan Waaijakkers II Aerdt Agrohistorische betekenis hebben vooral de dorpspoldergronden van Pannerden, Aerdt en Herwen (met de Geitenwaard). Patronen van kavels én watergangen herinneren hier aan de tijd van de ontginningen. In de Driedorpenpolder is nog een tegenstelling te ervaren tussen het open, lage middengebied en de bebouwing op de oeverwal: de verspreide boerderijen rond Beuningsestraat en dijk en de lintbebouwing in de kern van Aerdt. Hier fungeert de oeverwal de basis voor cultivering, het gebied waar het boerenbedrijf ontstond. Dit idee wordt nog versterkt door de situering van de binnendijkse boerderijen Het plangebied is gelegen in het historische dorpsgebied van Aerdt. De oorspronkelijke agrarische bebouwing van Aerdt is ontstaan aan weerszijden van de Aerdtsedijk, een slingerend dijklint. Deze bebouwing is herkenbaar door de los gegroepeerde vrijstaande gebouwen aan weerszijden van de dijk. Er is een grote mate van variatie in de bebouwing. De karakteristieke verschijningsvorm, samenhang en sfeer zijn waardevol. Een tweede lintstructuur is de Kerkweg-Schoolstraat. De Hervormde kerk aan de westzijde van het dorp vormt een bijzonder gebouw en tevens een oriëntatiepunt binnen het dorp. De kerk wordt omgeven door een karakteristieke groene open ruimte. In het begin bestond Aerdt met name uit woningbouw langs de Aerdtsedijk.

Door de jaren heen is de Kerkweg/Schoolstraat ontstaan met aan weerszijden nieuwe bebouwing. Pas halverwege de jaren 80 en halverwege de jaren 90 is de woningbouw in Aerdt uitgebreid met enkele kleine woonwijken en nog later is een begin gemaakt de bouw van woningen in de nieuwe wijk de Waaijakkers. Naast een verantwoorde landschappelijke inpassing (groen) dient met de geplande nieuwbouw bij voorkeur aangesloten te worden bij de karakteristiek van de bestaande woningen in de wijk de Waaijakkers, qua materiaal gebruik, kleur, nokrichting, ed. 3.5.10 Verkeer en parkeren Een ruimtelijke ontwikkeling mag niet leiden tot problemen bij de verkeersafwikkeling of tot parkeeroverlast. De ontsluiting van het gebied blijft onveranderd. Het is aannemelijk dat de uitbreiding leidt tot extra verkeersbewegingen in de omgeving. Deze extra verkeersbewegingen kunnen eenvoudig worden opgevangen binnen de huidige verkeersstroom. De parkeernormen bij het verlenen van de omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen' in het plangebied wordt bepaald op basis van de normen van het paraplubestemmingsplan 'parkeren' van de gemeente Zevenaar. In het paraplubestemmingsplan 'parkeren' van de gemeente Zevenaar wordt het plangebied aangemerkt als 'overige zone - parkeernormen rest bebouwde kom' omdat het plan voorziet in de afronding van de wijk Waaijakkers dat ook onder deze zone valt.

Bij het voldoen aan de parkeernorm dient bij de navolgende parkeervoorzieningen uitgegaan te worden van het berekende aantal parkeerplaatsen conform onderstaande tabel:

36

(gewijzigd vastgesteld)

bestemmingsplan Waaijakkers II Aerdt

Dit betekent dat er binnen het plangebied in de parkeerbehoefte moet worden voorzien door de aanleg van voldoende parkeerplaatsen. De parkeerplaatsen voor de twee rug-aan-rug geplaatste rijtjes van elk 5 woningen in het noordelijk deel van het plangebied en het blokje van 4 beneden- en 4 bovenwoningen in de zuidwest hoek worden geclusterd aangelegd in de openbare ruimte. Bij de hoekwoningen van deze rijtjes is ook ruimte aanwezig voor parkeren op eigen terrein. Voor deze wooneenheden in de sociale huur is een lage parkeernorm van 1,4 gehanteerd. Voor de 5 vrije kavels en de vrije kavel in de oosthoek is op eigen terrein voldoende ruimte aanwezig om in de parkeerbehoefte te voorzien. In het middengebied worden maximaal 24 woningen gerealiseerd. In dit gebied mogen verschillende typen grondgebonden woningen - twee-aaneen en aaneengesloten - worden gerealiseerd. Een deel van de parkeerbehoefte moet binnen het middengebied worden aangelegd. Ten zuiden van het middengebied is voorzien in de aanleg van een cluster van parkeerplaatsen voor dit middengebied. aantal woningen

parkeernorm aantal parkeerplaatsen

totaal

2 x 5 rug-aan-rugwoningen (sociale huur)

1,4

14 pp openbaar gebied

14

blok met 4 boven- en 4 benedenwoningen (sociale huur etage)

1,4

11,2 pp in openbare gebied

11,2

5 vrijstaande woningen

2,2

eigen terrein

11

1x max. 2 woningen

2,1

eigen terrein

2,1

24 (twee-aaneen en of aaneengesloten)

2,1

op eigen terrein en openbaar gebied

50,4

Het aantal parkeerplaatsen in openbare ruimte bedraagt 48 pp waarvan 25,2 pp bestemd zijn voor de 2 x 5 rijwoningen en het blokje met 4 boven- en 4 benedenwoningen (sociale huur). Voor het middengebied zijn er nog 22,8 parkeerplaatsen beschikbaar in de openbare ruimte. De overige vereiste parkeerplaatsen 27,6 (afgerond 28) moeten in het middengebied worden aangelegd. Voor het middengebied is vooralsnog de norm van 2,1 pp voor twee-aaneenwoningen opgenomen. Ingeval er rijenwoningen worden gerealiseerd in het middengebied kan de norm van 1,4 hiervoor worden gehanteerd en zijn er in het middengebied minder parkeerplaatsen nodig. De bestaande bedrijfswoningen worden omgezet naar burgerwoningen. De boerderij op het perceel Heuvelakkersestraat 2 wordt splitst in 3 wooneenheden. Op deze woonpercelen is voldoende ruimte aanwezig om in de eigen parkeerbehoefte te voorzien.

(gewijzigd vastgesteld)

37

bestemmingsplan Waaijakkers II Aerdt

3.6

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid De initiatiefnemer heeft omwonenden op de hoogte gebracht van de plannen. De aanwonenden zijn overwegend positief over het plan omdat het een mooier straatbeeld oplevert en een beter uitzicht. De Dorpsraad is ook betrokken bij de ontwikkeling van de woningbouwlocatie. De aanwezigheid van het agrarisch bedrijf aan Heuvelakkersestraat heeft de afronding van het project Waaijakkers vertraagd. De agrarische activiteiten zijn gestaakt. Hiermee wordt een positieve bijdrage geleverd aan de verbetering van de woon- en leefomgeving in en bij Aerdt en de afronding van het project Waaijakkers. Voorts vindt zal de stikstofdepositie op de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden afnemen. Met de uitvoering van het plan wordt tevens een positieve bijdrage geleverd aan de bouw van passende en betaalbare woningen voor jongeren en senioren in Aerdt en de gemeente Zevenaar. Economische uitvoerbaarheid In dit hoofdstuk wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven. Indien het bestemmingsplan voorziet in de uitvoering van werken door de gemeente moet de financieel-economische uitvoerbaarheid hiervan worden aangetoond. In artikel 6.12, lid 1, van de Wet ruimtelijke ordening is opgenomen dat een exploitatieplan wordt vastgesteld voor de gronden waarop een bouwplan kan worden gerealiseerd.

Volgens artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt hier in ieder geval de bouw van één of meerdere hoofdgebouwen onder verstaan. Hiervan is in dit geval sprake. In afwijking van artikel 6.12, lid 2 kan de gemeenteraad bij een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan besluiten geen exploitatieplan vast te stellen in geval het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is. De gemeente sluit een overeenkomst met de initiatiefnemer/ontwikkelaar om het kostenverhaal (waaronder ook eventuele planschadekosten) zeker te stellen. Het kostenverhaal van de gemeente is hierdoor voldoende geborgd zodat afgezien kan worden van het vaststellen van een exploitatieplan.

38

(gewijzigd vastgesteld)

bestemmingsplan Waaijakkers II Aerdt

Hoofdstuk 4 4.1

Bestemmingsplanregeling

Algemeen

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeel-ding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.

4.2

Verbeelding

Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn opgenomen. Deze aanduidingen hebben alleen een juridische betekenis als in de regels aan de betreffende aanduiding een gevolg is verbonden. Een aantal aanduidingen heeft juridisch gezien geen betekenis en is uitsluitend opgenomen ten behoeve van de leesbaarheid van de verbeelding. Dit geldt in ieder geval ten aanzien van de gebruikte kadastrale en topografische ondergrond, die op enkele punten verouderd kan zijn.

4.3

Regels

De regels van het bestemmingsplan zijn ondergebracht in vier hoofdstukken:  Hoofdstuk 1 (artikelen 1 en 2) bevat de inleidende regels. Deze regels beogen een eenduidige interpretatie en toepassing van de overige, meer inhoudelijke regels en van de verbeelding te waarborgen.  Hoofdstuk 2 (artikelen 3 tot en met 8) bevat de bestemmingen. Per op de verbeelding aangegeven bestemming bevat dit hoofdstuk regels die specifiek voor die bestemming gelden.  Hoofdstuk 3 (artikelen 9 tot en met 14) bevat de algemene regels, waaronder een antidubbeltelbepaling en de algemene afwijkings- en wijzigingsregels.  Hoofdstuk 4 (artikelen 15 en 16) bevat de overgangsregels en de slotregel. Regels in verband met de bestemmingen De bestemmingsregels bevatten alle een zelfde opbouw - indien dat nodig is - met de volgende leden:  lid 1 bestemmingsomschrijving;  lid 2 bouwregels;  lid 3 afwijkingsregels (indien aanwezig);  lid 4 specifieke gebruiksregels (indien aanwezig)  lid 5 afwijking gebruiksregels (indien aanwezig)  lid 6 omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (indien aanwezig);  lid 7 wijzigingsbevoegdheid (indien aanwezig). De bestemmingsomschrijving is de centrale regel van elke bestemming. In de bestemmingsomschrijving worden de binnen een bestemming toegestane functies genoemd.

De bouwregels zijn gerelateerd aan deze omschrijving. Ook het gebruik van grond en bebouwing is gekoppeld aan de bestemmingsomschrijving. Inleidende, algemene en overgangs- en slotregels

(gewijzigd vastgesteld)

39

bestemmingsplan Waaijakkers II Aerdt Naast de bestemmingen bevat het plan een aantal algemene regels over bijvoorbeeld begrippen, de wijze van meten, algemene afwijkingen en overgangsrecht. Deze min of meer standaardregels in bestemmingsplannen worden hier verder niet toegelicht. met uitzondering van de begrippen 'aanbouw', 'uitbouw' en 'bijgebouw'. Voor een juiste interpretatie van het bestemmingsplan wordt het verschil tussen deze bouwwerken hieronder nader toegelicht. Voorts zijn er nieuwe (voorwaardelijke) verplichtingen opgenomen voor de landschappelijke inpassing en parkeervoorzieningen.

4.4

Bestemmingen

Dit bestemmingsplan kent de bestemmingen "Agrarisch", "Bedrijf", 'Groen', "Tuin", "VerkeerVerblijfsgebied", "Wonen" en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie". bestemming "Agrarisch" Deze bestemming kent een beperkte gebruiks- en bebouwingsregeling omdat er geen agrarisch bouwperceel meer aanwezig is. Het enige gebouw dat toegelaten is betreft een dierenverblijf /schuilgelegenheid voor dieren met een maximale oppervlakte van 50 m2. Daarnaast zijn de gebruikelijk bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals omheiningen toegestaan. bestemming "Bedrijf" Het bestaande bedrijf aan de Heuvelakkersestraat is bestemd tot Bedrijf. Het bedrijf voor de stalling van caravans dat in het plangebied is gelegen, is als zodanig bestemd. Bij bedrijfsbeëindiging of verplaatsing is dus geen sprake van vrije uitwisselbaarheid met andere bedrijfsvormen mogelijk. Binnen de bouwregels zijn normen gesteld voor de bedrijfsgebouwen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Voor al deze bouwwerken gelden maxima ten aanzien van goothoogten, bouwhoogten, oppervlakten et cetera. Hoofdregel is dat alle bedrijfsgebouwen (dus ook bijbehorende bouwwerken) binnen het bouwvlak moeten worden opgericht. De toegestane hoogten zijn aangegeven op de verbeelding. De hoogten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn in algemene zin geregeld in de regels van het plan.

bestemmingen "Groen" en "Verkeer - Verblijfsgebied" Structureel groen (plantsoenen, groensingels, speelvoorzieningen et cetera) heeft de bestemming "Groen" gekregen. Kleine(re) stukjes groen zijn in de regel in de verkeersbestemmingen opgenomen. Hierdoor is een zekere flexibiliteit in de inrichting van de openbare ruimte gewaarborgd. De groene buffer die deels de bebouwing van de caravanstalling omsluit is ook binnen de bestemming 'Groen' opgenomen. De wegen en straten en dergelijke en daarmee samenhangende infrastructuur zijn bestemd tot Verkeer en Verkeer - Verblijfsgebied. De eerste bestemming is toegekend aan wegen met een functie voor het doorgaande verkeer, de tweede voor woonstraten en wegen met een functie voor bestemmingsverkeer. Bij de vormgeving van de verbeelding is als uitgangspunt gekozen dat alleen grotere groen- en watereenheden als zodanig worden bestemd en dat kleinere elementen worden geschaard onder een aanpalende bestemming Groen, Verkeer - Verblijfsgebied. Ook hiervoor is gekozen in verband met de beoogde flexibiliteit. bestemming "Tuin" De bestemming "Tuin" is toegekend aan de gronden, veelal de voortuinen, gelegen bij de bestemming "Wonen". Op gronden met deze bestemming zijn alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en uitbouwen in de vorm van erkers (behorende bij de aangrenzende woningen in de bestemming "Wonen") toegestaan.

40

(gewijzigd vastgesteld)

bestemmingsplan Waaijakkers II Aerdt

bestemming "Wonen" Deze bestemming is toegekend aan alle gronden waarop zich één of meer woningen bevinden. Op de verbeelding is onderscheid gemaakt tussen verschillende type woningen: vrijstaande woningen, aaneengebouwde woningen en rijenwoningen. De woningen moeten in het bouwvlak worden gebouwd. Een tweetal bestaande woningen aan de Heuvelakkersestraat is ook gelegen binnen een bouwvlak. Het maximum aantal woningen dat binnen het bouwvlak is toegestaan, is op de verbeelding is aangegeven. Binnen de bouwregels wordt onderscheid gemaakt tussen hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken, en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Voor deze bouwwerken gelden maxima ten aanzien van goothoogten, bouwhoogten et cetera. Alleen voor hoofdgebouwen zijn goot- en bouwhoogte op de verbeelding aangeduid. Voor het overige is het uitgeschreven in de regels. Daarnaast is, gerelateerd aan het type woning, in de regels aangegeven welke afstand in acht moet worden genomen ten opzichte van de zijdelingse perceelgrens. Deze normen beogen met name te voorkomen dat een bouwperceel volledig wordt bebouwd en dat stedenbouwkundig gezien ongewenste situaties ontstaan. Van deze normen kan beperkt worden afgeweken dor collega van burgemeester en wethouders. De regels bij deze bestemming bieden de mogelijkheid tot het uitoefenen van aan huis gebonden beroepen.

Door middel van een afwijkingsmogelijkheid kunnen ook bedrijfsmatige activiteiten in een woning worden toegelaten. Er gelden diverse voorwaarden. In artikel 1 zijn omschrijvingen van de begrippen 'aan huis verbonden beroep' en 'aan huis verbonden bedrijf' opgenomen. Van belang is dat het beroep en het bedrijf worden uitgeoefend door de bewoner van de woning. Bij een aan huis verbonden beroep is daarbij geen personeel toegestaan. Voor wat betreft webwinkels geldt dat webwinkels met opslag en een verzendfunctie worden gezien als een aan huis verbonden bedrijf. Een webwinkel met beperkte afhaalmogelijkheden kunnen onder de aan huis verbonden beroepen worden geschaard. Een webwinkel waarbij alleen elektronische transacties tot stand komen past binnen de reguliere woonfunctie. Te allen tijde geldt dat de publieksaantrekkende werking geen nadelige gevolgen mag hebben en dat geen sprake mag zijn van ruimtelijke uitstraling. De planologische regulering van kamerverhuur of de huisvesting van arbeidsmigranten loopt via het bestemmingsplan. Hiervoor is geen specifieke regeling opgenomen, De mogelijkheden binnen de bestemming Wonen zijn beperkt. Binnen een als zodanig bestemde woning is conform de in artikel 1 opgenomen definitie één huishouden toegestaan. Kamerverhuur is het bedrijfsmatig (nacht)verblijf aanbieden, waarbij de kamerhuurder ter plaatse het hoofdverblijf heeft.

Dit past niet binnen de bestemming Wonen, De kamerverhuur kan immers niet worden beschouwd als het voeren van één huishouden. Hiertoe overweegt de gemeente het volgende: er wordt voor kamers afzonderlijk huur geheven, elke kamer wordt zelfstandig bewoond, er is onvoldoende sprake van continuïteit van bewoners en er is geen sprake van een onderlinge verbondenheid. bestemming 'Waarde - Archeologie' De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming van de verwachte archeologische waarden. Bodemingrepen die qua oppervlakte en diepte deze waarden kunnen verstoren zijn in principe verboden. In deze gevallen moet met een onderzoek worden aangetoond dat er geen sprake is van aantasting van deze waarden.

(gewijzigd vastgesteld)

41

bestemmingsplan Waaijakkers II Aerdt

Hoofdstuk 5 5.1

De procedure

Algemeen

De procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan is geregeld in de Wet ruimtelijke ordening. Aangegeven is dat tussen de gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd, voordat een ontwerpbestemmingsplan ter visie kan worden gelegd. Bovendien is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing (zienswijzenprocedure).

5.2

Overleg

In het kader van het vooroverleg is het Waterschap om advies gevraagd. Kortheidshalve wordt hiervoor verwezen naar 3.5.8 Water.

5.3

Procedure

Het ontwerp van het bestemmingsplan heeft met ingang van 10 maart 2022 tot en met 20 april 2022 ter inzage gelegen. Binnen deze periode zijn 7 zienswijzen ontvangen. Op 6 april tussen 19.00 en 21.00 uur was de inloopavond over bestemmingsplan Waaijakkers in het dorpshuis Aerdt. Rond 19.00 uur waren meer dan 100 personen aanwezig. In de uitnodiging is aangegeven dat deze avond bedoeld was om een toelichting te geven op het bestemmingsplan. De ontvangen zienswijzen zijn samengevat en van gemeentelijk commentaar voorzien in bijlage 12 Zienswijzennota bij de toelichting. De reacties hebben geleid tot enkele aanpassingen in het bestemmingsplan. Voorts zijn er ook enkele ambtshalve wijzigingen doorgevoerd.

42

(gewijzigd vastgesteld)

Kerkstraat 27 ♦ 6901 AA Zevenaar ♦ 0316 595 111 ♦ www.zevenaar.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=ada816b3-3ded-401b-bf66-6f63301069f5